Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Alfred Hayes

De Engelse dichter en schrijver Alfred Hayes werd geboren op 18 april 1911 in Londen. Hayes schreef scenario’s voor film en televisie, romans en poëzie. Hij woonde in Italië en de Verenigde Staten. Hij is vooral bekend om zijn gedicht “Joe Hill” (“Ik droomde dat ik Joe Hill vannacht zag…”), dat op muziek werd gezet door Earl Robinson. Hayes studeerde af aan het City College of New York (nu onderdeel van de City University of New York), werkte kort als journalist en begon zijn literaire carrière in de jaren 30. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende hij in Europa bij de Special Services van het Amerikaanse leger (de “Moral Division”). Daarna woonde hij in Rome en schreef scenario’s voor Italiaanse neorealistische films. Hij werd genomineerd voor een Academy Award als co-scenarist van Roberto Rossellini’s film Paisà (1946). Hij ontving nog een Oscarnominatie in 1951 voor Teresa. Hayes bewerkte zijn roman The Girl on the Via Flaminia ook tot een toneelstuk; het werd in 1953 verfilmd onder de titel Un acte d’amour (Een liefdesdaad). Hij was, zonder vermelding op de aftiteling, co-scenarist van Vittorio de Sica’s neorealistische film Bicycle Thieves (1948), waarvoor hij ook de Engelse ondertitels schreef. Zijn scenario’s in de VS omvatten The Lusty Men (1952, geregisseerd door Nicholas Ray) en de verfilming van de musical Lost in the Stars van Maxwell Anderson en Kurt Weill (1974). Hayes schreef ook televisiescripts voor de Amerikaanse series Alfred Hitchcock Presents, The Twilight Zone en Mannix. Tientallen jaren na Hayes’ dood in augustus 1985 kregen drie van zijn romans, “In Love” (1953), “My Face for the World to See” (1958) en “The End of Me” (1968), nieuwe edities onder de Classics-uitgave van The New York Review of Books. “In Love” en “My Face for the World to See” werden opnieuw uitgebracht in juli 2013 en “The End of Me” in juni 2020.

 

LIGHT AND LOVE

Front not the sun; or dazzled by his whiteness
Earth’s face will seem expressionless and dim,
Features confused and beauty drowned in brightness;
But turn from him,
And thou wilt find familiar scenes and homely
Transfigured with a tender atmosphere;
Scan not the source of all that makes earth comely;
Enough that light is here.

Question not love; or pondering love’s essence
The wonder of his glory will confound
Those fair effects that issue from his presence;
But look around,
And thou wilt find the narrowest prospect spacious,
And dark perplexities serenely clear;
Scan not the source of all that makes life gracious;
Enough that love is here.

 

 

THE CHAPEL

To the chapel, these weeping women, this sad Sunday come I
To see his last; where boxed in, all quilted down,
Plugged and powdered, here he is. Sorry for Sol, are you?
Well, he’s dead, he’s quit of it,
He’s had his;
You’re the horse now, life on you,
Your mouth cut by the bridle and bit of it.
I’m here, dry eyed; here’s his shrunken mother, his best girl,
His too-old younger brother;
Flowers from the flower givers, speeches from the speech makers,
Who make a moral, a sermon out of it,
And I to make a verse.
Of this poor eaten up, and chewed flesh, what’s there to say?
I feel on my head the dub that clubbed him; I feel
His diseases up in me; I grimace on his deathbed; what dizzied him makes me reel;
I drown in his sea.
O we are all in his wagon dull-riding to the graveyard,
We’re all in his hearse,
Leaving what he left: item, one starved mother; item, one best girl;
Item, this poor verse.

 

2703365-d3173e07d6b19b4225061491751cbe5e.png
Alfred Hayes (18 april 1911 – 14 augustus 1985)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Vincent Corjanus, Sarah Kirsch

De Nederlandse dichter Vincent Daniel Corjanus werd geboren op 17 april 1995 in Zwolle. Zie ook alle tags voor Vincent Corjanus op dit blog.

 

 

Bercy

Ik verkoop geen angst,
voor wanneer de ramen
boze ogen dragen
Vooral de lucht spreekt mij
vreemde woorden tegen
Het gevoel van een terneergeslagen lijster
die maar zingt en zingt
Een ballade over het gemis
van jouw stem in de stegen,
metrotunnels
en straten van deze verlopen stad
God, wat verlang ik naar de lente
van vervlogen dagen vergeten

De slagboom wuift de laatste interactie uit
Niet te laat
een gedicht voor het raam gehouden
Alleen jij die mijn liefde lezen mag

 

 

Waar eens een huis stond

Waar eens een huis stond
schreeuwt de onmacht
om vergiffenis
Kraters gevuld
met bloed van …
Wegwuiven
met een witte vlag
uit het riool opgedoken

Waar eens een huis stond
zwijgen ze in dezelfde taal
verboden
Zonder wapens
de ander aanvaarden
Schoppen, schieten we vol

Vanuit ons comfort
Een thuis, heel
Waar nachtlampjes doven
met een ‘’tot morgen’’
De beelden vervagen,
verlagen ons morele niveau
Zie ze wijzen
vanaf de plek
waar eens een huis stond

 

 

Zacht | Zacht

Jij bent zachter
dan het woord zacht
Gevangen in een wolk
van zoete dromerij
Net
niet
echt
Tot je ogen lachen
Een woord verloren
Zachter dan zacht

 

 

2701465-d156d710924e79bcbf6634270f587512.jpg
Vincent Corjanus (Zwolle, 17 april 1995)

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

 

Uitstapje

O vogel, vreemde smient, verdwaald in de fonteinvijver, zeg niet
Dat ik het niet kan:
’s Nachts kruip ik in de nylon jas, betaal
De helpers van tevoren met knopen, en vlieg gewoon weg
Niet erger dan jij, grijsgevederde
De sterren, poriën in mijn vleugels
Dansen rond het kleine maantje in mijn zak
De wind in mijn mouwen tilt me op in overmatig schoorsteenroet
Ik zweef boven het land, zie niets door mist en rook
Ik word meegesleurd over de rivier, de rechtopstaande bomen, de dagbouw
Hier laat ik rammelende reserveonderdelen vallen – zomaar, ze
Ze hebben ze altijd nodig, jij, vogel, fluit niet, ik zing, dat draagt me
Zwart van het werk van het vliegen tot in de voorsteden
Door het raam val ik in witte dekens
Kussens gevuld met eendendons (pas op, vreemde vogel)
En mijn vriend, de smid uit het rookcomplex
Geeft me een geurig stuk zeep

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2701465-d6079a3e09f9ad6815aa151167e29ec4.jpg
Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor de schrijvers van de 17e april ook mijn blog van 17 april 2021 en ook  mijn blog van 17 april 2020 en eveneens mijn blog van 17 april 2019 en ook mijn blog van 17 april 2017 deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:09 Reageer op dit bericht

Thomas Olde Heuvelt, Sarah Kirsch

De Nederlandse schrijver Thomas Baudelet Olde Heuvelt werd geboren in Nijmegen op 16 april 1983. Zie ook alle tags voor Thomas Olde Heuvelt op dit blog.

Uit: Het laatste verhaal van Jamie Gunn

“Laat me je een verhaal vertellen… over een BookTok die viral ging. Je ziet een meisje. Jaar of zestien. Typische Amerikaanse gen Z’er, pride-armbandje, niets vreemds. Op school zou je haar naam niet onthouden, maar social media geeft haar een identiteit: @booksbyjessicat. Ze heeft een kamer vol boeken. En een kat, die we Bilbo noemen. Nummer 2 in het abc van elke BookTok-kat: Aslan, Bilbo, Cheshire. Aan die kat zie je als eerst dat er iets mis is. Met grote bange ogen probeert Bilbo bij haar weg te komen. Kansloos, want ze klampt zich aan hem vast alsof hij haar hulpkat is. Misschien heeft ze een angststoornis. Past in het plaatje. Als het zo is, dan heeft Bilbo daar lak aan. Zie je hoe haar hand trilt? Hoe haar ogen naar alle hoeken van de kamer schieten? Ze ziet eruit alsof ze in geen dagen heeft geslapen. In haar rechterhand houdt ze een hardcover van Jamie Gunn, getiteld She. Sinds ze het boek uit heeft, zegt ze, dat fucking boek, wordt ze achtervolgd door de vrouw op de cover. Het BookTok-meisje komt bijna niet uit haar woorden, maar dát versta je luid en duidelijk. Ze weet ook wel hoe idioot het klinkt, maar die vrouw is overal. Op straat. In haar hoofd. In het donker. Goed, een boekpromo dus, denk je. Clever. She is tenslotte een horrorroman. De vrouw wil haar een verhaal vertellen, zegt ze. Maar @books-byjessicat wil niet luisteren, want als ze het einde hoort, zal ze sterven. Heb je Jamie Gunn gelezen, dan weet je dat dat zo ongeveer de plot is van dat boek. Op de achterflap staat de waarschuwing gedrukt: #dontreadthelastpage. Daar heeft het BookTok-meisje duidelijk niet naar geluisterd. Want nu gebeurt het écht met haar. Alsof het verhaal haar heeft vervloekt. `Help me; smeekt ze recht in de camera, en nu stromen de tranen over haar wangen. ‘Iemand. Alsjeblieft: Dan overvalt het je: dit is geen boekpromo. Het meisje is echt niet oké. Psychisch. Je wilt iets voor haar doen, want ze heeft hulp nodig. Tegelijkertijd voel je die geconditioneerde afstandelijkheid die je nou eenmaal voelt bij andermans leed online. Je kunt moeilijk door je telefoon heen reiken. Bilbo probeert zich nog eens aan haar greep te ontworstelen. Als katten een zesde zintuig hebben, dan slaat dat op dit moment uit in het rood. Soms kruipt de vrouw over het plafond, zegt het BookTok-meis-je. Haar armen bewegen verkeerd, alsof ze geen botten heeft. Ogen heeft ze ook niet, tenminste, niet die je kunt zien. Je ziet alleen een mond. Die probeert ze steeds heel dicht bij haar oor te brengen. Dan gebeurt het. Het BookTok-meisje draait zich om, kijkt de lege kamer in en gilt. Hoe vaak je die TikTok ook bekijkt, van die gil gaan je haren steeds weer overeind staan. Je hoort pure doodsangst.”

 

2701338-a4bb109a4869183cd2117004a14b95fd.jpg
Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 16 april 1983)

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Noordelijke juni

De nachten hebben hun
Kenmerken verloren:
Witte treden, de
Horizonten met
Roestbruine doeken.

Wie hier omhoog springt,
Kan gelukkig worden.
Driemaal roep ik je, maar
Je bent niet
Op aarde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2701338-b190c9d7d5fdfe114832ddd4a8daf8a4.png
Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn blog van 16 april 2020 en eveneens mijn blog van 16 april 2019 en ook mijn blog van 16 april 2017 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Tomas Tranströmer, Wilhelm Busch

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook alle tags voor Tomas Tranströmer op dit blog.

 

MIDWINTER

Een blauw schijnsel
stroomt mijn kleren uit.
Midwinter.
Tinkelende tamboerijnen van ijs.
Ik sluit mijn ogen.
Er bestaat een geluidloze wereld
er bestaat een kier
waardoor doden
de grens over worden gesmokkeld.

 

 

AFGELEGEN ZWEEDSE HUIZEN

Een wirwar van zwarte sparren
en dampende manestralen.
Verzonken ligt hier de kleine boerderij
schijnbaar zonder leven.

Tot de ochtenddauw murmelt
en een oude man
– met trillende hand –
het raam opent en een oehoe naar buiten laat.

En in een andere windstreek staat het
nieuwe huis te stomen
met de wasgoedvlinder
fladderend aan de hoek

midden in een stervend bos
waar de vermolming door een
bril van boomsap de protocollen
van de schorskevers leest.

Zomer met vlasblonde regen
of één enkele donderwolk
boven een blaffende hond.
Het zaad trappelt in de aarde.

Opgewonden stemmen, gezichten
vliegen in de telefoondraden
op misvormde snelle vleugels
over de moeraslandmijlen.

Het huis op een eilandje in de rivier
broedend op zijn stenen fundament.
Niet aflatende rook – men verbrandt er
de geheime papieren van het bos.

De regen draait in de hemel.
Het licht kronkelt in de rivier.
Huizen op de steile helling bewaken
de witte ossen van de waterval.

Herfst met een bende spreeuwen
die de ochtendstond controleert.
De mensen bewegen stijf over
het toneel van het lamplicht.

Laat hen vreesloos voelen
de gecamoufleerde vleugels
en Gods energie
opgerold in het donker.

 

 

Madrigaal

Ik erfde een donker bos waarheen ik zelden ga. Maar er komt een dag
dat de doden en levenden van plaats verwisselen. Dan zet het bos zich in
beweging. Wij zijn niet zonder hoop. De zwaarste misdaden blijven
onopgehelderd ondanks het inzetten van veel politie. Op dezelfde wijze
bestaat er ergens in ons leven een grote onopgehelderde liefde. Ik erfde
een donker bos maar vandaag loop ik het andere bos in, het lichte. Al het
levende dat zingt, slingert, wuift en kruipt! Het is lente en de lucht is heel
scherp. Ik ben afgestudeerd aan de universiteit van het vergeten met even
lege handen als het overhemd aan de waslijn.

 

Vertaald door J. Bernlef

 

2701206-6ebdb708eeb7d461127568f861c9ac0e.png
Tomas Tranströmer (15 april 1931 – 26 maart 2015)

 

 

De Duitse dichter en tekenaar Wilhelm Busch werd geboren in Wiedensahl op 15 april 1832. Zie ook alle tags voor Wilhelm Busch op dit blog.

Uit: Max en Maurits. Een jongenshistorie in zeven streken

Eerste streek

Heel veel mensen hebben ’t druk
met hun kippen: tuk, tuk, tuk!
Daar is wel wat voor te zeggen,
wijl die vogels eieren leggen.
Verder: wijl men nu en dan
kippeboutjes eten kan.
En ten derde vult men met
kippeveeren ook het bed;
want men slaapt niet graag op stro:
’t is zoo hard, en steekt ook zoo.

Juffrouw Bolte, ’t brave mens,
koesterde ook dien hartenwens.
Zie haar kipjes daar eens staan,
met hun brave, trouwen haan. –
Max en Maurits dachten toen:
‘Kunnen wij geen kwaad hier doen?’
En jawel, wat doen de gasten?
Snufflen gaan ze in moeders kasten,
snijden vlug vier reepjes brood,
ieder als je pink zoo groot,
binden die, bij moeder thuis,
aan twee draadjes overkruis,
en dan leggen ze die gauw
op het erf der goede vrouw.

Pas heeft dit de haan ontdekt,
of daar klinkt zijn langgerekt
‘Kukeleku! Kukeleku!
Kipjes, hier is wat voor u!’
Zonder eerst zich te bezinnen,
slokt een elk het brood naar binnen.
Maar wat moeten ze ontdekken?
Hoe ze rukken, hoe ze trekken,
niemand kan er heen of weer;
en hun keel doet vreeslijk zeer.
Angstig fladderen ze omhoog,
met den doodsangst in het oog.
Tot ze eindelijk aan een lange
dorren boomtak blijven hangen. –
Zie, hun hals wordt lang en langer,
hun gekakel bang en banger.
Elk legt in die hoge nood
nog een ei,… en gaat dan dood.

Juffrouw Bolte, in ’t ledikant,
denkt: ‘Wie schreeuwt daar moord en brand?’
Ach, wat moet ze nu ontwaren!
Schier te berge staan haar haren.
‘Ach, stroomt uit mijn oog, gij tranen!
Wie had ooit dit kunnen wanen?
Ach, mijns levens schoonste droom
hangt aan deze appelboom!’
Sidderend en droef te moe,
ijlt ze naar de doden toe,
neemt haar mes, na kort beraad,
en doorsnijdt de dunne draad.
En met roodbekreten oogen
is ze huiswaarts weer getogen.
’t Eerste schelmstuk is gedaan.
Maar nu komt het tweede aan.

 

Vertaald door Thomas van Buul

 

2701206-27882dcc155993e0b990959205bc7735.jpg
Wilhelm Busch (15 april 1832 – 9 januari 1908)
Wilhelm Busch. Zelfportret met gevederde hoed en palet, 1866

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e april ook mijn blog van 15 april 2020 en eveneens mijn blog van 15 april 2019 en ook mijn blog van 15 april 2018 deel 3.



Geschreven door Romenu om 17:37 Reageer op dit bericht

Charles Lewinsky, Seamus Heaney

De Zwitserse schrijver en draaiboekauteur Charles Lewinsky werd geboren op 14 april 1946 in Zürich. Zie ook alle tags voor Charles Lewinsky op dit blog.

Uit: Der Halbbart

„Wie der Halbbart zu uns gekommen ist, weiß keiner zu sagen, von einem Tag auf den anderen war er einfach da. Manche glauben sicher zu wissen, man habe ihn am Palmsonntag zum ersten Mal gesehen, andere behaupten steif und fest: Nein, am Karfreitag sei es gewesen. Sogar zu einer Schlägerei ist es deshalb einmal gekommen. Nach der Fastenzeit wollen die Leute den angesparten Durst loswerden, und so hat der Kryenbühl Martin einem Säumer zwei Fässer Wein abgekauft, ein kleines mit Malvasier und ein großes mit Räuschling, und in diesem Räuschling, habe ich berichten hören, sei der Fremde versteckt gewesen, habe sich zusammengerollt, klein wie ein Siebenschläfer, wenn der sich tagsüber in einem toten Baum verkriecht, und sei dann um Mitternacht durch das Spundloch hinausgeschloffen und wieder zu seiner vollen Größe angeschwollen, mit einem Geräusch, wie wenn ein Sterbender sich den letzten Atem abpresst. Aber der das erzählt hat, war der Rogenmoser Kari, der nach dem fünften Schoppen auch schon gesehen hat, wie der Teufel aus dem Ägerisee aufstieg mit feurigen Augen. Andere sagen, der Fremde sei vom Berg heruntergekommen, damals beim kleinen Felssturz, und sei dann ein ganzes Jahr in dem Steinhaufen liegen geblieben, von keinem bemerkt, vom Staub zugedeckt wie ein Wintergrab vom Schnee. Mitten zwischen den Felsbrocken sei er die Fluh heruntergepoltert, sagen sie, und habe sich dabei wie durch ein Wunder keinen einzigen Knochen gebrochen, nur das Gesicht habe es ihm vertätscht, die rechte Hälfte, darum sehe er so aus, wie er aussieht. Mit eigenen Augen hat es keiner von denen gesehen, die darauf schwören, aber eine gute Geschichte hört man immer gern, wenn die Nächte lang sind und das Teufels-Anneli in einem anderen Dorf. Ich glaube ja, er ist ganz gewöhnlich zu Fuß gekommen, nicht gerade auf dem breiten Weg von Sattel herunter, aber an den Abhängen sind genügend Steige, auf denen man von niemandem gesehen wird, das wissen bei uns nicht nur die Schmuggler. Natürlich, für einen Fremden sind solche Pfade nicht leicht zu finden, aber wenn er wirklich ein Flüchtling ist, wie es heißt, dann wird er eine Nase dafür haben.“

 

 

2701076-e188717b07086486d952d0df70061f9f.png
Charles Lewinsky (Zürich, 14 april 1946)

 

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

De rapensnijder

voor Hughie O’Donoghue

In een tijd van blote handen
en gietijzer,

de tafelvleesmolen,
de waterpomp met dubbel vliegwiel,

plantte hij tussen houten tonnen en voedertroggen
zijn hakken in het zand,

warmer dan lichaamswarmte
in de zomer, koud in de winter

als het pantser van de winter zelf,
een tonvormig borstschild,

paraat op vier
zich schrap zettende scheenplaten.

‘Dit is hoe God het leven ziet,’
stelde hij, ‘van zaailing tot snijder,’

terwijl de zwengel rondging
rapenkoppen vielen, gevoerd

aan de likkebaardende snijbladen binnenin,
‘dit is de rapencyclus,’

terwijl hij met de rauwe, gehakselde pulp
emmer na emmer glinsterend volstortte.

 

 

Vertaald door Onno Kosters en Han van der Vegt

 

2701076-d0103fbdb51dc3071aeeed9c462ebd24.jpg
Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e april ook mijn blog van 14 april 2023 en ook mijn blog van 13 april 2019 en ook mijn blog van 13 april 2018 en ook mijn blog van 13 april 2014.



Geschreven door Romenu om 16:54 Reageer op dit bericht

Nachoem Wijnberg, Seamus Heaney

De Nederlandse dichter en schrijver Nachoem Mesoelam Wijnberg werd geboren in Amsterdam op 13 april 1961. Zie ook alle tags voor Nachoem Wijnberg op dit blog.

 

 

De scholier

Ik ben gelukkig
men prijst mij
meestal ben ik de eerste van mijn klas
de Griekse letterkunde
is indrukwekkend helder
deze laatste avond
liep ik
alleen in de stad

ik had een half uur van enthousiasme.

 

 

Arrival

Maria Callas klimt zonder bril voor haar ogen
uit een wit vliegtuig naar de stad New York.
Haar linkerhand glijdt over de trapleuning
naakt zonder handschoen. Onderaan wacht
een senator die een arm naar haar uitstrekt.
Dan pas ziet zij waar de senator ophoudt.

Bloemen ruikt zij pas
als zij die tussen haar vingers fijnwrijft.
Storm blaast over de landingsbaan. De bloemen
waaien uit haar handen en worden tot kleurvlekken
op het asfalt. Hoge golven slaan tegen de zijkant
van de stad New York.

 

 

Het wonderkind George Curzon, onderkoning van India

Een cirkel van eucalyptusbomen
omringt elk van de bungalows
op de heuveltoppen bij Simla
zijn vrouw bezit land in Chicago
onder de schaduw van haar hoed
en haar opeengestapeld en gevlochten haar
is haar hals als poorcelijn achter glas
een man op de zon verbrandt

hij tekent een vorm zonder opening
misschien een nieuwe vorm
zijn vrouw vraagt hem een lijst te maken
van dingen die bestaan kunnen in zijn vorm
het rijk van Julius Caesar
het rijk van Trajanus
het rijk van Alexander

een met kracht geworpen speer kan een schild doorboren

vijf bomen voldoen voor een schuilplaats
als hun schaduwen aaneensluiten als de middag eindigt
ook het paleis van de onderkoning in het regenseizoen.

 

2700905-80425bca091eb5b2459eddc839b1e2a7.png
Nachoem Wijnberg (Amsterdam, 13 april 1961)

 

 

De Ierse dichter Seamus Heaney werd op 13 april 1939 te County Derry, Noord-Ierland, geboren. Zie ook alle tags voor Seamus Heaney op dit blog.

 

 

Spoorwegkinderen

Toen we de helling van de tunnelbak beklommen
stonden we oog in oog met de witte knoppen
van de bovenleidingen, met hun gonzende draden.

Als een dansend handschrift golfden ze verder,
mijlenver oostwaarts en westwaarts,
doorzakkend onder de last van hun zwaluwen.

We waren klein, we dachten niet dat we iets wisten
dat van belang was. We dachten dat woorden reisden
langs draden, in de zakjes van regendruppels,

vervuld en verzadigd met een hemels
licht, met de glans van lijnen, en wij, we waren
daarnaast zo oneindig nietig

dat we konden glijden door het oog van een naald.

 

Vertaald door Arie Sonneveld

 

2700905-1eae071d301d7c64aa07f232dc436486.png
Seamus Heaney (13 april 1939 – 30 augustus 2013)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e april ook mijn blog van 13 april 2019 en ook mijn blog van 13 april 2018 en ook mijn blog van 13 april 2014.

Geschreven door Romenu om 16:23 Reageer op dit bericht

Antje Rávic Strubel, Mark Strand

De Duitse schrijfster Antje Rávic Strubel werd geboren op 12 april 1974 in Potsdam. Zie ook alle tags voor Antje Rávic Strubel op dit blog.

Uit: Kein Schnee, nimmermehr

„Ich hatte gerade leidlich Ski fahren and einigermallen lesen gelernt, da starb meine Oma. Sie wurde in die Erde eines sächsischen Friedhofs gelegt and war nicht mehr da. Nie mehr. Sie würde nie wieder an meinem Kinderbett sitzen und Halma oder Mühle mit mir spielen, wenn ich krank war. Sie würde nicht mehr in der Küche des großen Meeraner Gründerzeithauses kochen, backen und einwecken, während ich mit ihren Topfen and Kuchenformen spielte and auf den Steinfliesen ein Meer erschuf, das ich aus dem Wasserhahn schöpfte. Sie wurde bei meinen waghalsigen Rutschversuchen auf Skiern nie mehr in gespielter Angst die Hande über dem Kopf zusammenschlagen oder mich neben ihr auf dem Sofa sitzen lassen, wenn sie ihre gemütlichen Freundinnen zum Kaffeekränzchen eingeladen hate and ich andächtig ihren Geschichten lauschte. Ich war sechs Jahre alt. Das Nie-mehr konnte ich mir nicht vorstellen.
Im Grimm’schen Märchen »Brüderchen and Schwesterchen besucht die Königin um Mitternacht ihr geliebtes Kind, und nach dem zweiten Besuch flüstert sie ihm zu, „Nun komme ich noch einmal und dann nimmermehr.« Der Satz ließ mich schauern. Eines Morgens wachte ich auf and wusste: Auch ich würde eines Tages nicht mehr kommen. Ich wäre nicht mehr da. Nimmermehr. Das war ein radikaler Gedanke. Wenn ich nicht mehr da war; wo war ich dann? Ich sah eine Allee vor mir, eine, wie es sie im Brandenburgischen gibt, eine schmale Asphaltstraße, gesäumt von alten Linden. Es war Frühsommer. Auf den Feldern blühte der Raps. Die dichten Kronen der Baume am Straßenrand warfen Schatten. Sonnenflecken tanzten auf dem Asphalt, Bienen und Schmetterlinge durchschwirrten das Licht. Die Allee, die Felder und Welder querte, lag friedlich im Mittag. Mich selbst sah ich dort auf dieser Straße, zu Fuß. Ich war allein. Eine seltsame Stille umgab mich. Kein Auto fuhr, keine Radfahrerin. Nichts regte sich.“

 

 


Antje Rávic Strubel (Potsdam, 12 april 1974)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

 

Waar zijn de wateren van de eerste jeugd?

Zie je waar de vensters dichtgespijkerd zijn,
waar het grijze muurbeschot glanst in de zon en de zoute lucht
en de asfalt dakspanen zijn afgebladderd of omlaaggevallen,
waar rijen gele ganzenbloemen deinen op een zee van gras?
Dat is de plaats om te beginnen.

Betreed het rijk van de verrotting,
ruik de klamme kalk, stap over het verbrijzelde glas,
de stofnesten, de vodden, de bevuilde resten van een matras,
kijk naar de geroeste kachel en de gootsteen, naar de rechthoekige plek
op de muur waar Winslow Homer’s Golfstroom hing.

Ga naar de kamer waar je vader en moeder
zich soms lieten gaan op de stroom en het toppunt van liefde,
en hoor, als je kunt, het gekraak van hun bed,
ga dan naar de plaats waar je wegkroop.

Ga naar je kamer, naar alle kamers waarvan je de koude klamme lucht hebt ingeademd,
naar alle ongewenste plaatsen waar zomer, herfst, winter, lente,
hetzelfde ongewenste jaargetijde lijken, waar de bomen die je kende zijn gestorven
en andere bomen opgeschoten. Bezoek die andere plaats
die je je nauwelijks herinnert, dat andere half verscholen huis.

Zie de twee honden aanstormen. Als je weggaat
laten ze af, uitgesnuffeld in de gloed van een vroeger licht.
Bezoek de naaste buren in het blok; hij sproeit zijn gazon,
zij zit op haar veranda, maar niet lang.
Als je weer opkijkt zijn ze weg.

Blijf teruggaan, terug naar het veld, vlak en verzegeld in mist.
Aan de overkant wachten een man en een vrouw;
ze zijn teruggekeerd, je moeder voordat ze grijs was,
je vader voordat hij wit was.

Kijk nu naar de Noordwestelijke Inham, naar zijn verzonken hemelsblauwe gloed.
Zie het licht op het gras, het ene blad dat smeult, de wolk
die ontvlamt. Je bent er bijna, weldra zullen je ouders
verdwijnen en je achterlaten in het licht van een gestorven ster,
in het donker van een pas geboren ster. Dit is het tijdstip.

Nu bedenk je de boot van je vlees en laat je hem los op de wateren
en drijf je op de zachte deining, in het barende zout.
Nu kijk je omlaag. Daar zijn de wateren van de eerste jeugd.

 

Vertaald door H. C. ten Berge

 

 


Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e april ook mijn blog van 12 april 2019.



Geschreven door Romenu om 16:50 Reageer op dit bericht

Leonard Nolens, Mark Strand

De Belgische dichter en schrijver Leonard Nolens werd geboren in Bree op 11 april 1947. Zie ook alle tags voor Leonard Nolens op dit blog. Leonard Nolens overleed op 26 december 2025 op 78-jarige leeftijd.

 

 

Het feest

1

Laten we drinken omdat er niets te vieren valt
Dan dat we bleven leven om mekaar te bezoeken.
Het is een feest dat jij vandaag niet bent gestorven.
Het is een feest dat hij geen degelijke wortels had
Maar benen om te komen naar mijn huis van ons.
Het is een feest dat zij haar eenzaamheid kan geven
Aan het muzikale oor dat deze kamer is geworden.
Laten we drinken zonder andere reden dan wij.

2

De avond valt. Het ernstige oktoberlicht
Dat ouder is dan wij, kijkt door de tuimelramen
Op ons neer met zijn oorspronkelijke perfectie.
Zijn juiste warmte leert ons wat we kunnen worden,
Delend in zijn antieke waarde van levend goud.
Zijn sprakeloos gezicht doet ons de dromen aan
Waarin we samen sprekend worden opgenomen –
Zijn pure buitenkant is helemaal zichzelf.

3

Vriendschap heeft vanavond de deuren vernageld.
De kamer bestrijkt de wereld zoals we hem denken.
Het kijkende wiel van onze gesprekken neemt hem
In zich op – we maken naam en krijgen zin.

De fles gaat rond zoals een woord dat laaft en lest.
De wildpastei als voorgerecht is een memento mori
Recht uit de oven. De dode dieren heb ik gered
Van hun dood – die moge jullie goed en wel bekomen.

Wat ik bedacht en deed in mijn eenzame keuken
Wandelt nu door onze darmen en verandert zich
In ons denken en doen. Ik heb me uitgedeeld –
Het is mijn vlees en bloed dat in de borden dampt.

 

 

2700654-fcbd3f3300424a5c084013f6f92143c9.jpeg
Leonard Nolens (11 april 1947 - 26 december 2025)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Mark Strand werd geboren op 11 april 1934 in Summerside, Prince Edward Island, Canada. Zie ook alle tags voor Mark Strand op dit blog.

 

 

Wat het was

II

Het was de omtrek van een stoel;
Het was de grijze bank; het was de ommuring,
De tuin, de grindweg; het was de manier
Waarop het verbrokkelde maanlicht over haar haar viel.
Dat was het, en het was meer. Het was de wind die aan de bomen
Rukte; het was het gerommel en gedonder van wolken, de kust
Bezaaid met sterren. Het was de tijd die leek te zeggen
Dat als je wist hoe laat het werkelijk was, je nergens meer
Naar vragen zou. Dat was het. Dat was het beslist.
Het was ook wat nooit gebeurde – een ogenblik zo vol
Dat toen het onvermijdelijk voorbijging, geen smart groot genoeg was
Om het te bevatten. Het was de kamer die er na zoveel jaren
Onveranderd uitzag. Dat was het. Het was de hoed
Die zij vergeten was, haar pen die op de tafel lag.
Het was de zon op mijn hand. Het was de gloed van de zon. Het was de manier
Waarop ik zat, de manier waarop ik uren, dagen wachtte. Dat was het. Precies dat.

 

 

Vertaald door H. C. ten Berge

 

 

2700654-4d8be1d825ba2fd6b6fbde5953319e93.jpg
Mark Strand (11 april 1934 – 29 november 2014)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e april ook mijn blog van 11 april 2020 en eveneens mijn blog van 11 april 2019 en mijn blog van 11 april 2017 en ook mijn blog van 11 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Leo Vroman, Bella Achmadoelina

De Nederlandse dichter Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

 

De laatste wereldvrede

Waarom draait een groot verschil?
Kijk vannacht eens lang en dood
doodstil vanuit de sterren
naar deze kleine aarde
en niets blijft groot. Wat blijft eigenlijk van verre
over van onze eigenwaarde?

Niets in de eeuwigheid
om voor te vechten zo gezien
en waar kan oorlog anders nog toe dienen?

Ikzelf was eens in een daarvan gevangen
en zag de eeuwigheid al gapen in de dood-
saaie eindeloze tijd
van ons hopeloos verslappende verlangen
naar vrijheid of desnoods een kopje chocola
met niets dan eindeloze slaap daarna.

Mensen! Hoe zoet is men geschapen!
Hoe prachtig past men in elkaar!
Ik ben verliefd op jullie, maar
ik ga met één oog open slapen:
ergens is jullie vreselijkste wapen
vast bijna klaar.

 

 

De ruimte in

Mij zijn de dingen
als bloemen: bedoeld
tot openspringen
van bewijs dat woelt
overal in;
zelfs in mensen
die het einde wensen
woelt begin.

Ik kan in mijn handen
de wereld voelen:
als vlees krioelen
de vastelanden
en tintelen van de bommen,
rimpelen van de rampen,
huiveren van de drommen.
Onder nauwe dampen
in het aardse zonlicht
drukken lichamen
zich zo dicht tezamen,
zo eenzaam en
zo dicht, zo dicht.

Trek de kou in van
de lege maan.
Blijf even staan
luisteren, trek dan
door de lange nacht
naar een planeet
(plotseling heet),
mompel zacht,

en tuimel maar voort.
Wat heb je na jaren
dan gezien, ervaren
en gehoord?

Snik maar, want
van hier tot God
snikt om ons lot
niemand, niemand.

De melkweg? Bleek zand
dat traag na draait,
eens opgewaaid
van een leeg strand,
en…

Een ogenblik!
Wat hoor ik daar?
De wind.
Niemand.
Snik maar.

 

 

Een zee van mensen

De menigte bruist en bruist als ijskoud water,
donker te zien en somber te beluisteren.
Schuin zijn de koppen wier kortstondig fluisteren
tot schuimblaasjes verbreekt seconden later.

Huiverend is het liggen over het strand.
Als branding kolkt het hulpeloos verkeer,
klederen verstuivende: het bleke zand
der levenden waait bloot en dekt zich weer.

Waartoe de kleine golven turend spitsen,
dan puilen en verstompen in het baren
van kleine golven? Al wat zij ontwaren
zijn korte flitsen van bedolven baren.

O daartoe bulderen de rollers Ach
slaande op de zacht bewierde hoofden,
op naar het natte rafelen der verdoofde
lage wolken van de late namiddag.

In schier onmenselijke verdergang
verschuifelen de zo millioenen voeten,
in een onbedoelde en ondoenbare boete,
even bedroevende althans, en even lang.

Ellendig is het uiterste genot
van het alzijdig toegelispeld lijden
als de brekers over de gebrokenen glijden,
ik hoor het nodeloze stijgen van hun lot,
op het eiland liggende dat zich verkleint
tot aan mijn flanken, dat nu onderlangs mijn buik
kriebelend en kronkelend verdwijnt.
Mijn mond is vol van mensenleed, ik duik.

 

2700545-1cc8d77db934c89476e937aba6b0563e.jpg
Leo Vroman (10 april 1915 – 22 februari 2014)

 

 

 

De Russische dichteres Bella Achmadoelina werd geboren op 10 April 1937 in Moskou. Zie ook alle tags voor Bella Achmadoelina op dit blog.

 

De vergeten bal

Vergeten bal (die mij de zomer plaagde).
Oranje bal vergeten in de tuin.
Prompt spande hij met de calendula samen,
koos moeiteloos een plek tussen hen uit.

Wat pasten ze precies, hoe sierlijk negen
ze naar elkaar. Het zenit zond de dag
naar de calendula. Alleen vanwege
die oranje in de tuin vergeten bal?

Voor de herfst een voorwendsel, een reden
om bij het kampvuur in de duisternis
die kleurbarbaren, afvalligen te leren,
wiens absoluut door kinderen vergeten is.

Maar wat een tuin, wiens dwaze oordeel noemde
hem groen? Hij stak de datsja’s in de brand.
Hoe mooi ze zijn, de esdoorn is de kampioen,
dacht al: wanneer vergeten ze die bal?

Gans ’t aardse vuur is neergekomen
op het onschuldig aas. Het totaal overziend,
maakt hij een toespeling, met enig schromen:
Die bal daar, is die vergeten misschien?

Allang neemt de vergeten bal een loopje
met mij, wanneer ik tussen de espen ga
zoek ik de bal, en dan vind ik een plukje
calendula, en kijk, nog eentje daar.

Het middaguur verstreek verrassend helder
en vereenvoudigde het talrijk al
tot waarneming van voorwerpen die gelden:
Sneeuw op de tuin, plus een vergeten bal.

 

Vertaald door Petra Couvée

 

 

2700545-5be067db37fc04ac61eca1618485f9df.jpeg
Bella Achmadoelina (10 April 1937 – 29 november 2010)

 

Zie voor de schrijvers van de 10e april ook mijn blog van 10 april 2020 en eveneens mijn blog van 10 april 2019 en ook mijn blog van 10 april 2016 deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:05 Reageer op dit bericht

Eva Gerlach, Johannes Bobrowski

De Nederlandse dichteres en vertaalster Eva Gerlach (pseudoniem van Margaret Dijkstra) werd geboren in Amsterdam op 9 april 1948. Zie ook alle tags voor Eva Gerlach op dit blog.

 

Lievelingsdieren

Tussen de stenen hollen de platte,
brede pissebedden omlaag naar het donker. Vergeten
toen het nog koud was te kijken: hoe overwintert
een dier dat zo lijkt op herinnering,
zo afvalkleurig, met zijn hoofd naar binnen
en doodstil bij de minste aanraking.

Ik weet een kind dat van ze houdt, het streelt
hun dadelijk verstijvende stofjassen,
draagt ze tussen twee handen de kamer door.
O! zachte pootjes hebben ze, mag ik ze niet
houden in een kistje met onderaan glas?
Daar kijk ik de hele tijd naar, daar zing ik dan voor.

 

 

 

Bed

Je lichaam vast in slaap, de rest vloog weg.
Een hand ligt naast je met gekrulde vingers.
Doe ik mijn hand erin, de jouwe sluit zich,
neemt die van mij en legt hem op je hart,
je andere eroverheen. Wat heet

liefde. Zomaar zing ik iets
zonder dat ik het merk, een lied dat niet
bedacht wordt maar bestaat, ik weet van niks,
ik merk dat ik het zing terwijl ik fiets,
een trap afloop, blad hark, ik weet

niet wat ik zing tot het gezongen is.

 

 

Verdeeld

Gister gelopen onder de spoorbrug door,
driemaal de zon voorbij met het nieuwe kind,
tot waar je de autoweg ziet.

Hoe je verdeeld raakt, op-
gedeeld over steeds meer leven,
zoals de zon op drie plassen, over drie bruggen,
driemaal gevangen in mist, uitgerekt in water,
onderging achter ons, voor ons.

Vuurtje gestookt in een krant
onder de spoorbrug maar niet
meer kind geworden daardoor,

ouder hooguit, aan de randen
aangevreten, onleesbaar.

Zij in de wagen werd blauwig. Haar daarom even
opgepakt, haar tegen haar
gestaan. Neergelegd, terug

gegaan als altijd, iets later
misschien. Nergens meer gestopt.

 

 

2700442-082ff2b0914629e36f34696840bea3c4.jpg
Eva Gerlach (Amsterdam, 9 april 1948)

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

 

Hölderlin in Tübingen

Bomen aards en licht,
waarin de boot rust, geroepen,
de roeispaan tegen de oever, de prachtige
helling, voor deze deur
ging de schaduw, die is
gevallen op een rivier
Neckar, die groen was, de Neckar,
uitgestroomd
rond weilanden en oeverweiden.
Toren,
dat hij bewoonbaar mag zijn
als een dag, van de muren,
de zwaarte, de zwaarte tegen het groen,
bomen en water, om te wegen
beide in één hand:
de klok luidt van boven af
over de daken, de klok
roert zich om
de ijzeren windvaan te draaien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2700442-c064b58daaff3ca7b92133a9df6066bb.jpg
Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e april ook mijn blog van 9 april 2020 en eveneens mijn blog van 9 april 2019 en ook mijn blog van 9 april 2018 en ook mijn blog van 9 april 2017 deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:55 Reageer op dit bericht

Hanz Mirck, Johannes Bobrowski, Gerard Reve

De Nederlandse dichter Hanz Mirck werd geboren op 8 april 1970 te Zutphen. Zie ook alle tags voor Hanz Mirck op dit blog.

 

 

Ik mag ook eens wat

Een nieuwe, oude tafel heeft ze
zegt ze. Wil ik niet komen kijken?
Vanwaar en sinds wanneer dit idee
dat ik me zozeer voor tafels interesseer?
Sinds ze het vroeg gaan mijn gedachten
er wel vaker naar uit. Is de hare rond
of juist vierkant, ovaal, ingelegd,
gepolitoerd? Met vier of zes poten,
lange elegante, met een knikje halfweg?
Met ballen? Eén heel dikke poot?
En: wat wil ze van dergelijke poten,
zo’n tafel van mij? Zou mooi vinden
voldoende zijn? Zou de tafel het houden?

 

 

Cruisin’ with the low riders

Koop nooit een auto in Apeldoorn
was het eerste wat ze me zeiden
toen ik hier kwam wonen, zeker niet
als van een oud dametje geweest, altijd

binnen gestaan, cash aftikken
Een echte auto koop je niet, die verwerf je
om voor één dag koning te zijn,
door de stad te zweven

Dat is waarom deze stad van zeven dorpen
een koninkrijk in het klein is,
een contactsleutel in haar blazoen draagt

En op één dag in het jaar
is het land van de koning
maar de koning is die dag van ons

 

 

Hogere wiskunde

Samendoen met één gebed aan tafel
– met mijn moeder

Je mag niet zien dat ik kijk
Ik zie dat je kijkt

Zou je me helpen of tegenwerken?
Zou ik me aan je moeten meten?

Samen zouden we onze onvoldoendes voor wiskunde
tot ver achter de komma kunnen berekenen

Als je samen iemand mist
is dat dan minder erg?

Bij elkaar opgeteld is de uitkomst nul
Wiskunde is bijna onbegrijpelijk

Hoe ver is iemand die niet kwam?

 

2700323-f4cb413829b728644dda3d26a0e95b4e.jpg
Hanz Mirck (Zutphen, 8 april 1970)

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Johannes Bobrowski werd geboren op 9 april 1917 in Tilsit. Zie ook alle tags voor Johannes Bobrowski op dit blog.

 

 

Dorp

Het uitheemse nog
als pauken, ver.
Ik volg een weg.
Onder de veldberk in de open lucht
de herder, in het bladergeruis, regengeluid
van een wolk. Tegen de avond
een lied van lange tonen,
een stil geroep
bij de struiken.

Dorp, tussen moeras en de stroom,
rauw, het kraaienlicht van je
vroege winters, om de elzen heen
de weg, overwoekerd, de hutten,
zwak, door de turfrook
gekleurd en regen, jij
mijn eindeloos licht,
mijn glansloos licht,
op de randen van mijn leven
geschreven, oud jij:

figuur van de jager, toverend,
dierhoofdig,
geschilderd in de ijzige
krocht, in de rots.

 

Vertaald door Huub Beurskens

 

2700323-f5f81b1c459dbd6b3928478bc8ba5699.png
Johannes Bobrowski (9 april 1917 – 2 september 1965)

 

 

Herinnering aan Gerard Reve

Vandaag is het precies 20 jaar geleden dat de Nederlandse dichter en schrijver Gerard Reve overleed. Zie ook alle tags voor Gerard Reve op dit blog.

 

Leve onze marine

Per trein op weg naar huis, zoek ik vergetelheid in bier,
maar kan, wat komen moet, niet meer bezweren:
reeds na twee haltes stapt hij in, tenger matroos,
met stoute billen,
verlegen en brutaal. Met oortjes. Donkerblond.
Wanneer ik ooit nog rijk word gaat hij elke dag
met mij de stad in om van mij te drinken wat hij wil:
‘dit is mijn bloed’.
En elke mooie hoer die hij wil hebben wordt door mij betaald:
‘dit is mijn lijf’.
Ik zou zo graag erbij zijn, schat, maar niet als jij je schaamt:
dan hoeft het niet, en zal ik je nooit zien,
verborgen naakt in trui en broek, verheven ruiter,
aanbeden Dier, lief Broertje van me.

 

2700323-02f5cf88184aa31789022211fdd31b67.png
Gerard Reve (14 december 1923 – 8 april 2006)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e april ook mijn blog van 8 april 2020 en eveneens mijn blog van 8 april 2019 en ook mijn blog van 8 april 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:40 Reageer op dit bericht

Özcan Akyol, William Wordsworth

De Nederlandse schrijver en columnist Özcan Akyol werd geboren in Deventer op 7 april 1984. Zie ook alle tags voor Özcan Akyol op dit blog.

Uit: Mijn moeder, de kleine reus (Taxi)

“Als je een beetje bekend bent van de televisie, maar ook weer niet hélemaal, dan ontstaan er soms ongemakkelijke misverstanden. Mensen zien iemand lopen, in dit geval mij, herkennen me ergens van, maar kunnen het niet goed plaatsen. Dan begint het associëren: ‘Turks uiterlijk, gesoigneerd voorkomen, die grote ogen… Wie is die man ook alweer?’ Ik weet niet hoe het kan, maar ik word opvallend vaak aangezien voor een taxichauffeur, iemand die de onbekende op straat eerder heeft gereden en om die reden hartelijk wordt begroet. ‘Hoe is het met je, Mohamed?’ Laatst liep ik een hotel in en meteen veerde een plukje mensen overeind. ‘Kijk, daar is hij eindelijk,’ bitste een oude vrouw. ‘Normaal komt-ie wel op tijd. Wil je snel onze tassen naar je bus dragen?’ Het is op die momenten vrij gênant om uit te moeten leggen dat ze me uit de krant of van de televisie kennen, en dat ik niet de Turk ben die ze regelmatig rondrijdt. Gisteren in Amsterdam overkwam me iets soortgelijks. Ik had complimenten aangenomen van twee allervriendelijkste mensen die mijn columns in de krant waarderen. Toen ik verder wilde lopen, pleegde een oudere vrouw obstructie, gewapend met een ballpoint en een tissue. IJ bent toch die voetballer van Ajax? Kunt u hierop een handtekening zetten voor mijn kleinzoon Sam? Hij is idolaat van u.’ Ik dacht deze keer: die vrouw moet zich niet opgelaten voelen. En ik wilde haar kleinkind ook niet teleurstellen. Dus ik zette een handtekening op het papier en schreef daaronder ‘met sportieve groet, Hakim Ziyech’. In de auto naar een winkel op station Bijlmer ArenA begon mijn geweten op te spelen. Dat arme jochie ging nu iedereen op het schoolplein vertellen dat hij een handtekening van Ziyech had gekregen, maar in werkelijkheid was de krabbel afkomstig van een lollige columnist. Ik stond voor een stoplicht bij het station. Een toerist met twee rolkoffers tikte op het raampje van mijn Audi. Hij vroeg wat een rit naar het Museumplein kostte. Ik zuchtte diep, wilde hem corrigeren, maar dacht toen: waarom ook niet? Voor twintig euro mocht hij mee. We hadden een geanimeerd gesprek. Hij vertelde over zijn land Pakistan. Ik kreeg een gemberkoekje. Na ons afscheid bedacht ik dat het helemaal geen verkeerd beroep is, taxichauffeur. Mocht het niets worden met schrijven, weet ik wat me te doen staat.”

 

 

2700211-264a89815b56107a48ccb3e4633c52a0.jpg
Özcan Akyol (Deventer, 7 april 1984)

 

 

De Engelse dichter William Wordsworth werd geboren op 7 april 1770 in Cockermouth, Cumberland. Zie ook alle tags voor William Wordsworth op dit blog.

 

 

Voor een vlinder

I

Ga nog niet weg – blijf even hier!
Gun mij iets langer dit plezier!
Je biedt mij onverwachte vreugd,
Daar jij van mijn voorbije jeugd
Mij haarscherp de memorie geeft.
Ik drink die beelden in,
Want voor mijn geestesoog herleeft,
Als jij lichtvoetig aangezweefd,
Mijn vaders huisgezin.

Of heerlijk, heerlijk was de tijd
Toen wij in onze argloosheid,
Mijn zus en ik, in woud en wei
Een vlinder volgden zoals jij!
Ik bleef hem naar het leven staan,
Als echte jager fanatiek –
Zij dacht dat hij teloor zou gaan
Als zij te hard zou raken aan
Het waasje op zijn wiek.

 

Vertaald door Ike Cialona

 

2700211-7fda4c049208902d12a7eb9c7bfc6737.jpg
William Wordsworth (7 april 1770 – 23 april 1850)
Portret van William Wordsworth, gegraveerd door Charles William Sherborn naar een aquarel uit 1839 van Margaret Gillies, 1887, ingekleurd

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e april ook mijn blog van 7 april 2021 en ook mijn blog van 7 april 2020 en eveneens mijn blogs van 7 april 2019.

Geschreven door Romenu om 17:33 Reageer op dit bericht

Das Osterei (Hoffmann von Fallersleben), Uljana Wolf

 

 

2700014-68f029e56bb7212722f60f2d59eb7068.jpg
Paashoningdauw door Olga Sedykh, 2020

 

 

Das Osterei

Hei, juchei! Kommt herbei!
Suchen wir das Osterei!
Immerfort, hier und dort
und an jedem Ort!
Ist es noch so gut versteckt.
Endlich wird es doch entdeckt.
Hier ein Ei! Dort ein Ei!
Bald sind’s zwei und drei.

 

2700014-42944544b03dac8c1cdaf46cfce99c13.jpg
Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
De St.-Nicolai-Kirche in Bothfeld. Op het kerkhof staan twee Hoffmann von Fallersleben eiken. De dichter stichtte in 1849 zijn familie in Bothfeld  en schreef veel van zijn liederen over de heide hier.

 

 

De Duitse dichteres Uljana Wolf werd geboren op 6 april 1979 in Berlijn. Zie ook alle tags Uljana Wolf op dit blog.

 

sliepen de ovens

III

malczyce / maltsch

toen op zijsporen
uitgerangeerde wagons droomden

van de omslagplaats aan de oderknie
van stortgoed en kolenstof

stalen wij een trage treinwagon
van zijn rails van zijn bed

lieten we in lege opslaghallen
vonken sproeien die ons moesten raken

IV

kleine stations zonder plaatsen.
Wolfgang Koeppen

maar toen we op vrije baan van oord
naar oord stof deden opwaaien

omdat ook de sterren wordt gezegd
hun ovens boven ons opstookten

seinden we door het landschap
dat als stuifas rondom ons lag

nog één keer de route door naar
het huis van de wisselwachters

 

Vertaald door Annelie David

 

 

2700014-61ebbef8015c87205c2f575d41176afd.png
Uljana Wolf (Berlijn, 6 april 1979)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e april ook mijn twee blogs van 6 april 2019.

Geschreven door Romenu om 11:25 Reageer op dit bericht

Pasen (Piet Thomas), Algernon Swinburne

 

 

 

2699947-a74a747f25025bc58bf025c9ffa282f7.jpg
De Verrijzenis van Christus door Christoph Schwartz, 1550

 

 

Pasen

Die Lazarus tot leven wekte
is uit de doden opgestaan.
De sluitsteen die het graf bedekte,
ligt afgewenteld langs de baan.

De vrouwen die met balsem komen,
de ogen droef, de monden dicht,
zien achter kromgegroeide bomen
een engel in een hoos van licht.

Ze schrikken en hun vrees wordt mondig.
Ze willen vluchten naar de stad.
Maar vrees en schrik zijn zo kortstondig
voor wie de taal van d’ engel vat.

‘Vrees niet, Hij heeft het graf verlaten
waar ze Hem hebben neergelegd.
Ga heen en meld het uitgelaten.
Geschied is wat Hij heeft voorzegd.’

Die Lazarus tot leven wekte
is uit de doden opgestaan.
De sluitsteen die het graf bedekte,
ligt afgewenteld langs de baan.

 

2699947-1427a941f86b564dbc69f5c365b7d84c.jpg

Piet Thomas (Aalst, 20 april 1929)
De Onze Lieve-Vrouw van Bijstandkerk te Aalst, de geboorteplaats van Piet Thomas

 

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Bij de Noordzee (Fragment)

’t Ligt omgord noch omboord met granieten,
’t Is van fortwerk noch vestwal omwand,
Doch rifgruwlen van wreedst bloedvergieten
Blijven zwak bij ’t verraad van dit zand;
Bij de duizenden, weerloos verslagen: –
Naar dees banken versleurd en verstouwd
Heeft het schip, in d’opstandige vlagen,
Geen kans van behoud.

Geen kans weer bij vloed vrij te spoelen
Van de gronden der onheilskust,
Los uit waatren die botsen en woelen:
Geen kans dan een toevalsrust
Van de wind, langs de grafmoerassen,
Waar, nauw voor de golfslag bewaard,
Lijken, dicht als de sprieten der grassen,
In ’t slib zijn vergaard.

Van ontelbre, verhoopte gedrangen
Als van uitgewied onkruid vol,
Ligt het zwaar van hun zwijgen bevangen,
Of dit zwijgen tot zangen zwol;
En geheim, als van eeuwigheidsgeuren
Verzoet, en van wijding doortrild,
Zo het soms voor een wijl mocht gebeuren
Dat alles verstilt;

Dat het eindeloos razen en schallen
Zacht, als ’t grazen van vee, gerucht,
En de wiekslag der zee valt, bij ’t vallen
Des winds, als der vogelen vlucht –
Als de vlucht ener meeuw, of eens raven,
Die tegen hem krijst als hij krijst,
Wijl wijd om de massa’s der graven
Dag duistert of rijst.

 

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 

 

2699947-7fa1bdf91208be4e3315097caab779a0.jpg

Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e april ook mijn blog van 5 april 2025 en ook mijn blog van 5 april 2023 en ook mijn blog van 5 april 2020 en eveneens mijn blog van 5 april 2019 en ook mijn blog van 5 april 2018 en eveneens mijn blog van 5 april 2016.



Geschreven door Romenu om 16:33 Reageer op dit bericht

Ein Oster-Requiem (Karl Henckell), Maya Angelou

 

Bij Stille Zaterdag

 

 

2699819-27fbd5449c5961ce1a22c8967f067785.jpg
Sint Petrus en Sint Johannes bij het lege graf door Theodore Schaepkens, midden 19e eeuw

 

 

Ein Oster-Requiem
Der Jünger am Grabe

Was stehst du trauernd,
Ewiger Sehnsucht Freund,
Am Grab des Liebsten,
Welchen der Tod verschlang?
Was birgst dein Haupt du,
Schmerzbeschattet,
Und suchst des Menschen
Göttlich Antlitz,
Ach, vergebens?

Der selbst sein Kreuz trug,
Dornengekrönter Held,
Gepeitscht mit Ruten,
Weil in der Wahrheit Wehr
Er zeugen mußte
Wider Weltwahn
Vom innern Himmel-
Reich der Liebe,
Fürst des Lebens.

Der auch der Schönheit
Rose gesegnet – sieh!
Die Schwester brachte
Blühenden Abschiedsgruß
Dem sonnenmilden
Herzerlöser.
Betaut von Tränen
Irrt Maria
Bleich im Garten . . .

Auf Schöpferschwingen
Freudegefilden zu,
Du gramgebeugter
Freund des Erhabenen,
Schwebt der geschmähte
Menschen-Meister
Und thront zur Rechten
Gottes, wo die
Strahlend-Unsterblichen warten.

 

 

 2699819-537733fb9d5b158e19930739a55a6f6b.jpg
Karl Henckell (17 april 1864 – 30 juli 1929)
De Marktkirche St. Georgii et Jacobi in Hannover, de geboorteplaats van Karl Henckell

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

 

Aangeraakt door een Engel

Wij, ongewend aan moed
bannelingen van het geluk
leven opgerold in eenzaamheid
totdat de liefde haar hoge heilige tempel verlaat
en in ons zicht verschijnt
om ons te bevrijden voor het leven.

De liefde arriveert
en in haar kielzog komen extases
oude herinneringen aan plezier
eeuwige geschiedenissen van pijn.
Maar als we moedig zijn,
slaat de liefde de ketenen van angst weg
van onze ziel.

We worden ontdaan van onze schroom
In de gloed van het liefdeslicht
durven we dapper te zijn
En plotseling zien we
dat liefde ons alles kost wat we zijn
en ooit zullen zijn.
Toch is het alleen de liefde
die ons bevrijdt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2699819-3b4790c7e77f6b2f7d062ad24a1a1e62.png
Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e april ook mijn blog van 4 april 2025 en ook mijn blog van 4 april 2023 en ook mijn blog van 4 april 2020 en eveneens mijn blog van 4 april 2019 en ook mijn blog van 4 april 2017 en ook mijn blog van 4 april 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:12 Reageer op dit bericht

Petrus (Anthonie Donker), Algernon Swinburne

 

Bij Goede Vrijdag

 

 

2699719-068f5d783518b7b272c28d7c9f97ad1a.jpg
Verloochening van Petrus door Nicolaes Knüpfer, 1750

 

 

Petrus

Hij naderde schoorvoetend aan het vuur,
Waar de soldaten met een schor misbaar
Zijn Heer beschimpten en vernam ’t onguur
Geding en wankelde en voorzag gevaar.

‘De heiland had ook dezen knecht in huur’,
Krijste een vrouw, doch hij bedreigde haar
En vloekte doodsbleek en verkocht zich duur.
‘Ik zag hem nooit, nooit zag ik hem voorwaar’.

Maar aan zijn slapen duizelde het bloed;
Want bij het rode schijnsel van het vuur
Zag hij den Meester, en zijn stommen groet

En zijn gebukte schaduw aan den muur.
En toen hij vluchtte, het duister tegemoet
Kraaide de haan reeds in het bleeke uur.

 

 

2699719-7b272c3db4f98014ef4ef827132a3d38.jpg
Anthonie Donker (8 september 1902 – 26 december 1965)
De Laurenskerk in Rotterdam, de geboorteplaats van Anthonie Donker

 

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

 

Bij de Noordzee (Fragment)

Dood is dwangvorst, gescepterd met ijzer,
De zee mint hem innig en trouw;
Bij hun liefdetaal grammer en grijzer
Worstelt branding in jammer en rouw;
En zijn siersel zweeft zwaar over ’t kustoord
Waar zij ’t stormschuim geplengd heeft voor hem;
Eén in doemzucht, in roofgier en lustmoord,
Vermengt zich hun stem.

Van zijn rijksroem geniet zij bezeten,
En haar luister maakt hem woest en trots;
Door haar duister weerdaavren zijn kreten,
Bij zijn adem juicht hoog haar geklots;
-‘Zo uw almacht voor immer mij stom sloeg
Waar mijn heiligste hunkring voldaan!’ –
-‘’t Waar mijn leen, wat ik eindlijk weerom vroeg,
Mijn liefste oceaan!’ –

Jaar op jaar ontwaakte ten leven,
Eeuw op eeuw zeeg neer in de dood,
En geen prooi, tot verzwelging gegeven,
Blust of lest ooit haar dorstende nood;
En de roep harer hongrende reeuwsheid
En zijn schreeuw naar verdelging en moord,
Of ’t gehuil van een wolf door de sneeuw schreit,
Brult rusteloos voort.

 

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 

2699719-f28335531719682e35af45b4d8e5eb41.jpg
Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)
Cover van een wetenschappelijke uitgave van een omvangrijke selectie uit het werk van Algernon Swinburne uit 2016

 

 

Zie voor de schrijvers van de 3e april ook mijn blog van 3 april 2020 en eveneens mijn blog van 3 april 2019 en ook mijn blog van 3 april 2017 en ook mijn blog van 3 april 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:41 Reageer op dit bericht

The Feet of Judas (George Marion McClellan), Anneke Claus, Jay Parini

 

 

2699579-4150256ffa45bdcfca29b3d03732dc86.jpg
Christus wast de voeten van de apostelen door Peter Paul Rubens, 1632

 

 

The Feet of Judas

Christ washed the feet of Judas!
The dark and evil passions of his soul,
His secret plot, and sordidness complete,
His hate, his purposing, Christ knew the whole.
And still in love he stooped and washed his feet.

Christ washed the feet of Judas!
Yet all his lurking sin was bare to him,
His bargain with the priest, and more than this,
In Olivet, beneath the moonlight dim,
Aforehand knew and felt his treacherous kiss.

Christ washed the feet of Judas!
And so ineffable his love ’twas meet,
That pity fill his great forgiving heart,
And tenderly to wash the traitor’s feet,
Who in his Lord had basely sold his part.

Christ washed the feet of Judas!
And thus a girded servant, self-abased,
Taught that no wrong this side the gate of heaven
Was ever too great to wholly be effaced,
And though unasked, in spirit be forgiven.

And so if we have ever felt the wrong
Of Trampled rights, of caste, it matters not,
What e’er the soul has felt or suffered long,
Oh, heart! this one thing should not be forgot:
Christ washed the feet of Judas.

 

2699579-597bd0ccc78f9ff49b6dcc6c82bfe62c.png
George Marion McClellan (29 september 1860 – 17 mei 1934)
De Fisk University in Nashville, waar George Marion McClellan aan studeerde

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anneke Claus werd geboren op 2 april 1979 in Doetinchem. Zie ook alle tags voor Anneke Claus op dit blog.

 

Een officiële functie

Ik had een officiële functie, het paste slecht bij mij.
Jammer genoeg was ik de enige
die er zo over dacht. Mijn man was trots op me, maar wist
aan het eind van de
dag niet goed wat hij moest vragen. Voor de kinderen was
het zoiets als Waterloo.

Medailles bloesemden op mijn uniform. Langzaam maar
zeker verslapten mijn
contouren onder invloed van het zittende bestaan. Ik
maakte overuren met de lelieblanke
secretaris, hij begreep ten minste wat incasseren
betekende.

Tegen het eind van de oorlog bleek dat die rat gewoon
hetero was. Ik ontsloeg iedereen:
de secretaris, de ministers, mijn man, de kinderen en de
golden retriever.
Ik heb ze nooit meer teruggezien.

Ik ging weer sporten. De volkstribunalen kregen
hoegenaamd geen vat op mij.
Sinds ik een nieuwe markt van pensioengerechtigde
vrouwen uit de westerse
middenklasse heb aangeboord, kent mijn succes geen
grenzen meer. Pensioengerechtigde
vrouwen uit de westerse middenklasse lezen van allemaal
misschien
nog wel de meeste poëzie.

 

 

Heel erg hetzelfde

In veel opzichten ben je dus toch wel heel erg hetzelfde.
Ik wrijf mijn vaders grauwe
ogen uit, knijp in mijn moeders appelwang.

Ik richt me tot de man: ‘Het was de bedoeling dat ik iets
anders werd, iets volkomen
nieuws en onomwonden levensvatbaars. Zie je voor je
hoe ze erbij stonden
toen ze een tweedehandsje leverden, voorjaar 1979, op de
oprit, onder de pergola,
in hun schortjes, braaf braaf braaf, ontgoocheld,
beteuterd, voor het blok gezet?’

De man knikt en streelt de borsten van mijn oma. Hij
weet allang dat de beste dingen
verre van democratisch zijn.

 

2699579-2bca3db0647b785c3abb6ba67068be23.jpg
Anneke Claus (Doetinchem, 2 april 1979)

 

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en essayist Jay Parini werd geboren in Pittston op 2 april 1948. Zie ook alle tags voor Jay Parini op dit blog.

 

Voorgevoel

Ik volg hem, de slak van de gedachte
Ik verlaat het spoor, sla af van dit pad
Ik hurk in de schaduw, onder varens
Ik weiger elke vogel te antwoorden
Ik zie de vloeistof glinsteren in zijn huis
Ik proef de wind
Ik ruik de rook van het vuur in het bos
Ik hoor het geknetter van duizend doornen
Ik voel de temperatuur stijgen
Ik beschouw elke optie als geldig
Ik doorloop elke fase
Ik verkruimel in natte, zwarte grond
Ik raak mijn plek kwijt in zand en grind
Ik luister naar het gekletter van onkruid
Ik vraag me af waar de slak vandaag heen zal gaan

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2699579-31f56dfb12801056fb2ff1360519c6d9.jpg
Jay Parini (Pittston, 2 april 1948)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e april ook mijn blog van 2 april 2022 en ook mijn blog van 2 april 2020 en eveneens mijn blog van 2 april 2019 en ook  mijn blog van 2 april 2018 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:34 Reageer op dit bericht

April (M. Vasalis), Sandro Veronesi, Jay Parini

 

 

 

2699439-268da771e33dbcd0ebdd04ea959bc3a5.jpg
Glamis Village in April door James McIntosh Patrick, 1946

 

 

April

Het blinkend lemmet van het licht
sneed door de donkere gordijnen,
uit ochtendlijke feestdomeinen
zongen de vogels luid en licht.

Geurloos en koel stroomde naar binnen
ademend met verse mond
de adem van de ochtendstond.

Ontwaakt zonder herinneringen.

 

 

2699439-f070930e38cb50f1d833dffb7ecb1c09.png
M. Vasalis (13 februari 1909 – 6 oktober 1998)
Den Haag, de geboorteplaats van M. Vasalis, in april

 

 

De Italiaanse schrijver Sandro Veronesi werd geboren in Florence op 1 april 1959. Zie ook alle tags voor Sandro Veronesi op dit blog.

Uit: Zwarte september (Vertaald door Welmoet Hillen)

“Voordat ik jullie dit verhaal ga vertellen, moet ik het hebben over mijn ouders. In die tijd waren zij de bewakers van mijn gemoedsrust, wat betekent dat ze goede ouders waren. Ik was twaalf jaar oud en niets in mijn leven kwam ook maar in de buurt bij hoe belangrijk zij waren. Als je kunt stellen dat mijn kindertijd een veilige haven was en dat ik een gelukkig kind was, dan is dat hun verdienste. Daarom hebben de gebeurtenissen waarover ik ga vertellen me zo diep geschokt: omdat mijn ouders me voor het eerst niet konden beschermen, integendeel: zij waren een van de oorzaken van de ontwrichtingen die mij hebben getroffen. Voor het eerst raakte de wereld me direct, zonder filter – en de wereld brandt, het is open vuur, en ik wist dat niet omdat mijn ouders zich er tot dat moment dus altijd mee hadden bemoeid. Maar dit keer waren zij zelf de wereld die tekeerging, dus als je kunt stellen dat ik vanaf een bepaalde dag níet meer gelukkig was – althans niet op die manier –, dan is dat door hun toedoen.
Mijn vader was strafrechtadvocaat. In feite was hij de enige strafrechtadvocaat in het dorp waar we woonden, en als ik de naam van dat dorp nu noem, denken jullie allemaal hetzelfde: Vinci. Maar Leonardo heeft met dit verhaal niets te maken. Ik herinner me liever iets anders dat met mijn dorp is verbonden, iets wat voor mij veel belangrijker is, al herinnert niemand zich dat ooit: het instorten van de brug over de Arno op 17 november 1966, een paar dagen na de overstroming die Florence en de hele regio eromheen had getroffen. Die instorting, meer nog dan de overstroming zelf, was het eerste trauma van mijn leven: de brug stortte in de rivier en mijn dorp, samen met andere dorpen in de buurt, raakte van de wereld afgesloten. Dat isolement duurde enkele dagen. Geen school, geen catechismus, gezinnen waren van elkaar gescheiden, en wie voor zijn werk per se naar Florence moest, zoals mijn vader, moest een lange omweg maken over gevaarlijk geworden bergwegen. Ik hoorde vertellen dat het instorten van de brug heel erg was omdat de brug pas twaalf jaar oud was. Ik was nog maar half zo oud en twaalf jaar leek me nu niet echt weinig, maar toen het zes jaar later mijn beurt was om in te storten, besefte ik dat twaalf jaar inderdaad niet veel is. Daarom kan ik me die periode van de overstroming en het instorten van die brug zo goed herinneren: die brug en ik waren even oud toen we werden getroffen, hij door de natuur, ik door mensen. Het is een leeftijd waarop bepaalde dingen niet zouden mogen gebeuren, niet met bruggen en niet met mensen. Het is te vroeg.”

 

2699439-91b895a2477a1a27260344fbf2f88c55.jpg
Sandro Veronesi (Florence, 1 april 1959)

 

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en essayist Jay Parini werd geboren in Pittston op 2 april 1948. Zie ook alle tags voor Jay Parini op dit blog.

 

 

Zijn ochtendmeditaties

Mijn vader in deze eenzame gebedskamer
luistert bij het raam
in het kleine huisje van zijn eigen dromen.

Hij heeft een lange reis gemaakt, alleen maar om te luisteren,
voorbij zeeën en verdriet, door de smalle poort
van zijn verlossing.

En hij verblijft hier nu,
voorbij het dal en de schaduw,
in stilte verzameld door de dageraad.

Het is gekomen tot deze zoete afzondering
in het oog van God, de vroegste ochtend
in zijn besloten schedel, deze vorst van gedachten.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2699439-72967b43e52301135f077478b569dfd9.png
Jay Parini (Pittston, 2 april 1948)

 

Zie voor de schrijvers van de 1e april ook mijn blog van 1 april 2020 en eveneens mijn twee blogs van 1 april 2019 en ook mijn blog van 1 april 2018 deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:42 Reageer op dit bericht

Stefan Hertmans, Nichita Stănescu

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

 

 

Onder een zinken dak

Het klopt en trekt in de nacht.
Vrieskou en stucco darmkolieken.
Het loopt over de spanten
Naar de nokbalk en terug.

Springt in het hoofd,
Trilt daar twee bouten los,
Zodat de incubus naar binnen valt.

Het raast door millimeters in de droom,
Doet daar aan kinderjaren denken,
Maar smaakt wat later toch naar lood.

Wie wakker ligt hoort hoe het gaat.
Van kwaad naar mij, die uitverkoren
Werd tot niets dan horen.

Ik ben de droesem in de goot
Die op het eerste teken
Van het virus wacht.

Icarus in het bos.
Geen tak die kraakt.
Een god is los.

 

 

Betovering door sneeuw

Zo onaanraakbaar valt het op ons in.
Kleine schokkende dingen zijn het,
Gestolde wolk die in het tegenlicht
Gaat dampen op een bokkenvacht.

Door op je huid te jagen
Hervindt herinnering zichzelf.
Ik zie je voor het eerst.

Helder valt je lichaam open,
Gaat met mijn ogen aan de haal.

Je vingers ijler dan
Rookpluimen in de verte.
Als ik je bijtend kus
Gloeit je doorschijnend bloed.

Rood is je ademende keel.
Je warmt de ochtend en het bos.

Nu ik mijn handen
Aan je lippen openhaal
Begrijp ik wie je bent.

Het is te laat.

Ik hoor je kleine hakbijl hakken
In de vijvers van mijn hoofd.

Ik stop mijn oren dicht.
Het sneeuwen houdt niet op.

 

 

Faust on tape

De boeken staan in ochtendlicht.
Hun buitenaards geluk straalt
Van hun stofbeslagen flanken af.

Alles wat ons werd bijgebracht –
De mateloosheid en de tucht –
Bedekken ze, ijdele omslachtigheid,
Als vleugels om een ronde rug.

Ik heb het beste van mezelf
Aan hen gegeven – (hij citeert).
Wat ik ervoor terugkreeg,
Betaalde ik met leven
En de minachting van mensen
Die reeds alles weten.

Ik hoor, door ramen die lang
Openstaan, hoe oud de wereld
Is geworden die ik zo lang
Jong had willen houden.

Maar het licht neemt nog niet af –
Het glinstert in stilaan ver
Ziende, bleke ogen.

Op tafel ligt het uurwerk
Dat mijn waarheid
Heeft gelogen.

 

2699243-873298ef19916f89aa51bfd8c96ec7c9.png
Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

 

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook alle tags voor Nichita Stănescu op dit blog.

 

 

Adolescenten op zee

Deze zee is bedekt met adolescenten
die leren lopen op de golven, rechtop,
soms hun armen laten rusten op de stroming,
soms grijpen naar een felle zonnestraal.
Ik lig op het brede strand, een hoekige vorm, perfect uitgesneden,
en ik sla ze gade als reizigers die aan land komen.
Een oneindige vloot van zeilbootjes. Ik wacht op
een misstap, of op zijn minst een aanraking van de bodem
tot aan hun knieën in de doorschijnende deining
onder hun afgemeten voortgang, terwijl ze de diepte in duiken.
Maar ze zijn slank en kalm – en ook
hebben ze geleerd om op de golven te lopen – en te staan.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2699243-3089691f991da26ccfd7d15ac6d5c41a.jpg
Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn blog van 31 maart 2020 en eveneens mijn drie blogs van 31 maart 2019. 

Geschreven door Romenu om 16:50 Reageer op dit bericht

Gerrit Komrij, Paul Verlaine

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

 

Achter de coulissen

I

Zizi Maelstrom was een grote vedette.
Ze trok ook altijd volle zalen.
Lammen, blinden, doven, die de recette
Aangezien ze niet hoefden te betalen,

Niet bijster hoog de lucht injoegen.
Ze speelde elke avond hetzelfde
Stuk: ‘Geheel naar uw genoegen
Of de Perikelen van Karel de Elfde.’

Na afloop receptie. Zizi, bekaf,
Gaf toch iedereen minzaam een hand.
Haar rode pruik stak welluidend af
Bij ’t groen van haar glaasje crème de menthe.

 

II

Ze had hem ’s morgens vroeg al om
En kon dus nooit iets memoreren
Wat op een nieuw stuk leek. Maelstrom
Was wat je noemt te oud om te leren.

Toch vond ze zich, ondanks poreuze
Borsten en wangen, ondanks haar schorre
Stem, haar waggelende tred, een reuze
Talent, en geen desastreuze lorre.

Haar mond stonk als een ondersteek.
Ze was niettemin zo trots als een pauw en
Dacht dat ze op Eleonora Duse leek.
Je kan ook nergens meer op bouwen.

 

 

Agave

Oh agave, plant van mijn later jaren…
Je ringeloort me als ik je tegenkom.
Mijn magere hand streelt langs je haren,
Al daag je ook mij uit, en niet andersom.

Wat zag je al niet voor mijn levensavend,
Toen repelsteeltje en haar bruidegom
Hun ouders een flinke stofbeurt gaven
Als straf voor hun miezerig liaison?

Ik heb niettemin meer spijt dan haren.
Hoe diep, zeg me, moet ik nog zinken om
‘Oh pijnboom, boom van mijn oude jaren’
Te gaan mummelen tegen een paardeblom?

 

2699102-d07eb56a33279ddf36351c593f8eabd1.jpg

Gerrit Komrij (30 maart 1944 – 5 juli 2012)
Portret door Theo Daamen, 1986

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook alle tags voor Paul Verlaine op dit blog.

 

 

Herfstlied

Het trage, verholen
geklaag van violen
om ’t jaar dat verglijdt
doorschrijnt mijn gemoed
dat verkwijnt en verbloedt
aan de tijd.

Verblekend en bevend,
meer stervend dan levend
als weer het uur slaat,
ga ik op in verdriet
en ik ween om wat niet
meer bestaat.

En de euvele wind
voert mij mee, en ik vind
licht noch pad,
maar dwaal veeg en ontkracht
her en der door de nacht:
een dor blad.

 

 

Vertaald door W. Jonker

 

 

2699102-0ab6c058437e48eea12f570934bb714c.jpg

Paul Verlaine (30 maart 1844 – 8 januari 1896)
Standbeeld van Paul Verlaine (detail) door Auguste Niderhausen-Rodo in de Jardin du Luxembourg, Parijs

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30 maart ook mijn blog van 30 maart 2022 en ook mijn blog van 30 maart 2020 en eveneens mijn blog van 30 maart 2019 en ook mijn blog van 30 maart 2018 en mijn blog van 30 maart 2017 en eveneens mijn blog van 30 maart 2014 deel 2 en ook deel 3.



Geschreven door Romenu om 17:40 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten