Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 17 september 2017 tot 18 september 2017

Michaël Zeeman, Armando, Ton Anbeek, Stephan Sarek, Omer Karel De Laey, Michael Deak, Einar Már Gudmundsson, Gerrit Borgers

 

De Nederlandse dichter, schrijver, journalist en literair criticus Michaël Zeeman werd geboren op Marken op 18 september 1958. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Michaël Zeeman op dit blog.

 

Marken

I
Het knekelveld: hier zag ik hen
toen ik niet beter wist of
aanstonds gingen graven open.
Engelen in blauwe overalls en
plompe modderlaarzen zij spatten
met water alsof het licht was.

Jeu de boules met het hoofd van
een man van honderdtachtig jaar
zij braken de kaak van zijn schedel
een tandeloze kinnebak en er droop
een lijntje van rulle aarde uit.

Rommelend zag ik later op die dag
de trage vuilniswagen naar dit
weiland gaan, de molens kraakten.
Zij gingen als mortel in een vloer
beensplinters, kiezen en weer
die draderige aarde.

De onbereikbaarheid: een brede wetering
om de heuvel vol graven, vol doden
samen met Angelica weet ik de angst
(mijn zusje, mijn zusje - al die verhalen)
wij stellen vast hoe smal de greppel werd.

Is dit te weten dat men ouder werd
het brede water werd een hinkestap
droogt na een jeugd de Lethe uit?

 

II.
Ons sjibbolet is mij reeds lang ontschoten
ik ken de taal niet die men nodig heeft noch
ken ik het gebaar dat vrede sticht en orde
en voor een antwoord zorgt of een gesprek;
er lopen mensen om mij heen aan wie ik ooit
gevraagd heb om een brood, een liter melk.

Nu ik mij witte hemden een lijntje stropdassen
verwierf trek ik mij spoedig terug in een café
de argwaan van een lompe jongen schimmen aan
een tap het werend vocht aan al het meubilair
stellen de engte vast van mijn verblijf.

 

 2074034-4f877d66433262bf4daea82e2a8db42e.jpg
Michaël Zeeman (18 september 1958 - 27 juli 2009) 
Marken

 

 

De Nederlandse kunstschilder, beeldhouwer, dichter, schrijver, violist, acteur, journalist, film-, televisie- en theatermaker Armando werd geboren op 18 september 1929 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Armando op dit blog.

 

Weggebracht

De mond zei dat de mond gesproken had.

Snel de laatste regel geschreven,
bleker dan een doodsklok.

Er werd op de driftige deur gebonsd.

Hier zijn de benen, hier zijn de armen,
ze worden weggebracht.

 

 2074034-4cdfdef13cc5737093d147b8bb194049.jpg
Armando: Melancholie, 2006

 

Nog

Het is er nog,
het feest van dwaze elfen,
de klopjacht op het evenbeeld,
een zitplaats voor de haat.

Het is er nog,
de hardgekookte hongersnood,
een zijweg aan de overkant,
de hang naar het verraad.

Het is er nu nog steeds,
het werd een metgezel.

 

 2074034-fe3205b8021fafc618edeeb029d98fb4.jpg
Armando (Amsterdam, 18 september 1929)

 

 

De Nederlandse schrijver en letterkundige Ton Anbeek werd geboren in Ede op 18 september 1944. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Ton Anbeek op dit blog.

Uit: De verkeerde wereld van Gerrit Komrij

“Een gedetailleerde analyse van de hele bundel kan hier natuurlijk niet gegeven worden. Enkele gedichten zijn bovendien bepaald niet gemakkelijk, zodat het afwegen van de interpretatiemogelijkheden vele bladzijden zou vergen (‘Helena's stopwatch’ bij voorbeeld, en het gedicht dat ‘Verkeerde wereld’ heet). Ik zal alleen wat uitvoeriger stilstaan bij het eerste gedicht, ‘Janus’, omdat het een aantal aanknopingspunten biedt om de thematiek van de bundel in zijn geheel te achterhalen. Janus is de Romeinse god met de twee gezichten, die nogal eens op poorten wordt afgebeeld: een geschikte titel voor een openingsvers.

Janus

De zee is droog. Het vasteland is nat.
Alleen de dode dingen hoor je zingen.
De levende hebben hun tijd gehad
En zwijgen stom. Groeten uit Scheveningen.

Op dit strand worden alle vrouwen mooi.
Hun ogen glanzen en rondom hun monden
Verdwijnt hier elke levervlek en plooi.
Haast om te zoenen zijn hier alle honden.

De jongens daarentegen hebben in
Hun neuzen onophoudelijk bezoek
Van kevers, in hun oogkas huist een spin.
Hun voorhoofd is vergaan, hun wang is zoek.

Regel 1 is een ondubbelzinnig signaal: we bevinden ons in de omgekeerde wereld. Het is overigens opvallend hoe hardnekkig sommige lezers deze opening een realistische interpretatie proberen te geven, iets in de geest van: ‘de zee is over het strand gespoeld, er zijn zandbanken boven gekomen enz.’ Dat lijkt mij een fundamenteel foute lezing, want de regel wil juist aangeven dat we ons in een andere werkelijkheid ophouden. Blijkbaar heeft het te maken met het dodenrijk want ‘de levende [dingen] hebben hun tijd gehad’. De afronding van de eerste strofe: ‘Groeten uit Scheveningen’ levert met zijn ansichtkaartencliché een ironisch commentaar op een wel heel vreemd strandtafereel.”

 

 2074034-82550a2c9938e37a849e743072f25671.jpg
Ton Anbeek (18 september 1944)
Borstbeeld van Janus in het Vaticaan

 

 

De Duitse dichter en schrijver Stephan Sarek werd geboren op 18 september 1957 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Stephan Sarek op dit blog

Uit: Das Truthuhnparadies

„Zwei Tauben waren nämlich gerade dabei, auf dem Balkon in meinen frischen Brötchen herumzuhacken, und als ich sie empört fortscheuchte, schissen sie mir vor Schreck auf den Tisch. Unschwer erahnte ich das Gesicht meiner Mutter, hätte sie dies gewusst. »Weißt du eigentlich, wie viele Krankheitserreger in solch einer Taube stecken?« würde sie vorwurfsvoll fragen. Anzunehmenderweise enthielt Taubenkacke Cholera-, Typhus- und Pestbakterien in einer ausgewogenen Mischung. Meine Mutter ist überängstlich, dachte ich, wusch mir aber gründlich die Hände, nachdem ich das Häufchen mit Toilettenpapier entfernt hatte. Meine Wohnung lag im dritten Stock und bot einen phantastischen Blick auf die Straße. Die meisten Balkone waren trostlos, grau und leer, doch der Nachbarbalkon eins tiefer war vollgestellt mit Antennen und Satellitenschüsseln. Als dort die Tür zur Wohnung aufging, sah ich auch, wem sie gehörte. Der Verrückte trat hinaus und schaute wie magisch angezogen gleich zu mir empor.
Er winkte mir fröhlich zu, zog aber dann, genau wie vorhin, wieder dieses geheimnisvolle Gesicht. Er stand etwas hilflos da. Offenbar wollte er mir auch diesmal sein Geheimnis verraten, wusste aber nicht, wie er es auf diese Distanz ohne Geschrei schaffen sollte. Als ich seinem Blick standhielt, sah er schüchtern zur Seite. Sicher hätte er ebenso zurückhaltend reagiert, wäre er ein ganz normaler Mann und kein Verrückter. Männer haben Angst vor starken Frauen, und dass ich eine starke Frau war, hatte ich eben beim Einkaufen bewiesen.
Der Verrückte zog sich in seine Wohnung zurück. Wie ein Hund, der seinen Schwanz einzieht, dachte ich. Und bei dem Stichwort Schwanz kam mir mein eigenes Problem einmal wieder in den Sinn. Mein Problem war nämlich, dass ich keines damit hatte. Diese Erkenntnis der jüngsten Zeit hatte meinen Entschluss mitgetragen, in eine Großstadt zu ziehen. Obwohl ich mich über zu wenige Verehrer nie beklagen konnte, war ich doch anders als meine ältere Schwester, die nun mit dem siebten Mann ihres Lebens eine Familie gründen wollte.“

 2074034-816159122e1da808eeeef216c708c7aa.jpg
Stephan Sarek (Berlijn, 18 september 1957)
Cover

 

 

De Vlaamse dichter, toneelschrijver en essayist Omer Karel De Laey werd geboren in Hooglede op 18 september 1876. Zie ook mijn blog van 18 september 2010 en eveneens alle tags voor Omer Karel De Laey op dit blog.

 

Verhangen

’s Nuchtens, over winter, hangt 'n
schuwe schooier in de top
van een eike, langs een wegel,
witgeijzeld, aan 'n strop.

Zijn gerokken lijf, in vodden,
wiegelt met een doof gerucht
van de takken, lijk de slinger
van een uurwerk, door de lucht.

Diepe, met de randen vóór zijn
ogen, zit een vette hoed,
en er leken uit zijn neuze-
gaten zwarte druppels bloed.

Over ’t veld, in wilde snakken,
loopt de scherpe wind en vaart,
huilend lijk een brakke, door de
stoppels van zijn roste baard.

Uit de hemel, grauw lijk asse,
met een aardig moordgeschreeuw
draait een kraaie, rond de eike,
nerewaarts, tot in de sneeuw.

En ze vlucht, omdat de schooier
zijn bebloede tong uitsteekt
naar de zon, die lijk een gouden
penning, door het oosten breekt.

 

 2074034-3078faa17af44abecd71f336221a6837.jpg
Omer Karel De Laey (18 september 1876 - 16 december 1909)
Plakket aan de voormalige woning van Omer Karel De Laey in Hooglede

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en docent Michael Deak (pseudoniem van Simon Kapteijn) werd geboren op 18 september 1920 in Alkmaar. Michael Deak is op 5 september op 95-jarige leeftijd overleden. Zie ook alle tags voor Michael Deak op dit blog.

 

Danseres

Zij ligt naast mij, reebruin; zij rekt zich uit
en laat mij zacht de lof der minnen spellen.
Met vingers die haar edeltenen tellen
streel ik de dieren achter in haar huid.

Wanneer de gemshoorn in het orgel fluit
dan zijn haar voetjes spitse springgazellen
waarin de welpen van haar enkels zwellen,
en die zijn snel en breekbaar als geluid.

Haar voeten zijn van Venus en volmaakt
met sterren om haar tenen te versieren
en als zij danst breekt er de melkweg uit.

Zij ligt naast mij, reebruin, als zij ontwaakt
en in mijn handpalm ademen de dieren,
slaags met haar hartslag waar mijn vinger sluit.

 

 2074034-ae135af0a80ec341e7aba56bbe7e63ca.jpg
Michael Deak (18 september 1920 – 5 september 2016)
Alkmaar, Kuipersbrug

 

 

De IJslandse dichter en schrijver Einar Már Gudmundsson werd op 18 september 1954 geboren in Reykjavík. Zie ook alle tags voor Einar Már Gudmundsson op dit blog en ook mijn blog van 18 september 2010.

 

I Think of You (Fragment)

I think of you
in the stairways of housing blocks
in the haze of the sweetshop
that was freedom beyond
the fence
that breaktime locked us inside
of you
when winter kindled cold cigarettes
between us
you in the sweetshop and heroes of
the cold war in pornographic poses
dirty magazines in the window
that made the boiler room mystical
when we made sure
no one could hear the kisses that rang
like shouts between us
I was hans and you were gretel
the witch was the woman upstairs

I think of you
who thought you could joke with days
that later proved deadly serious
and turned themselves in like gangsters
in the midwinter exams
that hung like a cobweb
in the ribbons of plaits and spread
over the crewcut heads
on an eternal bummer
in the headmaster's speeches
it was like jumping a bus only with time
putting it all off until tomorrow
sooner or later you would fall under the wheels
I think of you
whose only mistakes were made
from ruthlessness towards yourself
your face so wrinkled
so lethargic in a cottoned dream along the streets
like an airbed
that the wind has forsaken

and I think of me
turning to avoid that face
at the bus stop
like truth
like a memory I have buried
with an azure ticket between your fingers
en route to where
the used condoms
the broken ships
and the yellow asylum
still await you
at 16 rpm through life
gathering rings under your eyes in your sleep.

 

 2074034-af002d6963a23892731901fea20d2f29.jpg
Einar Már Gudmundsson (Reykjavík, 18 september 1954)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, biograaf en letterkundige Gerrit Borgers werd op 18 september 1917 te Brummen geboren. Zie ook alle tags voor Gerrit Borgers op dit blog.

Uit: Anna Blaman

“Onlangs wilde iemand van mij weten hoe het toch kwam, dat het werk van Anna Blaman, geschreven met zulk een warmte en overtuiging, geheel afgestemd op levensaanvaarding, niettemin op het hoofdthema is gebouwd van de menselijke eenzaamheid. Lag daar niet een tegenstrijdigheid in? Afkerig van een vlot antwoord in de trant van biografisch improviseren, maakte ik er mij met wat vage opmerkingen van af; toch moest ik er achteraf erkennen, dat de vraag wel degelijk zin had gehad, in zover er een paradox mee werd aangeroerd, die iets zeer wezenlijks behelst van wat Anna Blaman tot schrijven moet hebben gedreven.
Niets immers geeft een betere omschijving van de bestaansvoorwaarden van haar personages dan een eenzaamheid, die op verrassende wijze haar eigen tegendeel blijkt te zijn. Niet zozeer nog door de drang om een als ondraaglijk ervaren toestand desnoods geforceerd te doorbreken, - iets dat vaak genoeg in haar boeken geschiedt, - doch veeleer omdat eenzaamheid geen tastbare vorm aanneemt anders dan in innig contact met de medemens. Ik ben bijna éen met deze geliefde, of deze vriend, en doordat ik er zo dicht bij ben, zie ik eerst recht wat mij van het bereiken gescheiden houdt. De mens zonder bindingen, voor zover hij bestaat, weet misschien theoretisch, dat hij eenzaam is, maar hij wordt het zich niet bewust in concrete beproevingen. Hij is eenzaam, maar niet verlaten, en heeft er verder geen last van.
Deze oneenzame eenzaamheid, waarin Anna Blaman een persoonlijke variant beleefde op een algemeen menselijk grondconflict, heeft literair zeer verschillende vormen aangenomen, waarbij zich globaal een ontwikkeling laat opmerken van de overweldigende erotische passie, volstrekte eenwording belovend aan de onervarene, naar het rustiger verlangen naar wederzijds begrip, dat dan uiteraard onder diezelfde paradoxale wet komt te vallen van wel en niet, van slagen en mislukken op een en hetzelfde moment.
In de roman Eenzaam avontuur eenzaamheid genoeg; maar we kunnen dit ook anders beschouwen, want bij nader inzien zijn de handelende personen zo weinig eenzaam als het begrip avontuur met al zijn implicaties en bijbetekenissen maar te raden geeft. Lijden mag hier het individu onder zijn alleen-zijn, in ontgoocheling, waanzin, op zijn best berustend in menselijke beperktheid, de lezer vergaat het veeleer zo, dat hij na afloop de impressie behoudt van een overvolle ruimte, waarin de mensen borst aan borst elkaar door koortsachtig hijgen van hun bestaan en niet te korten rechten op geluk trachten te overtuigen.”

 2074034-6a0b9b5e0e156ae4eaeabbefeb16589e.jpg
Gerrit Borgers (18 september 1917 – 15 januari 1987)
Portret van Gerrit Borgers door W. Schrofer, 1960

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e september ook mijn blog van 18 september 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:35 Reageer op dit bericht

Nicolien Mizee

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster Nicolien Mizee werd in 1965 in Haarlem geboren. Toen ze 28 was ging ze naar de Schrijversvakschool, die in 1984 werd opgericht. In 2000, op 35-jarige leeftijd, publiceerde zij haar eerste roman ”Voor God en de Sociale Dienst”,over leven van een bijstandsuitkering, over haar werk als schildersmodel en haar opleiding aan de Schrijversvakschool. Drie jaar later volgde de roman “Toen kwam moeder met een mes”. Dat boek werd een groot succes. Het werd in 2004 genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. In 2006 kwam haar derde roman uit: “En knielde voor hem neer”. Intussen had de directeur van de Schrijversvakschool aan Nicolien gevraagd of ze les wilde geven in romans en verhalen schrijven. Daarnaast schreef zij voor het NRC Handelsblad. Later werden die stukjes gebundeld in het boekje “Schrijfles”. In 2015 verscheen “De Halfbroer”. Op 1 september van dit jaar verscheen “De kennismaking. Faxen aan Ger”

Uit: De halfbroer

“Met je moeder: zei ze op harde fluistertoon en alles was direct weer bij het oude. 'Er is iets vreselijks gebeurd. Oom Jan belde om te vragen hoe het met papa ging Ik vertelde natuurlijk dat het verschrikkelijk is, dat papa steeds het parlement toespreekt en de tafel dekt voor zijn dode broer. Dat ik niet weet hoe lang ik dit nog volhoud. En toen kwam ik boven en daar zat papa, met de hoorn in de hand. Hij had alles gehoord. Je moet direct komen? 'Goed,' Zei ik Ik trok het briefje van de muur en kneep het tot een prop, wat lastig was, met één hand. 'Kun je dan een pond tomaten voor me meenemen? Dat is nauwelijks een omweg voorjou, en het is misschien juist wel even prettig voor», een klein onnveggeije. Als ze wagen wat voor tomaten» wilt, dan zegje maar gewoon: 'gewone tomaten'. En als je tóch bij de groenteman bent, kun je dan ook wat selderij meenemen? 0, daar is de dominee. Hallo Johannes! Ja, ik laatje erin_ ik heb mijn dochter aan de telefoon, Nicolien, die ken je nog wel van vroeger, die komt zo om mij met Lex te helpen-.' Toen ik een kwartier later het tuinpad opkwam, zat mijn moeder achter de vleugel met haardominee, een kale man die van adel is en nog met de koningin heeft gecorrespondeerd. Ik haastte me naar boven en vond mijn vader aangekleed op bed, roerloos, de ogen open. 'Ben» echt? vroeg hij. 'Voel maar, zei ik en pakte zijn hand. 'Godzijdank,' zei hij zachijes.'Het werd ook tijd. Ik weet eindelijk waar ik aan zal doodgaan? Waaraan dan? vroeg ik. Aan uitputting. Ik ben gewoon steeds vermoeider. Ik vind het goed zo. Die dokters geven steeds geen antwoord. Ze noemen allerlei ziektes die ik heb, en voegen eraan toe dat ik daar niet aan zal doodgaan. Als ik dan vraag waar ik wél aan zal doodgaan, weten ze geen antwoord. Hij grinnikte:Ik heb een droge mond.' 'Ik zal een glas water voor» halen,' zei ik 'Ik heb een heel goed gesprek met Hans gehad, zei mijn vader.'Hij was
helemaal naakt maar hij zag er heel goed uit. Vannacht stond hij ineens naast mijn bed. Ik heb tegen hem gezegd dat ik zwaar in gebreke ben gebleven indertijd. Hij zei dat het niet gaf. Ik was ontzaggelijk opgelucht.' 'Dat kan ik me voorstellen, zei ik Ja._ Ik zei "Hans, we hebben nooit echt gepráát En ik wil dit gesprek graag voortzetten, maar ik ben nu te moe." Toen zei hij: °Dan doen we het op een ander moment" Ik 7ki: °Dat zou geweldig zijn." Toen was hij weer weg' Wat is er roetje pink? vroeg ik 'Ik ben tegen het hek aangevallen. Eens per week maak Ik een reuzensmak' Hij grinnikte. 'Dat geeft ook niets. Dat is eigenlijk wel aardig. We moesten naar het ziekenhuis. Er zit een scheur in het bot.”

 

 2074030-a2029a0ff0d1813ac136ef9c6bf23850.jpg
Nicolien Mizee (Haarlem, 1965)

Geschreven door Romenu om 18:16 Reageer op dit bericht

Koen Stassijns

De Vlaamse dichter, schrijver en vertaller Koen Stassijns werd geboren op 18 september 1953 in Ninove. Eigenlijk wilde Stassijns naar de toneelschool, maar zijn ouders verboden dat. Hij begon tegen zijn zin aan een rechtenstudie en gaf die na enkele geslaagde semestriële examens op omdat het niet bij zijn ambitie paste. Stassijns kwam terecht in het bedrijfsleven: in de wegsignalisatie. Hij startte een eigen bedrijf op en was redelijk succesvol, maar niet gelukkig. Na een decennium literaire inactiviteit begon Stassijns opnieuw met schrijven. In 1988 verscheen “Aanmaaktwijgen van een vuur” en dat werd meteen een succes.Zijn dichtbundels 'Paard van glas' (1993, 2001) en 'Zwijghout' (2000) verschenen bij uitgeverij Atlas in Amsterdam en kenden verschillende herdrukken. Samen met zijn vriend en collega Ivo van Strijtem bouwt hij als bloemlezer verder aan de gereputeerde reeks 'De mooiste van...' (Lannoo, Atlas) met vertaalde poëzie van Goethe, Tagore, Neruda, Heine, Brecht, Petrarca, Dickinson, Ungaretti, Hesse, Yeats, Stevens, Quasimodo... Met Geert van Istendael vormt hij een vertaalduo en vertaalde hij vele Waalse dichters, poëzie van W.B. Yeats en van Bertolt Brecht en diens leerling Heinz Kahlau, evenals chansons van Jacques Brel.

 

Dit dorp...

Dit dorp, ik laat het en verlaat
het, als viel ik na het vrijen uit
de klamme handdruk van de slaap.
Niet het gefluit van vogels die

loslippig vaak hun namen slaan
in de bewaarstam van een boom,
niet het gehuichel van de wind
die uit vier monden spreekt en aan

de leugens kleine vleugels bindt.
Maar om de vader en de vrouw
die hij bekroop en bloeden liet,
zo danig onverschillig sliep

dat ijs hem op de schenen stond.
Dat ik zijn kind was, deert mij nu
ik op de valreep merk: dit dorp,
de rode draad van het verdriet.

 

Voorlopig afscheid

1
Nu je weggaat geef ik je weer wat ik nog
nooit uit handen gaf: het oog dat weigerde
te zien zoals een ander voor hem deed,
het oor dat juichte, mond die steigerde

toen iemand afgemeten langs me gleed
of tastte met de vingers van elke dag.
Ja, ik herinner me de kroeg, als sneed
het mes nog door me heen, waar wij de macht

verdeelden, je buik die op en neer ging
toen je lach een frisdrank openspatte,
en hoe ik als een kruimel aan je hing.

Kom nog eens langs dat ik je trapsgewijze
leer verliezen, nu ik amper aan je raak.
Verlaat me niet, ik ben het al te vaak.         

 

2
De laatste dagen, en nog zoveel moet
aan kant gedaan, om nooit meer te vergeten.
Gooi overboord, scheep in, het ga je goed,
wij moeten maar eens willen wat we weten

dat wat wij willen er niet echt toe doet.
Ontroering heet nu: kast waarin mijn kleren
aandoenlijk toen ik er voor je uit ging, zoet
bed dat die herinnering licht op doet veren,

en een boek waarin ik je meenam op reis.
Naar het noorden, hoe ik je daar ontkleedde
en verboden bloemen sneed uit het ijs.

Neem al die beelden mee, begraaf ze niet in
nieuwe aarde, in een taal die ik nooit sprak.
En denk aan mij als aan een lekkend dak.

 

 2124207-68f2a69eea2fb25bd16a4235dff98c46.jpg
Koen Stassijns (Ninove, 18 september 1953)

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

H.H. ter Balkt, Piet Gerbrandy, William Carlos Williams, Ken Kesey, Abel Herzberg, Dilip Chitre, Ludwig Roman Fleischer, Albertine Sarrazin, Mary Stewart

De Nederlandse dichter H.H. (Herman Hendrik) ter Balkt werd geboren in Usselo op 17 september 1938. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor H. H. Ter Balkt op dit blog.

 

Gehoorzaam de wesp

Gehoorzaam de wesp
en zijn angel: zet
zoetigheid op tafel
Geliefkoosde dranken

Onder de linden
is het goed toeven,
kleverig
met een wesp op je glas

De wet van de wesp
is ouder dan wielen
hard als gesloten water
in de winter

Tot prinsjesdag, in september
leven de wespen, daarna
gaan zij op reces en
sterven een voor een

 

 

De benzinepomp

Strogele vogelschrik
wreed gestroomlijnd

’s nachts op zijn mooist
in de benzineboomgaard,

verjaagt noch verschrikt:
lokt de koplamp.

Tondelzwam,
vuurgevaarlijk

niet gedetermineerd
door Linnaeus.

Eksters leidt hij langs
’t nikkel in de kassa,

de plukkers drenkt hij
in de boomgaard.

Romp zonder armen,
mokkend crucifix;

een zwam, onwelriekend
aan de muur van stallen.

Aluminium
dagen, ijzeren jaren

kloppend op de snelweg
voedt zijn boodschap.

Benzinepomp,
vijfde evangelieschrijver!

Zuilenheilige
die zijn volgelingen

toeroept ‘Vlieg
naar de koperen einder!

Daar is de zoetheid.
Daar hangt de vrucht’.

 

 

Klein Hoefblad

Hoefblad werpt zijn heel verre van
gloeiende sterren op de groene planeet,
trillende schijnsels in de winterwind:
ze zweven en staan toch bijna stil.

Niet erg dichtbij, op een stuk of wat
parsecs, brandt de Orionnevel op 't groot
gasveld; sterren vóór duizend eeuwen,
bloeiden op, t uur dat de verkenner

scheepging, zijn al bijna roemloze
reis naar de planeet, na parsecs geland.
Rondziend (op zijn stengel) fluistert hij
‘Orion’, pluis bootst de lichten na.

‘Alles zo klein hier’, seint hij stil
naar de Orionnevel: hoefblad blijft hier,
gast uit het blauw die zijn missie vergat,
onontraadseld, fbi en radar ten spijt.

 

 2073638-513e201ccecf1da2d1e244df0e4a467a.jpg
H.H. ter Balkt (17 september 1938 – 9 maart 2015)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter, essayist en classicus Piet Gerbrandy werd geboren in Den Haag op 17 september 1958. Zie ook alle tags voor Piet Gerbrandy op dit blog.

 

Want bussen, die minacht
hij, tegen auto's voedt hij haat.
Verregend ploegt hij jarenlang
gerimpeld fietspad om.

Maar halverwege brak

krenk, gewricht laat los,
moeren rollen spottend
in de sloot. Stug hinkt
hij steppend voort naar Grol.
Geen griepje, nee liever steriele
slangen door de neus, haperende
symbolen op een schermpje, op de walkman,

die doorschreeuwt als ik niets meer hoor,
My Favorite Things. Zo wil ik dat het gaat:
weloverwogen en onopgemerkt.

Anonymus, particulier verzekerd.

 

 

Idyllen

I
Wat rent er die haas
voor je velgen van mes?
Moet hij dat hij zo'n
vaart ergens heen?

Nee, nooit werd hij waar
ook verwacht. Wat hem dreef
was vandaan, dat men sloot

zijn seizoen. Inderdaad
in geen velden zijn jager.

In je zog landt een koppel
gemaskerde duifgrijs
geharnaste kauwen in

aas dat - maar
langzaam - bedaart.

 

 2073638-b03799b892ee3ca9bdfe960424a6e98c.jpg
Piet Gerbrandy (Den Haag, 17 september 1958)

 

 

De Amerikaanse dichter William Carlos Williams werd geboren in Rutherford (New Jersey) op 17 september 1883. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor William Carlos Williams op dit blog.

 

Sympathetic Portrait Of A Child

The murderer's little daughter
who is barely ten years old
jerks her shoulders
right and left
so as to catch a glimpse of me
without turning round.
Her skinny little arms
wrap themselves
this way then that
reversely about her body!
Nervously
she crushes her straw hat
about her eyes
and tilts her head
to deepen the shadow—
smiling excitedly!

As best as she can
she hides herself
in the full sunlight
her cordy legs writhing
beneath the little flowered dress
that leaves them bare
from mid-thigh to ankle—

Why has she chosen me
for the knife
that darts along her smile?

 

 

Sonnet In Search Of An Author

Nude bodies like peeled logs
sometimes give off a sweetest
odor, man and woman

under the trees in full excess
matching the cushion of

aromatic pine-drift fallen
threaded with trailing woodbine
a sonnet might be made of it

Might be made of it! odor of excess
odor of pine needles, odor of
peeled logs, odor of no odor
other than trailing woodbine that

has no odor, odor of a nude woman
sometimes, odor of a man.

 

 2073638-7d48e6bbc3190085d7ccbfac44003a83.jpeg
William Carlos Williams (17 september 1883 - 4 maart 1963)

 

 

De Amerikaanse schrijver Ken Kesey werd geboren in La Junta (Colorado) op 17 september 1935. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Ken Kesey op dit blog.

Uit: Sometimes a Great Notion

“Down through the druid wood I saw Wildman join with Cleaver Creek, put on weight, exchange his lean and hungry look for one of more well-fed fanaticism. Then came Chichamoonga, the Indian Influence, whooping along with its banks war-painted with lupine and columbine. Then Dog Creek, then Olson Creek, then Weed Creek. Across a glacier-raked gorge I saw Lynx Falls spring hissing and spitting from her lair of fire-bright vine maple, claw the air with silver talons, then crash screeching into the tangle below. Darling Ida Creek slipped demurely from beneath a covered bridge to add her virginal presence, only to have the family name blackened immediately after by the bawdy rollicking of her brash sister, Jumping Nellie. There followed scores of relatives of various nationalities: White Man Creek, Dutchman Creek, Chinaman Creek, Deadman Creek, and even a Lost Creek, claiming with a vehement roar that, in spite of hundreds of other creeks in Oregon bearing the same name, she was the one and only original...Then Leaper Creek...Hideout Creek...Bossman Creek...I watched them one after another pass beneath their bridges to join in the gorge running alongside the highway, like members of a great clan marshaling into an army, rallying, swelling, marching to battle as the war chant became deeper and richer.”
(...)

“He had only smiled, condescendingly and therapeutically. "No, Leland, not you. You, and in fact quite a lot of your generation, have in some way been exiled from that particular sanctuary. It's become almost impossible for you to 'go mad' in the classical sense. At one time people conveniently 'went mad' and were never heard from again. Like a character in a romantic novel. But now"--And I think he even went so far as to yawn--"you are too hip to yourself on a psychological level. You are all too intimate with too many of the symptoms of insanity to be caught completely off your guard. Another thing: all of you have a talent for releasing frustration through clever fantasy. And you, you are the worst of the lot on that score. So... you may be neurotic as hell for the rest of your life, and miserable, maybe even do a short hitch at Bellvue and certainly good for another five years as a paying patient--but I'm afraid never completely out." He leaned back in his elegant Lounge-o-Chair. "Sorry to disappoint you but the best I can offer is plain old schizophrenia with delusional tendencies.”

 

 2073638-d71e76eb31c228ac28ae22b854f379c3.JPG
Ken Kesey (17 september 1935 – 10 november 2001)
The Storyteller Ken Kesey Memorial in Eugene, Oregon

 

 

De Nederlandse toneel- en kroniekschrijver en essayist Abel Herzberg werd geboren in Amsterdam op 17 september 1893. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Abel Herzberg op dit blog.

Uit:Meat and vegetables

“Wat doet nou per slot van rekening die hele 5de Mei ertoe? De gewone man gelooft het allang. Om aan de 5de Mei te denken, daar moet je toch voor gaan zitten! Dat is toch een karwei! Laat de redactie van dit nummer ons nu eens eerlijk biechten, hoeveel moeite het heeft gekost, om zijn inhoud bij elkaar te krijgen? Hoeveel spontaneïteit zit er achter? Ik weet zelf het best, wat een moeite het kost, je gedachten op een stuk voor een nummer, dat aan de 5de Mei is gewijd, te verzamelen. Waarom duurt het tien jaren voordat een boekwerk als Onderdrukking en Verzet gereed kan komen? Waar is de verontwaardiging gebleven, de vaart in het denken uit de jaren 1940-1945?
Je kunt het ook anders zeggen, en iemand die proza schrijft, zegt de dingen het best op de meest prozaïsche manier.
Kijk, op 3 October eet iedere goede Leidenaar, en eigenlijk iedere goede vaderlander, hutspot met klapstuk. Waarom eet geen mens op de 5de Mei meat and vegetables? Daar is geen minister voor nodig, geen regering en geen erecomité. Dat heeft niets met de economie te maken of met de industrialisatie. Waren de meat and vegetables, die de Canadezen medebrachten, minder welkom dan destijds, na het beleg van Leiden, de hutspot? De Joden eten op Pasen matzes. Waarachtig niet, omdat ze zo lekker zijn, al zijn ze dat. En op Poerim hamansoren, en ze steken op het Inwijdingsfeest een lichtje aan. Zonder regering en zonder minister en zonder bijzondere propaganda. En ze weten heel goed waarom. Ze herdenken feiten van duizenden jaren geleden. Ligt 5 Mei 1945 dan zoveel langer terug? Maar daar heb je die vervelende Joden weer. En de redactie wil per se, dat ik daarover schrijf.
Ze zal haar zin hebben.”

 2073638-a6f440c3b5d56a375d85d9d7cf43fe75.jpg
Abel Herzberg (17 september 1893 - Amsterdam, 19 mei 1989)

 

 

De Indiase dichter, schrijver, schilder en regisseur Dilip Purushottam Chitre werd geboren op 17 september 1938 in Baroda. Zie ook mijn blog van 17 september 2010 en eveneens alle tags voor Dilip Chitre op dit blog.

 

Dichter sein

Es war bloß ein Traum Namdeo und Vitthal Erschienen mir im Traum
Mach du gefälligst Gedichte Sagte Namdeo Hör auf deine Zeit zu vergeuden
Vitthal gab mir das Versmaß Und einen Klaps Um mich zu wecken Aus meinem Traum Im Traum
Die Gesamtsumme Der Gedichte die Namdeo zu schreiben gelobte War eine Billion Sagte er Alle ungeschriebenen, Tuka Fallen auf dich
Gewährtest du mir Nur Zuflucht, Herr Dir zu Füßen zu weilen In einer Reihe von Heiligen
Ich hab schon hinter mir gelassen Die Welt die mir lieb war Steh nicht still Du bist am Zug jetzt
Meine Kaste ist niedrig Meine Herkunft gering Ein bißchen Hilfe von dir Hält lange vor
Dank Namdeo Hast du mich besucht In einem Traum und der ließ mir zurück Poesie
Das ist wirklich ungewöhnlich, Hari Es heißt du linderst Leid Und hier steh ich, dein treuer Diener Und mein Haus ist heimgesucht von Poesie
Je mehr ich glänze mit Gedichten dir zum Lob Desto mehr läßt mein Werk scheint's zu wünschen übrig Das ist noch so ein erstaunlicher Widerspruch Sorge ist der Lohn für Achtsamkeit
Sagt Tuka: Herr, gerade wird mir's klar Dir zu dienen ist die äußerste Schwierigkeit
Bin ich ganz vom Boden abgehoben Bilde mir ein daß ich Gedichte schreibe Bestimmt werden die Dichter dich loben All die Prominenten lachen über mich
Des Lebens schwerste Prüfung Muß heute mir gelingen Wovon ich keine Ahnung hab Davon soll ich jetzt singen
Ich bin das Unschuldslamm das sündigen soll Was ich anstellen muß kann ich nicht sagen Anfänger bin ich in der Kunst ganz unbeschlagen Mein Meister selbst ist mir verhüllt
O Herr, erleuchte und begeistre mich Sagt Tuka: meine Zeit vollendet sich
Wo beginnt man mit dir O Herr, du hast keine Anfangszeile Es ist so schwer dich in Gang zu setzen
Alles was ich versuchte ging schief Du hast alle meine Möglichkeiten erschöpft
Was ich eben noch sagte hat sich in Luft aufgelöst Und ich lieg wieder am Boden
Sagt Tuka: ich bin wie betäubt Mir fällt nicht ein einziges Wort ein

 

Vertaald door Lothar Lutze

 

 2073638-f9cddc7245f335f462f96930403f6fa3.jpg
Dilip Chitre (17 september 1938 – 10 december 2009)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ludwig Roman Fleischer werd geboren op 17 september 1952 in Wenen. Zie ook alle tags voor Ludwig Fleischer op dit blog en ook mijn blog van 17 september 2009 en ook mijn blog van 17 september 2010

Uit: Der Büttelschrei. Die Ilias, die Äneis und die göttliche Komödie in Schüttelreimen

 

Wir stückten früh. Er sagte: Auf nun in die finst’re Limbusnacht.
Kein Heiliger ist dort, der milde unter seinem Nimbus lacht.
Vielmehr sind’s Frühgeburten, die nie Böses taten, am Bösen litten.
Und dennoch würden sie vergeblich Jesus ums Erlösen bitten.
Der größte Christenschuft kann sich von Sünden durch die Beicht’ entleeren,
selbst knapp vorm Tod. Doch die gerechten Heiden kann Gott leicht entbehren.
(....)

Ich bin Erzähler, Schüttler. ‘S zeig als Worterheischer Fleiß ich,
und ich gesteh’s: nicht Kantendübel, sondern Fleischer heiß ich.
Stirb ich, will ich Olymp-wärts, mit Dionysos und Hermes leben
Und mich hinweg von aller Unbill dieses Erdenlärmes heben.
Doch denk’ ich – tu den Geist mit Wein jetzt freudedurstig heben, laben,
dass wir nur dieses eine, ach so kurze Erdenleben haben.

 

 2073638-42e23b94d0a56509207de1a74b0792eb.jpg
Ludwig Roman Fleischer (Wenen, 17 september 1952)

 

 

De Franse dichteres en schrijfster Albertine Sarrazin werd geboren op 17 september 1937 in Allgiers. Zie ook alle tags voor Albertine Sarrazin op dit blog en ook mijn blog van 17 september 2009 en ook mijn blog van 17 september 2010

 

Sur les frais oreillers de marbre ciselé

Sur les frais oreillers de marbre ciselé
Où fane un lourd feston de corolles savantes
Se confondent sans fin les amants aux amantes
Qui se sont fait mourir du verbe ensorcelé

Avares du vieillir ô vous enviez-les
D'avoir sur le tremplin des extases si lentes
Laissé ce million de minutes naissantes
Et bien royalement le monde tel qu'il est

Cette nuit-là comme il s'aimèrent sans mensonge
Quelque pouce géant dans sa toute bonté
À fait rouler leurs yeux hors des coffres du songe

Cependant que très loin sur les terres bénies
Les violons têtus enchantaient les Asies
Et riaient de tendresse leurs divinités

 

 

Je suis en mal du mal que j'aime

Je suis en mal du mal que j'aime
Du ciel fauve où bat sans arrêt
Appel rythmé la forêt
Pour l'impossible poème.

Dans nos courses d'enfant pas sage
Sous le dôme d'air et de lait
Comme la fontaine volait
Légèrement au visage.

Le vent bruni couleur de flûte
Dans le sable nous effaçait
Et douce pluie dansait
Mêlant nos pas en sa chute.

 

 2073638-bf45ed8de668bbb6d41c4e4010791a7a.jpeg
Albertine Sarrazin (17 september 1937 – 10 juli 1967)

 

 

De Engelse dichteres schrijfster Mary Stewart werd geboren op 17 september 1916 in Sunderland. Zie ook alle tags voor Mary Stewart op dit blog en ook mijn blog van 17 september 2009 en ook mijn blog van 17 september 2010

 

Lidice

This is a conquered village. Here is death
Sitting in silence; stone from very stone
Has dropped, and grey grass of oblivion
Crawls in the cracks to blot the lines beneath.
Cottage, street, orchard — blackened boughs uplifted
That have borne fearful fruit — and everywhere,
Over the village that has died in fear,
The thin essential dust has drifted, drifted.

This was a conquered village: but the hour
In which it died brought it beyond the clutch
Of fear, to freedom; and the tyrant's touch
Startled potentiality to power.
Oh fools who did this thing, who dream of winning
Safe from day's arrow, from the noonday's terror,
Authors of unimaginable error —
Did you not know the End is the Beginning?

There is no end, oh blind. Though you have shot
The fortunate men, though girls in different graves
Lie crying through the night, though you call slaves
Children with murdered eyes — yet you forgot
There is no end. Since you have blindly made
Dangerous what lay dormant here before,
You who have murdered sleep shall sleep no more,
And shall, who wrought by terror, be afraid.

 

 2073638-56d8b863ba065cab85a2a5218429f1e8.jpg
Mary Stewart (17 september 1916 – 9 mei 2014)

Geschreven door Romenu om 10:42 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten