Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 juni 2013 tot 23 juni 2013

David Leavitt, Pascal Mercier, Franca Treur, Jean Anouilh, Richard Bach, Anna Achmatova

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

 

Uit: The Page Turner

 

"Paul! Let me fix your tie!"

All at once his mother was on him, her hands at his throat.

"Mother, please, my tie's all right --"

"Let me just tighten the knot, honey, you don't want to have a loose knot for your debut --"

"It's not my debut." "When my son sits up on a stage in front of two thousand people, I consider it a debut. There, much better."

She stepped back slightly, smoothed his lapels with long fingers. Even so, her face was close enough to kiss: he could see her crow's-feet under make-up, smell the cola-like sweetness of her lipstick, the Wrigley's on her breath.

"That's good enough, Mother."

"Just one little adjustment --"

"I said it was good enough!"

Writhing away from her, Paul hurried across the wings, to where Mr. Mansourian, the impresario, awaited him.

 

 

 1414730-066f071971f562ea24f8c0478462d578.jpg

Paul (Kevin Bishop) en Richard (Paul Rhys),

scene uit de film “Food of Love” uit 1998 (gebaseerd op de roman “The Page Turner”)

 

 

"Well, well, well," said Mr. Mansourian, "if you're not the best-dressed page turner I've ever seen. Come on, I'll introduce you to Kennington."

"Good luck, sweetheart!" Pamela called almost mournfully. She waved at Paul, a tissue balled in her fist. "Break a leg! I'll see you after the concert."

He didn't answer. He was out of earshot, out of the wings, beyond which the hum of the settling audience was becoming audible.

Mr. Mansourian led him up steep stairways and along antiseptic corridors, to a dressing room at the door to which he knocked three times with sharp authority.

"Come in!"

They went. In front of mirrors Richard Kennington, the famous pianist, sat on a plastic chair, bow tie slack around his throat. He was drinking coffee. Isidore Gerstler, the famous cellist, was eating a cinnamon-frosted doughnut out of a box. Maria Luisa Strauss, the famous violinist, was stubbing out a cigarette in an ashtray already overflowing with red-tipped butts. Her perfume, capacious and spicy, suggested harems. Yet the room had no softness, no Persian carpets. Instead it was all lightbulbs that brightened the musicians' faces to a yellowish intensity.

 

 

 1414730-483bf7c83802a3b720a7dbcebb587036.jpg

David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)

Portret door Arnold Mesches

 

 

 

 


De Zwitserse schrijver en filosoof
Pascal Mercier (eig. Peter Bieri) werd geboren op 23 juni 1944 in Bern. Zie ook alle tags voor Pascal Mercier op dit blog.

 

Uit: Nachttrein naar Lissabon (Vertaald door Gerda Meijerink)

 

“Teleurstelling wordt als iets kwalijks gezien. Een ondoordacht vooroordeel. Waardoor anders dan door teleurstelling, komen we er achter wat we hebben verwacht en gehoopt? En waardoor anders dan door die ontdekking zouden we tot zelfkennis moeten komen? Hoe zou iemand dus zonder teleurstelling helderheid over zichzelf kunnen verkrijgen?
We moeten teleurstellingen niet zuchtend ondergaan als iets zonder dewelke ons leven beter zou zijn. We moeten teleurstellingen opzoeken, er achteraan gaan, ze verzamelen. Waarom ben ik teleurgesteld dat de acteurs die ik vroeger aanbad nu allen tekenen van ouderdom en verval vertonen? Wat anders dan de teleurstelling leert me dat succes maar heel weinig waarde heeft? Menigeen heeft er een heel leven voor nodig om zichzelf de teleurstelling over zijn ouders te bekennen. Wat was het eigenlijk wat we van hen verwachtten? Mensen die hun leven lang genadeloze pijn hebben moeten lijden, zijn vaak teleurgesteld over hoe de anderen zich gedragen, ook degenen die hen bijstaan en hun medicijnen laten drinken. Wat ze doen en zeggen is te weinig en ook wat ze voelen is te weinig. ‘Wat verwacht u dan?’ vraag ik. Ze kunnen het niet zeggen en zijn ontdaan dat ze jarenlang een verwachting hebben gekoesterd die teleurgesteld kon worden zonder dat ze iets meer over die verwachting kunnen zeggen.
Iemand die werkelijk wil weten wie hij is, zou een kalme, fanatieke verzamelaar van teleurstellingen moeten zijn, en het op zoek gaan naar teleurstellende ervaringen zou voor hem een verslaving moeten zijn, de allesbepalende verslaving in zijn leven, want zo iemand zou met grote helderheid onder ogen zien dat de teleurstelling niet een brandend, verwoestend gif is maar een koele, verzachtende balsem die ons de ogen opent voor de ware contouren van onszelf.”

 

 

 1414730-de7ba0d286830631814e62a1332a92b6.jpg

Pascal Mercier (Bern, 23 juni 1944)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en freelance journaliste Franca Treur werd geboren in Meliskerke op 23 juni 1979. Zie ook alle tags voor Franca Treur op dit blog.

 

Uit: Brief aan de koning

 

“Hoogheid,

Waar je wieg heeft gestaan, is wat je bent. Dat gold althans voor de generatie van mijn grootouders, geboren in de jaren twintig van de vorige eeuw. Zij waren boerenzoon en boerendochter, wisten van jongs af aan wat zij zouden worden, wat ze in feite dus al waren: boer en boerin.

Wie in die tijd werd geboren als eerste zoon van de eigenaar-directeur van een meubelzaak of suikerfabriek, wist dat de zaak of de fabriek te zijner tijd van hem zou zijn.

Voor de boeren en de directeuren werkten arbeiders, wier kinderen opgroeiden tot de volgende lichting arbeiders. Dubbeltjes bleven dubbeltjes, en kwartjes bleven kwartjes.

Alleen aan de bovenkant van de sociale ladder was er meer vrijheid. Een zoon van een notaris, dokter of dominee kon vaak een beroep kiezen dat paste bij zijn intelligentie, interesse of talent. Vergeleken met de dubbeltjes was hij ongekend vrij.

Dat gold echter weer niet voor uw oma Juliana. Net als voor boerenkinderen was haar pad beschikt.

In twee generaties tijd is het zelfs voor een boerendochter mogelijk geworden om te gaan studeren, om bij nader inzien van studie te veranderen, en om op een zelfgekozen manier haar eigen geld te verdienen en te beheren.”

 

 

 1414730-297892797876058c16769949f10281b7.jpg

Franca Treur (Meliskerke,23 juni 1979)

 




De Franse (toneel)schrijver Jean Anouilh werd geboren in Bordeaux op 23 juni 1910. Zie ook alle tags voor Jean Anouilh op dit blog.

 

Uit: Eurydice. Legend of Lovers (Vertaald door Kitty Black)

 

 

“FATHER (surprised): Exactly. How did you know?

ORPHEUS: I guessed--nearly fifteen years ago.

FATHER: Fifteen years? Oh, come now! Fifteen years ago, I still had talent. Fifteen years ago, when I played in the orchestra, who would have believed your old father would come down to playing his harp in the street? Whod have thought hed be reduced to going round afterward with a little saucer?

ORPHEUS: Mother would--every time you got yourself sacked from your current job.

FATHER: Your mother never loved me. Neither do you. You spend all your time trying to humiliate me. But dont think Ill put up with it always. You know I was offered a job as harpist at the casino at Palavas-les-Flots?

ORPHEUS: Yes, father.

FATHER: And I refused because they had no vacancy for you?

ORPHEUS: Yes, father. Or rather, no, father.

FATHER: No, father? Why, no, father?

ORPHEUS: You refused because you know you play abomin-ably and youd be sacked the next morning.

FATHER (turning away, hurt): I shant even answer you. (ORPHEUS goes back to his playing.) Must you?

ORPHEUS: Yes. Does it bother you?

FATHER: I cant concentrate. Eight times seven?

ORPHEUS: Fifty-six.

FATHER: Are you sure?

ORPHEUS: Quite sure.”

 

 

 1414730-6981ff9771b52ae45cf27155fe57bf96.jpg

Jean Anouilh (23 juni 1910 – 3 oktober 1987)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver
Richard Bach werd geboren in Oak Park, Illinois op 23 juni 1936. Zie ook alle tags voor Richard Bach op dit blog.

 

Uit: There's No Such Place As Far Away

 

“Rae! Thank you for inviting me to your birthday party! Your house is a thousand miles from mine and I travel only for the best of reasons. A party for Rae is the best and I am eager to be with you.
I began my journey in the heart of the hummingbird you and I met long ago. He was friendly as ever, yet when I told him that little Rae was growing up and that I was going to her birthday party with a present, he was puzzled.
We flew for a long while in silence and at last he said, "I understand very little of what you say, but least of all do I understand that you are going to the party."
"Of course I am going to the party," I said. "What is so hard to understand about that?"
He was quiet, and when we arrived at the owl's home, he said, "Can miles truly separate us from friends? If you want to be with Rae, aren't you already there?"

(…)

 

"Little Rae is growing up and I'm going to her birthday party with a present," I said to the owl. It felt strange to say going like that, after talking to Hummingbird, but I said it that way so Owl would understand.
He, too, flew in silence for a long time. It was a friendly silence, but as he delivered me safely to the home of the eagle, he said, "I understand very little of what you say, but least of all do I understand that you call your friend little."
"Of course she is little," I said, "because she is not grown up. What is so hard to understand about that?"
Owl looked at me with his deep amber eyes, smiled and said, "Think about that."

 

 

1414730-6117414ac37dc47ca6e6721dfcd255be.jpg 

Richard Bach (Oak Park, 23 juni 1936)

 

 


De Russische dichteres Anna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook alle tags voor Anna Achmatova op dit blog.

 

 

Verswchijning

 

De straatlantarens branden al,

Ze wiegen heen en weer, en kraken,

Sneeuwvlokken in een vrije val,

Die 't feestelijker, lichter maken.

 

De paarden gaan opeens heel vlug,

Als van iets achter zich geschrokken,

Het blauwe dekkleed op hun rug

Gaat schuil onder de witte vlokken.

 

Een dienaar in livrei met goud

Staat op de slede, onbewogen,

Terwijl de tsaar 't geheel aanschouwt,

Bevreemd, met lege lichte ogen.

 

 

 

 

Goddank ga ik minder van hem dromen

 

Goddank ga ik minder van hem dromen

Denk ik minder vaak aan bestaan.

Mist is op de witte weg gekomen,

Over 't water vliegen schimmen aan.

 

Klokken de hele dag te horen

Boven het geploegde land. 't Geluid

Van de hoge Jona-kloostertoren

Hoor je hier steeds boven alles uit.

 

‘k snoeide van de welige seringen

Elke tak die niet meer bloeiend was;

Langs de oude vestingwallen gingen

Monniken voorbij met trage pas.

 

Moge ik, niet-ziende, dit herwinnen:

’t stoffelijk vertrouwde wereldbeeld.

Met de koele rust van ’t niet-beminnen

Heeft de Hemelvorst mijn ziel geheeld.

 

 

1912, Kiev

 

 

 

 

Hoe vreselijk is 't lijf versleten

Hoe vreselijk is 't lijf versleten,

Hoe de gekwelde mond vervaald!

Ik wilde van zo'n dood niet weten,

En heb dit tijdstip niet bepaald.

 

't Leek mij dat ergens in den hogen

De wolken botsten, dat daarbij

Een bliksemschicht, snel aangevlogen,

Een stem, door grote vreugd bewogen,

Als eng'len neerdaalden op mij.

 

 

 

Vertaald door Marja Wiebes en Margriet Berg

 

 

 

1414730-cc285a5756d75087e64071f3da713655.jpg

Anna Achmatova (23 juni 1889 - 5 maart 1966)

Portret door Koezma Petrov-Vodkin, 1922

 

                    
Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn vorige blog van vandaag.


Geschreven door Romenu om 19:27 Reageer op dit bericht

Cornelia Schmerle, Wolfgang Koeppen, Urs Jaeggi, Robert C. Hunter, Will Shutt

De Duitse dichteres Cornelia Schmerle werd geboren op 23 juni 1973 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Cornelia Schmerle op dit blog.

 

 

Unter Ulmen

 

Denn in meinem Arm ist eine. Gerufene;
getragen aus den Türmen der Zwanghaften.

Hier betet ein Traum um seine Richtigkeit.
Hier wird die Ungläubige verschleiert.

Sie wird dem Einäugigen laut angepriesen,
wird ihm gestellt und in die Rahmen gespannt.

Wir essen von kalten Kohlen. Magern.
Im Auge der Bienen sind wir giftig.

Ich bin aus Merkwürdigem geschaffen;
ein Allerlei aus zwittrigen Samen.

Bevor ich Wind bin – Sprache überm Wasser
bin ich verschluckt; eine Stimme nach der nächsten.

 

 

 

 

Wurzeln


Die leichten Körper liegen schon
in der Nähe auf einen Karren, den ich zieh.
Ihre schönen Gesichter schlafen, erinnern nicht.
Mein Lid halt ich gerade, die Achse.

Mutter hat den Geruch von Maulwurf;
immer ist Erde noch an ihrem mahnenden Finger.
Diese Gänge sind nicht mein Daheim!
Ihr Aufgeworfenes ist kleinlich.

Ich breche die Schale bis nichts mehr
getrennt ist durch die Ahnung der Witterungen.
Das Stöhnen bleibt, trotzdem ich fauche, den Buckel
setze gegen den Strich einer Hand.

 

 

 

1414721-b55f91510ae17c7a514327f64ec55f58.jpg 

Cornelia Schmerle (Berlijn, 23 juni 1973)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en essayist Wolfgang Arthur Reinhold Koeppen (eig. Köppen) werd geboren op 23 juni 1906 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Wolfgang Koeppen op dit blog.

 

Uit: Die Mauer schwankt

 

„Dem Baumeister Johannes von Süde widerfuhr es, daß er die Zeit, die nachher kommen sollte und die das Ende einer alten Zeit war und vielleicht auch, doch dies ließ sich wirklich noch nicht erkennen, die Geburtswehstunde einer neuen ist, daß er diese Zeit im voraus erlebte, in wenigen Tagen, in einem anderen Land, grell und unglaublich und in sinnlos, wie es ihm schien, sich überstürzenden Bildern von der Art der Träume. Der Baumeister war kein Hellseher und hatte nichts von der Gabe des zweiten Gesichts. Er war ein noch junger Herr und von sehr ordentlich nüchterner Gesinnung. So sahen ihn alle, die ihn kannten. Aber es geschah doch, daß er den Umsturz ahnte, und daß ihm, wie jedem Ahnenden, in einer Sekunde, die dann doch hellsichtig war, die Zukunft das Herz erschrak.

Als nach weniger denn einem Jahr die Schüsse von Serajewo fielen, gehörte Johannes von Süde zu den wenigen, die zwar nicht eingeweiht, aber auch nicht überrascht waren.

*

Der August des Jahres neunzehnhundertdreizehn endete strahlend.

Vom Nordkap bis hinunter zur Südspitze Siziliens hing keine Wolke über Europa.

In Deutschland war das Korn gut in die Scheunen gekommen, und auf den Stoppeln der enthalmten Felder weideten schon die Gänse, die zu Sankt Martin sterben sollten.

In weißen Fronten schäumte die Ostsee gegen die pommer- sche Küste.

Aus den Wellen hoben sich die Möwen in den Himmel. Ihre Leiber, von der Sonne getroffen, schwebten wie silberne Schatten im dünnen Wind der hellen Luft.

Ein Wimpel wehte. Pfadfinder zogen in langer Reihe hinter ihm her. Die See näßte ihre Füße. Die großen Südwesterhüte hingen kühn und schräg über den jungen Gesichtern.

 

 

1414721-3d8758537af0350340489ec167e2eebb.jpg 

Wolfgang Koeppen (23 juni 1906 – 15 maart 1996)

 

 

 

 


De Zwitserse schrijver, kunstenaar en socioloog
Urs Jaeggi werd geboren op 23 juni 1931 in Solothurn. Zie ook alle tags voor Urs Jeaggi op dit blog.

 

Uit: Matrix

 

“Im Sommer 1989 war es so weit. Ich wohnte als Gast in einem kleinen Haus am Westabhang von Volterra. Die Sonne brannte den ganzen Tag in den Garten, aber in der Pergola war es kühler, vielleicht nur, weil ich untätig auf die Olivenblume guckte. Ein alter Mann harkte, als ginge es ihm ums Harken und nicht ums Unkraut. Er blickte kaum hoch. Ich betrachtete einen Vogelschwarm, der wohlformiert stadtwärts zog. Es gab keinen bestimmten Grund, hier zu sein, aber es gab Gründe. Später war es mir klarer, obwohl sich das jetzt leicht schreibt. Die Geschichte, die sich mit meinem ersten Aufenthalt in der Stadt verknüpft, ist eigentlich einfach, aber eigentlich nicht zu erzählen. Obwohl es mir, als ich ankam, nicht deutlich war, hatte mich die Sprache verlassen (oder ich sie). Darin, dass mich wenige Monate früher eine Frau verlassen hatte (oder ich sie), sah ich keine Verknüpfung. Ich sehe sie auch heute noch nicht. Die Ähnlichkeit, wenn sie bestand, lag in der Gleichgültigkeit der Trennungen. Jedenfalls sagten meine Freunde, als sie meine Aufzeichnung lasen: erklär! Die Geschichte ist spannend, erzähl!
Anywhere out of the world, sagte ich. Es gab für mich kein Erklären. Ich sagte: den Text lesen, lest den Text.
„Schön”, sagten sie und wieder kamen Fragen um Fragen. „Macht es euch leicht oder schwer”, sagte ich. Etwas anderes zu sagen gab es nicht. Jetzt, zehn Jahre später, ist die Angst, aus etwas eine Geschichte zu machen, die keine Geschichte war, wenn nicht verschwunden, so doch unerheblich, der damals befürchtete Verrat kein Verrat mehr.“

 

 

 1414721-699883522238fcb0b705b83a7c5e9650.jpg

Urs Jaeggi (Solothurn, 23 juni 1931)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, vertaler en tekstschrijver Robert C. Hunter werd geboren op 23 juni 1941 in San Luis Obispo, California. Zie ook alle tags voor Robert C. Hunter op dit blog.

 

 

Scarlet Begonias

 

As I was walkin' round Grosvenor Square

Not a chill to the winter

but a nip to the air

From the other direction

she was calling my eye

It could be an illusion

but I might as well try

Might as well try.

 

She had rings on her fingers and

bells on her shoes,

And I knew without askin' she was

into the blues

Scarlet begonias

tucked into her curls

I knew right away

she was not like other girls--

other girls

 

In the thick of the evening

when the dealing got rough

She was too pat to open and

too cool to bluff

As I picked up my matches and

was closing the door

I had one of those flashes:

I'd been there before--

been there before.

 

[Bridge]

I ain't often right

but I've never been wrong

It seldom turns out the way

it does in the song

Once in a while

you get shown the light

in the strangest of places

if you look at it right

 

Well there ain't nothin' wrong

with the way she moves

Or scarlet begonias or a

touch of the blues

And there's nothing wrong with

the love that's in her eye

I had to learn the hard way

to let her pass by--

let her pass by

 

The wind in the willows played Tea for Two

The sky was yellow and the sun was blue

Strangers stopped strangers

just to shake their hand

Everybody's playing

in the Heart of Gold Band

Heart of Gold Band

 

 

 

1414721-c52fb024ebe24616272eb853790eed1c.jpg
Robert C. Hunter (San Luis Obispo, 23 juni 1941)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Amerikaanse dichter Will Shutt  werd geboren in 1981 in New York. In  2012 was hij de winnaar van de Yale Series of Younger Poets Award. Shutt bezocht het Oberlin College en behaalde aan Hollins University zijn Master Of Fine Arts (MFA). Hij ontving beurzen van het de James Merrill House en van het Stadler Centrum voor Poëzie.  Zijn gedichten en vertalingen zijn verschenen of zijn aanstaande in Agni, Blackbird, FIELD, Narrative, The New Republic, The Southern Review en andere tijdschriften. Hij woont momenteel met zijn vrouw in Wainscott, New York. In 2013 publiceerde hij Westerly.

Uit: Westerly (Fragment)

 

Even up close it’s hard to tell

whether the white and blue

church tower is defunct or half-finished

or, like every third house

block after prim block, let for summer.

Only an odd patch of moss

flecks the siding, and thin ginger-colored

stains make a noncomittal

braid, like wicker or wings at rest.

From our third-floor window

long scarves of water push

right up against the houses.

They seem to clip the gutter spouts.

If one were Elizabeth Bishop

one might hear it turn into a tidy music.

Tidy and resolved, the way

history says, “Look West, Future-looker,”

and kids worry a blue vein

of hope in their spiral notebooks.

At night after each boat has pulled in

behind the artificial bulwark

moonlight saddles a galvanized tub

of orange marigold and sedum,

and green and burgundy rosettes

creep upward like weird insect antennae

trucking the earth off to Westerly,

Rhode Island, where nirvana is a long time

coming, or untidy, unresolved,

the way stupid hope won’t shut up.

 

 

 

 1414721-5963a3ed4c22a75dd02c3dc0cf75987f.jpg

Will Shutt  (New York, 1981)

Geschreven door Romenu om 19:09 Reageer op dit bericht

Aart van der Leeuw

De Nederlandse dichter en schrijver Aart van der Leeuw in Hof van Delft op 23 juni 1876. Van der Leeuw, kwam uit een koopmansfamilie en volgde een gymnasiumopleiding in Delft, die hij met moeite na herexamens in 1898 wist af te ronden, toen hij al 22 jaar oud was. Van der Leeuw werd geplaagd door woordblindheid en een toenemende doofheid. Beide aandoeningen droegen bij aan de problemen die hij bij zijn studie en werk ondervond. Hij studeerde rechten aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam, niet zozeer omdat hij zich daarvoor interesseerde, maar omdat het een korte studie was met gunstige maatschappelijke vooruitzichten. Na zijn promotie werkte hij korte tijd op het gemeentearchief van Delft, en vanaf 1903 als 'chef de bureau' bij de Levensverzekeringsmaatschappij Dordrecht. In datzelfde jaar trouwde hij met zijn vroegere schoolvriendin Antonia Johanna Kipp. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen voortgekomen. Van der Leeuw had het bij de Dordtse verzekeringmaatschappij niet naar zijn zin. Zijn zwakke gezondheid greep hij uiteindelijk aan om in 1907 ontslag te nemen. Door het overlijden van zijn schoonouders viel hem en zijn vrouw een bescheiden erfenis ten deel, net genoeg om zelfstandig te kunnen leven. Het paar vestigde zich in Voorburg, waar Van der Leeuw zich wijdde aan het vioolspel en aan zijn schrijverschap. In 1928 werd hem de C.W. van der Hoogtprijs toegekend door de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden.Hij schreef niet een zeer omvangrijk oeuvre, maar zijn boeken “Ik en mijn speelman uit 1927” en “De kleine Rudolf” uit 1930 worden gezien als klassiekers van de Nederlandse 20ste-eeuwse letterkunde. Opmerkelijk aan zijn poëzie is dat hij zich toelegde op het prozagedicht.

Uit: Ik en mijn speelman

“Ik houd er van, om in een bloemruiker een distel te steken, of op een fruitschaal tusschen de vruchten een schubbigen sparappel te leggen. Daarom had ik in het huis, waar voor de liefde betaald wordt, den gebochelden muzikant, die zooeven, als uit den hemel gevallen, voor mijn stilhoudenden draagstoel stond, en mij behulpzaam is geweest bij het uitstijgen, mee naar binnen genomen.
In de feestzaal war en alle kaarsen aangestoken, en deden hun lichtjes in het kristal van de spiegels, in de juweelen van kapsels, keurzen en de ge vest en der degens weertintelen. Vijf vrienden, vijf vrouwen. De komst van mijn speelman werd met handgeklap en gejubel begroet. ‘Het is maar gemakkelijk,’ werd er geroepen, ‘om je vioolkist aan je vastgegroeid bij je te dragen, zoodat er geen kans is, dat je hem ooit zult vergeten,’ en een ander vroeg hem, of hij op het hoofd kon staan als de nar van den koning. Lachend zette hij zich op een lage taboeret in een hoek van de kamer, en stemde zijn gitaar.
Ik schudde de kaarten. Ik zou de bank houden. De winst moest ons, den bezoekers, in kussen worden uitgeteld, ons verlies zou betaald worden in gouden dukaten.
Wij lieten den muzikant van den wijn brengen, en wierpen hem, zooals je een hond een brok geeft van den maaltijd, af en toe een geldstuk voor de voeten. Daarvoor zong hij met een heesch geluid de gebruikelijke liedjes, ze op zijn instrument begeleidend. Sommigen neurieden het refrein mee, anderen riepen kwinkslagen, of namen schaterend de bestraffing in ontvangst voor hun vrijpostigheden. Somtijds, plotseling, viel een stilte in, zoo een, die je weemoedig maakt en verlegen, en waarbij vergeten dingen in je herinnering komen: een groene bank onder een linde, kinderen, en het jubelend roepen van je naam in de verte. Wij schertsten dit weg, of we een lastig insect van ons afsloegen.
Het werd warm in de kamer. Wij gaven den speelman een teeken. Hij opende een venster; meteen sprong de deur uit het slot; een vochtige windvlaag voer binnen, en de kaarsen doofden uit. Wij zaten in duister. Uit den nacht werd een klacht over ons gesproken, een kreet van een vogel, een ruischen, een zuchten. Toen zong de man dat lied."

 

 1604539-09dc160643a790e27616b02294c398c8.jpg
Aart van der Leeuw (23 juni 1876 – 17 april 1931)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Nescio, Juliën Holtrigter, Jaap Robben, Willie Verhegghe, Henry Rider Haggard, Erich Maria Remarque, Dan Brown

De Nederlandse schrijver Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh) werd geboren in Amsterdam op 22 juni 1882. Zie ook alle tags voor Nescio op dit blog.

 

Uit: De Uitvreter

 

“Die monsters werden weggegooid; die gingen nooit naar de klanten. Toch had ik in die dagen nog gelegenheid om een brief verkeerd in te sluiten. Natuurlijk was 't erg; de man die den brief kreeg mocht niet weten, dat de baas zaken deed met den man waaraan i geschreven was. De boekhouder was totaal van streek. Toen begreep ik, dat ik maar liever heen moest gaan. Ik kreeg een poot van den baas. Ik was zelf ook blij dat ik wegging en heb hem hartelijk de hand geschud. Ik heb gezegd, dat 't me speet, maar dat ik er niets aan doen kon en ik geloof, dat 'k 't meende. Zie je, Koekebakker, dat is handel. Ik ben daarna nog drie weken volontair geweest op een effectenkantoortje, krantjes nakijken met een boek om te zien of de stukken van de klanten waren uitgeloot. Je ergste vijand zal er voor bewaard blijven. Ze moesten me wegdoen. Ik moest daar ook copieeren. Er was geen denken aan, dat ze uit 't copieboek konden wijs worden. Ik zag wel in dat 't zoo niet ging, ik kon er mijn hoofd niet bij houden.

‘Mijn ouwe heer was ten einde raad. Hij hoopt nu, dat 't met de jaren wel beteren zal. Ik weet dat zoo niet. 't Lijkt er nog niet veel op. 'k Heb 't nog veel te goed zoo. Weet je dat Bavink pas een bom duiten heeft gemaakt? Een slootje bij Kortenhoef met een hooibergje en een kalf. Als je blieft.’ En hij haalde zijn portemonnaie voor den dag. ‘Hij puilt van de centen. Koekebakker, jong, hij puilt van de centen. Harde riksjes. Morgen ga ik op reis.’

‘Met Bavink?’ vroeg ik. ‘Neen,’ zei Japi, ‘niet met Bavink, alleen. Ik ga naar Friesland.’ ‘Midden in den winter?’ Japi knikte. ‘Wat doen?’ Hij haalde z'n schouders op. ‘Doen? Niks doen. Jelui kerels zijn zoo akelig wijs: alles moet een reden en een doel hebben. Ik ga naar Friesland, niks doen, nergens om. Zonder reden. Omdat ik er zin in heb.’

Den volgenden avond bracht ik hem weg, in donker naar den sneltrein van zevenen. Hij had een jas zonder knoopen aan, die hem veel te wijd was, een pet op, die hem een eind achter de ooren zakte en aan z'n voeten de nieuwe gele schoenen van Appi. In z'n hand hatti een papieren sigarenpijpje met een reclame. ‘Wacht even’, zei i, toen we al beneden waren. ‘Ik heb nog wat vergeten.’ Even daarna kwam i terug met een vischhengel.

Hij was weinig spraakzaam dien avond. Ik kon niet uit hem krijgen wat hij met dien vischhengel wilde. Onderweg rookte hij in een half uur vier sigaren uit zijn papieren sigarenpijpje, en toen ik aan het portier van hem afscheid nam vroeg hij me of ik niet een beetje tabak voor hem had.”

 

 

 1414011-abed3a4817e0e0b26aed4567335c5953.jpg

Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Juliën Holtrigter (pseudoniem van Henk van Loenen) werd geboren op 22 juni 1946 in Hilversum. Zie ook alle tags voor Juliën Holtrigter op dit blog.

 

 

ZOMER 

 

Spilzieke zomer: het grote dringen van
mensen, beesten en browsers, van al wat
zich voortplanten wil. Daarbuiten het best
bewaarde geheim van de wereld:
de eindeloosheid en wat daaromheen ijlt. 

Er zal nog het een en ander passeren,
daar kan men donder op zeggen of
vast een boek over schrijven, bladzijden vol
over stranden waar personages zich hevig
vervelen en dingen zeggen als: 

wij zijn de doolhoven door en uiterst bedreven
geraakt in het leven.
Hoe zullen ze later kijken naar ons?
Zijn mensen ooit zo gelukkig geweest? 

 

 

 

Het licht


Wakker geworden.
De blinden zijn dicht maar het licht,
soeverein,
glipt door de kieren naar binnen.

 

Ik stap naar buiten.
Ik ruik het, ga liggen.

 

Springlevend word ik gebalsemd,
gewiegd als een prehistorische koning,
geaaid als een veulen, ik adem.

 

 

 

1414011-14354a4a09f4309d9b62a6fb27770cdf.jpg 

Juliën Holtrigter (Hilversum, 22 juni 1946)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

 

 

Kwukel

 

Ik ben niet bijzonder,
daar ben ik aan gewend.

 

Ik kan geen truc
die niemand kent.

 

In de stilte van mijn hoofd
bewaar ik geen geheim
dat mij de moeite maakt.

 

Voor mij bestaat zelfs geen recept
omdat mijn vlees naar lucht en water smaakt.

 

Misschien moet ik maar hopen
dat een mensenhand na duizend jaar
een paar botjes van me vindt en zegt:
'Ik weet niet wat het is geweest,
maar dit was zo te zien
een heel bijzonder beest.'

 

 

 

 

 

Knolletjes sokken

 

Gek dat mensen

sokken gevangen houden

in het donker van hun kasten.

Tot pijnlijk strakke knolletjes gedraaid

in een achterwaartse salto

flik-flak met dubbele knopen

alsof iedereen bang is

dat ze weg willen lopen.

 

Maar sokken

hoef je niet te mishandelen,

want zonder voeten

houden ze niet van wandelen.

 

 

 

1414011-d7a14da82fcfd6a466d6a6d7fb8bb5d3.jpg 

Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 



 

 

De Belgische dichter en schrijver Willie Verhegghe werd op 22 juni 1947 te Denderleeuw geboren. Zie ook alle tags voor Willie Verhegghe op dit blog.

 

 

Miguel

 

Heel even maar
dacht ik aan een vlieg
tussen de kaken van een kruisspin
toen je moeder je
heel even maar
kraakte voor je uit haar weggleed:
een astronaut,
een kleine reiziger-met-de-helm-geboren.

 

En, weet je:
door het water in haar ogen
zag ik hoe fijn ze het vond
de kleur van je vlees te zien
en dat wat een jongen van je maakt.

 

Toen je uit mij in haar oversprong
- ‘n kreet, ‘n lange zachte slaap -
zat er een late ekster in de tuin
die toen reeds met zilveren woorden
over jou haar bek niet houden kon.

 

Je veel te hoge hoofd
en veel te gulzig zuigen aan de tepel:
het waren heilige tekens
op deze bijna te zonnige zondag.

 

Het land plooide voor me open
als voor de scharen van een ploeg
toen ik als een man op mijn fiets
naar je pas geboren grootouders toereed
om te zingen dat je er was.

 

Met je haar
en je blauwe ogen
en je bijna vijf kilo.

 

 

 

 1414011-641ead780ff5c70ca0fd3f4ca258c007.jpg

Willie Verhegghe (Denderleeuw, 22 juni 1947)

 

 

 

 

 

De Engelse schrijver Henry Rider Haggard werd geboren in Norfolk op 22 juni 1856. Zie ook alle tags voor Henry Rider Haggard op dit blog.

 

Uit: The Ghost Kings

 

“The afternoon was intensely, terribly hot. Looked at from the high ground where they were encamped above the river, the sea, a mile or two to her right--for this was the coast of Pondo-land--to little Rachel Dove staring at it with sad eyes, seemed an illimitable sheet of stagnant oil. Yet there was no sun, for a grey haze hung like a veil beneath the arch of the sky, so dense and thick that its rays were cut off from the earth which lay below silent and stifled. Tom, the Kaffir driver, had told her that a storm was coming, a father of storms, which would end the great drought.
Therefore he had gone to a kloof in the mountains where the oxen were in charge of the other two native boys--since on this upland there was no pasturage to drive them back to the waggon. For, as he explained to her, in such tempests cattle are apt to take fright and rush away for miles, and without cattle their plight would be even worse than it was at present.

At least this was what Tom said, but Rachel, who had been brought up among natives and understood their mind, knew that his real reason was that he wished to be out of the way when the baby was buried. Kaffirs do not like death, unless it comes by the assegai in war, and Tom, a good creature, had been fond of that baby during its short little life. Well, it was buried now; he had finished digging its resting-place in the hard soil before he went. Rachel, poor child, for she was but fifteen, had borne it to its last bed, and her father had unpacked his surplice from a box, put it on and read the Burial Service over the grave. Afterwards together they had filled in that dry, red earth, and rolled stones on to it, and as there were few flowers at this season of the year, placed a shrivelled branch or two of mimosa upon the stones--the best offering they had to make.”

 

 

 1414011-18df46f11f1713998c309d48d3f45e41.jpg

Henry Rider Haggard (22 juni 1856 - 14 mei 1925)

Portret door John Pittie, 1889

 

 

 

 

De Duitse schrijver Erich Maria Remarque (pseudoniem van Erich Paul Remark) werd geboren op 22 juni 1898. Zie ook alle tags voor Erich Maria Remarque op dit blog.

 

Uit: All Quiet on the Western Front (Vertaald door A. W. Ween)

 

 

“Towards morning, while it is still dark, there is some excitement. Through the entrance rushes in a swarm of fleeing rats that try to storm the walls. Torches light up the confusion. Everyone yells and curses and slaughters. The madness and despair of many hours unloads itself in this outburst. Faces are distorted, arms strike out, the beasts scream; we just stop in time to avoid attacking one another….

Suddenly it howls and flashes terrifically, the dug-out cracks in all its joints under a direct hit, fortunately only a light one that the concrete blocks are able to withstand. It rings metallically, the walls reel, rifles, helmets, earth, mud, and dust fly everywhere. Sulphur fumes pour in.

If we were in one of those light dug-outs that they have been building lately instead of this deeper one, none of us would be alive.

But the effect is bad enough even so. The recruit starts to rave again and two others follow suit. One jumps up and rushes out, we have trouble with the other two. I start after the one who escapes and wonder whether to shoot him in the leg-then it shrieks again, I fling myself down and when I stand up the wall of the trench is plastered with smoking splinters, lumps of flesh, and bits of uniform. I scramble back.

The first recruit seems actually to have gone insane. He butts his head against the wall like a goat. We must try to-night to take him to the rear. Meanwhile we bind him, but in such a way that in case of attack he can be released at once….

Suddenly the nearer explosions cease. The shelling continues but it has lifted and falls behind us, our trench is free. We seize the hand-grenades, pitch them out in front of the dug-out and jump after them. The bombardment has stopped and a heavy barrage now falls behind us. The attack has come.”

 

 

 1414011-aa96931bf22afc084d4d7b0ebd95ff28.jpg

Erich Maria Remarque (22 juni 1898 – 25 september 1970)




De Amerikaanse schrijver Dan Brown werd geboren in Exeter, New Hampshire, op 22 juni 1964. Zie ook alle tags voor Dan Brown op dit blog.

 

Uit: Deception Point

 

“Death, in this forsaken place, could come in countless forms. Geologist Charles Brophy had endured the savage splendor of this terrain for years, and yet nothing could prepare him for a fate as barbarous and unnatural as the one about to befall him.
As Brophy's four huskies pulled his sled of geologic sensing equipment across the tundra, the dogs suddenly slowed, looking skyward.
"What is it, girls?" Brophy asked, stepping off the sled.
Beyond the gathering storm clouds, a twin-rotor transport helicopter arched in low, hugging the glacial peaks with military dexterity.
That's odd, he thought. He never saw helicopters this far north. The aircraft landed fifty yards away, kicking up a stinging spray of granulated snow. His dogs whined, looking wary.
When the chopper doors slid open, two men descended. They were dressed in full-weather whites, armed with rifles, and moved toward Brophy with urgent intent.
"Dr. Brophy?" one called.
The geologist was baffled. "How did you know my name? Who are you?"
"Take out your radio, please."
"I'm sorry?"
"Just do it."
Bewildered, Brophy pulled his radio from his parka.
"We need you to transmit an emergency communiqué. Decrease your radio frequency to 100 kilohertz."
One hundred kilohertz? Brophy felt utterly lost. Nobody can receive anything that low.
"Has there been an accident?"”

 

 

 1414011-b940c6c891243576d61a0d8af3cc9f44.jpg

Dan Brown (Exeter, 22 juni 1964)


Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:51 Reageer op dit bericht

Tadeusz Konwicki, Xavier Grall, Anne Morrow Lindbergh, Johannes Baader, Ida von Hahn-Hahn, Jacques Delille

De Poolse schrijver en regisseur Tadeusz Konwicki werd geboren op 22 juni 1926 in Nowa Wilejka bij Vilnius. Zie ook alle tags voor Tadeusz Konwicki op dit blog.

 

Uit: The Calendar and the Hourglass (Vertaald door Daniel Bourne)

 

“New Year with a Bad Hangover
WHERE TO START? Maybe with the sign of the cross or a magic charm. I'm a superstitious person, and getting more and more so. Only people enjoying prosperity, people on a run of good luck, make fun of superstitions. But the longer one's life, the leaner it becomes. Towards the end it gets more and more necessary to knock on wood, spit three times, to make one's benedictions surreptitiously.
And I'm attempting something here a little absurd. For many years I've stuck to writing a story--that powerful chain that can hold together the most wild and wooly words. Whenever I have been carried away by excessive ambition--and strayed away from stories and started toying around with personal essays or whatever you might call them--each time I've ended up in abject defeat. In light of this, with great superstitious dread, I have continued to latch on to plot, to action and drama. The story leads me like a blind man through the bogs of being a writer.
But it got boring. It's as simple as that. It got boring like a monotonous, automatic action carried out for years, so I thought it might be nice to write something from time to time, from whim to whim and chance to chance. And, as bad luck would have it, my little case of boredom came at a time when fellow novelists and other drudges in this toilsome profession--when hacks everywhere had started to abandon stories on the sly as if they were pushing out ballast no longer of use to anyone, though carried along to who knows where just in case.”

 

 

1414006-5a06f166bf1e60e15f84f8bc7ac5d22f.jpg 

Tadeusz Konwicki (Nowa Wilejka, 22 juni 1926)

 

 

De Franse dichter en schrijver Xavier Grall werd geboren op 22 juni 1930 in Landivisiau (Finistère). Zie ook alle tags voor Xavier Grall op dit blog.

 

Les Déments (Fragment)

 

Par les chemins noirs

De l’Arrée

Où vont-ils les déments ?

Ils poussent des troupeaux souillés

Dans les vallons de tourbes

Et dans leurs caboches molles

Des cloches d’airain cognent

Des glas épouvantables

Et de torrides effrois

 

On les voit les déments du côté de Commana

De Botmeur et de Brasparts

Leur panse pourrie de cidres amers

Et de vinasses violettes

Effrayant les corneilles

Que les épouvantails angoissent

Ils bavent les déments comme des gargouilles

Des jurons fatidiques

Entre de hargneuses malédictions

 

Déments

Démons

Abandonnés

Boulimiques

Ethyliques

Ils traînent leur lourd célibat

Dans les hameaux sans femme

Nulle flamme ne brûle leur coeur

Nulle épouse n’attend leur pas

Ils vont dans leur propre pays

Comme des relégués et des maudits

Leurs guenilles griffées par les ronces

L’œil mi-clos la bouche torve

Ils s’impatientent d’une vie trop longue

Dans la pluvieuse misère des Monts d’Arrée

 

 

 1414006-635b207d454261f930ebcb260c083c04.jpg

Xavier Grall (22 juni 1930 – 11 december 1981)

 

 

De Amerikaanse schrijfster en luchtvaartpionier Anne Morrow Lindbergh werd geboren op 22 juni 1906 inEnglewood, New Jersey. Zie ook alle tags voor Anne Morrow Lindbergh op dit blog.

 

 

Second sowing

 

For whom
The milk ungiven in the breast
When the child is gone?
For whom the love locked up in the heart
That is left alone?
That golden yield
Split sod once, overflowed an August field,
Threshed out in pain upon September's floor,
Now hoarded high in barns, a sterile store.
Break down the bolted door;
Rip open, spread and pour
The grain upon the barren ground
Wherever crack in clod is found.
There is no harvest for the heart alone;
The seed of love must be
Eternally
Resown.

 

 

 

1414006-7d5297a7d4ce3e08d0e31507a3e9b05c.jpg 

Anne Morrow Lindbergh (22 juni 1906 - 7 februari 2001)

In 1956 

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, dadaïst en architekt Johannes Baader werd geboren op 22 juni 1875 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Johannes Baader op dit blog.

 

 

Fifi

 

Maßreparatur speziell Rahmenarbeit... Fifi legt 16 Eier
in den grünen Rinnstein. Nicht Einstein. 0 du grüner
Rinnstein! Wirst du die 16 Eier ausbrüten? Bitte, bitte,
sagt Fifi.

 

Es ist grüner Dotter in meinen grünen Eiern. Und die
Küken haben grüne Glasaugen.

 

Fifi, warum nimmst du grüne, und nicht rote Grütze ins
Haarwasser?

 

Aber Fifi hört nicht und sieht nicht. Sie denkt immer
noch an den Rinnstein und seine grünen Glotzaugen.

 

Was hast du für einen großen Mund, süßer Rinnstein!
Meine Küken werden Schlagsahne essen. Ich, Fifi,
werde sie kochen. Grün kochen. Es ist alles grün, was
gelb ist. Fifi ist blau vor Freude.

 

Werde doch blau, grüner Rinnstein! Meine Küken
wollen lieber blau fressen.

 

Fifi ist verrückt geworden. Fifi will nur noch grüne
Küken braten. Fifi.

 

Maßreparatur, speziell Rahmenarbeit, singt Fifi und pfeift dazu
mit ihren blaugeränderten Fußnägeln. Fifis grüne Blauaugen
blitzen gelb durch den resedablanken Rinnstein.

 

Fifi will sich Stiefel anmessen auf der Nord-Südbahn.
Fifi kauft braune Billets für ihre 16 roten Küken und
geht die Strecke ab. 400 Millionen kostet die Nordsüd-
bahn und früher nur 32. Fifi nimmt den grünen Rinn-
stein unter den Arm, setzt sich ins Gras und singt das
graue Lied von der Nordsüdbahn:

 

O Fifi soda, fifi, fifi, fifi, ffa, ffa. O Fifi soda, fifi, fifi,
ffa, ffi, ffa, fifi, ffa, fifi, ffa.
Komm, grüner Rinnstein, setz dich in die Nordsüdbahn.
Und dann verschieben wir meine 16 Küken: eines für
siebzehn, eines für fünfzehn, eines für vierzehn Milliarden
rote Grütze.

 

 

 1414006-20b68160e58ed1e3a403134ce11c4d87.jpg

Johannes Baader (22 juni 1875 – 15 januari 1955)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Ida von Hahn-Hahn werd geboren op 22 juni 1805 in Tressow (Schlingendorf). Zie ook alle tags voor Ida von Hahn-Hahn op dit blog.

 

 

Leben und Lieben

 

Die Blitze, sie zucken vom Himmel herab,

Die Stürme umtoben ein einsames Grab,

Und drunten im Grabe schläft friedlich und tief

Ein Herz, das das Leben zu Schmerzen berief.

 

Wol ward es getroffen von Angst und von Pein,

Doch nimmer gebrochen durch diese allein;

Das Glück, welches Andern der Lebensbaum trägt,

Es hat dieses Herz in das Grab hingelegt.

 

Und was nicht gelungen dem Haß und dem Neid,

Die Liebe hat früh es dem Tode geweiht.

Mit "Leben und Lieben" – dem Wonnegebet -

Hat es sich ein Grab und den Frieden erfleht.

 

 

 

In der Ferne

 

Im Gebirg' du, ich am Meere,

Nur vereint durch Sehnsuchtglut,

Fühlen wir des Schicksals Schwere,

Die als Trennung auf uns ruht.

 

Wie auch Wald und Wellen rauschen,

Harmonieenreich ist's nicht,

Sinn und Seele mag nur lauschen,

Wenn die liebste Stimme spricht.

 

Mag Gebirg' und Woge prangen,

Schön von Sonn' und Mond ummalt, -

Ach, der Blick wird nur gefangen,

Wenn ins Aug' das Auge stralt.

 

Wellen ruhen, Berge schimmern

Träum'risch, wie in stiller Lust,

Und der Hoffnung Sterne flimmern

Tröstung in die heiße Brust.

 

 

 1414006-7c47e8c95fb3a8d87a1ee6202efe8576.jpg

Ida von Hahn-Hahn (22 juni 1805 – 12 januari 1880)

 

 

 

 

 

De Franse dichter Jacques Delille werd geboren op 22 juni 1738 in Clermont-Ferrand. Zie ook alle tags voor Jacques Delille op dit blog.

 

 

Les jardins (Fragment)

 

Il est des soins plus doux, un art plus enchanteur.
C'est peu de charmer l'oeil, il faut parler au coeur.
Avez-vous donc connu ces rapports invisibles
Des corps inanimés et des êtres sensibles ?
Avez-vous entendu des eaux, des prés, des bois,
La muette éloquence et la secrète voix ?
Rendez-nous ces effets. Que du riant au sombre,
Du noble au gracieux, les passages sans nombre
M'intéressent toujours. Simple et grand, fort et doux,
Unissez tous les tons pour plaire à tous les goûts
Là, que le peintre vienne enrichir sa palette ;
Que l'inspiration y trouble le poète ;
Que le sage du calme y goûte les douceurs ;
L'heureux, ses souvenirs ; le malheureux, ses pleurs.

Mais l'audace est commune, et le bon sens est rare.
Au lieu d'être piquant, souvent on est bizarre.
Gardez que, mal unis, ces effets différents
Ne forment qu'un chaos de traits incohérents.
Les contradictions ne sont pas des contrastes.

D'ailleurs, à ces tableaux il faut des toiles vastes.
N'allez pas resserrer dans des cadres étroits,
Des rivières, des lacs, des montagnes, des bois.
On rit de ces jardins, absurde parodie
Des traits que jette en grand la nature hardie ;
Où l'art, invraisemblable à la fois et grossier,
Enferme en un arpent un pays tout entier.

 

 

 1414006-07be1ba0c8203f25bb70b1acdb354a75.jpg

Jacques Delille (22 juni 1738 – 1 mei 1813)

Geschreven door Romenu om 13:38 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten