Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Koen Frijns, C. K. Williams

De Nederlandse dichter, schrijver, performer en bassist Koen Frijns werd geboren op 3 november 1993 in Eindhoven. Zie ook alle tags voor Koen Frijns op dit blog.

 

 

Supermarkt

Ik ben tien jaar.
Ik geef mijn ouders allebei een euro voor een winkelwagentje
En loop mee tot aan de groenteafdeling.
Ik knipoog naar een vakkenvuller en loop snel naar buiten.

Voor het raam steek ik een grote Cubaanse sigaar op
Met de Zippo die ik van mijn oom heb gekregen.
(Mijn initialen zijn erin gegraveerd.)
Ik blaas rook in het gezicht van een kleuter die ik van de basisschool ken
En tik de as af in een afvoerputje.

Mijn moeder verstopt zich eerst bij de koekjesafdeling.
Ze klimt op een schap en opent een rol Oreo’s.
Met haar vinger schraapt ze de vulling eruit en
Doopt de koekjes in een bak leverpaté.

Ze lacht als ze haar vingers aflikt.

Mijn vader waggelt naar de servicebalie en pakt zijn enkelpistool.
Hij grijpt de medewerker bij zijn kraag en trekt de hamer naar achter.
‘Waar is mijn zoon,’ schreeuwt hij.
‘Waar is mijn fucking zoon!’

Mijn naam wordt door de intercom omgeroepen.

De politie staat met getrokken wapens voor de schuifdeur.
Een kale man met een megafoon schreeuwt naar mijn vader dat hij zijn wapen weg moet gooien.
Geen enkel moment heb ik de behoefte om iets te zeggen.

Ik stamp mijn sigaar uit en kijk naar mijn lachende moeder.

Ik heb haar nog nooit zo gelukkig gezien.

 

 

2679142-239d244fb1c0c5bc77a958eb79042234.jpeg

Koen Frijns (Eindhoven, 3 november 1993)

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Kenneth Williams werd geboren op 4 november 1936 in Newark, New Jersey. Zie ook alle tags voor C. K. Williams op dit blog.

 

IK HAAT

Ik haat het hoe dit ongevraagde zuchtgeluid, snikgeluid,
niet echt geluid, gevoel, zuchtgevoel, snikgevoel,
in me blijft schrapen, niet in z’n ouwe schijn als nostalgie,
zoete, dwaze merelkreet in lente;
 
niet als herinnering, allang vergaan verdriet;
en ook niet als die andere herinneringsklit: spijt
over niet goedgemaakte wandaden, fouten, nalatigheden,
versteende wortel te diep vastgegroeid om ooit weg te snijden;
 
eerder een mengeling, een samensmelting, onontwarbaar net
van vreugde in verbijsterend bestaan, bestaan in bestaan,
met angst van en angst voor ik weet nauwelijks wat,
niet niet-bestaan, niet zelf, geliefden, liefde;
 
niet oorlog, oorlog val dood, zuchten vanwege oorlog,
snikken vanwege oorlog, niet voor oorlog, vrede, wapenstilstand;
meer dan dat alles, een soort oergeluid, oerneiging
in ons nu gezaaid, dat in ons zwelt, ons allemaal,
 
echo van liefde die we kenden, kennen, voor de wereld, onze wereld,
waarop we tenslotte louter massa lijken, louter stortvloed,
louter materie die zichzelf veranderd heeft in tumult, kabaal,
kakofonische vernietigingsblitz, plundering,
 
herrie waaruit sindsdien elke emotie komt bovendrijven,
en er weer in wankelt, glijdt, zinkt en ondergaat:
zuchtgeluid van rouw, van spijt; snikgeluid van berouw
van, nog, steeds, almaar droeviger en droeviger droeve vreugd.

 

Vertaald door Rob Schouten

 

2679142-64162bfb2c4e8a2ec2fd9afd3a074037.jpeg

C. K. Williams (4 november 1936 – 20 september 2015)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e november ook mijn blog van 3 november 2023 en ook mijn blog van 3 november 2020 en eveneens mijn twee blogs van 3 november 2018.

Geschreven door Romenu om 16:36 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Allerzielen (Alice Nahon), Ilse Aichinger

 

 

2679151-64d4fc957ea896451ba1a9022d235cfe.jpg
Bezoek aan het kerkhof door Philip Sadée, 1901

 

 

Allerzielen

Zwijgende mensen
Over de straat…:
’t Is of ze peizen…
Wellicht komt er een lief gelaat
In hun gedachten rijzen.

En rits’lend reuz’len
Over de weg
Verdroogde blaren;…
Daar komt iets van hun dood gezeg
Over mijn jeugd gevaren…

’t Is Allerzielen…:
Over die blaân
Langs dode kanten,
Heb ik daar straks een vrouw zien gaan,
Haar armen vol krysanten.

 

 

2679151-8e4ff9cf6f9047de9d687b6c255264b3.png
Alice Nahon (16 augustus 1896 –  21 mei 1933)
De Onze-Lieve-kerk in Antwerpen, de geboorteplaats van Alice Nahon

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

 

Opsporingsfoto

Moby Dick:
rabbijn Vingerhoed
is verdronken,
hij is gestorven,
dood.
Hij was geelogig,
met een grote mond,
en de zwarte insignes
zaten hem op de huid.
Moby Dick:
rabbijn Vingerhoed,
zeg het ook aan Ahab
en aan de anderen,
aan de stuurlui
en de harpoeniers,
en zeg het ze snel.
Geef het door,
herinner je.

 

Vertaald door Lucas Hüsgen

 

2679151-16a3d3d180a16c34d51a9188d31cf62e.jpg
Ilse Aichinger (1 november 1921 – 11 november 2016)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e november ook mijn blogs van 2 november 2018.



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

All Hallows (Louise Glück), Ilse Aichinger

 

 

2678819-f2067254155cc8586532db271d41a568.png
Een schilderij met de afbeelding van Allerheiligen op het hoofdaltaar in de kerk in Ptaszkowa, Zuid-Polen.

 

 

All Hallows

Even now this landscape is assembling.
The hills darken. The oxen
sleep in their blue yoke,
the fields having been
picked clean, the sheaves
bound evenly and piled at the roadside
among cinquefoil, as the toothed moon rises:

This is the barrenness
of harvest or pestilence.
And the wife leaning out the window
with her hand extended, as in payment,
and the seeds
distinct, gold, calling
‘Come here
Come here, little one’

And the soul creeps out of the tree.

 

 

2678819-74a77d91ecddab2ef676fd0c9508eecd.JPG
Louise Glück (22 april 1943 – 13 oktober 2023)
De All Saints Church in Manhattan, New York, de geboorteplaats van Louise Glück

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ilse Aichinger werd met haar tweelingzusje Helga geboren op 1 november 1921 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ilse Aichinger op dit blog.

 

Zelf gebouwd

Ik wil mijn dorpen
zonder woorden laten
en alleen door de
sneeuw slingeren
en open tegen de hekken.
Vanuit de hoogte van mijn zolders
wil ik de jaguars aanschouwen,
de wolven horen fluiten.
De zon sprong hier weg,
maar de kinderen
ontvangen als ze
leeuwetanden oogsten hulp,
ruim baan voor de koning!

 

 

Vertaald door Lucas Hüsgen

 

 

2678819-b59dc1b9058a03e09cb9e0e321c29296.jpg
Ilse Aichinger (1 november 1921 – 11 november 2016)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 1e november ook mijn blog van 1 november 2018 en ook mijn blog van 1 november 2015 deel 1 en eveneens deel 2 en ook mijn blog van 1 november 2009.

Geschreven door Romenu om 11:21 Reageer op dit bericht

The Haunted House (Thomas Hood), John Keats

 

 

2678727-6169072b65153be336fbe94fd75c0894.jpeg
The Haunted House door Howard Pyle, 1904

 

 

The Haunted House

Oh, very gloomy is the house of woe,
Where tears are falling while the bell is knelling,
With all the dark solemnities that show
That Death is in the dwelling!

Oh, very, very dreary is the room
Where Love, domestic Love, no longer nestles,
But smitten by the common stroke of doom,
The corpse lies on the trestles!

But house of woe, and hearse, and sable pall,
The narrow home of the departed mortal,
Ne’er looked so gloomy as that Ghostly Hall,
With its deserted portal!

The centipede along the threshold crept,
The cobweb hung across in mazy tangle,
And in its winding sheet the maggot slept
At every nook and angle.

The keyhole lodged the earwig and her brood,
The emmets of the steps has old possession,
And marched in search of their diurnal food
In undisturbed procession.

As undisturbed as the prehensile cell
Of moth or maggot, or the spider’s tissue,
For never foot upon that threshold fell,
To enter or to issue.

O’er all there hung the shadow of a fear,
A sense of mystery the spirit daunted,
And said, as plain as whisper in the ear,
The place is haunted.

Howbeit, the door I pushed—or so I dreamed–
Which slowly, slowly gaped, the hinges creaking
With such a rusty eloquence, it seemed
That Time himself was speaking.

But Time was dumb within that mansion old,
Or left his tale to the heraldic banners
That hung from the corroded walls, and told
Of former men and manners.

Those tattered flags, that with the opened door,
Seemed the old wave of battle to remember,
While fallen fragments danced upon the floor
Like dead leaves in December.

The startled bats flew out, bird after bird,
The screech-owl overhead began to flutter,
And seemed to mock the cry that she had heard
Some dying victim utter!

A shriek that echoed from the joisted roof,
And up the stair, and further still and further,
Till in some ringing chamber far aloof
In ceased its tale of murther!

Meanwhile the rusty armor rattled round,
The banner shuddered, and the ragged streamer;
All things the horrid tenor of the sound
Acknowledged with a tremor.

The antlers where the helmet hung, and belt,
Stirred as the tempest stirs the forest branches,
Or as the stag had trembled when he felt
The bloodhound at his haunches.

The window jingled in its crumbled frame,
And through its many gaps of destitution
Dolorous moans and hollow sighings came,
Like those of dissolution.

The wood-louse dropped, and rolled into a ball,
Touched by some impulse occult or mechanic;
And nameless beetles ran along the wall
In universal panic.

The subtle spider, that, from overhead,
Hung like a spy on human guilt and error,
Suddenly turned, and up its slender thread
Ran with a nimble terror.

The very stains and fractures on the wall,
Assuming features solemn and terrific,
Hinted some tragedy of that old hall,
Locked up in hieroglyphic.

Some tale that might, perchance, have solved the doubt,
Wherefore, among those flags so dull and livid,
The banner of the bloody hand shone out
So ominously vivid.

Some key to that inscrutable appeal
Which made the very frame of Nature quiver,
And every thrilling nerve and fiber feel
So ague-like a shiver.

For over all there hung a cloud of fear,
A sense of mystery the spirit daunted,
And said, as plain as whisper in the ear,
The place is haunted!

Prophetic hints that filled the soul with dread,
But through one gloomy entrance pointing mostly,
The while some secret inspiration said,
“That chamber is the ghostly!”

Across the door no gossamer festoon
Swung pendulous, –no web, no dusty fringes,
No silky chrysalis or white cocoon,
About its nooks and hinges.

The spider shunned the interdicted room,
The moth, the beetle, and the fly were banished,
And when the sunbeam fell athwart the gloom,
The very midge had vanished.

One lonely ray that glanced upon a bed,
As if with awful aim direct and certain,
To show the Bloody Hand, in burning red,
Embroidered on the curtain.

 

 

2678727-e48092b5cb2282f9b12541a922670d35.jpg
Thomas Hood (23 mei 1799 – 3 mei 1845)
Londen, de geboorteplaats van Thomas Hood

 

 

De Engelse dichter John Keats werd geboren op 31 oktober 1795 in Finsbury Pavement in Londen. Zie ook alle tags voor John Keats op dit blog.

 

 

Aan de slaap

Zoet balsemer van stille middernacht,
Druk onze schemerdronken ogen dicht
Met vingers die voorzichtig zijn en zacht,
Tot goddelijk vergeten van het licht.
O liefste Slaap, mocht het jou zinnen, sluit
Bij deze lofzang mijn gewillige ogen
Of wacht het Amen af tot maankopkruid
Mijn bed bestrooit met sussend mededogen.
Verlos me, of de vergane dag verlicht
Mijn kussen om mijn nood nog te verhogen;
Verlos me van de wroeging die genot
Vindt in het duister als een mol die wroet,
Draai rad de sleutel in ’t geolied slot
En sluit de kist van mijn verstild gemoed.

 

Vertaald door Paul Claes

 

2678727-f52294ca74d934f72db9439550fad970.jpg
John Keats (31 oktober 1795 – 23 februari 1821)

 

 

Zie voor nog meer gedichten over Halloween ook alle tags voor Halloween op dit blog.

Zie voor de schrijvers van de 31e oktober ook mijn blog van 31 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:22 Reageer op dit bericht

Édouard Louis, Georg Heym, Paul Claes

De Franse schrijver Édouard Louis werd geboren als Eddy Bellegueule op 30 oktober 1992 in Hallencourt, Somme, in het noorden van Frankrijk. Zie ook alle tags voor Édouard Louis op dit blog.

Uit: De geschiedenis van geweld (Vertaald door Reintje Ghoos  en Jan Pieter van der Sterre)

“Ik sopte de houten stoelen, haalde een natte spons over de boeken die hij in zijn handen had gehad, wreef de deurknoppen met antiseptische doekjes, veegde zorgvuldig, een voor een, de houten lamellen van de zonneblinden schoon, verplaatste en verwisselde de stapels boeken die op de vloer stonden en liet de metalen ombouw van mijn bed glanzen, vernevelde op het gladde, witte oppervlak van de koelkast een product met een citroengeur, het lukte me niet te stoppen, ik werd gedreven door een soort energie die dicht bij waanzin lag. Ik dacht: beter gek dan dood. Ik schrobde de douche, die hij had gebruikt, goot een paar liter bleekwater in het toilet en in de wastafel (op zijn minst ruim twee liter, dat wil zeggen één volle fles van anderhalve liter en een nog halfvolle), schrobde dwaas genoeg de hele badkamer, ging zelfs zo ver de spiegel schoon te maken waarin hij zich die avond had bekeken, of liever bewonderd, gooide de kleren weg die hij had aangeraakt, ze wassen zou niet genoeg zijn geweest; ik weet niet waarom dat wel genoeg was voor de lakens en niet voor de kleren. Op handen en voeten boende ik de vloer, ik brandde mijn vingers aan het dampende water, de dweil schuurde dunne, rechthoekige strookjes van mijn zacht geworden huid. De stukjes huid krulden op. Ik stopte even, haalde diep adem, ik snoof zelfs als een beest, ik was een beest geworden, op zoek naar die geur die ondanks mijn inspanningen nooit leek te verdwijnen, zijn geur wilde niet weggaan en daar leidde ik uit af dat die geur aan mij hing en niet aan de lakens of de meubels. Het probleem kwam uit mij. Ik stapte de douche in, ik waste me, toen een tweede keer, toen een derde keer, en zo verder. Ik gebruikte zeep, shampoo, conditioner op mijn lichaam om het zo veel mogelijk geur te geven, het was alsof zijn geur bij me was ingevreten, in mij, tussen het vlees en de opperhuid, ik krabde mijn lichaam overal, duwde hard met mijn nagels, hardnekkig, om de binnenste huidlagen te bereiken, daar de geur weg te krijgen, ik vloekte, godverkut, maar de geur bleef hangen, maakte me steeds misselijker, duizeliger. Ik concludeerde: hij zit In de neus, die geur. Je ruikt de binnenkant van je neus. De geur zit vast aan mijn slijmvliezen. Ik liep de badkamer uit, kwam terug en goot een fysiologische zoutoplossing in mijn neus; ik blies de lucht door mijn neus naar buiten, zoals bij snuiten, nou ja, dat effect wilde ik teweegbrengen, dat het vocht overal mijn slijmvliezen bereikte; het hielp niets; ik zette de ramen open en ging naar buiten om Henri op te zoeken, de enige vriend die op die ochtend van 25 december om een uur of negen wakker was.”

 

2678568-eecacf6080543924cacaae84ffb8ffa8.png
Édouard Louis (Hallencourt, 30 oktober 1992)

 

De Duitse dichter Georg Heym werd geboren op 30 oktober 1887 in Hirschberg. Zie ook alle tags voor Georg Heym op dit blog.

 

Voorstad

In hun kwartier, de stinkend vieze goot,
Waar door een walm de grote maan heendringt
En als een reuzenschedel neerwaarts zinkt,
Verhangen aan de hemel, wit en dood,

Daar zitten ze de warme zomernacht
Voor grotten als van ’t zwarte dodenrijk
In lompen die vergaan van stof en slijk.
Gezwollen lijven puilen uit die dracht.

Hier spert een tandeloze mond zich wijd,
Ginds steekt er één zijn armenstompjes uit,
Een imbeciel lalt wezenloos geluid,
Een grijsaard hurkt, zijn lepra-hoofd lijkt krijt.

Er spelen kinderen, wier beentjes men
Al heel jong brak. Zij springen op hun krukken
Als vlooien licht en hinken hele stukken
Om bij een vreemdeling te bedelen.

De vislucht walmt vanuit een kelderluik,
Waar schooiers, woedend, slechts de graten vinden.
Met ingewanden voeren ze een blinde,
Die kotst de kleding onder, langs zijn buik.

 

Vertaald door Matthias Rozemond

 

2678568-fa5fbcb2a02e10db354a2ac2363444b5.jpg
Georg Heym (30 oktober 1887 – 16 januari 1912)

 

De Vlaamse schrijver, , criticus, classicus en literair vertaler Paul Claes werd geboren in Leuven op  30 oktober 1943. Zie ook alle tags voor Paul Claes op dit blog.

Uit: Rimbaud in de Lage Landen

“‘Porteur de blés flamands’ (bevracht met Vlaams koren) noemt Arthur Rimbaud zijn ‘Bateau ivre’. Waarom ‘Vlaams’? Is het mogelijk dat de dichter die in Parijs opviel door zijn Ardense tongval, zich toen nog met het Noorden verbonden voelde? Zijn eerste ontvluchtingspogingen uit het benauwde Charleville voerden hem in elk geval naar België: Charleroi en Brussel. In Brussel ook wordt hij op 10 juli 1873 door zijn vriend Paul Verlaine met een pistoolschot gewond. Uit het politieverhoor blijkt hun homoseksuele relatie. Drie jaar later is de 21-jarige Rimbaud in Nederland. Vóór zijn aanmelding in het koloniale leger leert hij zelfs de beginselen van onze taal. Op 19 mei tekent hij als recruut in Harderwijk, op 23 juli ontscheept hij in Batavia, drie weken later deserteert hij en keert met een Brits schip terug naar Europa.
Van het verblijf in onze contreien zijn er enkele sporen terug te vinden in het werk van Rimbaud. De gewild nonchalante verzen van het gedicht ‘Bruxelles’ uit de zogenaamde ‘Derniers vers’ roepen de hoofdstad op: ‘Plates-bandes d’ amarantes jusqu’à / L’agréable palais de Jupiter. / – Je sais que c’est Toi qui, dans ces lieux, / Mêles ton Bleu presque de Sahara!’ (Bloemperken van amaranten tot aan / Het aardige paleis van Jupiter. / – Ik weet dat Gij het zijt die in dit oord / uw bijna Sahara-achtig blauw mengt!). In deze regels, blijkens een ondertitel in de Regentlaan geschreven, herkennen we het Park van Brussel en het daarachter gelegen Koninklijk Paleis, dat mythische dimensies aanneemt: de koning wordt een hemelgod die azuur op zijn palet mengt.
Dit picturale element vinden we ook in de tekst ‘Mystique’ uit de Illuminations (een van de mogelijke betekenissen van de titel is trouwens ‘Verluchtingen’). Volgens J. Tielrooy (in: Neophilogus, XX, 1934-1935) is dit een surrealistische transpositie van het Lam Gods (L’Agneau Mystique!) van Jan van Eyck in Gent. De eerste zin luidt: ‘Sur la pente du talus les anges tournent leurs robes de laines dans les herbages d’acier et d’émeraude’ (Op de bermhelling draaien de engelen hun wollen gewaden rond in de weilanden van staal en smaragd). Je hoeft dit maar naast een reproduktie van het schilderij te leggen om de gelijkenis te zien: de kring van engelen in hun witte uitgespreide klederen, de verhevenheid waarop het altaar met het lam staat, het gras vol schitterende, kleurige bloemen, alles is er.”

 

2678568-95ba08cad6048c07d143515a54c426e5.jpg
Paul Claes (Leuven, 30 oktober 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e oktober ook mijn blog van 30 oktober 2021 en ook mijn blog van 30 oktober 2018 en ook mijn blog van 30 oktober 2017 en ook mijn blog van 30 oktober 2011 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:47 Reageer op dit bericht

Andrea Voigt, Harald Hartung

De Nederlandse dichteres en schrijfster Andrea Voigt werd geboren in Rotterdam op 29 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Andrea Voigt op dit blog.

Uit: Niemand is zo wakker

“Hij keek naar de fijne, donkere haartjes op haar bovenlip, de gladde, olijfkleurige huid. De licht gebogen neus met daaronder de gewelfde bovenlip. Hij ging met zijn wijs-vinger naar een wenkbrauw en volgde de perfecte boog, maar raakte die niet aan. Het was stil in het grote vertrek. Een laag, winters licht scheen naar binnen op dc meubelen, op de lakens, op haar zwarte haar. Hij streek met zijn hand door haar krullen en rook aan haar hoofd. Zo had zij dat ook bij hem gedaan. Soms ging hij met Isaac en Miriam mee om over de markt of langs het water te zwerven, en als ze dan naar huis waren gerend voor het eten — zij beiden altijd harder dan hij, en hij met een piepende adem — deed hun moeder de deur open om hen binnen te laten. Miriam holde na een snelle begroeting langs haar heen, door naar de kamer waar hun broertje Cabriël lag, haar vlechten zwiepend achter haar aan. Isaac volgde haar op de voet; zelf bleef hij in dc gang stilstaan om uit te hijgen. En dan keek zijn moeder hem onderzoekend aan, ze boog zich voorover en rook in zijn haren, zacht en rustig, tot zijn ademhaling tot bedaren kwam. Die paar ogenblikken luisterde hij samen met haar naar de heldere stemmen van Miriam en Isaac, het spelen van Rebecca, het gebrabbel van Gabriël, het ratelen van de karren op de keien, het zware stemgeluid van de koopmannen die de kisten in ontvangst namen en in hun opslagruimten lieten zetten. Het roepen van de schippers op de Houtgracht, het gejank van de meeuwen. Nu rook hij de zachte zweetlucht van haar strijd, haar zeep, haar bloesemwater, en een nieuwe geur die hij nog niet kende. Iets pittigs, dat moest het zijn. ‘Wat is pittig?’ had hij zijn vader gevraagd toen Isaac en hij mee mochten naar het pakhuis. ‘Is dat hetzelfde als hartig?’ ‘Bijna,’ had zijn vader afwezig geantwoord, druk bezig met een partij gedroogde abrikozen. De vruchten roken als vers stro. ‘Mag ik er een?’ vroeg hij. Meteen kwam Isaac eraan gehold. ‘Ik ook!’ ‘Jullie eten alles op, zo kan ik niets verkopen,’ bromde hun vader goedmoedig. Ze lieten het vruchtvlees met de zoetzure smaak langzaam langs hun verhemelte gaan en keken elkaar aan. ‘Het smaakt naar Portugal,’ zei hij. ‘Niet,’ zei Isaac, ‘dat kun je helemaal niet weten.’ ‘Maar zo smaakt het echt,’ hield hij vol. ‘Voor mij anders niet,’ zei Isaac. ‘Kun je allebei iets anders proeven?’ vroeg hij aan zijn vader, maar die was alweer met een koopman in onderhandeling over een paar zakken niet noten. Hij kwam graag in het pakhuis. Vooral in de zomer, als alle handelswaar warm en geurig was. Isaac deed dan zijn ogen dicht en hijzelf duwde hem rond.”

 

2678453-0fa185c57d915ee4896dd3b1c2a6ceac.png
Andrea Voigt (Rotterdam, 29 oktober 1968)

 

 

De Duitse schrijver, dichter en literatuurwetenschapper Harald Hartung werd geboren op 29 oktober 1932 in Heme. Zie ook alle tags voor Harald Hartung op dit blog. Harald Hartung overleed op 13 september jongstleden op 92-jarige leeftijd.

 

Papier waarop het sneeuwt

Ik kon urenlang kijken
naar het sneeuwen
de lettergrepen van de sneeuwval
die woorden en zinnen vormden
en langzaam de bomen verzwaren
totdat alle lijnen gevuld waren
en het papier weer wit was

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2678453-ac1a7548a8b00ae9a6f97a506a95dea9.jpg
Harald Hartung (29 oktober 1932 – 13 september 2025)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e oktober ook mijn blog van 29 oktober 2018 en ook mijn blog van 29 oktober 2017 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:47 Reageer op dit bericht

Evelyn Waugh, István Kemény

De Britse schrijver Evelyn Waugh werd geboren in Londen op 28 oktober 1903. Zie ook alle tags voor Evelyn Waugh op dit blog.

Uit: Brideshead Revisited

“Towards the end of that summer term I received the last visit and Grand Remonstrance of my cousin Jasper. I was just free of the schools, having taken the last paper of History Previous on the afternoon before; Jasper’s subfusc suit and white tie proclaimed him still in the thick of it; he had, too, the exhausted but resentful air of one who fears he has failed to do himself full justice on the subject of Pindar’s Orphism. Duty alone had brought him to my rooms that afternoon, at great inconvenience to himself and, as it happened, to me, who, when he caught me in the door, was on my way to make final arrangements about a dinner I was giving that evening. It was one of several parties designed to comfort Hardcastle–one of the tasks that had lately fallen to Sebastian and me since, by leaving his car out, we had got him into grave trouble with the proctors.
Jasper would not sit down; this was to be no cosy chat; he stood with his back to the fireplace and, in his own phrase, talked to me “like an uncle.”
“…I’ve tried to get in touch with you several times in the last week or two. In fact, I have the impression you are avoiding me. If that is so, Charles, I can’t say I’m surprised.
“You may think it none of my business, but I feel a sense of responsibility. You know as well as I do that since your–well, since the war, your father has not been really in touch with things–lives in his own world. I don’t want to sit back and see you making mistakes which a word in season might save you from.

 

2678308-3b97f32b391f3ced05dc4d4ec6bf22de.jpg
Jeremy Irons (Charles) en Anthony Andrews (Sebastian) in de tv-serie Brideshead Revisited uit 1981

 

 

“I expected you to make mistakes your first year. We all do. I got in with some thoroughly objectionable O.S.C.U. men who ran a mission to hop-pickers during the long vac. But you, my dear Charles, whether you realize it or not, have gone straight, hook, line and sinker, into the very worst set in the University. You may think that, living in digs, I don’t know what goes on in college; but I hear things. In fact, I hear all too much. I find that I’ve become a figure of mockery on your account at the Dining Club. There’s that chap Sebastian Flyte you seem inseparable from. He may be all right, I don’t know. His brother Brideshead was a very sound fellow. But this friend of yours looks odd to me, and he gets himself talked about. Of course, they’re an odd family. The Marchmains have lived apart since the war, you know. An extraordinary thing; everyone thought they were a devoted couple. Then he went off to France with his Yeomanry and just never came back. It was as if he’d been killed. She’s a Roman Catholic, so she can’t get a divorce–or won’t, I expect. You can do anything at Rome with money, and they’re enormously rich. Flyte may be all right, but Anthony Blanche–now there’s a man there’s absolutely no excuse for.”

 

2678308-4fe3013fce3246ab1d90f67c7de3c935.jpg
Evelyn Waugh (28 oktober 1903 – 10 april 1966)

 

 

De Hongaarse dichter en schrijver István Kemény werd geboren op 28 oktober 1961 in Boedapest. Zie ook alle tags voor István Kemény op dit blog.

 

 

Kleine aap

De kop heeft nu geen tijd voor jou. Hij raast.
Het park heeft nu geen tijd voor jou. Hij raast.
Het verkeer heeft geen tijd voor jou. Het raast.
Allemaal razen ze.

De stad heeft nu ook geen tijd. Ook zij raast.
De nachtelijke hemel is ook bezig. Hij raast.
Ook alle airconditioners zijn aan het razen.

Niets heeft nu tijd. Alles raast.
Ze hebben geen tijd voor jou, zijn nu aan het werk.
Onder elkaar verdelen zij dit zachte gerommel.

Speel maar alleen, kleine aap

 

 

Vertaald door Eva Bodor en Mischa Andriessen

 

 

2678308-9a8a56ce22ca158ca5a371a087c3c53f.jpg
István Kemény (Boedapest, 28 oktober 1961)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e oktober ook mijn blog van 28 oktober 2018 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 17:27 Reageer op dit bericht

Zadie Smith, Sylvia Plath

De Engelse schrijfster Zadie Smith werd geboren op 27 oktober 1975 in Londen. Zie ook alle tags voor Zadie Smith op dit blog.

Uit: Witte tanden (Vertaald door Sophie Brinkman)

“Vroeg in de ochtend, laat in de eeuw, Cricklewood Broadway. Op 1 januari 1975 zat Alfred Archibald Jones om 6.27 uur gekleed in corduroy in een met uitlaatgassen gevulde Cavalier Musketeer Estate met zijn gezicht omlaag op het stuur en hoopte dat God niet te zwaar over hem zou oordelen. Hij hing voorover als een liggend kruis, met openhangende kaken, de armen aan beide zijden uitgespreid als een gevallen engel; stevig vastgeklemd in zijn vuisten hield hij zijn legermedailles (links) en zijn huwelijksakte (rechts), want hij had besloten zijn fouten met zich mee te nemen. Voor zijn ogen knipperde een klein groen lampje dat een afslag naar rechts aangaf, die hij besloten had nooit te nemen. Hij had zich erbij neergelegd. Hij was er klaar voor. Hij had een muntje opgegooid en hield zich onwankelbaar aan de uitkomst. Dit was een weloverwogen zelfmoord. Een nieuwjaarsvoornemen, in feite. Maar zelfs toen zijn ademhaling krampachtig werd en het begon te schemeren voor zijn ogen was Archie zich ervan bewust dat Cricklewood Broadway een vreemde keuze zou lijken. Vreemd voor de eerste persoon die zijn ineengezakte gestalte door de voorruit zou zien, vreemd voor de politiemensen die het rapport zouden schrijven, voor de plaatselijke journalist die er vijftig woorden aan zou wijden, voor de familieleden die ze zouden lezen. Ingeklemd tussen een almachtig betonnen bioscoopcomplex aan de ene kant en een gigantische kruising aan de andere kant kon je Cricklewood eigenlijk geen plaats noemen. Geen plaats waar een man heen ging om te sterven. Het was een plaats waar een man kwam om naar andere plaatsen te gaan via de A14. Maar Archie Jones wilde niet sterven in een of ander aangenaam, afgelegen bos of op de rand van een rots omgeven door tere heideplantjes. Wat Archie betrof sterven plattelanders op het platteland en stedelingen in de stad. zo hoort het. In de dood zoals hij in het leven was en dat soort dingen. Het was wel logisch dat Archie daar zou sterven, in die akelige straat waar hij op zijn zevenenveertigste terecht was gekomen en in zijn eentje in een kleine flat woonde boven een verlaten patatzaak. Hij was geen type voor gedetailleerde plannen – zelfmoordbriefjes en begrafenisinstructies -geen type voor overdreven gedoe. Het enige wat hij vroeg was een beetje stilte, een beetje rust om zich te kunnen concentreren. Hij wilde dat het volkomen vredig en kalm was, als in een lege biechtstoel, of het moment in de hersenen tussen gedachte en spraak.”

 

2678306-2d99d941e0c422e766d5021dc87513de.jpg
Zadie Smith (Londen, 27 oktober 1975)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Sylvia Plath werd geboren op 27 oktober 1932 in Jamaica Plain, een buitenwijk van Boston. Zie ook alle tags voor Sylvia Plath op dit blog.

 

 

Verschijning

De glimlach van een ijskast is verpletterend.
Die blauwe stromen in je aders, mijn beminde!
Ik hoor het snorren van je grote hart.

Haar lippen blazen plussen en procenten
Als zoenen voor zich uit.
Het is maandag in haar geest: voornemens

Maken hun opwachting, frisgesteven.
Wat moet ik aan met al dat ongerijmde?
Wit zijn m’n manchetten, en ik buig.

Is dit nu liefde, de rode stof rollend vanonder
De stalen naald die flitst en flitst?
Jasjes en jurkjes komen ervan,

Die een heel geslacht meegaan.
Haar lichaam, zoals het zich opent en sluit –
Een Zwitsers horloge juwelen voor scharnieren!

O hart, wat een ontreddering!
De sterren blinken, als schrikbarende getallen.
Haar oogleden melden: ABC.

 

Vertaald door Anneke Brassinga

 

2678306-3216318aa4ad2b9f58e8d6d927e6cd2c.jpg
Sylvia Plath (27 oktober 1932 – 11 februari 1963)
In 1951

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e oktober ook mijn blog van 27 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Maartje Wortel, Andrew Motion

De Nederlandse schrijfster Maartje Wortel werd geboren in Eemnes op 26 oktober 1982. Zie ook alle tags voor Maartje Wortel op dit blog.

Uit: IJstijd

“Ik verblijf in een hotel in Amsterdam-Oost als Monica in mijn leven komt. Hotel Arena (****) is niet direct een hotel naar mijn smaak, maar ze hebben er een bar en de serveersters zijn knap en ze hebben ook een huiskat, Zieck III, die ik meeneem naar mijn kamer zodat ik wat gezelschap heb. De kat is in niets te vergelijken met Marie, die mij net heeft verlaten. Het moeilijkste aan haar afwezigheid vind ik dat ze nog wel ergens is, meegroeit met de tijd, rondloopt in de stad, in bed ligt en eet en vrijt en slaapt, maar dan zonder mij. Ze heeft mij niet meer nodig om verder te kunnen leven en waarschijnlijk heeft ze mij nooit nodig gehad, wat ik een onverteerbare gedachte blijf vinden. Ook ik ben, tegen beter weten in, graag nodig en ik zou met alle liefde (`tot de dood ons scheidt’) hebben willen doen alsof ik onmisbaar ben in iemands leven. Ik zou er makkelijk in kunnen geloven. Nu drink ik longdrinkglazen wodka die ik door de keurige jongens en meisjes die in het restaurant werken naar mijn hotelkamer laat brengen. Ik kom liever niet buiten de deur. In mijn hotelkamer, een kleine studio in de nok van het pand, is alles wat ik nodig heb: wit, schoon, vierkant en overzichtelijk. De centrale verwarming staat op vijfentwintig graden afgesteld en ik lig naakt op mijn rug aan de linkerzijde van het tweepersoonsbed in een van de meest luxueuze kamers die ze hebben. Ik ben misselijk van de vier rollen pepermunt die ik uit een glazen bak bij de receptie heb gevist en die ik achter elkaar heb opgegeten. Mijn handen rusten op mijn buik, ze werken als twee magneten waar alle ellende naartoe trekt, precies onder de palmen van mijn hand borrelt het. Ik weet honderd procent zeker dat ik nooit meer pepermunt ga eten en dat ik nooit meer van de misselijkheid afkom. Ik sluit mijn ogen en laat mijn lichaam zijn gang gaan. Het is alsof de zwaartekracht harder aan me trekt dan normaal, mijn pik, mijn vlees, mijn huid hangen slap naar beneden. Ik val bijna in slaap als de telefoon overgaat, niet mijn mobiel, maar de telefoon die naast me op het nachtkastje staat en waarmee ik tot nu toe alleen nog maar uitgaande gesprekken over glazen wodka en porties gamalenkroketten heb gevoerd; die hebben ze niet in het hotel, ze hebben alleen kalfsvlees- en geitenkaaskroketten, ook goed, maar ik blijf het proberen. Als je lang genoeg om iets vraagt volgt op een dag het aanbod vanzelf.”

 

2678007-1cee38cc2a462e01282688f0fad31e61.png
Maartje Wortel (Eemnes, 26 oktober 1982)

 

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog.

 

 

Dagen van herdenken

Derde jaar

Drie jaar zonder te zien,
geen spraak, geen gebaar, alleen
de schaduw van wolken die over
je gezicht schuift en dan

een wereld verder wordt geblazen.
Wat voor een slaap was dat
die het licht nooit door liet breken?
Welk betoverd land

eiste je op, verbood je om zelfs
van een kus wakker te worden?
Als het de dood was,
van wie waren dan die handen

warm in de mijne, van wie
kwam het verbijsterend woord
die dag toen ik je zonnige kamer
uit wilde gaan en hoorde

‘Blijf, blijf’, en zag hoe je ogen
open knipperden, even
keken, de mijne niet wilden
herkennen en zich afwendden?

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

2678007-67cb9cad2d6ef7bd827fa9d5ca417ccf.jpg
Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e oktober ook mijn blog van 26 oktober 2021 en ook mijn blog van 26 oktober 2018 en ook mijn blog van 26 oktober 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:51 Reageer op dit bericht

Elif Shafak, Andrew Motion

De Turkse schrijfster Elif Shafak (eigenlijk Elif Şafak) werd geboren in Straatsburg op 25 oktober 1971. Zie ook alle tags voor Elif Shafak op dit blog.

Uit: Zo houd je moed in een tijd van verdeeldheid (Vertaald door Manon Smits)

“Ik keek haar na tot ze aan het eind van de straat de hoek om ging. Ik had nog nooit een vrouw gezien die zo zichtbaar gebroken was en toch koppig doorging. Ik voelde me schuldig dat ik mijn raam niet had opengedaan om iets tegen haar te zeggen, te vragen of alles in orde was. En ik schaamde me omdat mijn eerste reactie was geweest om me terug te trekken in de veiligheid van mijn appartement, alsof ik bang was dat haar ellende misschien besmettelijk zou zijn. Ik bleef eraan denken, aan de overeenkomsten en de verschillen. Haar eenzaamheid, die vast niet anders was dan mijn eenzaamheid. Maar ook mijn schuchterheid tegenover haar lef. Zij had genoeg van Istanbul, terwijl ik de stad nog moest gaan ontdekken. En belangrijker nog: zij was een sterke strijder, ik was slechts een toeschouwer.
Er zijn sindsdien vele jaren verstreken. Ik woon niet meer in Istanbul. Maar vandaag, nu ik in Londen aan mijn bureau zit te schrijven over onze gepolariseerde, geteisterde wereld, denk ik onwillekeurig terug aan dat moment, aan haar, en zit ik te peinzen over woede en eenzaamheid en gekwetstheid.
De pandemie. Terwijl het coronavirus de aardbol teisterde en honderdduizenden mensen doodde, miljoenen mensen werkloos maakte en het leven zoals we het kenden aan diggelen sloeg, doken er overal in de Londense parken tekstborden op. ‘Als dit allemaal voorbij is, hoe wil je dat de wereld er dan uitziet?’ was de vraag die de borden stelden. Wat er precies werd bedoeld met dit allemaal werd niet expliciet benoemd; de voorbijganger moest zelf maar bedenken wat dat inhield – deze plotselinge verstoring van ons dagelijks leven, dit gevoel om vast te zitten in de golf van onzekerheid en de vrees voor wat er komen gaat, in deze enorme wereldwijde gezondheidscrisis met op de lange duur economische, sociale en mogelijk politieke gevolgen, in die tunnel waar wij, als mensheid, doorheen moeten zonder dat we enig idee hebben hoe en waar die kan eindigen en of er in de nabije toekomst misschien weer een nieuwe uitbraak van een virusziekte kan komen.
Onder de vraag was bewust veel ruimte vrijgelaten op de borden, zodat mensen hun antwoorden eronder konden schrijven, en vele hadden dat ook gedaan. Van alle haastig neergekrabbelde opmerkingen was er met name één die me is bijgebleven. Iemand had met blokletters geschreven: IK WIL GEHOORD WORDEN.
Als dit allemaal voorbij is wil ik leven in een andere wereld waarin ik gehoord kan worden.”

 

2677829-861c39d1ba927da1be839c61963efbba.jpg
Elif Shafak (Straatsburg, 25 oktober 1971)

 

 

De Engelse dichter, schrijver en biograaf Andrew Motion werd geboren op 26 oktober 1952 in Braintree in Essex. Zie ook alle tags voor Andrew Motion op dit blog.

 

 

Gezelschap

I

Het is altijd eender: alleen ontwakend zie ik
de rijen okeren lichtjes van het dorp,
een veld bij ons vandaan, zie ik ze flakkeren
wanneer vogels opvliegen of bomen er
schaduw tussen drijven. Zonder dat iemand

luistert, geef ik ze de namen waar ik zin in heb
– zeg dat ze een volmaakte dorpsgemeenschap vormen,
vensters herstellen er een verborgen wereld
waar het geluk wacht. Tien jaar is nog maar kort
om te leren begrijpen dat hun leven niets op heeft met

het mijne, opgesloten in een klein vertrek
waar zachte vertrouwde stilte weer bezit van neemt.
Hoe opeens angst begint. Wanneer ik me voorstel
dat aan liefde haar zichtbaarheid is ontzegd. Ik zie
hem boven slapen, de man die mij lieveling noemt,

zijn vrouw, en bijna begin ik te geloven
dat zijn vertrouwen in mij is om geslagen in matte,
onverschillige zorg. Ik ben geworden tot
de droefenis waar hij nooit van scheidt, een sterfgeval
dat al zijn kamers erft en de verloren

wereld daar veranderen zal in bezit
– tafels en verschoten stoelen die spoedig
buitenstaanders zullen toebehoren die nu hun gordijnen
opentrekken om het tafereel te zien van nevel
die opgestegen is vanuit afkoelende lucht.

 

 

Vertaald door Peter Verstegen

 

 

2677829-80cf10d7147c140dd4a8182f11c0541f.jpg
Andrew Motion (Braintree, 26 oktober 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e oktober ook mijn blog van 25 oktober 2022 en ook mijn blog van 25 oktober 2018 en ook  mijn blog van 25 oktober 2016 en eveneens mijn blog van 25 oktober 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:07 Reageer op dit bericht

Onno Kosters, August Graf von Platen

De Nederlandse dichter Onno Kosters werd geboren op 24 oktober 1962 in Baarn. Zie ook alle tags voor Onno Kosters op dit blog.

 

Het document

Robinson die doet verbazen door zijn streken.
Volleerd kwajongen gaat hij daar, dansend in de avondzon,
die oogverblindend gevels wast,
de linkerboom van zijn houten ladder,

zo’n ladder die je voelt, zo’n ladder die waarschuwt:
die veert en kraakt, zo een met gevoel, zo een
waar je een mee kunt worden,

op zijn rechterschouder, zijn linkerarm
in een hoek van zeventig tot vijfenzeventig graden
aan zijn linkerschouderkom.
Staand (nooit hout op hout, dat gaat glijden),
stevig (rubber op steen schuift niet),
sturend. En het hoofd licht gebogen,
maar zonder deemoed of schroom in zijn tred.

De geur van lijnolie sijpelt in fijne nerven
en lange draden langs Robinsons nek en schouderbladen
(Oregon Pine), vermengt zich
met zweet en schuim en de as van zijn sigaar,
die uit zijn vulkanisch mondgeborchte waait, met

zijn herinneringen aan het glas, de bewegingen over het glas,
het warme, het schone, het glas dat zich
onder zijn zeemleren lap soms tegen zijn handen
lijkt te krommen: het glas is een kat.
Onvermurwbaar in zijn eigenwaan, zijn
tegenkracht, onder zijn strelen is het glas.

Het was een lange dag naar huis,
en straks na een broodje bal met zijn rug naar het raam
en als iedereen zit te eten:
geldlopen, praatje maken, aanbieden
het late najaar ook maar eens de dakgoten te doen,
een kwinkslag, een knipoog, een kneepje
in de wang van het kind bij haar vader, en dan
naar huis en na een pilsje naar bed want morgen
is het weer een lange dag naar huis, maar als het meezit,
een kalme, met schoonheid, met weemoed,

Robinsons weemoed om interieurs, weemoed
om wat er met zijn rug naar het raam
zo heel anders uitziet ineens, weemoed
om het kijken, het bekeken worden, peepshow,
weemoed om de strepen, weemoed om de streken
die in een keer alles in niets opgaan doen, weemoed
om het achtergelaten glas dat met toegeknepen ogen wacht.

 

2677705-499612577484bb3fb9876b53de745fe6.jpg
Onno Kosters (Baarn, 24 oktober 1962)

 

 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen–Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

 

Venetiaanse sonnetten

XX

Hoe heerlijk is het, als de dag verkoelt,
Naar ginds te zien, waar schip en gondel zweven,
Als de lagune, spiegelglad gebleven,
Vervloeit en zacht Venetië omspoelt!

Daarna weer binnenwaarts getrokken voelt
Het oog zich, waar hoog naar de wolken streven
Paleis en kerk, waar een luidruchtig leven
Op elke trap van de Rialto woelt.

Een vrolijk volk van menig ledigganger
Krioelt hier rond, het is door niets te storen
En stoort ook nooit zijn trieste tegenhanger.

En ’s avonds komt het bij elkaar in koren,
Want op San Marco’s plein wil het de zanger,
En de verteller op de Riva horen.

 

 

Vertaald door Paul Claes

 

 

2677705-d8eed17ec506f754fbcadd798d7edcaa.jpg
August Graf von Platen (24 oktober 1796 – 5 december 1835)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 24 oktober 2018 en ook mijn blog van 24 oktober 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:29 Reageer op dit bericht

Antjie Krog, Masiela Lusha, Willem Bijsterbosch, Michel van der Plas

De Zuid-Afrikaanse dichteres en schrijfster Antjie Krog werd geboren in Kroonstad op 23 oktober 1952. Zie ook alle tags voor Antjie Krog op dit blog.

 

Namens mezelf

voor niemand hoef ik me nog druk te maken
aan niemand hoef ik nog verantwoording
af te leggen of vergeving te vragen

niemands uitzichtloze positie
hoef ik nog ter discussie te stellen
in niemands leven hoef ik mij nog te verplaatsen.

de eerste voorboden van de dood
maken hun opwachting en het lichaam glijdt als zand
tussen de vingers door. de zintuigen op non-actief.

wild en wanhopig klamp je je aan het leven vast
en je isoleert je van andere zodat je allengs
meer vertrouwd raakt met de introversie van de dood.

la voor la word je leeggemaakt
totdat alleen de lege binnenkant je raakt.

 

 

Vertrek

een kind gaat weg. ik sta met lege handen. ten afscheid
de vertrouwde blik voordat de zonnebril.
handen tastend naar de veiligheidsriem.
de uitgestorven straat. ik zwaai maar wat. het is of

alle licht verbleekt. of alles vekilt. of ik diep
vanbinnen van geen schuld wil weten. harde
verwijten over en weer. na elk vertrek zin ik op woorden.
om het helder te krijgen. hoe ik voortaan.

het zeurende gevoel in mijn ribben. ik
broed op mogelijkheden. om wat
ons bindt in taal te uiten. je wilt zo

weinig horen. de abrupte bloeddoorlopen
radeloos gemikte vuistslag in je smoel. en óf hij
aankomt. jezus kind! mijn hart bloedt.

 

 

Depressie

het is alsof je blik steeds meer naar binnen
gekeerd raakt je voorhoofd steeds
donkerder wordt je wangen steeds
strakker je mond steeds afstandelijker
dan enig iets wat ooit van mij
was je lichaam zo doorzichtig alsof mijn
hand zo door je heen kan als ik probeer
tegen te houden dat je verdwijnt je bent
onder ons maar hebt het contact
verbroken aan je handen kan ik
zien hoe verbeten je je soms nog vast-
houdt je vingernagels
verdwijnen het is alsof ik langs een
oever ren en reddingsboeien
uitgooi en touwen en takken en uit
alle macht schreeuw dat je moet
volhouden en vasthouden dat ik naar de
kant zal zwemmen dat ik me zal
opofferen dat ik de Here God zelf
uit de hemel zal plukken dat ik er alles
alles voor over zal hebben om je ogen
hun
eigen uitdrukking terug te geven

 

2677578-5909df7b35066adf6edf43fe731b881d.jpg
Antjie Krog (Kroonstad, 23 oktober 1952)

 

 

De Albanees-Amerikaanse schrijfster en actrice Masiela Lusha werd geboren op 23 oktober 1985 in Tirana. Zie ook alle tags voor Masiela Lusha op dit blog.

 

 

Bij de beleefde zee

Bij de beleefde zee rust ik,
Schenk haar aandacht
En woorden. Bij de zee
Lig ik, bij de zee bid ik,
Laat mijn ellebogen en woorden zakken
Op haar zand.

Bij de verliefde zee
Droom ik. En droom. En droom.
Ik hou van de zee. Ik hou van de zee.
Ze is stil en beleefd
Geeft me teder toestemming
Om te zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2677578-a00b0770d6234eea1fe8f64810b285b7.jpg
Masiela Lusha (Tirana, 23 oktober 1985)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Bijsterbosch werd geboren in Vught op 23 oktober 1955. Zie ook alle tags voor Willem Bijsterbosch op dit blog.

 

Ontmoeting tijdens een storm

Papendrecht! Papendrecht!
met je futuristische wolken,
roestbruin, groen, rose als
het goddelijk italiaans ijs.

Papendrecht! Papendrecht!
met je Dada-werkdagen, wind
regen en piskleurige hemel,
met je bleke nachtlampen en
gestamp van scheepsmotoren.

Die jonge keizer op de pont
naar Dordrecht, knipoogt
en terwijl bruin water
over het dek spoelt
houden wij elkaar vast
en de reling natuurlijk ook.

Ik ga als een schizofreen
de mogelijkheden na en geef me
over aan de wildste redenaties.
Papendrecht, nachtelijk Papendrecht
met je woest donker havenwater en
het vrijdagavond-geluk dat wacht.

Zeer kleine diamanten hangen
aan de hijskranen en silo’s en
zwarte meeuwen vliegen krijsend op.

Maar op de kade blijkt mijn keizer
gewoon een matroos op wie gewacht werd.

 

 

2677578-89c0c8e0004eea3f7e71f7a80d8880e4.jpg
Willem Bijsterbosch (23 oktober 1955 – 18 januari 2010)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Michel van der Plas werd geboren op 23 oktober 1927 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Michel van der Plas op dit blog.

Uit: Uit het rijke Roomsche leven

“En toch, tegenover het schijnbaar zo sterke en verheerlijkte ‘eigen huis’ bleef de wereld als een uitdaging liggen. Een wat vluchtige kennismaking met het katholieke milieu uit de hier behandelde jaren zou de waarnemer kunnen verleiden tot de gedachte dat een weldadige apostolische strijdbaarheid de gemeente kenmerkte. Toch schijnt achteraf veel activiteit eerder uit een plichtmatig doen dan uit wezenlijke bezieling geboren. Strijd lijkt b.v. in de jeugdbeweging het kernwoord, strijd in dienst van de koning Christus (het feest van Christus Koning werd door paus Pius XI in december 1925 ingesteld), in wiens naam geheel de wereld veroverd moest worden voor het ware geloof. Strijd ook scheen geboden wanneer de katholieken van die dagen zich de kerkvervolging in Mexico en Spanje voor de geest haalden of de agressiviteit van b.v. hun socialistische, communistische en fascistische landgenoten, wier bladen ook geen damesorganen konden heten. ‘Voor Christus onze Koning, God wil het, Amen’ is de meest gebruikte groet in de katholieke jeugdbeweging, – ja, men stelde zelfs ernstig voor deze groet in te voeren op het voetbalveld. Een beweging als De Kruisvaart was doortrokken van de ridderromantiek in dienst van de Koning. Een toentertijd populair boek als ‘Jonge Helden’ door de jezuïet Hardy Schilgen deed al evenzeer een beroep op de strijdbare ridderlijkheid in jongelui. De Graal trok luidruchtig en bont de straten door, in een getuigenisdrift die men tot dan toe slechts aan Leger des Heilssoldaten meende te kunnen toekennen.
Maar de vraag dringt zich op of met name in deze massabewegingen de strijdgedachte niet al spoedig een gemeenplaats werd, die nauwelijks meer een weerspiegeling van de bezieling der jongelui zelf kon heten, – en bovendien of de jeugd hier niet in zekere zin gebruikt werd voor een machtsontplooiing (een bevestiging van de ‘katholieke zaak’) die haar leiders voor gewenst hielden. Zelden zal katholiek Nederland zoveel demonstraties hebben gekend als in de hier beschouwde jaren. Voortdurend zijn er congressen, demonstratieve dagen en vergaderingen, optochten, manifestaties, openluchtspelen.”

 

 

2677578-6d57fbab993a72842b13ce595ceb3178.jpg
Michel van der Plas (23 oktober 1927 – 21 juli 2013)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e oktober ook mijn blog van 23 oktober 2018 en ook mijn blog van 23 oktober 2017.



Geschreven door Romenu om 17:17 Reageer op dit bericht

Lévi Weemoedt, August Graf von Platen

De Nederlandse dichter en schrijver Lévi Weemoedt werd geboren in Geldrop op 22 oktober 1948. Zie ook alle tags voor Lévi Weemoedt op dit blog.`

 

 

Ademhalingsoefeningen rond middernacht met dr. Lévi Weemoedt

1.
‘Dames en heren, staat u allen klaar?
Ga zitten met de handen in het haar:
Van vóór naar achter, doen we nog een keer.
Zit dan mistroostig bij de pakken neer.’

2.
‘Grijp tienmaal in ver’twijfling naar het hoofd,
zwoeg met de borstkas, dat uw adem wordt geroofd.
En mocht u nog van plan zijn te gaan skieën;
zak dan droefgeestig zesmaal door de knieën.’

3.
‘Snik smart’lijk nu, het linkerbeen gestrekt:
de rechter blijft wanhopig in de nek.
Nú op, en hurk neerslachtig op de grond:
blaas dertig droeve winden uit uw kont.’

4.
‘De laatste oef’ning doen we op een stoel.
Het bung’lend koord beschouwt u nu als doel;
veer óp, maar houd uw evenwicht aldus!
Steek hals en hoofd in één keer door de lus.’

5.
‘Maak hol de rug en houd het touw gestrekt.
’t Is tijd dat u naar Dromenland vertrekt.
Zwaai uit en spring ontspannen op de grond.
Blaas nu de laatste adem uit uw mond.
Draai om en doe hetzelfde nog een keer.
Dit was het dan, tot ’n volgende maal maar weer!

 

2677418-98fc3b0f38fcb8eb6b572f56b11ba5a7.jpg
Lévi Weemoedt (Geldrop, 22 oktober 1948)

 


 

De Duitse dichter Karl August Georg Maximilian Graf von Platen–Hallermünde werd geboren op 24 oktober 1796 in Ansbach. Zie ook alle tags voor August Graf von Platen op dit blog.

 

 

Venetiaanse sonnetten

XIX

Dit labyrint van bruggen en van stegen,
Dat zich verstrikt in duizend kronkelingen,
Hoe lukt het mij ooit daardoorheen te dringen?
Hoe vind ik ooit het raadsel van die wegen?

Als ik San Marco’s toren heb bestegen,
Kan niets mijn weidse blikken nog bedwingen,
En uit de wonderen die mij omringen,
Ontstaat een beeld; de stad heeft vorm gekregen.

Ik groet daarginds de oceaan, de blauwe,
En hier de Alpen, die in brede schare
De eilandenlagune overschouwen.

En zie! daar kwam een moedig volk gevaren,
Om tempels en paleizen zich te bouwen
Op eiken palen midden in de baren.

 

 

Vertaald door Paul Claes

 

2677418-4911e9c11730060a57aba9fc9d98a324.jpg
August Graf von Platen (24 oktober 1796 – 5 december 1835)
Standbeeld in Ansbach

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e oktober ook mijn blog van 22 oktober 2021 en ook mijn blog van 24 oktober 2018 en ook mijn blog van 24 oktober 2015 deel 2.




Geschreven door Romenu om 17:07 Reageer op dit bericht

Martin Bril, Samuel T. Coleridge

De Nederlandse dichter, columnist en schrijver Martin Bril werd geboren in Utrecht op 21 oktober 1959. Zie ook alle tags voor Martin Bril op dit blog.

Uit: Het evenwicht

“Grote veranderingen kondigen zich vaak sluipenderwijs aan. Dat is bekend. ‘Vage klachten’ noemen ze dat in het land van de gezondheid. Vage klachten zijn er om te verwaarlozen en over het hoofd te zien, vage klachten horen er nu eenmaal bij, tot het niet langer kan. Al snel dient zich dan het moment aan waarop een dokter ineens die plechtige, bijna domineske toon aanslaat waarvan je altijd dacht dat hij nooit tegen jou zou worden gebezigd. Dus wel. Dit overkwam mij en de schrik zat er natuurlijk goed in. Kort daarop werd ik opgenomen in het ziekenhuis om te worden geopereerd. Nergens een wachtlijst te bekennen. De chirurg die in de ingewanden ging afdalen, was een man van middelbare leeftijd met grijs haar en milde, blauwe ogen. Hij had grote, roze handen en iets ironisch in zijn verschijning. Naar verluidt was hij een kei in zijn vak. Op mijn vraag of het een zware operatie was, antwoordde hij, met een twinkeling: ‘Voor mij niet.’ Ik vond dat een mooi antwoord, en ik begreep het verkeerd. Het was een zware operatie. Na afloop zat de chirurg aan mijn bed. Hij was tevreden over het resultaat. De tumor was verwijderd en hij gaf met de handen aan hoe groot die was geweest. De tumor was ook van naam veranderd en heette nu een preparaat. Zijn gebaar deed mij aan de hengelsport denken, alleen dan zonder de bijbehorende overdrijving. Ik vroeg hoe het er nou uitzag in een buik. De chirurg keek me verbaasd aan. Misschien was het een vraag die hij niet vaak hoorde. Hij zuchtte. Je hebt van die zuchten die van grote vermoeidheid getuigen, en je hebt er die plichtmatig zijn. Maar dit was zo’n zucht die de weg vrijmaakt voor iets moois, zo eentje waarin alles van de zuchter afvalt. ‘Prachtig,’ zei de chirurg. Ik zei niets. Het was duidelijk een van de mooiste dingen die de chirurg kende. Ik liet hem graag even alleen met het beeld. Dat het mijn buik was, vond ik eigenlijk prima. ‘Het is net een emmer paling, al die darmen,’ zei hij toen, ‘alles beweegt en alles glimt en kronkelt. De warmte slaat ervan af ‘
Hij keek dromerig naar buiten. Ik was die ochtend zijn eerste klant geweest en zijn laatste had hij net achter de rug. In zijn gezicht stond de afdruk van het kapje dat hij de hele dag voor zijn mond had gedragen en zijn haar zat in de war. Hij stond op en verliet de kamer. Onder zijn witte jas droeg hij zijn blauwe operatiekloffie. Ik dommelde weg in de armen van Zuster Morfine. Buiten lag de stad en ergens rinkelde een tram. Na een tijdje schoot me de bijnaam van deze chirurg te binnen. Het kon niet anders of hij moest de Darmenkoning heten.”

 

 

2677280-623f9e5de63514aff6566417d565244b.png
Martin Bril (21 oktober 1959 – 22 april 2009)

 

 

De Engels dichter en criticus Samuel Taylor Coleridge werd geboren op 21 oktober 1772 in Ottery St. Mary, Devonshire. Zie ook alle tags voor Samuel T. Coleridge op dit blog.

 

 

Nederland

Water en wieken, groenen, oevers groen; –
Wilgen wier tronken naast de schaduw staan
Van hunne hoger helften, wilgengriend: –
Hofsteden als aan ’t ankersnoer – torens aan land
Doorsteken nevelbanken –
Water, wijd water, groenen en groen riet,
En watervloeden.
–

 

 

Vertaald door Jan G. Elburg

 

2677280-6d01223990e54cf98408ae885a93dbe2.jpg
Samuel T. Coleridge (21 oktober 1772 – 25 juli 1834)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e oktober ook mijn blog van 21 oktober 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.


Geschreven door Romenu om 16:36 Reageer op dit bericht

Hans Warren, Arthur Rimbaud, Ozan Zakariya Keskinkılıç

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Hans Warren werd op 20 oktober 1921 geboren in Borssele. Zie ook alle tags voor Hans Warren op dit blog.

Uit: Geheim dagboek 1942-1944 (Deel 1)

“4 aug. 1943
Vanmorgen met de tram van 7 uur naar Haarlem, vandaar gewandeld naar Bloemendaal, naar dr Thijsse. Om 9 uur arriveerde ik. We zaten eerst te praten in de studeerkamer, maakten vervolgens een lange wandeling door de Hof. Daar bloeide rondbladig wintergroen en parnassia, ook was er bloeiend Teer Guichelheil. De duinroosjes hadden nu nog kleverige donkerrode botteltjes, ze waren nog niet zwart, en de kleuren werden verdiept door de glans van de regen, want er kwam een milde bui los, die veel geuren losmaakte. Dr Thijsse snoof en vond het heel prettig, ik ook dus. De kardinaalsmutsen hingen vol jonge groene vruchten. Op het speelveld der grote wijngaardslakken was het erg druk. Langs een pad stond prachtig lichtpaars het zeepkruid te bloeien.
We zetten ons gesprek voort in de studeerkamer. Thijsse vond de tekening die ik voor zijn flora van de Wollige Distel gemaakt had niet nauwkeurig genoeg, te artistiek, de details kwamen onvoldoende tot hun recht. Er werd een heerlijke kop echte koffie geserveerd. Ook de lunch was heerlijk, met veel zeelt, worteltjes, negerboontjes, tomatensla, perziken met roomvla en nog een reusachtige perzik toe. Dr Thijsse heeft me erg veel uit zijn leven verteld, en ging na het eten rusten. Ik mocht naar hartelust rondsnuffelen in zijn bibliotheek, maar heb enkel zitten dromen achter zijn schrijftafel.
Na het bezoek bij Thijsse ben ik in Haarlem nog naar het Frans Halsmuseum geweest, waar een tentoonstelling werd gehouden van Hedendaagse Kunst, samengesteld uit aankopen van het ‘Departement van Volksvoorlichting en Kunsten’. Het is interessant, te zien wat in deze ‘periode van het diepste verval’, ‘deze tijd van wansmaak en goedkoop materieel succes’ (woorden uit de inleiding van het catalogusje) als ‘gezonde kern’, ‘gezonde tradities’ en de ‘Fakkel van het zuiver ideaal’ wordt gezien. Het was namelijk nogal deprimerend, wat daar hing. De werken van wat me de grootste talenten leken, ademen een op zijn zachtst uitgedrukt ‘verdachte sfeer’, al is het mogelijk niet meer dan juist een weerschijn van de Neue Sachlichkeit: ‘De Prediker’ van A.C. Willink en vooral de grote grisaille ‘Wachtende Vrouwen’ van Pijke Koch.
En slaat het door naar de andere kant, naar een bont, landelijk soort joie de vivre, als bij prof. Röling, dan is het óók helemaal vals, al ligt er op zijn ‘Oogst’ een verrukkelijk lascieve bruine jongen te slapen. Die zou je eruit willen snijden, de rest kan dan naar de vaalt.
Nooit zag ik ‘kou’ beter geschilderd dan rond het kleurige gezicht van een schaatsenrijdster op een ietwat naïef aandoend werk van ene J. Ouwersloot, ‘IJsgezicht’.
Ik zal de ‘Wachtende Vrouwen’ van Pijke Koch nooit vergeten, al vind ik het niet een echt góed werk. Hij heeft er iets in gevangen van de ellende van deze tijd, die nare, knappe, keurig verzorgde, bikkelharde wijven; de helemaal linkse lijkt, helaas, vrij sterk op mijn moeder.”

 

 

Sonnet van een ziekte

Voor mijn raam staat een dag in oneindige rust
Al het groene getemperd door regenend grijs
Ik ben nog te zwak voor de brandende wijs
Die meisjes de winden in strooien vol lust.

Voetstappen slaan op van de straat aan de kust
Waar de vloed nu verrimpelen moet, lichtloos grijs.
De wind golft in vrouwenhaar. Bloesemend rijs
Tikt het vensterglas langs en zwaar stuwt, ongeblust

Een ontroering te staan in de gloed van de dag
En je hoofd aan mijn schouder, blond-rank neergebogen,
In je ogen de vreemde belovende lach,

In glanslicht betogen je wenkbrauwbogen.
Mijn hand die je overal liefkozen mag
Overschaduwend soms je te stralende ogen….

 

 

Weerzien

Onvoorstelbaar:
jij weer naast mij liggend,
na jaren.

Leeg welft de avondhemel
over de stad.
Nog éenmaal om jou
wordt de kreet van de sikkelzwaluw,
de galmende hamerslag in de fabriek,
de geur van de beregende tuin en van je jonge huid
opnieuw in mij geboren.
Ruimte schuift duizelingwekkend open
achter de horizon.

Regen, regen op verpulverde aarde;
woorden willen in ’t wilde wassen
niet éen is simpel genoeg om je te zeggen
dit is meer dan liefde.

Dit is het leven voorbij;
woelend lig je in mij
te kiemen en te sterven.

De nacht valt langzaam en ik kijk
naar je profiel – gelukkig, stroef? –
voorgoed verduisterend in mijn zwijgen.

 

 

2677129-7a3ba3929102cbbc4604b88230db5f16.png
Hans Warren (20 oktober 1921 – 19 december 2001)

 

 

De Franse dichter Arthur Rimbaud werd geboren op 20 oktober 1854 in Charleville. Zie ook alle tags voor Arthur Rimbaud op dit blog.

 

 

Voyelles (Klinkers)

A zwart, E wit, I rood, U groen, O blauw: vocalen,
ik zal ze noemen ooit, uw nog verborgen wiegen:
A: zwart en harig keurs van schitterende vliegen
die rond afschuwelijke stank als kogels dwalen,

een golf van schaduw; E: het wit van tenten, dampen,
fier gletsjerhoogste, blanke vorsten, schermbladhuiver;
I: purpers, bloed gespogen, lach van lippen zuiver
in helse woede of in schuldbewust slampampen;

U: kringen, goddelijk geril van groene zee,
de vrede van de wei vol dieren, rimpelvree
door alchemie gedrukt in ’s denkers aangezicht;

O: opperste Klaroen vol onbekende schrilten,
door Werelden en Engelen doorkruiste stilten:
O: Omega, Zijn violette ogenlicht!

 

Vertaald door Petrus Hoosemans

 

 

2677129-4ee2ea509c55dbdf2c05551550e536dd.png
Arthur Rimbaud (20 oktober 1854 – 10 november 1891)
Portret door Leilani Bustamante,2012

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse dichter en schrijver Ozan Zakariya Keskinkılıç werd in 1989 geboren als zoon van Turkse immigranten en groeide op in een klein dorpje in Zuid-Hessen. Hij studeerde politicologie in Wenen, Berlijn en Cambridge. Zijn poëziedebuut ‘Prinzenbad’ verscheen in 2022, gevolgd door zijn non-fictieboek ‘Muslimaniac: The Career of an Enemy Image’ in 2023. Zijn teksten zijn gepubliceerd in tijdschriften en bloemlezingen en in verschillende talen vertaald. Hij werd genomineerd voor de Clemens Brentano-prijs en de Dresden Poetry Prize en ontving in 2025 de Wolfgang Weyrauch-prijs. ‘Hundesohn’ is zijn debuutroman.

Uit: Hundesohn

„Dreizehn, vierzehn, fünfzehn Filzläuse habe ich mir jetzt schon aus den Schamhaaren gezupft. Pthirus pubis auf Latein: 1,5 bis 2 mm groß, grauweiß, flügellos, habe ich im Internet nachgelesen. Und dass sie manchmal Achselhöhlen und Barthaare befallen. In den Achselhöhlen habe ich keine, im Bart auch nicht. Aber in den Brusthaaren und sogar auf dem Rücken kleben überall Nissen. Bis zu fünfundzwanzig Eier legt eine Filzlaus täglich, habe ich im Internet nachgelesen. Und dass der Entwicklungszyklus bis zur erwachsenen Laus rund drei Wochen beträgt. Ich zähle die Tage zurück, vor drei Wochen traf ich Ravi. Wir hatten uns auf Grindr geschrieben. 26 Jahre alt, 1,78 m groß und 61 kg schwer. Single. Top. Sucht Verabredungen. IIIV-Status negativ, auf Prep. Zuletzt getestet Juni 2024. Gegen COVID-19 geimpft. Treffpunkt bei dir. Into rough awakening, wild sex, animal instincts, blond bath, stand in seinem Profil. Das muss nichts heißen. Und trotzdem hat er sich wie eine Filzlaus in meine Schenkel gebissen, die Stiche und blauen Flecken kann ich noch immer sehen. Viel gesprochen hat er nicht, geschrieben auch nicht so viel. Er schickte mir ein Bild, oberkörperfrei, die Jeans auf Kniehöhe. Er trug einen weißen Slip und weiße Socken, das war mir sympathisch. Der Bart fast zwölf Zentimeter lang, und sein Blick wie ein Diopter auf meine Brust gerichtet. Das walnussbraune Bau war ganz zerzaust, der Kampf hatte sich in sein Gesicht gerieben. Ein wenig Blut klebte an seinen Fingern, Spucke und Gleitgel, vegan auf Wasserbasis. Nach dreiundzwanzig Minuten ist er wieder gegangen, wir haben nicht noch einmal geschrieben.
Ob ich ihm jetzt schreiben sollte? Good moming! I just wanted to let you know that I have crabs, maybe you should check your panties, könnte ich schreiben. Oder: What’s up handsome, come back and be my parasite. Oder: Hello Ravi. I was just wondering, could it be that you forgot your crabs here? “

 

 

2677129-0cbc2855f7ffe269488f47be5baf1933.jpg
Ozan Zakariya Keskinkılıç (Hessen, 1989)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e oktober ook mijn blog van 20 oktober 2018 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:40 Reageer op dit bericht

David Vann, Jan Wagner, Kristine Bilkau

De Amerikaanse schrijver David Vann werd geboren op 19 oktober 1966 op Adak Island, Alaska. Zie ook alle tags voor David Vann op dit blog.

Uit: Aarde (Vertaald door Arjaan van Nimwegen)

“GALEN WACHTTE ONDER de vijgenboom op zijn moeder. Voor de honderdste keer zat hij Siddhartha te lezen, de jonge Boeddha, starend naar de rivier. Hij voelde de enorme aanwezigheid van de vijgenboom boven hem, luisterde of hij de niet-wind hoorde, de stilte. Zomerhitte drukte, plette de aarde. Een laagje zweet overdekte het grootste deel van zijn lijf, een olievlek. Dit oude huis, de bomen oeroud. Het gras, lang inmiddels, kriebelde aan zijn benen. Maar hij probeerde zich te concentreren. De niet-wind horen. Op de adem richten. Laat het niet-zelf voorbijgaan. Galen, riep zijn moeder van binnen, Galen. Hij ademde dieper, probeerde zijn moeder voorbij te laten gaan. 0, daar ben je, zei ze.Toe aan de thee? Hij gaf geen antwoord. Concentreerde zich op zijn ademhaling, hoopte dat ze weg zou gaan. Maar natuurlijk zat hij hier op haar te wachten, op de thee te wachten. Help me eens met het blad, zei ze, dus legde hij zuchtend zijn boek neer en stond op, stijf van het zitten met gekruiste benen. Daar ben je, zei ze, toen hij de keuken binnenkwam. Oud hout boog onder zijn blote voeten. Ruwheid van afschilferend vemis. Hij pakte het dienblad, oud, zwaar zilver, de bewerkte zilveren theepot, de witte porseleinen kopjes, alles wat hem deprimeerde, en toen hij met zijn handen vol stond, boog ze zich van achter naar hem toe en gaf hem een kus, haar lippen tegen zijn hals en dat snuffelgeluidje dat ze maakte omdat dat zo lief was, waarvan hij ineenkromp en wilde gaan gillen. Maar hij liet het blad niet vallen. Hij droeg het naar het gietijzeren tafeltje buiten in de schaduw van de vijg, dicht tegen de muur van de boerderijschuur met de kleine woonruimte erboven. Hij dacht erover om daar in te trekken, weg van haar, weg van het hoofdgebouw. Zijn moeder naast hem met de minisandwiches, komkommer en waterkers. Ze zaten niet in Engeland. Dit was Engeland niet. Ze zaten in Carmichael, een buitenwijk van Sacramento, Californië, in de Central Volley, een lang, heet, ruig dal, zo ver van Engeland als maar mogelijk was, en elke middag hadden ze een high tea. Ze waren niet eens Engels. Zijn grootmoeder uit IJsland, grootvader uit Duitsland. Niks in hun leven zou ooit ergens op slaan. Ga zitten, zei zijn moeder. Goed boek? Ze schonk een kop thee voor hem in. Ze was in het wit. Een zomerse witte blouse en een lange rok, helemaal wit, met sandalen.”

 


David Vann (Adak Island, 19 oktober 1966)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

Een paard

»The well-aimed phrase is a whip
your poem a ho
rse.«
(Michael Donaghy, naar Lu Chi)

Is het een vos, een schimmel of Arabier,
hengst of merrie,
die door de tuin draaft en bij de rabarber
bezig is, bij de lavendelstrui
k?

die daar over de triple-bar
springt, alleen om midden
op het slagveld te landen, voor de karren
met vaten en de gouden piramide

van hooi gespannen ? De koudbloed
die uit Brabant een zwaar hart
meesleept en de V, de lichte ploeg
van de wilde ganzen, of de Lipizzaner,

die zwart geboren wordt, die over alle velden
weet weg te dansen en steeds witter wordt,
die triomfeert, de hele wereld in toom houdt,
verblindend als de zakdoek van een keizer?

Het spreekt voor zich: alle tweehonderd
tweeënvijftig botten kun je nog in je slaap
in elkaar zetten, je kent de hoefslag,
de hardheid van inzicht, de precisie in de staart,

de schaduwen die ’s nachts grijsbruin
tegen de omheining van de weide schuren, huhu en brr,
hoort het gesmoorde gehinnik in de graven
van de farao’s en veroveraars.

En toch ben je hier nu, rood als een bier
koetsier en vloekend, met het suikerklontje
genialiteit in je zak en het dier
dat noch vooruit noch achteruit gaat,

niet reageert op je zweep,
noch op de wortel die aan een touwtje
voor zijn neusgaten bungelt als de kaars
voor de icoon. Verroer je, zeg je trillend.

Het verroert zich niet. Het staat daar, uitkijkend over het land.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Duitse schrijfster en journaliste Kristine Bilkau werd geboren in Hamburg in 1974 en groeide op  in Sleeswijk-Holstein. zie ook alle tags voor Kristine Bilkau op dit blog.

Uit: Die Glücklichen

„Sie reißt einen kleinen Zettel in Hälften und beginnt zu schreiben. Meine Hände werden nicht zittern. Mit geschwungener Schrift notiert sie den Satz. Das Ganze hat etwas Lächerliches, Kindisches, aber sie kann nicht anders. Meine Hände, schreibt sie auf du zweite Stückchen Papier. Das M und das H zieht sie größer eh die anderen Buchstaben. Der Bleistift erzeugt ein Wispern. Werden nicht eitern. Sie schaut auf die Uhr, in einer Viertelstunde muss sie Ios. Schnell faltet sie die Papierstreifen und stopft sie in die Taschen ihrer Jeans, einen in die rechte, einen in die linke, einen für die rechte Hand, der ist wichtig, einen für die linke Hand, zur Sicherheit. Auf dem Weg in die Küche schiebt sie die Zettel tiefer in die Taschen, fest necken sie unter dem engen Jeansstoff. Georg sitzt am Tisch und füttert Matti, zwischendurch beißt er von seinem eigenen Brot ab und blättert in einer Zeitschrift. Auf dem Teller hat er Apfelringe und Gurkenwürfel arrangiert, dazu einige Häppchen Toast mit Butter, die Matti erstaunlich brav isst. Manchmal müssen sie mit Tricks seine Aufmerksamkeit suchen, damit er das Essen nicht vergisst, denn er spielt lieber mit seinem Löffel, schaut M der Eiche umher, zeigt mit seinem speichelnassen Enger fordernd auf die Lampe, eine Banane, eine Flasche, weil er das Wort dazu hören will. Dann sitzen sie beide neben ihm, jeder an einer Seite, und machen aus der Mahlzeit ein Spiel, ein Löffel Grießbrei brummt wie ein Flugzeug auf Maxis offenen Mund zu, ein Stückchen Gurke kreist wie eine Hummel durch die Luft, und mittendrin, sieht sie vor sich das komische Bild, das sie beide dabei abgeben, erkennt Georg nicht, erkennt sich selbst nicht; zwei seltsame Erwachsene, die Theater spielen, die sich über ihr sattes Kind freuen wie über ein großartiges Geschenk. Auf dem Herd zischt die Espressokanne, dazu hat Georg wieder Milch aufgesetzt. „Da ist Kaffee, wenn du möchtest«, sagt er, den Blick weiter auf die Zeitschrift gerichtet. Sie stellt die Gasflamme au, «ich bin heut nicht müde«, sagt sie, kann jedoch ein Gähnen nicht unterdrücken.“

 


Kristine Bilkau (Hamburg, 1974)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e oktober ook mijn blog van 19 oktober 2018 en ook mijn blog van 19 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:09 Reageer op dit bericht

Kees Fens, Jan Wagner

De Nederlandse literatuurcriticus, essayist en letterkundige Kees Fens werd geboren in Amsterdam op 18 oktober 1929. Zie ook alle tags voor Kees Fens op dit blog.

Uit: Wilhelmus Jozef Maria Bronzwaer
Heerlen 15 mei 1936 – Nijmegen 20 januari 1999

“Maar zijn verzet tegen verstarring en eenzijdigheid, die ook een angst voor de verstijving van zichzelf kan verraden, verliet hem niet. Dat hij, met al zijn kennis van de theorie, zijn leeropdracht het accent van het comparatisme gaf, is veelzeggend. Hij bleef voor alles een heel groot lezer; ook, en dat mag wel benadrukt worden, in de Nederlandse letterkunde. Hij schreef een aantal stukken over Vestdijk, Bordewijk en Koolhaas die klassiek verdienen te zijn. Zijn zeer grote kennis van de Nederlandse poëzie blijkt uit zijn in 1993 verschenen Lessen in lyriek. De gebondenheid aan het boek was zijn vrijheid. Ik heb hem van alle collega’s aan de Nijmeegse letterenfaculteit het meest van een boek zien opkijken. Literatuur en muziek zijn de enige zaken die hij nooit heeft gerelativeerd.
Met dit laatste woord raak ik aan een van zijn meest fundamentele eigenschappen: zijn scepsis. Die is natuurlijk allereerst een voorbeeldige wetenschappelijke hoedanigheid. Maar samen met ironie treft ze alles wat pretentie heeft en starheid vertoont (die twee gaan meestal samen) en dat in personen, opvattingen en publicaties. De scepsis was ook een voortdurende vorm van zelfcorrectie, een lichte bekering kan men zeggen. In gesprekken uitte de scepsis zich in een bijna ondergrondse humor, waarbij ook het lichte gerinkel van de kettingen die hemzelf bonden, hoorbaar was. De in zijn ambt zeer formele, om niet te zeggen strenge Bronzwaer had een opstandige kant, die zijn verlangen naar vrijheid te vermoeden gaf. Hij heeft die tweedracht in zichzelf – en dat is ook de tweedracht tussen de wetenschap en het schrijven, tussen week en vrije dag – niet helemaal kunnen oplossen. Een van zijn opvallendste wetenschappelijke uitingen, die ook een persoonlijke bevrijding moet hebben betekend, was zijn relativeren – wellicht is ‘afwijzen’ een te sterk woord – van de hem, ook uit zijn Nijmeegse studiejaren, zeer vertrouwde ‘Cambridge-canon’ (wat, uiteraard, bewondering voor zijn leermeester T.A. Birrell niet uitsloot). Bronzwaer is al vroeg zijn eigen weg gegaan en die heeft hij tot zijn einde gevolgd, met een steeds groter wordend relativeringsvermogen.
Alle hartstocht verraadt zich in eenzijdigheid. Ook bij de veelzijdigen. Over enkele auteurs heeft Bronzwaer zeer veel geschreven en vaak briljant: Eliot, Hopkins, Thomas Mann en Rilke. Van de laatste heeft hij ook – en dat was ineens een verrassend initiatief, dat een altijd vermoed, maar verborgen gebleven kunstenaarstalent in hem zichtbaar maakte – gedichten en proza vertaald. Over de oorsprong van deze voorkeuren durf ik niet te speculeren. Wat de vier gemeenschappelijk hebben, is wat ik maar noem hun ‘zwaarte’, hun moeilijkheidsgraad ook. Bronzwaer hield van het spel, maar hij beminde de ernst.”

 

2676811-3298caacfc05408dc980e92bd1209cfc.jpg
Kees Fens (18 oktober 1929 – 14 juni 2008)
Kees Fens en W. J. M. Bronzwaer

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

het wilgentakje

waarom precies wanneer tante Mia
een wilgentakje in haar neus stak,
vertelt de geschiedenis niet. Zeker is:
hoe meer ze probeerde het te grijpen,
hoe meer het zich gestaag terugtrok
in zijn duisternis, zacht
en wit, een hermelijn in zijn hol.
het punt waarop de dingen zich weg bewegen;
het moment waarop we worden genegeerd
en slechts getuigen of figuranten zijn,
totdat dat tapijt geruïneerd,
de vleugelpiano van de tiende verdieping is gevallen,
de hele stad een laaiend inferno.
nog was het oorlog, maar de krekel zong
ondanks alles in de bloeiende takken van de wilg,
in de beek zat de met licht gepantserde
forel. en niets, dat hielp, geen pincet
en geen breinaald, tot men het krijsende kleintje
naar een kliniek bracht. deze heldere
dubbele maan van de lamp en de halo
van lachende verpleegsters erboven –
je zou bijna mee willen lachen, was daar niet
de subtiele druk die tussen voorhoofdsholte
en neusbrug heerst, achter het gezicht,
die afwacht, vasthoudend, als een dier.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2676811-2c5be037d8b2d347324ea1d12f2dc772.jpg
Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e oktober ook mijn blog van 18 oktober 2020 en ook mijn blog van 18 oktober 2018 en ook mijn blog van 18 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 18 oktober 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 14:57 Reageer op dit bericht

Simon Vestdijk, Jan Wagner

De Nederlandse dichter en schrijver Simon Vestdijk werd geboren in Harlingen op 17 oktober 1898. Zie ook alle tags voor Simon Vestdijk op dit blog.

 

 

Juni

De maand is uitgebalanceerd en snel
En jong en snaat’rend als een eendenkom;
De nachten zijn te kort en noord’lijk hel
En kant’len makk’lijk naar de ochtend om.

Dit is het ergst: men kent die nachten wel,
Dat men zich wentelt om en om en om
In ’t lauwe bed, terwijl een Turksche trom
Van verre kermissen de zielsrust kwelt.

Alles in bloei, en alles hangt te bengelen
En daagt de zwaartekracht uitbundig uit
En vliegt en zweeft en doet wat ’t niet kan laten.

En wie des nachts een draaiorgel hoort jengelen
Droomt kort en bondig van de acrobaten
Die, vallend, door een koord worden gestuit.

 

 

Juli

Verwonderd vragen van de eerste vruchten:
Zijn wij voor ’t midden of voor ’t eind bestemd?
Reeds schallen onze bongerds van geruchten
Die het welvarend appelvolk niet kent.

Het najaar stooft met zijn verbleekte luchten
Ons zoo verwoed niet als dit licht ons temt
En zoet en vloeibaar maakt; wij willen vluchten,
Maar kunnen niet, door ’t rijpen overstemd.

Jong rijp jong rot: wij gaan de avond in,
En hangen pronkend achter meisjesooren,
Wij willen leven, en wij kunnen niet.

Wij werden niet als toovervrucht geboren,
Maar moeten bloeden in ons eerst begin,
En moeten sterven bij een kinderlied.

 

 

Augustus

De warmste dag, en dit merkwaardig korten
Der dagen, waar de dood de hand in heeft,
De dood van ’t jaar, die zich nog op wil schorten,
Doch reeds in koop’ren donderkoppen beeft.

En als de hondsdag ons het graan niet geeft,
Dan komen onverhoeds de ijscohorten
Van koning Winter grijnslachend en scheef
Zich op het onbeschermde bouwland storten.

Een grijsaard, heet en geil, verwarmt zijn leden
Aan de eigen brand, en brandt geweldig op,
Met heel zijn toekomst saamgeperst in ’t heden.

Maar als hij met zijn malsche prooi terneerligt,
Slaat hem de hitte, en op zijn kale kop
Buigen de laatste halmen onder ’t weerlicht.

 

 

2676719-15702ac3dea00baf4a1bf2f35799a1a4.jpg 
Simon Vestdijk (17 oktober 1898 – 23 maart 1971)
Mieke en Simon Vestdijk met Harry Mulisch en Hugo Claus

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Jan Wagner werd geboren op 18 oktober 1971 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Jan Wagner op dit blog.

 

 

Heers

Niet te onderschatten: heers
met verlangen al in de naam – vandaar
de bloesems, die zo zwevend wit zijn, kuis
als een tirannendroom.

Keert altijd terug als een oude schuld,
zendt zijn geheime boodschappen
door de duisternis onder het gazon, onder het veld,
tot ergens een nieuw wit nest

van verzet opschiet. Achter de garage,
bij het knarsende grind, de kers: heers
als schuim, als bruis, dat geruisloos

gebeurt, omhoog naar de gevel kruipt, totdat heers
bijna overal ontspruit, door de hele tuin heers
over heers schuift, verslindt met niets anders dan heers.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2676719-fac92fd86e28f008d5b1352f13fd2e5e.jpg
Jan Wagner (Hamburg, 18 oktober 1971)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e oktober ook mijn blog van 17 oktober 2018 en ook mijn blog van 17 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 17 oktober 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 18:48 Reageer op dit bericht

Alma Mathijsen, Oscar Wilde

De Nederlands schrijfster en journaliste Alma Mathijsen werd geboren in Amsterdam op 16 oktober 1984. Zie ook alle tags voor Alma Mathijsen op dit blog.

Uit: Onderland

“De douchegel ruikt naar bitterkoekjes. Het maakt niet uit dat ik omhoogkijk. Het maakt niet uit dat ik zijn gezicht niet wil zien. Het maakt niet uit dat ik het toch zie. Zijn ogen staan dicht bij elkaar. Ik wil hier weg. Nog een keer kijk ik naar beneden, het water kleurt nog steeds rood, maar niet meer zo donker als eerst. De tegeltjes van de badkamer lijken minder wit, de grijze voegen vallen me op. Ik heb lang gefantaseerd over de eerste keer. Dit heeft daar niets mee te maken. Ik beweeg trager. Een roze druppel valt op de badkamervloer, ik wis hem meteen uit met mijn grote teen. De handdoek voelt hard aan. Ik dep. De picknicktafel schuurt onder mijn rug. Ik durf mezelf niet aan te kijken in de spiegel en fixeer mijn blik op de voegen in de badkamer. Als ik dat wel doe, zal ik zien dat mijn ogen vaal zijn. De stenen onder de picknicktafel verschuiven bij iedere stoot. Ik schiet door herinneringen heen. Ik hijs mezelf terug in bed.
De bal van mijn rechtervoet tintelt. Zonder een geluid te maken pak ik mijn voet vast. Ik druk, de huid is gevoelloos. Alsof er een gat is geslagen waar het zachte gedeelte eerst zat. Mijn lichaam sluit zich af. Het trekt zich terug. Nu niet sneller gaan ademen. Ik zoek op de tast naar de strip oxazepam die altijd op mijn nachtkastje klaar ligt. Ik heb te veel gedronken, ik kan niet meer op mijn benen staan. Mijn longen zetten zich uit, toch lijk ik amper iets binnen te krijgen. Mijn buik gaat niet op en neer, alleen mijn borstkas drukt tegen mijn kin aan. De jongen moet me ondersteunen. Ik weet niet meer hoe mijn onderbroek uitging. Ik moet meer adem zien binnen te krijgen. Voor de rest heb ik al mijn kleren nog aan, alleen mijn onderbroek moet ik van de stenen rapen. Mijn keel is zich aan het vernauwen, bij iedere inademing raken de wanden elkaar haast aan. Met trillende vingers duw ik drie tabletten uit het aluminium. Water heb ik niet meer nodig, zo vaak heb ik ze geslikt.
Mijn benen voelen koud aan, mijn voeten kan ik amper nog voelen. Die zijn al weggegleden. Ik ben uitsluitend een hoofd dat klopt op het ritme van mijn hartslag. Mijn bloed pulseert.”

 

2676530-627c06b3c991998e7def4832ed1569eb.jpg
Alma Mathijsen (Amsterdam, 16 oktober 1984)

 

 

De Iers-Engelse schrijver Oscar Wilde werd geboren op 16 oktober 1854 in Dublin. Zie ook alle tags voor Oscar Wilde op dit blog.

 

Impression 1 Les Silhouettes

De zee is grijs gestreept vandaag,
De doodse doffe wind fluit vals,
De maan zweeft langs de zandbaai als
Een dorrend herfstblad naar omlaag.

Scherp afgetekend tegen ’t zand
Een zwarte boot, en onverstoord
Klimt er een schippersknaap aan boord
Breed lachend en met rappe hand.

En boven land een wulpenvlucht,
Terwijl door ’t schemerige graan
De jonge bruine maaiers gaan,
Hun silhouet tegen de lucht.

 

Vertaald door Margriet Berg en Marja Wiebes

 

2676530-0f370df269002bae6b83fdfe06a80104.png

Oscar Wilde (16 oktober 1854 – 30 november 1900)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e oktober ook mijn blog van 16 oktober 2021 en ook mijn blog van 16 oktober 2018 en ook mijn blog van 16 oktober 2017 en eveneens mijn blog van 16 oktober 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:27 Reageer op dit bericht

A. F.Th. van der Heijden, Günter Grass

De Nederlandse schrijver A. F. Th. van der Heijden werd geboren in Geldrop op 15 oktober 1951. Zie ook alle tags voor A. F.Th. van der Heijden op dit blog.

Uit: Vallende ouders

“Alles om me heen scheen er in een perfecte constellatie op gericht mijn schaamte wakker te maken. Met dat teveel aan vet rond mijn heupen en in mijn lever voelde ik me een kluit modder en de zon was aan de hemel gaan staan om die vette modderkluit net zo lang te bestralen tot er de worm van mijn schaamte uit te voorschijn zou kronkelen. Ik voelde me vies. Ik droogde me in de zon. En het hielp, en hoe meer het hielp, des te meer worstelde ik met mijn schaamte.
Die junidag zocht ik rond middernacht mijn bed op en om acht uur maakte mijn moeder me wakkker. Ze deed de deur van mijn kamer open en zei, zonder de minste stemverheffing: ‘Albert… het is al voorbij achten, jongen’ – wat betekende dat het tegen acht uur liep. De zon scheen door de gele gordijnen en ik wist me tot in de details al mijn dromen te herinneren. Onmiddellijk na het ontwaken voelde ik me fit, iets dat ik in geen jaren meer gekend had.
Ik poetste mijn tanden onder het douchen, droogde me af en kleedde me in zwembroek, broek en T-shirt. Met een stapeltje boeken onder de arm daalde ik de trap af en liep via de gang en de keuken de tuin in, waar mijn strandstoel al klaar stond. Ik legde de boeken op de grond en ging zitten.
De zon was nog maar net verschenen boven de volgende huizenrij, gelegen aan de straat die het bos afzoomde. De gekartelde schaduw van onze schuur, die een golfdak heeft, raakte mijn voeten maar begon zich al terug te trekken – traag als een slak die krimpend de lange reis onderneemt naar het huis waar hij aan vastzit. Het was kwart over acht.
Een paar minuten later bracht mijn moeder mij een bordje met twee in partjes gesneden boterhammen en een glas melk uit de koelkast. Ik at en ik dronk. Als ik het bordje met de kruimels en daarop het beslagen glas naast mijn stoel op de tegels zette, had de zon zijn kin van die schoorsteen daar bevrijd en hing los boven de daken. Ik legde een studieboek open in mijn schoot, maar bleef de tuin in kijken. Het werd kwart voor negen, negen uur, half tien.
Rond tien uur zwaaide de keukendeur open en sprong Henna de achterplaats op. In dit zonlicht was haar vacht, die door ouderdom van kleur begon te verschieten, weer één en al Arabische gloed. Ze maakte haar ronde door de tuin en tilde hier en daar haar poot op om alvast wat urine kwijt te raken die haar oude blaas niet langer bergen kon.
‘M’n blommen!’ riep mijn moeder.
Even later kwam ook mijn vader naar buiten. Hij bracht de geur van verse koffie mee.”

 

 

2676426-cb9c0ad4efddecbbecc6214f569da695.png
A. F.Th. van der Heijden (Geldrop, 15 oktober 1951)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Grass werd geboren in Danzig (tegenwoordig Gdansk) op 16 oktober 1927. Zie ook alle tags voor Günter Grass op dit blog.

 

 

Ascese

De kat spreekt.
Wat zegt de kat dan?
Gij zult met een spits potlood
de bruiden en de sneeuw schakeren,
gij zult een zwak hebben voor de kleur grijs,
leven onder een bewolkte hemel.

De kat spreekt.
Wat zegt de kat dan?
Gij zult u met de avondkrant
als aardappelen in jute kleden
en dat pak telkens keren
en nooit een nieuw pak nemen.

De kat spreekt.
Wat zegt de kat dan?
Gij moet de marine schrappen,
de kersen, de klaproos, de bloedneus,
ook die vlag zult gij strijken
en as op geraniums strooien.

Gij zult, zo spreekt de kat verder,
alleen nog maar op nieren, milt en lever,
op ademloze zure long, op zeik
van ongespoelde nieren leven,
op oude milt en taaie lever,
uit de grijze pan: zo moet gij leven.

En op de muur, waar vroeger eindeloos
het groene schilderij het groen herkauwde,
zult gij met uw spitse potlood
ascese schrijven, schrijf: ascese.
Zo spreekt de kat: schrijf ascese.

 

Vertaald door Jacq Vogelaar

 

2676426-fd369f434ae6f7edd77b3ba3b5eaceb2.jpg
Günter Grass (16 oktober 1927 – 13 april 2015)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e oktober ook mijn blog van 15 oktober 2018 en ook mijn blog van 15 oktober 2017 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 16:53 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten