Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 29 april 2026 tot 30 april 2026

Alexander Osang, Ulla Hahn

De Duitse schrijver en journalist Alexander Osang werd geboren op 30 april 1962 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Alexander Osang op dit blog.

Uit: Fast hell

„Ich kannte Uwe aus New York, obwohl er eigentlich aus Ostberlin kam wie ich. Ich weiß nicht mehr genau, wann ich ihn zum ersten Mal sah, wahrscheinlich Anfang der Zweitausender auf einer Party bei Solveigh, die aus der Nähe von Dresden stammte, aber seit über dreißig Jahren in Brooklyn lebte. Ich hatte eine kleine ostdeutsche Gemeinde in New York Meine Frau natürlich, die in Berlin-Lichtenberg groß wurde, Solveigh, die kurz vor dem Mauerfall einen New Yorker Juden heiratete, der seine Sommerferien im Sozialismus verbracht hatte, Sabine, die aus einem Dorf bei Erfurt kam und Ende der Achtziger ausgereist war, ihren Freund Bert, der nach einem Fluchtversuch aus Ostberliner Haft freigekauft worden war, Kathleen aus Gera, die ein Jahr in unserem verrumpelten Büro arbeitete, obwohl sie aussah wie ein Filmstar, ein junges Thüringer Ärztepaar, das irgendwann nach New Mexico weiterzog, später dann auch Else, die eigentlich Sabine hieß, aus Eilenburg kam und einem Mönch in einen Tempel nach Manhattan gefolgt war. Uwe gehörte dazu. Keine Ahnung, wovor der weggelaufen, wem der gefolgt war. Er trat mir aus dem Gewirr der Riesenstadt entgegen. Er war schwul, glatzköpfig und besaß ein Haus in Spanish Harlem, das er in einer Art Stadtlotterie gewonnen hatte. Die Sommer verbrachte er auf Fire Island, wo auch wir ein Ferienhaus gemietet hatten. Er bewohnte mit zwei pensionierten Tänzern des Bolschoi-Balletts einen Bungalow in Cherry Grove, dem gay village der Insel. Unser Haus stand in Oakleyville, wo niemand war, außer uns, einem verschrobenen Verwalter namens Sam, der einst Affären mit Yoko Ono und Greta Garbo gehabt haben soll, sowie einem einheimischen Messie namens Chuck, der den Klimawandel anzweifelte, obwohl seine Insel langsam aber sicher im Atlantischen Ozean versank. Einmal im Sommer liefen wir durch die Hitze am Strand entlang und besuchten Uwe in Cherry Grove, wo er auf einer Terrasse im Schatten saß und schon auf uns zu warten schien. Wenn ich dort ankam, fühlte ich mich, als sei ich nur kurz weg gewesen. Uwe gehörte zu den Menschen, in deren Gegenwart ich sofort anfing zu berlinern. Ich habe nie einen Mann an Uwes Seite gesehen. Ich kannte nur Geschichten von seinen Partnern. Sie klangen meist tragisch.“

 

2703230-e41dab533d6fccaa69c7d36c7d956023.jpg
Alexander Osang (Berlijn, 30 april 1962)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook alle tags voor Ulla Hahn op dit blog.

 

 

Bewijssituatie

Had jij, had ik, zouden wij
in het kielzog van het vacuüm steeds meer
op leeftijd gekomen zijn
geloof verzet misschien bergen
maar nooit een conjunctief
Niet eens een foto
van alle hoop
al het geduld

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2703230-faad0a49b59a22d1277b5a9608298370.jpg
Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook mijn blog van 30 april 2025 en ook mijn blog van 30 april 2020 en eveneens mijn blog van 30 april 2018 en ook mijn blog van 30 april 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:00 Reageer op dit bericht

K. P. Kaváfis, Monika Rinck

De Griekse dichter Konstantínos Petros Kaváfis werd geboren te Alexandrië (Egypte) op 29 april 1863. Zie ook alle tags voor Konstantínos Petros Kaváfis op dit blog.

 

 

De satrapie

Wat een ongeluk dat, hoewel je bent geschapen
voor de mooie en grote daden,
je onrechtvaardig lot je altijd
aanmoediging en succes onthoudt;
dat zinloze gewoontes, kleinigheden
en onbenulligheden je belemmeren.
En wat is de dag verschrikkelijk waarop je bezwijkt
(de dag waarop je je liet gaan en bezwijkt)
en je je op reis begeeft naar Susa,
en naar monarch Artaxerxes gaat,
die je welwillend aanstelt aan zijn hof
en je satrapieën en dergelijke aanbiedt.
En jij neemt ze aan, in vertwijfeling,
die zaken die je niet wenst.
Je ziel zoekt naar iets anders, weent om iets anders:
de lof van het Volk en van de Sofisten,
het zo begeerde, onschatbare Bravo,
de Agora, het Theater en de Kransen.
Hoe zal Artaxerxes je dit kunnen geven,
waar zul je dit vinden in de satrapie
en wat voor leven zul je leiden zonder dit alles.

 

 

Philhelleen

Zorg er voor dat het graveren bekwaam gebeurt.
De gelaatsuitdrukking ernstig en majesteitelijk.
Het diadeem liefst wat smal:
die brede van de Parthen zijn niet naar mijn smaak.
Het opschrift zoals gebruikelijk in het Grieks;
niet overdreven, niet hoogdravend –
opdat de proconsul het niet misduiden kan,
hij die alles bespiedt en doorgeeft naar Rome –
maar vererend niettemin.
Iets zeer uitgelezens op de keerzijde:
een of andere mooie jonge discuswerper.
Bovenal druk ik je op het hart, er op toe te zien
(Sithaspes, bij god, laat het niet vergeten worden)
dat na het Koning en het Redder,
met sierlijke letters gegraveerd wordt: Philhelleen.
En kom me nu niet aan met spitsvondigheden
als ‘Waar zijn de Hellenen?’ en ‘Waar is het Grieks
hier achter de Zagros en voorbij Phraäta’.
Aangezien talloze anderen, barbaarser dan wij,
het schrijven, zullen ook wij het schrijven.
Vergeet tenslotte niet dat soms
sofisten uit Syrië naar ons toe komen
en verzenmakers en andere nietsnutten,
zodat we niet zonder Griekse beschaving zijn, dunkt me.

 

 

Een van de goden

Wanneer een van hen, omstreeks het uur dat het avond wordt,
over de agora van Seleukia ging,
als een lange en volmaakt mooie jongeman,
met de vreugde om onsterfelijkheid in de ogen,
met zijn geparfumeerde zwarte haren,
keken de voorbijgangers naar hem
en men vroeg elkaar of men hem kende
en of hij een Griek uit Syrië, dan wel een vreemde was. Maar sommigen
die met meer aandacht naar hem keken
begrepen, en maakten baan,
en terwijl hij verdween onder de zuilengangen,
in de schaduwen en in de lichten van de avond,
op weg naar de buurt die alleen ’s nachts
tot leven komt met orgieën en drinkgelagen
en elke soort van roes en wellust,
vroegen zij zich af wie van Hen dit misschien was
en voor welk verdacht genot
Hij afgedaald zou zijn naar de straten van Seleukia
uit de Vereerde, Heilige Verblijven.

 

 

Vertaald door Hans Warren en Mario Molegraaf

 

2703102-5586bb2b19ed1cdd3cf63b4e45cac2d0.jpg
K. P. Kaváfis (29 april 1863 – 29 april 1923)

 

 

De Duitse dichteres en essayiste Monika Rinck werd geboren op 29 april 1969 in Zweibrücken. Zie ook alle tags voor Monika Rinck op dit blog.

 

de soufflé (Honingprotocollen)

Horen jullie dat, zo honen honingprotocollen: je moet nu simpelweg niets doen.
Alsof een doorwerkt (als een spons verzadigd) bewustzijn
het voorwerk weigerde. Ik kan me niet verstaanbaar maken. Proberen we het zo:
Je nodigt eters uit, om acht uur en er ligt rood vlees, een berg meel,
smerige wortels en een dozijn eieren en je zegt: dit is de soufflé,
zoals u wilt, of als het dat nu niet is maar over drie uur,
of als ik iemand anders zou zijn, dan zou het precies dat zijn: de soufflé.
Dan vragen de gasten meer bezorgd dan teleurgesteld: wat is er dan gebeurd?
Wat hebt u dan gedaan toen u geen soufflé gemaakt hebt?
Gejammer! De tristesse van de weigering die de verkwisting aan zichzelf
en aan de verkwisters toeschrijft. Omdat de verkwisters hun zorgvuldigheid verkwisten,
verkwisten ze? Zichzelf! Tot zover het vooranalytische laten rondslingeren,
wat echter ook geen oplossing is. Het is of troebel of puur. Zoals je wilt.
Of beter: afhankelijk van waar je op uit bent. Zo bekeken is ook het pure
troebel, zeer troebel. Waarbij de troebelheid erbij blijft in het recht van het pure te zijn.
Maar de gasten hebben het recht aan hun zijde als ze zeggen:
een soufflé ziet er anders uit.

 

 

Vertaald door Miek Zwamborn

 

2703102-5fbc44c62abdff2c08b72be150275108.png
Monika Rinck (Zweibrücken, 29 april 1969)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e april ook mijn blog van 29 april 2019.

Geschreven door Romenu om 16:59 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten