Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Marica Bodrozić, Mirko Wenig

De Duitse dichteres en schrijfster Marica Bodrozić werd geboren op 3 augustus 1973 in Zadvarje in het toenmalige Joegoslavië. Zie ook alle tags voor Marica Bodrozić op dit blog.

Uit: Das Herzflorett

„So sehr Pepsi die Stille im Dorf liebt, so sehr sehnt sie sich nach Menschen. Sie will weg von den Verwandten, bei denen sie in der träumerischen Herzegowina wie ein Waisenkind behandelt wird und nie genug zu essen bekommt, manchmal gar nichts, dann will sie auch weg vom Hof des Großvaters, aus dem dalmatinischen Süden in den europäischen Norden will sie gehen und sich endlich richtig sau essen an etwas Köstlichem, nicht nur an etwas knabbern, das von jemandem übrig geblieben ist. Sie hält das Leben mit ihren weit entfernten Eltern für etwas Wertvolles. Die beiden wohnen in Hessen, einer Gegend im Norden, so haben sie es ihr erzählt. Als Pepsi in der Schule das Alphabet lernt, übt sie es jeden Tag. Sie hat nur noch einen Gedanken, den sie als dringliche Aufforderung empfindet. Kurz nach ihrem neunten Geburtstag ist sie bereit und erfragt am anderen Dorfende bei ihrer Tante Rosa die Adresse der Eltern. Sie schreibt ihnen einen langen Brief. Ich hungere hier, niemand gibt mir etwas ab, schreibt sie gleich am Anfang, ihr müsst mich holen, mich und meine Geschwister, wir sollen alle zusammenleben. Gleich nach der Geburt waren Pepsi, ihre Schwester und ihr Bruder im Alter zwischen acht und zehn Wochen bei Verwandten untergebracht worden. Für die Geburt im Süden kam ihre Mutter aus Hessen, brachte ihre Kinder zur Welt und fuhr alsbald, um ihre Arbeit nicht zu verlieren, wieder in den Norden. Von Besuch zu Besuch vergaß Pepsi dann jedes Mal, wie ihre Mutter aussah. Nur ihr langes samtschwarzes Haar behielt sie in Erinnerung, das Haar, das auch ihrem Vater auf der Stelle ans Herz gewachsen war, als er sie in einer Kirche in Hessen entdeckte, während das Vaterunser gesprochen wurde. Bald darauf heirateten sie und dachten jedes Jahr, dass genau dieses Jahr ein gutes Jahr für eine Rückkehr in den Süden wäre. Aber dieses ersehnte gute Jahr kam nie. Und Pepsi erlebte sie nur als Menschen, die zu Besuch kamen und jedes Mal eine neue Krankheit mitbrachten, ein neues Leiden, eine neue Angst vor dem Sterben. Die Bora wehte wuchtig, als sie durch die wilden Gärten ging und den Brief wie eine ihr schon versprochene Zukunft zum Postmann trug. Ihre Haare flogen einen Moment so auf, als würde die Zeit anhalten, diesen Augenblick in ihr festhalten und damit, allein durch dieses kleine Innehalten, auf etwas Zukünftiges verweisen, das schon um sie wusste, sie erwartete, ohne ihr Genaueres darüber zu sagen.“

 


Marica Bodrozić (Zadvarje, 3 augustus 1973)

 

 

De Duitse dichter Mirko Wenig werd geboren op 3 augustus 1977 in Gera. Zie ook alle tags voor Mirko Wenig op dit blog.

 

 

Nachtelijke wandeling

Ze wonen in industriële barakken, klimmen over hekken
en garagedaken, bijten ratten dood.
Ze vechten met katten om voedsel.

Maar deze vos, mijn eigen
vos met luizen, was te oud om te jagen. Zijn rug
krommend, zijn vacht bedekt met bedwantsen, zo
sloop hij ’s nachts naar de vuilnisbak, stootte
hem om en vrat. Langzaam slechts,
kwam ik dichterbij, wilde hem
niet laten schrikken.

Ik keek naar hem. De vos vrat zoals
een dier vreet, snel en haastig, zonder
veel gedoe. Toen rende hij weg
en verdween in de struiken.

Verder gebeurde
er niets. Ik ging naar huis. Dat ik me
een weg door stenen vrat, aan de tepels van de nacht
zoog, zou gelogen zijn. Het regende niet. Wolken?
Die waren er niet.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Mirko Wenig (Gera, 3 augustus 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e augustus ook mijn blog van 3 augustus 2023 en ook mijn blog van 3 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 3 augustus 2016 en mijn blog van 3 augustus 2015 en eveneens van 3 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:25 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Jussi Adler-Olsen, Conrad Aiken

De Deense schrijver Carl Henry Valdemar Jussi Adler-Olsen werd geboren op 2 augustus 1950 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jussi Adler-Olsen op dit blog.

Uit: De vrouw in de kooi (Vertaald door Kor de Vries)

“Carl deed een stap naar de spiegel toe en liet een vinger over zijn slaap glijden, daar waar de kogel hem had geschampt. De wond was genezen, maar het litteken was duidelijk te zien onder zijn haar, als iemand tenminste zou willen kijken. Wie zou dat in godsnaam willen? dacht hij terwijl hij zijn gezicht bestudeerde. Nu was te zien dat hij was veranderd. De rimpels rond zijn mond waren dieper geworden, de randen onder zijn ogen donkerder, en zijn blik liet een innerlijke onverschilligheid zien. Carl Mørck was niet langer zichzelf, de ervaren rechercheur die voor zijn werk leefde en ademde. Niet meer de lange, elegante Jut die wenkbrauwen liet fronsen en lippen uiteen deed wijken. wat moest hij daar in godsnaam ook mee? Hij knoopte zijn overhemd dicht, trok zijn jas aan, goot het laatste restje koffie naar binnen en trok de voordeur hard achter zich dicht, zodat de overige bewoners van het huis begrepen dat ze nu uit de veren moesten zien te komen. Zijn blik viel op het naambordje op de deur. Nu werd het hoog tijd het te vervangen. Het was al lang geleden dat het lang geleden was dat Vigga was verhuisd. En hoewel ze nog niet waren gescheiden, die race was gelopen. Hij draaide zich om en liep in de richting van het paardenpad. Als hij over twintig minuten de trein haalde, dan kon hij ruim een halfuur bij Hardy in het ziekenhuis zijn, voor hij door moest naar het bureau. Hij zag de kerk rood uitsteken boven de kale bomen en probeerde zichzelf eraan te herinneren hoeveel mazzel hij ondanks alles had gehad. Slechts twee centimeter naar rechts en Anker had nog steeds geleefd. Slechts een centimeter naar links, dan was hij zelf gedood. Een paar grillige centimeters die hem hadden gescheiden van de tocht langs de groene weilanden en de koude graven een paar honderd meter voor hem. Carl probeerde het te begrijpen, maar dat was moeilijk. Hij wist niet veel over de dood zelf. Alleen dat hij zo onvoorspelbaar kon zijn als een blikseminslag, en zo onmetelijk stil als hij was ingetreden.
Hij wist daarentegen alles over hoe heftig en zinloos het was om dood te gaan. Dat wist hij écht.”

 


Jussi Adler-Olsen (Kopenhagen, 2 augustus 1950)

 

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

Improvisaties: Licht en Sneeuw: 03

De eerste klok is zilver,
En duisternis ademend denk ik alleen aan de lange zeis van de tijd.
De tweede klok is karmozijnrood,
En ik denk aan een feestnacht, met vuurpijlen
Die de hemel doorboren met rood, en een zachte tinteling van sterren.
De derde klok is saffraan en traag,
En ik aanschouw een lange zonsondergang boven de zee
Met muur aan muur kasteelachtige wolken en glinsterende balustrades.
De vierde klok is bronskleurig,
Ik loop langs een bevroren meer in het doffe licht van de schemering:
Gedempte scheuren lopen door het ijs,
Bomen kraken, vogels vliegen.
De vijfde klok is koud, helder azuurblauw,
Delicaat getint met groen:
Een gouden ster hangt erin te smelten,
En daarheen, slaperig, ga ik.
De zesde klok is alsof een kiezelsteen
In een diepe zee ver boven me is gevallen…
Klankkringen verdwijnen langzaam in de stilte.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e augustus ook mijn blog van 2 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 2 augustus 2018 en ook mijn blog van 2 augustus 2017 en ook mijn blog van 2 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:04 Reageer op dit bericht

Augustus (Adriaan Morriën), Mehis Heinsaar, Alfred Lord Tennyson

 

Bij het begin van augustus

 


Augustus, weg door de velden door Swetlana Romanuk, 2019

 

 

 

Augustus

De open hemel en het toegenegen
stadspark waardoor wij naar de vijver gaan;
hoe dikwijls hebben wij hier reeds gestaan
of ginder in het zachte gras gelegen.

Dan kwam zo stil de milde avond aan
en schudde aan de boom waarbij wij zwegen:
het is je tijd – ik liet haar los, wij keken
naar ’t water met de moegezwommen zwaan.

Tussen de stammen scheen de groene maan,
de wind blies zacht verlangen door de blaren,
zij kamde loom de bloesem uit haar haren.

En ik die heel de avond lag gebogen
over haar mond, het wonder van haar ogen,
moest zoet besneeuwde donkre wegen gaan.

 


Adriaan Morriën (5 juni 1912 – 7 juni 2002) 
De Vissershaven in IJmuiden, de geboorteplaats van Adriaan Morriën

 

 

De Estse schrijver Mehis Heinsaar werd geboren op 1 augustus 1973 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Mehis Heinsaar op dit blog.

 

 

Ode aan de merel

Maar het meest
bewonder ik de merel
zoals hij steevast
naast de noten zingt,
als een doezelend neuriënde halfgod
of een van regen en zon
volgelopen draaiorgel
opent hij zijn snavel
voor het zoveelste maffe drinklied

terwijl de mees, de leeuwerik en de vink
hun Strauss ten beste geven
in het ritme van ochtendgloedwalsen,
met een beproefde kwaliteit –
als welgetemperde klavieren,
en er zelfs slapend spelend
nooit één keer naast zitten…

Maar nog meer
houd ik toch van de merel,
die halfzotte drinkebroer in monnikspij
die door een dief gepikte trompet
die alsmaar malle melodietjes
uit zijn mouw blijft schudden,
gewijd aan de revolutie
van de luiwammesen,

hoor dan toch,
hoor dan!
alleen maar kwarttonen en halve
geen enkele hele,

o, ik kan mijn leven lang
blijven luisteren
naar dat gesjeesde
wonderkind!

 

Vertaald door Frans van Nes

 

 


Mehis Heinsaar (Tallinn, 1 augustus 1973)

 

 

De Engelse dichter Alfred, Lord Tennyson werd geboren op 6 augustus 1809 in Somersby, Lincolnshire, England. Zie ook alle tags voor Alfred Tennyson op dit blog.

 

Voorbij de havenmond

Glinstert de avondster,
ik moet de haven uit!
En laat de zandbank zwijgen als de ster,
wanneer ik zeewaarts stuit.

’t Is zulk getij dat slaapt en toch beweegt,
zonder geluid en schuim,
wanneer wat kwam vanuit de diepste zee
keert terug in ’t ruim.

Schemer en avondbel,
en duisternis daarna!
En schrei geen zoute tranen van vaarwel,
wanneer ik ga;

al draagt vanuit de grens van Plaats en Tijd
de vloed mij van de grond,
ik hoop mijn Loods te zien die naast mij schrijdt
voorbij de havenmond.

 

 

Vertaald door H. F. H. Reuvers

 


Alfred, Lord Tennyson (6 augustus 1809 – 6 oktober 1892)
Portret door Samuel Laurence, ca. 1840

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 1 augustus 2019 en ook mijn blog van 1 augustus 2017 en ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:12 Reageer op dit bericht

Cees Nooteboom, Jill McDonough

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

Uit: Rituelen

“Op de dag dat Inni Wintrop zelfmoord pleegde stonden de aandelen Philips 149,6o. De slotkoers van Amsterdamse Bank was 375 geweest en Scheepvaart Unie was gezakt naar 141,50. Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil. En dat is wat hij zich herinnerde, áls hij zich iets herinnerde, de koersen, en dat de maan in de gracht geschenen had, en dat hij zich had opgehangen in zijn wc omdat hij in zijn eigen horoscoop in Het Parool voorspeld had dat zijn vrouw ervandoor zou gaan met een ander en dat hij, Leeuw, dan zelfmoord zou plegen. Het was een volmaakte voorspelling. Zita ging ervandoor met een Italiaan en Inni pleegde zelfmoord. Een gedicht van Bloem had hij ook nog gelezen, maar hij wist niet meer welk. De hond, dat eigenwijze dier, liet het wat dat betreft afweten. Het was zes jaar daarvoor, op de trappen van het Paleis van Justitie aan dezelfde Prinsengracht, dat hij de nacht voor zijn huwelijk net zulke echte tranen gehuild had als Zita toen hij haar ontmaagdde in een kamer vol kikkers en reptielen in de Valeriusstraat. En om dezelfde reden. Duistere voorgevoelens, en een peilloze angst om iets, wat dan ook, al was het maar door een teken of ceremonie, aan zijn leven te veranderen. Hij hield veel van Zita. In het geheim, alleen tegen zichzelf, noemde hij haar de prinses van Namibië. Ze had dan ook groene ogen en glanzend rood haar en de matte witroze huid die daarbij hoort, allemaal kenmerken van de hoogste Namibische adel, en ze beschikte over een stille, terughoudende verbazing die in alle provincies van Namibië als de ware deugd van de aristocratie wordt beschouwd. Zita hield misschien nog veel meer van Inni. Het was alleen maar omdat Inni niet van zichzelf hield dat alles was misgegaan. Er waren natuurlijk ook mensen die beweerden dat het kwam doordat ze alle twee zulke idiote namen hadden, maar zowel Inni (Inigo, naar de beroemde Engelse architect) als Zita (de moeder van de prinses van Namibië was een aanhangster van het Huis van Habsburg) wist dat de vreemde geluiden die hun namen vormden hen uittilden boven en afzonderden van de rest van de wereld, en ze konden dan ook uren in bed doorbrengen met Inni Inni Zita Zita, en bij bijzondere gelegenheden ook met fluwelen varianten, Zinnies, Itas, Inizitas, Zinnininitas, Itizitas, koppelingen van namen en lichamen die ze op zulke momenten wel altijd hadden willen laten voortduren, maar er is nu eenmaal geen grotere vijandschap dan tussen het geheel van de tijd en elk willekeurig, afzonderlijk deel ervan, dus dat ging niet.”

 

 


Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Jill McDonough werd geboren in Hartford, Connecticut in 1972 en groeide op in North Carolina. Zie ook alle tags voor Jill McDonough op dit blog.

 

 

12-uursdiensten

Een dronepiloot werkt een dienst van twaalf uur en gaat dan naar huis
naar het echte leven. Hij doucht, eet zijn avondeten, speelt videogames.
Twaalf uur later komt hij terug, geeft high-fives en neemt de drone

over van andere piloten, die Homeland kijken, afwassen en hopen dat ze
niet dromen in alle schermen, slechte kills, allemaal slow-motion freeze-frames.
Een dronepiloot werkt een dienst van twaalf uur en gaat dan naar huis.

Een kleine kamer, een pilotenstoel, de microfoon en koptelefoon
vullen zijn gedachten, brengen hem ergens anders heen. Weer een dag,
weer een dollar: zweven en verplaatsen, twaalf uur boven de huizen van vreemden.

Ga even langs de winkel, het is Muzak, haal de Cheerios,
ga naar de sportschool als je geluk hebt. Ga terug naar je baby’s, speel
met Barbies, speel met blokken. Twaalf uur later, kom terug. Neem de drone over.

De geur van verbrande koffie in de lounge, de verschuivende killzone.
Een missie die op het laatste moment wordt afgebroken, en de majoor die je
naam vergeet.
Een dronepiloot werkt een dienst van twaalf uur en gaat dan naar huis.

Het gebeurt in onze naam, maar we hoeven het niet te weten. Ons eigen
leven, onze diensten, onze uren, ketsten de hele dag af op de schermen.
Een dronepiloot werkt een dienst van twaalf uur en gaat dan naar huis;
Verfrist door twaalf vrije uren komt er een ander binnen die onze drone overneemt.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Jill McDonough (Hartford, Connecticut, 1972)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e juli ook mijn blog van 31 juli 2018 en ook mijn blog van 31 juli 2017 en ook mijn blog van 31 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:35 Reageer op dit bericht

Patrick Modiano, Thomas Rosenlöcher

De Franse schrijver Patrick Modiano werd geboren in Boulogne-Billancourt op 30 juli 1945. Zie ook alle tags voor Patrick Mondiano op dit blog.

Uit: De straat van de donkere winkels (Vertaald door Edu Borger)

“Ik ben niets. Niets dan een lichte gestalte, die avond, op het terras van een café. Ik wachtte tot de regen op zou houden, een stortbui die was begonnen op het moment dat Hutte me verliet. Een paar uur eerder waren we voor het laatst in de vertrekken van het Kantoor bijeen geweest. Hutte zat zoals altijd achter het massieve bureau, maar hij had zijn jas aangehouden zodat je echt de indruk kreeg dat het om een afscheid ging. Ik zat tegenover hem in de voor cliënten bestemde leren fauteuil. De opaalglazen lamp verspreidde een fel licht dat me verblindde. `Nou, je ziet het, Guy… Het is afgelopen…,’ zei Hutte met een zucht. Er slingerde een dossier op het bureau. Misschien dat van het donkerharige mannetje met zijn ontstelde ogen en zijn bolle gezicht dat ons had opgedragen zijn vrouw te volgen. ’s Middags zocht ze een ander donker mannetje met een bol gezicht op, in een gemeubileerd hotel in de rue Vital in de buurt van de avenue Paul-Doumer. Hutte streek peinzend over zijn baard, een peper-en-zout-kleurige baard, die, hoewel hij kort was, een groot deel van zijn wangen overwoekerde. Zijn grote, lichte ogen staarden in de verte. Links van het bureau de rieten stoel waarin ik zat wanneer er gewerkt moest worden. Over de helft van de wand achter Hutte waren donkerkleurige planken bevestigd: er stonden rijen van allerlei adresboeken en telefoongidsen van de laatste vijftig jaar op. Hutte had me vaak gezegd dat het onvervangbaar gereedschap was waar hij nooit afstand van zou doen. En dat die adresboeken en telefoongidsen de kostbaarste en aangrijpendste bibliotheek vormden die je maar kon hebben, want op die bladzijden waren heel wat verdwenen wezens, zaken en werelden geregistreerd waar zij als enige getuigenis van aflegden. Wat gaat u met al die adresboeken doen?’ vroeg ik aan Hutte, terwijl ik met een breed armgebaar naar de boekenplanken wees. Die laat ik hier, Guy. Ik blijf deze etage huren.’
Hij wierp een snelle blik om zich heen. De twee klapdeuren, die toegang gaven tot het zijkamertje, stonden open en je zag de versleten fluwelen canapé, de schoorsteenmantel en de spiegel waarin het beeld van de rijen telefoongidsen en adresboeken en het gezicht van Hutte weerkaatst werden. Dikwijls wachtten onze cliënten in dat vertrek. Een Perzisch tapijt beschermde het parket. Bij het venster hing een icoon aan de muur. `Waar denk je aan, Guy?’ `Aan niets. Dus u houdt de huur aan?”

 


Patrick Modiano (Boulogne-Billancourt, 30 juli 1945)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog.

 

Hofstede

Stap het erf op. De ploeg,
overwoekerd, zakt in de aarde, de wagen
valt onmerkbaar uit elkaar, de paarden
knikken in hun graven.
Vul je zakken, de perenboom
zal spoedig omgevallen zijn, het huis,
aardehongerig, zakte al door de knieën.
Klim door de gebroken muren,
ontsteek een vuur in de verbrijzelde haard,
wees niet bang, hij die naast je hurkt,
hurkt daar om met je te zwijgen,
terwijl de hemel boven jullie staat,
voor de schedeldaken een dak.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Thomas Rosenlöcher (Dresden, 29 juli 1947) 

 

 

Zie voor nog de schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2024 en ook mijn blog van 30 juli 2020 en eveneens mijn blog van 30 juli 2019 en ook mijn blog van 30 juli 2017 en ook mijn blog van 30 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:54 Reageer op dit bericht

Chang-Rae Lee, Thomas Rosenlöcher

De Koreaans-Amerikaanse schrijver Chang-Rae Lee werd geboren op 29 juli 1965 in Seoel. Zie ook alle tags voor Chang-Rae Lee op dit blog.

Uit: My Year Abroad

“I WON’T SAY WHERE I am in this greatish country of ours, as that could be dicey for Val and her XL little boy, Victor Jr., holies a place like most others, nothing Ice awful or uncomfortable, with no enduring vistas or distinctive traditions to admire, no funny accents or habits of the locals to wonder at or find repellent .Call it whatever you like, but I’ll refer to it as Stagno, for while ifs definitely landlocked here, several bodies of murky water dot the area. There’s a way that the days here curdle like the gunge that collects on the surface of a simmering broth, gunge you must constantly gunge away. Still, Stagno serves its purpose. Ifs so ordinary that no one too special would ever choose to live here, though well populated enough that Val and Vigor Jr. and I don’t stand out. And we ought to stand out. For it would be natural to ask what a college-age kid was doing shacked up with a thirtysomething mom and her eight-year-old son, and why neither of us worked a job, or why the boy didn’t go off to school. Do we ever leave the house? For a brief period, we did, but not much anymore. We stream movies and shows. Val is ordering everything online again, including groceries, the only item she regularly ventures out for being a grease-soaked foot-long hoagie named the Widowmaker that is the carrot for Victor Jr. when he reaches his daily tolerance for our homeschooling. There is no slick- Val handles social studies and arts and I cover math and science, but all in all we get a C+ for conception, execution, and effort, which Victor Jr. is well aware of and is undoubtedly banking on using against his mother someday,. He’s a exceedingly smart, cute kid, if notably hirsute, something genetically cross-wired for sure because a kid his age shouldn’t have arm and leg and back hair and definitely not the downy mustache, the nap of which the boy caresses whenever he’s noodling his human child’s plight. In the future Victor Jr. may strategically deploy my name, but we still can’t predict the full extent of my presence in his life. What we know is this: Val and I have a good thing going. We try to see our roles as limited in scope and intensity. We aren’t aspiring to all-time greatness, whether in homeschooling or partnering. We aren’t each other’s stand-ins for the world-as-it-should-be.”

 

 


Chang-Rae Lee (Seoel, 29 juli 1965)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog.

 

Het bevende beeld

Langs de grenshelling, afwaarts waar het stil was,
Liep nog een bergbeek neer over een steen.
Het oppervlak, dat lichtelijk gebold was,
was vast als glas en beefde nauwelijks
toen ik mijn lippen legde op het vlak.
En onder mij, diep onder ’t ijs van ’t water,
de bloemen en de varens wuiven zag
en dieper nog, in een spelonk
van roerloos glanzende metalen,
de keverkoning en de schuimcicade,
de schuimcicade en de keverkoning
op gouden voeten zich naar achter spoeden,
als zag ik van mijn kindertijd de grond.
IJzige kou drong door tot in mijn brein.
Vlamdiamanten schoten heen en weer.
Mijn diepgezonken ogen echter keken
tijdens het zinken mij vreemd smekend aan.
En daar verrees het bleek beeld van een sater.
’t Voorhoofd in ridicule ernst geplooid,
Het oog tevreden als met lood verzegeld.
De bril van nikkel. En de neus een knol.
Totdat, genadig, ’t water rimpelde.
De onschuld weet niet, welke pijp zij rookt.
De voettocht hiernaartoe kostte drie dagen
en vijf minuten verder ging een bus.

 

Vertaald door Wiebe Hogendoorn

 


Thomas Rosenlöcher (29 juli 1947 – 13 april 2022) 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juli ook mijn blog van 29 juli 2024 en ook mijn blog van 29 juli 2022 en ook mijn blog van 29 juli 2017 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:02 Reageer op dit bericht

Remco Campert, Claudia Gabler

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

 

Voorbeeldig

Altijd valt het voorgeschreven blad
in altijd weer andere warreling
op het altijd weer meer of minder natte
meer of minder tanige gras.

Het is nadoen
maar anders.

Het is voordoen.

 

 

Vluchtelingen

Vluchtelingen worden bij voorkeur vertoond
voor het prikkeldraad van een land in Europa
dat zijn grens gesloten houdt

vluchteling
het is zo’n veilig woord
je vergeet bijna dat het een mens is
eens vol van het licht van zijn toekomst
verknald door het streven
van een machtsbeluste dictator

mensen knippen gaten in prikkeldraad
zwaarbewapenden houden hen tegen
onmenselijkheid viert triomf

 

 

Kerken

Overal
Staan nog kerken, steeds weer
Opgebouwd. Men kan er altijd wel
Eén of twee vrouwen in vinden,
Biddend voor neven, voor eigen heil,
Voor dat van de wereld zodoende.

Het is stil in de kerken, stiller
Dan in een windstille natuur.
Kouder ook, kouder dan
Op een bevroren meer. Stil en koud
Zijn de kerken; men zegt, sereen.
Op vastgestelde uren kunt u er zingen.

Kerken staan in steden en dorpen,
Verspreid door het land, zoals
Benzine-stations: een man in
Overall poetst de ruiten, vult
De tank, ontvangt zijn geld, gaat
Naar binnen, leest zijn krant.

 


Remco Campert (28 juli 1929 – 4 juli 2022)

 

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

 

 

Hier werd niets uitgemeten dat niet volledig
verwilderd was. Zelfs vochtige chipszakken en nog

warme theekopjes stonden nauwelijks scheef. Dit huis
had maar één kamer met meerdere

kroonlijsten, maar of het een echte knie was, was vanaf hier-
boven moeilijk te zien. Provincialiteit stond hoog

aangeschreven, maar toen stond er plotseling
een zestienjarig meisje met gestreept T-shirt en mobieltje

voor ons. Dat was geen vroomheid, en ik zag
hoe onze ego’s het opnamen tegen de ruïnes:

de middagzon, de structuur van de gebedenboeken,
het ritme van de refreinen, en overal klaprozen in

onze kleren, in onze bagage overal klaprozen, en
tot slot de scheve vouw van de wandelkaarten. 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e juli ook mijn blog van 28 juli 2020 en eveneens mijn blog van 28 juli 2019 en ook mijn blog van 28 juli 2017 en ook mijn blog van 28 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:44 Reageer op dit bericht

Michael Longley

De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. De dichter overleed op 22 januari jongstleden op 85-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog.

 

 

Christopher At Birth

Your uncle, totem and curator bends
Above your cot. It is you I want to see.
Your cry comes out like an eleison.
Only the name tag round your wrist extends
My surprised compassion to loyalty.
Your mother tells me you are my godson.
You would know
The previous room still moulds your shape
Which lies unwashed, out of its element,
Smelling like rain on soil. I stoop to lift
You out of bed and into my landscape,
Last arrival, obvious immigrant
Wearing the fashions of the place you left.
As winds are balanced in a swaying tree
I cradle your cries. And in my arms reside,
Till you fall asleep, your uncontended
Demands that the world be your nursery.
And I, a spokesman of that world outside,
Creation’s sponsor, stand dumbfounded,
Although there is such a story to unfold
– Whether as forecast or reminder –
Of cattle steaming in their byres, and sheep
Beneath a hedge, arranged against the cold,
Our cat at home blinking by the fender,
The wolf treading its circuits towards sleep.

 

 

An Amish Rug

As if a one-room schoolhouse were all we knew
And our clothes were black, our underclothes black,
Marriage a horse and buggy going to church
And the children silhouettes in a snowy field,
I bring you this patchwork like a smallholding
Where I served as the hired boy behind the harrow,
Its threads the colour of cantaloupe and cherry
Securing hay bales, corn cobs, tobacco leaves.
You may hang it on the wall, a cathedral window,
Or lay it out on the floor beside our bed
So that whenever we undress for sleep or love
We shall step over it as over a flowerbed.

 

 

War & Peace

Achilles hunts down Hector like a sparrowhawk
Screeching after a horror-struck collared-dove
That flails just in front of her executioner, so
Hector strains under the walls ofTroy to stay alive.
Past the windbent wild fig tree and the lookout
Post they both accelerate away from the town
Along a cart-track as far as double well-heads
That gush into the eddying Scamander, in one
Warm water steaming like smoke from a bonfire,
The other running cold as hailstones, snow water,
Handy for the laundry-cisterns carved out of stone
Where Trojan housewives and their pretty daughters
Used to rinse glistening clothes in the good old days,
On washdays before the Greek soldiers came to Troy.

 

 

HET PATROON

Op de kop af zesendertig jaar na ons trouwen,
toen er een koude, figuur-onthullende wind tegen je aan woei
en je sluier oplichtte, vind ik in zijn dikke envelop
het Vogue-patroon van zes shilling van je bruidsjapon,
gecompliceerde handleiding voor het naaien van lijfje
en rok, dubbele plooien en zomen, vloeipapieren knippatronen,
Gelijkenissen van huid die ik zenuwachtig openvouw
en in sneeuwlicht omhooghoud, want het heeft gesneeuwd
op deze windstille dag, en ik zie een glimp van je bruidsjurk
en witte schoenen buiten in de getransformeerde tuin
waar de waslijn en alle twijgen bedekt zijn.

 

Vertaald door Ko Kooman

 

 


Michael Longley (27 juli 1939 – 22 januari 2025)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juli ook mijn blog van 27 juli 2020 en eveneens mijn blog van 27 juli 2018 en ook mijn blog van 27 juli 2017 en ook mijn blog van 27 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:49 Reageer op dit bericht

Arthur Japin, Dan Coman

De Nederlandse schrijver Arthur Japin werd geboren in Haarlem op 26 juli 1956. Zie ook alle tags voor Arthur Japin op dit blog.

Uit: Het Stravinsky-spel

“Al wat leefde, zweeg. Dit was het eerste wat opviel en het enige waaraan ik al die weken niet zou wennen. Vanuit het gebroken stadshart, niet meer dan een paar straten tussen de heuvels langs de smalle bedding van de bloedrode Miljacka, welde stilte op. Wijk na wijk raakte erdoor overspoeld, van de bazaar en stegen in de Ottomaanse buurt naar de statige straten in het Oostenrijks-Hongaarse deel tot diep in Tito’s droom, de breed opgezette communistische betonbouw. Toen ik aankwam, lag Sarajevo overweldigend geruisloos voor me; doodse pleinen, sprakeloze stegen.
Van een belegering had ik het denderend tegendeel verwacht, schoten, ontploffingen, gejammer, zoals de wereld het dagelijks in de journaals te horen krijgt, nooit deze afwezigheid van leven. Of nee, afwezig was het niet. Hiervoor ontbrak ieder geluid er te nadrukkelijk. Intens, alsof de stad haar adem inhield, handen stijf tegen de mond gedrukt om de minste ruis van rouw uit alle macht te onderdrukken. Zoveel huiskamers waar al maanden niets meer viel te zeggen, te veel bedden waarin voorgoed gezwegen werd. Hoeveel van die brokkelende appartementen, vroeg ik me af, hoeveel etages in de flatgebouwen, gruizig na een jaar als schietschijf, waren er van gesneuvelden geweest en stonden leeg? Dit was een stilte waarvan geen enkele rust uitging, zoals in de natuur, maar dreiging, de zekerheid dat een schreeuw haar weldra zou doorbreken.
Ten westen van de stad, aan de voet van schitterende bergen, hadden wij een zogenaamde hete landing gemaakt, waarbij de motoren ook tijdens het uitstappen blijven draaien. Van het toestel sprintten we naar de zwaar beschadigde terminal, die voor de Olympische Spelen, negen jaar eerder, nieuw was gebouwd. Wij moesten een hoge stalen afzetting passeren en het kordon van zwaarbewapende UNPROFOR-soldaten, die met gespannen blik hun geweer richtten op alles wat bewoog. Hierna viel er geen ziel meer te bespeuren. Of misschien waren er wel mensen, maar hadden ze geleerd weg te duiken, zodra er iets of iemand naderde. Langs de straten waren muren van containers geplaatst om achter te schuilen zodra er werd geschoten. Hoe het ook zij, buiten het vliegveld zag ik geen levend wezen.
Veel kans om rond te kijken kreeg ik trouwens niet. lk had gehoopt op een van de witte VN-pantserwagens die je op tv ziet, maar die waren deze ochtend in gebruik voor hoog bezoek. Hasan, de chauffeur die de UNHCR had ingehuurd voor Susan, moest me dus ophalen in zijn eigen auto, een oude Volkswagen Golf, waarin ik plankgas naar het Holiday Inn vervoerd werd, plat op de achterbank, schuil achter afgeplakte ramen.”

 

 


Arthur Japin (Haarlem, 26 juli 1956)

 

 

De Roemeense dichter en schrijver Dan Coman werd geboren op 27 juli 1975 in Gersa in de provincie Bistrita-Nasaud. Zie ook alle tags voor Dan Coman op dit blog.

 

De Verkrachting

Ik ben geen moment gestopt met tegen mezelf te praten als tegen een vrouw,
maar vandaag overtreft mijn schaamteloosheid mijn verbeelding.
Het is na middernacht en al een uur lang draai ik rond en rond,
met duizelingwekkende snelheid, en kus ik mijn handen.
Ik heb geen macht om me in te houden. Het gaat mijn macht te boven.
Alleen al de wetenschap dat ik daar in hem ben en mijn lichaam reageert,
als tien krolse katten bij elkaar, als geen ander.
Ik heb alles geprobeerd. Volledige stilte, totale rust. Het is tevergeefs.
Elke keer dat ik sprak, stond mijn mond klaar om zichzelf te verslinden,
vanwege zulke sonore pracht, zulke beheersing.
Maandenlang heb ik geprobeerd mezelf te vernederen. Volkomen tevergeefs.
Eerlijk gezegd: ik ben nooit gestopt met tegen mezelf te praten als tegen een vrouw,
maar vandaag, toen ik er nauwelijks in was geslaagd mijn lichaam in slaap te krijgen,
was de spanning tussen hem en mij bijna verdwenen. Hoewel niets krachtiger was en niets me kon stoppen:
Ik verhief mezelf in al mijn pracht boven mijn lichaam, ik klemde hem vast tussen de kussens
en alsof hij een vrouw was, waren een paar krachtige en precieze manoeuvres genoeg
om met zijn onderdrukte geschreeuw mijn geschreeuw te overstemmen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Dan Coman (Gersa, 27 juli 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juli ook mijn blog van 26 juli 2020 en eveneens mijn blog van 26 juli 2018 en ook mijn blog van 26 juli 2017 en eveneens mijn blog van 26 juli 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:26 Reageer op dit bericht

Lieke Marsman, Claudia Gabler

De Nederlandse dichteres Lieke Marsman werd op 25 juli 1990 geboren te Den Bosch. Zie ook alle tags voor Lieke Marsman op dit blog.

 

Ik sta klimop opzij en zie

Iemand heeft me zojuist vijf keer door de borst geschoten.
Uit mijn eigen revolver kwamen enkel stuiterballen.

Uit mijn eigen leven gegrepen zaken kunnen niet begrepen worden,
enkel ontwaard totdat ze waar lijken.

Stel je voor dat er een einde was aan ontegenzeggelijk zwijgen
ten overstaande van het gehamer vanbinnen.

Stel je voor dat verdriet niet langer je tweede naam is,
maar wat als het de naam van je zonen en dochters zal zijn?

 

 

De hele wereld

Het allerliefst zou ik zo hard spreken dat ik iedereen de hele
wereld rond sprak, dan kwam iedereen altijd terug. Maar als je
zo hard praat krijg je te maken met de terugslag van je adem,
waarna we elkaar opnieuw voorbij zouden zweven.

Het allerdomst zijn de mensen die zich afvragen of een vallende
boom wel geluid maakt als er niemand is om toe te horen. Wie
durft te beweren dat een gevallen kind niet huilt omdat er
niemand is die het troost?

Het allerbest zijn de mensen met een broodtrommel, voor hen
wil ik lunch maken.

Het allervervelendst is het feit dat niet alles in woord te vatten is.
Als je verdriet kon vangen kon je het in een kooi stoppen en het
als een papegaai verzorgen, het dit woord laten zeggen: geluk.
Het je laten herhalen. Als je jezelf kon herhalen, zou je nu
zeggen: geluk.

Het allermoeilijkst vind ik dingen uit handen geven. Wie geen
dingen uit handen geeft, zal in ieder geval geen blaren zien, maar
ook nooit een tamme kanarie vast kunnen houden.

Het allermooist vond ik je toen we elkaar voor het eerst
aankeken, hoewel je dan eigenlijk alleen de ogen ziet, die bij
iedereen hetzelfde zijn.

Het allerbijzonderst ter wereld is liefde, zeg je, maar ik kijk naar
de grijze massa van mensen, die het allemaal voelen.

 

 

Ik hoef geen einde te breien

Ik hoef geen einde te breien
Aan iets dan onherroepelijk stilstaat.

Ik moet niet schuilen in iemand anders gezicht,
of daar moedeloos van worden. Ik moet iets uittekenen

dat een landkaart zal blijken, een tocht beginnen,
mooi en onuitputtelijk zijn, als woorden, als worden.

Ik hoef geen deur open te zetten
om haar binnen te laten. Alleen een raam dicht te doen
dat ze in zal willen slaan.

 

 


Lieke Marsman (Den Bosch, 25 juli 1990)

 

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

 

Onze plaatselijke tuinen hadden ons afgewezen

Onze plaatselijke tuinen hadden ons afgewezen,
zelfs de bloemen waren als onze vroegere vrienden nu verdwenen.
Dus kozen we voor andere steden,
hun geluidskwaliteit was doorslaggevend.

De nieuwe zwembaden lesten snel onze dorst naar douchewater,
maar tegen insecten beschermt de groene grens niet.
Ook niet tegen wilde dieren.
De buren waren echte gevoelsterroristen.

Wijzelf klaagden over berengeluiden
en werden heel terloops onze eigen ergste vijanden.
Ons vroegtijdige gezoem hing nu boven de nieuwe tuinen als een provinciale symfonie.
Maar het was opnieuw het water, dat redding bracht.

Warmwaterbronnen en de daarin gevierde, enigszins tsaristische levenslust
verhinderde het gebruik van vuurwapens. Heel plotseling waren we erg vrolijk.
Ook al waren we omringd door bontproducten en wisten we duidelijk:
Hier blaft een Siberische hond.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970

 

Zie voor de schrijvers van de 25e juli ook mijn blog van 25 juli 2020 en eveneens mijn blog van 25 juli 2018 en eveneens mijn blog van 25 juli 2017.

Geschreven door Romenu om 17:19 Reageer op dit bericht

Robert Graves, Katia Mann

De Engelse dichter en schrijver Robert Graves werd geboren in Londen (Wimbledon) op 24 juli 1895. Zie ook alle tags voor Robert Graves op dit blog.

 

 

In the Beginning Was a Word

The difficulty was, it was
Simple, as simple as it seemed;
Needing no scrutinizing glass,
No intense light to be streamed.

Upon it. It said what it said
Singly, without backthought or whim,
With all the strictness of the dead,
Past reason and past synonym.

But they, too dull to understand,
Laboriously improvised
A mystic allegory, and
A meaning at last recognized:

A revelation and a cause,
Crowding the cluttered stage again
With saints’ and sinners’ lies and laws
For a new everlasting reign.

 

 

Recalling War

Entrance and exit wounds are silvered clean,
The track aches only when the rain reminds.
The one-legged man forgets his leg of wood
The one-armed man his jointed wooden arm.
The blinded man sees with his ears and hands
As much or more than once with both his eyes.
Their war was fought these twenty years ago
And now assumes the nature-look of time,
As when the morning traveller turn and views
His wild night-stumbling carved into a hill.

What, then, was war? No mere discord of flags
But an infectionof the common sky
That sagged ominously upon the earth
Even when the season was the airiest May.
Down pressed the sky, and we, oppressed, thrust out
Boastful tongue, clenched fist and valiant yard.
Natural infirmiries were out of mode,
For Death was young again: patron alone
Of healthy dying, premature fate-spasm.

Fear made fine bed-fellows. Sick with delight
At life’s discovered transitoriness,
Out youth became all-flesh and waived the mind.
Never was such antiqueness of romance,
Such tasty honey oozing from the heart.
And old importances came swimming back
Wine, meat, log-fires, a roof over the head,
A weapon at the thigh, surgeons at call.
Even there was a use again for God &mdash
A word of rage in lack of meat, wine, fire,
In ache of wounds beyond all surgeoning.

War was return of earth to ugly earth,
War was foundering of sublimities,
Extinction of each happy art and faith
By which the world had still kept head in air,
Protesting logic or protesting love,
Until the unendurable moment struck
The inward scream, the duty to run mad.

And we recall the merry ways of guns
Nibbling the walls of factory and church
Like a child, piecrust; felling groves of trees
Like a child, dandelions with a switch.
Machine-guns rattle toy-like from a hill,
Down in a row the brave tin-soldiers fall:
A sight to be recalled in elder days
When learnedly the future we devote
To yet more boastful visions of despair.

 

 

Het strand

Harder dan meeuwen schreeuwen de kleine kinderen
die vaders het vrolijke schuim in trekken;
maar anderen rennen er onbevreesd in, tot borsthoogte,
en lachen het zoute water uit hun monden –
helden van de kinderkamer.

De geile schipper, die walvissen heeft gezien
en vliegende vissen, die zo ver is gevaren
als Demerara en Ivoorkust,
zal hen waarschuwen, wanneer ze zich verdringen
om zijn verhalen te horen,
dat elke oceaan naar teer ruikt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Robert Graves (24 juli 1895 – 7 december 1985)

 

 

De Duitse schrijversvrouw Katia Mann, steun en toeverlaat van de Duitse schrijver Thomas Mann, werd geboren als Katharina Pringsheim op 24 juli 1883 in Feldafing. Zie ook alle tags voor Katia Mann op dit blog.

Uit: Katia Mann: Meine ungeschriebenen Memoiren

„Wir fuhren zusammen nach Meran, mein Mann und ich und Urmiemchen. So nannten wir sie, weil meine Kinder sie Urmiemchen nannten. Urmiemchen fuhr mit, und da sagte sie: Ach, Tommy! Tommy! Komm doch bitte mal schnell in mein Coup& denn weißt du, hier im Schlafwagen ist ja alles für Riesen eingerichtet. Sie war eine sehr kleine, sehr putzige und in ihrer Art reizvolle, alte Dame. Annette Kolb kannte ich lange, ehe ich Thomas Mann kannte. Ich kannte sie seit meinem zwölften Jahr. Sie verkehrte in meinem Elternhaus und schrieb damals schon. Wir standen uns immer sehr herzlich. Ich duzte mich auch mit ihr von Kindheit an. Dann verkehrte Paul Heyse bei uns, und er wollte es gar nicht glauben, daß ich noch nie etwas von ihm gelesen hatte; er war sehr enttäuscht. Damals war ich vielleicht vierzehn. Er besuchte meine Mutter, und da sagte sie: Ich muß Ihnen doch mal meine Tochter Katia vorstellen. Und dann sagte er: Na, Sie haben doch …? Ich sagte: ja, ich denke doch … Er war ein sehr eitler Mensch und hatte so eine sanfte Stimme und einen weichen kleinen Vollbart und schöne blaue Augen. Max Halbe kannte ich, Wolfskehl, die Gräfin Reventlow. Aber näher habe ich sie alle nicht gekannt. Mein Vater war nicht so sehr dafür, daß ich einen Schriftsteller heirate. Er dachte immer: ein Schriftsteller ist doch nicht so ganz das Richtige, nicht wahr? Das ist doch eher etwas Unseriöses. Er dachte, es müßte ein junger Gelehrter, ein Universitätsprofessor sein, und ich hatte damals, neben anderen, sogar einen Bewerber, der Professor war. Meine Mutter war gleich für eine Heirat mit Thomas Mann, ihr leuchtete es sofort ein. Meinem Vater nicht in dem Maße; aber er hat die Heirat mit Thomas Mann auch nicht verhindert. Er hätte es auch gar nicht gekonnt. Gern sah er es nicht, auch deshalb: als das einzige Mädchen mit den vier Buben war ich so ein kleiner Sonnenschein, nicht? Ich sollte nicht so früh aus dem Haus. Es war ihm nicht recht, wie Väter so sind. Thomas Mann hat das auch ein bißchen in >Königliche Hoheit< geschildert. In meiner Jugend war ich, glaube ich, recht hübsch. Das Traurige ist, daß ich es gar nicht wußte. Es hat eigentlich nie jemand in meiner Familie die Freundlichkeit gehabt, es mir zu sagen.“

 


Katia Mann (24 juli 1883 – 25 april 1980)
Katia Mann in 1927

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juli ook mijn blog van 24 juli 2019 en ook mijn blog van 24 juli 2018 en eveneens mijn blog van 24 juli 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:26 Reageer op dit bericht

Lauren Groff, Claudia Gabler

De Amerikaanse schrijfster Lauren Groff werd geboren op 23 juli 1978 in Cooperstown, New York. Zie ook alle tags voor Lauren Groff op dit blog.

Uit: De weidse wildernis (Vertaald door Lucie Schaap)

“De maan verschool zich achter de wolken. De wind spuwde striemende sneeuwvlagen. Door een kier in de hoge zwarte wand van de palissade, ogenschijnlijk te nauw om een mens door te laten, wrong het meisje zich de grote, griezelige wildernis in. Ze had een kap tot ver over haar gezicht getrokken en ze was van nature tenger, zowel knokig als kinderlijk klein, maar de honger had haar nog verder uitgemergeld, zodat ze vel over been was, haar vlees mager, uitgeteerd, pezig. Maar ook uitgehongerd en verblind door de duisternis was ze nog watervlug. Ze krabbelde op, struikelde bij haar eerste stap, viel bijna, maar wist overeind te blijven en begon te rennen, snel en ineengedoken over de bevroren groeven van de akker en de vele dode maïsstengels die toen ze opkwamen in de zomer al grauw, vruchteloos en verschrompeld waren door de rot. Sneller, meid, zei ze tegen zichzelf, en voortgedreven door angst en vrees holden haar benen sneller.
De stevige schoenen had het meisje gestolen van de zoon van een heer, een jonge knaap half zo oud als zij, maar even groot, die de vorige nacht was bezweken aan de pokken, zijn uitgehongerde gestel als met een roestlaag bezaaid met uitslag. De leren handschoenen en de dikke mantel had ze gestolen van haar mevrouw. Ze verjoeg de herinnering aan de nog wenende vrouw geknield op de bevroren grond van de binnenplaats van dat helse oord. Met elke stap waarmee ze zich verwijderde, verslapte de greep van alles wat daar was op het meisje. Verderop ontwaarde ze een vreemde weerglans op de donkere akkergrond, eenmaal dichterbij zag ze dat het het hemd was van de soldaat die veertien dagen eerder gesnapt was toen hij op zijn buik zijn vege lijf langzaam wegschoof van de gruwelen van het fort naar de andere gruwelen van het bos. Halfweg tussen fort en bomen  verdonkerde in alle stilte een schaduw die op de grond had gelegen, die groeide en zich ten slotte toonde als de meest gevreesde man van dit land, de krijgsman twee koppen groter dan de mannen van het fort, die zichzelf nog vervaarlijker maakte met een wijde donkere mantel van kalkoenveren die hij over zijn schouders droeg. Met één hand trok hij de kruipende angstige soldaat aan zijn haren omhoog en sneed met een mes een lange, natte rode jaap in de keel van de man. Hij liet hem weer vallen, het levensbloed van de inmiddels dode man gutste over de bevroren bodem en eerloos uitgespreid bleef hij daar liggen. Al die tijd had hij daar onbegraven gelegen, want de soldaten van de nederzetting waren van de honger te verzwakt en te laf geraakt om het lijk op te halen.”

 


Lauren Groff (Cooperstown, 23 juli 1978)

 

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

 

 

Pioniers van de herprogrammering als een vreemd beeld.
De haastig opgeroepen afdelingen maakten onderscheid

voor ons. Tussen de waargenomen en de geleefde stad lagen
hun tijdelijke gebouwen. Emigratie werd dus als zakendoen beschouwd,

maar men onderzocht desalniettemin de ziekte van deze clichés.
Een enorm spektakel voltrok zich, mijn wilde haren

waren verdwenen (verdwenen tussen de slopen). De verandering van tijdperk
in het gesprek werd mijn persoonlijke cross-over,

de koffie op de lakens was dan wel weer grappig.
Maar natuurlijk zien we de vlaggen wapperen aan de rand van de stad.

We strooien suiker in de cacao, en ons ruimtegebruik
wordt onmiddellijk nieuw leven ingeblazen. De thermische broek

en zijn positieve relatie met vochtigheid. Rond de heupen
geleidelijke verdichting, hoe lees je

hoe lees je de wolken ook alweer in de stedelijkheid?

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juli ook mijn blog van 23 juli 2020 en eveneens mijn blog van 23 juli 2019 en ook mijn blog van 23 juli 2018 en ook mijn blog van 23 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:44 Reageer op dit bericht

Arno Geiger, Michael Longley

De Oostenrijkse schrijver Arno Geiger werd geboren op 22 juli 1968 in Bregenz, Vorarlberg. Zie ook alle tags voor Arno Geiger op dit blog.

Uit: Reise nach Laredo

„So gegen zehn Uhr am Vormittag in dein Hof, in dem sich die Sonnenuhr befindet, soll der Privatmann Karl mittels einer Hebevorrichtung in einen Zuber mit heißem Wasser gehoben werden. Sein Leibarzt, Henri Mathys, der glaubt sich auszukennen mit dem, was ratsam ist, murmelt verärgert: »Das kann nicht gutgehen, das ist Selbstmord.« So ein Bad ist ein Bett, ein Leintuch, ein Leichentuch, eine Leiter. Karl denkt: Der Tod könnte schön sein, wenn man gelebt hat. Eine Zeitlang starrt er zu Boden, als versuche er wieder und wieder mit dumpfer Verwunderung zu begreifen, dass seine Beine ihn nicht tragen, wie sie ihn früher getragen haben. Dicht neben ihm, bereit zum Auffangen, steht wachsam der Sekretär, Willem Van Male, er weiß, dass man im Alter nicht fallen darf. Er wartet auf Karls nächsten Schritt, alle, die sich im Garten des Klosters eingefunden haben, warten auf den nächsten Schritt. Sie wissen, dass sich das Leben ändert. Es ist ein schöner Tag für den Anfang. Der Wahnsinn des Sommers klingt ab. Im gleißenden Licht umschwirrt eine Fliege Karls Gesicht, er hat keine freie Hand, weil er an den Oberarmen festgehalten wird. Heftig bläst er durch die Nase, worauf ein Tropfen in seinen Bart fällt. Dann steht er wieder für einige Momente unbeweglich und versucht, die Fliege nicht zu beachten, er ist gut darin, Dinge nicht zu beach-ten. Die Fliege verschwindet als schwarzer Punkt im Gegen-licht. Gebückt und steifbeinig wie ein Kavallerist nach mehreren Tagen im Sattel setzt Karl einen Fuß vor den anderen. Er ist jetzt bei der Hebevorrichtung, die sein Uhrmacher Juanelo Turriano entworfen hat, um das Unvermögen von Karls Beinen auszugleichen: eine lange Stange, die mittig in einer zweieinhalb Meter hohen, in den Boden eingelassenen Gabel aufliegt. Unter dem hinteren Ende der Stange stehen drei Knechte, die himbeerfarbene Mütze eines der Knechte verleiht der Szene etwas Absonderliches. Karl hätte im Traum nicht an so eine Mütze gedacht. Seltsam, dass immer etwas ganz anders ist als erwartet.“

 


Arno Geiger (Bregenz, 22 juli 1968)

 

 

De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog.

 

 

SNEEUWWATER

Als nauwgezette theezetter, thee-
Connaisseur alsmede dichter,
Vraag ik bescheiden voor mijn zestigste
Als verjaardagscadeau sneeuwwater.

Theestoom en inktvlekken. Helemaal
Gefocust verhit ik mijn theepot en
Meet ik wat Zilveren Naaldenthee af,
Genoeg voor een tweede trek.

Andere favoriete smaken zijn Clear
Distance en Eyebrows of Longevity
Of, van gevaarlijke bergtoppen,
Cloud Mist Tea (heel verrukkelijk)

Die bekwame apen oogsten
Hun manden vullend met uitgelezen bladeren
En naar beneden brengen waar ik wacht
Met mijn pot sneeuwwater.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Michael Longley (Belfast, 27 juli 1939)

 

Zie voor de schrijvers van de 22 juli ook mijn blog van 22 juli 2019 en ook mijn blog van 22 juli 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hans van de Waarsenburg, Michael Longley

De Nederlandse dichter en literatuurcriticus Johannes (Hans) Paul Richard Theodorus van de Waarsenburg werd geboren in Helmond op 21 juli 1943. Zie ook alle tags voor Hans van de Waarsenburg op dit blog.

 

 

Toulon

Geluid dat uit de foto’s stijgt
Kale plekken binnen het hoofdgordijn
Wie er allemaal verdwenen zijn
Tegen de lijmstokken van de dood gevaren

Roekeloos, as, verstrooid verleden
Stomme film zonder gebaren

Naar de dood richt ik elk grijs kanon
In de haven van Toulon.

 

 

Dodenvaart

Na de dodenvaart, de schepen zwijgen
lauw branden de fakkels
wanneer de bocht wordt gerond

Staande op het hoogste duin
wuift hij naar de zeilen

Niets in dit beeld beweegt
het helmgras ligt

Het lemmet rust.

 

 

Railing

De railing, niets anders
dan de railing
verdwijnt

Over de voeten
valt het licht

Schaduw verdonkert
de plaats, de plekken

Dood is het meten,
de terugtocht
zichzelf te schrijven.

               

 


Hans van de Waarsenburg (21 juli 1943 – 15 juni 2015)

 

 

De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog.

 

Vrieskou

 

De vrieskou annexeert zelfs de zee,
en spreidt zijn platform uit over de golven.
Laat de lucht vallen, de buik van de vos stort in –
Deze catastrofale, kortstondige hervorming
leidt de vogels van de hemel naar onze huizen.
Ze komen met verre winden om ons warm te houden.
Romantisch
Door deze om te kopen met overvloed, zouden we liever
onze hoop op dooi vergeten wanneer de lente de takken reinigt,
het stof veegt van onze vensterbanken, sneeuw en veren,
overlaat aan zijn verval en ware ondergang
de roerdomp die dit andere weer
in ijs had opgeborgen als een specimen

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Michael Longley (Belfast, 27 juli 1939) 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juli ook mijn blog van 21 juli 2022 en ook mijn blog van 21 juli 2020 en eveneens mijn blog van 21 juli 2019 en ook mijn blog van 21 juli 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Arie Storm, Paul Violi

De Nederlandse schrijver en literatuurcriticus Arie Storm werd geboren in Den Haag op 20 juli 1963. Zie ook alle tags voor Arie Storm op dit blog.

Uit: Satirië

“Ik stop met schrijven. Niet op dit moment, zoals je ziet, maar dit is wel mijn laatste roman. Kan ik dit een roman noemen als ik er zelf zo duidelijk in optreed? Ik lees momenteel de dikke studie The Rhetoric of Fiction. Wayne C. Booth, de schrijver ervan, maakt een behoorlijk groot nummer van de vraag of een schrijver wel of niet in de roman die hij schrijft aanwezig is. Ik moet erbij zeggen dat het boek van Booth uit 1961 komt. Dat is meer dan zestig jaar geleden; ik was nog niet geboren, nog net niet. Het is een vreemd idee dat er al van alles aan de hand was voordat ik mijn eerste schreden op deze planeet zette. Maar als ik weg ben – dood -, gebeurt er vanzelfsprekend ook nog het een en ander. Het gaat allemaal door, vermoed ik, maar dan zonder mij. Dit roept de vraag op waar een schrijver is als hij niet aanwezig is in zijn eigen roman. Als hij dáár al niet is, in zijn door hem bedachte woorden, dan is hij nergens. Dat is natuurlijk niet waar, want als ik stop met schrijven, ben ik er nog steeds. Misschien ben ik er dan wel juist méér, bevind ik me in het echte leven, in de werkelijkheid buiten de roman. Een werkelijkheid die voor mij juist bestaat omdat ik schrijf, meende ik tot voor kort, maar dat zou op een vergissing kunnen berusten. Je zou net zo goed kunnen beweren dat de werkelijkheid juist door dat schrijven verdwijnt, of uit beeld verdwijnt, dat die werkelijkheid door al dat geschrijf niet goed zichtbaar meer is. Romanschrijver Martin Amis schrijft in zijn memoir Experience dat hij van het schrijversbestaan houdt – dag in, dag uit -, of dat hij dat in elk geval deed toen hij bijna dertig was, en dat hij er veel meer van houdt of hield dan zijn vader Kingsley destijds deed, of dat hij die indruk had, dat zijn vader dus niet van het schrijversbestaan hield en dat misschien wel nooit had gedaan, Kingsley, de aanvankelijke angry young man, of een van de angry young men, hoewel Kingsley zich niet zo wilde noemen. Zijn eerste roman was Lucky Jim geweest, een roman waaruit wel degelijk woede sprak, zij het op komische wijze, en die in 1954 was gepubliceerd, en die, toen zijn zoon Martin dit vermoeden uitsprak, of liever gezegd opschreef, tegen de zestig liep. Zestig, zestig, zestig dus, waarop het keerpunt van de ouderdom nadert, voegt, of voegde, moet ik inmiddels schrijven, Martin eraan toe, zestig, een leeftijd die ik nu zelf heb bereikt, terwijl ik heb besloten op te houden met schrijven, en waarvan ik vind dat ik moet uitleggen, of er getuigenis van moet geven, of afleggen, waarom ik er de brui aan geef, al schrijf ik die uitleg, die getuigenis, alleen maar voor mezelf op, en zijn de meeste lezers al juichend gestopt na het lezen in de boekwinkel van de eerste vier woorden van deze roman.”

 

 


Arie Storm (Den Haag, 20 juli 1963)

 

 

De Amerikaanse dichter Paul Randolph Violi werd geboren op 20 juli 1944 in Brooklyn, New York. Zie ook alle tags voor Paul Violi op dit blog.

 

 

Lof der Luiheid

Voor de tweede keer deze week
heb ik sneeuw zien vallen bij zonsopgang,
de dageraad zien aankomen op een briesje
(zoals ik denk dat het altijd gebeurt).
Ik weet niet wat, de tijd of het weer,
me wakker maakte, me uit een droom toverde
waarin een paar van ons ronddreven,
grappenmakers van de zwaartekracht,
met het gezicht omhoog in het kalme water
en het wrakhout van een langzaam leven.
Ik had één zin die ik had bewaard
en liet die los alsof het de mijne was,
roepend om “Donkerder dagen en stralender goden!”
Toen had ik slechts een moment van ontwaken,
maar dat opende zich met datzelfde schaduwloze licht,
een gevoel van verandering, van iets dat zowel dichtbij
als ver weg was, eerst en laatst,
dat met de wind en de sneeuw
door mijn weerspiegeling in het raam waaide.
En toen verloor ik het.

Dus hier ben ik dan, met sigaretten en koude koffie,
een onvoltooide ode aan de luiheid,
spinnenwebben op hoge plaatsen,
een spin die van de boekenplanken afdaalt,
en een in alle rust herinnerde commotie;
zonlicht dat doorstroomt,
en weer een heldere pagina
met een eigenaardige duisternis eroverheen
—schaduwen van hittegolven van de radiator,
of mijn gedachten die in rook opgaan.

Het glas, als het beslagen is,
doet me denken aan winkelruiten,
hoe ze met zeep zijn ingesmeerd,
gehuld in geheimzinnigheid
vóór een grote opening
of na een schandelijke sluiting.
Hoe dan ook, niet erg interessant,
behalve misschien wanneer de graffiti,
de anonieme berichten verschijnen,
erop gekrabbeld
door een kind van de lucht,
woorden waar je doorheen kunt kijken
of een duidelijke veeg.

En in de schemering ben ik er nog steeds,
op dezelfde plek, in hetzelfde licht.
Niets anders te doen dan me te verplaatsen met het uitzicht:
sneeuw, wind over zachte ruïnes,
onafgemaakte gebouwen die opdoemen
als monumenten voor een uitgebluste nieuwsgierigheid
Ik sta in het hoogste, hierboven met de Nee’s
die op drassige leuningen rusten.
Zin in een sigaret? Nee.
Heb je een lucifer? Nee.
Zie je een alternatief voor solipsisme? Nee.
Hedonisme? Nee. Slordig stoïcisme? Nee.
Wist je dat Maryland
geen natuurlijke, maar alleen kunstmatige meren heeft? Nee.

De wezens van de luiheid
zijn pure speculatie.
Ze volgen het weer,
schaduwen de wind, vullen de gaten in.
Sommigen zijn groot, onhandig en sluw
en likken graag aan mijn horloge;
anderen, zoals gerundia,
hebben zichzelf al
in een staat van zijn gedronken.
Een ander, met tijd over
en het besef hoe ramen
zowel binnen als buiten een plek zijn,
staat daar te kijken hoe zijn silhouet
verandert in een weerspiegeling,
terwijl het licht verandert,
en hij vooruit of achteruit beweegt,
speelt als een god
die in en uit zichzelf stapt,
en hoort de wind als de adem van verandering
wanneer de laatste vlaag in het licht weg dwarrelt.

De laatste vlok wordt groter
terwijl hij neerdaalt en presenteert,
wanneer hij in een uitbarsting van schittering landt,
de plattegrond van een nieuw gebouw,
waar elk nat, gepareld raam
een beeld is van plezier en verwachting.
De druppels rijpen, momenten in het licht,
vragen die, beantwoord door een gevoel,
zo helder als mijn wezen wegglijden,
druppel voor druppel langs het glas.
Als de wind zo hard waait,
staat hij op het punt om eindelijk iets te zeggen.
De aarde tot waar zij pure magie is,
wind en glas, water en licht.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Paul Violi (20 juli 1944 – 2 april 2011)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juli ook mijn blog van 20 juli 2024 en ook mijn blog van 20 juli 2020 en eveneens mijn blog van 20 juli 2019 en ook mijn blog van 20 juli 2013 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:21 Reageer op dit bericht

Teddy Tops, Nisrine Mbarki Ben Ayad, Alara Adilow

De Nederlandse schrijver, programmamaker en cultuurjournalist Teddy Tops werd geboren op 20 juli 1989 in Den Bosch. Tops host en programmeert Mensen Zeggen Dingen in EKKO (Utrecht) en Paradiso (Amsterdam). Ze is opgeleid aan de academie voor journalistiek in Tilburg, waarna ze bureauredacteur was van de redactie Cultuur en Leven van de Volkskrant. Ze was betrokken bij Festival Boulevard en bij Het Zuidelijk Toneel. Haar artikelen, columns en korte verhalen zijn gepubliceerd in De Standaard, de Volkskrant en VPRO Tegenlicht. In september 2025 verscheen haar debuutroman “Egelskop”.

Uit: Egelskop

“Kinderen zijn getuigen van ouders die zeggen: kijk naar me, let goed op, ik doe het maar één keer voor. Ouders die denken: zolang een ziel zo puur als die van een kind kijkt naar hoe ik mijn leven leid en dat voor waar aanneemt, kan het niet verkeerd zijn wat ik doe. Ouders zoeken in kinderen hun medestanders, bevestiging van hun goede bedoelingen en verdiensten als opvoeder. Vrouwen die geen kinderen kregen hebben deze getuigen niet gehad, ze zijn niet bewaard gebleven in het brein van onschuldige hoofdjes, in hun archieven opgeslagen. Wat deze vrouwen deden bleef binnenshuis, kwam niet in musea of boekenkasten terecht, maar bleef achter in de keuken of slaapkamer achter stof of steen. De meeste vrouwelijke kunstenaars, de zorgverleners, de bouwers, de vrouwen die niet konden schrijven, die geen klein verzet pleegden zoals goudsbloemen in de berm planten — oranje in het straatbeeld was verboden — de vrouwen die het huishouden van anderen deden, die pasten op de kinderen van anderen, die de kinderen niet konden krijgen, de vrouwen die ze niet wilden hebben, de vrouwen die van vrouwen hielden: ze blijven anoniem achter, met hun liedjes, hun liefjes, hun eigenaardigheden en hun meisjesnamen. Met hun twee slaapkamers, de eerste om in te slapen en de tweede om te zorgen dat niemand vragen stelde bij twee vrouwen die in één huis wonen. Er hingen schilderijen aan de muur en het bed was onbeslapen, de onbewoonde kamer was er om hun recepten, ambities, herinneringen in te bewaren. Ze worden niet omschreven in geschiedenisboeken, zijn geen onderzoeksgroep in een wetenschappelijk tijdschrift, gaven geen dagboeken, oorlogstrauma’s of fotoalbums door aan nakomelingen. Of ze kozen voor het kunstenaarschap, het kunstmonsterschap, het verzet, de rebellie, tegen kind en tegen hoeksteen, en kregen een plek aan de muur van een museum. Maar meestal maakten we er ook dan heksen of heiligen van, gum de vrouwen die niet baren, kunst of kind, hun hele le lang alles wat na hen had kunnen komen uit, alsof z< geschiedenis achterstevoren schrijven. De navelstret intrekken en dichtknopen op hun buik. Mijn oma’s stierven ongelukkig, omdat ze moest leven naar wat van hen verwacht werd. Wanneer ze : mijn opa’s maar elkaar hadden ontmoet, zouden mij: ouders niet geboren zijn, zou ik niet geboren zijn, h2 zij misschien een vol leven kunnen leiden.”

 

2676708-ad6bd0d5637f178e4d390a2058b77f97.jpg
Teddy Tops (Den Bosch, 20 juli 1989)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster, dichteres, programmamaakster en vertaalster Nisrine Mbarki Ben Ayad werd geboren in 1977 in Tilburg. Haar poëziebundel ‘Oeverloos’ werd genomineerd voor de C.Buddingh’-prijs en de Grote Poëzieprijs in 2021. Mbarki Ben Ayad is programmamaker voor het literatuurfestival ‘Winternachten’. In oktober 2025 verscheen haar nieuwe roman ‘Kookpunt’,

 

oorlog

de oorlog slaapt al jaren naast me in bed houdt me vast in zijn slaap 
ik ben minstens vijftienhonderd nachten gestorven 
hij zet ’s ochtends vroeg sterke koffie met veel suiker 
draagt manchetknopen en paradeert graag op hoge hakken 

ik deel onbevangen mijn zout wijn en dromen met hem 
hij zwaait met zijn sigarettenhouder en turquoise vingers 
drinkt uit gouden glazen eet delicaat met zilveren lepels 
leunt in de deurpost en loert uit zijn glanzende khol ogen 

in het hart van de nacht beraamt en tekent hij zijn offensief 
ik zie zijn ambitieuze plannen en snijd onmiddellijk m’n tong af 
zachte stemmen mesten het wapenarsenaal in zijn lichaam 
hij spint taal tot stalen strengen in zijn verfijnde handen 

rondom mijn keel plant ik geurende jasmijn als omheining 
ik borduur met zilverdraad een harnas aan mijn zachte armen 
op de bruine flanken van mijn rug galopperen wilde paarden 
in de schaduw van mijn borsten bouw ik een noodhospitaal 

ik heb het oorlogsrecht nageleefd en dwaas gewacht op de strijd 
hij wekt me in alle vroegte en leidt me de trap af naar de keuken 
staat stil achter me en steekt een fors vleesmes tussen mijn ribben 
’t gif en de immense zege verspreiden zich in mijn romp 

hij fluistert karmozijnzacht in mijn haar 
‘kijk de eerste sneeuw’ 
het tellen van de slachtoffers en het graven mag beginnen

 

 

2676708-16646a1f86a9bd14cd3869f8c1c09dd2.png
Nisrine Mbarki Ben Ayad (Tilburg, 1977)

 

 

De Somalisch- Nederlandse prozaïste en dichteres Alara Adilow werd geboren in 1988. Ze studeert deeltijd Rechtsgeleerdheid aan de Open Universiteit en volgt de schrijfopleiding aan de Schrijversvakschool Amsterdam met studierichting proza. In 2019 haalde ze de finale van het NK Poetry Slam. Ze publiceerde onder andere in De Gids, Het liegend konijn, De Revisor en Tirade. In april 2022 is haar debuutbundel “Mythen en Stoplichten” verschenen. Momenteel werkt ze aan haar debuutroman, “Kijk es naar al dit licht”, die in februari 2025 zal verschijnen bij De Bezige Bij. Voor haar debuutbundel Mythen en stoplichten ontving ze de C. Buddingh’-prijs en de Herman de Coninckprijs 2023. Ze is door de De Volkskrant uitgeroepen tot literatuur talent van 2024.

 

 

De kamer deint in mij

Ik lig tegen de borst van een oude visser
en streel zijn ballen zoals golven kliffen.

Het is heet en we zweten allebei.
De jasmijnstruik die langs het raam groeit staat in bloei.
Nabij hoor je de zee en

ik wil hem bezitten. Ik wil hem bezitten
ook de reizen in zijn ogen.

De wind steekt zijn lange arm door het raam
rust zijn geparalyseerde hand tussen onze lichamen.

We lijken gebonden aan elkaar
maar het hart in de kamer is niet meer dan een idee.

Doradeschubben plakken aan zijn schouders.
Zijn vingers nog vuil van de vangst die hij vanmiddag heeft schoongemaakt.

Hij houdt mijn billen vast zoals een stroming een boei.
Mijn huid liegt tegen de jaren die hem veranderd hebben.

Ik druk mijn lippen op zijn grijze wenkbrauwen,
verander mezelf in een hangklok, een anemoon, koraal, een ree.
Daarna een panter, een zeester.

De versleten deur in de hoek dreigt een metafoor te worden.
De zon kijkt weemoedig op ons neer.

 

 2676708-a476d295d3e8b3946eddd3edc3a4e629.jpg
Alara Adilow (1988)



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Anna Enquist, Ghayath Almadhoun

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Enquist werd geboren op 19 juli 1945 in Amsterdam als Christa Boer. Zie ook alle tags voor Anna Enquist op dit blog.

Uit: De verdovers

“Drik de Jong wacht. Hij wacht in zijn eigen wachtkamer die eigenlijk geen kamer is maar een hoekje onder de trap, waar één stoel in past. Tegen de vlakke muur hangt een foto van een rij bomen in een polderlandschap. Drik de Jong wacht op een nieuwe patiënt. Wil hij voelen hoe het voor zo iemand is om hier te zitten wachten? Onwaarschijnlijk. Hier heeft vrijwel nooit iemand gezeten want Drik neemt ruim tijd tussen zijn afspraken en zorgt ervoor dat zijn patiënten elkaar niet tegen het lijf lopen. De dubbele deur naar de spreekkamer staat open; de lampen boven het bureau en schuin achter de therapeutenstoel heeft hij aangeknipt, al is het elf uur ’s morgens. Hij is even in die stoel gaan zitten en zag de smoezelige vitrage, de bewolkte hemel daarachter —het is oktober en het licht gaat verdwijnen. Maar niet hier, dacht hij, in deze kamer hoort een warm, gelig licht te hangen. Een voorraad gloeilampen aanleggen nu het nog kan, die verplichte nieuwe spaarlampen zijn afschuwelijk. Gevangenisverlichting. Hij kijkt op zijn horloge. Over drie minuten. Even pissen nog? Beter van niet. Sta je net je handen te wassen met zo’n gorgelende watertank achter je als de bel gaat. Niet alleen de patiënt is gespannen voor zo’n eerste contact. Voor de therapeut is het ook een vrij cruciaal moment. Er moet zoveel tegelijk. Kijken, luisteren, contact leggen, beslissen, wegwijs maken, oordelen, onthouden. Terwijl je je optimaal concentreert moet je je zodanig ontspannen voelen dat je echt een indruk van iemand krijgen kan. Drik haalt diep adem. Hij heeft meer dan een halfjaar niet gewerkt. Toen zijn vrouw ernstig ziek werd sloot hij zijn praktijk. Hij kon twee analyses afsluiten, te abrupt en iets voorbarig, maar het ging. Een derde analysand verwees hij naar een collega, net als een aantal therapiepatiënten. Hij nam geen nieuwe mensen meer aan. Ineens waren de dagen leeg en kwam hij nauwelijks meer in zijn spreekkamer.
De tuinkamer werd het zwaartepunt van het huis. Daar lag Hanna in zo’n veel te hoog ziekenhuisbed op haar dood te wachten. Daar verschenen zuurstofcilinders, een morfinepomp, een infuusstandaard. Daar dromden mensen samen — de huisarts, vrienden, verpleegsters, een anesthesiemedewerker uit het ziekenhuis. Hijzelf stond met zijn rug tegen de muur en kwam er niet tussen. Zijn zuster was er, Suzan. Hij zag haar altijd als het kleine zusje, vier jaar jonger dan hij. Nu nam ze de regie over.Tot zijn verbazing bewerkstelligde ze een verlof voor onbepaalde tijd. Het kwam goed uit, zei ze, er was een tijdelijk overschot aan anesthesiologen omdat de helft van de operatiekamers werd verbouwd.”

 


Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

 

 

De Zweeds – Palestijnse dichter, toneelschrijver, journalist en literair criticus Ghayath Almadhoun werd geboren op 19 juli 1979 in Damascus. Zie ook alle tags voor Ghayath Almadhoun op dit blog.

 

De berg Qasyoun

Gedicht voor Anish Kapoor

Het was een kleine berg die leek op een wolk, en uitkeek op niets. Hij was hoog als een vogel, groot als een boom, en erg eenzaam, want voor de uitvinding van de mobiele telefoon communiceerden de bergen via vogels, zodat de herinneringen niet zouden uitsterven.
Het was een kleine berg die droomde van de stad, en de voorkeur gaf aan de drukte, maar hij bleef erg eenzaam, want dertig aardbevingen geleden bezochten de bergen elkaar niet, vanwege familieonenigheden.
Een kleine berg, en dichters dachten dat hij een rots was die van de hoorn van een stier was gevallen, maar een toevalligheid die plaatshad tijdens het jachtseizoen deed hen ontdekken dat de berg vrouwelijk was. Tijdens het jachtseizoen, in het jaar dat de archeologen haar nog niet hadden ontdekt, waren de dichters op een gedicht aan het jagen toen zij hen om de tuin leidde en haar toevlucht zocht in een grot aan de voet van de berg. Ze gingen achter haar aan, en wisten niet dat ze de vagina van de berg in waren gegaan, het was de eerste geslachtsgemeenschap tussen de mensen en de berg. Ze gaf geboorte aan een stad die de taalkundigen ‘het begin’ noemden en de dichters ‘Damascus’, de dochter van halal overspel, de eerste der steden.
Op het moment dat een berg zakt voor een natuurkunde examen, geeuwt een andere berg, en de stad slaapt, alsof er niets was, alsof alles was, wie zei dat twee bergen elkaar nooit ontmoeten, ik zal voor jullie de uitspraak corrigeren: als Mohammed niet naar de berg kan gaan, zal de berg tot hem komen. Nee, ik zal hem nog eens corrigeren: als Kapoor niet naar de berg kan gaan, zal de berg tot hem komen. 
 

 

Vertaald door Ferida Jawad

 


Ghayath Almadhoun (Damascus, 19 juli 1979)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e juli ook mijn blog van 19 juli 2023 en ook mijn blog van 19 juli 2020 en eveneens mijn blog van 19 juli 2019 en mijn blog van 19 juli 2017 en ook mijn blog van 19 juli 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:51 Reageer op dit bericht

Joachim Meyerhoff, Steffen Popp

De Duitse schrijver, regisseur en acteur  Joachim Philipp Maria Meyerhoff werd geboren op 18 juli 1967 in Homburg, Saarland. Zie ook alle tags voor Joachim Meyerhoff op dit blog.

Uit: Ach, diese Lücke, diese entsetzliche Lücke

„Es war schon immer ganz gleich, wann ich meine Großeltern besuchte. Ob ich vier, zehn oder fünfzehn Jahre alt war, spielte keine Rolle, sie blieben immer dieselben. Die vielen Urlaube, die ich vor meiner Schauspielausbildung bei ihnen verbrachte, verschwimmen in meiner Erinnerung zu einer einzigen, die Jahre vernebelnden Zeitwolke. Was auch daran liegen mag, dass nur selten einzelne hervor-stechende Ereignisse den Alltag meiner Großeltern unter-brachen. Ihr Leben selbst war das Ereignis. Jeder einzelne Tag stand für alle Tage und jeder dieser Tage war ein kleines Wunderwerk. Ein von ihnen zelebrierter Parcours, abgesteckt aus Ritual, Disziplin und Skurrilität. Bis auf den Sonntag, an dem sie in die Kirche gingen oder zu Wanderungen aufbrachen, sahen alle ihre Tage exakt gleich aus. Ich habe mich oft gefragt, ob sie ihre Tage überhaupt jemals anders verbrachten, denn ich habe in all den Jahren nie etwas Unvorhergesehenes mit ihnen erlebt. Vielleicht war es sogar so, dass der zentrale Kern ihres Da-seins darin bestand, Überraschungen zu vermeiden, und je älter sie wurden, desto penibler wurden sie in der Abfolge ihrer Handlungen. Ihr wunderschönes Haus in der Nähe des Nymphenburger Parks, das sie nur zwei Mal im Jahr länger verließen — zwei Wochen Lanzarote im Februar, zwei Wochen Dürnberg, ein Luftkurort in den österreichischen Alpen, im Spätsommer —, war der ideale Ort für ihre Zeiteinteilungen und Wege.
Mir fällt kein einziger Gegenstand im Hause meiner Groß-eltern ein, kein Möbel, keine Schale, kein Untersetzer, kein Teppich, der je den Platz gewechselt hätte. Ja selbst die Schlüssel am Schlüsselbrett hingen stets in derselben Reihenfolge sowie auch die Küchenmesser an der Magnetleiste jahrzehntelang ihre Formation wahrten. Sicher, es kamen im Laufe der Zeit ein paar Dinge dazu. Es wurde ein Platz für sie gesucht, und da blieben sie dann für immer. So als hätte die freie Stelle geduldig auf genau diesen Gegenstand gewartet. Das Haus war immer blitzeblank-sauber. Da jedoch die Putzfrau, Frau Schuster, immer dieselbe blieb, die Bügel-frau alt und taub wurde, Herr Moser, der ebenfalls betagte Gärtner und Alleskönner, irgendwann nur noch im Schneckentempo den Rasenmäher kreuz und quer durch den Garten schob, schlichen sich Unebenheiten ein, die aber meine Großeltern durch ihr eigenes Noch-Älter-Sein nicht bemerkten.“

 


Joachim Meyerhoff (Homburg, 18 juli 1967 )

 

 

De Duitse dichter en schrijver Steffen Popp werd geboren op 18 juli 1978 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Steffen Popp op dit blog.

 

 

Bucolische ansichtkaarten III

Dit orkest grenst aan stilte
dunne kristallen zolen, grind
het hart spreekt waarheid, draad, merg
onverschrokken, op een sprinkhaan
over nationale wegen
aan de voet van het criterium lig je
geklauwd in canules, lava.
De vogel met prachtige poten
loopt door me heen als de zee
ik zag ook de eilanden en
ooit bewoont hij de lucht.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Steffen Popp (Greifswald, 18 juli 1978)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 18 juli 2024 en ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.

Geschreven door Romenu om 16:43 Reageer op dit bericht

Tsead Bruinja, Judith Beveridge

De Nederlandse dichter Tsead Bruinja werd geboren in Rinsumageest op 17 juli 1974. Zie ook alle tags voor Tsead Bruinja op dit blog.

 

 

Wij spelen wasbord op de onderkaak

wij spelen wasbord op de onderkaak
van een dode koe

op de binnenplaats
klampt de zomerregen
zich vast aan de cactussen
schreeuwen de papegaaien
de veranda blank

waar de buurman met zijn barbecue

en ik maar controleren
of niet alles tegelijk vlam vat

omdat ik denk dat woorden
de vorm van een wolk
kunnen veranderen

omdat de zon
een meisjesgezicht

terwijl ik eigenlijk wil weten
of het wat uitmaakt

samen of apart verbranden

 

 

Je koude handen om de voorraad

de wieg en het vuur
de wieg in brand
de brand in de wieg
de wiegende brand
de brand aan je kont
de bliksem in je bol
de lach aan je kont

het velours trainingspak is een aardappelschil die je in een keer uit moet kunnen krijgen
in een keer de helix dat truttige liedje van haar natte lijf

de vrachtwagen
tegen de garagedeur
van het magazijn
van de supermarkt
de vrachtwagen
in de winter

jij wilt dat baantje hè

jij wilt dat baantje
met uitzicht op de dampende pan rijst
buitengezet door de vriendelijkste chinezen
om af te koelen in die open deur
van dat restaurant

onmogelijk

de mussen vlieren af en aan
je koude handen om het ijzer
de containers met voorraad
zijn handen in de winter

de containers met lege flessen

misschien wordt het wel knokken

 

 


Tsead Bruinja (Rinsumageest, 17 juli 1974)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Australische dichteres en schrijfster Judith Beveridge werd geboren in 1956 in Londen, Engeland. Zie ook alle tags voor Judith Beveridge op dit blog.

 

 

Mulla Mulla Beach

Voordat de zee een mijl verderop stopt,
hoor ik de schoepen van vissers die de rotsen raken

en hun haspels beginnen te knarsen als fietstandwielen.
Het zand is glad, op het wier na,

kwalachtig helder als chirurgische handschoenen.
Ik kijk naar de mannen die de hele dag vissen, ogen strak

op het water gericht, die geboren zijn met de zee altijd in hun oren.
Een plek sijpelt door in de stem

van elke inwoner. Ik loop waar sponzen groeien
als vochtige gist, een nieuwe wereld voor mij,

maar vertrouwd. Ik pers de zee eruit.
Een deel van die heldere stem sterft weg.

Het is het gesprek van mensen die hier het hele jaar door wonen,
die gewoon met rust gelaten willen worden.

Nu, bijna in het donker, kleeft er een dode confetti
van visschubben aan de rotsen.

Er is geen woord, behalve het geluid van de door zee en getijden gekeerde schelpen
die rustig heen en weer bewegen als oeverlopers:

hoewel er soms een lijn is, een gemurmel
dat zich in en uit de schelpen wikkelt.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Judith Beveridge (Londen, 1956)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juli ook mijn blog van 17 juli 2023 en ook mijn blog van 18 juli 2020 en eveneens mijn blog van 18 juli 2019.

Geschreven door Romenu om 16:01 Reageer op dit bericht

Andrea Wolfmayr, William Irwin Thompson

De Oostenrijkse schrijfster en politica Andrea Wolfmayr werd geboren op 16 juli 1953 in Gleisdorf. Zie ook alle tags voor Andrea Wolfmayr op dit blog.

Uit: Vom Leben und Sterben des Herrn Vattern, Bauer, Handwerker und Graf

„Goldmünzen und Silberreiher
Auf der Hütte, 26. Dezember 2005
Hatte gestern keine Zeit für Notizen, zu viel zu tun, zu viel Familie. Aber nun, da wir weggefahren sind, mein Mann und ich, ein paar Tage zum Abschalten, werde ich wohl hoffentlich langsam zu mir kommen, zum Denken. Einem Denken, das sich erst wieder verliert. Im Buch, das ich grad lese. Über Alzheimer. Alles dreht sich bei uns nun darum.
Literatur über Demenz. Dabei sind das alles nur Versuche, es abzugrenzen. Uns Lebende von ihnen, die am Abgrund stehen. Es gibt verschiedene Arten, erfahre ich, unzählige Bezeichnungen für das Vergessen. Alles nur Krücken, Versuche, das Schreckliche, das Unbeschreibbare, dieses Fragile, Unausweichliche und Unfassbare, bei jedem Menschen Andere, das »Tod« heißt oder »Krankheit zum Tod«, in Unterkategorien zu fassen, in Schubladen, mit Bezeichnungen zu versehen.
Wir tun uns anscheinend leichter, wenn das Ding einen Namen hat. So bringen wir die Welt in eine Ordnung, mit der wir leben können. Doch bei alten Menschen verliert sich jede Ordnung. Immer mehr Ersatznamen, Umschreibungen für die Lücken und Löcher. Sprüche wie grobe Pfosten, die in die Tage gerammt werden, damit man sich gerade noch halbwegs weitertasten kann in einem Nebel, der zunimmt.
Manches geht überhaupt nicht mehr. Wenn das Misstrauen zu groß wird, die Halsstarrigkeit, die Angst. Warum deshalb sie auch noch zu Ärzten zwingen, die oft genug wenig oder keine Ahnung haben von Geriatrie oder Palliativmedizin, die überlastet sind, selbst nah am Burnout und krank, und dann halt irgendwas machen, damit die Angehörigen sich beruhigen? Es ist ja nicht viel mehr. Die Ärzte sind weg mit dem Blick und dann mit den Worten. Weg ins Unverständliche.
Ein strenger Blick, ein schneller Strich, »Geben Sie das und das …«, und schon sind sie aus dem Zimmer. Sicher, sie können einen auch retten, bestimmt wäre ich schon tot ohne sie und ihre Medikamente und Maschinen, also darf ich auch nicht undankbar sein…
Demenz und Vergessen, geistige Krankheiten sind komplex: Und es bleibt die Frage nach dem Sinn des Ganzen. Will er überhaupt länger leben? Zu gefallen scheint es ihm jedenfalls, dieses »Ausleben« und in Ruhe gelassen werden. Ohne Zweifel schläft er viel länger als früher. Er geht früher schlafen, schläft auch tagsüber immer wieder, wie eine Katze, aber bei uns darf er das wenigstens, versichern wir uns gegenseitig. Sein natürlicher Rhythmus.“



Andrea Wolfmayr (Gleisdorf, 16 juli 1953)

 

 

De Amerikaanse dichter, sociaal filosoof en cultuurcriticus William Irwin Thompson werd geboren op 16 juli 1938 in Chicago, Illinois. Zie ook alle tags voor William Irwin Thompson op dit blog.

 

Een luie zomermiddag

luisterend naar Chet Baker
die “You Don’t Know What Love Is” zingt,
en natuurlijk denkend aan jou
altijd bij het grote gezin
waarop jouw genereuze leven is gebouwd.
Ik ben voorbij je horizon,
in een zijwereld met andere sterren
in verontrustende sterrenbeelden
die niet thuis spellen
maar me er wel van overtuigen dat ik
niet ben wie ik denk dat ik ben en dat jij
een deel bent van wat ik me niet kan herinneren.
We hebben in ons leven
bladmuziek van populaire liedjes geschreven,
maar de droevige trompet speelt vals
en de pianist hoort
noten van andere liedjes en zou kunnen
afwisselen met andere melodieën
hield de menselijke stem hem niet
binnen zijn liefdesverhaal van verlies.
Dit is waar jij en ik in beeld komen
Van God weet waar in onze getimede levens
die niet langer de lijn volgen
die ze ooit volgden voordat we luisterden
naar de sterrenstemmen in onze ogen.
Er is niets wat we nu kunnen doen.
We zijn onmogelijkheden
voor elkaar, openingen
naar onbewoonbare levens.
Bakers gedempte trompet keert terug
naar het goed gevulde lied,
de piano geeft het treurig op,
en ik blijf weer alleen achter,
memorerend wat we nooit waren.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


William Irwin Thompson (16 juli 1938 – 8 november 2020)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juli ook mijn blog van 16 juli 2023 en ook mijn blog van 16 juli 2021 en ook mijn blog van 16 juli 2020 en eveneens mijn blog van 16 juli 2019 en ook mijn blog van 16 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:33 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten