Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 18 april 2026 tot 19 april 2026

Marjoleine de Vos, Manuel Bandeira

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marjoleine de Vos werd geboren in Oosterbeek op 19 april 1957. Zie ook alle tags voor Marjoleine de Vos op dit blog.

 

 

Schoksgewijs

Zoals je haar vandaag ineens te lang is
de iep op deze ochtend lentegroen

Aan alles is een grens die steeds genaderd
langzaam, zeggen we, geleidelijk
maar op een dag er overheen

Toont de wereld zich geheel veranderd
bloeit de prunus
bladdert verf
je moeder oud en
in de sloot weer eendjes – ‘toch nog onverwacht’

Elke dag staat alles op het punt maar blijft
nog even heel lang voor altijd

Je volgt de weg tot je hem kwijt
hij ligt nu eensklaps elders
en jij verdwaald, geeft niet zeg je,
gewoon opnieuw

Zo schoksgewijs. Noem het de levensreis.

 

 

Waartoe is de mens op aarde

Ik at een boterbloem met dooie kip
dat was geluk een beek van wijn
dronk ik erbij en ook nog knappersla
verlucht met zoute vis en stralend ei.

Is ongeluk dan vieze saus of sliertjesdeeg
waar plastic smeltend draad in trekt
andijviesnot en grijs gehakt, het lauwe bier
de zak vol meelpatat in smerig ossenvet?

Hoe heilig is die rosse goudglans jou
van spattend visfrituur, garnaalkroket
het juiste uur voor camembert en peer
de geur van drank de klank van mossel in de pan?

Wou jij niet inkeer zijn, de wijn
bewaard voor mis en bloed wou jij niet
vasten, zelden zoet maar bitter in de mond
het hart gezond en steeds de geest getrouw?

Moet ik beseffen dus de duivel in de boerenkaas
verleidt de haas mijn heilige in haar woestijn
zou ik veel liever mysticus met kalme blik
een mager mens met niets tevreden kunnen zijn.

Oh lieve room oh trouwe soep oh dom geluk
van groot gebraad – ik ben onthecht
van elke wens bij witte wijn en ene mens
met mul aan zee, zo fijn gevuld, voorgoed getwee.

 

 

Mevrouw Despina bezoekt Hefaistos

De man in het café weet hoe het moet:
daar waar de bus stopt links, er staat een bord
er is een trap, je daalt, kopella mou, je daalt.
Steeds dieper langs de bergwand, gure wind
en losse rots die laffe knieën knikken doet
wankelt haar voet en stoot zich naar benee
waar zwijgend haar de aarde wacht.
Het doel is wel te zien maar niet te grijp
een wond van ongenezen grond te rauw
om toe te dekken, stinkende kristallen
in ziekelijk geel en stromen vers geronnen zwart.
De god niet thuis – wie kan er wonen
in dit eerlijk hart van wat ons voortbracht,
hoe kan hij smeden uit dit sissend steen
het mooiste zilverwerk en sierlijk goud
hoe kan dit werkplaats zijn voor kunst, dit
zo angstaanjagend echt, zo gruwelijk jong en veel te oud.

 

 

2701659-b911fb9bcaaec36cd72c1540cca27623.jpg
Marjoleine de Vos (Oosterbeek, 19 april 1957)

 

 

De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook alle tags voor Manuel Bandeira op dit blog.

 

Ik ga naar Pasárgada

Ik ga naar Pasárgada
Daar is de koning mijn vriend
Daar ligt de vrouw die mij gerieft
In het bed dat mij belieft
Ik ga naar Pasárgada

Ik ga naar Pasárgada
Hier ben ik niet gelukkig
Daar is het leven avontuur
En wel zo inconsequent
Dat Johanna de Waanzinnige van Spanje
Koningin en zogenaamd dement
Familie is van de schoondochter
Die ik nooit heb gekend.

En wát zal ik aan gymnastiek doen
Wát zal ik uit fietsen gaan
Op ongetemde ezels rijden
In kokanjemasten klimmen
Wát zal ik zwemmen in zee!
En als ik moe word ga ik liggen
Aan de kant van de rivier
Ik laat de watermoeder komen
Om mij de verhalen te vertellen
Die toen ik nog kleine jongen was
Rosa mij vertellen kwam
Ik ga naar Pasárgada

In Pasárgada heb je van alles
’t Is een ander soort beschaving
Er is daar een feilloze methode
Ter voorkoming van bevruchting
De telefoon werkt automatisch
Er zijn alkaloïden naar believen
Er zijn mooie prostituees
Waar je mee vrijen kunt

En als ik eens wat droever ben
Zo droevig dat het niet te harden is
Wanneer mij ’s nachts de lust bekruipt
Mijzelf van kant te maken
– Daar is de koning mijn vriend –
Dan ligt de vrouw die mij gerieft
Daar in het bed dat mij belieft
Ik ga naar Pasárgada.

 

 

Vertaald door August Willemsen

 

 

2701659-eea15245ed1971b6aefab37fefb6f542.png
Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e april ook mijn blog van 19 april 2022 en ook mijn blog van 19 april 2020 en eveneens mijn blog van 19 april 2019 en ook mijn blog van 19 april 2018 en ook mijn blog van 19 april 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:34 Reageer op dit bericht

Roos van Rijswijk, Hanane Aad, Bonnie Garmus

De Nederlandse schrijfster Roos van Rijswijk werd geboren in Amsterdam op 18 april 1985. Zie ook alle tags voor Roos van Rijswijk op dit blog.

Uit: Spookaantekeningen

“Een lijf is wat het spook in Seoul vrij recent verlaten moest hebben. De kunstenaar die het verhaal vertelde werd bij de herinnering aan het incident haast onpasselijk. Hij had bij zijn zieke vader zitten waken in een ziekenhuis. Het was, zo vertelde hij, een ziekenhuis dat rond een binnenplaats cirkelde. Er waren geen rechte hoeken in de gangen. Hongerig besloot de kunstenaar op zoek te gaan naar een snackautomaat. Hij belandde op een leegstaande verdieping van het ziekenhuis. Een tijd liep hij, nog altijd op zoek naar een automaat, achter een man aan die zijn infuuspaal met zich meerolde. Hij gaf een beetje licht, leek tegelijkertijd doorschijnend te zijn. Het lukte de kunstenaar niet hem in te halen, hoe hard hij ook rende. Uiteindelijk vluchtte hij.
‘Waar denk je dat die man naar onderweg was?’ vroeg ik.
‘Ik wil er niet meer aan denken,’ zei de kunstenaar.
Naar rust, dacht ik, naar een uitgang, naar iemand die bij hem had moeten zitten waken misschien.
Het was eenzaam om ziek te zijn in die grote woning, het lichte pand met de wenteltrap die ik op sommige dagen nauwelijks op kwam. Tot overmaat van ramp maakte een hittegolf mijn zware schil nog zwaarder. In diepe ontkenning slenterde ik halsstarrig rond de Sint-Pietersberg.
Waarom zou er in 1972 een geest in de kamer van mijn vader zijn verschenen?
‘Hij zat alleen maar,’ vertelde mijn vader me aan de telefoon, ‘hij zat op een stoel heel strak naar me te kijken. Een man, maar geen gewone man, geen écht mens.’
‘En toen?’ Ik luisterde naar de stem van mijn vader terwijl ik op de vloer van mijn atelier lag.
‘Ik heb me onder mijn deken verstopt.’
Waarom verscheen ikzelf nog? Buiten mijn bed, bedoel ik, buiten mijn deur, buiten in de stad en buiten op de bospaden? Ik denk omdat het verlangen me niet losliet. Het verlangen gezond te zijn, net als anderen mezelf niet voort te hoeven slepen maar met lichte tred een zebra over te steken. Ik herinner me dat ik soms zomaar ergens ging zitten en naar mensen keek. Vooral naar mannen die er sterk uitzagen. Niet uit verlangen naar die mannen, maar uit de wens hun lichaam over te nemen. Moeiteloos een tas over je schouder slaan, een kind optillen, iemand met kracht op z’n schouders slaan.”

 

 

2701539-a1c2f54959ff37a5aefdde2fa4c83f0c.jpg
Roos van Rijswijk (Amsterdam, 18 april 1985)

 

 

De Libanese dichteres, journaliste en vertaalster Hanane Aad werd geboren op 18 april 1965 in Beiroet. Zie ook alle tags voor Hanane Aad op dit blog.

 

 

De omloopbanen van de ziel

In de omloopbanen van de ziel
cirkelt mijn ware ster.
Daar dwaal ik bij zonsopgang,
daar parkeer ik mijn vermoeide caravan.
Mijn mysterieuze en trouwe ster
wacht altijd op mij
bij de wendingen van de tijd
op de hellingen van de storm.
Mijn ware ster
cirkelt in de omloopbanen van de ziel,
in haar aanwezigheid kniel ik neer,
ik fluister,
lees het loflied van de essentie,
duik in de entiteit,
het hart van opperste tederheid,
omarm de illusies van vrijheid,
was ze met mijn zachte tranen tot ze zuiver glanzen,
mogen ze me redden,
mogen ze me verheffen
in het schijnwerperlicht van de zekerheid.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2701539-cba77cfcf93ef50010ba5c727d32ba90.jpg
Hanane Aad (Beiroet, 18 april 1965)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Bonnie Jean Garmus werd geboren op18 april 1957 in Riverside, Californië. Zie ook alle tags voor Bonnie Garmus op dit blog.

Uit: Lessons in Chemistry

“Back in 1961, when women wore shirtwaist dresses and joined garden clubs and drove legions of children around in seatbelt-less cars without giving it a second thought; back before anyone knew there’d even be a sixties movement, much less one that its participants would spend the next sixty years chronicling; back when the big wars were over and the secret wars had just begun and people were starting to think fresh and believe everything was possible, the thirty-year-old mother of Madeline Zott rose before dawn every morning and felt certain of just one thing: her life was over.
Despite that certainty, she made her way to the lab to pack her daughter’s lunch.
Fuel for learning, Elizabeth Zott wrote on a small slip of paper before tucking it into her daughter’s lunchbox. Then she paused, her pencil in mid-air, as if reconsidering. Play sports at recess but do not automatically let the boys win, she wrote on another slip. Then she paused again, tapping her pencil against the table. It is not your imagination, she wrote on a third. Most people are awful. She placed the last two on top.
Most young children can’t read, and if they can, it’s mostly words like ‘dog’ and ‘go.’ But Madeline had been reading since age three and, now, at age five, was already through most of Dickens.
Madeline was that kind of child—the kind who could hum a Bach concerto, but couldn’t tie her own shoes; who could explain the earth’s rotation, but stumbled at tic-tac-toe. And that was the problem. Because while musical prodigies are always celebrated, early readers aren’t. And that’s because early readers are only good at something others will eventually be good at, too. So being first isn’t special—it’s just annoying.”

 

 

2701539-33bbe312d703575ac78b61ed0854219f.jpg
Bonnie Garmus  (Riverside, 18 april 1957)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e april ook mijn blog van 18 april 2021 en ook mijn blog van 18 april 2020 en eveneens mijn blog van 18 april 2019 en ook mijn blog van 18 april 2017 en ook mijn blog van 18 april 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 11:48 Reageer op dit bericht

Alfred Hayes

De Engelse dichter en schrijver Alfred Hayes werd geboren op 18 april 1911 in Londen. Hayes schreef scenario’s voor film en televisie, romans en poëzie. Hij woonde in Italië en de Verenigde Staten. Hij is vooral bekend om zijn gedicht “Joe Hill” (“Ik droomde dat ik Joe Hill vannacht zag…”), dat op muziek werd gezet door Earl Robinson. Hayes studeerde af aan het City College of New York (nu onderdeel van de City University of New York), werkte kort als journalist en begon zijn literaire carrière in de jaren 30. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende hij in Europa bij de Special Services van het Amerikaanse leger (de “Moral Division”). Daarna woonde hij in Rome en schreef scenario’s voor Italiaanse neorealistische films. Hij werd genomineerd voor een Academy Award als co-scenarist van Roberto Rossellini’s film Paisà (1946). Hij ontving nog een Oscarnominatie in 1951 voor Teresa. Hayes bewerkte zijn roman The Girl on the Via Flaminia ook tot een toneelstuk; het werd in 1953 verfilmd onder de titel Un acte d’amour (Een liefdesdaad). Hij was, zonder vermelding op de aftiteling, co-scenarist van Vittorio de Sica’s neorealistische film Bicycle Thieves (1948), waarvoor hij ook de Engelse ondertitels schreef. Zijn scenario’s in de VS omvatten The Lusty Men (1952, geregisseerd door Nicholas Ray) en de verfilming van de musical Lost in the Stars van Maxwell Anderson en Kurt Weill (1974). Hayes schreef ook televisiescripts voor de Amerikaanse series Alfred Hitchcock Presents, The Twilight Zone en Mannix. Tientallen jaren na Hayes’ dood in augustus 1985 kregen drie van zijn romans, “In Love” (1953), “My Face for the World to See” (1958) en “The End of Me” (1968), nieuwe edities onder de Classics-uitgave van The New York Review of Books. “In Love” en “My Face for the World to See” werden opnieuw uitgebracht in juli 2013 en “The End of Me” in juni 2020.

 

LIGHT AND LOVE

Front not the sun; or dazzled by his whiteness
Earth’s face will seem expressionless and dim,
Features confused and beauty drowned in brightness;
But turn from him,
And thou wilt find familiar scenes and homely
Transfigured with a tender atmosphere;
Scan not the source of all that makes earth comely;
Enough that light is here.

Question not love; or pondering love’s essence
The wonder of his glory will confound
Those fair effects that issue from his presence;
But look around,
And thou wilt find the narrowest prospect spacious,
And dark perplexities serenely clear;
Scan not the source of all that makes life gracious;
Enough that love is here.

 

 

THE CHAPEL

To the chapel, these weeping women, this sad Sunday come I
To see his last; where boxed in, all quilted down,
Plugged and powdered, here he is. Sorry for Sol, are you?
Well, he’s dead, he’s quit of it,
He’s had his;
You’re the horse now, life on you,
Your mouth cut by the bridle and bit of it.
I’m here, dry eyed; here’s his shrunken mother, his best girl,
His too-old younger brother;
Flowers from the flower givers, speeches from the speech makers,
Who make a moral, a sermon out of it,
And I to make a verse.
Of this poor eaten up, and chewed flesh, what’s there to say?
I feel on my head the dub that clubbed him; I feel
His diseases up in me; I grimace on his deathbed; what dizzied him makes me reel;
I drown in his sea.
O we are all in his wagon dull-riding to the graveyard,
We’re all in his hearse,
Leaving what he left: item, one starved mother; item, one best girl;
Item, this poor verse.

 

2703365-d3173e07d6b19b4225061491751cbe5e.png
Alfred Hayes (18 april 1911 – 14 augustus 1985)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten