Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 27 januari 2025 tot 28 januari 2025

Ramsey Nasr, Hasso Krull

De Nederlandse dichter, schrijver en acteur Ramsey Nasr werd geboren in Rotterdam op 28 januari 1974. Zie ook alle tags voor Ramsey Nasr op dit blog.

 

Radicaal intiem

2.
Mijn eerste keer was een inbraak van vlees.
Daar kwam hij reeds, de reus die licht gaf
meest onontkoombare van allen.
Onder mijn kleren stak hij zijn vele handen uit
hij streelde mijn neus en mijn mond en mijn haar
en ’t was op een dinsdag en ‘k zat in de klas, maar
mijn hals werd sneeuw, mijn ogen kristallijn.
Plots was daar iemand die mij wilde zijn.
En hij meende het, toonde me handvlammen in het donker
haalde lachmuntjes uit kokers tevoorschijn
luchtgeluidjes die nergens toe dienden
honderden stukjes kolengeflonker
en zo ging het maar door, tot hij zelf liep te wenen in zijn verzen
en met zesentwintig smeltende letters
op me inbeukte als op het leven.
Titanen, ooit hadden ze kansels omvergeblazen.
Zij bezaten de kelen van schemering
en nu was ook ik totaal overgeleverd.
Daar, uitzwermend aan de hemel, in tintellichtluchten
met engelen fluks in wevegoudwaden
daar vloog nu het wolkevolk langs, zwaaiend naar beneden
waar ik al lezend een broodje kaas zat te eten
om dan vanuit al hun navels kanonnen af te vuren
vol ether en vrolijk windgezang
ze lieten niet af. Lam, uitgeput gaf ik op
liet de strofen in clusters over mij dalen
zag de woorden der tederheid in me schroeien
sissend en fluisterend tot op het bot.
Heel mijn pose in puin.
Op de grond aan mijn voeten
lag gezandstraald en nieuw
een voorgoed verzonnen ziel
klaar en bereid om te passen.

Op goudmuiltjes tuimelde ik in de deemster naar huis
onwennig flakkerend.

 

3.
Het waren de ongenaakbare dagen
van zuiver pijpen en gouden vlâ.
Elke titaan had zijn eigen walhalla.

De meesten woonden in een grot
gevuld met rook en tonnetjes wijn.
Terwijl hun verzen de wereld bestookten
zaten zij in geleende fauteuils
hun navels te likken en door te zuipen.

Een onleefbare plek is het nu
geurend naar muffe ongewassen muzen
de muren beklad met oude runen
zonder verband: Plato, Wodan, Omar Khayyam
Cheops, Balder, de zonen van Usnach…
Elke titaan moet hier ooit zijn goden
met eigen hand hebben ingekrast.

Tot mijn verbazing zit in het duister, tegen de wand
een groep reuzen gehurkt naast elkaar
driedelig pak, viezige knevel, verwaarloosde baard
stil op een rij. Geen wijn, geen sigaren.
Alles is leeg in de wachtkamer.

Wat is dat?

‘De kosmos.’

Dan toch een hoogst persoonlijke kosmos
twintig verschillende door elkaar.
Ze knikken wat en kijken ernaar.

‘Die is van mij.’
Een schim wijst naar boven.

Ik knik.
Kinderen
het zijn net kinderen.

Starend naar boven
naar de Keltische, Griekse, Germaanse namen
naar het Zelf, de Ik-heid, de Liefde, de Mei
vraag ik me af hoeveel mist in een hoofd past.

Zet alle titanen tezamen
en dat is wat je krijgt:
de Grote Kaleidoscoop van het Ware.

Ze zitten voor me
schuifelend en stom.

Wilt u niet weten waar ik vandaan kom?

Stilte.

Volstrekt wereldvreemd.
Nu en dan wenen ze onder elkaar.

 


Ramsey Nasr (Rotterdam, 28 januari 1974)

 

 

De Estse dichter Hasso Krull werd geboren op 31 januari 1964 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Hasso Krull op dit blog.

 

‘Ai!’ ‘Neem me niet kwalijk’

‘Ai!’ ‘Neem me niet kwalijk’
‘Ai! ‘Neem me niet kwalijk.’ ‘Ai!’
‘Neem me niet kwalijk.’ ‘Waarvoor?’
‘Neem me niet kwalijk, dat ik je gebeten heb.’

‘Ai, neem me niet kwalijk!’ ‘Ai!’
‘Neem me niet kwalijk!’ ‘Ai!’
‘Neem me niet kwalijk, dat ik je gebeten heb,
toen je ai zei.’

‘Neem me niet kwalijk.’ ‘Waarvoor?’ ‘Neem me niet kwalijk.’
‘Neem me niet kwalijk, ai!’ ‘Waarvoor?’
‘Neem me niet kwalijk, dat ik ai zei,
toen je mij beet.’

‘Ai!’ ‘Asjeblief!’ ‘Neem me niet kwalijk!’ ‘Ai!’
‘Waarvoor?’ ‘Neem me niet kwalijk, ai!’ ‘Neem me niet kwalijk,
dat ik je vroeg mij niet kwalijk te nemen,
toen je ai zei.’

 

Vertaald door Iris Réthy en Jan Sleumer

 


Hasso Krull (Tallinn, 31 januari 1964)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e januari ook mijn blog van 28 januari 2024 en ook mijn blog van 28 januari 2019 en ook mijn blog van 28 januari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:17 Reageer op dit bericht

Paolo Cognetti, Harvey Shapiro

De Italiaanse schrijver Paolo Cognetti werd geboren in Milaan op 27 januari 1978. Zie ook alle tags voor Paolo Cognetti op dit blog.

Uit: Beneden in het dal (Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone)

“Het teefje was nog geen twee winters oud en kende nog geen andere wereld dan de garage langs de provinciale weg. Achter de werkplaats speelde ze in haar eentje met een reep van een oude autoband — ze kauwde erop, slingerde hem steeds opnieuw weg en holde er dan achteraan —, toen ze merkte dat ze toeschouwers had. Uit de belendende grindgroeve was een grijze hond aan komen lopen, die haar gadesloeg. Aan die kant stroomde ook een rivier, maar in de herfst stond het water zo laag dat het niet moeilijk was hem over te steken. Ze liet het stuk band vallen om de lucht af te speuren naar de geur van die reu, maar toen ze haar snuit ophief, zag ze er vanachter de schroothoop nog drie tevoorschijn komen. Drie herdershonden met een modderige vacht en een bel aan hun halsband, en die kende ze wél. Overdag hoedden ze de schapen die de stoppels in de velden en het gras rond de schuren afgraasden, en ’s avonds zwierven ze rond op zoek naar iets te snaaien. Maar nu kwamen ze niet voor iets eetbaars, ze kwamen voor haar. En het teefje had wel een vermoeden waarvoor ze precies waren gekomen. De plotselinge belangstelling die de mannetjes voor haar, net een jaar oud, aan de dag legden, maakte deel uit van de dingen die ze razendsnel leerde, opwindende en gevaarlijke dingen, zoals de vuurtjes die de jongens ’s zomers stookten, of de sterke stroom van de rivier die haar op een keer bijna had meegesleurd. Tegen de muur van de garage stond een aftandse autostoel waar ze op wegkroop. Een stoel waarop generaties honden véér haar al hadden gelegen. Een stukje verderop zakte de arm van een graafmachine in de rivierbedding en haalde een grijper vol zand en grind naar boven, en op dat moment bewoog de grijze hond zich in haar richting. De onderlinge rangorde van de drie herders werd meteen duidelijk: de oudste en grootste hoefde alleen maar te grommen en even zijn tanden te laten zien of de tweede gaf het op en droop jankend af, terwijl de derde er al vandoor was gegaan. Vervolgens kwam de leider met kleine stapjes dichterbij, volgens een vast ritueel dat het teefje kende. Dreigen, grommen, de tanden laten zien, dat was de manier waarop de honden in het dal vochten, maar de grijze hond kwam ergens vandaan waar hij anders was opgevoed, door de mens of door liet leven. Toen de herder zijn haren overeind zette en stokstijf bleef staan om de grijze angst aan te jagen, vloog die hem onverhoeds aan. Hij was het magerst van de twee, maar door de botsing belandde de herder op zijn rug; daarna hield hij hem met een poot tegen de grond gedrukt en boorde zijn tanden in zijn keel”

 


Paolo Cognetti (Milaan, 27 januari 1978)

 

 

De Amerikaanse dichter Harvey Shapiro werd op 27 januari 1924 in Chicago geboren in een joodse familie uit Kiev. Zie ook alle tags voor Harvey Shapiro op dit blog.

 

Nachten

Dronken en huilend. Het is weer een avond
in de live-in opera, en ik denk
dat het slecht voor me gaat aflopen.
De doden van hiernaast accepteren hun groeten,
hun zoute noten, het langgerekte geweeklaag.
Wij, de levenden, moeten dekking zoeken,
ik bedoel mezelf. Sterfelijkheid is het ABC ervan,
en daarna komt wellust en liegen.
En, oh, hoe een leven samen te stellen
uit dit schandaal en deze verwarring, alsof
de goden ons bewonen of met ons
samenleven, alleen voor de muziek.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Harvey Shapiro (27 januari 1924 – 7 januari 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e januari ook mijn blog van 27 januari 2024 en ook mijn blog van 27 januari 2019 en ook mijn blog van 27 januari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:08 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten