Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 5 november 2010 tot 6 november 2010

Robert Musil, Michael Cunningham, Nelleke Noordervliet, Bea Vianen, Bert Vanheste

De Oostenrijkse schrijver Robert Musil werd geboren op 6 november 1880 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 6 november 2006 en ook mijn blog van 6 november 2007 en ook mijn blog van 6 november 2008 en ook mijn blog van 6 november 2009.

 

Uit: Der Mann ohne Eigenschaften (Hoofdstuk 40)

 

„Ebensowenig konnte er Abenteurer werden, obgleich da das Leben etwas von einer immerwährenden Brautzeit haben mochte und seine Glieder wie sein Mut diese Lust spürten. Er hatte weder Dichter werden können noch einer von den Enttäuschten, die nur an Geld und Gewalt glaubten, obgleich er zu all dem eine Anlage hatte. Er vergass sein Alter, er stellte sich vor, er wäre zwanzig: trotzdem war es innerlich so entschieden, dass er davon nichts werden konnte; zu allem, was es gab, zog ihn etwas hin, und etwas Stärkeres liess ihn nicht dazu kommen. Warum lebte er also unklar und unentschieden? Ohne Zweifel, - sagte er sich - was ihn in eine abgeschiedene und unbenannte Daseinsform bannte, war nicht der Zwang zu jenem Lösen und Binden der Welt, das man mit einem Wort, dem man nicht gerne allein begegnet, Geist nennt.

Und Ulrich wusste selbst nicht warum, aber er wurde mit einemmal traurig und dachte: "Ich liebe mich einfach selbst nicht." In dem erfrorenen, versteinerten Körper der Stadt fühlte er ganz zu innerst sein Herz schlagen. Da war etwas in ihm, das hatte niergends bleiben wollen, hatte sich die Wände der Welt entlang gefühlt und gedacht, es gibt ja noch Millionen anderer Wände; dieser langsam erkaltende, lächerliche Tropfen Ich, der sein Feuer, den winzigen Glutkern nicht abgeben wollte.

Der Geist hat erfahren, das Schönheit gut, schlecht, dumm oder bezaubernd macht. Er zerlegt ein Schaf und einen Büsser und findet in beiden Demut und Geduld. Er untersucht einen Stoff und erkennt, dass er in grossen Mengen ein Gift, in kleineren ein Genussmittel sei. Er weiss, dass die Schleimhaut der Lippen mit der Schleimhaut des Darms verwandt ist, weiss aber auch, dass die Demut der Lippen mit der Demut alles Heiligen verwandt ist. Er bringt durcheinander, löst auf und hängt neu zusammen. Gut und bös, oben und unten sind für ihn nicht skeptisch-relative Vorstellungen, wohl aber Glieder einer Funktion, Werte, die von dem Zusammenhang abhängen, in dem sie sich befinden. Er hat es den Jahrhunderten abgelernt, dass Laster zu Tugenden und Tugenden zu Lastern werden können, und hält es im Grunde bloss für eine Ungeschicklichkeit, wenn

man es noch nicht fertig bringt, in der Zeit eines Lebens aus einem Verbrecher einen nützlichen Menschen zu machen. Er anerkennt nichts Unerlaubtes und nichts Erlaubtes, den alles kann eine Eigenschaft haben, durch die er eines Tages teil hat an einem grossen, neuen Zusammenhang. Er hasst heimlich wie den Tod alles, was so tut, als stünde es ein für allemal fest, die grossen Ideale und Gesetze und ihren kleinen versteinten Abdruck, den gefriedeten Charakter. Er hält kein Ding für fest, kein Ich, keine Ordnung weil unsre Kenntnisse sich mit jedem Tag ändern können, glaubt er an keine

Bindung, und alles besitzt den Wert, den es hat, nur bis zum nächsten Akt der Schöpfung, wie ein Gesicht, zu dem man spricht, während es sich mit den Worten verändert.“

 

 

 

776944-9a4aa01c3af5bbd9c1aa140e026986ce.jpg
Robert Musil (6 november 1880 – 15 april 1942)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Cunningham is geboren in Cincinnati, Ohio op 6 november 1952. Zie ook mijn blog van 6 november 2006  en ook mijn blog van 6 november 2007 en ook mijn blog van 6 november 2009.

 

Uit: Flesh And Blood

 

“1935 / Constantine, eight years old, was working in his father‘s garden and thinking about his own garden, a square of powdered granite he had staked out and combed into rows at the top of his family‘s land. First he weeded his father‘s bean rows and then he crawled among the gnarls and snags of his father‘s vineyard, tying errant tendrils back to the stakes with rough brown cord that was to his mind the exact color and texture of righteous, doomed effort. When his father talked about "working ourselves to death to keep ourselves alive," Constantine imagined this cord, coarse and strong and drab, electric with stray hairs of its own, wrapping the world up into an awkward parcel that would not submit or stay tied, just as the grapevines kept working themselves loose and shooting out at ecstatic, skyward angles. It was one of his jobs to train the vines, and he had come to despise and respect them for their wild insistence. The vines had a secret, tangled life, a slumbering will, but it was he, Constantine, who would suffer if they weren‘t kept staked and orderly. His father had a merciless eye that could find one bad straw in ten bales of good intentions.

As he worked he thought of his garden, hidden away in the blare of the hilltop sun, three square feet so useless to his father‘s tightly bound future that they were given over as a toy to Constantine, the youngest. The earth in his garden was little more than a quarter inch of dust caught in a declivity of rock, but he would draw fruit from it by determination and work, the push of his own will. From his mother‘s kitchen he had spirited dozens of seeds, the odd ones that stuck to the knife or fell on the floor no matter how carefully she checked herself for the sin of waste. His garden lay high on a crown of scorched rock where no one bothered to go; if it produced he could tend the crop without telling anyone.”

 

 

 

776944-0834783700832566e2edc26bb81e3649.jpg
Michael Cunningham (Cincinnati, 6 november 1952)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Nelleke Noordervliet werd op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 6 november 2006 en ook mijn blog van 6 november 2008.en ook mijn blog van 6 november 2009.

 

Uit: Zonder noorden komt niemand thuis

 

„De taxichauffeur zette me af bij een handel in tweedehands auto’s, niet ver van Vancouver International Airport. De wagens stonden in het gelid als hoeren in een goedkoop bordeel, hun

prijs op de voorruit. Mijn moeder noemde een auto altijd ‘wagen’ en markeerde daarmee haar nederige afkomst. ‘Hij heeft een mooie wagen onder zijn kont,’ was haar hoogste lof. Dan had een

man wat bereikt. Mijn ‘wagen’ was voor haar nooit mooi genoeg.

De zon vonkte van de chromen bumpers. Ik stond met een koffer en een reistas op de immense parkeerplaats, moe van de lange vlucht, en knipperde met mijn ogen. Mijn lichaam was er, maar mijn geest haperde nog. Het felle, heldere licht verried de nabijheid van de zee. Het middaguur maakte korte schaduwen.

Onder de weidse koepel van de Canadese lucht was ik nietig. Ik kreeg ruimte. Nederland is overal benauwend, een land van centimeters, zelfs als de lucht strakblauw boven het Ijsselmeer spant, of als je vanaf de Moerdijkbrug het Hollands Diep breeduit over de aarde ziet liggen. Nederland zat me te krap.

De taxi was weggereden en ik stond daar en was vergeten wat ik kwam doen. Ik wist zelfs mijn naam niet meer. Wie was deze man? Ik was van gemiddelde lengte, gemiddeld gewicht, middelbare leeftijd, goed en sportief gekleed, ik was een man om mee voor de dag te komen, een man als een favoriete zoon, een man als een eeuwige verloofde, een man als een beste vriend, een man als een oplichter. Niemand. Iedereen. Alleman. Ik keek naar de zonwerende ramen van een kantoor. Er kwam iemand

naar buiten. Hij liep op me toe. Hij droeg een poloshirt met het logo van de dealer. Toen de man vroeg hoe hij me kon helpen, wist ik het weer: mijn naam was Robert. Robert Andersen. Ik was rechtstreeks van het vliegveld gekomen om de auto te kopen die ik op het internet had gezien en die precies aan mijn eisen leek te voldoen.

‘Daar kun je nog jaren plezier van hebben,’ zei de verkoper na de proefrit. Hij sloeg de vijf jaar oude Dodge Dakota 4 x 4 automaat liefderijk op de zilvergrijze flank. ‘Ze is een werkpaard en de hele familie kan erin. Zelfs je schoonmoeder.’ Hij zei het niet voor het eerst. Zijn mobiele telefoon ging over met de rit van de Walkuren. De man verwijderde zich drie passen en keerde me de rug toe. Waarschijnlijk vond hij dat beleefd. Het poloshirt liet ook op de rug geen misverstand bestaan over de naam van het

bedrijf.“



 

 

 776944-7d4a649ceee2ac7479677ac258751916.jpg

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 6 november 1945)

 

 

 


De Surinaamse schrijfster
Bea Vianen werd geboren in Paramaribo op 6 november 1935. Zie ook mijn blog van 6 november 2006 en ook mijn blog van 6 november 2008 en ook mijn blog van 6 november 2009.

 

 

berm '56

 

Rook van brandhout in mijn neus

Een koppige woudreus

Wij voor het eerst zo bij elkaar

Stond ik niet met wilde haar

dicht tegen je aan? Onze mond

zocht... en vond, ik stond niet nee

Geknield, koppig als de woudreus

Rook van verlangen in mijn neus

Willoos wild en wild haar

Liggend, hijgend, zo bij elkaar

En gras zoveel gras

Tot ik weer verten in de ogen las.

 

 

virgo '57

 

Waar ging hij naar toe?

Nu ik het zwerven moe

tot jou ben teruggekeerd

bezeert mij zijn gezicht

die ik kuste in het licht

van lichte onbezonnenheid.

Wat, voor vergankelijkheid

van een kus, een streling

Yo te quiero aan de railing

Deinende tussen lucht en oceaan

Aan boord van dromen naar de maan.

 

 

 

 776944-0206f33214f28f1af734ecbbdf83ab13.jpg

Bea Vianen (Paramaribo, 6 november 1935)

 

 

 

 

 

De Vlaamse literatuurwetenschapper en auteur Gilbert (Bert) Vanheste werd geboren in Pervijze op 6 november 1937. Zie ook mijn blog van 6 november 2008 en ook mijn blog van 6 november 2009.

 

Uit: ‘Want uw vijand wie is dat?’. Mijn kleine oorlog: Louis Paul Boon als ongelovige dromer

 

“In Verscheurd jeugdportret heeft Boon zelf een impressie gegeven van zijn kinder- en jeugdjaren. In de eerste alinea van deze herinneringen gaf hij aan dat ze slechts een verbrokkeld en fragmentarisch beeld kunnen oproepen: ‘Het is een vreemd spelletje, aan vroeger terug te denken. Niet zo-maar kriskras genoegen nemend met wat komt opdagen, maar het draadje van vroeger trachtend te volgen van dag tot dag. Het is bijna niet te geloven hoe weinig is overgebleven, hoeveel hiaten er zijn, en stukken van flarden waar men geen raad mee weet.’ Dat zijn geheugen niet betrouwbaar is, blijkt meteen daarna: ‘Het leek me een eindeloze root werkmanshuizen - ik was er nog onlangs en heb ze geteld, het waren er slechts negen.’ (Verscheurd jeugdportret, voortaan: vj, p.7). De niet uitgewiste opnamen heeft Boon gemonteerd tot een verhaal. Weliswaar geen roman, maar toch een samenhangend, chronologisch geordend geheel. Bovendien bestaat dit zelfportret voor een aanzienlijk gedeelte uit door de auteur zelf als autobiografisch opgevatte fragmenten uit zijn romans (onder meer uit Mijn kleine oorlog!). Wie kan dan nog de grens trekken tussen verbeelding en werkelijkheid? Uit onderzoek is gebleken dat Boon zelf in niet weinig gevallen door hemzelf ingekleurde of verzonnen gebeurtenissen voor echt gebeurd ging houden. Dat zal zijn toekomstige biograaf voor grote problemen plaatsen. De doelstelling van deze studie is evenwel bescheidener van aard: niet wát heeft de auteur tijdens bij voorbeeld de eerste wereldoorlog meegemaakt, maar hoe heeft de eerste wereldoorlog, zoals Boon die zelf ervaren heeft, een rol gespeeld bij de totstandkoming van Mijn kleine oorlog? Vanzelfsprekend zullen de ervaringen van de schrijver waar mogelijk gesitueerd worden in de historische feitelijkheid.”

 

 

 776944-6a94cfdaa796d52910d725174944428c.jpg

Bert Vanheste (6 november 1937 - 23 februari 2007)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:32 Reageer op dit bericht

Bodenski, James Jones, Galaktion Tabidze, Jonas Lie, Johannes Jørgensen

De Duitse dichter, componist en musicus Bodenski (eig. Michael Boden) werd geboren op 6 november 1965 in Potsdam. Zie ook mijn blog van 6 november 2008.

 

 

Duell im Morgengrauen

Gewählte Waffe: Alphabet

Eine Salve heller Vokale
Jage ich dir in dein Bein
Du strauchelst
Antwortest pfeilschnell
Katapultierst Konsonanten
Es folgen Worte
Ganze Sätze
Reime Verse
Für Stanzen oder Nonarime wird
Die Zeit nicht reichen
Geschweige denn für Episches
Schon fühle ich mich ausgelaugt
Trocken schmerzt die Kehle
Wenn ich Genugtuung erhalten will
Muss ich dir standhaft zusetzen
So versuche ich
Ruhig Blut zu sein
Probiere es
Mit einer Drehung der Perspektive
Mit einer härteren Grammatik
Einem kälteren Ton
Schneller parierend
Mit jedem weiteren Wort

Als du eine meiner Phrasen
Mit einem Stoßseufzer durchbohrst
Begehst du eine klare Verletzung
Der Regeln
Ich bedauere die Disqualifikation

Wenigstens sind wir
Im Gegensatz zu Puschkin
Mit dem Leben davon gekommen



776938-b3ee6e95de2ecafec10c8564158547a5.jpg

Bodenski (Potsdam, 6 november 1965)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James Jones werd geboren op 6 november 1921 in Robinson, Illinois. Zie ook mijn blog van 6 november 2008 en ook mijn blog van 6 november 2009.

 

Uit: The Thin Red Line

 

“The two transports had sneaked up from the south in the first graying flush of dawn, their cumbersome mass cutting smoothly through the water whose still greater mass bore them silently, themselves as gray as the dawn which camouflaged them. Now, in the fresh early morning of a lovely tropic day they lay quietly at anchor in the channel, nearer to the one island than to the other which was only a cloud on the horizon. To their crews, this was a routine mission and one they knew well: that of delivering fresh reinforcement troops. But to the men who comprised the cargo of infantry this trip was neither routine nor known and was composed of a mixture of dense anxiety and tense excitement.
Before they had arrived, during the long sea voyage, the cargo of men had been cynical--honestly cynical, not a pose, because they were part of an old regular division and knew that they were cargo. All their lives they had been cargo; never supercargo. And they were not only inured to that; they anticipated it. But now that they were here, were actually confronted with the physical fact of this island that they had all read so much about in the papers, their aplomb deserted them momentarily. Because though they were from a pre-war regular division, this was nevertheless to be their baptism of fire.
As they prepared themselves to go ashore no one doubted in theory that at least a certain percentage of them would remain on this island dead, once they set foot on it. But no one expected to be one of these. Still it was an awesome thought and as the first contingents came struggling up on deck in full gear to form up, all eyes instinctively sought out immediately this island where they were to be put, and left, and which might possibly turn out to be a friend's grave.
The view which presented itself to them from the deck was a beautiful one. In the bright, early morning tropic sunshine which sparkled off the quiet water of the channel, a fresh sea breeze stirred the fronds of minute coconut palms ashore behind the dun beach of the nearer island. It was too early yet to be oppressively hot. There was a feeling of long, open distances and limitless sea vistas. The same sea-flavored breeze sifted gently among the superstructures of the transports to touch the ears and faces of the men. After the olfactory numbness caused by the saturation of breath, feet, armpits and crotches below in the hold, the breeze seemed doubly fresh in their noses. Behind the tiny cocopalms on the island masses of green jungle rose to yellow foothills, which in turn gave place in the bright air to hulking, blue-hazed mountains.“

 

 

 

776938-8a982f0702a629c58913e9b86775564c.jpg
James Jones (6 november 1921 – 9 mei 1977)

 

 

 

 

 

De Georgische diichter en schrijver Galaktion Tabidze werd geboren op 6 november 1891 in Chqvishi, in de buurt van Vani. Zie ook mijn blog van 6 november 2008 en ook mijn blog van 6 november 2009.

 

 

The Moon Over Mtatsmtnda

My eyes have never seen the moon so lovely as to-night;
In silence wrapt she is the breathless music of the night.
Moonbeams embroider shadows with fine thread of silver light.
O, eyes have never seen the sky so lovely as to-night!
The moon adorned in beams of pearls seems like a queen divine,
The stars like fire-flies tangled in a web about her shine.
The Mtkvari flows a silver stream of lambent beauty bright.
O, eyes have never seen the moon so lovely as to-night!
Here in immortal calm and peace the great and noble sleep
Beneath the soft and dewy turf in many a mouldering heap,
Here Baratashvili came with wild desires to madness wrought,
Oppressed by raging fires of passion and perplexing thought.
O could I like the swan pour forth my soul in melody
That melts the mortal heart and breathes of immortality!
Let my free song fly far beyond this world to regions high
Where on the wings of poesy 'twill glorify the sky.
If death approaching makes the fragrance of the roses sweeter.
Attunes the soul to melodies that make all sadness dearer.
And if the swan's song thus becomes a denizen of heaven,
If in that, song she feels that death will be but ecstasy, then —
Let me like her sing one last song and in death find delight.
So breathless still and lovely I have never seen the night!
O mighty dead, let me die here beside you as I sing.
I am a poet, and to eternity my song I fling,
And let it be the fire that warms and lights the spirit's flight.
O, eyes have never seen the moon so lovely as to-night!

 

 

 

Vertaald door Venera Urushadze

 

 

 

 776938-7098d987e18630299034cfbe4656dcb0.jpg

Galaktion Tabidze (6 november 1891 – 17 maart 1959)

 

 

 

 

De Noorse schrijver Jonas Laurits Idemil Lie werd geboren op 6 november 1833 in Eiker bij Drammen. Zie ook mijn blog van 6 november 2008.

 

Uit: The Pilot and his Wife (Vertaald door Ole Bull)

 

„On the stern, pine-clad southern coast of Norway, off the  picturesquely-situated town of Arendal, stand planted far out into the  sea the white walls of the Great and Little Torungen Lighthouses, each
on its bare rock-island of corresponding name, the lesser of which  seems, as you sail past, to have only just room for the lighthouse and  the attendant's residence by the side. It is a wild and lonely  situation,--the spray, in stormy weather, driving in sheets against the  walls, and eagles and sea-birds not unfrequently dashing themselves to  death against the thick glass panes at night; while in winter all
communication with the land is very often cut off, either by drift or  patchy ice, which is impassable either on foot or by boat.
These, however, and others of the now numerous lights along that  dangerous coast, are of comparatively recent erection. Many persons now  living can remember the time when for long reaches the only lighting was  the gleam of the white breakers themselves. And the captain who had
passed the Oxö light off Christiansand might think himself lucky if he  sighted the distant Jomfruland up by Kragerö.
About a score of years before the lighthouse was placed on Little Torungen there was, however, already a house there, if it could be dignified by that name, with its back and one side almost up to the eave of the roof stuck into a heap of stones, so that it had the appearance of bending forward to let the storm sweep over it. The low entrance-door opened to the land, and two small windows looked out upon the sea, and upon the boat, which was usually drawn up in a cleft above the sea-weed outside.

When you entered, or, more properly speaking, descended into it, there was more room than might have been expected; and it contained sundry articles of furniture, such as a handsome press and sideboard, which no one would have dreamt of finding under such a roof. In one corner there stood an old spinning-wheel covered with dust, and with a smoke-blackened tuft of wool still hanging from its reel; from which, and from other small indications, it might be surmised that there had once been a woman in the house, and that tuft of wool had probably been her last spin.“



776938-6a05d905419451cf32b92be8954d88ec.jpg
Jonas Lie (6 november 1833 – 5 juli 1908)

 

 

 

 

 

De Deense schrijver Johannes Jörgensen werd geboren in Svendborg op 6 november 1866 geboren. Zie ook mijn blog van 6 november 2008.

 

Uit: St. Francis and His Brethren (Vertaald door T. O'Conor Sloane)

 

„The Franciscan Order (Friars Minor) was founded by the Poverello of Assisi (1182-l226) in the little church of Portiuncula in 1209. It was given oral approval by Pope Innocent III in 1210, and the Rule was formally approved by Pope Honorius III in 1221.

Francis found himself one day in Bishop Guido's private room. As was customary with him, he had gone to the man he regarded as "the father of souls" to get advice-perhaps also to pray for alms. It was a period of hard times for the Brotherhood. After the return from the mission journeys, four new Brothers had joined the ranks-Philipp Lungo, John of San Costanzo, Barbarus, and Bernard of Vigilanzio. Francis himself had brought a fifth new Brother with him from Rieti-Angelo Tancredi, a young knight whom Francis had met in the streets of Rieti, and whom he had won by suddenly calling out to him: "Long enough hast thou borne the belt, the sword and the spurs! The time has now come for you to change the belt for a rope, the sword for the Cross of Jesus Christ, the spurs for the dust and dirt of the road! Follow me and I will make you a knight in the army of Christ!"

Thus it was that there were no longer so few men to have food daily. In the beginning the people of Assisi had been seized with a kind of wonder, and the Brothers had got considerable alms as they went from door to door. Now people began to grow weary of them; now the relatives of the Brothers were ready to persecute them. "You have given away what you had, and now you come and want to eat up other people's things!"

 

 

 

 776938-9ed31759183a746457100e4c4513b726.jpg

Johannes Jørgensen (6 november 1866 -  29 mei 1956)

Geschreven door Romenu om 19:14 Reageer op dit bericht

Joyce Maynard, Hanns-Josef Ortheil, Andreas Stichmann, Ulla Berkéwicz, Mikhail Artsybashev

De Amerikaanse schrijfster Joyce Maynard werd geboren op 5 november 1953 in Durham, New Hampshire en volgde een opleiding aan de Phillips Exeter Academy. Zie ook mijn blog van 5 november 2008 en ook mijn blog van 5 november 2009.

 

Uit: The Good Daughters

 

“My father told me I was a hurricane baby. This didn’t mean I was born in the middle of one. July 4, 1950, the day of my birth, fell well before hurricane season.
He meant I was conceived during a hurricane. Or in its aftermath. “Stop that, Edwin,” my mother would say, if she overheard him saying this. To my mother, Connie, anything to do with sex, or its consequences (namely, my birth, or at least the idea of linking my birth to the sex act), was not a topic for discussion.
But if she wasn’t around, he’d tell me about the storm, and how he’d been called out to clear a fallen tree off the road, and how fierce the rain had been that night, how wild the wind. “I didn’t get to France in the war like my brothers,” he said, “but it felt like I was doing battle, fighting those hundred-mile-an-hour gusts,” he told me. “And here’s the funny thing about it. Those times a person feels most afraid for their life? Those are the times you know you’re alive.” He told me how, in the cab of his truck, the water poured down so hard he couldn’t see, and how fast his heart was pounding, plunging into the darkness, and how it was, after—outside in the downpour, cutting the tree and moving the heavy branches to the side of the road, his boots sinking into the mud and drenched from rain, his arms shaking.
“The wind had a human sound to it,” he said, “like the moaning of a woman.”
Later, thinking back on the way my father recounted the story, it occurred to me that much of the language he used to describe the storm might have been applied to the act of a couple making love. He made the sound of the wind for me, then, and I pressed myself against his chest so he could wrap his big arms around me. I shivered, just to think of how it must have been that night.
For some reason, my father liked to tell this story, though I—not my sisters, not our mother—was his only audience. Well, that made sense perhaps. I was his hurricane girl, he said. If there hadn’t been that storm, he liked to say, I wouldn’t be here now.

It was nine months later almost to the day that I arrived, in the delivery room of Bellersville Hospital, high noon on our nation’s birthday, right after the end of the first haying season, and just when the strawberries had reached their peak.“

 

 

 

 776180-7e78fe2f65ab75e5120be36b793e84bb.jpg

Joyce Maynard (Durham, 5 november 1953)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hanns-Josef Ortheil werd geboren op 5 november 1951 in Keulen. Zie ook mijn blog van 5 november 2006 en ook mijn blog van 5 november 2007 en ook mijn blog van 5 november 2008 en ook mijn blog van 5 november 2009.

 

Uit: Die Moselreise

 

“Die Moselreise im Sommer 1963 war die erste längere Reise, die ich allein mit meinem Vater unternahm. Sie hinterließ in der Geschichte unserer Familie so auffällige und merkwürdige Spuren, dass es sich lohnt, diese Spuren noch ein wenig weiterzuverfolgen. Die erste, sichtbarste Spur war natürlich die hier erstmals gedruckt vorliegende Reise-Erzählung, die ich nach unserer Rückkehr nach Köln aus all den vielen während der Reise gemachten Notizen komponierte. Ich schenkte sie schließlich meinen Eltern, und ich erlebte schon bald, dass dieses Geschenk auf sie einen außerordentlich starken Eindruck machte. Immer wieder lasen beide Eltern darin, und immer wieder kreisten die Gespräche um Themen und Motive dieser Erzählung.
Zwar erfuhr ich als Kind nicht genau, was meine Eltern an meinem Text so beeindruckte, doch konnte ich späteren Kommentaren entnehmen, dass mein Vater die Moselreise vor allem deshalb als einen Erfolg betrachtete, weil ein Reisen in genau dieser Form mir offensichtlich viel von der immer virulenten Angst vor der Fremde und allem Unvertrauten nahm. Als kleines Kind hatte ich mich nämlich viele Jahre tagsüber mit der Mutter in einem nur sehr begrenzten Terrain im Norden Kölns aufgehalten. An den Vormittagen waren wir spazieren gegangen oder hatten kleinere Einkäufe gemacht, die übrige Zeit aber waren wir meist in der Wohnung geblieben.
Meine Mutter hatte sehr viel gelesen, von Beruf war sie Bibliothekarin, und ich hatte in den vielen Bilderbüchern und all den Kinderzeitschriften und Zeitungen geblättert, die der Vater an den Abenden oft mit nach Hause brachte. Seit dem vierten Lebensjahr hatte ich darüber hinaus Klavier gespielt und viele Stunden des Tages mit Klavierüben verbracht. Diese Tätigkeit hatte mich noch enger an die Wohnung und das vertraute Haus gebunden, so dass ich schon bei geringer Entfernung von diesem Zuhause oft unruhig geworden war und zu fremdeln begonnen hatte.”

 

 

 

776180-088576b7a05a9f28302585970d7cbfe4.jpg
Hanns-Josef Ortheil (Keulen, 5 november 1951)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Andreas Stichmann werd op 5 november 1983 in Bonn geboren. Stichmannn kwam door het tekenen van strips tot schrijven. Hij verbleef langere tijd in Zuidafrika en Iran. Ervaringen die hij daar opdeed zijn in zijn werk verwerkt. Hij studeerde aan het Deutsche Literaturinstitut Leipzig. In 2008 verscheen de verhalenbundel »Jackie in Silber«,waarvoor hij de Clemens Brentano Preis 2009 ontving en bovendien het Stipendium des Literarischen Colloqiums Berlin. Stichmann woont nu in Hamburg. Zie ook mijn blog van 30 augustus 2009.

 

Uit: Alleinstehende Herren

 

„Wenn der Nachmittag schwer wird und Schatten aus den Wolken fallen, wenn die Ameisen in Ritzen flüchten, weil es draußen kalt wird, wenn es drinnen warm wird, gehst du raus und kackst hinter die Hochhäuser. Aus der Grube krähen Fahrradspeichen, Kühlschrankleichen und Rostgerippe. Ein Hauch von Abenteuer. Du schreitest durch das pudrige Licht der Laternen, die Arme hinter dem Rücken verschränkt. Du siehst imaginäre Passanten laufen, grüßt mit dem Nicken eines Generals. Erschrickst, wenn du dich im Schaufenster lachen siehst. Nur selten begegnest du wirklich noch einer späten Oma, die istdann plötzlich sehr echt.

Paul, der im ersten Stock wohnt, macht jetzt alles. Du gehst mittags raus, da steht er mit seinem Hot-Dog-Stand an der Straße. Du gehst wieder rein und rufst beim Kinoprogrammservice an, Paul ist dran und sagt: »Sie wünschen?« Du gehst in die Fußgängerzone, da steht Paul als Känguru und verteilt

Reisebürowerbung. Wahrscheinlich ist er einsam, du kennst das, du kennst das. Oft genug wachst du verdattert auf und denkst: Hier bin ich wieder, mit wem rede ich denn? Dann drehst du dich noch mal um und willst dem ganzen Quatsch entgehen, aber etwas sagt dir: Schlaf nicht so lange, Schlaf

kann Menschen trinken. Putz Zähne, steck eine Münze in den Tag. Schließlich bist du der Hootscha-Kutscha-Mann.

Und du stehst auf und richtest die Wohnung her, denn gleich kommen die Jungs vom Club der einsamen Männer. Da will das Fruchtgummi auf den Tisch gestellt sein, da will die ganze Wohnung im warmen Gewand sich zeigen. Go on, zwitschert das Radio, der neueste Hit der Zitronengirls.“

 

 

 

776180-c03b849048c99970642fc02f43ea4e03.jpg
Andreas Stichmann (Bonn,  5 november 1983)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster, uitgeefster en actrice Ulla Berkéwicz werd geboren op 5 november 1948 in Gießen als Ursula Schmidt. Zie ook mijn blog van 5 november 2008 en ook mijn blog van 5 november 2009.

 

Uit: Golem in Bayreuth

 

“In den vierhundert Jahren, seit der Hohe Rabbi Löw in Prag einen Golem erschaffen haben soll, wurde der Vertrag mit der Aufklärung geschlossen, die Magie durch Ideologie ersetzt und die Wissenschaft zum Götzen erklärt. In den fünfzig Jahren, seit Norbert Wiener jene »Wissenschaft von Mensch und Maschine« begründete, die er Kybernetik nannte, mußte der Mensch lernen, sich in einer von Daten bestimmten Welt zurechtzufinden, die nicht vollständig beschreibbar sind, da es die hierfür notwendige Mathematik noch nicht gibt. Und da nun nicht mehr ganz auszuschließen ist, daß die Mathematik am Ende doch nichts weiter sein könnte als eine magische Ideologie, wird der Vertrag mit der Aufklärung derzeit diskutiert, steht die Kündigung im Raum.

Rabbi Löw war geistiger Urahn von Norbert Wiener, der die Grundlagen zu jener mathematischen Magie schuf, die den Golem unserer Tage, den Computer, hervorbrachte. Norbert Wiener ist der geistige Ahn all jener Wissenschaftler und Ingenieure, Gelehrten und Schlawiner, die nicht mehr auf das Verständnis von Welt, sondern auf deren pure Simulation hinarbeiten, deren Ziel es ist, Denkmaschinen aus DNS-Strängen statt aus Silikon herzustellen, und die behaupten, daß in

informationsverarbeitenden Systemen Bewußtsein entstehen kann.

Rabbi Löw, Metaphysiker im Sinne der talmudischen Gesetze und Mystiker im Sinne der Kabbala, hat die Schöpfung als ein Hinabsteigen Gottes in die eigenen Urgründe begriffen, »wo alle Dinge urbildlich entfaltet sind«, ein Hinabsteigen in sein eigenes Nichts, aus dem alles hervorkommt. Norbert Wiener ging von der Annahme aus, daß alle Lebewesen »Muster« sind, die sich für immer selbst erhalten, und daß »ein Muster eine Botschaft ist und als Botschaft übertragbar«. Wenn nun Wieners geistige Kinder meinen, ein neues Muster würde gar nicht geschaffen, sondern verließe nur seinen unmanifesten Zustand, um sich in der stofflichen Welt zu etablieren, und Menschen seien nichts weiter als Informationsmuster wie Maschinen, Körper seien lediglich temporäre Behältnisse für die in ihnen enthaltenen Informationen, hören sie das weiße auschen des Vakuums, des Bereichs aller Möglichkeiten, des Subquantenfelds, werden sie zurück und vorwärts geworfen auf Gott und sein Nichts, beginnen sie das kabbalistische Alefbet neu zu buchstabieren.”

 

 

 

776180-5b88f78ccc13aeffe1752503cb473bd6.jpg
Ulla Berkéwicz (Gießen, 5 november 1948)

 

 

 

 

 

De Russische schrijver Mikhail Artsybashev werd geboren op 5 november 1878 in Dubroslavovka. Zie ook mijn blog van 5 november 2008 en ook mijn blog van 5 november 2009.

 

Uit: Sanin (Vertaald door Percy Pinkerton)

 

„Such kindliness and courtesy seemed to come naturally from him as the light from a lamp which shines with equal radiance on all objects.

They went out to the garden terrace and sat down on the steps. Lida sat on a lower one, listening in silence to her brother. At her heart she felt an icy chill. Her subtle feminine instinct told her that her brother was not what she had imagined him to be. In his presence she felt shy and embarrassed, as if he were a stranger. It was now evening; faint shadows encircled them. Sanine lit a cigarette and the delicate odour of tobacco mingled with the fragrance of the garden. He told them how life had tossed him hither and thither; how he had often been hungry and a vagrant; how he had taken part in political struggles, and how, when weary, he had renounced these.

Lida sat motionless, listening attentively, and looking as quaint and pretty as any charming girl would look in summer twilight.

The more he told her, the more she became convinced that this life which she had painted for herself in such glowing colours was really most simple and commonplace. There was something strange in it as well. What was it? That she could not define. At any rate, from her brother's account, it seemed to her very simple, tedious and boring. Apparently he had lived just anywhere, and had done just anything; at work one day, and idle the next; it was also plain that he liked drinking, and knew a good deal about women. But life such as this had nothing dark or sinister about it; in no way did it resemble the life she imagined her brother had led. He had no ideas to live for; he hated no one; and for no one had he suffered. At some of his disclosures she was positively annoyed, especially when he told her that once, being very hard up, he was obliged to mend his torn trousers himself.

"Why, do you know how to sew?" she asked involuntarily, in a tone of surprise and contempt. She thought it paltry; unmanly, in fact.

"I did not know at first, but I soon had to learn," replied Sanine, who smilingly guessed what his sister thought.

The girl carelessly shrugged her shoulders, and remained silent, gazing at the garden. It seemed to her as if, dreaming of sunshine, she awoke beneath a grey, cold sky.“

 

 

 

776180-c8b3193cc4546b35f9e3eaf8f9574bf5.jpg
Mikhail Artsybashev (5 november 1878 – 3 maart 1927)




Zie voor nog meer schrijvers van de 5e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:38 Reageer op dit bericht

Ella Wheeler Wilcox, James Elroy Flecker, Washington Allston, Anna Maria van Schurman, Hans Sachs

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Ella Wheeler Wilcox werd geboren op 5 november 1850 in Johnstown, Wisconsin. Zie ook mijn blog van 5 november 2008 en ook mijn blog van 5 november 2009.

 

 

Friendship 

 

Dear friend, I pray thee, if thou wouldst be proving

Thy strong regard for me,

Make me no vows. Lip-service is not loving;

Let thy faith speak for thee.

 

Swear not to me that nothing can divide us-

So little such oaths mean.

But when distrust and envy creep beside us

Let them not come between.

 

Say not to me the depths of thy devotion

Are deeper than the sea;

But watch, lest doubt or some unkind emotion

Embitter them for me.

 

Vow not to love me ever and for ever,

Words are such idle things;

But when we differ in opinions, never

Hurt me by little stings.

 

I'm sick of words: they are so lightly spoken,

And spoken, are but air.

I'd rather feel thy trust in me unbroken

Than list thy words so fair.

 

If all the little proofs of trust are heeded,

It thou are always kind,

No sacrifice, no promise will be needed

To satisfy my mind.

 

 

 

Joy

 

My heart is like a little bird
That sits and sings for very gladness.
Sorrow is some forgotten word,
And so, except in rhyme, is sadness.

The world is very fair to me –
Such azure skies, such golden weather,
I’m like a long caged bird set free,
My heart is lighter than a feather.

I rise rejoicing in my life;
I live with love of God and neighbour;
My days flow on unmarred by strife,
And sweetened by my pleasant labour.

O youth! O spring! O happy days,
Ye are so passing sweet, and tender,
And while the fleeting season stays,
I revel care-free, in its splendour

 

 

 
 776172-6c7419ad08fb203b842e02ce04d902da.jpg

 Ella Wheeler Wilcox (5 november 1850 – 30 oktober 1919)

 

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver James Elroy Flecker werd geboren op 5 november 1884 in Londen. Zie ook mijn blog van 5 november 2008 en ook mijn blog van 5 november 2009.

 

 

A ship, an isle, a sickle moon

 

A ship, an isle, a sickle moon--

With few but with how splendid stars

The mirrors of the sea are strewn

Between their silver bars!

 

An isle beside an isle she lay,

The pale ship anchored in the bay,

While in the young moon's port of gold

A star-ship--as the mirrors told--

Put forth its great and lonely light

to the unreflecting Ocean, Night.

And still, a ship upon her seas,

The isle and the island cypresses

Went sailing on without the gale:

And still there moved the moon so pale,

A crescent ship without a sail!

 

 

 

 776172-47db1772a679d51a227c23477163f233.jpg

James Elroy Flecker (5 november 1884 – 3 januari 1915)

 

 

 

 

De Amerikaanse schilder en dichter Washington Allston werd geboren op 5 november 1779 in de buurt van Charleston, South Carolina. Zie ook mijn blog van 5 november 2008 en ook mijn blog van 5 november 2009.

 

 

On Rembrant

Occasioned by His Picture of Jacob's Dream

 

As in that twilight, superstitious age

When all beyond the narrow grasp of mind

Seem'd fraught with meanings of supernal kind,

When e'en the learned philosophic sage,

Wont with the stars thro' boundless space to range,

Listen'd with rev'rence to the changeling's tale;

E'en so, thou strangest of all beings strange!

E'en so thy visionary scenes I hail;

That like the ramblings of an idiot's speech,

No image giving of a thing on earth,

Nor thought significant in Reason's reach,

Yet in their random shadowings give birth

To thoughts and things from other worlds that come,

And fill the soul, and strike the reason dumb.

 

 

 

 

 776172-46965b435dc9e09aa3dccac4a71c3f0c.jpg

Washington Allston (5 november 1779 – 9 juli 1843)

Zelfportret, 1805

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Anna Maria van Schurman werd geboren in Keulen op 5 november 1607. Zie ook mijn blog van 5 november 2006. Zie ook mijn blog van 5 november 2008 en ook mijn blog van 5 november 2009.

 

Uit: Hebreeuwse Brief aan Dorothea Moore

 

„Aan de grote stad Dublin,
voor de geachte meesteres Dorothea Moore,
weduwe van de geachte man, zoon van Gorim Moore Meir uit de stad Utrecht.

 

Vrede aan de vrouw die ik eer!

 Ik heb uw nieuws vernomen, vriendin en geachte meesteres. En ik juichte en was blij over het goede dat de hemel nu aan ons schenkt door de eer van uw volk te vernieuwen. Want onwetend zei ik dat de wijsheid na de dood van Lady Jane Gray en koningin Elizabeth - mag hun nagedachtenis gezegend zijn - geopenbaard is temidden van de vrouwen in Engeland. Werkelijk, wijsheid heeft in uw hart haar intrek genomen en inzicht in uw ziel. Ze is een bron van vreugde voor u. God heeft u uitgekozen om een kroon van heerlijkheid te zijn voor al de vrouwen. De wijsheid heeft leiding gegeven en was tevreden over u en jullie zullen verborgen schatten vinden. Daarom was ik erg blij met uw boek, net zoals met het licht van de zon wanneer hij opkomt. Vol verlangen was ik om u lief te hebben en ik zei in mijn hart: ‘Ik kom voor de eer van uw heerlijkheid met deze tien woorden van mijn mond: de armoede van mijn kennis om een zoutverbond te sluiten tussen u en mij. Laten we samen besluiten om rond te kijken en om wijsheid en inzicht te verwerven, want dat is goed. Haar winst is die van goud en zilver. Zij zullen naar haar komen.

En nu, als ik genade in uw ogen vind, laat mij al uw wensen weten.

Mag u door Jahweh gezegend zijn, en mag er eer en heerlijkheid voor uw volk zijn.“

 

 


776172-340dc07380dd085ab810e7946c3b83c8.jpg
Anna Maria van Schurman (5 november 1607 – 4 of 14 mei 1678)

Portret door Jan Lievens, 1649

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Sachs werd op 5 november 1494 in Nürnberg geboren als zoon van een kleermaker. Zie ook mijn blog van 5 november 2006. Zie ook mijn blog van 5 november 2008 en ook mijn blog van 5 november 2009.

 

 

Der arm kriechisch poet

10. juli 1548.

1.

Keiser Augustus het
lieb glerte leut und tet
auch an der stet
sie all reichlich begaben;
Derhalb in die stat Rom
manch glerter man auch kom,
die er annom,
tet groß freud mit in haben.
Einsmals aus Kriechenlant
ein poet hochgeleret
gen Rom bracht sein gedicht,
darin er zugericht
het kunstlich mit verstant
des keisers wird und lob,
het das weit ob
andern weisen gemeret.

 

 

 

776172-4b9bfe4ce948a1ddad77e3978adf750e.jpg
Hans Sachs (5 november 1494 -19 janauari 1576)

Geschreven door Romenu om 19:29 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten