Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Christopher Kloeble, Christine Lavant

De Duitse schrijver Christopher Kloeble werd op 3 juli 1982 geboren in München. Zie ook alle tags voor Christopher Kloeble op dit blog.

Uit: Fass von Segendorf

„Es fiel mir schwer zu schlucken. Der Raum war leer, von draußen drang das Dröhnen herein, der Chor der Knaben, unterstützt durch das Orchester. Es hörte sich schräg und falsch an, wenn man hinter der Bühne saß, ganz anders, als auf ihr oder davor. Es hörte sich an, als klagten sie, prusteten und spuckten ihren Unmut gegen die Wände, von denen er abprallte, zurückkehrte, sich vermehrte und verstärkte und dann, dann wurde es mit einem Mal still.
Der Wink des Dirigenten.
So graziös, als würde er den Dirigierstab in der Hand halten, ohne ihn zu berühren.
Bei der Generalprobe hatte der Chor der Knaben nicht geschlossen darauf reagiert, und der Dirigent hatte unseren Chorleiter – wir nennen ihn den Chef –, mit einem Kopfschütteln zu sich gebeten. Dann beschimpfte uns der Chef. In der Pause stürmte er in unseren Probenraum, warf die Tür hinter sich zu, dass wir verstummten, aufstanden, auf den Boden sahen. Mit gehetzten Schritten durchquerte er das Zimmer, kam zurück, durchquerte es ein weiteres Mal. Nannte uns einen Haufen Arschlöcher. Mit einer brabbelnden, undeutlichen Stimme, von der man als allerletztes gedacht hätte, dass sie die eines Gesangslehrers sei. Er sah einzelne an, deutete auf uns. Wir hätten ihn so sehr blamiert. Vor einem Weltorchester! Vor einem Weltdirigenten! Wir waren Arschlöcher! Kinder!
Gleich darauf seufzte er, sagte, er könne das alles nicht mehr ertragen, die Proben, die Strapazen. Die Diskussionen! Die ewige, ewige Kritik. Von oben! Nein, wir sollten nach Hause gehen. Er verließ den Raum, die Gesangslehrer stoben durcheinander, einer folgte ihm, ein anderer, Herr Scheid, blieb bei uns und sagte, flüsternd, wir üben die ganze Sache nun gemeinsam. Bis es sitzt.
Der Herr Scheid probte darauf zwei Stunden mit uns. Er ließ uns einzeln singen, bis jeder die Stelle perfekt beherrschte. Was der Chef in dieser Zeit trieb, wussten wir nicht, wir sahen nur, dass er später das Lob des Dirigenten grinsend entgegennahm und mit keinem Wort den Herrn Scheid erwähnte.
Das heißt aber nicht, dass wir den Herrn Scheid mehr leiden mochten, als den Chef.“

 

2711214-ebc4f44717308638fee9f7161f49152c.png
Christopher Kloeble (München, 3 juli 1982)

 

 

De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en kunstenares Christine Lavant werd geboren op 4 juli 1915 in Groß-Edling als Christine Thonhauser. Zie ook alle tags voor Christine Lavant op dit blog.

 

Oude slaap, waar zitten toch je zonen?
Jonge, sterke zonen heb je immers,
kerels, die nog andere dingen kunnen
dan hier komen en de lamp uitdoven.

Eentje moet zich naast mijn angst uitstrekken,
eentje zich op mijn verlangen zetten,
harde handen moeten beiden hebben,
dat de buren niet het schreeuwen horen.

En wat wil je in mijn ogen strooien?
Zand? Ik lach erom. Woestijnen
kan ik je voor zulke ogen geven
die zich daarmee al tevreden stellen.

Mijne, weet je, zijn twee vuurkolommen,
eenmaal zal de hemel daarvan branden!
Maar voorlopig wil ik eindelijk slapen.
Oude, oude, heb je dan geen zonen?

 

 

Vertaald door C. O. Jellema

 

 

2711214-2d4cbbcf9b133395676af275d60096cf.jpg
Christine Lavant (4 juli 1915 – 7 juni 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juli ook mijn blog van 3 juli 2023 en ook mijn blog van 3 juli 2020 en eveneens mijn blog van 3 juli 2019 en ook mijn blog van 3 juli 2017 en ook mijn blog van 3 juli 2016 deel 1 en eveneens mijn blog van 11 juli 2015.

Geschreven door Romenu om 16:52 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Erik Vlaminck, Wislawa Szymborska

De Vlaamse schrijver Erik Vlaminck werd geboren in Kapellen op 2 juli 1954. Zie ook alle tags voor Erik Vlaminck op dit blog.

Uit: Het Nachtlicht

“De hufters laten me alle uithoeken van het havengebied zien. Ik heb er geen benul van hoelang ze me al meevoeren.
Ik kan mezelf voor de kop slaan dat ik zo dwaas was om tegen een reclamebord te gaan wateren, terwijl ik had kunnen weten dat die dienstkloppers hun rondjes rond het Sint-Jansplein reden.
‘Antwerpen 93 – Culturele hoofdstad van Europa’ stond in grote rode letters op het paneel en ik probeerde om met mijn straal het middelpunt van de o van Europa te raken. Altijd wanneer ik ergens sta te pissen, probeer ik op iets te mikken. Het is een gewoonte uit mijn kindertijd. Mijn moeder heeft me dat aangeleerd: het scheelde wanneer ze het altijd stinkende gemak op onze achterkoer proper moest maken.
Ik had verdomme braaf en kruiperig de idiote vragen moeten beantwoorden die de jongste van de twee geüniformeerde posturen me stelde, een magere panlat met een degoutante kop erop. Op zijn bovenlip kweekt hij dan ook nog een venijnig borstelsnorretje. Aan zijn uniform is af te lezen dat de blaaskaak adjudant is. De oudste lijkt me meer mens. Hij heeft geen strepen op zijn epauletten. Gendarmes die een beetje mens zijn, hebben nooit strepen op hun epauletten.
Bij het begin van de rit vond ik het zelfs prettig om te zitten waar ik zat. Ik werd naar een andere tijd teruggeslingerd. De mannen van de wet rijden met krak dezelfde Volkswagen Transporter zoals ik er jaren geleden zelf een had, voor ik de grond onder mijn zere poten en het dak boven mijn kop verloor. De Volkswagen van de dienders is wit met een rode streep, die van mij was citroengeel, RAL 1012.
Als ik mijn ogen dicht deed, leek het alsof ik de metalige ratel van de motor van mijn eigen camionette hoorde. Alsof ik op weg was om ergens schilderwerk te gaan uitvoeren. Alsof we onderweg waren om naar de Ardennen op vakantie te gaan. Ons Marie-Louise, onze Kevin en ik, samen uitkijkend naar een weekje Camping Paradiso in Hulsonniaux aan de Lesse… Ik mag er verdomme niet op doordenken of ik zou beginnen te janken.
Ik herken trouwens het gesputter van de motor wanneer adjudant Snorremans het gaspedaal lost. Er zit vuiligheid in de carburator.”

 

2711094-fca192fe5735421d3787402fdddd3103.jpg
Erik Vlaminck (Kapellen, 2 juli 1954)

 

 

De Poolse dichteres Wisława Szymborska werd geboren op 2 juli 1923 in Bnin. Zie ook alle tags voor Wislawa Szymborska op dit blog.

 

Ik bedenk de wereld

Ik bedenk de wereld, tweede uitgave,
tweede verbeterde uitgave,
voor de mallerds om te lachen,
de tobbers om te tobben,
de kalen om te kammen,
de katten om te klagen.

Eerst is er het hoofdstuk:
De taal van plant en dier,
met voor elke soort
de desbetreffende woordenschat.
Zelfs een gewoon goedendag
uitgewisseld met een vis
zal jou, de vis en iedereen
in je leven sterken.

Dan breekt het los, dat in het waken
van de woorden lang voorvoelde,
die improvisatie van het bos!
Die epiek van uilen!
Aforismen van de egel,
door hem bedacht terwijl hij,
meenden wij te weten,
steeds maar lag te slapen.

De tijd (hoofdstuk twee)
heeft het recht zich met alles
te bemoeien, met goed en kwaad.

Maar – die welke zeeën verplaatst,
welke bergen verplettert, de sterren
laat draaien, krijgt geen enkele macht
over geliefden, want zij zijn te naakt,
te innig omhelsd, de ziel onder de arm,
als een bange mus die waakt.

De ouderdom is alleen de moraal
die hoort bij een slecht leven.
Ah, dus allen blijven jong!
Het lijden (hoofdstuk drie)
is voor het lichaam geen schande.
De dood
komt in je diepste slaap.

En je zult dromen
dat ademhalen niet meer hoeft,
dat een stilte zonder adem
heel aardige muziek is.
Als een vonk zo klein
doof je in de maat.

Zo is de dood. Het deed meer pijn,
toen een roos je vingers prikte.
Je onderging een ergere schrik
toen je een blaadje vallen zag.

Zo is de wereld. Zo
het leven. En doodgaan is niet meer.
Al het andere is als Bach,
die tijdelijk gespeeld wordt
op een zaag.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

2711094-00694c67c935cdea11a45ab0a1c25f5e.jpg
Wislawa Szymborska (2 juli 1923 – 1 februari 2012)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2019 en ook mijn blog van 2 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:10 Reageer op dit bericht

Remco Ekkers, Denis Johnson

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Anish Kapoor

Ik ben in een echt bloedmoment
rood is altijd in het middelpunt geweest

hoewel ik veel treurige dingen heb gedaan
toch was er rood en vreugdevol

rood is lichamelijk, maar het gaat
naar zwart diep naar binnen

rood is een afdaling naar de hel
de onbekende eeuwige herhaling

rood gaat ook naar geel
waar het licht is, het leven

rood gaat van dood naar leven

 

 

Inua

Zie, ik sta als een trillende snaar voor u
Raak mij aan, kalmeer mijn beven.

Bent u mijn god, ben ik uw schepsel
Of ben ik de vrouw voor haar man
De dichter voor zijn lezer?

Is dit de bestemming, het doel van mijn zingen?
Wij groeien apart samen in bewustzijn.

 

 

Poolhaas

Hij zit, zeer wit, tussen de scherpe stenen
van de eindmorene, zijn oren gespitst
vangen de stilte, het geluidloos zwerven
van de poolvos boven hem op de gletsjer
het zweven van de sneeuwuil in de schemer.

Dit is zijn wereld, hij is tevreden met zijn vacht.
Zijn sterke achterpoten trommelen bij gevaar.
Voor de ijsbeer duikt hij weg in spleten
vindt daar nog uitlopers van wilgen
korstmos en als de kust weer veilig is
rent hij snel naar het water, knabbelt aan zeewier.

Een raadsel is: waarom raakt bij het paren
de moerhaas ernstig gewond?

 

2710961-7a87bb5772456037a6c3b6495ff0fc22.jpg
Remco Ekkers (1 juli 1941 – 4 juni 2021)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

 

 

De man die werd gedood

Wat de wind ook zegt die het oppervlak
van de rivier verdeelt

in kleine, opwaartse gebaren van verbazing
is onbekend, is niet hier

bij mij aan de oever. Ik heb me hetzelfde
afgevraagd voor de winterse gezichten van voetgangers,

ik heb me afgevraagd hoeveel hiervan
waanzin is en hoeveel echt. Hij moet

de wind hebben gehoord, om zo diep
geschrokken te zijn toen de kogel

uit de handen van de moordenaar vloog. Hij herinnert zich altijd
hoe het was om te ademen. Zijn blik

dwaalt door de straten van de stad,
door de regen, door de dromen na zijn leven.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2710961-a71b2f84bf8e89360c7b5afa1685bedd.jpg
Denis Johnson (1 juli 1949 – 24 mei 2017)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2020 en eveneens mijn blog van 1 juli 2019 en ook mijn blog van 1 juli 2018 en ook mijn blog van 1 juli 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:48 Reageer op dit bericht

Czeslaw Milosz

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

 

In Szetejnie

1

Jij was mijn begin en nu ben ik weer met jou, hier waar ik de vier
windstreken heb leren kennen.

Laag, achter de bomen, de streek van de Rivier, achter mij en de
gebouwen de streek van het Bos, rechts de streek van de Heilige
Voorde, links die van de Smidse en het Veer.

Waar ik ook heb gezworven, over welke continenten ook, altijd hield ik
mijn gezicht gericht naar de Rivier

en onderging de geur en smaak van de doorgebeten wit-rode sappigheid
van de kalmoes,

en hoorde de oude heidense liederen van de oogsters, van het veld
komend wanneer de zon van de warme avonden achter de heuvels
doofde.

In het verwilderde groen zou ik de plaats van het tuinhuisje kunnen
aanwijzen, waar jij me dwong om mijn eerste scheve letters te zetten.

Maar ik probeerde me los te rukken, vluchtte in mijn verstopplaatsen,
want ik wist zeker dat ik het letters schrijven nooit zou leren.

Ik verwachtte echter niet daarnaast deze kennis: dat botten tot stof
vervallen, tientallen jaren verstrijken, maar de aanwezigheid dezelfde is.

Dat wij, zoals jij en ik, in het land van de eeuwige spiegels kunnen
verblijven, tegelijkertijd wadend door ongemaaid gras.

 

2

Jij hield de leidsels en getweeën reden we met één paard voor de brik
naar het grote dorp bij het bos.

De takken van de appel- en perenbomen doorbuigend onder hun
overdaad, veranda’s met houtsnijwerk, wakend over malven en wijnruit.

Je oud-leerlingen, nu boeren, onderhielden ons met een gesprek over de
oogst, de vrouwen lieten hun weefgetouwen zien en jullie delibereerden
lang over de kleuren van schering en inslag.

Op tafel ham en worst, een honingraat in een lemen kom, en ik dronk
broodkwas uit een blikken kroes.

Ik verzocht de directeur van de kolchoz om mij het dorp te tonen, hij
nam me mee in de auto naar lege akkers die zich tot het bos uitstrekten,
en stopte voor een groot rotsblok.

‘Hier was het dorp Peiksva’, zei hij niet zonder triomf in zijn stem,
zoals iemand spreekt die altijd met de overwinnaars is.

Ik merkte op dat een deel van het blok was afgehouwen, men had de
steen dus met een hamer willen breken om zelfs dat spoor te doen verdwijnen.

 

3

In de zomerdageraad rende ik het vogelrumoer in, ik kwam terug, en
tussen moment en moment heb ik mijn werk geschreven.

Al was het moeilijk om de poot van de n door te trekken en met die van
de u te verbinden, en een waagstuk om de brug tussen de r en de z op te gaan.

Ik hield de penhouder zo dun als een rietje en doopte de pen in de inkt,
een zwervende klerk met een inktpot aan de riem.

Nu denk ik dat mijn werk de plaats van het geluk inneemt en dat het
door afgrijzen en medelijden wordt aangetast.

Toch moet de geest van deze plek erin zijn, zoals hij in jou is die hij
van kinds af leidde.

Kransen van eikenbladeren, de klok van het ave in de vork van de linde,
luidend voor de meidienst, ik wilde goed zijn en niet tussen de
zondaren lopen.

Maar wanneer ik me nu probeer te herinneren hoe het was: alleen de
put en daar zo donker dat ik niets begrijp.
We weten alleen: de zonde bestaat, en de straf, wat de filosofen ook zeggen.

Moge mijn werk de mensen tot nut zijn en zwaarder wegen dan mijn kwaad.

Jij, wijs en rechtvaardig, bent de enige die me gerust zou weten te
stellen, uitleggend dat ik gedaan heb zoveel als ik kon.

Dat het hek van de Zwarte Tuin dichtgaat, vrede, vrede, dat wat ten
einde is, ten einde is.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

2710948-277f0209113e04b142a196323804150a.png
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juni ook mijn blog van 30 juni 2019 en ook mijn blog van 30 juni 2018 en ook mijn blog van 30 juni 2014 en eveneens mijn blog van 30 juni 2013 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Maarten Asscher, Thomas Frahm

De Nederlandse dichter, schrijver, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar. Zie ook alle tags voor Maarten Asscher op dit blog.

Uit: Veni creator spiritus

“Een hartsvriendin van mij, die ik bij wijze van eerbetoon aan haar achtentachtig jaren met ‘tante’ aanspreek, is onlangs verhuisd naar een klein verzorgingshuis aan de Schumannlaan in Amsterdam-Zuid. Bijna vijftig jaar lang heeft zij als weduwe zonder kinderen op zichzelf gewoond, en door kamerverhuur en het geven van vioollessen in haar zelfstandigheid voorzien. Maar ondanks haar grote doorzettingsvermogen werd het de laatste tijd duidelijk dat zij – zelfs met geregelde hulp – zichzelf en haar huishouden niet meer goed kon verzorgen. Met een aantal vrienden – oud-leerlingen, ex-pensionaires en buren – hebben wij toen haar verhuizing naar dit niet eens zo onplezierige tehuis geregeld, waar ze tenminste een eigen kamer kreeg en een aantal vertrouwde meubels en spullen mocht meenemen.
In haar verhouding tot de muziek, die altijd een intense is geweest, is door deze verhuizing wel het een en ander veranderd. Niet alleen had zij met haar reumatische handen het vioolspel al enige jaren tevoren moeten opgeven, maar nu moest zij ook nog afscheid nemen van haar geliefde vleugel, die nooit in haar nieuwe kamer aan de Schumannlaan zou hebben gepast. Nu zij daarmee haar mogelijkheden tot zelf musiceren kwijt was, kreeg zij sterker dan ooit de behoefte om haar levenslange enthousiasme voor muziek in conversatie tot uitdrukking te brengen. En een van haar grote muzikale voorliefdes was nu juist de figuur van Gustav Mahler. In hem zag zij de syntheticus-bij-uitstek van de negentiende-eeuwse tegenstelling tussen Brahms en Wagner, en tegelijk was hij – volgens haar meer dan Schönberg of Sjostakovitsj, Wolf of Strawinsky – de blijvende vernieuwer van het symfonische repertoire en de liedkunst in de twintigste eeuw.
Het bijzondere van onze gesprekken – zij met het gewicht van haar innerlijk doorleefde overtuiging, ik met mijn gespeeld-jeugdige tegenspraak – was dat er nooit een noot bij klonk. Haar muziekinstrumenten waren er niet meer, een radio had ze niet en haar grammofoon was bij de verhuizing stukgegaan. ‘Alles wat ik zou willen horen, heb ik al in mijn hoofd zitten, en ik kan het moeiteloos voor mijzelf afspelen,’ was haar reactie als iemand voorstelde om de grammofoon te laten repareren of te vervangen.
Zo zaten wij lange avonden thee te drinken – en daarna bij voorkeur iets sterkers – terwijl mijn tante mij met toenemend vuur symfonienummers of titels van liederencycli voorhield. Die moesten mij bewijzen dat de vroege Mahler zus, of dat Mahler later in zijn Weense tijd zo had gewerkt, waaruit dan weer een en ander te concluderen viel ten gunste van de waarde en de invloed van zijn kunstenaarschap.”

 

2710680-6bfad951691bd38b750a8c0028fa95e2.png
Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

 

Tsunami

Geografie is de stapel
vanwaar mijn lyrische boten
vertrekken op hun eerste reis.

Wat ik boten noem
is Kon-Tilki met biotechnologie
aan boord:

bevingen
door buigzame rietstengels
in seismografen uit gist
gefluisterd —

Daar broeit het wanneer
de aarde beeft omdat
de volkomen normale waanzin
aan politieke landgeografen elektroshocks
toedient
en de kleine kernproef op Bikini Atol
de graten uit het lijf van
besmette vissen scheurt —

(en natuurlijk
houdt mijn boot
tegen deze golfslag geen stand).

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2710680-257684accdcb5a4f57e6d26ba38b583f.jpg
Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog van 29 juni 2020 en eveneens mijn blog van 29 juni 2019 en ook mijn blog van 29 juni 2018 en ook mijn blog an 29 juni 2017 en eveneens mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:30 Reageer op dit bericht

The wind begun to rock the grass (Emily Dickinson), Sophie Hannah, Thomas Frahm

 

 

2710567-e54efe97a9b7ffc5cc0c0ff3eacceb9a.png
Vóór het onweer  door Andrei Balakirev, 2022

 

 

The wind begun to rock the grass

The wind begun to rock the grass
With threatening tunes and low,–
He flung a menace at the earth,
A menace at the sky.

The leaves unhooked themselves from trees
And started all abroad;
The dust did scoop itself like hands
And throw away the road.

The wagons quickened on the streets,
The thunder hurried slow;
The lightning showed a yellow beak,
And then a livid claw.

The birds put up the bars to nests,
The cattle fled to barns;
There came one drop of giant rain,
And then, as if the hands

That held the dams had parted hold,
The waters wrecked the sky
But overlooked my father’s house,
lust quartering a tree.

 

2710567-1bb7589b6f91830a027ec894398b4d08.jpg
Emily Dickinson (10 december 1830 – 15 mei 1886)
Amherst College in Amherst, de geboorteplaats van Emily Dickinson

 

 

De Britse dichteres en schrijfster Sophie Hannah werd geboren in Manchester op 28 juni 1971. Zie ook alle tags voor Sophie Hannah op dit blog.

 

 

Villain Elle

Stories are stories. Real life is real life.
You hint that you might sue for defamation.
It’s not illegal to dislike your wife.

Fictional bitch gets stabbed with made up knife
and you perceive your stab-less situation.
Stories are stories. Real life is real life.

Is ‘trouble’ just a few lines down from ‘strife’?
That’s where you’re finding risk to reputation?
It’s not illegal to dislike your wife.

Traduced ex-friends, from Oswestry to Fife,
privately think she’s an abomination.
Stories still stories. Real life still real life.

Discussion of her awfulness is rife
(yet lawful) at Heathrow, at Cambridge station.
It’s not illegal to dislike your wife.

I could invent a creature called a Spife
(spindly-wife-esque and prone to pustulation).
Stories remain just stories, life is life.
The law allows me not to like your wife.

 

 

Let’s

Let’s steal a clapped-out camper van
And push it to the edge
Of occupied Afghanistan.
Let’s perch it on a ledge
Of sinking sand, and test how fast
Its punctured wheels will spin.
Whoever’s lung collapses last
Must lift the van to win.

Let’s roast the carcass of a beast
In sweat and single malt,
Subject whoever eats the least
To a prolonged assault,
Blindfolded, beer cans in the face;
Let’s scale the sharpest rock
Straight from a polar ice floe race,
In hypothermic shock.

Is it high-risk and ill-thought-out?
Will victory equal pain?
Will all involved be plagued by doubt
Unless they are insane,
And will this be dismissed as grounds
To stop and think again?
I only ask because it sounds
Like a plan made by men.

 

2710567-1fbb8cfd9fb531a071cc341a6fb9b2b3.jpg
Sophie Hannah (Manchester, 28 juni 1971)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

Mijn naam

hoort niet bij de groten
van de wereldgeschiedenis, die met bloed,
soms met hersensmeer
werden geschreven. Hij staat
op geen banier dat, stel dat my home
my castle was,
knetterend vanaf de kantelen,
grootsheid zou suggereren.

Ik weiger
de kleine menselijkheden van mijn leven
te verploeteren als brandstof
om vooruit te komen, wil
de onvermijdelijkheid van de dood
onder ogen kunnen zien, wetende dat
mijn naam bij een paar mensen
op de tong smelt als ze praten.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2710567-d06ffdca7745a2a4765cee046774d6ef.jpg
Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juni ook mijn blog van 28 juni 2020 en eveneens mijn blog van 28 juni 2019 en ook mijn blog van 28 juni 2018 en ook mijn blog van 28 juni 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:08 Reageer op dit bericht

I See The Boys Of Summer ( Dylan Thomas), Lucille Clifton

 

 

2710421-f6c2fb70da075afbb26f7999988dc796.jpg
Boys Of Summer door Hyatt, 2018

 

 

I See The Boys Of Summer

I
I see the boys of summer in their ruin
Lay the gold tithings barren,
Setting no store by harvest, freeze the soils;
Theire in their heat the winter floods
Of frozen loves they fetch their girls,
And drown the cargoed apples in their tides.

These boys of light are curdlers in their folly,
Sour the boiling honey;
The jacks of frost they finger in the hives;
There in the sun the frigid threads
Of doubt and dark they feed their nerves;
The signal moon is zero in their voids.

I see the summer children in their mothers
Split up the brawned womb’s weathers,
Divide the night and day with fairy thumbs;
There in the deep with quartered shades
Of sun and moon they paint their dams
As sunlight paints the shelling of their heads.

I see that from these boys shall men of nothing
Stature by seedy shifting,
Or lame the air with leaping from its hearts;
There from their hearts the dogdayed pulse
Of love and light bursts in their throats.
O see the pulse of summer in the ice.

 

2710421-3021e8b04178c66182a0ca2fb0767546.jpg
Dylan Thomas (27 oktober 1914 – 9 november 1953)
Swansea, de geboorteplaats van Dylan Thomas

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

 

The Photograph: A Lynching

is it the cut glass
of their eyes
looking up toward
the new gnarled branch
of the black man
hanging from a tree?

is it the white milk pleated
collar of the woman
smiling toward the camera,
her fingers loose around
a christian cross drooping
against her breast?

is it all of us
captured by history into an
accurate album? will we be
required to view it together
under a gathering sky?

 

 

Notes to Clark Kent

if i should

enter the house and speak
with my own voice, at last,
about its awful furnitutre,
pulling apart the covering
over the dusty bodies; the randy
father, the husband holding ice
in his hand like a blessing,
the mother bleeding into herself
and the small imploding girl,
i say if i should walk into
that web, who will come flying
after me, leaping tall buildings?
you?

 

 

Further note to Clark

  do you now how hard it is for me? 
 do you know what you’re asking?

what i can promise to be is water,
water plain and direct as Niagara.
unsparing of myself, unsparing of
the cliff i batter, but also unsparing
of you, tourist. the question for me is
how long can i cling to this edge?
the question for you is
what have you ever traveled toward
more than your own safety?

 

 

mijn droom over de wederkomst

mary is een oude vrouw zonder schoenen.
ze gelooft het niet.
niet wanneer haar buik begint te borrelen
en de afdruk van een vinger achterlaat op een plek
die geen man aanraakt.
niet wanneer de sneeuw in haar haar wegsmelt.
niet wanneer de vreemdeling op wie ze altijd wachtte
verschijnt, gekleed in lichtjes, aan haar
keukentafel.
ze is een oude vrouw en
gelooft het niet.

wanneer er op een nacht iets op haar tenen valt,
noemt ze het een vos,
maar ze geeft het te eten.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2710421-9e4d9c9e98a9986ad90d1064880d4c8b.png
Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juni ook mijn blog van 27 juni 2020 en eveneens mijn blog van 27 juni 2019 en ook mijn blog van 27 juni 2016 en eveneens mijn blog van 27 juni 2015 deel 2.



Geschreven door Romenu om 10:24 Reageer op dit bericht

Sommerliche Nachmittagsstunde (Alfons Petzold), Jacqueline van der Waals, Ingeborg Bachmann

 

 

2710352-b9d785f53e5147f6fe739748930bd90f.jpg
Zomer in de tuin, Znojmo door Theodor von Hörmann, ca. 1893

 

 

Sommerliche Nachmittagsstunde 

Die Libellen über dem Bach
Sind wie von schwingendem Glas umgeben.
Die Schwalben schweben
Dicht am Boden den taumelnden Fliegen nach.

Durch Busch und Baum
Duftet schwerer die Heumahd herüber;
Unmerklich trüber
Wird der horizontene Saum.

Der flutende Schein
Der Sonne will jähling verfließen
In die fernen, flockigen Wiesen
Fällt Donner ein.

 

2710352-17c86cc47a5e29ee12d5bbcbf7c13578.jpg
Alfons Petzold (24 september 1882 – 25 januari 1923)
Wenen, de geboorteplaats van Alfons Petzold. Het Donaukanaal is een populaire locatie op zomerse dagen.

 

 

 

De Nederlandse dichteres Jacqueline Elisabeth van der Waals werd geboren op 26 juni 1868 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jacqueline van der Waals op dit blog.

 

 

Zomermorgen

rondeel

Aanstonds, toen ik wakker werd,
Scheen de zon mij in de ruiten
En de vogeltjes daarbuiten,
Van nabij en in de vert,

Sloegen, ’t bekje opgesperd,
Aan het zingen en het fluiten,
– Aanstonds, toen ik wakker werd –
Dat de englen met hun luiten

Niet zo vrij en onbenerd,
– Als de doden ’t oog ontsluiten –
Hunne vreugde kunnen uiten
In het hemelse concert,
Als de vogeltjes daarbuiten
Aanstonds, toen ik wakker werd.

 

 

Lichtgeflikker

De zon vroeg voor haar gouden schijn
Doortocht door ’t grauwe wolkgordijn
Om de aarde te gaan kleuren:
De daken rood, groen het geboomt…
O ’t licht, dat over de aarde stroomt
Door de open wolkendeuren!

Ik wou, dat ik die weelde kon
Verklanken, of verbeelden kon
In verzen of in verven:
De zilvren vreugd van ’t watervlak,
Waar ’t zonlicht nederviel en brak
In duizend vlammenscherven.

Ai ziet, hoe langs de waterbaan
De vlammetjes te branden staan,
Door ’t zonnevuur getroffen!
Hoe ’t spettert, spuit en openspat,
Hoe overal op ’t waterpad
De lichtjes staan te ploffen!

Hoe zegge ik dat? Hoe zoude ik u
Mijn vreugde, immer woordenschuw,
In woorden wedergeven?
Hoe ook, met felle spikkeling
van verf, die kleurenflikkering
Op hout of doek doen leven?

Ga, waar de zon op ’t water breekt
En ’t wondre vreugdevuur ontsteekt,
Dat koel is in zijn blaken,
Dat brandt, waar ’t zich in ’t water stort…
Indien ge dan niet blijde wordt,
Kan ik het u niet maken.

 

 

Bloeiende hei

Nu is de heide blij getint
Met paarse bloemenkleur,
Nu is de zoete heidewind
Vol zoele honinggeur,

Nu gonst de aarde van ’t gebrom
Der bijen wijd en zijd,
Nu is de hoge lucht alom
Eén blauwe zaligheid…

Maar, als de heide ’t schoonste wordt,
Dan komt de winter aan,
Want bloemenschoonheid duurt maar kort,
En vreugd is gauw gedaan.

En ‘k zou mijn leven lang wel graag
Zo lopen door de hei….
De vreugde, die ik voel vandaag,
Is haast te groot voor mij.

 

2710352-fe31c6a702b08b3fff2b952d4905d57c.jpg
Jacqueline van der Waals (26 juni 1868 – 29 april 1922)

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ingeborg Bachmann werd geboren op 25 juni 1926 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Ingeborg Bachmann op dit blog.

 

Enigma

Voor Hans Werner Henze uit de tijd van de Ariosi

Niets zal meer komen.

Er zal geen lente meer zijn.
Duizendjarige kalenders voorspellen het iedereen.

Maar ook zomer, en wat verder zulke goede namen
als ‘zomers’ heeft –
niets zal meer komen.

Je moet niet huilen,
zegt een lied.

Verder
zegt
niemand
iets.

 

 

Vertaald door Paul Beers en Isolde Quadflieg

 

2710352-cb4d0935f4ac96d20b185917e66dd8c2.jpg
Ingeborg Bachmann (25 juni 1926 – 17 oktober 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juni ook mijn blog van 26 juni 2023 en ook mijn blog van 26 juni 2020 en eveneens mijn blog van 26 juni 2019 en ook mijn blog van 26 juni 2018 en ook mijn blog van 26 juni 2017 en eveneens mijn blog van 26 juni 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:19 Reageer op dit bericht

Nuits de juin (Victor Hugo), Jakub Małecki, Ingeborg Bachmann

 

 

2710221-708b922acd0dfccb44d46d0904f2f011.jpg
Een nacht in juni in de tuin door Nikolai Astrup, 1909

 

 

Nuits de juin

L’été, lorsque le jour a fui, de fleurs couverte
La plaine verse au loin un parfum enivrant ;
Les yeux fermés, l’oreille aux rumeurs entrouverte,
On ne dort qu’à demi d’un sommeil transparent.

Les astres sont plus purs, l’ombre paraît meilleure ;
Un vague demi-jour teint le dôme éternel ;
Et l’aube douce et pâle, en attendant son heure,
Semble toute la nuit errer au bas du ciel.

 

2710221-f4e88422bff1cb54da583c83b03ab08f.jpg
Victor Hugo (26 februari 1802 – 22 mei 1885)
Besançon, de geboorteplaats van Victor Hugo

 

 

De Poolse schrijver en vertaler Jakub Małecki werd geboren op 25 juni 1982 in Kolo, Polen. Zie ook alle tags voor Jakub Malecki op dit blog.

Uit: Roest (Vertaald door Karol Lesman)

“Szymek had nog wel even gezocht, maar had snel de moed opgegeven. Een klontertje was maar een klontertje, misschien lukte het de volgende keer wel. De wereld houdt niet op bij klonters, vooral niet op een dag als vandaag waarop zijn moeder had beloofd uit Warschau een nieuwe Asterix voor hem mee te nemen: wie zou op zo’n dag nog in het gras en tussen distels willen lopen graaien? Hij had nog een halve jampot oude munten. Hij haalde zijn schouders op en liep achter Budzik aan.
Ze liepen langzaam terug, om beurten elkaar een vlak voorwerp met gerafelde randen overhandigend. Budzik beweerde dat hij ooit al zijn klonters uit zijn schuilplaats in het kippenhok zou meenemen en ze op een plank in de kamer zou leggen. Hij zou zich niets van zijn vader aantrekken. Dat ging hij een keer doen.
Ze passeerden de oprit naar de Autobaan en Szymek vertraagde zijn pas in de hoop een blauwe Fiat Uno te ontwaren. Hij bleef even staan wachten, erop vertrouwend dat zijn ouders zo dadelijk de afslag van de hoofdweg zouden nemen. Ze namen geen afslag. Alleen Hołowczyc scheurde geheel in stijl de andere kant op, dicht langs de berm, machtig en angstaanjagend. Hij duwde de wielen met zijn dikke armen voort, iets in zijn volle baard mompelend.
Szymek hoopte dat zijn ouders snel terug zouden zijn, zoals ze hadden beloofd, hoewel je het met de beloftes van ouders wel wist: je wist het maar nooit. Hij logeerde graag bij oma Tosia, maar vanavond was Het reuzenrad met Bugs Bunny op tv en hij moest nog zoveel doen. Als ze eenmaal thuis waren wachtte hem het saaie ritueel met de visjes: levend voer uit de vriezer, wat droogvoer uit een zakje, het schoonmaken van het verwarmingselement en het filter, water bijvullen. O, en het belangrijkste van alles: het kleuren van koeien.
De koeien bracht zijn vader mee van zijn werk. Ze stonden op grote vellen papier, ingekaderd in de linkerbovenhoek. Twee flanken en van voren alleen een driehoekige kop. Geesten van koeien, dunne omlijningen zonder vlekken, want de vlekken moest je zelf invullen. Zijn vader tekende ze snel op zijn werk en gaf met een kruisje aan waar het zwart moest komen. Szymek ging dan aan zijn bureau zitten, deed de lamp met de rode metalen lampenkap aan en vulde zorgvuldig de vlekken in met viltstift.”

 

2710221-0f60cae4e34b9d79c9df3b2b61b1c473.jpg
Jakub Małecki (Kolo, 25 juni 1982)

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ingeborg Bachmann werd geboren op 25 juni 1926 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Ingeborg Bachmann op dit blog.

 

 

Praag januari 64

Sinds die nacht
loop en spreek ik weer,
het klinkt Boheems
alsof ik opnieuw thuis was,

waar tussen de Moldau, de Donau
en de rivier van mijn jeugd
alles weet van mij heeft.

Lopen – stap voor stap is het teruggekomen.
Zien – aangekeken, heb ik het weer geleerd.

Gebukt nog, knipperend,
hing ik in het raam
en zag de schaduwjaren,
waarin geen ster
in mijn mond hing,
zich over de heuvel verwijderen.

Over het Hradschin
hebben om zes uur ’s morgens
de sneeuwruimers uit de Tatra
met hun gesprongen vuisten
de scherven van de ijslaag weggeveegd.

Onder de barstende schotsen
van mijn, ook mijn rivier
kwam het bevrijde water te voorschijn.

Te horen tot aan de Oeral.

 

Vertaald door Paul Beers en Isolde Quadflieg

 

2710221-80488f5f8c677aae8ca26feb5f8348be.jpg
Ingeborg Bachmann (25 juni 1926 – 17 oktober 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e juni ook mijn blog van 25 juni 2023 en ook mijn blog van 25 juni 2020 en eveneens mijn blog van 25 juni 2019 en ook mijn blog van 25 juni 2018 en ook mijn blog van 25 juni 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:34 Reageer op dit bericht

Ballade Made In The Hot Weather (William Henley), Wilfred Smit, Yves Bonnefoy

 

 

2710075-2edef929c05cc602c13b6213a835428a.jpg
Summer Inspiration door Olga Egorov, 2025

 

 

Ballade Made In The Hot Weather

Fountains that frisk and sprinkle
The moss they overspill;
Pools that the breezes crinkle;
The wheel beside the mill,
With its wet, weedy frill;
Wind-shadows in the wheat;
A water-cart in the street;
The fringe of foam that girds
An islet’s ferneries;
A green sky’s minor thirds –
To live, I think of these!

Of ice and glass the tinkle,
Pellucid, silver-shrill;
Peaches without a wrinkle;
Cherries and snow at will,
From china bowls that fill
The senses with a sweet
Incuriousness of heat;
A melon’s dripping sherds;
Cream-clotted strawberries;
Dusk dairies set with curds –
To live, I think of these!

Vale-lily and periwinkle;
Wet stone-crop on the sill;
The look of leaves a-twinkle
With windlets clear and still;
The feel of a forest rill
That wimples fresh and fleet
About one’s naked feet;
The muzzles of drinking herds;
Lush flags and bulrushes;
The chirp of rain-bound birds –
To live, I think of these!

Envoy

Dark aisles, new packs of cards,
Mermaidens’ tails, cool swards,
Dawn dews and starlit seas,
White marbles, whiter words –
To live, I think of these!

 

2710075-132ff2ac4a939e4d280df6b4bca70a56.jpg
William Henley (23 augustus 1849 – 11 juli 1903)
Kings Square in Gloucester, de geboorteplaats van William Henley

 

 

De Nederlandse dichter Wilfred Smit werd geboren in Soerabaja (Java, Nederlands Indië) op 24 juni 1933. Zie ook alle tags voor Wilfred Smit op dit blog.

 

 

Landhuis

Nog stiller hing
hij in de vlieren
om het oude huis –
demoiselle schemering
die hij zo graag
onder haar rokken
had gezien, verdween
er in de kieren…
des andren daags
wierp hij, de wind,
bij een ligusterhaag
drie hypotheekpapieren
neer op ’t grind.

 

 

Imitatio Christi

’t Is hier dichtbij,
niet verder dan de spijker
minziek naar uw hand,
maar ik poseur
ben eeuwig naar u onderweg,
zwaar geblanket
en met een distel achter ’t oor –
’t is zoet te scheuren
en u aan te hangen,
maar van ver.

 

 

Twee vazen

En voor zo kostbaar
hield ik haar;
in de schemering
bloedde heur nek
en de twee draken
op heur bolle zij
roerden zich niet.

en voor zo verfijnd
hield zij mij –
want bij lamplicht
zagen zij zeldzaam
scheel – en de twee
draken roken elkaar
onder de staart.

 

2710075-e3b2f080d08aa152cdfcdf11cfbe0d31.gif
Wilfred Smit (24 juni 1933 -13 augustus 1972)

 

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook alle tags voor Yves Bonnefoy op dit blog.

 

De dialoog van Angst en Verlangen

III

Ja, dat is het.
Een schittering in de oude woorden.
De opeenstapeling
Van heel ons leven in de verte als een gelukzalige
Zee, verhelderd door een wapen van levend water.

We hebben geen behoefte meer
Aan hartverscheurende beelden om van te houden.
Die boom daarginds is ons genoeg, die zich, door het licht,
Van zichzelf losmaakt en nog slechts
De bijna uitgesproken naam van een bijna vleesgeworden god weet.

En heel deze hoge streek die de zeer nabije Ene verbrandt,

En dit muurpleister dat de gewone tijd ontroert
Met zijn handen zonder droefenis, en die de maat genomen hebben.

 

Vertaald door Hans Tentije

 

2710075-55daa018f2c4bff48f7b3dac4dbf8201.jpg
Yves Bonnefoy (24 juni 1923 – 1 juli 2016)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook mijn blog van 24 juni 2023 en ook mijn blog van 24 juni 2020 en eveneens mijn blog van 24 juni 2019 en ook mijn blog van 24 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:31 Reageer op dit bericht

Mittag (Ernst Stadler), Anna Achmatova

 

2709964-af9717886f51db2d23e817080b733b7b.jpg
Im Rosengarten door Robert Panitzsch, 1921

 

 

Mittag

Der Sommermittag lastet auf den weißen
Terrassen und den schlanken Marmortreppen
die Gitter und die goldnen Kuppeln gleißen
leis knirscht der Kies. Vom müden Garten schleppen

sich Rosendüfte her wo längs der Hecken
der schlaffe Wind entschlief in roten Matten
und geisternd strahlen zwischen Laubverstecken
die Götterbilder über laue Schatten.

Die Efeulauben flimmern. Schwäne wiegen
und spiegeln sich in grundlos grünen Weihern
und große fremde Sonnenfalter fliegen
traumhaft und schillernd zwischen Düfteschleiern.

 

 

2709964-85e748eabf21cd31efd24d421e0ae3cf.png
Ernst Stadler (11 augustus 1883 – 30 oktober 1914)
Colmar, de geboorteplaats van Ernst Stadler

 

 

De Russische dichteres Anna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook alle tags voor Anna Achmatova op dit blog.

 

Aan de geliefde

Je moet geen duiven naar mij sturen,
je moet geen bange brieven schrijven,
de maartse wind niet laten waaien in mijn gezicht.
Gisteren ben ik aangekomen in een groene gaarde
waar ziel en lichaam mogen rusten
in de schaduw van een populierenbos.

Van hier kan ik ons stadje zien:
Paleis, wachthuisjes, legerplaatsen,
boven het ijs de gele boog van de chinese brug.
Je bent verkleumd van drie uur op mij wachten,
je durft niet weg te gaan van de veranda
en kijkt verbaasd naar al die nieuwe sterren.

Als een grauwe eekhoorn zal ik in de elzen springen,
als een wezel schichtig draven langs het pad,
als een zwaan zal ik je uit de verte roepen
opdat mijn bruidegom geen angst zal hebben
terwijl hij in de blauwe, dwarrelende sneeuw
op het verschijnen van zijn dode bruidje wacht.

 

 

Vertaald door Kees Verheul

 

2709964-bed98e09f3760094c66d1ec6266536e3.jpg
Anna Achmatova ( 23 juni 1889 – 5 maart 1966)
Portret door Alexander Osmerkin, 1939-40

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn blog van 23 juni 2025 en ook mijn blog van 23 juli 2020 en eveneens mijn blog van 23 juni 2019 en ook mijn blog van 23 juni 2018 deel 1 en ook deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:07 Reageer op dit bericht

Jaap Robben, Anne Carson

De Nederlandse dichter, schrijver en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

 

 

Jij was zoiets als kwijt

Niemand graaft
om zand te vinden.
We zochten jou
omdat we je vergaten.

Alsof we op achtergelaten jassen klopten
op zoek naar wat nog niemand was verloren.

En jij,
stil en donker in de grond
jij was zoiets als kwijt.

Al wist je misschien
dat wij er waren
door wat je boven je hoorde
zoals iemand op zolder soms
een doos verschuift.

 

 

Andermans ogen

Thuis hoor ik niet meer
dat de kachel tikt
en de kraan drupt.

Van mezelf zie ik enkel
wat ik gewend ben
te herkennen, wanneer ik
in spiegels en winkelruiten kijk
of naar foto’s en donkere tv’s.

Mij valt niets nieuws op,
ik kijk naar wat ik al jaren zie
omdat ik enkel mijn eigen ogen heb.

Maar samengevat in zesentwintig strepen
merk ik pas hoe nieuw ik word,
door andermans ogen
en weet ik weer
waar in het huis van mijn gelaat
een traptree kraakt.

 

 

Wie plukt het laatste fruit?

Wie weet nog waar de paden waren?
Dat onhandig vrijen het best
in een Bongerd gaat
waar je de witjes
zonder handen
van de bomen kon bijten?

Hier hangt de hemel hoger
en is de bodem het beste
voor bloemen.

Maar in nieuwe straten
zijn de mensen
groter dan de bomen.

En blijft mist wat langer hangen
omdat niet alle wolken willen wennen
dat hier voortaan geen veld meer is.

 

 

2709852-903c7379aa94515a0be8562818ea8c69.jpg
Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

 

O Kleine Droevige Extase van de Liefde

Ik vind het fijn om de hele nacht met gesloten ogen bij je te zijn.
Wat een geluk – daar
kom je al aan
langs de sterren!

Ik maakte een roadtrip
door mijn gedachten en mijn hart
en daar was je
knielend langs de weg
met je kleine gereedschapskistje
iets aan het repareren.

Geef me een wereld, je hebt me de wereld afgenomen die ik was.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2709852-d2b47cdd63b357959392702c447404a7.jpg
Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn blog van 22 juni 2020 en eveneens mijn blog van 22 juni 2019 en ook mijn blog van 22 juni 2018 en ook mijn blog van 22 juni 2014 deel 1.




Geschreven door Romenu om 16:17 Reageer op dit bericht

Sonnenwende (Clara Müller-Jahnke), Anne Carson

 

 

 

2709737-8bcbbba62cf075742ca2184390d93358.jpg
Summer Solstice – Crinan Canal door Fraser Maciver, 2019

 

 

Sonnenwende

Es fiel ein Blütenregen
herab auf Wald und Feld,
ein Netz von Sonnenstrahlen
umspinnt die grüne Welt;
das flammt und blüht und duftet
und höhnt den Glockenschlag,
als ging er nie zu Ende,
der süße, goldene Tag …

O Tag der Sonnenwende,
vollblühende Rosenzeit,
du hast mir ins Herz geduftet
berauschende Seligkeit!
Das pocht und glüht und zittert
und bebt im Vollgenuß,
als ging er nie zu Ende,
der süße, erste Kuß –

O Tag der Sonnenwende –

 

 

2709737-adf95ab0fca6db90989d2f087cdd9472.jpg
Clara Müller-Jahnke (5 februari 1860 – 4 november 1905)
De Dorfstraße in Lenzen (Nu: Łęczno), de geboorteplaats van Clara Müller-Jahnke

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

 

Chicago

Gekrijs (wit) en tinten (suède) van vuile kou.
Ik liep Montrose af naar de oever van het meer.
Voorbij een gesloten Park Bait Shop en een boot
genaamd Temperance II,
een boot genaamd Mr Bright Eye,
modderige velden,
een verroeste barbecue uit de middeleeuwen.
Een hond springt somber rond op het strand.
Het meer is zo lelijk als een motelkamer.
Muren sluiten niet op elkaar aan. Vlekken zakken uit. Een engel gaapt in een geile hemel.
Tegen de noordenwind worstel ik me terug naar de plek waar ik warm was
toen ik wakker werd.
Op de theepot een briefje van jou over ademhalen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2709737-b8697b8fb0a36ba133385085660f8e90.jpg
Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2020 en eveneens mijn blog van 21 juni 2019 en ook mijn blog van 21 juni 2014 deel 1, en deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 16:46 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Ada Limón), Paul Muldoon, Vikram Seth

 

 

2709641-098ed0fd4fed2f4368f2823c63310558.jpg
Barbecue door Eric Fischl, 1982

 

 

Sundown and All the Damage Done

Nearly nine and still the sun’s not slunk
into its nightly digs. The burnt meat smell
of mid-week cookouts and wet grass
hangs in the air like loose familiar summer
garb. Standing by the magnolia tree, I think
if I were to live as long as she did, I’d have
eleven more years. And if I were to live as long
as him, I’d have forty-nine. As long as him,
I’d be dead already. As long as her, this
would be my final year. There’s a strange
contentment to this countdown, a nodding
to this time, where I get to stand under
the waxy leaves of the ancient genus, a tree
that appeared before even the bees, and
watch as fireflies land on the tough tepals
until each broad flower glows like a torch-lit
mausoleum. They call the beetle’s conspicuous
bioluminescence “a cold light,” but why then,
do I still feel so much fire?

 

 

2709641-365fc6788daf235eb3c5b2672be5d67c.jpeg
Ada Limón (Sonoma, 28 maart 1976)
Sonoma

 

 

De Ierse dichter en schrijver Paul Muldoon werd geboren in Portadown, County Armagh, in Noord-Ierland op 20 juni 1951, Zie ook alle tags voor Paul Muldoon op dit blog.

 

 

Brock

Small wonder
he’s not been sighted all winter;
this old brock’s
been to Normandy and back

through the tunnels and trenches
of his subconscious.
His father fell victim
to mustard-gas at the Somme;

one of his sons lost a paw
to a gin-trap at Lisbellaw:
another drills
on the Antrim hills’

still-molten lava
in a moth-eaten Balaclava.
An elaborate
system of foxholes and duckboards

leads to the terminal moraine
of an ex-linen baron’s
croquet-lawn
where he’s part-time groundsman.

I would find it somewhat infra dig
to dismiss him simply as a pig
or heed Gerald of Wales’
tall tales

of badgers keeping badger-slaves.
For when he shuffles
across the esker
I glimpse my grandfather’s whiskers

stained with tobacco-pollen.
When he piddles against a bullaun
I know he carries bovine TB
but what I see

is my father in his Sunday suit’s
bespoke lime and lignite,
patrolling his now-diminished estate
and taking stock of this and that.

 

 

Anseo

When the Master was calling the roll
At the primary school in Collegelands,
You were meant to call back Anseo
And raise your hand
As your name occurred.
Anseo, meaning here, here and now,
All present and correct,
Was the first word of Irish I spoke.
The last name on the ledger
Belonged to Joseph Mary Plunkett Ward
And was followed, as often as not,
By silence, knowing looks,
A nod and a wink, the Master’s droll
‘And where’s our little Ward-of-court?’

I remember the first time he came back
The Master had sent him out
Along the hedges
To weigh up for himself and cut
A stick with which he would be beaten.
After a while, nothing was spoken;
He would arrive as a matter of course
With an ash-plant, a salley-rod.
Or, finally, the hazel-wand
He had whittled down to a whip-lash,
Its twist of red and yellow lacquers
Sanded and polished,
And altogether so delicately wrought
That he had engraved his initials on it.

I last met Joseph Mary Plunkett Ward
In a pub just over the Irish border.
He was living in the open,
In a secret camp
On the other side of the mountain.
He was fighting for Ireland,
Making things happen.
And he told me, Joe Ward,
Of how he had risen through the ranks
To Quartermaster, Commandant:
How every morning at parade
His volunteers would call back Anseo
And raise their hands
As their names occurred.

 

2709641-7d79bef59cfae6e0e02c304f174e3c6a.jpg
Paul Muldoon (Portadown, 20 juni 1951)

 

 

De Indische schrijver Vikram Seth werd geboren op 20 juni 1952 in Kolkata. Zie ook alle tags voor Vikram Seth op dit blog.

 

 

ONOPGEËIST

Naar bed gaan met een vreemde is het best.
Er is geen raadsel en er is geen test. –

Samen naar bed gaan, zonder dwang dit nader
Te plaatsen in ons referentiekader.

Elkaar strelen, zonder vrees voor dag
Elkaar begrijpen, zoals vreemd vermag.

Elkaars vreemde hart te voelen slaan
Niet liever blijven en niet liever gaan.

In onbekende armen rustend weten
Dat dit dus alles is; dit ’t moet heten.

 

Vertaald door Ko Kooman

 

2709641-0006f4132651d356032c91200b55b4b3.jpg
Vikram Seth (Kolkata, 20 juni 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juni ook mijn blog van 20 juni 2025 en ook mijn blog van 20 juni 2020 en eveneens mijn blog van 20 juni 2019 en ook mijn blog van 20 juni 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:39 Reageer op dit bericht

Dolce far niente, Salman Rushdie, Anne Carson

 

 

 

2709527-faf03ba3807fd0a85c2c06d76ca965d5.jpg
Ode to Corvette Summer door Timothy Adry Emmanuel, 2022

 

 

40 Ounce

Summer has salted
our neighborhood to thirst;
tar that patches the wounds of roofs
heats to sluggish bubbles;
sun obligates
paint on car hoods to blotch.

Emphasized by the light
inside corner-store beer coolers,
your malt lusters.

You’re cold gold down throat.

Lush like storm-brim wind.

Foam-skinned as any cleansing.

Within thick glass, you swish oceanic
as we share you palm to palm.

You have helped
this dice game clank alive,
paper-wager and victory-rake,
players with obsidian eyes.

Through an uncurtained pane,
a music video is visible;
women’s shimmer slurs
like jewelry worn on a passerby.

Neighbors here and there snore,
hallway walls tacked
with flea-market art, closets
dehydrated by moth repellent.
They leave us to you.
They could plead tomorrow
in churches whose pipes
ramble behind brittle plaster.

We drink you to the pale bottom,
we drink until night sinks
into skin like silk,
until graveyard cops
circle our block like a clock arm,
until blood slides
like alloy through veins,
until words hammer
from the anvil of the brain,
until America’s
continental wheel unbolts
and everybody can see
we gleam like greased bearings.

 

2709527-a20478e3a6b0e7219f47fb8d68c78987.png
Marcus Jackson (Toledo, Ohio, 9 september 1990)
Toledo, Ohio

 

 

De Indisch-Britse schrijver en essayist Salman Rushdie werd geboren in Bombay op 19 juni 1947. Zie ook alle tags voor Salman Rushdie op dit blog.

Uit: Middernachtskinderen (Vertaald door Max Schuchart)

“Ik ben geboren in de stad Bombay… eens op een dag. Nee, dat kan niet, aan de datum valt niet te ontkomen: ik ben geboren op 15 augustus 1947 in Dokter Narlikars kraamkliniek… En de tijd? De tijd komt er ook op aan. Goed dan: ’s avonds. Nee, het is van belang… Klokslag middernacht om precies te zijn. Wijzers van klokken vouwden zich als handen samen in een eerbiedige begroeting toen ik arriveerde. 0, verklaar je nader, verklaar je nader: precies op hetzelfde tijdstip dat India onafhankelijk werd, buitelde ik de wereld in. Er was het geluid van snikken. En, buiten het raam, van vuurwerk en menigten. Een paar seconden later brak mijn vader zijn grote teen, maar zijn ongeluk was een kleinigheid vergeleken met wat mij op dat nachtelijke ogenblik was overkomen, want dank zij de occulte tirannieën van die minzaam groetende klokken was ik op een geheimzinnige manier in de handboeien van de geschiedenis geslagen, mijn lot onlosmakelijk aan dat van mijn land geketend. De volgende drie decennia zou er geen ontsnapping mogelijk zijn. Waarzeggers hadden mij voorspeld, dagbladen mijn komst gevierd, politici mijn authenticiteit bekrachtigd. Ikzelf had er helemaal niets in tc zeggen. lk, Saleem Sinai — later afwisselend Snotneus, Vlekporum, Knalkop, Snotteraar, Boeddha en zelfs Stuk-van-de-Maan genoemd, was zwaar verwikkeld geraakt in het Noodlot — in het gunstigste geval een gevaarlijk soort betrokkenheid. En ik kon op dat tijdstip niet eens mijn eigen neus afvegen. Nu evenwel begint de tijd (waarvoor ik verder van geen nut ben) op te raken. Ik word binnenkort eenendertig. Misschien. Als mijn aftakelende, misbruikte lichaam dat toestaat. Maar ik heb niet de hoop dat ik mijn leven kan redden, en ik kan er zelfs niet op rekenen dat ik nog duizend-en-één nacht heb. Ik moet snel werken, sneller dan Sheherazade, als ik uiteindelijk iets wil betekenen — ja, betekenen. lk geef toe: ik ben bovenal bang om belachelijk te zijn. En er zijn zoveel verhalen te vertellen, te veel, zo’n overvloed aan verweven levens gebeurtenissen wonderen plaatsen geruchten, zo’n compacte vermenging van het onwaarschijnlijke met het wereldse! Ik ben een slokop van levens geweest, en om mij te kennen, alleen maar die ene ik, zul je de rest ook helemaal moeten slikken. Verorberde menigten zijn in me aan het dringen en duwen; en alleen geleid door de herinnering aan een groot wit beddelaken met een min of meer rond gat met een diameter van zo’n vijftien centimeter in het midden uitge-knipt, me vastklampend aan de droom van die toegetakelde rechthoek van linnen met een gat die mijn talisman, mijn sesam-open-u is, moet ik beginnen mijn leven te reconstrueren van het punt af waar het werkelijk begon, zo’n tweeëndertig jaar voor iets zo onmiskenbaars, zo aanwezigs als mijn door de klok beheerste, door misdaad bezoedel-de geboorte. (Het laken is, tussen twee haakjes, ook bevlekt met drie droppels van iets ouds, verbleekts, roods. Zoals de koran ons voorhoudt: Zeg, in de naam van de Heer, uw Schepper, die de Mens schiep uit klonters bloed.)”

 

2709527-e2bd8a8db1c79e1ff626f2e4c7067b95.jpg
Salman Rushdie (Bombay, 19 juni 1947)

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

Autobiografie van rood

10 Seksvraag

Is het een vraag!

Ik moet eens naar huis.
Oké.
Ze bleven zitten. Ze stonden ver van de stad geparkeerd langs de weg.
Koudenachtgeur kwam
door de raampjes. De maansikkel zweefde wit als een rib langs de rand van de lucht.
Ik ben geloof ik iemand die geen bevrediging kent,
zei Herakles. Geryon voelde hoe alle zenuwen in hem zich naar zijn huid verplaatsten.
Hoe bedoel je bevrediging?
Gewoon – bevrediging. Ik weet niet. Op de snelweg een eind verderop klonk het
schrapen van vishaken over de bodem van de wereld.
Bevrediging. Je weet wel. Geryon dacht diep na. Vuren kronkelden zich door hem heen.
Hij kwam voorzichtig
tot de seksvraag. Waarom is het een vraag? Hij begreep dat mensen
behoefte hebben aan elkaars daden van aandacht, doet het er dan toe welke daden dat zijn?
Hij was veertien.
Seks is een manier om een ander te leren kennen,
had Herakles gezegd. Hij was zestien. Brandende ongeordende delen van de vraag
likten op uit elke barst in Geryons lijf.
Hij sloeg ernaar terwijl hij nerveus en onwillekeurig moest lachen. Herakles keek.
Plotseling stil.
’t Zit wel goed, zei Herakles. Zijn stem spoelde
Geryon open.
Moet je horen, zei Geryon en hij wilde hem vragen: zitten mensen die dol zijn op seks
ook met een seksvraag?
maar de woorden kwamen er anders uit – denk je echt elke dag aan seks?
Herakles’ lichaam verstarde.
Dat is geen vraag dat is een aanklacht. Iets zwarts en zwaars als de geur van fluweel
viel tussen hen in.
Herakles startte de auto en ze sprongen vooruit op de rug van de nacht.
Elkaar niet rakend
maar verenigd in verbazing zoals twee sneden evenwijdig lopen over dezelfde huid.

 

 

Vertaald door Marijke Emeis

 

2709527-5262c5d584087d7a33fceb4cc36ad51e.jpg
Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 19e juni ook mijn blog van 19 juni 2022 en ook mijn blog van 19 juni 2020 en eveneens mijn blog van 19 juni 2019 en ook mijn blog van 19 juni 2018.

Geschreven door Romenu om 16:24 Reageer op dit bericht

Marije Langelaar, Karin Fellner

De Nederlandse dichteres en beeldend kunstenares Marije Langelaar werd geboren op 18 juni 1978 in Goes. Zie ook alle tags voor Marije Langelaar op dit blog.

Uit: In het jaar van de rode os

“Deel III – Brieven aan de condor
We rijden naar Ch’iyara, de baai van het Laramameer. We eten een eenvoudige maaltijd bij vrienden van mijn man. Het zijn grove lieden die in de mijnen werken en naar mijn borsten staren. Madre mia wat een wolven! Ze doen het alleen als mijn man niet kijkt.
Ik vind hen niet aardig, wil snel weer weg, een van hen, met een soort fonkeling in zijn ogen, geeft me een hoofdknik maar ik keur hen geen blik waardig. Na de maaltijd rijden we naar het meer. De baby leggen we op een deken naast het water. Haar bewegingen zijn opgewonden, het uitstapje doet haar zienderogen goed, we zingen liedjes voor haar en gooien druppeltjes water in haar gezicht en uiteindelijk valt ze in slaap. Mijn man bouwt een dam van stenen om haar heen zodat ze niet in het water kan rollen. Slaat met een stokje alle insecten weg.
Ik kleed me uit om te zwemmen, ik zie mijn man kijken hoe ik alle kleren afleg, ik ben zo bloot als een vis, schud mijn krullende haren los en breek het roerloze oppervlak met mijn duik. Als een mes snijd ik door het koude water, er zijn talloze vissen als zilveren ringen. Onder water is het troebel, ik zie het wier als knoperig touw bewegen en raak de steentjes op de bodem met mijn vingers. Ik schrik van een grotere vis die tegen me opbotst en hapt in mijn middel, gil overeind om te zien dat het mijn man is, we vrijen als leeuwen een beetje hard en onstuimig en bovendien na enkele golven weer klaar.
We waden terug naar de baby die nog steeds ligt te slapen. In de struiken zie ik een gestalte, sluike zwarte veren van een ineengedoken man, strakke ogen, het liefst wil ik me ergens verbergen en bedekken maar er is niets van hulsel, de enige andere mogelijkheid is dus mijn tepels te priemen richting de wolken.
Soms lieve condor, amigo de alas negras, valt het leven als mens me zwaar, het is schraal van betekenis, het ontbreekt ons aan iets en het doet ons zo’n pijn.
We rollen maar door in het veld van niet weten.
We drinken niet, al zijn we dorstig maar we drinken niet, we zijn hongerig maar eten niet, werkelijk drinken bedoel ik en werkelijk eten met iets wat onze dorst echt kan lessen, onze honger kan stillen, ons verlangen dat zo brandend is, we zijn bevangen door een grote drang om zo snel mogelijk ergens een rand te bereiken.”

 

2709418-c8c5f2d382919abe1ebe6aa35274542c.jpg
Marije Langelaar (Goes, 18 juni 1978)

 

 

De Duitse dichteres Karin Fellner werd geboren op 18 juni 1970 in München. Zie ook alle tags voor Karin Fellner op dit blog.

 

 

Cache misère

We spraken over kale bomen bij 30 graden,
over de heldere kruimels die gram voor gram verdwenen
in de subroutine,
we gooiden koekjes uit onze mouwen en spraken
over armoede alsof het geen deel uitmaakte van ons bezit.

Ook dit gesprek verliep in geluidloze meeteenheden,
we lieten elkaar de stigmata van onze honden zien,
terwijl Mem vertelde hoe vroeger zogenaamde vliegende insecten
op elk autoraam crepeerden. Over de
correlatie, over hoe… des te…spraken we niet.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2709418-b0444624eb9d917c485d7fd6500fcd3e.jpg
Karin Fellner (München, 18 juni 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e juni ook mijn blog van 18 juni 2020 en eveneens mijn blog van 18 juni 2019 en ook mijn blog van 18 juni 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:31 Reageer op dit bericht

Peter Rosei, Ron Padgett

De Oostenrijkse dichter en schrijver Peter Rosei werd geboren op 17 juni 1946 in Wenen. Zie ook alle tags voor Peter Rosei op dit blog.

Uit: Unsterbliche Seelen

„Es war an der Art des Robert Perwald durchaus etwas Langsames, man hätte auch sagen können, etwas Behutsames. Sein noch jungenhaftes Ge-sicht, das zumeist vor Energie und Klugheit nur so strahlte, floss in manchen Momenten weich auseinander, die Lippen standen offen und seine blaugrauen Augen sahen dann zart und verletzlich aus. Für gewöhnlich war an seinem Gesicht wenig Besonderes, es sei denn sein waches und kluges Geschau und eben der Eindruck von Kraft, von dem es insgesamt zeugte. Seit Jahren lebte Robert jetzt mit seiner japanischen Frau Yoko in Tokyo. Bald nach der Hochzeit waren sie von Wien her übersiedelt. Yoko hatte in Wien studiert. Sie hatte sich aber eingeredet und bald auch den schwer in sie verliebten Robert davon überzeugen können, dass eine Japanerin auf Dauer im Ausland unglücklich werden muss. Dabei war sie durchaus keine Nesthockerin. Gleich nach der Hochzeit hatte sie mit Robert eine Weltreise unternommen. In Japan gelten Welt- reisen als schick. Aber wo ist das, bitte, nicht so? Im Übrigen: Die Ehe lief dann nicht sehr gut.
Heimgekehrt von einer seiner Extratouren, die immer ganz unangekündigt und grausam über Yoko hereinbrachen, fand Robert in der Diele ihres gemeinsamen Hauses in Ebisu, einem angesagten Viertel in West-Tokyo, eingeschoben unter die gewöhnlichen Poststücke, einen Schrieb seiner Frau, auf dem sie ihm das gemeinsame Leben aufkündigte. »Mach, was du willst«, schrieb sie da, »mich siehst du nicht wieder.« Was für ein Wisch, dachte Robert. Solche Botschaften von Yoko waren nichts Neues für ihn. Der Groll, der sich anfänglich in ihm regte, zerfiel aber bald zu einem Gefühl der Schwäche, einer fast kindlichen Verzagtheit: Und wenn sie es diesmal ernst meint? — Seinem gedunsenen und leicht geröteten Gesicht war von diesen Regungen freilich kaum etwas anzumerken. Ich bin einfach müde, sagte er sich. Zu müde sogar, um mich zu fürchten. Das machte ihn lächeln, und er rief dann halbherzig und halblaut ein paar Mal Yokos Namen durch das Haus.
Wo mag sie nur stecken? Er kochte sich in der Küche Kaffee, und während er so hantierte, ging er Yokos mögliche Fluchtorte und Schlupfwinkel durch, ohne indes zu einem Ergebnis zu kommen.“

 

2709415-6c26fd0e704e556ac5c1a4a3b3a40566.jpg
Peter Rosei (Wenen, 17 juni 1946)

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Ron Padgett werd geboren op 17 juni 1942 in Tulsa, Oklahoma. Zie ook alle tags voor Ron Padgett op dit blog.

 

 

Dames en heren in de ruimte

Dit is mijn filosofie:
Alles verandert (het woord “alles”
is net veranderd, net als het
woord “verandering”: het betekent nu
geen verandering”) zo
snel dat het letterlijk mijn geloof overstijgt,
er recht langs raast
zoals sommige van de gigantische
ideeën op dit gebied.
Ik had geen begin en ik zal geen einde
hebben: de lichtstraal
strekt zich voor en achter uit
en ik kook de groenten
slechts een paar minuten,
hoe korter hoe beter. Doe er boter op
en serveer. Dit is mijn
filosofie: doe er boter op en serveer.

 

 

Vertaald door Frans Roume

 

2709415-656e511d51e4bc56fad8571dbb8b49dc.jpg
Ron Padgett (Tulsa, 17 juni 1942)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e juni ook mijn blog van 17 juni 2020 en eveneens mijn blog van 17 juni 2019 en ook mijn blog van 17 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Joël Dicker, Maylis de Kerangal, Ronelda Kamfer, Frans Roumen

De Zwitserse schrijver Joël Dicker werd geboren op 16 juni 1985 in Genève. Zie ook alle tags voor Joël Dicker op dit blog.

Uit: Het boek van de Baltimores (Vertaald door Manik Sarkar)

“Ik ben de schrijver.
Zo word ik door iedereen genoemd. Door mijn vrienden, mijn ouders, mijn familie en zelfs in het openbaar, door mensen die ik niet ken maar die me herkennen en dan vragen: “Bent u niet die schrijver…?” Ik ben de schrijver, dat is mijn identiteit.
Men denkt dat je als schrijver een vredig leventje leidt. Niet zo lang geleden beklaagde een van mijn vrienden zich erover hoe lang hij onderweg was van huis naar kantoor, en hij besloot met: <Tja, jij staat ’s ochtends op, gaat aan je bureau zitten en schrijft. Dat is alles.’ Ik zei niets terug, misschien omdat ik te murw was van het besef hoezeer mijn werk in de collectieve verbeelding bestaat uit nietsdoen. Iedereen denkt dat je niets uitvoert, terwijl je juist als je niets doet het hardste werkt.
Het schrijven van een boek is als het organiseren van een zomerkamp. Het leven, dat gewoonlijk eenzaam en stil is, wordt plotseling overrompeld door een groot aantal personages dat op een dag onaangekondigd komt aanzetten en je hele leven overhoophaalt. Op een ochtend komen ze in een grote touringcar aangereden, ze stappen lawaaiig uit, opgewonden over de rol die ze hebben gekregen. En daar moet je het mee doen, je moet ze bezighouden, te eten geven en onderdak bieden. Je bent overal verantwoordelijk voor. Want jij bent de schrijver.
Het verhaal begon in februari zon, toen ik New York verliet om mijn nieuwe roman te gaan schrijven in een huis dat ik net had gekocht in Boca Raton, Florida. Ik had het drie maanden eerder aangeschaft van de filmrechten van mijn laatste boek, en afgezien van een paar korte bezoekjes in december en januari om het in te richten, was dit de eerste keer dat ik er zou verblijven. Het was een ruim huis, een en al glas, met uitzicht op een meer dat in trek was bij wandelaars. Het lag in een heel rustige, groene wijk, waar bijna uitsluitend gepensioneerden woonden, tussen wie ik detoneerde. Ik was half zo oud als zij, maar ik had deze plek juist uitgezocht voor de absolute rust. Het was de plek die ik nodig had om te schrijven.
Anders dan bij mijn vorige bezoeken, die heel kort waren geweest, had ik ditmaal een zee van tijd, en ik ging met de auto naar Florida. De rit van twaalfhonderd mijl boezemde me geen enkele angst in: in de loop van de voorgaande jaren had ik die tocht vanuit New York onnoemelijk vaak gemaakt om bij Saul Goldman langs te gaan, mijn oom, die zich na het Drama dat zijn familie ten deel was gevallen in een voorstad van Miami had gevestigd. Ik kende de route uit mijn hoofd.
Ik liet New York achter onder een dun laagje sneeuw, de thermometer gaf tien graden onder nul aan; twee dagen later bereikte ik Boca Raton in de zachtheid van de tropische winter. Toen ik in deze bekende omgeving van zon en palmbomen kwam, kon ik de gedachte aan oom Saul niet onderdrukken. Ik miste hem verschrikkelijk. “

 

2709165-3757464ee31f8b344ecceedcc9097066.jpg
Joël Dicker (Genève, 16 juni 1985)

 

 

De Franse schrijfster Maylis de Kerangal werd geboren op geboren 16 juni 1967 in Toulon. Zie ook alle tags voor Maylis de Kerangal op dit blog.

Uit: Naissance d’un pont

“Au commencement, il connut la Yakoutie du Nord et Mirny où il travailla trois années. Mirny, une mine de diamants à ouvrir sous la croûte glaciale, grise, sale, toundra
désespérante salopée de vieux charbon malade et de camps de déportés, terre déserte baignée de nuit à engelures, cisaillée onze mois l’an d’un blizzard propre à fendre
les crânes, sous laquelle sommeillaient encore, members épars et cornes géantes bellement recourbées, rhinoceros en fourrure, bélougas laineux et caribous congelés – cela il se l’imaginait le soir attablé au bar de l’hôtel devant un alcool fort et translucide, la même pute subreptice lui prodiguant mille caresses tout en arguant d’un mariage en
Europe contre loyaux services mais jamais ne la toucha, pouvait pas, plutôt rien que baiser cette femme qui n’avait pas envie de lui, il s’en tint à ça. Les diamants de Mirny,
donc, il fallut creuser pour aller les chercher, casser le permafrost à coups de dynamite, forer un trou dantesque, large comme la ville elle-même – on y aurait plongé tête en bas les tours d’habitation de cinquante étages qui y naissance d’un pont poussèrent bientôt tout autour –, et, muni d’une torche frontale, descendre au fond de l’orifice, piocher les parois, excaver la terre, ramifier des galeries en une arborescence souterraine latéralisée au plus loin, au plus dur, au plus noir, étayer les couloirs et y poser des rails, électrifier la boue, alors fouir la glèbe, gratter la caillasse et tamiser les boyaux, guetter l’éclat splendide. Trois ans.
Son contrat expiré, il rentra en France à bord d’un Tupolev peu démocratique – son siège en classe économique est complètement défoncé, une pelote de fils métalliques
se promène sous la toile du dossier, la perce çà et là pour faire sortir une tige qui lui meurtrit les reins –, quelques contrats s’ensuivent et chef de chantier à Dubaï on le
retrouve, un palace à faire jaillir du sable, vertical comme un obélisque mais laïc comme un cocotier, et du verre cette fois, du verre et de l’acier, des ascenseurs comme des
bulles coulissant le long de tubulaires dorés, du marbre de Carrare pour le lobby circulaire dont la fontaine bruitait son glouglou de luxe pétrodollar, le tout assorti de plantes vertes cirées, de canapés croûte de cuir et d’air conditionné.”

 


2709165-e1290eda9e3fdade708bb96174bdb104.png
Maylis de Kerangal (Toulon, 16 juni 1967)

 

 

De Zuid-Afrikaanse dichteres Ronelda Kamfer werd op 16 juni 1981 in Blackheath, een voorstad van Kaapstad, geboren. Zie ook alle tags voor Ronelda Kamfer op dit blog.

 

 

Aanspraak

al wat ik terug wou hebben
was het blauw van de zee
het groen va de winter
het geel van de zon
de afstand van de maan
het water van de regen
de klank van de wind
mijn plekje achter moeders rug

 

 

Vertaald door Alfred Schaffer

 

 

2709165-7827623da3beecc32185e6cde58d3aa0.jpg
Ronelda Kamfer (Blackheath, 16 juni 1981)

 

 

En als toegift bij een andere verjaardag:

 

Psalm

Voor hem bestond er geen voortijdig sterven
– wie bood ook aan het sterven tegenstand? –
de dood begroetend met dezelfde hand
die ooit gods naam in elke boom zou kerven.

Niets meer verhopend van het eeuwig zwerven
Naar dat beloofd, maar steeds verschuldigd land,
Het zaad verspillend aan onvruchtbaar zand,
Liet hij de duivel al zijn steden erven.

Voor hem was er geen spreken en geen woord.
Hij had geen stem tenminste ooit gehoord.
De dood verloste al wie er voor kozen.

Was hij een kind van god of vaderloze,
het leven had gelijk gewicht noch waarde.
Gods zoon zag pas postuum het licht der aarde.

 

2709165-df28b6a251c3ca60ff70f0247c45e5a2.jpg
Frans Roumen (Wessem, 16 juni 1957)
David speelt harp voor koning Saul, door Julius Kronberg, 1885

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e juni ook mijn blog van 16 juni 2019 en ook mijn blog van 16 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:34 Reageer op dit bericht

Silke Scheuermann, Olivier Guez

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

Uit: Wovon wir lebten

„Aufwachen!« Ich tippe ihr auf die Schulter. Halte die Hand ins Flusswasser und bespritze ihr Gesicht.
Der Junge findet das total spannend, das merke ich. So schnell werde ich den nicht mehr los, also sage ich: »Hilf mir mal, wenn du schon da bist.«
Das muss man ihm nicht zweimal sagen. Er stürzt sich auf Mutter und zieht so heftig an ihrem Arm, dass er ihr fast die Schulter auskugelt. Aus ihrem Mund kommt ein Grunzen, sie blinzelt endlich. Zusammen gelingt es uns, sie hochzuziehen. Sie nuschelt etwas.
»Er hilft uns kurz«, erkläre ich.
»Warte«, sagt der Junge, »ich halte sie an der anderen Seite.«
Sie steht inzwischen, auf unsere Schultern gestützt, mühsam arbeiten wir uns die Anhöhe hoch. Auf dem Weg wird es leichter, und prompt schließen sich ihre Augen wieder halb, während sie wie ein Automat weiter Fuß vor Fuß setzt.
»Was sollte das mit der toten Nutte?«, frage ich.
»Tut mir leid. Ich wusste doch nicht, dass sie deine Mutter ist!«
Ich versuche es anders: »Ich meine, wie bist du darauf gekommen? Hast du schon einmal eine tote Nutte gesehen?«
»Klar. Zweimal. In Frankfurt.«
»Wow.«
»Na ja, nur vom Fenster aus, sie rannte aus einem Haus. Jemand hat auf sie geschossen. Dauernd war da was los auf der Straße, Polizeirazzien, Messerstechereien und so. Wir haben im Bahnhofsviertel gewohnt, das ist eine gefährliche Gegend.« Er klingt stolz.
»Hm.« Hier in der Stadt gibt es auch jede Menge fiese Ecken, aber da bin ich natürlich nachts nicht.
»Ich habe ein Fernglas«, sagt der Junge. »Ein Fernglas?« Ich stelle ihn mir damit am Fenster vor und muss grinsen.
Er grinst zurück: »Ja. Genau wie ein Spanner.«
Ich merke, dass er gern eine Pause machen würde, um sich zu unterhalten, aber den Gefallen kann ich ihm nicht tun. Wir gehen weiter. An der Seite wird das Ufer schnurgerade, und nur niedriges Grün wächst am Rand.
»Frankfurt ist sicher nicht schlecht, oder?«, frage ich. Eigentlich nur, weil man das eben so sagt, denn ich vermisse hier nichts.
»Na ja. Jetzt sind wir hier. Wir sind am Wochenende eingezogen. Da!« Er dreht sich um, soweit das mit Mutter an der Seite geht, und deutet zu den Blocks an der Mainstraße.“

 

 

Fluisterende dorpen

Hoewel onze steden voortdurend proberen
ons met de hemel vertrouwder te maken
doordat zij ons van uitzichtpunten,
balkons en terrassen voorzien
Hoewel ze beweren dat je van bovenaf
misschien wel het meest tedere
punt in de ruimte kunt zien,
een gigantische knikker met een blauw centrum,
en ze ons trappen op en liften in lokken,
ons de veiligheidsvoorzieningen laten zien,
leuningen en netten,
de schoonheid van
de neonreclames,
vrachtwagens zo klein dat we ons
gigantisch voelen
Hoewel we bijna betoverd worden
door het lawaai beneden,
horen we soms het gefluister van de dorpen,
en soms geloven we er iets van,
en springen we
als Superman

 

Vertaald door Frans Roumen

 

2709026-f78498ebbcdf817e326ae6cecab7c130.jpg
Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

 

De Franse schrijver,  essayist en journalist Olivier Guez werd geboren op 15 juni 1974 in Straatsburg. Zie ook alle tags voor Olivier Guez op dit blog.

Uit: Mesopotamië (Vertaald door Tatjana Daan)

“Basra, maart 1916
Miss Ben veegt op de drempel van de hal haar bemodderde rijglaarsjes schoon en slaat met een geërgerd gebaar de zwerm mugjes weg die om haar heen cirkelt. Een Somalische boy, gekleed in een tuniek en met een tulband op, snelt blootsvoets toe om haar schoudermantel en paraplu over te nemen. Hij verzoekt haar hem te volgen, Sir Percy Cox wacht op haar in zijn kantoor. Hij is die ochtend van zijn dienstreis teruggekeerd. Lang en mager, blauwe doordringende ogen: Cox is niet veranderd sinds hun laatste ontmoeting bij gemeenschappelijke vrienden in Londen, zeven jaar terug. Zijn golvende haar is misschien grijzer geworden, maar hij lijkt niet erg verouderd en ziet er in zijn uniform nog altijd even deftig uit. Op zijn kraag herkent Miss Bell de dubbele witte lipjes van de politiek officieren van het Brits-Indische leger. Na in Somalië, Perzië en verschillende emeritaten aan de Perzische Golf te hebben gediend is de eenenvijftigjarige Cox, doorgewinterd dienaar van het Britse Rijk, het hoofd van het civiel bestuur in het bezette Mesopotamië. Cox, vermaard om zijn tact en zijn onverstoorbaarheid, betoont zich zijn reputatie die middag onwaardig. Verscholen achter een stapel topografische kaarten en luchtfoto’s bepotelt hij onder een portret van koning George v zijn snor en scheldt op de regen die aanhoudend op het dak van zijn hoofdkwartier roffelt, een gebouw dat is opgetrokken langs een stinkend kanaal waaruit het oorverdovende gekwaak van kikkers en padden opklinkt, het vaste winterse deuntje van Basra, de op palen gebouwde stad aan het estuarium dat Perzië van Mesopotamië scheidt. Er heerst chaos, heeft Miss Ben vastgesteld in de week dat ze in de stad is. De logistiek van het Brits-Indische leger faalt, de Britten tasten rond in onzekerheid, improviseren, hebben aan alles een tekort. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, de honderdduizenden paarden, soldaten, artsen en brahmanen die aan land zijn gekomen te herbergen en dit grote leger van het Oosten te bevoorraden, bij gebrek aan loodsen en koelinstallaties voor de bederfelijke voedingswaren. Het zuiden van Mesopotamië heeft alleen dadels, wat groenten en vee te bieden, dus alles moet uit India, worden geïmporteerd. Maar de oude handelsstad is niet uitgerust om het eskader onder te brengen dat in haar wateren ronddobbert. De haven zit vol, de grote vaartuigen gaan op volle zee voor anker. Onder wolkbreuken en een verzengende zon zijn uren, zelfs dagen nodig om mensen, dieren, goederen en munitie op kleinere transportmiddelen als gondels en ranke kaïks over te schepen en naar de drabbige, van vliegen en muggen vergeven oevers te brengen. Miss Bell heeft het aan den lijve ondervonden en tijdens de overtocht is ze door haar kousen heen in haar benen gestoken. Ze heeft onderweg opgemerkt dat het enige hospitaalschip overvol is en dat de stroom aan bootjes nog lang niet ophoudt.”

 

2709026-363923a6eaba56ca3be4fe5a70c1dbd9.jpg
Olivier Guez (Straatsburg, 15 juni  1974)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e juni ook mijn blog van 15 juni 2021 en eveneens mijn blog van 15 juni 2019 en ook mijn blog van 15 juni 2017 deel 1 en eveneens deel 2.



Geschreven door Romenu om 17:17 Reageer op dit bericht

Alex Boogers, Silke Scheuermann

De Nederlandse schrijver Alex Boogers werd geboren op 14 juni 1970 in Vlaardingen. Zie ook alle tags voor Alex Boogers op dit blog.

Uit: De honden die we zijn (Samen met Leon Verdonschot)

“Ik weet niet meer precies hoe oud ik was toen we weer op vakantie naar Limburg gingen en ik Tobie leerde kennen. Voor mij was Limburg het enige ‘buitenland’ dat ik de eerste zestien jaar van mijn leven kende. Elke vakantie probeerde ik in een grot een stuk mergel los te bikken en als een schat mee te nemen naar onze tent, waar ik een kunstwerk van het zachte gesteente hoopte te maken. Mijn moeder brulde elke keer dat ik niet te ver de grotten in mocht, omdat ik anders zou verdwalen. “Laat dat kind!” zei mijn vader: “Zo wordt het tenminste een vent.”
“Wat? Als hij verdwaalt in een grot?” Mijn vader keek mijn moeder hoofdschuddend aan. ”Als hij zijn weg vindt,” zei hij, en daarna zette hij het flesje bier weer aan zijn mond, en keek hij naar de andere campinggasten, die aan het badmintonnen waren, lagen te sudderen in de zon of die de barbecue in de fik probeerden te steken. We gingen elk jaar naar een veld in Meerssen dat eigendom was van een boer die wat extra geld wilde verdienen en een bord in de grond had gestoken met daarop de nieuwe functie van het veld: ‘CAMPING’. Nadat we de camping hadden bereikt, zei mijn moeder: “Wat een achenebbisj! Dit is gewoon een boerenveld.” “Een paradijs”, zei mijn vader glunderend. “En goedkoop!” De locatie was gunstig gelegen, tegenover het bos en de grotten, aan de rand van de rivier de Geul, omringd door koeien die ons elke ochtend wakker loeiden. Het veld was hobbelig door de vele molshopen, en als de wind verkeerd stond, dan rook je de stank van koeienvlaaien. De boer had bij zijn huis provisorisch vier douches aangelegd en in een gat in de grond een betonnen kikkerbad laten storten waar de kinderen konden zwemmen en spelen.
Tijdens een van onze eerste vakanties op de camping werden we elke ochtend begroet door een hond die langs de tenten zwierf en om wat eten bedelde. Toen ik voor de tent aan het spelen was kwam hij ineens aanwandelen en bekeek hij wat ik aan het doen was. Misschien wilde hij weten of er iets te bietsen viel. Hij liet zich moeilijk aanhalen en bleef mij op afstand gadeslaan. Ik vroeg aan mijn vader, die met zijn blote, harige buik voor de opening van de tent stond, wat voor hond het was. “Dat is geen hond, dat is een rat,” zei hij.”Misschien is het een poedel,’ zei ik.”

 

2708891-ebd887d3f7817dae63e8113d143fc08a.jpg
Alex Boogers (Vlaardingen, 14 juni 1970)
Alex Boogers en Leon Verdonschot

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Silke Scheuermann werd geboren op 15 juni 1973 in Karlsruhe. Zie ook alle tags voor Silke Scheuermann op dit blog.

 

Het appartement

In mijn tweede kamer
sliep heel schattig
een kerkhof toen ik
’s avonds terugkwam
De meubels zijn bleek en al lang tamelijk koud
Ze verspreiden nog steeds een vleugje
lavendelgeur

Ik besteed al lang geen aandacht meer
aan de crisissen in mijn kamer
Kamers doen constant alsof ze dood zijn
ze willen niet eens
mijn bomen terug
naar het raam transporteren
ze weigeren hardnekkig
mij meer te bieden

dan de winterromantiek van de kasten
een appartement vol ijskoude kleren
geplooide gordijnen
en massa’s motten
uitgerekend deze insecten

Ik moet me tevredenstellen
met hun kleine moorden
in het weefsel van de tijd

kan zolang
kussens en poppen
je voodoo-gezicht geven

af en toe een mot doodslaan
die zich in de stof vreet

Ik zal ’s morgens met
mijn tweede kamer

ontwaken om me heen kijken, me eenzaam voelen
en weer in slaap vallen

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

2708891-d4a2e2ff8609f7d69118f4721dc438a2.png
Silke Scheuermann (Karlsruhe, 15 juni 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e juni ook mijn blog van 13 juni 2021 en ook mijn blog van 13 juni 2020 en eveneens mijn blog van 13 juni 2019 en ook mijn blog van 13 juni 2017 en mijn blog van 13 juni 2015 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:31 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten