Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 26 april 2025 tot 27 april 2025

Robert Anker, Edwin Morgan

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

Het goede schip

In Amsterdam bij Kostverloren door de brug
kwam het hoge schip, het had de luiken open
gevaren in de stad. Het was een ochtend in april
het verkeer was stil gevallen, zelfs geen fietsbel
rinkelde want aan dit varen kwam geen einde.
Ik stak een sigaret op, met de kringelende rook
– het was windstil, het raam stond open van de auto –
tilde zich uit mij verloren wimpeling hoog op
in de lucht, met de hartslag van het schip, het zachte
razen van de stad, het tjilpen van de vogels
toen een rinkelende bel mij maande op te gaan
naar mijn verloren doel. Ver weg al zag ik net niet
haar naam onder de vlag, van de schroef het witte water.

 

 

Kleine Geschichte des historischen Materialismus
(De val van Icarus)

Geen boer die ooit begrijpt
wat zijn ploegen overhoop haalt.
Geen visser die beseft
wat zich niet vangen laat, zich hecht
aan een zwaarbeladen kiel,
die ruimte koos voor geld.
Toch zijn ze allen tot het eigen
handwerk ingekeerd (het is een zot
die zich maar steeds kapot vliegt
op veren, te licht voor ander heil).
De boer staat eindelijk voorop.
Geen schoonheid dan de onbedoelde
symmetrie der voren,
dan wat een vogel er in vindt.

Eeuwen was het stil toen plotseling
dit landschap in beweging kwam,
los van ons denken, onze wil.

Ik kijk omhoog, ik weet het niet,
leun op mijn stok of ik iets mis,
krab dan mijn hond, mijn schapen op de kop.

 

 

Uit het dorp

1 Koga miyata

Sta op, het is nu zondag aan de voorkant.
Durf een deur naar buiten uit het hoofd.
Geranium. Balkon voor jou alleen.
Geen straatgedruis beneden; slaap en zon.

Haaks op mijn kaatsend kijken komt geruis
van banden aan, massageolie, zweet:
de Pinksterrace. In Hoofddorp is de finish.
Hun verte is het wegdek, hun tijdsbesef
teruggebracht tot tienden van seconden.
Een bidon is toereikend voor hun dorst.

Ik ga terug naar binnen, naar het dorp
waar ik gewoond heb. In het hoofd dat ik
bewoon ontfiets ik slingerend mijn angst.
Spitsuur raast aan alle kanten langs.

 

 


Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook alle tags voor Edwin Morgan op dit blog.

 

Noors

Ik kende zijn naam goed, maar kon me hem niet meer herinneren.

Hij was Noorwegens antwoord op Robert Burns, een plattelander
tussen de erudieten, en hun eerste modernist.

Weet je niet wie ik bedoel? Ik heb hier geen boeken
om het na te kijken, maar heb ooit een lezing over hem gegeven:
Niet-Engelstalige modernistische schrijfstijl.
Niet Arne Garborg, hoewel hij de Odyssee wel
in het Nynorsk vertaalde, die vooral romanschrijver was. Was het Obstfelder
of Olaf Bull? Misschien was hij het wel. Hij overlapte de Victorianen.
Jij zou het moeten weten. Ik zou het moeten weten. Maakt niet uit –

Wat verbazingwekkend was in de droom, was
dat ik hele strofen van zijn gedichten uit mijn hoofd kon opzeggen.
was zelfs verbaasd over mezelf terwijl ik sliep.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Edwin Morgan (27 april 1920 – 19 augustus 2010)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april verder ook mijn blog van 27 april 2024 en ook mijn blog van 27 april 2020 en eveneens mijn blog van 27 april 2018 en ook mijn blog van 27 april 2016 en mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:58 Reageer op dit bericht

Carl Christian Elze

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

 

 

vater im luftraum, nimm uns die angst
vor jeder verwandlung, öffne den schaltkreis
in unserm gehirn, der dich sieht
noch während wir atmen
noch während wir klagen
erscheine uns lächelnd und klar.
unsre gefährten: mütter und väter
brüder und schwestern und hunde
jetzt liegen sie da, erstarrt
und erwachen nie wieder.
wir kannten sie nur in bewegung
und sprechend. jetzt liegen sie da
wie die steine. vater im luftraum
lass uns die steine sprechen hören
in unsrer größten not, nimm uns die angst
vor jedem verlust, zeig uns das leben
hinter der stille.

 

 

der unterschied zwischen einem stein
und einem hund
scheint für menschen gewaltig zu sein.
bewegung und wachstum
fortpflanzung und entwicklung
stoffwechsel und reizbarkeit
die merkmale alles lebendigen: die ehernen sechs.
in allen schulen dieser welt
werden sie gelehrt. sie vollständig
zu nennen, und zu begründen
warum eine kerzenflamme nicht lebt
obwohl sie im wind flackert
wird immer belohnt.
10-jährige hören auf mit steinen
zu reden, mit ihren stofftieren und stöcken.
ihre gehirne verändern sich, unmerklich
von komplexeren, verzweigten galaxien
zu einfachen datenautobahnen
die nur noch im kreis fahren.
äußerlich wachsen unsere schädel
einschließlich ihrer zerfurchten füllung
aber es sind nur die raststätten, die wachsen
nicht die straßen. nur die raststätten
wachsen zu immer größeren löchern
heran, um in sich tausendschaften
zu versammeln. alle raststätten aller gehirne
sind restlos überfüllt. in jedem
quadratmillimeter lungern reisende
millionen ausgewachsene
müde gestalten
kinderzimmerträumende krüppel.

 

 

hölle

schlag dir das köpfchen mit einem schlag
ab! esse die äuglein, schlucke ein lämpchen
zieh auch zwei drähtchen bis zu den äuglein
drücke von außen die taste, dreh’s rädchen
siehst du beleuchtet von innen die hölle
klippen & trolle, ausgedehnte blubberseen
aufgelöste ballen, stollen, nirgendwo nirgendwo
feen. – überall falten, überall waltet
knüppelnde, treibende, stückelnde kraft.
alle die äuglein drehn sich & sehen
saugen & glauben sich tüchtig dran satt:
DAS IST DIE HÖLLE von innen besehen!
ziehe am drähtchen & zieh jedes äuglein
nach draußen & hole das lämpchen herauf
heb dir das köpfchen mit einem hub drauf.

 

 

in de kelder

uit mijn ogen kijken mijn vaders
als uit weckpotten: vormeloze vruchten.
Ik bewaar ze op planken in de kelder.
Ik eet ze niet. Ik haal mij iets vers
van de hoofden die met mij mee dwalen
op zinkende, hinkende ledematen.

alleen soms stoot ik er van achteren tegenaan
dan ligt daarin een vader in stukken.
& morgen lig ik in de kelder van zonen
& hou mezelf vast op de donkere planken.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Carl Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2020 en eveneens mijn blog van 26 april 2019 en ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:10 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten