Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Archief

Frans Coenen, George Oppen

De Nederlandse schrijver, essayist en criticus Frans Coenen werd in Amsterdam geboren op 24 april 1866. Zie ook alle tags voor Frans Coenen op dit blog.

Uit: De kunst van Dickens en de romantiek

“Charles Dickens.
De naam heeft een grooten historischen klank. Hij staat op midden in een reeds vaag verleden. Hij dekt een gansch tijdvak, het midden-19e eeuwsche Engeland, dat over schijnt te nemen van zijn persoonlijkheid en zich te voegen naar zijn karakteristiek, als ware het inderdaad uit hem ontstaan.
En geen wonder. Nooit heeft eens schrijvers ideale macht zwaarder gewogen, wijder gestrekt, dan deze, die in gansch Engeland, maar ook ver daarbuiten, duizenden van geesten beroerde en samenbracht in ééne sfeer van aandoening, als weer een van die bekende shillings-nummers verschenen was, waar een gansche maatschappij in heet verlangen naar uitzag. Voor honderdduizenden is Dickens meer geweest dan een schrijver, een die hun ontspanning en vermaak verschafte. Hij was hun zonneschijn, hun troost, hun evangelie, vaak de voornaamste inhoud van hun wereldkennis en levensbeschouwing. Hij verzoende hen periodiek door zijn boeken met het vale leven, waarvan zij soms begonnen te twijfelen of het wel zedelijk was en moreelen zin had. Maar Dickens, hun profeet, sprak en het kreeg weer kleur en diepte en hoogeren zin. Zij lachten, schreiden, wreven hun oogen uit, of zij ook iets mochten gewaar worden van de heerlijke dwaasheid en schoone treurigheid, die hij, de Begenadigde, hun, als zijnde, had geopenbaard.
En inderdaad, soms zagen zij iets van een grimas, van een pathetisch gebaar tot nog toe onopgemerkt, zagen zij ook zichzelven in een vreemd, schril licht, dat hun werken en zwoegen toch wel een grooter beteekenis gaf en deden hun best het zoo te blijven zien, om er, waar ’t kon, naar te handelen.
Aldus maakte Dickens zijn tijd, gelijk zijn tijd hem gemaakt heeft, als diens schoonste verbeelding en innigst voor zijn medemenschen kloppend hart. Is het te verwonderen, dat de eerbied en dankbaarheid der duizenden mateloos is geweest voor hem, die hun eigen zachte gemoederen en edele opwellingen, niet minder dan hun levendige, maar verwarde verbeeldingen, aan hen openbaarde en vorm gaf!”

 

 


Frans Coenen (24 april 1866 – 23 juni 1936)
Portret door Ferdinand Hart Nibbrig, 1894

 

 

De Amerikaanse dichter George Oppen (eig. George Oppenheimer) werd geboren op 24 april 1908 in New Rochelle, New York. Zie ook alle tags voor George Oppen op dit blog.

 

 

Vijf gedichten over poëzie

2

Het kleine gaatje

Het kleine gaatje in het oog
Noemde Williams het, het kleine gaatje

Heeft ons naakt blootgesteld
Aan de wereld

En wil niet dicht.

Wezenloos kijkt de wereld
Naar binnen

En wij componeren
Kleuren

En het gevoel

Van thuis
En je hebt diegenen

Daarin zo gewelddadig
En zo alleen

Dat ze kunnen geen rust vinden.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


George Oppen (24 april 1908 – 7 juli 1984

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e april ook mijn blog van 24 april 2021 en ook mijn blog van 24 april 2020 en eveneens mijn blog van 24 april 2019 en ook mijn blog van 24 april 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:22 Reageer op dit bericht

William Shakespeare, Christine Busta

De Engelse dichter en schrijver William Shakespeare werd geboren in Stradford-upon-Avon op, vermoedelijk, 23 april 1564. Zie ook alle tags voor William Shakespeare op dit blog.

 

 

Sonnet 8

Music to hear, why hear’st thou music sadly?
Sweets with sweets war not, joy delights in joy:
Why lov’st thou that which thou receiv’st not gladly,
Or else receiv’st with pleasure thine annoy?
If the true concord of well-tuned sounds,
By unions married, do offend thine ear,
They do but sweetly chide thee, who confounds
In singleness the parts that thou shouldst bear.
Mark how one string, sweet husband to another,
Strikes each in each by mutual ordering;
Resembling sire and child and happy mother,
Who, all in one, one pleasing note do sing:
Whose speechless song being many, seeming one,
Sings this to thee: ‘Thou single wilt prove none.’

 

Sonnet 9

Is it for fear to wet a widow’s eye,
That thou consum’st thy self in single life?
Ah! if thou issueless shalt hap to die,
The world will wail thee like a makeless wife;
The world will be thy widow and still weep
That thou no form of thee hast left behind,
When every private widow well may keep
By children’s eyes, her husband’s shape in mind:
Look what an unthrift in the world doth spend
Shifts but his place, for still the world enjoys it;
But beauty’s waste hath in the world an end,
And kept unused the user so destroys it.
No love toward others in that bosom sits
That on himself such murd’rous shame commits.

 

Sonnet 11

As fast as thou shalt wane, so fast thou grow’st
In one of thine, from that which thou departest;
And that fresh blood which youngly thou bestow’st,
Thou mayst call thine when thou from youth convertest.
Herein lives wisdom, beauty, and increase;
Without this folly, age, and cold decay:
If all were minded so, the times should cease
And threescore year would make the world away.
Let those whom nature hath not made for store,
Harsh, featureless, and rude, barrenly perish:
Look whom she best endow’d, she gave the more;
Which bounteous gift thou shouldst in bounty cherish:
She carv’d thee for her seal, and meant thereby,
Thou shouldst print more, not let that copy die.

 

 


William Shakespeare (23 april 1564 – 23 april 1616)
Borstbeeld in Verona, de stad van Julia en Romeo

 

 

De Oostenrijkse dichteres Christine Busta werd geboren op 23 april 1915 in Wenen. Zie ook alle tags voor Christine Busta op dit blog.

 

 

Ontmoetingen in de regen

Egel, mijn kleine stekelbroer,
goed gecamoufleerd als een brok aarde
in de natte weide gerold.

Doe maar alsof je dood bent! Ik weet wel beter:
helemaal binnenin verbergen wij beiden
onze verwondbare levenswarmte.

 

 

Vertaald door Germain Droogenbroodt

 

 


Christine Busta (23 april 1915 – 3 december 1987)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e april ook mijn blog van 23 april 2020 en eveneens mijn blog van 23 april 2019 en ook mijn blog van 23 april 2017 deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:29 2 reacties Reageer op dit bericht

Giorgio Fontana, Louise Glück

De Italiaanse schrijver Giorgio Fontana werd geboren op 22 april 1981 in Saronno. Zie ook alle tags voor Giorgio Fontana op dit blog.

Uit: Aan ons vooraf (Vertaald door Jan van der Haar)

“Nadat hij zich op de wagen had gehesen, zag voetsoldaat Maurizio Sartori de mensenmassa over de weg voortgaan. Een gewonde naast hem spuwde en drukte zijn helm over zijn gezicht, terwijl een hond naar de pantserwagen blafte, al rennend met zijn tong uit zijn bek. De verlaten kanonnen lagen in het grauwe licht. Drie wapenbroeders keerden stomdronken terug in de colonne, zwaaiend met de uit de boerderijen gestolen zakken meel en worsten, en met brokken kaas op de punt van hun bajonet. ‘God, wat een feest!’ schreeuwden ze. Verderop, zover het oog reikte, lag de vlakte, eindeloos vaag in de regen, en de rook van de verbrande opslagplaatsen kringelde lichtjes omhoog. Om de kilometer probeerden groepen burgers zich aan te sluiten, verjaagd naar de kant van de weg of langs de natte akkers. De vrouwen droegen jutezakken op hun rug en pakken onder hun arm, terwijl magere, vuile kinderen opgewonden door de vlucht ballen aarde gooiden. De mensen voegden zich al vloekend en elleboogstotend bij hen, naast ossen, schapen en kippen. Maurizio liet zich weer op de grond zakken en Ballarin kneep hem in een arm. `Afgesproken dus?’ fluisterde hij. ‘Zodra het kan met de Calabrees?’ Het koperen kruis bungelde uit zijn uniform en hij had glanzende, bijna ontstelde ogen, twee waterkiezels. Ook hij was dronken. Maurizio knikte. Even later trokken ze de Tagliamento over. De colonne was door het verloop versmald en de pantserwagens en de paarden belemmerden de doortocht. Iedereen duwde en spoorde anderen aan om op te schieten, want zo dadelijk zouden de geniesoldaten de brug opblazen. Nu was de massa ondoordringbaar en Maurizio raakte buiten adem: vanaf de reling boog hij zich naar het donkere, woelige water, de gezwollen rivier die hen zou verdedigen. Onwillekeurig dacht hij aan de doden. Vrijwel op slag lijken de doden niet meer op ons. Hij had er een hoop gezien en geen had de trekken van de levenden; ze waren onbegrijpelijk en dom als beesten of stenen. Hij voelde zijn adem stokken. Toen hij aan de overkant kwam, wiste hij het zweet van zijn voorhoofd en Ballarin kuste zijn koperen kruis. ‘Goed,’ zei hij. ‘Ditmaal is het echt afgelopen.’ Binnen een paar minuten barsten de knallen los. Maurizio keek met duizenden anderen om en zag een middenstuk van de brug inzakken, afbreken en in de rivier belanden. De op het geraamte overgebleven mensen maakten heftige bewegingen en binnen de afstand ontwikkelde zich een donkere stofwolk. Na een moment van stilte brulde iedereen van vreugde.”

 

 


Giorgio Fontana (Saronno, 22 april 1981)

 

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

 

 

De witte roos

Dit is de aarde? Dan
hoor ik hier niet.

Wie ben jij in dat verlichte raam,
overschaduwd nu door de flapperende blaadjes
van de lijsterbes?
Kun jij overleven waar ik het niet haal
tot na de eerste zomer?

De hele nacht bewegen en ruisen de tengere
takken van de boom bij het klaarlichte raam.
Leg me mijn leven eens uit, jij die geen teken geeft,

hoewel ik je aanroep in de nacht:
ik ben niet als jij, ik heb slechts
mijn lichaam als stem, ik kan niet
verdwijnen de stilte in –

en in de kille ochtend drijven
echo’s van mijn stem
over het donkere aardoppervlak,
witheid die gestaag in duister oplost

alsof je uiteindelijk toch een teken gaf
om mij ervan te overtuigen dat jij het hier ook niet redde

of om me te tonen dat jij het licht niet bent waar ik naar riep
maar het zwarte erachter.

 

 

Vertaald door Erik Menkveld

 

 


Louise Glück (22 april 1943 – 13 oktober 2023)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e april ook mijn blog van 22 april 2020 en eveneens mijn blog van 22 april 2019 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:18 1 reactie Reageer op dit bericht

Ostern (Joachim Ringelnatz), Louise Glück

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen! 

 

 


Pasen – eieren versieren door Dusan Vukovic, 2013

 

 

Ostern

Wenn die Schokolade keimt,
Wenn nach langem Druck bei Dichterlingen
“Glockenklingen” sich auf “Lenzesschwingen”
Endlich reimt
Und der Osterhase hinten auch schon presst,
Dann kommt bald das Osterfest.

Und wenn wirklich dann mit Glockenklingen
Ostern naht auf Lenzesschwingen, –
Dann mit jenen Dichterlingen
Und mit deren jugendlichen Bräuten
Draussen schwelgen mit berauschten Händen –
Ach, das denk ich mir entsetzlich,
Ausserdem – unter Umständen –
Ungesetzlich.

Aber morgens auf dem Frühstückstische
Fünf, sechs, sieben flaumweich gelbe, frische
Eier. Und dann ganz hineingekniet!
Ha! Da spürt man, wie die Frühlingswärme
Durch geheime Gänge und Gedärme
In die Zukunft zieht
Und wie dankbar wir für solchen Segen
Sein müssen.

Ach, ich könnte alle Hennen küssen,
Die so langgezogene Kugeln legen.

 

 


Joachim Ringelnatz (7 augustus 1883 – 17 november 1934)
De Sankt Marien dom in Wurzen, de geboorteplaats van Joachim Ringelnatz

 

 

De Amerikaanse dichteres, essayiste en schrijfster Louise Elisabeth Glück werd geboren op 22 april 1943 in New York. Zie ook alle tags voor Louise Glück op dit blog.

 

 

Vespers

Ooit geloofde ik in je; ik plantte een vijgenboom.
Hier, in Vermont, land
zonder zomer. De proef op de som: als de boom bleef leven
zou dat betekenen dat jij bestond.

Volgens deze logica besta je niet. Of je bestaat
uitsluitend in warmere klimaten,
op het verzengende Sicilië, in Mexico, in Californië,
waar ze de onvoorstelbare
abrikoos kweken en de tere perzik. Misschien
zien ze jouw aangezicht in Californië; hier zien we nog niet
de zoom van je kleed. Ik moet mezelf dwingen
de tomatenoogst met John en Noah te delen.

Als er ooit in een andere wereld recht wordt gedaan, moeten
degenen zoals ik, door de natuur gedwongen
tot levens van onthouding, het leeuwendeel
van alles krijgen, alle
onderworpenen aan honger, gulzigheid zijn dat
om jou te prijzen. En niemand prijst
intenser dan ik, met meer pijnlijk
beteugeld verlangen, of verdient het meer
gezeten te zijn aan jouw rechterhand, als die bestaat, en deel te hebben
aan de bederfelijke, onsterfelijke vijg
die zich niet verkassen laat.

 

 

Vertaald door Erik Menkveld

 

 


Louise Glück (22 april 1943 – 13 oktober 2023)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e april ook mijn blog van 21 april 2020 en eveneens mijn blog van 21 april 2019 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:45 1 reactie Reageer op dit bericht

Pasen (Albert Verwey), Martinus Nijhoff, Manuel Bandeira

 

Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Vrolijk Pasen!

 

 


De Verrijzenis van Christus door Noel Coypel, ca. 1700

 

 

Pasen

Op Goede Vrijdag
Is Hij begraven,
Niet in een graf – zijn graf was het hellevuur-,
Doch zondagmorgen
Was Hij weer opgestaan,
Ging door de velden,
Glimlachend vredig
Naar de hemel van blinkend blauw.

De bloemen stonden,
Trossen en kelken,
Schommelend en wiegend,
Pralend en teder,
Terwijl Hij, kijkend, kwam;
De duinrand waasde
Leeuweriken schoten –
Paarlen van klank en
Vederen van vreugde –
Door de zonnestralen
Boven Zijn hoofd.

Hij wist niet beter
Of deze dag was
Voor Hem geschapen,
Een dag van de aarde,
Maar zo geheven
Boven het aardgedoe,
Dat alle wandelaars
En lange slierten
Van wielen berijdende
Knapen in gele
Kurassen van de trompetbloem
Hem schenen gezien als uit hoge hemel,
Klein en ver door de slingerende wegen
Van ’t landschap, – boden
Van de éne tijding:
‘Hij was begraven,
Zijn graf was het hellevuur,
Maar nu is Hij opgestaan,
Ging door de velden,
Steeg op naar de hemel:
Zie hoe Hij neerziet
Op ons en lacht’.
En ’s avonds daalde
Hij op Zijn duintop
En zag de velden
Veelkleurig schemeren –
Nog teder blinken –
Zag hoe de zon zich
Baadde in de golven,
Zag hoe de zee zich
Wond om Zijn aarde,
En al de sterren
Stegen en daalden
Rondom Zijn hoofd.

 

 


Albert Verwey (15 mei 1865 – 8 maart 1937)
De katholieke St. Nicolaaskerk in Amsterdam, de geboorteplaats van Albert Verwey

 

 

De Nederlandse dichter, toneelschrijver en essayist Martinus Nijhoff werd geboren in Den Haag op 20 april 1894. Zie ook alle tags voor Martinus Nijhoff op dit blog.

 

Het uur U (Fragment)

Maar kinderen keren, zo vlug
ze gaan, zo langzaam terug.
Zo zijn ze, zo ging het hier.
Het kostte wel een kwartier,
eer elk zijn servet voor had
en rustig aan tafel zat.
En bij de deur, op het dak,
ja zelfs op zijn dooie gemak
in ’t open raamkozijn,
zong een klein vogeltje zijn
om kruimels popelend lied.
Alleen in de bomen niet.
Neen, niet in de bomen, want
die waren nog niet geplant.

Hoe mooi anders, ach, hoe mooi
zijn bloesems en bladertooi. –
Hoe mooi? De hemel weet hoe.
Maar dat is tot daaraantoe.

Het was zomerdag.
De doodstille straat lag
te blakeren in de zon.
Een man kwam de hoek om.
Er speelde in de verte op de stoep
een groep kinderen, maar die groep
betekende niet veel,
maakte, integendeel,
dat de straat nog verlatener scheen.
De zon had het rijk alleen.
Zelfs zij, wier tweede natuur
hen bestemde, hier, op dit uur,
te wandelen: de student,
de dame die niemand kent,
de leraar met pensioen,
waren van hun gewone doen
afgeweken vandaag;
men miste, miste hen vaag.
Sterker: de werkman die
nog tot een uur of drie
voor bomen in ’t middenpad
de kuilen gegraven had,
had zijn schop laten staan
en was elders heen gegaan.
Maar vreemder, ja inderdaad
veel vreemder dan dat de straat
leeg was, was het feit
der volstrekte geluidloosheid,
en dat de stap van de man
die zojuist de hoek om kwam
de stilte liet als zij was,
ja, dat zijn gestrekte pas
naarmate hij verder liep
steeds dieper stilte schiep.

 

 


Martinus Nijhoff (20 april 1894 – 26 januari 1953)
Portret door Toon Kelder, 1924

 

 

De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook alle tags voor Manuel Bandeira op dit blog.

 

 

In diepe slaap

Toen ik gisteren insliep
Het was de nacht van Sint-Jan
Was er vrolijkheid en drukte
Geknal van bommetjes Bengaals vuur
Stemmen gezang en gelach
Rond de brandende vuren.

Midden in de nacht werd ik wakker
Hoorde geen stemmen meer geen gelach
Alleen ballonnen
Dreven over
In diepe stilte
Alleen het geluid van een tram
Zo nu en dan
Doorboorde de stilte
Als een tunnel.
Waar waren zij die zojuist nog
Dansten
Zongen
En lachten
Rond de brandende vuren?

– Ze sliepen allemaal
Ze lagen allen
Te slapen
In diepe slaap.
Toen ik zes jaar was
Kon ik het eind van het Sint-Jansfeest niet zien
Omdat ik in slaap viel.

Nu hoor ik de stemmen niet meer uit die tijd
Mijn oma
Mijn opa
Totônio Rodrigues
Tomásia
Rosa
Waar zijn zij allemaal?

– Ze slapen allemaal
Ze liggen allen
Te slapen
In diepe slaap.

 

Vertaald door August Willemsen

 

 


Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)
Standbeeld in Rio de Janeiro

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e april ook mijn blog van 20 april 2020 en eveneens mijn blog van 20 april 2019 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 11:44 1 reactie Reageer op dit bericht

Naar 1 Korintiërs 15:35-55 (Lloyd Haft), Manuel Bandeira

 

Bij Stille Zaterdag

 


The Tomb is Empty door Melissa Carlton, z.j.

 

 

Naar 1 Korintiërs 15:35-55

Wij zien ons
van de doodskant van het leven:
dat stempel,
die druk.

Voelen nog niet ons echte oog
al opengaan
dat bergt in één opslaan
die werden en wie worden.

Daar
houdt niet meer de aarde
ons in, met al haar stenen:

zij beeft
want in het uur van onze vrijheid
staan zelfs de graven open –
wie kan er binnen blijven
waar het kind al buiten is?

Dat zijn wij, ter ure
dat we ons te buiten beven.

Met één stoot,
één klank gekeerd –

in vreze doorgekeerd
in onze vrede.

 

 


Lloyd Haft (Sheboygan, 9 november 1946)
De katholieke Holy Name of Jesus kerk in Sheboygan

 

 

De Braziliaanse dichter, schrijver en vertaler Manuel Carneiro de Souza Bandeira Filho werd geboren op 19 april 1886 in Recife. Zie ook alle tags voor Manuel Bandeira op dit blog.

 

 

De dorpsweg

Deze dorpsweg waaraan ik woon, tussen twee bochten,
Is belangrijker dan een stadse straat.
In steden lijken alle mensen op elkaar.
Iedereen is hetzelfde. Iedereen is eenieder.
Hier niet: je voelt hoe elk zijn ziel met zich meedraagt.
Ieder schepsel is uniek.
Zelfs de honden.
Deze dorpshonden lijken wel zakenlui:
Altijd in de weer.
En wat is het een komen en gaan van mensen!
En alles draagt dat opvallende karakter dat tot nadenken stemt:
Begrafenisstoet te voet of melkkar getrokken door een koppig bokje.
Zelfs watergemurmel ontbreekt niet om met symbolische stem te suggereren
Dat het leven voorbijgaat! voorbijgaat!
En dat je jeugd eindig is.

Petrópolis, 1921

 

 

Vertaald door August Willemsen

 

 


Manuel Bandeira (19 april 1886 – 13 oktober 1968)
Portret door Candido Portinari, 1931

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e april ook mijn blog van 19 april 2022 en ook mijn blog van 19 april 2020 en eveneens mijn blog van 19 april 2019 en ook mijn blog van 19 april 2018 en ook mijn blog van 19 april 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:56 Reageer op dit bericht

Goede Vrijdag (Leonard Nolens), Hanane Aad

 

Bij Goede Vrijdag

 

 


De kruisiging door Francesco Conti, 1709

 

 

Goede Vrijdag

Met jou begon mijn dag, mijn tijd in de lijdende vorm,
Doordacht verdriet waaruit mijn jaartelling verscheen.
Je groeide op tot heer en meester van je nietigheid
En je betastte alle pijn, je nam haar bij de graat.

Hoe heftig moest je haat jegens je enkelvoud, je naam,
In hartebloed gekookt om honderd generaties te doorstaan?

Je wonden waren de ogen waardoor ik de wereld bekeek,
Want ik, een ongelovige, geloofde dat onmenselijk gebaar,
Die open armen vastgespijkerd om me los te maken.
Je dood pakte mijn schreeuwen af en stal mijn dood.

 


Leonard Nolens (Bree, 11 april 1947)
De Sint-Michielskerk in Bree

 

 

De Libanese dichteres, journaliste en vertaalster Hanane Aad werd geboren op 18 april 1965 in Beiroet. Zie ook alle tags voor Hanane Aad op dit blog.

 

De Lichtspeler (over Albert Einstein)

Ja, de geest heeft in hem zijn wijze dichter.
De lichtspeler – Is hij de meester? Is hij de speler met het licht?
Of wist hij alleen hoe hij de tijd moest verlichten met een olielamp,
vanuit het verlangen tot aan de zekerheid
en door de omarmingen van de kennis?

Ridders van de relativiteit –
Hij betoverde hen en was betoverd.
Hij heeft zijn naam in het voorhoofd van de tijd gekerfd
met de edele beitel van de wetenschap.
Met de inspanning van het zoeken naar het zoeken.

Denkers over het ontstaan van de wereld,
bewakers van het spirituele ontwaken.
Hij speelde ooit viool,
Tegenwoordig bespeelt hij de snaren van de tijd.
Hij zegt zonder te spreken: Ik heb de tijd ingehaald.

Ja, de geest heeft in hem zijn wijze dichter.
Hij is de meester, de lichtspeler, de speler met het licht.
De bekwame speler in dienst van het licht.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Hanane Aad (Beiroet, 18 april 1965)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e april ook mijn blog van 18 april 2023 en eveneens mijn blog van 18 april 2019 en ook mijn blog van 18 april 2017 en ook mijn blog van 18 april 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 09:13 Reageer op dit bericht

Maundy Thursday (Malcolm Guite), Sarah Kirsch

Bij Witte Donderdag

 


Christus wast de voeten van de discipelen door Paolo Veronese, ca. 1580

 

 

 

Maundy Thursday

Here is the source of every sacrament,
The all-transforming presence of the Lord,
Replenishing our every element,
Remaking us in his creative Word.
For here the earth herself gives bread and wine,
The air delights to bear his Spirit’s speech,
The fire dances where the candles shine,
The waters cleanse us with his gentle touch.
And here he shows the full extent of love
To us whose love is always incomplete,
In vain we search the heavens high above,
The God of love is kneeling at our feet.
Though we betray him, though it is the night,
He meets us here and loves us into light.

 

 


Malcolm Guite (Ibadan, 12 november 1957)
De katholieke kathedraal St. Mary in Ibadan

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

Het dorp

‘s Avonds was de stilte volkomen.
De krekels verstomden in hun gaten
Op de heuvel stond de eik
Zwart voor de lakrode hemel.

Dan kwam ik in het dorp uit het veen.
Ging over glanzend stoppelveld
Ster en sterren schenen helder
In de huizen vlamde het licht op.

Vermorzeld stof op de straat.
Kneuterend onder de voeten
Reikte van deur tot deur een zomertapijt.

 

Vertaald door Germain Droogenbroodt

 

 


Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

Zie voor de schrijvers van de 17e april ook mijn blog van 17 april 2021 en ook  mijn blog van 17 april 2020 en eveneens mijn blog van 17 april 2019 en ook mijn blog van 17 april 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:22 Reageer op dit bericht

Thomas Olde Heuvelt, Sarah Kirsch

De Nederlandse schrijver Thomas Baudelet Olde Heuvelt werd geboren in Nijmegen op 16 april 1983. Zie ook alle tags voor Thomas Olde Heuvelt op dit blog.

Uit: Echo

“Ze beeldt zich in dat die tocht als zij slaapt leven in de kooltjes zal blazen, gloeiende asdeeltjes op het tapijt laat warrelen en de gordijnen in brand zal steken. Vijftien jaar geleden was haar grote broer er geweest om haar te wekken voor ze in de rook kon stikken – zij zes, hij negen – maar de laatste keer dat hij vanavond heeft gebeld is om iets voor halfelf, als hij vastzit op de snelwegen rondom Bern. De sneeuwploegen doen hun uiterste best, zegt Sam over de wegvallende verbinding, maar sneller dan stapvoets komt hij niet vooruit en het ergste deel in de bergen moet nog komen. Dat wil zeggen, als de weg door het dal nog open is. Misschien heeft hij het opgegeven en een hotel gepakt. Dat hoopt Julia eigenlijk, want Sam staat onder veel te veel spanning en ze is als de dood dat hij van de weg raakt en een ongeluk krijgt. Ze hoort dat het meer is dan alleen ongerustheid in zijn stem, wanneer hij haar smeekt op de uitkijk te blijven voor Nick… en voor hem op haar hoede te zijn. Alleen Is het nu bijna drie uur later en heeft hij niets meer laten horen. Van Nick is er geen teken geweest. Ook Julia is inmiddels meer dan ongerust. Ze is bang. Op blote voeten loopt ze over de plinten, die kraken onder haar gewicht, om de steunmuur heen naar het voorportaal. Naar het trapgat. Dat trapgat. Het leidt regelrecht het donker in. Er zit een lichtknopje, maar nog voor ze ernaar kan tasten staat ze op de bovenste trede en ziet ze de mensen onder aan de steile trap omhoogstaren. Het zijn nauwelijks meer dan silhouetten, zwart tegen zwart, maar ze voelt hun blikken op zich gevestigd, voelt het doelbewuste in hun aanwezigheid. Zes, zeven gedaantes, samengedrongen in het trapgat, roerloos. Ze begrijpt onmiddellijk dat dit geen indringers zijn; daarvoor is het chalet te afgelegen, de nacht te onvergeeflijk. Ze begrijpt ook, ingegeven door primitief overlevingsinstinct, dat ze het licht niet mag aandoen. In het licht zullen de mensen in het trapgat niet meer zichtbaar zin- en hen niet zien, terwijl ze weet dat ze daar zijn, is erger dan ze wél zien.”

 


Thomas Olde Heuvelt (Nijmegen, 16 april 1983)

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

 

Brandnetelbloesem

Het kleine tuinpaviljoen
Verloor ramen en deuren.
De zwaluwen vliegen er doorheen
Alsof het niet meer bestaat
Vleermuizen slapen hun hele leven
Ondersteboven onder de nok.
Er steken zeisen en hooivorken in het zand
Van de opgeloste, verbrokkelde dekvloer.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e april ook mijn blog van 16 april 2020 en eveneens mijn blog van 16 april 2019 en ook mijn blog van 16 april 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:08 Reageer op dit bericht

Tomas Tranströmer, Sarah Kirsch

De Zweedse dichter en schrijver Tomas Tranströmer werd geboren in Stockholm op 15 april 1931. Zie ook alle tags voor Tomas Tranströmer op dit blog.

 

 

Decemberavond ’72

Hier kom ik, de onzichtbare man, misschien aangesteld
door een groot Geheugen om juist nu te leven. En ik rijd voorbij
de vergrendelde witte kerk – daarbinnen staat een houten heiligenbeeld
glimlachend, hulpeloos, alsof men hem zijn bril heeft afgenomen.
Hij is eenzaam. Al het andere is nu, nu, nu. De wet van de zwaartekracht
drukt ons overdag op ons werk en ’s nachts op ons bed. De oorlog.

 

 

IJslandse orkaan

Geen aardschok maar hemelbeving. Turner had het kunnen
schilderen, vastgesjord. Zojuist wervelde één enkele want voorbij,
verscheidene kilometers van zijn hand vandaan. Ik moet met tegenwind
naar dat huis aan de overkant van het veld. Ik fladder in de orkaan. Ik
ben geröntgend, mijn skelet dient zijn ontslagaanvrage in. De paniek
groeit terwijl ik laveer, ik ga ten onder, ik ga ten onder en verdrink op
het droge! Wat is het zwaar, alles wat ik plotseling mee te slepen heb,
wat is het zwaar voor de vlinder om een praam te slepen! Eindelijk
aangeland. Een laatste worsteling met de deur. En ditmaal binnen.
Binnen. Achter de grote glasruit. Wat een eigenaardige en grandioze
uitvinding is glas toch – dichtbij zijn zonder betrokken te raken. Buiten
stroomt een horde doorzichtige reuzensprinters over de lavavlakte.
Maar ik fladder niet langer. Ik zit achter glas, bewegingloos, mijn eigen portret.

 

 

Vlugschrift

De stille razernij krabbelt op de binnenmuur.
Vruchtbomen in bloei, de koekoek roept.
Dit is de narcose van het voorjaar. Maar de stille razernij
schildert zijn leuzen achterstevoren in de garage.

Wij zien alles en niets, maar recht als periscopen
bediend door de schuwe onderaardse bemanning.
Dit is de oorlog der minuten. De brandende zon
staat boven het ziekenhuis, parkeerplaats van het lijden.

Wij levende spijkers in de maatschappij geramd!
Op een dag zullen wij van alles losraken.
Wij zullen de lucht van de dood onder onze vleugels voelen
en milder en wilder zijn dan hier.

 

 

Vertaald door J. Bernlef

 

 


Tomas Tranströmer (15 april 1931 – 26 maart 2015)

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Sarah Kirsch (eig. Ingrid Hella Irmelinde Kirsch) werd geboren op 16 april 1935 in Limlingerode. Zie ook alle tags voor Sarah Kirsch op dit blog.

 

 

Einde van het jaar

Deze herfst werden de atoompaddestoelen
In de kranten zo vertrouwd
Dat bij het bekijken van de foto’s
Esthetische categorieën zich aandienden
De situatie van de blauwe planeet was overzichtelijk
Het woord neutronenwapen dook dikwijls op
Net als zijn broertjes benzineprijs weerbericht
Het werd alledaags als oproepen tot vrede.
Mijn kind heeft op school een één gehaald
Wat moet ik zeggen het kost al inspanning
Zijn aanblik de onschuld te verdragen
En wij leven ons onwaarschijnlijk
Avontuurlijk leven corrigeren de één
Het kind gaat naar school wij planten bomen
Horen het proefalarm de ABC-wapen-waarschuwing
Kennen de verhalen van de militairen aller landen.

 

 

Vertaald door Hans Ester

 

 


Sarah Kirsch (16 april 1935 – 5 mei 2013)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e april ook mijn blog van 15 april 2020 en eveneens mijn blog van 15 april 2019 en ook mijn blog van 15 april 2018 deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:50 1 reactie Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten