Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 juli 2024 tot 31 juli 2024

Cees Nooteboom, Jill McDonough

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

Uit: Paradijs verloren

“Op de titelpagina staat een lange opdracht geschreven. Ze leest die nogal snel, en terwijl ze het boek op de lege plaats naast zich legt kijkt ze alweer naar buiten. De motoren worden gestart, het vliegtuigje begint te schudden, ik zie haar borsten in het nauwe T-shirt zachtjes meetrillen en vind dat opwindend. Ze heeft haar linkerbeen omhoog, licht valt op haar haar, kastanje met een soort gouden schijn erin. Ze heeft het boek omgekeerd neergelegd, geen sprake van dat ik de titel kan lezen. Het is een dun boek, daar houd ik van. Van Calvino moeten boeken kort zijn, daar heeft hij zichzelf meestal aan gehouden. We rennen over het beton. Vooral bij kleinere vliegtuigen is er altijd een wellustig ogenblik als je opstijgt, als er meteen al een beetje thermiek aan te pas komt, en de machine van onderen een extra duwtje lijkt te krijgen, zoiets als een streling, datzelfde gevoel dat je vroeger als kind had bij het schommelen.
Op de heuvels ligt nog sneeuw. Dat maakt het landschap heel grafisch, kale bomen geëtst op een wit vel, soms heb je niet meer nodig om iets duidelijk te maken. Zij kijkt er niet lang naar. Ze heeft het boek weer tevoorschijn gehaald en leest de opdracht nu nog een keer, maar even ongeduldig. Ik probeer daar iets bij te verzinnen — dat is tenslotte mijn beroep — maar kom daar niet ver mee. Een man die iets goed te maken had? Met boeken moet je daarmee oppassen. Geef het verkeerde boek of de verkeerde schrijver en je bent in de gevarenzone. Ze bladert erin, kijkt af en toe wat langer naar een bladzij. Voor zo een klein boek zijn er heel wat hoofdstukken. Dat betekent elke keer een nieuw begin, en daar moet je een goede reden voor hebben. Wie het begin of het eind van een boek verknalt heeft er niet veel van begrepen, en dat geldt eigenlijk ook voor hoofdstukken. En wie die schrijver ook is, hij neemt behoorlijke risico’s. Nu heeft ze het boek weer naast zich gelegd, deze keer met de titel naar boven, maar door het licht dat ze boven zich heeft aangedaan glanst het plastic van de omslag zo dat ik de woorden nog steeds niet kan lezen, ik zou moeten opstaan om beter te zien. Cruising altitude, altijd van die woorden gehouden. Ik verwacht dan skiërs, we vliegen tenslotte boven wolken met wonderlijke glooiende hellingen, dat heeft me nog nooit verveeld. Op die hoogte heeft de wereld alleen maar lege bladzijden, je kunt je gang gaan. Maar zij kijkt niet naar buiten, zij heeft het inflightmagazine gepakt en bekijkt het van achteren naar voren. Door Sao Paulo is ze heen gevlogen, ze is wat langer bij een groot groen park blijven hangen, en staart nu naar de schilderijen van aboriginals, af en toe brengt ze zelfs het blad wat dichter bij haar ogen, en den keer zie ik hoe ze met haar lange vingers een vreemde slangenfiguur op een van die schilderijen natrekt. Dan doet ze het blad dicht en valt onmiddellijk in slaap. Sommige mensen kunnen dat, ingehouden slapen.”

 

 

Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

 De Amerikaanse dichteres Jill McDonough werd geboren in Hartford, Connecticut in 1972 en groeide op in North Carolina. Zie ook alle tags voor Jill McDonough op dit blog.

 

Wat kinderen niet weten

Ik bezoek een middelbare school en de middelbare scholieren
vragen of ik nog steeds gedichten schrijf voor Josey. Ik herinnerde

me niet dat kinderen niet weten dat de volwassenen om hen
heen verliefd zijn. Hun slordige directeur

in zijn rommelige kantoor. Vermoeide cafetariadames
met haarnetjes, die naar aardappelpuree ruiken. Al die

coaches en obers, alle dokters en oudtantes.
Mensen die achter de drive-thru vensters werken! Ze lachen, ze geven je

papieren bekertjes gevuld met popcornijs. Ze hebben de hele nacht
in bed gelegen met iemand waar ze geen genoeg van kunnen krijgen,

waar ze onophoudelijk aan moeten denken. Ze maken wat mentale lijstjes.
Genoeg te doen boven om een hele dubbele dienst mee door te komen.

Je bibliothecaresse schrijft een liefdesbrief. Ze lacht, slaat hem op
op haar laptop, zucht. En nu raakt ze haar lippen aan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Jill McDonough (Hartford, Connecticut, 1972)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e juli ook mijn blog van 31 juli 2018 en ook mijn blog van 31 juli 2017 en ook mijn blog van 31 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:33 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Paul Laurence Dunbar, Maja Lunde, Frank Lima

 

 

Zomerhitte door Yuriy Demiyanov , 2018

 

 

In Summer

Oh, summer has clothed the earth
In a cloak from the loom of the sun!
And a mantle, too, of the skies’ soft blue,
And a belt where the rivers run.

And now for the kiss of the wind,
And the touch of the air’s soft hands,
With the rest from strife and the heat of life,
With the freedom of lakes and lands.

I envy the farmer’s boy
Who sings as he follows the plow;
While the shining green of the young blades lean
To the breezes that cool his brow.

He sings to the dewy morn,
No thought of another’s ear;
But the song he sings is a chant for kings
And the whole wide world to hear.

He sings of the joys of life,
Of the pleasures of work and rest,
From an o’erfull heart, without aim or art;
‘Tis a song of the merriest …

 

 

Paul Laurence Dunbar (27 juni 1872 – 9 februari 1906)
Dayton, Ohio, de geboorteplaats van Paul Laurence Dunbar

 

 

De Noorse schrijfster en scenariste Maja Lunde werd geboren in Oslo op 30 juli 1975. Zie ook alle tags voor Maja Lunde op dit blog. Zie ook alle tags voor Maja Lunde op dit blog.

Uit: The Last Wild Horses (Vertaald door Diane Oatley)

“Heiane, Viken, Norway, 2064
The stallion’s attraction to the mare verged on euphoria. The instinct was all-consuming, making him delirious, unpredictable. As a human being, I will never understand such an intense, physical craving. Well, there was a period of my life when I’d allowed myself to be pulled under the surface, where I’d let go, but only for a few minutes and that was long ago. I could no longer afford such a luxury. The only drive propelling my actions now was hunger. Hunger can make a per-son behave irrationally, too, in a manner resembling madness. Hunger can com-pel us to do just about anything. There’s no arguing with an animal’s drives, so I had to protect Nike, my mare. Rimfaxe was relentless, although the fences around Nike and her foal Puma should have been enough to keep him at a safe distance. Nike was in heat and this lured him to the paddock no matter how much I yelled and gesticulated. She’d lost her partner, Hummel the stallion, last autumn. He’d been old and tired; I took pity on him. And now Nike was alone. I knew she would not find peace un-til she conceived. But she couldn’t have what she wanted because she was a takhi, one of the few remaining wild horses in the world, and Rimfaxe was just a wholly ordinary, tame horse Richard had freed before his departure from the neighbouring farm one year ago. The foal of a wild horse and a tame horse would inherit predominantly the characteristics of the tame horse; the bloodline would die out after just two generations, and all our efforts to bring her here, the work invested to ensure the continued survival of her breed, would have been in vain. “Get out of here, Rimfaxe!” The stallion rubbed against the fence, thrust his muzzle toward Nike trying to reach her, and the mare encouraged him, lifting her tail and turning her hindquarters in his direction. I ran closer waving my arms. “Get out of here! Shoo!” Rimfaxe whinnied at me, twisting and side-stepping a bit, before trotting away, his haunches expressing his indignation. “Forget about it!” I shouted after him. “Go find a horse of your own kind!” Soon, I would no longer need to guard them like this. It was September. Nike was about to commence her six-month anestrus period, six months of peace and quiet for both of us. During the winter, I had control over the animals’ behaviour and my own situation. As long as the larder was full, as long as the winter storms kept their distance, as long as the power didn’t go out, life was manageable in the winter. I walked all the way over to the fence, leaned against a pole, and reached my hands out to the wild horses. “Good morning, Nike. Hi, Puma.” They turned their heads toward me, recognizing my voice. Puma came over first, his skinny legs nimble against the ground. He was still new to the world, a little unsteady, and his movements had a kind of hesitancy. He poked his muzzle through the fence and snuffled softly.”

 

Maja Lunde (Oslo, 30 juli 1975)

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter Frank Lima werd geboren in 1939 in Spanish Harlem, New York City. Zie ook alle tags voor Frank Lima op dit blog.

 

Eeuwigheid

in het begin
was er geen einde

de grond waarop we
liepen was
een herinnering

onze schaduwen
valse verhalen

onze kleding
ruimte zonder tijd

duisternis was de
kleur van engelen

en de sterren
huilden niet

 

 

Frank Lima (1939 – 21 oktober 2013)
Frank and Sheyla Lima. Dubbelportret door Alex Katz, 1964

 

Zie voor nog de schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2023 en ook mijn blog van 30 juli 2020 en eveneens mijn blog van 30 juli 2019 en ook mijn blog van 30 juli 2017 en ook mijn blog van 30 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:38 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten