Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

T. S. Eliot, Bart Chabot, Thomas van Aalten, William Self

De Engels-Amerikaanse dichter en schrijver T. S. Eliot werd op 26 september 1888 geboren in St.Louis, Missouri. Zie ook mijn blog van 26 september 2006.

 

 

Morning At The Window

 

They are rattling breakfast plates in basement kitchens,

And along the trampled edges of the street

I am aware of the damp souls of housemaids

Sprouting despondently at area gates.

 

The brown waves of fog toss up to me

Twisted faces from the bottom of the street,

And tear from a passer-by with muddy skirts

An aimless smile that hovers in the air

And vanishes along the level of the roofs.

 

 

 

 

EAST COKER

(No. 2 of 'Four Quartets')

 

 

I

 

In my beginning is my end. In succession

Houses rise and fall, crumble, are extended,

Are removed, destroyed, restored, or in their place

Is an open field, or a factory, or a by-pass.

Old stone to new building, old timber to new fires,

Old fires to ashes, and ashes to the earth

Which is already flesh, fur and faeces,

Bone of man and beast, cornstalk and leaf.

Houses live and die: there is a time for building

And a time for living and for generation

And a time for the wind to break the loosened pane

And to shake the wainscot where the field-mouse trots

And to shake the tattered arras woven with a silent motto.

 

    In my beginning is my end. Now the light falls

Across the open field, leaving the deep lane

Shuttered with branches, dark in the afternoon,

Where you lean against a bank while a van passes,

And the deep lane insists on the direction

Into the village, in the electric heat

Hypnotised. In a warm haze the sultry light

Is absorbed, not refracted, by grey stone.

The dahlias sleep in the empty silence.

Wait for the early owl.

 

                                    In that open field

If you do not come too close, if you do not come too close,

On a summer midnight, you can hear the music

Of the weak pipe and the little drum

And see them dancing around the bonfire

The association of man and woman

In daunsinge, signifying matrimonie—

A dignified and commodiois sacrament.

Two and two, necessarye coniunction,

Holding eche other by the hand or the arm

Whiche betokeneth concorde. Round and round the fire

Leaping through the flames, or joined in circles,

Rustically solemn or in rustic laughter

Lifting heavy feet in clumsy shoes,

Earth feet, loam feet, lifted in country mirth

Mirth of those long since under earth

Nourishing the corn. Keeping time,

Keeping the rhythm in their dancing

As in their living in the living seasons

The time of the seasons and the constellations

The time of milking and the time of harvest

The time of the coupling of man and woman

And that of beasts. Feet rising and falling.

Eating and drinking. Dung and death.

 

    Dawn points, and another day

Prepares for heat and silence. Out at sea the dawn wind

Wrinkles and slides. I am here

Or there, or elsewhere. In my beginning.

 

 

 

 

 

eliot
T. S. Eliot (26 september 1888 – 4 januari 1965)   

Geschilderd door Wyndam Lewis

 

 

 

 

De Nederlandse  Dichter en schrijver Bart Chabot werd geboren in Den Haag op 26 september 1954. Zie ook mijn blog van 26 september 2006.

 

 

The early seventies

 

's Ochtendsvroeg

deed ik al hasj

in m'n yogurt

 

Had je een drukke dag

als je een brief

moest posten

 

 

 

 

Opgestaan, plaats vergaan

 

op een nacht stond ik op uit de doden

ik was de enige kandidaat naar het scheen

de anderen gaven niet thuis

die bleven liever liggen

 

voor alle zekerheid, je-kan-niet-weten

keek ik nog eens indringend om me heen

maar nee

ook in tweede instantie maakte niemand

aanstalten mijn voorbeeld te volgen

 

zelf iemand wekken deed ik niet

eerlijk gezegd vond ik het wel zo prettig

in mijn eentje te blijven

ik had het rijk alleen

 

ik besloot tot een ommetje

een kleine wandeling door de straten

om oud eik en duinen, een besluit dat de aarde

niet merkbaar uit haar evenwicht bracht

dit kwam goed uit, wereldschokkende-

dingen-doen behoorde al geruime tijd

niet meer tot mijn ambities

 

maar eenmaal door de

straten gaand

kreeg ik honger naar meer

stadsleven

zo gezegd, zo gedaan

(wie of wat zou me

tegen moeten houden?)

en zonder haast trok ik het centrum in

men was nog lang niet van me af

 

 

 

 

Bart_Chabot
Bart Chabot (Den Haag, 26 september 1954)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Thomas van Aalten werd geboren in Huissen bij Arnhem op 26 september 1978.

 

Uit: Sluit deuren en ramen

 

“Een laf applaus volgde. Het zaallicht dimde. Gekraak in de boxen. Dan verscheen in zeeblauwe letters op een witte achtergrond de tekst ‘Substaat Redux. Omdat geborgenheid uw recht is’.

Als soundtrack was gekozen voor een jazzdeuntje uit een goedkoop keyboard. Beelden van lachende gezinnen die badmintonden op een knalgroen grasveld. Een door de computer geanimeerde vlucht in de hemel boven een hagelwit plein met een groot winkelcentrum, een bioscoop, een zwembad, een bos. Dan weer die tekst. Substaat Redux. Omdat geborgenheid uw recht is. Een zalvende voice-over van een bekende acteur. ‘Welkom in Substaat Redux. Een luxueuze woongelegenheid met vele mogelijkheden voor het gezin. Ongetwijfeld zult u verlangen naar het onbekommerde gevoel dat u nog kende van enkele jaren geleden, nog voordat dit land werd opgeschrikt door ernstige gevoelens van angst en onrust.’

Archiefbeelden van groepen jongeren met bivakmutsen en stokken in gevecht met de Mobiele Eenheid. Brandende hopen vuil in de straten. Huilende moeders.

Terug naar de geanimeerde beelden. Een gezin wandelde langs de schappen van een supermarkt. Een jongetje legde een teddybeer in het boodschappenwagentje, de vader lachte hem toe en aaide het jongetje over de bol.

‘We willen u weer terugzetten op de plek die u verdient. Op de plek waar u veilig kunt rondlopen met uw kind of huisdier, zonder angsten. Ontspanning en rust zijn twee belangrijke punten, maar ook zijn er vele arbeidsvoorzieningen. Daarbij wordt u voortdurend beschermd door een professionele eenheid die uw veiligheid waarborgt.’

Een shot van een lachende beveiligingsbeambte die een balletje trapte met een paar gekleurde kinderen. Een andere beambte wees de weg aan een man in een rolstoel met een hond op zijn schoot.

‘Tevens zorgen speciale veiligheidsschilden die in de funderingen van de woningen zijn aangebracht, voor een optimale beveiliging tegen allerlei vormen van terreur.’

Computeranimatie: dwarsdoorsnede van een huis.”

 

 

 

 

thomas van aalten
Thomas van Aalten (Huissen, 26 september 1978)

 

 

 

 

De Engelse schrijver, criticus en columnist William Self werd geboren in Londen op 26 september 1961.

 

Uit: The Principle

 

„When I reach the intersection with Interstate 15, just south of the Toquerville turning, I always have the same choice: I can turn northeast, to Cedar City, and a quiet evening in the library working on my memoirs; or I can turn southwest, and burn rubber the seventy-odd miles to Las Vegas. Every few months I take the road less traveled. Across the Utah border, cutting off the corner of Arizona, the freeway runs down into the wide gulch of the Virgin River, then it mounts up on to the plateau of the Mohave Desert, a silvery wake rising and falling across the waves of scrub, until the lights of that modern Babylon begin to sparkle in the crystalline nighttime air.

    They always put me in mind of an ocean oil rig — the Vegas lights — not that I've ever seen one; yet the desert itself is my sea, the hood of my ancient Ford pickup a prow, and even from ten miles off, if I wind down the window, I can hear through the rush of hot air, the steady, rhythmic pulse of the city's casinos, burlesques and whorehouses, as they pump thick, black, glutinous sin out of the souls of men and women.

Don't get me wrong, I don't go down to Vegas out of any desire to test myself. I'm not in the business of flirting with the Devil. I know what I am, and who I am: a man of conviction, a man with responsibilities, a man who has made the Principle the very rock on which he has built his life. But for all that, we all need a little recreation once in a while, a little time out, wouldn't you agree?

    I always park up in the same trash-strewn alley, behind the same fly-blown Mexican diner. I always have the same super-sized cheesy burrito and 7-Up. Then I walk the half-mile or so along the Strip to Gary's Place. Now that I'm in my late sixties, younger people often ask me about the changes I've seen in my lifetime. I always tell them the same thing: "Every era I've lived through has been now." And I mean it. Living out of the way like we folk do, means we don't pay much attention to the styling of automobiles, or the size of computers.

    About the only time I see gentiles at all is when I go to Vegas. And so what if they wear their hair this way or that, and talk about this or that shiny, new thing? It don't mean too much to me. The generality of life, I've always felt, takes place in between such modern gewgaws. It's the mortar, not the bricks that count.“

   

 

 

 

William_self
William Self (Londen, 26 september 1961)

 

 

 

Zie voor alle bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 26 september 2007 en ook mijn blog van 26 september 2008.

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e september ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 20:42 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Jane Smiley, Vladimir Vojnovitsj, Cyprian Ekwensi, Peter Turrini

De Amerikaanse schrijfster Jane Smiley werd geboren op 26 september 1949 in Los Angeles. Zie ook mijn blog van 26 september 2008.

 

Uit: Ten Days in the Hills

 

„Max was still sleeping, neatly, as always, his head framed by the sunny white of his rectangular pillow, his eyelids smooth over the orbs of his eyes, his lips pale and soft, his bare shoulders square on the bed. While Elena was gazing at him, he sighed. Sometime in the night, he had turned back the white comforter; its fold crossed him diagonally between the hip and the knee. The morning sunlight burnished his hands (right on top of left), and sparkled through his silvery chest hair. His cock lay to one side, nonchalant. Elena smoothed the very tips of his chest hair with her hand so that she could just feel it tickling her palm, and then circled his testicles with her index finger. She was sleepy herself, probably from dreaming of the Oscars. What she could remember were more like recurring images of the bright stage as she had seen it from their seats, smiling figures walking around on it, turning this way and that, breasting the audience suddenly as if jumping into surf—not unhappy images, but not restful. The bright figures had stayed with her all night, sometimes actually looking frightened, or turning toward her so that she had to remind herself in her dream that they were happy, well fed, successful.

She sat up quietly, so as not to disturb him. She saw that all of their clothes—his tux and her vintage gold silk-velvet flapper dress—were draped neatly over the backs of a couple of chairs. Her silver sandals and her silver mesh evening bag lay on the windowsill where she had set them when she walked in the bedroom door. He had taken her to the Oscars and then to the Governor's Ball, because she, of course, had never been, though he himself had an invitation every year—his movie Grace had won Best Screenplay in the 1970s (and in fact was listed on three "hundred best films of the twentieth century" lists that she had looked up on the Internet: seventy-seventh on one, eighty-third on another, and eighty-fifth best on the third). At fifty-eight, Max had a certain sort of fame in Hollywood: most people had heard of him, but lots of younger ones assumed he was dead.“

 

 

 

 

Smiley
Jane Smiley (Los Angeles, 26 september 1949)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver en dissident Vladimir Nikolajevitsj Vojnovitsj werd geboren in Doesjanbe op  26 september 1932. Zie ook mijn blog van 26 september 2008.

 

Uit: Monumental Propaganda (Vertaald door Andrew Bromfield)

 

“But Bochkareva had misunderstood Aglaya. Her words about filth had indeed been intended in a figurative sense, and not the one in which Bochkareva had taken them.

When she got home, Aglaya was absolutely beside herself. No, it was not Stalin’s crimes but the criticism of him that was what had astounded her most of all. How dare they? How dare they? She walked around all three rooms of her flat, beating her tough little fists against her tough little hips and repeating aloud the same words, addressed to her invisible opponents, over and over again: “How did you dare? Who do you think you are? Who are you to raise your hand against him?”

“And you, disdainful descendants . . .”—Lermontov’s line, which she thought she had forgotten long ago, came drifting out from some dark corner of her memory . . .

She had never believed in God, but she would not have been surprised in the least if Porosyaninov’s tongue had withered or his nose had fallen off or he had been paralyzed by a stroke in the middle of giving his speech. The words he had uttered in the House of the Railroad Worker had been too absolutely blasphemous.

She had never believed in a God in heaven, but her earthly god was Stalin. His portrait, the famous one with him lighting up his pipe, holding a lighted match close to the slightly singed mustache, had hung over her writing desk since the times before the war, and during the war it had traveled the partisan forest trails with her and then returned to its place. A modest portrait in a simple limewood frame. In moments of doubt over her most startlingly dramatic actions, Aglaya would raise her eyes to the portrait, and Comrade Stalin seemed to screw up his own eyes slightly and urge her on with his kind and wise smile: Yes, Aglaya, you can do that, you must do it, and I believe that you will do it. Yes, she had been forced to make some difficult decisions in her life—harsh, even cruel, decisions concerning various people—but she had done it for the sake of the Party, the country, the people and the future generations. Stalin had taught her that for the sake of the sublime idea it was worth sacrificing everything, and no one could be pitied.

Of course, she respected the other leaders as well, the members of the Politburo and the secretaries of the Central Committee, but nonetheless she thought of them as just people. Very clever and bold, utterly devoted to our ideals, but people. They could make mistakes in their thoughts, words and actions, but only he was ineffably great and infallible, and his every word and every action expressed such transcendent genius that his contemporaries and the generations to come should accept them as unconditionally correct and absolutely binding.”

 

 

 

 

Vojnovitsj
Vladimir Vojnovitsj (Doesjanbe, 26 september 1932)

 

 

 

 

De Nigeriaanse schrijver Cyprian Ekwensi werd op 26 september 1921 in Nigeria geboren in Minna. Zie ook mijn blog van 26 september 2006 en ook mijn blog van 26 september 2008.

 

Uit: Jagua Nana

 

„Jagua had just had a cold bath, and, in the manner of African women, she sat on a low stool with a mirror propped between her bare knees, gazing at her wet hair. Only one cloth – a flowered cotton print – concealed her nakedness, and she had wound it over her breasts and under her armpits. Her arms and shoulders were bare, and she sat with the cloth bunched between her thighs so that the mirror bit into the skin between her knees.

She raised her arm and ran the comb through the wiry kinks, and her breasts swelled into a sensuous arc and her eyes tensed with the pain as the kinks straightened. From the skin on her long arms and beautiful shoulders the drops of speckled water slid down chasing one another. She saw Freddie pass by her door just then, saw him hesitate when he caught a glimpse of the dark naked hair under her armpits. Then he hurried past into his own room on the floor below, calling as he went:

‘Jagwa!. ... Jagwa Nana!...’

She knew he was teasing. They called her Jagua because of her good looks and stunning fashions. They said she was Ja-gwa, after the famous British prestige car.

‘I'm comin' – jus' now!...Call me when you ready!’

She could sense the irritation in his voice. As always when she did not like where they were going she delayed her toilet, and Freddie must know by now that

she disliked intellectual groups, especially the British Council groups which she thought false and stiff. On the other hand, Freddie could never do without them. He said they were a link with Britain from which stemmed so much tradition. Like Freddie she was an Ibo from Eastern Nigeria, but when she spoke to him she always used pidgin English, because living in Lagos City they did not want too many embarrassing reminders of clan or custom. They and many others were practically strangers in a town where all came to make fast money by faster means, and greedily to seek positions that yielded even more money.

She heard the clatter of Freddie's shoes as he hurried down the steps to his own room on the floor below. She waited for him to come up, and when he would not come she went on combing her hair. By an odd tilt of the mirror she saw, suddenly revealed, the crow's-feet at the corners of her eyes and the tired dark rings beneath.

‘I done old,’ she sighed. ‘Sometimes I tink say Freddie he run from me because

I done old. God ‘ave mercy!’ she sighed again.“

 

 

 

cekwensi
Cyprian Ekwensi (26 september 1921 - 4 november 2007)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Peter Turrini werd geboren op  26. September 1944 in St. Margarethen im Lavanttal (Wolfsberg) en groeide op in Maria Saal in Kärnten. Van 1963 tot 1971 had hij verschillende beroepen. Sinds 1971 woont en werkt hij als zelfstandig schrijver in Wenen en Retz. Hij schrijft o.a. theaterstukken, gedichten, essays en draaiboeken. Turrini werd bekend door Rozznjogd (1971), Sauschlachten (1972) en de televisieserie Alpensaga (1974–1979).

 

Uit: Die Liebe in Madagaskar

 

“Die Schauspielerin:

Ich habe gehört, die Österreicher essen alle so wahnsinnig gern Mozartkugeln. Stimmt das?

Ritter:

Auch nicht mehr als die Japaner.

Schweigen.

Die Schauspielerin:

Dieser tolle Film, den Sie da drehen, kann man dazu noch etwas sagen, ich meine zum Inhalt?

Ritter:

Der Film? Welcher Film?

Die Schauspielerin:

Die Liebe in Madagaskar.

Ritter:

Das Drehbuch ist noch nicht ganz fertig.

Die Schauspielerin:

Wenn der Mann mit der Frau in die Oper geht, und sie ihm nahher sagt, daß sie krank ist ...

Ritter:

Brustkrebs.

Die Schauspielerin:

Könnte sie diese Krankheit nicht erfunden haben?

Ritter:

Wieso erfunden?

Die Schauspielerin:

Sie möchte das Maß seiner Liebe erkunden. Frauen haben Angst, schreckliche Angst, daß man sie aus irgendwelchen Gründen nicht mehr lieben könnte. Sie brauchen ständig Beweise der Liebe. Auch wenn sie diese bekommen, jeden Tag, sind sie keineswegs zufrieden. Es nährt nur ihre Sehnsucht nach immer häufigeren, immer größeren Beweisen.”

 

 

 

 

peter_turrini
Peter Turrini (St. Margarethen im Lavanttal, 26. September 1944)

 

Geschreven door Romenu om 20:42 Reageer op dit bericht

Andrzej Stasiuk, William Faulkner, Rebecca Gablé, Lu Xun

De Poolse schrijver en letterkundige Andrzej Stasiuk werd geboren op 25 september 1960 in Warschau. Zie ook mijn blog van 25 september 2008.

 

Uit: Tales Of Galicia (Vertaald door Margarita Nafpaktitis)

 

„Simon Wasylczuk showed up at Kosciejny's and said "come on." Kosciejny took a long, narrow knife out from behind the doorframe. They walked two houses further down. Simon led out a mournful-faced sheep and averted his gaze. Mount Cergowa was holding up the sky as usual, and snow still lay on its peak between the trees. It was over in a second. They lifted the animal up and hung it on a bare apple tree by a tendon in its hind leg.
Kosciejny looked like he usually did, a little like a scarecrow that had just escaped from the garden. That's exactly how skinny, forty-year-old men in overalls look. Time rubs their features away, and it's only in old age, when they have become reconciled with it, that they get their own one-of-a-kind faces back. Maybe so death can tell them apart.
But he wasn't thinking about death. Life was keeping him busy. He cut off the head with short, quick strokes. Two mongrels were hanging around nearby. Then the tip of the knife slipped along the belly, along the legs, and the skin came off like a stocking. Steam was rising in the cold morning air. It was already over — skin, carcass, entrails, everything neatly separated. A simple and precise dissection of existence.
"Should I cut it up?" asked Kosciejny.
"I'll cut it up myself. I just don't like doing the killing," said Simon Wasylczuk. He went into the house and came back with a bottle. They sat down against the wall of the barn, in the sun, and drank to each other and lit their cigarettes, watching Cergowa hold up the sky.

"Well I like it," said Kosciejny. "The most important thing is that the little beast doesn't get scared. Makes a bad job of it, and the meat's no good. Stinks of fear. It's worst with a pig. You can't fool a pig, it's smart. I'm doin' a pig tomorrow at your sister's."
"Yeah," Simon Wasylczuk replied.
Who was Kosciejny? His restless spirit drove him to do so many things. In winter he wore a nylon cap with a brim, and in summer he went bareheaded, shriveled by the sun and just as waterproof.“

 

 

 

 

stasiukd
Andrzej Stasiuk (Warschau, 25 september 1960)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver William Faulkner werd geboren op 25 september 1897 in New Albany, Mississippi. Zie ook mijn blog van 25 september 2008. en ook mijn blog van 25 september 2007 en  mijn blog van 25 september 2006.

 

Uit: The Sound And The Fury 

 

“Through the fence, between the curling flower spaces, I could see them hitting. They were coming toward where the flag was and I went along the fence. Luster was hunting in the grass by the flower tree. They took the flag out, and they were hitting. Then they put the flag back and they went to the table, and he hit and the other hit. Then they went on, and I went along the fence. Luster came away from the flower tree and we went along the fence and they stopped and we stopped and I looked through the fence while Luster was hunting in the grass.

"Here, caddie." He hit. They went away across the pasture. I held to the fence and watched them going away.

"Listen at you, now." Luster said. "Aint you something, thirty three years old, going on that way. After I done went all the way to town to buy you that cake. Hush up that moaning. Aint you going to help me find that quarter so I can go to the show tonight."

They were hitting little, across the pasture. I went back along the fence to where the flag was. It flapped on the bright grass and the trees.

"Come on." Luster said. "We done looked there. They aint no more coming right now. Les go down to the branch and find that quarter before them niggers finds it."

It was red, flapping on the pasture. Then there was a bird slanting and tilting on it. Luster threw. The flag flapped on the bright grass and the trees. I held to the fence.

"Shut up that moaning." Luster said. "I cant make them come if they aint coming, can I. If you dont hush up, mammy aint going to have no birthday for you. If you dont hush, you know what I going to do. I going to eat that cake all up. Eat them candles, too. Eat all them thirty three candles. Come on, les go down to the branch. I got to find my quarter. Maybe we can find one of they balls. Here. Here they is. Way over yonder. See." He came to the fence and pointed his arm. "See them. They aint coming back here no more. Come on."

We went along the fence and came to the garden fence, where our shadows were. My shadow was higher than Luster's on the fence. We came to the broken place and went through it.

"Wait a minute." Luster said. "You snagged on that nail again. Cant you never crawl through here without snagging on that nail."

 

 

 

 

william-faulkner
William Faulkner (25 september 1897 - 6 juli 1962)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Rebecca Gablé (pseudoniem van Ingrid Krane-Müschen) werd geboren op 25 september 1964 in Wickrath / Mönchengladbach. Zie ook mijn blog van 25 september 2008.

 

Uit: Die Hüter der Rose

 

„Windsor, Mai 1429

John hatte die Hände auf die Oberschenkel gestützt und wollte einen Moment verschnaufen, als der harte Lederball ihn mit einem satten Klatschen in den Rücken traf.
„Na warte, mein König. Das wird dir noch Leid tun!“ Er hob den Ball auf und lief los.
Lachend rannte der siebenjährige Henry vor ihm davon und brüllte über die Schulter: „Ich war’s nicht! Ich war’s nicht! Tudor hat geworfen!“
John blieb stehen, bedachte den Waliser mit einem erbosten Blick, täuschte und warf dann doch nach Henry. Aber der Junge reagierte schnell. Ehe der Ball vor seine magere Brust prallen konnte, fing er ihn auf, lief zum Flussufer hinab und warf ihn über die Schulter Tudor zu, der ihn ins Gras fallen ließ und zu John kickte. Doch der Schuss ging fehl, der Ball rollte zwischen John und dem kleinen König aufs Wasser zu, und alle drei setzten ihm nach. Sie erreichten ihn gleichzeitig und rangelten um ihr kostbares Spielzeug, benutzten Füße und Ellbogen, um die Mitstreiter abzudrängen. Henry steckte so wacker ein, wie er austeilte. Schließlich stellte er Tudor ein Bein, der der Länge nach hinschlug, den König mit sich riss und es irgendwie auch schaffte, John bei diesem Manöver zu Fall zu bringen.
Lachend und keuchend lagen sie schließlich alle drei im Gras.
„Oh nein!“, rief Henry aus. „Nun ist er doch ins Wasser gerollt!“
Betrübt sahen sie dem Ball hinterher, der rasch in die Flussmitte getrieben wurde und mit der eiligen Strömung Richtung London schwamm.
Tudor seufzte. „Ein Jammer, Sire. Das war mit Abstand der beste, den wir dieses Frühjahr hatten.“
„Und er hat erstaunlich lange gehalten“, stimmte John zu.
Henry setzte sich auf. „Nun, wenn ich meinen Treasurer artig bitte, bekommen wir bestimmt einen neuen.“

 

 

 

 

Gable-Schloss
Rebecca Gablé (Wickrath, 25 september 1964)

 

 

 

 

De Chinese schrijver Lu Xun werd in 1881 in Shaoxing in de provincie Zhejiang geboren als Zhou Shuren. Zie ook mijn blog van 25 september 2008.

 

Uit: Tomorrow (Vertaald door Yang Hsien-yi en Gladys Yang)

 

 "Not a sound—what's wrong with the kid?"

A bowl of yellow wine in his hands, Red-nosed Kung jerked his head towards the next house as he spoke. Blue-skinned Ah-wu set down his own bowl and punched the other hard in the back.

"Bah ..." he growled thickly. "Going sentimental again!"

Being so out-of-the-way, Luchen was rather old-fashioned. Folk closed their doors and went to bed before the first watch sounded. By midnight there were only two households awake. Prosperity Tavern where a few gluttons guzzled merrily round the bar, and the house next door where Fourth Shan's Wife lived. Left a widow two years earlier, she had nothing but the cotton-yarn she spun to support herself and her threeyear-old boy; this is why she also slept late.

It was a fact that for several days now there had been no sound of spinning. But since only two households were awake at midnight, Old Kung and the others were naturally the only ones who would notice if there were any sound from Fourth Shan's Wife's house, and the only ones to notice if there were no sound.

After being punched, Old Kung—looking quite at his ease—took a great swig at his wine and piped up a folk tune.

Meanwhile Fourth Shan's Wife was sitting on the edge of her bed, Pao-erh—her treasure—in her arms, while her loom stood silent on the floor. The murky lamplight fell on Paoerh's face, which showed livid beneath a feverish flush.

"I've drawn lots before the shrine," she was thinking. "I've made a vow to the gods, he's taken the guaranteed cure. If he still doesn't get better, what can I do? I shall have to take him to Dr. Ho Hsiao-hsien. But maybe Pao-erh's only bad at night; when the sun comes out tomorrow his fever may go and he may breathe more easily again. A lot of illnesses are like that."

Fourth Shan's Wife was a simple woman, who did not know what a fearful word "but" is. Thanks to this "but," many bad things turn out well, many good things turn out badly. A summer night is short. Soon after Old Kung and the others stopped singing the sky grew bright in the east; and presently through the cracks in the window filtered the silvery light of dawn.“

 

 

 

 

lu_xun
Lu Xun (25 september 1881 – 19 oktober 1936)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e september ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 20:35 Reageer op dit bericht

Patricia Lasoen, Herbert Heckmann, Carlos Ruiz Zafón, William Michael Rossetti

De Belgische dichteres en schrijfster Patricia Lasoen werd geboren op 25 september 1948 in Brugge. Zie ook mijn blog van 25 september 2008 en ook mijn blog van 25 september 2007 en mijn blog van 25 september 2006.

 

 

Genadeloos en fluitend

 

Treinen: hun weg is voorgebaand,
ze zoeven door het landschap
genadeloos; soms lijken ze wel wreed
zoals ze onbarmhartig bermen vol
met bloeiend onkruid achterlaten -
en dan, hoe ze zich in beweging zetten:
nauwelijks merkbaar eerst
met kleine schokjes, en pas na een tijd
komen ze tot hun volle kracht
en fluitend razen ze voorbij signaal
en overweg, en over water
ze komen dan geruisloos stil -
een schok kaatst soms onzacht
hun inhoud en hun doel terug.

Frambozen staan vanzelf
met liefde in verband:
hun zachte huid en nauwelijks voelbare haartjes
worden liefst tegelijk met
lippen, tong en huig geproefd
langzaam smelten ze open
en naderhand weer dicht
je hoeft ze zelfs niet aan te raken -
direct nadien zijn ze ontastbare herinnering.

 

 

 

 

 

Lasoen
Patricia Lasoen (Brugge, 25 september 1948)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Herbert Heckmann werd geboren op 25 september 1930 in Frankfurt am Main. Zie ook mijn blog van 25 september 2007 en ook mijn blog van 25 september 2008.

 

Uit: Die sieben Todsünden

 

" (...) Sein dreißigstes Jahr gedachte er mit einem Fest zu eröffnen, für sich, seine Freundinnen und seine Freunde, reimte Trinksprüche, kaufte ein, daß er krumm ging unter den Lasten, wählte ein rosiges Ferklein aus, die saftigen Lenden eines Hammels, geschmeidige Kalbsnieren, Spargel und Trüffel, Hähnchen zum Introitus und Karamelcrème als Epilog, Käse von Tilsit bis Edam, dazu Trockenbeerenauslese aus fürstlichen Fässern.

Max musste die Taschenuhr seines Vaters versetzen und den Hochzeitsschmuck seiner Mutter, um den frechen Forderungen der Händler gewachsen zu sein, verschloß sich dann siegesgewiß in der Küche, stimmte in seinem hungrigen Baß dies und das Trinkliedlein an, daß die Fensterscheiben erzitterten und die Teller schepperten. Er tanzte zwischen Ofen und Tisch, zwischen Tisch und Schrank, zwischen Schrank und Wasserhahn hin und her, Alchemist und Henker zugleich, und las aus den weißgelben Wölkchen, die unter den Deckeln hervorzischten, die hungrige Zukunft. Die zundertrockene Kehle benetzte er, um sich frei zu machen von der schon verdauten Vergangenheit. Der Duft der Gewürze hüllte ihn ein und rötete seine Wangen. (...) "

 

 

 

 

Heckmann
Herbert Heckmann (25 september 1930 – 18 oktober 1999)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Carlos Ruiz Zafón werd geboren op 25 september 1964 in Barcelona. Zie ook mijn blog van 25 september 2006 en ook mijn blog van 25 september 2007 en ook mijn blog van 25 september 2008.

 

Uit: The Angel's Game  

 

“A writer never forgets the first time he accepted a few coins or a word of praise in exchange for a story. He will never forget the sweet poison of vanity in his blood and the belief that, if he succeeds in not letting any­one discover his lack of talent, the dream of literature will provide him with a roof over his head, a hot meal at the end of the day, and what he covets the most: his name printed on a miserable piece of paper that surely will outlive him. A writer is condemned to remember that mo­ment, because from then on he is doomed and his soul has a price.
My first time came one faraway day in December 1917. I was seventeen and worked at The Voice of Industry, a newspaper that had seen bet­ter days and now languished in a barn of a building that had once housed a sulfuric acid factory. The walls still oozed the corrosive vapor that ate away at furniture and clothes, sapping the spirits, consuming even the soles of shoes. The newspaper’s headquarters rose behind the forest of an­gels and crosses of the Pueblo Nuevo cemetery; from afar, its outline merged with the mausoleums silhouetted against the horizon–a skyline stabbed by hundreds of chimneys and factories that wove a perpetual twilight of scarlet and black above Barcelona.
On the night that was about to change the course of my life, the newspaper’s deputy editor, Don Basilio Moragas, saw fit to summon me, just before closing time, to the dark cubicle at the far end of the editorial staff room that doubled as his office and cigar den. Don Basilio was a forbidding- looking man with a bushy moustache who did not suffer fools and who subscribed to the theory that the liberal use of adverbs and adjectives was the mark of a pervert or someone with a vitamin deficiency. Any journalist prone to florid prose would be sent off to write fu­neral notices for three weeks. If, after this penance, the culprit relapsed, Don Basilio would ship him off permanently to the "House and Home" pages. We were all terrified of him, and he knew it.
"Did you call me, Don Basilio?" I ventured timidly.”

 

 

 

 

 

Zafon
Carlos Ruiz Zafón (Barcelona, 25 september 1964)

 

 

De Engelse schrijver en criticus William Michael Rossetti werd geboren in Londen op 25 september 1829. Rossetti was een zoon van de uit Italië gevluchte immigrant Gabriele Rossetti en een broer van Maria Francesca Rossetti, Dante Gabriel Rossetti en Christina Rossetti. Samen met zijn broer en onder meer de schilder John Everett Millais behoorde hij tot de oprichters van de kunstenaarsbeweging die bekend werd onder de naam Pre-Raphaelite Brotherhood. Rossetti was een belangrijk voorvechter van de beweging. Hij was redacteur van het tijdschrift The Germ, dat de doelstellingen van de Prerafaëlieten uiteenzette. Het blad beleefde overigens slechts vier edities tussen januari en april 1850. Rossetti was tevens kunstcriticus voor The Spectator. Zijn recensies werden in 1867 verzameld en gepubliceerd onder de titel Fine Art, chiefly Contemporary. Ander werk omvat een vertaling in blanke verzen van Dantes Inferno (1865), Lives of Some Famous Poets (1878), A Life of John Keats (1887) en Pre-Raphaelite Diaries and Letters. In 1874 trouwde hij met Lucy Madox Brown, een dochter van de schilder Ford Madox Brown.

 

Uit: The Germ. Thoughts towards Nature in Poetry, Literature and Art

 

„There were in the late summer of 1848, in the Schools of the Royal Academy or barely emergent from them, four young men to whom this condition of the art seemed offensive, contemptible, and even scandalous. Their names were William Holman-Hunt, John Everett Millais, and Dante Gabriel Rossetti, painters, and Thomas Woolner, sculptor. Their ages varied from twenty-two to nineteen—Woolner being the eldest, and Millais the youngest. Being little more than lads, these young men were naturally not very deep in either the theory or the practice of art: but they had open eyes and minds, and could discern that some things were good and other bad—that some things they liked, and others they hated. They hated the lack of ideas in art, and the lack of character; the silliness and vacuity which belong to the one, the flimsiness and make-believe which result from the other. They hated those forms of execution which are merely smooth and prettyish, and those which, pretending to mastery, are nothing better than slovenly and slapdash, or what the P.R.B.'s called “sloshy.” Still more did they hate the notion that each artist should not obey his own individual impulse, act upon his own perception and study of Nature, and scrutinize and work at his objective material with assiduity before he could attempt to display and interpret it; but that, instead of all this, he should try to be “like somebody else,” imitating some extant style and manner, and applying the cut-and-dry rules enunciated by A from the practice of B or C. They determined to do the exact contrary. The temper of these striplings, after some years of the current academic training, was the temper of rebels: they meant revolt, and produced revolution. It would be a mistake to suppose, because the called themselves Præraphaelites, that they seriously disliked the works produced by Raphael; but they disliked the works produced by Raphael's uninspired satellites, and were resolved to find out, by personal study and practice, what their own several faculties and adaptabilities might be, without being bound by rules and big-wiggeries founded upon the performance of Raphael or of any one. They were to have no master except their own powers of mind and hand, and their own first-hand study of Nature.

 

 

 

Rossetti
William Michael Rossetti (25 september 1829 - 5 februari 1919)

 

Geschreven door Romenu om 20:23 Reageer op dit bericht

Mark Boog, Yves Navarre, F. Scott Fitzgerald

De Nederlandse dichter en schrijver Mark Boog werd geboren op 24 september 1970 in Utrecht.

Boog studeerde korte tijd Kunstmatige Intelligentie in zijn geboorteplaats Utrecht en werkte daarna even bij de PTT. In 1995 debuteerde hij als dichter in het tijdschrift De Appel. Daarna was hij actief in een schrijverscollectief dat onder meer het tijdschrift Mondzeer en de Reuzenkreeft uitgaf. In 2000 verscheen Boogs eerste dichtbundel Alsof er iets gebeurt (Meulenhoff), waarmee hij de C. Buddingh'-Prijs won. In 2006 won hij de VSB Poëzieprijs voor zijn bundel De encyclopedie van de grote woorden. In 2001 debuteerde Boog als romanschrijver met de roman De vuistslag (Meulenhoff). In de hierop volgende jaren volgden dichtbundels en romans elkaar in hoog tempo op. Boog publiceert bovendien in literaire tijdschriften als Hollands Maandblad en De Gids en treedt af en toe op.

 

 

 

Oud geluk

 

Oud geluk (niet te koop)
in oude kamers. Is dat niet mooi?

We wisten al dat de zin van de ervaring
de herinnering is, en dat daarbij desnoods
de ervaring achterwege gelaten mag worden,

maar zo helder zagen we het zelden.
Je sloot de deur, keek me aan met ogen van fluweel,
glanzend glad van ouderdom,
en achter de deur stierf men er op los,

als beesten, als gekken, als lemmingen,
als gestrande potvissen, alsof het niets is,
alsof wij de deur niet al veel eerder hadden gesloten.

 

 

 

 

 

Lichtval

 

Als ineens de zon de schaduwen
opzij veegt naar de verste hoeken van de
kamer, kijken we op maar zeggen niets.

Ik buig me naar het stof, neem af,
jij strekt een been om naar de keuken te gaan.
De richting staat elegant gecomponeerd
lichtval te verdragen.

Over de tafel hangt een gesprek.
We hebben het verlaten,
we bewegen ons nu schuchter door het huis,
de gevangenis van het schilderij ontwijkend.

Het is te mooi hier om waar
te zijn, we ontkennen dat - we leven nog.

 

 

 

 

 

BoogMark
Mark Boog (Utrecht, 24 september 1970)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Francis Scott Fitzgerald werd geboren op 24 september 1896 in Saint Paul, in de staat Minnesota. Zie ook mijn blog van 24 september 2007 en ook mijn blog van 24 september 2006 en ook mijn blog van 24 september 2008.

 

Uit: Bernice Bobs Her Hair

 

“After dark on Saturday night one could stand on the first tee of the golf-course and see the country-club windows as a yellow expanse over a very black and wavy ocean. The waves of this ocean, so to speak, were the heads of many curious caddies, a few of the more ingenious chauffeurs, the golf professional's deaf sister -- and there were usually several stray, diffident waves who might have rolled inside had they so desired. This was the gallery.

The balcony was inside. It consisted of the circle of wicker chairs that lined the wall of the combination clubroom and ballroom. At these Saturday-night dances it was largely feminine; a great babel of middle-aged ladies with sharp eyes and icy hearts behind lorgnettes and large bosoms. The main function of the balcony was critical. It occasionally showed grudging admiration, but never approval, for it is well known among ladies over thirty-five that when the younger set dance in the summer-time it is with the very worst intentions in the world, and if they are not bombarded with stony eyes stray couples will dance weird barbaric interludes in the corners, and the more popular, more dangerous, girls will sometimes be kissed in the parked limousines of unsuspecting dowagers.

But, after all, this critical circle is not close enough to the stage to see the actors' faces and catch the subtler byplay. It can only frown and lean, ask questions and make satisfactory deductions from its set of postulates, such as the one which states that every young man with a large income leads the life of a hunted partridge. It never really appreciates the drama of the shifting, semicruel world of adolescence. No; boxes, orchestra-circle, principals, and chorus are represented by the medley of faces and voices that sway to the plaintive African rhythm of Dyer's dance orchestra.

From sixteen-year-old Otis Ormonde, who has two more years at Hill School, to G. Reece Stoddard, over whose bureau at home hangs a Harvard law diploma; from little Madeleine Hogue, whose hair still feels strange and uncomfortable on top of her head, to Bessie MacRae, who has been the life of the party a little too long -- more than ten years -- the medley is not only the center of the stage but contains the only people capable of getting an unobstructed view of it.

With a flourish and a bang the music stops. The couples exchange artificial, effortless smiles, facetiously repeat "la-de-da-da dum-dum," and then the clatter of young feminine voices soars over the burst of clapping.“

 

 

 

 

 

Fitzgerald
F. Scott Fitzgerald (24 september 1896 - 21 december 1940

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Yves Navarre werd geboren op 24 september 1940 in Condom. Zie ook mijn blog van 24 september 2008.

 

Uit: Carnet de bord

 

« Samedi 30 août, il fait beau, le mistral souffle, j'ai froid aux doigts. J'ai donc vendu Petit-Pont, vite et mal, à des étrangers. Ils se sont présentés à Jean-Luc, mon voisin du moulin qui, pendant deux mois, a suivi pas à pas ma Claire Brévaille que je voudrais tant pouvoir considérer comme mon ultime roman-roman, comme les « nouveaux acquisiteurs ». Il y a de l'inquisition, dans l'air, partout, jusque dans l'humour involontaire. Le journal du jour publie une photo d'anciens combattants de la guerre d'Algérie, couverts de médailles, saluant les dépouilles mortelles de quatre poseurs de bombes racistes, victimes de leur propre bombe. C'est le début de l'après-midi. Je suis seul, c'est dur et c'est tant mieux. Je partirai le mardi 9 septembre. J'attends la visite de Juliette et de Jacques, la semaine prochaine. Ils m'aideront à franchir le gué. Henri, le père de Juliette, à qui j'ai dédié Killer , m'a écrit la semaine dernière qu'il prenait sa retraite l'an prochain. Je lui ai répondu que je prenais d'ores et déjà la mienne, à Paris, dès septembre. Tybalt, le nouveau chat qui m'a adopté il y a deux mois, fait le fou dans les arbres, je ne l'imagine pas à Paris, dans l'appartement. J'avais, ici, à Petit-Pont, rêvé de finir mes jours. La vie, c'est toujours le début de la fin et, depuis mon accident, un quatrième âge que je n'avais pas prévu. Le sentiment de mort, personne n'en veut, les gens fuient. Les hôpitaux sont des prisons. L'expérience de l'accident n'est rien, alors, en regard de l'expérience humaine, absences de signes, désertions, rumeurs ou, pire, les rares visites quand elles sont imprévues, on vous assigne facilement à résidence, on vient vous voir comme ça, « je ne te dérange pas », et il faut entendre des « mais tu vas très bien », des « tu as bonne mine », des « tu t'en es bien sorti », des « tu m'appelles quand tu veux » ou des « tu sais que tu peux demander une aide ménagère à la Ville de Paris » ou enfin « j'avais honte la semaine dernière de voir qu'il n'y avait rien dans ton réfrigérateur ». La solitude vire à l'isolement, la prison de chez soi, convalescent, devient encore plus exiguë. On reçoit des cartes « sursum corda, Michel », « moi je vais très bien et toi, sais-tu toujours aussi bien souffrir, François » ou « de tous mes amis tu es le moins visible, Michel ». Que faire ? A l'Assistance publique succède une assistance privée, Jean-Luc, Anne, Didier, Émile et surtout Fanny & Charli . Un chat est revenu dans ma vie, brave Tybalt que j'avais d'abord baptisé Mimi croyant à une belle et qui porte désormais le nom du frère de Juliette dans Roméo et Juliette, celui qui tue Mercutio. Il est sur mes genoux, il me tient chaud et il ronronne très fort. Dès le retour à Paris, il faudra que je le fasse châtrer.“

 

 

 

 

navarre
Yves Navarre (24 september 1940 – 24 januari 1994)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e september ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 20:26 Reageer op dit bericht

Alfons Petzold, Charles Ferdinand Ramuz, Hendrik Tollens, Szilvia Molnar

De Oostenrijkse dichter en schrijver Alfons Petzold werd geboren op 24 september 1882 in Wenen. Zie ook mijn blog van 24 september 2006 en ook mijn blog van 24 september 2008.

 

 

Siehe, Geliebte


Siehe, Geliebte, aus meinem Gesicht
leuchtet dein Licht,

in meinen wirkenden Händen schafft
deine Kraft,

was meine Seele an Wundern lebt,
aus dir sich hebt,

und nur mein Herz
mit dem Jubel darin
ist Erz von Erz,
aus dem ich bin!

 

 

 

 

 

Die unruhvollen Rosen sind ermattet

 

Die unruhvollen Rosen sind ermattet,
schwer hängen sie und träge an den Stielen.
Ein schmales Stück des Weges ist beschattet,
ein dunkles Teil, gefügt in helle Dielen.

Ein ferner Lärm versinkt in heitre Stille,
steht später in dem Singsang einer Grille
wieder auf, der grüne Rasen lauscht.
Der rote Tonzwerg auf dem Nelkenhügel
schaut in den Himmel, wo der Feuerflügel
der Sonne einsam gegen Westen rauscht.

Die schlanken Gräser stehen unbeweglich,
auf einmal zittern sie beglückt unsäglich,
sie hören, Liebste, Deinen Schritt.
Und wenn auch meine müden Pulse stocken,
ich bin ganz Jubel und Frohlocken,
es tönt der Sommer und ich töne mit.

 

 

 

 

Petzolf_Alfons

Alfons Petzold (24 september 1882 – 25 januari 1923)

 

 

 

 

 

De Franstalige Zwitserse dichter, schrijver en essayist Charles Ferdinand Ramuz werd geboren op 24 september 1878 in Cully-sur-Lausanne. Zie ook mijn blog van 24 september 2008.

 

Uit: Découverte du monde

 

„Les plus anciens souvenirs de ce petit garçon le reportent à une grande boutique (ou qui alors lui semblait grande), située au rez-de-chaussée d'une maison qui fait encore l'angle de la rue Haldimand et de la place de la Riponne, au couchant, et où était installé un commerce de «denrées coloniales» qui appartenait à mon père. «Denrées coloniales» semble pompeux: l'appellation n'était pourtant pas tout à fait injustifiée. C'était le temps où les paysans achetaient encore leur café par «saches» ou demi-saches, et leur sucre par pains entiers, ayant la forme de gros obus habillés de papier violet que maintenait sur leurs quatre côtés une forte ficelle savamment nouée. C'était le temps où il n'y avait encore ni camions, ni autos.

C'était le temps où les paysans du Gros-de-Vaud ne se rendaient guère au chef-lieu qu'une fois par mois et n'avaient à compter que sur leurs propres moyens, j'entends un cheval (quelquefois deux) qu'ils allaient tirer de l'écurie de bonne heure, n'ayant plus ensuite qu'à l'atteler à leur char à banc.

Tous les véhicules, chez nous, s'appelaient des «chars»: c'est noble, c'est romain. Les paysans du Gros-de-Vaud venaient à Lausanne sur des chars et non sur des charrettes. Les charrettes sont à deux roues: les chars en ont quatre. Nous avons ainsi le char à échelle qui comporte en effet une échelle sur le devant et sert à rentrer le foin ou la moisson; le char à pont qui, comme son nom l'indique, n'est guère qu'une sorte de plancher monté sur roues; le char à ridelles qui est une espèces de char à pont, mais en plus étroit, et qui est entouré d'une barrière à claire-voie destinée à empêcher le contenu de tomber, avec un siège sur le devant; enfin le char à bancs, proprement dit, qui, lui,comportait deux sièges, étant fait pour les personnes plus que pour les marchandises et se trouvait être utilisé de préférence par les paysans riches qui venaient moins à la ville pour vendre que pour acheter.“

 

 

 

 

Ramuz
Charles Ferdinand Ramuz (24 september 1878 – 23 mei 1947)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Hendrik Tollens werd op 24 september 1780 te Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 24 september 2007 en ook mijn blog van 24 september 2006 en ook mijn blog van 24 september 2008.

 

 

Het rad van avontuur

 

’t Noodlot draait zijn wentelent rad;

Rijdt en rolt de aardbol plat,

Bergen op en over holen;

’t Rost en jaagt en zwiert en giert,

Toom en teugel bot gevierd

Rond en om naar lijn en polen,

Door zijn luimen voortgestierd.

 

Holt het over schat en pracht,

Het verplet ze door zijn vracht

En vermaalt ze, waar zij blinken;

Schokt het tegen tronen aan,

Zij verbrijzelen, daar zij staan,

En verstuiven en verzinken,

Met de heersers en hun waan.

 

Maar gezwenkt, in vlugge vaart,

Tilt het andren op van d'aard,

Die zich slingeren om zijn speken;

’t Voert hem voort, uit slijk en puin,

Tot op zetels van arduin,

Waar zij ’t hoofd ten hemel steken,

Met de roofprijs op de kruin.

 

’t Werpt, in ’t onbesuisde loop

Wat omhoog snelt overhoop,

En verheft wie nederzijgen;

’t Rolt naar boven met Tibeer,

Maar met Varus komt het neer;

’t Moge met Cesar steiler stijgen,

Met Pompejus stort het weer.

 

Allen, rondom opgetast,

Klemmen we aan het rad ons vast,

Als in wedloop voortgestoven;

Allen, op de prijs verhit,

Draven we in de dolle rit,

Maar wij wentlen ondersteboven…

Veiligst wie in ’t midden zit.

 

Allen, langs verscheiden spoor

Tuimlen wij de wereld door

Slingren, schokken, zwenken, zwaaien

Wat zich ophief, glipt en glijdt,

Wat ter neer lag, rijst en rijdt,

Tot het rad, in ’t eeuwig draaien

d’Een bij d’ander nedersmijt.

 

Allen op de struikelbaan,

Wagen lust en rust er aan,

Om een eindweegs voort te rollen;

Wie het plettend rad verniel’;

Wie er steeg of nederviel-

Allen grijpen ’t aan, en hollen…

Niemand steekt een spaak in ’t wiel.

 

 

 

 

tollens
Hendrik Tollens (24 september 1780 -21 oktober 1856)

Standbeeld in Park Euromastt, Rotterdam

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 24 september 2007

 

De Engels-Zweedse schrijfster en vertaalster Szilvia Molnar werd geboren op 24 september 1984 in Boedapest, Hongarije.

 

Geschreven door Romenu om 20:24 Reageer op dit bericht

Antonio Tabucchi, Theodor Körner, Euripides, Mary Coleridge

De Italiaanse schrijver, vertaler, en literatuurwetenschapper Antonio Tabucchi werd op 23 september 1943 geboren in Pisa, maar groeide op bij zijn grootouders in Vecchiana, een dorpje niet ver van zijn geboorteplaats. Hij studeerde letteren aan de universiteit van Pisa en in Parijs. Tijdens zijn studie reisde hij veel door Europa, en voelde zich vooral aangetrokken door Portugal en de Portugese literatuur. Na een wat langer verblijf in Lissabon studeerde hij af met een scriptie over het surrealisme in Portugal. Vanaf 1973 doceerde hij Portugese taal en literatuur aan de universiteit van Bologna.

In dat jaar schreef hij ook zijn eerste roman Piazza d'Italia. In 1978 werd hij hoogleraar aan de universiteit van Genua. Hij publiceerde enkele romans en verhalenbundels, maar verwierf pas echt bekendheid in 1984 met zijn roman Notturno indiano. In 1985 publiceerde hij Piccoli equivoci senza importanza en in 1986 Il filo dell'orizzonte, waarin net als in Notturno indiano de zoektocht van de protagonist naar zijn identiteit centraal staat. In de periode van 1987 tot 1990 publiceerde hij verschillende werken, o.a. het in het Portugees geschreven Requiem.

In 1964 publiceerde hij Gli ultimi tre giorni di Fernando Pessoa en Sostiene Pereira, de roman waarmee hij drie prijzen gewonnen heeft. De protagonist van deze roman is voor veel tegenstanders van antidemocratische regimes het symbool geworden van de verdediging van de vrijheid van informatie, ook voor de politieke tegenstanders van Silvio Berlusconi. In de verfilming van Roberto Faenza speelt Marcello Mastroianni de rol van Pereira. Momenteel verblijft Antonio Tabucchi de helft van het jaar bij zijn vrouw en twee kinderen in Lissabon, waar hij zich aan het schrijven wijdt. De rest van het jaar brengt hij in Toscane door, en is hij letterkundedocent aan de universiteit van Siena.

 

Uit: Lissabonner Requiem (Vertaald door Karin Fleischanderl)

 

„Ich dachte: Der Typ kommt nicht mehr. Und dann dachte ich: Ich kann ihn doch nicht »Typ« nennen, er ist ein großer Dichter, vielleicht der größte Dichter des zwanzigsten Jahrhunderts, inzwischen ist er seit vielen Jahren tot, ich muß ihn mit Respekt behandeln, besser gesagt, mit höchstem Respekt. Aber so allmählich war ich doch etwas verdrossen, die Sonne brannte, die Spätjuli-Sonne, und ich dachte noch: Ich bin im Urlaub, dort in Azeitäo, im Landhaus meiner Freunde, ging es mir so gut, warum habe ich mich bloß auf dieses Treffen hier an der Mole eingelassen, das Ganze ist doch absurd. Und ich betrachtete meinen Schatten unter mir, und auch er erschien mir absurd und überflüssig, sinnlos, es war ein kurzer Schatten, der von der Mittagssonne flachgedrückt wurde, und da erinnerte ich mich: Er hatte zwölf gesagt, aber vielleicht hatte er zwölf Uhr Mitternacht gemeint, Geister erscheinen immerhin

um Mitternacht. Ich stand auf und ging über die Mole. Auf der Straße war fast kein Verkehr, nur wenige Autos fuhren vorüber, einige davon mit Sonnenschirmen auf dem Gepäckträger, lauter Leute, die zu den Stränden in Caparica unterwegs waren, es war ein glühendheißer Tag, ich dachte: Was mache ich hier, am letzten Sonntag im Juli?

Und ich ging schneller, um so rasch wie möglich in Santos zu sein, vielleicht war es im Park ein wenig kühler. Der Park war menschenleer, nur der Zeitungsverkäufer stand vor seinem Kiosk. Ich ging zu ihm hin, und der Mann lächelte. Benfica hat gewonnen, sagte er strahlend, haben Sie es in der Zeitung gelesen? Ich schüttelte den Kopf, nein, ich hatte es noch nicht gelesen, und der Mann

sagte: Ein Nacht-Match in Spanien, ein Benefizspiel. Ich kaufte A Bola und suchte mir eine Bank, um mich zu setzen.

Ich las gerade, wie es dazu gekommen war, daß Benfica das entscheidende Tor gegen Real Madrid geschossen hatte, als jemand guten Tag sagte, und ich hob den Kopf. Guten Tag, wiederholte der Junge mit dem Bart, der vor mir stand, ich bräuchte Ihre Hilfe. Hilfe wozu, erkundigte ich mich. Hilfe, um zu essen, sagte der Junge, ich habe seit zwei Tagen nichts gegessen. Es war ein ungefähr zwanzigjähriger Junge in Jeans und Hemd, der mir schüchtern die Hand hinhielt, als bettelte er um Almosen. • Er war blond und hatte große Ringe unter den Augen. Seit zwei Tagen hast du dir keinen Schuß gesetzt, sagte ich aus einer Eingebung heraus, und der Junge erwiderte: Das ist dasselbe, es

ist wie essen, zumindest für mich. Im Prinzip bin ich für alle Drogen, sagte ich, leichte wie schwere, aber nur im Prinzip, in der Praxis bin ich dagegen, entschuldigen Sie, ich bin ein bürgerlicher Intellektueller voller Vorurteile, ich akzeptiere nicht, daß Sie in diesem Park Drogen nehmen

und Ihren Körper auf erbärmliche Weise zur Schau stellen, entschuldigen Sie, aber das ist gegen meine Prinzipien, ich könnte gerade noch tolerieren, daß Sie zu Hause Drogen nehmen, in Gesellschaft gebildeter und intelligenter Freunde, und dabei Mozart oder Erik Satie hören.“

 

 

 

 

antonio_tabucchi_foto
Antonio Tabucchi (Pisa, 23 september 1943)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Theodor Körner werd geboren op 23 september 1791 in Dresden. Zie ook mijn blog van 23 september 2007 en ook mijn blog van 23 september 2008.

 

 

 

Harras, der kühne Springer

 

Noch harrte im heimlichen Dämmerlicht
Die Welt dem Morgen entgegen,
Noch erwachte die Erde vom Schlummer nicht,
Da begann sich's im Tale zu regen.
Und es klingt herauf wie Stimmengewirr,
Wie flüchtiger Hufschlag und Waffengeklirr,
Und tief aus dem Wald zum Gefechte
Sprengt ein Fähnlein gewappneter Knechte.

Und vorbei mit wildem Ruf fliegt der Troß,
Wie Brausen des Sturms und Gewitter,
Und voran auf feurig schnaubendem Roß
Der Harras, der mutige Ritter.
Sie jagen, als gält' es den Kampf um die Welt,
Auf heimlichen Wegen durch Flur und Feld,
Den Gegner noch heut zu erreichen
Und die feindliche Burg zu besteigen.

So stürmen sie fort in des Waldes Nacht
Durch den fröhlich aufglühenden Morgen.
Doch mit ihm ist auch das Verderben erwacht,
Es lauert nicht länger verborgen;
Denn plötzlich bricht aus dem Hinterhalt
Der Feind mit doppelt stärkrer Gewalt,
Das Hifthorn ruft furchtbar zum Streite
Und die Schwerter entfliegen der Scheide.

Wie der Wald dumpf donnernd widerklingt
Von ihren gewaltigen Streichen!
Die Schwerter klingen, der Helmbusch winkt
Und die schnaubenden Rosse steigen.
Aus tausend Wunden strömt schon das Blut,
Sie achten's nicht in des Kampfes Glut,
Und keiner will sich ergeben,
Denn Freiheit gilt's oder Leben.

Doch dem Häuflein des Ritters wankt endlich die Kraft,
Der Übermacht muß es erliegen,
Das Schwert hat die Meisten hinweggerafft,
Die Feinde, die mächtigen, siegen.
Unbezwingbar nur eine Felsenburg,
Kämpft Harras noch und schlägt sich durch,
Und sein Roß trägt den mutigen Streiter
Durch die Schwerter der feindlichen Reiter.

Und er jagt zurück in des Waldes Nacht,
Jagt irrend durch Flur und Gehege,
Denn flüchtig hat er des Weges nicht acht,
Er verfehlt die kundigen Stege.
Da hört er die Feinde hinter sich drein,
Schnell lenkt er tief in den Forst hinein,
Und zwischen den Zweigen wird's helle,
Und er sprengt zu der lichteren Stelle.

Da hält er auf steiler Felsenwand,
Hört unten die Wogen brausen.
Er steht an des Zschopautals schwindelndem Rand,
Und blickt hinunter mit Grausen.
Aber drüben auf waldigen Bergeshöhn
Sieht er seine schimmernde Feste stehn,
Sie blickt ihm freundlich entgegen,
Und sein Herz pocht in lauteren Schlägen.

Ihm ist's, als ob's ihn hinüberrief,
Doch es fehlen ihm Schwingen und Flügel,
Und der Abgrund, wohl fünfzig Klafter tief,
Schreckt das Roß, es schäumt in die Zügel;
Und mit Schaudern denkt er's und blickt hinab,
Und vor sich und hinter sich sieht er sein Grab!
Er hört, wie von allen Seiten
Ihn die feindlichen Scharen umreiten.

Noch sinnt er, ob Tod aus Feindes Hand,
Ob Tod in den Wogen er wähle;
Dann sprengt er vor an die Felsenwand
Und befiehlt dem Herrn seine Seele.
Und näher schon hört er der Feinde Troß,
Aber scheu vor dem Abgrund bäumt sich das Roß;
Doch er spornt's , daß die Fersen bluten,
Und setzet hinab in die Fluten.

Und der kühne, gräßliche Sprung gelingt,
Ihn beschützen höh're Gewalten,
Wenn auch das Roß zerschmettert versinkt,
Der Ritter ist wohl erhalten.
Und er teilt die Wogen mit kräftiger Hand,
Und die Seinen stehn an des Ufers Rand,
Und begrüßen freudig den Schwimmer. -
Gott verläßt den Mutigen nimmer.


 

 

Koerner_Luetzower_Emma__500x680_
Theodor Körner (23 september 1791 - 26 augustus 1813)

Portret door Emma Körner

 

 

 

 

 

Annalen.net laat de Griekse schrijver Euripides geboren worden op 23 september 484 voor Christus. Zie ook mijn blog van 23 september 2007 en ook mijn blog van 23 september 2008.

 

 

Uit: De Trojaansen

 

Poseidon
Ik kom getogen van het zilte diep der zee,
ik, God Poseidon, waar der Nereiden rei
met sierlijke bevalligheid de voeten wendt.
Want sedert wij, Phoebus en ik, om Troje heen
de zware stenen wallen zwoegend bouwden en
langs juist gespannen snoeren richtten, is nog steeds
mijn hart aan Trojes ingezeetnen welgezind.
En thans gaat deze stad in vlammen op, de lans
der Grieken richtte haar te grond´. Een uit de streek
van Phokis, sluw´ Epeüs, sterk door Pallas´ gunst
vervaardigde een paard, zwanger van wapentuig,
en zond dat onheilsbeeld binnen de muur der stad.
Vandaar zal nog zijn naam bij ´t latere geslacht
het sperenpaard zijn, daar ´t verholen speren borg.
Verlaten is elk Godenwoud; elk heiligdom
drijft van het bloed; en bij de treden van ´t altaar
van Zeus, is Priamos vermoord terneer gestort.
Een schat van goud en veel Trojaanse wapenbuit
wordt naar het Griekse schepenkamp gebracht. Men wacht
op gunst´ge wind, om nu, na de tienvoud´ge keer
van ´t zaaien, eind´lijk vrouw en kind´ren weer te zien,
de Grieken, die te velde trokken tegen Trooj´.
En ik - verwonnen toch ben ik door Argos´ god,
door Hera, en door Athene, die de Phrygiërs te saam
verdelgden - ik verlaat het roemrijk Ilion
en mijn altaren; want een stad, verlatenheid
ten prooi, ziet kwijnen godendienst en godeneer.

 

 

 

 

 

Euripides_Louvre
Euripides (484 v. Chr – 406 v. Chr)

Beeld in het Louvre, Parijs

 

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Mary Elizabeth Coleridge werd geboren in Londen op 23 september 1861. Zie ook mijn blog van 23 september 2008.

 


The Poison Flower

The poison flower that in my garden grew
Killed all the other flowers beside.
They withered off and died,
Because their fiery foe sucked up the dew.

When the sun shone, the poison flower breathed cold
And spread a chilly mist of dull disgrace.
They could not see his face,
Roses and lilies languished and grew old.

Wherefore I tore that flower up by the root,
And flung it on the rubbish heap to fade
Amid the havoc that itself had made.
I did not leave one shoot.

Fair is my garden as it once was fair.
Lilies and roses reign.
They drink the dew, they see the sun again;
But I rejoice no longer, walking there.

 

 

 

 

 

Coleridge
Mary Coleridge (23 september 1861 – 25 augustus 1907)

llustratie door Eleanor Vere Boyle in Voices from Fairyland, the fantastical poems of Mary Coleridge Charlotte Mew and Sylvia Townsend Warner. (Geen portret beschikbaar)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e september ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jaroslav Seifert, Daniel Czepko von Reigersfeld, Leni Saris, Emma Orcy

De Tsjechische dichter Jaroslav Seifert werd op 23 september 1901 geboren en groeide op in de arbeiderswijk Žižkov in Praag.Zie ook mijn blog van 23 september 2006 en ook mijn blog van 23 september 2008.

 

 

In de weilanden bij Juliánov...

 

In de weilanden bij Juliánov
gingen we vaak liggen tegen de avond,
als de stad in de schemering zonk
en in de zijarm van de rivier
de kikkers begonnen te klagen.

Eens kwam er een jonge zigeunerin bij zitten.
Haar bloesje was halfopen
en ze las ons de hand.
Tegen Halas zei ze:
   Je haalt de vijftig niet
Tegen Artus Cerník:
   Jij wordt net iets ouder.
Ik wilde mijn toekomst niet horen,
ik was bang.

Ze greep mijn hand
en riep kwaad uit:
   Jou wacht een lang leven!

Dat was haar wraak.
Dat was mijn straf.

Jaroslav Seifert
fragment uit De pestzuil
uit: En vaarwel,


 

 

Vertaald door Jana Beranová

 

 

 

 

Le cri des fantômes

 

En vain nous nous accrochons aux fils de la vierge
et aux barbelés.
En vain nous enfonçons nos talons dans la terre
pour ne pas être entraînés
dans une obscurité plus noire
que la plus noire des nuits
sans sa couronne d'étoiles. Et chaque jour nous rencontrons quelqu'un
qui sans même ouvrir la bouche,
sans même le savoir, nous demande
Quand ? Comment ? Qu'y a-t-il après ?
Encore un moment danser, être dans la ronde
respirer l'air parfumé
même la corde au cou !




Vertaald door Michel Fleischmann

 

 

 

 

 

 

Seifert%20Photo
Jaroslav Seifert ( 23 september 1901 – 10 januari 1986)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Daniel Czepko von Reigersfeld werd op 23 september 1605 in Koschwitz geboren. Zie ook mijn blog van 23 september 2007

 

 

An das Gemüthe

 

Auff Seel, auff, auff! was machst du in der Welt?

Allhier ist dir noch Lust, noch Trost bestellt:

Geh immer fort, biß du den Himmel funden,

Brich durch die Zeit, in die du bist gebunden.

Es eilt ja all's auff seinen Ruhort zu:

Der Mensch sieht selbst im Leben nichts als Ruh:

In Gott ist Ruh und in der Ruh das Leben,

Nach welchem wir voll Geist und Glauben streben.

Du siehst ja selbst, sol Gott dein Leben seyn,

Und lebst ohn ihn, bist du in Todes Pein:

Erkenne doch den Quall, den ew'gen Bronnen,

Ohn den nichts ist und alles draus geronnen.

Was suchst du nun? Die Erd' ist Welt, ist Wind,

ist Sand, ist Sturm, wo man nicht Ruhe findt:

Nihm nichts von ihr, im fall du Ruh erkohren,

So viel du nihmst, so viel hast du verlohren.

Versammle dich, ergieb dich Gott allein,

So bleibst du dir, und kanst dein eigen seyn:

Weichst du in dich, wird sich die Seel erheben,

Und diesen Leib mit Herrligkeit umbgeben.

Drumb auff, o Seel, erkennst du, wer du bist,

Und siehst in dich, ich weiß, daß du vergist:

Ob zwischen dir (:wer aber wil es gründen:)

Ein Unterscheid und zwischen Gott zu finden.

 

 

 

 

Reigersfeld
Daniel Czepko von Reigersfeld (23 september 1605 – 8 september 1660)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Leni Saris werd geboren in Rotterdam op 23 september 1915.

 

Uit: Licia zet door

 

"Waar is Will gebleven?" vroeg Licia.

"Hier is Will. Is hij geen schattig wicht?" ze keerden zich om, en 'n daverend gelach, dat alle ergernis wegspoelde, steeg op.

De lange Will, met zijn gebruind jongensgezicht, waar niets meisjesachtigs aan was, had zich met moeite gewrongen in 'n fraai bewerkt costuum van teer gekleurd satijn. Op zijn kortgeknipte hoofd danste dwaas 'n mooi hoedje met wuivende veren. Van onder de rose kanten rok kwamen fier twee lichtgrijze broekspijpen en 'n paar solide zwarte herenschoenen te voorschijn. Uit de kanten mouwen staken bevallig zijn grote handen, waarmee hij een waaiertje omklemde. Von zonk in sprakeloze aanbidding op de grond neer, Licia ging het niet veel beter, vooral toen hij zich verplicht voelde om 'n complete voorstelling te geven.

 "Schei uit!" verzocht Yvonne, "ik kan niet meer! Het is te schoon!"

"Zo'n rol als de mijne zou wel wat voor Tresi zijn," dacht Licia, "zeg Will zou het je niet beter lijken om met je eigen zuster te spelen?"

"Maar Li! Je kunt toch niet van me verwachten dat ik die zuster van me...... mijn lièfde verklaar?" Er klonk zoveel eerlijke ontzetting in zijn stem, dat ze opnieuw in de lach schoten.

"'n Bespotting," zei hij kwaad, "verbeeld je zoiets!"

"Zo moet je niet over je eigen zuster praten," zei Frank opeens ernstig en hij meende het. "Ik geloof, dat je niets goeds meer in Tresi vind, wel?"

"Ze is onmogelijk om mee om te gaan," zei Will eerlijk. "Je moest haar eens voortdurend meemaken!"

"Het is zo gemakkelijk om altijd alleen maar al het kwade van iemand naar voren te halen," het klonk 'n beetje kribbig. Licia keek hem verwonderd aan. Frank verdedigde Tresi altijd. Deed hij dat nu, omdat hij het minderwaardig vond, dat ze over iemand die er niet bij was en zich dus niet zelf verdedigen kon, praatten, of hield hij van Tresi?”

 

 

 

 

Saris
Leni Saris (23 september 1915 – 9 december 1999)

 

 

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 23 september 2008.

 

 

 

De Hongaarse schrijfster Emmuska Orcy de Orczi, ook wel Baronesse Orczy of Baronesse d'Orczy werd geboren in Tarnaörs op 23 september 1865. Zie ook mijn blog van 23 september 2008.

 

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dannie Abse, Lodewijk van Deyssel, Fay Weldon, Rosamunde Pilcher, György Faludy, Hans Leip

De Britse dichter en schrijver Dannie Abse werd geboren op 22 september 1923 in Cardiff, Wales.

 

 

MYSTERIËN

 

's Nachts, weet ik niet wie ik ben

als ik droom, als ik slaap.

 

Wakker geworden, houd ik mijn adem in en luister:

een duimnagel krast over de andere kant van de muur.

 

's Middags ga ik een zonverlichte kamer binnen

en neem er waar dat er zonder enige reden de lamp brandt.

 

Ik hoorde nu wel te weten dat je weinig octaven kunt horen,

dat een visioen sterft als je er te lang naar staart;

 

dat zelfs de hele geboekstaafde geschiedenis

maar wat geklets is in een grote stilte;

 

dat een magnesiumflits nog niet één enkel moment

het onzichtbare kan verlichten.

 

Ik klaag niet. Ik ga uit van het zichtbare

en het zichtbare ontstelt mij.

 

 

 

Vertaald door: C. Buddingh

 

 

 

 

The Game

 

Follow the crowds to where the turnstiles click.

The terraces fill. Hoompa, blares the brassy band.

Saturday afternoon has come to Ninian Park

and, beyond the goalposts, in the Canton Stand

between black spaces, a hundred matches spark.

 

Waiting, we recall records, legendary scores:

Fred Keenor, Hardy, in a royal blue shirt.

The very names, sad as the old songs, open doors

before our time where someone else was hurt.

Now like an injured beast, the great crowd roars.

 

The coin is spun. Here all is simplified

and we are partisan who cheer the Good,

hiss at passing Evil. Was Lucifer offside?

A wing falls down when cherubs howl for blood.

Demons have agents: the Referee is bribed.

 

The white ball smacked the crossbar. Satan rose

higher than the others in the smoked brown gloom

to sink on grass in a ballet dancer's pose.

Again, it seems, we hear a familiar tune

not quite identifiable. A distant whistle blows.

 

Memory of faded games, the discarded years;

talk of Aston Villa, Orient and the Swans.

Half-time, the band played the same military airs

as when The Bluebirds once were champions.

Round touchlines the same cripples in their chairs.

 

Mephistopheles had his joke. The honest team

dribbles ineffectually, no one can be blamed.

Infernal backs tackle, inside forwards scheme,

and if they foul us need we be ashamed?

Heads up! Oh for a Ted Drake, a Dixie Dean.

 

'Saved' or else, discontents, we are transferred

long decades back, like Faust must pay the fee.

The Night is early. Great phantoms in us stir

as coloured jerseys hover, move diagonally

on the damp turf, and our eidetic visions blur.

 

God sign our souls! Because the obscure Staff of

Hell rule this world, jugular fans have guessed

the result half way through the second half

and those who know the score just seem depressed.

Small boys swarm the field for an autograph.

 

Silent the Stadium. The crowds have all filed out.

Only the pigeons beneath the roofs remain.

The clean programmes are trampled underfoot

and natural the dark, appropriate the rain

Whilst, under lampposts, threatening newsboys shout.

 

 

 

 

abse

Dannie Abse (Cardiff, 22 september 1923)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Lodewijk van Deyssel werd geboren op 22 september 1864 in Amsterdam.

 

Uit: Rouwviolen

 

“Het weemoedige Sint-Niklaas-geschenk, waarmede mej. Swarth dezen winter Nederland heeft verrast - verleden jaar waren het de Sneeuwvlokken - is, eenigszins on-stelselmatig, verdeeld in Rouwviolen, Sonnetten en Balladen. De Rouwviolen zijn het voornaamste deel van dezen bundel, zij vormen éen geheel en zijn variëerende melodieën op éen zelfde thema, de Sonnetten en Balladen zijn een toegift, buiten verband met de Rouwviolen en zonder onderling verband.

Laten we nu beginnen met de Rouwviolen. Men kan dat echter niet doen zonder aarzeling. Het is werkelijk in 't geheel niet te verwonderen, dat er in de pers zoo getalmd is met het leveren eener ernstige bespreking van deze gedichten. Men staat hier voor een vraagstuk, dat eene bijna boven-menschelijke kieschheid in de behandeling vereischt en een keizer in takt zou die letterkundige sultan mogen heeten, die, zonder in 't minst den goeden smaak of den goeden toon te kwetsen, den sluijer van de door deze gedichten heen schemerende vrouwenfiguur zou weten af te lichten... Het is moeilijk gracieus te blijven en toch aan een ongehuwde dame te vragen: juffrouw, is u vier-en-dertig of acht-en-dertig jaar? Men doet dit ook niet-in een salon, maar een officiëerende ambtenaar van den burgerlijken-stand is wel eens verplicht zulke vragen te doen, en zóo is het ook gesteld met den ambtenaar van dien alles-behalve burgerlijken, van dien veel eer vorstelijken stand, dien men kunst-kritikus noemt. Die heeft slechts nauwkeurig te onderzoeken en naar waarheid mede te deelen, zonder er op te letten of de wrevelblos der bezeerde klein-menschelijke ijdelheid ook voor een oogenblik het aantal rimpels vermindert dat de kritikus konstateert als door een lange jeugd van heeten angstigen hartstocht in het gelaat van den kunstenaar gesneden.

De vrouw, die spreekt en zingt in de Rouwviolen, is in dien levenstijd, dien men de tweede-jeugd der vrouw zou kunnen noemen. Dit merkt men hieraan, dat de Geliefde, de in bevende passie aanbeden Mannenfiguur, dien men in de vroegere gedichten der kunstenares ontmoet, door al de verheerlijkende vervormingen heen, waarin haar Fantazie hem in de op-een-volgende tijden heeft gezien, thans geworden is: een ‘kind’:

 

 Maar gij waart nog een knaap en ik was al een vrouw,

 O, kindje, mijn kindje, wat waren wij dom!

 

enz. Dit is het liefde-gevoel, dat de passiën-cyclus van de eerste levenshelft der vrouwen die aan hoogere liefde doen, pleegt te besluiten, het liefde-gevoel hunner tweede-jeugd, bevattend eene vereeniging van de minnaressen- en van de moederliefde, die zij in zich hebben. Is zoo eene vrouw daarbij een hoog-begaafde dichteres, dan zal dat gevoel zich uiten in gedichten, als die welke hier besproken worden.”

 

 

 

 

deyssel2
Lodewijk van Deyssel  (22 september 1864 - 26 januari 1952)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Fay Weldon werd geboren op 22 september 1931 in Alvechurch, Engeland. 

 

Uit: Jane Austen And the Pride Of Purists

 

"But he has nothing to recommend him but himself," says Lady Russell, tart and astonished, in the seductively pleasurable film of Jane Austen's novel "Persuasion," which opened late last month in New York. Thus Lady Russell (Susan Fleetwood) seeks to dismiss gallant Captain Wentworth (Ciaran Hinds) from the affections of lovelorn Anne Elliot (Amanda Root). What, no money, no title, no connections -- just himself? While the audience sighs in rapture at the old-fashioned prospect of love triumphing over likelihood.

Likewise, of course, Jane Austen has little on the surface to recommend her. A spinster lady from the English shires, a vicar's daughter who never left home if she could help it, dead since 1817 -- no money, no title, no connections -- what can she have to offer? Just herself and six novels, which in the 1990's have suddenly become the feverish obsession of film makers. These days we mine the past for plot and characters, in much the same way as we drill ancient rock for oil. And why not? There's good stuff to be found down there, and good profit if we strike lucky.

"Sense and Sensibility," with Emma Thompson and Hugh Grant, follows "Persuasion" to the United States in December; the Arts & Entertainment Network will show the BBC's new "Pride and Prejudice" in January (thus replacing my own 1985 version, I remark, as graciously as I can); "Emma," with Gwyneth Paltrow and Jeremy Northam, is in production, and "Clueless," the Alicia Silverstone comedy, shamelessly based on "Emma," opened in July. Austen fever, indeed.

 

 

 

 

Weldon

Fay Weldon (Alvechurch, 22 september 1931)

 

 

 

 

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 22 september 2006 en ook mijn blog van 22 september 2007 en mijn blog van 22 september 2008.

 

 

 

 

De Britse schrijfster Rosamunde Pilcher werd op 22 september 1924 geboren in Lelant, Cornwall, Groot-Brittannië. Haar eerste verhaal werd gepubliceerd in het blad ‘Women and Home’ toen ze achttien was. Na haar schooltijd leerde ze stenografie en typen bij het chique Londense ‘Secretarial College’. Tijdens WO II werkte ze eerst als secretaresse op het Engelse departement van Buitenlandse zaken en later meldde zij zich dan vrijwilligster aan bij de koninklijke marine om te dienen bij The Womans Royal Naval Service. Na een volledige militaire opleiding in Portsmouth, waar haar ook geleerd wordt hoe ze met wapens om moet gaan, wordt ze in Sri Lanka (nu: Sri Lanka) gestationeerd bij de West-India Fleet.

Kort na de oorlog ontmoette ze de Schotse officier Graham Pilcher. Ze trouwden in december 1946 en verhuisden naar Schotland. Ook tijdens de opvoeding van haar kinderen is Rosamunde Pilcher blijven schrijven, zowel verhalen voor tijdschriften als dertien romans en zelfs enkele toneelstukken. Rosamunde Pilcher brak door met het boek De schelpenzoekers, dat inmiddels over de gehele wereld is vertaald en miljoenen lezers bereikte. Rosamunde Pilcher is vandaag vijfentachtig jaar geworden.

 

Uit: Elfrida

 

“Before Elfrida Phipps left London for good and moved to the country, she made a trip to the Battersea Dogs' Home, and returned with a canine companion. It took a good-and heart-rending-half-hour of searching, but as soon as she saw him, sitting very close to the bars of his kennel and gazing up at her with dark and melting eyes, she knew that he was the one. She did not want a large animal, nor did she relish the idea of a yapping lap-dog. This one was exactly the right size. Dog size.

He had a lot of soft hair, some of which fell over his eyes, ears that could prick or droop, and a triumphant plume of a tail. His colouring was irregularly patched brown and white. The brown bits were the exact shade of milky cocoa. When asked his ancestry, the kennel maid said she thought there was Border collie there, and a bit of bearded collie, as well as a few other unidentified breeds. Elfrida didn't care. She liked the expression on his gentle face. She left a donation for the Battersea Dogs' Home, and her new companion travelled away with her, sitting in the passenger seat of her old car and gazing from the window in a satisfied fashion, as though this were the life to which he was happy to become accustomed. "

 

 

 

Pilcher

Rosamunde Pilcher (Lelant, 22 september 1924)

 

 

 

 

De Hongaarse dichter en schrijver György Faludy werd geboren op 22 september 1910 in Boedapest. Bekend werd hij in de jaren dertig door zijn veraling van de balladen van Francois Villon. In 1938 trok hij naar Parijs, maar na de bezetting van Frankrijk door de Duitsers kwam hij in de VS terecht. In 1946 keerde hij terug naar Hongarije en begon hij te werken voor de krant Népszava (De Stem van het Volk), een krant van de sociaal-democraten. In 1950 werd hij gearresteerd voor dissidente activiteiten. Na de neergeslagen opstand van 1956 vluchtte hij naar Londen. Daar schreef hij zijn bekendste werk Mijn gelukkige dagen in de hel. Vanaf 1967 doceerde hij aan de universiteit van Toronto, terwijl hij daarnaast bleef schrijven. In 1994 ontving hij de meest prestigieuze Hongaarse prijs, de Kossuth prijs, voor zijn werk.

 

 

Learn by Heart This Poem of Mine

 

Learn by heart this poem of mine;

books only last a little time

and this one will be borrowed, scarred,

burned by Hungarian border guards,

lost by the library, broken-backed,

its paper dried up, crisped and cracked,

worm-eaten, crumbling into dust,

or slowly brown and self-combust

when climbing Fahrenheit has got

to 451, for that's how hot

your town will be when it burns down.

Learn by heart this poem of mine.

 

Learn by heart this poem of mine.

Soon books will vanish and you'll find

there won't be any poets or verse

or gas for car or bus - or hearse -

no beer to cheer you till you're crocked,

the liquor stores torn down or locked,

cash only fit to throw away,

as you come closer to that day

when TV steadily transmits

death-rays instead of movie hits

and not a soul to lend a hand

and everything is at an end

but what you hold within your mind,

so find a space there for these lines

and learn by heart this poem of mine.

 

Learn by heart this poem of mine;

recite it when the putrid tides

that stink of lye break from their beds,

when industry's rank vomit spreads

and covers every patch of ground,

when they've killed every lake and pond,

Destruction humped upon its crutch,

black rotting leaves on every branch;

when gargling plague chokes Springtime's throat

and twilight's breeze is poison, put

your rubber gasmask on and line

by line declaim this poem of mine.

 

Learn by heart this poem of mine

so, dead, I still will share the time

when you cannot endure a house

deprived of water, light, or gas,

and, stumbling out to find a cave,

roots, berries, nuts to stay alive,

get you a cudgel, find a well,

a bit of land, and, if it's held,

kill the owner, eat the corpse.

I'll trudge beside your faltering steps

between the ruins' broken stones,

whispering "You are dead; you're done!

Where would you go? That soul you own

froze solid when you left your town."

Learn by heart this poem of mine.

 

Maybe above you, on the earth,

there's nothing left and you, beneath,

deep in your bunker, ask how soon

before the poisoned air leaks down

through layers of lead and concrete. Can

there have been any point to Man

if this is how the thing must end?

What words of comfort can I send?

Shall I admit you've filled my mind

for countless years, through the blind

oppressive dark, the bitter light,

and, though long dead and gone, my hurt

and ancient eyes observe you still?

What else is there for me to tell

to you, who, facing time's design,

will find no use for life or time?

You must forget this poem of mine.

 

 

 

 

 

Faludy

György Faludy

(22 september 1910 – 1 september 2006)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 22 september 2008.

 
De Duitse dichter en schrijver

Geschreven door Romenu om 20:25 Reageer op dit bericht

75 Jaar Leonard Cohen, H.G. Wells, Johann Peter Eckermann, Stephen King, Frédéric Beigbeder, Fannie Flag

De Canadese dichter, folk singer-songwriter en schrijver Leonard Cohen werd geboren op  21 september 1934 te Montréal.

 

 

Waiting for Marianne

 

I have lost a telephone

with your smell in it

 

I am living beside the radio

all the stations at once

but I pick out a Polish lullaby

I pick it out of the static

it fades I wait I keep the beat

it comes back almost alseep

 

Did you take the telephone

knowing I'd sniff it immoderately

maybe heat up the plastic

to get all the crumbs of your breath

 

and if you won't come back

how will you phone to say

you won't come back

so that I could at least argue.

 

 

 

 

Poem

 

I heard of a man

who says words so beautifully

that if he only speaks their name

women give themselves to him.

 

If I am dumb beside your body

while silence blossoms like tumors on our lips.

it is because I hear a man climb stairs and clear his throat outside the door.

 

 

 

 

The Pro

 

from the Nashville Notebooks of 1969:

 

I leave my silence to a co-operative of poets
who have already bruised their mouths against it.

 

I leave my homesick charm to the scavengers of
spare change who work the old artistic corners.

 

I leave the shadow of my manly groin to those who
write for pay.

 

I leave to several jealous men a second-rate legend
of my life.

 

To those few high school girls
who preferred my work to Dylan's

I leave my stone ear
and my disposable Franciscan ambitions.

 

 

 

 

 

Cohen
Leonard Cohen (Montréal, 21 september 1934)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Herbert George Wells werd geboren op 21 september 1866 in Bromley, Kent.

 

Uit: The Time Machine

 

"I have already told you of the sickness and confusion that comes with time travelling. And this time I was not seated properly in the saddle, but sideways and in an unstable fashion. For an indefinite time I clung to the machine as it swayed and vibrated, quite unheeding how I went, and when I brought myself to look at the dials again I was amazed to find where I had arrived. One dial records days, and another thousands of days, another millions of days, and another thousands of millions. Now, instead of reversing the levers, I had pulled them over so as to go forward with them, and when I came to look at these indicators I found that the thousands hand was sweeping round as fast as the seconds hand of a watch -- into futurity.

"As I drove on, a peculiar change crept over the appearance of things. The palpitating greyness grew darker; then, though I was still travelling with prodigious velocity, the blinking succession of day and night, which was usually indicative of a slower pace, returned, and grew more and more marked. This puzzled me very much at first. The alternations of night and day grew slower and slower, and so did the passage of the sun across the sky, until they seemed to stretch through centuries. At last a steady twilight brooded over the earth, a twilight only broken now and then when a comet glared across the darkling sky. The band of light that had indicated the sun had long since disappeared; for the sun had ceased to set. It simply rose and fell in the west, and grew ever broader and more red. All trace of the moon had vanished. The circling of the stars, growing slower and slower, had given place to creeping points of light. At last, some time before I stopped, the sun, red and very large, halted motionless upon the horizon, a vast dome glowing with a dull heat, and now and then suffering a momentary extinction. At one time it had for a little while glowed more brilliantly again, but it speedily reverted to its sullen red heat. I perceived by this slowing down of its rising and setting that the work of the tidal drag was done.“

 

 

 

 

hg_wells
H. G. Wells (21 september 1866 - 13 augustus 1946)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter Johann Peter Eckermann werd geboren op 21 september 1792 in Winsen (Luhe). Hij was bovenal de medewerker en vriend van Johann Wolfgang von Goethe.

 

 

 

Höchste Süße

 

Hochgepriesen ist des Honigs Süße,

Köstlich labt der vollen Kirsche Saft;

Traubenkühlung, wenn ich dich genieße,

Füllt sich Geist und Herz mit neuer Kraft.

Wer von Lebensängsten will gesunden,

Spüle sie hinweg mit kühlem Wein!

Bessre Labe will noch erst erfunden,

Süßere noch erst ersonnen sein.

 

Aber süßre Labe wird erfunden,

Als dir Honig, Kirsch' und Traube nennt,

Wenn die Vielgeliebte du umwunden

Und ihr holder Mund an deinem brennt.

O des überseligen Genusses,

Der sich da von Seel' in Seele gießt!

O du Wundersüß des ersten Kusses,

Wenn der Liebe heil'ger Bund sich schließt!

 

 

 

 

Getadelte Poeten

 

Gras, am Wege getreten,

Wird sich gleich wieder richten.

Getadelte Poeten -

Sie werden immer dichten.

 

 

 

 

 

eckermann_relief
Johann Peter Eckermann (21 september 1792 - 3 december 1854)

 

 

 

 

Zie voor bovenstaande drie schrijvers ook mijn blog van 21 september 2007 en ook mijn blog van 21 september 2008.

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Stephen Edwin King werd geboren in Portland, Maine, op 21 september 1947. Zie ook mijn blog van 21 september 2008.

 

Uit: Cell

 

„The event that came to be known as The Pulse began at 3:03 p.m., eastern standard time, on the afternoon of October 1. The term was a misnomer, of course, but within ten hours of the event, most of the scientists capable of pointing this out were either dead or insane. The name hardly mattered, in any case. What mattered was the effect.

At three o'clock on that day, a young man of no particular importance to history came walking — almost bouncing — east along Boylston Street in Boston. His name was Clayton Riddell. There was an expression of undoubted contentment on his face to go along with the spring in his step. From his left hand there swung the handles of an artist's portfolio, the kind that closes and latches to make a traveling case. Twined around the fingers of his right hand was the drawstring of a brown plastic shopping bag with the words small treasures printed on it for anyone who cared to read them.

Inside the bag, swinging back and forth, was a small round object. A present, you might have guessed, and you would have been right. You might further have guessed that this Clayton Riddell was a young man seeking to commemorate some small (or perhaps even not so small) victory with a small treasure, and you would have been right again. The item inside the bag was a rather expensive glass paperweight with a gray haze of dandelion fluff caught in its center. He had bought it on his walk back from the Copley Square Hotel to the much humbler Atlantic Avenue Inn where he was staying, frightened by the ninety-dollar pricetag on the paperweight's base, somehow even more frightened by the realization that he could now afford such a thing.

Handing his credit card over to the clerk had taken almost physical courage. He doubted if he could have done it if the paperweight had been for himself; he would have muttered something about having changed his mind and scuttled out of the shop. But it was for Sharon. Sharon liked such things, and she still liked him — I'm pulling for you, baby, she'd said the day before he left for Boston. Considering the s--- they'd put each other through over the last year, that had touched him. Now he wanted to touch her, if that was still possible. The paperweight was a small thing (a small treasure), but he was sure she'd love that delicate gray haze deep down in the middle of the glass, like a pocket fog“.

 

 

 

 

stephen-king
Stephen King (Portland, 21 september 1947)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver Frédéric Beigbeder werd geboren op 21 september 1965 in Neuilly-sur-Seine.Zie ook mijn blog van 21 september 2008.

 

Uit: Un roman français

 

"Je ne me souviens pas de mon enfance. Quand je le dis, personne ne me croit. Tout le monde se souvient de son passé; à quoi bon vivre si la vie est oubliée? En moi rien ne reste de moi-même; de zéro à quinze ans je suis face à un trou noir (au sens astrophysique: «Objet massif dont le champ gravitationnel est si intense qu'il empêche toute forme de matière ou de rayonnement de s'en échapper»). Longtemps j'ai cru que j'étais normal, que les autres étaient frappés de la même amnésie. Mais si je leur demandais: «Tu te souviens de ton enfance?», ils me racontaient quantité d'histoires. J'ai honte que ma biographie soit imprimée à l'encre sympathique. Pourquoi mon enfance n'est-elle pas indélébile? Je me sens exclu du monde, car le monde a une archéologie et moi pas. J'ai effacé mes traces comme un criminel en cavale. Quand j'évoque cette infirmité, mes parents lèvent les yeux au ciel, ma famille proteste, mes amis d'enfance se vexent, d'anciennes fiancées sont tentées de produire des documents photographiques.

Je ne mens pas par omission: je fouille dans ma vie comme dans une malle vide, sans y rien trouver; je suis désert. Parfois j'entends murmurer dans mon dos: «Celui-là, je n'arrive pas à le cerner.» J'acquiesce. Comment voulezvous situer quelqu'un qui ignore d'où il vient? Comme dit Gide dans Les Faux-Monnayeurs, je suis «bâti sur pilotis: ni fondation, ni soussol». La terre se dérobe sous mes pieds, je lévite sur coussin d'air, je suis une bouteille qui flotte sur la mer, un mobile de Calder. Pour plaire, j'ai renoncé à avoir une colonne vertébrale, j'ai voulu me fondre dans le décor tel Zelig, l'homme-caméléon. Oublier sa personnalité, perdre la mémoire pour être aimé: devenir, pour séduire, celui que les autres choisissent. Ce désordre de la personnalité, en langage psychiatrique, est nommé «déficit de conscience centrée».

 

 

 

 

 

FredericBeigbeder
Frédéric Beigbeder (Neuilly-sur-Seine, 21 september 1965)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en actrice Fannie Flagg (eig. Patricia Neal) werd geboren op 21 september in Birmingham (Alabama). Zij schreef talrijke boeken, waarvan het bekendste Fried Green Tomatoes at the Whistle Stop Cafe is, dat in 1991 verfilmd werd met o.a. Jessica Tandy, Kathy Bates en Mary-Louise Parker.Als actrice trad zij op in enkele films en spelshows.

 

Uit: Fried Green Tomatoes at the Whistle Stop Cafe

 

Cafe Opens

 

The Whistle Stop Cafe opened up last week, right next door to me at the post office, and owners Idgie

Threadgoode and Ruth Jamison said business has been good ever since. Idgie says that for people who know her not to worry about getting poisoned, she is not cooking. All the cooking is being done by two colored women, Sipsey and Onzell, and the barbecue is being cooked by Big George, who is Onzell's husband.

If there is anybody that has not been there yet, Idgie says that the breakfast hours are from 5:30-7:30, and you can get eggs, grits, biscuits, bacon, sausage, ham and red-eye gravy, and coffee for 25 [cts.].

For lunch and supper you can have: fried chicken; pork chops and gravy; catfish; chicken and dumplings; or a barbecue plate; and your choice of three vegetables, biscuits or cornbread, and your drink and dessert--for 35 [cts.].

She said the vegetables are: creamed corn; fried green tomatoes; fried okra; collard or turnip greens; black-eyed peas; candied yams; butter beans or lima beans.

And pie for dessert.

My other half, Wilbur, and I ate there the other night, and it was so good he says he might not ever eat at home again. Ha. Ha. I wish this were true. I spend all my time cooking for the big lug, and still can't keep him filled up.

By the way, Idgie says that one of her hens laid an egg with a ten-dollar bill in it.

... Dot Weems ...

 

 

 

FannieFlagg
Fannie Flag (Birmingham, 21 september 1944)

 

 

Geschreven door Romenu om 20:29 Reageer op dit bericht

Adolf Endler, Donald Hall, Javier Marías, Joseph Breitbach, Henry Arthur Jones

De Duitse dichter, schrijver en essayist Adolf Endler werd geboren op 20 september 1930 in Düsseldorf. Adolf Endler overleed op 2 augustus van dit jaar. Zie ook mijn blog van 20 september 2008.

 

 

In het hooggebergte

 

1

Op een bijna menselijk uitziende steen geplakt:

'En ik zal niet meer hoeven spreken. Artaud.' -

En de steen begint te spreken, echt, begint brokkelig te spreken.

 

2

Voor de grijs stenen mond hurkend, dan knielend

op de grijs stenen mond: "... en als jij je giftig vergrijsde

bek nog steeds niet kunt houden, schoft die je bent, dan..., dan..., nou dan...!"

 

 

 

 

Gepasseerd station / Blues

 

Yes, Peggy, de treinen zijn weg, allemaal! en je kunt er naar fluiten, voorgoed!

Schaakmat! Het station is uitgerangeerd zonder veel toeters en bellen, maar

helemaal zonder blues, dat toch niet, alsjeblieft.

            Overgebleven, kijkt mij ontredderd de eeuwig te grote stationschefdienstpet

aan, waarmee ik de veelsoortigste locomotieven zegenrijk heb weten te bejubelen, in

het afgelopen jaar steeds slapper.

            Blijven zullen ook de foto's in je dessouskastje, schat: Ik met stationschef-

dienstpet en opgeheven spiegelei. (Door deze meneer werd het nodige heen en weer

gedirigeerd tussen Lüttken en Pleterjach.)

            Ja, de treinen zijn weg, Peggy, jouw loketje: dicht, rinkel-peng! De

resterende zeshonderd treinkaartjes kunnen voortaan als boekenlegger in vergelende

spoorboekjes hun nut bewijzen.

            Moet ik nog één keer mijn inmiddels wegroestende fluitje laten kwinkeleren

over de velden? Om tenminste bij tijd en wijle het tevredenheid kwijlende tuig

eromheen in verwarring te brengen, my dear?

            Ach, flauwe kul! Wat kunnen ons die lullo's nog schelen? Laat ze maar blèren!

- Maar wij willen met de twee spiegeleieren, het zondagse en het doordeweekse, dagen

achtereen pingpong spelen tussen de rails!

            - Peggy!!!, o bah!

 

 

 

 

Vertaald door Ard Posthuma

 

 

 

 

Reklame für Adolf Endler

 

       Ein fadenscheiniges Protestvergißmeinnicht; fiepend;

und mit grinsend verblühender Pfote -

       Die Besondere Note.

 

 

 

 

adolfendler
Adolf Endler (20 september 1930 - 2 augustus 2009)

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Donald Hall werd geboren in New Haven, Connecticut op 20 september 1928.  Op de leeftijd van 12 schreef  hij al en was hij volledig in de ban van Edgar Allan Poe. Hij schreef  gedichten en verhalen in de voorbereidende afdeling van de Exeter School en amper op de leeftijd van 16 woonde hij de Bread Loaf Writers-conferentie bij, waar hij  Robert Frost ontmoette. Hij volgde een universistaire opleiding in Harvard, Oxford en Stanford.  In Harvard  kreeg hij voor een jaar Archibald MacLeish als leraar en zijn klasgenoten waren o.a.  Robert Bly, Adrienne Rich, Frank O’Hara, John Ashbery en Kenneth Koch.  Hall en Bly  werkten daar samen aan de uitgave van The Harvard Advocate. Tijdens zijn studies in Oxford, werd hem de Newdigate Prize in poetry toegekend. Na een jaar in Palo Alto en een driejarig verblijf  als lid van het bestuur van Harvard, ging hij doceren aan de Universiteit van Michigan  en bleef in Ann Arbor gedurende de volgende zeventien jaren.  Hierna besloot hij op  aanraden van Robert Graves zijn full-time job op te geven aan de universiteit en  begon hij een carrière als schrijver.

 

 

 

Sudden Things 

 

    A storm was coming, that was why it was dark. The wind was blowing the fronds of the palm trees off. They were maples. I looked out the window across the big lawn. The house was huge, full of children and old people. The lion was loose. Either because of the wind, or by malevolent human energy, which is the same thing, the cage had come open. Suppose a child walked outside!

 

    A child walked outside. I knew that I must protect him from the lion. I threw myself on top of the child. The lion roared over me. In the branches and the bushes there was suddenly a loud crackling. The lion cringed. I looked up and saw that the elephant was loose!

 

    The elephant was taller than the redwoods. He was hairy like a mammoth. His tusks trailed vines. Parrots screeched around his head. His eyes rolled crazily. He trumpeted. The ice-cap was breaking up!

 

    The lion backed off, whining. The boy ran for the house. I covered his retreat, locked all the doors and pulled the bars across them. An old lady tried to open a door to get a better look. I spoke sharply to her, she sat down grumbling and pulled a blanket over her knees.

 

    Out of the window I saw zebras and rattlesnakes and wildebeests and cougars and woodchucks on the lawns and in the tennis courts. I worried how, after the storm, we would put the animals back in their cages, and get to the mainland. 

 

 

 

 

Affirmation 

 

To grow old is to lose everything.

Aging, everybody knows it.

Even when we are young,

we glimpse it sometimes, and nod our heads

when a grandfather dies.

Then we row for years on the midsummer

pond, ignorant and content. But a marriage,

that began without harm, scatters

into debris on the shore,

and a friend from school drops

cold on a rocky strand.

If a new love carries us

past middle age, our wife will die

at her strongest and most beautiful.

New women come and go. All go.

The pretty lover who announces

that she is temporary

is temporary. The bold woman,

middle-aged against our old age,

sinks under an anxiety she cannot withstand.

Another friend of decades estranges himself

in words that pollute thirty years.

Let us stifle under mud at the pond's edge

and affirm that it is fitting

and delicious to lose everything.

 

 

 

 

 

donald-hall
Donald Hall (New Haven, 20 september 1928)

 

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Javier Marías Franco werd op 20 september 1951 in Madrid geboren. Zie ook mijn blog van 20 september 2007 en ook mijn blog van 20 september 2008.

 

Uit: Als ich sterblich war (Vertaald door  Elke Wehr)

 

“Alles wird jetzt erinnert, und deshalb erinnere ich mich genau an meinen Tod, das heißt, an das, was ich von meinem Tod wußte, als er stattfand, was wenig und nichts war, wenn ich es mit der Totalität meines jetzigen Wissens vergleiche und mit der Schneide der Wiederholungen.

Ich kehrte wieder einmal von einer meiner erschöpfenden Reisen zurück, und Luisa war zuverlässig, sie kam mich abholen. Wir redeten nicht viel im Auto, auch nicht, während ich automatisch meinen Koffer auspackte und flüchtig die Post durchsah, die sich angesammelt hatte, und die bis zu meiner Rückkehr gespeicherten Anrufe auf dem Anrufbeantworter abhörte. Einer versetzte mich in Unruhe, denn ich erkannte sofort die Stimme Marias, die einmal meinen Namen sagte, dann abbrach, und dies bewirkte, daß meine Unruhe gleich wieder nachließ, eine Frauenstimme, die meinen Namen sagte und sich unterbrach, bedeutete nichts, sie mußte Luisa nicht irritiert haben, wenn sie sie gehört hatte. Ich legte mich vor dem Fernseher aufs Bett und schaute Sendungen an, Luisa brachte mir kalten Braten mit geraspeltem Ei, den sie im Geschäft gekauft hatte, bestimmt hatte sie keine Lust oder keine Zeit gehabt, mir eine Tortilla zu machen. Es war noch früh, aber sie löschte für mich das Licht im Zimmer, um mir in den Schlaf zu helfen, und so lag ich da, schläfrig und beruhigt durch die vage Erinnerung an ihre Liebkosungen, die Hand, die besänftigt, auch wenn sie die Brust zerstreut und vielleicht mit Ungeduld berührt. Dann verließ sie das Schlafzimmer, und ich schlief schließlich ein, während die Bilder weiterliefen, in einem bestimmten Augenblick hatte ich aufgehört, zwischen den Kanälen hin und her zu wechseln.

Ich weiß nicht, wieviel Zeit verging, aber ich lüge, denn jetzt weiß ich es genau, es waren dreiundsiebzig Minuten tiefen Schlafs mit Träumen, die sich noch im Ausland abspielten, aus dem ich einmal mehr heil zurückgekehrt war. Dann wachte ich auf und sah das bläuliche Licht des laufenden Fernsehers, sein Licht, das den Fußteil des Bettes erhellte, und nicht so sehr eines seiner Bilder, denn dazu fand ich keine Zeit. Ich sehe und sah, wie etwas Schwarzes auf meine Stirn fiel, ein schwerer Gegenstand, der zweifellos kalt war wie das Stethoskop, aber er war nicht gesund, sondern voll Gewalt.”

 

 

 

 

marias
Javier Marías (Madrid, 20 september 1951)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en journalist Joseph Breitbach werd geboren op 20 september 1903 in Ehrenbreitstein bij Koblenz. Na WO II zette hij zich zeer in voor een goede Duits-Franse verstandhouding. De naar hem genoemde Joseph-Breitbach-Preis is de hoogst gedoteerde onderscheiding voor Duitstalige schrijvers. Van 1925 tot 1928 werkte Breitbach als boekhandelaar in Augsburg. Hier stond hij ook in nauw contact met de KPD. Na het verschijnen van zijn verhalenbundel Rot gegen Rot werd hij ontslagen. Vanaf 1929 leefde de schrijver in Frankrijk. In 1932 verscheen zijn eerste roman Die Wandlung der Susanne Dasseldorf. In 1933 werden zijn boeken in Duitsland verboden. In 1937 leverde hij vrijwillig zijn Duitse paspoort in en vroeg hij het Franse staatburgerschap aan. Tijdens de oorlog werkte hij voor het vreemdelingenlegioen en voor de Franse geheime dienst. Pas in 1962 verscheen zijn tweede roman Bericht über Bruno.

 

Uit: Die Wandlung der Susanne Dasseldorf

 

“Man schrieb den 12. Dezember 1918. Der Haupttrupp der nach dem Waffenstillstand von Compiègne für Koblenz bestimmten amerikanischen Besatzungsarmee rückte in die Stadt ein. ,Nun haben wir vier Jahre immer gesiegt, und jetzt kommt die fremde Besatzung', sagte Susanne. Niemand antwortete ihr. Susanne beherrschte die Familie. Sie war klug, klug und oft sehr anmaßend. In der Fabrik war sie die beiden letzten Jahre vor dem Krieg die rechte Hand ihres Vaters gewesen.

(…)

 

"Das Geschrei und die Schüsse drangen immer lauter von der Mosel herüber. Frau Dasseldorf und Lisa hielten sich weinend die Ohren zu, Susanne aber starrte nach der Moselmündung.
Jetzt schob sich der Lichtkegel auf den Rhein. Die Helligkeit tappte zuerst in der Luft, fraß sich einen Weinberg auf dem rechten Ufer hinauf und wieder hinab, über das Eisenbahngelände, auf das Wasser --- da.... jetzt war der Scheinwerfer richtig eingestellt, in seinem Licht zappelte wieder der Kahn mit den beiden Männern. Ein Jahrmarktspanoptikum hätte kein grausigeres "Lebendes Bild" erfinden können. Wie in einem Angsttraum schien der Kahn, in dem die Gesichter der wildrudernden Männer sich wie gelbe Wachsflecken ausnahmen, nicht von der Stelle zu kommen. Das Licht spielte mit ihm, zog sich zurück, fuhr über ihn her, nahm ihn von der Seite oder kitzelte den Männern flackernd die Augen;
Die Polizeiboote selbst lagen im Dunkel, ihrem Lichtwurf nach schwärmten sie im Abstand nebeneinander und trieben den Kahn vor sich her."

 

 

 

 

Breitbach
Joseph Breitbach (20 september 1903 – 9 mei 1980)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Henry Arthur Jones werd geboren op 20 september 1851 in Granborough, Buckinghamshire. Zijn eerste stuk Only Round the Corner werd opgevoerd aan het Exeter Theatre toen hij zevenentwintig was, maar zijn eerste grote succes behaalde hij met The Silver King in 1882. Saints and Sinners (1884) zorgde voor veel beroering wegens de religieuze thematiek. Met The Middleman (1889) en Judah (1890) was zijn naam definitief gevestigd.

 

Uit: THE GOAL

 

SIR STEPHEN: You won't misunderstand me, dear. I'm old enough to be your grandfather. [Very seriously.] Take care how you choose your partner for life. You'll have a wide choice, and all your future happiness, and the happiness of many generations to come, will depend on the one moment when you say "Yes" to one of the scores of young fellows who'll ask you to be his wife. Take care! Look him thoroughly up and down! Be sure that he has a good full open eye that can look you straight in the face; and be sure that the whites of his eyes are clear. Take care he hasn't got a queer-shaped head, or a low forehead. A good round head, and a good full high forehead, do you hear? Notice the grip of his hand when he shakes hands with you! Take care its strong and firm, and not cold and dry. Don't say "Yes" till you've seen him out of trousers, in riding dress, or court dress. Look at the shape of his legs -- a good, well-shaped leg, eh, Peggie? And take care it is his leg! See that he's well-knit and a little lean, not flabby; doesn't squint; doesn't stammer; hasn't got any nervous tricks or twitchings. Don't marry a bald man! They say we shall all be bald in ten generations. Wait ten generations, Peggie, and then don't marry a bald man! Can you remember all this, dear? Watch his walk! See that he has a good springy step, and feet made of elastic -- can do his four or five miles an hour without turning a hair. Don't have him if he has a cough in the winter or the spring. Young men ought never to have a cough. And be sure he can laugh well and heartily -- not a snigger, or a wheeze, or a cackle, but a good, deep, hearty laugh right down from the bottom of his chest. And if he has a little money, or even a good bit, so much the better! There now! You choose a man like that, Peggie, and I won't promise you that you'll be happy, but if you're not, it won't be your fault, and it won't be his, and it won't be mine!“

 

 

jones

Henry Arthur Jones (20 september 1851 – 7 januari 1929)

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e september ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 20:12 Reageer op dit bericht

Cyriel Buysse, Stevie Smith, Upton Sinclair, Hanns Cibulka

De Vlaamse schrijver Cyriel Buysse werd geboren op 20 september 1859 in Nevele. Zie ook mijn blog van 20 september 2007. Zie ook mijn blog van 20 september 2007 en ook mijn blog van 20 september 2008.

Uit: De biezenstekker

 

“Als Cloet dien zaterdag namiddag om vier ure juist, de zware hekkens van het Gentsch gevang zag opengaan en eensklaps, na een tiental schreden, weêr in vrijheid was; trok hij haastig, door het daglicht verblind en reeds aan eenzaamheid en duisternis gewend, de breede kassei dwars over en verdiepte zich in de kronkelende hovingen, die daar, aan de overzijde van het stadsgevang, de gansche lengte der eenzame, regelrechte laan begrenzen. Het was een groote, kloeke kerel van rond de vijf en veertig, met grijzende knevel en haren, met forsig afgeteekende wezenstrekken, met stijven, onheilspellenden oogopslag. Vier maanden was hij daar opgesloten geweest. Eene messteek, in een gevecht aan eenen makker toegebracht, had de vervolging der Wet op hem getrokken. Een oogenblik had hij gehoopt op vrijspraak; maar een gebuur - Rosse Tjeef 2 had bezwarend tegen hem getuigd - en hij was eindelijk veroordeeld geworden. Dat was nu ook de vierde maal dat hij in het gevang gezeten had, telkens voor vechten.

Somber, zonder den minsten zweem van vreugd op het gelaat, stapte hij steeds rasser en met hooge schouders, in de mistige winterlucht vooruit. Hij droeg een klein, in een rood zakdoek omwonden pakje aan de linkerhand; in de rechter hield hij zijnen gaanstok. Hij had eene donkerkleurige broek aan; grove schoenen met nagels; een blauwen kiel; een zwarte pet.

Aan het uiteinde der hovingen gekomen draaide hij links om en sloeg, doorheen de woelende en reeds verlichte voorstad, den eenzamen steenweg naar Wilde in.

Gedurende een groot half uur ging hij aldus met wijden tred vooruit. De avond was van lieverlede gansch gevallen en langsheen de pijlrechte, met boomen omzoomde baan die hij thans door het veld volgde, blonken hier en daar, op groote afstanden, eenzame lichten. Vóór een dezer hield hij stil. Daar stond, terzijde van den weg, een klein, landelijk herbergje. Zonder aarzelen, als van zelf, trok hij er binnen.

‘Een druppel’, bestelde hij kortaf, zijn vijfcentstuk klinkend op den toog werpend. En, terwijl een jong meisje, spoedig rechtgestaan, hem bediende, keek hij schuins, met zijn vorschenden blik, naar 't vergaderd gezelschap: drie mannen en eene vrouw, die op stoelen rond een tafeltje gezeten, met de kaart speelden.“

 

 

 

 

Cyriel_Buysse
Cyriel Buysse (20 september 1859 -  25 juli 1932)

Portret door Emile Claus, 1924

 

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Stevie (eig. Florence Margaret) Smith werd geboren op 20 september 1902 in Kingston upon Hull. Smith debuteerde in 1934 met ' A Novel on Yellow Paper'. Ook publiciceerde zij negen dichtbundels. De eerste, A Good Time Was Had By All verscheen in 1937. Het bekendste gedicht van haar is Not Waving but Drowning.  Smith woonde lang in bij haar tante en werkte als prive-secretaresse voor diverse werkgevers. Hoewel ze affaires had met diverse mannen (en waarschijnlijk ook met vrouwen) is ze nooit getrouwd.

 

 

 

Not Waving but Drowning 

 

Nobody heard him, the dead man,

But still he lay moaning:

I was much further out than you thought

And not waving but drowning.

 

Poor chap, he always loved larking

And now he's dead

It must have been too cold for him his heart gave way,

They said.

 

Oh, no no no, it was too cold always

(Still the dead one lay moaning)

I was much too far out all my life

And not waving but drowning.

 

 

 

 

 

Mother, Among the Dustbins 

 

Mother, among the dustbins and the manure

I feel the measure of my humanity, an allure

As of the presence of God, I am sure

 

In the dustbins, in the manure, in the cat at play,

Is the presence of God, in a sure way

He moves there. Mother, what do you say?

 

I too have felt the presence of God in the broom

I hold, in the cobwebs in the room,

But most of all in the silence of the tomb.

 

Ah! but that thought that informs the hope of our kind

Is but an empty thing, what lies behind? --

Naught but the vanity of a protesting mind

 

That would not die. This is the thought that bounces

Within a conceited head and trounces

Inquiry. Man is most frivolous when he pronounces.

 

Well Mother, I shall continue to think as I do,

And I think you would be wise to do so too,

Can you question the folly of man in the creation of God?

Who are you? 

 

 

 

 

Stevie_Smith
Stevie Smith (20 september 1902 – 7 maart 1971)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Upton Beall Sinclair werd geboren op 20 september 1878. Zie voor onderstaande schrijver mijn blog van 20 september 2006 en ook mijn blog van 20 september 2008.

 

Uit: The Metropolis

 

"Return at ten-thirty," the General said to his chauffeur, and then they entered the corridor of the hotel.

Montague gazed about him, and found himself trembling just a little with anticipation. It was not the magnificence of the place. The quiet uptown hotel would have seemed magnificent to him, fresh as he was from the country; but, he did not see the marble columns and the gilded carvings-he was thinking of the men he was to meet. It seemed too much to crowd into one day-first the vision of the whirling, seething city, the centre of all his hopes of the future; and then, at night, this meeting, overwhelming him with the crowded memories of everything that he held precious in the past.

There were groups of men in faded uniforms standing about in the corridors. General Prentice bowed here and there as they retired and took the elevator to the reception-rooms. In the doorway they passed a stout little man with stubby white moustaches, and the General stopped, exclaiming, "Hello, Major!" Then he added: "Let me introduce Mr. Allan Montague. Montague, this is Major Thorne."

A look of sudden interest flashed across the Major's face. "General Montague's son?" he cried. And then he seized the other's hand in both of his, exclaiming, "My boy! my boy! I'm glad to see you!"

Now Montague was no boy—he was a man of thirty, and rather sedate in his appearance and manner; there was enough in his six feet one to have made two of the round and rubicund little Major. And yet it seemed to him quite proper that the other should address him so. He was back in his boyhood to-night—he was a boy whenever anyone mentioned the name of Major Thorne.

"Perhaps you have heard your father speak of me?" asked the Major, eagerly; and Montague answered, "A thousand times."

He was tempted to add that the vision that rose before him was of a stout gentleman hanging in a grape-vine, while a whole battery of artillery made him their target.

Perhaps it was irreverent, but that was what Montague had always thought of, ever since he had first laughed over the tale his father told. It had happened one January afternoon in the Wilderness, during the terrible battle of Chancellorsville, when Montague's father had been a rising young staff-officer, and it had fallen to his lot to carry to Major Thorne what was surely the most terrifying order that ever a cavalry officer received. It was in the crisis of the conflict, when the Army of the Potomac was reeling before the onslaught of Stonewall Jackson's columns. There was no one to stop them-and yet they must be stopped, for the whole right wing of the army was going. So that cavalry regiment had charged full tilt through the thickets, and into a solid wall of infantry and artillery.“

 

 

 

 

sinclair3
Upton Sinclair (20 september 1878 – 25 november 1968)

Portret, getekend door Peter Van Valkenburgh

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hanns Cibulka werd geboren op 20 september 1920 in Jägerndorf, in het toenmalige Tsjechoslowakije. Zie ook mijn blog van 20 september 2008.

 

Uit: Umbrische Tage

 

„Bäuerinnen mit lehmverkrusteten Händen setzten Steine zu einer Mauer. Sie riefen sich zu. Ihre Worte stießen wie Vögel durch die Luft. Ein Bauer, den breiten Strohhut auf dem Kopf, kam uns durch das Traubenfeld entgegen.

 

Erstarre nicht in deinem Denken. Die Hingabe an das Leben fordert mehr, als immer nur einem Gedanken zu dienen. Wer die Vielzahl ausschließt, bekennt sich zur Ungerechtigkeit. Wer die schöpferischen Gegensätze verneint, tötet das Kind in der Wiege. Bewunderung wächst aus der Farbigkeit des Lebens. Ein Fuß, der immer nur denselben Weg betritt, wird müde.

 

Die Stunde war vom Licht des Himmels ausgelotet. Staubbedeckte Oliven, von der Sonne umbrandet. Kein Mensch war zu sehen. Unter der sengenden Hitze war das Leben eingeschlafen. Nur der Salbei öffnete am Wegrand seine Blüten. Unheimlich war die Stille, wie nach einem Schuß.

 

Ein seltsames Fluidum hüllt die Berge ein. Caprarola, ich kenne dich, entblößt und verschleiert. Ein unnennbares Heimweh fällt mich an.“

 

 

 

 

Cibulka
Hanns Cibulka (20 september 1920 – 20 juni 2004)


 

 

Geschreven door Romenu om 20:09 Reageer op dit bericht

Crauss, Ingrid Jonker, Patrick Marber, Orlando Emanuels, Stefanie Zweig

De Duitse dichter en schrijver Crauss werd geboren in Siegen op 19 september 1971. Zie ook mijn blog van 19 september 2008. Zie ook mijn blog van 19 september 2008.

 

 

der mond über zollstock

 

ist der selbe wie hier. ick vermisse dir,

du bist das masz aller dinge, die elle,

um die mich die freunde beneiden. nimm meinen langen

schatten unter den arm, wenn im zollstocker eck du nicht

mehr erinnerst, wie das spiel früher ging:

ich &du &dazwischen der mond. denn

wisse: du bist die ellen, die ich vermisse.

 

 

 

 

u & e
mittelgebirgsermittlung

 

es gibt keinen horizont aber
alles ist eben. am tage
ein kontingent aus 24 abgemessenen worten
ein leseband fliesst gerade hindurch
aber es fehlt die schleuse die ebene
anzuheben zu einem sturz aus ausgelaufenen filzstiften:
ich schmiere mit dem handrücken die mulden aus u
& den beklemmenden sommer zu
sumpf. jetzt ist es herbst & ein nebel zieht vor
das licht ist schön mild nur einsam
steht ein geziegeltes e dann wird es nacht
& das sprechen ein bergisches land

 

 

 

 

cf_improvisation 3

 

am sichersten lemcke fragen: man vergisst

so viel zwischen den gerüsten gedanken gebäude

türmen sich auf in der küche im wohnzimmer

verliert ein pepsigetränk leben und all diese tiere

aus staub! es ballen sich träume im bad und im

flur vielleicht hilft es zu fragen was stellt

dieses verschachtelte was stellen die prosabalkone

was stellt das kreideblech dar. du brauchst doch

dieses amerika nicht aus twintowerkarton

und emiprestatekisten. wo soll uns das hinführen

sage was könnte es sein das ich vergesse.

die antwort hat lemcke die ameisendateien und alles

was vormals hinter das bett... nerven muskeln ent

scheidungen: vielleicht doch lieber nach wien?

und bete die flugzeuge weg! ich lese vergesse

bin schon am morgen ganz müde. dieser schweflige

gifthimmel das muss von der kola das kommt

von den blitzen im kopf. wo sind wir denn hier.

 

 

 

 

Crauss-Crauss
Crauss (Siegen, 19 september 1971)

 

 

 

 

De Zuidafrikaanse dichteres en schrijfster Ingrid Jonker werd geboren op 19 september 1933 bij Komberley (Noord Kaap). Zie ook mijn blog van 19 september 2006 en ook mijn blog van 19 september 2008.

 

 

Bittervrucht van dageraad 


(Bitterbessie dagbreek) 

Bittervrucht van de dageraad 
bittervrucht van zon 
een spiegel is gebroken 
tussen mij en hem 

Wil ik langs de hoofdweg 
rennend op een draf 
telkens slaan er paadjes 
met zijn woorden af 

Dennenbos herinnering 
dennebos vergeet 
waar ik ook verdwaal 
trap ik in mijn leed 

Papegaai-bonte echo 
lach me, lach me uit 
totdat ik bedrogen 
op het spotwoord stuit 

Echo is geen antwoord 
antwoordt hij alom 
bittervrucht van dageraad 
bittervrucht van zon.

 

 

Het kind dat doodgeschoten is door soldaten bij Nyanga

 

Het kind is niet dood

het kind heft zijn vuisten naar zijn moeder

die Afrika schreeuwt  de geur schreeuwt

van vrijheid en heide

in de townships van het omsingelde hart

 

het kind heft zijn vuisten naar zijn vader

in de optocht van de generaties

die Afrika schreeuwen  de geur schreeuwen

van gerechtigheid en bloed

in de straten van zijn gewapende trots

 

Het kind is niet dood

noch bij Langa noch bij Nyanga

noch bij Orlando noch bij Sharpville

noch bij het politiebureau van Philippi

waar het ligt met een kogel door zijn hoofd

 

Het kind is de schaduw van de soldaten

op wacht met geweren pantserwagens en knuppels

het kind is aanwezigbij alle vergaderingen en wetgevingen

het kind loert door de vensters van huizen en in de harten

van moeders

het kind dat alleen maar wilde spelen in de zon bij Nyanga is overal

het kind dat een man is geworden trekt door heel Afrika

het kind dat een reus is geworden trekt door de gehele wereld

 

Zonder pas

 

 

 

Vertaald door Gerrit Komrij

 

 

 

 

Jonker
Ingrid Jonker (19 september 1933 – 19 juli 1965)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver, acteur en regisseur Patrick Marber werd geboren op 19 september 1964 in Londen. Hij groeide op in Wimbledon en studeerde in Oxford. Na vier jaar als Standup-Comedian te hebben gewerkt ging hij in 1991 naar Parijs tot hij gevraagd werd als acteur en schrijver aan een nieuwe serie voor Radio 4 mee te werken. De serie won prijzen en kwam ook op televisie. Marber begon draaiboeken te schrijven. Als toneelschrijver debuteerde hij in 1997 met zijn stuk Closer in eigen regie in het National Theatre.

 

Uit: Don Juan In Soho

 

DJ (To Statue) What are you?

STATUE Recognition

Pause

DJ Are you alive

STATUE I come from the dead.

Pause

DJ Why?

STATUE You know why. You have always known.

STATUE You summoned me.

DJ When?

STATUE Last night. In the square. You invited me to join you.

DJ I was not myself

STATUE You are always yourself. It is that you cannot bear.

DJ I don’t believe in you. I choose not to believe in you!

STATUE I am you.

They stare at each other. DJ understands now:

DJ Recognition.

 

 

 

 

marber
Patrick Marber (Londen, 19 september 1964)

 

 

 

 

De Surinaamse dichter en schrijver Orlando Emanuels werd geboren in Paramaribo op 19 september 1927. Zie ook mijn blog van 19 september 2008.

 

Uit: De duivel verkoopt zijn ziel

 

‘Vergeten die ellendelingen dan wie ik ben?’ Hij beukt met zijn vuisten op het bureau. Zo vroeg op de morgen schenkt hij zich al zijn vierde borrel in en drinkt het glas in één teug leeg.

‘Verdomme... ver-dom-me!’ Hij schenkt zich nogmaals in en ook nu verdwijnt de whisky in één slok. ‘Geen enkele uitgever weigert zomaar een manuscript van Edward John Mesquita, wiens boeken jaren achtereen op de bestsellerslijst hebben geprijkt!’

De ellebogen op het bureau geplant en met de vuisten zijn kin ondersteunend kijkt hij neer op het schrijven dat opengevouwen voor hem ligt. De inhoud liegt er niet om, duidelijk staat er dat het toegezonden manuscript enigszins teleurstellend is en dat men dan ook niet tot uitgeven ervan kan overgaan.

‘Met mooie woorden geven ze mij te kennen dat mijn manuscript is afgewezen! Ondankbaar tuig! Het is toch voornamelijk mijn werk waar ze hun kapitaal mee verdiend hebben! Zij zijn heus niet de enige uitgevers in het land. Voor een schrijver van mijn kaliber staan de deuren van alle uitgeverijen wijd open!’

De drankverslaving van Edward John Mesquita was de uitgevers niet onbekend gebleven en hoewel die het erover eens waren dat zijn latere pennevruchten bij lange na niet het niveau van zijn eerder verschenen werk haalden, hadden ze rekening gehouden met zijn status en de manuscripten toch geaccepteerd. Maar de duidelijke teruggang die ze vooral bij zijn laatste werk hadden geconstateerd, had een vernietigend oordeel tot gevolg gehad.

Na zes shots zit Edward John Mesquita nog steeds over de brief heen gebogen, zijn ogen zijn rood doorlopen en hij beeft van woede: ‘Ik ga die shits hun eigen braaksel laten slikken! Ik ga ze tonen waar ik met mijn 72 jaar nog toe in staat ben. Ik ga het beste verhaal schrijven dat ooit uit mijn pen is gevloeid! Als honden laat ik hen naar mij toe kruipen om mij te smeken het te mogen uitgeven. Als honden! Ik zal me revancheren, al moet ik daarvoor bij de duivel aankloppen.

Als hij wakker wordt, is het reeds middag. Hij leunt niet meer op zijn vuisten, maar ligt uitgestrekt over het bureau. Flarden van een gesprek dwarrelen door zijn hoofd. Iemand had gesproken over het onrecht dat de uitgevers hem hebben gedaan. Die vreemde gast had hem assistentie bij het schrijven van zijn verhaal aangeboden. Iemand. Wie?”

 

 

 

Emanuuels
Orlando Emanuels (Paramaribo, 19 september 1927)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Stefanie Zweig werd geboren in Leobschütz, Oberschlesien, op 19 september 1938. Zie ook mijn blog van 19 september 2008.

 

Uit: Das Haus in der Rothschildallee

 

„Strahlende Sonne am 27. Januar war seit zwölf Jahren eine Berliner Tradition. Am Geburtstag von Kaiser Wilhelm II. strahlten die Sonne und die Bürger der Reichshauptstadt um die Wette. Selbstbewusst flanierten sie auf ihren Prachtstraßen und ein jeder wusste, dass »Kaiserwetter« eine Berliner Spezialität war.

Weit weniger kaisertreu zeigten sich die Januarwinde, die von den Bergen im Taunus nach Frankfurt wehten. In der ehemaligen Freien Reichsstadt waren die Leute zu bürgerstolz und skeptisch, um auf neumodische monarchistische Mythen zu setzen. Die Frankfurter empfanden den kaiserlichen Geburtstag als einen Tag, der sich nicht von den übrigen dreißig im Monat unterschied – übellaunig

schimpften sie den Januar einen rücksichtslosen Wüstling. Mit eiserner Faust vergalt ihnen der garstige Geselle seinen schlechten Leumund; häufig übertraf er mit Wetterkatastrophen, die zu Tragödien führten, noch seinen fürchterlichen Ruf.

Der 27. Januar 1900 war allerdings in der schönen Stadt am Main der strahlende Beweis, dass in der Meteorologie noch weniger Verlass auf Verallgemeinerungen ist als auf besser überschaubaren Gebieten. An diesem letzten Samstag im Januar war das Frankfurter Wetter, wie die Leuteeinander aufgeräumt versicherten, wenn sie am Flussufer spazieren gingen und die Kirchturmspitzen in der Wintersonne wie die vergoldeten Kuppeln in Märchenbüchern glitzerten, »zum Eier Legen«. Der volkstümliche Ausdruck entstammte der Sommersprache, eignete sich aber trefflich, um am einundvierzigsten Geburtstag Seiner Majestät Kaiser Wilhelms II. das Lebensgefühl der Menschen zwischen den Ebbelweinwirtschafen in Sachsenhausen und den Feldern auf dem Lohrberg zu beschreiben. Der Himmel über den Frankfurtern, die dafür bekannt waren, dass sie nur glaubten, was sie sahen, anfassen und schmecken konnten, war am 27. Januar 1900 so klar und blau wie seit

Wochen nicht mehr.

Solch rares Wetterglück erhellte die dunkelste Gesindestube. Die Sonne erreichte feuchtes Gemäuer in engen Gassen und strahlte mit Titanenkraft auf Herrenhäuser und die weiträumigen Plätze, von denen es immer mehr in der Stadt gab. Hell im Licht der Hoffnung leuchteten die Schwanzfedern der Wetterhähne. Die alten Stadttürme wirkten, als wären sie in der Nacht geputzt worden. Auf der Zeil und in der Kaiserstraße pfiffen vorwitzige Spatzen von allen Dächern, dass es bald Frühling werden würde. Frisch gestriegelt waren die Pferde vor den geputzten Kutschen.“

 

 

 

stefanie-zweig
Stefanie Zweig (Leobschütz, 19 september 1932)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e september ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 19:27 Reageer op dit bericht

Mika Waltari, Jean-Claude Carrière, Curt Meyer-Clason, William Golding, Hartley Coleridge

De Finse schrijver Mika Toimi Waltari werd geboren in Helsinki op 19 september 1908. Op wens van zijn moeder studeerde hij eerst theologie, maar hij wendde zich al snel tot de literatuurwetenschap en de filosofie. Na zijn studie werkte hij o.a. als journalist, vertaler en literair criticus. Beroemd werd hij door zijn romans die levensechte beschrijvingen bieden van oude culturen. Sinuhe de Egyptenaar (ook verfilmd) en De Romein zijn twee voorbeelden daarvan. Werk van Waltari, met name Sinuhe de Egyptenaar, dat uit 1945 dateert, werd in ruim 30 talen vertaald, waaronder het Nederlands (in 1949).

 

Uit: Sinuhe der Ägypter (Vertaald door Charlotte Lilius)

 

„Die Wächter wagten mich nicht daran zu hindern, weil ich Haremhabs Arzt war und die Soldaten mich bereits als einen boshaften Mann kannten, der sich sogar getraute, Haremhab mit harten und beißenden Worten entgegenzutreten. Zu Aziru aber ging ich, weil er in ganz Syrien keinen einzigen Freund mehr besaß. Ein gefangener, seines Reichtums beraubter und zu schimpflichem Tode verurteilter Mann hat keine Freunde mehr. Ich begab mich zu ihm, weil ich wusste, dass er das Leben sehr liebte, und weil ich ihm auf Grund all dessen, was ich gesehen, versichern wollte, dass es überhaupt nicht lebenswert sei. Auch wollte ich ihm als Arzt sagen, dass Sterben leicht sei, leichter jedenfalls als die Qual, der Kummer und das Leid des Lebens. Das Leben ist eine heiße, versengende Flamme, der Tod hingegen das dunkle Wasser der Vergessenheit. Das alles wollte ich ihm sagen, weil er am Morgen darauf sterben sollte, und ich wusste, dass er ohnehin nicht schlafen werde, da er das Leben über alles liebte. Sollte er aber meinen Worten kein Gehör schenken, so wollte ich mich schweigend neben ihn setzen, damit er nicht allein sei. Der Mensch kann wohl leicht ohne Freunde leben, ohne einen einzigen Freund zu sterben aber fällt ihm schwer, besonders wenn er zu Lebzeiten Kronen auf dem Haupte getragen und über viele Menschen befohlen hat.
Deshalb schlich ich mich im Dunkel der Nacht in das Zelt, wo er in Fesseln gehalten wurde. Bei Tageslicht hatte ich mich ihm nicht zeigen wollen und war ihm mit verhülltem Gesicht ausgewichen, als er und seine Familie auf schmähliche Weise in Haremhabs Lager geschleppt wurden, wobei ihn die Soldaten verhöhnten und mit Schmutz und Pferdemist bewarfen. Denn er war ein sehr stolzer Mann, dem es sicherlich peinlich gewesen wäre, wenn ich ihn in seiner Erniedrigung gesehen, nachdem ich ihn in den besten Tagen seiner Kraft und Macht gekannt hatte. Deshalb hatte ich ihn am Tage gemieden und suchte sein Zelt erst im Dunkel der Nacht auf. Die Wächter hoben ihre Speere und sprachen zueinander: ‚Wir wollen ihn einlassen! Es ist Sinuhe, der Arzt, der sich gewiss nicht auf unerlaubten Wegen befindet. Wenn wir ihm den Zutritt verweigern, wird er uns vielleicht beschimpfen oder durch Zauberei entmannen; denn er ist ein boshafter Mensch, und seine Zunge sticht ärger als ein Skorpion.‘
 

 

 

 

Mika_Waltari
Mika Waltari (19 september 1908 - 26 augustus 1979)

 

 

 

 

 

De Franse romanschrijver, regisseur, acteur, toneel- en scenarioschrijver Jean-Claude Carrière werd geboren op 19 september 1931 in Colombières-sur-Orb, Hérault. Hij schreef honderden scenario's waaronder 'Le Fantôme de la liberté', later een film van Luis Buñuel .Hij werkte ook samen met onder meer Peter Brook en Jaques Tati. Eerder verscheen van zijn hand 'Entretiens sur la multitude du monde', dat hij schreef samen met Thibault Damour.

 

Uit: Mit anderen Worten. Ein erotischer Sprachführer  (Vertaald doorNathalie Rouanet)

 

Paris, am 3. September

 

Sehr geehrtes Fräulein!

 

Ich danke Ihnen für Ihren Brief, der mich zutiefst berührt und den schlaffen Mann (der ich aber nicht immer war) wachgerüttelt hat.

Die wissenschaftliche Arbeit, die Sie ansprechen und die heute vergriffen ist, hatte den genauen Titel „Abhandlungen zur Entwicklung des erotischen Vokabulars“. Ich habe sie schon vor sehr langer Zeit veröffentlicht, und ich wage zu behaupten, daß sie bis heute unübertroffen ist. Selbstverständlich sind seitdem einige neue Ausdrücke entstanden – die Sprache lebt –, aber ich habe mich immer so gut es ging auf dem laufenden gehalten.

So haben sich ergänzende Notizen zum Buch angesammelt. Sie verteilen sich bereits über meine ganze Wohnung.

Ich glaube, ich kann Ihre heikle Frage beantworten. Sie fürchten, daß Ihr quälendes Problem mir „eigenartig oder unangebracht“ erscheinen könnte. Seien Sie beruhigt: Ich bin glücklich, Ihnen helfen zu können und mein bescheidenes Wissen zu Ihren Füßen zu legen, die ich mir übrigens sehr hübsch vorstelle.

„Es ist kein Handwerk schlecht, doch viele treiben’s nicht recht.“ Sie beschäftigen sich, wenn ich Sie richtig verstanden habe, mit der „Synchronisation“ fremdsprachiger Filme, die, wie Sie sagen, einen entschieden pornographischen Charakter haben, und Sie bedauern den armseligen Wortschatz, der Ihnen vorgelegt wird. Niemand könnte Sie besser verstehen als ich. Es ist vielleicht ein-  oder zweimal vorgekommen, seitdem ich im Ruhestand bin, daß ich mich in eines dieser Kinos verirrt habe, und ich war jedes Mal zutiefst betrübt, und zwar nicht über das Gesehene, sondern über das Gehörte. Immer die gleichen abgenutzten und ordinären Wörter. So üppig die Kurven, so flach die Sprache.

Dabei verfügt unsere schöne Sprache, glauben Sie mir, mein Fräulein, in diesem Bereich über wahre, meist verkannte Schätze. Nehmen wir zum Beispiel den Ausdruck Liebe machen, den Sie sicherlich verwenden und der seit immer und ewig durch das Verb ficken ausgedrückt wurde, das seine heutige Bedeutung schon im 16. Jahrhundert bekommen hat und nach und nach das früher verbreitete fickfacken ersetzte, und es lassen sich sofort jede Menge malerische und köstliche Synonyme finden, etwa im Jargon der Schneiderinnen das Wort einfädeln oder, um im Handwerklichen zu bleiben, stangeln und wetzen, die sehr gebräuchlich sind, eigentlich genauso wie pflanzen, stechen, pfropfen, bimsen, und nicht zu vergessen poppen, das in Deutschland sehr beliebt ist und seinen Reiz hat.*

 

 

 

 

carriere
Jean-Claude Carrière (Colombières-sur-Orb, 19 september 1931)

 

 

 


De Duitse schrijver en vertaler
Curt Meyer-Clason werd geboren op 19 september 1910 in Ludwigsburg. Hij volgde een opleiding voor de handel en werkte als koopman in Bremen, Brazilië en Argentinië. In 1955 keerde hij naar Duitsland terug en werd lector in München. Vanaf de jaren zestig begon hij steeds meer te vertalen, vooral werk van schrijvers uit Latijns Amerika. Van 1969 tot 1976 leidde hij het Goethe Instituut in Lissabon. Meyer-Clason publiceerde verhaqlen en essays, maar vooral als vertaler en uitgever een grote bijdrage geleverd aan de receptie van moderne Latijnsamerikaanse in het Duitse taalgebied.

 

Uit: Die Erzählungen (Gabriel Garcia Marquez, vertaald door Curt Meyer-Clason)

 

„Die dritte Entsagung

Da war wieder dieser Lärm. Jener kalte, schneidende, senkrechte Lärm, den er schon so gut kannte; der sich jetzt aber als scharf und schmerzhaft erwies, als sei er ihm von einem Tag auf den anderen ungewohnt geworden.

Der Lärm kreiste in seinem leeren Schädel, dumpf und stechend. Eine Wabe hatte sich in den vier Wänden seiner Gehirnschale gebildet. Sie wuchs zunehmend in aufeinanderfolgenden Spiralen und schlug drinnen und ließ seine Wirbelsäule erzittern, unmäßig und misstönend, im sicheren Rhythmus seines Körpers. Etwas war in seinem stofflichen Aufbau eines festgefügten Menschen aus der Ordnung geraten; etwas, das »bei den anderen Malen« normal funktioniert hatte und nun in seinem Kopf hart und trocken hämmerte, mit den Knochen einer abgezehrten Hand hämmerte und ihn an alle bitteren Empfindungen des Lebens erinnerte. Er fühlte den animalischen Drang, die Fäuste gegen die blauen, vom Druck des verzweifelten Schmerzes violett angeschwollenen Adern seiner Schläfen zu pressen. Er hätte den Lärm, der den Augenblick mit seiner scharfen Diamantspitze durchbohrte, zwischen seinen beiden empfindlichen Handflächen orten mögen. Mit der Bewegung einer Hauskatze zogen sich seine Muskeln zusammen, als er sich vorstellte, wie er durch die gepeinigten Winkel seines fieberzerfetzten heißen Kopfes verfolgt wurde. Er würde ihn gleich einholen. Nein. Der Lärm hatte ein glattes, fast unberührbares Fell.“

 

  

 

Curt_Meyer-Clason
Curt Meyer-Clason (Ludwigsburg. 19 september 1910)

Ludwigsburg, markt 

 

 

De Engelse schrijver Sir William Gerald Golding werd geboren in St. Columb Minor, Newquay, Cornwall, op 19 september 1911. Zie ook mijn blog van 19 september 2007 en ook mijn blog van 19 september 2008.

 

Uit: Lord of the flies

 

“The fat boy thought for a moment.

"That pilot."

The fair boy allowed his feet to come down and sat on the steamy earth.

"He must have flown off after he dropped us. He couldn't land here. Not in a place with wheels."

"We was attacked!"

"He'll be back all right."

The fat boy shook his head.

"When we was coming down I looked through one of them windows. I saw the other part of the plane. There were flames coming out of it."

He looked up and down the scar.

"And this is what the cabin done."

The fair boy reached out and touched the jagged end of a trunk. For a moment he looked interested.

"What happened to it?" he asked. "Where's it got to now?"

"That storm dragged it out to sea. It wasn't half dangerous with all them tree trunks falling. There must have been some kids still in it."

He hesitated for a moment, then spoke again.

"What's your name?"

"Ralph."

The fat boy waited to be asked his name in turn but this proffer of acquaintance was not made; the fair boy called Ralph smiled vaguely, stood up, and began to make his way once more toward the lagoon. The fat boy hung steadily at his shoulder.

"I expect there's a lot more of us scattered about. You haven't seen any others, have you?"

Ralph shook his head and increased his speed. Then he tripped over a branch and came down with a crash.

The fat boy stood by him, breathing hard.

"My auntie told me not to run," he explained, "on account of my asthma."

"Ass-mar?"

"That's right. Can't catch my breath. I was the only boy in our school what had asthma," said the fat boy with a touch of pride. "And I've been wearing specs since I was three."

He took off his glasses and held them out to Ralph, blinking and smiling, and then started to wipe them against his grubby wind-breaker. An expression of pain and inward concentration altered the pale contours of his face. He smeared the sweat from his cheeks and quickly adjusted the spectacles on his nose.

"Them fruit."

He glanced round the scar.

"Them fruit," he said, "I expect—"

He put on his glasses, waded away from Ralph, and crouched down among the tangled foliage.

"I'll be out again in just a minute—"

Ralph disentangled himself cautiously and stole away through the branches. In a few seconds the fat boy's grunts were behind him and he was hurrying toward the screen that still lay between him and the lagoon. He climbed over a broken trunk and was out of the jungle.

The shore was fledged with palm trees. These stood or leaned or reclined against the light and their green feathers were a hundred feet up in the air. The ground beneath them was a bank covered with coarse grass, torn everywhere by the upheavals of fallen trees, scattered with decaying coconuts and palm saplings. Behind this was the darkness of the forest proper and the open space of the scar. Ralph stood, one hand against a grey trunk, and screwed up his eyes against the shimmering water.”

 

 

 

 

golding
William Golding (19 september 1911 – 19 juni 1993)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Hartley Coleridge werd geboren in Clevedon, Somerset, op 19 september 1796. Hij was de oudste zoon van de dichter Samuel Taylor Coleridge. Hij ging in 1815 naar de Universiteit van Oxford en verwierf in 1820 een 'fellowship' aan Oriel College. Na zijn proefjaar werd hij hier echter van ontheven wegens 'onmatigheid'. De autoriteiten wilden de beslissing niet terugdraaien, maar gaven wel een compensatie in de vorm van 300 pond. Toen hij geen carrière kon maken in de universitaire wereld, trok hij naar Londen, waar hij privélessen gaf en korte gedichten schreef voor kranten. Zijn werk, met name zijn sonnetten, werd beschouwd als veelbelovend, maar heeft niettemin geen blijvende indruk achtergelaten. Zijn broer Derwent Coleridge verzorgde een uitgave van de Complete Poems in 1851.

 

 

Friendship

 

WHEN we were idlers with the loitering rills,

The need of human love we little noted:

Our love was nature; and the peace that floated

On the white mist, and dwelt upon the hills,

To sweet accord subdued our wayward wills:

One soul was ours, one mind, one heart devoted,

That, wisely doting, ask'd not why it doted,

And ours the unknown joy, which knowing kills.

But now I find how dear thou wert to me;

That man is more than half of nature's treasure,

Of that fair beauty which no eye can see,

Of that sweet music which no ear can measure;

And now the streams may sing for others' pleasure,

The hills sleep on in their eternity.

 

 

 

 

coleridge
Hartley Coleridge (19 september 1796 - 6 januari 1849)

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Tachtig jaar Armando, Michaël Zeeman, Ton Anbeek

De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Dat is dus vandaag precies tachtig jaar geleden. Zie ook mijn blog van 18 september 2006.

 

 

wat vader, de lust tot wezen en inkeer, de ver-

nietiging voor mij betekende, de lust tot bewegen

en langzaam sterven, als vóór mij de doden

de stoom van hun vergissing traag lieten verglijden,

de jaren dat wij leefden.

 

de lust tot inkeer, de vader en de vernietiging zij keren

mij om, hoe langzaam, hoe ingetogen is de hand

waarmee zij de zon boetseren om slechts te leven om te doden.

 

 

 

armando%20kelk
Kelk                              

 

 

een bijtende spreuk verlost hem van de duivel

de schepping is voltooid.

hij voelt het zachte gras, een klein gebaar omhoog en bevend

slaapt hij in.

men zoekt hem, een machteloos dier, de vader van een dode.

 

de zoon is gesneuveld, de moeder, begroeid met dromen, bestuift

haar kind moet leven, het wonder wordt gehoond:

de hemel pakt de aarde woedend aan.

 

 

 

 

armando_das_haus_12505
Das Haus

 

 

 

waarom zouden we

 

waarom zouden we wat we gedaan hebben
om vergeving vragen waarom
hebben we gedaan wat we moesten doen

we deden wat we konden om niet
te weten dat we leefden

 

 

 

 

 

Armando_88498a
Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 12 september 1958. Zie ook mijn blog van 18 september 2008. Michaël Zeeman is op 27 juli van dit jaar overleden. Zie ook mijn blog van 28 juli 2009.

 

 

Halverwege, de factor t

 

Giet twee duim zwarte peper in een kolf,

daarna, voorzichtig, twee duim zout erop,

schudt dan de kolf met vaste hand naar grijs.

 

Nooit zal men zo lang kunnen schudden,

dat alle korrels hun plaats hernemen en grijs

weer wit op zwart, of zwart op wit geworden is.

 

Ook valt een beker melk wel in een plas

en scherven op de grond, maar nooit een

plas en scherven in een beker melk bijeen.

 

Er is geen wet die het verbiedt. Als kind

spoelden wij filmpjes terug; herstelden

de toestand, maakten de schade ongedaan.

 

De som te maken is zo simpel als die film te keren:

de factor t hoef ik er niet uit te elimineren,

er is geen reden en geen richting voor de tijd.

 

De weg loopt hellend naar de oever,

schuift rimpelloos het grijze water in.

Hoe ik ook zoek, ik vind geen ommekeer.

 

 

 

 

Halverwege, de factor t

 

Staand voor de spiegel, is alleen

links rechts en omgekeerd. Voor

blijft voor en achter achter -

 

maar is dan de voorwaarts afgelegde weg

niet ook even lang als wat achterwaarts nog rest?

 

Niet over mijn schouder, keek ik,

ik boog en week om achteruit te kijken,

ik kronkelde om te zien wat er nog komen ging.

 

Steeds kleiner de gestalte, steeds smaller de weg.

En onooglijk de verborgen diepte,

het vermoeden van bloed en gevecht -

 

de paling die in de Carriben begint,

de zalm uit de Schotse rivier -

 

zij weten het, ja, zij weten het:

ten halve gekeerd.

 

 

 

 

 

Zeeman
Michaël Zeeman (18 september 1958 - 27 juli 2009)

 

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Ton Anbeek werd geboren in Ede op 18 september 1944. Zie ook mijn blog van 18 september 2008.

 

Uit: Remco Campert, al die dromen al die jaren

 

“Is de titel van Camperts romandebuut Het leven is vurrukkulluk (1961) ironisch? Wie zijn columns kent of denkt aan de rafelige figuur van de schrijver, zal snel geneigd zijn dat zonder meer aan te nemen. Toch geeft het boek wel degelijk aanleiding om de titel zonder grijns te lezen. ‘Het leven is vurrukkulluk’ is een uitspraak van het meisje Panda, dat vederlicht door het leven danst. Haar credo vat zij als volgt samen: ‘Geld is het allerallerbelangrijkste op de wereld. Geld en lichamelijke liefde. Ik ben blij dat ze bestaan.’ Over die lichamelijke liefde doet ze niet moeilijk. Tot ontsteltenis van de andere hoofdpersoon, Mees, vat ze verhoudingen even luchthartig op als hijzelf. Moralisten zullen Panda mogelijk zien als de mannenfantasie van een voor iedereen beschikbare beeldschone vrouw, maar je kan haar ook opvatten als de belichaming van de mentaliteit die later als typerend voor de jaren zestig zal worden beschouwd.

 

En er is meer dat in deze roman die roerige tijd aankondigt. Uitdagend wordt de jeugdcultuur tegenover de wereld van de ouderen gesteld. De grijsaard die in het boek voortdurend opduikt, windt zich buitengewoon op over de jeugd van tegenwoordig: ‘En maar giegullen [...]. Dat komt natuurlijk van het rokkenrollen en het Marie-Johanna roken.’ Zo heeft hij het ook over ‘rokkenrollende zakkenrollers.’ Hij wordt op zijn wenken bediend, want kort daarop wordt hij zonder pardon door Mees neergeslagen en door Panda van zijn centen beroofd. Het conflict tussen de generaties wordt samengevat in de volgende tirade van de retiradejuffrouw:

 

‘Viezerikken vind je overal,’ zei de juffrouw, ‘ook in boeken. Trouwens, wat is er zo mooi aan de werkelijkheid?’

‘Ik heb het niet over mooi,’ antwoordde Panda. ‘Ik zei dat de werkelijkheid levender is. Ik wil geen boeken lezen, ik wil leven.’

Met iets van afschuw in haar oude gezicht keek de retiradejuffrouw Panda aan. ‘Ajakkes, kind,’ zei ze, ‘ik dacht dat dat soort idealisme er in de veertiger jaren uitgebrand was. Moeten we het werkelijk weer allemaal opnieuw meemaken?’

 

Dus een boek dat het feest van de jaren zestig aankondigt? Zo eenvoudig ligt het niet. Panda mag dan wel een vlinder zijn, Mees zit heel wat gecompliceerder in elkaar. Hij krijgt van de schrijver een aantal treurige jeugdherinneringen mee (gescheiden ouders, de vader een Don Juan zonder scrupules) die hem niet bepaald een vrolijke kijk op het leven hebben meegegeven.”

 

 

 

Anbeek
Ton Anbeek (18 september 1944)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 20:23 Reageer op dit bericht

Samuel Johnson, Omer Karel De Laey, Jan Mens

De Britse lexicograaf, dichter, essayist en criticus Samuel Johnson werd geboren in Lichfield op 18 september 1709. Zie ook mijn blog van 18 september 2008.

 

 

The Vanity Of Human Wishes (Fragment)

 

IN IMITATION OF THE TENTH SATIRE OF JUVENAL.

 

Let observation, with extensive view,

Survey mankind, from China to Peru;

Remark each anxious toil, each eager strife,

And watch the busy scenes of crowded life;

Then say, how hope and fear, desire and hate

O'erspread with snares the clouded maze of fate,

Where wav'ring man, betray'd by vent'rous pride

To tread the dreary paths, without a guide,

As treach'rous phantoms in the mist delude,

Shuns fancied ills, or chases airy good;

How rarely reason guides the stubborn choice,

Rules the bold hand, or prompts the suppliant voice.

How nations sink, by darling schemes oppress'd,

When vengeance listens to the fool's request.

Fate wings with ev'ry wish th' afflictive dart,

Each gift of nature, and each grace of art;

With fatal heat impetuous courage glows,

With fatal sweetness elocution flows,

Impeachment stops the speaker's pow'rful breath,

And restless fire precipitates on death.

But, scarce observ'd, the knowing and the bold

Fall in the gen'ral massacre of gold;

Wide wasting pest! that rages unconfin'd,

And crowds with crimes the records of mankind;

For gold his sword the hireling ruffian draws,

For gold the hireling judge distorts the laws;

Wealth heap'd on wealth, nor truth nor safety buys,

The dangers gather as the treasures rise.

Let hist'ry tell where rival kings command,

And dubious title shakes the madded land,

When statutes glean the refuse of the sword,

How much more safe the vassal than the lord;

Low sculks the hind beneath the rage of power,

And leaves the wealthy traitor in the Tower,

Untouch'd his cottage, and his slumbers sound,

Though confiscation's vultures hover round.

 

 

 

 

 

samuel_johnson
Samuel Johnson (18 september 1709 – 13 december 1784)

Portret door Joshua Reynolds

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, toneelschrijver en essayist Omer Karel De Laey werd geboren in Hooglede op 18 september 1876. Zie ook mijn blog van 18 september 2006 en ook mijn blog van 18 september 2008.

 

 

Fantaisie

 

Kent gij de vermaarde dichten

van den ouden Lessing niet,

die in alle dingen: Liebe und

Wein, of Wein und Liebe, ziet?

 

Trinken - van 't begin tot 't einde;

kijkt en leest: op ieder blad

is hij minstens, zonder liegen,

zes of zeven keeren zat.

 

'k Hoor u verontweerdigd roepen:

- zulke dorst is al te groot!

vader Lessing, ongetwijfeld,

vader Lessing dronk hem dood! -

 

Neen, pardon, geachte lezer,

neen! de Duitsche dichter heeft,

boven alle middenmate,

twee en vijftig jaar geleefd.

 

De uitleg hiervan is, dat Lessing

in de bekers die hij dronk,

Vele meer - het was voorzichtigst -

fantaisie dan Moezel schonk.

 

'k Ken er velen, hier te lande,

die, al spreken over wijn

of van ander zaken, zelve

Lessings... en nog erger zijn!

 

 

 

 

 

omer-karel-de-laey-dierensprookjes-gedichten
Omer Karel De Laey (18 september 1876 - 16 december 1909)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Jan Mens werd geboren in Amsterdam op 18 september 1897. Zie ook mijn blog van 18 september 2008.

 

Uit: De kleine waarheid (Televisiserie met Willeke Alberti)

 

 

Sla, tomaten en radijsjes

 

Sla, tomaten en radijsjes

Jonge erwten, jonge meisjes

Jonge veulens, jonge lammetjes in de wei

En de zon op alle daken

Op de Amstel met zijn aken

Op Jordaan en Pijp en Vondelpark en IJ

 

Sla, tomaten en radijsjes

Westertoren speel je wijsjes

Munt en Dampaleis en Montelbaan kom erbij

Vier ons biefstuk, mals en mager

Bij de grinnikende slager

Iedereen is aardig, iedereen is blij

 

Sla, tomaten en radijsjes

Overal zijn paradijsjes

Alle dagen komt een stukje geluk voorbij

Maar omdat je 't deelt met velen

Moet je 'r krijgertje mee spelen

Of 't zegt 'iene-miene-mutte, af ben jij'...



Tekst: Willy van Hemert, Muziek: Harry de Groot

 

 

 

 

MENS
Jan Mens (18 september 1897 – 31 oktober 1967)

 

Geschreven door Romenu om 20:21 Reageer op dit bericht

William Carlos Williams, H.H. ter Balkt, Ken Kesey, Abel Herzberg

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 18 september 2006.  

 

 

A Sort of a Song 

 

Let the snake wait under

his weed

and the writing

be of words, slow and quick, sharp

to strike, quiet to wait,

sleepless.

-- through metaphor to reconcile

the people and the stones.

Compose. (No ideas

but in things) Invent!

Saxifrage is my flower that splits

the rocks.

 

 

 

 

Approach of Winter 

 

The half-stripped trees

struck by a wind together,

bending all,

the leaves flutter drily

and refuse to let go

or driven like hail

stream bitterly out to one side

and fall

where the salvias, hard carmine--

like no leaf that ever was--

edge the bare garden. 

 

 

 

 

January 

 

Again I reply to the triple winds

running chromatic fifths of derision

outside my window:

Play louder.

You will not succeed. I am

bound more to my sentences

the more you batter at me

to follow you.

And the wind,

as before, fingers perfectly

its derisive music.

 

 

 

 

 

williamWC
William Carlos Williams (17 september 1883 -  4 maart 1963)

 

 

 

De Nijmeegse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938.

 

 

 

De vliegen dragen de winter

 

De vliegen dragen de winter weg

uit de boom met de zeven lichten

Naar die vloeren in Siberië

Waar je heel makkelijk op bevriest

 

Een omvallende popgroep speelt daar

onder zeven vilten dekens

met bruinkoolgruis op altsax

en vuile putlucht op de hoorn.

 

 

 

 

Anti-canto I

 

 ‘In meiner Heimat

  where the dead walked

  and the living were made of cardboard.’

  Ezra Pound, Canto cxv*

 

Secretarisvogel van Yeats, liep je Henry James na

de luide eeuw in, grondvestte windhandel; duister

Jij die de schaaf opnam in Pisa, polijster

Een oud-reizigster leidde je rond in Europa

- een heel continent om in repen te scheuren!

‘The scientists are in terror

and the European mind stops’

 

‘ik herinner mij hoe eensklaps de hidalgo

zijn penseel opnam en kalm verwoesting verfde

de stemmen in scherven, gedoofd licht’,

zei daar in de sneeuwjacht bij Aust

in een wetland dat je niet aandeed, Pound

de bonte kraai in de berk. ‘Ai

na de val noemde hij dat Guernica’

 

Jij en treurnis... Jij buizerdkop roemde

het totalitaire; ‘Gesteenteboor van de Waterkruiken’

beeld van verbrijzeling eerder dan van ontworteling

en ook ijziger: een Syrisch grafglas schonk jou

teruggereisd naar Venetië de dogenstad

miljoenen tranen; verspilling

 ... blinde medeplichtigheid...

 

‘Er ligt rijp op de rotswand’, Canto Honderdacht

Was dan een tabakswinkeltje begonnen, maker

Scheef wiel reed uit... Schijnwerper scheen

op de Wetgever van de wereld, snel kwik

mengden kou en hitte waanzin dooreen

Er hangt een verbleekt Schema

boven de prent van de schaaf

 

 

 

 

Inzicht in Delft, met de kraam van de

muziekinstrumentenverkoper (Carel Fabritius)

 

Delft was inniger dan Amsterdam, ik verliet

Rembrandt de geldwolf, zijn beslijkt palet en al

dat bruin, als turfbergen dampend ten hemel.

Hier slaan de huizen het licht niet tot munt,

 

hier zijn de grachten lieflijker, éen leid ik

er rondom de Nieuwe Kerk, devotie van de huizen

straalt in de zilveren halo van de historie. 't Is

of de boom opspringt bij de deemoedige keien.

 

De muziekinstrumentenverkoper onder zijn hoed,

ben ik niet. Uithangbord van welke handel. En

zwarte houten traliën, tussen welke werelden.

 

Het jaar is 1652, iets viel al stil in die tijd;

geen koper nadert over de keien de luit, muziek

diep in slaap in de snaar gekeerd naar de muur.

 

 

 

Carel Fabritius (Midden-Beemster 1622-Delft 1654)

 

 

 

 

 

H_H_terBalkt
H.H. ter Balkt (Usselo, 17 september 1938)

 

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 19 september 2006 en  mijn blog van 19 september 2007 en ook mijn blog van 17 september 2008.

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Ken Kesey werd geboren in La Junta (Colorado) op 17 september 1935. Zie ook mijn blog van 17 september 2008.

 

Uit: One Flew Over the Cuckoo's Nest

 

„He talks a little the way Papa used to, voice loud and full of hell, but he doesn't look like Papa; Papa was a full-blood Columbia Indian — a chief — and hard and shiny as a gunstock. This guy is redheaded with long red sideburns and a tangle of curls out from under his cap, been needing cut a long time, and he's broad as Papa was tall, broad across the jaw and shoulders and chest, a broad white devilish grin, and he's hard in a different kind of way from Papa, kind of the way a baseball is hard under the scuffed leather. A seam runs across his nose and one cheekbone where somebody laid him a good one in a fight, and the stitches are still in the seam. He stands there waiting, and when nobody makes a move to say anything to him he commences to laugh. Nobody can tell exactly why he laughs; there's nothing funny going on. But it's not the way that Public Relation laughs, it's free and loud and it comes out of his wide grinning mouth and spreads in rings bigger and bigger till it's lapping against the walls all over the ward. Not like that fat Public Relation laugh. This sounds real. I realize all of a sudden it's the first laugh I've heard in years.“

 

 

 

 

kesey
Ken Kesey (17 september 1935 – 10 november 2001)

 

 

 

 

De Nederlandse toneel- en kroniekschrijver en essayist Abel Herzberg werd geboren in Amsterdam op 17 september 1893. Zie ook mijn blog van 17 september 2008.

 

Uit: De oneindige oorlog (Interview door stan van Houcke)

 

„‘Ik herinner mij een Scharführer met een hond die op de eerste dag dat we aan het werk gingen tegen ons zei: “Jullie hoeven geen enkele angst te hebben, 75 procent van onze mensen is goed.” Maar de 25 procent die overbleef, daar heb ik het over. Dat waren vijanden. Een andere Scharführer zei: “Wij zijn een arm volk. Jullie zullen ons rijk maken.” Zo was het. Het is niet waar dat alle Duitsers moordlustig waren. Die indruk kreeg ik helemaal niet. En de verschillen waren essentieel. Ik zal je een voorbeeld geven: onze aanvankelijke commandant is ontslagen, werd weggestuurd omdat hij een portret had laten maken door een jood die kon schilderen. Dat is die commandant zo kwalijk genomen dat hij naar het front werd gestuurd. Er zat een zekere menselijkheid in hem en dat mocht niet… Ander voorbeeld. Wij hadden een rechtbank ingesteld, dat was een zeldzaamheid in die kampen. Ik heb daar zelf als advocaat aan meegewerkt. In het begin gebeurde het clandestien, omdat wij bang waren dat ze het zouden verbieden en we ervoor gestraft zouden worden. Maar het kwam toch uit. Diezelfde kampcommandant hoorde ervan en zei toen: “Ja, zoiets begrijp ik wel, wanneer zoveel mensen bijeenleven, moet er wel iets gebeuren. Die rechtspraak is juist.” We crepeerden allemaal van de honger, dus kwam er diefstal voor, vooral onder jongeren, die stalen brood, maar ook kledingsstukken. Er werd veel gestolen, maar er waren weinig dieven, natuurlijk meer dan in de normale maatschappij, maar verreweg de grootste meerderheid ging liever dood dan dat ze van elkaar stal. En omdat het mocht werden de processen openbaar, zelfs Duitse officieren kwamen er bij zitten om te zien hoe het verliep. Zo kregen wij de gelegenheid om hen duidelijk te maken hoe slecht het met ons ging. Maar een andere commandant, Josef Kramer, was heel anders, dat was een echte, die hoorde tot de 25 procent. Als hij een dief te pakken kreeg dan kreeg die Prügel, een afranseling, 25 stokslagen op zijn blote achterste. En dan konden we hem door het hele kamp heen horen schreeuwen van pijn.“

 

 

 

 

herzberg
Abel Herzberg (17 september 1893 - Amsterdam, 19 mei 1989)


Zie voor nog meer schrijvers van de 17e september ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:38 Reageer op dit bericht

Ludwig Roman Fleischer, Dilip Chitre, Albertine Sarrazin, Mary Stewart

De Oostenrijkse schrijver Ludwig Roman Fleischer werd geboren op 17 september 1952 in Wenen. Zie ook mijn blog van 17 september 2008.

 

Uit: Aus der Schule oder Europaanstalt Mayerlingplatz

 

„Direktor Willi Muster hat durch den Bombenalarm nichts an Schwung eingebüßt. Schläue litzt aus seinen Äuglein, von denen sich Lustfältchen bis zu den Ohren kerben, der Schnurrbart zittert über einem Strahlelächeln, der ganze Mann vibriert wie ein Vertreter, der drauf und dran ist, eine Jahrhundertprovision zu verdienen. Qualitätsschule, Mitarbeiter, um die man mich beneidet, unsere Anstalt allen anderen wieder einmal um Jahre voraus.

Muster erläutert ein neues Corporate-Identity-Logo, das er in den letzten Ferientagen gemeinsam mit einigen Vorzugslehrern entworfen hat: ein vierblättriges Kleeblatt, in dem sich die Worte Dynamik, Offenheit, Globalität und Praxisbezogenheit um das Kürzel Mayer-WIFASCH samt der Kringelschlange des Verbandes Christlicher Kaufleute gruppieren. Das Emblem symbolisiere das Selbstbild des "Betriebes", den "Schwung unserer Anstalt". Die werte Kollegenschaft möge über eine entsprechende Bezeichnung für das Logo nachdenken, vielleicht gebe es bereits spontane Ideen. "Schwungpropeller", schlägt Terlaner vor, "christliches Verbandszeug." Muster lächelt ignorativ. "Eventuell sollten wir uns im Anschluß an die Konferenz etwas überlegen. Nun aber zu einem, ich möchte sagen: künstlerischen Unterfangen ..." Endlich kann der Direktor sein Ruprecht Mayerling-Büstenprojekt enthüllen.“

 

 

 

 

Fleischer
Ludwig Roman Fleischer (Wenen, 17 september 1952)

 

 

 

De Indiase dichter, schrijver, schilder en regisseur Dilip Purushottam Chitre werd geboren op 17 september 1938 in Baroda. Zie ook mijn blog van 17 september 2008.

 

 

 

Ich lach. Ich wein.

Ich lach. Ich wein. Ich zünde Kerzen an. Trink Alkohol.
Die Augen noch schmutzig von Liebe. Der Mund
Verdreckt von Gesang. Gedichte wachsen wie Läuse mir im Haar.
Sagte der Romantiker. Saß in einer Kneipe in Bombay.
Die Holzbänke geschwärzt vom Schweiß der Jahre.
Die nackte Birne warf ihren dürftigen Schleier in den Raum.
Die Madonna und das Gotteskind verblaßten an der Wand.
Wir gossen noch etwas Soda zur Tragödie und spülten sie hinab.
Einer sagte Asien steht in Flammen. Ein andrer es wird aufwärts gehn mit Indien.
Draußen lag Bombay wie Erbrochnes. Phosphoreszierend in der Nacht.
Verzeih und unsre Unwissenheit und unsern gestauten Verkehr Herr.
Den schalen Geruch der Paarung hinter Blumengardinen.
Vergib uns unsern Kollektivlärm und unsre Stimmlosigkeit.
Aus solch grandiosen Visionen fallen wir hinaus in schlammige Gassen.
Wir laufen und entgehen dabei knapp dem Leben um ein Uhr
Morgens wenn eben endet unser Tag.

 

 

Vertaald door Lothar Lutze

 

 

 

 

dilipchitre
Dilip Chitre (17 september 1938)

 

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Albertine Sarrazin werd geboren op 17 september 1937 in Allgiers. Zie ook mijn blog van 17 september 2008.

 

 

 

Il y a des mois que j'écoute

 

Il y a des mois que j'écoute
Les nuits et les minuits tomber
Et les camions dérober
La grande vitesse à la route
Et grogner l'heureuse dormeuse
Et manger la prison les vers
Printemps étés automnes hivers
Pour moi n'ont aucune berceuse
Car je suis inutile et belle
En ce lit où l'on n'est plus qu'un
Lasse de ma peau sans parfum
Que pâlit cette ombre cruelle
La nuit crisse et froisse des choses
Par le carreau que j'ai cassé
Où s'engouffre l'air du passé
Tourbillonnant en mille poses
C'est le drap frais le dessin mièvre
Léchant aux murs le reposoir
C'est la voix maternelle un soir
Où l'on criait parmi la fièvre
Le grand jeu d'amant et maîtresse
Fut bien pire que celui-là
C'est lui pourtant qui reste là
Car je suis nue et sans caresse
Mais veux dormir ceci annule
Les précédents Ah m'évader
Dans les pavots ne plus compter
Les pas de cellule en cellule

 

 

 

 

 

Sarrazin
Albertine Sarrazin (17 september 1937 – 10 juli 1967)

 

 

 

 

Rectificatie:

 

De Engelse schrijfster Mary Stewart werd geboren op 17 (en niet 12) september 1916 in Sunderland. Zie ook mijn blog van 12 sepember 2008.

 

Uit: The Ivy Tree

 

„I might have been alone in a painted landscape. The sky was still and blue, and the high cauliflower clouds over towards the south seemed to hang without movement. Against their curded bases the fells curved and folded, blue foothills of the Pennines giving way to the misty green of pasture, where, small in the distance as hedge-parsley, trees showed in the folded valleys, symbols, perhaps, of houses and farms. But in all that windless, wide landscape, I could see no sign of man's hand, except the lines — as old as the ridge and furrow of the pasture below me — of the dry stone walls, and the arrogant stride of the great Wall which Hadrian had driven across Northumberland, nearly two thousand years ago.

The blocks of the Roman-cut stone were warm against my back. Where I sat, the Wall ran high along a ridge. To the right, the cliff fell sheer away to water, the long reach of Crag Lough, now quiet as glass in the sun. To the left, the sweeping, magnificent view to the Pennines. Ahead of me, ridge after ridge running west, with the Wall cresting each curve like a stallion's mane.

There was a sycamore in the gully just below me. Some stray current of air rustled its leaves, momentarily, with a sound like rain. Two lambs, their mother astray somewhere not far away, were sleeping, closely cuddled together, in the warm May sunshine. They had watched me for a time, but I sat there without moving, except for the hand thatlifted the cigarette to my mouth, and after a while the two heads went down again to the warm grass, and they slept.”

 

 

 

stewart
Mary Stewart (Sunderland, 17 september 1916)

 

Geschreven door Romenu om 20:31 Reageer op dit bericht

Breyten Breytenbach, Michael Nava, Andreas Neumeister, James Alan McPherson

De Zuid-Afrikaanse schrijver en dichter Breyten Breytenbach werd geboren op 16 september 1936 in Bonnievale. Zie ook mijn blog van 16 september 2006 en ook mijn blog van 16 september 2007 en ook mijn blog van 16 september 2008.

 

 

Report

 

I saw couples kissing in doorways

turning around with open mouths I walked

across bridges and heard people cough below

I saw grayheads riding in taxis

look through rain-thick windows at buildings

no longer there. snow in winter

and grapes in the summer but I

don’t remember much about it

 

I saw the midnight sun

and birds of all sizes and fish

in the water and the southern cross above a peak

and cats wearing boots and drunken women

and bare trees with blossoms.

snow in the winter

and grapes in summer but

I don’t remember much about it

 

I too heard roosters crow

and the call of trains and voices

in my bed and gods on the roof and I saw

dragons in zoos and the beards

of friends and smelled the sun.

snow in winter and grapes in summer

but I don’t remember much about it

death sets in at the feet

 

One should simply doze off

yet they say for 48 hours consciousness will

still beat at the steamed-up windows of the skull

      like a fish in a basket

      or an astronaut in his spacetub beyond control

      or a Jew under a pyramid of Jews

      or a nigger(lover) in a cell

with a prickling of pins that begins in the soles.

 

Could it be thus?

The giddiness as the floor tilts

and a membrane of water draws over trees

and a zealous hand embraces the throat more tightly?

And what a farce, this fumbling for pictures.

 

Last week’s chrysanthemums are already rotten

on their stems, the green veins perished rubber tubes,

they who were yakking parrots

are now drooping withered wings.

 

Yesterday’s white carnations stink like slumped old women.

Yesterday’s red roses have a deeper bloom

as smothered fists.

 

People usually die flat on their backs,

feet coldly erect as petrified rabbits

or blossoms on a branch,

with a prickling of pins that begins in the soles.

 

My feet are recalcitrant: I must cajole them,

swaddled in rags, because I’m not yet done,

must still learn how to die,

I must still decide how to make up my mind.

 

For now I gaze through a mirror into a riddle,

but tomorrow it will be from face to face.

 

 

 

 

BreytenBreytenbach

Breyten Breytenbach (Bonnievale, 16 september 1936)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Nava werd geboren op 16 september 1954 in Stockton, Calefornië, en groeide op in Sacramento. In 1981 voltooide hij zijn studie rechten aan de Stanford universiteit, waar hij een jaar eerder zijn partner Bill Weinberger had leren kennen. Zij runden samen een advocatenpraktijk, eerst in Palo Alto, vanaf 1984 in Los Angeles. In 1986 verscheen de eerste roman The little death. Na zeven delen was de romancyclus over de homosexuele advocaat Henry Rios in 2001 afgesloten. Nava praktizeert sinds 1995 in San Francisco en is ook actief in de homobeweging.

 

Uit: Rag And Bone

 

I wasn't usually so dyspeptic this early in the day, but I had the world's worst heartburn, undoubtedly the result of a breakfast that had consisted of four cups of coffee, a bagel that was half-burned and half-frozen-I really needed a new toaster-and a handful of vitamins. The bitter aftertaste of the pills lingered at the back of my throat. Also, now that I noticed it, my right arm was throbbing. Great. When I was a teenager, I'd suffered through growing pains; at forty-nine, I was suffering through growing-old pains.

The young deputy A.G. beside me pored over his notes and muttered to himself, as if he were about to argue before the United States Supreme Court rather than a three-judge panel-two white-haired white men, one graying black lady-of the intermediate state appellate court. His knee knocked nervously against mine and I glanced at him. He was a handsome boy with that luminous skin of the young, as if a lantern were burning just beneath the flesh.

"'Scuse me," he murmured without looking up.

"Your first appearance?" I asked.

Now he looked. His eyes were like cornflowers. "Is it that obvious?"

"Don't be too anxious," I said. "They've already written the opinion in your case."

"Really?"

"Really," I said. "Oral argument's mostly for show. It's hardly worth bothering to show up."

"Then why are you here?"

"I'm a criminal defense lawyer," I said. "Tilting at windmills is my specialty."

He smiled civilly, then returned to his notes.

"We will hear People versus Guerra," the presiding justice said.

I pulled myself out of the chair and made my way to counsel table. The young A.G. beside me also stood up.

"You're Mr. Rios?" he said as we headed to counsel table.

"None other," I replied.

He held open the gate that separated the gallery from the well of the court where counsel tables were located, and said, "Great brief. I had to pull an all-nighter to finish my reply."

I remembered his brief had had the whiff of midnight oil. "Thanks. You did a good job, too."

I set my file on my side of the table and was gripped by a wave of nausea so intense I was sure I was going to vomit, but the moment passed.

"Counsel?"

I looked up at the presiding justice, Dahlgren, who was not much older than me and quite possibly a year or two younger.

"I'm sorry, Your Honor."

"Your appearance, please."

"Yes, Your Honor," I grunted. "Henry Rios for defendant and appellant Anthony Guerra."

"Mr. Rios," the lady judge, Justice Harkness, spoke. "Are you all right? You went white as a ghost a second ago."

"Heartburn, Justice Harkness. I'll be fine with a little water." I poured a glass from the carafe on the table. My hand was shaking.

 

 

 

 

 

nava
Michael Nava (Stockton, 16 september 1954)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Andreas Neumeister werd geboren op 16 september 1959 in Starnberg. Hij studeerde na het gymnasium ethnologie in München. Neumaster staat in de traditie van de popliteratuur. Ook rap poetry wordt in zijn collage-achtige teksten verwerkt. In zijn werk „Könnte Köln sein“ onderzoekt hij de samenhang tussen architectuur, politiek en geschiedenis. In 1993 ontving Neumeister de Förderpreis zum Alfred-Döblin-Preis en in 1996 de Bayerische Förderpreis für Literatur.

 

Uit: Könnte Köln sein

 

“Aus dem Wasser ans Land gekrochen. Auf dem Umweg über das Reptil zum aufrechten Gang gefunden. Im Schutz von Bäumen übernachtet. Wo es Höhlen gab, in den Schutz von Höhlen gekrochen. In den tiefsten Höhlen überwintert. Horden gebildet. Immer wieder die Kontinente gewechselt. Auf dem Umweg über Landbrücken und Pässe weites Neuland besiedelt. Vom Urknall

über den Urschrei zur Urhütte gefunden. Das Feld vor der Hütte als Anlass genommen, sesshaft zu werden. Gesellschaftsvertrag. Dörfer gebaut. Fehden gefochten, Schanzen gebaut. Kriege geführt. Grenzen gezogen, Mauern errichtet. Neue Säue durch neue Dörfer getrieben. Gräben gegraben, Mauern geschliffen. Entdeckungen gemacht und Hürden übersprungen. Dabei immer wieder in den Regen geraten. Auf dem Umweg über die Geschichte immer wieder in die Geschichtslosigkeit zurückgefallen. Auf dem Umweg über Abgründe immer wieder festen Boden unter die Füße bekommen. Städte gegründet und Handel getrieben. Immer größere Ansiedlungen geplant. Staaten gegründet. Kriege geführt. Meere überwunden und aus fernen Kontinenten unerhörte Schätze mitgebracht. Sklaven verschifft und weiterverkauft. Städte befestigt und Burgen geschleift.

Neue Waffen erfunden und Kirchen geweiht. Schulen errichtet, Kasernen gebaut. Niederlagen beweint. Siege gefeiert. Immer wieder aufgerappelt und von Neuem gestrauchelt. Gold eingeschmolzen und Münzen geprägt. Dächer geflickt und Paläste angezündet. Vom Land in

die Städte geflüchtet. Fabriken hochgezogen, Produkte verkauft. Eisenbahnlinien in die Landschaft getrieben und um neue Bahnhöfe neue Siedlungen erichtet. Baumschulen gegründet, Hecken gepflanzt

 

wo waren wir stehengeblieben?

 

Brieftauben, schreibt der weltkundige Wissenschaftsteil heute, nutzen gerne das Straßennetz zur Orientierung. Offensichtlich folgen die Tiere lieber Autobahnen oder Schienen, als sich nach ihrem angeborenen Orientierungssinn zu richten – selbst wenn es für sie einen Umweg bedeutet.”

 

 

 

 

neumeister
Andreas Neumeister (Starnberg, 16 september 1959)

Foto: Franz-Xaver Fuchs

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Alan McPherson werd geboren op 16 september 1943 in Savannah, Georgia. In 1978 won hij de Pulitzer Prize voor fictie voor zijn bundel korte verhalen Elbow Room. Zijn werk is gepubliceerd in 27 kranten en tijdschriften, in zeven bloemlezingen van short stories. McPherson studeerde aan de Morgan State University, Morris Brown College, Harvard Law School, de University of Iowa's Writers' Workshop, en aan Yale Law School. Hij doceerde Engels aan de University of California, Santa Cruz, Harvard, en gaf lezingen in Japan.

 

Uit: Hue and Cry. Stories

 

“Thomas Brown stopped going to church at twelve after one Sunday morning when he had been caught playing behind the minister's pulpit by several deacons who had come up into the room early to count the money they had collected from the other children in the Sunday school downstairs. Thomas had seen them putting some of the change in their pockets and they had seen him trying to hide behind the big worn brown pulpit with the several black Bibles and the pitcher of ice water and the glass used by the minister in the more passionate parts of his sermons. It was a Southern Baptist Church.

"Come on down off of that, little Brother Brown," one of the fat, black-suited deacons had told him. "We see you tryin' to hide. Ain't no use tryin' to hide in God's House."

Thomas had stood up and looked at them; all three of them, big-bellied, severe and religiously righteous. "I wasn't tryin' to hide," he said in a low voice.

"Then what was you doin' behind Reverend Stone's pulpit?"

"I was praying," Thomas had said coolly.

After that he did not like to go to church. Still, his mother would make him go every Sunday morning; and since he was only thirteen and very obedient, he could find no excuse not to leave the house. But after leaving with his brother Edward, he would not go all the way to church again. He would make Edward, who was a year younger, leave him at a certain corner a few blocks away from the church where Saturday-night drunks were sleeping or waiting in miseryfor the bars to open on Monday morning. His own father had been that way and Thomas knew that the waiting was very hard. He felt good toward the men, being almost one of them, and liked to listen to them curse and threaten each other lazily in the hot Georgia sun. He liked to look into their faces and wonder what was in their minds that made them not care about anything except the bars opening on Monday morning. He liked to try to distinguish the different shades of black in their hands and arms and faces. And he liked the smell of them. But most of all he liked it when they talked to him and gave him an excuse for not walking down the street two blocks to the Baptist Church.”

 

 

 

 

 

McPherson
James Alan McPherson (Savannah,16 september 1943)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e september ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 20:34 Reageer op dit bericht

Hans Arp, Anna Bosboom - Toussaint, Justin Haythe, Frans Eemil Sillanpää

De Frans-Zwitserse kunstenaar, dichter en schrijver Hans (Jean) Arp werd geboren op 16 september 1886 in Straatsburg. Zie ook mijn blog van 16 september 2006.

 

Opus Null

1

Ich bin der große Derdiedas
das rigorose Regiment
der Ozonstengel prima Qua
der anonyme Einprozent.

Das P. P. Tit und auch die Po
Posaune ohne Mund und Loch
das große Herkulesgeschirr
der linke Fuß vom rechten Koch.

Ich bin der lange Lebenslang
der zwölfte Sinn im Eierstock
der insgesamte Augustin
im lichten Zelluloserock.

2

Er zieht aus seinem schwarzen Sarg
um Sarg um Sarg um Sarg hervor.
Er weint mit seinem Vorderteil
und wickelt sich in Trauerflor.

Halb Zauberer halb Dirigent
taktiert er ohne Alpenstock
sein grünes Ziffernblatt am Hut
und fällt von seinem Kutscherbock.

Dabei stößt er den Ghettofisch
von der möblierten Staffelei.
Sein langer Würfelstrumpf zerreißt
zweimal entzwei dreimal entdrei.

3

Er sitzt mit sich in einem Kreis.
Der Kreis sitzt mit dem eignen Leib.
Ein Sack mit einem Kamm der steht
dient ihm als Sofa und als Weib.

Der eigne Leib der eigne Sack.
Der Vonvon und die linke Haut.
Und tick und tack und tipp und topp
der eigne Leib fällt aus der Braut.

Er schwingt als Pfund aus seinem Stein
die eigne Braut im eignen Sack.
Der eigne Leib im eignen Kreis
fällt nackt als Sofa aus dem Frack.

4

Mit seiner Dampfmaschine treibt
er Hut um Hut aus seinem Hut
und stellt sie auf in Ringelreihn
wie man es mit Soldaten tut.

Dann grüßt er sie mit seinem Hut
der dreimal grüßt mit einem du.
Das traute sie vom Kakasie
ersetzt er durch das Kakadu.

Er sieht sie nicht und grüßt sie doch
er sie mit sich und läuft um sich.
Der Hüte inbegriffen sind
und deckt den Deckel ab vom Ich.

 

 

 

 

hans-arp-1905
Hans Arp (16 september 1886 - 7 juni 1966)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Anna Bosboom - Toussaint werd geboren op 16 september 1912 te Alkmaar. Zie ook mijn blog van 16 september 2006

 

Uit: Almagro

 

“Eene vrouw, die moeder eener achttienjarige dochter is, en nog, daarenboven, Lord jeverless tot echtgenoot heeft, moet vaak genoegens en begeerten aan hare berekeningen opofferen.

De season is reeds aangevangen; alles ijlt naar Londen; twee luisterrijke assemblées zijn er reeds gegeven; entréekaartjes, voor de eerstkomende raouts, liggen vóór mij op mijn schrijfkistje, en toch vertoef ik nog met mijne anny, die beter danst dan menige eerste danseuse van de opera, wier élégante taille in onze côterie haars gelijken niet vindt, hier, op Chummore-Castle, bij den ouden St. really, die altijd buiten woont, sinds hij zijn prachtig hôtel in de hoofdstad, tot zijns zoons meerderjarigheid, aan Sir b. verhuurde.

 

Hij leeft daar echter niet eenzaam, zijne oudvaderlijke gastvrijheid en goed humeur maken, dat hij zijn ruim kasteel bijna altijd opgevuld ziet met gasten, die er komen, om onder de vrienden van den aanzienlijken Lord geteld te worden, of, omdat zij smaak vinden in hem zelven, of in degenen, die men er aantreft. Thans echter, nu de wintervermaken de meeste lieden naar de stad drijven, zoude het hier spoedig ledig geworden zijn, zoo niet onze gastheer aan een gedeelte van zijn gezelschap had voorgesteld, om te blijven tot den dag waarop zijn zoon meerderjarig wordt, daar hij dien met eenigen luister wenscht te vieren. Eenparig werd er besloten, niet te vertrekken; mijn gemaal echter uitgezonderd; hij, die zich hier niet vermaakte, niet inziende, dat hij ergens noodig kan zijn, waar hij zich niet vermaakt, verliet ons, en aan mij alleen bleef het dus opgedragen, om een sinds lang ontworpen huwelijksplan voor mijne dochter tot stand te brengen. Zie, dit is de oorzaak mijner afwezigheid van Londen, in eenen tijd, die zeker door hen, die mij geen goed hart toedragen, gebruikt zal worden, om de ontwerpen, welke hun eigenbelang medebrengt, voor te staan. Doch van dit alles thans niets; liever maak ik het u duidelijk, waarom ik u schrijf.”

 

 

 

 

Bosboom
Anna Bosboom – Toussaint (16 september 1812 – 13 april 1886)

Portret door D. J. Sluyter

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Justin Haythe werd geboren op 16 september 1973 in Londen. Zie ook mijn blog van 16 september 2008.

 

 

Zie voor de drie bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 september 2008.

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver mijn blog van 16 september 2006.


De Finse schrijver en Nobelprijswinnaar Frans Eemil Sillanpää werd geboren in Hämeenkyrö op 16 september 1888.

 

Geschreven door Romenu om 20:28 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten