Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 23 juni 2013 tot 24 juni 2013

Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, Kurt Kusenberg, Matthijs Kleyn, Madelon Székely-Lulofs

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ernesto Sabato op dit blog.

 

Uit: The Tunnel  (Vertaald door Margaret Sayers Peden)

 

“There was only one tunnel, dark and solitary: mine, the tunnel where my childhood, my youth, my whole life had passed. And in one of those clear fragments of the stone wall I had seen this girl and I had naively thought that she was coming through another tunnel parallel to mine, when in reality she belonged to the wide world, the limitless world of those who do not live in tunnels.”

(…)

 

“More than any other, however, I detest groups of painters. Partly, of course, because painting is what I know best, and we all know that we have a greater reason to detest the things we know well. But I have still another reason: THE CRITICS. They are a plague I have never understood. If I were a great surgeon, and some fellow who had never held a scalpel in his hand, who was not a doctor, and who had never so much as put a splint on a cat's paw, tried to point out where I had gone wrong with my operation, what would people think? It is the same with painting.”

(…)

 

“My dear, I have never been able to finish a Russian novel. They are so tiresome. I think there are thousands of characters, and in the end it turns out there are only four of five. Isn’t it maddening just when you begin to recognize a man called Alexandre, he’s called Sacha, and then Satchka, and later Sachenka, and suddenly something pretentious like Alexandre Alexandrovitch Bunine, and later simply Alexandre Alexandrovitch. The minute you get your bearings, they throw you off the track again. There’s no end to it; each character is a whole family in himself."

 

 

1415356-e837f6730f966bb7f3f4b4ad18ec8f68.jpg 

Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)

 

 

 

 


De Franse dichter, schrijver en vertaler
Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook alle tags voor Yves Bonnefoy op dit blog.

 

Uit: Les Planches courbes

 

 

Partout en nous rien que l'humble mensonge
Des mots qui offrent plus que ce qui est
Ou disent autre chose que ce qui est.

--

Odeurs, couleurs, saveurs,
Le même songe,
Colombes dans l'ailleurs
Du roucoulement.

--

Que ce monde demeure
Comme cesse le temps
Quand on lave la plaie
De l'enfant qui pleure.

--

L'un à l'autre ce qu'est
La couleur à l'ombre,
L'or du fruit mûr à l'or
De la feuille sèche.

 

 

 

1415356-4833c42ae54b6f3b2261732ebf157fd8.jpg 

Yves Bonnefoy (Tours, 24 juni 1923)

 

 

 

 


De Amerikaanse schrijver
Scott Oden werd geboren op 24 juni 1967 in Columbus, Indiana. Zie ook alle tags voor Scott Oden op dit blog.

 

Uit: The Lion of Cairo

 

“Muscles knotted in Baber Khan’s bull neck as he twisted his head and spat. He wielded a salawar—the sword-knife of the Afghan tribesmen—two feet of shadow-patterned Damascus steel, older than Islam, with a single- edged blade that tapered to a diamond point and a hilt braided with leather and silver wire. A leering face carved of yellowed ivory glared from the pommel. “Your master? Your master is a coward who sits atop his rock and plays at empire! Bah! Think you I do not know who you are, dog of Alamut? You may have killed a score of my Afridis, but I have killed a thousand of your brothers, a thousand of your so-called Faithful!” Baber Khan raised his salawar, eyes blazing. “Come closer, my little Assassin! Come closer, and let me make it a thousand and one!”

The Assassin’s temper flared; with a guttural curse, he leaped for Baber Khan, his saber whistling in a vicious arc that should have struck the Afridi chieftain’s head from his shoulders . . . had he not been expecting it. Baber Khan ducked and twisted, his teeth bared in a death’s-head grin as he lashed out at the overextended Assassin.

It was sheer reflex which saved the younger man’s life. He glimpsed the descending salawar, watered steel burnished by pale winter light; he wrenched his body to the right and awkwardly threw his saber into the path of Baber Khan’s blade. Steel met steel with a resounding clash as the salawar—fragile though it seemed— shattered the Assassin’s saber near the hilt. The young killer screamed as the tip of the Afghan blade bit into his brow and sliced down his left cheek, missing the eye by a hairsbreadth.”

 

 

 1415356-9ccaa74d6ddf14b07e31063be6e58970.jpg

Scott Oden (Columbus, 24 juni 1967)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en criticus Kurt Kusenberg werd geboren op 24 juni 1904 in Göteborg. Zie ook alle tags voor Kurt Kusenberg op dit blog.

 

Uit: Schnell gelebt

 

„Schon als Kind erregte er Verwunderung. Er wuchs wie aus der Pistole geschossen und gab das Wachsen ebenso plötzlich wieder auf. Beim Sprechen verhaspelte er sich, weil die Gedanken den Worten entliefen; er war blitzschnell in seinen Bewegungen und wurde oft gleichzeitig an verschiedenen Orten gesehen. Alljährlich übersprang er eine Schulklasse; am liebsten hätte er sämtliche Klassen übersprungen.

Aus der Schule entlassen, nahm er eine Stellung als Laufbursche an. Er war der einzige Laufbursche, der je gelaufen ist. Von seinen Botengängen kehrte er so rasch wieder zurück, dass man nicht annehmen konnte, er habe sie wirklich ausgeführt, und ihn deshalb entliess. Er warf sich auf die Kurzschrift und schrieb bald fünfhundert Silben in der Minute. Trotzdem mochte kein Büro ihn behalten; denn er datierte die Post um Wochen vor und gähnte gelangweilt, wenn seine Vorgesetzten zu langsam diktierten.

Nach kurzem Suchen, das ihn endlos dünkte, stellte man ihn als Omnibusfahrer ein. Mit Schaudern dachte er später an diese Tätigkeit zurück, die darin bestand, einen fahrenden Wagen fortwährend anzuhalten. Vor ihm winkten Strassenfluchten, die zu durcheilen genussvoll gewesen wäre. An den Haltestellen aber winkten Leute, die einsteigen wollten, und ihnen musste er folgen.“

 

 

1415356-10e5bf537128b19cedd1c8965d5a38de.jpg 

Kurt Kusenberg (24 juni 1904 – 3 oktober 1983)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Matthijs Leonard Kleyn werd geboren in Leiden op 24 juni 1979. Zie ook alle tags voor Matthijs Kleyn op dit blog.

 

Uit: Ik wil mijn hart volgen (Interview in Trouw. November 2011)

 

“Stelling: ik ga wel eens naar een plek om daar stil te staan bij mijn leven en alles wat ik doe

"Nee, ik kies dat soort momenten niet bewust. Soms maak je onverwacht dingen mee die je duidelijk maken wat je wilt. Afgelopen weekeinde had ik dat. Ik bezocht in Hamburg het Beatles-museum. Er hing een handschrift van John Lennon waarop stond wat hij wilde bereiken toen hij jong was, in zijn geval roem en rijkdom. Hij werkte daar keihard voor en gaf niet op. Maar toen hij eenmaal had wat hij wilde, merkte hij dat het niet alles was, en koos hij voor liefde en wereldvrede. Je moet je plannen altijd blijven bijstellen. John Lennon is een beetje mijn vaderfiguur. Ik spiegel me vaak aan hem. Hij heeft meer nagelaten dan mijn vader in de vorm van brieven en teksten, terwijl mijn vader journalist was, bij Trouw."

 

 

1415356-370f0c491efe48cfd5f4dc4e78f5851b.jpg 

Matthijs Kleyn (Leiden, 24 juni 1979)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Magdalena Hermina Székely-Lulofs werd geboren in Soerabaja op 24 juni 1899. Zie ook alle tags voor Madelon Székely-Lulofs op dit blog.

 

Uit: Koelie

 

“Tusschen tai-ajam, die naast de grafjes was opgeschoten, stond een kerkhofboom, schraal en moeilijk gegroeid: een dunne stam, donkere glimmende blâren en een enkele, bleek-gele, magnolia-gelijkende bloem, stervend als het stervend kerkhofje. Even daar voorbij stond een stuk bamboeheg. Daar worstelden zich dit den verschraalden grond een paar pisangpalmen en twee pepajaboomen omhoog, té verbasterd al om nog vrucht te kunnen dragen: een armelijk en verdoemd leven. Op deze plek had vroeger een kampong gestaan, maar de bewoners waren verder getrokken; toen de uitgemergelde bodem weigerde het zaad te laten kiemen. Ze hadden toen dat alles zoo gelaten. In den regen waren de huizen verrot en verdwenen en de weelderige, maar al het zwakkere verstikkende, plantengroei had de tuintjes overwoekerd. Nu was er niet meer dan dat stuk heg, die paar vruchtboomen en het kerkhofje, dat alleen nog wachtte op het vergaan van de plankjes en de resten pajong om weer geheel gelijk te zijn aan het overige landschap; een droevig zieltogend overblijfsel van menschenbestaan, dat beschermingzoekend teruggleed in den liefdevollen schoot van deze aarde, die hier nog de sterkere, de uit God geborene, de ongeknechte oermoeder was.

Tusschen den vulkaan en de vlakte kronkelde in een diepe geul, en door sierlijk wuivende bamboestruiken verhuld, de rivier. En boven dit alles was de geweldige, in zonnegloed schroeiende hemel.

Over het grasland dwaalden kudden karbouwen. Logge, voorwereldlijk lijkende beesten, die hun grauwe, trage, bemodderde lijven langzaam voortbewogen en den machtig gehoornden kop alleen maar hieven om droomerig te staren naar het verre blauw van den vulkaan of over de wijde vlakte, die gloeide in den zengenden zonneschijn.”

 

 

 1415356-0c0e54756cff27210252f2cb621fa476.jpg

Madelon Székely-Lulofs (24 juni 1899 – 22 mei 1958)




Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook
mijn blog van 24 juni 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:45 Reageer op dit bericht

In Memoriam Elis Juliana


In Memoriam Elis Juliana

 

De Curaçaose dichter, auteur, kunstenaar en onderzoeker Elis Juliana is op 23 juni overleden. Dat is door zijn familie bekendgemaakt. Hij is 85 jaar geworden. Juliana behoort met Luis Daal en Pierre Lauffer tot de ‘Grote Drie’ van de Antilliaanse dichtkunst in het Papiaments. Zie ook alle tags voor Elis Juliana op dit blog.

 

 

 

Hé Patu (fragment)

Hé Patu ta yanga.
Hé Patu ta rondia
Hun tiki kuminda
Pa su muchanan.

Hé P’akí, hé p’ayá
Hé P’akí, hé p’ayá.


 

Waggeleend (fragment)

Het eendje dat waggelt,
Het eendje dat scharrelt
Op zoek naar wat voer
Voor haar jongen:

Hóp naar links! Hóp naar rechts!
Hóp naar links! Hóp naar rechts!

 

 

 

Vertaald door Fred de Haas

 

 

 

Zwarte engelen

 

Rustend in moeders schoot vroeg het kind:
Mamita, zijn er zwarte engelen ook?
En wat kon de moeder anders zeggen dan:
Slaap mijn kind, slaap zacht.

 

 

Vertaald door Frank Martinus Arion

 

 

 

 

 1415265-85ee0516f83a325e80206afb60ee554c.jpg

Elis Juliana (8 augustus 1927 – 23 juni 2013)

Geschreven door Romenu om 18:57 Reageer op dit bericht

John Ciardi

De Amerikaanse dichter, vertaler en etymoloog John Anthony Ciardi werd geboren op 24 juni 1916 in Boston. Na de dood van zijn vader in 1919, werd hij opgevoed door zijn Italiaanse moeder (die analfabeet was) en zijn drie oudere zussen, die allemaal zo zuinig leefden en spaarden tot ze genoeg geld had om hem te laten studeren. Ciardi begon zijn hogere studies aan het Bates College in Lewiston, Maine, maar stapte over naar de Tufts University in Boston, waar hij studeerde onder de dichter John Holmes. Hij behaalde zijn diploma in 1938, en won een studiebeurs voor de universiteit van Michigan , waar hij zijn master's degree behaalde ende eerste van vele prijzen voor zijn poëzie won. Ciardi leerde kort aan de universiteit van Kansas City voordat hij in 1942 bij de Amerikaanse luchtmacht ging. Hij vloog als boordschutter zo'n twintig missies boven Japan. Hij werd ontslagen in oktober 1945 met de rang van sergeant en met verschillende onderscheidingen. Ciardi’s dagboek , Saipan, werd postuum gepubliceerd in 1988. Na de oorlog keerde Ciardi terug naar de UKC. Van 1946 tot 1953 was hij assistent-hoogleraar aan Harvard University. In zijn tijd aan Harvard  begon Ciardi zijn lange samenwerking met de Bread Loaf Writers Conference aan het Middlebury College in Vermont, waar hij bijna 30 jaar lezingen over poëzie gaf.

Ciardi had zijn eerste dichtbundel “Homeward to America” in 1940, voor de oorlog, gepubliceerd. Zijn volgende bundel “Other Skies” werd gepubliceerd in 1947. Zijn derde boek “Live Another Day” kwam uit in 1949. Ciardi was begonnen om voor zijn lessen aan Harvard Dantes Goddelijke Komedie te vertalen en ging daarmee verder gedurende heel zijn tijd daar. Zijn vertaling van “Inferno” werd gepubliceerd in 1954. De vertaling van “De Louteringsberg” volgde in 1961 en die van “Paradiso” in 1970. Van 1953 tot 1961 doceerde hij creatief schrijven aan de Rutgers University, waarna hij koos voor een lucratieve carrière  in het college tour circuit.

Ciardi schreef ook een reeks boeken over etymologie : “A Browser’s Dictionary” (1980), “A Second Browser’s Dictionary” (1983) en “Good Words to You” (1987). Hij raakte tijdens de tegencultuur van de late jaren 1960 en 1970 wat in de vergetelheid.  In 1956 ontving Ciardi de Prix de Rome van de Amerikaanse Academie van Kunsten en Letteren. Hij won ook de American Platform Association’s Carl Sandburg Award in 1980. Als erkenning van het werk van Ciardi wordt jaarlijks de John Ciardi Lifetime Achievement Award voor poëzie toegekend aan een Italiaans- Amerikaanse dichter voor zijn levenswerk.

 

 

Suburban

 

Yesterday Mrs. Friar phoned.'Mr. Ciardi,
how do you do?' she said. 'I am sorry to say
this isn't exactly a social call. The fact is
your dog has just deposited-forgive me-
a large repulsive object in my petunias.'

I thought to ask, 'Have you checked the rectal grooving
for a positive I.D.?' My dog, as it happened,
was in Vermont with my son, who had gone fishing-
if that's what one does with a girl, two cases of beer,
and a borrowed camper. I guessed I'd get no trout.

But why lose out on organic gold for a wise crack
'Yes, Mrs. Friar,' l said, 'I understand.'
'Most kind of you,' she said. 'Not at all,' I said.
I went with a spade. She pointed, looking away.
'I always have loved dogs,' she said, 'but really!'

I scooped it up and bowed. 'The animal of it.
I hope this hasn't upset you, Mrs. Friar.'
'Not really,' she said, 'but really!' I bore the turd
across the line to my own petunias
and buried it till the glorious resurrection

when even these suburbs shall give up their dead.

 

 

 

 

White Heron

 

What lifts the heron leaning on the air
I praise without a name. A crouch, a flare,
a long stroke through the cumulus of trees,
a shaped thought at the sky - then gone. O rare!
Saint Francis, being happiest on his knees,
would have cried Father! Cry anything you please

But praise. By any name or none. But praise
the white original burst that lights
the heron on his two soft kissing kites.
When saints praise heaven lit by doves and rays,
I sit by pond scums till the air recites
It's heron back. And doubt all else. But praise.

 

 

 

Men Marry What They Need

 

Men marry what they need. I marry you,
morning by morning, day by day, night by night,
and every marriage makes this marriage new.

In the broken name of heaven, in the light
that shatters granite, by the spitting shore,
in air that leaps and wobbles like a kite,

I marry you from time and a great door
is shut and stays shut against wind, sea, stone,
sunburst, and heavenfall. And home once more

inside our walls of skin and struts of bone,
man-woman, woman-man, and each the other,
I marry you by all dark and all dawn

and have my laugh at death. Why should I bother
the flies about me? Let them buzz and do.
Men marry their queen, their daughter, or their mother

by hidden names, but that thin buzz whines through:
where reasons are no reason, cause is true.
Men marry what they need. I marry you.

 

 

 

1488773-57afe9f5c4eb52e1d3257dc61f45bdaf.jpg
John Ciardi (24 juni 1916 – 30 maart 1986)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

David Leavitt, Pascal Mercier, Franca Treur, Jean Anouilh, Richard Bach, Anna Achmatova

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

 

Uit: The Page Turner

 

"Paul! Let me fix your tie!"

All at once his mother was on him, her hands at his throat.

"Mother, please, my tie's all right --"

"Let me just tighten the knot, honey, you don't want to have a loose knot for your debut --"

"It's not my debut." "When my son sits up on a stage in front of two thousand people, I consider it a debut. There, much better."

She stepped back slightly, smoothed his lapels with long fingers. Even so, her face was close enough to kiss: he could see her crow's-feet under make-up, smell the cola-like sweetness of her lipstick, the Wrigley's on her breath.

"That's good enough, Mother."

"Just one little adjustment --"

"I said it was good enough!"

Writhing away from her, Paul hurried across the wings, to where Mr. Mansourian, the impresario, awaited him.

 

 

 1414730-066f071971f562ea24f8c0478462d578.jpg

Paul (Kevin Bishop) en Richard (Paul Rhys),

scene uit de film “Food of Love” uit 1998 (gebaseerd op de roman “The Page Turner”)

 

 

"Well, well, well," said Mr. Mansourian, "if you're not the best-dressed page turner I've ever seen. Come on, I'll introduce you to Kennington."

"Good luck, sweetheart!" Pamela called almost mournfully. She waved at Paul, a tissue balled in her fist. "Break a leg! I'll see you after the concert."

He didn't answer. He was out of earshot, out of the wings, beyond which the hum of the settling audience was becoming audible.

Mr. Mansourian led him up steep stairways and along antiseptic corridors, to a dressing room at the door to which he knocked three times with sharp authority.

"Come in!"

They went. In front of mirrors Richard Kennington, the famous pianist, sat on a plastic chair, bow tie slack around his throat. He was drinking coffee. Isidore Gerstler, the famous cellist, was eating a cinnamon-frosted doughnut out of a box. Maria Luisa Strauss, the famous violinist, was stubbing out a cigarette in an ashtray already overflowing with red-tipped butts. Her perfume, capacious and spicy, suggested harems. Yet the room had no softness, no Persian carpets. Instead it was all lightbulbs that brightened the musicians' faces to a yellowish intensity.

 

 

 1414730-483bf7c83802a3b720a7dbcebb587036.jpg

David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)

Portret door Arnold Mesches

 

 

 

 


De Zwitserse schrijver en filosoof
Pascal Mercier (eig. Peter Bieri) werd geboren op 23 juni 1944 in Bern. Zie ook alle tags voor Pascal Mercier op dit blog.

 

Uit: Nachttrein naar Lissabon (Vertaald door Gerda Meijerink)

 

“Teleurstelling wordt als iets kwalijks gezien. Een ondoordacht vooroordeel. Waardoor anders dan door teleurstelling, komen we er achter wat we hebben verwacht en gehoopt? En waardoor anders dan door die ontdekking zouden we tot zelfkennis moeten komen? Hoe zou iemand dus zonder teleurstelling helderheid over zichzelf kunnen verkrijgen?
We moeten teleurstellingen niet zuchtend ondergaan als iets zonder dewelke ons leven beter zou zijn. We moeten teleurstellingen opzoeken, er achteraan gaan, ze verzamelen. Waarom ben ik teleurgesteld dat de acteurs die ik vroeger aanbad nu allen tekenen van ouderdom en verval vertonen? Wat anders dan de teleurstelling leert me dat succes maar heel weinig waarde heeft? Menigeen heeft er een heel leven voor nodig om zichzelf de teleurstelling over zijn ouders te bekennen. Wat was het eigenlijk wat we van hen verwachtten? Mensen die hun leven lang genadeloze pijn hebben moeten lijden, zijn vaak teleurgesteld over hoe de anderen zich gedragen, ook degenen die hen bijstaan en hun medicijnen laten drinken. Wat ze doen en zeggen is te weinig en ook wat ze voelen is te weinig. ‘Wat verwacht u dan?’ vraag ik. Ze kunnen het niet zeggen en zijn ontdaan dat ze jarenlang een verwachting hebben gekoesterd die teleurgesteld kon worden zonder dat ze iets meer over die verwachting kunnen zeggen.
Iemand die werkelijk wil weten wie hij is, zou een kalme, fanatieke verzamelaar van teleurstellingen moeten zijn, en het op zoek gaan naar teleurstellende ervaringen zou voor hem een verslaving moeten zijn, de allesbepalende verslaving in zijn leven, want zo iemand zou met grote helderheid onder ogen zien dat de teleurstelling niet een brandend, verwoestend gif is maar een koele, verzachtende balsem die ons de ogen opent voor de ware contouren van onszelf.”

 

 

 1414730-de7ba0d286830631814e62a1332a92b6.jpg

Pascal Mercier (Bern, 23 juni 1944)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en freelance journaliste Franca Treur werd geboren in Meliskerke op 23 juni 1979. Zie ook alle tags voor Franca Treur op dit blog.

 

Uit: Brief aan de koning

 

“Hoogheid,

Waar je wieg heeft gestaan, is wat je bent. Dat gold althans voor de generatie van mijn grootouders, geboren in de jaren twintig van de vorige eeuw. Zij waren boerenzoon en boerendochter, wisten van jongs af aan wat zij zouden worden, wat ze in feite dus al waren: boer en boerin.

Wie in die tijd werd geboren als eerste zoon van de eigenaar-directeur van een meubelzaak of suikerfabriek, wist dat de zaak of de fabriek te zijner tijd van hem zou zijn.

Voor de boeren en de directeuren werkten arbeiders, wier kinderen opgroeiden tot de volgende lichting arbeiders. Dubbeltjes bleven dubbeltjes, en kwartjes bleven kwartjes.

Alleen aan de bovenkant van de sociale ladder was er meer vrijheid. Een zoon van een notaris, dokter of dominee kon vaak een beroep kiezen dat paste bij zijn intelligentie, interesse of talent. Vergeleken met de dubbeltjes was hij ongekend vrij.

Dat gold echter weer niet voor uw oma Juliana. Net als voor boerenkinderen was haar pad beschikt.

In twee generaties tijd is het zelfs voor een boerendochter mogelijk geworden om te gaan studeren, om bij nader inzien van studie te veranderen, en om op een zelfgekozen manier haar eigen geld te verdienen en te beheren.”

 

 

 1414730-297892797876058c16769949f10281b7.jpg

Franca Treur (Meliskerke,23 juni 1979)

 




De Franse (toneel)schrijver Jean Anouilh werd geboren in Bordeaux op 23 juni 1910. Zie ook alle tags voor Jean Anouilh op dit blog.

 

Uit: Eurydice. Legend of Lovers (Vertaald door Kitty Black)

 

 

“FATHER (surprised): Exactly. How did you know?

ORPHEUS: I guessed--nearly fifteen years ago.

FATHER: Fifteen years? Oh, come now! Fifteen years ago, I still had talent. Fifteen years ago, when I played in the orchestra, who would have believed your old father would come down to playing his harp in the street? Whod have thought hed be reduced to going round afterward with a little saucer?

ORPHEUS: Mother would--every time you got yourself sacked from your current job.

FATHER: Your mother never loved me. Neither do you. You spend all your time trying to humiliate me. But dont think Ill put up with it always. You know I was offered a job as harpist at the casino at Palavas-les-Flots?

ORPHEUS: Yes, father.

FATHER: And I refused because they had no vacancy for you?

ORPHEUS: Yes, father. Or rather, no, father.

FATHER: No, father? Why, no, father?

ORPHEUS: You refused because you know you play abomin-ably and youd be sacked the next morning.

FATHER (turning away, hurt): I shant even answer you. (ORPHEUS goes back to his playing.) Must you?

ORPHEUS: Yes. Does it bother you?

FATHER: I cant concentrate. Eight times seven?

ORPHEUS: Fifty-six.

FATHER: Are you sure?

ORPHEUS: Quite sure.”

 

 

 1414730-6981ff9771b52ae45cf27155fe57bf96.jpg

Jean Anouilh (23 juni 1910 – 3 oktober 1987)

 

 

 

De Amerikaanse schrijver
Richard Bach werd geboren in Oak Park, Illinois op 23 juni 1936. Zie ook alle tags voor Richard Bach op dit blog.

 

Uit: There's No Such Place As Far Away

 

“Rae! Thank you for inviting me to your birthday party! Your house is a thousand miles from mine and I travel only for the best of reasons. A party for Rae is the best and I am eager to be with you.
I began my journey in the heart of the hummingbird you and I met long ago. He was friendly as ever, yet when I told him that little Rae was growing up and that I was going to her birthday party with a present, he was puzzled.
We flew for a long while in silence and at last he said, "I understand very little of what you say, but least of all do I understand that you are going to the party."
"Of course I am going to the party," I said. "What is so hard to understand about that?"
He was quiet, and when we arrived at the owl's home, he said, "Can miles truly separate us from friends? If you want to be with Rae, aren't you already there?"

(…)

 

"Little Rae is growing up and I'm going to her birthday party with a present," I said to the owl. It felt strange to say going like that, after talking to Hummingbird, but I said it that way so Owl would understand.
He, too, flew in silence for a long time. It was a friendly silence, but as he delivered me safely to the home of the eagle, he said, "I understand very little of what you say, but least of all do I understand that you call your friend little."
"Of course she is little," I said, "because she is not grown up. What is so hard to understand about that?"
Owl looked at me with his deep amber eyes, smiled and said, "Think about that."

 

 

1414730-6117414ac37dc47ca6e6721dfcd255be.jpg 

Richard Bach (Oak Park, 23 juni 1936)

 

 


De Russische dichteres Anna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook alle tags voor Anna Achmatova op dit blog.

 

 

Verswchijning

 

De straatlantarens branden al,

Ze wiegen heen en weer, en kraken,

Sneeuwvlokken in een vrije val,

Die 't feestelijker, lichter maken.

 

De paarden gaan opeens heel vlug,

Als van iets achter zich geschrokken,

Het blauwe dekkleed op hun rug

Gaat schuil onder de witte vlokken.

 

Een dienaar in livrei met goud

Staat op de slede, onbewogen,

Terwijl de tsaar 't geheel aanschouwt,

Bevreemd, met lege lichte ogen.

 

 

 

 

Goddank ga ik minder van hem dromen

 

Goddank ga ik minder van hem dromen

Denk ik minder vaak aan bestaan.

Mist is op de witte weg gekomen,

Over 't water vliegen schimmen aan.

 

Klokken de hele dag te horen

Boven het geploegde land. 't Geluid

Van de hoge Jona-kloostertoren

Hoor je hier steeds boven alles uit.

 

‘k snoeide van de welige seringen

Elke tak die niet meer bloeiend was;

Langs de oude vestingwallen gingen

Monniken voorbij met trage pas.

 

Moge ik, niet-ziende, dit herwinnen:

’t stoffelijk vertrouwde wereldbeeld.

Met de koele rust van ’t niet-beminnen

Heeft de Hemelvorst mijn ziel geheeld.

 

 

1912, Kiev

 

 

 

 

Hoe vreselijk is 't lijf versleten

Hoe vreselijk is 't lijf versleten,

Hoe de gekwelde mond vervaald!

Ik wilde van zo'n dood niet weten,

En heb dit tijdstip niet bepaald.

 

't Leek mij dat ergens in den hogen

De wolken botsten, dat daarbij

Een bliksemschicht, snel aangevlogen,

Een stem, door grote vreugd bewogen,

Als eng'len neerdaalden op mij.

 

 

 

Vertaald door Marja Wiebes en Margriet Berg

 

 

 

1414730-cc285a5756d75087e64071f3da713655.jpg

Anna Achmatova (23 juni 1889 - 5 maart 1966)

Portret door Koezma Petrov-Vodkin, 1922

 

                    
Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn vorige blog van vandaag.


Geschreven door Romenu om 19:27 Reageer op dit bericht

Cornelia Schmerle, Wolfgang Koeppen, Urs Jaeggi, Robert C. Hunter, Will Shutt

De Duitse dichteres Cornelia Schmerle werd geboren op 23 juni 1973 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Cornelia Schmerle op dit blog.

 

 

Unter Ulmen

 

Denn in meinem Arm ist eine. Gerufene;
getragen aus den Türmen der Zwanghaften.

Hier betet ein Traum um seine Richtigkeit.
Hier wird die Ungläubige verschleiert.

Sie wird dem Einäugigen laut angepriesen,
wird ihm gestellt und in die Rahmen gespannt.

Wir essen von kalten Kohlen. Magern.
Im Auge der Bienen sind wir giftig.

Ich bin aus Merkwürdigem geschaffen;
ein Allerlei aus zwittrigen Samen.

Bevor ich Wind bin – Sprache überm Wasser
bin ich verschluckt; eine Stimme nach der nächsten.

 

 

 

 

Wurzeln


Die leichten Körper liegen schon
in der Nähe auf einen Karren, den ich zieh.
Ihre schönen Gesichter schlafen, erinnern nicht.
Mein Lid halt ich gerade, die Achse.

Mutter hat den Geruch von Maulwurf;
immer ist Erde noch an ihrem mahnenden Finger.
Diese Gänge sind nicht mein Daheim!
Ihr Aufgeworfenes ist kleinlich.

Ich breche die Schale bis nichts mehr
getrennt ist durch die Ahnung der Witterungen.
Das Stöhnen bleibt, trotzdem ich fauche, den Buckel
setze gegen den Strich einer Hand.

 

 

 

1414721-b55f91510ae17c7a514327f64ec55f58.jpg 

Cornelia Schmerle (Berlijn, 23 juni 1973)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver en essayist Wolfgang Arthur Reinhold Koeppen (eig. Köppen) werd geboren op 23 juni 1906 in Greifswald. Zie ook alle tags voor Wolfgang Koeppen op dit blog.

 

Uit: Die Mauer schwankt

 

„Dem Baumeister Johannes von Süde widerfuhr es, daß er die Zeit, die nachher kommen sollte und die das Ende einer alten Zeit war und vielleicht auch, doch dies ließ sich wirklich noch nicht erkennen, die Geburtswehstunde einer neuen ist, daß er diese Zeit im voraus erlebte, in wenigen Tagen, in einem anderen Land, grell und unglaublich und in sinnlos, wie es ihm schien, sich überstürzenden Bildern von der Art der Träume. Der Baumeister war kein Hellseher und hatte nichts von der Gabe des zweiten Gesichts. Er war ein noch junger Herr und von sehr ordentlich nüchterner Gesinnung. So sahen ihn alle, die ihn kannten. Aber es geschah doch, daß er den Umsturz ahnte, und daß ihm, wie jedem Ahnenden, in einer Sekunde, die dann doch hellsichtig war, die Zukunft das Herz erschrak.

Als nach weniger denn einem Jahr die Schüsse von Serajewo fielen, gehörte Johannes von Süde zu den wenigen, die zwar nicht eingeweiht, aber auch nicht überrascht waren.

*

Der August des Jahres neunzehnhundertdreizehn endete strahlend.

Vom Nordkap bis hinunter zur Südspitze Siziliens hing keine Wolke über Europa.

In Deutschland war das Korn gut in die Scheunen gekommen, und auf den Stoppeln der enthalmten Felder weideten schon die Gänse, die zu Sankt Martin sterben sollten.

In weißen Fronten schäumte die Ostsee gegen die pommer- sche Küste.

Aus den Wellen hoben sich die Möwen in den Himmel. Ihre Leiber, von der Sonne getroffen, schwebten wie silberne Schatten im dünnen Wind der hellen Luft.

Ein Wimpel wehte. Pfadfinder zogen in langer Reihe hinter ihm her. Die See näßte ihre Füße. Die großen Südwesterhüte hingen kühn und schräg über den jungen Gesichtern.

 

 

1414721-3d8758537af0350340489ec167e2eebb.jpg 

Wolfgang Koeppen (23 juni 1906 – 15 maart 1996)

 

 

 

 


De Zwitserse schrijver, kunstenaar en socioloog
Urs Jaeggi werd geboren op 23 juni 1931 in Solothurn. Zie ook alle tags voor Urs Jeaggi op dit blog.

 

Uit: Matrix

 

“Im Sommer 1989 war es so weit. Ich wohnte als Gast in einem kleinen Haus am Westabhang von Volterra. Die Sonne brannte den ganzen Tag in den Garten, aber in der Pergola war es kühler, vielleicht nur, weil ich untätig auf die Olivenblume guckte. Ein alter Mann harkte, als ginge es ihm ums Harken und nicht ums Unkraut. Er blickte kaum hoch. Ich betrachtete einen Vogelschwarm, der wohlformiert stadtwärts zog. Es gab keinen bestimmten Grund, hier zu sein, aber es gab Gründe. Später war es mir klarer, obwohl sich das jetzt leicht schreibt. Die Geschichte, die sich mit meinem ersten Aufenthalt in der Stadt verknüpft, ist eigentlich einfach, aber eigentlich nicht zu erzählen. Obwohl es mir, als ich ankam, nicht deutlich war, hatte mich die Sprache verlassen (oder ich sie). Darin, dass mich wenige Monate früher eine Frau verlassen hatte (oder ich sie), sah ich keine Verknüpfung. Ich sehe sie auch heute noch nicht. Die Ähnlichkeit, wenn sie bestand, lag in der Gleichgültigkeit der Trennungen. Jedenfalls sagten meine Freunde, als sie meine Aufzeichnung lasen: erklär! Die Geschichte ist spannend, erzähl!
Anywhere out of the world, sagte ich. Es gab für mich kein Erklären. Ich sagte: den Text lesen, lest den Text.
„Schön”, sagten sie und wieder kamen Fragen um Fragen. „Macht es euch leicht oder schwer”, sagte ich. Etwas anderes zu sagen gab es nicht. Jetzt, zehn Jahre später, ist die Angst, aus etwas eine Geschichte zu machen, die keine Geschichte war, wenn nicht verschwunden, so doch unerheblich, der damals befürchtete Verrat kein Verrat mehr.“

 

 

 1414721-699883522238fcb0b705b83a7c5e9650.jpg

Urs Jaeggi (Solothurn, 23 juni 1931)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, vertaler en tekstschrijver Robert C. Hunter werd geboren op 23 juni 1941 in San Luis Obispo, California. Zie ook alle tags voor Robert C. Hunter op dit blog.

 

 

Scarlet Begonias

 

As I was walkin' round Grosvenor Square

Not a chill to the winter

but a nip to the air

From the other direction

she was calling my eye

It could be an illusion

but I might as well try

Might as well try.

 

She had rings on her fingers and

bells on her shoes,

And I knew without askin' she was

into the blues

Scarlet begonias

tucked into her curls

I knew right away

she was not like other girls--

other girls

 

In the thick of the evening

when the dealing got rough

She was too pat to open and

too cool to bluff

As I picked up my matches and

was closing the door

I had one of those flashes:

I'd been there before--

been there before.

 

[Bridge]

I ain't often right

but I've never been wrong

It seldom turns out the way

it does in the song

Once in a while

you get shown the light

in the strangest of places

if you look at it right

 

Well there ain't nothin' wrong

with the way she moves

Or scarlet begonias or a

touch of the blues

And there's nothing wrong with

the love that's in her eye

I had to learn the hard way

to let her pass by--

let her pass by

 

The wind in the willows played Tea for Two

The sky was yellow and the sun was blue

Strangers stopped strangers

just to shake their hand

Everybody's playing

in the Heart of Gold Band

Heart of Gold Band

 

 

 

1414721-c52fb024ebe24616272eb853790eed1c.jpg
Robert C. Hunter (San Luis Obispo, 23 juni 1941)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Amerikaanse dichter Will Shutt  werd geboren in 1981 in New York. In  2012 was hij de winnaar van de Yale Series of Younger Poets Award. Shutt bezocht het Oberlin College en behaalde aan Hollins University zijn Master Of Fine Arts (MFA). Hij ontving beurzen van het de James Merrill House en van het Stadler Centrum voor Poëzie.  Zijn gedichten en vertalingen zijn verschenen of zijn aanstaande in Agni, Blackbird, FIELD, Narrative, The New Republic, The Southern Review en andere tijdschriften. Hij woont momenteel met zijn vrouw in Wainscott, New York. In 2013 publiceerde hij Westerly.

Uit: Westerly (Fragment)

 

Even up close it’s hard to tell

whether the white and blue

church tower is defunct or half-finished

or, like every third house

block after prim block, let for summer.

Only an odd patch of moss

flecks the siding, and thin ginger-colored

stains make a noncomittal

braid, like wicker or wings at rest.

From our third-floor window

long scarves of water push

right up against the houses.

They seem to clip the gutter spouts.

If one were Elizabeth Bishop

one might hear it turn into a tidy music.

Tidy and resolved, the way

history says, “Look West, Future-looker,”

and kids worry a blue vein

of hope in their spiral notebooks.

At night after each boat has pulled in

behind the artificial bulwark

moonlight saddles a galvanized tub

of orange marigold and sedum,

and green and burgundy rosettes

creep upward like weird insect antennae

trucking the earth off to Westerly,

Rhode Island, where nirvana is a long time

coming, or untidy, unresolved,

the way stupid hope won’t shut up.

 

 

 

 1414721-5963a3ed4c22a75dd02c3dc0cf75987f.jpg

Will Shutt  (New York, 1981)

Geschreven door Romenu om 19:09 Reageer op dit bericht

Aart van der Leeuw

De Nederlandse dichter en schrijver Aart van der Leeuw in Hof van Delft op 23 juni 1876. Van der Leeuw, kwam uit een koopmansfamilie en volgde een gymnasiumopleiding in Delft, die hij met moeite na herexamens in 1898 wist af te ronden, toen hij al 22 jaar oud was. Van der Leeuw werd geplaagd door woordblindheid en een toenemende doofheid. Beide aandoeningen droegen bij aan de problemen die hij bij zijn studie en werk ondervond. Hij studeerde rechten aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam, niet zozeer omdat hij zich daarvoor interesseerde, maar omdat het een korte studie was met gunstige maatschappelijke vooruitzichten. Na zijn promotie werkte hij korte tijd op het gemeentearchief van Delft, en vanaf 1903 als 'chef de bureau' bij de Levensverzekeringsmaatschappij Dordrecht. In datzelfde jaar trouwde hij met zijn vroegere schoolvriendin Antonia Johanna Kipp. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen voortgekomen. Van der Leeuw had het bij de Dordtse verzekeringmaatschappij niet naar zijn zin. Zijn zwakke gezondheid greep hij uiteindelijk aan om in 1907 ontslag te nemen. Door het overlijden van zijn schoonouders viel hem en zijn vrouw een bescheiden erfenis ten deel, net genoeg om zelfstandig te kunnen leven. Het paar vestigde zich in Voorburg, waar Van der Leeuw zich wijdde aan het vioolspel en aan zijn schrijverschap. In 1928 werd hem de C.W. van der Hoogtprijs toegekend door de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden.Hij schreef niet een zeer omvangrijk oeuvre, maar zijn boeken “Ik en mijn speelman uit 1927” en “De kleine Rudolf” uit 1930 worden gezien als klassiekers van de Nederlandse 20ste-eeuwse letterkunde. Opmerkelijk aan zijn poëzie is dat hij zich toelegde op het prozagedicht.

Uit: Ik en mijn speelman

“Ik houd er van, om in een bloemruiker een distel te steken, of op een fruitschaal tusschen de vruchten een schubbigen sparappel te leggen. Daarom had ik in het huis, waar voor de liefde betaald wordt, den gebochelden muzikant, die zooeven, als uit den hemel gevallen, voor mijn stilhoudenden draagstoel stond, en mij behulpzaam is geweest bij het uitstijgen, mee naar binnen genomen.
In de feestzaal war en alle kaarsen aangestoken, en deden hun lichtjes in het kristal van de spiegels, in de juweelen van kapsels, keurzen en de ge vest en der degens weertintelen. Vijf vrienden, vijf vrouwen. De komst van mijn speelman werd met handgeklap en gejubel begroet. ‘Het is maar gemakkelijk,’ werd er geroepen, ‘om je vioolkist aan je vastgegroeid bij je te dragen, zoodat er geen kans is, dat je hem ooit zult vergeten,’ en een ander vroeg hem, of hij op het hoofd kon staan als de nar van den koning. Lachend zette hij zich op een lage taboeret in een hoek van de kamer, en stemde zijn gitaar.
Ik schudde de kaarten. Ik zou de bank houden. De winst moest ons, den bezoekers, in kussen worden uitgeteld, ons verlies zou betaald worden in gouden dukaten.
Wij lieten den muzikant van den wijn brengen, en wierpen hem, zooals je een hond een brok geeft van den maaltijd, af en toe een geldstuk voor de voeten. Daarvoor zong hij met een heesch geluid de gebruikelijke liedjes, ze op zijn instrument begeleidend. Sommigen neurieden het refrein mee, anderen riepen kwinkslagen, of namen schaterend de bestraffing in ontvangst voor hun vrijpostigheden. Somtijds, plotseling, viel een stilte in, zoo een, die je weemoedig maakt en verlegen, en waarbij vergeten dingen in je herinnering komen: een groene bank onder een linde, kinderen, en het jubelend roepen van je naam in de verte. Wij schertsten dit weg, of we een lastig insect van ons afsloegen.
Het werd warm in de kamer. Wij gaven den speelman een teeken. Hij opende een venster; meteen sprong de deur uit het slot; een vochtige windvlaag voer binnen, en de kaarsen doofden uit. Wij zaten in duister. Uit den nacht werd een klacht over ons gesproken, een kreet van een vogel, een ruischen, een zuchten. Toen zong de man dat lied."

 

 1604539-09dc160643a790e27616b02294c398c8.jpg
Aart van der Leeuw (23 juni 1876 – 17 april 1931)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten