Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 juli 2011 tot 20 juli 2011

Hans Lodeizen, Uwe Johnson, Simin Behbahāni

De Nederlandse dichter Hans Lodeizen werd geboren op 20 juli 1924 in Naarden. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010 en eveneens alle tags voor Hans Lodeizen op dit blog.

 

 

je hebt me alleen gelaten

 

je hebt me alleen gelaten
maar ik heb het je al vergeven

want ik weet dat je nog ergens bent
vannacht nog, toen ik door de stad
dwaalde, zag ik je silhouet in het glas
van een badkamer

en gisteren hoorde ik je in het bos lachen
zie je, ik weet dat je er nog bent

laatst reed je me voorbij met vier
andere mensen in een oude auto
en ofschoon jij de enige was die
niet omkeek, wist ik toch dat jij
de enige was die mij herkende de enige die
zonder mij niet kan leven

en ik heb geglimlacht

ik was zeker dat je me niet verlaten zou
morgen misschien zul je terugkomen
of anders overmorgen of wie weet wel nooit

maar je kunt me niet verlaten

 

 

 

Hij die de wind

 

Hij die de wind
had na willen bootsen in haar
meest intieme bewegingen;
nu ligt hij als een steen
in de beek, zwijgend in het
spelende water.

Hij die zijn hand
wou laten regeren over de
dingen is moe, en een klacht
draagt hij op zijn hoofd als
een doornenkroon, maar hij lacht
in de herfstzon.

 

 

 

ik wou dat ik je ergens vinden kon

 

ik wou dat ik je ergens vinden kon
de nacht is uitgegaan als een kaars
de wind heeft haar uitgeblazen
waar komt de muziek vandaan?

de wereld heeft haar versierselen afgedaan
er is een kaal huis, red mij, kom;
ik wil niet alleen zijn

maar ik weet dat je nergens bent
alleen zal ik leven
alleen doodgaan.

 

 

 

956416-ca0e44b51198b658d7e0534d4e9e5ad9.jpg
Hans Lodeizen (20 juli 1924 - 26 juli 1950)

Hier met zijn vader 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Uwe Johnson werd geboren op 20 juli 1934 in Cammin (tegenwoordig Kamień Pomorski, Polen). Zie ook mijn blog van 20 juli 2007 en ook mijn blog van 20 juli 2008 en ook mijn blog van 20 juli 2009 en ook mijn blog van 20 juli 2010

 

Uit: Jahrestage

 

„Lange Wellen treiben schräg gegen den Strand, wölben Buckel mit Muskelsträngen, heben zitternde Kämme, die im grünsten Stand kippen. Der straffe Überschlag, schon weißlich gestriemt, umwikkelt

einen runden Hohlraum Luft, der von der klaren Masse zerdrückt wird, als sei da ein Geheimnis gemacht und zerstört worden.

Die zerplatzende Woge stößt Kinder von den Füßen, wirbelt sie rundum, zerrt sie flach über den graupligen Grund. Jenseits der Brandung ziehen die Wellen die Schwimmende an ausgestreckten Händen über ihren Rücken. Der Wind ist flatterig, bei solchem drucklosen Wind ist die Ostsee in ein Plätschern ausgelaufen. Das Wort für die kurzen Wellen der Ostsee ist kabbelig gewesen.

Das Dorf liegt auf einer schmalen Nehrung vor der Küste New Jerseys, zwei Eisenbahnstunden südlich von New York. Die Gemeinde hat den breiten Sandstrand abgezäunt und verkauft Fremden

den Zutritt für vierzig Dollar je Saison, an den Eingängen lümmeln uniformierte Rentner und suchen die Kleidung der Badegäste nach den Erlaubnisplaketten ab. Offen ist der Atlantik für die Bewohner

der Strandvillen, die behäbig unter vielflächigen Schrägdächern sitzen, mit Veranden, doppelstöckigen Galerien, bunten Markisen, auf dem Felsdamm oberhalb der Hurrikangrenze. Die dunkelhäutige Dienerschaft des Ortes füllt eine eigene Kirche, aber Neger sollen hier nicht Häuser kaufen oder Wohnungen mieten oder liegen in dem weißen grobkörnigen Sand. Auch Juden sind hier nicht erwünscht. Sie ist nicht sicher, ob Juden vor 1933 noch mieten durften in dem Fischerdorf vor Jerichow, sie kann sich nicht erinnern an ein Verbotsschild aus den Jahren danach. Sie hat hier

einen Bungalow auf der Buchtseite von Freunden auf zehn Tage geliehen. Die Leute im Nachbarhaus nehmen die Post an und lesen die Ansichtenkarten, die das Kind aus dem Ferienlager an »dear Miss C.« schreibt, aber sie beharren auf der Anrede »Mrs. Cresspahl «, und mögen auch sie für eine Katholikin irischer Abstammung ansehen.

 

Ge-sine Cress-pa˚ l

ick peer di dine Hackn da˚ l“

 

 

956416-4d1577e0bfca18c6088bc8da6021ba57.jpg
Uwe Johnson (20 juli 1934 – 24 februari 1984)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, journalist, commentator, essayist en columnist Henk Hofland werd geboren in Rotterdam op 20 juli 1927. Zie ook mijn blog van 20 juli 2010

 

Uit: Tegels lichten

 

„Dit is de wordingsgeschiedenis van een verbazing; de verklaring waarom de meeste mensen, massa's en bewindvoerders, mij door brutale (onbeschaamde, naakte, grijnzende) domheid hoe langer hoe meer afschuw bezorgen, en waarom ik tegelijkertijd moedelozer word als ik denk dat ik er iets aan zou moeten of kunnen doen. Zonder iemand speciaal te beschuldigen, beweer ik dat mijn generatie (1927) misschien het slachtoffer is geworden van zijn voorbeeld. Opvoeden in het algemeen bestaat voor het grootste deel uit het dwangmatig, voor zover niet per ongeluk, geven van vage voorbeelden, die nog niet de goede hoeven te zijn. Zo ontvangt de mens het erfdeel der vaderen, maakt hij zich geëerbiedigde tradities eigen en zorgt dat opeenvolgende geslachten zelfbewust en op roem belust met hun hoofden tegen identieke muren lopen.

Als ik een schets schrijf van de generatie die mij mijn ‘essentiële waarden’ zonder boze opzet cadeau deed, dan is dat geen naturalistisch portret, maar mijn kijk van nu op hun vroegere inzichten, trauma's, definitieve beslissingen en andere historische momenten. Wat gereconstrueerd wordt is niet wat ze toen werkelijk waren, maar hoe ze als instrument van overlevering hebben dienstgedaan. Zoals later zal blijken is er een lachwekkende incongruentie tussen reconstructie en werkelijkheid, want wat ik bijvoorbeeld voor orkanen in hun levens heb aangezien blijkt bij hen alleen het verongelijkt gevoel te hebben veroorzaakt van iemand die op de tocht wordt gezet. De tocht zelf daartegen heeft hen zeer gealarmeerd.“

 

 

 

 956416-7a26d9ecb11f73d1cb6c9d9a45b6a77d.jpg

Henk Hofland (Rotterdam, 20 juli 1927)

 

 

 

 

 

De Iraanse dichteres en schrijfster Simin Behbahāni werd geboren in Teheran op 20 juli 1927. Zie ook mijn blog van 20 juli 2009 en ook mijn blog van 20 juli 2010

 

 

Lied der Prostituierten

 

Gib mir die Make-up-Dose

damit ich meine Blässe farbenfroh mache.

Gib mir das Öl

damit ich mein Gesicht

verwelkt von meiner Traurigkeit

auffrische.

...

Gib mir die Spitze

damit ich in ihr meiner Nacktheit

mehr Geltung verschaffe

damit mein Kopf, meine Brust und mein Busen

mehr Begierde und Leidenschaft erwecken.

Gib mir den Kelch

damit ich mich betrinke

mein Elend belächle

und diesem traurigen Gesicht

eine frohe, verführerische Maske aufsetze.

...

Ich habe viele Bekannten

und bin doch einsam.

Von keiner dieser Bekanntschaften

ist Trost und Wohlwollen zu erwarten.

Sie reden viel von Mitgefühl

doch das verfliegt nach einer kurzen Weile.

...

Oh, wer klopft da an der Tür?

 

Mein Partner für den heutigen Abend kommt!

Ach, du Leid, verlass mein Herz

jetzt ist seine Freude an der Reihe.

Meine Lippen, ihr Lügner und Betrüger

verdeckt mein Leid mit einem Schleier

voller Geheimnisse.

Damit man mir paar Münzen mehr gibt

lacht, küsst, liebkost, ...

 

 

Vertaald door Afsane Bahar

 

 

 

956416-b5f8b1815f069234a44cc5316a0e185d.jpg
Simin Behbahāni (Teheran, 20 juli 1927)




Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juli ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:53 Reageer op dit bericht

Francesco Petrarca, Maurice Gilliams, Erik Axel Karlfeldt

De Italiaanse dichter en schrijver Francesco Petrarca werd geboren in Arezzo op 20 juli 1304. Zie ook mijn blog van 20 juli 2007 en ook mijn blog van 20 juli 2008 en ook mijn blog van 20 juli 2009.en ook mijn blog van 20 juli 2010

 

 

Ist Liebe lauter nichts

 

Ist Liebe lauter nichts, wie dass sie mich entzündet?
Ist sie dann gleichwohl was, wem ist ihr Tun bewusst?
Ist sie auch recht und gut, wie bringt sie böse Lust?
Ist sie nicht gut, wie dass man Freud aus ihr empfindet?

Lieb ich gar williglich, wie dass ich Schmerzen trage?
Muss ich es tun, was hilfts, dass ich solch Trauren führ?
Tu ichs nicht gern, wer ists, der es befiehlet mir?
Tu ich s gern, warum, dass ich mich dann beklage?

Ich wanke wie das Gras, so von den kühlen Winden
Um Vesperzeit bald hin geneiget wird, bald her.
Ich walle wie ein Schiff, das in dem wilden Meer

Von Wellen umgejagd nicht kann zu Rande finden.
Ich weiß nicht was ich will, ich will nicht was ich weiß,
Im Sommer ist mir kalt, im Winter ist mir heiß.

 

 

Vertaald door Martin Opitz

 

 

 

 

Es hob mich der Gedanke in ihre Kreise

 

Es hob mich der Gedanke in ihre Kreise

Zu ihr nach der hier vergeblich geht mein Streben

Dort sah ich sie im dritten Himmel schweben...

Schön war sie wie nie doch in minder stolzer Weise.

 

Sie fasste mich bei der Hand und sagte leise:

„So michs nicht trügt werden hier vereint wir noch leben...

Ich bins die so große Kämpfe dir gegeben

Und die vor Abend beendete ihre Reise.

 

Mein Glück begreift kein menschlicher Verstand:

Dich allein erwart ich und meine schöne Hülle

Die da unten blieb – der Anfang deiner Liebe“

 

Ach warum schwieg sie und entzog sie ihre Hand?

Bei solcher liebreicher und keuscher Worte Fülle

War mir als ob ich in dem Himmel bliebe.

 

 

 

Vertaald door Stefan George

 

 

 

 956415-4e4d575fb5bb0601f5851a06cb51bc85.jpg

Francesco Petrarca (20 juli 1304 – 19 juli 1374)

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Maurice Gilliams werd geboren in Antwerpen op 20 juli 1900. Zie ook mijn blog van 20 juli 2008 en ook mijn blog van 20 juli 2009 en ook mijn blog van 20 juli 2010

 

 

Gedroomd geluk  

 

Gij proeft de weemoed niet van een dun Frans boek,

vóór ’t open venster en het regent zoet

op de blauwe denneboom. ’t Wordt avond,

en ik lees een weelde van de bladen

terwijl ik zwijg. – Gij wilt alleen met mij,

zoals het was in een oud liedekijn:

rijden over de heide. Ik blijf zwijgen,

omdat uw stem mij ongewoon gaat schijnen

en uw onrust in een kus zich wreekt:

‘blijf hier wonen.’ Maar een schamel poëet

heeft niet wat hij wil om boter te kopen,

en dan vervloeien gauw de liefdeswoorden.

-ik lees van een kind dat een zeepbel blies

om een kever: het dwaas en broos verdriet.

 

 

 

 

Winter te Schilde

 

Het is een vlakte waar geen moeders wonen;

Het sneeuwt en blinder zwellen de moerassen.

De stilte vriest aan ’t warhout der gewassen,

Langs donkre paden naar helle kerkhoven.

Maar wiegeliedren hoort men nergens ruisen,

Geen winteravondzangen brengen vrede.

De natte honden bassen aan hun keten;

De bruine ratten dringen in de huizen.

Daar rusten, donker-weg, de ronde broden,

Het karig voedsel voor de bittre dagen.

En alles wat een mensenziek kan klagen

Verkropt zij in der doden zoete namen.

 

 

 956415-64062af0b88ba3a0f9f65ee75bd279d2.jpg

Maurice Gilliams (20 juli 1900 – 18 oktober 1982)

 

 

 

 

 

De Zweedse dichter Erik Axel Karlfeldt werd geboren op 20 juli 1864 in Folkärna. Zie ook mijn blog van 20 juli 2007 en ook mijn blog van 20 juli 2008 en ook mijn blog van 20 juli 2009 en ook mijn blog van 20 juli 2010

 

 

Wohl mir, nach all dem Spielen

 

Wohl mir, nach all dem Spielen, Schweifen:
du bist der Ernst, und du bist mein;
um unsere Liebe auszureifen,
braucht's keiner Sonne warmen Schein!
Hörst du die Winde heulen, pfeifen?
Hochzeitlich dringt's zu uns herein!
Wir lachen, wenn die Balken knarren,
denn unser Glück hat feste Sparren.

 

 

 

 

Dann zog er hinab ins Tal

Dann zog er hinab ins Tal
eine Vollmondnacht,
eine Goldmondnacht.
Die stumme Nachtigall
in seinem Herzen erwacht.
Er sagt zu der armen Gefangenen:
Flieg hinaus in den grünen Hain!
Ich bin voll von dem Neuen, dem Vergangenen,
ich bin jung von berauschender Pein.
Der Frühling aus fernen Weiten
stand wie neu erweckt am Hang,
und er sang wie in Nachtigallenzeiten
seines Herzens Überschwang.

 

 

 

956415-1cff685bc9a181b4050d95a1a5189e5f.jpg
Erik Axel Karlfeldt (20 juli 1864 – 8 april 1931)

Portret door J A G Acke

Geschreven door Romenu om 19:52 Reageer op dit bericht

Cormac McCarthy, Pavel Kohout, Elfriede Kern, Thomas Berger, Thomas Lovell Beddoes, Lotte Ingrisch

De Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy werd geboren op 20 juli 1933 in Providence, Rhode Island. Zie ook mijn blog van 20 juli 2007 en ook mijn blog van 20 juli 2008 en ook mijn blog van 20 juli 2009 en ook mijn blog van 20 juli 2010

Uit: Cities of The Plain

„Late that night lying in his bunk in the dark he heard the kitchen door close and heard the screendoor close after it. He lay there. Then he sat and swung his feet to the floor and got his boots and his jeans and pulled them on and put on his hat and walked out. The moon was almost full and it was cold and late and no smoke rose from the kitchen chimney. Mr Johnson was sitting on the back stoop in his duckingcoat smoking a cigarette. He looked up at John Grady and nodded. John Grady sat on the stoop beside him. What are you doin' out here without your hat? he said.

I don't know.

You all right?

Yeah. I'm all right. Sometimes you miss bein' outside at night. You want a cigarette?

No thanks.

Could you not sleep either?

No sir. I guess not.

How's them new horses?

I think he done all right.

Them was some boogerish colts I seen penned up in the corral.

I think he's goin' to sell off some of them.

Horsetradin', the old man said. He shook his head. He smoked.

Did you used to break horses, Mr Johnson?

Some. Mostly just what was required. I was never a twister in any sense of the word. I got hurt once pretty bad. You can get spooked and not know it. Just little things. You don't hardly even know it.

But you like to ride.

I do. Margaret could outride me two to one though. As good a woman with a horse as I ever saw. Way better'n me. Hard thing for a man to admit but it's the truth.

You worked for the Matadors didn't you?

Yep. I did.

How was that?

Hard work. That's how it was.

I guess that ain't changed.

Oh it probably has. Some. I was never in love with the cattle business. It's just the only one I ever knew.

He smoked.“



956410-0ac178142a63cf113bc17c551b6e23c5.jpg

Cormac McCarthy (Providence, 20 juli 1933)





De Tsjechische schrijver
Pavel Kohout werd geboren op 20 juli 1928 in Praag in wat toen nog Tsjecho-Slowakije werd genoemd. Zie ook mijn blog van 20 juli 2008 en ook mijn blog van 20 juli 2009 en ook mijn blog van 20 juli 2010

Uit: The Widow Killer (Vertaald door Neil Bernel)


„When the doorbell rang just after the siren, Elisabeth, baroness of Pomerania, was sure the caretaker had come to escort her down to the shelter; she donned the black fur coat she had just hung up, picked up her small emergency suitcase, unhooked the door chain, and realized that she had just let her murderer in.

Earlier, at the Vyšehrad cemetery, she had noticed a man with a bulging bag over his shoulder; it was common these days to see Czechs decorating the graves of their patron saints. His appearance reminded her of a repairman, and she could barely see him because his face was obscured by the sun. Now she saw eyes of glass: no color or expression. He calmly wedged a scuffed shoe into the crack; a lanky body bundled in a cotton jacket followed it through the door. And there, finally, she saw the long and strangely slim blade. A poultry knife! she thought.

The baroness knew she was going to die, but she did nothing to prevent it. She was the only occupant left on the top floor, and the roar of airplane motors would have drowned out her screams. Besides, she had no desire to live.

For a Catholic, suicide was unthinkable; divine punishment was the best she could hope for. This unjust war would only end when those who began it were destroyed. A Russian partisan had shot her husband; a Maquis had killed her son in Brittany. It seemed logical that now a man from the Czech Resistance had come for her.

The patrician house began to shake as the eerie ringing grew more and more insistent. With each approaching explosion the windowpanes, the chandelier crystals, and the goblets in the sideboard shuddered wildly.

Merciful God, Elisabeth of Pomerania prayed to herself, retreating into the salon as if he were her guest; a bomb, a knife—who cares, as long as it's quick!

Her killer's foot slammed the door shut behind him, while his free hand opened a satchel of straps.“




956410-60a7a8a93dcfb5ea1c865e02e98ed701.jpg
Pavel Kohout (Praag, 20 juli 1928)




De Oostenrijkse schrijfster Elfriede Kern werd geboren op 20 juli 1950 in Bruck an der Mur. Zie ook mijn blog van 20 juli 2009 en ook mijn blog van 20 juli 2010


Uit: Tabula Rasa


„So ist eins zum anderen gekommen. Nach einiger Zeit st die jüngere Schwester weggegangen und ich habe das gutgeheißen. Sie hat loß ihre Haut retten wollen. Ich selbst habe alle Kontakte abgebrochen. Wie geht s Ihnen, haben die Leute gefragt, danke gut, hab ich gesagt und mich alsbald zum Gehen gewandt. Meine Tage und Nächte verlaufen jetzt vollkommen gleichförmig. Seit geraumer Zeit habe ich die Gewohnheit angenommen, nachts herumzustreifen und eines Tages ist mir der Hund zugelaufen. Da sind die Dinge in Gang gekommen. Es hat mir gefallen, daß ich einen Gefährten für meine nächtlichen Spaziergänge gehabt habe. Meine Gewohnheit, nachts herumzustreifen hat mit dem Hund weniger befremdlich gewirkt. Hunde brauchen Auslauf, das versteht jeder. Manchmal sind wir in den Stadtwald gegangen, manchmal haben wir den Fluß überquert und den Weg zur Grotte genommen.

Der Weg hat uns am Knabeninternat vorbeigeführt und ich habe jedesmal den Kopf gedreht und die Gesichter hinter den Fensterscheiben betrachtet. In diesem Haus drücken sich die Kinder nachts ihre Gesichter an den Scheibe platt, das hat mir zu denken gegeben. Hat man das Knabeninternat passiert, erreicht man einen Soldatenfriedhof, wo Tag und Nacht Lichter brennen. In der Folge stößt man auf eine steile Wiese und da, wo die Wiese an den allerdichtesten Wald grenzt, befindet sich eine Grotte mit einer lebensgroßen Heiligenfigur. Orte wie diesen gibt es nicht viele in unserer Stadt. Ich suche ihn regelmäßig auf und dort ist mir auch der Hund zugelaufen. Eines Tages hat es im Gebüsch geraschelt und ich habe erschreckt den Kopf gedreht. Anfangs habe ich nur einen schwarzen Schatten ausmachen können und weglaufen wollen. Ich habe auf meinen nächtlichen Streifzügen schon mehrere unangenehme Begegnungen gehabt und bin daher stets auf der Hut. Ich habe mich an den Rand der Grotte zurückgezogen und mich gänzlich still verhalten.“



956410-8badca81d9064448258847f40493481d.jpg

Elfriede Kern (Bruck an der Mur, 20 juli 1950)





De Amerikaanse schrijver
Thomas Louis Berger werd geboren op 20 juli 1924 in Cincinnati, Ohio. Zie ook mijn blog van 20 juli 2009
en ook mijn blog van 20 juli 2010


Uit: Best Friends

" As of September 2000, his best friend's ways with women were still a wonder to Sam Grandy, not because there could be any question of Roy Courtright's physical or personal charms, but rather because Sam's own temperament was such that he could not have pretended, let alone sustained, an intimate interest in more than one woman at a time.
"It wouldn't have anything to do with whether they believed me or not. I just can't handle distractions in emotional matters. Do you tell 'em all the same things Or if things are different in each case, how do you remember who's who or what's what "
"I don't have any trouble distinguishing one woman from the next," Roy assured him. "Think of your male friends: Do you forget their names, where they live, what their tastes and opinions are "
"You're not telling me there's no difference You don't change men friends once a month. You don't take them out, flatter them on their looks and clothes -- "
"Or go to bed with them," said Roy.
"You know what I mean."
"You can't get away from the idea that it's a sport for me to pursue females. Lust, not genuine emotion. If I go to bed with her, it's a conquest by your theory, another scalp on the belt." Roy quaffed some beer from a stein, a vessel he disliked using because of the lid that had to be thumb-blocked from falling against your cheek. "I just don't think that way. I've never raped anyone, and I'm not attracted to the underaged. I assume everybody else is an adult in full possession of her faculties."
"Since when," asked Sam, "is lust not a genuine emotion "
Roy sloshed the remaining beer in the stein, on the ceramic exterior of which appeared a pair of elks in glossy high relief. "Furthermore, I don't have carnal knowledge of every woman I eat dinner with, or want to, for that matter."
"Want to have dinner with, or want to boff.“





956410-bdc3ac57f8fab4a7c8859732103f9f68.jpg

Thomas Berger (Cincinnati, 20 juli 1924)





De Engelse dichter
Thomas Lovell Beddoes werd geboren op 20 juli 1803 in Clifton. Zie ook mijn blog van 30 juni 2007 en ook mijn blog van 30 juni 2008 en
ook mijn blog van 30 juni 2009 en ook mijn blog van 20 juli 2010


Song from the Ship

To sea, to sea! The calm is o'er;

The wanton water leaps in sport,

And rattles down the pebbly shore;

The dolphin wheels, the sea-cows snort,

And unseen Mermaids' pearly song

Comes bubbling up, the weeds among.

Fling broad the sail, dip deep the oar:

To sea, to sea! the calm is o'er.

To sea, to sea! our wide-winged bark

Shall billowy cleave its sunny way,

And with its shadow, fleet and dark,

Break the caved Tritons' azure day,

Like mighty eagle soaring light

O'er antelopes on Alpine height.

The anchor heaves, the ship swings free,

The sails swell full. To sea, to sea!



956427-bf0f1470a4b9209ad55be6e4099f30a8.jpg
Thomas Lovell Beddoes (20 juli 1803 – 26 januari 1849)

The Royal Promenade and Triangle, Clifton



Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 20 juli 2010.

De Oostenrijkse schrijfster Lotte Ingrisch (geb. Charlotte Gruber) werd geboren op 20 juli 1930 in Wenen. Zie ook mijn blog van 20 juli 2007.

Geschreven door Romenu om 19:52 Reageer op dit bericht

Anna Enquist, Gottfried Keller

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Enquist werd geboren op 19 juli 1945 in Amsterdam als Christa Boer. Zie ook mijn blog van 19 juli 2010 en eveneens alle tags voor Anna Enquist op dit blog.

 

 

Stuwmeer

 

Toen de dam klaar was

begon het water te stijgen.

Kilte ving aan in de berg-

wand. De bomen begrepen

niet hoe zij stikten in wat

hen lief was. Vissen kwamen

te zwemmen in de wijngaard.

 

Schreeuwend breken mijn kinderen

het gladde watervlak. Ik wil

hen roepen: acht niet de pijn

van tekort, maar vrees de on-

keerbare kracht van teveel, hoor

mij, hoe ik roep, hoe ik keihard zwijg.

 

Zij maken fonteinen en regenbogen.

Zij lachen en luisteren niet, daar

aan de bovenkant van de diepte,

aan de overkant van de tijd.

 

 

 

Als water ben ik uitgestort

 

Dom water. Beukt en striemt de

pijlers van de brug die zwijgend

schrap staat tegen overgave. Eeuw

na eeuw is wat hij weet het binden

van twee oevers. Waakzaam, moe.

 

Weer ga ik door de oude stad, altijd

naar de rivier. Midscheeps posteer ik mij

in machteloze aandacht, blote hand

op steen. Ik brul met doorgesneden keel,

zonder geluid, van woede en verlies:

 

Al wat wij weten, hoe wij zijn, verdwijnt

als wind over het land. Herinnering

die even spartelt in het water en

verloren gaat. Grijsbruine golven die

hun naam niet zijn. De kamparts Tijd.

 

Rivier, stroom achterwaarts. Steen,

wordt weer vuur. Lucht om mij heen,

wordt lichaam dat mij draagt en

troost. Geheugen, val uiteen.

 

 

 

Ineens

 

Ineens was ik het vermogen

om warmte vast te houden

verloren. Nu de kinderen

het huis uit zijn, snoof ik,

ja ja. Ik kroop onder steeds

meer dekens. De kachel

loeide. De warmste van ons

tweeen kon mij niet meer

verhitten. Ik rilde en

huiverde alsof ik oog

in oog stond met de dood.

 

Wat ook zo was. De dood

en ik stonden op een dijk.

Tussen ons was niets dan

een aanzienlijke afstand.

 

 

 

 955762-49eda4a359f79a136acd39e5df616c5f.jpg

Anna Enquist (Amsterdam, 19 juli 1945)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Gottfried Keller werd geboren in Zürich op 19 juli 1819. Zie ook mijn blog van 19 juli 2007 en ook mijn blog van 19 juli 2008 ook mijn blog van 19 juli 2009 en ook mijn blog van 19 juli 2010

 

Uit: Züricher Novellen

 

„Gegen das Ende der achtzehnhundertundzwanziger Jahre, als die Stadt Zürich mit weitläufigen Festungswerken umgeben war, erhob sich an einem hellen Sommermorgen mitten in derselben ein junger Mensch von seinem Lager, der wegen seines Heranwachsens von den Dienstboten des Hauses bereits Herr Jacques genannt und von den Hausfreunden einstweilen geihrzt wurde, da er für das Du sich als zu groß und für das Sie noch als zu unbeträchtlich darstellte.

Herrn Jacques' Morgengemüt war nicht so lachend wie der Himmel, denn er hatte eine unruhige Nacht zugebracht, voll schwieriger Gedanken und Zweifel über seine eigene Person, und diese Unruhe war geweckt worden durch den am Abend vorher in irgendeinem vorlauten Buche gelesenen Satz, daß es heutzutage keine ursprünglichen Menschen, keine Originale mehr gebe, sondern nur noch Dutzendleute und gleichmäßig abgedrehte Tausendspersonen. Mit Lesung dieses Satzes hatte er aber gleichzeitig entdeckt, daß die sanft aufregenden Gefühle, die er seit einiger Zeit in Schule und Haus und auf Spaziergängen verspürt, gar nichts anderes gewesen, als der unbewußte Trieb, ein Original zu sein oder eines zu werden, das heißt, sich über die runden Köpfe seiner guten Mitschüler zu erheben. Schon hatte sich in seinen Schulaufsätzen die kurze, dürftige Schreibweise ganz ordentlich zu bewegen und zu färben angefangen; schon brachte er hier und da, wo es angezeigt schien, ein kräftiges sic an und wurde deshalb von den Kameraden der Sikamber geheißen. Schon brauchte er Wendungen wie: »obgleich es scheinen möchte«, oder »nach meiner unmaßgeblichen Meinung«, oder »die Aurora dieser neuen Ära«, oder »gesagt, getan« und dergleichen. Ein historisches Aufsätzchen, in welchem er zwei entschieden einander entgegenwirkende Tatsachen rasch aufgezählt hatte, versah er sogar mit dem pomphaften Schlusse: »Man sieht, die Dinge standen so einfach nicht, wie es den Anschein haben mochte!«

 

 

 

 955762-317e5723610758b23903230e0a6333a2.jpg

Gottfried Keller (19 juli 1819 – 15 juli 1890)

Portret door Arnold Böcklin, 1889 




Zie voor nog meer schrijvers van de 19e juli ook mijn vorige blog van vandaag en ook mijn eerste blog van vandaag.


Geschreven door Romenu om 19:30 Reageer op dit bericht

Miltos Sachtouris, Jean-Pierre Faye, Hermann Bahr, Robert Pinget

De Griekse dichter Miltos Sachtouris of Miltos Sahtouris werd geboren in Athene op 19 juli 1919. Zie ook mijn blog van 19 juli 2007 en ook mijn blog van 19 juli 2008 en ook mijn blog van 19 juli 2009 en ook mijn blog van 19 juli 2010

 

 

 

The Canary

 

They placed him there where the wind blows most wild

they pledged him to the bitter frosts

they gave him a black garment

and a red tie

a sun pierced with a nail that would drip

black glasses

blood on top of the poison

a staff

and a canary

they placed him there where pain springs

they gave him to death

that he’d shine of silver

 

 

 

The Mirror

 

To Nora Anagnostaki

When my mirror turned

to the sky

there appeared

a moon half-devoured

by the flame

red ants

and a head beside it

burning too in the fiery rain

the head shone

gleamed

as the fire took hold and left it charred

and whispered:

The trees burn and are lost like hair

the angel vanishes with wings scorched

and pain

a dog with broken leg

remains

remains

 

 

 

Vertaald door David Connoly

 

 

 955756-af4426bf2cbe627957d6dc3d34cf6810.jpg

Miltos Sachtouris (19 juli 1919 – 29 maart 2005)






De Franse schrijver en filosoof Jean-Pierre Faye werd geboren in Parijs op 19 juli 1925. Zie ook mijn blog van 19 juli 2009 en ook mijn blog van 19 juli 2010

 

Uit: L’expérience narrative et ses transformations  

 

“L’expérience narrative ? C’est cela qui enveloppe  et vient coudre chaque instant, chaque emplacement,  chaque distraction même. Elle est la parole première qui apporte avec elle

la tâche dessinée au préalable par Héraclite : il faut  que « les hommes philosophes » soient « narrateurs de  beaucoup de choses ».

Ce qui importe est justement le dépliement de la  narration enveloppante. Elle parcourt l’expérience

quotidienne. Elle accompagne chaque geste et le geste  même s’inscrit dans son compte-rendu.

La philosophie est elle-même racontée – avant tout  par soi-même. Car elle est déjà pensée comme son  propre récit, ou sa fable. Et c’est à elle-même de lier  ce qui déjà la racontait, et comment lui, le philosophe,  y pensait…

Ici même, la relation du narré sur soi est appelée à  dessiner la mise en scène de son récit.

Mais là où lui, philosophe qui semble soudain naïf,  se trouvera captif soudain, prisonnier d’une vague

narrative plus violente et plus meurtrière que tout ce  qui a pu précéder, et en quoi lui-même va se fourvoyer  gravement, c’est lui, lui justement avec insistance, qui  va appeler, en guise d’interview-testament, à relire tout cela même qui lui est arrivé. Telle est la situation  énigmatique de la philosophie de Heidegger au cours  des années 1930-1940. Elle dessine une question qui

met en cause le lieu même de la philosophie."

 
 

 

 955756-b38a54e645b28b002481858f31a0f0ad.jpg

Jean-Pierre Faye (Parijs, 19 July 1925)

 

 

 

 

De Oostenrijkse toneelschrijver, romanschrijver, essayist, tijdschriftuitgever, journalist, theaterregisseur, dramaturg en theater-, kunst- en cultuurcriticus Hermann Bahr werd geboren op 19 juli 1863 in Linz. Zie ook mijn blog van 19 juli 2007 en ook mijn blog van 19 juli 2008 en ook mijn blog van 19 juli 2009 en ook mijn blog van 19 juli 2010

 

Uit: Die Rahl

 

»Nein, ist es denn möglich? Der Herr Professor, wirklich! Nein!« Und verwundert, verwirrt, verlegen ließ Frau Marie den Professor ein. Und da saßen sie nun einander gegenüber, nach so vielen Jahren. Der Professor sagte: »Ich störe hoffentlich nicht?« Und dann, als sie ihm den Hut und den Stock nahm, sagte er: »O danke! O bitte! Bitte sehr!« Und dann sagte er noch, durch die helle Stube sehend: »Sie haben es hier sehr freundlich. Ja, das haben Sie immer verstanden.« Er kam ihr plötzlich sehr alt vor, so traurig klang es.

Ihre Stimme sagte noch immer: »Nein, welche Überraschung! Nein, das ist aber schön!« Doch ihre Gedanken eilten weit herum. Und plötzlich fiel ihr ein, wie seltsam es war. Sie erschrak. »Es ist doch um Gotteswillen nichts geschehen? Oder hat Franz –?«

»Nein,« sagte Samon. »Beruhigen Sie sich nur, Frau Heitlinger! Sie haben keinen Grund, sich aufzuregen, es ist nichts geschehen. Aber es handelt sich allerdings um Franz, über den ich gern einmal mit Ihnen sprechen möchte.« Sein Gesicht veränderte sich, er schob den Kopf vor, faltete die Stirne, warf die Lippen auf und indem er über die Brille weg, ein wenig blinzelnd, nach der Decke sah, schien er sich ihr zu erheben, zu entfernen. Und plötzlich begriff sie, daß ihn die Buben nicht mochten. Das war also der Herr Professor Samon!

»Also bitte!« sagte sie, ängstlich ungeduldig.

»Nun ja,« sagte Samon, indem er, über sie weg, in die Wand sah. »Ich habe ja im allgemeinen über Ihren Sohn Franz bisher niemals zu klagen gehabt. Bei einer gewissen flatterhaften Neigung, die Dinge leichter zu nehmen, als es seinem Alter ansteht, er ist ja immerhin schon über sechzehn, hat er bisher doch stets einen anerkennenswerten guten Willen gezeigt, er faßt leicht auf, das Gedächtnis ist willig und da ich ihn bisher auch allen Ermahnungen und Ratschlägen stets zugänglich fand, war kein Anlaß, an einer günstigen Entwicklung zu zweifeln, wie Sie dies wohl aus seinen Zeugnissen entnehmen konnten.«

 

 

 955756-76d5a591c01645cf011fb4a163af87be.jpg

Hermann Bahr (19 juli 1863  - 15 januari 1934)
Portret door Emil Orlik, 1904


 

 


De Frans-Zwitserse schrijver Robert Pinget werd geboren op 19 juli 1919 in Genève. Zie ook mijn blog van 19 juli 2007 en ook mijn blog van 19 juli 2008 en ook mijn blog van 19 juli 2009 en ook mijn blog van 19 juli 2010

 

Uit: Clope au dossier

 

„Que donc ça n’était pas une condition, on l’avait toujours connu seul séparé des siens trafiquant quoi dans cette baraque dangereuse du reste, le toit vous avez vu dans quel état. On finira par l’emmener. Mortin disait qu’il avait bien connu la mère qui donnait des signes de dérangement de la tête les derniers temps, il se souvenait avoir joué enfant dans leur jardin avec Clope donc et sa sœur qu’est-ce qu’elle est devenue on la disait mariée à un Espagnol fille difficile coléreuse, Clope au contraire très doux il collectionnait les papillons et les fleurs, le père était mort à quarante ans mais il y avait de l’argent, il ne doit plus rester grand-chose depuis la guerre du reste il a vendu son terrain du Plan àHottencourt. Ces types qui ne foutent rien dit Philippard pas étonnant que ça se porte au cerveau, c’est congénital dit Verveine, il voit encore deux ou trois personnes dit Mortin drôle de genre des artistes paraît-il mais en quoi, la bonne excuse pour arborer des tenues excentriques et tenir des propos, la femme parle comme un troupier je l’ai entendue elle dit toujours con c’est-il un langage de femme, une femme dit Philippard en effet je l’ai vue et deux hommes dimanche dernier dans cette petite voiture sale comme tout. Des amis d’enfance dit Verveine je le sais par le docteur. Des oies sauvages passaient au-dessusd’eux.“

 

 

 

 955756-3af633045b0e21aa309cae64e4dc4589.jpg

Robert Pinget (19 juli 1919 – 25 augustus 1997)

Geschreven door Romenu om 19:26 Reageer op dit bericht

A. J. Cronin, Heinrich Christian Boie, Dominic Moraes, Georg Diefenbach, Ferdinand Brunetière, Jean-Marie Déguignet

De Schotse schrijver Archibald Joseph Cronin werd geboren op 19 juli 1896 in Cardross, Dunbartonshire. Zie ook mijn blog van 19 juli 2007 en ook mijn blog van 19 juli 2009 en ook mijn blog van 19 juli 2010

 

Uit: A. J.  Cronin. The  Man Who Created Dr  Finlay (Biografie door Alan Savies)

 

It is necessary to go back to the generation of Cronin’s greatgrandparents to understand the man himself, as well as to appreciate the meaning of certain key references in some of his books and

unravel many of the claims made about his life and personality.

In the early- to mid-nineteenth century, the main characters in  the Cronin story were drawn to western Scotland from a wide  area of the british Isles – County Armagh in Ireland, Edinburgh  and berwick-upon-Tweed in England – eventually converging on  Glasgow, where the skilled and industrious could always find work.

As a result, Cronin’s genetic make-up was half Irish, three-eighths  Scottish and one-eighth English.

On the paternal side, his grandfather Owen and his grandmother  bridget (née McShane), both staunch Catholics and founders of the Scottish dynasty – if that is not too grand a term – were born

in Ireland in about 1826 and 1832 respectively. Owen Cronin’s origins have not been verified, since his parents never left Ireland.

However, his wife’s parents – McShane and Smith – are known to have hailed from Annaghmore in County Armagh. It is not known if Owen was from the same region, nor if he and bridget McShane knew each other before emigrating to Scotland. Owen’s surname, however, when he arrived in Scotland in about 1850, was Cronague, changed to Cronin in 1870. He married bridget

McShane in Eastwood, Renfrewshire, in January 1851.

Their first child, James, was born in Glasgow in about 1854, and sometime after that date, but before 1861, the Cronagues set up business in Alexandria, north of Dumbarton. Initially hawkers

– another name for rag-and-bone men – they were later described as “glass and china merchants” as they became more sophisticated and affluent.”

 

 

955739-b8a626d434743cb156f92e5332c1dde1.jpg
A.
.J. Cronin (19 juli 1896 – 6 januari 1981)

 



 

De Duitse dichter en uitgever Heinrich Christian Boie werd geboren op 19 juli 1744 in Meldorf. Zie ook mijn blog van 19 juli 2009 en ook mijn blog van 19 juli 2010

 


An den Bach

 

Der du immerdar die Fläche

Dieser Auen strömst entlang,

Mich, du lieblichster der Bäche!

Zieht auch stets derselbe Hang.

 

Deines Murmelns sanfte Klage

Uebertäubt nicht diesen Raum;

Leise bricht, was ich ertrage,

Aus gespresstem Herzen kaum.

 

Rein von den Gewäßern allen

Rinnet deine Silberflut,

Doch nicht reiner kann sie wallen

Als in mir der Liebe Glut.

 

Stürme, die das Meer empören,

Halten deinen Lauf nicht auf;

Keines Schicksals Wetter stören

Meiner Liebe treuen Lauf.

 

Wandelt Sie durch diese Wildnis,

So wirfst du ihr Bild zurück;

In dem Herzen stets Ihr Bildnis

Trag ich und in ihm mein Glück.

 

Sichern Boden bis zum Grunde

Schaut in dir man allerwärts.

Mir auch schwebt das Herz im Munde

Und sie blickt mir gern ins Herz.

 

 

 

955739-b6d7367d8b08f5ec1ca39794418cc22b.jpg
Heinrich Christian Boie (19 juli 1744 – 3 maart 1806)



I wake and find myself in love:

And this one time I do not doubt.

I only fear, and wander out

To hold long parley with a dove.

 

The innocent and the guilty, met

Here in the garden, feel no fear.

But I'm afraid of you, my dear.

There was a reason: I forget.

 

And I by shyness am undone

And can't go out for fear I meet

My poems dancing down the street

Telling your name to everyone.

 

The lichen peels along the wall.

My conversation bores the dove.

He knows it all: that I'm in love

And you care much and not at all.

 

I shall stay here and keep my word.

Glumly I wait to marry dust.

It grieves me only that I must

Speak not to you, but to a bird.

 

 

 955739-0e43e91c09721013753dd6991168e511.jpg

Dom Moraes (19 juli 1938 – 2 juni 2004)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Georg Anton Lorenz Diefenbach werd geboren op 19 juli 1806 in Ostheim, Hessen. Zie ook mijn blog van 19 juli 2007 en ook mijn blog van 19 juli 2010

 

Uit: Jacob Grimm und Lorenz Diefenbach im Briefwechel

 

“Diefenbach an Grimm. Laubach, ? Dez. 1835

 

Wolgeborener Herr!

Hochverehrtester Herr Professor!

 

Ew Wolgeboren wollen mir nicht als Anmaßung oder Zudringlichkeit auslegen, daß ich wage, dem Hohen Priester des Tempels, in

dessen Vorhofe ich diene, mit meinem kleinen Geschöpfe näher zu

treten. Ihre Forschungen und noch mehr Ihr frommer, milder Sinn

lehrten Sie ja längst, auch das Kleine nicht zu verachten; und

in jedem Individuum - Menschen oder Buche - wohnt ja doch ein

Punken der unendlichen Lebensgluth. Diese Gedanken geben mir den

Muth, auch für mich und mein Büchlein eine Stunde Ihrer unschätzbaren Zeit zu erbitten. Ich erlaube mir nur noch zu erwähnen,

daß ich die Lyrika) , mit der mein Schriftehen beginnt, von dem

philologischen Theile desselben fern zu halten gesucht habe. -

Noch bemerke ich, daß unsre hiesige - übrigens an 60,000

Bändeb) zählende - Bibliothek nichts Interessantes für Deutsche

Sprache darbietet, als etwa eine, zum Theile auf Pergament,

zum Theile auf Papier geschriebene Handschrift des Barlaam.

 

Mit herzlicher Verehrung zeichne ich mich

Ew Wolgeboren

Laubach in Ober-Hessen

gehorsamster Diener

Dr. Diefenbach”

 

 


955739-b4e520e5ff7e8bb9da104ddabdab67de.jpg
Lorenz Diefenbach (19 juli 1806 – 28 maart 1883)
Ostheim

 

 

 

De Franse schrijver en criticus Ferdinand Brunetière werd geboren op 19 juli 1849 in Toulon. Zie ook mijn blog van 19 juli 2007 en ook mijn blog van 19 juli 2010

 

Uit: La Poésie française du dix-neuvième siècle

 

„En réalité, c’est l’inspiration de deux grands prosateurs et d’une femme de génie qu’on rencontre quand on remonte aux origines de la poésie française au dix-neuvième siècle : l’auteur des Confessions, Jean-Jacques Rousseau ; celui du Génie du Christianisme, Chateaubriand ; et l’auteur trop souvent et injustement oublie du livre De l’Allemagne, Mme de Staël. Le premier avait émancipé le MOI de la longue contrainte ou l’avaient comme emprisonne, deux siècles durant, des habitudes littéraires fondées sur une conception essentiellement sociale de la littérature. Ni les Salons ni la Cour, qui faisaient et qui défaisaient alors les réputations, n’avaient admis, pendant deux cents ans, que l’on écrivit pour les entretenir de soi-même, de ses « affaires de cœur, » ou de famille. La permission n’en était donnée qu’aux auteurs de Mémoires ou de Correspondances, et à la condition d’être préalablement morts. J.-J. Rousseau, dont l’œuvre entière n’est qu’une confidence à peine dissimulée, vint changer tout cela, et ainsi rouvrir, de toutes les sources de la grande poésie, non pas peut-être la plus abondante, ni toujours, on le verra, la plus pure, mais, en tout cas, l’une des principales et des plus profondément cachées. Chateaubriand fit davantage encore. Voyageur, ― il rendit à une littérature devenue trop mondaine le sentiment de cette nature extérieure, mouvante, vivante et colorée, qu’elle avait, non pas précisément ignorée ni méconnue, dont elle avait même joui à Versailles ou à Fontainebleau, dans ses jardins à la française, mais qu’elle avait systématiquement subordonnée à l’observation de l’homme psychologique et moral.“

 

 

955739-a616c0da2fbcae19a31fc31444c64562.jpg
Ferdinand Brunetière (19 juli 1849 – 9 december 1906)
I
n 1897




 

Uit : Mémoires d’un paysan bas-breton


 


955739-845645aaefb0ecd75e0cf2fb3b819a1d.jpg
Jean-Marie Déguignet (19 juli 1834 – 29 augustus 1905)

Geschreven door Romenu om 19:12 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten