Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Palmsonntag (Franz Alfred Muth), Ada Limón

 

 

 

2698860-d304ea130a50e60739f6fdd17b55d3b9.png
Jongens in een Italiaanse kerk, Palmzondag door Kristian Zahrtmann, 1884

 

 

Palmsonntag

2.

Sanften, warmen Sonnenregen
Bracht’ uns des Palmsonntags
Morgen, Kinder ziehn auf allen Wegen,
Die um grüne Palmen sorgen.

Reiche Palmen, Liebesspenden,
Für den Friedensfürst, den hehren,
Schwingen bald sie in den Händen,
Und die Scharen stets sich mehren.

Hosianna! Hörst du’s klingen
Silberhell aus Kindermunde?
Frommen Gruß die Glocken bringen
Lieblich drein vom Dorf im Grunde.

Nun so geh auch du entgegen
Jubelnd deinem Herrn mit Psalmen,
Bringt er Frühling doch und Segen;
Laß Ihm grünen deine Palmen!

Nun, so thu’ Ihm auf die Pforte,
Wenn er anklopft, einzukehren!
Heil dem milden Himmelshorte
Preis dem Könige der Ehren!

 

 

2698860-f7840106e5694d521f86bda66029cde9.jpg
Franz Alfred Muth (13 juni 1839 – 3 november 1890)
De Liebfrauenkirche in Hadamar, de geboorteplaats van Franz Alfred Muth

 

 

De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zie ook alle tags voor Ada Limón op dit blog.

CO-OUDERSCHAP

Waarom besefte ik nooit wat het eigenlijk was:
overvloed. Twee gezinnen, twee verschillende
keukentafels, twee verzamelingen regels, twee
kreken, twee hoofdwegen, twee stiefouders
met hun aquaria of cassettebandjes of
sigarettenrook of kennis van koken of
talent voor lezen. Ik kan het niet omdraaien, de bekraste
plaat blijft hangen op dat oorspronkelijke
chaotische lied. Toch moet ik zeggen, op zondag
werd ik heen en weer gebracht en dat was best lastig
maar op beide plekken hadden ze me lief. Zodoende heb ik
nu twee paar hersenen. Twee complete tegenpolen.
Eén paar dat altijd mist waar ik niet ben,
één dat opgelucht denkt: ik ben eindelijk thuis.

 

 

Vertaald door Jeske van der Velden

 

 

2698860-9fff54af9cbb5bc514d94e86c445e8cf.png
Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e maart ook mijn blog van 29 maart 2025 en ook mijn blog van 20 maart 2023 en ook mijn blog van 29 maart 2020 en eveneens mijn blog van 29 maart 2019 en ook mijn blog van 29 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 09:25 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Joost de Vries, Ada Limón

De Nederlandse schrijver Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

Uit: Hogere machten

“Bomen dragen alle kleuren. Zijn moeder vertelt hem over dassen en vossen, herten, valken. ‘Als je weet waar je moet kijken, vind je ze, James.’ Na de zomer, de eerste keer naar school: de meester luidt zijn bel op het schoolplein, de lessen beginnen, Welmoed rent het groepje moeders in, dan toch overvallen door het afscheid, en slaat zijn armen om haar benen. Hij hoort een ingehouden gegniffel, en wanneer hij zijn ogen opent kijkt hij zijn moeder recht aan, twee meter verderop. Ook de andere moeders beginnen te lachen. Meteen al, nog met zijn armen om de verkeerde moederbenen, snapt hij de blunder. Hij snapt ook dat dit grappig is, snapt het allemaal, maar kan zich niet inhouden. Het verschil tussen hart en hoofd. Hij huilt en zijn moeder lacht, een scheur in de wereld, voor het eerst bestaat hij afgescheiden van baar, alleen.
Op een middag in 1605 passeert koning James I — de zoon van de onthoofde Mary, Queen of Scots en op zijn beurt de vader van de later onthoofde Charles I — het slaperige dorpje Newmarket, in Suffolk, en hij fantaseert dat de uitgerekte, brede weide daar een prachtige baan voor paarden kan zijn. Fantasieën van koningen zijn realiteiten in afwachting. James, de koning die Schotland en Engeland met elkaar verenigde, de heksenvervolger, de Bij-belvertaler de mecenas van Shakespeare en John Donne, en dus ook de grondlegger van de paardenrennen. Hij annexeert Newmarket als persoonlijk grondgebied en in de eeuw erna groeit het gehucht uit tot een symbolische tweede hoofdstad. Heren en hertogen ontdekken in de volbloed een spiegel voor hun eigen rangenmaatschappij. Ze importeren Darley Arabian, Godolphin Bark en Byerly Turk, de drie hengsten waarvan het bloed als een schaduwdynastie door de eeuwen stroomt, elk toppaard is tot hen terug te leiden, een zuiverdere bloedlijn dan de meeste aristocraten voor zichzelf kunnen overleggen. Groot-Brittannië wordt een rijk van fokkers, kopers, investeerders, veilingmeesters, jockeys, coaches, bookmakers, gokverslaafden, staljongens, zadelmakers, hoefsmeden, producenten en verkopers van zwepen, borstels en oogkappen. Welmoed rent langs de velden, kijkt hoe ver hij van huis durft te gaan.”

 

 2698813-8d709b35ed860a46eadb097cdd8dcbbe.png
Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983)

 

 

De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zie ook alle tags voor Ada Limón op dit blog.

 

 

LIEFDESGEDICHT MET EXCUSES VOOR HOE IK ERBIJ LOOP

Soms denk ik dat ik mijn slechtste kant
voor jou bewaar. De slobberige dennengroene
joggingbroek, de lange bh-loze dagen, haren
geklit en verward, een voorhoofd vol schaduwen
waarin duivelse gedachten hun hoefklepperdans
doen op het brein. Liefst wil ik zeggen dat dit betekent
dat ik van je houd, het T-shirt van vlekkerig wit katoen,
de tranen, de pistachedopjes, de berg
sinaasappelschillen op mijn bureau, maar zo zit het niet.
Ik beweeg me in dit huis met jou, zoals ik me beweeg
in mijn hoofd, niet verkrampt in de kooi van mooi zijn.
Ik doe zoals ik doe in het hoge gras, meer dier-in-mij
dan veel anders. Nee, het komt omdat ik van je houd,
maar nog meer omdat wanneer jij het terugzegt, lichten
uit, een koude wind door de gordijnen, ik het, misschien
voor het eerst in mijn leven, geloof.

 

 

Vertaald door Jeske van der Velden

 

 2698813-518ab7e15681784c875d6e504ce3b2e7.jpg
Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn blog van 28 maart 2020 en eveneens mijn blog van 28 maart 2019 en ook mijn blog van 28 maart 2017 en ook mijn blog van 28 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:30 Reageer op dit bericht

Els Beerten, Golo Mann, Alfred de Vigny

De Vlaamse schrijfster Els Beerten werd geboren in Hasselt op 27 maart 1959.  Zie ook alle tags voor Els Beerten op dit blog.

Uit: Eén mens is genoeg

“Maart ’44 ben ik geboren, zeven jaar na onze Louis. De hele oorlog hadden ze geen nagel om aan hun gat te krabben, toch werd ik gemaakt. Ik heb dat lang niet begrepen. Was míjn eerste kind Louis, ik had meer dan genoeg. De gelukkigste mens op aarde zou ik zijn.
Het schijnt dat ik bijna vanzelf ben gekomen. Ons vader was nog maar juist de kamer uit of hij mocht al terugkomen. Hij boog zich over de wieg en hij moet zo diep gezucht hebben dat ze hem aan de andere kant van het dorp konden horen. Geen schoner kind dan Juliette, moet hij gezegd hebben, dat híj zoiets kon maken, het was een wonder. Daarna trok hij zijn jas aan en hij verdween.
Na drie dagen sloeg ons moeder een warme doek om mij heen, legde me in de wieg naast de kachel, stapte in haar schoenen en liep recht naar café ‘Onder Den Toren’, waar ze ons vader van de toog weg sleurde en hem niet meer losliet tot ze weer voor ons huis stond. Ze deed de voordeur open, schopte ons vader tegen zijn billen en wel zo hard dat hij knal met zijn gezicht tegen de vloer vloog, zijn voorste tanden brak en zijn neus ook.
Ze deed de deur weer dicht, stapte over hem heen, nam mij uit de wieg, opende haar hemd en legde mij aan de borst.
Een uur heeft hij op de grond gelegen. Toen deed hij zijn ogen open, sukkelde overeind, krabde het bloed van zijn lippen en wangen, van zijn neus en van de grond, draaide zich om en liep naar de voordeur.
Ons moeder zat naast de kachel, ik lag nog altijd tegen haar aan.
Wat hij van zin was, vroeg ze.
Niks, zei ons vader, helemaal niks, waarop hij de voordeur opentrok.
Ze kwam hem niet meer halen, zei ons moeder. Nooit meer.
De voordeur ging weer dicht. Ons vader ging op de grond zitten, sloeg zijn handen voor zijn gezicht. Het schoonste kind van de wereld, zuchtte hij, en dat dat niet kon, hij moest zijn eigen kop nog maar bekijken of hij wist het al.
Ons moeder glimlachte. En met die glimlach ging ze voor hem staan. Dat hij haar eens goed bekeek, zijn vrouw, de rapste, de slimste, de schoonste van uren in het rond. Zag ze eruit alsof ze haar hart zou geven aan de eerste de beste dwazerik?
Het was hém die ze wilde, hem en geen ander.”

 

2698700-435288f4b280655bec1e6cd297ded977.jpg
Els Beerten (Hasselt, 27 maart 1959)

 

 

De Duitse schrijver en historicus Golo Mann werd geboren in München op 27 maart 1909. Zie ook alle tags voor Golo Mann op dit blog.

Uit: Wallenstein

„Sie regierten im Tal der Iser, in Nordost-Böhmen, ohne daß man weiß, wie und wann sie zu ihrer Herrschaft gelangt waren: slawischer Uradel. Das Merkwürdige ist, daß sie im Ursprung dort regierten, wo 400 und 700 Jahre später noch die Besitzungen der Waldsteins lagen und daß wir von Gründungen der Markwartinger, wie zum Beispiel Stadt und Kloster Münchengrätz, noch hören werden. Im späten 13. Jahrhundert teilten sie sich in allerlei Familien, die eine gesonderte Identität zu pflegen begannen.
Von Albrecht Wallenstein schrieb sein mährischer Schwager, Karl von Zierotin, den jungen Mann empfehlend: »Er ist hoch geboren (bien né) wie Sie wissen, und mit allen großen Häusern Böhmens verwandt.« Das traf zu. Nicht nur war einer seiner Ahnen Marschall am Hof des gewaltigen Tschechenkönigs, Georg von Podiebrad; er stammte auch selber von diesem Herrscher ab, und zwar so, daß eine seiner Urgroßmütter von Mutters Seite, eine schlesische Herzogin von Münsterberg, die Urenkelin des Königs war; dieser, zählen wir richtig, war Wallensteins Vorfahr in der siebten Generation. Was dann seine lebenden Verwandten betrifft, die Smiricky, Slawata, Wartenberg, Zierotin, Lobkowicz und andere gleich tönenden Namens, so wohnten sie ringsum in den Schlössern Böhmens und der Markgrafschaft Mähren; in Grenzburgen gegen Deutschland und Ungarn hin, uralten, den Felsen sich anschmiegenden Gemäuern, je nach Bedürfnis und Stil der Zeit erweitert mit Ecktürmen, Vorburgen und Ringmauern; in Schlössern neuen italienischen Stils, langen Fluchten steinerner Säle um Arkadenhöfe, reich geziert mit Holztäfelungen, vergoldetem Schnitzwerk, Wappen, kostbaren Stoffen, Fabelbildern und Ahnenbildern; am Marktplatz ihrer eigenen Städte, in den Gassen der Prager Kleinen Seite, oder zwischen waldumrauschten Höhen und dem Fluß im Tal – da wohnten sie; umgeben von Künstlern aus Welschland, die ihnen etwa gerade den Rittersaal mit Fresken auszumalen oder den Park mit Statuen und Brunnen zu schmücken hatten, von Leibärzten und Seelsorgern, von französischen, italienischen, deutschen Sekretären; bedient von Stall-, Jäger- und Haushofmeistern, von Ober- und Unterköchen, Pastetenmachern und Zuckerbäckern, von Kammerdienern, Lakaien, Haiducken, reitenden Boten; Souveräne so weit ihr Reich reichte, Herren über Leben und Tod ihrer Untertanen; Patrioten wohl auch, Hauptleute ihres Kreises, tätige Mitglieder des Landtages in Prag, Inhaber der obersten Landesämter, aber Patrioten auf ihre Art, so nämlich, daß sie des Landes Freiheit gleichsetzten mit ihren Freiheiten, welche in Jahrhunderten den Königen und Bürgern abgezwungene, ungeheuere Vorrechte waren.“

 

 2698700-691e6cab7f8c8f392ca80b0ecbaf6c80.jpg
Golo Mann (27 maart 1909 – 7 april 1994)

 

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Vigny werd geboren op 27 maart 1797 te Loches (departement Indre-et-Loire). Zie ook alle tags voor Alfred de Vigny op dit blog.

 

 

De dood van den wolf

II

Ik steunde ’t hoofd op mijn ontladen jachtgeweer.
Al mijmerend, verging de lust mij meer en meer
nog zijn wolvin en welpen te vervolgen, die
slechts node van hem scheidden, en, naar ik het zie,
zou zeker ’t fiere wijfje, zonder haar twee jongen,
in de ure des gevaars hem zijn te hulp gesprongen;
maar zij had zich aan ’t redden van het kroost gewijd,
moest hun nog leren, hoe men waardig honger lijdt,
hoe men te allen tijde zich moet houden buiten
’t verdrag dat mensen met geknechte dieren sluiten,
die jagen voor de mens, in ruil voor onderhoud,
zij, voorheen zelf de meesters van gebergte en woud.

 

 

Vertaald door Martinus Nijhoff

 

 2698700-9bb6a967dc8d7d91cb166bca5f98f56d.jpg
Alfred de Vigny (27 maart 1797 – 17 september 1863)
Standbeeld van Alfred De Vigny in zijn geboorteplaats Loches, departement Indre-et-Loire

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook mijn blog van 27 maart 2020 en eveneens mijn blog van 27 maart 2019 en ook mijn blog van 27 maart 2017 en ook mijn blog van 27 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.




Geschreven door Romenu om 17:05 Reageer op dit bericht

Erica Jong, Robert Frost

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Erica Jong werd geboren in New York op 26 maart 1942. Zie ook alle tags voor Erica Jong op dit blog.

 

 

NARCISSUS, PHOTOGRAPHER

Mirror-mad,
he photographed reflections:
sunstorms in puddles,
cities in canals,

double portraits framed
in sunglasses,
the fat phantoms who dance
on the flanks of cars.

Nothing caught his eye
unless it bent
or glistered
over something else.

He trapped clouds in bottles
the way kids
trap grasshoppers.
Then one misty day

he was stopped
by the windshield.
Behind him,
an avenue of trees,

before him,
the mirror of that scene.
He seemed to enter
what, in fact, he left.

 

 

THE UNIVERSAL EXPLICATOR

The Universal Explicator
hums softly to itself
the names of dreams
separates the hungers
sets them against each other

The Universal Explicator
grinds out bullets with its bowels
speeches with its mouths
air pollution
from every pore

The Universal Explicator
even makes love
with a choice of dildos
simultaneously makes war
simultaneously talks peace

The Universal Explicator
gives fellowships to bombs
& defense contracts to poets

A man once tried to murder it
His bullets boomeranged
& shot him dead
The Universal Explicator
canonized him instantly

The Universal Explicator
is tiny & fits
in the palm of your soul
If cornered will explode
inside you

 

 

SEMINAR

They are the clean boys from the midwest
who come to New York
with pennies on their tongues
to pay the piper.

They open their mouths & money tumbles out.
This ought to be
negotiable for poems
but it is not.

Oh they are glib as pockets full of change
& all have girlfriends
& all turn on
& all get laid two times a week, at least,
& write about it.

They bring their poems to the man
who’s slept with death,
& are baffled
when he laughs.

 

2698548-5ce6915b9e5083f1a089781c52566da0.jpg
Erica Jong (New York, 26 maart 1942)

 

 

De Amerikaanse dichter Robert Lee Frost werd geboren op 26 maart 1874 in San Francisco. Zie ook alle tags voor Robert Frost op dit blog.

 

 

Stop op mijn rit door het bos in de sneeuw

Wie in het dorp dit bos bezit
Ziet mij niet stoppen op mijn rit
En kijken naar zijn bos dat daar
Besneeuwd raakt met een laagje wit

Mijn paardje stil te houden waar
Geen boerderij is, vindt hij raar
Er is slechts bos, ‘t bevroren meer
Het diepste duister van het jaar

Hij schudt zijn tuig wat heen en weer
Als vroeg hij: zijn wij niet verkeerd
En verder hoor je slechts een vlaag
Van wind, een vlok valt donzig neer

Hoezeer het bos mij ook behaagt
Ik houd ook mijn beloftes graag
Zo lang nog eer ik slaap vandaag
Zo lang nog eer ik slaap vandaag

 

Vertaald door Ans Bouters

 

 

2698548-44b86c3d5950bb99f82b53afbbe1737a.jpeg
Robert Frost (26 maart 1874 – 29 januari 1963)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e maart ook mijn blog 26 maart 2022 en ook mijn blog van 26 maart 2021 en ook mijn blog van 26 maart 2020 en eveneens mijn blog van 26 maart 2019 en ook mijn blog van 26 maart 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:25 Reageer op dit bericht

Annunciation (Malcolm Guite), Paul Meeuws, Joy Ladin

 

 

 

2698403-f6d11c69f025a4065fe97781e5058b92.jpg
De Annunciatie door Leonardo da Vinci, ca. 1472

 

 

Annunciation

We see so little, stayed on surfaces,
We calculate the outsides of all things,
Preoccupied with our own purposes
We miss the shimmer of the angels’ wings,

They coruscate around us in their joy
A swirl of wheels and eyes and wings unfurled,
They guard the good we purpose to destroy,
A hidden blaze of glory in God’s world.

But on this day a young girl stopped to see
With open eyes and heart. She heard the voice;
The promise of His glory yet to be,

As time stood still for her to make a choice;
Gabriel knelt and not a feather stirred,
The Word himself was waiting on her word.

 

 

2698403-11f0e2bfea9056b9f4eb0b70709f5f18.jpg
Malcolm Guite (Ibadan, 12 november 1957)
De St. Petruskathedraal in Aremo, Ibadan, Nigeria, de geboorteplaats van Malcolm Guite

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Zie ook alle tags voor Paul Meeuws op dit blog.

Uit: Het genadeloze oog

“De galeriehoudster, vermaard om haar collectie wajangs, chinees aardewerk, een dikbuikige Boeddha en sinds kort, een ‘gedurfde verzameling moderne kunst’ (de plaatselijke pers) wist de kinderen tactisch van haar oosterse snuisterijen te weren. Ze stelde, mits ze goed naar hun onderwijzer luisterden, een kartonnetje in het vooruitzicht, waaruit ze hun eigen wajang konden prikken voor boven hun bed. Haar broze garnituur was maar schijn. Toen enkele belhamels te dicht in de buurt van haar porseleinkast kwamen, werden ze domweg terug geduwd. Hun onderwijzer zond ze een krisscherpe blik.
De vorm van de bronzen dwong tot uitleg. Waarom geen armen maar stompjes? Waarom hadden de hoofden geen ogen, maar de borsten wel tepels?
De jongens betrokken hem knipogend in een complot tegen de meisjes. Ze waren pas tien, maar hadden nu al van hun vaders geleerd over dit soort zaken vrijpostig te zwijgen. De onderwijzer had op zijn opleiding het een en ander over de kunst van het weglaten geleerd. Men kan, ook al is men pas tien, een ontwikkeling die inzette bij de Venus van Milo toch zomaar niet weghonen? Een keur van argumenten had hem kunnen wapenen tegen de spotlust van deze kinderen. Er waren manifesten geschreven, epaterende pamfletten vaak, die het mes zetten in de realistische verbeelding; niet een was er gericht tegen kinderen. Sprak er uit al die geschriften niet hetzelfde respect voor de onbezoedelde kinderblik, als een nostalgisch a priori? Hadden die pamfiettenschrijvers dan geen kinderen?
Hij had te kiezen uit twee even uitzichtloze conclusies. Of de kinderblik was wel degelijk bezoedeld, vooringenomen en benepen en die van de moderne kunstenaar dus niet minder. Of de kinderlijke schamperheid gold een bij uitstek volwassen aangelegenheid, waarover zij niet oordelen konden, en waarvan men de drijfveren uit kiesheid verzweeg of met een zekere sprookjesachtigheid omgaf. Ook dan was deze excursie tijdverlies, verspilde moeite.
Hij zocht houvast bij een paar meisjes, altijd dezelfde, die zich aan hun onderwijzer hadden gehecht. Ze knikten trouwhartig op alles wat hij hakkelend te berde bracht. Maar toen hij die befloerste oogjes zag, sloeg even de vlam in zijn betoog, dat oplaaide als de arabesk van gepolijst koper waar hij met zijn bespreking net aan toe was.
‘Dit’, riep hij uit, ‘is als het vuur dat nu nog smeult in jullie hartjes en in de kinderlijke grilligheid vergeefs een uitweg zoekt’.”

 

 

2698403-5f1e29d7369be2d49b9c056d7843bd73.jpg
Paul Meeuws (Roermond, 25 maart 1947)

 

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

 

Psalm

[III]

De voetstappen van de Heer
in de tuin. Ik weet
wat me te doen staat, trek mijn huid aan

en doe een poging tot mens,
wetend dat jij allang weet
wat er scheelt tussen het schepsel dat ik ben

en het schepsel waarvan jij dacht
dat je jezelf er naar binnen zou blazen
op de avond van de zesde dag. Ik weet,

je zal mijn naaktheid teder bedekken,
maar ook ontgoocheld
dat ik mij iets moet voelen

anders dan naakt,
want naaktheid is het beeld
waarin ik ben geschapen, het beeld

te kijk door je doorkijkvoile
van verlegen jonge sterren
die heel stilletjes zingen

om maar niet te smoren
wat jouw beeld binnenin hen zingt.
Je wilt dat ik jou zie,

hoe je je weg plukt daar
door de tuin binnen mijn huid.
Je doet zo je best

te worden gezien. Ik doe zo mijn best niet
iets te zijn waar je op hoopt
als ik hongerig tussen de blaadjes door spied.

Niet tegen je praten kan ik niet
maar je kunt op de vingers narekenen
van de hand die je niet hebt

hoe vaak je hebt geantwoord. Soms misschien
verblind je mij
met al je staatsie. Eén zweem,

en het geruststellend
levensooglid knijpt
zich weer op je toe. Nu

lijd ik geen enkel leven
over het grimmig continent van je verlangen
naar een staren

naar jouw staren
naakt en onbeschaamd, een beeld van jou
dat niet wegkijkt

bij het beeld waarin het is gemaakt.

 

Vertaald door Joost Baars

 

 

2698403-fc4547f501f9da4e984c2ea29ae8f726.jpg
Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e maart ook mijn blog van 25 maart 2021 en ook mijn blog van 25 maart 2020 en eveneens mijn blog van 25 maart 2019 en ook mijn blog van 25 maart 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:54 Reageer op dit bericht

Joy Ladin

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

 

In the Beginning

There was love.  And out of love
Came graves and mountains,
Clefts in rocks, footsteps in gardens,
Warm-blooded creatures
Taking shape in darkness,
Peppermills and grocery lists,
Squirrels scrabbling on copper roofs,
The smalls of backs, the backs of necks,
Tea lights and tapers,
Badly sewn curtains,
Sobs in the night, policemen on lawns,
IVs and ambulances,
Skies full of stars
Waiting for eyes
To see them as constellations.

 

 

The World at Your Feet

What is man that you are mindful of him…
laying the world at his feet?
                                             — Psalm 8

Eden eyes you from afar.  Waterbirds
Flick their white-tipped wings

Shyly as they skim
The paradise ashiver

In the river’s ripples:  palm and eucalyptus,
Animals eager to receive their names,

Sheep and oxen, wild beasts, all the birds of heaven.
The Garden that’s longed for you

From the instant longing split you
Colors like a jilted lover, flashing

The iridescent eyes of peacocks, brushing your brow
With willow fingertips,

While you, who long to lose yourself
In the world that longs to take you

Where God is imperative to blossom
And thirst for the knowledge of sorrow

Becomes the sorrow of the knowledge
There was no need to thirst,

Find yourself
With the world at your feet

Choosing again
To betray her.

 

 

Making Love

I reach for God
and brush your breast,

reach for you
and brush God

dangling and tipped,
gathered over years

of concealment and revelation
into this teardrop of flesh

spilling toward my lips.
I don’t know

what is entering me.
I don’t know what I’ve entered,

or when God became
a shudder of pleasure,

compressing the universe’s exploding center
into this triangle of desire

so that touching you
is touching God

swaddled in arms and legs,
shy as a new-made planet

you and I, breath-filled clay,
were created to inhabit.

 

 

Een klein stukje oceaan

Kinderen hurken op een luchtbed midden in het water.
Het halfvolwassen hert verdwijnt

in een bosje jeneverbes en riet. We weten dat schelpen
ooit leefden, maar het is moeilijk voor te stellen

wat stenen ooit hebben meegemaakt. Moeilijk om een aards wezen te zijn
in een wereld bedekt met water. Ik maak me geen zorgen

over gelukkig zijn. Ik wilde voelen:
Missie volbracht.

Ik wilde de schaduw die ik wierp erkennen,
meer licht dan schaduw werpen. Mijn dochter en ik

bereiken de boeien die het touw drijvende houden. Onder ons,
duisternis, die oprukt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2698283-464b7e665a015941ad6311ce59fe24f2.jpg
Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e maart ook mijn blog van 24 maart 2021 en ook mijn blog van 24 maart 2020 en eveneens mijn blog van 24 maart 2019 en ook mijn blog van 24 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.




Geschreven door Romenu om 16:34 Reageer op dit bericht

Yōko Tawada, Gary Whitehead

De Japanse dichteres en schrijfster Yōko Tawada werd geboren op 23 maart 1960 in Tokyo. Zie alle tags voor Yōko Tawada op dit blog.

Uit: De laatste kinderen van Tokyo (Vertaald door Luk Van Haute)

“Mumei, nog steeds in zijn blauwe zijden pyjama, zat met zijn achterste tegen de tatami geplakt. Dat hij wat aan een kuiken deed denken, kwam misschien doordat zijn hoofd zo groot was in verhouding tot zijn lange, smalle hals. Zijn haar, zo dun als zijdedraad, was nat van het zweet en kleefde in klitten aan zijn huid.
Hij hield zijn oogleden bijna gesloten en bewoog zijn hoofd om met zijn oren de ruimte af te tasten, en zo het geknars van de zware voetstappen buiten op het grindpad met zijn trommelvliezen op te vangen. Het geluid klonk steeds harder en hield toen plotseling op.
De schuifdeur begon te ratelen als een goederentrein en Mumei deed zijn ogen open, waarop het zonlicht kwam binnengestroomd, geel als gesmolten paardenbloemen. Mumei trok zijn schouders krachtig naar achteren, stak zijn borst vooruit en hief zijn gespreide armen de hoogte in, alsof hij zijn vleugels uitsloeg.
Yoshiro kwam hijgend in zijn richting. Een glimlach trok diepe rimpels in zijn ooghoeken. Zodra hij een been optilde en omlaagkeek om zijn schoen uit te trekken, druppelde het zweet van zijn voorhoofd.
Yoshiro huurde elke ochtend een hond bij de ‘hondenverhuurder’ aan het kruispunt voor de dijk. Met de hond aan zijn zij rende hij dan een halfuur op die dijk. De rivier was als een bundel zilveren linten. Als het waterpeil door schaarste heel laag stond, stroomde hij verrassend ver van de oever vandaan. Op die manier zomaar zonder reden hardlopen op de weg noemden de mensen vroeger ‘joggen’, maar met het verdwijnen van de leenwoorden werd het vanaf een bepaald moment ‘weglopen’ genoemd. Eerst was het een modewoord dat voor de grap werd gebruikt, in de zin van: ‘Als je hard loopt, gaat je hoge bloeddruk weg’, maar na een poosje was het ingeburgerd. Mumeis generatie had er nooit bij stilgestaan dat ‘weglopen’ vroeger ook een romantische connotatie kon hebben.
Ook al werden leenwoorden dan niet langer gebruikt, bij de hondenverhuurder waren de fonetische tekens waarin de namen van de buitenlandse rassen werden geschreven nog overvloedig aanwezig. Toen Yoshiro begon als ‘wegloper’, had hij weinig vertrouwen in de snelheid die hij aankon, en dus ging hij ervan uit dat hij het best een zo klein mogelijk hondje kon kiezen.”

 

2698150-ff396b1b02f3ecdd7e63686916d7bdfd.jpeg
Yōko Tawada (Tokyo, 23 maart 1960)

 

 

De Amerikaanse dichter Gary Joseph Whitehead werd geboren op 23 maart 1965 in Pawtucket, Rhode Island. Zie alle tags voor Gary Whitehead op dit blog.

 

Peren plukken

Ik sta op de bovenste sport en de ladder
trilt; boven me hangen de winterperen net buiten
bereik, schoon en zwaar aan de takken geregen
en wiegend als de schorten van mijn grootmoeder
die aan de waslijn hangen te drogen. Ik laat er een vallen in
de tas die ze onder me openhoudt. Ze glimlacht,
en ik word meegetrokken in de omhelzing van haar blik –
naar beneden, naar handenvol aarde, seizoenen, de lege
beker van een verloren dochter, een verloren borst.
Ik ben verweven in kilometers aan quilts, gordijnen,
tafelkleden, zomen van broeken, rokken.
Ik zit aan haar vast als een knoopje aan een borstzak,
en ik ruik zeep, tomaten, kippensoep,
Portugees zoet brood, geitenkaas, peren…
en ik laat me zakken langs de knoestige
tak, de ladder af om de volle
zak met fruit te pakken waar ik zo van houd, warm van
de zon en gevlekt als haar handen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2698150-4424d7d5d47d801fe1bdb5a2404d6b7c.jpg
Gary Whitehead (Pawtucket, 23 maart 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e maart ook mijn blog van 23 maart 2023 en ook mijn blog van 23 maart 2020 en eveneens mijn blog van 23 maart 2019 en ook mijn blog van 23 maart 2015 deel 1 en eveneens mijn blog van 23 maart 2014 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:24 Reageer op dit bericht

Billy Collins

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

 

 

I Ask You

What scene would I want to be enveloped in
more than this one,
an ordinary night at the kitchen table,
floral wallpaper pressing in,
white cabinets full of glass,
the telephone silent,
a pen tilted back in my hand?

It gives me time to think
about all that is going on outside–
leaves gathering in corners,
lichen greening the high grey rocks,
while over the dunes the world sails on,
huge, ocean-going, history bubbling in its wake.

But beyond this table
there is nothing that I need,
not even a job that would allow me to row to work,
or a coffee-colored Aston Martin DB4
with cracked green leather seats.

No, it’s all here,
the clear ovals of a glass of water,
a small crate of oranges, a book on Stalin,
not to mention the odd snarling fish
in a frame on the wall,
and the way these three candles–
each a different height—

are singing in perfect harmony.

So forgive me
if I lower my head now and listen
to the short bass candle as he takes a solo
while my heart
thrums under my shirt–
frog at the edge of a pond–
and my thoughts fly off to a province
made of one enormous sky
and about a million empty branches.

 

 

The Lanyard

The other day as I was ricocheting slowly
off the blue walls of this room
bouncing from typewriter to piano
from bookshelf to an envelope lying on the floor,
I found myself in the ‘L’ section of the dictionary
where my eyes fell upon the word, Lanyard.
No cookie nibbled by a French novelist
could send one more suddenly into the past.
A past where I sat at a workbench
at a camp by a deep Adirondack lake
learning how to braid thin plastic strips into a lanyard.
A gift for my mother.
I had never seen anyone use a lanyard.
Or wear one, if that’s what you did with them.
But that did not keep me from crossing strand over strand
again and again until I had made a boxy, red and white lanyard for my mother.
She gave me life and milk from her breasts,
and I gave her a lanyard
She nursed me in many a sick room,
lifted teaspoons of medicine to my lips,
set cold facecloths on my forehead
then led me out into the airy light
and taught me to walk and swim and I in turn presented her with a lanyard.
‘Here are thousands of meals’ she said,
‘and here is clothing and a good education.’
‘And here is your lanyard,’ I replied,
‘which I made with a little help from a counselor.’
‘Here is a breathing body and a beating heart,
strong legs, bones and teeth and two clear eyes to read the world.’ she whispered.
‘And here,’ I said, ‘is the lanyard I made at camp.’
‘And here,’ I wish to say to her now,
‘is a smaller gift. Not the archaic truth,
that you can never repay your mother,
but the rueful admission that when she took the two-toned lanyard from my hands,
I was as sure as a boy could be
that this useless worthless thing I wove out of boredom
would be enough to make us even.’

 

 

LIEFDE

De jongen aan het andere eind van de treinwagon
bleef over zijn schouder kijken
alsof hij bang was of iemand verwachtte

en toen verscheen zij in de glazen deur
van de voorste wagon en hij stond op
en opende de deur en liet haar binnen

en ze betrad de wagon met
een grote zwarte kist
met de onmiskenbare vorm van een cello.

Ze oogde als een engel met een hoog voorhoofd
en donkere ogen, haren in haar nek
bijeengebonden met een zwarte strik.

En vanwege dit alles
scheen hij een beetje onhandig
in zijn geluk om haar te zien,

terwijl zij er gewoon was,
volmaakt schepsel
met een zacht gezicht , dat cello speelde

En de reden dat ik dit schrijf
op de achterkant van een manilla envelop
nu zij de trein samen hebben verlaten.

is dat ik je wil vertellen dat –
toen zij zich omdraaide om de grote,
kwetsbare cello in het bagagerek te tillen-

ik zag dat hij opkeek naar haar
en wat ze deed,
zoals de ogen van heiligen zijn geschilderd

als zij opkijken naar God
als hij iets wonderbaarlijks verricht,
iets dat hem tot God maakt.

 

Vertaald door Chris Coolsma en Marijke Oomen

 

 

2698036-0aafe1fe7c3b61477753146aa7c12eae.png
Billy Collins (New York, 22 maart 1941)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e maart ook mijn blog van 22 maart 2020 en eveneens mijn blog van 22 maart 2019 en ook mijn blog van 22 maart 2016 en mijn blog van 22 maart 2014 deel 1 en eveneens deel 2.




Geschreven door Romenu om 17:22 Reageer op dit bericht

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Hermann Lenz

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies twintig jaar! (Al verscheen het eerste bericht op Seniorennet pas op 10 augustus 2007) Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog en Romenu’s eerste lustrumpagina.

 

 

De vrienden

Bij ’t portret van Jaap en Okke
Hun houding drukt hun diepste wezen uit
De grootste zit, in wakkren droom verloren,
Op ’t rijzen van de stem des bloeds te hooren,
De nachtegaal die in harts meinacht fluit.

Hij wond zijn arm los om zijn makker heen
In groote goedheid, niet om steun te ontvangen.
Wie luistert naar zijn innigste verlangen,
Hij vindt zijn vastheid in zichzelf alleen.

De jongste staat, zijn oogen moedig open,
Gereed om met zijn onbevlekte kracht
Het schoone leven naar zijn wil te dwingen.

Gelukkigen! Zij hebben wat zij hopen:
De reine houdt de wereld in zijn macht,
En die gelooft, bezit reeds alle dingen.

 

 

2697929-26cd91b250d15e9be0be703191c09560.jpg

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

 

Dan dooft de kleine prins het licht

We woonden nog op het kasteel
en vader stapte binnen
met wat voor ons
de eerste teletijdmachine was
een commodore
een plastic bak met vensterglas
waarachter
ik de nieuwe wereld zag
met broertjes vocht ik
om de aandacht van het ding
de gunst
van de betovering –
het spel
met de Perzische prins

—

We belden later
later eenzaam in
als onverbonden wezen
weifelend zocht de modem
vertraging
van het verlangen
contact

—

Maar we leefden net zolang
tot elk van ons
zichzelf
in de ban van het ding
volledig omringde met schijn
met de glans van de ring
met het schijnsel
van schermen
online scheen alles
onmiddellijk
nabij

—

Op een kleine planeet groeide toen het idee
dat je in deze wereld
helemaal
je hele zelf kan zijn
astronaut
in het diepst van je gedachten
ongebonden
tijdloos tollend om je eigen as
planeet
zonder zon

—

Alleen
je blijkt niet alleen zo alleen
in de ruimte woekert
oneindig
de braamstruik
ik zie het aan
en breid mijn databundel uit
schrijf
en schrijf
om
er te zijn

—

We tasten, we zweven
soms lijkt iets dichtbij
maar weet jij
of weet ik veel
want wat is er waar
dit hier
jij daar
zonder nabijheid
is alles verhaal

 

 

2697929-5448f64a56a80a8a79f38e65c60564f5.jpg

Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

 

Terugblik

Geen huis gebouwd,
Geen zoon gekregen,
Alleen boeken geschreven.

Is dat genoeg?
Nee, dat is niet genoeg.

Zelfs bezittingen
zijn een lastig iets voor je,
Een twijfelachtig iets uiteraard.

Je woonde op zolder
Met meubels uit het verleden.
Die heb je lang gekend.

Wat anderen “leven” noemen,
Was hard werken voor jou.
Gelukt is het je nooit.

Als je het maar net redt.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2697929-8d5dda98b2baa8c350fe37c36d7a1064.jpg

Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 21e maart ook mijn blog van 21 maart 2022 en ook mijn blog van 21 maart 2021 en ook mijn blog van 21 maart 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2019 en ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 2 en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.



Geschreven door Romenu om 17:27 Reageer op dit bericht

De Lente (Frederik van Eeden), Ricus van de Coevering

 

 

2697926-e67011661aa3353fcfda65859936f1ab.jpg
Voorjaar door Sabine Frey, 2011

 

 

De Lente

Reeds is het statig eiber-paar gekomen,
’t geduldig rijs wringt stil de knoppen los,
de zoele lente luwt door ’t zonnig bosch
en wiegt mijn geest in weemoeds-zoete droomen.

Violengeur stijgt op uit vochtig mos,
een bronzen gloed verjongt de dorre boomen,
en primula’s en dotterbloemen zoomen
de groene wei met gouden voorjaarsdos.

Wat heb ik, milde! naar uw komst gesmacht!
wat scheen uw toeven lang! — is ’t niet mijn leven
dat door uw donzen adem wordt gewekt?

Eens zult ge niet meer keeren, als ge trekt,
des weerziens zaligheid mij niet meer geven
en grimmig grijnst dan d’eindelooze nacht.

 

 

2697926-370b313f2080f84eccef5a0d7164e7ec.jpg
Frederik van Eeden (3 april 1860 – 16 juni 1932)
Haarlem, de geboortestad van Frederik van Eeden in de lente

 

 

De Nederlandse schrijver Ricus van de Coevering werd op 20 maart 1974 in Asten geboren. Zie ook alle tags voor Ricus van de Coevering op dit blog.

Uit: De hooier

“Timo stapte uit bed, misschien voor de laatste keer als scholier. Alleen het woord al, scholier: pokdalig en mager, onhandig en verlegen. Straks was hij misschien student in de stad, student biotechniek. De film 2001: A Space Odyssey van Stanley Kubrick had hem op het idee gebracht om iets in die richting te gaan doen. Tijdens een filmavond op school gebeurde het. Hij zat helemaal achter in de aula, waar de Abtrünnigen en einzelgängers zaten, toen een sprookjesachtig verlangen met een schokje in hem wakker werd. Op het witte doek gebruikte een mensaap een langwerpig bot voor het eerst als werktuig en sloeg er een andere mensaap mee dood, om het wapen vervolgens met een brul de lucht in te gooien. De camera volgde de vlucht — en in de volgende scène was het gereedschap veranderd in een ruimteschip dat door het heelal reist. Hoe de mens eens het universum ontdekken zal, als intergalactisch, bijna onsterfelijk wezen in het gewichtloze oneindige; de filmmuziek deed hem op een prettige manier huiveren, de ‘Sonnenaufgang’ vooral, uit het symfonische gedicht van Richard Strauss, opus 3o. Het oergeluid van de pauken, die hele compositie, zo indrukwekkend als het besef van de geboorte van het universum zelf. Thuisgekomen die avond, deed hij op zijn computer onderzoek naar de film — en zo kwam hij via Kubrick en Strauss al snel bij Nietzsche uit. Hij las over de dood van God, gestorven aan medelijden om de mensen, en over de afwezigheid van moraal en waarheid, over de ondergang en overgang die de mens tegelijkertijd is. In de maanden daarna leerde hij citaten uit zijn hoofd en wanneer iets menselijks hem niet beviel dan dacht hij: der Mensch ist ein Seil, geknüpft zwischen Tier und Obermensch — ein Seil über einem Abgrunde. Aangenaam, Timo Vinck, student Bachelor of Science richting Biotechniek — zo stelde hij zich in zijn fantasieën soms al voor. Zo gepassioneerd als de docenten tijdens de open dagen over hun vak spraken, over de mogelijkheden die de mens nog te wachten staat, hoe aanstekelijk hun visioenen waren, de snelheid van de ontwikkelingen; een paar decennia geleden een mensenoor op de rug van een muis, zo’n schelp van kraakbeen die bij dat beestje zijn ruggengraat uit groeit, en inmiddels nanogereedschap om genetisch materiaal mee open te knippen en aan te passen. Om de mens te mogen helpen, al is het maar een klein stapje hoger op de aardse houtje-touwtje ladder! Was hij maar eerder ergens zo enthousiast over geweest.”

 

 

2697926-0e62f8054c45351dd6c828152eccd8f4.jpg
Ricus van de Coevering (Asten, 20 maart, 1974)

 

 

 Zie voor nog meer schrijvers van de 20e maart ook mijn blog van 20 maart 2025 en oook mijn blog van 20 maart 2021 en ook mijn blog van 20 maart 2020 en eveneens mijn blog van 20 maart 2019 en ook mijn blog van 20 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3 en ook deel 4.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Lina Kostenko

De Oekraïense schrijfster en dichteres Lina Kostenko werd op 19 maart 1930 geboren in Rzhyshchiv. Zie ook alle tags voor Lina Kostenko op dit blog.

 

 

The Sin of Great and Yet Untimely Bliss

The sin of great and yet untimely bliss
brings punishment and pain the sinner weathers.
Above that great Icarian abyss,
I am a woman dressed in wax and feathers.

The wax will melt. I’ll fall into the sea
and struggle, overwhelmed by your deep ocean.
The uncalled anguish of this thirst in me
I’ll only cure by your divine devotion.

The window now shows autumn. Life persists.
Forget the past and make a firm decision.
You are prepared for deadly turns and twists.
In this world we could not avoid collision.

 

 

With Your Eyes You Said

“Beloved.” With your eyes you said the word.
Within our souls a struggle had awoken.
And like the ring of crystal hardly heard,
the things we didn’t say were left unspoken.

The train of life sped on beyond back then.
The silence screeched like brakes unduly broken.
So many words were scribbled down in pen.
The things we didn’t say were left unspoken.

Night turned to day, and day turned into night.
Fate wobbled on the scales with every token.
The words rose like the sun in me, so bright —
The things we didn’t say were left unspoken.

 

 

O Slake My Thirst Upon Your Voice

To slake my thirst upon your voice,
upon that stream of loving madness,
that jubilation and that sadness,
to taste strange magic and rejoice.
To listen in attentive rapture
so keenly I forget my thought.
To wrestle free of quiet’s capture
with jests so desperately sought.
To drink your words as if to borrow
the strength I’ll need to break the dull
and unintelligible sorrow
of the inevitable lull.
To let our sudden silence sever
our words from us as if by choice.
And so defenselessly forever
to wait to savor your sweet voice!

 

 

Hoe ingelukkig staan de sprookjeskijkers!

Hoe ingelukkig staan de sprookjeskijkers!
Mijn hart springt op als plotsklaps ik ontwaak.
’t Is winter, Perzië, sering gelijkend,
geen vogel die haar nu onveilig maakt.

Mijn ijspaleizen, torens diepgevroren,
en waar ik ben, heel even geen idee –
ginds in mijn kindertijd, verhalen horend,
ben ik in Irpin’, ’t rijk van Berendej?

Heel even geen idee dat dit mijn raam.
‘k Bezie de dennenwereld vol verbazing.
Dan ben ik ijlings wakker. En je naam
vervult mijn hart met smart en zonnestralen.

 

 

Vertaald door Arie van der Ent

 

2697670-57734cb88c02fcad48de92bc674b6c75.jpeg
Lina Kostenko (Rzhyshchiv, 19 maart 1930)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e maart ook mijn blog van 19 maart 2022 en ook mijn blog van 19 maart 2020 en eveneens mijn blog van 19 maart 2019 en ook mijn blog van 19 maart 2017 deel 1 en eveneens deel 2



Geschreven door Romenu om 17:23 Reageer op dit bericht

Tonnus Oosterhoff, Lina Kostenko

De Nederlandse dichter en schrijver Tonnus Oosterhoff werd geboren in Leiden op 18 maart 1953. Zie ook alle tags voor Tonnus Oosterhoff op dit blog.

 

Zekere Indianen

Tussen blind en alziend woont een stam waarvan
de leden enkel omlaag kunnen kijken.
Hun horizon, twee meters in ’t rond, verschuift bij iedere pas.
In de rotsbodem hebben voorouders pijlen gekrast naar de beek,
de heldere, koele. Als de indianen zich oprichten
duizelt het hun de wereld wordt duister:

In liefde ontbrand voor een paar voeten en dijen
lopen ze levenslang hand in hand. Schaduw
verschijnt en verdwijnt. Het is een raadsel.

 

 

We gingen vroeg naar bed, kortste nacht, langste dag

We gingen vroeg naar bed, kortste nacht, langste dag.
Shasta Merilyn, spamhaai, zij schreef me een brief.

Langste dag, de natuur herstelt zich van de lente:
moedereend Candy wordt bij een aanval van meeuwen
van zes kuikens beroofd. Eén blijft nog, die is voor de snoek.
Wij gingen vroeg naar bed, de zon scheen door de gordijnen.
Weer lukte het niet. Hoe ver moet je gaan om in de buurt te komen?
Het wordt alweer dag.

De jonge bruidegom springt uit het bruidsbed,
danst de tent die zijn hemelse vader hem spande.
Na één dag op, afgeleefd ligt ’s nachts het jongetje bij zijn voedster.
Bij het eerste licht springt de bruidegom
het bed uit, rent de aarde bijzijde.

Het gefluister van de voedster,
spraak zonder klank, ware kennis.
Eunuch met doorgesneden stembanden, bevoegd het meetlint te
dragen.
De dag vertelt het de nacht, de nacht fluistert.

Shasta moet blijven schrijven of ze zakt naar de bodem.
Ze moet blijven schrijven zonder omwegen:
‘Tired of wasting uncountable $ to grow your Penis but result not
what you expect? our magic pills can give you length you deserved.’
Dit gaat in een heel vreemde taal over mij, vreemde mij. Welke
lengte verdien ik?

 

2697544-2291d17f9af49a6d76c4190efb387d8f.jpg
Tonnus Oosterhoff (Leiden, 18 maart 1953)

 

 

De Oekraïense schrijfster en dichteres Lina Kostenko werd op 19 maart 1930 geboren in Rzhyshchiv. Zie ook alle tags voor Lina Kostenko op dit blog.

 

Zijn woorden eng wanneer ze zwijgen

Zijn woorden eng wanneer ze zwijgen,
Wanneer ze loeren in de stilheid,
Wanneer je de juiste moet kiezen,
maar er is niets onaangeroerd.

Door woorden werd iemand gekweld,
begon ermee en moest het einde maken.
Miljarden mensen hebben iets gezegd,
alleen jij moet ze voor het eerst gebruiken.

De schone en de lelijke werden al herhaald.
En alles was: bloeitijden en vervallen.
Poëzie is toch altijd ongeëvenaard,
het is de aanraking met onze zielensnaren.

 

 

Vertaald door Olia Sokovykh, Kateryna Chamieieva en Iryna Vasyfrk

 

 2697544-68e19de6c3770f497bc69757be9f8c9f.jpeg
Lina Kostenko (Rzhyshchiv, 19 maart 1930)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e maart ook mijn blog van 18 maart 2021 en ook mijn blog van 18 maart 2020 en eveneens mijn blog van 18 maart 2019 en ook mijn blog van 18 maart 2018 deel 2 en eveneens deel 3 en ook mijn blog van 18 maart 2017 deel 3.



Geschreven door Romenu om 17:25 Reageer op dit bericht

Rense Sinkgraven, César Vallejo

De Nederlandse dichter Rense Sinkgraven werd op 17 maart 1965 geboren in het Friese Sint Jacobiparochie. Zie ook alle tags voor Rense Sinkgraven op dit blog.

 

 

Achter de dijken

Ik kom je tegen in een eerder leven,
of een ander heden, het is om het even.
Dit wilde ik je nog zeggen, zeg ik.
Jij luistert, knikt, alsof je het begrijpt.
Reikt mij je hand.

We zitten naast elkaar en zwijgen.
Onze wereld is geheel en rond, zal nooit
verdwijnen. Kijk, zeg je, dit was het dan.
De tijd raast voort achter de dijken.
Ik kan niet blijven.

 

 

Stille getuige

De witte stoelen.
Een zomer die niet kwam.
In de schemer lijkt het wit zo wit,
sacraal, maar ook sinister.

Alsof hier mensen waren
die voorgoed verdwenen zijn.
Stille getuigen
die blijven zwijgen.

De witte ligstoel, jij.
Gekreukeld kleed met rozen.
Bij het hek, de man die wacht.
Op jou, op mij.

 

 

Schaduw is mijn grond

Camera op statief.
Hier zie ik het niet, zeg je.
Jij zoekt zoals een dichter kijkt.
Tot het gevonden wordt, of niet.

Onrustig loop je rond.
Barmhartig schijnt de zon.
Het licht is kil, er ligt een schim.
Schaduw is mijn grond.

Is het moment voorbij?
Beeld van wat had kunnen zijn?
Bittere kou, niemand nabij.
Boven je macht fotografeer je mij.

Wie ben ik dan?
Jij meet het licht, de sluitertijd.
Voor mij een kleine eeuwigheid.
Hier blijf ik achter

 

 2697430-096781cd8550c33e5ab43a4e2b45e5b7.jpg
Rense Sinkgraven (Sint Jacobiparochie, 17 maart 1965)

 

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

Van pure warmte heb ik het koud

Van pure warmte heb ik het koud,
zuster Afgunst!
Leeuwen likken mijn schaduw
en de muis knaagt aan mijn naam,
moeder ziel van mij!

Naar de rand van de diepte ga ik,
zwager Ondeugd!
De rups tokkelt op zijn stem,
en de stem tokkelt op haar rups,
vader lijf van mij!

Mijn liefde staat voorop,
kleindochter Duif.
Op de knieën, mijn ontzetting
en het hoofd voorover, mijn angst!
moeder ziel van mij!

Totdat op een dag zonder twee,
vrouwe Graf,
mijn laatste ijzer klinkt
als een adder die slaapt,
vader lijf van mij…!

 

Vertaald door Bart Vonck

 

2697430-370d0ed81fa213e16272d7e33f45a099.jpg
César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)
Borstbeeld in Madrid

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e maart ook mijn blog van 17 maart 2025 en ook mijn blog van 17 maart 2024 en ook mijn blog van 17 maart 2023 en ook mijn blog van 17 maart 2020 en eveneens mijn blog van 17 maart 2019 en ook mijn blog van 17 maart 2018 deel 1 en ook deel 2.





Geschreven door Romenu om 17:06 Reageer op dit bericht

Dirk von Petersdorff, César Vallejo

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dirk von Petersdorff werd geboren op 16 maart 1966 in Kiel. Zie ook alle tags voor Dirk von Petersdorff op dit blog.

Uit: Wie bin ich denn hierhergekommen

„Anna lag genau im Lichtstreifen, den der Vollmond ins Zimmer warf. Tim blieb draußen vor dem Haus stehen. Durch das bodentiefe Fenster sah er sie ausgestreckt auf
dem Fußboden wie in einem Lichtrahmen. Sie hatte die Arme an den Körper gelegt und die Augen geschlossen. Als sie sich gerade kennengelernt hatten, waren sie einmal
nachts mit den Fahrrädern ans Meer gefahren und weit hinausgeschwommen, um das Mondlicht zu durchqueren, um zu wissen, wie es sich anfühlte, da hindurch zuschwimmen. War es ein Knistern im kühlen Wasser? Er versuchte, sich zu erinnern. Sie lag da im Rahmen wie ein Bild, und er rührte sich nicht draußen vor der Fensterscheibe. Das Mondlicht war hell und weiß, da kam es ihm vor, als wäre der Boden eine Marmorplatte, Anna unbewegt und still. Er ging schnell weiter zur Haustür und öffnete sie leise.
Im Ofen glühte ein Holzscheit. Mitte Mai war es noch einmal kühl geworden. Vor dem Ofen lagen im Kreis: ein Paar Socken, eine Espresso-Tasse mit Zuckerdose, ein Haarband, der Plan für die kommende Woche, wie Anna ihn immer anlegte, und ein Taschenbuch, «Einführung in den Koran». Sie kam aus ihrer Mondlicht-Ecke heraus, und
sie setzten sich auf den Dielenboden. Sie war noch benommen von ihrer Entspannungsübung, und er sah auf den Wochenplan, eine A4-Seite im Querformat. Für morgen stand dort WARZT, 8:30. Ein Termin bei dem Hautarzt, der seit Wochen ergebnislos gegen die Warzen auf den Füßen ihres Sohnes Elias ankämpfte. Für heute Nachmittag hatte sie ein «J» fürs Joggen eingetragen.
Als er auf das Buch über den Koran blickte, fing sie an zu reden: Als sie für Elias «Räuber Ratte» kaufte, habe sie das in der Buchhandlung mitgenommen, weil sie das Gefühl habe, so wenig zu wissen. «Ich verstehe nicht mal die Schaubilder zum Klimawandel bei Spiegel ONLINE. Und abends sitze ich vor einem schmalen Ofen in einer dunklen
riesigen Welt und habe keine Ahnung, was im Koran steht, nicht im Geringsten.» Sie schlürfte den Bodensatz aus ihrer Espresso-Tasse. Tim sah sich das Inhaltsverzeichnis an.“

 

 2697312-210c74203bd957369b4d6c9cc2ef9032.jpg
Dirk von Petersdorff (Kiel, 16 maart 1966)

 

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

 

Zwarte steen op een witte steen

Ik zal sterven in Parijs bij zware regen,
op een dag waaraan ik mijn herinnering al heb.
Ik zal sterven in Parijs – en ik voel geen angst –
misschien op een donderdag, als vandaag, in de herfst.

Donderdag zal het zijn, want vandaag, donderdag,
terwijl ik deze verzen schrijf, heb ik gebroken
de botten aangedaan en, vandaag als nooit tevoren,
heb ik me weerom gezien, met heel mijn weg, alleen.

César Vallejo is dood, iedereen
sloeg hem hoewel hij hen niets deed,
ze ranselden hem hard met een stok en hard

ook met een touw; getuigen zijn
de botten en de donderdagen,
de eenzaamheid, de regenbuien, de wegen…

 

 

Vertaald door Heleen Sittig en Jorge Heredia

 

 2697312-9b89e2b907527a790dd81944266ee1d3.png
César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e maart ook mijn blog van 16 maart 2021 en ook mijn blog van 16 maart 2020 en eveneens mijn blog van 16 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Ben Okri, Andreas Okopenko

De Nigeriaanse dichter en schrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook alle tags voor Ben Okri op dit blog.

Uit: Songs of Enchantment

“YES, THE SPIRIT-CHILD is an unwilling adventurer into chaos and sunlight, into the dreams of the living and the dead. But after dad’s last fight, after his magnificent dream, my adventures got deeper and stranger. My spirit-companions were the invisible causes of this deepening. They persisted in trying to lure me back to their realm, but now they chose another method, a method more terrifying than any they had employed before. They chose to draw me deeper into the horrors of ex-istence as a way of forcing me to recoil from life. But they didn’t count on the love that made me want to stay on this earth. They didn’t count on my curiosity either. It took dad a long time to recover from his mythic battle with the man from the Land of Fighting Ghosts. He became withdrawn, and something about him changed irrevocably. After dad’s fight, and after the good wind stopped blowing, a new cycle launched itself into our universe. In those days it didn’t rain, but I didn’t go to school any more. I stopped be-cause even at school my spirit-companions tormented me. Their songs distracted and confused me, and when I copied down the wrong things I got into trouble. There was a history class, for example, in which the teacher was horrified to find my exercise book covered in complex mathematical equations. I didn’t know where they had come from. When we were being taught mathematics under a dying silk-cotton tree the face of a penitent oppressor of our people stared at me from the trunk. On one day I saw the radiant face of Pharaoh Akhnaton, on another the faces of the unborn. When I stared at them, mesmerised, the teacher flogged me for not paying attention. In the English class my spirit-companions sang polyphonic chorales at me in a blending of seven traditional languages. It became impossible to concentrate. There were even times when the spirits whis-pered things in my ears and I blurted out what the teacher was going to say mo-ments before he did. The worst thing was that I seemed to know our examination questions before they were set, and I knew the answers as well. The teachers found this very peculiar. Suspicious of the accuracy of my answers, they often failed me because they thought I had been cheating. In short, my spirit-companions played havoc with my education. They made me seem strange to the other children, and so I didn’t have many friends.”

 

2697171-0e70401c72a3589df7ba530b617ecd8f.jpeg
Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Andreas Okopenko werd in Košice (Slowakije) geboren op 15 maart 1930. Zie ook alle tags voor Andreas Okopenko op dit blog.

 

 

Een proces in rode inkt

Rode inkt wordt in wit water gegoten.
In het avondlicht keert Odysseus terug naar huis in Ithaca.
In zijn parken spelen de kinderen van vreemden.

Hij stelt een vraag die jullie moeten begrijpen:
Waar zijn de lichten van het uitgebrande Chicago?
Hij stelt de vraag veelbetekenend, baardig en zwaarlijvig.

Boven zijn haar zoemen muggen van de bosrand.
De lijnen die ze trekken gloeien als venkel in de wind.
Uit het bos sjouwen mannen houten emmers met boomhars.

Aan de horizon klinkt onophoudelijk een scheepshoorn.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2697171-f1099c9a9e08e2ed7d37640043988af7.jpg
Andreas Okopenko (15 maart 1930 – 27 juni 2010)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn blog van 15 maart 2024 en ook mijn blog van 15 maart 2023 en ook mijn blog van 15 maart 2020 en eveneens mijn blog van 15 maart 2019 en ook mijn blog van 15 maart 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:50 Reageer op dit bericht

Jochen Schimmang, Volker von Törne

De Duitse schrijver Jochen Schimmang werd geboren op 14 maart 1948 in Northeim. Zie ook alle tags voor Jochen Schimmang op dit blog.

Uit: Mein Ostende

„Auf einer Rückreise aus dem englischen Südwesten erwischte ich in Dover nicht mehr die Fähre, die ich eigentlich hatte nehmen wollen, sondern erst die folgende, und kam damit schon am sehr fortgeschrittenen Abend in Ostende an. Dort plagte mich der Hunger, und da ich wusste, dass ich ohnehin erst mitten in der Nacht nach Hause kommen und um diese Zeit selbst in Köln wohl kaum noch etwas zu essen finden würde, fuhr ich mit dem Auto erstmals in meinem Leben die endlos lange Promenade mit ihren zahllosen Restaurants ab. Unglücklicher-weise handelte es sich gerade um die Wochen im Jahr, in denen die meisten von ihnen geschlossen hatten, bevor sie rechtzeitig vor Weihnachten zur Wintersaison wieder öffneten. Nur sehr wenige waren erleuchtet, und als ich zögernd das einladendste von ihnen betrat, den Old Fisher, wäre ich am liebsten gleich wieder gegangen, denn es saß dort kein einziger Gast. Am Meer isst man bekanntlich zeitig, weil der Appetit schon am frühen Abend kommt: eines der unabdingbaren Kapitel in der großen Erzählung von der Heilkraft des Meeres und der Seeluft. Es ging auf halb elf zu, ich war ersichtlich zu spät. Doch eine Frau in den Dreißigern, mit rötlichen Locken, wasserblauen Augen und einem leichten Rosenteint, als sei sie einem Gemälde von Franwis Boucher entsprungen, kam auf mich zu und bedeutete mir freundlich, Platz zu nehmen. Ich wählte einen Tisch direkt am Fenster und ahnte hinter der menschenleeren Promenade im Dunkel das Meer. Ich meine mich zu erinnern, dass ich ein Seezungenfilet aß. Es war nicht die ganz große Küche, aber ausgezeichnet zubereitet und präsentiert, wie in Belgien nicht anders zu erwarten, zu einer Zeit, als man in (West-)Deutschland das Essen als kulturellen Akt gerade erst zu entdecken begann. Niemand schien ungeduldig darauf zu warten, dass ich fertig wurde; auch meinen Kaffee konnte ich in aller Ruhe trinken und mich von einem sehr anstrengenden Tag erholen, der frühmorgens noch in Dorset begonnen hatte. Fast schien es mir, als sei dieses Restaurant an diesem Novemberabend nur für mich geöffnet gewesen und habe den ganzen Tag auf mich gewartet. Deshalb bleibt es für mich bis heute eines der besten der Welt. Dann fuhr ich zwei Stunden lang über die bekannten hell erleuchteten belgischen Autobahnen, verfuhr mich auch nicht im verknoteten Wirrwarr des Brüsseler Autobahnnetzes, fiel an der Grenze bei Aachen in die Dunkelheit zurück und war eine weitere Stunde später zu Hause.“

 

 

2697054-61ad029067256acd805153d0a42ef630.jpg
Jochen Schimmang (Northeim, 14 maart 1948)

 

 

De Duitse dichter Volker von Törne werd geboren op 14 maart 1934 in Quedlinburg. Zie ook alle tags voor Volker von Törne op dit blog.

 

ROOK

Voor Reuwen

Ooit leefde het land. Groene wagens
reden door het dorp. In het vroege licht
snoven de paarden
aan de rivier.

Waar zijn ze gebleven, de ketelmakers
en de muzikanten? Aan welke oever
grazen hun paarden? Onder welke maan zingen hun
violen?

Niemand heeft ze gezien. Spoorloos,
rook in de wolken,
zijn ze
vertrokken.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2697054-f0838e0aa3aafa3cb9eeda0f865ada19.jpg
Volker von Törne (14 maart 1934 – 30 december 1980)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e maart ook mijn blog van 14 maart 2020 en eveneens mijn blog van 14 maart 2019 en ook mijn blog van 14 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:37 Reageer op dit bericht

Yuri Andrukhovych

De Oekraïense dichter en schrijver Yuri Andrukhovych werd geboren op 13 maart 1960 in Iwano-Frankiwsk. Zie ook alle tags voor Yuri Andrukhovych op dit blog.

 

 

Rib

I’d like to donate a rib
to an anatomy workshop.
There one finds the giant hearts of butchers and lovers,
the sagging and bloated lungs of smokers,
trumpeters and glass-blowers,
the melancholy innards of drunks,
a tattooed order of a hero (right above the nipple)
and the hands of the last executioner
after the twelfth sentence…
Not another word about the rest of the creatures.
I’d like to donate a rib.
Perhaps something would come out of it —
a fish,
or a woman,
or a branch of
a forgotten tree
gingko…

 

 

Heorgian Family

Kikabidze, she said, firmly,
His name was Kikabidze.

What a ridiculous idea – to buy a prostitute a beer
at 2 a.m.,
pretending to be a businessman from the Baltic States
on delegation in Kiev!

On the other hand – what a chance
to listen to what these people know
about the country they live in,
about those who will never live in it,
about those who won’t be able to live at all.

They killed him, she tells me,
he stuck his nose into lots of things,
he was the best journalist
in our country.

I can’t correct her mistake,
I can’t know how it really was,
what his name really was.

I just want to believe in my own lie:
I am a businessman from the Baltic States
(yes, a businessman from the Baltic States!),
and all day long
in this country
I’ve got to sign contracts, drink to them,
down coffee, Cognac, sip Atenol,
send faxes and text messages
to get out of here all the sooner
and back to my Riga.

And she
repeats and repeats:

Kikabidze,
Kikabidze was his name.

 

 

In het thuisland van Roodkapje

Men zegt dat er in januari niemand komt.
Geen ziel te bekennen in het paleis of de bijgebouwen,
hangsloten op de deuren, tuinplanten in zakken,
de beelden eveneens, de bomen kaal.
Ik heb het ergens eerder gezien.

Maar in mei bloeit alles
met patiënten.
Hele stoeten Duitsers
op rolschaatsen, op fietsen.
Verliefde stelletjes, de eerste brigade gepensioneerden
in korte broeken. Oh, en nog eentje,
een kunstenaarsgemeenschap,
een nest van romantiek! Ze kopen
frisdrank in de orangerie en, eindeloos verrukt
door de uniekheid van de plek, de tijd, zichzelf en anderen,
volgen ze het programma verder –
naar het standbeeld
van Roodkapje.
(Blijkbaar vond in dit bos
dat ongelukkige incident met de wolf plaats).

Wat de patiënten zelf betreft,
ze trekken drie keer per dag naar het terras
op het afgesproken tijdstip,
volgens het programma van het naar binnen schrokken van eten,
en vullen de tijd met gesprekken in alledaagse talen
(Bettina von Arnim, zeggen ze, Bettina von Arnim.
Dat is het wachtwoord). Het is hier zo mooi, in mei,
dat je niets wilt doen.

“Bettina von Arnim” – zeg ik tegen het wijnglas
en tegen de asbak. O, wat heb ik een pech!
O, wat ben ik toch ondankbaar! En waarom dit ongemak?
En waarom blijf ik zo koppig denken
aan ontsnapping, aan een dwangbuis,
aan gestreepte gevangenispyjama’s?

Niemand weet wat hij
van iemand kan verwachten. Dat is tenslotte waarom we patiënten zijn –
om de boel op stelten te zetten.

De eerste drie dagen
merkte niemand zijn verdwijning op.

Op de vierde dag vroeg iemand zich af
waar hij in vredesnaam gebleven was, die joviale dikbuikige Fin
met zijn gulp permanent open
en de geur van bier onder zijn oksels. (Bovenstaande
details zullen uit beleefdheid niet hardop worden uitgesproken.
Natuurlijk zal er iets gezegd worden,
iets neutralers, zoals bijvoorbeeld
“En waar is onze Finse vriend?”)

Op de vijfde dag is het tijd voor het personeel
om zijn kamer leeg te halen.

En dan komt de waarheid aan het licht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Yuri Andrukhovych (Iwano-Frankiwsk, 13 maart 1960)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e maart ook mijn blog van 13 maart 2021 en eveneens mijn blog van 13 maart 2019 en ook mijn blog van 13 maart 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:22 Reageer op dit bericht

Dave Eggers, Naomi Shihab Nye, Raoul de Jong

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: De cirkel (Vertaald door Gerda Baardman, Liedwien Biekmann, Brenda Mudde en Elles Tukker)

“Mijn god, dacht Mae. Dit is het paradijs. De campus was immens en grillig, een explosie van Stille Oceaan-kleuren, en toch tot in het kleinste detail zorgvuldig overwogen, door de meest expressieve handen vormgegeven. Op een stuk land waar ooit een scheepswerf had gezeten, toen een drive-inbioscoop, toen een rommelmarkt, toen drie keer niks, bevonden zich nu zachtgroene heuvels en een fontein van Calatrava. En een picknickterrein met in concentrische cirkels opgestelde tafels. En tennisbanen, gravel én gras. En een volleybalveld waarop de peuters van de bedrijfs-crèche gillend ronddartelden, meanderend als waterstroompjes. Te midden van dit alles was ook nog plek om te werken: anderhalve vierkante kilometer geborsteld staal en glas, het hoofdkantoor van het machtigste bedrijf ter wereld. De hemel erboven was strakblauw. Dit alles passeerde Mae toen ze van de parkeerplaats naar het hoofdgebouw liep en erg haar best deed eruit te zien alsof ze daar thuishoorde. Het wandelpad kronkelde om citroen- en sinaasappelbomen heen en de steenrode kinderkopjes waren hier en daar vervangen door tegels met dwingende, inspirerende teksten. ‘Droom’, stond er op een, het woord was er met een laser ingebrand. ‘Doe mee’, stond er op een andere. Het waren er tientallen: ‘Zoek de overeenkomsten’. ‘Wees creatief’. ‘Fantaseer’. Ze stapte bijna op de hand van een jongen in een grijze overall; hij was bezig een nieuwe steen te plaatsen met de tekst ‘Adem’. Op een zonnige maandag in juni stond Mae voor de hoofdingang, recht onder het glas waarin het logo was geëtst. Hoewel het bedrijf nog geen zes jaar bestond, hoorden de naam en het logo — een cirkel om een raster van verstrengelde lijnen met een kleine c in het midden — al tot de bekendste ter wereld. Er werkten hier, op de grootste campus, meer dan tienduizend mensen, maar de Cirkel had overal op de aardbol kantoren en nam iedere week honderden briljante jonge geesten aan. Vier jaar op rij was het uitgeroepen tot het meest bewonderde bedrijf ter wereld. Mae wist dat ze zonder Annie nooit de kans zou hebben gekregen om op zo’n plek te werken. Annie was twee jaar ouder en ze hadden tijdens hun studie drie semesters een kamer gedeeld in een lelijk gebouw dat ze leefbaar hadden gemaakt door hun bijzondere band, een als tussen vriendinnen, als tussen zussen of nichtjes die wilden dat ze zusjes waren en dus een reden hadden om nooit uit elkaar te gaan.”

 


Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Genieten van het werk

“We maken schoon om ruimte te creëren voor kunst.”
Micaela Miranda, Freedom Theatre, Palestina

Werk was een stralend toevluchtsoord toen de wind zijn tanden
in mijn hoofd zette. Alles waar we van houden verdwijnt,
drijft weg – maar je kon dit stukje vloer vegen,
dit terras of deze veranda, witte steentjes verzamelen in een emmer,
het stukje grond harken voor toekomstige beplanting, het aanrecht afwissen
met een doek. Een heerlijke natte grijze doek, wring hem goed uit
het scheelt zoveel. De tuin ontdoen van rondwaaiende stukjes plastic.
De glorie van het doen. De adem van het doen.
Soms voorkwam de simpelste handeling dat angst
verbrokkelde tot een totaal gebrek aan energie, of dat verdriet
zich vermenigvuldigde, of dat verdriet de enige persoon was
die in het huis woonde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, programmamaker en danser Raoul de Jong werd geboren in Rotterdam op 12 maart 1984. Zie ook alle tags voor Raoul de Jong op dit blog.

Uit: Dagboek van een puber

Geen van mijn vrienden kan zich herinneren wat zij in hun puberdagboeken schreven: twee gooiden hun dagboeken weg, een derde had het zijne verbrand en een vierde duwde het hare door de papierversnipperaar. Toen ik in de zomer van 2017 op de zolder van mijn achtentachtigjarige opa een eenentwintig jaar oud schrift vond, snapte ik waarom ze dat hadden gedaan. Sinds mijn oma is overleden, blijf ik soms een paar dagen bij mijn opa logeren. Overdag werk ik dan achter mijn laptop aan de eettafel, terwijl opa in een gemakkelijke stoel naast het raam de krant leest en commentaar geeft op het wereldnieuws. Dat is elke dag iets anders, maar komt geruststellend genoeg al drieëndertig jaar toch ook op ongeveer hetzelfde neer: het gaat slecht, het wordt slechter en er is niets wat wij daaraan kunnen doen, behalve klagen. Om stipt zes uur eten we: aardappelen, groenten, en iets uit de bio-industrie. Daarna doen we de afwas en zetten koffie, de rest van de avond kijken we tv. Tros Radar, Kassa, of iets anders over bedonderaars en bedriegerij met Antoinette Hertsenberg. Om elf uur begin ik te gapen en zeg dat ik morgen weer vroeg op moet. ‘Weet je waar de handdoeken liggen?’ vraagt opa dan. ‘In de kast naast de badkamer, al mijn hele leven,’ antwoord ik, en ik geef hem een kus en ga naar de zolder. Maar die avond zei opa: ‘De schoonmaakster heeft een doos gevonden.’ ‘Goh,’ zei ik. Ja, knikte hij, ‘met dingetjes. Van jou.’ Als ik er vanavond even naar keek, konden we de doos morgenochtend bij het vuilnis zetten. De doos stond al op me te wachten, pontificaal op het hoofdkussen van mijn logeerbed. Ik deed hem open en werd bruusk geconfronteerd met een krantenknipsel uit het Dep Dagblad van 2003. ‘Over tien jaar woon ik in Amsterdam of New York, heb succes met mijn werk en heb tienduizend nieuwe, leuke, hippe vrienden, onder wie Katja Schuurman’ stond onder een foto van mijn achttienjarige zelf, die druipend van zelfoverschatting de camera in kijkt. Ik kieperde de doos leeg en vond: — drie boetes en één aanmaning van de Ns — een nooit verstuurd kaartje aan een vriendin (ik ben op vakantie met mijn moeder, gezellig dat het is!!!) — een kaartje voor een concert van No Doubt .”

 


Raoul de Jong (Rotterdam, 12 maart 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e maart ook mijn blog van 12 maart 2020 en eveneens mijn blog van 12 maart 2019 en ook mijn blog van 12 maart 2018 en ook mijn blog van 12 maart 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:49 Reageer op dit bericht

Karl Krolow, Willem Claassen

De Duitse dichter en schrijver Karl Krolow werd geboren op 11 maart 1915 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Krolow op dit blog.

 

LAND IM GERICHT

Ich bin das Land, das ohne Hoffnung ist,
Mit Gräberkreuzen neben jedem Weg
Und schief im Kräuticht, das die Ernte frißt,
Gedünst von Blut im Boden, trüb und träg.

In meinen Städten hängt die Sonne still
Wie ein Geschwür, von Fliegen dicht umflort.
Ich bin der Kehricht, drin die Ratte schrill
Vor Hunger pfeift und nur der Käfer bohrt.

Ich bin das Land, das man durch Tränen sieht.
Im Aug bleib ich als bittres Salz zurück,
Lieg unterm Netze, das der Himmel zieht,
Und fall ins tiefe Schweigen, Stück um Stück.

In meinen Wäldern lösen sich im Schrei
Die alten Geister. Und die Hölzer schwelen,
Vom Monde krank und blinder Zauberei.
Die Vögel flattern mit verbrannten Kehlen;

Und heiser wie der Wetterfahnen Ton
Fliehn ihre Stimmen an des Tages Rand
Zu Wolken auf, in denen Gifte drohn.
Verdammt bin ich und der Vampire Land.

Ich bin das Land, das im Gerichte steht,
Und allen Ländern bin ich das Gericht.
In meinen Schwären, die ich hergedreht,
Werd ich gerufen in das letzte Licht,

Ins Licht von drüben, wie es unverwandt
Einst auf mir ruht und mich nach oben zieht:
Das unter Qualen umgeworfne Land,
Das Totenland, das man durch Tränen sieht.

 

 

TERZINEN VOM FRÜHEREN EINVERSTÄNDNIS MIT ALLER WELT

                                                                                Erinnerungen sind Jagdhörner
                                                                                Deren Ton im Winde vergeht.
                                                                                                           Apollinaire  

Zerbrechlich wie die Fabel Welt,
So ritt ich auf des Windes Nacken,
Den Oberon zusammenhält.

So ritt ich auf des Windes Nacken:
Ein grüner Schatten ohne Laut,
Befreit von meiner Schwere Schlacken
.

Ein grüner Schatten ohne Laut.
Ach, von den Fischen trug ich Flossen
Und atmete durch Tigerhaut!

Denn von den Fischen trug ich Flossen.
Mein Geist erheiterte sich still.
Vom Gleichmut tausendfach genossen,

Erheiterte der Geist sich still,
Mit allen Wesen einverständig,
Zypressenfeuern, Asphodill.

Mit allen Wesen einverständig,
Beharrlich, ohne Ungeduld,
Und wie das Flötenholz lebendig.

Beharrlich ohne Ungeduld.
Kein Kartenspiel der Schwermut mehr: —
Wie Süßigkeit, die frei von Schuld

Verschwendet sich im Ungefähr …

 

 

Robinson I

Keer op keer strek ik mijn hand uit
naar een schip.
Met mijn blote vuist probeer ik
het zeil te grijpen.
Eerst ving ik
verschillende vaartuigen die
aan de horizon verschenen.
Zo vang ik forellen.
Maar de moesson keek mij
op de vingers
en liet ze ontsnappen,
of roer en kompas
braken. Je moet
voorzichtig met schepen omgaan.
Daarom riep ik hun namen na.
Ze luidden altijd
als die van mij.
Nu leef ik alleen nog
in gezelschap van de ongehoorzaamheid
van een paar woorden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2696675-a4fa7b6fc5e9a95aa657e8820815a499.jpg

Karl Krolow (11 maart 1915 – 21 juni 1999)
In het midden Karl Krolow met rechts naast hem Günter Grass, 1975

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Willem Claassen werd geboren in Beuningen in 1982. Zie ook alle tags voor Willem Claassen op dit blog.

 

 

Struisvogels

Een keer per week groet ik ’s morgens de dingen in de Reekstraat. Het is net als in het gedicht van Paul van Ostaijen, ‘Marc groet ’s morgens de dingen’.

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke vis met de pijp

In mijn geval:
Dag meisjes op de fiets met de rugzakken op weg naar school kool kool
dag opblaasboot in de sloot
dag taxibussekebus
dag bevroren landbouwgrondje dat te koop staat

Dat ik de dingen groet in de Reekstraat komt door de struis- vogels. Met hen is het begonnen. Dag struisvogels! Ik weet niet precies of ze nu met vijf, zes of zeven zijn, ook al ben ik er hon- derden keren langs gereden. Soms volgen ze me, met hun kop- pen, die net boven de bovenste draad uit komen. Ze kijken dan net zo ongeïnteresseerd als ze waarschijnlijk in Tanzania zouden doen. Soms zie ik ze op de grond pikken en dan vraag ik me af of ze eten zoeken of een gat waar ze hun kop in kunnen steken.
Een struisvogel is een raar beest. De grootste vogel die be- staat, die het hardst kan lopen van alle vogels, maar vliegen ho maar. En dan die lange nek, buigzaam als gekookte spaghetti. En dat allemaal op de Reekstraat, met op de achtergrond een berg die het goed zou doen in Afrika. Als je het niet zou weten zou je denken: wat een eigenaardige maar mooie berg.
Je kunt er vast iets symbolisch in zien, in die struisvogels in een weitje op de grens van Beuningen en Weurt, vlak voor een afvalberg. Maar dat doe ik niet. Het zijn gewoon struisvogels. En die groet ik, iedere week. Daa-ag struisvogel. Dag lieve struisvo- gel. Dag fijn struisvogelijn mijn.

 

 

2696675-bca85eb05df941bc8dc565578402a94c.jpg


Willem Claassen (Beuningen, 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e maart ook mijn blog van 11 maart 2020 en eveneens mijn blog van 11 maart 2019 en ook mijn blog van 11 maart 2018 deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:50 Reageer op dit bericht

John Rechy, Naomi Shihab Nye

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1931 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: Sexual Outlaw: A Documentary

“11.07 A.M. The Apartment The Gym.
HE PREPARES his body for the hunt. A dancer at the bar. A boxer in the ring. Prepares ritualistically for the next three days of outlaw sex. The arena will be streets, parks, alleys, tunnels, garages, movie arcades, bathhouses, beaches, movie back-rows, tree-sheltered avenues, late-night orgy rooms, dark yards. The city is Los Angeles. Beyond the window of his apartment, yellow-green palmtrees stand aloofly. Later they will watch distantly as he prowls through the floating sexual under-ground. He is stripped to sweat-faded cutoffs. His pectorals are already pumped from repetitions of dumbbell presses on a bench, inclined, flat, then declined; engorged further by dumbbell flyes extending the chest muscles into the sweeping spread below the collar. His “lats”—congested from set after set of chin-ups—slow, fast, wide-grip, medium-grip, weights strapped about his waist for added resistance that will allow him to do only half-chins as the muscles protest-flare from armpits to mid-torso. His legs are rigid from squats held tense at half-point. Round, full, his arms are hard, hard from sets of curls, the dumbbell an append-age of strength and power in his hands. The horseshoe indention at his triceps is engraved sharply by repetitions of barbell extensions. Now the barbell—chrome, red-collared—rests at his feet. Dark weights are bal-anced harmoniously on each side of the bar. He bends over, jerking the bar widely in one move to his shoulders, and barely pausing, lifts it over his head and lowers it behind his neck. The deltoid muscles waken in welcome shock. One repetition, an-other, and another. Eight. Nine. Ten. He reverses the motions, places the bar at his feet. Breathing deeply, he moves away from the bar for thirty seconds only. Sweat coats his body like oil and stains the cutoffs at his groin. Deliberately he avoids the mirror on the wall. That crucial encounter comes only at the last. He does another set of standing presses with the loaded barbell, heavier now with added dark round plates. Seven sets in all, decreasing repetitions, adding weight each set. “

 

2696510-bd71d57a47f2e7244ad010181c3258b6.jpg
John Rechy (El Paso, 10 maart 1931)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Generaties

Aan het einde van een ongewoon warme dag
Oudjaarsavond 2017
stond ik in mijn keuken met
één houten lepel in mijn hand.

Mijn moeder keek tv
in de woonkamer
en at appels, crackers en kaas.
Mijn kleinzoon sliep in een kinderwagen
in een rustige achterkamer.
Ik was familie van beiden,
negentig en één jaar oud.
Ze waren vredig.
En dat was het.
Het mooiste moment
van mijn leven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2696510-8f638f8b9cf4d6fd99e435da7a695c6f.jpg
Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e maart ook mijn blog van 10 maart 2020 en eveneens mijn blog van  10 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten