Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 juli 2024 tot 30 juli 2024

Dolce far niente, Paul Laurence Dunbar, Maja Lunde, Frank Lima

 

 

Zomerhitte door Yuriy Demiyanov , 2018

 

 

In Summer

Oh, summer has clothed the earth
In a cloak from the loom of the sun!
And a mantle, too, of the skies’ soft blue,
And a belt where the rivers run.

And now for the kiss of the wind,
And the touch of the air’s soft hands,
With the rest from strife and the heat of life,
With the freedom of lakes and lands.

I envy the farmer’s boy
Who sings as he follows the plow;
While the shining green of the young blades lean
To the breezes that cool his brow.

He sings to the dewy morn,
No thought of another’s ear;
But the song he sings is a chant for kings
And the whole wide world to hear.

He sings of the joys of life,
Of the pleasures of work and rest,
From an o’erfull heart, without aim or art;
‘Tis a song of the merriest …

 

 

Paul Laurence Dunbar (27 juni 1872 – 9 februari 1906)
Dayton, Ohio, de geboorteplaats van Paul Laurence Dunbar

 

 

De Noorse schrijfster en scenariste Maja Lunde werd geboren in Oslo op 30 juli 1975. Zie ook alle tags voor Maja Lunde op dit blog. Zie ook alle tags voor Maja Lunde op dit blog.

Uit: The Last Wild Horses (Vertaald door Diane Oatley)

“Heiane, Viken, Norway, 2064
The stallion’s attraction to the mare verged on euphoria. The instinct was all-consuming, making him delirious, unpredictable. As a human being, I will never understand such an intense, physical craving. Well, there was a period of my life when I’d allowed myself to be pulled under the surface, where I’d let go, but only for a few minutes and that was long ago. I could no longer afford such a luxury. The only drive propelling my actions now was hunger. Hunger can make a per-son behave irrationally, too, in a manner resembling madness. Hunger can com-pel us to do just about anything. There’s no arguing with an animal’s drives, so I had to protect Nike, my mare. Rimfaxe was relentless, although the fences around Nike and her foal Puma should have been enough to keep him at a safe distance. Nike was in heat and this lured him to the paddock no matter how much I yelled and gesticulated. She’d lost her partner, Hummel the stallion, last autumn. He’d been old and tired; I took pity on him. And now Nike was alone. I knew she would not find peace un-til she conceived. But she couldn’t have what she wanted because she was a takhi, one of the few remaining wild horses in the world, and Rimfaxe was just a wholly ordinary, tame horse Richard had freed before his departure from the neighbouring farm one year ago. The foal of a wild horse and a tame horse would inherit predominantly the characteristics of the tame horse; the bloodline would die out after just two generations, and all our efforts to bring her here, the work invested to ensure the continued survival of her breed, would have been in vain. “Get out of here, Rimfaxe!” The stallion rubbed against the fence, thrust his muzzle toward Nike trying to reach her, and the mare encouraged him, lifting her tail and turning her hindquarters in his direction. I ran closer waving my arms. “Get out of here! Shoo!” Rimfaxe whinnied at me, twisting and side-stepping a bit, before trotting away, his haunches expressing his indignation. “Forget about it!” I shouted after him. “Go find a horse of your own kind!” Soon, I would no longer need to guard them like this. It was September. Nike was about to commence her six-month anestrus period, six months of peace and quiet for both of us. During the winter, I had control over the animals’ behaviour and my own situation. As long as the larder was full, as long as the winter storms kept their distance, as long as the power didn’t go out, life was manageable in the winter. I walked all the way over to the fence, leaned against a pole, and reached my hands out to the wild horses. “Good morning, Nike. Hi, Puma.” They turned their heads toward me, recognizing my voice. Puma came over first, his skinny legs nimble against the ground. He was still new to the world, a little unsteady, and his movements had a kind of hesitancy. He poked his muzzle through the fence and snuffled softly.”

 

Maja Lunde (Oslo, 30 juli 1975)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter Frank Lima werd geboren in 1939 in Spanish Harlem, New York City. Zie ook alle tags voor Frank Lima op dit blog.

 

Eeuwigheid

in het begin
was er geen einde

de grond waarop we
liepen was
een herinnering

onze schaduwen
valse verhalen

onze kleding
ruimte zonder tijd

duisternis was de
kleur van engelen

en de sterren
huilden niet

 

 

Frank Lima (1939 – 21 oktober 2013)
Frank and Sheyla Lima. Dubbelportret door Alex Katz, 1964

 

Zie voor nog de schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2023 en ook mijn blog van 30 juli 2020 en eveneens mijn blog van 30 juli 2019 en ook mijn blog van 30 juli 2017 en ook mijn blog van 30 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Guillermo Martínez, Thomas Rosenlöcher

De Argentijnse schrijver en wiskundige Guillermo Martínez werd geboren in Bahía Blanca op 29 juli 1962. Zie ook alle tags voor Guillermo Martinez op dit blog.

Uit: De Openbaring Van Roderer (Vertaald door Peter Valkenet)

“We gingen aan de achterste tafel zitten. Met twee pionnen lootten we om de kleur; ik bleek wit te hebben. Roderer zette zijn stukken heel langzaam neer; ik vermoedde dat hij het spel nauwelijks beheerste, en omdat ik door een van de spiegels zag dat Nielsen was binnengekomen, opende ik met e2-e4 in de hoop de partij snel met een gambiet te kunnen beslissen. Roderer dacht lang na, tergend lang, en bracht zijn koningspaard naar f6. Een onaangename verrassing: sinds enige tijd was ik juist die opening, de Aljechinverdediging, aan het bestuderen om met zwart te gebruiken tijdens het jaarlijkse Open Schaaktoernooi. Ik was daar bijna per toeval op gestuit in de Schaakencyclopedie en onmiddellijk had alles eraan mijn bewondering gewekt: die eerste zet met het paard, die op het eerste gezicht nogal extravagant leek, of zelfs kinderlijk; de heroïsche, bijna hoogmoedige wijze waarop zwart vanaf de eerste zet de meest begeerde trofee van de opening prijsgaf — de controle over het centrum — in ruil voor een onbestemd en mistig positioneel voordeel, en vooral, en dat was de reden waarom ik deze opening grondig was gaan bestuderen, het feit dat dit de enige opening was die wit niet kon afwijzen of een andere richting op kon sturen. In Puente Viejo, waar de Spaanse opening, het klassieke damegambiet of op zijn hoogst een variant van het Siciliaans werd gespeeld, kende uiteraard niemand de Aljechinverdediging; ik hield mijn nieuw verworven kennis angstvallig voor me tot het toernooi zou beginnen. En ineens, waar iedereen bij was, speelde deze nieuweling hem tegen mij. Natuurlijk bestond altijd de mogelijkheid — en aan die gedachte gaf ik de voorkeur — dat de zet met het paard uit onbeholpenheid voortkwam, dat het een beginnerszet was. Ik schoof mijn pion door naar e5 en Roderer dacht weer veel te lang na voordat hij zijn paard naar d5 verplaatste. Dit ging zo verschillende zetten door: ik volgde nauwgezet de variant uit de Schaakencyclopedie en Roderer nam heel lang de tijd voor zijn tegenzet, maar koos uiteindelijk altijd precies de juiste, zodat ik onmogelijk kon besluiten of hij de opening kende of dat zijn zetten hem werden ingegeven door een bepaalde trefzekere intuïtie, die hem bij de eerste serieuze aanval ongetwijfeld al snel in de steek zou laten. Langzaam lieten we alle zekerheden los en betraden we het niemandsland dat zich uitstrekt na de openingszetten, dat open terrein waarin het spel pas echt begint. Het geroezemoes uit het andere gedeelte van de zaal drong nog maar nauwelijks tot me door, alsof het ergens halverwege werd gedempt. De kaarttafels, die blauw stonden van de rook, leken op een fantastische manier heel ver van ons vandaan te staan en zelfs de belangstellenden die bij onze tafel waren komen staan, om de partij te volgen, al die bekende gezichten, vervaagden en leken zich op grote afstand te bevinden, zoals je de mensen op het strand ziet wanneer je de zee in bent gezwommen. Ik keek weer naar Roderer. Ik weet dat er later vrouwen in het dorp waren die hevig naar hem verlangden; ik weet dat mijn zusje wanhopig van hem hield. Hij had donkerblond haar, waarvan een lok voortdurend over zijn voorhoofd viel.”

 

 

Guillermo Martínez (Bahía Blanca, 29 juli 1962)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog.

 

 

De Elbe

De oever, ’t pad erlangs, de berm, de stenen.
Aan zwarte muren zwarte industrie
ontlast zich zwijgend in het zwarte water.
Maar weiden trekken mee, de helling, eenmaal
trouw metgezel, welhaast in schoonheid opgaand,
rolt nog zijn groen over de rode daken
voorbij een villa met wijdopen ramen;
muziek waait naar mij over en van ver,
waar wordt gebouwd, een continu klip-klap,
als gold het de rivier te dirigeren,
zodat, helderder kolkend aan de randen,
zij over gladde stenen opwaarts vloeit
dat de brij op de bodem zacht beweegt
en in het midden sneller, naar beneden,
geluidloos kettingknarsen, pijpgebrul.
Wat is er met mij. ’t Gaat toch, alles gaat toch.
Zelfs nog de dode stroom stroomt voort.

 

 

Vertaald door Ad den Besten

 

Thomas Rosenlöcher (29 juli 1947 – 13 april 2022) 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juli ook mijn blog van 29 juli 2022 en ook mijn blog van 29 juli 2017 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:46 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten