Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Tonnus Oosterhoff, Lina Kostenko

De Nederlandse dichter en schrijver Tonnus Oosterhoff werd geboren in Leiden op 18 maart 1953. Zie ook alle tags voor Tonnus Oosterhoff op dit blog.

 

Zekere Indianen

Tussen blind en alziend woont een stam waarvan
de leden enkel omlaag kunnen kijken.
Hun horizon, twee meters in ’t rond, verschuift bij iedere pas.
In de rotsbodem hebben voorouders pijlen gekrast naar de beek,
de heldere, koele. Als de indianen zich oprichten
duizelt het hun de wereld wordt duister:

In liefde ontbrand voor een paar voeten en dijen
lopen ze levenslang hand in hand. Schaduw
verschijnt en verdwijnt. Het is een raadsel.

 

 

We gingen vroeg naar bed, kortste nacht, langste dag

We gingen vroeg naar bed, kortste nacht, langste dag.
Shasta Merilyn, spamhaai, zij schreef me een brief.

Langste dag, de natuur herstelt zich van de lente:
moedereend Candy wordt bij een aanval van meeuwen
van zes kuikens beroofd. Eén blijft nog, die is voor de snoek.
Wij gingen vroeg naar bed, de zon scheen door de gordijnen.
Weer lukte het niet. Hoe ver moet je gaan om in de buurt te komen?
Het wordt alweer dag.

De jonge bruidegom springt uit het bruidsbed,
danst de tent die zijn hemelse vader hem spande.
Na één dag op, afgeleefd ligt ’s nachts het jongetje bij zijn voedster.
Bij het eerste licht springt de bruidegom
het bed uit, rent de aarde bijzijde.

Het gefluister van de voedster,
spraak zonder klank, ware kennis.
Eunuch met doorgesneden stembanden, bevoegd het meetlint te
dragen.
De dag vertelt het de nacht, de nacht fluistert.

Shasta moet blijven schrijven of ze zakt naar de bodem.
Ze moet blijven schrijven zonder omwegen:
‘Tired of wasting uncountable $ to grow your Penis but result not
what you expect? our magic pills can give you length you deserved.’
Dit gaat in een heel vreemde taal over mij, vreemde mij. Welke
lengte verdien ik?

 

2697544-2291d17f9af49a6d76c4190efb387d8f.jpg
Tonnus Oosterhoff (Leiden, 18 maart 1953)

 

 

De Oekraïense schrijfster en dichteres Lina Kostenko werd op 19 maart 1930 geboren in Rzhyshchiv. Zie ook alle tags voor Lina Kostenko op dit blog.

 

Zijn woorden eng wanneer ze zwijgen

Zijn woorden eng wanneer ze zwijgen,
Wanneer ze loeren in de stilheid,
Wanneer je de juiste moet kiezen,
maar er is niets onaangeroerd.

Door woorden werd iemand gekweld,
begon ermee en moest het einde maken.
Miljarden mensen hebben iets gezegd,
alleen jij moet ze voor het eerst gebruiken.

De schone en de lelijke werden al herhaald.
En alles was: bloeitijden en vervallen.
Poëzie is toch altijd ongeëvenaard,
het is de aanraking met onze zielensnaren.

 

 

Vertaald door Olia Sokovykh, Kateryna Chamieieva en Iryna Vasyfrk

 

 2697544-68e19de6c3770f497bc69757be9f8c9f.jpeg
Lina Kostenko (Rzhyshchiv, 19 maart 1930)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e maart ook mijn blog van 18 maart 2021 en ook mijn blog van 18 maart 2020 en eveneens mijn blog van 18 maart 2019 en ook mijn blog van 18 maart 2018 deel 2 en eveneens deel 3 en ook mijn blog van 18 maart 2017 deel 3.



Geschreven door Romenu om 17:25 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Rense Sinkgraven, César Vallejo

De Nederlandse dichter Rense Sinkgraven werd op 17 maart 1965 geboren in het Friese Sint Jacobiparochie. Zie ook alle tags voor Rense Sinkgraven op dit blog.

 

 

Achter de dijken

Ik kom je tegen in een eerder leven,
of een ander heden, het is om het even.
Dit wilde ik je nog zeggen, zeg ik.
Jij luistert, knikt, alsof je het begrijpt.
Reikt mij je hand.

We zitten naast elkaar en zwijgen.
Onze wereld is geheel en rond, zal nooit
verdwijnen. Kijk, zeg je, dit was het dan.
De tijd raast voort achter de dijken.
Ik kan niet blijven.

 

 

Stille getuige

De witte stoelen.
Een zomer die niet kwam.
In de schemer lijkt het wit zo wit,
sacraal, maar ook sinister.

Alsof hier mensen waren
die voorgoed verdwenen zijn.
Stille getuigen
die blijven zwijgen.

De witte ligstoel, jij.
Gekreukeld kleed met rozen.
Bij het hek, de man die wacht.
Op jou, op mij.

 

 

Schaduw is mijn grond

Camera op statief.
Hier zie ik het niet, zeg je.
Jij zoekt zoals een dichter kijkt.
Tot het gevonden wordt, of niet.

Onrustig loop je rond.
Barmhartig schijnt de zon.
Het licht is kil, er ligt een schim.
Schaduw is mijn grond.

Is het moment voorbij?
Beeld van wat had kunnen zijn?
Bittere kou, niemand nabij.
Boven je macht fotografeer je mij.

Wie ben ik dan?
Jij meet het licht, de sluitertijd.
Voor mij een kleine eeuwigheid.
Hier blijf ik achter

 

 2697430-096781cd8550c33e5ab43a4e2b45e5b7.jpg
Rense Sinkgraven (Sint Jacobiparochie, 17 maart 1965)

 

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

Van pure warmte heb ik het koud

Van pure warmte heb ik het koud,
zuster Afgunst!
Leeuwen likken mijn schaduw
en de muis knaagt aan mijn naam,
moeder ziel van mij!

Naar de rand van de diepte ga ik,
zwager Ondeugd!
De rups tokkelt op zijn stem,
en de stem tokkelt op haar rups,
vader lijf van mij!

Mijn liefde staat voorop,
kleindochter Duif.
Op de knieën, mijn ontzetting
en het hoofd voorover, mijn angst!
moeder ziel van mij!

Totdat op een dag zonder twee,
vrouwe Graf,
mijn laatste ijzer klinkt
als een adder die slaapt,
vader lijf van mij…!

 

Vertaald door Bart Vonck

 

2697430-370d0ed81fa213e16272d7e33f45a099.jpg
César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)
Borstbeeld in Madrid

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e maart ook mijn blog van 17 maart 2025 en ook mijn blog van 17 maart 2024 en ook mijn blog van 17 maart 2023 en ook mijn blog van 17 maart 2020 en eveneens mijn blog van 17 maart 2019 en ook mijn blog van 17 maart 2018 deel 1 en ook deel 2.





Geschreven door Romenu om 17:06 Reageer op dit bericht

Dirk von Petersdorff, César Vallejo

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dirk von Petersdorff werd geboren op 16 maart 1966 in Kiel. Zie ook alle tags voor Dirk von Petersdorff op dit blog.

Uit: Wie bin ich denn hierhergekommen

„Anna lag genau im Lichtstreifen, den der Vollmond ins Zimmer warf. Tim blieb draußen vor dem Haus stehen. Durch das bodentiefe Fenster sah er sie ausgestreckt auf
dem Fußboden wie in einem Lichtrahmen. Sie hatte die Arme an den Körper gelegt und die Augen geschlossen. Als sie sich gerade kennengelernt hatten, waren sie einmal
nachts mit den Fahrrädern ans Meer gefahren und weit hinausgeschwommen, um das Mondlicht zu durchqueren, um zu wissen, wie es sich anfühlte, da hindurch zuschwimmen. War es ein Knistern im kühlen Wasser? Er versuchte, sich zu erinnern. Sie lag da im Rahmen wie ein Bild, und er rührte sich nicht draußen vor der Fensterscheibe. Das Mondlicht war hell und weiß, da kam es ihm vor, als wäre der Boden eine Marmorplatte, Anna unbewegt und still. Er ging schnell weiter zur Haustür und öffnete sie leise.
Im Ofen glühte ein Holzscheit. Mitte Mai war es noch einmal kühl geworden. Vor dem Ofen lagen im Kreis: ein Paar Socken, eine Espresso-Tasse mit Zuckerdose, ein Haarband, der Plan für die kommende Woche, wie Anna ihn immer anlegte, und ein Taschenbuch, «Einführung in den Koran». Sie kam aus ihrer Mondlicht-Ecke heraus, und
sie setzten sich auf den Dielenboden. Sie war noch benommen von ihrer Entspannungsübung, und er sah auf den Wochenplan, eine A4-Seite im Querformat. Für morgen stand dort WARZT, 8:30. Ein Termin bei dem Hautarzt, der seit Wochen ergebnislos gegen die Warzen auf den Füßen ihres Sohnes Elias ankämpfte. Für heute Nachmittag hatte sie ein «J» fürs Joggen eingetragen.
Als er auf das Buch über den Koran blickte, fing sie an zu reden: Als sie für Elias «Räuber Ratte» kaufte, habe sie das in der Buchhandlung mitgenommen, weil sie das Gefühl habe, so wenig zu wissen. «Ich verstehe nicht mal die Schaubilder zum Klimawandel bei Spiegel ONLINE. Und abends sitze ich vor einem schmalen Ofen in einer dunklen
riesigen Welt und habe keine Ahnung, was im Koran steht, nicht im Geringsten.» Sie schlürfte den Bodensatz aus ihrer Espresso-Tasse. Tim sah sich das Inhaltsverzeichnis an.“

 

 2697312-210c74203bd957369b4d6c9cc2ef9032.jpg
Dirk von Petersdorff (Kiel, 16 maart 1966)

 

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

 

Zwarte steen op een witte steen

Ik zal sterven in Parijs bij zware regen,
op een dag waaraan ik mijn herinnering al heb.
Ik zal sterven in Parijs – en ik voel geen angst –
misschien op een donderdag, als vandaag, in de herfst.

Donderdag zal het zijn, want vandaag, donderdag,
terwijl ik deze verzen schrijf, heb ik gebroken
de botten aangedaan en, vandaag als nooit tevoren,
heb ik me weerom gezien, met heel mijn weg, alleen.

César Vallejo is dood, iedereen
sloeg hem hoewel hij hen niets deed,
ze ranselden hem hard met een stok en hard

ook met een touw; getuigen zijn
de botten en de donderdagen,
de eenzaamheid, de regenbuien, de wegen…

 

 

Vertaald door Heleen Sittig en Jorge Heredia

 

 2697312-9b89e2b907527a790dd81944266ee1d3.png
César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e maart ook mijn blog van 16 maart 2021 en ook mijn blog van 16 maart 2020 en eveneens mijn blog van 16 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Ben Okri, Andreas Okopenko

De Nigeriaanse dichter en schrijver Ben Okri werd geboren op 15 maart 1959 in Minna, Nigeria. Zie ook alle tags voor Ben Okri op dit blog.

Uit: Songs of Enchantment

“YES, THE SPIRIT-CHILD is an unwilling adventurer into chaos and sunlight, into the dreams of the living and the dead. But after dad’s last fight, after his magnificent dream, my adventures got deeper and stranger. My spirit-companions were the invisible causes of this deepening. They persisted in trying to lure me back to their realm, but now they chose another method, a method more terrifying than any they had employed before. They chose to draw me deeper into the horrors of ex-istence as a way of forcing me to recoil from life. But they didn’t count on the love that made me want to stay on this earth. They didn’t count on my curiosity either. It took dad a long time to recover from his mythic battle with the man from the Land of Fighting Ghosts. He became withdrawn, and something about him changed irrevocably. After dad’s fight, and after the good wind stopped blowing, a new cycle launched itself into our universe. In those days it didn’t rain, but I didn’t go to school any more. I stopped be-cause even at school my spirit-companions tormented me. Their songs distracted and confused me, and when I copied down the wrong things I got into trouble. There was a history class, for example, in which the teacher was horrified to find my exercise book covered in complex mathematical equations. I didn’t know where they had come from. When we were being taught mathematics under a dying silk-cotton tree the face of a penitent oppressor of our people stared at me from the trunk. On one day I saw the radiant face of Pharaoh Akhnaton, on another the faces of the unborn. When I stared at them, mesmerised, the teacher flogged me for not paying attention. In the English class my spirit-companions sang polyphonic chorales at me in a blending of seven traditional languages. It became impossible to concentrate. There were even times when the spirits whis-pered things in my ears and I blurted out what the teacher was going to say mo-ments before he did. The worst thing was that I seemed to know our examination questions before they were set, and I knew the answers as well. The teachers found this very peculiar. Suspicious of the accuracy of my answers, they often failed me because they thought I had been cheating. In short, my spirit-companions played havoc with my education. They made me seem strange to the other children, and so I didn’t have many friends.”

 

2697171-0e70401c72a3589df7ba530b617ecd8f.jpeg
Ben Okri (Minna, 15 maart 1959)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Andreas Okopenko werd in Košice (Slowakije) geboren op 15 maart 1930. Zie ook alle tags voor Andreas Okopenko op dit blog.

 

 

Een proces in rode inkt

Rode inkt wordt in wit water gegoten.
In het avondlicht keert Odysseus terug naar huis in Ithaca.
In zijn parken spelen de kinderen van vreemden.

Hij stelt een vraag die jullie moeten begrijpen:
Waar zijn de lichten van het uitgebrande Chicago?
Hij stelt de vraag veelbetekenend, baardig en zwaarlijvig.

Boven zijn haar zoemen muggen van de bosrand.
De lijnen die ze trekken gloeien als venkel in de wind.
Uit het bos sjouwen mannen houten emmers met boomhars.

Aan de horizon klinkt onophoudelijk een scheepshoorn.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2697171-f1099c9a9e08e2ed7d37640043988af7.jpg
Andreas Okopenko (15 maart 1930 – 27 juni 2010)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn blog van 15 maart 2024 en ook mijn blog van 15 maart 2023 en ook mijn blog van 15 maart 2020 en eveneens mijn blog van 15 maart 2019 en ook mijn blog van 15 maart 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:50 Reageer op dit bericht

Jochen Schimmang, Volker von Törne

De Duitse schrijver Jochen Schimmang werd geboren op 14 maart 1948 in Northeim. Zie ook alle tags voor Jochen Schimmang op dit blog.

Uit: Mein Ostende

„Auf einer Rückreise aus dem englischen Südwesten erwischte ich in Dover nicht mehr die Fähre, die ich eigentlich hatte nehmen wollen, sondern erst die folgende, und kam damit schon am sehr fortgeschrittenen Abend in Ostende an. Dort plagte mich der Hunger, und da ich wusste, dass ich ohnehin erst mitten in der Nacht nach Hause kommen und um diese Zeit selbst in Köln wohl kaum noch etwas zu essen finden würde, fuhr ich mit dem Auto erstmals in meinem Leben die endlos lange Promenade mit ihren zahllosen Restaurants ab. Unglücklicher-weise handelte es sich gerade um die Wochen im Jahr, in denen die meisten von ihnen geschlossen hatten, bevor sie rechtzeitig vor Weihnachten zur Wintersaison wieder öffneten. Nur sehr wenige waren erleuchtet, und als ich zögernd das einladendste von ihnen betrat, den Old Fisher, wäre ich am liebsten gleich wieder gegangen, denn es saß dort kein einziger Gast. Am Meer isst man bekanntlich zeitig, weil der Appetit schon am frühen Abend kommt: eines der unabdingbaren Kapitel in der großen Erzählung von der Heilkraft des Meeres und der Seeluft. Es ging auf halb elf zu, ich war ersichtlich zu spät. Doch eine Frau in den Dreißigern, mit rötlichen Locken, wasserblauen Augen und einem leichten Rosenteint, als sei sie einem Gemälde von Franwis Boucher entsprungen, kam auf mich zu und bedeutete mir freundlich, Platz zu nehmen. Ich wählte einen Tisch direkt am Fenster und ahnte hinter der menschenleeren Promenade im Dunkel das Meer. Ich meine mich zu erinnern, dass ich ein Seezungenfilet aß. Es war nicht die ganz große Küche, aber ausgezeichnet zubereitet und präsentiert, wie in Belgien nicht anders zu erwarten, zu einer Zeit, als man in (West-)Deutschland das Essen als kulturellen Akt gerade erst zu entdecken begann. Niemand schien ungeduldig darauf zu warten, dass ich fertig wurde; auch meinen Kaffee konnte ich in aller Ruhe trinken und mich von einem sehr anstrengenden Tag erholen, der frühmorgens noch in Dorset begonnen hatte. Fast schien es mir, als sei dieses Restaurant an diesem Novemberabend nur für mich geöffnet gewesen und habe den ganzen Tag auf mich gewartet. Deshalb bleibt es für mich bis heute eines der besten der Welt. Dann fuhr ich zwei Stunden lang über die bekannten hell erleuchteten belgischen Autobahnen, verfuhr mich auch nicht im verknoteten Wirrwarr des Brüsseler Autobahnnetzes, fiel an der Grenze bei Aachen in die Dunkelheit zurück und war eine weitere Stunde später zu Hause.“

 

 

2697054-61ad029067256acd805153d0a42ef630.jpg
Jochen Schimmang (Northeim, 14 maart 1948)

 

 

De Duitse dichter Volker von Törne werd geboren op 14 maart 1934 in Quedlinburg. Zie ook alle tags voor Volker von Törne op dit blog.

 

ROOK

Voor Reuwen

Ooit leefde het land. Groene wagens
reden door het dorp. In het vroege licht
snoven de paarden
aan de rivier.

Waar zijn ze gebleven, de ketelmakers
en de muzikanten? Aan welke oever
grazen hun paarden? Onder welke maan zingen hun
violen?

Niemand heeft ze gezien. Spoorloos,
rook in de wolken,
zijn ze
vertrokken.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2697054-f0838e0aa3aafa3cb9eeda0f865ada19.jpg
Volker von Törne (14 maart 1934 – 30 december 1980)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e maart ook mijn blog van 14 maart 2020 en eveneens mijn blog van 14 maart 2019 en ook mijn blog van 14 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:37 Reageer op dit bericht

Yuri Andrukhovych

De Oekraïense dichter en schrijver Yuri Andrukhovych werd geboren op 13 maart 1960 in Iwano-Frankiwsk. Zie ook alle tags voor Yuri Andrukhovych op dit blog.

 

 

Rib

I’d like to donate a rib
to an anatomy workshop.
There one finds the giant hearts of butchers and lovers,
the sagging and bloated lungs of smokers,
trumpeters and glass-blowers,
the melancholy innards of drunks,
a tattooed order of a hero (right above the nipple)
and the hands of the last executioner
after the twelfth sentence…
Not another word about the rest of the creatures.
I’d like to donate a rib.
Perhaps something would come out of it —
a fish,
or a woman,
or a branch of
a forgotten tree
gingko…

 

 

Heorgian Family

Kikabidze, she said, firmly,
His name was Kikabidze.

What a ridiculous idea – to buy a prostitute a beer
at 2 a.m.,
pretending to be a businessman from the Baltic States
on delegation in Kiev!

On the other hand – what a chance
to listen to what these people know
about the country they live in,
about those who will never live in it,
about those who won’t be able to live at all.

They killed him, she tells me,
he stuck his nose into lots of things,
he was the best journalist
in our country.

I can’t correct her mistake,
I can’t know how it really was,
what his name really was.

I just want to believe in my own lie:
I am a businessman from the Baltic States
(yes, a businessman from the Baltic States!),
and all day long
in this country
I’ve got to sign contracts, drink to them,
down coffee, Cognac, sip Atenol,
send faxes and text messages
to get out of here all the sooner
and back to my Riga.

And she
repeats and repeats:

Kikabidze,
Kikabidze was his name.

 

 

In het thuisland van Roodkapje

Men zegt dat er in januari niemand komt.
Geen ziel te bekennen in het paleis of de bijgebouwen,
hangsloten op de deuren, tuinplanten in zakken,
de beelden eveneens, de bomen kaal.
Ik heb het ergens eerder gezien.

Maar in mei bloeit alles
met patiënten.
Hele stoeten Duitsers
op rolschaatsen, op fietsen.
Verliefde stelletjes, de eerste brigade gepensioneerden
in korte broeken. Oh, en nog eentje,
een kunstenaarsgemeenschap,
een nest van romantiek! Ze kopen
frisdrank in de orangerie en, eindeloos verrukt
door de uniekheid van de plek, de tijd, zichzelf en anderen,
volgen ze het programma verder –
naar het standbeeld
van Roodkapje.
(Blijkbaar vond in dit bos
dat ongelukkige incident met de wolf plaats).

Wat de patiënten zelf betreft,
ze trekken drie keer per dag naar het terras
op het afgesproken tijdstip,
volgens het programma van het naar binnen schrokken van eten,
en vullen de tijd met gesprekken in alledaagse talen
(Bettina von Arnim, zeggen ze, Bettina von Arnim.
Dat is het wachtwoord). Het is hier zo mooi, in mei,
dat je niets wilt doen.

“Bettina von Arnim” – zeg ik tegen het wijnglas
en tegen de asbak. O, wat heb ik een pech!
O, wat ben ik toch ondankbaar! En waarom dit ongemak?
En waarom blijf ik zo koppig denken
aan ontsnapping, aan een dwangbuis,
aan gestreepte gevangenispyjama’s?

Niemand weet wat hij
van iemand kan verwachten. Dat is tenslotte waarom we patiënten zijn –
om de boel op stelten te zetten.

De eerste drie dagen
merkte niemand zijn verdwijning op.

Op de vierde dag vroeg iemand zich af
waar hij in vredesnaam gebleven was, die joviale dikbuikige Fin
met zijn gulp permanent open
en de geur van bier onder zijn oksels. (Bovenstaande
details zullen uit beleefdheid niet hardop worden uitgesproken.
Natuurlijk zal er iets gezegd worden,
iets neutralers, zoals bijvoorbeeld
“En waar is onze Finse vriend?”)

Op de vijfde dag is het tijd voor het personeel
om zijn kamer leeg te halen.

En dan komt de waarheid aan het licht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Yuri Andrukhovych (Iwano-Frankiwsk, 13 maart 1960)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e maart ook mijn blog van 13 maart 2021 en eveneens mijn blog van 13 maart 2019 en ook mijn blog van 13 maart 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:22 Reageer op dit bericht

Dave Eggers, Naomi Shihab Nye, Raoul de Jong

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: De cirkel (Vertaald door Gerda Baardman, Liedwien Biekmann, Brenda Mudde en Elles Tukker)

“Mijn god, dacht Mae. Dit is het paradijs. De campus was immens en grillig, een explosie van Stille Oceaan-kleuren, en toch tot in het kleinste detail zorgvuldig overwogen, door de meest expressieve handen vormgegeven. Op een stuk land waar ooit een scheepswerf had gezeten, toen een drive-inbioscoop, toen een rommelmarkt, toen drie keer niks, bevonden zich nu zachtgroene heuvels en een fontein van Calatrava. En een picknickterrein met in concentrische cirkels opgestelde tafels. En tennisbanen, gravel én gras. En een volleybalveld waarop de peuters van de bedrijfs-crèche gillend ronddartelden, meanderend als waterstroompjes. Te midden van dit alles was ook nog plek om te werken: anderhalve vierkante kilometer geborsteld staal en glas, het hoofdkantoor van het machtigste bedrijf ter wereld. De hemel erboven was strakblauw. Dit alles passeerde Mae toen ze van de parkeerplaats naar het hoofdgebouw liep en erg haar best deed eruit te zien alsof ze daar thuishoorde. Het wandelpad kronkelde om citroen- en sinaasappelbomen heen en de steenrode kinderkopjes waren hier en daar vervangen door tegels met dwingende, inspirerende teksten. ‘Droom’, stond er op een, het woord was er met een laser ingebrand. ‘Doe mee’, stond er op een andere. Het waren er tientallen: ‘Zoek de overeenkomsten’. ‘Wees creatief’. ‘Fantaseer’. Ze stapte bijna op de hand van een jongen in een grijze overall; hij was bezig een nieuwe steen te plaatsen met de tekst ‘Adem’. Op een zonnige maandag in juni stond Mae voor de hoofdingang, recht onder het glas waarin het logo was geëtst. Hoewel het bedrijf nog geen zes jaar bestond, hoorden de naam en het logo — een cirkel om een raster van verstrengelde lijnen met een kleine c in het midden — al tot de bekendste ter wereld. Er werkten hier, op de grootste campus, meer dan tienduizend mensen, maar de Cirkel had overal op de aardbol kantoren en nam iedere week honderden briljante jonge geesten aan. Vier jaar op rij was het uitgeroepen tot het meest bewonderde bedrijf ter wereld. Mae wist dat ze zonder Annie nooit de kans zou hebben gekregen om op zo’n plek te werken. Annie was twee jaar ouder en ze hadden tijdens hun studie drie semesters een kamer gedeeld in een lelijk gebouw dat ze leefbaar hadden gemaakt door hun bijzondere band, een als tussen vriendinnen, als tussen zussen of nichtjes die wilden dat ze zusjes waren en dus een reden hadden om nooit uit elkaar te gaan.”

 


Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Genieten van het werk

“We maken schoon om ruimte te creëren voor kunst.”
Micaela Miranda, Freedom Theatre, Palestina

Werk was een stralend toevluchtsoord toen de wind zijn tanden
in mijn hoofd zette. Alles waar we van houden verdwijnt,
drijft weg – maar je kon dit stukje vloer vegen,
dit terras of deze veranda, witte steentjes verzamelen in een emmer,
het stukje grond harken voor toekomstige beplanting, het aanrecht afwissen
met een doek. Een heerlijke natte grijze doek, wring hem goed uit
het scheelt zoveel. De tuin ontdoen van rondwaaiende stukjes plastic.
De glorie van het doen. De adem van het doen.
Soms voorkwam de simpelste handeling dat angst
verbrokkelde tot een totaal gebrek aan energie, of dat verdriet
zich vermenigvuldigde, of dat verdriet de enige persoon was
die in het huis woonde.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, programmamaker en danser Raoul de Jong werd geboren in Rotterdam op 12 maart 1984. Zie ook alle tags voor Raoul de Jong op dit blog.

Uit: Dagboek van een puber

Geen van mijn vrienden kan zich herinneren wat zij in hun puberdagboeken schreven: twee gooiden hun dagboeken weg, een derde had het zijne verbrand en een vierde duwde het hare door de papierversnipperaar. Toen ik in de zomer van 2017 op de zolder van mijn achtentachtigjarige opa een eenentwintig jaar oud schrift vond, snapte ik waarom ze dat hadden gedaan. Sinds mijn oma is overleden, blijf ik soms een paar dagen bij mijn opa logeren. Overdag werk ik dan achter mijn laptop aan de eettafel, terwijl opa in een gemakkelijke stoel naast het raam de krant leest en commentaar geeft op het wereldnieuws. Dat is elke dag iets anders, maar komt geruststellend genoeg al drieëndertig jaar toch ook op ongeveer hetzelfde neer: het gaat slecht, het wordt slechter en er is niets wat wij daaraan kunnen doen, behalve klagen. Om stipt zes uur eten we: aardappelen, groenten, en iets uit de bio-industrie. Daarna doen we de afwas en zetten koffie, de rest van de avond kijken we tv. Tros Radar, Kassa, of iets anders over bedonderaars en bedriegerij met Antoinette Hertsenberg. Om elf uur begin ik te gapen en zeg dat ik morgen weer vroeg op moet. ‘Weet je waar de handdoeken liggen?’ vraagt opa dan. ‘In de kast naast de badkamer, al mijn hele leven,’ antwoord ik, en ik geef hem een kus en ga naar de zolder. Maar die avond zei opa: ‘De schoonmaakster heeft een doos gevonden.’ ‘Goh,’ zei ik. Ja, knikte hij, ‘met dingetjes. Van jou.’ Als ik er vanavond even naar keek, konden we de doos morgenochtend bij het vuilnis zetten. De doos stond al op me te wachten, pontificaal op het hoofdkussen van mijn logeerbed. Ik deed hem open en werd bruusk geconfronteerd met een krantenknipsel uit het Dep Dagblad van 2003. ‘Over tien jaar woon ik in Amsterdam of New York, heb succes met mijn werk en heb tienduizend nieuwe, leuke, hippe vrienden, onder wie Katja Schuurman’ stond onder een foto van mijn achttienjarige zelf, die druipend van zelfoverschatting de camera in kijkt. Ik kieperde de doos leeg en vond: — drie boetes en één aanmaning van de Ns — een nooit verstuurd kaartje aan een vriendin (ik ben op vakantie met mijn moeder, gezellig dat het is!!!) — een kaartje voor een concert van No Doubt .”

 


Raoul de Jong (Rotterdam, 12 maart 1984)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e maart ook mijn blog van 12 maart 2020 en eveneens mijn blog van 12 maart 2019 en ook mijn blog van 12 maart 2018 en ook mijn blog van 12 maart 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:49 Reageer op dit bericht

Karl Krolow, Willem Claassen

De Duitse dichter en schrijver Karl Krolow werd geboren op 11 maart 1915 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Krolow op dit blog.

 

LAND IM GERICHT

Ich bin das Land, das ohne Hoffnung ist,
Mit Gräberkreuzen neben jedem Weg
Und schief im Kräuticht, das die Ernte frißt,
Gedünst von Blut im Boden, trüb und träg.

In meinen Städten hängt die Sonne still
Wie ein Geschwür, von Fliegen dicht umflort.
Ich bin der Kehricht, drin die Ratte schrill
Vor Hunger pfeift und nur der Käfer bohrt.

Ich bin das Land, das man durch Tränen sieht.
Im Aug bleib ich als bittres Salz zurück,
Lieg unterm Netze, das der Himmel zieht,
Und fall ins tiefe Schweigen, Stück um Stück.

In meinen Wäldern lösen sich im Schrei
Die alten Geister. Und die Hölzer schwelen,
Vom Monde krank und blinder Zauberei.
Die Vögel flattern mit verbrannten Kehlen;

Und heiser wie der Wetterfahnen Ton
Fliehn ihre Stimmen an des Tages Rand
Zu Wolken auf, in denen Gifte drohn.
Verdammt bin ich und der Vampire Land.

Ich bin das Land, das im Gerichte steht,
Und allen Ländern bin ich das Gericht.
In meinen Schwären, die ich hergedreht,
Werd ich gerufen in das letzte Licht,

Ins Licht von drüben, wie es unverwandt
Einst auf mir ruht und mich nach oben zieht:
Das unter Qualen umgeworfne Land,
Das Totenland, das man durch Tränen sieht.

 

 

TERZINEN VOM FRÜHEREN EINVERSTÄNDNIS MIT ALLER WELT

                                                                                Erinnerungen sind Jagdhörner
                                                                                Deren Ton im Winde vergeht.
                                                                                                           Apollinaire  

Zerbrechlich wie die Fabel Welt,
So ritt ich auf des Windes Nacken,
Den Oberon zusammenhält.

So ritt ich auf des Windes Nacken:
Ein grüner Schatten ohne Laut,
Befreit von meiner Schwere Schlacken
.

Ein grüner Schatten ohne Laut.
Ach, von den Fischen trug ich Flossen
Und atmete durch Tigerhaut!

Denn von den Fischen trug ich Flossen.
Mein Geist erheiterte sich still.
Vom Gleichmut tausendfach genossen,

Erheiterte der Geist sich still,
Mit allen Wesen einverständig,
Zypressenfeuern, Asphodill.

Mit allen Wesen einverständig,
Beharrlich, ohne Ungeduld,
Und wie das Flötenholz lebendig.

Beharrlich ohne Ungeduld.
Kein Kartenspiel der Schwermut mehr: —
Wie Süßigkeit, die frei von Schuld

Verschwendet sich im Ungefähr …

 

 

Robinson I

Keer op keer strek ik mijn hand uit
naar een schip.
Met mijn blote vuist probeer ik
het zeil te grijpen.
Eerst ving ik
verschillende vaartuigen die
aan de horizon verschenen.
Zo vang ik forellen.
Maar de moesson keek mij
op de vingers
en liet ze ontsnappen,
of roer en kompas
braken. Je moet
voorzichtig met schepen omgaan.
Daarom riep ik hun namen na.
Ze luidden altijd
als die van mij.
Nu leef ik alleen nog
in gezelschap van de ongehoorzaamheid
van een paar woorden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2696675-a4fa7b6fc5e9a95aa657e8820815a499.jpg

Karl Krolow (11 maart 1915 – 21 juni 1999)
In het midden Karl Krolow met rechts naast hem Günter Grass, 1975

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Willem Claassen werd geboren in Beuningen in 1982. Zie ook alle tags voor Willem Claassen op dit blog.

 

 

Struisvogels

Een keer per week groet ik ’s morgens de dingen in de Reekstraat. Het is net als in het gedicht van Paul van Ostaijen, ‘Marc groet ’s morgens de dingen’.

Dag ventje met de fiets op de vaas met de bloem ploem ploem
dag stoel naast de tafel
dag brood op de tafel
dag visserke vis met de pijp

In mijn geval:
Dag meisjes op de fiets met de rugzakken op weg naar school kool kool
dag opblaasboot in de sloot
dag taxibussekebus
dag bevroren landbouwgrondje dat te koop staat

Dat ik de dingen groet in de Reekstraat komt door de struis- vogels. Met hen is het begonnen. Dag struisvogels! Ik weet niet precies of ze nu met vijf, zes of zeven zijn, ook al ben ik er hon- derden keren langs gereden. Soms volgen ze me, met hun kop- pen, die net boven de bovenste draad uit komen. Ze kijken dan net zo ongeïnteresseerd als ze waarschijnlijk in Tanzania zouden doen. Soms zie ik ze op de grond pikken en dan vraag ik me af of ze eten zoeken of een gat waar ze hun kop in kunnen steken.
Een struisvogel is een raar beest. De grootste vogel die be- staat, die het hardst kan lopen van alle vogels, maar vliegen ho maar. En dan die lange nek, buigzaam als gekookte spaghetti. En dat allemaal op de Reekstraat, met op de achtergrond een berg die het goed zou doen in Afrika. Als je het niet zou weten zou je denken: wat een eigenaardige maar mooie berg.
Je kunt er vast iets symbolisch in zien, in die struisvogels in een weitje op de grens van Beuningen en Weurt, vlak voor een afvalberg. Maar dat doe ik niet. Het zijn gewoon struisvogels. En die groet ik, iedere week. Daa-ag struisvogel. Dag lieve struisvo- gel. Dag fijn struisvogelijn mijn.

 

 

2696675-bca85eb05df941bc8dc565578402a94c.jpg


Willem Claassen (Beuningen, 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e maart ook mijn blog van 11 maart 2020 en eveneens mijn blog van 11 maart 2019 en ook mijn blog van 11 maart 2018 deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:50 Reageer op dit bericht

John Rechy, Naomi Shihab Nye

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1931 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: Sexual Outlaw: A Documentary

“11.07 A.M. The Apartment The Gym.
HE PREPARES his body for the hunt. A dancer at the bar. A boxer in the ring. Prepares ritualistically for the next three days of outlaw sex. The arena will be streets, parks, alleys, tunnels, garages, movie arcades, bathhouses, beaches, movie back-rows, tree-sheltered avenues, late-night orgy rooms, dark yards. The city is Los Angeles. Beyond the window of his apartment, yellow-green palmtrees stand aloofly. Later they will watch distantly as he prowls through the floating sexual under-ground. He is stripped to sweat-faded cutoffs. His pectorals are already pumped from repetitions of dumbbell presses on a bench, inclined, flat, then declined; engorged further by dumbbell flyes extending the chest muscles into the sweeping spread below the collar. His “lats”—congested from set after set of chin-ups—slow, fast, wide-grip, medium-grip, weights strapped about his waist for added resistance that will allow him to do only half-chins as the muscles protest-flare from armpits to mid-torso. His legs are rigid from squats held tense at half-point. Round, full, his arms are hard, hard from sets of curls, the dumbbell an append-age of strength and power in his hands. The horseshoe indention at his triceps is engraved sharply by repetitions of barbell extensions. Now the barbell—chrome, red-collared—rests at his feet. Dark weights are bal-anced harmoniously on each side of the bar. He bends over, jerking the bar widely in one move to his shoulders, and barely pausing, lifts it over his head and lowers it behind his neck. The deltoid muscles waken in welcome shock. One repetition, an-other, and another. Eight. Nine. Ten. He reverses the motions, places the bar at his feet. Breathing deeply, he moves away from the bar for thirty seconds only. Sweat coats his body like oil and stains the cutoffs at his groin. Deliberately he avoids the mirror on the wall. That crucial encounter comes only at the last. He does another set of standing presses with the loaded barbell, heavier now with added dark round plates. Seven sets in all, decreasing repetitions, adding weight each set. “

 

2696510-bd71d57a47f2e7244ad010181c3258b6.jpg
John Rechy (El Paso, 10 maart 1931)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Generaties

Aan het einde van een ongewoon warme dag
Oudjaarsavond 2017
stond ik in mijn keuken met
één houten lepel in mijn hand.

Mijn moeder keek tv
in de woonkamer
en at appels, crackers en kaas.
Mijn kleinzoon sliep in een kinderwagen
in een rustige achterkamer.
Ik was familie van beiden,
negentig en één jaar oud.
Ze waren vredig.
En dat was het.
Het mooiste moment
van mijn leven.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2696510-8f638f8b9cf4d6fd99e435da7a695c6f.jpg
Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e maart ook mijn blog van 10 maart 2020 en eveneens mijn blog van  10 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Peter Zantingh, Taras Sjevtsjenko

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard. Zie ook alle tags voor Peter Zantingh op dit blog.

Uit: Tussentijds

“Ik heb alles. En toch: op het precieze moment dat de hardhouten stationsbanken van Utrecht Centraal uit beeld beginnen te schuiven, weet ik zeker dat ik iets vergeten ben. Een halve seconde ben ik ervan overtuigd dat ik me in het perron vergist heb of mijn tas nog buitenstaat, in een poging me af te zetten tegen de onomkeerbaarheid. In stilstand kon alles nog. Ik neem de volgestouwde rugzak op schoot, eerst om ook mijn tast ervan te verzekeren dat ik niets vergeten ben en dan, terwijl we de maximumsnelheid opzoeken, om haar boek langs de gewatteerde achterkant omhoog te wurmen. Ik streel het matte hardcoveromslag als om haar ermee op te roepen en sla het voorzichtig open. Zes uur en zesendertig minuten liggen er tussen haar en mij, bijna zevenhonderd kilometer. Dit is haar noodkreet, haar dreigement, zo onmiddellijk om een antwoord vragend dat ik onaangekondigd onderweg ben. Misschien ben ik al te laat. Twaalf weidse prenten zijn het, in potlood, krijt, houtskool en verf, verdeeld over vierentwintig ongenummerde pagina’s ruw, gerecycled honderdzestiggrams papier. Ik weet nog hoe verheugd ze was toen ze de drukplannen gemaild had gekregen, alsof de zwaarte van het papier benadrukte hoe goed haar werk was geworden. Meestal tekende ze in de logeerkamer, urenlang, ook ’s avonds. Als ik er de volgende ochtend naar binnen keek terwijl zij nog lag te slapen, zag ik het diagonaal gekantelde tafelblad waaraan ze gestaan had, het grote vel papier dat er met een brede klem aan was vastgemaakt, het opgespaarde potloodslijpsel in een loodkris-tallen whiskyglas in de vensterbank en haar tekengerei op het krukje in de hoek, waar ze niet eens zo lang daarvoor, tijdens een ander soort dagdromen, de commode had bedacht. Het is warm en het wordt steeds warmer. De laatste in Utrecht ingestapte reizigers zoeken hun stoel. Ik zoek de plaat in het midden van het boek op en neem het papier tussen mijn strakgespannen, onwillekeurig strekkende en buigende vingers. Het zijn spierspasmen die doorwerken tot in mijn schouders en nek. De uitstralingspijn zal me waarschijnlijk nog voor Arnhem hoofdpijn bezorgen. Een tic, dat is het, en er zijn slechts twee manieren om het tegen te gaan: ik kan proberen het met volle concentratie en wilskracht niét te doen, dat herhaaldelijk straktrekken van de spieren, wat zo’n beetje neerkomt op het omgekeerde van mindfulness, of ik kan mijn gedachten juist zo afleiden dat hoofd en lichaam het allebei even vergeten. Kijk – ze is herkenbaar in elk detail. De natuurgetrouwe kleuren, de met opzet tot net buiten de lijntjes aangebrachte penseelstreken. Met je blik aan een scherpe hoek blijven haken is onmogelijk; alles is afgerond, gevijld.”

 

2696382-e54c721f85bab9ecb8fca2139d7de1a3.png
Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)

 

 

De Oekraïense dichter, schrijver en schilder Taras Sjevtsjenko werd geboren op 9 maart 1814 in Morynzi bij Kiev. Zie ook alle tags voor Taras Sjevtsjenko op dit blog.

 

Aan N.N.

Terwijl de zon ondergaat en de heuvels donker worden,
terwijl het vogelgezang verstomt en de velden stilvallen,
terwijl de mensen lachen en rusten,
kijk ik toe.
Mijn hart haast zich
naar de schemerige tuinen van Oekraïne.
En ik haast me.
O, wat haast ik me met mijn gedachten,
terwijl mijn hart verlangt naar rust.
Terwijl de velden donker worden,
terwijl de bossen donker worden,
terwijl de heuvels donker worden,
zie ik een ster.
En ik huil.
Hé, ster! Ben je in Oekraïne aangekomen?
Kijken donkere ogen naar je in de blauwe hemel?
Of maakt het ze niets uit?
Mogen ze slapen als ze dat niet doen.
Mogen ze niets weten van mijn lot.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2696382-521f0c02c7426ed6870f94d29ccbdd11.jpg
Taras Sjevtsjenko (9 maart 1814 – 10 maart 1861)
Monument voor Taras Sjevtsjenko in Lviv

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook mijn blog van 9 maart 2025 en ook mijn blog van 9 maart 2021 en ook mijn blog van 9 maart 2020 en eveneens mijn romenu blog van 9 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:38 Reageer op dit bericht

Walter Jens, Rolf Jacobsen

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

Uit: Katias Mutter (Samen met Inge Jens)

„Es war mit Sicherheit eine der interessantesten – man könnte auch sagen: kuriosesten – Familien der preußischen Metropole, in die Hedwig Pringsheim am 13. Juli 1855 hineingeboren wurde. Ihr Vater, Ernst Dohm, Spross einer armen jüdischen Familie, war bereits als Kind getauft und von einer frommen Mutter sowie einer pietistischen Gönnerin zum Theologen bestimmt worden. Nach erfolgreich absolvierten Examenspredigten hatte er jedoch Talar und Beffchen an den Nagel gehängt und sich als Hauslehrer und Übersetzer durchgeschlagen, ehe er 1848 mit der Gründung der politisch-satirischen Zeitschrift Kladderadatsch endgültig ins literarisch-journalistische Genre wechselte. Sein profundes Wissen, sein ebenso stil- wie treffsicherer Witz und seine unterhaltlichen Fähigkeiten sowie eine offenbar beachtliche poetische Begabung verhalfen ihm schnell zu Ansehen und Beliebtheit.
Auch Hedwigs Mutter, deren Vornamen das Neugeborene erhielt, hatte in ihrer Ehe begonnen, sich als Schriftstellerin zu profilieren. Sie schrieb Novellen, Dramen und Gedichte, später auch Romane. Vor allem aber zog sie in öffentlichen Stellungnahmen und Essays gegen die These von der angeblich naturgegebenen Ungleichheit von Männern und Frauen zu Felde und wurde in den späten sechziger und siebziger Jahren, nachdem sie vier Kinder großgezogen hatte, zu einer der bekanntesten Kämpferinnen für die Zulassung der Frau zu allen berufsqualifizierenden Bildungs- und Ausbildungsmöglichkeiten.
«Kämpferin»? Zumindest Hedwig, die älteste ihrer vier Töchter, sah die Mutter anders: «Schön war sie und reizend; klein und zierlich von Gestalt, mit großen, grünlich-braunen Augen und schwarzen Haaren, die sie auf Jugendbildnissen noch in schlichten Scheiteln aufgesteckt trug, später aber abgeschnitten hatte, und die dann halblang und gewellt ihr wunderbares Gesicht umrahmten. Zart war sie, schüchtern, empfindsam, ängstlich. Wer sie nur aus ihren Kampfschriften kannte und ein Mannweib zu finden erwartete, wollte seinen Augen nicht trauen, wenn ihm das holde, liebliche und zaghafte kleine Wesen entgegentrat. Aber ein Gott hat ihr gegeben, zu sagen, was sie gelitten, was sie in Zukunft ihren Geschlechts-Schwestern ersparen wollte.»
Der Roman Schicksal einer Seele vom Beginn des neuen Jahrhunderts oder die noch ein Dezennium später entstandenen Erinnerungen einer alten Berlinerin zeigen, dass Hedwig Dohms Einsatz für ihre Geschlechtsgenossinnen seine Wurzeln in den Leiden ihrer eigenen traurigen und glücklosen Kindheit hatte.“

 

2696198-a12d85b8225107fa304ca31079640bc8.jpeg
Walter Jens (8 maart 1923 – 9 juni 2013)
Thomas Mann (staande) met zijn dochter Monika, schoonmoeder Hedwig Pringsheim, echtgenote Katia en schoonvader Alfred Pringsheim (v. l. n. r.).

 

 

De Noorse dichter en journalist Rolf Jacobsen werd geboren op 8 maart 1907 in Kristiania. Zie ook alle tags voor Rolf Jacobsen op dit blog.

 

Hout

Het is goed, dat er in de wereld nog hout is
en dat er nog
stapelplaatsen genoeg zijn.
Want in hout is een grote rust
en een sterk licht,
dat ’s zomers ver
de avond in schijnt.

Er is goede troost in de rook van afgebrand bos
en in hars die in grote druppels naar buiten dringt
diep in het bos.
De lucht van hout heeft iets van zoete klaproos en van graan.

Het is goed dat er langs de Ångermanälv
en Deep Creek in Columbia, overal ter wereld
nog genoeg hout oplicht
als een zonbeschenen vlek,
een slapende kracht hier op aarde, een geheime macht
die generaties lang voortleeft, bijna als ijzer.

Het heeft de kleur van brood en van een vrouwenlijf
en bezit de stralende wil die misschien ontspruit aan
grote liefde.

Want het hout is een deel van de grote wereldlente.
Het komt uit de bron die de vernieler nog niet heeft bereikt.

….

De rivieren nemen het onder hun hoede.
Is er soms liefde tussen de kracht van de boom en die van het water.

Ze voeren het langzaam in een rustig ritme rond de grote nessen.
Het lijkt wel een dans.

….

Dit zijn de dingen waarboven de sterrenhemel is gesteld:
De eenzaamheid van de doden, de moed van de jeugd en hout
dat langzaam voortglijdt op grote rivieren.

 

Vertaald door Amy van Marken

 

2696198-9acffc6248c38af46710ada064a50bef.jpg
Rolf Jacobsen (8 maart 1907 – 20 februari 1994)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e maart ook mijn blog van 8 maart 2021 en ook mijn blog van 8 maart 2020 en eveneens mijn blog van 8 maart 2019 en ook mijn blog van 8 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:14 Reageer op dit bericht

Robert Harris, Günter Kunert, Radna Fabias

De Britse schrijver en journalist Robert Dennis Harris werd geboren op 7 maart 1957 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Robert Harris op dit blog.

Uit: Vaderland (Vertaald door Ronald Beek)

“Een dik wolkendek had de hele nacht laag boven Berlijn gehangen en bleef nu achter in wat doorging voor de ochtend. Aan de westkant van de stad dreven regenpluimen over het Havelmeer, als rook. Lucht en water gingen in elkaar over, een grijs vlak dat alleen werd verbroken door de donkere streep van de oever aan de overkant. Daar was alles stil, was geen lichtje te zien. Xavier March, rechercheur bij de afdeling moordzaken van de Berlijnse Kriminalpolizei – de Kripo -, klom uit zijn Volkswagen en hief zijn gezicht naar de regen. Hij was een connaisseur waar het dit soort regen betrof. Hij kende de smaak ervan, de geur. Het was Baltische regen, uit het noorden, koud, met een zeelucht, pittig door het zout. Even was hij twintig jaar terug, in de commandotoren van een U-boot, die geruisloos Wilhelmshaven uit voer, met gedoofde lichten, de duisternis in. Hij keek op zijn horloge. Het was even na zevenen ’s ochtends. Voor hem stonden drie andere auto’s langs de kant van de weg geparkeerd. De inzittenden van twee ervan zaten te slapen achter het stuur. De derde auto was een patrouillewagen van de Ordnungspolizei – de Orpo, zoals iedere Duitser die noemde. Er zat niemand in. Door de open raampjes klonk het geknetter van de radio, afgewisseld door plotselinge, gebrabbelde mededelingen. Het zwaailicht op het dak verlichtte het bos naast de weg: blauw-zwart, blauw-zwart, blauw-zwart. March zocht naar de Orpoagenten en zag hen schuilen bij het meer onder een druipende berk. In de modder bij hun voeten lichtte iets bleeks op. Op een boom-
stam een eindje verderop zat een jongeman in een zwart trainingspak, ss-insigne op zijn borstzak. Hij zat voorovergebogen, ellebogen op zijn knieën, zijn handen tegen de zijkant van zijn hoofd gedrukt – het toonbeeld van neerslachtigheid. March nam een laatste trek van zijn sigaret en gooide hem met een korte polsbeweging weg. Hij siste en ging uit op de natte weg. Toen hij naderbij kwam, hief een van de agenten zijn arm. ‘Heil Hitler!’ March negeerde hem en gleed de modderige oever af om de dode te onderzoeken. Het was het lijk van een oude man – koud, dik, kaal en verbijsterend wit. Van een afstandje had het een gipsen beeld kunnen zijn dat in de plomp was gegooid. Het lijk, dat onder het vuil zat, lag half uit het water, de armen gespreid, het hoofd achterover. Eén oog was stijf dichtgeknepen, het andere tuurde onheilspellend naar de smerige lucht.”

 

2696098-f2c79b7de9fa60161e7776b2e9720f64.png
Robert Harris (Nottingham, 7 maart 1957)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

Op weg naar Utopia II

Op de vlucht
voor het beton
gaat het als in
een sprookje: waar je ook
aankomt
het wacht je op
grijs en somber

Op de vlucht vind je
misschien
een stukje groen
aan het einde
en val je zalig
in de grassprieten
uit gekleurd glas…

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Günter Kunert (6 maart 1929 – 21 september 2019)

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster en dichteres Radna Fabias werd geboren op Curaçao in 1983. Zie ook alle tags voor Radna Fabias op dit blog.

 

roestplaats

onderweg naar de roestplaats
bewater en bemest ik één vierkante kilometer roodbruine aarde
het is een altruïstische investering ik maak het mogelijk voor een ander om
wortel te schieten uit te dijen het ecosysteem te verstoren
dan was ik mijn handen
– lang en grondig –
ik trek de afdrukken van mijn vingers
– voorzichtig     ik ben voorzichtig –

ik knip mijn haar omdat ik een slachtoffer ben
ik verf mijn haar omdat ik een schurk ben
ik kweek een snor voor bij mijn valse papieren
– ik ben rustig     ik ben rustig –

de boeing vlieg ik door de turbulentie in retrospectief naar de man die mij terloops en
onbedoeld verwekte
ik neem een gijzelaar, introduceer hem bij aankomst zeg
deze man doet me aan jou denken ik wil hem niet we moeten praten het is tragisch
dat ik hem zal dragen
en ik zal hem dragen
als een berenvel
ik zal hem dragen als een mantel
zijn huid ruikt naar woestijnhitte fenegriek en open wonden

mijn moeder breng ik terug naar het barre land omdat ik van haar houd
vanwege mijn moeder geef ik iedereen die op mij lijkt terug aan de aarde
ik werp mijn mantel af omdat ik van mijn moeder houd
omdat ik van mijn moeder houd bezweer ik de herhaling vanuit mijn afgeklemde
eierstokken

mijn afgeklemde eierstokken zijn schoon
mijn afgeklemde eierstokken zijn schitterend
mijn afgeklemde eierstokken zijn vervaardigd van reactieve metalen

dan rust ik
hier roest ik
hier stopt het

 

2696098-4d206ae8ad749c463535387be0a30637.jpg

Radna Fabias (Curaçao, 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e maart ook mijn blog van 7 maart 2021 en ook mijn blog van 7 maart 2019 en ook mijn blog van 7 maart 2016 en ook mijn blog van 7 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Patrick deWitt, Günter Kunert

De Canadese schrijver en scenarist Patrick deWitt werd geboren op 6 maart 1975 op Vancouver Island. Zie ook alle tags voor Patrick deWitt op dit blog.

Uit: Ondermajordomus Minor (Vertaald door Caroline Meijer en Saskia van der Lingen)

“Lucien Minors moeder had niet gehuild, had bij hun afscheid geen traan gelaten.
Hijzelf had de hele dag een brok in zijn keel gevoeld en al zijn handelingen uitgevoerd in behoedzame stapjes, alsof één schielijke beweging een uitbarsting van emotie kon veroorzaken. Ze hadden samen het ontbijt en het middagmaal gebruikt maar geen van beiden had een woord gezegd, en nu was het tijd voor hem om te gaan maar lukte het hem niet om op te staan van zijn bed, waarop hij volledig gekleed lag, jas en schoenen aan en zijn muts van schapenvacht laag over zijn voorhoofd getrokken. Lucy was zeventien jaar oud en dit was sinds zijn geboorte zijn kamer geweest; alles wat hij zag en waar hij zijn hand op kon leggen was doortrokken van verwarrende herinneringen aan zijn kindertijd. Toen hij zijn moeder beneden in de keuken onbeantwoordbare vragen aan zichzelf hoorde stellen, werd hij bijna overmand door verdriet. Op de vloer naast hem stond een valies paraat.
Hij sleurde zichzelf van het matras, stond op en stampte driemaal met zijn voeten: stamp stamp stamp! Hij greep het valies bij zijn gedraaide leren hengsel, ging de trap af en de deur uit, en riep onder aan het stoepje van hun sobere huisje naar zijn moeder. Ze verscheen in de deuropening en knipperde met haar ogen tegen het licht terwijl ze het meel van haar knokkels en handpalmen sloeg.
‘Is het tijd?’ vroeg ze. Toen hij knikte, zei ze: ‘Nou, kom hier dan.’
Over de vijf kreunende traptreden klom hij naar haar toe. Ze kuste hem op zijn wang en keek toen met een bedenkelijke blik over het grasland naar de snel oprukkende bank onweerswolken achter de bergketen die hun dorp als een muur omsloot. Toen ze hem weer aankeek, was haar gezicht uitdrukkingloos.
‘Het beste, Lucy. Ik hoop dat je die baron fatsoenlijk behandelt. Laat je me weten hoe het je vergaat?’
‘Dat zal ik doen.’
‘Goed zo. Vaarwel.’
Ze ging het huis weer in en keek strak naar de grond terwijl ze de deur sloot –
een blauwe deur. Lucy wist nog de dag dat zijn vader hem had geschilderd, tien jaar eerder.”

 

 2695975-388a061b87b873a24e6c9d0d849b65ad.jpg
Patrick deWitt (Vancouver Island, 6 maart 1975)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

 

Venetië

I

Straaljagerdonder boven de lagune.
Schrik – de bronzen paarden steigerend op het dak
in eeuwige waanzin verstard
de ogen opengesperd en blind
herkennen je niet.
Ga naar de bruggen, jouw levenswerk
is ze stuk voor stuk over te lopen
een keer van deze en een keer van deze kant

Telkens is de wereld anders

Maar vergeet je schaduw niet
zij reikt omlaag tot in ’t water
waar onder ondoorzichtig vuilnis
de stroming haar wegspoelt. Geen nog
zingt bij dat wankele varen
een ceremonie doelloos
en te vaak herhaald.

In het hotel om de hoek huist een man
Dostojewski geheten of
is reeds vertrokken of reeds
opnieuw aangekomen.

De oude paleizen
vreet onze contemporaine adem aan
zodat we ze niet kunnen bewonen
hoe teer ook de toeleg.
Verbrokkelen zou onze greep
de steen
en alle meetkundes zouden inzinken

zo geruisloos zo verwacht

 

Vertaald door W. Hogendoorn

 

 

2695975-0dc64e5be0f7196eeba37ab882f1d3b3.jpg
Günter Kunert (6 maart 1929 – 21 september 2019)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e maart ook mijn blog van 6 maart 2023 en ook mijn blog van 6 maart 2022 en ook mijn blog van 6 maart 2020 en ook mijn blog van 6 maart 2019 en ook mijn blog van 6 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:59 Reageer op dit bericht

Koos van Zomeren, Pier Paolo Pasolini

De Nederlandse schrijver, columnist en dichter Koos van Zomeren werd geboren in Velp op 5 maart 1946. Zie ook alle tags voor Koos van Zomeren op dit blog.

Uit: We gaan zo

“11/4 Halverwege de avond gaat de bel, zeer ongebruikelijk. Ga jij maar kijken,” zegt Iris. Natuurlijk. Je doet de deur open en in het portiek staat een leuke jonge vrouw. Ze kijkt me aan, doet een stap terug, checkt het huisnummer en begint onbedaarlijk te lachen. “0, ik zie het al, ik moet in het gebouw hiernaast zijn.” Oké.”
Neem me niet kwalijk.” Nee hoor.”
Wat een blunder, wat een blunder.” Welnee. Welnee.” Want zoals gezegd, een leuke jonge vrouw.
Terug naar de zitkamer. Iets op de televisie. Doet er even niet toe wat.
Iris: “Wat was dat?”
“Iemand van de thuiszorg.” “Wat heb je gezegd?” “Dat ze vijf jaar te vroeg was.”

13/4 Tijs Goldschmidt, Wolven op het ruiterpad. Waarin opgenomen zijn voorwoord bij de brieven van Rudy Kousbroek aan Gerard Reve. Dat boekje heb ik: Seks, natuurlijk, maar vooral orde. Niet eens zo lang geleden verschenen en gelezen (2017), maar al behoorlijk weggezakt. Passages die me toen hebben getroffen (potloodtekens), treffen me opnieuw.
Kousbroek: ‘Nu schijnt de zon weer. Ach wat een misère, wat ben ik begonnen. Al die tijd heb ik permanent het gevoel dat mijn maag is afgebonden, met een baksteen erin; had ik maar een paar uur zonder ongerustheid, vond ik maar eens een gedachte die ik niet eerder heb gedacht, een prettige verrassing.’
Kousbroek: ‘Hoe komt het dat ik zo vaak beroerd droom? En ook als ik wakker ben bespringen mij allerlei niet bestelde gedachten, steeds weer wat nieuws en altijd even ellendig.’
Dit boekje apart gehouden en opvallend op mijn kamer neergelegd — met de bedoeling eens iets zinnigs te zeggen over het verschijnsel wanhoop.
15/4 Misschien dit: dat de ellende die mensen elkaar aandoen niet zelden (maar ook niet altijd) in het niets verzinkt bij de ellende die ze zichzelf aandoen. Dat iemand in dit geval zou kunnen zijn geholpen met het advies zichzelf niet zo serieus te nemen. Wat dan hopelijk niet wordt opgevolgd, want wat een prachtige brieven. Geen mooier literair genre dan dat van wanhoop zonder gevaar of gebrek — bewijst Kousbroek het niet, dan doet Reve zelf het wel. (Wat, bij nader inzien, ook heel mooi kan zijn: mensen die bij groot gevaar of gebrek de moed behouden.)”

 

2695847-1f1959318ba28d8ff0cb4d8ed001bdf8.jpg
Koos van Zomeren (Velp, 5 maart 1946)

 

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

 

 

De Apennijnen

2

Slechts grijs
licht brandt er de maan, boven de slaap van
azuren Etruriërs, zij verrijst

slechts om stemmen te horen van knapen
vanaf de pleinen in Pienza of Tarquinia…
Zij onthult in de weergalmende, brake

ruggen halfweg de Apennijnen
Orvieto, krap aan de heuvel afgehangen,
omringd door geciseleerd ploegland, een minia-

tuur, en de hemel. Ondanks lange
eeuwen gaaf, Orvieto, daken geperst
binnen stadsmuren, onbestrate stegen,

met de uitgang van het muildier langs vers
stuc over tufsteen.

Klem in de portiek, in het licht van de poort,
langs verkruimeld metselwerk en vervallen
huizen, klimt het dier naar boven voort

met langs de flanken de kuipen roodhelle
druiven, onder het borstbeeld van Bonifatius,
bijna geheel verpulverd, beveiligd

door barokke hoogte in de middeleeuwse
nis van de stadsmuur.

 

 

Vertaald door Karel van Eerd

 

 

2695847-547f25518462fc2a14d8a4e6a9ef1ceb.jpg
Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e maart ook mijn blog van 5 maart 2024 en ook mijn blog van 5 maart 2020 en eveneens mijn blog van 5 maart 2019 en ook mijn blog van 5 maart 2018 deel 1 en ook mijn blog van 5 maart 2017 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:53 Reageer op dit bericht

Robert Kleindienst

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Kleindienst werd geboren op 4 maart 1975 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Robert Kleindienst op dit blog.

 

Windbachtal

Rauschen mit geschlossenen Augen
als läge man allein am Berg unruhig
scharrt eine Taube vor dem Pool
fliegt auf beim Heulen der Sirene
trügerische Ruhe später
kein Schrei
beim Sprung ins kalte Wasser

 

 

Gehen im Wind

das Blatt ist nicht mehr festzumachen
an dem Ast geht im Wind verloren
uns hält nichts mehr wir gehen
doch sind Teil davon so wie
auch alles fällt und
fallen wir so
fallen wir
uns zu

 

 

Herbstaugenblick

früher Reif auf der Parkbank
in Ansätzen wird wieder spürbar
woher der Wind weht der doch
so fremd ist die Hände
halten sich fest noch
und warm
während man zu Tauben
am Strommast blickt
fast schon berührt

 

 

Afscheid

zo stil als je bent,
heb ik geen andere keus
dan weg te gaan. Water
rimpelt in het meer.
bij ’t achterom kijken
verlaten de tent
wervelende vonken

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2695737-10afc5d6c85e1afb45a134440dc8998f.jpg
Robert Kleindienst (Salzburg, 4 maart 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e maart ook mijn blog van 4 maart 2019 en ook mijn blog van 4 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 4 maart 2007 en ook mijn blog van 4 maart 2008 en eveneens mijn blog van 4 maart 2009.






Geschreven door Romenu om 16:22 Reageer op dit bericht

Abbas Khider, James Merrill

De Duits-Iraakse schrijver Abbas Khider werd geboren op 3 maart 1973 in Bagdad. Zie ook alle tags voor Abbas Khider op dit blog.

Uit: Der letzte Sommer der Tauben

„Die Flammen der Anpassung
Unser Laden liegt dort, wo die Hektik des Basars auf die Stille der Medina trifft. Die Moschee al-Rahman thront über allem, ihre Minarette ein steinernes Mahnmal der Beständigkeit. Doch heute wankt selbst diese Standhaftigkeit. Rauch beißt in den Augen — riecht säuerlich nach verbranntem Stoff und geschmolzenem Kunststoff. Die Basarstraße brodelt: Pick-ups und Eselskarren stehen bereit, während Ladenbesitzer hastig ihre Auslagen sortieren. Als ich fast bei unserem Laden angekommen bin, sehe ich das Feuer und viele Menschen, die sich dort versammelt haben. Drei Männer in schlichten, uniformartigen Gewändern stehen mit Gewehren an den Schultern um das Feuer herum. Ihre Haltung ist starr, ihre Blicke sind streng, eine Aura absoluter Macht umgibt sie. Zigarettenstangen, Poster und Kleidungsstücke werden in die Flammen geworfen. Niemand schreit, niemand protestiert Es ist ein Schauspiel, dessen Premiere alle erwartet haben — der Tag, an dem die Reinheit des Glaubens alle unislamischen Farben und Formen verschlingen soll.
Am Ende der Straße entdecke ich meinen Vater. Er sitzt auf einem niedrigen Hocker vor unserem Laden, den Kopf gesenkt, die Schultern nach vorne gebeugt. Seine Hände ruhen auf den Knien. Die Sonne MIR schräg auf sein Gesicht, schneidet scharfe Linien in die Haut, die einst von Wärme und Stolz geprägt war. Jetzt wirkt er blass.
»Wo ist deine Mutter?“, fragt er, ohne den Blick zu heben.
»Bei Suad. Sie hat Bauchschmerzen. Vielleicht kommt Mutter später.“
»Allein?«
»Natürlich nicht“.
Er nickt kaum merklich, erhebt sich und verschwindet im Laden. Ich bleibe draußen stehen und betrachte das Schaufenster.
Wo einst leuchtende Stoffe und elegante Kleidung die Passanten anlocken, stehen je. Figuren, eingehüllt in Niqabs. Die Puppen wirken wie Gefangene in einem düsteren Albtraum. Ich frage mich, was passieren würde, wenn diese starren Kunststoffgestalten zum Leben erwachten. Würden sie sich auflehnen? In meinem Kopf formt sich eine Geschichte. Onkel Ali wäre begeistert, wenn ich ihm davon erzähl.. Vielleicht würde er mich sogar dazu ermutigen, sie aufzuschreiben.“

 

 2695740-c79f825c34e21d1684fddc1ab0bed1f0.jpg
Abbas Khider (Bagdad, 3 maart 1973)

 

 

De Amerikaanse dichter James Merrill werd geboren op 3 maart 1926 in New York. Zie ook alle tags voor James Merrill op dit blog.

 

 

Nog een april

De ruiten flitsen, trillen door jouw spookachtige doortocht
Erdoorheen golft een röntgenachtige helderheid, en ik ben opgestaan
Maar kan niet spreken, me alleen herinnerend dat het de bedoeling was
Om op te staan en niet te spreken. Jonge storm, dit huis is van jou.
Laat onze ogen donker worden, laat je regen komen, de kaars wankelen
Diep in wat nog steeds de beheersing zelf en mij weerspiegelt.
De grote grijze, roestbruine irissen van de dageraad, nederig en trots
Langs jouw pad zullen ze hun voorhoofden in het stof hebben gelegd.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 2695740-0bd4d30dae1c1f8a29b2f698c6813554.png
James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e maart ook mijn blog van 3 maart 2020 en ook mijn blog van 3 maart 2019 en ook mijn blog van 3 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Godfried Bomans, James Merrill

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

 

 

Is het waar…?

‘Is het waar, meneer, dat gij een tijdschrift wilt oprichten?’
‘Ja, dat willen wij.’
‘En hoe is dat plan zo plotseling gekomen?’
‘Dat plan is niet plotseling gekomen. Het is gegroeid.’
‘Mijn hemel, hoe merkwaardig! Wanneer?’
‘Op een avond. Wij zaten bijeen, allemaal begaafde jonge kerels, die wat anders wilden. En opeens begrepen wij, wat het was: een tijdschrift.’
‘Een literair tijdschrift?’
‘Neen. Breder. Een tijdschrift van algemeen culturele strekking.’
‘Bestaan er van zulke tijdschriften niet reeds meerdere?’
‘Niet in de zin, waarin wij het bedoelen.’
‘In welke zin bedoelt gij het dan?’
‘In opbouwende zin.’
‘Wie van U kwam het eerst op dit idee?’
‘Niemand. Op een avond begrepen we, dat het tijd werd, de hand aan de ploeg te slaan.’
‘Uw tijdschrift heet zeker “De Ploeg”?’
‘Zeker. Hoe weet ge dit?’
‘Omdat wij gisteravond ook bij elkaar gekomen zijn.’
‘Begaafde jonge kerels?’
‘Inderdaad.’
‘Wilden zij wat anders?’
‘Ja, dat wilden wij. En opeens begrepen we, dat het een tijdschrift was dat ons ontbrak.’
‘Een letterkundig weekblad?’
‘Neen. Breder. Iets van meer algemeen culturele strekking.’
‘Ik moet U dat afraden.’
‘Waarom?’
‘Er bestaan daarvan reeds meerdere.’
‘Jawel. Maar niet in de zin waarin wij het bedoelen.’
‘U bedoelt toch niet in opbouwende zin?’
‘Zeker, dat bedoelen wij.’
‘Zeg eens, in welk café hebt gij vergaderd?’
‘In De Kring.’
‘Dank U. Wij waren in De Koepel. Er is dus wel degelijk een punt van verschil.’
‘Dat is ook mijn mening. Ik groet U.’
‘Ik groet U evenzeer.’

 

 

2695487-0bdbe21cf016f6c1fc66aeec3379ff24.jpg
Godfried Bomans (2 maart 1913 – 22 december 1971)

 

 

De Amerikaanse dichter James Merrill werd geboren op 3 maart 1926 in New York. Zie ook alle tags voor James Merrill op dit blog.

 

 

Het land van een duizendjarige vrede

voor Hans Lodeizen (1924-1950)

Hier komen ze allemaal om te sterven,
Vloeiend, als in een vierde taal.
Maar voor een jongeman nog niet van hun ras
Was het een waanzin dat je moest liggen

Blind aan één oog en gevoed met
Het bloed van een geboend gezicht;
Het was een waanzin neer te zien
Op de speelgoedstad waar

De glinsterende neutraliteit
Van klok en chocola en meer en wolk
Elke morgen maakte tot iets
Minders dan je kon hebben;

Het doet mij hardop huilen
Om de oude meesters van de ziekte
Die hoog boven je aan een haar het zwaard
Laten bungelen dat, nooit vallend, doodt

En je nog weg wilden lokken van dat sterrenland
Onder de wereld, dat niemand ziet
Zonder een dood, de glans en ’t scherp gewicht
ervan flitsend in zijn eigen hand.

 

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

2695487-756c54e9132dd46ca9821cc18cecab25.jpg
James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e maart ook mijn blog van 2 maart 2024 en ook mijn blog van 2 maart 2020 en ook mijn blog van 2 maart 2019 en ook mijn blog van 2 maart 2018 en ook mijn blog van 2 maart 2014 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:24 Reageer op dit bericht

März (Georg Heym), Jan Eijkelboom, Franz Hohler

 

 

2695363-3c0cb1b93dd43f37f31c95930682f8c8.jpg
Maart door Boris Serdyuk, 2024

 

 

März

Aus der Erde quollen Kräfte,
Die in dunkler Enge schliefen,
In den Wolken gingen Stürme,
Graue Wogen in den Tiefen.

Lange Tage fuhren Winde
Regenschwer vom nahen Meere,
Große Vögel kamen nächtlich
Und verschwanden schnell ins Leere.

Auf dem halbgeborstnen Eise
Schoben sich die schweren Schollen,
Oft wir schraken auf aus Träumen
Von des Stromes dumpfem Grollen.

Sterne glänzten und verschwanden,
Eh wir noch die Schönen schauten,
Fern vom Sturm geläutet klangen
Glocken mit der Märznacht Lauten.

 

 

2695363-7ff682de61f0d2925bda4e5ce44a35cf.jpg
Georg Heym (30 oktober 1887 – 16 januari 1912)
Hirschberg in het Reuzengebergte, de geboorteplaats van Georg Heym

 

 

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

 

 

Gedragen kleding

1

Hun eens per week gewassen voeten
in veelvuldig gestopte sokken
in eeuwig gepoetste bottines
gingen tweemaal ’s zondags ter kerke
in onwennig statige tred.

Jij, vader, sprong er nog uit
in je dure lakense jas,
je streepjesbroek die
– hoe is het godsterwereld mogelijk –
fantasiebroek genoemd werd
(en misschien nog wel wordt).

Door een broeder werd je berispt
toen jij, op klaarlichte zondag,
een brief op de post ging doen
en daarmee and’ren iiet werken
terwijl het nog sabbat was
(ook droeg je een zomerkostuum).

Tussen dat volk bleef je leven,
goedsmoeds. Ik heb ’t ze nooit vergeven.
Jou wel, maar veel te posthuum.

2

Dan was er die kennis
die niet naar de kerk ging
maar wel steeds de schrift
in het midden bracht.
Hij heeft meer verstand
dan menig predikant,
zo werd van hem gezegd.

Ook hij stapte op zondag
statiger dan anders
maar wandelde liever
– alleen, ongetrouwd –
in ’t lommerrijk stadspark
en sprak dan van ‘deez’ tempel
van ongekorven hout.’

Iedere ketter heeft zijn letter,
zei eens mijn moeder fel.
Zo had ik haar nooit gehoord.
Ik schrok, al bekoorden
zulke snel rijmende woorden
mij wel.

3

Ik heb dat rare geloof
als een jasje uitgedaan.
Ik was nog maar veertien jaar
en voelde mij begenadigd,
als was er een wonder geschied.
Toch, zonder kleerscheuren
is het niet gegaan.
Later kwam het besef:
je bent voorgoed beschadigd,
te nauwer nood gered.

Ik trok geen jas uit
maar een huid en
moest het voortaan zonder doen,
moest achter een
– door de geest uit de fles –
snel opgetrokken rookgordijn
verdwijnen voor wie alles ziet,
ook al bestaat hij niet.

 

2695363-61636a06deafd8eec168bbf62763e4ef.jpg
Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

 

 

De Zwitserse dichter, schrijver, cabaretier en liedjesmaker Franz Hohler werd geboren op 1 maart 1943 in Biel. Zie ook alle tags voor Franz Hohler op dit blog.

 

Turicum

Het eerste nieuws
dat ons bereikte
uit Zürich
is
in de 2e eeuw na Christus
de dood van een kind
de kleine Lucius Aelius
zijn vader was een Romeinse hoofdbelastinginner
geld was zeker geen probleem voor hem
hij had een ambt, een vrouw en genoeg te eten
en toch leefde de zoon
niet langer
dan 1 jaar, 5 maanden en 5 dagen
en zijn moeder heette Secundina
en haar verdriet is af te lezen
aan de laatste regel van de grafsteen
parentes dulcissimo filio
de ouders aan hun geliefde zoon.

Vandaag
is het slechts 5 minuten lopen
van de kastelen van het geld
en de winkels van de hoogste douanebeambten
naar de Lindenhof
waar oude mannen
schaakstukken verplaatsen onder de bomen
en soms stopt er iemand
zoals ik
en leest deze inscriptie
en denkt
ook al worden in deze stad
dingen gebouwd, geboord, gegraven en opgehoopt
totdat alles van goud, glas en staal is gemaakt
dan ligt er helemaal onderin
een dood kind
en een verdriet
dat eeuwen zal duren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2695363-de9f1b2ec9d634fa42289020123dfaf9.jpg
Franz Hohler (Biel, 1 maart 1943)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn blog van 1 maart 2025 en ook mijn blog van 1 maart 2021 en ook mijn blog van 1 maart 2020 en ook mijn blog van 1 maart 2019  en ook mijn blog van 1 maart 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:58 Reageer op dit bericht

Bart Koubaa, Howard Nemerov

De Vlaamse schrijver Bart Koubaa (pseudoniem van Bart van den Bossche) werd geboren op 28 februari 1968 in Eeklo. Zie ook alle tags voor Bart Koubaa op dit blog.

Uit: De Brooklynclub

“Al negen maanden zit ik vast. De achterlijke gesprekken met mijn advocaat en het geroddel met Luigi niet meegerekend, heb ik hier al negen maanden gezwegen. Dat wat de mond uit gaat maakt de mens onrein, schrijft Mattheus, en ik kan hem geen ongelijk geven; ik ben liever stom dan blind. Ik ben te oud voor oude liedjes, heb geen zin om me met blabla te rechtvaardigen tegenover onbekenden, maar vandaag, hier op dit bed achter de tralies in Brooklyn, rekt mijn verhaal zich met een lange geeuw uit, trekt het zijn verkleefde oogjes open en zet het zijn lange gekromde klauwen in mijn schouder. ‘Nu ga jij eens goed naar me luisteren,’ fluistert het in mijn oor, ‘meer dan deze zondag heb ik niet nodig om je vrij te spreken. Ik zal je laten zien wie je bent, ik heb genoeg verzameld, je hoeft alleen maar je mond open te doen, ik zal er de woorden in leggen. Het is niet mijn bedoeling om aan je geweten te knagen, ik heb geen zin in spelletjes want ik ken je beter dan jij jezelf kent; ik weet waarom je je dubbelganger vernietigd hebt, ik weet waarom je de naam van je grote liefde op je borst getatoeëerd hebt en waarom je naar Groenland vertrokken bent, maar je hebt jezelf niets te verwijten, verwijten zouden alleen maar een beter mens van je maken. Ik kan je niet beloven dat ik na vandaag nog zal terugkomen, als ik al weerkeer zal het in een andere gedaante, in een andere tijd zijn en hopelijk niet te laat, je kunt maar beter nu met me meekomen… kom, van de hak op de tak,’ en ik grijp me vast aan de pluimstaart en spring terug naar de nacht waarin ik het bewustzijn verloor nadat mij een masker werd opgezet in het bed van Mayer, mijn dubbelganger… …Ik heb me niet verroerd toen er in het appartement ingebroken werd. Ik heb de voetstappen in de hal gehoord, het wachten voor de slaapkamerdeur, de deurklink die naar beneden ging. Ik wist dat Paaluk de kamer binnen kwam en wat hij van plan was. Paaluk was een man van zijn woord, daarom had ik me voorbereid op de verdoving: een gasmengsel met veel CO2 waarmee varkens en runderen onder narcose 1 worden gebracht voordat de halsslagader wordt doorgesneden. En 1 ondanks dat ik ervan overtuigd was dat ik niet ging sterven omdat ik geld waard was, voelde ik me wit wegtrekken in dat grote bed en probeerde ik te reageren zoals ieder normaal mens die in zijn slaap een masker opgezet zou krijgen. Paaluk liep in de val.”

 

 

 2695199-548de2c29afcc5a4a37492bc6859a0b0.jpg
Bart Koubaa (Eeklo, 28 februari 1968)

 

 

 

De Amerikaanse dichter en literatuurdocent Howard Nemerov werd geboren op 29 februari 1920 in New York. Zie ook alle tags voor Howard Nemerov op dit blog.

 

 

September De eerste schooldag

II

Een school is de plek waar ze het graan van het denken malen,
en de kinderen malen die het denken moeten beheersen.
Misschien zijn die twee maalprocessen één en hetzelfde,
Zoals Shakespeares toneelstukken uit het alfabet voortkomen,
Zoals de wet van Euler uit de getallen,
Zoals uit het geheel, onlosmakelijk, de levens,

De gekrompen levens die niet bevrijd zijn
Door de wet of door poëtische fantasie.
Maar mogen ze dat wel zijn. Mijn kind is verdwenen
Achter de deur van het klaslokaal. En mocht ik leven
Om het weer te zien verschijnen, een leven verderop,
Dan ken ik mijn hoop, maar ik ken niet de vorm ervan

Noch hoop ik die ooit te kennen. Mogen de vaders die hij vindt
Onder zijn leraren voor hem zorgen,
Meer dan zijn vader ooit kon. Hoe dat eruit zal zien
Weet ik niet, ik hoef het niet te weten.
Zelfs onze tranen horen bij het ritueel.
Maar moge er uiteindelijk grote goedheid uit voortkomen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 2695199-cf1bb10fe9297298e5599dcd4647fa82.jpg
Howard Nemerov (29 februari 1920 – 5 juli 1991)

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 28e en de 29e februari ook mijn blog van 28 februari 2021 en ook mijn blog van 28 februari 2020 en ook mijn blog van 28 februari 2019 en eveneens mijn blog van 28 februari 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:14 Reageer op dit bericht

Cynan Jones, Elisabeth Borchers

De Welshe schrijver Cynan Jones werd geboren op 27 februari 1975 in Aberystwyth, Wales. Zie ook alle tags voor Cynan Jones op dit blog.

Uit: Deining (Vertaald door Manon Smits)

“Toen de gedaante van de twee mannen verscheen, vlogen de vogels op, vreemd genoeg lichtgevend door de maan die nacht, van het ondiepe water waar de rivier bij de zee uitkwam. De mannen bereikten het strand, legden het pakket op de stenen, en toen ging de dikste terug om de motor te halen.
Het licht van de maan had een diepe, blauwe toon, en de witte rand van de zee zag er poederachtig uit. Waar die brak was het net de rand van gescheurd papier. Het maakte niet meer dan een zacht ratelend geluid.
Terwijl de dikkere man weg was, maakte de magere de banden van het pakket los, vouwde de opblaasboot uit en begon hem op te pompen. Hij zag eruit als een nerveuze waadvogel, extra mager door de wetsuit die hij droeg, staand op één been terwijl zijn andere been omhoog en omlaag ging op de pomp. De wetsuit zat vol vaalgrijze terriërhaartjes, alsof ze erdoor werden aangetrokken.
Toen de dikkere man terugkwam, met de motor op zijn schouder, stegen de meeuwen weer op, en deze keer vertrokken ze naar de overkant van de rivier.
Toen de boot was opgeblazen droegen ze hem naar het water.
De grotere man ging in de boot zitten en ontving de rugzak en jassen, en de vishengels die ze hadden meegenomen voor het geval ze gezien zouden worden; toen liep de magere man tot aan zijn middel in het water en sleepte de boot naar zee.
De kou stak door zijn wetsuit.
Toen hij terugliep voor de buitenboordmotor vingen de hondenharen het maanlicht, zodat het leek alsof het pak op sommige plekken was geweven met gloeidraad.
Samen monteerden de twee mannen de motor op de spiegel, hingen hem voorover zodat hij niet bleef hangen in het ondiepe water, en draaiden ze de klemschroeven vast. Toen klom de magere man onhandig aan boord.
Door het extra gewicht zakte de boot een beetje tegen de keien onderwater, en de zwaardere man gebruikte de korte peddel om de boot af te duwen naar het kalme water voorbij de brandingsgolven.
Toen ze los waren, liet hij de motor zakken. Gaf drie harde rukken aan het startkoord.
Het plotselinge kabaal toen de motor tot leven kwam werd meteen gedempt toen hij het toerental verlaagde. De motor sputterde wat, murmelde, en toen stuurde hij de boot naar open zee.”

 

 

2695085-f52100ac6a47bc1c8c11bd4ab370bbd1.jpg
Cynan Jones (Aberystwyth, 27 februari 1975)

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Zie ook alle tags voor Elisabeth Borchers op dit blog.

 

 

Laat niemand beweren

Laat niemand beweren
dat ik doof ben.
Elke avond hoor ik
de onrust der sterren.

Laat niemand beweren
dat ik blind of kreupel ben.
Ik pak stok en steen
totdat er plotseling iets gebeurt.

Laat niemand beweren
dat ik verzuimd hen te dromen.
Ik zal niet naar Tibet reizen
noch naar Tanger.

Ik droomde
dat ik de weg terug
niet kon vinden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2695085-64688c26a0b9d5d56798a0969bd94ac3.jpg
Elisabeth Borchers (27 februari 1926 – 25 september 2013)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 27e februari ook mijn blog van 27 februari 2021 en ook mijn blog van 27 februari 2019 en eveneens mijn blog van 27 februari 2016 deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:30 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten