Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 november 2014 tot 18 november 2014

Thomas Möhlmann

De Nederlandse dichter en schrijver Thomas Möhlmann werd geboren in Baarn op18 november 1975. Möhlmann studeerde moderne Nederlandse letterkunde in Amsterdam. Hij is gastredacteur van de Avonden van dichtcentrum Perdu en medewerker van het poëzietijdschrift Awater. Ook werkt Möhlmann voor het Nederlands Letterenfonds. Verder is Möhlmann redacteur van Poetry International Web en Lyrikline. Als docent Creative Writing is hij verbonden aan de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem.Möhlmann was medeoprichter van poëzietijdschrift 'Zanzibar' en de website Literair Nederland. Hij trad op bij Crossing Border, het Poëziecircus, Lowlands en De Nacht van de Poëzie. Zijn debuutbundel uit 2005, “De vloeibare jongen”, werd bekroond met de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. In 2009 volgde de tweede bundel “Kranen open”. Gedichten van zijn hand verschenen onder andere in Het liegend konijn, Nymph, Bunker Hill, Tzum en Die Aussenseite des Elementes (tweetalig).

 

Hij is de man

Hij vouwt bootjes van zijn dromen, blaast zachtjes
om niemand wakker te maken hun papieren zeilen
vol en kijkt ze zachtjes zachtjes na tot uit het raam

hij houdt als de ochtend aan komt rollen de kozijnen
en de lijsten rond de foto's op hun plaats en wacht
tot alles bedaart en iedereen aan het ontbijten slaat

hij houdt de hele dag de kleine en de grote wijzer
aan de praat, hij houdt de straat tot het schemeren gaat
in de gaten, als een jas passen hem de gang en de wanden

als een spijker hangt aan hem het huis

hij is de man die 's nachts de vuilniszakken leegt
de lepels in de la legt, de grote en de kleine
jassen aan de kapstok aan hun lusjes hangt.

 

 

Kranen open

Voor het eerst sinds hij hier zit
neemt hij zijn handen voor zijn ogen weg
neemt hij met de rand van zijn rechtermouw
het vocht van zijn gladde voorhoofd af

er trekt een rimpeling over en in
het water buiten het licht binnen

een muntje in zijn herinnering
in zijn kamer met uitzicht voor

het eerst sinds hij hier zit zoeken losse vormen
hun eigen huid weer op de een keert terug
als kast de ander als koffer als knie

voor het eerst telt hij het aantal gaten
waardoor van onderaf helemaal bovenaan kop
en staart van een van zijn veters elkaar vinden

 

 

 1834942-5e41a0b829769496fb147ba045d11b8c.jpg
Thomas Möhlmann (Baarn, 18 november 1975)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Pauline Genee

De Nederladse schrijfster Pauline Genee werd geboren op 18 november 1968 in Heemskerk. Zij volgde het Pius-X-College in Beverwijk. Na een studie Frans en Russisch werkte Genee in verschillende functies bij Buitenlandse Zaken. Ook volgde zij de vierjarige opleiding van Schrijversvakschool Amsterdam in de richting proza. Sinds 2011 combineert ze het schrijven met werk als freelancer. Haar verhaal ‘Russische stilte’ werd in Tirade gepubliceerd. Haar romandebuut “Duel met paard” verscheen in 2014.

Uit: Duel met paard

“Weinig schoft, een lage staartinzet, de zwaanachtige hals van een arabier: kenners zouden in het dier een Orlov-draver hebben herkend. Een Russisch sledepaard, zeer geschikt voor de lange afstand, elegant op zijn snelle, gespierde benen. Expressieve ogen in een groot, edel hoofd.
Het publiek dat op de binnenplaats om het dier samendromde, zag niks geen Russisch raspaard. Wat voor draver? Voor hen stond een heel gewoon dier, mooi dofglanzend in zijn vacht, dat wel, maar verder: niets bijzonders. Een Berlijns rijtuigbeest, de stad wemelde ervan. Was dit hem nou?
De dames en heren die de binnenplaats van Griebenowstrasse 10 op liepen kwamen niet voor een stamboekoverzicht. Zij hadden het middagblad gelezen een paar dagen geleden. ‘Berlijns eigen wonderpaard! Exclusief in de Allgemeine!’ De krantenjongen had de kop luid over de Friedrichstrasse geschald. In de cafés was het dier boven de bierpullen over de tong gegaan. In de Zionskirche was er tot op de voorste banken over gefluisterd – zelfs tijdens de preek. En in korte tijd nam het verhaal zulke fantastische proporties aan dat niemand meer wist wat te geloven.
Het was zaak zelf te gaan kijken.
Op de binnenplaats, voor zijn getimmerde stalhok, stond het paard verveeld aan zijn strootjes te knabbelen. Voor wie niet beter wist, verschilde het in niets van de duizenden viervoeters die dag na dag hun vrachtjes door de stad trokken: de bierwagen van Aschinger’s Bierquelle, de melkkar, de overvolle omnibus. Geduldig deden de Berlijnse paarden hun werk, hun dienstbaarheid leek wel aangeboren en protesteren deden ze nooit, al zag wie goed keek hun loom schuddende hoofden soms bedenkingen aantekenen: bij het groeiend aantal automobielen in de stad . hinderlijk, dat ronkend gespuis voor je benen. En die elektrische trams — sinds kort met bovenleidingen uitgerust, dat gaf flitsen waar je vreselijk van kon schrikken. Wat was er mis met stoom. en accuaandrijving? Waar waren al die nieuwigheden voor nodig?”

 

 1724493-9b48d2322eb4e92438bd1d26b0efff57.jpg
Pauline Genee (Heemskerk, 18 november 1968)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Joost Zwagerman, Toon Tellegen, Joost Oomen, Klaus Mann, Seán Mac Falls, Richard Dehmel, Eugenio Montejo

De Nederlandse dichter en schrijver Joost Zwagerman werd geboren in Alkmaar op 18 november 1963. Zie ook alle tags voor Joost Zwagerman op dit blog.

Uit: Chaos en Rumoer 

“En er veranderde niets. Je blééf slap en laf en bang – met dit verschil dat aan de andere kant van de lijn iemand aan je stem kon horen hoe slap en laf en bang je was. Een antwoordapparaat leek het perfecte redmiddel. Maar vrijwel iedereen die een boodschap insprak, eindigde met het verzoek om terug te bellen. Zo schoot je nóg niets op. Als het aan hem had gelegen, waren Karin en hij indertijd telefoonloos gaan samenwonen. Maar kennissen hadden hem bezworen dat je dat een vrouw niet kon aandoen.
Uiteindelijk bleek Otto’s bekentenis over zijn beschamende improductiviteit toch nog ergens goed voor te zijn, want Karin en hij bereikten een compromis inzake de telefoon. Het toestel ging niet de deur uit – dat weigerde Karin – maar wel vroegen zij een geheim nummer aan. Verder annuleerde Karin namens Otto, die zich al drukbezet en geclaimd voelde met één afspraak in het verschiet, de twee lezingen die hij had staan voor de komende maanden. Zo vielen ook de laatste drukkende verplichtingen weg, en Otto had goede moed dat het schrijven alsnog zou gaan lukken.
Maar toen de telefoon stil bleef en zijn agenda bevrijdend leeg was, begon hij zich te ergeren aan het zoemen van de ventilator in zijn computer. Bovendien was het licht in zijn werkkamer niet goed.
Tussen tien en twaalf uur viel een hinderlijke streep ochtendlicht diagonaal over zijn tafelblad en ’s middags scheen de zon vol op het raam. Zo zou het niemand lukken iets van belang te schrijven. En hij moest ook nodig een nieuwe bureaustoel.
Otto bevestigde een donkerblauw rolgordijn voor het raam. Nu kwam er een onheilspellende duisternis in zijn werkkamer te hangen. Dat was ook weer niet de bedoeling. Hij kocht tweedehands lamellen. Maar die maakten een hinderlijk flappend geluid wanneer het tochtte in huis.”
 

1681621-5f9979dad9e1d07d5ebed8fb3ee2a099.jpg
Joost Zwaerman (Alkmaar, 18 november 1963)

 

 

De Nederlandse dichter Toon Tellegen werd geboren op 18 november 1941 te Brielle. Zie ook alle tags voor Toon Tellegen op dit blog.

 

Een Bloem

Als ik een bloem was,
zou ik dan nu bloeien?
Of zou ik een bijzondere bloem zijn,
een onvoorstelbare bloem,
een bloem die niet kan kiezen tussen bloeien
en niet bloeien,

En die over de rand van een vaas voorover
leunt
om te zien of zijn afgrond een bodem heeft?

Of zou ik alleen maar kunnen bloeien,
moeten bloeien,
rood en gedachteloos,
op een ongerepte schoorsteenmantel, ergens
tussen schaamte en geluk?

En als ik een bloem was,
zou ik dan weten wanneer ik moest verwelken?
Nu nog niet?

 

Het museum

In het museum der Huiselijke Gezelligheid
zag ik de beroemde scherven.
Maar toen ik naar de Moeder vroeg
keek de suppoost mij ernstig aan.
Die is tijdelijk uitgeleend, zei hij.
Ik kwam in de zaal
van Steeds Dezelfde Dromen.
Ik rook daar de geur van een vergeten soep
in een vitrine voor het raam,
en op een rotan bank zat het bezoek
dat even langs zou komen.

Ik ging weer naar huis, nam onderweg nog bloemen mee
voor in een vaas.

 

 1681621-905952403c6654331bec72e80a7b35d8.jpg
Toon Tellegen (Brielle, 18 november 1941)

 

 

De Nederlandse dichter Joost Oomen werd geboren in De Bilt op 18 november 1980. Zie ook alle tags voor Joost Oomen op dit blog.

 

Plattegrond Nieuwe Stad

De stad is eerst veel groter
In die tijd loopt een straat van 't openbaar toilet
naar het eiland en weer terug
Zo heeft iedereen zijn eigen manier van zoeken

Maar elke dag zuigt de stad
zich ietsje meer samen. Er worden
wegen aangelegd voor wodka en glitter
Deze hal is geschikt voor sport, deze
zit vol asbest

Ook voor jou wordt de metropool een hutje
Je groet bekenden in de straat
Eerst weifelend
dan warm

De laatste stap is afstandelijk
moe van het patroon.

 

 

Elp

Ik had afgesproken dat ik in leven bleef
in ieder geval tot volgende week
Mijn agenda staat bol van de notities

Voor morgenochtend vroeg heb ik mijn wekker gezet
Om zeven uur zal ik opstaan, maar voor nu
lig ik draaiend in mijn bed
terwijl het vier uur is geweest

In dit dorp waar ik slaap
ben ik maar één keer eerder geweest
Het is hier heel erg stil op straat
De lantaarns hebben al vier uur en drie kwartier
voor niemand meer geschenen

De volgende morgen sta ik vroeg op
en loop verdoofd naar de badkamer
Ik moet eerst wat water drinken, mijn tanden poetsen
Vervolgens kleren aan en het huis uit

Ik herken de straten pas
na zes kilometer trappen.

 

 1681621-a52c83ddfc18d4daeb295d64a111ddf1.jpg
Joost Oomen (De Bilt, 18 november 1980)

 

 

De Duitse schrijver Klaus Mann werd op 18 november 1906 geboren in München als oudste zoon van Thomas en Katia Mann. Zie ook alle tags voor Klaus Mann op dit blog.

Uit: Der Wendepunkt

“Die Trauerfeier war eine ziemlich schauerliche Angelegenheit. Nichts kann deprimierender sein als dieser süßliche Duft nach Blumen und Verwesung in solchen luxuriösen Friedhofskapellen. Alles ist so gruselig wohlorganisiert... die Musik, die Anordnung der Kränze, die Reihenfolge der Reden ... Sinclair Lewis sprach von den alten Tagen in Berlin, als er Ernst Toller kennenlernte, und Oskar Maria Graf beschwor die noch früheren Zeiten in München herauf — Tollers revolutionäres Abenteuer, den Kampf gegen den weißen Terror des Generals von Epp. Vincent Sheean konnte seine Ansprache fast nicht zu Ende führen: Er vermochte ein nervöses Schluchzen kaum noch zu unterdrücken. Dasselbe passierte mit mir, als ich daran war, ein paar Worte zu sprechen. Ich wollte nicht zeigen, daß ich kurz davor war, loszuschluchzen. Es war mir in höchstem Maße peinlich.
Als die Reden beendet waren, defilierten alle Anwesenden am offenen Sarg vorbei, in dem Toller lag, geschmückt mit Blumen. Ich wagte nicht, ihn anzuschauen: Ich hatte Angst, sein Gesicht entstellt zu finden, oder ganz geschrumpft und ausgetrocknet wie eine wächserne Maske.
Ich fühlte mich angewidert und beschämt. Meine Ansprache war höchst unbefriedigend gewesen; und nicht einmal ganz aufrichtig. Dieses ganze Gerede von den Werken Tollers, die eine «triumphale» Wiederkehr nach Deutschland feiern würden, sobald das Dritte Reich zerschlagen sein würde - glaubte ich das wirklich? Erstens habe ich von Tollers Stücken nie besonders viel gehalten. Warum übrigens sollten sie zurückkehren? Und zu wem?
Wartete irgendwer auf sie? Hätte er sterben müssen, wenn irgendwer in Deutschland auf seine Dramen gewartet hätte? ... Armer Toller. Er starb, weil er erkannte, daß es keine Heimkehr gibt, weder für ihn noch für die Sachen, die er geschrieben hat; und daß es keine «alte Heimat» gibt, in die man zurückkehren könnte, und auch keine neue. Die Amerikaner interessieren sich nicht für seinesgleichen. Natürlich nicht. Warum denn auch? Er sah so besorgt aus und sprach fortwährend über Leute, die in Konzentrationslagern erschlagen wurden. Auf die Dauer hört sich keiner solche Geschichten gerne an.“

 

 1681621-c69b2332e67edc9c6620f181b209245a.jpg
Klaus Mann (18 november 1906 – 21 mei 1949)
Cover 

 

 

De Iers-Amerikaanse dichter Seán Mac Falls werd geboren op 18 november 1957 in Boston. Zie ook alle tags voor Seán Mac Falls op dit blog.

 

Uit: iKu (Samen met David Coleridge Ryan)

 

Moon in the eastern sky
And mist melds mountains with trees
A lanterns is sailing away

*

Frogs moaning, owls cry,
Snapping fish, humming bees, birdlings –
Valey morning song

*

River, snow melt marches,
Tiny leaves, soft bells, bears early –
No salmon running

 

 1681621-2d759620690ce83c4178a0bea2b3b71a.jpg
Seán Mac Falls (Boston, 18 november 1957)
Cover 

 

 

De Duitse dichter Richard Dehmel werd geboren op 18 november 1863 in Wendisch-Hermsdorf. Zie ook alle tags voor Richard Dehmel op dit blog.

 

Tief von fern

Aus des Abends weißen Wogen
taucht ein Stern;
tief von fern
kommt der junge Mond gezogen.

Tief von fern,
aus des Morgens grauen Wogen,
langt der große blasse Bogen
nach dem Stern.

 

 

Nächtliche Scheu

Zaghaft vom Gewölk ins Land
fließt des Lichtes Flut
aus des Mondes bleicher Hand;
dämpft mir alle Glut.

Ein verirrter Schwimmer schwebt
durch den Wald zum Fluß,
und das dunkle Wasser bebt
unter seinem Kuß.

Hörst du, Herz? die Welle lallt:
küsse, küsse mich!
Und mit zaghafter Gewalt,
Mädchen, küss´ich dich.

 

 1681621-c4be2d899082b0e8e01078b65f4d4306.jpg
Richard Dehmel (18 november 1863 – 9 februari 1920)
Als soldaat in WO I

 

De Venezolaanse dichter en schrijver Eugenio Montejo werd geboren in Caracas op 18 november 1938. Zie ook alle tags voor Eugenio Montejo op dit blog en ook mijn blog van 18 november 2010.

 

Iceland

Iceland and the distances which are left us,
with their frozen mists and fjords
where they speak dialects of ice.

Iceland so close to the pole,
purified by nights
where the whales suckle their young.

Iceland drawn in my exercise book,
the illusion and the tragedy (or vice-versa).

Could anything be more ill-fated than this longing
To go to Iceland and recite its sagas,
To traverse its fogs?

It’s the sun of my country
which burns so much
that makes me dream of its winters.
This equatorial contradiction
of seeking a snow that preserves heat at its core,
that doesn’t strip the cedars of their leaves.

I will never get to Iceland. It’s very far.
Many degrees below zero.
I’m going to fold the map over and bring Iceland closer.
I’m going to cover its fjords with palm tree groves

Vertaald door Peter Boyle

 

 

 1681621-dbbf29ed6256cbaf46ea917f9d6be09d.jpg
Eugenio Montejo (18 november 1938 - 5 juni 2008)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e november ook mijn blog van 18 november 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Joost van den Vondel, Auberon Waugh, Dahlia Ravikovitch, Rebecca Walker, Christopher Paolini, Max Barthel, Pierre Véry

De Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel werd geboren op 17 november 1587 in Keulen. Zie ook Zie ook alle tags voor Joost van den Vondel op dit blog.

 

Op de Vijf Zinnen

’t Misbruik der zinnen werkt in ’t einde pijn en smart,
Doch ’t redelijk gebruik vernoegt des mensen hart;
Dat ’s aardse zaligheid. Wie wenst hier groter goed,
Als, in ’t gezonde lijf, een gans vernoegd gemoed?

HET GEZICHT.

De blinde, die weleer aanschouwde ’t lieve licht,
Kan tuigen, wat het zij te missen het gezicht,
Te wroeten, als de mol, in duisternisse en dromen.
De blinde is hallef dood; men leeft door ’t oog volkomen.

HET GEHOOR.

Het redelijk begrijp, in ons het Godlijk deel,
Veroorzaakt tussen mens en dier een groot verscheel;
Maar och! wat zou het zijn, ontbeerden wij de spraak?
En nog waar beide niet, zo ons ’t gehoor ontbraak’.

DE REUK.

D’ ontloken rode roos heeft niet dan blad en kleur,
Bij reukeloze neus, niet snuffende de geur;
De reuk des geurs verkwikt het kwijnend hart des zieken,
En bindt aan ’t lijf de ziel, die vlug was met haar wieken.

DE SMAAK.

De smakeloze tong wordt met geen lust gevoed,
Zij weet van wrang noch zout, noch bitterheid, noch zoet.
De zoete saus is smaak, al schafte zelf Jupijn;
Want, waar de smaak ontbreekt, daar kan niet lekkers zijn.

HET GEVOEL.

’t Gevoelen is de min, waar naar het alles jankt.
Het kittelt zelf Jupijn, zodat hij ’t zich bedankt.
Men neem ’t gevoelen weg, zo treurt het welig wicht,
Met fakkel zonder vlam, met koker zonder schicht.

 

 1681189-111fdbcc08cc627ac7adf0cf20699283.jpg
Joost van den Vondel (17 november 1587 – 5 februari 1679)
Portret door Jan Lievens, 1660

 

 

De Britse schrijver journalist en polemist Auberon Alexander Waugh werd geboren op 17 november 1939 in Dulverton, Somerset. Zie alle tags voor Auberon Waugh op dit blog.

Uit: Will This Do? An Autobiography

„We sold Chilton Foliat rather well to an amiable businessman who has lived in it ever since. The money enabled Teresa to buy Combe Florey from my mother with enough left over to redec­orate the main house. It also enabled my mother to refurbish the wing according to her particular requirements, with vast stone sinks which never let the water out and stank. But it was a happy enough arrangement while it lasted.
*  *  *  *

Being a more intensely private person than Evelyn Waugh - who,despite all his protestations to the contrary, was in large part a public Figure - Laura Waugh was also, in her own way, more re­markable. As Laura Herbert, she grew up in three households -Pixton in Somerset, a large house in Bruton Street and Portofino -all crowded with guests from every corner of the earth. This gave her a pronounced distaste for social life.
My father had met her first at Portofino, when she was seven­teen. A year later, he was in love with her, but his suit did not seem well starred. Laura’s family was Catholic. Evelyn, who had become a Catholic in 1930 after the failure of his first marriage, seemed in no position to declare himself a suitor while his annul­ment was held up, apparently sine die, by the Westminster and Vatican bureaucracy. A further complication was that by unhappy coincidence his first wife, Evelyn Gardner, was a niece of Aubrey Herbert and Laura’s first cousin. Feeling in the family was strongly against the match. Although Evelyn Waugh was already a successful novelist, and would have been a catch for most teenage brides of the period, the Herberts were not a family to be in­timidated by smartness of that sort. Evelyn was thirteen years older than his bride, had already been married to one member of the family and, worst of all, came from a background which was distinctly middle class.”

 

 1681189-04ce82eed5ae3d34dc307ea9a4e14f75.jpg
Auberon Waugh (17 november 1939 -16 januari 2001)
Auberon, Alexander en Evelyn Waugh in 1965.

 

 

De Israëlische dichteres en schrijfster Dahlia Ravikovitch werd geboren op 17 november 1936 in een voorstad van Tel Aviv. Zie ook alle tags voor Dahlia Ravikovitch op dit blog.

 

Clockwork Doll

I was a clockwork doll that night,
and I turned left and I turned right
and when I fell and broke to bits,
they recomposed my wax and wits.

I was a proper doll once more,
my manner carefully demure;
and yet a doll of another kind—
an injured twig that tendrils bind.

And when they asked me to a ball—
although my steps were rhythmical,
they partnered me with dog and cat.

My hair was gold, my eyes were blue.
I wore a dress where flowers grew.
Cherries blazed on my straw hat.

 

Vertaald door Robert Friend

 

 

Like Rachel

To die like Rachel
when the soul shudders like a bird,
wants to break free.
Behind the tent, in fear and dread,
Jacob and Joseph speak of her,
a-tremble.
All the days of her life
turn head over heels inside her
like a baby that wants to be born.

How grueling. How
Jacob’s love ate away at her
with a greedy mouth.
As the soul takes leave now,
she has no use for any of that.

Suddenly the baby screeches,
Jacob comes into the tent—
all this Rachel does not even sense.
Rapture washes over her face,
her head.

Then did a great repose descend upon her.
The breath of her nostrils would not stir a feather.
They laid her down among mountain stones
and made her no lament.
To die like Rachel,
that’s what I want.

 

Vertaald door Chana Bloch en Chana Kronfeld

 

 1681189-e888c4fc3faa3f0747a3a4d6100f1d4f.jpg
Dahlia Ravikovitch (17 november 1936 – 21 augustus 2005)

 

 

De Amerikaanse schrijfster, uitgeefster en politiek activiste Rebecca Walker werd geboren op 17 november 1969 in Jackson, Mississippi. Zie ook alle tags voor Rebecca Walker op dit blog.

Uit: Baby Love

“For the last fifteen years I have told everyone—friends, family, hairdressers, editors, cabdrivers, doctors, and anyone else who would listen—that I wanted a baby. I want to have a baby, I would say with urgency or a wistful longing, or both. And I meant what I said, I really did, I just had no idea what I was talking about. I had almost no actual experience of babies, so the object of my wanting was abstract, the display of it ritualized. I want to have a baby was something I said, a statement that evoked a trajectory, a general direction for my life.
The truth is, I was wracked with ambivalence. I had the usual questions: When, with whom, and how the hell was I going to afford it? But there was something else, too, a question common—if not always conscious—to women of my generation, women raised to view motherhood with more than a little suspicion. Can I survive having a baby? Will I lose myself—my body, my mind, my options—and be left trapped, resentful, and irretrievably overwhelmed? If I have a baby, we wonder silently to ourselves, will I die?
To compound matters, I had a tempestuous relationship with my mother, and feared the inevitable kickback sure to follow such a final and dramatic departure from daughterhood. What if, instead of joy and excitement, my mother felt threatened by the baby, and pushed even further into the margins of my life? What if, then, out of jealousy and her own discontent, she launched covert or not-so-covert strikes against my irrefutable separateness, now symbolized so completely by becoming a mother myself?
Because mothers make us, because they map our emotional terrain before we even know we are capable of having an emotional terrain, they know just where to stick the dynamite. With a few small power plays—a skeptical comment, the withholding of approval or praise—a mother can devastate a daughter." 

 

 1681189-45475cf9c02ec323a8d57ad52f7f96ac.jpg
Rebecca Walker (Jackson, 17 november 1969)

 

 

De Amerikaanse schrijver Christopher Paolini werd geboren in Los Angeles County, California, op 17 november 1983. Zie ook alle tags voor Christopher Paolini op dit blog.

Uit: Eldest

“In the kitchen, Eragon brought a stone platter of food to a low table. Saphira watched him carefully in case he should have another attack. Several people tried to approach him, but she lifted a lip and growled sending them scurrying away. Eragon pretended to ignore the disturbances and picked at the food. Finally, trying to divert his thoughts from Murtagh, he asked, Who do you think has the means to take control of the Varden, now that Ajihad and the Twins are gone?
She hesitated. It's possible you could, if Ajihad's last words were interpreted as a blessing to secure the leadership. Almost no one would oppose you. However, that does not seem a wise path to take. I see only trouble in that direction.
I agree. Besides, Arya wouldn't approve, and she could be a dangerous enemy. Elves can't lie in the ancient language, but they have no such inhibition in ours-she could deny that Ajihad ever uttered those words if it served her purposes. No, I don't want the position. . . . What about Jörmundur?
Ajihad called him his right-hand man. Unfortunately, we know little about him or the Varden's other leaders. Such a short time has passed since we came here. We will have to make our judgment on our feelings and impressions, without the benefit of history.
Eragon pushed his fish around a lump of mashed tubers. Don't forget Hrothgar and the dwarf clans; they won't be quiet in this. Except for Arya, the elves have no say in the succession-a decision will be made before word of this even reaches them. But the dwarves can't be-won't be-ignored. Hrothgar favors the Varden, but if enough clans oppose him, he might be maneuvered into backing someone unsuited for the command.
And who might that be?
A person easily manipulated. He closed his eyes and leaned back. It could be anyone in Farthen Dûr, anyone at all.“

 

 1681189-dbd8653768ea59b5143a3e81298ee96b.jpg
Christopher Paolini (Los Angeles County, 17 november 1983)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Max Barthel werd geboren in Dresden-Loschwitz op 17 november 1893. Zie ook alle tags voor Max Barthel op dit blog en ook mijn blog van 17 november 2010.

Uit: Das unsterbliche Volk

“Der Mensch ist ein Geschöpf, das ja sagt und hofft. Jakob Bundschuh, ein Bauer mit kantigem Gesicht und kühner Nase über dem bartlosen, kräftigen Mund, kam vom Gemeindehaus und ging nachdenklich die breite, bestaubte Dorfstraße hinunter. Es war am 1. Mai, und der Redner mit den fahrigen Händen hatte halb russisch, halb deutsch vom Weltfeiertage der Arbeit gesprochen, vom Vermächtnis Lenins und vom Willen Stalins, der auch die Krim in paradiesische Landschaft verwandeln sollte.
Die Bauern des kleinen Dorfes Marienthal bei Simferopel in der Krim hatten schon viele Reden gehört, vor dem Krieg und nach dem Krieg, Reden und Versprechungen. Auch heute ließen sie mit unbeweglichen Gesichtern, die Augen waren wachsam, alles über sich ergehen. Der übliche Beifall fiel auf den Mann mit den flatternden Händen. Die vorgelegte Resolution wurde einstimmig angenommen. Und als dann der Redner verschwunden war, blieben die Bauern auf ihren Plätzen. Dann standen sie auf und stimmten die alten Lieder an, die von ihren Vorfahren vor hundert und noch mehr Jahren aus Deutschland mitgebracht und in den Steppen und Gebirgen von Geschlecht aus Geschlecht vererbt wurden.
Vom Meere wehte ein kühler Wind, tanzte aus der Straße und wirbelte den weißen Staub auf. Auch im Kaukasus hatte der Wind geblasen, aber es war ein andrer Wind gewesen, harscher, wilder und kälter, ein Wind von den Pässen und Gletschern, ein Sturm vom Kasbek und Elbrus. Und noch einen andern Sturm hatte der Dahinschreitende im Kaukasus erlebt. Im Herbst erhoben sich die Bergvölker.
Der Krieg war zu Ende.
Der Bürgerkrieg in Rußland begann.“

 

 1681189-e152c85ab4bc8b2178dda56b1e1b9066.jpg
Max Barthel (17 november 1893 – 28 juni 1975)
Dresden-Loschwitz 

 

 

De Franse schrijver Pierre Véry werd op 17 november 1900 in Bellon geboren. Zie ook alle tags voor Pierre Véry op dit blog enook mijn blog van 17 november 2009.

Uit: Les Disparus de Saint-Agil

"...Une musique.
Un son de piano, lent et grave.
Cela venait des étages supérieurs, de la classe de sciences, sans aucun doute, puisque
là se trouvait le seul piano qu'il eût à la pension.
- Mais voyons..., dit M.Pointis, que l'incident amusait plûtôt et qui ne pouvait rien soupçonner des sentiments de ceux qui l'entourait. La phrase musicale se développait, majestueuse de gravité et de lenteur.
- Ce motif... C'est la marche funébre de Chopin!
Oh! voilà qui est cocasse!
Dans la classe de sciences, on ne trouva personne.
Ou, plutôt, si : Martin.
Le squelette était assis au piano, ses mains sur les touches. ..."
(…)

"Je nous vois, descendant du pullman-car à Washington, Cincinnati ou Philadelphie. Nous échangeons un farouche et chaud Shake-Hand. Et, tout de suite, c'est l'Aventure... Tour à tour interprètes, mécaniciens, balayeurs de rues, marchands de cacahuètes sur les bords de l'Hudson, aujourd'hui businessmen brassant des millions, demain vagabonds, vivant de pain et d'eau..."

 

1681189-92310e54ada4be8da4af09a5b9a792db.jpg
Pierre Véry (17 november 1900 -  12 oktober 1960)

Geschreven door Romenu om 18:20 Reageer op dit bericht

Guido van Heulendonk

De Vlaamse schrijver Guido van Heulendonk (pseudoniem van Guido Beelaert) werd geboren in Eeklo op 17 november 1951. Hij schrijft romans, verhalen en essays. Terugkerend thema in zijn werk is het noodlot en de (vaak negatieve) gevolgen die toevallige omstandigheden kunnen hebben op het leven, de maatschappelijke positie en relaties van de personages in zijn verhalen. Na een studie Germaanse filologie aan de Universiteit Gent was van Heulendonk werkzaam als docent Engels en Nederlands. Later doceerde hij Engels aan het Gentse Provinciaal Instituut voor Hoger Onderwijs. In 1983 werd in het Nieuw Vlaams Tijdschrift voor het eerst een verhaal van Heulendonk gepubliceerd, met de titel “Het vierde woord”. Ruimere bekendheid verwierf hij twee jaar later, na het verschijnen van zijn eerste roman “Hoogtevrees”, waarvoor hij een aanmoedigingsprijs van de Provincie Oost-Vlaanderen ontving. Ook werd de roman voor de BRT verfilmd. Voor zijn roman “Paarden zijn ook varkens” ontving van Heulendonk in 1996 de De Gouden Uil Literatuurprijs in de categorie fictie.

Uit: Paarden zijn ook varkens

“Aan Bottelaers oog flitste een tv-fragment voorbij, een kunstprogramma dat allang was opgedoekt: iemand met een baard en een pijp liep door het Gentse stadscentrum, een bandopnemer aan een riem om de schouder, via een lange buis hield hij een microfoon bij zijn stappende voeten. Later zou de opname naar een stad in Amerika worden gestuurd (was het New York?), en daar ingebouwd worden in een of andere happening. Akoestische transplantatie van een Europese stadswandeling.
‘Wat vind je ervan? vroeg Helena.
Schitterend, zei hij.
Ze legde haar hand op zijn arm, drukte.
‘Wil je meewerken?’
Bottelaer keek naar haar vingers, registreerde de aanraking, zijn hart voelde alsof hij te bruusk in een heet bad was gestapt.
Met alle plezier, zei Als 2e dat wenste zou hij drie weken lang de hondenpoep van de Vrijdagmarkt schrapen. Nee, niet lachen, dat meende hij. Trouwens: hij nam aan dat er geen beperkingen waren wat de aard van de voorwerpen betrof?
Nee, alles kon, zei Helena. Als er maar een reden, een bewuste uitverkiezing was. Iets wat het object onherroepelijk aan de tijdruimte verbond. Gent-onder-haar-afwezigheid belichamen, samenvatten in materie, daar ging het om.
Ze houdt van mij, dacht Bottelaer. Als dit niet betekent dat ze van rne houdt, dan weet ik er niets meet van. Hij had zin om te roepen, zag moéddzins hoog afgetekend tegen een helblauwe lucht. Hij hield de kelner staande en bestelde twee sherry’s: om te klinken op het project, zei hij.”

 

 1788785-d5bec67c4b88600e7d4076249559c01b.jpg
Guido van Heulendonk (Eeklo, 17 november 1951)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Archibald Lampman

De Canadese dichter Archibald Lampman werd geboren op 17 november 1861in Morpeth, Ontario. Lampman stamde uit een van oorsprong Nederlandse familie, die tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog het Amerikaanse Pennsylvania verliet en zich vestigde in Ontario. Zijn vader was een Anglicaans geestelijke. Lampman bezocht Trinity College, Toronto, waar hij in 1882 afstudeerde. Vervolgens gaf hij enige tijd les op een high school, maar dat was geen succes. Daarna ging hij werken bij de posterijen in Ottawa. Hij overleed op 38-jarige leeftijd aan een hartkwaal en werd begraven op Beechwood Cemetery, een begraafplaats die hij zelf in een van zijn gedichten had beschreven. Lampmans oeuvre was beperkt in omvang. Het bestond uit slechts twee gedichtenbundels die tijdens zijn leven verschenen. Niettemin wordt hij gezien als een van de eerste belangrijke Canadese dichters. Zijn werk is gebaseerd op Europese voorbeelden uit met name de romantische literatuur. Ook na zijn dood werden nog werken van hem gepubliceerd.

 

What Do Poets Want With Gold?

What do poets want with gold,
Cringing slaves and cushioned ease;
Are not crusts and garments old
Better for their souls than these?

Gold is but the juggling rod
Of a false usurping god,
Graven long ago in hell
With a sombre stony spell,
Working in the world forever.
Hate is not so strong to sever
Beating human heart from heart.
Soul from soul we shrink and part,
And no longer hail each other
With the ancient name of brother
Give the simple poet gold,
And his song will die of cold.
He must walk with men that reel
On the rugged path, and feel
Every sacred soul that is
Beating very near to his.
Simple, human, careless, free,
As God made him, he must be:
For the sweetest song of bird
Is the hidden tenor heard
In the dusk, an even-flush,
From the forest's inner hush,
Of the simple hermit thrush.

What do poets want with love?
Flowers that shiver out of hand,
And the fervid fruits that prove
Only bitter broken sand?

Poets speak of passion best,
When their dreams are undistressed,
And the sweetest songs are sung,
E'er the inner heart is stung.
Let them dream; 'tis better so;
Ever dream, but never know.
If the their spirits once have drained
All that goblet crimson-stained,
Finding what they dreamed divine,
Only earthly sluggish wine,
Sooner will the warm lips pale,
And the flawless voices fail,
Sooner come the drooping wing,
And the afterdays that bring,
No such songs as did the spring.

 

 1788339-62d3f3854b4a3afcec6350f0e71765ee.jpg
Archibald Lampman (17 november 1861 – 10 februari 1899)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten