Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 oktober 2010 tot 20 oktober 2010

Hans Warren, Arthur Rimbaud, Marnix Gijsen, Oskar Pastior

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Hans Warren werd op 20 oktober 1921 geboren in Borssele. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2006 en ook mijn blog van 20 oktober 2007 en ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

Uit: Geheim Dagboek (Deel Twee)

 

“20 augustus 1947,

- Der hitte houdt aan. Er is een tijd geweest, zo’n jaar of zes, zeven terug, dat ik er een genoegen in vond, natuurexcessen te beleven: koudste winters,droogste zomers, sneeuw in mei – het bracht me allemaal in verrukking. Die tijd is voorbij. Na de langdurigste, koudste en strengste winter sinds eeuwen beleven we nu de heetste en droogste zomer van onze eeuw, en ik vind hem niets leuk. Is dit afstomping of groei?

De  hitte belet te werken. Het vee sterft in de weiden en in de huizen is het lauw. Na weken van deze hitte voel je je slap, is alle energie uit je weggevloeid.

De enige heerlijke uren zijn bij het zwemmen in de Schelphoek. Dagelijks ga ik er heen. Er is een ogenlust aan mooie jongens en meisjes.

Deze week aanbad ik er een volmaakt gebouwde jongen van 16, 17 jaar die ploteseling zijn gebruinde rug uit zijn blauwe overall stroopte zoals een vlinder uit zijn pop komt. Gaaf vel, gespierde armen, volle dijen met een waas van donkere beharing, nauw aansluitend donkerbruin broekje met witte riem. Leuke kop met ogen als geslepen juwelen, frisse mond, guitige lach, en ook een zekere bewustheid al om dat mooie, lenige mannelijke schoon.

Of die andere, iets ouder, 18 of 19, klein van gestalte, met een wild, mooi gezicht. Hij kwam langzaam door de zon gelopen langs de helling van de Schelphoek, breed van schouders en merkwaardig smal toelopend naar de heupen, met, op de rug gezien, een haast te grote welving van oksel en schouder over de borstkas naar de flank. Stevige, gevulde dijen en een toefje jong haar op de met slagschaduw getekende scherpe borst. Bruin, natuurlijk. Boeiende kop met langgeknipt prettig haar, zee-ogen en mooie tanden. Hij zwom en dook uitstekend. In het water keek ik hem een paar maal doordringend aan. Ik ben ook een goed zwemmer, en wellicht daarom beantwoordde hij mijn blik met een sportieve glans in de zijne.

Later, toen ik weer gekleed was en naar huis wou fietsen, heb ik hem aangesproken. Hij bleek van een naburig dorp te komen, hij had iets slaafs en vrijgevochtens, schuchters en trots tegelijkertijd. Er stonden twee onbeholpen blauwe ankertjes op zijn bruine armen getatoeëerd, wat me ontroerde en ontmoedigde.”

 

 

 

Alweer geknield


Nu de storm is geluwd
de ravage in het serene licht:
wat ben je tenger, vaal. Je voeten
en oksels rieken - een vogeljong
tijdig uit het nest geregend.

Ik stook het vuur hoog, rooster vlees en brood,
en warm de wijn. Je holle wangen krijgen
wat gloed, je ogen worden
groter, zwarter, en je borst
begint begeerlijk te welven
in het openhangend linnen hemd.

Alweer geknield bied ik mijn prins
hetgeen ik heb, hetgeen ik maak.
Hij keurt verwend
en looft verstrooid mijn zorg,
kijkt langs mijn liefde en mijn haat.
Hij geeft een zoen en nog een zoen,
een echte lieve trekkebek, en rekt
bevrijd eer hij opnieuw
op avontuur uitgaat.


 

 

 

Brief


Het toevertrouwen van zaad aan de aarde
geeft hoop. Je weet: ik ben wanhopig,
maar ik heb in de rulle humus
hennep gelegd (voor jou), basiel
en postelein. Kom je ooit eten
van wat ik zaaide, mag ik
een lamsbout voor je roosteren, een krans
vlechten van laurier en roosmarijn,
in het prieel
mijn mooiste porselein, vermeil, kristal
voor je klaarzetten?
Je bent prachtlievend, ik weet het,
maar houd je van verval?
Van afgesleten bloemetjes, van weggesprongen schilfers
email uit het verguld, van een stijlstoel
met gebruiksaanwijzing, een pergola
vol rozenluizen, spint en wingerdrot?
Ik bedoel: mijn marmer is geel van ouderdom,
m'n water koel, m'n champagne
van de beste kwaliteit
en mijn liefde op de grens van waanzin.

 

 

 

 764430-d7cb1507f6c632be64e66a6e1983fb73.jpg

Hans Warren (20 oktober 1921 – 19 december 2001)

 

 

 

 

 

De Franse dichter Arthur Rimbaud werd geboren op 20 oktober 1854 in Charleville. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2006 en ook mijn blog van 20 oktober 2007 en ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

 

Larme

 

Loin des oiseaux, des troupeaux, des villageoises,

Je buvais, accroupi dans quelque bruyère

Entourée de tendres bois de noisetiers,

Par un brouillard d'après-midi tiède et vert.

 

Que pouvais-je boire dans cette jeune Oise,

Ormeaux sans voix, gazon sans fleurs, ciel couvert.

Que tirais-je à la gourde de colocase?

Quelque liqueur d'or, fade et qui fait suer.

 

Tel, j'eusse été mauvaise enseigne d'auberge.

Puis l'orage changea le ciel, jusqu'au soir.

Ce furent des pays noirs, des lacs, des perches,

Des colonnades sous la nuit bleue, des gares.

 

L'eau des bois se perdait sur des sables vierges.

Le vent, du ciel, jetait des glaçons aux mares...

Or! tel qu'un pêcheur d'or ou de coquillages,

Dire que je n'ai pas eu souci de boire!

 

 

 

Träne

 

Fern den Vögeln, Herden, Dörflern

Trank ich, gekauert in Heidekraut

Umgeben von zarten Haselstrauchwäldern

Einem Nachtmittagsnebel, grünlich und lau.

 

Was konnte ich trinken an dieser Oise

Ulmen ohne Stimmen, Rasen, Wolken

Was zog ich aus der Kürbisflasche?

Einen Likör, schweißtreibend und golden.

 

Wär so ein schlechtes Gasthausschild gewesen

Da hat das Gewitter den Himmel verwandelt

Das ergab schwarze Länder, Ruten, Seen

Säulen, nächtliche, und Bahnhofshallen.

 

Das Wasser der Wälder verlor sich im Sand

Der Wind schlug Eis in die Pfützen...

Nun, wie einer, der Muscheln fischte, Gold

Sagen, daß ich nicht zu trinken verstand.

 

 

 

Vertaald door Michael Dornhauser

 

 

 

 

Der Schläfer im Tal

 

Ein grüner winkel den ein bach befeuchtet
Der toll das gras mit silberflecken säumt ·
Wohin vom stolzen berg die sonne leuchtet -
Ein kleiner wasserfall von strahlen schäumt.

 

Ein kriegsmann jung barhaupt mit offnem munde
Den nacken badend in dem blauen kraut
Schläft unter freiem himmel · bleich · am grunde
Gestreckt · im grünen bett vom licht betaut.

 

Ein strauch deckt seine füsse. Wie ein kind
Lächelnd das krank ist hält er seinen schlummer.
Natur umhüll ihn warm! es friert ihn noch.

 

Ihm zuckt die nase nicht vom duftigen wind.
Er schläft im sonnenschein · die hand auf stummer
Brust - auf der rechten ist ein rotes loch.

 

 

 

Vertaald door Stefan George

 

 

 

 

 764430-c12fc3cf3a93dc573a0ae5116dad5322.jpg

Arthur Rimbaud (20 oktober 1854 – 10 november 1891)

Beeld van Hervé Tonglet uit 1997 in Charleville-Mézières

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Marnix Gijsen werd geboren op 20 oktober 1899 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2006 en ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

Uit: Klaaglied om Agnes

 

„Ik heb er in mijn jeugd altijd met mismoed en weerzin aan gedacht, aangezien ik het niet bezat, het dringend voor eerbare doeleinden nodig had en omdat het in de verhouding tussen moeder en mij altijd bitterheid en misverstand teweegbracht. In feite heeft dit verhaal met geld weinig te maken, al evenmin als de regen en de wind; maar toch was het een der oorzaken voor de slechte verstandhouding die tussen moeder en mij ontstond en die meerdere jaren duurde. Zij hanteerde het als een wapen, als een middel om mij afhankelijk van haar te maken. Voor mij was het als een prikkeldraad, waarover men onverhoeds struikelt bij een wandeling door het bos of in de velden.

Het eerste conflict dat mij van mijn moeder vervreemdde en mij buiten onze stille huiskring om troost en vriendschap deed zoeken, ontstond toen zij mij een paar zondagen de kleine som, waarop ik meende recht te hebben, onthield. Het was een der eerste malen dat ik moest ervaren, wat ik als een onrecht beschouwde. Van die dag af wist ik dat er geen hechter gevoel in mijn leven zou zijn, want ik was diep geschokt en ik besefte dat zelfs het dadelijk herstel van het onrecht de zaak niet goed kon maken, daar het kwaad gebeurd was en de wonde geslagen. Ik botste aan tegen een boosheid, waarvoor ik geen uitleg vond. Jaren nadien, toen ik door een achteruitgaande auto werd aangereden, stond ik even stom en verbaasd te kijken onder dit mechanische geweld, waartegen geen redeneren kon helpen en dat ook niet goed te maken viel. Heel zijn leven is de ontvankelijke kwetsbaar, en steeds op nieuwe manieren.“

 

 

 

764430-76fe74578f09a387b9b3d99fa0ad58b3.jpg
Marnix Gijsen (20 oktober 1899 – 29 september 1984)

 

 

 

 

 

De Duits-Roemeense schrijver Oskar Pastior werd in 1927 in Hermannstadt (Transsylvanië, Roemenië) geboren. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2006 en ook mijn blog van 20 oktober 2006 en ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

 

 

Fräulein Falf aber meinte man solle
einfach drauf los man könne ganz
einfach das machen was los geht man
wäre gut beraten alles einfach zu
tun das heißt einfach alles zu tun
was drauf ist und los geht sie mein-
te auch das ginge ganz gut man müsse
nur einfach freundlich den finger
heben und es anständig machen und
vor allem niemandem weh tun meinte
sie los machen los machen los machen

 

 


ritschratsch



das kind ist auf dem dach
und fragt nach den schmerzen
die windsbraut steckt im haus
und spielt mit dem frauenbild

die kindsbraut pfeift sich aus
nur nicht so steckenpferd
- hätte eher klettern sollen
oder die fauna bemerken

was denken wir über beschilderung?
sie ist des herzens dachpfanne
auf der die hauptachse pfeift
wem und frenetisch mitspielt

 

 

 764430-db29942005585557beffeef407e4bda0.jpg

Oskar Pastior (20 oktober 1927 – 4 oktober 2006)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e oktober ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:22 Reageer op dit bericht

Elfriede Jelinek, John von Düffel, Theresia Walser, O. P. Zier

De Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek werd geboren op 20 oktober 1946 in Mürzzuschlag, een kleine stad in de deelstaat Stiermarken. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

Uit: Die Klavierspielerin

 

„Ein klavierlicher o. ä. Kollege rast totenblaß in dieser Sekunde direkt von seiner Übertrittsprüfung herein, wirft sich in eine der Kabinen und kotzt in die Kloschüssel, einem Naturereignis gleich. In seinem Körper scheint ein Erdbeben zu wüten; vieles ist schon eingestürzt inklusive der Hoffnung auf eine nahe Reifeprüfung. So lange hat dieser Prüfling seine Aufregung zurückhalten müssen, weil schließlich der Herr Direktor der Prüfung beigesessen hat. Jetzt erwünscht die Aufregung energisch ihren Auftritt, damit sie ins Klobecken kann.
Die Obertastenetüde ist dem Prüfling mißraten, er hat sie allerdings schon im doppelten Tempo begonnen, was kein Mensch aushalten kann und Chopin auch nicht.
Klemmer verachtet die geschlossene Klotür, hinter der sein Mitmusiker jetzt mit Durchfall kämpft. Ein Pianist, der so stark vom Körperlichen dominiert wird, kann nichts Entscheidendes beim Spiel zulegen.
Sicher sieht er die Musik nur als Handwerk an und nimmt es unnötig schwer, wenn eins seiner zehn Handwerkzeuge einmal versagt. Diese Stufe hat Klemmer bereits überschritten, er achtet nur mehr auf den inneren Wahrheitsgehalt eines Stücks.

Für ihn gibt es beispielsweise an den Sforzandos in Beethovens Klaviersonaten nichts mehr zu diskutieren, weil man sie erfühlen muß, ja dem Zuhörer mehr suggeriert, als daß man sie spielt.“

 

 

 

 764421-fb97d4fba3afc7b17762357ac3ae4012.jpg

Elfriede Jelinek (Mürzzuschlag, 20 oktober 1946)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver John von Düffel werd geboren op 20 oktober 1966 in Göttingen. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

Uit: Ego

 

"Noch fünf Millimeter. Ich darf gar nicht daran denken, dass es am Anfang sieben waren - oder mehr, zu einer Zeit, als ich noch nicht gemessen habe! Eigentlich könnte ich ganz zufrieden sein. Aber ich bin's nicht. Ich will meinen Nabel auf Null bringen. Ich hasse es, in ein Loch zu starren, wenn ich mir meine Bauchpartie ansehe. Eine verdammte Grube. Oder ein Grübchen, mittlerweile. Es lenkt von meinen Bauchmuskeln ab. Ich muß unbedingt an meiner Nabeltiefe arbeiten.
Ich mache spontan fünfzehn Crunches in Superzeitlupe und schließe drei Sätze à zwanzig Liegestützen an. Klassisch und mit versetzten Armen. Man soll den Fitness-Impuls nie unterdrücken. Währenddessen schaue ich mir meine Oberarme an und meine Laune steigt. Ich bin kein Bizeps-Fanatiker. So ein Bizeps ist im Grunde nur eine Beule. Aber mein Trizeps ist wirklich sehenswert. Ein echter Reliefmuskel. Nichts modelliert einen Oberarm so eindrucksvoll wie ein gut trainierter Trizeps.
Ich stelle mich wieder vor den Spiegel un d finde auf Anhieb meinen Nabel nicht. Meine Laune bessert sich zusehends. Der erste Blick zählt. Ich bin ein großer Anhänger des ersten Blicks. Nichts ist mysteriöser als die Frage, wie man im ersten Augenblick auf einen anderen Menschen wirkt. Dazu muss man alles vergessen, was man von sich weiß. Man darf sich noch nie gesehen haben.
Ich starre eine Weile auf das Regal mit den Pflegeserien und versuche mich zu erinnern, wann, wo und warum ich was gekauft habe. Dann schwenke ich wie zufällig auf den Spiegel. Wieder nichts. Erst bei näherem Hinsehen entdecke ich meinen Nabel etwas unterhalb der mittleren Bauchmuskeln in meinem durchtrainierten Sixpack. Näheres Hinsehen zählt auch, aber nicht so wie der erste Blick, der Blickfang. Wenn man die Leute dazu bringt, näher hinzusehen, ist das Ziel schon so gut wie erreicht.
Im Großen und Ganzen kann ich mit dem Trainingsstand leben. Bis jetzt! Mein Nabel macht wirklich Fortschritte. Er ist nicht mehr das Loch, das er mal war. Wenn ichdas S ixpack etwas anhebe, sieht man, dass er leicht schräg verläuft. An der Unterseite ist er ein wenig flacher. Weiter oben sinkt er um etwa zwei Millimeter ab - die Stelle, an der ich immer messe. Neu ist das Häutchen, das sich um den oberen Rand spannt. Dreieinhalb Monate habe ich gebraucht, um das herauszuarbeiten. Ein entscheidendes Detail, weil es den ganzen Nabel straff erscheinen läßt. Ich weiß nicht, ob es einen Namen dafür gibt. Sollte es aber!“

 

 

 

764421-ec26ee27e80da63bfa6c794fd0c12e1f.jpg
John von Düffel (Göttingen, 20 oktober 1966)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Theresia Walser werd geboren op 20 oktober 1967 in Friedrichshafen. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2008.

 

Uit: Am Anfang war die Nacht Musik

 

„20. Januar 1777

An diesemWintermorgen geht der bekannteste Arzt der Stadt, verfolgt von seinem Hund, die Treppe vom Schlaftrakt zu seinen Praxisräumen hinab. Die honigbraunen Stufen erlauben bequeme Schritte und den Hundepfoten einen mühelos rhythmischen Trab. In diesem Haus gibt es keine steilen, schmalen Stiegen. Wie früher, im Haus seiner Eltern. Wo er stets durch eine Luke in den Dielen wie auf einer Leiter in den unteren Stock hinunterkletterte – wenn er nicht fiel und sich dabei blaue Flecken holte.

Natürlich wäre er lieber im Bett geblieben. Draußen ist es stockdunkel und kalt. Doch steht ein wichtiger Krankenbesuch an, vielleicht der wichtigste seiner Laufbahn: Er soll die blinde Tochter des kaiserlich-königlichen Hofbeamten Paradis untersuchen. Frau Hofsekretär hat um einen Hausbesuch gebeten.

Des Aufstiegs wegen ist er so früh auf den Beinen. Und steigt diese Treppe hinab, die zu keinem Frühaufsteher passt. Die üppige Breite, die nur angedeutete Spirale – ein nicht ganz zu Ende

gedachtes Schneckenhaus – erinnern an eine Harmonie, die höchstens der Ausgeschlafene empfindet. Ist er nicht. Und dass Kaline, das Hausmädchen, Lampen und Ofen angezündet hat, ist nur ein schwacher Trost, solange sie selbst sich nicht blicken lässt. Wenn er wenigstens musizieren dürfte. Da wohnt er nun seit seiner Heirat in diesem prächtigsten aller Häuser, mit so vielen Zimmern, dass selbst sein Instrument ein eigenes hat, und darf jetzt trotzdem nicht spielen. Dabei fängt ein guter

Tag immer mit Musik an. Fünf Minuten auf seiner Glasharmonika genügen. Mozart, Haydn oder Gluck oder einfach die Finger laufen lassen, bis sie selbst eine Melodie finden und leicht über die Tastatur fegen wie eine Katze, die im Schnee spielt. So leicht läuft dann auch der Tag.“

 

 

 

764421-63a9fd65642468cbfb0ecf497e82fa54.jpg
Theresia Walser (Friedrichshafen, 20 oktober 1967)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver O. P. Zier werd geboren in Schwarzach im Pongau op 20 oktober 1954 en groeide op in Lend. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

Uit: Mordsonate

 

„Verunsichert sah Peter Aberger kurz wieder in die Richtung seiner Frau, nachdem auch dieses Telefonat ohne Erfolg geblieben war, um danach zum x-ten Mal die Nummer zu drücken, unter der er noch niemanden erreicht hatte. Da er dies ohnehin schon zweimal getan hatte, sprach er jetzt nichts mehr auf den Anrufbeantworter. Sie wäre doch dort... Sie musste dort sein! Denn wo sollte sie denn sonst sein? Er hatte auch schon bei den Eltern der anderen Freundinnen seiner Tochter angerufen. Von Anjas Eltern kannte er leider nur die Festnetznummer. Bei so herrlichem Wetter... da hatten die einfach mit den Mädchen noch etwas unternommen, waren mit den Kindern ins Grüne gefahren. Was läge denn näher als das, an so einem Tag! Wo Anjas Familie dieses alte Haus besaß, in Seekirchen. Dorthin war Birgit doch schon öfter mitgefahren. Und heute eben auch wieder. Oder sie waren einfach noch ein Eis essen gegangen. Und Birgit, mein Gott, sie konnte daheim nicht anrufen, weil er heute früh diesen Radau gemacht hatte, wegen der Telefonwertkarte! Wahrscheinlich wollte Anjas Vater mit dem Ausflug auch zeigen, dass er akzeptiert hatte, dass Birgit am Wettbewerb in Vilnius teilnehmen würde, nachdem Anja in der Endausscheidung auf dem zweiten Platz gelandet war. Ja, so musste es sein, denn Birgit... sie war doch nicht ausgerissen, um Himmels willen! Unsere Tochter ist doch nicht abgehauen, beschwor er sich ein ums andere Mal. Sie hatte nur deshalb nicht angerufen, dass sie sich verspäten werde, weil... ja, weil es heute früh diesen saublöden Streit gegeben hatte, an den er nicht denken wollte, weil er längst bereute, dass er ihn einmal mehr auf die Spitze getrieben hatte, als folge er einem Zwang. Und daran, dass Birgit jetzt nicht anrief – nicht anrufen konnte –, trug allein er die Schuld... weil er am Ende nur die Tür hinter sich zugeknallt hatte und ins Büro gefahren war.“

 

 

 

 764421-b594795738309512fd449473e65dea66.jpg

O. P. Zier (Schwarzach im Pongau, 20 oktober 1954)

Geschreven door Romenu om 19:14 Reageer op dit bericht

Robert Pinsky, Belle van Zuylen, Lewis Grizzard

De Amerikaanse dichter, vertaler en essayist Robert Pinsky werd geboren op 20 oktober 1940 in Long Branch, New Jersey. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

 

The Night Game 

 

Some of us believe

We would have conceived romantic

Love out of our own passions

With no precedents,

Without songs and poetry--

Or have invented poetry and music

As a comb of cells for the honey.

 

Shaped by ignorance,

A succession of new worlds,

Congruities improvised by

Immigrants or children.

 

I once thought most people were Italian,

Jewish or Colored.

To be white and called

Something like Ed Ford

Seemed aristocratic,

A rare distinction.

 

Possibly I believed only gentiles

And blonds could be left-handed.

 

Already famous

After one year in the majors,

Whitey Ford was drafted by the Army

To play ball in the flannels

Of the Signal Corps, stationed

In Long Branch, New Jersey.

 

A night game, the silver potion

Of the lights, his pink skin

Shining like a burn.

 

Never a player

I liked or hated: a Yankee,

A mere success.

 

But white the chalked-off lines

In the grass, white and green

The immaculate uniform,

And white the unpigmented

Halo of his hair

When he shifted his cap:

 

So ordinary and distinct,

So close up, that I felt

As if I could have made him up,

Imagined him as I imagined

 

The ball, a scintilla

High in the black backdrop

Of the sky. Tight red stitches.

Rawlings. The bleached

 

Horsehide white: the color

Of nothing. Color of the past

And of the future, of the movie screen

At rest and of blank paper.

 

"I could have." The mind. The black

Backdrop, the white

Fly picked out by the towering

Lights. A few years later

 

On a blanket in the grass

By the same river

A girl and I came into

Being together

To the faint muttering

Of unthinkable

Troubadours and radios.

 

The emerald

Theater, the night.

Another time,

I devised a left-hander

Even more gifted

Than Whitey Ford: A Dodger.

People were amazed by him.

Once, when he was young,

He refused to pitch on Yom Kippur.

 

 

 

 764418-802e81208949337e66ac3ab94b344744.jpg

Robert Pinsky (Long Branch, 20 oktober 1940)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Belle van Zuylen werd op 20 oktober 1740 geboren in slot Zuylen, gemeente Maarssen bij Utrecht. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2006 en ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

Uit: De geschiedenis van Caliste

 

„Brief I

Wij verwachten uw antwoord op driekwart mijl afstand van Lausanne in een aardig huis dat ik te leen heb gekregen. De vreemdelingen, die het mijne wenschten te huren en het gehuurd hebben, hadden haast, er in te trekken. Ik heb er al mijn meubels achtergelaten, zoodat we geen vermoeienis of last hebben gehad. Het is misschien mogelijk dat als de sneeuw niet smelt, of plotseling smelt, we niet kunnen vertrekken zoodra we willen. Op het oogenblik laat dat me vrijwel onverschillig; maar toen we uit Lausanne weggingen, had ik graag gewild dat we verder moesten gaan en nieuwere dingen laten zien aan oog en hart van mijn dochter; men mag nog zoo veel genegenheid hebben voor een moeder, het leek me dat het een beetje een triesten indruk zou kunnen maken, in Maart heelemaal alleen in haar gezelschap te zijn. Het zou voor het eerst zijn geweest dat ik zou hebben meegemaakt dat Cécile zich bij mij verveelt en wenscht dat ons samenzijn wordt verstoord. Uit angst voor deze vernedering, ik moet het bekennen, had ik al het mogelijke gedaan om me haar te besparen. Een portefeuille met prenten die de heer d'Ey* mij had geleend; de Duizend en één Nacht, Gil Blas; de Vertellingen van Hamilton en Zadig kwamen het eerst, met een pianoforte en een stapel handwerk. Andere dingen, niet te danken aan mijn voorzorg, hebben meer dan mijn voorzorg uitgewerkt. Mylord, zijn familielid, een zielige hond, een arme neger... Maar laat ik onze heele historie van het begin af vertellen.“

 

 

 

 764418-36524e06604f2b81507f61bc1f0e2ce2.jpg

Belle van Zuylen (20 oktober 1740 – 27 december 1805)

Slot Zuylen

 

 

 

 

De Amerikaanse (humoristische) schrijver en columnist Lewis McDonald Grizzard Jr. werd geboren op 20 oktober 1946 in Columbus, Georgia. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2008.

 

Uit: A Special Place In Heaven (Column)

 

„There should be a special place in heaven for people who do not have telephone answering devices, one of the most annoying mechanisms to be brought forth out of modern technology. 

Americans will buy almost anything you can plug into a wall that will perform what the average person could do quite easily. 

Remember, we are the country that gave the world the electric toothbrush, the hot comb, and "Magic Fingers" mattresses, which still can be found at any motel where they advertise "Free TV" and offer an hourly rate. 

A man said to me recently, "I wonder what we did before there was television remote control?" 

I'll tell you what we did. We got off our lazy duffs and we walked over to the television and changed the channels ourselves. That's all the exercise some people got. 

Hello, I sure am funny

Now we just aim the remote control, and, like magic, the channel changes, making it possible to watch three football games, two soap operas and a Jerry Falwell sermon basically at the same time while our bodies deteriorate and become bloblike. 

Besides the obvious interest in gadgets, I think most people install telephone answering machines for two reasons. Either they want others to think they get a lot of important calls and can't leave the phone unattended, or they don't want to miss out on the opportunity to be creative when it comes to making up a recorded message with which the machine answers. 

Most try to put in a little would-be humor: 

"Hi. This is Fernando. I can't come to the phone right now because I am on special assignment for the CIA, blah, blah, blah." 

 

 

 764418-bb0208900b682f8e6bcebb112f495a27.jpg

Lewis Grizzard (20 oktober 1946 – 20 maart 1994)

Geschreven door Romenu om 19:09 Reageer op dit bericht

Leigh Hunt, Adam Lindsay Gordon, Miguel Ángel Asturias, Nardo Aluman

De Engelse dichter, schrijver en essayist James Leigh Hunt werd geboren op 19 oktober 1784 in Southgate, Middlesex. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2006 en ook mijn blog van 19 oktober 2007 en ook mijn blog van 19 oktober 2008 en ook mijn blog van 18 oktober 2009.

 

 

Jenny Kissed Me 

 

Jenny kissed me when we met,

Jumping from the chair she sat in;

Time, you thief, who love to get

Sweets into your list, put that in!

Say I'm weary, say I'm sad,

Say that health and wealth have missed me,

Say I'm growing old, but add,

Jenny kissed me.

 

 

 

 

A Night-Rain in Summer 

 

Open the window, and let the air

Freshly blow upon face and hair,

And fill the room, as it fills the night,

With the breath of the rain's sweet might.

Hark! the burthen, swift and prone!

And how the odorous limes are blown!

Stormy Love's abroad, and keeps

Hopeful coil for gentle sleeps.

 

Not a blink shall burn to-night

In my chamber, of sordid light;

Nought will I have, not a window-pane,

'Twixt me and the air and the great good rain,

Which ever shall sing me sharp lullabies;

And God's own darkness shall close mine eyes;

And I will sleep, with all things blest,

In the pure earth-shadow of natural rest.

 

 

 

763581-fee032c16f63a574884ce19767ca2686.jpg 

Leigh Hunt (19 oktober 1784 – 28 augustus 1859)

 

 

 

 

 

De Australische dichter Adam Lindsay Gordon werd geboren op 19 oktober 1833 op de Azoren. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2008 en ook mijn blog van 18 oktober 2009.

 

 

Whisperings in Wattle-Boughs 

 

Oh, gaily sings the bird, and the wattle-boughs are stirr'd

And rustled by the scented breath of spring ;

Oh, the dreary, wistful longing ! Oh, the faces that are thronging !

Oh, the voices that are vaguely whispering !

 

Oh, tell me, father mine, ere the good ship cross'd the brine,

On the gangway one mute hand-grip we exchanged,

Do you, past the grave, employ, for your stubborn reckless boy,

Those petitions that in life were ne'er estranged ?

 

Oh, tell me, sister dear, parting word and parting tear

Never pass'd between us ;—let me bear the blame.

Are you living, girl, or dead ? bitter tears since then I've shed

For the lips that lisp'd with mine a mother's name.

 

Oh, tell me, ancient friend, ever ready to defend,

In our boyhood, at the base of life's long hill,

Are you waking yet, or sleeping ? have you left this vale of weeping?

Or do you, like our comrade, linger still ?

 

Oh, whisper, buried love, is there rest and peace above ?—

There is little hope or comfort here below ;—

On your sweet face lies the mould, and your bed is strait and cold—

Near the harbour where the sea-tides ebb and flow.

 

. . . . . . .

 

All silent—they are dumb—and the breezes go and come

With an apathy that mocks at man's distress ;

Laugh, scoffer, while you may ! I could bow me down and pray

For an answer that might stay my bitterness.

 

Oh, harshly screams the bird ! and the wattle-bloom is stirr'd !

There's a sullen weird-like whisper in the bough :

'Aye, kneel, and pray, and weep, but His beloved sleep

Can never be disturb'd by such as thou !!'

 

 

 

 

 763581-1c61af9180f51d45f75cd9dc1033d695.jpg

Adam Lindsay Gordon (19 oktober 1833 – 24 juni 1870)

Buste in een park in Penola

 

 

 

 

 

De Guatemalteekse schrijver Miguel Ángel Asturias werd geboren op 19 oktober 1899 in Guatemala-Stad. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2006. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2008 en ook mijn blog van 18 oktober 2009.

 

Uit: Der grüne Papst (El papa verde, Vertaald door Lene Klein)

 

„Er steckte den Kopf hinaus -- wer würde Geo Maker Thompson erkennen -- von unten leuchtete ihn feuchtes Glühwürmchenlicht an -- wer würde ihn, verrußt bis zum Kehlkopf, erkennen? Auf der mit Maschinenfett beschmierten Stirn stand der Schweiß wie dicke gläserne Pocken, die großen Knorpel der Ohren brieten in Öl. Der schwache Schein der Lampe, die zu seinen Füßen stand, kletterte durch die Bartstoppeln hinauf, ohne über die Wimpern, die Augen in schwarzen Höhlen, die in Schatten getauchte Stirn und die spitze Nase hinauszugelangen.

Er steckte den Kopf hinaus, und sein Haar war nur Rauch, rötlicher Rauch, Kohlenrauch mit Funken darin, die durch die schwarze, heiße Nacht glühten. Er sah nichts, aber er war mit der Nase draußen, heraus aus dem engen Kesselraum, in dem es nach vermoderten Planken, rostigem, vom Salz zerfressenen Eisen und stickigem Wasserdampf roch. Atmen... Atmen, die Nase in die Lungen des Windes halten, der die Wellen, die schaumgeschwänzten Tiere, tosend antrieb.

Als er sich mit schmerzendem Kreuz aufrichtete, begierig zu atmen, zu sehen, den Kopf hinauszustecken, fiel ihm der Schraubenschlüssel, mit dem er eben nach dem Defekt an der Maschine gesucht hatte, vor die Füße. Von dem Aufprall flackerte die kleine Lampe, die sein Gesicht von unten anleuchtete, ein kaltblütiges Gesicht, das jetzt auch von den tränenbenetzten, überrieselten, gischtübersprühten Steuerbordlichtern beschienen wurde.

Er streckte den Kopf hinaus, einige Sekunden, bevor der kleine Dampfer sich wieder aufrichtete, der, vom Regen gekämmt, Stunde um Stunde gegen den Wind gekämpft hatte, Stunden, die die Uhren der Passagiere nicht anzeigten, denn als die Nacht den zornigen Lack des Karibischen Meeres zu schwärzen begann, war die Zeit stehengeblieben, wartend, daß etwas geschehe, das nur einen Herzschlag lang dauern und das nicht mehr ihr, sondern der Ewigkeit angehören würde, und dieser Stillstand war solcherart gewesen, daß niemand mehr glaubte, das Morgenlicht den Himmel röten zu sehen. Die Helligkeit brach plötzlich, überraschend, wie ein Wunder herein, als der kleine Dampfer die donnernden Wogen an der Landzunge von Manabique hinter sich gelassen hatte -- Schaumberge, in denen sie sich wie im Schweif eines Kometen verloren hatten --, und sich das Halbrund dunstiger Wälder an der schlafenden Küste vor ihm auftat.“

 

 

 

 763581-614928e35ec8e88b28b10625b44d50b7.jpg

Miguel Ángel Asturias (19 oktober 1899 – 9 juni 1974)

Standbeeld in Guatemala Stad

 

 

 

 

 

De Surinaamse schrijver Nardo Aluman (eig. Ronald Renardo Aloema) werd geboren in Christiaankondre op 19 oktober 1946. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2008 en ook mijn blog van 18 oktober 2009.

 

Uit: Pairandipo, de menseneter

 

„Pairandïpo ... door Pairandïpo waren lang geleden alle Indianen opgemaakt, kleinkind. Hij had over alle rivieren gezworven. Hij had over zee gezworven. Op deze plaats is hij buiten om over zee aangekomen. Vervolgens is hij in de Suriname-rivier aangekomen. Op die plaats heeft hij Indianen ontmoet, Indianen. Hij had Indianen ontmoet. Vervolgens heeft hij ze allemaal opgegeten, allemaal. De mensen sloegen hem dood, onmiddellijk veranderde zijn bloed in velen van zijn soort. Ha, hoe probeerden de Indianen hem te doden! Zijn doden maakte hem steeds bozer. De Indianen zijn door hem uitgeroeid. Maar hij komt, zijn Indianen-eten brengt hem hierheen. Op deze plaats komt hij, buitenom. In de Cottica al, in de Wanekreek komt hij. Ach, op die plaats eet hij ook Indianen op. De Indianen zijn door hem, opgegeten. Hij at nu eenmaal Indianen, zo was hij nu eenmaal. De Indianen denken na. ‘Wat zullen we beginnen’, zeiden ze. ‘Hoe zullen we het aanpakken’. ‘Degeen die ons opeet. ‘We zullen ons voor hem verstoppen’ zeiden ze. ‘Laten we het water heet maken’, zeiden ze. Veel water, een grote samaku, in een enorme pot maken zij water heet. Daarmee baden ze zijn bloed, opdat hij verandert. Dat helpt een beetje.

Op die plaats in de Cottica, zijn voormalige ijzeren vijzel, daarin stampte hij de botten [van de Indianen]. Nadat hij ze op die plaats had uitgeroeid was er voor hem geen vlees meer. Vervolgens stampte hij hun botten. Hij komt, hij komt! Hij was hier aangekomen, naar de Marowijne. He, de Indianen denken na. ‘Laten we [een kuil] in het zand graven’, zeiden ze, ‘om ons te verbergen’. Ze hadden een grote kuil in het zand gegraven, een grote .. een enorme kuil in het zand om zich erin te verstoppen. Vervolgens maken zij er een rooster boven, er ligt zand op. Ze leggen er zand op, ze sluiten zich op, ginds zijn ze, ze planten er kolo [kalebas] op, degenen die zich verbergen, om zich te camoufleren. Zo had iemand zich verborgen.“

 

 

 763581-c6c1decb19c39639240680b39e51e631.jpg

Nardo Aluman (Christiaankondre, 19 oktober 1946)



Zie voor nog meer schrijvers van de 19e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:46 Reageer op dit bericht

Philip Pullman, Fannie Hurst, Andrew Vachss, John le Carré

De Britse schrijver Philip Pullman werd geboren op 19 oktober 1946 in Norwich als zoon van een luchtmachtofficier. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2008 en ook mijn blog van 18 oktober 2009.

 

Uit: The Good Man Jesus and the Scoundrel Christ

 

‘But I’m an old man!’ said Joseph. ‘And I have sons older than the girl. I shall be a laughing-stock.’

‘Do as you are commanded,’ said Zacharias, ‘or face the anger of the Lord. Remember what happened to Korah.’

Korah was a Levite who had challenged the authority of Moses. As a punishment the earth opened under him and swallowed him up, together with all his household.

Joseph was afraid, and reluctantly agreed to take the girl in marriage. He took her back to his house.

‘You must stay here while I go about my work,’ he told her. ‘I’ll come back to you in good time. The Lord will watch over you.’

In Joseph’s household Mary worked so hard and behaved so modestly that no one had a word of criticism for her. She spun wool, she made bread, she drew water from the well, and as she grew and became a young woman there were many who wondered at this strange marriage, and at Joseph’s absence. There were others, too, young men in particular, who would try to speak to her and smile engagingly, but she said little in reply and kept her eyes on the ground. It was easy to see how simple and good she was.

And time went past.“

 

 


763578-f8c4556a80f32b47eb0aba440c91a9f3.jpg
Philip Pullman
(Norwich, 19 oktober 1946)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Fannie Hurst werd geboren op 19 oktober 1889 in Hamilton, Ohio. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2008 en ook mijn blog van 18 oktober 2009.

 

Uit: Gaslight Sonatas

 

„When the two sides of every story are told, Henry VIII. may establish an alibi or two, Shylock and the public-school system meet over and melt that too, too solid pound of flesh, and Xantippe, herself the sturdier man than Socrates, give ready lie to what is called the shrew in her. Landladies, whole black-bombazine generations of them?oh, so long unheard ?may rise in one Indictment of the Boarder: The scarred bureau-front and match- scratched wall-paper; the empty trunk nailed to the floor in security for the unpaid bill; cigarette-burnt sheets and the terror of sudden fire; the silent newcomer in the third floor back hustled out one night in handcuffs; the day-long sobs of the blond girl so suddenly terrified of life-about-to-be and wringing her ringless hands in the fourth-floor hall-room; the smell of escaping gas and the tightly packed keyhole; the unsuspected flutes that lurk in boarders' trunks; towels, that querulous and endless pssan of the lodger; the high cost of liver and dried peaches, of canned corn and round steak Tired bombazine procession, wrapped in the greasy odors of years of carpet-sweeping and emptying slops,airing the gassy slit of room after the coroner; and padding from floor to floor on a mission of towels and towels and towels Sometimes climbing from floor to floor, a still warm supply of them looped over one arm, Mrs. Kaufman, who wore bombazine, but unspotted and with crisp net frills at the throat, and upon whose soft-looking face the years had written their chirog- raphy in invisible ink, would sit suddenly, there in the narrow gloom of her halls, head against the balustrade. Oftener than not the Katz boy from the third floor front would come lickety-clapping down the stairs and past her, jumping the last four steps ...“

 

 

 

763578-e31d6c53bf191b642856e39b44d67143.jpg
Fannie Hurst (19 oktober 1889 – 23 februari 1968)

Eleanor Roosevelt en Fannie Hurst (1962)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Andrew Vachss werd geboren op 19 oktober 1942 in New York. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2008 en ook mijn blog van 18 oktober 2009.

 

Uit: Another Life

 

„Flower came from inside Immaculata's body; Michelle had taken Terry's shivering little body into her arms and never let him go. That happened in the backseat of my car, as I was driving away from what I'd left of the pus-sack who'd been renting the kid out. Come from, come to--no difference. They're both ours. Our blood. How you look at it doesn't matter to us. Citizens think a trial verdict depends on the evidence; we know all that counts is who's on the jury. Some of you get to visit our world, but none of you really see it. Some of you try too hard, stick your nose in too deep. Then you don't get to leave.

"Only thing that's true is what you do." I live that. That's how I found the one place I rightfully belong. My heart and my life. Your life doesn't mean any more to me than I ever meant to any of you. Trespassers should bring their own body bags.

I don't walk the mean streets, I live below them. I'm not an ex-cop with friends on the force; I'm an ex-con who knows the cops for what they are. I'm not a war hero; I'm a man for hire.

Humans who could flat-line a polygraph wouldn't get past the first round with me. All it takes is a few minutes of conversation, and I know you. Not because I have X-ray eyes. Not because I have powers. Because, whoever you are, I've met you before.`

 

 

 

763578-52ddbdc1e0fad6b39095a5207de345c7.jpg
Andrew Vachss (New York, 19 oktober 1942)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver John le Carré werd geboren op 19 oktober 1931 in Poole, Dorset, Engeland. Zie ook mijn blog van 19 oktober 2006 en ook mijn blog van 18 oktober 2009.

 

Uit: A Most Wanted Man

 

“A Turkish heavyweight boxing champion sauntering down a Hamburg street with his mother on his arm can scarcely be blamed for failing to notice that he is being shadowed by a skinny boy in a black coat.

Big Melik, as he was known to his admiring neighborhood, was a giant of a fellow, shaggy, unkempt and genial, with a broad natural grin and black hair bound back in a ponytail and a rolling, free-and-easy gait that, even without his mother, took up half the pavement. At the age of twenty he was in his own small world a celebrity, and not only for his prowess in the boxing ring: elected youth representative of his Islamic sports club, three times runner-up in the North German Championship hundred-meter butterfly stroke and, as if all that weren't enough, star goalkeeper of his Saturday soccer team.

Like most very large people, he was also more accustomed to being looked at than looking, which is another reason why the skinny boy got away with shadowing him for three successive days and nights.

The two men first made eye contact as Melik and his mother, Leyla, emerged from the al-Umma Travel Shop, fresh from buying air tickets for Melik's sister's wedding in their home village outside Ankara. Melik felt someone's gaze fixed on him, glanced round and came face-to-face with a tall, desperately thin boy of his own height with a straggly beard, eyes reddened and deep-set, and a long black coat that could have held three magicians. He had a black-and-white kaffiyeh round his neck and a tourist's camel-skin saddlebag slung over his shoulder. He stared at Melik, then at Leyla. Then he came back to Melik, never blinking, but appealing to him with his fiery,sunken eyes.“

 

 

 

763578-6ed2df23979cfb76365fcc8d1e6c948a.jpg
John le Carré (Poole, 19 oktober 1931)

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten