Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Archief

Hugo Claus, Algernon Swinburne

De Vlaamse schrijver Hugo Claus werd in Brugge geboren op 5 april 1929. Zie ook alle tags voor Hugo Claus op dit blog.

Uit: Het verdriet van België

“Dondeyne had een van de zeven Verboden Boeken onder zijn schort verstopt en Louis meegelokt. Zij zaten onder de slingerplanten van de grot van Bernadette Soubirous. Dondeyne’s Boek was ABC, een weekblad van de socialisten dat vast en zeker op de Index van het Vaticaan stond en dat hij van zijn broer gekregen had toen hij in het ziekenhuis lag. Hij was daar vandaan gekomen met een scharlaken oor, waar hij vaak aan trok. Overdag lag het Boek onder zijn kast, met zijn bottines ervoor. De vier pagina’s die nu ontbraken lagen glanzend, ongekreukt maar gerafeld aan de randen, onder het blauwe pakpapier in de lade van Dondeyne’s lessenaar. Voor alle veiligheid had hij het papier vastgeprikt met punaises -duimspijkers moet je zeggen, eiste Louis’ Peter, maar Louis zei het nooit, hij werd al genoeg uitgelachen om zijn uitspraak. De opengevouwen bladzijden glommen in de zon en waren in het midden deerlijk gespleten door de schaduw en de gekartelde scheur. Louis zou nooit zijn eigen Verboden Boeken vaneenrijten, zelfs niet in het dreigendste gevaar om ontdekt te worden. Maar Dondeyne was een Hottentot. De vier Apostelen hadden zeven Verboden Boeken. Vlieghe had er drie, Liefde in den mist, een programma van de operette ‘Rose-Marie’, en het gevaarlijkste, een levensbeschrijving van G.B. Shaw, de ketter en vrijmetselaar. Byttebier had Vertellingen van de Zuidzee en een foto van Deanna Durbin in onderjurk, erg genoeg om als Boek beschouwd te worden. Het Boek van Louis zou hem misschien niet in opspraak hebben gebracht als de Zusters het gevonden hadden, hij had het ook openlijk tussen de beduimelde, lekker ruikende Davidsfondsboeken die hij na het Paasverlof had meegebracht kunnen schuiven, maar was het opzet al niet voldoende als je heimelijk een boek, in je tabbaard gewikkeld, binnensmokkelde, binnen de hoge muren van het Gesticht? Het heette De Vlaamsche Vlagge, het was door Papa zelf ingebonden in een roodbruin kartonnen omslag, je kon het bindwerk van Papa meteen herkennen, want hij hakte de randen, onder de snijmachine als een guillotine, onmeedogend dicht bij de tekst af. In De Vlaamsche Vlagge ging het over opstandige seminaristen aan het einde van de vorige eeuw die, aangewakkerd door langharige priesters met pince-nez, tegen de Belgische, dus Vlaamsvijandige ministers en bisschoppen complotteerden in het holst van de nacht, in een geheim verbond, De Swigende Bede. Louis had het boek thuis uit de boekenkast gestolen omdat hij Papa had horen beweren dat de pastoors, die deze teksten bij hun parochianen vonden, onmiddellijk met de ban van de Heilige Kerk dreigden.”

 

 


Hugo Claus (5 april 1929 – 19 maart 2008)

 

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Bij de Noordzee (Fragment)

Dood is dwangvorst, gescepterd met ijzer,
De zee mint hem innig en trouw;
Bij hun liefdetaal grammer en grijzer
Worstelt branding in jammer en rouw;
En zijn siersel zweeft zwaar over ’t kustoord
Waar zij ’t stormschuim geplengd heeft voor hem;
Eén in doemzucht, in roofgier en lustmoord,
Vermengt zich hun stem.

Van zijn rijksroem geniet zij bezeten,
En haar luister maakt hem woest en trots;
Door haar duister weerdaavren zijn kreten,
Bij zijn adem juicht hoog haar geklots;
– ‘Zo uw almacht voor immer mij stom sloeg
Waar mijn heiligste hunkring voldaan!’ –
– ‘’t Waar mijn leen, wat ik eindlijk weerom vroeg,
Mijn liefste oceaan!’ –

Jaar op jaar ontwaakte ten leven,
Eeuw op eeuw zeeg neer in de dood,
En geen prooi, tot verzwelging gegeven,
Blust of lest ooit haar dorstende nood;
En de roep harer hongrende reeuwsheid
En zijn schreeuw naar verdelging en moord,
Of ’t gehuil van een wolf door de sneeuw schreit,
Brult rusteloos voort.

’t Ligt omgord noch omboord met granieten,
’t Is van fortwerk noch vestwal omwand,
Doch rifgruwlen van wreedst bloedvergieten
Blijven zwak bij ’t verraad van dit zand;
Bij de duizenden, weerloos verslagen: –
Naar dees banken versleurd en verstouwd
Heeft het schip, in d’opstandige vlagen,
Geen kans van behoud.

Geen kans weer bij vloed vrij te spoelen
Van de gronden der onheilskust,
Los uit waatren die botsen en woelen:
Geen kans dan een toevalsrust
Van de wind, langs de grafmoerassen,
Waar, nauw voor de golfslag bewaard,
Lijken, dicht als de sprieten der grassen,
In ’t slib zijn vergaard.

 

Vertaald door Hendrik de Vries

 

 


Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)
Portret door Dante Gabriel Rossetti, 1862

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e april ook mijn blog van 5 april 2023 en ook mijn blog van 5 april 2020 en eveneens mijn blog van 5 april 2019 en ook mijn blog van 5 april 2018 en eveneens mijn blog van 5 april 2016.

Geschreven door Romenu om 16:45 Reageer op dit bericht

Hanneke Hendrix, Maya Angelou

De Nederlandse schrijfster en hoorspelmaker Hanneke Hendrix werd geboren in Tegelen op 4 april 1980. Zie ook alle tags voor Hanneke Hendrix op dit blog.

Uit: The Dyslexic Hearts Club (Vertaald door David Doherty)

“You could point to moments earlier in my life when it all started to go wrong. But the more I think about it, the more I believe things really began to change the first time I saw Anna. That stuff about everyone sharing the blame is Mat soft talk from women’s magazines, if you ask me. I don’t buy it. Life is what happens to you. They’ll tell you a person always has a choice, bat that’s not true. We’re all just muddling along. There is no plan. The only clear sight is hindsight. At first I lay for what seemed like ages in a room of my own. They kept it dark. Machines beeped. Cool hands touched me. Theo I was moved. In silene they wheeled me down corridors, bumping me into a wall here, a door-post there. I counted the lights on the ceiling as I rattled along—twenty-one till I came to a halt and they turned my bed. A man in a police uniform sitting beside the door gave me a quick wave. I tried to guess his age bat couldn’t. Instead of waving back, I turned my head away and dosed my eyes. The orderlies rolled me roughly into the mom and when I opened my eyes again I was looking at a white curtain. As if I wasn’t there, they hooked me up to a bunch of machines and left. The curtain stayed closed, the door clicked shut, and that’s when I heard it: there were other people in here with me. Someone across from me and someone over to the right, each breathing heavily in their own way. Apart from that it was quiet. None of the hustle and bustle I had heard outside the room, no nurses chatting, no trolleys trundling past, no soles squeaking on linoleum. Nothing. I must have dozed off, because suddenly I was jolted awake by a loud voice beside me. Anna van Veen?’ said a nurse, sliding open my curtain an inch or two. ‘Mrs Van Veen? Can you hear me?’ I nodded and lifted my hand to feel my head. ‘Mrs Van Veen?’ the nurse shouted a second time. Her voice was piercing as well as loud. ‘How are you feeling?’ ‘Fine: I croaked. I felt my side. Apart from a collapsed lung and assorted cuts and burns, things were looking up. The nurse ran her hands gingerly through my hair, examined the skin behind my ears, checked my bandages and the machine with the tube that burrowed into my body.”

 


Hanneke Hendrix (Tegelen, 4 april 1980)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Maya Angelou (eig. Margueritte Johnson) werd geboren in Saint Louis, Missouri, op 4 april 1928. Zie ook alle tags voor Maya Angelou op dit blog.

 

Glorie valt

Glorie valt om ons heen
terwijl we
een klaagzang van
verlatenheid aan het kruis
snikken
en haat is de ballast van
de rots
die op onze nekken
en onder onze voeten rust.
We hebben
gewaden van zijde geweven
en onze naaktheid
met tapijtwerk bekleed.
Van kruipend op de
bodem van deze
duistere planeet
stijgen we boven de
vogels en
door de wolken
en banen we ons een weg van haat
en blinde wanhoop en
brengen we afschuw
aan onze broeders en vreugde aan onze zusters.
We groeien ondanks de
afschuw die we
voeden
met onze eigen
morgen.
We groeien.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Maya Angelou (4 april 1928 – 28 mei 2014)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e april ook mijn blog van 4 april 2023 en ook mijn blog van 4 april 2020 en eveneens mijn blog van 4 april 2019 en ook mijn blog van 4 april 2017 en ook mijn blog van 4 april 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:25 Reageer op dit bericht

Rose Styron

De Amerikaanse dichteres, journaliste en mensenrechtenactiviste Rose Burgunder Styron werd geboren op 4 april 1928 in Baltimore, Maryland, waar ze haar jeugd doorbracht. Als dochter van B.B. Burgunder (vader) en Selma Kann (moeder), was haar familie van Duitse afkomst, hoewel het werd omschreven als een seculier, niet-religieus Joods gezin. Ze bezocht de Quaker Friends School of Baltimore basisschool.  Burgunder studeerde aan Wellesley College, waar ze in 1950 afstudeerde met een Bachelor of Arts-diploma. Zij won de Wellesley’s John Masefield-prijs voor “het beste gedicht geschreven door een lid van de eindexamenklas”. Vervolgens behaalde ze haar Master of Fine Arts aan de Johns Hopkins University, waar ze haar toekomstige echtgenoot, romanschrijver William Styron, ontmoette toen ze een lezing bijwoonde die hij gaf. Burgunder zei dat deze eerste ontmoeting voor haar niet memorabel was. Tijdens het voorjaarssemester van 2009 was Styron Fellow aan het Harvard Kennedy School Institute of Politics. Rose Styron sloot zich in 1970 aan bij Amnesty International USA, na het bijwonen van een schrijversconferentie in Moskou en Tasjkent. Ze was voorzitter van de Freedom-to-Write Committee van PEN en de Robert F. Kennedy Human Rights Award, en was bestuurslid van de Academy of American Poets, de Association to Benefit Children en het Brain and Creativity Institute van de University of Southern California. Styron is fellow aan het Kennedy Institute of Politics en was lid van de Council on Foreign Relations.Styrons memoires uit 2023, “Beyond This Harbor”, gaan deels over haar werk als activist, waarbij ze de wereld rondreisde om gewetensgevangenen te bevrijden. Styron is auteur van vier dichtbundels. Ze wist al sinds haar negende dat poëzie haar diepste roeping was. Zij heeft als vertaler aan twee bundels Russische poëzie gewerkt en heeft aan diverse andere schrijfprojecten meegewerkt. Deze omvatten interviews, boekrecensies en essays voor American Poetry Review, The Paris Review, Ramparts en The New York Times. Als journalist heeft Styron artikelen over mensenrechten en buitenlands beleid gepubliceerd in diverse tijdschriften, kranten en vakbladen. Als “handhaver van de nalatenschap van haar man”, na de dood van William Styron in 2006, redigeerde ze The Selected Letters of William Styron, een project dat twee jaar duurde. Daarna kon zij eindelijk een nieuwe bundel met haar eigen gedichten samenstellen, “Fierce Day”, gepubliceerd in 2015. Het was haar eerste nieuwe dichtbundel sinds “By Vineyard Light” die in 1995 verscheen. Ze zegt: ” In 1952, tijdens een fellowship aan de American Academy in Rome, hernieuwde Burgunder een vluchtige kennismaking met een jonge romanschrijver, William Styron, die net de Prijs van Rome had gewonnen voor zijn roman Lie Down in Darkness. Bij hun eerste date werden ze begeleid door Truman Capote. Voordat de date voorbij was, vertelde Capote Styron dat hij met deze vrouw moest trouwen. Ze trouwden in het voorjaar van 1953 in Rome. Samen kregen ze vier kinderen: dochter Susanna Styron is filmregisseur; dochter Paola is een internationaal geprezen moderne danseres; Dochter Alexandra Styron is schrijfster, bekend van de roman All The Finest Girls uit 2001 en haar memoires Reading My Father, gepubliceerd in 2011; en zoon Thomas is hoogleraar klinische psychologie aan de Yale University.

 

 

SQUIBNOCKET

A score of terns. Another score
come whirling, whisking off the shore
this solstice daybreak where the sun
now rising wands them one by one—
white, winged, airborne, gowned
for ceremony, orange-beaked, ebony-armed
to catch the dazzling fish that live
beneath the water where I dive
silver around me—
thieved

secrets, love, last long.

 

 

ICE

The tanagers turn south.
The chill rain sets tiaras in the trees.

I think of you as snow in sun,
a bell for clear blue soaring.

Let me be. I do not find
your image on the wind.

 

 

TODAY

You would have loved today,
sharp winter sunshine, new windows,
too cold to take a walk.
Cardinals in the empty branches.
Eider ducks on the Sound-edge sand.
No place to go. Books
open to their final chapters. Mozart
by the fire, lighting
our endless world. The house
straightened at last.

 


Rose Styron (Baltimore, 4 april 1928)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Charles Ducal, Algernon Swinburne

De Vlaamse dichter en schrijver Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) werd geboren in Leuven op 3 april 1952. Zie ook alle tags voor Charles Ducal op dit blog.

 

 

Vader

Onder de lakens werd alles vergroot.
De hoeve werd door moerassen omslopen,
tegen de poort lag de waakhond gedood,
een vreemde hand brak grendels en sloten.

Wij bleven wakker tot wij hem hoorden.
Hij kwam uit een donker van regen en mist
op hoefslagen die de verbeelding doorboorden.
Hij kwam in de kamer, zonder gezicht,

veegde een kruis op al die daar lagen.
Onder de lakens werd alles herleid.
In zijn hok lag de waakhond te slapen,
de poort bleef open, wagenwijd.

 

 

Narcissus

Hij liep. Iemand schreef dat hij liep.
Toen hij het water bereikte om er zich
voor de laatste keer te bewonderen
was het, terwijl hij viel en zonk,
toch een troost dat hij ook werd bewonderd
door iemand die schreef dat hij viel en verdronk.

Stiekem kroop hij aan de overkant uit het water.
Zijn kleren waren gelukkig nog droog.
Door niemand gevolgd
liep hij zich snel uit het oog.

 

 

Godsdienst

Het was, in de woekering van talen
die mij ontnuchterde na Gods dood,
vreemd je mooi te zien en onbeschadigd,
alsof het toch de wereld was die loog

en niet mijn hand die je bewaren wou,
voor later, in een goed gemaakt beeld
dat, onaangetast door de eeuw, ligt te
slapen, en Gods instemming heeft.

Ach, ik weet wel dat ik je mooi loop te
praten, verslaafd aan een ouderwets rijm,
dat sterkere dichters hebben verlaten,
die buiten de godsdienst zijn.

 

 


Charles Ducal (Leuven, 3 april 1952)

 

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

 

Bij de Noordzee (Fragment)

Een land, onvertrouwd als een doemdroom,
Een zee, wereldvreemd als de dood,
Woestenij, met het sneeuwschuim tot bloemzoom,
Grauwe gaard, waar geen rooz’ ooit sproot,
Onder zwerkgezwoeg, dreigend en plechtig,
Maar met moerplanten machtloos en teer,
Waar ’t aardrijk verplet ligt, amechtig
Van moeizaam verweer.

Wijd flakkren der zwaluwen vluchten,
Wijd verward zwalkt het vlechtsel van wier,
Over vaagten, vaalzwart als de luchten
Die opstreven bij stormgetier;
Dicht verweven als ’t web dat een dwaalgeest
Sluw om ’t hart van een zondeslaaf spint,
Eer wat rest van zijn jeugds ijdel praalfeest
Vervliegt op de wind.

Verre vlakte, die vormloos ter neer ligt,
Voor geen kudden tot schuilplaats noch steun.
Vooglen schaduwen schielijk als ’t weerlicht,
Schudden hoog met gehuil en gekreun;
Achtloos krijten hun zwervende jachten,
En het land luistert stil en gedwee,
Kent slechts twee nimmer stervende machten:
Dood zelf, en de zee.

 

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 

 


Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 3e april ook mijn blog van 3 april 2020 en eveneens mijn blog van 3 april 2019 en ook mijn blog van 3 april 2017 en ook mijn blog van 3 april 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:44 1 reactie Reageer op dit bericht

Thomas Glavinic, Algernon Swinburne

De Oostenrijkse schrijver Thomas Glavinic werd geboren op 2 april 1972 in Graz. Zie ook alle tags voor Thomas Glavinic op dit blog.

Uit: Der Kameramörder

„Ich wurde gebeten, alles aufzuschreiben.
Meine Lebensgefährtin Wagner Sonja und ich nutzten die Osterfeiertage zu einem Ausflug in die westliche Steiermark. Wir leben in Oberösterreich, in der Nähe von Linz. Da meine Lebensgefährtin aus Graz-Umgebung stammt, haben wir in der Steiermark einige Bekannte. Am Gründonnerstag fuhren wir zu Hause ab. Nachmittags waren wir in
der Nähe von Graz in einem Lokal mit verschiedenen Freunden verabredet. Anläßlich dieses Treffens sprach meine Lebensgefährtin in einem übertriebenen und schadhaften Ausmaß alkoholischen Getränken zu (ca. 1 l Weißwein, 6 x 2 cl Tequila, ? Bier).
Spätnachts, um etwa 5 Uhr früh, hatte ich mich um die Unterkunft zu kümmern u. mußte meine Lebensgefährtin zu Bett geleiten. Der Tag darauf war Karfreitag. Nachdem meine Lebensgefährtin aus ihrem Alkoholschlaf erwacht war, fuhren wir das nicht mehr weite Stück zu unseren Freunden Heinrich und Eva Stubenrauch, wohnhaft Kaibing 6,
8537 Kaibing. Es war ca. 15.00 Uhr, als wir dort eintrafen. Man begrüßte uns herzlich. Eine Jause wurde uns gerichtet und, weil schönes Wetter herrschte, auf einem großen Holztisch im Freien serviert.
Wir brachten unser Erstaunen zum Ausdruck, daß der Hof mit mind. 25– 30 Katzen übersät war. Heinrich erklärte uns, die Tiere seien unfreiwilliger Besitz des benachbarten Bauern. Dessen Haus war ca. 20 m entfernt. Er habe an die Stubenrauchs vermietet. Meine Lebensgefährtin sagte, die Luft und die Landschaft seien herrlich und die Jause tue ihrem beeinträchtigten Kopf gut. Ich mußte 8 x Wespen von meiner Limonade verscheuchen. Nach der Jause war es ca. 16.00 Uhr und fast so heiß wie im Sommer. Meine Lebensgefährtin äußerte den Wunsch spazieren zu gehen, da dies ihrem Zustand
Vorteile verschaffen könne. Weil in der näheren Umgebung von Heinrichs und Evas Haus keine optimalen Wanderbedingungen bestehen, fuhren wir ca. 5 km mit dem Auto der Stubenrauchs zu einem Parkplatz an der Landstraße. Dahinter erstreckt sich
ein weites Feld mit Getreide und Mais. Heinrich scherzte, dies sei die größte von Hügeln nicht unterbrochene Fläche der Region. Wir wanderten auf den Wegen zwischen den Feldern. Dabei unterhielten wir uns über allgemeine Dinge (Befinden, Neuigkeiten u. dgl.). Insekten schwirrten durch die Luft.“

 


Thomas Glavinic (Graz, 2 april 1972)

 

 

De Engelse schrijver en dichter Algernon Charles Swinburne werd geboren op 5 april 1837 in Londen. Zie ook alle tags voor Algernon Swinburne op dit blog.

 

Het lied van liefdes afnemend getij

Tussen de westerzon en ’t zeegetij
Raakten der minne hand en lippen mij;
Van zoet kwam bitter, van de dag kwam nacht,
En lang verlangen korte vreugde bracht:
Ach, liefde, en wat werd er van u, van mij,
Tussen de zeeduinen en ’t zeegetij?

Tussen het zeespoor en het zeegetij
Werd blijdschap droefnis, droefenis werd mij;
Min werd tot tranen, tranen werden vlam,
En dood geluk tot nieuwe hartstocht kwam;
Der minne taal en streling leek het mij
Tussen het zeezand en het zeegetij.

Tussen zonsondergang en ’t zeegetij
Waakte de minne één uur van min met mij;
Dan, langs de algouden water-paden heen
Repte zij zich naar dagen van ’t verleên;
Ik zag haar komen, zag haar gaan van mij
Tussen het zeeschuim en het zeegetij.

Tussen het zeestrand en het zeegetij
Min beving sluimer, sluimer beving mij;
En de eerste ster zag twee tot één vergaan
Tussen de zon en ’t zwijgen van de maan;
De tweede ster geen liefde zag, maar mij
Tussen de zeekust en het zeegetij.

 

Vertaald door Victor E. van Vriesland

 


Algernon Swinburne (5 april 1837 – 10 april 1909)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e april ook mijn blog van 2 april 2022 en ook mijn blog van 2 april 2020 en eveneens mijn blog van 2 april 2019 en ook  mijn blog van 2 april 2018 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:32 1 reactie Reageer op dit bericht

April (Chris van Geel), Jay Parini

Bij het begin van april

 

 


April Sunshine door Victor Elford, ca. 1971

 

 

April, vroeg

Lang voor de zon opkomt, in licht
nog nat van nacht, niet één geluid
hetzelfde, ziedend fluiten zij
elkander moord en doodslag toe,
de veren die hun messen slijpen,
de snavels die de zon aanvuren,
de vogels die van licht bedaren.

 

 


Chris van Geel (12 september 1917 – 8 maart 1974)
Amsterdam, de geboorteplaats van Chris van Geel, in april

 

 

De Amerikaanse schrijver, dichter en essayist Jay Parini werd geboren in Pittston op 2 april 1948. Zie ook alle tags voor Jay Parini op dit blog.

 

De discipline van het zien

Hoe kun je beginnen te zeggen wat hier is?
In het noorden van New Hampshire worden de bossen ruw
met jackpijnboom, dwergeik, distel;
granietranden schilferen in zonlicht,
en de grond is zanderig, wortels
als oude handen die opzwellen bij de knokkels.
De lucht is wit en meren zijn blauwer:
stukken oude lucht die op aarde zijn gevallen.
De wind lijkt vandaag veel te sterk
terwijl witte pijnbomen op enorme hoogte ruisen,
een verheven, weelderig, diep keelachtig gesnor;
de brede effecten ervan zijn allemaal te zien,
als je het oog maar kunt trainen om te kijken,
je goed kunt concentreren op wat zich presenteert
in de tijd, in smaak en kleur,
die verschuiving van heuvel naar vallei vormt
en voortdurende transcriptie vereist.
Het is altijd moeilijk om een bewegend landschap
vast te houden, in de geest te plaatsen,
waar taal zich voedt met de gegeven wereld.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Jay Parini (Pittston, 2 april 1948)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e april ook mijn blog van 1 april 2020 en eveneens mijn twee blogs van 1 april 2019 en ook mijn blog van 1 april 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:53 Reageer op dit bericht

Stefan Hertmans, Nichita Stănescu

De Vlaamse dichter, schrijver en essayist Stefan Hertmans werd geboren in Gent op 31 maart 1951. Zie ook alle tags voor Stefan Hertmans op dit blog.

 

 

Ajuinvingers

Je sneed ze zacht alsof ze leefden,
eerst dwars en dan de ringen,
maar het deed pijn daar
waar de schil je huid kon raken.

We moeten nu niet praten
had je nog gezegd.
Je ogen prikken maar het stelpt
de woorden niet.

Zelf rook ik rode snippers,
hun sap nog in de vingers
die ik op je handen had gelegd.

Zo bezocht me ooit een engel,
terwijl jij koortsig sliep,

en op het vuur een pan
die jaren blonk van avondlicht.

Verlicht ons, Muze,
versnipper onze levens.

Omhels me, jij,
je vingers ruiken
en ze beven.

 

 

 

Music for a while

Het drinken maakt me doof.
Ik draai de knoppen harder,
ik zet de duivels op een hoger spoor,

omdat alleen bij dieper zwijgen
ik de adem tussen twee
verloren lettergrepen hoor.

Alles gaat luider ruisen met de tijd:
bloed, wervels in de hals, zelfs
adem gaat met meer misbaar gepaard.

Alleen het drinken zelf wordt stiller.
Je drinkt de afgrond van verloren avonden
en ziet de regels op het blad.

Je ziet, steeds meer, verborgen lijnen
op de achtergrond van kleine woordwoestijnen.

Je hebt ascetisch broodkruim in de mond.
Maar je verdorven lichaam is heilige
grond waarin de stilte van verzwegen

gist gaat stijgen tot een dagelijkse
dood de rituelen van het zwijgen volgt.

Drinken maakt nieuwsgierigen bij voorkeur
doof, zij die gespannen luisteren
naar elke kleine gisting aan de binnenkant.

Wees morsig in zo’n ogenblik:
elke cantate toont een ander ik,
je draait de knoppen tot je buurman hikt.

Kamer en oceaan kunnen dan in een regel staan,
de schelp blijft nooit ver bij je oor vandaan.

 

 

Omphalos

Van dood de fonkelende onderkant,
lig je in melksteen en in koorts,
geeft me je ochtendkleur als onderpand.

Mijn knekels wrikken in een hel van spieren
om los te breken in je klieren
en de stilstand van je hart te zien.

Je spreekt, maar ik hoor zingend steen;
je zwijgt, maar ik hoor treinen in de ondergrond.

Wit beeld van bloedend marmer,
laat me je lijf op aarde,
gieren die waken op
je katzwijm van plezier,

drank die het lijf
in tweeën splijt,

ondergang, etter op inscripties,
het zenuwtrekkend handgebaar
van ademend carrara,

openingen, fluisterende aders,
tijd.

 

 


Stefan Hertmans (Gent, 31 maart 1951)

 

 

De Roemeense dichter en essayist Nichita Stănescu werd geboren op 31 maart 1933 in Ploieşti. Zie ook alle tags voor Nichita Stănescu op dit blog.

 

 

De gouden eeuw van de liefde

Mijn handen zijn verliefd,
helaas, mijn mond bemint –
en zie, ik ben me er plotseling van bewust
dat de dingen zo dichtbij zijn
ik kan er nauwelijks tussen lopen
zonder te lijden.

Het is een zoet gevoel
van waken, van dromen,
en ik ben hier nu, zonder slaap –
ik zie de ivoren goden duidelijk,
ik neem ze in mijn handen en
duw ze, lachend, in de maan
tot aan hun gebeeldhouwde gevesten –
het stuurwiel van een oud schip, versierd
en rondgedraaid door zeelui.

Jupiter is geel, Hera
de prachtige zweemt naar zilver.
Ik sla met mijn linkerhand tegen het wiel en het beweegt.
Het is een dans van gevoelens, mijn liefde,
menig godin van de lucht, tussen ons beiden.
En ik, het zeil van mijn ziel
bollend van verlangen,
zoek je overal, en de dingen komen
steeds dichterbij,
vullen mijn borst, kwetsen me.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Nichita Stănescu (31 maart 1933 – 13 december 1983)
Borstbeeld in Ploiesti, Roemenië.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e maart ook mijn blog van 31 maart 2020 en eveneens mijn drie blogs van 31 maart 2019. 

Geschreven door Romenu om 17:16 Reageer op dit bericht

Gerrit Komrij, Paul Verlaine

De Nederlandse dichter, schrijver, criticus, polemist en toneelschrijver Gerrit Komrij werd geboren op 30 maart 1944 in Winterswijk. Zie ook alle tags voor Gerrit Komrij op dit blog.

 

 

Souvenir

Het huis waarin ik zo lang heb gewoond
Woont ook in mij. De fiere gevel die
Zich aan de straatkant scherp aftekent troont
Daarboven met dezelfde acribie.

Daarboven in mijn hoofd. De lange gangen
Vol schemering en half-gedoofde stappen
Doorsnijden hersenen en huis, behangen
Met kille doeken en met lampenkappen.

Het zolderraam dat oorverdovend beeft
Wanneer een vrachtauto passeert, ziet uit
Op een verlaten park. Erover zweeft
Het gruis van een oud feest, zonder geluid.

 

 

Niet naar de dierentuin

We plukten appels van wildvreemde bomen
En dachten wonder wat van onze kunst,
Van pere-, pruime- en granaatappelbomen,
Wie zei dat het niet kon, was uit de gunst.

We plukten zeer gepast, zonder een vaste lijn,
En geen dode ziel waagde ons op te hitsen,
Behalve ’n mannetje, dat ons, met venijn
Probeerde een kaartje in de maag te splitsen:

Voor de dierentuin: er was een karekiet,
Een giraffe, een sidderrog, een hele massa
Dieren, alleen een olifant was er niet,
En er zat een mongooltje achter de kassa.

 

 

Vergeetachtigheid

Wee mijn Jozef, driemaal as op mijn hoofd!
Daar was ik vergeten om je op te bellen.
Omdat ik wist, hoe ik het je had beloofd,
Gingen mijn oren tuiten als gazellen.

Ik kreeg, dat weet God, goddank dank zij
Het feit dat mijn geheugen uit de tweede
Hand nog tikken ging, geen last van averij.
Maar ik had geen minuut om me om te kleden

En wist niet of ik wel de tram zou halen.
Mijn das scheef, kam weg, helemaal konfuus.
Ik zou, ha! met konfetti en met kralen
Mijn lul moeten versieren als ekskuus.

 

 


Gerrit Komrij (30 maart 1944 – 5 juli 2012)

 

 

De Franse dichter Paul Marie Verlaine werd geboren in Metz op 30 maart 1844. Zie ook alle tags voor Paul Verlaine op dit blog.

 

Bibliofilie

Het oude boek dat jij al zó vaak hebt herlezen!
Geknakt, mismaakt, gebroken in gebruikte staat.
Ziedaar, het heeft ineens een sprankelend gelaat,
Het voelt weer zacht en oogt in fijnheid onvolprezen.

Dit dood gewaande boek, dit duister, treurig wezen,
Herrees – voor ingewijden geenszins wonderbaar:
Zij weten, Binder, magiër en kunstenaar,
Hoezeer je jouw sublieme kunde hebt bewezen.

Je neemt het boek, in al zijn prilheid, weer ter hand,
Alsof een eens beminde op je schoot belandt,
Dankzij een goede fee hermaagd teruggekeerd.

Je leest alsof je weer de stem der Muze hoort,
Voorheen welluidend, door de wrede tijd verweerd:
Wij worden door haar klaarheid andermaal bekoord.

 

Vertaald door Martin Hulseboom

 


Paul Verlaine (30 maart 1844 – 8 januari 1896)
Portret door Eugène Carrière, 1890

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30 maart ook mijn blog van 30 maart 2022 en ook mijn blog van 30 maart 2020 en eveneens mijn blog van 30 maart 2019 en ook mijn blog van 30 maart 2018 en mijn blog van 30 maart 2017 en eveneens mijn blog van 30 maart 2014 deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:39 Reageer op dit bericht

Geert van Istendael, Ada Limón

De Vlaamse schrijver, dichter en essayist Geert van Istendael werd geboren in Ukkel op 29 maart 1947. Zie ook alle tags voor Geert van Istendael op dit blog.

 

Het groene paard. Het draaft de vlakte over

Het groene paard. Het draaft de vlakte over.
Daar staat zij, waaiend aan de horizon.
En in de kamer week ze terug. Je hand
werd weggeduwd. Nee, nee. En toch. De branden

in haar ogen. Ver loopt het paard, een stip.
In modder komt het teruggestampt. Je ploetert.
Bij de gordijnen, zij. Begerig kleine
pasjes achteruit. Je moest verdwijnen.

In jou. In mij? Het paard dat bij haar steigert,
groen als nieuw gras. Zij, wit als wolken. Ik.

Een klap. Een ruk opzij. Een val. Ze lacht.
Dat had je niet gedacht. Draaf niet zo door.

Kom hier. Loop heen. Ik en het paard en zij.
De wolken in haar haren als ik rij.

 

 

Per ipsam et cum ipsa et in ipsa

Je geeft je over aan het stoten
van je achterlijf. Ik ben
je instrument, je overdosis.
Hardvochtig offer je jezelf,

je duikt glimlachend naar de bodem
van je genieting, raakt ontredderd
van vlezigheid, kijkt bijna vroom.
Je laat je niet tot inkeer brengen.

Het is door haar, met haar, in haar
dat dit aan mij gebeurt. Ik waak.
Genot bonkt op haar schedewand,
nooit breekt het uit haar vel. Een man,
een vrouw, nooit één. Ze schokt nog na
als ik haar wilde haren aai.

 

 

De blijdschap zit gevangen in de oogbol

De blijdschap zit gevangen in de oogbol,
je droefheid reikt tot net achter het hoornvlies.
Je ziet alleen het regenboogvlies,
daarachter is de oogkas overvol.

Zenuwimpulsen flitsen door elkaar
in het glasachtig lichaam. Niets verraadt
wat achter de pupil schuilt, liefde of haat,
en wat je waarneemt is niet altijd waar.

Haar ogen staan zo innig. Oh, je ziet
haar liefde. Zij weet dat je dat verwacht,
wie weet welk overspel je tegenlacht.
Denk niet. Bekijk haar irissen. Geniet.

 

 


Geert van Istendael (Ukkel, 29 maart 1947)

 

 

De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zie ook alle tags voor Ada Limón op dit blog.

 

FORSYTHIA

Rond de blokhut in Snug Hollow aan de McSwain Branch Creek, net lente, zijn alle dieren in de weer, en mijn geliefde en ik liggen in bed in een gedempte stilte. We praten erover dat we overal waar we heengaan zoveel mensen bij ons dragen, dat zelfs eenvoudig leven, deze onverdiende momenten, een eerbetoon zijn aan de doden. Allebei verwachten we een uil te horen als het donker dieper wordt. De hele middag lang, vanaf de veranda, hadden we zitten kijken hoe een roodflanktowie verwoed haar nest bouwde in de ongetemde forsythia waarvan het geel uitliep in de horizon. Ik vertelde hem hoe ik de naam forsythia onthield, dat toen mijn stiefmoeder Cynthia stervende was, die laatste week, ze volkomen helder, maar raadselachtig zei: Meer geel. En ik dacht, ja, meer geel en knikte omdat ik het met haar eens was. Natuurlijk, meer geel. En daarom zeg ik nu in mijn hoofd, als ik die gele kluwen zie: Voor Cynthia, voor Cynthia, forsythia, forsythia, meer geel. Het is nacht nu. En de uil komt uiteindelijk niet, alleen meer van de nacht en wat zich in de nacht herhaalt.

 

Vertaald door Jeske van der Velden

 

 


Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)

 

Zie voor de schrijvers van de 29e maart ook mijn blog van 20 maart 2023 en ook mijn blog van 29 maart 2020 en eveneens mijn blog van 29 maart 2019 en ook mijn blog van 29 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:41 Reageer op dit bericht

Joost de Vries, Ada Limón

De Nederlandse schrijver Joost de Vries werd geboren op 28 maart 1983 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Joost de Vries op dit blog.

Uit: Hogere machten

“Lang geleden. Het eerste decennium van de vorige eeuw. James Willem Welmoed gaat aan wal in Engeland, vijfenhalfjaar oud en als de dood dat zijn moeders hand hem ontglipt. Vervolgens van Dover naar Londen Victorie. Daar overstappen. De drukste plek waar hij ooit is geweest, krantenjongens zetten hun schelste stem op om boven het lawaai van de treinen uit te komen. De lucht is droog en dik. Ze lopen langs mensen die bloemenkransen bij een muur leggen. Uit de muur komt het bovenlichaam van een man met een snor. Een beetje, denkt hij, alsof de man vastzit en probeert te ontsnappen uit het steen.1841-1904, staat er onder het beeld. Wanneer ze uiteindelijk in een boemeltreintje zitten, vraagt hij wie de stenen man was. Dat is Henry Menen Stanley, zegt zijn moeder. Hij is een paar jaar terug gestorven -Wie was hij dan? – Laten we zoggen dat Stanley Afrika heeft ontdekt, zegt ze. Met een lachje: Zonder hem hadden we er nooit van gehoord. Hij begrijpt dat ze grapt, want de andere mensen in de coupé grinniken. Een paar uur later stappen ze uit, hij heeft geen idee waar. Het huis van zijn grootouders staat in een vallei – overal schapen en paarden in groene velden. Zijn oma is al (zijn moeder spreekt het woord uit alsof het heilig is) o v e r l e d e n. Het idee is dat ze een paar maanden voor zijn stervende grootvader gaan zorgen; uiteindelijk blijven ze anderhalf jaar. Het huis is vierkant en groot, binnen zijn de kamers donker en leeg. Er lopen brede kieren tussen de vloerplanken, een raam is dichtgetimmerd, gewassen kleren lijken nooit helemaal te drogen. Zijn oom en tante wonen er ook, met hun kinderen. Op de Noordzee heeft zijn moeder tegen hem gezegd dat ze voortaan uitsluitend Engels tegen hem zal spreken, want zo leert hij de taal het snelst-maar alleen wanneer zij spreekt verstaat hij de taal. Wanneer zijn familie praat ziet hij de monden bewegen, maar hij kan niets met de klanken die ze produceren. Hij begrijpt zijn eigen onbegrip niet, het frustreert hem, maakt zijn wereld klein. Die eerste maanden bevindt hij zich nooit in een andere kamer dan zijn moeder. Hij slaapt bij haar in bed. Hij is haar huisdier, dribbelt achter haar aan. De keren dat ze zich in de velden tussen de paarden begeeft, blijft hij van een afstand kijken, verliest haar nooit uit het zicht. Als ze de stallen in gaat -forbidden voor kinderen – blijft hij net zo lang bij de deur wachten tot ze weer naar buiten komt. De vallei is groen en nat. De seizoenen komen in vol ornaat.”

 

 


Joost de Vries (Alkmaar, 28 maart 1983

 

 

De Amerikaanse dichteres Ada Limón werd geboren op 28 maart 1976 in Sonoma, Californië. Zie ook alle tags voor Ada Limón op dit blog.

 

BERGINGSWERK

Op de top van Mount Pisgah, op de westelijke
helling van de Mayacamas, staat een madrona
half verteerd door branden, half in leven
dankzij de voortplantingsdrang van de natuur. Aan een kant
is ze zwarte as en aan haar wortel gaapt iets wat
lijkt op een door de vlammen uitgehold gat.
Aan de andere kant rijzen zilvergroene loten
met brede bladeren op naar het winterlicht
en is haar bast een kruising tussen een bruin
paard en een vos, rood en fluweelachtig
zoals de dierennek waar ze op lijkt. Nu ik lang
naar de boom sta te staren, moet ik denken aan
het rechtvaardige gevoel dat ik had voor het brandschatten
van de tijd. Ik mis wie ik was. Ik mis wie we allemaal waren,
voor wat we nu zijn: half in leven onder de lichtende hemel,
voor de andere helft al dood. Ik leg mijn hand tegen de nog gave
bast die koel is en onbezoedeld, en omdat ik geen sorry
kan zeggen tegen de boom, zeg ik tegen mezelf: het spijt me.
Het spijt me dat ik zo roekeloos met je leven ben omgegaan.

 

 

Vertaald door Jeske van der Velden

 


Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e maart ook mijn blog van 28 maart 2020 en eveneens mijn blog van 28 maart 2019 en ook mijn blog van 28 maart 2017 en ook mijn blog van 28 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:52 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten