Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 juni 2025 tot 18 juni 2025

What Is So Rare As A Day In June (James Russell Lowell), Marije Langelaar, Karin Fellner

 

Dolce far niente

 

 


Een dag in juni door Antonín Slavíček, 1898

 

 

What Is So Rare As A Day In June

And what is so rare as a day in June?
Then, if ever, come perfect days;
Then Heaven tries earth if it be in tune,
And over it softly her warm ear lays;
Whether we look, or whether we listen,
We hear life murmur, or see it glisten;
Every clod feels a stir of might,
An instinct within it that reaches and towers,
And, groping blindly above it for light,
Climbs to a soul in grass and flowers;
The flush of life may well be seen
Thrilling back over hills and valleys;
The cowslip startles in meadows green,
The buttercup catches the sun in its chalice,
And there’s never a leaf nor a blade too mean
To be some happy creature’s palace;
The little bird sits at his door in the sun,
Atilt like a blossom among the leaves,
And lets his illumined being o’errun
With the deluge of summer it receives;
His mate feels the eggs beneath her wings,
And the heart in her dumb breast flutters and sings;
He sings to the wide world, and she to her nest,
In the nice ear of Nature which song is the best?

Now is the high-tide of the year,
And whatever of life hath ebbed away
Comes flooding back with a ripply cheer,
Into every bare inlet and creek and bay;
Now the heart is so full that a drop overfills it,
We are happy now because God wills it;
No matter how barren the past may have been,
‘Tis enough for us now that the leaves are green;
We sit in the warm shade and feel right well
How the sap creeps up and the blossoms swell;
We may shut our eyes but we cannot help knowing
That skies are clear and grass is growing;
The breeze comes whispering in our ear,
That dandelions are blossoming near,
That maize has sprouted, that streams are flowing,
That the river is bluer than the sky,
That the robin is plastering his house hard by;
And if the breeze kept the good news back,
For our couriers we should not lack;
We could guess it all by yon heifer’s lowing,
And hark! How clear bold chanticleer,
Warmed with the new wine of the year,
Tells all in his lusty crowing!

Joy comes, grief goes, we know not how;
Everything is happy now,
Everything is upward striving;
‘Tis as easy now for the heart to be true
As for grass to be green or skies to be blue,
‘Tis for the natural way of living:
Who knows whither the clouds have fled?
In the unscarred heaven they leave not wake,
And the eyes forget the tears they have shed,
The heart forgets its sorrow and ache;
The soul partakes the season’s youth,
And the sulphurous rifts of passion and woe
Lie deep ‘neath a silence pure and smooth,
Like burnt-out craters healed with snow.

 


James Russell Lowell (22 februari 1819 – 12 augustus 1891)
Cambridge, Massachusetts. De geboorteplaats van James Russell Lowell

 

 

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Marije Langelaar werd geboren op 18 juni 1978 in Goes. Zie ook alle tags voor Marije Langelaar op dit blog.

 

Trommel

Dat jaar werden we geboren in
een lichaam.
Het viel ons op dat we sloegen.
We sloegen de trom.

Bij elke slag vlogen de vogels op.
Bij elke vierde noot ving een nieuw seizoen aan.
Bij elke 16e noot wierp ik een kind.

Zo leefden we ons leven.
We sloegen de jaren weg.
Paf paf paf!
We sloegen de trom.
We sloegen eenvoudig de trom.
Want dat hadden we geleerd.
We sloegen de trom.

Paf paf paf!
De vlogels vliegen op.
Paf Paf Paf!
Een nieuw seizoen,
Paf Paf Paf!
Weer een kind.
Paf Paf!

Tot onze lichamen begonnen te deformeren, we sloegen
nog harder, tegen de rimpels, het kreukelen
onze verminderde vruchtbaarheid, een stram in ons been.

Paf Paf Paf!
Maar het kind bleef uit.

We sloegen nog wat harder, onze slag kreeg
iets verbetens,
tot we op de 428e noot halt hielden.
We keken naar elkaar en alle kinderen die
ik had geworpen,
wilde goddeloze kinderen,
met wilde goddeloze haren.

En we keken naar de bomen die waren gaan groeien,
Kris kras door elkaar
Een grote teringbende.
De vogels die nerveus op een tak onze
volgende slag afwachtten.

Maar we sloegen niet
We sloegen niet meer

We keken elkaar aan en zaagden de bomen
bouwden een huis, begroeven de trommel diep in de nootzwarte aarde.

En begonnen te leven. We pelden en kookten de vruchten
en vertelden onze kinderen het verhaal van de trommel
en we sloegen niet, er brak geen nieuw seizoen aan,
De vogels rusten in een hoge wilg.
En het was goed.

En we vroegen ons af, wie had ons in de eerste plaats die trommel gegeven?
Wie had ons geboden te slaan? Had ons die vogels gebracht, de bomen?
Had ons het ritme opgelegd? En waar waren we eerder? Waarom?

 

 

Het brak

Wat was het precies dat er brak?
Brak het of sleet het?
Ging het geleidelijk aan?
Sloop op de tenen de kracht weg?
Trok kauwgom ongelijk het?

Verweerde het grondstoffelijke?

Gleed het ijlings uit handen? Verloor het?
Raakte het zoek het? Vervloog of doofde?
Of was het gewoon klaar? Fini. Uit. Op het.

Was het te maken? Weer aan te vullen?
Groeit het vanzelf vanuit de wortel weer aan?
Of met bepaalde methodes, procedures?

Hoe krijgen we het weer vol, levend,
warm en zacht zoals het was het?
Moeten we vruchteloos blijven proberen? Is dat het?

Is het te vervangen misschien?
Groeien veren weer aan?
Is er lijm? Gouddraad?
Veert het weer terug?
Wordt dat wat scheef weer recht echt?

 

 


Marije Langelaar (Goes, 18 juni 1978)

 

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren op 18 juni 1970 in München. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog.

 

Maar een rimpel in de tijd verder

Steppe, gekreukeld gras zover het oog reikt
Kaf, veen, knopen en pelsdieren in het polderland
Geur, een deining, het broze op- en neergaan
van kuddes, kafnaalden, bloed
en een schok mieren op
de stervende schouder
van een gnoe – dat ben jij.

Gnoe, dus jij – door gras, trilt met je neusgaten
voorwaarts en al je verwanten, zwaden –
zoemende zwaden rond jullie kromme bulten. Jij
laat een keelklank opstijgen, rauw, anderen volgen
langbenig, roodgekleurd op droge aarde het spoor
in het gesis van de halmen. Stil.
Nu til je een hoef op.
Nu druk je hem in deze oever.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2020 en eveneens mijn blog van 18 juni 2019 en ook mijn blog van 18 juni 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:58 Reageer op dit bericht

Peter Rosei, Ron Padgett

De Oostenrijkse dichter en schrijver Peter Rosei werd geboren op 17 juni 1946 in Wenen. Zie ook alle tags voor Peter Rosei op dit blog.

Uit: Wer war Edgar Allan?

„Unter den Bekanntschaften, die ich im Lauf meines Lebens machte, ist es besonders eine, die mir immer wieder in den Sinn kommt und mich beschäftigt. Der Mann, um den es sich dabei handelt, war Amerikaner, hatte, so erzählte er zumindest, viele Jahre in der US-Handelsmarine Dienst getan, ehe er, durch die lange Abwesenheit ohnehin seinem Herkommen entfremdet, in Europa ansässig geworden war. Bevor ich mich des Weiteren über den Mann und seine Geschichte verbreite, möchte ich doch erwähnen, dass mir heute, wo das alles lange zurückliegt, jener vergangene Lebensabschnitt selbst als verworren und undurchsichtig erscheint. Gleich jetzt möchte ich mich zur Methode meiner Aufzeichnungen äußern: An Material lagen mir ein Packen von tagebuchartigen Notizen einerseits, sowie Bruchstücke meiner damaligen schriftstellerischen Versuche andererseits vor; dazu verschiedene Papiere, wie Briefe, Bankquittungen etc. Soweit es mir möglich war, habe ich diese Materialien bloß als Grundlage für eine durchgängige Schilderung der Ereignisse benutzt. Dazu sah ich mich allein schon deshalb gezwungen, weil die genannten Zeugnisse lückenhaft sind und eine einfache chronologische Anordnung ein höchst unvollständiges Bild ergeben hätte. Primär mag es also die Forderung nach Übersichtlichkeit gewesen sein, die mich zu meinem Vorgehen bewog; dass nebenher eine Art von künstlerischem Ehrgeiz wirkte, will ich nicht ausschließen. An manchen Stellen fügte ich das authentische Material ohne jede Abänderung in meine Erzählung ein. Das geschah dort, wo seine Aussagekraft durch eine Nachkonstruktion schwerlich zu erreichen gewesen wäre. Ideal ist diese Lösung gewiss nicht; aber es ist müßig, jetzt über ihren Wert oder Unwert zu räsonieren.
Zu der Zeit, in die die in Rede stehenden Ereignisse fallen, war ich etwa fünfundzwanzig Jahre alt und genau das, was man damals einen verbummelten Studenten nannte. Das Medizinstudium, das ich an verschiedenen deutschen Universitäten betrieben hatte und in dem ich schon weit fortgeschritten war, hatte ich mehr oder weniger aufgegeben und mich, bloßer Vorwand für ein Verhalten, das im Grunde nichts anderes als Flucht war, der Kunstgeschichte zugewendet Es gelang mir nicht nur, meinen Vater, der an mir bereits zu verzweifeln begonnen hatte, von der Nützlichkeit dieses Ausbildungsganges zu überzeugen, sondern ihn darüber hinaus dazu zu überreden, mich nach Venedig gehen zu lassen, wo ich mich neben meinen Studien auch im Italienischen perfektionieren könnte.“

 

 


Peter Rosei (Wenen, 17 juni 1946)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Ron Padgett werd geboren op 17 juni 1942 in Tulsa, Oklahoma. Zie ook alle tags voor Ron Padgett op dit blog.

 

 

Prozagedicht (“De ochtendkoffie”)

De ochtendkoffie. Ik weet niet zeker waarom ik hem drink. Misschien is het het ritueel van het kopje, de lepel, het hete water, de melk en het hoopje bruine poeder, de manier waarop ze samenkomen en een spijker vormen waaraan ik de dag kan hangen. Het is iets om te doen tussen slapen en waken. Maar er is vast wel iets beters te doen dan een kopje oploskoffie drinken. Zoals mediteren? Waarover? Over het drinken van een kopje koffie. Een kopje koffie waarvan de eerste slok te heet is en de laatste te koud, maar waarvan de vele slokjes ertussen, net als de pap van Baby Beer, precies goed zijn. Papa Beer kijkt ontevreden. Hij zet zijn bril af en richt zijn blik op het kopje dat voor Baby Beer staat, en dan, na een subtiel kuchje, reikt hij ernaar en pakt het op. Baby Beer begrijpt deze verstoring van de ochtendroutine niet. Papa Beer brengt de beker dicht bij zijn gezicht en tuurt er aandachtig naar. De beker verbrijzelt in zijn poot, explodeert zelfs, en verspreidt scherven en bruine vloeistof door de hele kamer. In zekere zin is het goed dat Mama Beer er niet is. Beter dat ze rust in haar graf aan de andere kant van de tuin, zich niet bewust van wat er met de wereld is gebeurd.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Ron Padgett (Tulsa, 17 juni 1942)
 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juni ook mijn blog van 17 juni 2020 en eveneens mijn blog van 17 juni 2019 en ook mijn blog van 17 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:24 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten