Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 9 februari 2026 tot 10 februari 2026

Johan Harstad, Edzard Mik, Bertolt Brecht

De Noorse schrijver Johan Harstad werd geboren op 10 februari 1979 in Stavanger. Zie ook alle tags voor Johan Harstad op dit blog.

Uit: Ambulance (Vertaald door Paula Stevens)

“Mijn nagels zijn tot op de wortel afgekloven. Mijn vingen doen pijn, ik bijt nu vanaf de zijkant, om te voorkomen dat ik een zenuw raak, om die pijnscheuten te vermijden die elke keer dat ik met mijn tanden een zenuwvezel raak als kleine bliksemschichten door me heen jagen, die korte schokjes die mijn vingers, knokkels en handen laten verkrampen. Als ik buiten ben, moet ik wanten dragen om het ijselijke gevoel van onbeschermd weefsel dat in aanraking komt met de buitenlucht wat te dempen. Ik probeer mijn vingers in mijn handpalmen te verbergen. Gebalde vuisten.
Hou vol. Zo simpel is het ongeveer. Of zo moeilijk Als een bezwering tegen iets, of voor iets. Slechts dat ene, korte zinnetje, die twee woorden, uit een krant geknipt, vergeeld aan de randen, opgeplakt op de deur naar de gang, naar de ogenschijnlijk eindeloze reeks kamers en deuren van het ziekenhuis, naar de Eerste Hulp, de parkeerplaats, de ambulances, de mensen, een krantenknipsel met twee woorden: Hou vol. Zwart op wit.
De bank met de grove stof, de bruine bekleding, ik zit naar de andere ambulancechauffeurs te kijken. Ze lezen de krant, zetten de radio aan, proberen de nieuwsberichten te horen, maar de antenne werkt niet mee, wil niet blijven staan, hij valt opzij zodra je hem loslaat Het is half acht ’s ochtends, het is dinsdag, een dinsdagochtend in februari, en er zijn daarbuiten zoveel mensen die gered moeten worden, zoveel mensen die liggen te wachten, naar het plafond liggen te staren, of die hun ogen gesloten hebben, ze proberen de pijn in hun rug te negeren, in hun benen, in hun armen, hun ademhalingsproblemen, of ze zijn al in shock, zijn apathisch, het maakt hun niet uit of er iemand komt, maar dat gebeurt wel, er zal iemand komen om ook jou te redden, we zullen ervoor zorgen dat de antenne overeind blijft staan, we zullen de kranten lezen, onze koffie drinken, en jij zult worden ontdekt, iemand zal bellen en over jou vertellen, we zullen onze jassen aantrekken, naar de ambulances rennen, we zullen je uit je kamer halen, je weer op de been helpen, we zullen je alles geven wat je maar terug wilt hebben, maar je moet wel eerst worden gevonden. Je moet volhouden, waar je ook bent.”

 

2693083-0951cf12e284e133367398e42e43730b.png
Johan Harstad (Stavanger, 10 februari 1979)

 

 

De Nederlandse schrijver Edzard Mik werd geboren in Groningen op 10 februari 1960. Zie ook alle tags voor Edzard Mik op dit blog.

Uit: Goede tijden

“Julia trok haar slipje omlaag en verdween uit de spiegel, alleen haar kruin was nog zichtbaar, en, dreigend erboven, het gevaarte van de stortbak. Ze keek naar haar benen. Strak en glad waren ze, nauwelijks nog háár benen. Ze had ze geschoren, ze schoor ze altijd als ze naar Sjef ging. Aantrekkelijk hoefde ze voor hem niet te zijn, gladde benen deden er in hun vriendschap niet toe, maar van beenharen ontdaan voelde ze zich gereinigd en van zichzelf verlost en daarmee ontvankelijk voor zijn gave om haar van de grond te tillen en te verheffen. Buiten het toilet gerommel, Vink die zijn jas pakte. `Als je daar gaat wachten, lukt het helemaal niet met plassen,’ riep ze, en ze hoorde hem naar de woonkamer lopen en de deur sluiten. Hij was lief voor haar geweest en had lekker gekookt. Hij had er zelfs op aangedrongen met haar naar Sjef te gaan. Ik moet mijn stroefheid maar eens aan de kant zetten, ik wil die vriend van jou beter leren kennen, had hij gezegd. En na maanden had hij haar weer aangekeken, met een lange, gespannen blik die hij probeerde te verzachten door er uit alle macht bij te glimlachen. Waar ze zijn generositeit aan te danken had, wist ze niet. Ze durfde het zich niet eens af te vragen en was op slag verkrampt geraakt. Zoals toen ze elkaar pas had- den ontmoet en hij voor haar kookte in zijn spelonk, een klein, vochtig appartement dat als een schandvlek tussen de huizen was weggemoffeld; de pasta kookte over, de kalfsfricandeau bakte aan, in de koffie strooide hij zout, maar hij keek haar aan, alles wat er misging was voor haar het verheugende maar ook angstaanjagende bewijs dat hij haar aankeek. Meteen na de koffie was ze gevlucht, en ze herinnerde zich hoe hij verbouwereerd in de deuropening had gestaan, een kurkentrekker in zijn hand.
Het schemerde en donkerte nestelde zich in de kamer. Vink liet zich in een fauteuil zakken. Dat plassen van Julia kon nog wel even duren. Vroeger had het hem ontroerd als hij haar ineengedoken op de wc had zien zitten, haar voeten wijd uiteen, haar knieën bij elkaar, haar schaamhaar wegglippend tussen haar dijen en haar hoofd schuin naar hem opgericht, alsof ze iets ondeugends deed. Toen kon ze nog plassen als hij erbij stond. Maar zijn ontroering was verdwenen en zij voelde zich geremd, kneep af als ze hem dichtbij wist. Het regende al een etmaal niet meer, maar de Maas bleef stijgen.”

 

2693083-68954ab8aff2d2a87ab5919d49a1e81c.jpg
Edzard Mik (Groningen, 10 februari 1960)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Bertolt Brecht werd op 10 februari 1898 in de Zuid-Duitse stad Augsburg geboren. Zie ook alle tags voor Bertolt Brecht op dit blog.

 

 

Vragen van een lezende arbeider

Wie bouwde het zevenpoortige Thebe?
In de boeken staan de namen van koningen.
Hebben de koningen de rotsblokken aangesleept?
En het meermaals verwoeste Babylon
Wie heefd het zoveel keren opgebouwd? In welke huizen
Van het goudglanzige Lima woonden de bouwvakkers?
Waarheen gingen op de avond toen de Chinese muur af was
De metselaars? Het grote Rome
Staat vol triomfbogen. Wie richtte ze op? Over wie
Triomfeerden De Caesars? Had het veel bezongen Byzantium
Alleen paleizen voor zijn inwoners? Zelfs in het legendarische Atlantis
Schreeuwden in de nacht toen de zee het opslokte
De verzuipenden om hun slaven.

De jonge Alexander veroverde Indië.
Alleen hij?
Caesar versloeg de Galliërs.
Had hij niet op zijn minst een kok mee?
Philips van Spanje weende, toen zijn vloot
Was vergaan. Weende anders niemand?
Frederik de Tweede zegevierde in de zevenjarige oorlog. Wie
Zegevierde buiten hem?

Elke bladzijde een zege.
Wie kookte het zegemaal?
Om de tien jaar een groot man.
Wie betaalde de kosten?

Zoveel verhalen.
Zoveel vragen

 

 

Vertaald door Geert van Istendael

 

2693083-3340c13c75aa3ac1a16d2a3afba11d60.jpg
Bertolt Brecht (10 februari 1898 – 14 augustus 1956)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e februari ook mijn blog van 10 februari 2022 en ook mijn blog van 10 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Kees Verheul, Elizabeth Bishop

De Nederlandse schrijver, vertaler, slavist en essayist Kees Verheul werd geboren in Hengelo op 9 februari 1940. Zie ook alle tags voor Kees Verheul op dit blog.

Uit: Bevrijde jeugd

“Hoe betrouwbaar is het geheugen? Nog een jaar of tien geleden meende ik duidelijk te weten wat mijn vroegste herinnering was. Negentiendrie-, misschien zelfs tweeënveertig. Onze voorkamer in een hard, glansloos ochtendlicht. Kennelijk zondag want mijn vader is thuis. Ik troon op een wollig kussen – het dure, vol dieprood en zwarte patronen, dat mijn vader eens toen ik nog niet bestond met een prijsvraag gewonnen heeft. Aan weerskanten van mij de leunstoelen van mijn ouders. Hun schoenen. Daarboven hun benen, hun knieën. Hun hoofden schemeren haast onbereikbaar hoog en ver. Ze luisteren roerloos. Uit de radio achter mij – niet de latere van de ptt maar de vooroorlogse, met gloeilampen, die op ons mooiste kastje staat – buldert een stem. Mijn vader houdt zijn gezicht in die richting. Mijn moeder tuurt door het raam naarbuiten. Maar ook al verraadt hun lichaam geen reactie op het getier dat onze hele kamer vult, ik voel het ontbreken van de normale veiligheid van het bij elkaar zitten. Alsof mijn vader en moeder ergens diep achter hun kleren zijn weggevlucht, onvindbaar voor die stem, en ik opeens alleen zit tussen twee poppen. Het was Hitler. Een van zijn oorlogstoespraken.
Aan de authentieke kern van het bovenstaande twijfel ik nog steeds niet, daarvoor zijn de indrukken en mijn emotie van gemis te sterk. Maar dat dit het allereerste zou zijn dat ik me herinner? Alsof ik niet willekeurig twee, drie andere prehistorische beelden naar boven zou kunnen halen – scènes uit het overgangsgebied tussen pure zinnelijkheid en beginnend realiteitsbesef van voor je vierde. Deze warme zomermiddag bijvoorbeeld. Mijn broer loopt in een badpak over het terrasje achter ons huis. Af en toe komt hij in mijn gezichtsveld. Achter mij hoor ik door het open raam mijn moeders gescharrel in de keuken. In mijn zinken teiltje vol water, eveneens op het terras, heb ik geen aandacht voor hem of haar, wel een onbestemd besef dat ik mij door hun aanwezigheid geen zorgen hoef te maken om de buitenwereld. Dus concentreer ik me vrij op het zwaantje van celluloid dat ik tussen mijn vingers klem en dat mij steeds ongelukkiger maakt en steeds kwader. Waarom schiet het hooghartige ding telkens naar de oppervlakte, met telkens datzelfde triomfantelijke sprongetje boven water, wanneer ik het op de bodem loslaat?”

 

2692824-cb2568dc4da0038863faa2b7646f9558.jpg

Kees Verheul (9 februari 1940 – 16 maart 2024)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Elizabeth Bishop werd geboren op 8 februari 1911 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Elizabeth Bishop op dit blog.

 

 

In de wachtkamer

In Worcester, Massachusetts,
kwam ik samen met Tante Consuelo
haar tandartsafspraak na
en zat op haar te wachten
in de wachtkamer van de tandarts.
Het was winter. Het werd vroeg
donker. De wachtkamer zat
vol grote mensen,
overschoenen en jassen,
lampen en tijdschriften.
Een poos die lang leek te duren
bleef mijn tante daarbinnen
en terwijl ik wachtte
las ik de National Geographic
(ik kon lezen) en bestudeerde
zorgvuldig de foto’s:
het binnenste van een vulkaan,
zwart en vol as; en
dan stroomde hij over
in beekjes van vuur.
Osa en Martin Johnson
gekleed in rijbroek,
rijglaarzen en met tropenhelmen op.
Een dode man die aan een paal hing
-‘Long Pig’ zei het onderschrift.
Babies met puntige hoofden
van top tot teen omwikkeld met touw;
zwarte, naakte vrouwen met halzen
helemaal omwikkeld met draad
als de glazen staafjes van gloeilampen.
Hun borsten waren afschuwelijk.
Ik las het helemaal door.
Ik was te schuw om te stoppen.

En toen keek ik naar de omslag:
de gele randen, de datum.

Plotseling, daarbinnen,
klonk een oh! van pijn
– Tante Consuelo’s stem –
niet erg luid of erg lang.
Ik was totaal niet verbaasd;
zelfs toen wist ik dat zij
een vrouw was, dwaas en verlegen.
Ik had van mijn stuk kunnen raken
maar raakte dat niet. Wat mij volstrekt
overviel was
dat ik het was:
mijn stem, in mijn mond.
Zonder ook maar te denken
was ik mijn dwaze tante,
ik – wij – vielen, vielen,
onze ogen star gericht op de omslag
van de National Geographic,
februari, 1918.

……..

Ik zei tot mezelf: nog drie dagen
en je bent zeven jaar oud.
Ik zei het om het gevoel te stoppen,
van de ronde, draaiende wereld
in koude, blauwzwarte ruimte te vallen.
Maar ik voelde: je bent een Ik,
je bent een Elizabeth,
je bent een van hen.
Waarom moet jij er ook een zijn
Ik durfde nauwelijks te kijken
om te zien wat ik dan wel was.
Ik wierp een blik opzij
– ik kon niet hoger kijken –
naar schimmige grijze knieën,
broeken, rokken, laarzen
en de verschillende paren handen
die onder de lampen lagen.
Ik wist dat er nooit
iets vreemders was gebeurd, dat niets
vreemders ooit gebeuren kon.
Waarom zou ik mijn tante zijn,
of mezelf of willekeurig wie?
Welke overeenkomsten –
laarzen, handen, de familiestem
die ik voelde in mijn keel, of zelfs

de National Geographic
en die vreselijke hangborsten –
hielden ons allen tezamen
of maakten ons allen tot één?
Wat – ik wist er geen
woord voor – wat ‘onwaarschijnlijk’…
Hoe kwam het dat ik hier was,
zoals zij, en een kreet van pijn hoorde
die luider en erger had kunnen worden
maar dat niet geworden was?

De wachtkamer was licht
en te heet. Zij schoof onder
een grote zwarte golf,
en nog een en nog een.

Toen was ik erin terug.
Het was oorlog. Buiten,
in Worcester, Massachusetts,
heerste nacht en moddersneeuw en kou
en nog steeds was het de vijfde
februari, 1918.

 

 

Vertaald door J. Bernlef

 

2692824-6f7f3a0b33c627c188c493f2554de6a7.png

Elizabeth Bishop (8 februari 1911 – 6 oktober 1979)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e februari ook mijn blog van 9 februari 2022 en ook mijn blog van 9 februari 2019 en mijn blog van 9 februari 2017 en ook alle drie blogs van 9 februari 2014.



Geschreven door Romenu om 16:30 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten