Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 26 april 2026 tot 27 april 2026

Robert Anker, Edwin Morgan

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Robert Anker werd geboren in Oostwoud op 27 april 1946. Zie ook alle tags voor Robert Anker op dit blog.

 

 

Vergeetkist

Ik vond in de beroemde boekenkist op zolder
Een telefoonboek waar jouw naam nog in stond
Snel dichtgeklapt maar zoals de snelle stofjes
Die ontsnapten aan het zonlicht zo kolkten
Mijn gedachten om je stralende naam en om
Je gapende gestalte waar die zijn kon
In de tijd en natuurlijk heb ik toch nog
Snel je nummer ingetoetst en een kind nam op
En of het door dat kind kwam dat ik plotseling

Trok ik uit dezelfde boekenkist te voorschijn
Het busboekje van toen mijn moeder nog haar tijd
Geheel bewonen moest en die ze moest bereizen
Met de bus die langs dorpsweg en binnendijk
Trillen doverhellend stoppend voor een geit
Leer en dieselolie hoofdpijn verspreidend –
O al die tijden en daartussen al die lijnen
Alles wat beschreven was en dan verdwijnt

 

 

De zon daalt, wij hebben ons verinnerlijkt in ons bootje

De zon daalt, wij hebben ons verinnerlijkt in ons bootje
en varen zoet vereenzaamd in een landschap
waarbij ik roei en jij met elegante handslag het water
in het water schept opdat wij zinkende niet zinken
in het water waar zo pas zie ik omkijkend land was
en ver voor mij op de kant was de kindertijd en wuift nog
o god wat hou ik toch van de knieën uit je rok!

 

 

Heimwee naar Carmiggelt

De man zat met moe haar
op een bank in de herfs
zei hij dof
zei hij eenvoudig.
Ik ben niet ostentatief ongelukkig
ik draag mijn zelfspot
als een zijden harnas
riep hij
hield hij vol.
Ach je knoeit wat je rommelt wat
en je hebt je rust
je levensavond.
Anna heette ze wist ik nu
gehuld in een mooie gave neurose
een fineer van droefenis over haar stem
een lichtbruin korstje op haar stem
bloemen gezellig
voor als je ontevreden bent
of sad.
Ik op een paaltje? Ik was lid van het Concertgebouw
nu rielèks ik rielèksen daar gaat het om
dat wel natuurlijk
zei de kastelein laf
een wat schemerige man
een heerachtige verschijning
een losse jongen
men schreef een goudbruine namiddag
in december.
Daarom heeft die verongelijkte uitdrukking
zich metterwoon op mijn gezicht gevestigd
zei hij filosofisch
heeft u ooit intensief samengehangen
met schertsartikelen
vroeg hij getoucheerd
vroeg hij vriendelijk verweesd
nee maar dat vind ik nou leuk
sprak de kastelein moedeloos
en loosde onafgebroken
levensbloesem.

 

2702864-31ea64ad0b164ee3df52ec6c172f0152.jpg
Robert Anker (27 april 1946 – 20 januari 2017)

 

 

De Schotse dichter en vertaler Edwin Morgan werd geboren in Glasgow op 27 april 1920. Zie ook alle tags voor Edwin Morgan op dit blog.

 

 

Een kleine catechismus van de demon

Wat is een demon? Bestudeer mijn leven.
Wat is een berg? Ga er nu op uit.
Wat is vuur? Het is voor eeuwig.
Wat is mijn leven? Een val, een roep.
Wat is de diepte? Ga er nu op uit.
Wat is donder? Jouw kracht neemt af.
Wat is de film? Hij draait, hij vertelt.
Wat is de film? Onder de watervallen.
Waar is het theater? Onder de heuvel.
Waar is de demon? Hij wandelt over de heuvels.
Waar is de overwinning? Op de hoge toppen.
Waar is het vuur? Ver in de diepte.
Waar is de diepte? Bestudeer de demon.
Waar is de berg? Ga er nu op uit.
Bestudeer mijn leven en ga er nu op uit.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2702864-ff6b4dd18ed92fe598ff04d4e3262854.png
Edwin Morgan (27 april 1920 – 19 augustus 2010)

 

Zie voor de schrijvers van de 27e april verder ook mijn blog van 27 april 2024 en ook mijn blog van 27 april 2020 en eveneens mijn blog van 27 april 2018 en ook mijn blog van 27 april 2016 en mijn blog van 27 april 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:44 Reageer op dit bericht

Carl Christian Elze

De Duitse dichter en schrijver Carl-Christian Elze werd geboren op 26 april 1974 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Carl-Christian Elze op dit blog.

 

 

fötotomische ballade

das fault sich schnell im mutterleib & aast dahin, das kalb
verdreht, blockiert. des muttertiers ziegelrote augenschlitze.
ein guter mann pflanzt seine faust ins fleisch, setzt kalt

die säge an & sägt dem milchvieh durch die aufgeschäumte ritze
die leibfrucht klein: ein vorderbein & noch ein bein & noch
– dem guten mann steckt in der hirnhaut eine mörderhitze –

ein letztes bein! in scheiben heckt der rumpf durchs loch!
die färse presst die fehlgeburt, als wär sie nicht in stücken!
der gute mann am kettenglied, zieht – jede schläfe pocht –

den kopf wie einen stöpsel raus: aufgetürmter rücken
die wirbel: messerstecherei, das fleckvieh stöhnt entschimmelt.
in der wanne liegt nun alles, stirn an steiß, die fliegen zücken

das geschlecht: gebrumme. auf den puzzleteilen: gewimmel.
ein lichtstrahl fällt ins zink & wirft sich dort aufs rot & schwarz.
die mutter glotzt, im fleisch verschnürt, in eine pfütze himmel.

der gute mann befiehlt: „das aus dem blick geschafft!“

 

 

anatolische stunde

er hatte die hellblauen augen auf mir
ich vergaß, wer ich war & aß wie sein hund
versunken in brot, trunken vor butter.

wir sprachen ein deutsch hinterm haus
an den hängen, gebrochene sätze von städten
da wo man federn lässt & kinder.

wir gingen rauchend, die jacken voll nüsse
zwischen den bäumen die blicke der kühe sanft
sämig ihren geschmack noch am gaumen.

wir kamen auf feinde zu sprechen, verwundete
stellen im feld, sein gesicht wie ein stein, denn nachts
steigt das wild aus den zedern & scharrt.

wir tranken den cocktail in die körper wie schlaf
wir schliefen am tisch langsam ein, nur der hund
blieb breitköpfig schwer auf den beinen.

 

 

lied

& ziehe & ziehe immer am zimmer, am kopf
im spiegel, wie hässlich das wird, wie klaffend
hässlich das wird, dein zimmer im spiegel im kopf
herausziehen wollen! liebestrunkenen kopf
alle die schätze wie splitter wie klinge wie pfeil
herausziehen wollen! wie klaffend das wird
wie spaltholz, gaumenspalte, wolfsrachen!
jetzt die finger ausdrehen, ganz still stehen
im zimmer, im spiegel, nachschwingen sehen
die weißen kissen auf den schwarzen felsen
dein schwarzes haar & wie es still wird nie
dies leichte zittern noch bei jeder fahrt
unter uns die schnellen linien. lilien. weiße
kissen. ganz still stehen im zimmer. ganz still
stehen im zimmer. vermissen. königskind, psst.

 

 

het verschil

het verschil tussen een steen
en een hond
lijkt voor mensen enorm te zijn.
beweging en groei
voortplanting en ontwikkeling
stofwisseling en prikkelbaarheid
de kenmerken van alle levende wezens: de onwrikbare zes
op elke school ter wereld
worden ze onderwezen. ze volledig
benoemen en uitleggen
waarom een kaarsvlam niet leeft
ook al flikkert hij in de wind
wordt altijd beloond.
10-jarigen stoppen met praten
tegen stenen, tegen hun knuffels en stokken.
hun hersenen veranderen, onmerkbaar,
van complexere, vertakkende sterrenstelsels
in simpele datasnelwegen
die alleen nog maar in cirkels lopen.
uiterlijk groeien onze schedels
inclusief hun gegroefde vulling,
maar het zijn alleen de rustplaatsen die groeien,
niet de wegen. alleen de rustplaatsen
groeien uit tot steeds grotere gaten
om daarin duizenden
te verzamelen. alle rustplaatsen van alle hersenen
zijn volledig overbevolkt. Op elke
vierkante millimeter dwalen reizigers rond,
miljoenen volwassen,
vermoeide, gedaantes
van kinderkamers dromende invaliden.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2702673-b419366f2c2ab74b7b4a6d42721675ad.jpg
Carl Christian Elze (Berlijn, 26 april 1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e april ook mijn blog van 26 april 2020 en eveneens mijn blog van 26 april 2019 en ook mijn blog van 26 april 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:12 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten