Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 30 april 2010 tot 1 mei 2010

Guido Gezelle, Joseph Heller, Johano Strasser, Yasmina Reza

De Vlaamse dichter Guido Gezelle werd geboren in Brugge op 1 mei 1830. Zie ook mijn blog van 1 mei 2007 en ook mijn blog van 1 mei 2006 en ook mijn blog van 1 mei 2008 en ook mijn blog van 1 mei 2009.

 

 

Half april

 

Gij blauwgekaakte wolken daar,
halfwit, omtrent uw boorden,
die gruwzaam in de hemel moêrt,
en grimt in ‘t gramme noorden:
hoe lange speelt gij, koud en kil,
de baas nog hier? ‘t Is half april!

‘t Is onbermhertig koud; en ‘t kan,
de zonne ondanks, gebeuren,
dat, ‘s morgens, al dat gers is, wit
geruwrijmd, staat te treuren!
Waar wilt gij, boos geweld, naartoe,
des winters? Wij zijn wintermoe!

‘t Moet zomer zijn, geen koude lucht,
die bijt en straalt; ‘t moet open,
dat, wachtende, in de botte zit
of weer in ‘t gers gekropen,
van schuchterheid, voor ‘t nijpen van
de hardgevuiste winterman!

Staat op, gij oosters zonnelicht,
en schiet, bij volle grepen,
uw schichten uit; doorkwetst, doorlijdt
het graf, daarin, genepen,
de zomer zat: verrijzenist
des konings kind! Te late al is ‘t!

Hallelu-jah! dan zingen zal,
dat ‘t wederklinkt alomme,
de gorgel los, de vogel en
de luidgekeelde blomme;
de klepel zal de klokke slaan
en kondigen de Koning aan.

 

 

 

De ramen

 

De ramen staan vol heiligen,
gemiterd en gestaafd,
gemartelaard, gemaagdekroond,
gehertoogd en gegraafd;
die 't branden van het ovenvier
geglaasd heeft in de scherf,
die, glinsterend, al de talen spreekt
van 't hemelboogs geverf.

Doch schaars is herontsteken in
de oosten het geweld
der zonnevonke, en valt zij op
de heiligen, zo smelt
't samijtwerk uit de mantelworp,

de goudware uit de kroon,
en alles, even wit nu, blinkt
en bliksemt even schoon.

Verdwenen zijt gij, hertogen
en graven dan, zo zaan;
verdwenen, maagden, martelaars
en bisschoppen: voortaan
geen palmen, staven, stolen meer,
't is alles henen, tot
één helderheid gesmolten, in
één zonnelicht - in God.

 

 

 

 

Daar liep een dichtje

 

Daar liep een dichtje in mijn gebed,
en 'k wilde 't aan de kant gezet,
maar, niet te doen, het wilde en 't zou
mij plagen, als ik bidden wou!
En nu is mijn gebed gedaan,
en 't dichtje is 'k weet niet waar gegaan:
vergeefs gezocht, vergeefs, o wee,
'k en vinde noch rijm noch dichtje meer!

 

 

 

 

Guido-Gezelle

Guido Gezelle (1 mei 1830 – 27 november 1899)

Standbeeld in Brugge

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Joseph Heller werd geboren in New York op 1 mei 1923. Zie ook mijn blog van 1 mei 2007 en ook mijn blog van 1 mei 2008 en ook mijn blog van 1 mei 2009.

 

Uit: Closing Time

 

„When people our age speak of the war it is not of Vietnam but of the one that broke out more than half a century ago and swept in almost all the world. It was raging more than two years before we even got into it. More than twenty million Russians, they say, had perished by the time we invaded at Normandy. The tide had already been turned at Stalingrad before we set foot on the Continent, and the Battle of Britain had already been won. Yet a million Americans were casualties of battle before it was over -- three hundred thousand of us were killed in combat. Some twenty-three hundred alone died at Pearl Harbor on that single day of infamy almost half a century back -- more than twenty-five hundred others were wounded -- a greater number of military casualties on just that single day than the total in all but the longest, bloodiest engagements in the Pacific, more than on D day in France.
No wonder we finally went in.
Thank God for the atom bomb, I rejoiced with the rest of the civilized Western world, almost half a century ago, when I read the banner newspaper headlines and learned it had exploded. By then I was already back and out, unharmed and, as an ex-GI, much better off than before. I could go to college. I did go and even taught college for two years in Pennsylvania, then returned to New York and in a while found work as an advertising copywriter in the promotion department of Time magazine.
In only twenty years from now, certainly not longer, newspapers across the country will be printing photographs of their oldest local living veterans of that war who are taking part in the sparse parades on the patriotic holidays. Theparades are sparse already. I never marched. I don't think my father did either. Way, way back, when I was still a kid, crazy Henry Markowitz, an old janitor of my father's generation in the apartment house across the street, would, on Armistice Day and Memorial Day, dig out and don his antique World War I army uniform, even down to the ragged leggings of the earlier Great War, and all that day strut on the sidewalk back and forth from the Norton's Point trolley tracks on Railroad Avenue to the candy store and soda fountain at the corner of Surf Avenue, which was nearer the ocean.

 

 

 

joseph_heller
Joseph Heller (1 mei 1923 – 12 december 1999)

Heller in 1961

 

 

 

 

De Duitse schrijver Johano Strasser werd geboren op 1 mei 1939 in Leeuwarden. Zie ook mijn blog van 1 mei 2009.

 

 

"Camping Europa

Wahrlich wir leben
Und leben nicht schlecht
In Deutschlands europäischem Teil
Aber schon Goethe trieb es nach Süden
Winckelmann träumte von Athen
Unterwegs auf den schlammigen Straßen
Zwischen Bückeburg und Berlin
Mal über den Grenzfluß die Wasserscheide
Endlich vor Augen das andere Meer
Das ist das Leben

Heimlich im Schatten der Backsteindome
Brüten wir eine Ferne aus
Nordkap Nordafrika Normandie
Reisende Büßer in Knobelbechern
Unter unserem Sehnsuchtsblick
Wölbt sich der Himmel wogen die Felder
Schreien die Raben bei Stalingrad

Schwer klumpt die Erde
An unseren Füßen
Hemmt unsere Heimkehr
Wärmten uns lieber an euren Feuern
Lauschten den Liedern
Dem Lachen der Frauen
Herder war Deutscher Das Slawenkapitel
Staunend lesen es unsere Nachbarn:
Unsere Seele wuchert nach Osten

Aber nach Süden lichtet der Wald sich
Hier bauten Fremde
Was wir erträumten"

 

 

 

 

johanostrasser
Johano Strasser (Leeuwarden, 1 mei 1939)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Yasmina Reza werd geboren op 1 mei 1960 in Parijs. Reza is een Iranese met een Hongaarse moeder die in Parijs woont. Zelf zegt ze dat haar enige nationaliteit de Frans taal is.
Haar carrière begon ze echter op de planken als comédienne.  Haar toneelstuk „Art“ trok volle zalen in de 'Comédie des Champs Elysées'; kreeg twee Molières: beste nieuwe auteur en beste productie in de vrije sector. Het was ook een groot succes in het Londense West-End en op Broadway waar ze in 1998 (zeer opmerkelijk voor een niet-Engelstalig auteur) een Tony-award wegkaapte.
Ander werk van haar hand: Conversations après un enterrement (1987), La traversée de l'hiver, Hammerklavier (autobiografisch relaas 1997), Une désolation (roman 1999)

 

Uit: Le Dieu du carnage

 

„ANNETTE. Nous sommes très touchés par votre générosité, nous sommes sensibles au fait que vous tentiez d'aplanir cette situation au lieu de l'envenimer.
VERONIQUE. Franchement c'est la moindre des choses.
MICHEL. Oui ! ANNETTE. Non, non. Combien de parents prennent fait et cause pour leurs enfants de façon elle-même infantile. Si Bruno avait cassé deux dents à Ferdinand, est-ce qu'on aurait pas eu Alain et moi une réaction plus épidermique ? Je ne suis pas sûre qu'on aurait fait preuve d'un telle largeur de vues.
MICHEL. Mais si ! ALAIN. Elle a raison. Pas sûr.
MICHEL. Si. Parce que nous savons tous très bien que l'inverse aurait pu arriver.
Flottement.

(...)

 

VERONIQUE. Maisj'ignorais tout voyons ! Michel nous a dit aux enfants et à moi que le hamster s'était enfui le lendemain matin. Je suis descendue tout de suite, tout de suite,j'ai fait le tour du pâté, je suis même allée à la cave.
MICHEL. Véronique, je trouve odieux d'être subitement sur la sellette pour cette histoire de hamster que tu as cru bon de raconter. C'est une affaire personnelle qui ne regarde que nous et qui n'a rien à voir avec la situation présente ! Et je trouve inconcevable de me faire traiter d'assassin ! Dans ma maison !“

 

 

 

Reza
Yasmina Reza (Parijs, 1 mei 1960)


Zie voor nog meer schrijvers van de 1e mei ook mijn drie vorige blogs van vandaag.
Geschreven door Romenu om 20:18 Reageer op dit bericht

Yánnis Rítsos, Ignazio Silone, Antal Szerb, Aleksander Wat

De Nieuwgriekse dichter Yánnis Rítsos werd geboren op 1 mei 1909 in Monemvasia.

 

 

 

YOU WERE KIND AND SWEET OF TEMPER (ISSOUN KALOS ISSOUN GLYKOS)

 

You were kind and sweet of temper, aIl the good graces were yours,
all the wind's caresses, all the gillyflowers of the garden.

You were light of foot, treading as softly as a gazelle,
when you stepped past our threshold it always glittered like gold

I drew youth from your youth and to boot, I could even smile.
Old age never daunted me and death I could disregard.

But now where can I hold my ground? Where can I find shelter?
I'm stranded like a withered tree in a plain buried in snow

 

Vertaald door Amy Mims

 

 

 

 

Perplexity

 

Closed shops. Flour spilt upon the pavement.

Sandbags heaped by the shelter. Hands folded,

sad, he sits behind the garden's gate. A mob

of swallows flies over, their shadows crossing

his face. He bends over and gathers flowers.

He makes a wreath. Will he put it on?

 

 

 

Vertaald door Scott King

 

 

 

 

ritsos_en_theodorakis
Yánnis Rítsos (1 mei 1909 — 11 november 1990)

Ritsos (hier links) met Mikis Theodorakis

 

 

 

 

De Italiaanse schrijver Ignazio Silone werd geboren op 1 mei 1900 in Pescina dei Marsi

 

Uit  Fontamara (Vertaald door Hanna Dehio)

 

„Auch er wurde als Reaktionär bezeichnet. jeder von uns wartete darauf, an die Reihe zu kommen, und keinem gelang es zu erraten, welche Antwort der Vertreter der Obrigkeit hören wollte. Unsere größte Sorge war natürlich, daß man uns zwingen würde, für jede falsche Antwort zu zahlen, und daß die ganze Prüfung nur ein Vorwand für eine neue Steuer war. Das Wort »Reaktionär«" war uns unbekannt, aber es war mehr als wahrscheinlich, daß es bedeutete »muß bezahlen.
Ich versuchte, mich Baldissera zu nähern und mich von ihm über die richtige Antwort belehren zu lassen, denn er war uns anderen an Wissen und Kenntnis der Gebräuche überlegen. Er sah mich jedoch mit einem mitleidigen Lächeln an wie einer, der ganz gut weiß, worauf es ankommt, aber sein Wissen für sich behalten will.
»Wen läßt du hochleben?,« fragte ihn der Mann des Gesetzes.
Der alte Schuster nahm den Hut ab und rief: »Hoch lebe die Königin Margherita.« Der Erfolg entsprach nicht ganz dem, was Baldissera erwartet hatte. Die Milizsoldaten fingen an zu lachen, und der Anführer bemerkte: »Die ist tot. Die Königin Margherita ist längst gestorben.«
»Was, sie ist gestorben, sagte Baldissera tief betrübt. »Das ist doch nicht möglich.«
Der Dickbäuchige lachte voller Verachtung und sagte zu Filippo:
»Schreib >Konservativer<«.
Baldissera schüttelte noch im Fortgehen den Kopf über diese Häufung unverständlicher Ereignisse. Als nächster wurde Antonio La Zappa aufgerufen. Er war von Berardo entsprechend beraten worden und gab zur Antwort:
»Nieder mit den Spitzbuben.«
Damit rief er heftigen Widerstand bei den schwarzen Männern hervor, die sich persönlich getroffen fühlten.“

 

 

 

IgnazioSilone
Ignazio Silone (1 mei 1900 – 22 augustus 1978)

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver Antal Szerb werd geboren op 1 mei 1901 in Boedapest.

 

Uit: Reise im Mondlicht (Vertaald door Christina Viragh)

 

„Eines Abends, als sie nach dem Theater ins Hotel zurückkehrten, hatte Mihaly das Gefühl, er würde ganz gern noch etwas trinken. Was, das wußte er nicht so genau, am ehesten war ihm nach einem süßen Wein zumute. Er erinnerte sich an den eigenartigen, klassischen Geschmack des Samosweins, den er in Paris, in einer kleinen Weinhandlung in der Rue des Petits Champs 7, oft getrunken hatte, und er überlegte sich, daß Venedig ja schon halbwegs Griechenland war und man bestimmt Wein von Samos oder vielleicht Mavrodaphne bekam, denn mit den italienischen Weinen kannte er sich nicht aus. Er bat Erzsi, allein hinaufzugehen, er komme gleich nach, er wolle nur rasch etwas trinken - wirklich nur ein Glas, sagte er mit gespieltem Ernst, denn Erzsi hatte ihn, ebenfalls scheinernst, zu Mäßigkeit ermahnt, wie es sich für die junge Ehefrau gehört.
Er entfernte sich vom Canal Grande, an dem das Hotel stand, und geriet in die Gassen um die Frezzeria, wo auch jetzt noch viele Leute unterwegs waren, mit der seltsamen Ameisenhaftigkeit, wie sie die Bewohner dieser Stadt charakterisiert. Die Menschen bewegen sich hier immer nur entlang bestimmter Linien, wie die Ameisen, wenn sie den Gartenweg überqueren. Die anderen Gassen bleiben leer. Auch Mihaly hielt sich an eine Ameisenstraße, weil er sich ausrechnete, daß die Bars und Fiaschetterien an den belebten Orten lagen und nicht im unsicheren Halbdunkel der leeren Gassen. Er fand auch zahlreiche Lokale, wo man trinken konnte, aber irgendwie paßte ihm keins. An jedem stimmte etwas mcht. Im einen saßen zu elegante Leute, im anderen zu einfache, und mit keinem konnte er das Getränk, das er suchte, in einen Zusammenhang bringen. Das hatte irgendwie einen heimlicheren Geschmack. Er begann sich einzureden, es gebe in Venedig nur ein einziges Lokal, wo man jenen Wein bekäme, und er müsse den Ort instinktiv finden. So geriet er in die Gäßchen hinein.“

 

 

Szerb
Antal Szerb [1 mei 1901 – 27 januari 1945)

 

 

 

 

De Poolse schrijver en dichter Alexander Wat werd geboren op 1 mei 1900 in Warschau.

 

 

Verdoemd

 

Eerst droomde ik van een koffiemolen.

Een heel gewone. Zo’n ouderwetse. Donker koffiekleurig.

 

(Als kind hield ik ervan het dekseltje open te klappen, te kijken en ogenblikkelijk dicht te slaan. Met angst, trillend! Tot mijn tanden klapperden. Het was alsof ik erin werd fijngemalen! Ik heb altijd geweten dat het slecht moest aflopen.)

 

Eerst was er dus een koffiemolen.

Of misschien leek het maar zo, want even later was het al een molen met wieken geworden.

Die molen stond op zee, op de lijn van de horizon, precies in het midden.

De vier wieken draaiden krakend rond. Ze vermaalden vast iemand.

En boven op elke wiek

draaide een equilibrist in wit

mee op de maat van Die lustige Witwe

met zijn linkerhand leunend op de wiek zweefde hij vloeiend,

met zijn voeten in de ether zilveren vlammen slaand.

Daarna doofde hij. De een na de ander. En zou het donker zijn geweest als de maan niet had gebrand.

Maar waar kwamen die nu vandaan? Voltigeuses?! Mijn beminde voltigeuses!

Licht op zware hoewel snelle molenpaarden

galopperen ze achter elkaar en ik zie er talloze,

sommige in plooiende tule, andere blootjes in zwarte zijden kousen,

weer andere in gitten – goudkleurig, turquoise, zwart, en regenboogkleurig,

de lendenen als suiker zo wit! Als tanden! En sterk, ijzersterk, zo sterk!

 

(Als jongen droomde ik van een voltigeuse – alleen een voltigeuse! Een voltigeuse zadelde de grote liefde van mijn leven! Ach! Ik heb er nooit een gekend. En dat is waarschijnlijk beter, want wat was dat voor een paar geweest: een voltigeuse en een boekhouder in de genationaliseerde begrafenisonderneming.)

 

Tja! niets duurt eeuwig. Want een ogenblik later defileerden in plaats van

de voltigeuses de Sabijnsen, in bruidsuitrusting, hoe dan ook veel trivialer,

 

(elf jaar geleden was ik verliefd op een zekere Sabina, gescheiden, maar maakt het uit: het was niet wederkerig).

 

Derhalve geen

ontvoerde Sabijnsen – vervoerende, dat wel. Waarheen?

Waar heen? Kan ik weten waarheen?

Hoe het ook zij – naar het zelfverlies.

 

Ik werd wakker. Ik wist dat het slecht moest eindigen.

 

(Saint-Mandé, juni 1956)

 

 

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

 

wat

Aleksander Wat (1 mei 1900 – 29 juli 1967)

 

 

 

Zie voor de vier bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 1 mei 2007 en ook mijn blog van 1 mei 2008 en ook mijn blog van 1 mei 2009.

Geschreven door Romenu om 20:15 Reageer op dit bericht

Viktor Astafiev, Reinier van Genderen Stort, Alexej Chomjakov, Marcel Prévost

De Russische schrijver Viktor Astafiev werd geboren op 1 mei 1924 in Ovsyanka. Zie ook mijn blog van 1 mei 2007.

 

Uit: The Cursed And The Slain (Vertaald door Arch Tait en Martin Dewhirst)

 

„Leshka Shestakov, warm and comfortable up on the luggage shelf, uncertainly moved his cap from his ear. In this cosmic howling he began to make out the sound of marching feet, the thundering of some vast military formation, and the sound of the iron train, still rasping in the cracking frost, ceased to set his teeth on edge. He felt a chill of fear and unease run down his back, and a tremulous ecstasy. It began to dawn on the recruits that the foggy, frozen world outside the windows was not howling but singing.

All the time they were being herded out of the carriages by impartially ill-natured men in worn military uniforms, lined up alongside the white spattered train, divided into groups of ten, and ordered to fall in behind, they were turning their heads this way and that, trying to find out who was singing, and where, and why.

Only when they got close to the pine forest, its warm tree tops besieging the winter's fog, looming first black then green through the grey, motionless world, only then did the recruits see waves of human beings advancing from all directions out of the impenetrable mist, rolling in towards them beneath the trees, swaying wearily as they moved along, row upon row in close formation. Like automatons the ragged columns as they marched were exhaling puffs of white breath, which were immediately followed by the eery howling which now resolved itself into slow, drawn out sounds and words which had to be guessed at rather than heard: "Across the steppe march regiments renowned", "Once I've seen it through, Marusya, I'll come back to you, Marusya", "A fearless seagull soaring flew above the mighty ocean blue", "Never, Cossacks of Kuban, forget September twenty-one", "Ho, bold Poltava gun, four wheels made to run and run...".

 

 

 

Astavief
Viktor Astafiev (1 mei 1924 – 29 november 2001)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Reinier van Genderen Stort werd geboren op 1 mei 1886 in Buitenzorg, Nederlands Indië. Zie ook mijn blog van 1 mei 2009.

 

Uit: Kleine Inez

 

„Hij toog naar Leiden, waar de nieuwe gedachten het welsprekendst werden verkondigd. Hij studeerde het recht en volgde tevens lezingen over wijsbegeerte, godgeleerdheid en geschiedenis. Arm, onthield hij zich van geneuchten, die hij, matig, niet begeerde en de aan Luther toegeschreven rijmen, waaraan een meer zwierend dan werkend studiegenoot hem eens luimig had herinnerd,

 

 Wer nicht liebt Wein, Weib und Gesang,

 Der bleibt ein Narr, sein Leben lang,

 

hadden hem slechts doen schouderophalen.

Na vier jaar promoveerde hij op een proefschrift over het staatswezen in de 14e eeuw, maar zoo uitnemend van kennis en betoog bleek dit omvangrijk geschrift, dat hij weinige maanden later tot hoogleeraar benoemd werd, ter vervanging van den aftredenden Nestor der rechtskundige faculteit.

Dit stout debuut verdiepte een eerzucht, waarvan de uiting nochtans beheerscht bleef. Hij werd een der meest gezaghebbende staathuishoudkundigen in den lande. Briefwisseling met buitenlandsche geleerden, medewerking aan een duitsch maandschrift, vertalingen zijner geschriften verbreidden zijn naam in beide halfronden. Maar de vroede kalmte van het academisch leven voldeed hem niet.

Dadelijker wilde hij invloed oefenen op het leven zijner tijdgenooten. Zoo koerste hij driest met scherpen boeg, de woelige zee op der politiek. Ook hier dwong zijn sterke persoonlijkheid tot aller aandacht, ook hier won hij een aanhang, die gaandeweg zich verkernde tot een liberale keurbende, en waarvan de invloed op 's lands zaken al stelliger bleek.“

 

 

 

GenderenStort

Reinier van Genderen Stort (1 mei 1886 – 7 januari 1942)

Boekomslag van „Kleine Inez“ (uitgave 1969)

 

 

 

De Russische dichter, schrijver, filosoof en theoloog Alexej Stepanovitsj Chomjakov werd geboren op 1 mei 1804 in Moskou. Hij volgde diverse studies aan de Lomonosov-Universiteit te Moskou en schreef al snel zonder moeite artikelen in het Frans, Duits en Engels. Nadat hij van 1822 tot 1825 militaire dienst had vervuld, ging hij naar Parijs, waar hij zich bezighield met schilderkunst en het historisch drama Jermak schreef (uitgegeven in 1832). Toen hij in 1826 terugkeerde naar Moskou publiceerde hij diverse hooggeprezen gedichten in diverse literaire tijdschriften.Van 1828 tot 1829 vocht hij in de Russisch-Turkse oorlog, om zich daarna terug te trekken op zijn landgoed. In 1839 schreef hij daar zijn artikel Over oud en nieuw, waarmee hij de grondslag legde voor de Slavofilie.

 

 

Youth

 

Heaven, make my hands
Like a mighty titan’s!
I’ll envelop nature
In my fervid grasp,
I shall hold nature
To my trembling heart,
And she will respond
To my heart’s desire
With the love of youth.
Everything in her
Shines and breathes with passion;
In her, nothing sleeps
In hibernal slumber.

 

Fearsome volcanoes
Rumble on the earth;
Boisterous rivers
Flow into the ocean;
In the sea azure
Billows bounce swiftly,
Playing stormy games.
Both the sea and land
Grant ebullient dreams,
Joyfulness and hope,
Fame and youthful beauty
To a mortal man.
Stars in the blue heavens
Hurry after stars;
In the streams of lustre
Flow across the ether
Secret words of passion,
Secret declarations.
Centuries go by,
Centuries are born—
An eternal struggle,
An impassioned life.

 

Heaven, give a titan’s
Mighty hands to me:
I must hold nature,
Like an ardent lover,
In my joyful grasp.

 

 

 

Vertaald door Dmitry Shatalov

 

 

 

 

460px-KhomyakovA_AvtoportretABR
Alexej Chomjakov (1 mei  1804 – 5 oktober 1860)

Zelfportret, 1842

 

 

 

 

De Franse schrijver Marcel Prévost (eig Eugène Marcel) werd geboren op 1 mei 1862 in Parijs. Zie ook mijn blog van 1 mei 2007.

 

 

Uit: Marcel Prévost (Biografie door Jules Bertaut)

 

„On peut donc dire que l'auteur de Mademoiselle Jaufre a subi dans toute son étendue l'éducation

religieuse. On a tant écrit sur l'empreinte fatale  qu'impose à un jeune esprit une éducation de cet

ordre, et il n'g aurait point à revenir sur ce sujet  si nous n'observions précisément, à propos de  M. Marcel Prévost, combien les effets de cette  prise de possession d'une âme sont divers et singu-

liers. Que M. Prévost se soit longtemps ressenti  de son éducation première, nul ne le conteste

înais qu'il s'en soit ressenti dans le sens où on  l'observe d'ordinaire chez les esprits médiocres,

voilà qui est faux. Vous pouvez relire toutes les  pages de ses romans et de ses articles, depuis ses  débuts au Clairon, depuis le Scorpion jusqu'aux  Lettres à Françoise, en aucun passage cous ne  rencontrerez cette mollesse de style, cette souplesse  lâche de pensée, ce iarabiscotage de l'esprit qui  sont proprement les signes qu'un écrivain a subi  une première et durable éducation religieuse.

Les oéritables traces de ses influences primitives  ne sont point ici, mais dans le souci constant qu'il a  de poser et de discuter des problèmes moraux, dans  le sentiment des devoirs et des lois sociales et morales, dans l'acceptation ou dans le refus de ces lois  et de ces devoirs. Cette disposition de l'esprit qui  nous incline à observer la vie non dans le seul but  d'en tirer des notations curieuses ou émouvantes,  mais dans le désir d'y glaner des faits susceptibles  de servir de bases ou d'arguments à une discussion  morale et qui est proprement l'état d'esprit du  moraliste, M. Marcel Prévost la possède dans  toute son étendue, et je ne crains pas d'affirmer que  c'est à son éducation première qu'il en doit l'acquisition. Ce n'est un secret pour personne que l'éducation pratiquée par des religieux catholiques et  surtout l'exercice du culte catholique développent  à l'extrême les faculés d'analyse.“

 

 

 

prevost

Marcel Prévost (1 mei 1862 – 8 april 1941)
Geschreven door Romenu om 20:13 Reageer op dit bericht

Konrad Weiß, Joseph Addison, José Martiniano de Alencar, Jean de Joinville

De Duitse dichter Konrad Weiß werd op 1 mei 1889 geboren in Rauhenbretzingen. Zie ook mijn blog van 1 mei 2007.

 

 

Seelische Jagd

 

Schmetterling in meinem Hauch,

Dich zu lieben,

mir mit Beben

steht die Seele ganz in Rauch,

blutvergeben

Dir im Feuer nachzustieben.

 

Eifernd mit der Worte Schwund

lahmer Zunge,

sinnesohne,

kraftlos schwirrt der müde Mund

krank vor Wonne,

zwitschernd wie das Vogeljunge.

 

Nein schon eine ganze Brut

Seelenlasten

zehrt die Reste,

füllt die leere Brust mit Wut,

zwingt vom Neste

sie nach Atzung fortzuhasten.

 

Liebe nicht, nur Frevels Magd,

neue Reue

stillt die Fehle.

Nimmer ruht die wilde Jagd.

Wann die Seele

nährt der Schmetterling, der treue?

 

 

 

Michelbach

Konrad Weiß (1 mei 1880 – 4 januari 1940)

Blik op Michelbach / Bilz (waar Rauhenbretzingen tegenwoordig deel van uit maakt)

 

 

 

 

De Britse politicus en schrijver Joseph Addison werd geboren in Milston (Wiltshire) op 1 mei 1672. Zijn naam wordt meestal samen genoemd met die van zijn levenslange vriend, Richard Steele, met wie hij het tijdschrift The Spectator oprichtte. Addison studeerde klassieke talen in Oxford. Vervolgens reisde hij vier jaar door Frankrijk en Italië. Het eerste grote gedicht dat hij publiceerde was The campaign (1705), dat hij opdroeg aan de hertog van Marlborough voor diens overwinning bij Blenheim. Hij werkte mee aan het door Steele opgerichte tijdschrift The Tatler. In het samen met Steele opgerichte blad The Spectator waren zijn bekendste bijdragen de commentaren op Paradise Lost van John Milton en op de opera aan het begin van de 18e eeuw. Populair werden ook de met Steele geschreven Sir Roger de Coverley papers, die op een rake en vermakelijke manier het leven van een landedelman en zijn bezoeken aan Londen beschrijven. In 1717 werd Addison, die onder meer sinds 1708 lid van het Lagerhuis was en ook bestuursfuncties vervulde, tot Secretary of State benoemd.

 

Uit: On Christian Religion

 

„How much greater confirmation of his faith would he have received, had he seen our Saviour's prophecy stand good in the destruction of the temple, and the dissolution of the Jewish economy, when Jews and Pagans united all their endeavours, under Julian the apostate, to baffle and falsify the prediction? The great preparations that were made for re-building the temple, with the hurricane, earthquake, and eruptions of fire, that destroyed the work, and terrified those employed in the attempt from proceeding in it, are related by many historians of the same age, and the substance of the story testified both by Pagan and Jewish writers, as Ammianus Marcellinus and Zemath-David.

The learned Chrysostome, in a sermon against the Jews, tells them this fact was then fresh in the memories even of their young men, that it happened but twenty years ago, and that it was attested by all the inhabitants of Jerusalem, where they might still see the marks of it in the rubbish of that work, from which the Jews desisted in so great a fright, and which even Julian had not the courage to carry on. This fact, which is in itself so miraculous, and so indisputable, brought over many of the, Jews to Christianity; and shows us, that after our Saviour's prophecy against it, the temple could not be preserved from the plough passing over it, by all the care of Titus, who would fain have prevented its destruction, and that instead of being re-edified by Julian, all his endeavours towards it did but still more literally accomplish our Saviour's prediction, that not one stone should be left upon another.“

 

 

 

Adisson

Joseph Addison (1 mei 1672 – 17 juni 1719)

Portret door Godfrey Kneller, 1700 - 1710

 



De Braziliaanse schrijver José Martiniano de Alencar werd geboren op 1 mei 1829 in Mecejana. Zie ook mijn blog van 1 mei 2007.

 

Uit: Senhora, Profile of a Woman (vertaald door Catarina Feldmann Edinger)

 

„Had the beautiful face not constantly betrayed, even in moments of contemplation and distraction, this tint of sarcasm, no one would see it as Aurélia's true visage, but as the mask of some deep disillusionment.

It is hard to believe that nature would limn such pure and clear features only to mar their harmony with a pungent, sardonic smile. God would not soften such large, wide eyes with charming tenderness if He had intended them to fire sparks of contempt.

Why that statuesque, perfect silhouette, if instead of breathing deep with the gentle flows of love, it only raged with scorn?

In the living room, surrounded by admirers, amid splendid reflections of beauty, Aurélia, far from becoming intoxicated by the adoration evoked by her beauty and by the homage paid her, on the contrary, showed only indignation toward this vulgar, contemptible horde.

It was not a triumph she considered worthy of her, these people's abject humiliation before her riches. It was a challenge she thrust upon the world, proud to crush it beneath her heel like a poisonous reptile.

Such is the world; the satanic fire of that woman's beauty was her greatest seduction. In the embittered ardor of her rebellious soul, one could fathom abysses of passion that foretold tempests of sensuality promised by the love of the virginal bacchante.“

 

 

 

Alencar

José Alencar (1 mei 1829 – 12 december 1877)

 

 

 

 

De Franse kroniekschrijver en biograaf Jean de Joinville werd geboren rond 1 mei 1224 als zoon van Simon van Joinville en van Beatrix van Auxonne. Hij volgde zijn vader in 1233 op als heer van Joinville. Jean was een vroom man, die zijn best deed om zijn heerlijkheid goed te besturen. Hij vervoegde Lodewijk IX in de zevende kruistocht en werd er zijn vertrouweling en meest naaste raadgever. In 1270 nam hij evenwel geen deel aan de achtste kruistocht van Lodewijk IX, omdat hij voorzag dat dit een mislukking zou worden. Jean raakte vooral bekend als biograaf van Lodewijk IX. Het bekende Livre des saintes paroles et des bons faiz nostre roy saint Looys werd tussen 1305 en 1309 door Jean geschreven op vraag van Johanna van Navarra, echtgenote van Filips IV.

 

Uit: Livre des saintes paroles et des bons faiz nostre roy saint Looys

 

„En nom de Dieu le tout puissant, je Jehans sires de Joinville, seneschaus de Champaigne, faiz escrire la vie nostre saint roy Looys, ce que je vi et oy par l'espace de sis anz que je fu en sa compaignie ou pelerinage d'outre mer, et puis que nous revenimes. Et avant que je vous conte de ses grans faiz et de sa chevalerie, vous conterai-je ce que je vi et oy de ses saintes paroles et de ses bons enseignemens, pour ce qu'il soient trouvé li uns après l'autre pour édifier ceus qui les orront.

   Cil sainz hom ama Dieu de tout son cuer et ensuivi ses œuvres; et y apparut en ce que, aussi comme Dieus morut pour l'amour que il avoit en son peuple, mist-il son cors en avanture par plusieurs fois pour l'amour que il avoit à son peuple; et s'en fust bien soufers, se il vousist, si comme vous orrez ci-après.

   La grans amours qu'il avoit à son peuple parut à ce qu'il dist à mon signour Looys, son aisné fil, en une mout grant maladie que il ot à Fonteinne-Bliauz: «Baus fiz, fist il, je te pri que tu te faces amer au peuple de ton royaume; car vraiement je ameroie mieus que uns Escoz venist d'Escosse et gouvernast le peuple du royaume bien et loyaument, que que tu le gouvernasses mal apertement.» Li sainz roys ama tant verité que neis aus Sarrazins ne vout-il pas mentir de ce que il lour avoit en convenant, si comme vous orrez ci-après.“

 

 

 

Joinville_Blondel
Jean de Joinville (ca. 1 mei 1224 - 24 december 1317)

Jean de Joinville (Merry-Joseph Blondel, 19e eeuw)

Geschreven door Romenu om 20:09 Reageer op dit bericht

70 Jaar Jeroen Brouwers, Alexander Osang, Luise Rinser, Ulla Hahn

De Nederlandse schrijver Jeroen Brouwers werd geboren op 30 april 1940 in Batavia, de hoofdstad van het voormalige Nederlands-Indië (tegenwoordig Djakarta, Indonesië). Zie ook mijn blog van 30 april 2007 en ook mijn blog van 30 april 2008 en ook mijn blog van 30 april 2009.

 

Jeroen Brouwers viert vandaag zijn 70e verjaardag.

 

Uit: Joris Ockeloen en het wachten

 

„Joris Ockeloen verwerpt het plan om eindelijk op te staan, zijn benen te strekken, met zijn handen op zijn rug wat te gaan lopen, zijn passen te tellen, en uit te maken of de hal inderdaad vierkant is, zoals hij denkt. Wanneer hij zich maar even beweegt kraken de rug- en armleuningen en de zitting van de rieten stoel die hem uren geleden is aangewezen en die hij sindsdien niet heeft durven verlaten. leder geluid wordt hem kwalijk genomen. De schrijvende non aan de andere kant van de hal zit daar speciaal om zich over geluiden op te winden. De hal ligt diep in de kraamkliniek. Vijf gangen, geladen met zon en waarvan er zeker één terugleidt naar de voordeur, komen uit in de hal. Artsen, verpleegsters, nonnen, corveeërs met wagentjes medische apparatuur of serviesgoed, doorkruisen, voornamelijk geruisloos, de hal en verlenen er, steeds als ze de glazen tochtdeur naar een van de gangen openen, ongewild toegang mee aan gedempte muziek die van elders komt. Bij ieder geluid kijkt de non op; zodra het is verstorven hervat ze haar schrijfwerk. Met vinnige bewegingen van haar hand, waarin een nauwelijks zichtbaar pennetje, vult ze papieren in. Wellicht tekent ze de herkomst van de geluiden aan en heeft dan dus al moeten rapporteren dat Ockeloen zat te ritselen met een krant en dat hij de asbak over het glazen blad van het tafeltje naar zich toe heeft getrokken.“

 

 

 

brouwers
Jeroen Brouwers (Batavia, 30 april 1940)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en journalist Alexander Osang werd geboren op 30 april 1962 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 30 april 2009.

 

Uit: Tamara Danz

 

„Es war noch kühl in Kanada. Aber der Himmel war hellblau, die Baumspitzen bewegten sich kaum, es waren nur wenige Autos unterwegs, es war morgens, und der Expressway 55 lag hell, weit und unbefleckt vor uns ausgerollt. Es sah nach einem Tag aus, der uns mit Amerika versöhnen könnte. Und den hatten wir auch nötig.

Gestern abend hatten wir den Nordosten von New York State stundenlang nach einem brauchbaren Motel abgesucht. Wir hatten ein paar verqualmte, sündhaft teure Kaschemmen inspiziert, hinter deren Tresen verwegene Gestalten mit Alkoholfahnen und krank aussehenden Hunden lauerten. Wir waren weitergefahren, durch eine windige, kalte Einöde, die kein Ende hatte. So lange, bis wir uns zu den Kaschemmen zurückgesehnt hatten, weil in ihnen wenigstens Betten standen. Irgendwann hatten wir nördlich eines Kaffs mit dem Namen Plattsburgh ein teures, aber sauberes „Super-8“-Motel gefunden. Der Pool war winzig gewesen, aber auf dem Parkplatz standen ein paar Bänke. Wir hatten zwei Zimmer genommen und im nächsten Supermarkt Dosenbier und Sandwiches gekauft. Als wir zurückkamen, war es dunkel, und die Bänke auf unserem Parkplatz wurden von Tausenden Moskitos umschwirrt. Wir hatten das Bier auf unseren Zimmern getrunken. Anschließend war ich raus auf den Parkplatz gegangen und hatte zwischen den aggressiven Moskitos eine hastige Zigarette geraucht.“

 

 

 

 

Osang
Alexander Osang (Berlijn, 30 april 1962)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Louise Rinser werd op 30 april 1911 in Pitzling geboren. Zie ook mijn blog van 30 april 2007 en ook mijn blog van 30 april 2008 en ook mijn blog van 30 april 2009.

 

Uit: Nordkoreanisches Reisetagebuch

 

“Wir fahren also über Land. Ein heißer Tag. Es hat lange nicht geregnet, wir fahren in Staubnebeln, hinter denen rot die Sonne steht. Aber auf den Straßen gehen Scharen von Menschen, viel Jugend, sie gehen zur Feldarbeit, hier wird nicht Reis, sondern Mais gepflanzt, also ins Trockene, nicht in Schlammfelder. Keine angenehme Arbeit. Ich bitte den Kameramann, das zu filmen. Er tut es ungern. Das gebe ein ungutes Bild von Nordkorea, meint er. Ich widerspreche ihm. Also filmt er ein weites Feld mit Pflanzern hinter Staubschleiern.

Die Klinik gehört zu einem Dorf, das, Dach an Dach, in eine flache Talmulde geduckt ist. Fünfzig Häuser wie überall bilden das Dorf. Diese Dörfer scheinen alt, aber sie wurden fast alle nach dem Krieg gebaut, also nach einem Plan. Aber wie bringen die Nordkoreaner es zuwege, dass das Ganze keinen öden Siedlungscharakter hat, da doch die Häuser alle sich gleichen? Die geschweiften Dächer mit den Giebelschnitzereien schaffen, den Eindruck lebendiger Bewegung. Man sollte ähnliche Lösungen auch bei uns im Westen finden. Die Ausschließlichkeit der Verwendung gerader Linien und scharfer Kanten, ist schlecht, die Natur kennt sie nicht, sie stören also in der Landschaft, sie schaffen böse Disharmonie.

Das Dorf ist wie ausgestorben. Alle sind auf den Feldern. Nur, Kinder sind da, sie sind in der Kinderkrippe und im Kindergarten, gut betreut. Dort bekommen sie auch zu essen. Kostenlos. Den arbeitenden Frauen ist es freigestellt, ob sie zu Hause selbst kochen oder ob sie in der Gemeinschaftsküche essen wollen. Das scheint hier Prinzip zu sein: die Erleichterungen werden der Frau angeboten, aber sie wird nicht gezwungen, sie anzunehmen.

Die Klinik ist klein, sie genügt für das Dorf und seine Umgebung, und für leichtere Fälle. Fünfzehn Kilometer entfernt ist die Klinik der Kreisstadt, wo operiert werden kann. Hier behandelt man die ortsüblichen Krankheiten: Erkältungen und Rheuma. Die Klinik hat fünf Räume. Zwei sind jetzt besetzt. ein alter Mann mit Blasenkatarrh, ein andrer mit Halsentzündung. Es gibt drei Ärzte, einer ist auf Station, die andern sind ambulant tätig. Dazu gibt es hier zwei Pfleger. Für die Rheumakranken gibt es zwei "Ondul"-Kammern, Räume mit der üblichen Fußbodenheizung, wo die Patienten auf dem warmen Boden liegen. Im Badezimmer bekommen sie Kräuterbäder, zum Trinken reinigende Tees.

 

 

 

 

luise-und-kim
Luise Rinser (30 april 1911 – 17 maart 2002)

Luise Rinser met Kim Il Sung

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulla Hahn werd geboren op 30 april 1946 in Brachthausen. Zie ook mijn blog van 30 april 2007 en ook mijn blog van 2 mei 2006 en ook mijn blog van 30 april 2008 en ook mijn blog van 30 april 2009.

 

Uit: Aufbruch

 

„Lommer jonn, hatte der Großvater gesagt, lasst uns gehen!, in die Luft gegriffen und sie zwischen den Fingern gerieben. War sie schon dick genug zum Säen, dünn genug zum Ernten?

Wie freudig war ich ihm alle Mal gefolgt, das Weidenkörbchen mit den Hasenbroten in der einen, den Bruder an der anderen Hand. Aus dem kleinen Haus in der Altstraße 2, wo die Großmutter regierte und der liebe Gott, der Vater op de Fabrik ging und die Mutter putzen, zogen wir vorbei an Rathaus, Schinderturm,

Kirchberg, durch Rüben-, Kohl- und Porreefelder an den Rhein, ans Wasser. Dorthin, wo keine Großmutter Gott und Teufel beschwor, kein Vater drohte, keine Mutter knurrte, wo ich mich losriss von der Hand des Großvaters und loslief, auf und davon und weit hinein ins Leben, durch Kindergarten und Volksschule, Mittelschule und erste Liebe, eine Lehrstelle auf der Pappenfabrik, die Flucht in den Alkohol und die Erlösung daraus. War Beichtkind, Kommunionkind, Firmling gewesen, hatte mich von Hildegard in Hilla umgetauft, mir das schöne Sprechen beigebracht, das Essen mit Messer und Gabel.

Lommer jonn, hätte der Großvater an einem Tag wie heute gesagt, frostklare Sonne, ein krisper Wind, ventus, venti, masculinum, ich hatte die Zeit seit der Kündigung meiner Lehrstelle genutzt, carpe diem, hatte mein Pensum intus, mit der Sprache, der lingua Gottes, auf tu und du. Ich hatte die Prüfung bestanden. Das Aufbaugymnasium erwartete mich. Das Wilhelm-von- Humboldt-Aufbaugymnasium.

Lommer jonn, hätte er gesagt, und ich wickelte mich in Mütze und Schal, machte mich auf, an den Rhein, ans Wasser, dorthin, wo die Wellen mir mein erstes Buch vor die Füße gespült hat-ten, einen weißen, von grauen und schwarzen Linien geäderten Kiesel.“

 

 

 

 

Ulla-Hahn
Ulla Hahn (Brachthausen, 30 april 1946)


Zie voor nog meer schrijvers van de 30e april ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:03 Reageer op dit bericht

John Boyne, Annie Dillard, Barbara Seranella, Jaroslav Hašek, David Zane Mairowitz

De Ierse schrijver John Boyne werd geboren in Dublin op 30 april 1971. Zie ook mijn blog van 30 april 2007 en ook mijn blog van 30 april 2008 en ook mijn blog van 30 april 2009.

 

Uit: Het winterpaleis (The House Of Special Purpose, vertaald door Mechteld Jansen)

 

“Mijn vader en moeder hadden geen gelukkig huwelijk.

Het is jaren geleden dat ik hun gezelschap heb moeten verdragen, decennia zelfs, maar elke dag zijn ze even in mijn gedachten, een paar momenten, meer niet. Een fluistering van het geheugen, licht als Zoya’s adem in mijn nek als ze ’s nachts naast me ligt te slapen. Zacht als haar lippen op mijn wang als ze me kust in het eerste ochtendlicht. Ik zou niet kunnen zeggen wanneer ze precies gestorven zijn. Ik weet niets over hun overlijden, afgezien van de onbetwistbare zekerheid dat ze niet langer op deze wereld zijn. Maar ik denk aan hen. Ik denk nog steeds aan hen.

Ik heb me altijd voorgesteld dat mijn vader, Daniil Vladjavitsj, als eerste stierf. Hij was de dertig al gepasseerd toen ik geboren werd en voor zover ik me kan herinneren is hij nooit gezegend geweest met een goede gezondheid. Ik herinner me dat ik als klein kind bij het wakker worden in onze kleine houten izba in Kasjin, in het groothertogdom Moskovië, mijn handjes meteen tegen mijn oren drukte om het geluid van zijn sterfelijkheid te dempen; hij hoestte en rochelde, en spoog zijn slijm in de vlammen van ons kacheltje. Ik denk nu dat hij wellicht een longaandoening had. Misschien emfyseem.

Het is moeilijk te zeggen. Er waren geen artsen om hem te behandelen. Geen medicijnen. En hij droeg zijn vele ziektes niet met kracht of gratie. Als hij leed, leden wij ook.

Zijn voorhoofd rees op groteske wijze op van zijn hoofd, dat herinner ik me ook nog: een grote massa misvormd, overhangend vel met kleinere bobbels aan weerszijden.

Zijn huid stond tussen de haarlijn en neusbrug strak gespannen, wat zijn wenkbrauwen noordwaarts trok en hem een voortdurende ongeruste gelaatsuitdrukking gaf. Mijn oudere zus Liska vertelde een keer dat het door een complicatie bij zijn geboorte was gekomen. Een incompetente arts had hem bij zijn schedel in plaats van zijn schouders gegrepen toen hij ter wereld kwam en te hard op het soepele, nog niet verharde bot eronder gedrukt. Of misschien was het een luie vroedvrouw, slordig met het kind van een ander. Zijn moeder bleef niet lang genoeg in leven om het creatuur te zien dat ze had voortgebracht, de misvormde baby met de mismaakte schedel. Mijn grootmoeder gaf haar leven om mijn vader het zijne te schenken.”

 

 

 

Boyne

John Boyne (Dublin, 30 april 1971)

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Annie Dillard werd geboren op 30 april 1945 in Pittsburgh. Zie ook mijn blog van 30 april 2007 en ook mijn blog van 30 april 2009.

 

 

Mayakovsky In New York:

 

New York: You take a train that rips through versts.

It feels as if the trains were running over your ears.

 

For many hours the train flies along the banks

of the Hudson about two feet from the water. At the stops,

passengers run out, buy up bunches of celery,

and run back in, chewing the stalks as they go.

 

Bridges leap over the train with increasing frequency.

 

At each stop an additional story grows

onto the roofs. Finally houses with squares

and dots of windows rise up. No matter how far

you throw back your head, there are no tops.

 

Time and again, the telegraph poles are made

of wood. Maybe it only seems that way.

 

In the narrow canyons between the buildings, a sort

of adventurer-wind howls and runs away

along the versts of the ten avenues. Below

flows a solid human mass. Only their yellow

waterproof slickers hiss like samovars and blaze.

The construction rises and with it the crane, as if

the building were being lifted up off the ground

by its pigtail. It is hard to take it seriously.

 

The buildings are glowing with electricity; their evenly

cut-out windows are like a stencil. Under awnings

the papers lie in heaps, delivered by trucks.

It is impossible to tear oneself away from this spectacle.

 

At midnight those leaving the theaters drink a last soda.

Puddles of rain stand cooling. Poor people scavenge

bones. In all directions is a labyrinth of trains

suffocated by vaults. There is no hope, your eyes

are not accustomed to seeing such things.

 

They are starting to evolve an American gait out

of the cautious steps of the Indians on the paths of empty

Manhattan. Maybe it only seems that way.

 

 

 

 

annie_dillard

Annie Dillard (Pittsburgh, 30 april 1945)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Barbara Seranella werd geboren op 30 april 1956 in Santa Monica. Zie ook mijn blog van 30 april 2008 en ook mijn blog van 30 april 2009.

 

Uit: Unpaid Dues

 

„The sixty-two-year-old groundskeeper of the exclusive Riviera Country Club spotted the bodies at first light. The corpses huddled against each other at the bottom of the concrete storm channel just before it disappeared downstream beneath the golf course. Wide enough to drive through, the storm channel had offered many surprises in the past -- hubcaps, beach chairs, the broken shafts of misbehaving seven-irons -- but never anything so horrific. Hector Granados had been hoping for treasure this Monday morning, especially after the heavy winter rain the previous weekend. Golf games had been canceled and the typically barren storm drain that ran beneath the course had turned into a raging torrent. This amount of water, he knew, was capable of carrying and then depositing a vast range of large, sometimes valuable refuse.

At first he thought it was a bundle of clothing, then he saw the hands. The larger body, the female, clutched a baby to her bosom. He looked for a long time, and the baby never moved. Its little hand reached out stiffly from beneath a blanket. The slow-moving current carried a branch. It tangled with the woman's hair, causing her head to pull back. The gaping wound in her throat opened into a grotesque and silent scream. Her eyelids were purple and protruded from her face like two medallions of raw liver, and a small stream of foamy pink bubbles trickled from her lifeless mouth.

"Oh my God," he said first in English, then several more times in his native Spanish. He used his two-way radio to contact the clubhouse. "The police," he told Pat, the starter. "We need the police."

"What's wrong?" Pat asked.

"It's terrible," he sobbed. "Dios mío."

"What?"

"Bodies, two of them," Hector said, his breath short as if he had been running. "In the canal. Ay, pobrecito bebé."

 

 

 

 

BarbaraSeranella
Barbara Seranella (30 april 1956 - 21 januari 2007)

 

 

 

 

De Tsjechische schrijver Jaroslav Hašek werd geboren op 30 april 1883 in Praag. Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 30 april 2007 en ook mijn blog van 30 april 2009.

 

Uit: Fateful Adventures of the Good Soldier Švejk (Vertaald door Cecil Parrott)

 

„There were many of those that were prepared by the Ministry of Interior State Security in cooperation with the Ministry of Land Defense to which the State police was subordinate.

At the Land Headquarters of the State police in Prague they could not copy and send them out fast enough.

There was:

The directive on controlling the local population’s views.

The guidance on how to monitor, in conversations with the local population, the influence of the news from the battlefield on its views.

A questionnaire regarding how the local population behaves toward the publicly tendered war loans and collections.

A questionnaire on the mood among the members of local self-government bodies and intellectuals.

A directive on determining without delay to which political parties the local population belongs, and how strong the individual parties are.

A directive on controlling the activities of the leaders of local political parties and determining the level of loyalty of certain political parties, represented among the local population.

A questionnaire on which newspapers, magazines and brochures get delivered within the police station’s beat.

An instruction regarding determining with whom the persons suspect of disloyalty are in contact, and how their disloyalty manifests itself.

An instruction regarding how to recruit paid finks and informers among the local population.

An instruction for the paid informers from among the local population who were registered at the State police station as being in its service.“

 

 

 

 

449px-Svejk
Jaroslav Hašek (30 april 1883 – 3 januari 1923)

Beeld van de legendarische tsjechische soldaat Schwejk in Sanok, Polen (door Adam Przybysz)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 30 april 2009.

 

De Europees-Amerikaanse schrijver David Zane Mairowitz werd geboren op 30 april 1943 in New York.

Geschreven door Romenu om 20:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten