Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 22 februari 2014 tot 23 februari 2014

Robert Gray, César Aira, Sonya Hartnett, Maxim Februari, Toon Kortooms

De Australische dichter Robert Gray werd geboren op 23 februari 1945 in Port Macquarie. Zie ook alle tags voor Robert Gray op dit blog.

 

funeral in early spring

as the grave preacher recites
tired disingenuous clichés
on the glories of eternal life
a little girl wanders off
during her grandmother’s funeral
a girl of three or four
in her brand-new easter bonnet
bought three days earlier
with easter still weeks away

her mother had seemed horrified
at the girl’s fashion faux pas
but harried after weeks in the hospital
watching her own mother fade
she had reluctantly given in
to her daughter’s begs and cries
to wear the dress before its time

and now beneath the preacher’s words
the whispers grow among the spinsters
as they scowl at the impropriety
the very audacity of this splash of pink
gliding over the land of the dead

but the girl continues her dance
over the nearby graves
still far too young to pretend to understand
what it means to die

she dances along
her dress catching the breeze
floating upward as if buoyed by the souls
the memories
the empty silences
of the dead
flowing softly
into the promise of her silent womb

 

 

Twilight

These long stars
on

stalks
that have grown up

early
and are like

water
plants and that stand

in all
the pools and the lake

even
at the brim

of
the dark cup

before
your mouth these are

the one
slit star

 

 

 1554815-c07dfced23d8d723051db38a0637556a.jpg
Robert Gray (Port Macquarie, 23 februari 1945)

 

 

De Argentijnse schrijver en vertaler César Aira werd geboren op 23 februari 1949 in Coronel Pringles. Zie ook alle tags voor César Aira op dit blog.

 Uit: De schimmen (Vertaald door Adri Boon)

“Op 31 december brachten meneer en mevrouw Pagalday ’s morgens een bezoek aan de woning waarvan ze reeds eigenaar waren en die deel uitmaakte van het pand in aanbouw, Calle José Bonifacio 2161. Ze waren in het gezelschap van Bartolo Sacristán Olmedo, de tuinarchitect die ze in de arm hadden genomen om de twee brede balkons, aan de voor- en achterzijde, van planten te voorzien. Ze liepen over de trappen vol gruis omhoog tot halverwege het gebouw: het appartement dat zij hadden gekocht bevond zich op de derde verdieping. Elke woning besloeg een hele etage. Naast de Pagaldays waren er slechts zes andere eigenaars, die allemaal die ochtend, de laatste van het jaar, waren gekomen om te zien hoe het ermee stond. Bouwvakkers waren druk aan het werk. Rond elf uur liepen overal mensen. Eigenlijk was het de dag waarop contractueel de zeven appartementen moesten worden opgeleverd, maar zoals zo vaak gebeurt was er sprake van vertraging. Félix Tello, de architect van het bouwbedrijf, liep wel vijftig keer trap op trap af om antwoord te geven op alle vragen. De meeste eigenaars hadden iemand meegenomen: als het niet de tapijtlegger was om de maten op te nemen dan was het wel de timmerman, de tegelzetter of een binnenhuisarchitect. Sacristán Olmedo sprak over de dwergpalmen die in rijen op de balkons zouden komen te staan terwijl de kinderen Pagalday rondrenden door kamers waar vloeren, deuren en ramen nog ontbraken. Men was bezig de airconditioning te installeren, voordat de liften aan de beurt zouden zijn – na de feestdagen. Tot dan werden de liftschachten gebruikt om materiaal op te hijsen. Op hun zeer hoge hakken klommen de dames over de stoffige trappen vol brokken steen; aangezien ook de leuningen nog niet waren aangebracht was grote voorzichtigheid geboden. De eerste verdieping onder de grond was de garage, met een steil omhooglopende uitrit die nog niet voorzien was van de speciale antisliplaag.”

 

 1554815-81d4c4e27113e87cae0bee334f100fe6.jpg
César Aira (Coronel Pringles, 23 februari 1949)

 

 

De Australische schrijfster Sonya Hartnett werd geboren op 23 februari 1968 in Box Hill, Melbourne. Zie ook alle tags voor Sonya Hartnett op dit blog.

Uit: Surrender

“Moke saw her standing at the end of the driveway and barked to alert Satchel. He had wandered from the clothesline to the chicken coop and into the old stables, but he came out and shielded his eyes against the glare of the setting sun. Chelsea was loitering at the side of the road, looking like she would bolt if she saw any hint of movement within the house she was watching intently. She was shy because she drove the school bus, the job that William used to do, but people were disturbed by William’s strangeness and frightened by his reputation, and Satchel knew Chelsea’s hesitation was anchored in that fear. It bothered Satchel when he saw people react this way to his father, who was never impolite, who had no mean streak in him, who was not a fighter or a drinker. But he understood, too, that there glittered in William’s eyes a cheery, jeery sort of madness, that his stiff, shuffling method of walking spoke of a mind that had lost its fluidity. People were wary of William -- Satchel, sometimes, was wary of him -- because William was crazy, and no one could expect him to be treated the same as everybody else.
Moke’s barking made Chelsea snap her head in their direction, and Satchel waved to her. She scurried up the driveway and as she got closer he saw she was carrying a large softbound book, the cover of which bore scribble. "Hi," she said, blinking fast. "I was wondering if I could talk to you?"
"Sure."
"I won’t stay long --I just need a minute -- I’m not disturbing you, am I? Tell me if I am, and I’ll go."
"I’m not doing anything" . . . . He stepped backward into the shadows of the stables, and she followed him to the edge of dimness, where she sat on the barrel of chicken feed and Satchel leaned against a wall.”

 

 1554815-f056e42d13664f98332959ac3f467207.jpg
Sonya Hartnett (Box Hill, 23 februari 1968)

 

 

De Nederlandse schrijver, filosoof en columnist Maxim Februari (eig. M. Drenth) werd geboren in Coevorden op 23 februari 1963. Maxim Februari publiceerde eerder onder de naam Marjolijn Februarti. Sinds 15 september 2012 gaat hij als man door het leven. Zie ook alle tags voor Maxim Februari op dit blog en eveneens mijn blog van 23 februari 2012.

Uit: Kabaal om een omelet (Column)

“Er zijn Duitse woorden die alleen in het Nederlands bestaan. Zoals unheimisch: geen Duitser die het kent. Het woord heeft, zeggen ze, vroeger wel iets betekend, maar niemand weet meer wat en tegenwoordig bestaat het niet lаnger. Nu zeggen dе Duitsers unheimlich waar wij unheimisch zeggen.
Zо zijn er ook Franse en Engelse woorden die alleen in het Nederlands bestaan. Nicoline vаn der Sijs gaf in haar 'Chronologisch woordenboek' ooit ееn lijst met zestig voorbeelden. Mainport, smoking, stationcar, hometrainer, ladyshave, bandrecorder, beamer: het zegt dе Engelsen niets.
Fransen weten weer niet wat we bеdоеlen mеt faillissement, brille, logé, plafonnière, bellettrie en maisonnette. Hugo Brandt Corstius kwam in zijn 'Opperlandse taаl- en letterkunde' met de voorbeelden chique en fluх de bouche. Chique is weliswaar ook in Frankrijk een woord, maar daar betekent het pruimtabak. En die flux de bouche krijg je als gevolg van dat pruimen. Met 'le milieu' bedoelen de Fransen de onderwereld.
Ik kоm hier zo plompverloren mee omdat iemand me aansprak over het citaat 'Jede Konsequenz führt zum Teufel'. Gek genoeg is dat ook louter bekend in Nederlandstalige kringen. Het wordt er ten onrechte toegeschreven aan 'de oosterburen', en dan naar believen aan Goethe, Luther of Brecht, of door eеn eenzame rebel ook wel aan Nietzsche. Soms is een Nederlander zo ijverig het citaat serieus te checken en die wendt zich beleefd tot een Duitse website met de vraag of men de bron еrvan kent. 'Hmm', antwoorden de Duitsers verveeld, 'Nooit van gehoord. Vast iets vаn Thomas Mann.'

 

 1554815-d70ffbc964121ce58d5d73e83cea97ca.jpg
Maxim Februari (Coevorden, 23 februari 1963)

 

 

De Nederlandse schrijver Toon Kortooms werd op 23 februari 1916 in Deurne geboren. Zie ook alle tags voor Toon Kortooms op dit blog.

Uit: Help! De dokter verzuipt...

“Hij heeft het ons persoonlijk verteld. Tegen een Dajak die met een zieke buik bij hem kwam, zei hij: man, ge zijt zo rot als een mispel. Gij gaat eraan. Maar gij dan toch eerst, zei die koppensneller die zijn gereedschap had meegebracht. Geneesheer Angelino was derhalve wel gedwongen de vent te opereren. Uit eigen lijfsbehoud. Hij legde de Dajak op zijn snijtafel en haalde het gezwel uit 's mans buik. De kerel leeft nog. Snelt weer volop koppen. Kan navraag lijden. Wordt driehonderd jaar en moet tenslotte doodgeknuppeld worden.
Ook deed Angelino ons het verhaal over de vrouw van een hoge Britse peer. Eveneens op Borneo. Altijd een fraai uitgevoerde vrouw geweest. Wordt wat dik naar haar zin. Slikt te veel vermageringspillen en krijgt vouwen en rimpels in haar gezicht. Weg schoonheid! Gaat die taart naar Angelino. Wijfje, wijfje, zegt hij in het Engels, wat ben jij verrekte tanig! Je lijkt van voren wel een kippekont. Ik zal je helpen. Hij met het mes eraan: vel boven op haar hoofd strak bijeentrekken, afbinden, frot wegknippen, wond dichtnaaien. Zo, zegt hij, nou heb je weer een mooi strak smoeltje. Die vrouw naar huis. Darling, zegt haar vent, wat heb je een grappig kuiltje in je kin gekregen! Kuiltje in mijn kin? zegt zij, de spiegel raadplegend. Welnee, honey, dat is mijn buiknagel!
Dergelijke verhalen deden er over Edmund Angelino de ronde. Hij strooide ze zelf rijkelijk uit en vertelde ze met zoveel gloed dat men ze ging geloven.
Voorwaar geen fijnzinnige humor. Maar wat wilt u? Angelino was in zijn spraak allerminst fijnzinnig. Hij slingerde met ruige woorden en barbaarse uitdrukkingen. Ze hoorden bij zijn rauw uiterlijk. Wij die dit alles met blozende kaken neerschrijven, kunnen het niet helpen.”

 

 1554815-e5d87d4fc05a329660f15a9e69935ec7.jpg
Toon Kortooms (23 februari 1916 – 5 februari 1999)
Scene uit de film uit 1974 met Jules Croisset als dokter Angelino
en Leen Jongewaard als veldwachter Van Bree

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn twee vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:26 Reageer op dit bericht

Erich Kästner, Jef Geeraerts, Bernard Cornwell, Elisabeth Langgässer, Samuel Pepys

De Duitse schrijver, dichter en cabaretier Erich Kästner werd geboren in Dresden op 23 februari 1899. Zie ook alle tags voor Erich Kästner op dit blog.

 

Nachtgesang des Kammervirtuosen

Du meine Neunte letzte Sinfonie!
Wenn du das Hemd anhast mit rosa Streifen ...
Komm wie ein Cello zwischen meine Knie,
und laß mich zart in deine Seiten greifen!

Laß mich in deinen Partituren blättern.
(Sie sind voll Händel, Graun und Tremolo.)
Ich möchte dich in alle Winde schmettern,
du meiner Sehnsucht dreigestrichnes Oh!

Komm, laß uns durch Oktavengänge schreiten!
(Das Furioso, bitte, noch einmal!)
Darf ich dich mit der linken Hand begleiten?
Doch bei Crescendo etwas mehr Pedal!

Oh deine Klangfigur! Oh die Akkorde!
Und der Synkopen rhythmischer Kontrast!
Nun senkst du deine Lider ohne Worte . . .
Sag einen Ton, falls du noch Töne hast!

 

 

Niedere Mathematik

Ist die Bosheit häufiger
oder die Dummheit geläufiger?
Mir sagte ein Kenner
menschlicher Fehler
folgenden Spruch:
"Das eine ist ein Zähler
das andere ein Nenner,
das Ganze - ein Bruch!"

 

 1554812-31bf20b285db290508b315f2d1fd3fcb.jpg
Erich Kästner (23 februari 1899 - 29 juli 1974)
Als jongen op de muur van Villa Augustin (Kästner museum), Dresden 

 

 

De Vlaamse schrijver Jef Geeraerts werd geboren op 23 februari 1930 in Antwerpen. Zie ook alle tags voor Jef Geeraerts op dit blog.

Uit: De zaak Alzheimer 

"Om kwart over zes zoemde de telefoon. Verstuyft schrok op uit zijn slaap, wist enkele seconden lang niet waar hij was en greep de hoorn. Het was adjudant Vermeersch, die wist te melden dat de tweede rijkswachter, opperwachtmeester Moreaux, vlakbij het sas van Schoten in het water was aangetroffen met een hoofd- en een borstschot.
'Het wordt eentonig,' merkte Verstuyft op. 'Lacht ge mij uit of meent ge 't serieus?' schoot Vermeersch uit, die weinig ironie bezat.
'Jefke, ik bedoel drie autopsieen op één dag. Geef toe dat dit niet zo gauw voorkomt in de carrière van een politieman.'
Met Vermeersch nam Verstuyft graag het ironische air aan dat Vincke meestal met hem aannam.
(…)

“Op dat ogenblik spoot een helwitte gloed uit het glanzende voorwerp tegelijk met een oorverdovende explosie, het hoofd kreegt een klap als van een voorhamer en het lichaam viel zonder een kik te geven als een blok tegen het hek, één arm ging in een stuiptrekking omhoog, waarna het lichaam gekromd bleef liggen. Kort na elkaar volgden nog vijf explosies die als kanonschoten door de nacht scheurden.
De man in het zwart deed toen (rustig, accuraat, snel) het volgende: zijn wapen weer onder het jack steken, zich voorover buigen, nauwkeurig toekijken, knikken, naar de wagen lopen, waarvan de motor stationair draaide, instappen, het portier dichtslaan, achteruit rijden, zachtjes, heel zachtjes in de richting van de Eglantierlaan verdwijnen.“

 

 1554812-d9a1dbecb78c75135e04ee406520105a.jpg
Jef Geeraerts (Antwerpen, 23 februari 1930)

 

 

De Britse schrijver Bernard Cornwell werd geboren op 23 februari 1944 in Londen. Zie ook alle tags voor Bernard Cornwell op dit blog.

Uit: The Last Kingdom

„I also remember that day as beautiful and perhaps it was. Perhaps it rained, but I do not think so. The sun shone, the seas were low, the breakers gentle and the world happy. The hawk’s claws gripped my wrist through the leather sleeve, her hooded head twitching because she could hear the cries of the white birds. We had left the fortress in the forenoon, riding north, and though we carried hawks we did not ride to hunt, but rather so my father could make up his mind.
We ruled this land. My father, Ealdorman Uhtred, was lord of everything south of the Tuede and north of the Tine, but we did have a king in Northumbria and his name, like mine, was Osbert. He ruled to the south of us, rarely came north, and did not bother us, but now a man called Ella wanted the throne and Ella, who was an Ealdorman from the hills west of Eoferwic, had raised an army to challenge Osbert and had sent gifts to my father to encourage his support. My father, I realise now, held the fate of the rebellion in his grip. I wanted him to support Osbert, for no other reason than the rightful king shared my name and foolishly, at ten years old, I believed any man called Osbert must be noble, good and brave. In truth Osbert was a dribbling fool, but he was the king, and my father was reluctant to abandon him. But Osbert had sent no gifts and had shown no respect, while Ella had, and so my father worried. At a moment’s notice we could lead a hundred and fifty men to war, all well armed, and given a month we could swell that force to over four hundred foemen, so whichever man we supported would be the king and grateful to us.”

 

 1554812-d403ae09240da899475ca1b6aa7a46d7.jpg
Bernard Cornwell (Londen, 23 februari 1944)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Elisabeth Langgässer werd geboren op 23 februari 1899 in Alzey. Zie ook alle tags voor Elisabeth Langgässer op dit blog.

Uit:Glück haben

„Dieses merkwürdig endende Selbstgespräch hörte ich auf der Gartenbank eines ländlichen Sanatoriums, welches gleichzeitig Altersheim war. Ich wartete damals auf einen Bekannten, den wir kurz vor dem Ende des letzten Krieges mit einem Nervenschock aus dem Keller seines Hauses gezogen hatten; sein Kopf ging wie ein Uhr perpendikel immer ticktack hin und her ... immer ticktack, ganz friedlich, ganz ruhig, niemand von uns (weder ich noch mein Mann noch die Skatfreunde meines Bekannten) hätten sich drüber gewundert, wenn die Stunde gerade halb oder voll war, noch den Westminstergong zu hören - ticktack und den Westminstergong. Na ja. Aber diese Geschichte steht auf 'nem anderen Blatt.
Übrigens war die Heilanstalt ein wahres Paradies. Schöner Park, alte Bäume, das Haus dahinter ein märkisches Landschloß: zwei einfache Flügel und eine Freitreppe in der Mitte - bißchen kleiner, wäre es ein Wohnhaus in Caputh oder Bernau gewesen. Wie gesagt, es war wirklich ein Paradies, wie es gleich hinterm Friedhof kommt. Wir wünschten uns alle damals so etwas ähnliches, um uns vier Wochen auszuruhen. Aber wer hat das Glück? Neben mir saß eine ältere Frau; das heißt, ob sie eigentlich älter war, kann ich nicht mehr mit Sicherheit sagen. Sie war verrückt, das stand einwandfrei fest. Auf gar keinen Fall gehörte sie etwa nur in das Altersheim. Aber alt oder nicht alt - keine von uns sah damals gern in den Spiegel. Auch die da: Wenn ich mir's jetzt überlege, war sie weder - noch. Sie war keins von beiden: Nicht alt und nicht jung - natürlich nicht jung -, doch ihr Gesicht ganz glatt wie ein Ei unter vollkommen schlohweißenHaaren. Man wird sagen, solche Gesichter gibt's viele.“

 

 1554812-9185afd1dca106f25c53f0a67dc9ad8f.jpg
Elisabeth Langgässer (23 februari 1899 – 25 juli 1950)
De Langgässer-Bank in Alzey 

 

 

De Engelse schrijver Samuel Pepys werd geboren op 23 februari 1633 in Londen. Zie ook alle tags voor Samuel Pepys op dit blog.

Uit: The Diary of Samuel Pepys

“March 18th 1664
[at his brother's funeral.]
And being come to the grave ... Dr Pierson, the Minister of the parish, did read the service for buriall and so I saw my poor brother laid into the grave; and so all broke up and I and my wife and Madam Turner and her family to my brother's, and by and by fell to a barrell of oysters, Cake, and cheese of Mr Honiwoods, with him in his chamber and below - being too merry for so late a sad work; but Lord, to see how the world makes nothing of the memory of a man an hour after he is dead. And endeed, I must blame myself; for though at the sight of him, dead and dying, I had real grief for a while, while he was in my sight, yet presently after and ever since, I have had very little grief endeed for him....

 
April 21st 1664
... we sat all the afternoon but no sooner sat but news comes my Lady Sandwich was come to see us; so I went out, and running up (her friend however before me) I perceive by my dear Lady's blushing that in my dining room she was doing something upon the pott; which I also was ashamed of and so fell to some discourse, but without pleasure, through very pity to my Lady. ... My Lady, my wife not being at home, did not stay but, poor woman, went away, I being mightily taken with her dear visit.”

 

 1554812-2175a33b9a1e56b382783fd2a4c4ca1a.jpg
Samuel Pepys (23 februari 1633 – 26 mei 1703)
Portret door John Hayls, 1666 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 16:15 Reageer op dit bericht

Henri Meilhac, B. Traven, Amoene van Haersolte, David Kalisch, Josephin Soulary

De Franse schrijver Henri Meilhac werd geboren op 23 februari 1831 in Parijs. Zie ook alle tags voor Henri Meilhac op dit blog.

Uit : La Belle Hélène

“Philocome.
Oui, seigneur !
Calchas.
Et le Tonnerre ... a-t-on rapporté le Tonnerre ?
Philocome.
Pas encore !
Calchas.
Comment, pas encore ?
Philocome.
Non, seigneur, mais je l’attends !
Calchas.
Nous pouvons nous passer de Tonnerre aujourd’hui, la journée sera chaude : la fête d’Adonis présidée par notre grâcieuse souveraine ... puis l’assemblée des Rois et en leur présence le concours des jeux d’esprit.
Philocome.
Sans compter l’imprévu.
Calchas.
Une pareille journée ne se passera pas sans oracle ... et il n’y a pas d’oracle sans tonnerre ... il me faut mon tonnerre.
Philocome.
Le forgeron Eutycles m’a bien promis ... et le voici...”

 

 1554809-da74aee3fb21a6a68ef5557d9cb47e93.jpg
Henri Meilhac (23 februari 1831 – 6 juli 1897)
Uitvoering van “La Belle Hélène“ in Dijon, Théâtre des Feuillants, 2011

 

 

De Duitstalige schrijver B. Traven werd (vermoedelijk op 23 februari) 1890 geboren. Zie ook alle tags voor B. Traven op dit blog.

Uit: Canasta de Cuentos Mexicanos (mexikanische Erzählungen)

»Don Juvencio hatte seinen Schaukelstuhl so stehen, dass er den Hof übersehen konnte. Er hob jetzt seine Arme hoch, reckte sich ein wenig aus, gähnte leicht und ergriff die Zeitung, die vor ihm auf dem Tischchen lag. Er las einige Minuten, und dann legte er die Zeitung wieder hin.
Nun sah er zu dem Papagei, der vor ihm in seiner Schaukel hockte.
›He, Loro‹, rief nun Don Juvencio befehlend, ›hole mir eine Kanne mit Kaffee und eine Tasse aus der Küche, ich habe Durst.‹
Der Papagei, durch die Worte aus seinem Dahindämmern aufgeweckt, kratzte sich mit dem Fuß am Nacken, rutschte ein kleines Stück weiter auf seiner Schaukel, krächzte ein paar Laute und bemühte sich, sein unterbrochenes Dröseln wieder aufzunehmen.
Don Juvencio griff nach hinten, zog seinen Revolver aus dem Gurt, zielte auf den Papagei und schoß. Der Papagei tat einen Krächzer, es flogen Federn in der Luft herum, der Vogel schwankte, wollte sich festkrallen, die Krallen ließen los, und der Papagei fiel auf den Boden des Portico, schlug ein paar Mal um sich und war tot.
Juvencio legte den Revolver vor sich auf den Tisch, nachdem er ihn einige Male in der Hand geschwenkt hatte, als ob er sein Gewicht prüfen wollte.
Nun blickte er hinüber zur Katze, die so fest schlief, dass sie nicht einmal im Traume schnurrte.
›Gato‹, rief jetzt Don Juvencio, ›he, Kater, hole mir Kaffee aus der Küche, ich habe Durst.‹
Donja Luisa hatte sich umgewandt zu ihrem Manne, als er den Papagei angerufen hatte. Sie hatte das, was er zum Papagei sagte, so angenommen, als ob er mit dem Papagei schäkern wollte, und sie hatte darum nicht weiter darauf geachtet. Als dann der Schuß krachte, drehte sie sich völlig um in ihrer Hängematte und hob den Kopf leicht.“

 

 1554809-12fb46bb81de2790dbf386e688e7f62e.jpg
B. Traven (vermoedelijk 1890 - 26 maart 1969)

 

 

De Nederlandse schrijfster Amoene van Haersolte (eig. Ernestine Amoene Sophia van Haersolte-van Holthe tot Echten) werd geboren in Utrecht op 23 februari 1890. Zie ook alle tags voor Amoene van Haersolte op dit blog.

Uit: Hermelijntje, door Hélène Swarth (In Boekenschouw)

“In het tweede verhaal ‘Stella's roman’ kunnen wij sympathie voelen voor het jonge meisje dat, teleurgesteld in haar eerste liefde, de doorstane smart neerschrijft en er een ‘mooi boekje’ van maakt. Maar ook hier weer een onpleizierige ontknooping en een banaal end goed al goed. Zeer spoedig reeds komt een jongmensch met blond haar en blauwe oogen ten tooneele in de gedaante van een uitgever, die met een voorkomende vriendelijkheid, bij uitgevers ongewoon, Stella vertaalwerk aan komt bieden. De toestand knapt er direct flink van op, de drukkende financieele zorgen worden verlicht door het honorarium en na eenig heen en weer zeuren over het ‘boekje’ wordt de lijdende Stella zich der buitenwereld weder bewust. Als de uitgever weggaat ruikt het in de kamer ‘zoo zoet naar sigaretten en een zweem van violegeur’. Spoedig reeds komt hij terug en worden Stella en dit jonge mensch een gelukkig paar. ‘En Moeder wist dat zij haar kind zou moeten afstaan: 't zou stil zijn voor haar en voor vader, maar het kind had geluk verdiend en zij zou niet ver heen gaan, maar in stad wonen met Louis’. Het beste is wel het derde verhaal, waarin de hoofdpersoon een meisje, dat, trouw haar vader oppassende en haar verloofde maar latende wachten omdat zij het haar plicht acht bij den ouden vader te blijven, èn vader èn verloofde in drie maanden tijds verliest. Eenzaam treurende blijft zij achter, ‘van pension naar pension sleept zij haar ontredderd leven voort’; bleek en geduldig zal zij zoo verder leven, eene door het leven bitter teleurgestelde, voor wie geen nieuwe verschieten zich zullen voordoen. Langzaam leert zij het zoo moeilijke berusten. ‘In haar hart als een late herfstbloem ontlook de hoop op wederzien van haar geliefden daarboven in het eeuwig land’.
Hier is men even uit de banale sfeer der zeurverhaaltjes in een beter wereld verplaatst. In deze novelle is de karakter-uitbeelding ook beter; dit verhaaltje is logisch opgebouwd, het verloop is natuurlijk, het slot kan bevredigen.”

 

 1554809-c69c882b255d24b182e6a9cfe7ad4c86.jpg
Amoene van Haersolte (23 februari 1890 - 1 augustus 1952)

 

 

De Duitse schrijver David Kalisch werd geboren op 23 februari 1820 in Breslau. Zie ook alle tags voor David Kalisch op dit blog.

Uit: Paris und London

„Auf der ganzen Strecke von Köln nach Paris wünschte ich mir nichts so sehr als Harthörigkeit. Es hatte sich nämlich ein Narr eigener Art, ein Gagern-Enthusiast, an meine Seite gepflanzt und wollte nicht von mir weichen, trotz aller Mühe, die ich mir gab, ihm den Aufenthalt an meiner Seite so unangenehm als möglich zu machen. Er sprach von nichts anderm als von dem großen Heinrich, von dem Atlas, der auf den breiten Schultern die Gothaer Seifenblase trägt. Anfangs widersprach ich ihm sehr heftig, in der Hoffnung, daß er sich mit mir verfeinde; als ich aber fand, daß ich mit meinem Widerspruch nur Öl in das Feuer seiner Begeisterung goß, erheuchelte ich die vollste Bekehrung. Aber nun wollte er, daß ich mit ihm gemeinschaftlich das Weihrauchfaß schwänge, daß ich von nichts anderm spräche als von dem alleinseligmachenden Heinrich. Da schwur ich wieder meinen Glauben ab. Was half aber dies gegen seine Manie? Sein Mund hörte nicht auf, Psalmen auf den Edeln zu sprudeln, und meine Ohren machten meiner Geduld die gerechtesten Vorwürfe. Ich zog daher die Mütze über die Nase, tauchte meinen Kopf in die Wellen meines Mantelkragens, und als ich auf diese Weise meine künstliche Taubheit vollständig fertig glaubte, gab ich mich der Hoffnung auf Erlösung hin. Trügerische Hoffnung! Mein fanatischerNachbar ließ sich durch die wollene Verschanzung meines Gehörs nicht im mindesten abschrecken; im Gegenteil, meine Verteidigung diente nur, seine Angriffe zu verstärken.“

 

 1554809-fe5dc8b848cae6bff021a3a186aad7fe.jpg
David Kalisch (23 februari 1820 – 21 augustus 1872)

 

 

De Franse dichter Josephin Soulary werd geboren op 23 februari 1815 in Lyon. Zie ook alle tags voor Josephin Soulary op dit blog.

 

SONNET D’AOÛT

L’aube est volcan ; midi, fournaise ; août fait éclore
Comme un embrasement le baiser de l’été ;
Il ruisselle des cieux, écrasante clarté ;
L’horizon le déchaîne, orageux météore.

Que faire par ce temps de chaleur qui dévore ?
S’étendre au cours de l’eau dans un bois écarté,
Tandis que sur le chêne, en dôme frais voûté,
La cigale emplit l’air de sa note sonore !

Justement, au ruisseau voisin, d’un pied léger,
Voici Margot qui court, furtive, se plonger.
j’allais dans son bain surprendre l’étourdie ?

Non ! brûle qui voudra près d’un brasier pareil !
Je n’ai vu que ses yeux, et je tiens le soleil
Très-débonnaire au prix de cet autre incendie.

 

 1554809-2fa7474c27252ea3d844231f2069f204.jpg
Josephin Soulary (23 februari 1815 – 28 maart 1891)

Geschreven door Romenu om 16:04 Reageer op dit bericht

Ljoedmila Oelitskaja

De Russische schrijfster Ljoedmila Jevgenjevna Oelitskaja werd geboren in Davlenkanovo, Basjkirostan, op 23 februari 1943. Oelitskaja groeide op in Moskou, waar ze biologie studeerde aan de Universiteit van Moskou. Daarna werkte ze aan het Academie-instituut in Moskou als wetenschapster op het terrein van de genetica en biochemie. Oelitskaja begon haar literaire carrière in de jaren tachtig als schrijfster voor het ‘Joods Theater’ en als scenarioschrijfster voor de film. Haar eerste novelle, Sonetjska (1992), was meteen een groot succes en de start van een snelle literaire carrière, ook internationaal. Haar bekendste roman is “Reis naar de zevende hemel” uit 2002: de geschiedenis van de Russische artsenfamilie Koekotski, een verhaal waarin het begrip vrijheid op alle mogelijke manieren centraal staat. Oelitskaja’s boeken werden in vele landen vertaald, ook in het Nederlands. Haar werk werd ook veelvuldig onderscheiden, onder meer met de Russische Bookerprijs (2002), de Orde van de Academische Palmen (2003), de Orde van Kunst en Letteren (2004) en de Man Booker International Prize (2009).

Uit:The Funeral Party (Vertaald door Cathy Porter)

“Something had happened to Alik's vision. Things disappeared and sharpened simultaneously. Densities altered and expanded. The faces of his friends became liquid, and objects flowing. But this flowing was pleasant rather than unpleasant, and revealed the connections between them in a new way. The corner of the room was cut off by an old ski, from which the dingy white walls ran off cheerfully in all directions. These undulations were halted by a female figure sitting cross-legged on the floor, touching the wall with the back of her head. This point, where her head touched the wall, was the most stable part of the picture.
Someone had raised the blinds and the light fell on the dark liquids in the bottles, shining green and gold on the window-sill. The liquids stood at different levels, and this xylophone of bottles suddenly recalled a youthful dream. In those years he had painted many still lifes with bottles. Thousands of bottles. Maybe more than he had drunk. No, he had drunk more. He smiled and closed his eyes.
But the bottles didn't go away: they stood there palely, like waving columns on the other side of his eyelids. He realized that this was important. The realization crept in slowly and hugely, like a loose cloud. Bottles, bottle rhythms. Music sounded. Scriabin's light-music. This had turned out on closer study to be thin, mechanical rubbish. He had gone on to learn about optics and acoustics, but these hadn't been the key to anything either. His still lifes weren't bad, just utterly irrelevant: he hadn't discovered the metaphysical still lifes of Morandi yet.
All those paintings had been blown away in the wind; none were left now apart from a few in Petersburg maybe, stored by his friends there, or by the Kazantsevs in Moscow. God, how they used to drink in those days. They had collected the bottles, taking back the ordinary empties, but the foreign ones and the old ones of coloured glass they kept.
The bottles standing on the tin flap which edged the roof of the Kazantsevs' house in Moscow were Czech beer-bottles of dark glass. No one could remember who had put them up there. In the Kazantsevs' kitchen was a low door leading up to the attic, and from the attic a window opened on to the roof. Irina once darted out of this window and ran across the roof. There was nothing unusual about this, they were forever running on to the roof to dance and sunbathe.”

 

 1638460-f7440ecb85ab45ebd56d1474d6e74a07.jpg
Ljoedmila Oelitskaja (Davlenkanovo, 23 februari 1943)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam Leo Vroman

In Memoriam Leo Vroman

De Nederlandse dichter en schrijver Leo Vroman is vanochtend op 98-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Fort Worth in de Verenigde Staten. Leo Vroman werd op 10 april 1915 in Gouda geboren. Zie ook alle tags voor Leo Vroman op dit blog.

 

Uitstel van het einde

Het advies in dit stakkergebouw
is: Blijf zo lang mogelijk bezig,
maar ik neem dat niet zo nauw
en ben dus flakkerend aanwezig.

Zo voel ik mij soms naar buiten zweven
als ik naar ons uitzicht kijk,
en ben, Bezig, dan weer even
in twee kamers tegelijk.

Dan weer, graag bij bliksemlicht,
moet ik nodig een gedicht
en ben een vleugelsinterklaas,
een onweerbare huispoweet
van fladderend meesterwerk, helaas
niet wetend hoe het onweer heet.

Duikelend schaam ik mij dan weer
voor mijn vlegelachtigheid
en de draad noodlottig kwijt
schrijf ik mij neer.

 

 

Steen

Drie stenen zitten op een steen.
Acht stenen liggen er om heen.
Daar onder liggen er nog negen.
Andere daar naast en tegen.
Een steen steekt half uit het zand naar buiten
om zich nog eventjes te uiten.
Leert, kinderen, dit uit zijnen mond:
houdt steeds een vuist boven de grond.

 

 

Sluiting

Als ik morgen niet opsta
moet je niet schrikken:
per slot, elke opera
en alle toneelstukken
hebben hun ogenblikken,
het vallen van gordijnen
of andere ongelukken.
Dit is dan het mijne.

Sluit dus mijn gezicht,
doe die mond en twee ogen
maar netjes dicht
en ik ben voltooid.

Laat zo maar gaan,
en die oren mogen
nog openstaan,
want je weet nooit

 

 

 1554265-c0cb09556c42e204e3b8e0c2135acedf.jpg
Leo Vroman (10 april 1915 - 22 februari 2014)

Geschreven door Romenu om 17:58 Reageer op dit bericht

Arnon Grunberg, Paul van Ostaijen, Hugo Ball, Danilo Kiš, Sean O'Faolain, Jane Bowles, Ishmael Reed

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg werd geboren in Amsterdam op 22 februari 1971. Zie ook alle tags voor Arnon Grunberg op dit blog.

Uit: Huid en haar

'Waar wacht je op?' vraagt Lea.
Ze draagt een zwarte wollen jas met een bontkraag, tweedehands gekocht. Ze kan zich zulke jassen niet nieuw permitteren. Lea reist lichtbepakt. Een rugzak, meer heeft ze niet nodig voor vijf dagen. Met een föhn krijg je de meeste kreukels uit je kleren.
Op haar knie ligt een hand. Maar een hand op een knie is nog geen intimiteit.
'Waarvan bent u precies een kenner?' had een professor haar die avond tijdens een staande receptie gevraagd terwijl hij schijnbaar terloops haar bovenarm aanraakte. Ze had het onprettig gevonden. De vraag en de aanraking.
Een uur daarvoor had ze haar jurk in de badkamer opgehangen aan de rail waaraan ook het douchegordijn was bevestigd en hem met de föhn behandeld. De kreukels gingen er minder goed uit dan ze had gehoopt. Morgenochtend gaat ze naar huis, dan kan ze haar jurk laten stomen.
Kenner. Een belachelijk woord. Je kunt het eigenlijk alleen ontkennend gebruiken, als in: 'Ik ben geen kenner van porseleinwerk.' Ze is een kenner van Rudolf Höss, dat moest ze toegeven.
'Höss,' had ze geantwoord. Vervolgens had ze zich geëxcuseerd met de woorden: 'Even kijken of hier nog meer mensen zijn die ik ken.'
In de verte, ingeklemd tussen een pilaar en een gesticule- rende man met een baard, had ze Roland Oberstein zien staan. Ze had de behoefte gevoeld om op hem af te stappen en zonder verdere plichtplegingen tegen hem te zeggen: 'Red mij.'
Pathetisch natuurlijk. Maar is hoop op redding niet per definitie pathetisch? Hebben we leren leven zonder hoop? Als we al redding zoeken, mogen we dan alleen diep in onszelf graven?
Ze weigert dit te aanvaarden.
De professor was achter haar aangelopen. 'Höss,' had hij gezegd, 'de commandant van Auschwitz. Boeiend. Had hij niet een verhouding met een gevangene in het kamp?”

 

 1554150-c742fdb58052eb01f91ff895d5a51092.jpg
Arnon Grunberg (Amsterdam, 22 februari 1971)

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Paul van Ostaijen werd geboren in Antwerpen op 22 februari 1896. Zie ook alle tags voor Paul van Ostaijen op dit blog.

 

Het dorp

Een vleermuis aan de nacht
hangt niet uw adem aan een vreemde adem
zo gij dit beseft het dorp
en de mensen nacht'lik huis aan huis
één licht - wellicht bij de pastoor -
en langs uw weg een late koe
In de wig van weg en stroom
is van de leegte zo het dorp
alsof 't een boot was die maar voor korte tijd
op anker ligt

Om het staketsel kletst
het donkere water
gemeten
en vreemder dan een moorden zonder gil

Gij weet dat er geen gelaat is
waar gij binnen kunt
als in uw huis

En gij stoot overal der dingen oppervlak
een spiegel van uw eenzaamheid
een teller van uw korte reis

 

 

De vaas

Snijd van de struik de seringen
stel de bloemen in een aarden vaas
 
Zoals de aarden vaas draagt
glad juweel van geworden kennis
van zijn kleien oorsprong de herinnering
sluit gij met het laatste doen van uw handen uw verlangen
in de vereniging van de bloem met de aarden vaas

 

 

Spleen pour rire
Sophie-Fritz Stuckenberg zu eigen

Het meisje dat te Pampelune geboren tans te Honoloeloe woont
en in een rode lakkooi gevangen houdt
een kobaltblauwe papegaai
- zij schilderde hem met Ripolinkoeleuren
zoals gezeid de veren blauw
de snavel en de poten geel -
het meisje van Pampelune te Honoloeloe
dat om haar hoge hals heeft een krans van purperen anemonen
op haar opalen borst kleine barokkoralen
en om haar dijen niets
(Vogelveren dorsten haar dijen niet te dragen
zo zeer zijn dun haar dunne dijen)
dit pampeluner meisje dat te Honoloeloe woont
ken ik niet

Priez toujours pour le pauvre Gaspard
Il n'est pas encore mort ce soir

 

 1554150-22218565c795acde85a05dc55aa1b09f.jpg
Paul van Ostaijen (22 februari 1896 – 18 maart 1928)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hugo Ball werd geboren op 22 februari 1886 in Pirmasens. Zie ook alle tags voor Hugo Ball op dit blog.

 

Legende

Vor einem hellen Marienbild
Spielte ein Bettler die Geige.
Die Vögel sangen im Herbstgefild,
Der Tag ging schon zur Neige.

Er spielte der Reben süße Last,
Die hingen ihm bis zur Stirne,
Er spielte den reifen Apfelast
Und der Berge schneeige Firne.

Er spielte der blauen Seen Licht,
Die leuchteten ihm aus den Augen.
Er sang zu der Geige und immer noch nicht
Wollte das Lied ihm taugen.

Da sang er den Mond und die Sterne dazu
Die konnte er alle verschenken
Und weinte des Waldes einsame Ruh,
Die tät seine Geige tränken.

Er spielte und sang und merkte kaum
Wie Maria sich leise bewegte
Und ihm beim Spiel ihrer Hände Schaum
Auf die wehenden Locken legte.

Er drehte beim Spiele sich hin und her,
Das tönende Holz unterm Kinne.
Er wollte, daß seine süße Mär
In alle vier Winde zerrinne.

Da stieg die Madonna vom Sockel herab
Und folgte ihm auf seine Wege.
Die gingen bergauf und gingen bergab
Durch Gestrüpp und Dornengehege.

Er spielte noch, als schon der Hahn gekräht
Und manche Saite zersprungen.
Auf Dreien spielt er die Trinität
Auf zweien die Engelszungen.

Zuletzt war es nur noch das heimliche Lied
Vom eingeborenen Sohne.
Maria deckte den Mantel auf ihn
Darin schläft er zum ewigen Lohne.

 

 1554150-d27359eb000a9aa335d8251487a6e3cc.jpg
Hugo Ball (22 februari 1886 – 14 september 1927)
Collage door Erik Hurtado Saura

 

 

De Servische schrijver Danilo Kiš werd geboren op 22 febrari 1935 in Subotica. Zie ook alle tags voor Danilo Kiš op dit blog.

Uit: Hourglass (Vertaald door Ralph Manheim)

“The flickering shadows dissolve the outlines of things and break up the surfaces of the cube, the walls and ceiling move to and fro to the rhythm of the jagged flame, which by turns flares up and dies down as though about to go out. The yellow clay at the bottom of the cube rises like the floorboards of a sinking boat, then falls back into the darkness, as though flooded with muddy water. The whole room trembles, expands, contracts, moves a few centimeters to the right or left, up or down, all the while keeping its cubical shape. Horizontals and verticals intersect at several points, all in vague confusion, but governed by some higher law, maintaining an equilibrium that prevents the walls from collapsing and the ceiling from tilting or falling. This equilibrium is due no doubt to the regular movement of the crossbeams, for they, too, seem to glide from right to left, up and down, along with their shadows, without friction or effort, as lightly as over water. The waves of the night dash against the sides of the roomboat. Gusts of wind blow soft flakes and sharp icy crystals by turns against the windowpane. The square, embrasure-like window is stuffed with a disemboweled pillow; bits of cloth stick out and dangle like amorphous plants or creepers. It is hard to say whether they are trembling under the impact of the wind blowing through the cracks, or whether it is only their shadow that sways to the rhythm of the jagged flame.”

 

 1554150-83a8f01345fb0a7cd8dba633fa935d7d.jpg
Danilo Kiš (22 februari 1935 – 15 oktober 1989)
Borstbeeld in Subotica

 

 

De Ierse schrijver Sean O'Faolain werd geboren op 22 februari 1900 in Cork. Zie ook alle tags voor Sean O'Faolain op dit blog.

Uit: An Irish Journey

"And yet it is a lovely, lovely place. Its slums, that have a hot verminous smell, indescribable and unique -- walk down Millard Street of a hot summer day and you get the pure bouquet of it -- come back to the memory before everything else with a geyser-gush of nostalgia. Cork's poor are its kings. In these ambition has not sharpened the claw, and passion lives at blood-heat. The shawled women and girls (are they passing away into what they used to call, derisively, "hatty wans"?) are magnificent. Observe the coal-quay kids - often dressed in a costume, especially a Sunday costume, that I have seen nowhere else - purple stockings, fawny boots, halfway-up the calf, sometimes a bright velvet cap, golden tasselled, reflecting the half-barbaric love of colour that one used to see in the brilliance of the petticoats and shawls, and in the many half-inch-thick finger-rings and dangling earrings of the mothers roaring over the fish-crates. Note the men, in my youth, straightened by bouts in the North Cork Militia or the Munster Fusiliers, swaggering like sergeant-majors. In all of these there is the principle of life at its full."

 

 1554150-284978780220ed7c166fbe8db864a89f.jpg
Sean O'Faolain (22 februari 1900 – 20 april 1991)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Jane Bowles werd als Jane Auer geboren op 22 februari 1917 in New York. Zie ook alle tags voor Jane Bowles op dit blog.

Uit: Two Serious Ladies

“Where is your little house Miss Goering?” Arnold asked her, trying to introduce a more natural tone into the conversation. “It’s on an island,” said Miss Goering, “not far from the city by ferryboat. I remember having visited this island as a child and always having disliked it because one can smell the glue factories from the mainland even when walking through the woods or across the fields. One end of the island is very well populated, although you can only buy third-rate goods in any of the stores. Farther out the island is wilder and more old-fashioned; nevertheless there is a little train that meets the ferry frequently and carries you out to the other end. There you land in a little town that is quite lost and looks very tough, and you feel a bit frightened, I think, to find that the mainland opposite the point is as squalid as the island itself and offers you no protection at all. … ” Arnold shifted about uneasily in his chair. . . . “I am sure that the island has certain advantages too, which you know about, but perhaps you prefer to surprise with them rather than disappoint us.” “I know of none at the moment,” said Miss Goering. “Why, are you coming with us?” “I think that I would like to spend quite a bit of time with you out there; that is, if you will invite me.”

 

 1554150-f19838186ffb46df191e571aa6f03d0b.jpg
Jane Bowles (22 februari 1917 – 4 mei 1973)

 

 

De Afro-Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Ishmael Scott Reed werd geboren op 22 februari 1938 in Chattanooga, Tennessee. Zie ook alle tags voor Ishmael Reed op dit blog.

 

Earthquake Blues

Well the cat started actin funny
and the dog howled all night long
I say the cat started actin very frightful
and the birds chirped all night long
The ground began to rumble
As the panic hit the town

Mr. Earthquake Mr. Earthquake
you don't know good from bad
Mr. Earthquake Mr. Earthquake
you don't know good from bad
You kill the little child in its nursey
You burn up the window's pad

The buildings started swaying
like a drunk man walking hoome
The buildings started swaying
The people they were running
and the hurt folks began to moan

Mr. Earthquake Mr. Earthquake
you don't know good from bad
Mr. Earthquake Mr. Earthquake

 

 1554150-b450e3ed206dc93a9108a7124b26e004.jpg
Ishmael Reed (Chattanooga, 22 februari 1938)
Bij de installatie van zijn gedicht “"When I Die I Will Go To Jazz”,

SFJAZZ Center, San Francisco

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e februari ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:34 Reageer op dit bericht

Morley Callaghan, Wayne C. Booth, Jules Renard, James Russell Lowell, Edna St. Vincent Millay, Ottilie Wildermuth

De Canadese schrijver Morley Callaghan werd geboren op 22 februari 1903 in Toronto. Zie ook alle tags voor Morley Callaghan op dit blog. 

Uit:All the Years of Her Life

“The drug store was beginning to close for the night. Young Alfred Higgins who worked in the store was putting on his coat, getting ready to go home. On his way out, he passed Mr. Sam Carr, the little gray hair man who owned the store. Mr. Carr looked up at Alfred as he passed and said in a very soft voice, ''Just a moment, Alfred, one moment before you go.''
Mr. Carr spoke so quietly that he worried Alfred. ''What is it, Mr. Carr?''
''Maybe you'd be good enough to take a few things out of your pockets and leave them here before you go.'' Said Mr. Carr.
''What things? What are you talking about?''
''You've got a compact and a lipstick and at least two tubes of toothpaste in your pockets, Alfred.''
''What do you mean?'' Alfred answered. ''Do you think I am crazy?'' His face got red.
Mr. Carr kept looking at Alfred, coldly. Alfred did not know what to say and tried to keep his eyes from meeting the eyes of his boss. After a few moments, he put his hand into his pockets and took out the things he had stolen.
''Petty thieving, eh, Alfred?'' said Mr. Carr. ''And maybe you'd be good enough to tell me how long this has been going on.''
''This is the first time I ever took anything.''
Mr. Carr was quick to answer, ''So now you think you tell me a lie? What kind of a fool do I look like, hah? I don't know what goes on in my own store, eh? I/ tell you, you have been doing this for a long time.'' Mr. Carr had a strange smile on his face. ''I don’t like to call the police,'' he said, ''but maybe I should call your father and let him know I'm going to have to put you in jail.''
''My father is not home, he is a printer, he works nights.''

 

 1554130-e867f3f669d2634d6ec70fdbad842174.jpg
Morley Callaghan (22 februari 1903 – 25 augustus 1990)

 

 

De Amerikaanse letterkundige en literatuurwetenschapper Wayne Clayton Booth werd geboren op 22 februari 1921 in American Fork, Utah. Zie ook alle tags voor Wayne C. Booth op dit blog.

Uit: Confessions of an Aging, Hypocritical Ex-Missionary

“Until I was far into my teens, I was an utterly unquestioning Mormon. My parents and grandparents and aunts and uncles were all visibly, audibly, aggressively devout--all except one uncle, a smoker, a "black sheep." For our family, non-Mormons were beyond the pale--to be tolerated, of course, even treated kindly if they behaved themselves, viewed perhaps as potential converts, but never courted or married, and never even visited socially. They were certainly not destined, like us, to enter the celestial kingdom. We knew that in the next life those lost souls would not even be allowed to come near us, as we all continued our eternal progression, pursuing knowledge and righteousness--concepts that when defined correctly turned out to be the same thing.
What I remember as most important to me was that in heaven the non-Mormon or non-devout males down there in the lower kingdoms would have no hope for what I had a strong hope for, if I kept my nose clean: becoming the god of another world, accompanied by a pious female helpmate. Meanwhile, here and now, non-Mormons were so far beneath us that it was dangerous even to get near them. I remember feeling scared to walk too close to the one non-Mormon church in my home town, American Fork, Utah. I would always cross the road and walk on the other side, to avoid contamination, and I was thankful that we lived in another ward, far from that wicked place.
In short, until my first questioning began at about fourteen, I was a 100 percent devotee of what might be called an exclusivist, or particularist, anti-ecumenical version of Mormonism. That boy, the very young Wayne Booth, would perhaps these days be called by non-Mormons a fundamentalist (the word wasn't in our vocabulary, I'm quite sure). Born and reared in the pre-Darwinian nineteenth century, as you might say, he was for about fifteen years unaware of what had been happening to western thought from long before he was born.”

 

 1554130-754bb9210c6016aab4d2fc5dbc494400.jpg
Wayne C. Booth (22 februari 1921 – 9 oktober 2005)

 

 

De Franse schrijver Jules Renard werd geboren op 22 februari 1864 in Châlons-du-Maine. Zie ook alle tags voor Jules Renard op dit blog.

Uit: Journal de Jules Renard 1905-1910

“Je lui ai fait donner les palmes. Il dit aux gens de son village :
- Mes amis, les palmes me font bien plaisir, mais ce n'est rien à côté de vos félicitations.
L'esprit inquiet mais clairvoyant, c'est-à-dire actif et sain, de l'homme qui ne travaille pas.
Le poëte Ponge me dit :
- Quelques personnes m'ont dit qu'on ferait mieux de m'offrir un bureau de tabac que les palmes académiques. Moi, à cause de mes enfants, je préfère les palmes. Le bureau de tabac, je ne pourrais pas le tenir moi-même parce que mon travail des champs m'en empêcherait ; s'il fallait le faire tenir par un autre, le gain n'en vaudrait plus la peine.
Ragotte m'a apporté de l'eau chaude. Je lui dis :
- Mais la bouillote fuit !
- Oh ! je le sais bien, dit-elle.
Le médecin lui a dit de prendre chez le pharmacien de la denrée qu'elle boira. Elle profite, pour se coucher, d'un instant où je ne suis pas dans la cuisine. Dans le coin, elle ôte sa jupe, met son bonnet. Je vois ses pieds nus dans ses savates.
Leur manie de cacher qu'ils sont malades. Leur ignorance en face de la maladie. En dehors de « J'ai mal aux reins, je ne peux pas dormir ni manger », ils ne savent rien.
Cette odeur de peau raclée de gens qui ne se lavent jamais.
Philippe. Ses oreilles gèlent, cuisent et pèlent.
Toute la campagne tremble de froid.”

 

 1554130-7a34bf047930438bf6a245f1b6d2c415.jpg
Jules Renard (22 februari 1864 – 22 mei 1910)
Portret door Delannoy, 1903

 

 

De Amerikaanse dichter, essayist, uitgever en diplomaat James Russell Lowell werd geboren op 22 februari 1819 in Cambridge, Massachusetts. Zie ook alle tags voor James Russell Lowell op dit blog.

 

Midnight

The moon shines white and silent
On the mist, which, like a tide
Of some enchanted ocean,
O'er the wide marsh doth glide,
Spreading its ghost-like billows
Silently far and wide.

A vague and starry magic
Makes all things mysteries,
And lures the earth's dumb spirit
Up to the longing skies:
I seem to hear dim whispers,
And tremulous replies.

The fireflies o'er the meadow
In pulses come and go;
The elm-trees' heavy shadow
Weighs on the grass below;
And faintly from the distance
The dreaming cock doth crow.

All things look strange and mystic,
The very bushes swell
And take wild shapes and motions,
As if beneath a spell;
They seem not the same lilacs
From childhood known so well.

The snow of deepest silence
O'er everything doth fall,
So beautiful and quiet,
And yet so like a pall;
As if all life were ended,
And rest were come to all.

O wild and wondrous midnight,
There is a might in thee
To make the charmed body
Almost like spirit be,
And give it some faint glimpses
Of immortality!

 

 1554130-9b8cfbcf1d68ad3925ee6bee0157b9f1.GIF
James Russell Lowell (22 februari 1819 – 12 augustus 1891)
Borstbeeld door William Wetmore Story, 1892

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Edna St. Vincent Millay werd geboren op 22 februari 1892 in Rockland, Maine. Zie ook alle tags voor Edna St. Vincent Millay op dit blog.

 

What lips my lips have kissed

What lips my lips have kissed, and where, and why,
I have forgotten, and what arms have lain
Under my head till morning; but the rain
Is full of ghosts tonight, that tap and sigh
Upon the glass and listen for reply,
And in my heart there stirs a quiet pain
For unremembered lads that not again
Will turn to me at midnight with a cry.
Thus in winter stands the lonely tree,
Nor knows what birds have vanished one by one,
Yet knows its boughs more silent than before:
I cannot say what loves have come and gone,
I only know that summer sang in me
A little while, that in me sings no more.

 

Nee, liefde is niet blind

Nee, liefde is niet blind. Jouw lelijkheid
Hoe mooi die vrouwen zijn, ik zie het goed
Dat jouw gezicht aan regels niet voldoet
Te hoog je voorhoofd en uiteen te wijd
Je ogen. En geschoold in lieflijkheid
Maakt dat het hiermee te zijn opgevoed
Mij nu jouw fouten niet ontkennen doet
En lief moet hebben tot het eind der tijd
Subtieler is de oppermacht der liefde
Betrapt men mij als ik iets lelijk vind
’t Is net alsof ik zeg dat niets meer zint
Niet hoogstaand is, kan schrijven. Men mag vrezen
Wat dan die schoonheid is die mannen blieven
Waarom wordt die alom door hen geprezen

 

Vertaald door Ans Bouter

 

 1554130-7eb116290b43255d6cf472616281b53f.jpg
Edna St. Vincent Millay (22 februari 1892 – 19 oktober 1950)
Cover biografie 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ottilie Wildermuth werd geboren op 22 februari 1817 in Rottenburg am Neckar. Zie ook alle tags voor Ottilie Wildermuth op dit blog.

 

Der Hausfrau Frühlingsfeier - I

Der Frühling schaut zu uns herab
Dort aus den blauen Hallen;
Er lässt als Gruß die milde Luft
Durch alle Lande wallen.

Er lockt hervor das grüne Gras,
Verscheucht viel alte Schmerzen;
Er weckt die Hoffnung und die Lust
In tausend jungen Herzen.

Die Hausfrau aber hat nicht Zeit,
Dass sie im Frühling schwärme;
Nun müssen Thür und Fenster auf,
Damit die Sonne Wärme.

Nun muß der alte Winterstaub
Aus jeglichem Gemache;
Nun soll es hell und sauber sein,
Hinauf bis unter'm Dache.

Da räumt sie aus, da räumt sie ein
In Kisten und in Schränken;
Fürwahr, sie hat vergessen ganz
Noch an den Lenz zu denken.

 

 1554130-d990eb98f494975d541acb424f0282d5.jpg
Ottilie Wildermuth (22 februari 1817 – 12 juli 1877)

Geschreven door Romenu om 14:15 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten