Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 8 maart 2014 tot 9 maart 2014

Peter Zantingh, Ed Hoornik, Heere Heeresma, Peter Altenberg, Vita Sackville-West

De Nederlandse schrijver, columnist en blogger Peter Zantingh werd geboren op 9 maart 1983 in Heerhugowaard. Zie ook alle tags voor Peter Zantingh op dit blog.

Uit: Een uur en achttien minuten

“Gisteravond, rond kwart over één, stond ik mijn tanden te poetsen in de badkamer. Ik had met studiegenoten gegeten in het centrum van Utrecht en was net thuisgekomen. Mijn telefoon lag, samen met mijn net uitgetrokken jas, op mijn bed. Hij trilde kort en het beeldscherm lichtte op.
Ik liep ernaartoe. De tekst stond meteen in beeld.
Jongens, het spijt me. Ik heb de lat te hoog gelegd, ik ben mijn idealen kwijt. Sorry. Bedankt. J
Onmiddellijk stokte mijn adem, het voelde alsof mijn maag binnen een seconde een paar graden kouder werd. Ik las het nog eens. Haalde mijn telefoon van de toetsvergrendeling, koos ‘berichten’ in het menu en bekeek de inbox. Bovenaan één nieuw bericht, van Joey.
Jongens, het spijt me. Ik heb...
Ik controleerde of zijn nummer klopte. Las de Sorry nog eens, en de Bedankt. Verstijfd belde ik hem op terwijl ik door mijn kamer liep. Ik kreeg zijn voicemail, een standaard voicemail. Niet Joey’s stem, maar die van een mevrouw die voorlas.
U bent verbonden met de mailbox van. Nul, zes...
Ik hing op en probeerde het opnieuw. Dezelfde stem. Ik las de sms en belde weer. Niets.
Ik keek naar het raam en het leek te trillen in zijn kozijn.
Ik opende mijn mond, zo ver dat ik ermee kon gillen, maar ik maakte geen geluid.
Ik ging op mijn bed zitten, maar kwam erachter dat ik niet kon zitten.
Ik ging staan, maar merkte dat ik niet kon blijven staan.
De machteloosheid greep me bij mijn voeten en trok me onderuit.
En als ik nu terugdenk aan dat moment, vervloek ik alles – álles – dat ik niet direct gebeld heb. Dat ik controleerde, en nog een keer las, en weer controleerde en verdwaasd naar de muren keek en zoveel tijd nodig had om het tot me door te laten dringen.
Ik had, zelfs met de minieme kans dat ik hem dan wel zou hebben bereikt, eerder moeten bellen.
Joe, wat doe je? Waar ben je?
Had ik hem gesproken, dan had hij het niet gedaan. Dat weet ik zeker.
Dat wil ik zeker weten.”

 

 1562705-3d7f2b43e2171335900bbec18fb484ae.jpg
Peter Zantingh (Heerhugowaard, 9 maart 1983)

 

 

De Nederlandse dichter en prozaïst Ed Hoornik werd geboren in Den Haag op 9 maart 1910. Zie ook alle tags voor Ed Hoornik op dit blog en ook mijn blog van 8 december 2006.

 

Wanneer ik vroeger met mijn kinderen speelde

Wanneer ik vroeger met mijn kindren speelde,
vielen mij zulke vreemde dingen in,
dat ik wel zwichten moest voor al die beelden,
en maar de straat opliep, kroeg uit, kroeg in.

Nu zijn ze groot, ik hoef ze niets te zeggen;
ik zit, een vreemde man, tussen hen in;
ook zonder woorden weet ik uit te leggen,
dat ik ze zo verschrikkelijk bemin.

Waarom voel ik me dan opeens zo zwaar,
nu ik ze zie, als vogels bij elkander:
mijn eigen oogopslag, mijn eigen haar.

Ik had zo graag ze dit verraad bespaard,
maar soms is men zijn eigen tegenstander
en gooit men weg wat beter was bewaard.

 

 

Enkel verdriet

Enkel verdriet is van de ziel het wezen.
Een zelfde eenzaamheid sluit allen in.
De grootste liefde heeft geen andre zin
dan in elkanders oog het leed te lezen.
Gelijk het was in 's werelds oerbegin,
gelijk het is en altijd weer zal wezen;
de grootste liefde kan ons niet genezen:
een zelfde eenzaamheid sluit allen in.

 

 1562705-da24c2ae760a58b23f17f8bcf3b1aa2a.jpg
Ed Hoornik (9 maart 1910 – 1 maart 1970)

 

 

De Nederlandse schrijver en dichter Heere Heeresma werd geboren in Amsterdam op 9 maart 1932. Zie ook alle tags voor Heere Heeresma op dit blog.

Uit: Een dagje naar het strand

“Het is wel eens goed aan een verlies te lijden. Toen je hem (bedoeld wordt: een schelp, CN) van mij kreeg was je alleen verrast, nu verlang je er tenminste naar, een krachtige bloedstroom is het gevolg waarvan allerlei organen profiteren. Het volmaaktste verlies is dat waarvoor geen verontschuldigingen zijn aan te voeren. Noodlot en omstandigheden komen er niet meer aan te pas, alleen maar het zachte de pest aan je zelf hebben…’
(…)

Het strand strekte zich aan weerszijden verlaten uit. Niemand! Hij begon vertwijfeld over het strand te rennen. Hij liep te zigzaggen en viel voortdurend. Een enkeling op de boulevard bleef staan kijken. Zeker weer zo’n zonderling die zich oefende voor de tienkamp, om zo te zien en zich daarbij luidkeels aanmoedigde. Niemand dacht er dan ook aan die sportieveling daar in de verte een strobreed in de weg te leggen.
(…)

“Ik, Bernard, nozem en mislukkeling, zwerend ongenoegen van de maatschappij, heb het in mijn macht deze unieke ontkerstende beschaving te redden. God sta hem bij en zegene de worp van de atoomgranaat waarmee hij een einde maakt aan weer zoveel levens.”

 

 1562705-dbe054762826641cf9a9c7341c90b39c.jpg
Heere Heeresma (9 maart 1932 – 26 juni 2011)
In Parijs, 1986 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Peter Altenberg werd geboren op 9 maart 1859 in Wenen. Zie ook alle tags voor Peter Altenberg op dit blog.

Uit: Flirt

"Ich sitze zum ersten Male mit einem Dichter", sagte sie und erschauerte gleichsam innerlich.
Er sagte: "Wunderbare Hände haben Sie, Fräulein –--."
Sie fühlte: "Ein wirklicher Dichter –--!"
Dann sagte er: "Sie sind bleich; wie ermüdet. Sie dürfen sich morgens nie, nie, nie aus dem Schlafe wecken lassen. Wer weckt Sie denn?!"
"Die Mama."
"Der Schlaf ist das wirkliche, vielleicht das einzige Gnadengeschenk der sonst harten und unerbittlichen Natur!"
Sie fühlte: "Wie er sich ausdrückt! Ein wirklicher Dichter!"
Dann sagte er: "Ich möchte, wie Jesus Christus für die allgemeinen Dinge, wie der Herr von Egydi, Liebknecht und Tolstoi für anderes, ein Prediger sein nur für die Heiligkeit des Schlafes! Der exaltierte Verkündiger des heilgen Rechtes der menschlichen Organisation auf ausgiebigen, von selbst endenden Schlaf! Wehe dir, Verbrecher, Mörder, Vernichter, der du einen schlafenden Menschen, einen, den die Natur zu heilen, zu erlösen sich anschickt, weckest und dieselbe so in ihren heiligen Plänen störest, contrecarrierst!
Eine Mutter, die ihre Tochter aus dem Schlafe weckt, ist keine Mutter!
Eines soll euch heilig sein, die Natur an ihrer geheimnisvollen Arbeit, dem erschöpften Organismus das wieder zu spenden, was die unerbittliche Tages-Schlacht ihm entrissen! Amen."
Die junge Dame fühlte: "Ein Prophet, ein Fanatiker –-- schade!"
Später sagte er: "Frau!? Wer verdiente denn diesen Ehrentitel?!? Wenn ich ein Mädchen fragte, welche Sorte Reis die edelste wäre, sie verstummte, wüsste es nicht zu sagen! Eine Dame sagte zu mir einmal: 'Sie, mein Herr, wir haben immer den feinsten Reis, nicht, Karl?! No, das wäre nicht übel, was glauben Sie denn eigentlich?!?' Aber sie hatte keine Ahnung, worin sich der 'feinste Reis' unterschiede!"
Die junge Dame fühlte: "Ein Koch –-- schade!"

 

 1562705-b941116ecf12ee377b803e7ffe254605.jpg
Peter Altenberg (9 maart 1859 – 8 januari 1919)
Portret door Oscar Kokoschka, 1909

 

 

De dichteres en schrijfster Vita Sackville-West werd geboren op 9 maart 1892 in Kent. Zie ook alle tags voor Vita Sackville-West op dit blog.

 

Bitterness

Yes, they were kind exceedingly; most mild
Even in indignation, taking by the hand
One that obeyed them mutely, as a child
Submissive to a law he does not understand.

They would not blame the sins his passion wrought.
No, they were tolerant and Christian, saying, 'We
Only deplore ...' saying they only sought
To help him, strengthen him, to show him love; but he

Following them with unrecalcitrant tread,
Quiet, towards their town of kind captivities,
Having slain rebellion, ever turned his head
Over his shoulder, seeking still with his poor eyes

Her motionless figure on the road. The song
Rang still between them, vibrant bell to answering bell,
Full of young glory as a bugle; strong;
Still brave; now breaking like a sea-bird's cry 'Farewell!'

And they, they whispered kindly to him 'Come!
Now we have rescued you.
Let your heart heal. Forget!
She was your lawless dark familiar.' Dumb,
He listened, and they thought him acquiescent. Yet,

(Knowing the while that they were very kind)
Remembrance clamoured in him: 'She was wild and free,
Magnificent in giving; she was blind
To gain or loss, and, loving, loved but me,--but me!

'Valiant she was, and comradely, and bold;
High-mettled; all her thoughts a challenge, like gay ships
Adventurous, with treasure in the hold.
I met her with the lesson put into my lips,

'Spoke reason to her, and she bowed her head,
Having no argument, and giving up the strife.
She said I should be free. I think she said
That, for the asking, she would give me all her life.'

And still they led him onwards, and he still
Looked back towards her standing there; and they, content,
Cheered him and praised him that he did their will.
The gradual distance hid them, and she turned, and went.

 

 1562705-55e55ee2777d25e561e15afeb536d7a1.jpg
Vita Sackville-West (9 maart 1892 – 2 juni 1962)
In 1939

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:17 Reageer op dit bericht

Taras Sjevtsjenko, Umberto Saba, Agnes Miegel, Keri Hulme, Heleen van Royen, Ota Filip

De Oekraïense dichter, schrijver en schilder Taras Sjevtsjenko werd geboren op 9 maart 1814 in Morynzi bij Kiev. Zie ook alle tags voor Taras Sjevtsjenko op dit blog.

 

The Reaper

Through the fields the reaper goes
Piling sheaves on sheaves in rows;
Hills, not sheaves, are these.
Where he passes howls the earth,
Howl the echoing seas.

All the night the reaper reaps,
Never stays his hands nor sleeps,
Reaping endlessly;
Whets his blade and passes on...
Hush, and let him be.
Hush, he cares not how men writhe
With naked hands against the scythe.
Wouldst thou hide in field or town?
Where thou art, there he will come;
He will reap thee down.

Serf and landlord,
Great and small;
Friendless wandering singer, - all,
All shall swell the sheaves that grow to mountains;

Even the Tsar shall go.
And me too the scythe shall find
Cowering alone behind
Bars of iron; swift and blind,
Strike, and pass, and leave me, stark
And forgotten in the dark.

 

Vertaald door E. L. Voynich

 

 

It Makes No Difference To Me

It makes no difference to me,
If I shall live or not in Ukraine
Or whether any one shall think
Of me 'mid foreign snow and rain.
It makes no difference to me.

In slavery I grew 'mid strangers,
Unwept by any kin of mine;
In slavery I now will die
And vanish without any sign.
I shall not leave the slightest trace
Upon our glorious Ukraine,
Our land, but not as ours known.
No father will remind his son
Or say to him, "Repeat one prayer,
One prayer for him; for our Ukraine
They tortured him in their foul lair."

It makes no difference to me,
If that son says a prayer or not.
It makes great difference to me
That evil folk and wicked men
Attack our Ukraine, once so free,
And rob and plunder it at will.
That makes great difference to me.

 

Vertaald door Clarence A. Manning

 

 1562700-0431f19f7f2c2ee2882ce784fa46dc52.jpg
Taras Sjevtsjenko (9 maart 1814 - 10 maart 1861)
Monument in Lviv

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Umberto Saba werd geboren op 9 maart 1883 in Triëst. Zie ook alle tags voor Umberto Saba dit blog.

 

The Admonition

What are you doing in the serene
dawn sky, beautiful
rose-red cloud, aflame
and lovingly gazed at?

You change your shape and
floating, lose that fire;
you dissolve, and fading,
admonish me thus:

You, too, o brave youth,
for whom the hours joyously sound,
for whom sweet dreams and love
hide the tomb,

you will fade one day,
the azure lights gone out,
no more to see around you
friends and native sky.

 


My wet nurse’s house

My nurse’s house stands peacefully
facing the old Chapel and looks down
as if in thought on a hillside
friendly to the goats below.

From an open window you can catch
sight of the populous city where I was born
and have a pleasing vista of the sea
and of the fields grateful for hard labor.

Here—I remember—in my earliest years
I played unthinking among the crosses
in the old graveyard as evening fell.

To God I offered up a serene spirit,
and from the house a sound of dear voices
reached me, and the smell of supper.

 

Vertaald door George Hochfield en Leonard Nathan

 

 1562700-a3362723ac3e392e0bdde07c5161ae4a.jpg
Umberto Saba (9 maart 1883 – 25 augustus 1957)
Portret door Carlo Levi

 

 

De Duitse dichteres Agnes Miegel werd op 9 maart 1879 in Königsberg geboren. Zie ook alle tags voor Agnes Miegel op dit blog.

 

Es war ein Land... (Fragment)

O kalt weht der Wind über leeres Land,
O leichter weht Asche als Staub und Sand!
Und die Nessel wächst hoch an geborstner Wand,
Aber höher die Distel am Ackerrand!
Es war ein Land, - wo bliebst Du, Zeit?
Da wogte der Roggen wie See so weit,
Da klang aus den Erlen der Sprosser Singen
Wenn Herde und Fohlen zur Tränke gingen,
Hof auf, Hof ab, wie ein Herz so sacht,
Klang das Klopfen der Sensen in heller Nacht,
Und Heukahn an Heukahn lag still auf dem Strom
Und geborgen schlief Stadt und Ordensdom, -
In der hellen Nacht, - der Johannisnacht!
Es war ein Land, - im Abendbrand
Garbe an Garbe im Felde stand.
Hügel auf, Hügel ab, bis zum Hünengrab
Standen die Hocken, brotduftend und hoch,
Und drüber der Storch seine Kreise zog.
So blau war die See, so weiß der Strand
Und mohnrot der Mond am Waldesrand
In der warmen Nacht, - der Erntenacht!

 

 1562700-2377881caba01e35b55f937fec9ed05c.jpg
Agnes Miegel (9 maart 1879 - 26 oktober 1964)
Monument in Bad Nenndorf 

 

 

De Nieuw-Zeelandse (Maori) schrijfster Keri Hulme werd geboren op 9 maart 1947 in Christchurch. Zie ook alle tags voor Keri Hulme op dit blog.

Uit: The Bone People

“It is the cold that wakes her, and clouds passing over the face of the sun. There is an ache in the back of her neck, and her pillowing arm is numb. She stands up stiffly, and stretches: she smells rain coming. A cloud of midge-like flies blunders into her face and hair. On the ground round the sack hovers another swarm, buzzing thinly, through what would seem to be for them a fog of fish. The wind is coming from the sea. She picks up the sack, and sets off for home through the bush. Raupo and fern grow into a tangle of gorse: a track appears and leads through the gorse to a stand of windwarped trees. They are ngaio. One tree stands out from its fellows, a giant of the kind, nearly ten yards tall.
Some of its roots are exposed and form a bowl-like seat. Kerewin sits down for a smoke, as she nearly always does when she comes this way, keeping a weather eye open for rain.
In the dust at her feet is a sandal.
For a moment she is perfectly still with the unexpectedness of it.
Then she leavs forward and picks it up.
It can’t have been here for long because it isn’t damp. It’s rather smaller than her hand, old and scuffed, with the position of each toe palely upraised in the leather. The stitching of the lower strap was coming undone, and the buckle hung askew.”

 

 1562700-ea798432e6c3d0df9684a7631a6d04c4.jpg
Keri Hulme (Christchurch, 9 maart 1947)
 

 

 

De Nederlandse romanschrijfster en columniste Heleen van Royen werd geboren in Amsterdam op 9 maart 1965. Zie ook alle tags voor Heleen van Royen op dit blog.

Uit: Godin van de jacht

'Niet bang zijn, Diana,' zei Tim zacht. 'Vannacht was bijzonder. Ik voelde iets dat ik lang niet heb gevoeld. Ik denk dat we elkaar iets kunnen geven. Iets wat we misschien zijn kwijtgeraakt.'
Hij brak stukjes van de tak. Ik staarde naar zijn handen. Dit kon uit de hand lopen, besefte ik, dit kon serieus worden. Hij zei dingen die ik niet wilde horen. Correctie: hij zei dingen die ik dolgraag wilde horen, maar waarvoor ik me doof moest houden. Oscar en ik wilden kinderen. Dit was verkeerd.
'Weghollen is jouw stijl niet,' zei Tim, alsof hij mijn gedachten raadde. 'We hebben elkaar nodig. Misschien om elkaar te spiegelen. Om onszelf beter te kunnen zien. Misschien zitten we vast en moeten we elkaar even schoppen.'
'Besef je wel wat je zegt, Tim? Je bent getrouwd. Ik ook.'
Hij gooide het takje weg, draaide zich naar me toe en legde zijn hand onder mijn kin.
'Niets bedreigends of kwetsends mag er gebeuren met de mensen van wie we
houden,' zei hij langzaam. 'Je bent sterk en mooi, Diana. Ook als ik je nooit meer zie. De uren van vannacht kan niemand me afnemen.'
Normaal zou ik op dit moment een grap maken. Hey dude, zou ik zeggen, je moet solliciteren bij Harlequin, de uitgever van de Bouquet-reeks. Daar betalen ze grof geld voor dit soort tekst.”

 

 1562700-8b7b94f8e91d8cc834781248659285cb.jpg
Heleen van Royen (Amsterdam,  9 maart 1965)

 

 

De Duits- en Tsjechisch-talige schrijver Ota Filip werd geboren op 9 maart 1930 in Ostrau. Zie ook alle tags voor Ota Filip op dit blog.

Uit: Im Licht der goldenen Stadt

„Prag ist eine Stadt, die in dem vergangenen halben Jahrhundert mehrmals ihre Eliten verloren hat: 1939 verschwanden die Juden aus Prag, und Prag ohne Juden ist eben nicht mehr Prag. Die große Zeit des Café Arco, des literarischen Kaffeehauses der deutsch-jüdischen Dichter, Journalisten und Intellektuellen in der Hybern-Gasse, war damit endgültig vergangen. Prag war ärmer geworden. Im Jahr 1945 wurden auf eine beschämend grausame Art und Weise die letzten Deutschen aus Prag vertrieben. Die Tschechen haben die Deutschen in Prag nie gemocht, aber sie gehörten doch seit acht Jahrhunderten in diese Stadt. Und als sie gegangen waren, war die Stadt noch ärmer geworden. Deutsch war für die Prager nie eine Fremdsprache, sondern nur eine andere Sprache gewesen.
Und welche Menschen waren das, diese deutsch sprechenden Prager? Sie waren in der Stadt zwar eine feine und reiche, aber dennoch eine Minderheit; trotzdem leisteten sie sich im Nostiz-Theater ein hervorragendes deutsches Schauspielhaus, sie errichteten eine deutsche Oper, sie finanzierten eine deutsche Philharmonie, gaben zwei hervorragende Tageszeitungen heraus, das »Prager Tagblatt« und die »Bohemia«; wenn ich richtig gezählt habe, gab es in Prag vor Hitlers Einmarsch zwölf deutsche Verlage. Das Adjektiv »deutsch« im Zusammenhang mit Prag verwende ich, ohne die Deutschen kränken zu wollen, mit einem gewissen Vorbehalt; mehr als die Hälfte der deutschsprachigen Bevölkerung Prags waren seit Jahrhunderten Juden. War also Prag eine deutsche Stadt?”

 

 1562700-2d9031ec69b1bebb75e3866f17ac390e.jpg
Ota Filip (Ostrau, 9 maart 1930)

Geschreven door Romenu om 18:03 Reageer op dit bericht

Hafid Bouazza, Jeffrey Eugenides, Walter Jens, A. Marja, John McPhee, Mouloud Feraoun

De Marokkaans-Nederlandse schrijver Hafid Bouazza werd geboren op 8 maart 1970 in Oujda, Marokko. Zie ook alle tags voor Hafid Bouazza op dit blog.

Uit: De voeten van Abdullah

‘Als de Sleep van een Bruid volgden wij Kinderen de Vrouwenmenigte, die door mijn Moeder met Abdullah in haar Handen werd geleid richting Moskee: ik kan de bedwelmende grootsheid van dat moment niet beter uitdrukken dan met een Teutoons gebruik van hoofdletters.’
(…)

“Op de grond, voor de deurdrempel, stond Abdullah: twee voeten, fraai boven de enkels geamputeerd, die uitliepen in wat op salamischijfjes leek. De enkels waren bestoft en de nagels zwart van een lange tocht. De afdruk van sandalen, die waarschijnlijk onderweg waren versleten en afgedankt, was zichtbaar. De paarse aders waren opgezwollen. Onmiskenbaar: het was mijn broer Abdullah.”
(…)

“In de moskee waren de sjeiks bijeengekomen om een vondst van de dorpskinderen te bezichtigen. Het was Abdullahs linkervoet die mij tot wapen had gediend. Ernstig fronsend overlegden ze of de voet al begraven moest worden of dat men moest wachten tot de andere gevonden werd. Omdat het de linkervoet was, besloot men eerst de rechter te zoeken.
Het waren de kinderen die op zoek gingen naar Abdullahs rechtervoet. Wij zagen hen in grote groepen door het dorp rennen, over de heuvel, van olijfboom naar olijfboom, tot grote ergernis van Khadroen. Hun moeite werd echter niet beloond.
Thuis wasten wenende Fatima's de linkervoet met tedere handen, het water tappelde tussen hun vingers, en droogden hem met hun lange haren, dat in de magie van de namiddagzon eksterlijk glom.”

 

 1562112-b648d7db9020b975390290823e81bfb8.jpg
Hafid Bouazza (Oujda, 8 maart 1970)

 

 

De Amerikaanse schrijver Jeffrey Eugenides werd geboren op 8 maart 1960 in Detroit. Zie ook alle tags voor Jeffrey Eugenides op dit blog.

Uit: The Marriage Plot

“These were the books in the room where Madeleine lay, with a pillow over her head, on the morning of her college graduation. She’d read each and every one, often multiple times, frequently underlining passages, but that was no help to her now. Madeleine was trying to ignore the room and everything in it. She was hoping to drift back down into the oblivion where she’d been safely couched for the last three hours. Any higher level of wakefulness would force her to come to grips with certain disagreeable facts: for instance, the amount and variety of the alcohol she’d imbibed last night, and the fact that she’d gone to sleep with her contacts in. Thinking about such specifics would, in turn, call to mind the reasons she’d drunk so much in the first place, which she definitely didn’t want to do. And so Madeleine adjusted her pillow, blocking out the early morning light, and tried to fall back to sleep.
But it was useless. Because right then, at the other end of her apartment, the doorbell began to ring.
Early June, Providence, Rhode Island, the sun up for almost two hours already, lighting up the pale bay and the smokestacks of the Narragansett Electric factory, rising like the sun on the Brown University seal emblazoned on all the pennants and banners draped up over campus, a sun with a sagacious face, representing knowledge. But this sun—the one over Providence— was doing the metaphorical sun one better, because the founders of the university, in their Baptist pessimism, had chosen to depict the light of knowledge enshrouded by clouds, indicating that ignorance had not yet been dispelled from the human realm, whereas the actual sun was just now fighting its way through cloud cover, sending down splintered beams of light and giving hope to the squadrons of parents, who’d been soaked and frozen all weekend, that the unseasonable weather might not ruin the day’s festivities.”

 

 1562112-8ccd74a261f3a90881cbef85fd584040.jpg
Jeffrey Eugenides (Detroit, 8 maart 1960)

 

 

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg.Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

Uit: Frau Thomas Mann

“Verschlossen bisher in Archiven, treten in dieser Dokumentation Zeugnisse ans Licht, die Katias Leben aus ihrer eigenen Perspektive erhellen. Briefe zunächst an ihre beiden «Großen», Erika und Klaus, Briefe an ihre Princetoner Freundin, Molly Shenstone, Briefe an den Zwillingsbruder Klaus, «Kaleschlein» genannt, den Ehestifter und Vertrauten der späten Jahre, Briefe an Freunde in aller Welt, Briefe schließlich – leider nur wenige – auch an Thomas Mann. Dazu Briefe von ihrer Mutter, Hedwig Pringsheim, aus den Glanzzeiten des Salons in der Münchener Arcisstraße, aus den Jahren der Verfolgung und der im letzten Augenblick gelungenen Emigration in die Schweiz.
Die Mutter, der Bruder, die Freundin: Katia Mann hat in ihrem Leben immer Frauen in gleicher Weise wie Männer geschätzt – einfühlsame Männer natürlich, die nicht selbstherrlich «the way of men» gingen, sondern Grenzgänger wie Ehemann und Zwilling waren. Leidenschaftliche Zuneigung freilich spiegelt ihre Korrespondenz nur einmal – in den Briefen an die Intima (ein Ausdruck der Mutter) Molly Shenstone.

 1562113-10fa66229c649829b3c232bfdf62685c.jpg
Katia en Thomas Mann in Colorado

 

Emphatisch als Freundin, vernünftig als Tochter, einträchtig im Bund mit dem Zwilling und kritisch-hingebungsvoll gegenüber dem Ehemann, zeigt Katia Mann viele Gesichter. Die Briefe charakterisieren sie, nicht zuletzt dank der von ihr oft zitierten Trias Familienmutter, Wirtschaftshaupt und Epistolographin, als eine Frau, die ebenso spontan wie nüchtern war. In ihrer Welt galt Freundlichkeit viel, Gäste waren willkommen – ‹da ich doch so familiant bin› –, aber der Betrieb musste auch schwarze Zahlen schreiben.
Eine interessante Frau also – und ein interessantes Leben, mühevoll, den «Dingen allzusehr verhaftet», wie sie in ihren Briefen ständig klagt, aber auch privilegiert, materiell unabhängig, dazu ausgezeichnet durch den Umgang mit den Großen ihrer Zeit.
Die Briefe sind, auch das will gesagt sein, in gut lesbarer Schrift formuliert, manu propria, wie die Lateinerin Katharina Pringsheim sagte, im Alter gelegentlich getippt – eigenwillig bisweilen, nur in Kleinbuchstaben zum Beispiel, wenn eine Hand verstaucht war (Frau Thomas Mann, ungeduldig und stets in Eile, stürzte häufig). Es sind Briefe in vielerlei Stilen, immer adressatenbezogen, selbstironisch und voll Mutterwitz.“

 

 1562112-499e80a60dccbb4bf74c100424109a93.jpg
Walter Jens (Hamburg, 8 maart 1923)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver A. Marja (pseudoniem van Arend Theodoor Mooij) werd geboren in Oude Leije op 8 maart 1917. Zie ook alle tags voor A. Marja op dit blog.

 

Groningen

Stad, langs uw blinkend water liep ik voort,
ik zag uw markten in het morgenlicht,
ik heb van u gedronken en gedicht
en 't stromen in uw aderen gehoord.

De toren met het trillend vergezicht,
een schrale trambel, die de morgen stoort,-
ik daal en wandel langs het water voort
het ruime land in, dat rondom u ligt.

En zijn die u bewonen nors en klein,
geroest, gekerkerd in de stugge schijn:
wat vreemd en anders is dan wij, deugt niet ...

Ik, die u heb geproefd op straat en plein,
moet duizelen en soms zelfs dronken zijn
van al uw zon en wind en wijd verschiet.

 


Traject

Daar zijn de dagelijkse namen weer
van de stations op vastgestelde tijden,
men leest ze en voelt dan vaag het oude zeer
dat men zich uit die sleur eens wou bevrijden.

Men kan als willekeurig reizend heer
aan krant en sigaret zijn aandacht wijden
en zich verblijden dat men meer en meer
in 't rechte spoor en op de rails blijft rijden.

Men denkt gezapig op die regelmaat
hoe alles aanvangt en wel overgaat:
het jonge vuur, het leven en het lijden.

Hoe irreëel zijn liefde, lust en haat
wanneer men deinend het traject verlaat
en naar de laatste halte zich voelt glijden.

 

 1562112-dc29058ce2012c87241b496809f96540.jpg
A.Marja (8 maart 1917 – 10 januari 1964)
Portret door E. Musch, 1938


 

De Amerikaanse schrijver John Angus McPhee werd geboren op 8 maart 1931 in Princeton. Zie ook alle tags voor John McPhee op dit blog.

Uit: Coming into the Country

“The first few days I spent in Alaska were spent in Anchorage,and I remember the increasing sense of entrapment we felt (my wife was with me), knowing that nothing less than a sixth of the entire United States, and almost all of it wilderness, was out there beyond seeing, while immediate needs and chores to do were keeping us penned in this portable Passaic. Finally, we couldn't take it any longer, and we cancelled appointments and rented a car and revved it up for an attempted breakout from town. A float plane--at a hundred and ten dollars an hour--would have been the best means, but, like most of the inmates of Anchorage, we could not afford it. For a great many residents, Anchorage is about all they ever see of Alaska, day after day after year. There are only two escape routes--a road north, a road south--and these are encumbered with traffic and, for some miles anyway, lined with detritus from Anchorage. We went south, that first time, and eventually east, along a fjord that would improve Norway. Then the road turned south again, into the mountains of Kenai--great tundra balds that reminded me of Scotland and my wife of parts of Switzerland, where she had lived. She added that she thought these mountains looked better than the ones in Europe. Sockeyes, as red as cardinals, were spawning in clear, shallow streams, and we ate our cheese and chocolate in a high meadow over a torrential river of green and white water. We looked up to the ridges for Dall sheep, and felt, for the moment, about as free. Anchorage shrank into perspective. It might be a sorry town, but it has the greatest out-of-town any town has ever had.”

 

 1562112-3e9d71d60978394fe79e4f3367b2d429.jpg
John McPhee (Princeton, 8 maart 1931)

 

 

De Algerijnse schrijver Mouloud Feraoun werd geboren op 8 maart 1913 in het bergdorp Tizi Hibel, Kabylie. Zie ook alle tags voor Mouloud Feraoun op dit blog.

Uit: Mon village

“Je ne suis pas de ceux qui détestent leur village. J’ai pourtant bien des raisons de ne pas en être trop fier. Il sait que j’ai voyagé et vécu longtemps ailleurs, mais il s’est habitué à mes retours. Alors à force de toujours me perdre et de sans cesse me retrouver, il ne fait plus attention à moi. Il ne me craint pas, pour tout dire. Il me réserve chaque fois un accueil très simple avec son visage de tous les jours, exactement comme il reçoit ceux de ses enfants qui l’ont quitté le matin et qui, le soir, rentrent des champs. Cette marque de confiance est touchante, je l’apprécie beaucoup.
Ceux qui y reviennent et en disent du mal, le font un peut par dépit. Ils lui en veulent d’être si laid, et, sans doute, les comprend-il puisqu’à leurs yeux il se fait plus laid lorsqu’ils reviennent de loin, après une longue absence, la tête encore toute farcie de belles images. Dans le fond, ils l’aiment bien, quoi qu’ils disent. Ils finissent toujours par le voir tel qu’il est et par lui trouver des charmes, mais, à partir de ce moment, ils s’identifient à lui. Ce ne sont plus des nouveaux. D’autres les trouvent laids qui, à leur tour, ne tarderont pas à ressembler à tout le monde. Spectateur immuable du va-et-vient continuel de ses enfants qui émigrent, notre village nargue les prétentions impatientes et fatigue les longues espérances il reste égal à lui-même. S’il accueille sévèrement les nouveaux débarqués, c’est qu’ils apportent avec eux l’air malsain de la ville.”

 

 1562112-0379071a1cb9af80698859ae14293f41.jpg
Mouloud Feraoun (8 maart 1913 – 15 maart 1962)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e maart ook mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:37 Reageer op dit bericht

Juana de Ibarbourou, Harry Thürk, Heinar Kipphardt, Eric Linklater, Jan Potocki, Dominic Angeloch

De Uruguayaanse dichteres en schrijfster Juana de Ibarbourou werd geboren op 8 maart 1892 als Juana Fernández Morales in Melo, Cerro Largo. Zie ook alle tags voor Juana de Ibarbourou op dit blog.

 

The four wings of the bee

I've come back from our date with four bee-wings
pressed on my lips. Four bee-wings
gilded and red-hot.

Miracle like that of the beard of Dionysus,
The sweet-voiced god! The beard of Dionysus
that has four bee-wings instead of curls.

Your lips on my lips spill their honey
and the wings burst out. They spill their honey
and you have the sweetness of honeycomb on your skin.

Don't laugh. The four wings of the bee can't be seen
but they are felt on the mouth. The wings can't be seen,
but sometimes - amazing! - they buzz right into my head.

And yet still further inside. The sweet wings hum
right into my heart. The sweet wings hum
and free my soul of all anguish and care.

But if one day they stopped flying and buzzing...
If they turned to ash ... If it ceased, the hum
of wings that made my lips flower...

How sad death is! What lamenting black wings
then will bud forth! What black wings of grief
would replace the transparent wings of the bee!


Vertaald doorLiz Henry

 

 1562103-f7c3e0f2e535f606b5a04be27c48d620.jpg
Juana de Ibarbourou (8 maart 1892 – 15 juli 1979)

 

 

De (Oost)Duitse schrijver Harry Thürk werd geboren op 8 maart 1927 in Zülz, Oberschlesien. Zie ook alle tags voor Harry Thürk op dit blog.

Uit: Die Stunde der toten Augen

„Während sie sich gebückt durch das Buschwerk auf das Bahnwärterhäuschen zu bewegten, merkte Bindig, daß sie nur sechs waren, und er erinnerte sich daran, daß die anderen zwei inzwischen an dem Häuschen standen. Es kann nichts passieren, dachte er. Es ist alles genau ausgeklügelt. Wenn das in dem Häuschen vorbei ist, haben Zado und ich Ruhe bis morgen nacht. Alles Weitere machen die anderen.
Timm ging zwischen ihnen. Er zog sie dicht zu sich heran und erklärte ihnen im Gehen: »Das Häuschen hat an jeder Seite ein Fenster. Man könnte es einfach von draußen machen, durch die Fenster. Aber das ist zu laut. Zwei werden an den Fenstern stehenbleiben. Wenn ihr Pech habt, werden sie schießen. Aber ihr dürft kein Pech haben. Man weiß nicht, ob nicht doch irgendwo einer was hört. Übereilt euch nicht. Macht erst die Tür zu, wenn ihr drin seid. Sie sind verschlafen. Sie werden euch in den Mänteln und in den Mützen nicht gleich erkennen. Das sind die entscheidenden Sekunden für euch.«
Die anderen umstanden das Häuschen, als Zado und Bindig die Tür aufstießen und eintraten. Sie lauschten, die Pistolen in den erhobenen Händen. Timm hatte den einen Soldaten vom Fenster weggeschoben und sich selbst dort aufgestellt. Er sah die beiden eintreten in ihren braunen Mänteln, mit den Pelzmützen über den geschwärzten Gesichtern. Er beobachtete ihre Bewegungen und die Bewegungen der Schläfer. Er hatte die Pistole in der Hand, aber er brauchte sie nicht. Die Schüsse in dem Häuschen knallten kurz und trocken. Sie waren ein paar Meter weiter nicht mehr zu hören. Als Timm sich von dem Fenster abwandte, dachte er: Sie sind die besten Pistolenschützen aus dem ganzen Haufen. Tadellose Soldaten hat Deutschland hervorgebracht. Sie beißen sich nicht einmal auf die Lippen, wenn sie töten. Jung und kalt. Sie töten wie die Schlächter.”

 

 1562103-a9a2af4653fcf22b950e15a227f56acf.jpg
Harry Thürk (8 maart 1927 – 24 november 2005)

  

 

De Duitse schrijver Heinrich 'Heinar' Mauritius Kipphardt werd geboren in Heidersdorf op 8 maart 1922.. Zie ook alle tags voor Heinar Kipphardt op dit blog.

Uit: In der Sache J. Robert Oppenheimer

„..Garrison: „Wenn es um Tatsachen ginge, wenn es um Argumente ginge. Es geht um Sie als politisches Exempel.“ Oppenheimer: „Warum dann nicht McCarthy, sondern dieses Hearing?“ Marks: „Du bist der Bock, der übersprungen werden muss, die Unterwerfung der Wissenschaft unter die Militärs zu erzwingen, die Einschüchterung der Leute, die einen Ochsen einen Ochsen nennen, trotz McCarthy.“ Garrison: „Wenn der Chef von Los Alamos, wenn Oppie ein Verräter, ein verkappter Kommunist ist, dann kann man niemandem trauen, dann muss hier endlich jeder überwacht und durchleuchtet werden.“
(…)

„Ja, ich finde das nicht unnatürlich. Es gab eine Zeit, da das sowjetische Experiment eine große Anziehungskraft auf alle diejenigen ausübte, die den Zustand unserer Welt nicht befriedigend fanden, und ich denke, er ist wirklich nicht befriedigend. Heute, da wir das sowjetische Experiment ohne Illusionen betrachten, heute, da uns Russland als eine feindliche Weltmacht gegenübersteht, verurteilen wir die Hoffnungen, die viele Menschen an den Versuch geknüpft hatten, vernünftigere Formen menschlichen Zusammenlebens mit größerer sozialer Sicherheit zu finden. Das scheint mir unweise, und es ist unzulässig, sie dieser Ansicht wegen herabzusetzen und verfolgen zu wollen.“

 

 1562103-5e2fa94ab0226a44daa79686a9b77545.jpg
Heinar Kipphardt (8 maart 1922 - 18 november 1982)
Cover

 


De Schotse schrijver Eric Robert Russell Linklater werd geboren op 8 maart 1899 in Dounby, Orkney. Zie ook alle tags voor Eric Linklater op dit blog.

Uit: The Wind on the Moon

‘Weren’t you a giraffe when you were born?’ asked Dinah.
‘Indeed I wasn’t,’ said Mr Parker indignantly. ‘I was one of the most beautiful babies in England. I took first prize at a Baby Show! Then I grew up and became a detective. I was one of the best detectives in the world. I used to capture murderers by the dozen, forgers by the score, and hundreds of burglars. But one day when I was trying to look over a very high wall — craning up and up, stretching my legs and stretching my neck — a strange thing happened. Suddenly I found that I could see over it quite easily. I had become enormously tall! And there, on the other side of the wall, there was a burglar burying a lot of silver plate in a flower-bed. “I arrest you!” I shouted, but my voice sounded strange, and when the burglar looked up he uttered an exclamation of intense surprise.’
‘You had become a giraffe,’ said Dinah.
‘I had,’ said Mr Parker sadly.”

 

 1562103-3fbb2a5ff9f8e019a444d62baa0b1a62.jpg
Eric Linklater (8 maart 1899 – 7 november 1974)

 

 

De Poolse schrijver, geschiedkundige en ontdekkingsreiziger graaf Jan Nepomucen Potocki werd geboren op 8 maart 1761 in Pikov. Zie ook alle tags voor Jan Potocki op dit blog.

Uit: The Manuscript Found in Saragossa (Vertaald door Ian MacLean)

“At the time of which I speak, the Count of Olivarez had not yet established new settlements in the lowering mountain range of the Sierra Morena, which separates the provinces of Andalusia and La Mancha. They were then only inhabited by smugglers, bandits and some gypsies who were said to murder travellers and then eat them: which is the origin of the Spanish proverb ‘Las gitanas de la Sierra Morena quieren carne de hombres.’
But that was not all. Travellers who ventured into that wild country found themselves assailed, it was said, by countless terrors which would make even the stoutest of hearts tremble. Piteous wailing could be heard above the roar of the torrents and the howling of the storm; travellers were lured from their path by will-of-the-wisps, and invisible hands propelled them towards bottomless abysses.
There were in fact a few ventas or isolated hostelries scattered along that calamitous route, but ghosts who were even more diabolical than the innkeepers themselves had forced these last to flee and to leave them in control. Such ghosts struck bargains with the innkeepers, who retired to more peaceful parts of the country where they were disturbed only by the pangs of their consciences. The innkeeper at Andújar swore by St James of Compostella to the truth of these fantastic stories; he went on to say that the constables of the Holy Inquisition had refused to undertake any expedition into the Sierra Morena, and that travellers took the road through Jaen or Estramadura.”

 

 1562103-4b53a32d1d8c9ee7ebd61cd446c9ecc7.jpg
Jan Potocki (8 maart 1761 – 2 december 1815)
Anoniem portret, 1785

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 De Duitse dichter en schrijver Dominic Angeloch werd in 1979 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Dominic Angeloch op dit blog.

 

Mneme

Oder ist es so wie wenn wir manchmal
aufschrecken aus dampfenden Betten,
vielleicht ein fremdes Geräusch, unsicher,
ob noch diesseits dieses bis zur Unsicht-

barkeit transparenten Traums, und alles
zusammenweht zu einem schaukelnden
Schatten, einem Mobile aus klammen Echos,
etwas, das körperlos über uns schwebend

hart an unseren Namen kreuzt. Dann
ein Husten hinter den Wänden, ganz
deutlich, ein verschlucktes Schluchzen,
nein, ein verhaltenes Seufzen –

oder sind es die Möbel, die da ächzen,
das Singen der Leitungen, das Vorsich-
hinarbeiten der Materialien? Auch damit
kennen wir uns nicht mehr aus, sind wir

denn bedrängt oder ist das nur die ganze
Wahrheit. Rasch versuchen wir, uns zu
evakuieren, ins Traumlose zu verlöschen,
während draußen die letzten der Verspäteten

unter viel zu schnell ziehenden Wolken
und einem unfertigen Mond auf Straßen,
die der Wind wiegt, nach Hause hasten,
haarrißgeäderte Bilder, bereit zu bersten
.  

 

 1562103-554f26cafa919dbb75ed2662cefb24ae.jpg
Dominic Angeloch (Stuttgart, 1979)

Geschreven door Romenu om 18:18 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten