Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Robert Kleindienst

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Kleindienst werd geboren op 4 maart 1975 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Robert Kleindienst op dit blog.

 

Windbachtal

Rauschen mit geschlossenen Augen
als läge man allein am Berg unruhig
scharrt eine Taube vor dem Pool
fliegt auf beim Heulen der Sirene
trügerische Ruhe später
kein Schrei
beim Sprung ins kalte Wasser

 

 

Gehen im Wind

das Blatt ist nicht mehr festzumachen
an dem Ast geht im Wind verloren
uns hält nichts mehr wir gehen
doch sind Teil davon so wie
auch alles fällt und
fallen wir so
fallen wir
uns zu

 

 

Herbstaugenblick

früher Reif auf der Parkbank
in Ansätzen wird wieder spürbar
woher der Wind weht der doch
so fremd ist die Hände
halten sich fest noch
und warm
während man zu Tauben
am Strommast blickt
fast schon berührt

 

 

Afscheid

zo stil als je bent,
heb ik geen andere keus
dan weg te gaan. Water
rimpelt in het meer.
bij ’t achterom kijken
verlaten de tent
wervelende vonken

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2695737-10afc5d6c85e1afb45a134440dc8998f.jpg
Robert Kleindienst (Salzburg, 4 maart 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e maart ook mijn blog van 4 maart 2019 en ook mijn blog van 4 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 4 maart 2007 en ook mijn blog van 4 maart 2008 en eveneens mijn blog van 4 maart 2009.






Geschreven door Romenu om 16:22 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Abbas Khider, James Merrill

De Duits-Iraakse schrijver Abbas Khider werd geboren op 3 maart 1973 in Bagdad. Zie ook alle tags voor Abbas Khider op dit blog.

Uit: Der letzte Sommer der Tauben

„Die Flammen der Anpassung
Unser Laden liegt dort, wo die Hektik des Basars auf die Stille der Medina trifft. Die Moschee al-Rahman thront über allem, ihre Minarette ein steinernes Mahnmal der Beständigkeit. Doch heute wankt selbst diese Standhaftigkeit. Rauch beißt in den Augen — riecht säuerlich nach verbranntem Stoff und geschmolzenem Kunststoff. Die Basarstraße brodelt: Pick-ups und Eselskarren stehen bereit, während Ladenbesitzer hastig ihre Auslagen sortieren. Als ich fast bei unserem Laden angekommen bin, sehe ich das Feuer und viele Menschen, die sich dort versammelt haben. Drei Männer in schlichten, uniformartigen Gewändern stehen mit Gewehren an den Schultern um das Feuer herum. Ihre Haltung ist starr, ihre Blicke sind streng, eine Aura absoluter Macht umgibt sie. Zigarettenstangen, Poster und Kleidungsstücke werden in die Flammen geworfen. Niemand schreit, niemand protestiert Es ist ein Schauspiel, dessen Premiere alle erwartet haben — der Tag, an dem die Reinheit des Glaubens alle unislamischen Farben und Formen verschlingen soll.
Am Ende der Straße entdecke ich meinen Vater. Er sitzt auf einem niedrigen Hocker vor unserem Laden, den Kopf gesenkt, die Schultern nach vorne gebeugt. Seine Hände ruhen auf den Knien. Die Sonne MIR schräg auf sein Gesicht, schneidet scharfe Linien in die Haut, die einst von Wärme und Stolz geprägt war. Jetzt wirkt er blass.
»Wo ist deine Mutter?“, fragt er, ohne den Blick zu heben.
»Bei Suad. Sie hat Bauchschmerzen. Vielleicht kommt Mutter später.“
»Allein?«
»Natürlich nicht“.
Er nickt kaum merklich, erhebt sich und verschwindet im Laden. Ich bleibe draußen stehen und betrachte das Schaufenster.
Wo einst leuchtende Stoffe und elegante Kleidung die Passanten anlocken, stehen je. Figuren, eingehüllt in Niqabs. Die Puppen wirken wie Gefangene in einem düsteren Albtraum. Ich frage mich, was passieren würde, wenn diese starren Kunststoffgestalten zum Leben erwachten. Würden sie sich auflehnen? In meinem Kopf formt sich eine Geschichte. Onkel Ali wäre begeistert, wenn ich ihm davon erzähl.. Vielleicht würde er mich sogar dazu ermutigen, sie aufzuschreiben.“

 

 2695740-c79f825c34e21d1684fddc1ab0bed1f0.jpg
Abbas Khider (Bagdad, 3 maart 1973)

 

 

De Amerikaanse dichter James Merrill werd geboren op 3 maart 1926 in New York. Zie ook alle tags voor James Merrill op dit blog.

 

 

Nog een april

De ruiten flitsen, trillen door jouw spookachtige doortocht
Erdoorheen golft een röntgenachtige helderheid, en ik ben opgestaan
Maar kan niet spreken, me alleen herinnerend dat het de bedoeling was
Om op te staan en niet te spreken. Jonge storm, dit huis is van jou.
Laat onze ogen donker worden, laat je regen komen, de kaars wankelen
Diep in wat nog steeds de beheersing zelf en mij weerspiegelt.
De grote grijze, roestbruine irissen van de dageraad, nederig en trots
Langs jouw pad zullen ze hun voorhoofden in het stof hebben gelegd.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 2695740-0bd4d30dae1c1f8a29b2f698c6813554.png
James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e maart ook mijn blog van 3 maart 2020 en ook mijn blog van 3 maart 2019 en ook mijn blog van 3 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Godfried Bomans, James Merrill

De Nederlandse schrijver Godfried Bomans werd geboren in Den Haag op 2 maart 1913. Zie ook alle tags voor Godfried Bomans op dit blog.

 

 

Is het waar…?

‘Is het waar, meneer, dat gij een tijdschrift wilt oprichten?’
‘Ja, dat willen wij.’
‘En hoe is dat plan zo plotseling gekomen?’
‘Dat plan is niet plotseling gekomen. Het is gegroeid.’
‘Mijn hemel, hoe merkwaardig! Wanneer?’
‘Op een avond. Wij zaten bijeen, allemaal begaafde jonge kerels, die wat anders wilden. En opeens begrepen wij, wat het was: een tijdschrift.’
‘Een literair tijdschrift?’
‘Neen. Breder. Een tijdschrift van algemeen culturele strekking.’
‘Bestaan er van zulke tijdschriften niet reeds meerdere?’
‘Niet in de zin, waarin wij het bedoelen.’
‘In welke zin bedoelt gij het dan?’
‘In opbouwende zin.’
‘Wie van U kwam het eerst op dit idee?’
‘Niemand. Op een avond begrepen we, dat het tijd werd, de hand aan de ploeg te slaan.’
‘Uw tijdschrift heet zeker “De Ploeg”?’
‘Zeker. Hoe weet ge dit?’
‘Omdat wij gisteravond ook bij elkaar gekomen zijn.’
‘Begaafde jonge kerels?’
‘Inderdaad.’
‘Wilden zij wat anders?’
‘Ja, dat wilden wij. En opeens begrepen we, dat het een tijdschrift was dat ons ontbrak.’
‘Een letterkundig weekblad?’
‘Neen. Breder. Iets van meer algemeen culturele strekking.’
‘Ik moet U dat afraden.’
‘Waarom?’
‘Er bestaan daarvan reeds meerdere.’
‘Jawel. Maar niet in de zin waarin wij het bedoelen.’
‘U bedoelt toch niet in opbouwende zin?’
‘Zeker, dat bedoelen wij.’
‘Zeg eens, in welk café hebt gij vergaderd?’
‘In De Kring.’
‘Dank U. Wij waren in De Koepel. Er is dus wel degelijk een punt van verschil.’
‘Dat is ook mijn mening. Ik groet U.’
‘Ik groet U evenzeer.’

 

 

2695487-0bdbe21cf016f6c1fc66aeec3379ff24.jpg
Godfried Bomans (2 maart 1913 – 22 december 1971)

 

 

De Amerikaanse dichter James Merrill werd geboren op 3 maart 1926 in New York. Zie ook alle tags voor James Merrill op dit blog.

 

 

Het land van een duizendjarige vrede

voor Hans Lodeizen (1924-1950)

Hier komen ze allemaal om te sterven,
Vloeiend, als in een vierde taal.
Maar voor een jongeman nog niet van hun ras
Was het een waanzin dat je moest liggen

Blind aan één oog en gevoed met
Het bloed van een geboend gezicht;
Het was een waanzin neer te zien
Op de speelgoedstad waar

De glinsterende neutraliteit
Van klok en chocola en meer en wolk
Elke morgen maakte tot iets
Minders dan je kon hebben;

Het doet mij hardop huilen
Om de oude meesters van de ziekte
Die hoog boven je aan een haar het zwaard
Laten bungelen dat, nooit vallend, doodt

En je nog weg wilden lokken van dat sterrenland
Onder de wereld, dat niemand ziet
Zonder een dood, de glans en ’t scherp gewicht
ervan flitsend in zijn eigen hand.

 

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 

2695487-756c54e9132dd46ca9821cc18cecab25.jpg
James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995) 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e maart ook mijn blog van 2 maart 2024 en ook mijn blog van 2 maart 2020 en ook mijn blog van 2 maart 2019 en ook mijn blog van 2 maart 2018 en ook mijn blog van 2 maart 2014 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:24 Reageer op dit bericht

März (Georg Heym), Jan Eijkelboom, Franz Hohler

 

 

2695363-3c0cb1b93dd43f37f31c95930682f8c8.jpg
Maart door Boris Serdyuk, 2024

 

 

März

Aus der Erde quollen Kräfte,
Die in dunkler Enge schliefen,
In den Wolken gingen Stürme,
Graue Wogen in den Tiefen.

Lange Tage fuhren Winde
Regenschwer vom nahen Meere,
Große Vögel kamen nächtlich
Und verschwanden schnell ins Leere.

Auf dem halbgeborstnen Eise
Schoben sich die schweren Schollen,
Oft wir schraken auf aus Träumen
Von des Stromes dumpfem Grollen.

Sterne glänzten und verschwanden,
Eh wir noch die Schönen schauten,
Fern vom Sturm geläutet klangen
Glocken mit der Märznacht Lauten.

 

 

2695363-7ff682de61f0d2925bda4e5ce44a35cf.jpg
Georg Heym (30 oktober 1887 – 16 januari 1912)
Hirschberg in het Reuzengebergte, de geboorteplaats van Georg Heym

 

 

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

 

 

Gedragen kleding

1

Hun eens per week gewassen voeten
in veelvuldig gestopte sokken
in eeuwig gepoetste bottines
gingen tweemaal ’s zondags ter kerke
in onwennig statige tred.

Jij, vader, sprong er nog uit
in je dure lakense jas,
je streepjesbroek die
– hoe is het godsterwereld mogelijk –
fantasiebroek genoemd werd
(en misschien nog wel wordt).

Door een broeder werd je berispt
toen jij, op klaarlichte zondag,
een brief op de post ging doen
en daarmee and’ren iiet werken
terwijl het nog sabbat was
(ook droeg je een zomerkostuum).

Tussen dat volk bleef je leven,
goedsmoeds. Ik heb ’t ze nooit vergeven.
Jou wel, maar veel te posthuum.

2

Dan was er die kennis
die niet naar de kerk ging
maar wel steeds de schrift
in het midden bracht.
Hij heeft meer verstand
dan menig predikant,
zo werd van hem gezegd.

Ook hij stapte op zondag
statiger dan anders
maar wandelde liever
– alleen, ongetrouwd –
in ’t lommerrijk stadspark
en sprak dan van ‘deez’ tempel
van ongekorven hout.’

Iedere ketter heeft zijn letter,
zei eens mijn moeder fel.
Zo had ik haar nooit gehoord.
Ik schrok, al bekoorden
zulke snel rijmende woorden
mij wel.

3

Ik heb dat rare geloof
als een jasje uitgedaan.
Ik was nog maar veertien jaar
en voelde mij begenadigd,
als was er een wonder geschied.
Toch, zonder kleerscheuren
is het niet gegaan.
Later kwam het besef:
je bent voorgoed beschadigd,
te nauwer nood gered.

Ik trok geen jas uit
maar een huid en
moest het voortaan zonder doen,
moest achter een
– door de geest uit de fles –
snel opgetrokken rookgordijn
verdwijnen voor wie alles ziet,
ook al bestaat hij niet.

 

2695363-61636a06deafd8eec168bbf62763e4ef.jpg
Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)

 

 

De Zwitserse dichter, schrijver, cabaretier en liedjesmaker Franz Hohler werd geboren op 1 maart 1943 in Biel. Zie ook alle tags voor Franz Hohler op dit blog.

 

Turicum

Het eerste nieuws
dat ons bereikte
uit Zürich
is
in de 2e eeuw na Christus
de dood van een kind
de kleine Lucius Aelius
zijn vader was een Romeinse hoofdbelastinginner
geld was zeker geen probleem voor hem
hij had een ambt, een vrouw en genoeg te eten
en toch leefde de zoon
niet langer
dan 1 jaar, 5 maanden en 5 dagen
en zijn moeder heette Secundina
en haar verdriet is af te lezen
aan de laatste regel van de grafsteen
parentes dulcissimo filio
de ouders aan hun geliefde zoon.

Vandaag
is het slechts 5 minuten lopen
van de kastelen van het geld
en de winkels van de hoogste douanebeambten
naar de Lindenhof
waar oude mannen
schaakstukken verplaatsen onder de bomen
en soms stopt er iemand
zoals ik
en leest deze inscriptie
en denkt
ook al worden in deze stad
dingen gebouwd, geboord, gegraven en opgehoopt
totdat alles van goud, glas en staal is gemaakt
dan ligt er helemaal onderin
een dood kind
en een verdriet
dat eeuwen zal duren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2695363-de9f1b2ec9d634fa42289020123dfaf9.jpg
Franz Hohler (Biel, 1 maart 1943)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn blog van 1 maart 2025 en ook mijn blog van 1 maart 2021 en ook mijn blog van 1 maart 2020 en ook mijn blog van 1 maart 2019  en ook mijn blog van 1 maart 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:58 Reageer op dit bericht

Bart Koubaa, Howard Nemerov

De Vlaamse schrijver Bart Koubaa (pseudoniem van Bart van den Bossche) werd geboren op 28 februari 1968 in Eeklo. Zie ook alle tags voor Bart Koubaa op dit blog.

Uit: De Brooklynclub

“Al negen maanden zit ik vast. De achterlijke gesprekken met mijn advocaat en het geroddel met Luigi niet meegerekend, heb ik hier al negen maanden gezwegen. Dat wat de mond uit gaat maakt de mens onrein, schrijft Mattheus, en ik kan hem geen ongelijk geven; ik ben liever stom dan blind. Ik ben te oud voor oude liedjes, heb geen zin om me met blabla te rechtvaardigen tegenover onbekenden, maar vandaag, hier op dit bed achter de tralies in Brooklyn, rekt mijn verhaal zich met een lange geeuw uit, trekt het zijn verkleefde oogjes open en zet het zijn lange gekromde klauwen in mijn schouder. ‘Nu ga jij eens goed naar me luisteren,’ fluistert het in mijn oor, ‘meer dan deze zondag heb ik niet nodig om je vrij te spreken. Ik zal je laten zien wie je bent, ik heb genoeg verzameld, je hoeft alleen maar je mond open te doen, ik zal er de woorden in leggen. Het is niet mijn bedoeling om aan je geweten te knagen, ik heb geen zin in spelletjes want ik ken je beter dan jij jezelf kent; ik weet waarom je je dubbelganger vernietigd hebt, ik weet waarom je de naam van je grote liefde op je borst getatoeëerd hebt en waarom je naar Groenland vertrokken bent, maar je hebt jezelf niets te verwijten, verwijten zouden alleen maar een beter mens van je maken. Ik kan je niet beloven dat ik na vandaag nog zal terugkomen, als ik al weerkeer zal het in een andere gedaante, in een andere tijd zijn en hopelijk niet te laat, je kunt maar beter nu met me meekomen… kom, van de hak op de tak,’ en ik grijp me vast aan de pluimstaart en spring terug naar de nacht waarin ik het bewustzijn verloor nadat mij een masker werd opgezet in het bed van Mayer, mijn dubbelganger… …Ik heb me niet verroerd toen er in het appartement ingebroken werd. Ik heb de voetstappen in de hal gehoord, het wachten voor de slaapkamerdeur, de deurklink die naar beneden ging. Ik wist dat Paaluk de kamer binnen kwam en wat hij van plan was. Paaluk was een man van zijn woord, daarom had ik me voorbereid op de verdoving: een gasmengsel met veel CO2 waarmee varkens en runderen onder narcose 1 worden gebracht voordat de halsslagader wordt doorgesneden. En 1 ondanks dat ik ervan overtuigd was dat ik niet ging sterven omdat ik geld waard was, voelde ik me wit wegtrekken in dat grote bed en probeerde ik te reageren zoals ieder normaal mens die in zijn slaap een masker opgezet zou krijgen. Paaluk liep in de val.”

 

 

 2695199-548de2c29afcc5a4a37492bc6859a0b0.jpg
Bart Koubaa (Eeklo, 28 februari 1968)

 

 

 

De Amerikaanse dichter en literatuurdocent Howard Nemerov werd geboren op 29 februari 1920 in New York. Zie ook alle tags voor Howard Nemerov op dit blog.

 

 

September De eerste schooldag

II

Een school is de plek waar ze het graan van het denken malen,
en de kinderen malen die het denken moeten beheersen.
Misschien zijn die twee maalprocessen één en hetzelfde,
Zoals Shakespeares toneelstukken uit het alfabet voortkomen,
Zoals de wet van Euler uit de getallen,
Zoals uit het geheel, onlosmakelijk, de levens,

De gekrompen levens die niet bevrijd zijn
Door de wet of door poëtische fantasie.
Maar mogen ze dat wel zijn. Mijn kind is verdwenen
Achter de deur van het klaslokaal. En mocht ik leven
Om het weer te zien verschijnen, een leven verderop,
Dan ken ik mijn hoop, maar ik ken niet de vorm ervan

Noch hoop ik die ooit te kennen. Mogen de vaders die hij vindt
Onder zijn leraren voor hem zorgen,
Meer dan zijn vader ooit kon. Hoe dat eruit zal zien
Weet ik niet, ik hoef het niet te weten.
Zelfs onze tranen horen bij het ritueel.
Maar moge er uiteindelijk grote goedheid uit voortkomen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 2695199-cf1bb10fe9297298e5599dcd4647fa82.jpg
Howard Nemerov (29 februari 1920 – 5 juli 1991)

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 28e en de 29e februari ook mijn blog van 28 februari 2021 en ook mijn blog van 28 februari 2020 en ook mijn blog van 28 februari 2019 en eveneens mijn blog van 28 februari 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:14 Reageer op dit bericht

Cynan Jones, Elisabeth Borchers

De Welshe schrijver Cynan Jones werd geboren op 27 februari 1975 in Aberystwyth, Wales. Zie ook alle tags voor Cynan Jones op dit blog.

Uit: Deining (Vertaald door Manon Smits)

“Toen de gedaante van de twee mannen verscheen, vlogen de vogels op, vreemd genoeg lichtgevend door de maan die nacht, van het ondiepe water waar de rivier bij de zee uitkwam. De mannen bereikten het strand, legden het pakket op de stenen, en toen ging de dikste terug om de motor te halen.
Het licht van de maan had een diepe, blauwe toon, en de witte rand van de zee zag er poederachtig uit. Waar die brak was het net de rand van gescheurd papier. Het maakte niet meer dan een zacht ratelend geluid.
Terwijl de dikkere man weg was, maakte de magere de banden van het pakket los, vouwde de opblaasboot uit en begon hem op te pompen. Hij zag eruit als een nerveuze waadvogel, extra mager door de wetsuit die hij droeg, staand op één been terwijl zijn andere been omhoog en omlaag ging op de pomp. De wetsuit zat vol vaalgrijze terriërhaartjes, alsof ze erdoor werden aangetrokken.
Toen de dikkere man terugkwam, met de motor op zijn schouder, stegen de meeuwen weer op, en deze keer vertrokken ze naar de overkant van de rivier.
Toen de boot was opgeblazen droegen ze hem naar het water.
De grotere man ging in de boot zitten en ontving de rugzak en jassen, en de vishengels die ze hadden meegenomen voor het geval ze gezien zouden worden; toen liep de magere man tot aan zijn middel in het water en sleepte de boot naar zee.
De kou stak door zijn wetsuit.
Toen hij terugliep voor de buitenboordmotor vingen de hondenharen het maanlicht, zodat het leek alsof het pak op sommige plekken was geweven met gloeidraad.
Samen monteerden de twee mannen de motor op de spiegel, hingen hem voorover zodat hij niet bleef hangen in het ondiepe water, en draaiden ze de klemschroeven vast. Toen klom de magere man onhandig aan boord.
Door het extra gewicht zakte de boot een beetje tegen de keien onderwater, en de zwaardere man gebruikte de korte peddel om de boot af te duwen naar het kalme water voorbij de brandingsgolven.
Toen ze los waren, liet hij de motor zakken. Gaf drie harde rukken aan het startkoord.
Het plotselinge kabaal toen de motor tot leven kwam werd meteen gedempt toen hij het toerental verlaagde. De motor sputterde wat, murmelde, en toen stuurde hij de boot naar open zee.”

 

 

2695085-f52100ac6a47bc1c8c11bd4ab370bbd1.jpg
Cynan Jones (Aberystwyth, 27 februari 1975)

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Zie ook alle tags voor Elisabeth Borchers op dit blog.

 

 

Laat niemand beweren

Laat niemand beweren
dat ik doof ben.
Elke avond hoor ik
de onrust der sterren.

Laat niemand beweren
dat ik blind of kreupel ben.
Ik pak stok en steen
totdat er plotseling iets gebeurt.

Laat niemand beweren
dat ik verzuimd hen te dromen.
Ik zal niet naar Tibet reizen
noch naar Tanger.

Ik droomde
dat ik de weg terug
niet kon vinden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2695085-64688c26a0b9d5d56798a0969bd94ac3.jpg
Elisabeth Borchers (27 februari 1926 – 25 september 2013)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 27e februari ook mijn blog van 27 februari 2021 en ook mijn blog van 27 februari 2019 en eveneens mijn blog van 27 februari 2016 deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:30 Reageer op dit bericht

George Barker, Victor Hugo

De Engelse dichter George Granville Barker werd geboren op 26 februari 1913 in Loughton, Essex. Zie ook alle tags voor George Barker op dit blog.

 

 

True Confession (Fragment)

3

That Frenchman really had the trick
Of figure skating in this stanza
But I, thank God, cannot read Gallic
And so escape his influenza.
Above my head his rhetoric
Asks emulation. I do not answer.
It is as though I had not heard
Because I cannot speak a word.
But I invoke him, dirty dog,
As one barker to another:
Lift over me your clever leg,
Teach me, you snail-swallowing frog
To make out of a spot of bother
Verses that shall catalogue
Every exaggerated human claim,
Every exaggerated human aim.

I entreat you, frank villain,
Get up out of your bed of dirt
And guide my hand. You are still an
Irreprehensible expert
At telling Truth she’s telling lies.
Get up liar; get up, cheat,
Look the bitch square in the eyes
And you’ll see what I entreat.

We share, frog, much the same well.
I sense your larger spectre down
Here among the social swill
Moving at ease beside my own
And the muckrakers I have known.
No, not the magnitude I claim
That makes your shade loom like a tall
Memorial but the type’s the same.

You murdered with a knife, but I
Like someone out of Oscar Wilde
Commemorate with a child
The smiling victims as they die
Slewing in kisses and the lie
Of generation. But we both killed.
I rob the grave you glorify,
You glorify where I defiled.

O most adult adulterer
Preside, now, coldly over
My writing hand, as to it crowd
The images of those unreal years
That, like a curtain, seem to stir
Guiltily over what they cover –
Those unreal years, dreamshot and proud,
When the vision first appears.

The unveiled vision of all things
Walking towards us as we stand
And giving us, in either hand,
The knowledge that the world brings
To those her most beloved, those
Who, when she strikes with her wings,
Stand rooted, turned into a rose
By terrestrial understandings.

Come, sulking woman, bare as water,
Dazzle me now as you dazzled me
When, blinded by your nudity,
I saw the sex of the intellect,
The idea of the beautiful.
The beautiful to which I, later,
Gave only mistrust and neglect,
The idea no dishonour can annul.

Vanquished aviatrix, descend
Again, long vanished vision whom
I have not known so long, assume
Your former bright prerogative,
Illuminate, guide and attend
Me now. O living vision, give
The grave, the verity; and send
The spell that makes the poem live.

I sent a letter to my love
In an envelope of stone,
And in between the letters ran
A crying torrent that began
To grow till it was bigger than
Nyanza or the heart of man.
I sent a letter to my love
In an envelope of stone.

I sent a present to my love
In a black bordered box,
A clock that beats a time of tears
As the stricken midnight nears
And my love weeps as she hears
The armageddon of the years.
I sent my love the present
In a black bordered box.

I sent a liar to my love
With his hands full of roses
But she shook her yellow and curled
Curled and yellow hair and cried
The rose is dead of all the world
Since my only love has lied.
I sent a liar to my love
With roses in his hands.

I sent a daughter to my love
In a painted cradle.
She took her up at her left breast
And rocked her to a mothered rest
Singing a song that what is best
Loves and loves and forgets the rest.
I sent a daughter to my love
In a painted cradle.

 

2694975-2c25ac6a623f30d295de47e161938ebf.jpeg
George Barker (26 februari 1913 – 27 oktober 1991)

 

 

De Franse dichter en schrijver Victor Hugo werd geboren in Besançon (Franche-Comté) op 26 februari 1802. Zie ook alle tags voor Victor Hugo op dit blog.

 

 

Morgenvroeg

Als morgenvroeg de zon de velden gaat beschijnen,
Ga ik hier weg, naar jou, want jij wacht daar op mij.
Dan trek ik door het bos en langs diepe ravijnen.
Hier blijven kan ik niet, want te ver weg ben jij.

Mijn blik is strak vooruit, verzonken in gedachten.
Kijk ik niet op of om, en rond mij is het stil.
Vergeten en alleen, de dagen en de nachten,
Ze lijken op elkaar, ik zie niet het verschil.

Het goud dat ’s avonds valt, leidt niet mijn ogen af,
En ook de zeilen niet die naar Harfleur toe glijden,
En ben ik eenmaal daar, dan leg ik op je graf
Een bosje groene hulst, vermengd met paarse heide.

 

 

Vertaald door Arie van der Krogt

 

 

2694975-b53455e69782de91377077f1217b193b.jpg
Victor Hugo (26 februari 1802 – 22 mei 1885)
Standbeeld door Laurent Marqueste, 1901, op de cour d’honneur van de Sorbonne, Parijs

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e februari ook mijn blog van 26 februari 2025 en ook  mijn blog van 26 februari 2022 en ook mijn blog van 26 februari 2019 en eveneens mijn blog van 26 februari 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:08 Reageer op dit bericht

Marijke Schermer, Stephen Spender

De Nederlandse schrijfster Marijke Schermer werd op 25 februari 1975 geboren in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Marijke Schermer op dit blog.

Uit: Liefde, als dat het is

“Het voltrekt zich altijd min of meer hetzelfde: ze zeggen een paar dingen tegen elkaar, ze drinken een glas bier of tonic of water, soms neemt hij een douche, en dan gaan ze naar bed. Het heeft de juiste verhouding tussen lichtheid en ernst. Het is opwindend, onbeschaamd, maar ook emotioneel. Soms snikt hij in haar armen. Daarna zijn ze ontspannen. Soms vallen ze bijna in slaap. Ze praten over hun werk, over hun kinderen, hij vertelt over de natuurramp, zij neemt het op voor zijn vrouw. Tijdens het eten kijken ze naar het uitzicht. Sev woont heel hoog, vanuit haar raam zie je de stad en hoe de rivier zich erdoorheen slingert. Als er tijd genoeg is gaan ze daarna weer naar bed. Hij neemt nooit iets mee, geen wijn, geen bloemen. Hij blijft nooit slapen. Hij zegt altijd dat het de laatste keer is. Zij belt een taxi voor hem en kijkt hoe hij beneden instapt en zich weg laat rijden.
De balkondeuren staan open maar het gordijn is dichtgetrokken tegen de hitte van de zon. Sev leunt in de halfduistere keuken tegen het aanrecht en schrijft een bericht aan David. Ze stelt zich voor hoe hij thuis aan de Gorterlaan, waar ze nooit is geweest, in zijn keuken staat. Hoe hij de wanhoop te lijf gaat door te zorgen voor zijn dochters. Hoe die dat zich laten welgevallen, oud genoeg al om er ook het hunne van te denken. Ze heeft ze nooit ontmoet; alles wat zij weet van hen, van hem en van zijn vrouw, weet ze van hem. Ze stelt zich alles voor.
Zijzelf heeft die middag Hendrik, haar zoon van acht, naar zijn vader gebracht. In haar vermengt het gevoel van ruimte die de vrijheid van de week in het verschiet haar geeft zich met een vaag gemis. Ze wacht tot David haar woorden ziet en haar laat weten dat die geland zijn, ze weet dat haar woorden dat doen, het is precies dat doel waarmee ze ze verstuurt. Via een draadloos geluidssysteem vult Satie de verschillende kamers van haar huis. David zegt dat zijn huwelijk vijfentwintig jaar gelukkig was, dat zijn leven gelukkig was, tot de natuurramp. Ze pakt een flesje bier, denkt na over wat ze zal eten, iets pittigs, iets kind-onvriendelijks. Ze leegt haar tas op tafel, ze kan wat werken nog, straks, als het eindelijk koeler geworden is. Vijfentwintig jaar geluk aan gruzelementen, Sev weet niet wat voor haar het grootste mysterie is, die vijfentwintig jaar of de genadeklap.”

 

2694973-565fe15fece5e041462408dd6cb4f46b.jpg
Marijke Schermer (Amsterdam, 25 februari 1975)

 

 

De Engelse dichter, essayist en schrijver Stephen Spender werd geboren op 28 februari 1909 in Londen. Zie ook alle tags voor Stephen Spender op dit blog.

 

Auden in Milwaukee

Met Auden gegeten. Hij was net terug van drie dagen
Milwaukee, hij had voor studenten gesproken.
‘Ze vonden het prachtig. Ik had ze in trance.’ Zijn gezicht
Verlichtte het tafereel. Ik kreeg daar de foto te zien, hij
In vagebondplunje gepropt, op trijpen pantoffels,
Zijn gezicht alleen levend alleen boven hen.
Blijkbaar heeft hij zichzelf dat vertrek in weten te krijgen
Als object, als een prijs, een geschenk dat weet wat het waard is,
En dat voor hen zijn waarde afmat op een weegschaal,
Woorden die woorden wogen, verdiept in zijn eigen stem.
Hij weet dat zij jong zijn en, meer nog, dat hij oud is.
Hij deelt, als een grap, in de afstand die hen scheidt.
Daarom houden ze van hem. Omdat ze voelen dat hij
Aan niemand toebehoort en toch alles geeft.
Ze zien hem als object, artefact, een gezicht
Dat tijd met al die groeven kriskras doorkerfd heeft,
Dat ondoorschijnend is, maar wel een kern heeft die brandt,
Met albastachtig licht door barnsteen.
Met al hun ogen en oren omgeven ze hem,
En kennen een tederheid gehouwen uit steen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2694973-75aec7f17dff52adc50fd19906228a3a.jpg
Stephen Spender (28 februari 1909 – 16 juli 1995)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e februari ook mijn blog van 25 februari 2019 en ook mijn blog van 25 februari 2018 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Erich Loest, Edna St. Vincent Millay

De Duitse schrijver Erich Loest werd geboren op 24 februari 1926 in Mittweida. Zie ook alle tags voor Erich Loest op dit blog.

Uit: Sommergewitter

„Der Teller, fast eine Platte, war bis über den Rand bepackt mit drei Scheiben Blutwurst, in ihnen rötliche Streifen von Zunge, zwei Stück Leberwurst, einer kleinen, scharf geräucherten Knackwurst, zwei Gürkchen, vier Quadraten Schnittkäse und einem Würfel Butter, den Mannschatz auf knapp fünfzig Gramm schätzte. Es war tatsächlich Butter und keine Margarine, das merkte er beim Streichen und dem ersten Bissen, den die Zunge drehte und wendete, gegen den Gaumen drückte, durchspeichelte, dem alle Geschmacksnerven überrascht beizukommen suchten und die ans Gehirn meldeten: Genuß, Hochgenuß, Mann, wann hast du zum letzten Mal derartig duftige Knacker zwischen die Kiemen gequetscht, zur Hälfte Speckbrocken, und dir bleiben noch dreißig, vierzig Bissen. Nun Leberwurst kosten, Lebenswurst hatte sie ein Kumpel in der Gefangenschaft gepriesen. In der Mitte des Tischs, an dem sie zu sechst saßen, waren Brotscheiben getürmt, pro Nase nicht weniger als acht; hoffentlich führte sich
keiner unverschämt auf. Schüsseln mit Kartoffelsalat, für jeden eine Flasche Bier – der Genosse ihm gegenüber fand den treffenden Ausdruck: Total friedensmäßig! Mannschatz richtete schon die zweite Scheibe her, während er noch an der ersten kaute. Er überlegte, wann er sich zum letzten Mal ähnlich üppig hatte vollschlagen können, in Rußland organisierten sie zwei Schweine für dreißig Mann, hatten aber weder Brot noch Kartoffeln und mampften wochenlang Makkaroni – Völlerei und Barbarei in einem. Jetzt paßte alles zueinander, höchstens Senf fehlte zur Blutwurst, aber schon dieser Gedanke grenzte an Meckerei. Behaglichkeit überkam ihn, er ließ Bier einlaufen und hatte vergessen, daß man dabei das Glas schief halten muß; gerade noch rechtzeitig schlürfte er Schaum ab. Als auf seinem Teller ein wenig Platz geworden war, hob er Kartoffelsalat in die Lücke und reichte die Schüssel weiter, schmeckte Zwiebel, Möhre auch und mahnte sich zur Vorsicht: Mayonnaise konnte steinern im Magen liegen. Rascher, peinigender Gedanke: Bloß nicht alles rauskotzen müssen. Ihm gegenüber saß einer mit Schlips und grobkariertem Jackett, hell die Augen über freundlichen Grübchen, und Mannschatz wunderte sich beim Aufblicken: Der Genosse belegte geruhsam eine Scheibe Brot mit Schnittkäse und bedeckte sie mit einer anderen.“

 

2694764-07122f7d9b864778105df78fe04ee4b8.jpg
Erich Loest (24 februari 1926 – 12 september 2013)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Edna St. Vincent Millay werd geboren op 22 februari 1892 in Rockland, Maine. Zie ook alle tags voor Edna St. Vincent Millay op dit blog.

 

 

Omdat ik vrouw ben en behoorlijk heb te lijden

Omdat ik vrouw ben en behoorlijk heb te lijden
van al de grillen en behoeften van mijn soort,
laat jouw nabijheid iemand in mij aan het woord
die zegt (wat ze niet meent) hoe goed ze met je vrijde.

Maar het is niet omdat ik op mijn borsten duldde
jouw tachtig kilo en jouw pompen en jouw zweten
– passie verheldert ’t bloed en verduistert ’t weten
– dat ik mij niet herinner hoe je lulde.

Je moet niet denken dat dit zielige verraad
van mijn sterk bloed tegen mijn zwak verstand volstaat
om jou in liefde te gedenken.

Dit hitsige gedoe van ’t wijf dat in mij praat
vind ik hoegenaamd geen reden tot een konversatie
als ik je nog eens tegenkom op straat.

 

 

Vertaald door Herman de Coninck

 

2694764-ebc984ca3be69ca1f03a17f077ff0dd4.jpg
Edna St. Vincent Millay (22 februari 1892 – 19 oktober 1950)
Portret door Charles Ellis, 1934

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e februari ook mijn blog van 24 februari 2025 en ook mijn blog van 24 februari 2019 en eveneens mijn blog van 24 februari 2017 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Robert Gray, Elisabeth Langgässer

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags  voor Robert Gray op dit blog.

 

 

Gardenias

Lamps through the quiet house; outside, there’s rain.
Open windows; verandah; TV moon
next door, amongst dark fronds; the typewriter
sounds of wetness; and bougainvillea
entwining each carved white pole with a vine
cruel as wire. The petals make their clamour
silently; held by heat of the houselights
in high arc, above the steps — hovering,
a red surf, blown from darkness. Down the street’s
the light-pole, that stands as though a fountain,
its cowl soda-white, in rains that thicken.
And, going in, my hand again searches
quietness, along the books. I come sidling
into the deep presence of these flowers.

 

 

Summer, Summer

A game of cricket on the English grass, in the slow-motion blast
of the sun and
amid the slow hand-claps —
the bats’
are similar but even slower strokes.
Aimless as a blowfly on its motorbike, or as some real bike
among distant lanes,
the afternoon.
Canvas chairs and crumbs and the match from Lords kept low
on a portable,
and some
are stretched along the turf, and half turning the head,
at times, can watch
from under
cover, a pair who, laughing near, wine-flushed,
have each begun their slow ticklings with grass stalks.
The clouds are soap froth
built up on the hands of someone
who pauses indoors above the sink, in silhouette
even to himself,
and that hold; that still, still nothing can dissipate. This frosted
glass that’s pushed up
in the changing room
invites
a glimmer, as there passes the white figure quickly scissoring across
the wide lawn, although
nothing comes undone.
Whatever
the bird is called, whether it’s a wood pigeon
or a dove,
it faithfully makes its rich idle bubblings like a Moroccan pipe —
the brief
billows, loose as summer wash.
And now you notice the young couple have got up and gone,
and you see, too,
how the man
who has become so quiet
is one
who must realise
he will never
have his hands upon a firm breast again.

 

 2694762-c07dfced23d8d723051db38a0637556a.jpg
Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elisabeth Langgässer werd geboren op 23 februari 1899 in Alzey. Zie ook alle tags voor Elisabeth Langgässer op dit blog.

 

 

Hymne van het laatste zaad

Laat ons het wilde onkruid zingen,
Waaruit de grauwe lewerk stijgt,
Als hij met nietige vlerken
Zich in het eigen lied vertakt.
Van de schermvormige sterrebloem
Leer de bestuiving,
Beschouw de schuwe mier
En glijd bij neerwaarts
Genijgden, verzonken gang
Uw vinger de bedauwde stengel langs.

Nu is de tijd gekomen
Dat aarde zelf ons aanzet
Verrukt te prijzen, wat de vrome
Graanakkers eenmaal krenkte:
De tere winde,
Het licht gepeupel
Der verwaaide grassen,
De gloeiende glazen
Der bedwelmende papaver op de slaperige barm,
En zie het doorwaskruid steekt zijn hazenoren uit.

Ach, de verzwonden marsyas drijven
De stenen zelf nu weder uit,
Wij voelen bevend hoe we blijven
En luisteren in een ledig huis.
Het cymbelkruid wendt,
Terwijl het reeds sterft,
Zich af van de dag,
En strooit dat het drage
Van muur tot muur het aardse geluk
Het heilige zaad in het donker terug.

 

 

Vertaald door René Verbeeck

 

 

2694762-57dd5e8ca76f1b18dee4733d5b668bdb.png
Elisabeth Langgässer (23 februari 1899 – 25 juli 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn blog van 23 februari 2022 en ook mijn blog van 23 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Arnon Grunberg, Edna St. Vincent Millay

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Het aanwezige been

“Zijn trein gaat om 17.56 uur, elke dag weer. Toch loopt hij nooit rechtdoor naar het perron. Hij heeft de gewoonte op het laatste moment links af te slaan, alsof het een ingeving is, snel de trap op, om aan de bar van het Italiaanse restaurant, waar een bord pasta net zo duur is als een nacht in een fatsoenlijk motel, een cocktail te drinken, en vervolgens neemt hij de trein van 18.34 uur naar huis. Eigenlijk mist hij vijf dagen per week zijn trein en rent hij de trap van het restaurant op alsof hij niet een trein maar een cocktail moet halen.
‘Er gaat altijd een volgende trein, Tom,’ zegt de barkeeper, maar later dan 18.34 uur wil Tom het niet maken. Hij heet trouwens helemaal niet Tom, ze zijn hem hier Tom gaan noemen en hij heeft zich dat laten aanleunen. Hij laat zich veel aanleunen, niet uit gemakzucht maar omdat het zijn manier van leven is. Hij volgt wegen die anderen voor hem hebben uitgestippeld, maar op werkdagen tussen 17.56 en 18.34 uur is hij Tom en drinkt hij een gin-tonic of een martini, afhankelijk van zijn stemming. Verder drinkt hij nooit, verder permitteert hij zich geen uitspattingen.
Het is niet meer van deze tijd, hoe hij leeft. Het is niet meer van deze tijd om tussen 17.56 en 18.34 uur Tom te zijn en een cocktail te drinken; zijn hoed is niet meer van deze tijd, zijn schoenen evenmin. Hij heeft drie dochters, de middelste belt hem geregeld op en zegt dan: ‘Even kijken hoe het met mijn favoriete bejaarde gaat.’ Ook dat laat hij zich aanleunen, terwijl hij helemaal niet bejaard is, hij heeft nog niet eens de pensioengerechtigde leeftijd bereikt.
Hij is uit de tijd gevallen, maar dat was al zo bij zijn geboorte. Toen zijn oudste dochter trouwde moest hij vreselijk huilen, wat niets voor hem is, hij is geen man die te koop loopt met zijn emoties, hij is überhaupt geen man van grote emoties, althans dat heeft hij lang gedacht. Maar hij kon het niet helpen, hij liep over het grasveld van een hotel tussen allemaal mensen die hij amper kende, met zijn oudste dochter aan zijn hand, en de tranen stroomden over zijn wangen.”

 

 2694513-c742fdb58052eb01f91ff895d5a51092.jpg
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Edna St. Vincent Millay werd geboren op 22 februari 1892 in Rockland, Maine. Zie ook alle tags voor Edna St. Vincent Millay op dit blog.

 

 

Mariposa

Kleine vlinders, wit en blauw.
Heel het veld voor mij en jou.
Geef me éénmaal nog je hand,
Eéns voor ’t laatst. – De dood komt gauw.

As zal wezen, lauw en grauw,
Wat ons ’t leven bood en biedt.
Morgen is de vlinder dood,
Die daar van zijn bloem geniet.

Geef me éénmaal nog je hand.
Laat me zijn je liefst’ en vrouw,
Eéns nog tot aan ’t morgenrood!
Of ik ontrouw ben of trouw –
Hoe dan ook – de dood komt gauw.

 

 

Vertaald door S. Fischer-Kunst

 

 2694513-2453987ba4f77a833bb71bdb7b0ca65f.png
Edna St. Vincent Millay (22 februari 1892 – 19 oktober 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e februari ook mijn blog van 22 februari 2024 en ook mijn blog van 22 februari 2022 en ook mijn blog van 22 februari 2019 en ook mijn blog van 22 februari 2015 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:32 Reageer op dit bericht

Herman de Coninck, W. H. Auden

De Vlaamse dichter, essayist, journalist en tijdschriftuitgever Herman de Coninck werd geboren in Mechelen op 21 februari 1944. Zie ook alle tags voor Herman de Coninck op dit blog.

 

 

De lenige liefde

2.

middenin de grote vlakte van je vreugde
kwam ik je tegen. ik woon hier, zei je.
ik keek naar de bloemen. ja, dat zie ik,
zei ik, en waar leerde je de kunst
om niet lang te duren? ook hier, zei je.

je was lenig; en je woorden waren zo
doorschijnend, ik kon je er helemaal
door zien.
en daar lag ik al in het gras
en wat hield ik in mijn hand?
een oortje, waarin ik het lange woord
‘lieveling’ uitgoot, zonder morsen.

3.

dag na dag trok ik liefde aan
als een steeds wisselende jurk.
en hij lag laag bij de gronds op het strand,
niet verhevener dan zijn meest aardse verlangen
(dat torenhoog opstak boven hem uit.)

en nadien, o emma, o, dan stak hij
een sigaret op, net als in franse films.
en het was alsof hij zeggen wou
‘dat hebben we weer goed gedaan’
wanneer hij me in de borsten kneep
met een knipoogje van zijn handen.

4.

wat heb je vandaag gekocht, vroeg ik.
een halsuitsnijding, zei je.
trek ze eens aan, vroeg ik,
en je trok alles uit: dat is ze
helemaal, zei je, maar met de jurk erbij
komt ze tot hier-

en toen wees je midden op
mijn handen.

 

2694369-c6b8003ad9b1431be2783081dfbca242.png
Herman de Coninck (21 februari 1944 – 22 mei 1997)

 

 

De Engelse dichter, essayist en criticus Wystan Hugh Auden werd geboren in York op 21 februari 1907. Zie ook alle tags voor Wystan Hugh Auden op dit blog.

 

 

In Schrafft

Haar maal gedaan met de Dagschotel Speciaal
En nu aan de koffie toe, zat ze
Te roeren in haar kop,
Een wat vormeloos soort vrouw,
Qua leeftijd moeilijk te schatten,
Met een heel gewoon hoedje op.

Toen ze opkeek zag je meteen aan haar
Dat onze furieuze planeet,
Onze mondiale afgrond
Van zonde en zwaar materieel
En stervenden bij de vleet
Voor haar gewoon niet bestond.

Welke hemel het was van de zeven
Die zo’n glimlach bracht op haar gezicht,
Zag je niet, maar je werd je bewust
Dat een god, welke god ook, voor wie het
Goed knielen ís, haar had bezocht,
In háár tempel had uitgerust.

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

2694369-7ccca4b35f79e6f618bcc9b93180ce46.jpg

W. H. Auden (21 februari 1907 – 29 september 1973) 
Portret door Jeffrey Morgan, z.j.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e februari ook mijn blog van 21 februari 2019 en ook mijn blog van 21 februari 2016 deel 2.






Geschreven door Romenu om 16:10 Reageer op dit bericht

Sally Rooney, Björn Kuhligk

De Ierse schrijfster Sally Rooney werd geboren op 20 februari 1991 in Castlebar. Zie ook alle tags voor Sally Rooney op dit blog.

Uit: Intermezzo (Vertaald door Gerda Baardman en Jan de Nijs)

“Het leek niet eerlijk tegenover die jongen. Dat pak op de begrafenis. En dan die beugel, het toppunt van puberale ongemakkelijkheid. Bij zo’n gelegenheid zou je je haast gaan schamen voor je eigen sociale begaafdheid. Maar nu heeft hij tenminste een excuus of althans iemand om smekend aan te kijken tussen het obligate handjes geven door. De stakker. Bijna drieëntwintig nu: Ivan de Verschrikkelijke. Dat pak, niet te geloven. Waarschijnlijk in een muf ruikend tweedehandswinkeltje voor het plaatselijke hospice
op de kop getikt, contant betaald, gekreukt en wel in een herbruikbare plastic zak gepropt en er zo mee naar huis gefietst. Ja, dat kon kloppen, zo paste het wel bij elkaar, dat pak, schitterend van lelijkheid, en de persoonlijkheid van zijn tien jaar jongere broertje. Toch had hij wel iets van stijl, op zijn manier. Een zeker lef in zijn totale gebrek aan belangstelling voor het materiële. Brains and beauty, had een tante eens gezegd. Over hen allebei. Of was Ivan de ‘brains’ en Peter de ‘beauty’? Nou, bedankt, hè. Hij steekt Watling Street over naar het appartement dat geen appartement is, het huis dat geen huis is; elf, of is het alweer twaalf dagen na de begrafenis terug in
de stad. Weer aan het werk of wat daarvoor moet doorgaan. Of in elk geval weer naar Naomi’s huis. Wat zou ze aanhebben als ze zo meteen opendoet? Op de stoep haalt hij zijn telefoon uit zijn zak, het koele scherm licht onder zijn vingers op terwijl hij tikt. Buiten. Het wordt al donker. De colleges zijn waarschijnlijk weer begonnen. Ze reageert niet, maar heeft het bericht wel gezien. Dan de voorspelbare opeenvolging van vertrouwde, inmiddels indirect opwindende geluiden: haar voeten op de trap van het souterrain naar de gang. Klassieke conditionering: waarom heeft hij er zo lang over gedaan om dat te bedenken? Gewoon gezond verstand. Niet eens. Dagelijkse ervaring. De relatie tussen herinnering en gevoel.
De deur die opengaat.
Hallo Peter, zegt ze. Korte top van kasjmier, dun gouden kettinkje. Zwarte trainingsbroek, strak om de enkels. Geen elastiek, dat haat ze. Blote voeten.
Mag ik binnenkomen? vraagt hij.
De trap af, naar haar kamer, zonder de anderen te zien. Kleine ledlampjes gloeien als doffe speldenprikken tegen de muur. Schoenen uit, bij de deur neerzetten. Laptop open op het kale matras.
Geur van parfum, zweet en wiet. De lucht van al onze obsessies.
Gordijnen dicht, zoals altijd.”

 

 

2694259-12ac0acfc9be559f5efa08178d0b75d0.jpg
Sally Rooney (Castlebar, 20 februari 1991)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

 

Over de tussenpozen

Hij heeft een leven en zijn vriendin
een ander; in het weekend creëren
ze raakvlakken en glimlachen

zij kan geen kinderen krijgen;
dat is haar nederlaag. Hij houdt vol
dat het hem niet kan schelen en rookt stilletjes.

hij is noch een borsten- noch een billentype.
hij merkt op hoe ze met haar wimpers knippert
en vindt haar onhandige bewegingen leuk.

hij heeft een nieuw gebit aangeschaft
en danst de pogo, als niets anders
lukt braakt hij luidruchtig in een boog

bij de overgang van fabrieks- naar
kenniscultuur heeft hij met 2,5 lichamen geslapen
met regelmatige tussenpozen.

hij wenst zichzelf een goede reis, iets
met pit en een goed humeur, hij praat
alleen in noodgevallen over zichzelf

In zijn vrije tijd beklimt zijn broer
bergen, hij klampt zich altijd
te zeer aan mensen vast

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2694259-0e8cf16626592f98729b5a58a6d4c394.jpg
Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e februari ook mijn blog van 20 februari 2021 en ook mijn blog van 20 februari 2019 en eveneens mijn blog van 20 februari 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:49 Reageer op dit bericht

Jonathan Lethem, Björn Kuhligk

De Amerikaanse schrijver Jonathan Allen Lethem werd geboren op 19 februari 1964 in Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Jonathan Lethem op dit blog.

Uit: A Different Kind of Tension

“Look,” says the mother of The Man Who Is Walking Around the Moons of Jupiter, “he’s going so fast.”
She snickers to herself and scuttles around the journalist to a table littered with wiring tools and fragmented mechanisms.
She loops a long, tangled cord over her son’s intravenous tube and plugs one end into his headset, jostling him momentarily as she works it into the socket.
His stride on the treadmill never falters.
She runs the cord back to a modified four-track recorder sitting in the dust of the garage floor, then picks up the recorder’s microphone and switches it on.
“Good morning, Mission Commander,” she says.
“Yes,” grunts The Man Who, his slack jaw moving beneath the massive headset.
It startles the journalist to hear the voice of The Man Who boom out into the tiny garage. “Interview time, Eddie.”
“Who?”
“Mr. Kaffey. Systems Magazine , remember?”
“Okay,” says Eddie, The Man Who.
His weakened, pallid body trudges forward.
He is clothed only in jockey undershorts and orthopedic sandals, and the journalist can see his heart beat beneath the skin of his chest.
The Mother Of smiles artificially and hands the journalist the microphone.
“I’ll leave you boys alone: she says.
“If you need anything, just yodel.”
She steps past the journalist, over the cord, and out into the sunlight, pulling the door shut behind her. The journalist turns to the man on the treadmill.
“Uh, Eddie?”
“Yeah.”
“Uh, I’m Ron Kaffey. Is this okay? Can you talk?”
“Mr. Kaffey, I’ve got nothing but time.”
The Man Who smacks his lips and tightens his grip on the railing before him.
The tread rolls away steadily beneath his feet, taking him nowhere.
The journalist covers the mike with the palm of his hand and clears his throat, then begins again.”

 

 

 Jonathan Lethem (New York, 19 februari 1964) 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

 

DE PRACHTIGE 38e SEPTEMBER

In deze hoogspanningsnacht, in deze
van begin tot eind
doordachte, grotedroomfabriek
bespioneert de maan, het zandkoekje,
de door slierten wolken doorsneden hemel
en de handen, waar dienen deze handen voor?
vandaag werden 1000 Senegalezen
als boodschapperstoffen van Europa teruggestuurd
het weerbericht, volgens AOL, wordt geladen
en jij, jij hoort het samengroeien
van de fontanellen van alle baby’s
van deze stad, jij pathos-ezel

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn blog van 19 februari 2019 en eveneens mijn blog van 19 februari 2017 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Aschermittwoch (Norbert van Tiggelen), Björn Kuhligk

 

 

2693955-539f3b865a6205709facaf533e706ca7.jpg
Aswoensdag door Greg Milinovich, 2016

 

 

Aschermittwoch

Schluss mit lustig, hoch die Tassen
selbst der Kater kann’s nicht fassen.
Dort, wo gestern wurd’ geschunkelt,
da wird jetzt nur leis’ gemunkelt.

Backus ist jetzt schon verbrannt,
Narrentum – es wurd’ verbannt.
Fastenzeit ist angesagt,
mancher Jeck, der sich beklagt.

Karneval ist nun Geschichte,
Glanz und Liebreiz sind zunichte.
Ende ist’s mit Saus und Braus
Aschermittwoch, Schluss und Aus.

 

 

2693955-c26141bb64941683b3dc5ed60799409c.jpg
Norbert van Tiggelen (23 mei 1964 – 5 april 2022)
Sankt Georgkirche in Gelsenkirchen, de geboorteplaats van Norbert van Tiggelen

 

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Björn Kuhligk op dit blog.

 

 

DE HEMEL MAAKT DE VLOKKEN, WIJ NIET

Laat de mens flexibel zijn, en moge hij rekbare
kinderen meebrengen, tussen
functieloosheid en een werkweek van 200 uur zet men
de kluis op scherp, er zijn dingen die kan
men niet kopen, aan de muur de kaart van
Europa een verpletterd insect

in dit van boven tot onder gepureerd
recreatiegebied, zijn de dansvloeren van
Duitsland een halfbakken licht
tussen ideaal en materieel begint
het grote haar uittrekken als een aanvullend deel
bij de volgende jeugdstudie

wanneer je met opa’s bramengezicht praat
als een object, de kleinzoon
die vrijwillig het vuilnis buiten zet
papierversnipperaar als zijn gewenste beroep noemt
de aan de keukentafel besproken dag
gaat voorbij als een mislukt landschap

weet je niet meer dan voorheen, meer dan genoeg
staan de haren in je nek rechtop tegen
alles wat stil, spraakzaam is, alles wat al geweest is
zwemt binnen na drie weken in het middelgebergte
op de fiets een everzwijnkarkas
in het zwembad, dat verder niets dan blauw is

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2693955-bc46e0b5bf3ac9e7365c82457eb282eb.jpg
Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e februari ook mijn blog van 18 februari 2019 en eveneens mijn blog van 18 februari 2018 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:50 Reageer op dit bericht

Karneval, das ist mein Fall (Olaf Lüken), Willem Thies, Jack Gilbert

 

2693962-df732aa6a18a040a48b30585ccecefdd.jpg
Carnaval 1 door Norberto Nunes, 2022

 

 

 

Karneval, das ist mein Fall

Steht Karneval mal wieder an,
dann singt und feiert jedermann.
Und wenn die Sonne sinnlich scheint,
dann hat’s der Herr auch gut gemeint.
Zu Karneval stellt jeder fest,
verkleidet sich gut leben lässt.

Natürlich trinkt und feiert man,
mit frohem Mut, so lang man kann.
Trinkt ein Mann ein Bier zu viel,
bei all’ dem Frohsinn im Gewühl,
nimmt’s man im Karneval mit Humor.
Beschickert zu sein, kommt öfters vor.

Bist du fremd, also nicht von hier,
lass’ dir Zeit, nimm dir ein Bier.
Du erfährst, als neuer Narr,
die Welt auch früher nicht besser war.
Wer nur an Frauen hat gedacht,
wird von den Wievern ausgelacht.

 

 

2693962-2ecfbb83633a7b6b5f0ee05e27dce13f.jpg
Olaf Lüken (Herne, 13 december 1952)
Carnaval in Herne

 

 

De Nederlandse dichter Willem Thies werd geboren op 17 februari 1973 in Nijmegen. Zie ook alle tags voor Willem Thies op dit blog.

 

 

Een onbewaakt ogenblik

Ze was blond
maar voor het overige
volmaakt.

Ik herinner me haar
zoals een dier de smaak van water,
opwinding of geluk.

Een resonantie in zenuwen of spieren,
een licht natrillen van een draad,
een afdruk van een hand op een lichaam.

 

 

Grond
                voor Idwer de la Parra

Dit gebed is een verwijt.
Ik woelde de grond om, mengde hem met lucht.
Steunde op de steel, amechtig.

Met korte felle slagen hakte ik stenen
tevoorschijn, groef ze uit. Alles zo hel
in de pornozon, de kop van de woerd bazuinde groen,

het kobalt van kruin en staart van de pimpelmees.
Boterbloemen, klaprozen. Alles naakt en vol van zichzelf.
Donker, waar was je toen ik je nodig had?

 

 

Beschut

De afspraak is dat we elkaar niet duurzaam
schenden. In onze monden groeien nieuwe tanden,
als we slapen omklem ik je schouders,
zodat je niet oud wordt.

Slangen: opgerold in het gras, rond 

een tak gewonden
of bruin in dorre bladeren, aarde. Camouflage
is de bereidheid op te gaan in wat je inbedt,
een uitstulping te vormen van de ondergrond.
We ontkleden elkaar, je legt jezelf op mij.
Het is alsof je lichaam uit het mijne groeit.

 

 

2693962-12efe9e762a3679e83395544e2e3810f.jpg
Willem Thies (Nijmegen, 17 februari 1973)

 

 

De Amerikaanse dichter Jack Gilbert werd geboren in Pittsburgh op 17 februari 1925. Zie ook alle tags voor Jack Gilbert op dit blog.

 

 

Iets vinden

Ik zeg maan is paarden in het halfduister,
want met paard kom ik het dichtst in de buurt.
Ik zit op het terras van deze verweerde villa
die de telegrafist van de koning bouwde op de berg
met uitzicht op een blauwe zee en het witte veerbootje
dat ’s middags traag naar het volgende eiland vaart.
Michiko is stervende in het huis achter mij,
de hoge ramen geopend zodat ik het zwakke geluid
hoor dat ze maakt als ze een stuk watermeloen wil
om op te zuigen of wanneer ik haar moet helpen
in de hoek van de kamer met het hoge plafond
de emmer te bereiken die dienstdoet als po.
Wanneer ze zit zal ze tegen mijn been leunen,
te zwak om zelf rechtop te blijven.
Hoe bizar en mooi om er zo dichtbij te komen.
Haar voetbogen zijn als kinderstemmen
die opklinken uit de citroenboomgaard,
mijn hart zo hulpeloos als verpletterde vogels.

 

Vertaald door Jur Koksma en Joep Stapel

 

 

2693962-700990222d2dc124a71bcf6f6b1df04c.jpg
 Jack Gilbert (17 februari 1925 – 13 november 2012)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e februari ook mijn blog van 17 februari 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Der Rosenmontagszug (Olaf Lüken), Elke Erb

 

 

2693721-2967b5ee78cc225e865afb35e84ce9fc.jpg
Karnevalszug door Carl Strathmann, 1913

 

 

Der Rosenmontagszug

Die Jecken tanzen auf den Straßen.
Viel Volk strömt durch die Innenstadt.
Es wird getrommelt und geblasen.
D’r Zoch kütt, und die Welt steht platt.

Kostümiert sind die Geschlechter.
Die Politik nimmt man aufs Korn.
Neben Geschrei viel mehr Gelächter.
Der Jecken Eintracht, noch frei von Zorn.

Unernst genommen ernste Themen.
ALLES zieht man durch den Kakao.
Niemand will sich heute schämen.
Kölle Alaaf, woanders Helau!

Und dann?

Nach dem Zug schaut sich der Mann
gern ein lecker Mariechen an.
Wie fruchtbar solch eine Liebe ist,
er den November nie wieder vergisst!

 

 

2693721-a07f0c300403af7ad0e7be835578709d.jpg
Olaf Lüken (Herne, 13 december 1952)
Rosenmontag in Herne

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

 

 

Overweging

Stel ik me voor, wat ik zie zijn verschijningen.

En de verschijningen zijn slechts schijn.

En de schijn is niets dan de oppervlakte.

En die oppervlakte is glad.

Maar de verschijning “verdacht”
is niet glad zoals alle andere samen,

maar gerimpeld, een gerimpeld, verborgen gat
in het geel van alle andere.

Alsof er iets borrelt zonder te koken,
koud borrelt – verdacht.

Blaas bubbels.
Deze plek verbergt de hel.

En als een denkproces
adequaat zo beschreven zou kunnen worden,

en men het zo zou beschrijven –
dan zou het zich belasterd voelen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2693721-c1f26e05029cfb071bd0a25561bbfa58.jpg

Elke Erb (18 februari 1938 – 22 januari 2024)

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 16e februari ook mijn blog van 16 februari 2019 en ook mijn blog van 16 februari 2018 en ook mijn blog van 16 februari 2016 en ook mijn blog van 16 februari 2015.

Geschreven door Romenu om 16:41 Reageer op dit bericht

Die Jecken sind los (Olaf Lüken), Stacie Cassarino

 

 

2693558-1fe5bf158390fca353a3bdb1fcc3ce10.png
Carnaval in Vlaanderen door James Ensor, 1929-1930

 

 

Die Jecken sind los

Über die breiten Straßen hüpfen.
Einmal König oder Clown zu sein.
Närrisch in eine Rolle schlüpfen.
Feiern mit Bier oder leckeren Wein.

Der Karneval uns sehr viel erlaubt.
Die Regeln fallen heute von Bord.
Die Narrenzunft an ALLES glaubt.
Der Karneval zieht von Ort zu Ort.

Die Jecken sieht man überall.
Die Straße feiert Kostümball.
Damit man das Gesicht nicht sieht,
sich eine Larve überzieht.

Gegönnt sei uns das Volksvergnügen.
Die Welt darf heute niemand rügen.
Denn, was die Welt sich ausgedacht,
heißt Karneval, Fasching, Fassenacht.

 

 

2693558-a07f0c300403af7ad0e7be835578709d.jpg
Olaf Lüken (Herne, 13 december 1952)
Carnaval in Herne

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Stacie Cassarino werd geboren op 15 februari 1975 in Hartford, Connecticut. Zie ook alle tags voor Stacie Cassarino op dit blog.

 

 

Vroege sneeuw

Sommige ochtenden zijn zo,
de verdoving van verlangen of puur licht,
stilte in een opgeschrokken korhoen,
de zwarte bossen leesbaar voor een vrouw
wiens hart is gemaakt van valse starts,
het roodachtige leven van een heuvel die kaal werd
of wat het gezicht in het raam
wil geloven over haar verleden,
de architectuur van een wit huis,
dit ontwerp van kamers, minnaressenplaneten,
kinderen met zachte handen, brandhout
opgestapeld bij de pilaar van de maan, dit ontwerp
van despotische liefde, dan afstand, leegte,
dan vergeven woorden die zich ophopen
als sneeuw, net wanneer de wereld
klaar met ons is, bouwen we een muur
met stenen en het werk is het hele
lichaam binnen het idee van ergens bij horen,
ook al is het niet voor lang,
minerale wereld van leisteen en vuursteen,
numineus zoals deze dagen en andere
winterdagen, we testen wat standhoudt,
verzwakte stemmen die leunen
en vallen, de zilveren hemel, de zorgen
die we niet meer nodig hebben.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2693558-47e9a07c16222eb7358c9b145e886536.jpg
Stacie Cassarino (Hartford, 15 februari 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e februari ook mijn blog van 15 februari 2025 en ook mijn blog van 15 februari 2019 en ook mijn blog van 15 februari 2015 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 11:58 Reageer op dit bericht

Voor mekaar (Herman de Coninck), Richard Blanco

 

 

 2693473-18a8357ae99da8b560137080fa7cee63.png
Halves. Treshold door Sergey Sovkov, 2026

 

 

Voor mekaar

Vroeger hield ik alleen van je ogen.
Nu ook van de kraaienpootjes ernaast.
Zoals er in een oud woord als meedoen
meer gaat dan in een nieuw.

Vroeger was er alleen haast om te hebben wat je had,
elke keer weer.
Vroeger was er alleen maar nu. Nu is er ook toen.
Er is meer om van te houden.
Er zijn meer manieren om dat te doen.

Zelfs niets doen is er daar één van.
Gewoon bij mekaar zitten met een boek.
Of niet bij mekaar, in ’t café om de hoek.

Of mekaar een paar dagen niet zien
en mekaar missen. Maar altijd mekaar,
nu toch al bijna zeven jaar.

 

2693473-6768aa28dd70dfab7820eb05ce72a2a3.png
Herman de Coninck (21 februari 1944 – 22 mei 1997)
Mechelen, de geboorteplaats van Herman de Coninck

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Blanco werd geboren op 15 februari 1968 in Madrid. Zie ook alle tags voor Richard Blanco op dit blog.

 

 

Missouri Sky Music

—naar Pat Metheny

Hij tokkelt een snaar in een windvlaag die stof opwervelt,
draait een windmolen eenzaam rond in een deken van maïs
die Leesburg Summit bedekt, waar hij opgroeide
in een achtertuin tweehonderd mijl recht naar het zuiden
van niets, spelend voor de wind en de haviken
en de hoop de staat te verlaten waarnaar hij nu terugkeert
in zijn muziek, composities van de hemel
die elke minuut urenlang voor hem vasthield.
Noten die opstijgen in wolken die bol staan van licht,
tokkels die de horizon met pruimenkleuren versieren,
terwijl ik noordwaarts reis in een trein die een plek verlaat
die ik ooit ook mijn thuis noemde, mijn gezicht tegen
het raam, mijn ogen wazig starend over een stad
tussen steden met zijn liedjes in mijn oren
en luisterend naar het gekras van zijn vingers
over de fret—die korrelige imperfecties
zo noodzakelijk en onlosmakelijk verbonden met de muziek,
niet wetend wat waarachtiger is, wat ik verkies.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2693473-e6c419bc584c404347bd4f8a7b3d6c23.jpg
Richard Blanco (Madrid, 15 februari 1968)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 14e februari ook mijn blog van 14 februari 2023 en ook mijn blog van 14 februari 2019 en ook mijn blog van 14 februari 2016 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:49 Reageer op dit bericht

Jan Siebelink, Elke Erb

De Nederlandse schrijver Jan Siebelink werd geboren op 13 februari 1938 in Velp. Zie ook alle tags voor Jan Siebelink op dit blog.

Uit: Rouwjournaal

“3

Een nieuwe kapperszaak in de buurt, die Absalom heet, een Marokkaanse eigenaar. Kent de Koran ook Absalom, de geliefde zoon van koning David, beroemd om zijn welige haardos? Twee medewerkers van het palliatieve team zijn rond haar bed meubels aan het verschuiven. Bij het voeteneind van het bed wordt een tafeltje geplaatst. Daarop worden twee zwarte, platte doosjes geplaatst, langwerpig, tien bij zes centimeter. Met knopjes om de dosis aan te passen. Het zal vanavond worden uitgelegd. Ter geruststelling: een overdosis geven is onmogelijk. Ik sta bij het hoofdeind, beschaamd, verdoofd, ik ben gezond, voor haar is de dood nabij, mijn voorhoofd nat van het zweet, allen om haar heen zijn gezond, niemand zou in haar plaats willen staan, een dikke vette worm van egoïsme spartelt in mijn maag, jij wordt gereedgemaakt voor het einde. Jij kijkt me aan, heldere blik, geen spoor van angst. Wat gaat er in haar om? ‘Och, Jan, ga je vandaag naar de kapper? Ik kan je niet meer knippen, alle model is eruit. Doe het voor mij ‘ Een korte stilte. ‘Ik wil dat je er dan fatsoenlijk uitziet.’

4

Mijn huis lijkt steeds meer stilte in zich op te zuigen, het raakt verzadigd, er komt een moment dat ik er niet meer kan ademen. Zelfs Sarah zwijgt als ze een poes in de tuin ziet. Een wandeling gemaakt, ik kom weer thuis, open de deur: ‘Ik ben er…’ roep ik, en verstrak. Was er dan toch hoop in mij doorgesijpeld? Nee, niemand wacht mij op, een donker, beschamend gevoel, deemoedig loop ik de kamer in, ga op de bank zitten waar tot voor kort het bed stond. Hoe mijzelf redden? Hoor haar, rauwe keelgeluiden, gebarsten, gesprongen lippen. Die bevochtigen, geen drinken, ze zou stikken. Zestig uur lang, een laag rochelen. Maar het p-team is opgetogen, ze ligt zo rustig, dat maken we vaak heel anders mee. Patiënten die woest om zich heen trappen. Het team was heel tevreden.“

 

 

2693343-cffd1a2eb238cf264a396b98e3f36edd.jpg

Jan Siebelink (Velp, 13 februari 1938)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elke Erb werd geboren op 18 februari 1938 in Scherbach in de Eifel. Zie ook alle tags voor Elke Erb op dit blog.

 

 

EEN TAMME CONJUNCTIEF

De tram komt niet. Hij stopt niet. Sluit de deur
voordat je de trede bereikt.

Iets is gecompliceerd, niet ongecompliceerd.
Was het ongecompliceerd, dan zou je… Het hart is een kat

op het punt van springen. Roerloos,
staat de elzenstam van boven tot onder.

Er komt geen tram.
Dat zou niet zo moeten zijn.

Allerlei logica
Met de rug naar je toe. Met mes en vork voor zich.

Af en toe miauwt er iets. Klappert
oor jij en omgeving.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2693343-d289b594dad01a6f4f1dbd39f65744a7.jpg

Elke Erb (Scherbach, 18 februari 1938)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e februari ook mijn blog van 13 februari 2025 en ook mijn blog van 13 februari 2019 en eveneens mijn blog van 13 februari 2016 deel 2 en deel 3.




Geschreven door Romenu om 16:53 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten