Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 12 november 2017 tot 13 november 2017

Christine Otten, Inez van Dullemen, Frank Westerman, Timo Berger, Hadjar Benmiloud, Nico Scheepmaker, José Carlos Somoza, Peter Härtling, Stanisław Barańczak

De Nederlandse schrijfster en journaliste Christine Otten werd geboren in Deventer op 13 november 1961. Zie ook alle tags voor Christine Otten op dit blog.

Uit:De laatste dichters

Herfst

Hij herinnerde zich de precieze datum: n november 1979. Het was een donderdagnamiddag. Hij was in Ameja's flat, een chic appartement op de achtste verdieping aan Columbus Avenue. Hij keek naar buiten. Het regende zacht. Hij keek naar de druppels op het raam die langzaam naar beneden gleden, zich kronkelend een weg baanden over het glas. Buiten waren de straatlantaarns al aan. Hij zag de bomen in Central Park, de bonte schakering van geel en groen en rood en roestbruin. De dunne waterige wolken erboven en het bleke oranjegele zonlicht dat erdoorheen probeerde te breken. Zelfs nu, ruim twintig jaar later, herinnerde hij zich ieder detail van het treurige uitzicht. Alsof alles stilstond. De glanzende weerspiegeling van zijn gezicht in het glas. De lichtjes van de auto's en taxi's beneden in de straat versmolten tot een langgerekt glinsterend beeld, een vervagende lichtflits die zich nestelde op zijn netvlies. Nooit eerder had hij New York zo gezien, de stad als een abstract schilderij, bevroren onder zijn blik. De stad als een perfecte weerspiegeling van zijn gemoedstoestand. Hij voelde zich kalm. Zijn hoofd was helder. Hij hoorde het trage zoemen van de verwarmingsketel. Het was alsof hij zijn hele leven naar dit moment toe had gewerkt. Alles wat hij tot nu toe had beleefd, al het geweld, de commotie, de liefdes, de seks, de teleurstelling, het succes, vloeide uit hem weg en liet hem leeg achter. Zo voelde hij zich: alsof hij klaar was te vallen, zo diep als maar kon. Ameja was weg. Ze had hem gezegd dat ze laat zou zijn, dat ze voor zaken naar Harlem moest en dat hij op haar moest wachten. Vanuit de keuken sijpelde de branderige, bittere geur van gekookte cocaïne de woonkamer in. Zaid zat in de keuken. Zaid was een vooraanstaande predikant van de Nation of Islam. Hij was niet weg te slaan bij Ameja. 'Kom op, brother Umar, dit moet je proberen, dit is de volgende stap,' had hij gezegd met die fluisterende, samenzweerderige stem van hem. 'Dit gaat verder dan snuiven, dit is de hemel op aarde.' Hij zei het nooit waar Ameja bij was. Ameja had hem verboden het spul te roken. Hij kon zoveel wit poeder van haar krijgen als hij wilde, zolang hij het maar niet rookte. 'Dan is het afgelopen,' zei ze. 'Dan gooi ik je eruit.' Die middag was hij nuchter. Hij had zich geschoren en gedoucht en een van de witte zijden overhemden aangetrokken die Ameja voor hem had gekocht bij een nicht op sa5th Street. Ameja kocht van alles voor hem.”

 

 2091902-173a6857d2995c652aa4b8f6e3b15c3c.jpg
Christine Otten (Deventer, 13 november 1961)

 

 

De Nederlandse schrijfster Inez van Dullemen werd op 13 november 1925 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Inez van Dullemen op dit blog.

Uit:De twee rivieren

“Iedere nieuwe reis was een testcase voor me waardoor ik in staat was mijn geest een nieuw sopje te geven, mijn West-Europese arrogantie op de helling te zetten. Geen schoonmaakbeurt van mijn huis maar een schoonmaak van mijn manier van denken.
Ik mis het reizen. Tegelijkertijd mis ik het terugkeren van de reis om wat ik gezien heb te kunnen herkauwen. Het kost me moeite het leven dat achter me ligt te overzien. Daar heerste een duidelijk ritme van eb en vloed, een naar binnen en weer naar buiten gerichte beweging. Soms bleef ik dagenlang in bed liggen met een grote rotzooi aan boeken en papieren om me heen zodat ik mijn energie kon opladen. Ik mis de verrukking van het rijden in een trein, de vertrektijd op een bord te zien staan, in krijt geschreven, vaag lichtschijnsel te zien scheren over een desolaat perronnetje aan het eind van de wereld. Het geluid van de wielen onder me, geen telefoon meer, geen brieven of tv-beelden. Kinderen, man, poes, planten, schoonmoeder, allemaal tot schimmen verbleekt. Het had iets met een verdwijntruc te maken, het verlangen iemand anders te worden. Reizen in de catacomben van een wereldstad: Tokyo. Omlaagduiken in het ondergrondse netwerk en tegelijkertijd de bovengrondse stad zonder ogen registreren. Wie waren al die mensen met wie ik samen reisde? Wat waren hun verborgen verlangens? Ik zie nog het meisje in de metro voor me dat haar stripboek las met op haar shirt Mickey Mouse is my Hero, daarnaast een man die een cryptogram oploste en met zijn trillende hand Japanse lettertekens in hokjes plaatste. Tegenover mij een kromgebogen oude vrouw die de dag van de Bom op Hiroshima nog moet hebben meegemaakt. Om me heen nieuwsgierige ogen, geverfde ogen, doodse, bedrieglijke, starende, impertinente, verleidelijke ogen. Gestropdaste heren, hangend aan lussen in de fluisterende trein die door de mollengangen onder de metropool Tokyo van hot naar her suist.”

 

 2091902-70f8a79d4234620c51b567bf978070e4.jpg
Inez van Dullemen (Amsterdam, 13 november 1925)
Cover

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Frank Martin Westerman werd geboren in Emmen op 13 november 1964. Zie ook alle tags voor Frank Westerman op dit blog.

Uit: In het land van de ja-knikkers

“Op mijn dertigste kreeg ik mijn eerste enige echte baan. Zo een met een salarisschaal, een dertiende maand en een kerstpakket.
‘U krijgt een auto.’ De adjunct-hoofdredacteur zei het zakelijk: een auto hoorde bij mijn functie.
Het voelde als de hoofdprijs in een televisiequiz. Per 1 december 1994 werd ik algemeen verslaggever. ‘Verslaggever’ vind ik een mooiere titel dan dan ‘journalist’. Als verslaggever gééf je iets, en geven is - meestal - leuker dan nemen. Maar dan de toevoeging ‘algemeen’: het mocht dus over álles gaan. Mijnbouw én ruimtevaart. Terschelling én Nova Zembla. De oerknal én de apocalyps.
Bij ons op de krant - NRC Handelsblad - stond de algemeen verslaggever boven de verslaggever binnenland. Wij vergaderden op maandag en mochten de rest van de week naar eigen inzicht besteden; ‘binnenland’ vergaderde iedere ochtend om 8 uur aan de middentafel en stortte zich aansluitend op het nieuws om de deadline van 13 uur te halen. Voor de leden van de redactie binnenland geen auto-van-de-zaak.
Vijf jaar had het me gekost om hier te komen: in het kantorenpark van Rotterdam Alexander aan de A20. Ik was in Wageningen opgeleid tot irrigatie-ingenieur, maar ik wilde schrijver worden, of eerst maar journalist.
Wegwezen uit Wageningen zag ik als voorwaarde voor welk schrijverschap dan ook. In de herfst van 1988 had ik de sprong gewaagd. Maar zodra mijn stage bij een tijdschrift in Amsterdam op 31 december afliep, was ik teruggeworpen op de provincie, op Wageningen. Oud en Nieuw dat jaar bezorgde me een kater die niet overging. Op straat kreeg ik te horen: ‘Hé, jij was toch naar Amsterdam?’
Van de wederomstuit sloot ik me op in mijn kamer – met De brieven van Vincent van Gogh. ‘Je kunt een groot vuur in je ziel hebben, en niemand komt er zich aan warmen.’ Ik kwam mijn bed niet uit en wentelde me in zijn Weltschmerz. ‘De voorbijgangers zien niets dan een beetje rook boven uit de schoorsteen komen, en gaan huns weegs.’
In elke brief vond ik iets troostrijks of grappigs. ‘Om te slagen heb je ambitie nodig, en ambitie lijkt me iets absurds’, schrijft Vincent in de zomer van 1887 vanuit Parijs aan zijn broer Theo. Meteen in de volgende brief, aan zijn zus Wil: ‘Leer dansen of wordt verliefd op een of meer notarisklerken, officiers, enfin ’t geen onder uw bereik is, doe liever, veel liever een aantal dwaasheden dan Hollandse studie. ’t Dient glad nergens toe."

 

 2091902-d651de4e8a5a3c38ca41f85a88240d46.png
Frank Westerman (Emmen, 13 november 1964)

 

 

De Duitse dichter,schrijver en vertaler Timo Berger werd geboren op 13 november 1974 in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Timo Berger op dit blog

 

Algerische Weise

Ach, könnt ich einer dieser Geckos
sein, mal starr wie ein Toter
mal mit einem Meter pro
Sekunde die Wand hinauf

Mimese, Mimikry, Moneten
was soll's: Solange die Maden
im Mund, ist der Gourmet
gezügelt; Heuschrecken
kommen sautiert auf
den Teller, den Spinnen wird
nachgesetzt im blauen Dampf
Bad oder ganz entspannt auf
dem Parkplatzpoller
aufgelauert.

Ach, könnt ich einer dieser Gecken
sein, im schillernden Schuppenfrack
mit diesen Basedowschen Augen
ohne Wimpernschlag, diese Leichtigkeit
ich meine nicht die Lamellen,
mit denen sie kopfüber an Glas anhaften
ich meinen ihren Stil, dieses Techno
tänzelnde, dieses plötzliche Innehalten
in Denkerpose.

Ach, könnt ich El Greco sein
ich würd' nicht den Großinquisitor malen
mir genügten diese Echsen
in grellen Farben, die über die Leinwand
flitzen und jeder Fliege etwas zuleide
tun.

 

 2091902-86f450e05b2bafa81f5cc4fcc6ac9d28.jpg
Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)
Stuttgart 

 

 

De Nederlandse schrijfster, columniste en radiopresentatrice Hadjar Benmiloud werd geboren in Amsterdam op 13 november 1989. Zie ook alle tags voor Hadjar Benmiloud op dit blog.

Uit: Als Barbie kan praten (Column)

“Verwende kleine meisjes krijgen deze feestdagen van hun marionet-ouders een Hello Barbie: de nieuwste generatie paspop die niet alleen praten kan, maar ‘ook heel goed luisteren’. Je moet wel heel hersenloos zijn om dit aan je kind te geven. Deze robot-Barbie kost naast 80 dollar ook al je privacy. Een ingebouwde microfoon registreert alles wat er gezegd wordt, stuurt dit sneller dan de Barbiejet naar het hoofdkwartier van Barbie en Ken, en verwerkt de input in algoritmes die ‘inzichten verschaffen in de hersenspinsels’ van hun vijfjarige gebruikers. Zo weet Barbie steeds beter wat ze terug moet zeggen, en zo weet Mattèl, (maar ook elke willekeurige hackende buurjongen, zie ‘een kind kan de hack doen’ in de laatste NRC Next) eigenlijk àlles. Ook dingen die niemand van je prinsesje wil weten.
Mijn Barbies konden gelukkig alleen luisteren. Als onvermoeibare therapeuten hebben ze hele gezinsdrama's voor me verwerkt. In mijn Barbiehuis gebeurde onmenselijke dingen, en als er eentje praten kon had ze je de vreselijkste dingen verteld. Ik moet er niet aan denken dat Mattèl had meegeluisterd. De acht Barbies maakten het thuis gezellig met opengeknipte ballonnen, mishandelden met paperclips de twee Kens, en maakten daar vervolgens met elkaar weer ruzie over totdat een van hen heel hard ging schreeuwen. Dit onder begeleiding van de soundtrack van Goede Tijden, Slechte Tijden. Om het goed te maken deden Ken, Kenny en Barbie één tot en met acht altijd gewoon hun kleren uit. Dat was het spannendst. Daar maakte ik soms (altijd) rare geluiden bij. Hello Barbie had vast de kinderbescherming ingeschakeld.”

 

 2091902-a38b542fb883e485a3bdc2dce4a729ed.jpg
Hadjar Benmiloud (Amsterdam, 13 november 1989)

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en columnist Nico Scheepmaker werd geboren in Amsterdam op 13 november 1930. Zie ook alle tags voor Nico Scheepmaker op dit blog.

 

Levensbron

De zee is de zee, een geweldig vat
waarin dood en verderf regeren.
Ik neem op zijn tijd een verfrissend bad,
maar leer toch de dood niet waarderen.

De zee is als zee ook een levensbron,
dat kun je bij iedereen lezen.
En toch zit ik liever terzij in de zon
een beetje mijzelf te wezen.

De zee is de zee, het domein van de vis,
en de draagster van duizenden schepen.
Ik weet dat de zee een godgeschenk is,
maar ik heb het er niet op begrepen.

 

 

Electriciteit

Het is avontuurlijk te leven
in een land vol elektriciteit,
waar de dingen eendrachtig streven
naar een beetje beweeglijkheid.

Je drukt op een knop en ze zoemen,
ze schudden, bewegen en draaien,
of laten zich 'bruikbaar' noemen
omdat ze op hun manier naaien.

Maar in werkelijkheid zijn ze alle
(contant of met winkelkorting)
uit de hemel op aarde gevallen
en min of meer self-supporting.

Laatst kreeg ik zo'n kreng op mijn voet:
hij snorde en dronk van mijn bloed.

 

 2091902-3b1348a7dbd736f60105186daa988d22.jpg
Nico Scheepmaker (13 november 1930 - 5 april 1990)
Cover

 

 

De Spaanse schrijver José Carlos Somoza werd geboren in Havana, Cuba op 13 november 1959. Zie ook alle tags voor José Carlos Somoza op dit blog.

Uit:Clara et la pénombre (Vertaald door Marianne Million)

« L’horrible.
“Il était à sa droite. Un geste léger, une ombre mobile illuminée par la clarté du seuil. Elle tourna sur elle-même avec un calme inédit. Le degré d’horreur qu’elle éprouvait était parvenu à son maximum (elle se sentait sur le point de hurler), ce qui signifiait qu’elle avait enfin découvert l’horrible et qu’elle s’apprêtait à le contempler.
C’était une fillette. Une fillette qui vivait au grenier. Elle portait un ensemble bleu marine de Lacoste et avait les cheveux lâches et très bien coiffés. Sa peau semblait de marbre. On aurait dit un cadavre. Mais elle bougeait. Elle ouvrait la bouche, la refermait. Elle battait intensément des paupières et elle la regardait.
La terreur lui traversa la peau. Son cœur devint une souris et elle le sentit grimper à l’aveuglette à l’intérieur de sa poitrine jusqu’à lui obstruer la gorge. Ce fut un instant de terrifiante éternité, une fraction de seconde fugace et définitive, comme l’instant de notre mort.
En quelque sorte, d’une façon inexplicable mais puissante, elle sut à cet instant précis que cette fillette était la vision la plus terrifiante qu’elle eût jamais contemplée et qu’elle contemplerait jamais. Ce n’était pas seulement horrible, mais infiniment insupportable.
(Cependant, sa joie ne connaissait pas de limites. Elle contemplait enfin l’horrible. Et l’horrible était une fillette de son âge. Elles pourraient être amies et jouer ensemble.)
Elle s’aperçut alors que le vêtement Lacoste était celui que sa mère lui avait mis ce dimanche, que la coiffure était semblable à la sienne, que les traits étaient les siens, que le miroir était grand et que son cadre était dissimulé dans la pénombre.
-C’était une frayeur stupide, lui dit sa mère, qui était accourue en l’entendant crier et la tenait dans ses bras."

 

 2091902-6ab930668c0aa64c459b505728845184.jpeg
José Carlos Somoza (Havana, 13 november 1959)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Peter Härtling is geboren op 13 november 1933 in Chemnitz. Zie ook alle tags voor Peter Härtling op dit blog.

 

An meine Feinde

Ich frage mich,
was ich aufheben soll.
Viel habe ich zusammengetragen
in den letzten Jahren:
für wen könnte es nützlich sein.
Wer hätte Spaß daran?

Wenn ich wieder
schreibe, dann
über die Bruchstücke,
von denen wir
annehmen, sie seien
alles.
Mein Gedächtnis
erinnert Sätze,
die erst Erinnerung
haben werden.
Wenn überhaupt.

 

 

Alte Liebe

Woher weisst du,
dass meine Knie
schmerzen,
dass Knoten meine

Finger teilen,
dass mir mein Atem
Mühe macht,
wenn ich liebe.
Woher weisst du,
dass ich fremd
gehe,

wenn ich heim will?

 

 2091902-486684df8d0686ebfee96e0581b2e329.jpg
Peter Härtling (Chemnitz, 13 november 1933)

 

 

De Poolse dichter, vertaler en literatuurwetenschapper Stanisław Barańczak werd geboren op 13 november 1946 in Poznań. Zie ook alle tags voor Stanisław Barańczak op dit blog en ook mijn blog van 13 november 2009 en ook mijn blog van 13 november 2010.

 

Voice Coaching

Yes, with the voice that, miles above O’Hare,
tunes in to tell you all is going well
(ten tons of metal hanging in mid-air
with you inside — how could that scare the hell
out of you) — with that warm (yet sparkling cold)
vocal soft drink, full of refreshing bubbles
of confidence, for no doubt ever troubles
the hand that holds what it’s been told to hold;

or that of a TV evangelist
blaring: “Downtrodden? It’s godless behavior:
Send a check and you’ll make our special list
of guests for the next Coming of the Savior”,
as he drowns out even his backup (seven
blond bouffant angels plus the drummer’s racket)
with his electric-blue message and jacket:
“You Too Shall Enter the Kingdom of Heaven”,

or, above all, the voice of a pop star,
Mary, say, as in “Peter, Paul and Mary”
(in their prime, that is), crooning that we are
all human, hence our lot is not so scary;
we soft-rock, after all, the same big boat,
and isn’t hate just dissonance, forever
to be remixed as harmony? (a clever
harmonic shift here catches at our throat) -

if I could speak with such a voice; but no.
No radiant resonance of vocal chords,
no vibrant diaphragm; instead, a raw
respiratory tract, where the work horse
of hoarse voice drags its cart (or is it hearse),
its neighs and whinnies increasingly timid,
too hurried, though, to observe the speed limit.
Not that You spare me disguised messengers:
hosts of them have descended with their tips
and words of wisdom. B., our Latin teacher
(himself a lisper): “I say, move your lips,
my lad! Don’t whisper!” Or that constant feature
of any public talk I’m weak enough
or vain enough or fool enough to offer:
the frail old ladies who approach and proffer
backhanded compliments: “Marvellous stuff,

sir, but we didn’t catch a single word;
can’t you speak up, so that those in the farther
rows can hear too?” Oh lord. No, being heard
seems to me somehow — I don’t know — well, harder
than speaking; to be heard, you’ve got to utter
your words with the faith, not that they are true,
but that they matter. Otherwise, you mutter.
Faith is your voice coach. But what about You,

what about Your own speech impediment?
Why dont’t You ever speak up, just to let
us hear You, if not fully comprehend?
Move your lips, my Lord. Marvellous stuff, yet
I, in my back row, cannot catch a squeak.
Forgive me. Seriously: I do try. Rather,
I understand, the way one stutterer does another:
by suffering with him as he tries to speak.

 

Vertaald door Stanisław Barańczak en Clare Cavanagh

 

 2091902-39639a83ec9ea7238949185e2b9affe8.jpg
Stanisław Barańczak (13 november 1946 – 26 december 2014)
In 1986

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook mijn blog van 13 november 2016 deel 2.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 13 november 2008, mijn blog van 13 november 2007 en ook mijn blog van 13 november 2006.

Geschreven door Romenu om 18:33 Reageer op dit bericht

Bert Leston Taylor

De Amerikaanse dichter, columnist en humorist Bert Leston Taylor werd geboren op 13 november 1866 in Goshen, Massachusetts. Zijn vader, die in de walvisindustrie werkte, had tijdens de burgeroorlog als officier in de marine gediend. De Taylor's verhuisden naar New York, waar Bert de openbare school en vervolgens de New York University bezocht. Hij studeerde oorspronkelijk rechten, maar gaf dat op om journalistiek na te streven. Hij probeerde tevergeefs zijn eigen tijdschrift te publiceren en verhuisde toen naar Vermont, waar hij voor een aantal bronnen schreef. Later begon hij zijn eigen krant, wederom onsuccesvol, het duurde maar een paar maanden. Vervolgens schreef Taylor editorials voor de Manchester Union, ontmoette zijn vrouw, Emma Bonner en verhuisde naar Minnesota, waar hij redacteur werd van de News-Tribune. In 1899 verhuisde Taylor naar Chicago en deed mee aan een wekelijkse competitie voor bijdragen aan een column, "A Little Bit About Everything." Taylor won drie weken op rij de competitie en kreeg de opdracht om die column te schrijven. Vanwege de populariteit van de column kreeg hij zijn eigen column, "" A Line o 'Type or Two, "wat een succes was. Taylor nam in 1903 ontslag en verhuisde naar Connecticut. Daar werd hij redacteur van het tijdschrift, "Puck." In 1909 werd hij terug naar Chicago gelokt om opnieuw zijn column voor de Tribune te hervatten en bleef daar toen tot aan zijn dood. Naast columns en poëzie schreef Taylor ook drie Libretto's, waaronder “Captain Kidd, Coin Collector” dat in 1894 werd geproduceerd.

 

The Lazy Writer

In summer I’m disposed to shirk,
As summer is no time to work.
In winter inspiration dies
For lack of out-door exercise.
In spring I’m seldom in the mood,
Because of vernal lassitude.
The fall remains. But such a fall!
We’ve really had no fall at all.

 

 

On The Eve

Now fare they forth to battle,
    And none for peace shall sue;
And ye who sneer and cavil --
    They fight your battle, too.
Scoff if you will, but stand aside,
    For there is work to do.

All ye who mock and flout them
    May go your idle ways:
They care for no man s censure,
    They ask for no man s praise.
Against Oppression s sullen ranks
    A stainless flag they raise.

And every wife and mother,
    And child that hugs her knee,
And every son and father
    That is or is to be,
Shall one day rise and praise the men
    Who struck for you and me.

Then go they forth to battle,
    And high the hope they hold;
And in the time to follow
    Their story will be told:
For men have fought, and kept the faith,
    Since "the brave days of old."

 

 2116483-3d49f2468a84f31837a8a10871e13a51.jpg
Bert Leston Taylor (13 november 1866 – 19 maart 1921)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Am vierundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten (Annette von Droste-Hülshoff)

 

2091440-52b4401855a1b454c0e756fc5c6dc272.jpg
De Cijnspenning door Peter Paul Rubens, ca. 1612

 

 

Am vierundzwanzigsten Sonntage nach Pfingsten
Evang.: Vom Zinsgroschen

Gebt Gott sein Recht und gebt's dem Kaiser auch!
Sein Odem ist's, der um den Obern schwebet,
Aus Hochmut nicht; in Eigenwillen hebet
Nicht eure Rechte gen den heil'gen Brauch.
Doch Gott und Welt im Streit: da, Brüder, gebet
Nicht mehr auf Kaiserwort als Dunst und Rauch.
Er ist der Oberste, dem alle Macht
Zusammen bricht, wie dürres Reisig kracht.

Den Eltern gib und gib auch Gott sein Recht!
O weh des Tiefgesunknen, dem verloren
Der frömmste Trieb, Jedwedem angeboren,
Den Freisten stempelnd zum beglückten Knecht.
Doch stell' den Wächter an der Ehrfurcht Toren
Und halte das Gewissen rein und echt;
Er ist der Vater, dem du Seel' und Leib
Verschuldest, mehr als irgend Mann und Weib.

Den Gatten lieb' und denk' an Gott dabei!
Er gab den Segen dir, als am Altare
Den Eid du sprachst, gewaltig bis zur Bahre
In Fesseln legend deine Lieb' und Treu'.
Doch wird die Liebe Torheit, o dann wahre,
O halte deine tiefsten Gluten frei!
Er ist es, dem du einer Flamme Zoll
Mußt zahlen, die kein Mensch empfangen soll.

An deine Kinder hänge nur dein Herz,
In deren Adern rollt dein eignes Leben;
Das Gottesbild, in deine Hand gegeben,
Es nicht zu lieben, wäre herber Schmerz.
Doch siehst du zwischen Glück und Schuld es schweben,
Wend' deine Augen, stoß es niederwärts;
Er, über tausend Kinder lieb und hehr,
Er sieht dir nach, ist deine Seele schwer.

Und auch dem Freunde halte Treue fest,
Mit der die Ehre innig sich verbunden,
Ein irdisch Gut, was Gnade doch gefunden,
So lang es nicht die Hand der Tugend läßt.
Doch nahen glänzender Versuchung Stunden,
Dann aller Erdenrücksicht gib den Rest
Und klammre an den Einen dich, der dann
Dir mehr als Freund und Ehre geben kann.

So biete Jedem, was sein Recht begehrt,
Und nimm von Jedem, was du darfst empfangen;
Dein Herz, es mag an zarten Banden hangen,
Die Gottes Huld so gnadenvoll gewährt;
Doch drüber wie ein Glutstern das Verlangen
Nach Einem leuchte, irdisch unversehrt,
Nach Einem, ohne den dein Herz so warm
Ewig verlassen bliebe doch und arm.

 

 2091440-62db35f3f35d426ce448fb2f1c4c8293.jpg
Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)
Burg Hüllshoff, het geboortehuis van de dichteres tijdens een tuinbeurs.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 12e november ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 10:09 Reageer op dit bericht

Daniël Dee, Lize Spit, Lucia Berlin, Frank Witzel, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Malcolm Guite

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

Dit buikje is niet van het bier...
mijn leven is een leugen en ik ben een leugenaar want het door mij geschrevene is de waarheid niet

dit buikje is niet van het bier maar van de beelden
die ik te gulzig heb opgeslokt er valt niet van poëzie
te leven de mens maakt muziek zij weet hoe dat moet
jeroen brouwers schrijft een boek hij weet hoe dat moet
ik weet niet zoveel ik snap niets van de grote verdwijntruc
en dat is op dit moment erg vervelend de kamer is gevuld

op een dag - die dag hoeft nooit te komen -
zal ik hem vragen iets voor mij te doen

wat aftrekbaar is van de belasting want zelfstandig zijn is hip
kinderwensen bootmissers en trouwperikelen het bezoek
is immers dertig plus mijn demonen zijn leeftijdsloos

ik zal hem een aanbod doen dat hij niet kan weigeren

laat ik even mijn ogen sluiten en daarna drie keer met mijn ogen
knipperen
dan verdwijnt het bezoek vanzelf

 

 

Zo zitten we weer...

zo zitten we weer hele dagen in de tuin naar de vogels te kijken en
's avonds
vallen we in slaap voor de televisie

sinds die nacht toen alle doden ontwaakten uit hun graven het gedoe
dat dat opleverde mag als bekend worden verondersteld zeker
met een stel van die hufters die ineens weer terug waren

hoe dood je iets dat al dood is en dan die allesoverheersende geur van
verrotting

ik was immers gelukkig toen ik jullie ineens weer zag
er waren nog zoveel onafgemaakte onbesproken zaken
hoewel het er nu gek genoeg weer niet van komt

de meeste vogels trekken reeds naar het zuiden

 

 2091429-ab5330557dcc0a227a820795e70464d9.jpg
Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

 

 

De Vlaamse schrijfster Lize Spit werd geboren in Viersel op 12 november 1988. Zie ook alle tags voor Lize Spit op dit blog.

Uit: Het smelt

“Ik klim de smalle, losstaande ladder op. Eenmaal boven zie ik meteen het muffe gordijntje, de ingang van het kamp dat we twee jaar geleden bouwden. Voor we begonnen met de balen te stapelen, hadden we een heel plan getekend. Het werd een kamp in de vorm van een slakkenhuis, in het midden een hol. Er moesten drie gangen omheen worden gebouwd, waarvan twee doodlopende. Daarin hingen we plakkerige vliegenvangers op, om indringers te vatten. Dit alles bouwen besloeg meerdere zomerdagen. Toen het klaar was hebben we hier één keer de nacht doorgebracht. Het is een goed teken dat Pim dit hol niet heeft afgebroken.
Ergens binnen in de stapels stro klinken gedempte stemmetjes, onverstaanbaar. Ik kruip onder het gordijntje door. De gang waarin ik terechtkom is smaller, donkerder en muffer dan ik had verwacht, maar misschien ben ik gewoon breder. Ik kan er nog net op handen en knieën door kruipen. Hoe dichter ik naar de kern toe beweeg, vanwaar de stemmen komen, hoe moeilijker het wordt te ademen. Vlak voor het einde van de gang, tegen het hol aan, zit een dikke spleet tussen twee balen. Er valt een streep licht door. Hier hoor ik Laurens plots klaar en duidelijk.
'Agnes is die met het oké lichaam. Maar haar kop is zo verschrikkelijk lelijk. En bij Kim is het net omgekeerd. Die heeft wel een oké kop, maar tussen ons gezegd en gezwegen, zij is een pannenlat.' Waarschijnlijk vroeg Pim hem tussen twee meisjes een zeer hypothetische keuze te maken.
'Wist je dat de mossels van meisjes zout proeven?' zegt Pim.
'En hoe weet jij dat dan?'
'Vergelijk het met een slokje zeewater. Soms eerder de Noordzee. Soms Atlantische oceaan.'
Zowel Pim als Laurens hebben nog nooit in de Atlantische oceaan gezwommen. Dat weet ik zeker. We zijn alle drie nooit verder dan Nederland of Frankrijk gereisd, dat was waar we ooit fier over waren, dat we door dat gebrek aan kennis de klascomputer mochten gebruiken om foto's op te zoeken.”

 2091429-a5e59a83890742f9b613aec17a36b9fd.png
Lize Spit (Viersel, 12 november 1988)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Lucia Berlin werd geboren op 12 november 1936 in Juneau, Alaska. Zie ook alle tags voor Lucia Berlin op dit blog.

Uit:Handleiding voor poetsvrouwen (Vertaald door Maaike Bijnsdorp, Lucie Schaap en Elles Tukker)

“Op een gegeven moment ging ik door hem ook zelf naar mijn handen kijken. Ik zag hem half grijnzen toen hij me daarop betrapte. Voor het eerst kruisten onze blikken elkaar in de spiegel, onder DE MACHINES NIET TE VOL LADEN. Er straalde paniek uit mijn ogen. Ik keek in mijn eigen ogen en weer omlaag naar mijn handen. Afgrijselijke ouderdomsvlekken, twee littekens. Onindiaanse, zenuwachtige, eenzame handen. Ik zag kinderen en mannen en tuinen in mijn handen. Zijn handen lagen die dag (de dag dat ik naar de mijne keek) elk op een strakblauw dijbeen. Meestal trilden ze hevig en liet hij ze gewoon trillen op zijn schoot, maar die dag hield hij ze stil. De inspanning die het hem kostte om ze niet te laten trillen maakte zijn adobekleurige knokkels wit. De enige keer dat ik buiten de wasserette met mevrouw Armitage had gepraat was toen haar wc overstroomde en het water via de kroonluchter op mijn verdieping naar beneden kwam. Het licht bleef gewoon branden terwijl het water er regenbogen in spetterde. Ze greep mijn arm met haar klamme, stervende hand en zei: 'Is het geen wonder?' Hij heette Tony. Hij was een Jicarilla Apache uit het noorden. Toen ik hem een keer bij het binnenkomen nog niet had gezien, wist ik dat het zijn slanke hand was op mijn schouder. Hij gaf me drie muntstukken. Ik begreep het niet, had bijna dank je wel gezegd, maar zag toen dat hij de bibberaties had en de drogers niet kon bedienen. Nuchter valt dat al niet mee. Je moet de knop met je ene hand omdraaien, het muntstuk met de andere erin doen, het vakje met de munt naar beneden duwen en dan de knop terugdraaien voor de volgende munt.”

 

 2091429-2bc37750a9e9f7fe54303e1f9490e2ac.jpg
Lucia Berlin (12 november 1936 - 12 november 2004)

 

 

De Duitse schrijver, illustrator, radiopresentator en muzikant Frank Witzel werd geboren op 12 november 1955 in Wiesbaden. Zie ook alle tags voor Frank Witzel op dit blog.

Uit: Die Erfindung der Roten Armee Fraktion durch einen manisch depressiven Teenager im Sommer 1969

„Aber was komisch ist, dass die unseren Namen sagen, also den Namen für unsere Gruppe, Rote Armee Fraktion, obwohl der noch gar nicht richtig feststeht, weil wir eigentlich noch mal abstimmen wollen, weil Claudia den nicht so gut findet, ihr allerdings auch nichts anderes eingefallen ist, weshalb sie gesagt hat, dass wir vielleicht gar keinen Namen bräuchten, weil wir schließlich keine Kinder sind, die einen Club gründen, was auch stimmt, obwohl es schon besser ist, einen Namen zu haben, besonders wenn noch andere dazukommen. Trotzdem frage ich mich, woher die das in den Nachrichten wissen, weil wir niemandem was gesagt haben, also, ich auch nicht, nicht mal Achim.
Und Claudia würde garantiert nichts sagen, weil sie auch in der Basisgruppe ist, und da dürfen sie wirklich nie verraten, was sie da besprechen, und bei Bernd ist es ohnehin klar, weil der manchmal schon nervt mit seiner Geheimniskrämerei. Aber der Michael Reese, der hält sich immer verdächtig nah bei uns auf, weil er aufschnappen will, über was wir re-den und was wir gut finden, damit er das nachmachen kann. Aber gerade weil wir das wissen, weil das außerdem nervt, diese Nachmacherei, passen wir bei ihm besonders auf, und in der Schule reden wir über so Sachen sowieso nicht, das haben wir vorher ausgemacht, auch nicht in der Pause. Wenn was ist, dann sagen wir einfach, heute Mittag an der Lohmühle oder irgendwo anders, oder wenn’s ganz dringend ist, dann auf dem Nachhauseweg am Sportplatz, aber auch da passen wir immer höllisch auf, weil da manchmal auch Lehrer sind. Aber beim Reese weiß man nie, und Bernd meint auch, dass der uns vielleicht richtig hinterherspioniert und in der kleinen Pause, wenn wir im Fahrradkeller kurz eine rauchen, zurück in den Klassenraum geht und unsere Ranzen durchwühlt, weshalb wir nie was Verdächtiges in der Klasse lassen, sondern alles immer im Parka haben. Reese liest auch Landserheftchen und hat als Einziger eine Frisur, wo die Haare mit Pomade nach hinten gekämmt werden.
Damit sieht er richtig spießig aus, aber beim Sport, wenn er durchgeschwitzt ist und die Haare nach vorn fallen, gehen sie über sein ganzes Gesicht, so lang sind die. Und dann in der einen großen Pause, als wir Boxschläge immer nur markiert und knapp vorm Gesicht abgebremst haben, hat er Bernd direkt auf die Nase gedroschen und behauptet, er hätte sich verschätzt, aber vielleicht war das damals schon Absicht, vielleicht ist er wirklich hinter uns her und will sich rächen, weil wir uns immer über ihn lustig machen, denn er wird immer so schnell rot und lässt dann jedes Mal einen Stift auf den Boden fallen und bückt sich und hebt ihn auf, damit es so aussieht, als wäre ihm bloß vom Bücken das Blut in den Kopf gestiegen.“

 

 2091429-959ca07509a1e2d928262f881a227cae.jpg
Frank Witzel (Wiesbaden, 12 november 1955)

 

 

De Nederlandse dichter Johnny van Doorn (The Selfkicker) werd geboren op 12 november 1944 in Beekbergen en groeide op in Arnhem. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Johnny van Doorn op dit blog.

Uit: Gevecht tegen het zuur (Maandag)

“'t Gebeurde op een novemberochtend. Jaren van gezelligheid (een sluipende gezelligheid met de daarbij horende drankjes) braken me op. Ik schudde mijn katterig hoofd en moeizaam kwam ik tot het inzicht dat ik moest stoppen met dat ritueel. Mijn studie van het caféleven was me uit de hand gelopen.
Rond 1970 begon het. In bierhuizen, knijpjes, waar het vrije woord levendig werd gebruikt, verschansten we ons. Een stelletje rotlachers en dromers... Goochelend met woorden charmeerden we, als we de kans kregen, nieuwsgierige meisjes die naar het 'vrijgevochtene' lonkten. De drank had nog een erotische impact. Toch sneller dan je verwachtte werd de gezelligheid in die kringetjes een verlammende aangelegenheid. Ik had al 's eerder opgemerkt: altijd dezelfde koppen in de kroeg, niet te vergeten je eigen blaséje kop. Gevolg: conflicten vanwege de schijnrelaties - iedereen denkt iedereen te kennen, wat achterklap oplevert die niet onderdoet voor het geouwehoer in, laten we zeggen, een doorsnee straatje.
Hoewel, dat was het verraderlijke: telkens keerde het gevoel terug dat je sublieme ogenblikken beleefde. Vooral in het holst van de nacht. Je rookt een pijpje, je drinkt een glaasje, grootse werken zweven voor je geest, je zal de wereld versteld doen staan, maar o wee, de volgende ochtend heb je weer 't zuur.
`Gedaan met het gezellige doorzakken,' mompelde ik op die koude novemberdag in '74. Met krakende pas naderde ik het Roelof Hartplein terwijl een sneeuwbui me tot op het bot verkleumde. Ik vroeg me af wat ik de afgelopen nacht had aangericht. Iemand vermoord? Dodelijke beledigingen? Uitgesloten... deze keer was ik van hot naar haar in een auto vervoerd en uiteindelijk lag ik in een bovenhuis, ergens achter het Concertgebouw, op een stretchbed te ronken. Vaag herinnerde ik me nog een gillende vrouw in het trapportaal en Rijk de Gooyer, zingend op de wc.
Merkwaardig... liep daar toevallig niet De Gooyer, aan de overkant van het Roelof Hartplein? Ik zag hem op z'n rug. Onmiskenbaar de gestalte van onze komiek; misschien dat-ie me kon opvrolijken.”

 

 2091429-69c231bed510ae9fd050e33be5e025fb.jpg
Johnny van Doorn (12 november 1944 – 26 januari 1991)

 

 

De Uruguayaanse dichteres, schrijfster, vertaalster en journaliste Cristina Peri Rossi werd geboren op 12 november 1941 in Montevideo. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Christina Peri Rossi op dit blog.

 

Astonishment (Fragment)

Teach me – you say, from your avid twenty-one years
believing still that one can teach something

and I, who passed sixty
look at you with love
that is, with farawayness,
(all love is love of differences
the empty space between two bodies
the empty space between two minds
the horrible presentiment of not dying in twos)

I teach you, gently, some quote from Goethe
(Stay instant! You are so beautiful!)
or from Kafka (once there was, there was once
a mermaid that did not sing)

while the night slowly slides into dawn
through this window
that you love so much
because its nocturnal lights
conceal the true city

and actually we could be in any place
these lights could be those of New York,
Broadway Avenue, those of Berlin, Konstanzerstrasse,
those of Buenos Aires, calle Corrientes
and I withhold from you the only thing that I truly know:
poet is one who feels that life is not natural
that it is astonishment
discovery revelation
that it is not normal to be alive

it is not natural to be twenty-one years of age
nor be more than sixty

it is not normal to have walked at three in the morning
along the old bridge of Córdoba, Spain, under the yellow
light of its streetlamps

-three in the morning-
not in Oliva nor in Seville.

 

Vertaald door Diana Decker

 

 2091429-031d488aa846c32b832071ff2f4fbb38.jpg
Cristina Peri Rossi (Montevideo, 12 november 1941)

 

 

De Amerikaanse, feministische schrijfster Naomi Wolf werd geboren in San Francisco op 12 november 1962. Zie ook alle tags voor Naomi Wolf op dit blog enook mijn blog van 12 november 2010

Uit: How I was arrested at Occupy Wall Street

“I thanked him, returned to the protesters, and said: "The permit allows us to walk on the other side of the street if we don't block access. I am now going to walk on the public sidewalk and not block it. It is legal to do so. Please join me if you wish." My partner and I then returned to the event-side sidewalk and began to walk peacefully arm in arm, while about 30 or 40 people walked with us in single file, not blocking access.
Then a phalanx of perhaps 40 white-shirted senior officers descended out of seemingly nowhere and, with a megaphone (which was supposedly illegal for citizens to use), one said: "You are unlawfully creating a disruption. You are ordered to disperse." I approached him peacefully, slowly, gently and respectfully and said: "I am confused. I was told that the permit in question allows us to walk if we don't block pedestrian access and as you see we are complying with the permit."
He gave me a look of pure hate. "Are you going to back down?" he shouted. I stood, immobilised, for a moment. "Are you getting out of my way?" I did not even make a conscious decision not to "fall back" – I simply couldn't even will myself to do so, because I knew that he was not giving a lawful order and that if I stepped aside it would be not because of the law, which I was following, but as a capitulation to sheer force. In that moment's hesitation, he said, "OK," gestured, and my partner and I were surrounded by about 20 officers who pulled our hands behind our backs and cuffed us with plastic handcuffs.”

 

 2091429-9231c477b01266868e45558f7b7a8abe.jpg
Naomi Wolf (San Francisco, 12 november 1962)

 

 

De Engelse dichter, singer-songwriter, Anglicaans priester en academicus Ayodeji Malcolm Guite werd geboren op 12 november 1957 in Ibadan in Nigeria. Zie ook alle tags voor Malcolm Guite op dit blog.

 

A Sonnet for St. Francis

‘Francis rebuild my church which, as you see
Is falling into ruin.’ From the cross
Your saviour spoke to you and speaks to us
Again through you. Undoing set you free,
Loosened the traps of trappings, cast away
The trammelling of all that costly cloth
We wind our saviour in. At break of day
He set aside his grave-clothes. Your new birth
Came like a daybreak too, naked and true
To poverty and to the gospel call,
You woke to Christ and Christ awoke in you
And set to work through all your love and skill
To make our ruin good, to bless and heal
To wake the Christ in us and make us whole.

 

 

Patrick

Six years a slave, and then you slipped the yoke,
Till Christ recalled you, through your captors cries!
Patrick, you had the courage to turn back,
With open love to your old enemies,
Serving them now in Christ, not in their chains,
Bringing the freedom He gave you to share.
You heard the voice of Ireland, in your veins
Her passion and compassion burned like fire.

Now you rejoice amidst the three-in-one,
Refreshed in love and blessing all you knew,
Look back on us and bless us, Ireland’s son,
And plant the staff of prayer in all we do:
A gospel seed that flowers in belief,
A greening glory, coming into leaf.

 

 2091429-7b027947c0002586f9c51e5849e1b209.jpg
Malcolm Guite (Ibanda, 12 november 1957)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 12 november 2008, mijn blog van 12 november 2007 en ook mijn blog van 12 november 2006.

Geschreven door Romenu om 09:54 Reageer op dit bericht

Hans Werner Richter, Michael Ende, Roland Barthes, Jacobus Bellamy, A.J.D. van Oosten, Carl Busse, Oskar Panizza, Juana Inés de la Cruz

De Duitse dichter en schrijver Hans Werner Richter werd geboren op 12 november 1908 in Bansin op het eiland Usedom. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Werner Richter op dit blog.

Uit: Spuren im Sand

»Ja ... und die Tochter ... ?« »Die ...«, sagte meine Mutter, »... die hatte zu viel Wasser geschluckt, und Richard hat sie rausgeholt.« »Na, nun werdet ihr ja reich werden.« »Einen Taler hat er bekommen«, sagte meine Mutter, zuckte die Schultern und stellte das Bügeleisen auf einen Teller. »Ach Rosa«, begann sie wieder, »jetzt bin ich mal wieder soweit.« »Was ist denn?« »Na ja, du weißt doch, die Männer lassen einen nicht in Ruh'.« »Was«, sagte die hochgeschnürte Rosa, »schon wieder? Seit wann denn?« »Im dritten Monat«, sagte meine Mutter. So erfuhr ich, dass es einen Großherzog von Mecklenburg gab, dessen Tochter mein Vater für drei Mark gerettet hatte, dass die Männer die Frauen nicht in Ruhe lassen und dass man im dritten Monat sein konnte. Jene hochgeschnürte Frau namens Rosa hieß School mit Nachnamen, und ihr Mann Heinrich hatte nicht weit von uns einen Kolonialwarenladen und fast eben so viel Söhne und Töchter wie mein Vater. Der Ort lag am Meer, in einer weitgeschwungenen Bucht, mit Steilküsten, Buchen- und Tannenwäldern, und einer, wie im Badeprospekt stand, ozonreichen Luft. Es war ein kleiner Ort, mit etwa 500 Einwohnern, und seine Häuser, am Strand noch drei- und vierstöckig, wurden etwa einen Kilometer landeinwärts immer kleiner, bis hin zu den armseligen Hütten der Fischer. Die Sozialdemokratie, damals noch eine revolutionäre Partei, war noch nicht bis ans Meer gedrungen. Mein Vater war noch stolz darauf, herrschaftlicher Diener auf einem Gut in Hinterpommern gewesen zu sein, und meine Mutter wusch mit Hingabe die Unterwäsche der Baroninnen und Komtessen, die im Sommer kamen, um sich unter der Aufsicht meines Vaters und seiner Kollegen ins salzhaltige Ostseewasser zu begeben. Damals gab es noch keine Strandkörbe, sondern nur Badehütten, und der Strand war deshalb nur spärlich beflaggt. Aber auf den drei Bädern —schlossähnlichen Bretterbauten mit Zinnen und Türmen — wehte die schwarzweißrote Flagge und die Reichskriegsflagge. Sie kündeten von der kaiserlichen Macht und von der Ruhe und Ordnung im Lande, und oft kam es mir vor, als ständen sie ebenso wachssteif im Wind wie der Schnurrbart meines Vaters, der jeden Morgen vor dem Spiegel balsamiert und hochgezwirbelt wurde. An jenem Nachmittag nun, an dem ich erfahren hatte, dass man im dritten Monat sein konnte und dass der Großherzog von Mecklenburg meinem Vater einen Taler für die Errettung aus Badenot gegeben hatte, erschien auch unser Gemeindevorsteher, ein ehemaliger Offizier niederen Ranges, und gratulierte meinem Vater, der dabei verlegen an seinen Schnurrbartenden zupfte.“

 

 2091417-0e00eaeb225890c809f31d6392e82a47.jpg
Hans Werner Richter (12 november 1908 – 23 maart 1993)

 

 

De Duitse schrijver Michael Ende werd geboren in Garmisch-Partenkirchen op 12 november 1929. Zie ook alle tags voor Michael Ende op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2009 en ook mijn blog van 12 november 2010

Uit: Der Spiegel im Spiegel

„Habe ich schon erwähnt, daß das Haus leer ist? Ich meine vollkommen leer. Zum Schlafen rollt Hor sich in einer Ecke zusammen, oder er legt sich nieder, wo er eben ist, auch mitten in einem Saal, wenn dessen Wände zu fern sind. Nahrungssorgen hat Hor nicht. Die Substanz, aus der Wände und Säulen bestehen, ist eßbar — für ihn jedenfalls. Sie besteht aus einer gelblichen, ein wenig transparenten Masse, deren Genuß Hunger und Durst sehr schnell stillt. Außerdem sind Hors Bedürfnisse in dieser Hinsicht gering.
Das Verrinnen der Zeit bedeutet ihm nichts. Er hat keine Möglichkeit, sie zu messen, außer am Schlag seines Herzens. Aber der ist sehr unterschiedlich. Tage und Nächte kennt Hor nicht, ein immer gleiches Dämmerlicht umgibt ihn.
Wenn er nicht schläft, so zieht er umher, doch verfolgt er kein Ziel. Es ist einfach ein Drang, ein Bedürfnis, dessen Befriedigung ihm Vergnügen bereitet. Dabei widerfährt es ihm nur selten, daß er in einen Raum gelangt, den er wiederzuerkennen vermeint, der ihm bekannt scheint, als sei er vor undenklichen Zeiten schon einmal in ihm gewesen. Andererseits lassen ihn oft untrügliche Zeichen darauf schließen, daß er an einer Stelle vorüberkommt, an der er schon einmal war — eine angebissene Mauerecke zum Beispiel oder ein Haufen eingetrockneter Exkremente. Der Raum selbst ist Hor allerdings so fremd wie jeder andere. Vielleicht verändern sich die Räume in Hors Abwesenheit, wachsen, dehnen sich oder schrumpfen. Vielleicht ist es sogar Hors Durchgang, der solche Veränderungen hervorruft, doch liebt er diesen Gedanken nicht. Daß außer Hor noch jemand das Haus bewohnt, halte ich für ausgeschlossen. Freilich, bei der unvorstellbaren Weitläufigkeit des Baues gibt es dafür keine Beweise. Es ist ebensowenig unmöglich wie wahrscheinlich.
Viele Zimmer haben Fenster, doch öffnen sich diese nur jeweils wiederum auf andere, meist größere Räumlichkeiten.
Obwohl die Erfahrung ihn bisher niemals anderes gelehrt hat, bewegt Hor bisweilen die Vorstellung, einmal an eine letzte, äußerste Wand zu gelangen, deren Fenster den Ausblick auf etwas gänzlich anderes gewähren. Hor kann nicht sagen, was das sein sollte, aber er gibt sich manchmal langen Erwägungen darüber hin.“

 

 2091417-767537ca9b0575fdb0c2d68fb696a157.jpg
Michael Ende (12 november 1929 – 28 augustus 1995)

 

 

De Franse schrijver en filosoof Roland Barthes werd geboren op 12 november 1915 in Cherbourg. Zie ook alle tags voor Roland Barthes op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

Uit:La chambre claire: Note sur la photographie

« Au fond – ou à la limite – pour bien voir une photo, il vaut mieux lever la tête ou fermer les yeux. « La condition préalable à l’image, c’est la vue », disait Janouch à Kafka. Et Kafka souriait et répondait : « On photographie des choses pour se les chasser de l’esprit. Mes histoires sont une façon de fermer les yeux. »La photographie doit être silencieuse (il y a des photos tonitruantes, je ne les aime pas) : ce n’est pas une question de « discrétion », mais de musique. La subjectivité absolue ne s’atteint que dans un état, un effort de silence (fermer les yeux, c’est faire parler l’image dans le silence). La photo me touche si je la retire de son bla-bla ordinaire : (…) ne rien dire, fermer les yeux, laisser le détail remonter seul à la conscience affective.
(…)

On dit souvent que ce sont les peintres qui ont inventé la Photographie (en lui transmettant le cadrage, la perspective albertinienne et l’optique de la camera obscura). Je dis : non, ce sont les chimistes. Car le noème « Ca a été » n’a été possible que du jour où une circonstance scientifique (la découverte de la sensibilité à la lumière des halogénures d’argent) a permis de capter et d’imprimer directement les rayons lumineux émis par un objet directement éclairé. La photo est littéralement une émanation du référent. D’un corps réel, qui était là, sont parties des radiations qui viennent me toucher, moi qui suis ici ; peu importe la durée de la transmission ; la photo de l’être disparu vient me toucher comme les rayons différés d’une étoile. Une sorte de lien ombilical relie le corps de la chose photographiée à mon regard : la lumière, quoique impalpable, est bien ici un milieu charnel, une peau que je partage avec celui ou celle qui a été photographié."

 

 2091417-93c4e544a29a784a3e4bb1414db45ab5.jpg
Roland Barthes (12 november 1915 – 25 maart 1980)

 

 

De Nederlandse dichter Jacobus Bellamy werd geboren in Vlissingen op 12 november 1757. Zie ook alle tags voor Jacobus Bellamy op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

 

Roosje (Fragment)
Een vertelling

Daar was, in Zeeland, eens een man,
hij had een aardig kind,
een meisje, dat van iedereen
om 't zeerste werd bemind.

De man, gelijk men denken kan,
was groots op zulk een schat;
temeer daar hij zijn lieve vrouw
daar bij verloren had.

Wat nam hij Roosje menigmaal
al zuchtende in zijn arm
en kuste met een tranend oog
haar rode kaakjes warm!

Dan zei die tedere, goede man:
‘Gij hebt geen moeder meer!’
‘Ja wel!’ zei dan het zoete kind,
‘bij onze lieve Heer!

Dit hebt gij immers zelf gezegd?
Maar, waarom ging zij heen?
Zij had mij niet zo lief als gij,
want zij liet ons alleen!’

De vader sprak geen enkel woord
maar kuste 't kleine wicht;
en onder 't kussen dekte een stroom
van tranen zijn gezicht.

 

 2091417-fbde05eee0e3fbc6ff0d5fc286997efc.gif
Jacobus Bellamy (12 november 1757 - 11 maart 1786)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Abraham Jan Daniël van Oosten werd geboren op 12 november 1898 in Delft. Zie ook alle tags voor A.J.D. van Oosten op dit blog.

 

September

September zingt, groot koninklijk prinses
in droomend woud Haar zachte weemoed-zangen.
Naar wondre sprookjes-wijs, weerloos gevangen
in bangen ban van Herfst, barsch Haar voogdes

Heel 't bosch, besierd met late bloem en bes
aan brandend brem, doortrilt 't ontrust verlangen
met zoete stem, vol levens lichte drangen -
omboeid in hul van booze toovenares.

Die zomer dort, en zon al matter taant.
Al luister dooft, àl loover sleurt te gronde.
Al bloeiend schoon in vale verven bluscht.

O dat Haar Ridder, door de dreven gaand
van ban en boei Haar ééns verlossen konde
en duurzaam tot jaars Edelvrouwe kust'!

 

 

Drama bij den slootkant

De hoeve-hond bij nacht, betwistte mij de plank,
wie sterk als hij is, hoeft geen mensch te vreezen,
maar giftig spek zou hem te machtig wezen
zoo heb 'k hem tot mijn overtocht genezen,
bij 't eerste haangekraai gaf hij den laatsten jank.

 

 2091417-5131a95a2939b26bfac958e58ae2910b.jpg
A.J.D. van Oosten (12 november 1898 – 23 januari 1969)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Carl Hermann Busse werd geboren op 12 november 1872, waarschijnlijk in Lindenstadt bij Birnbaum in Posen. Zie ook alle tags voor Carl Busse op dit blog.

 

Auf der Reise

Das kann nicht anders werden,
Wir alle wandern ja,
Sind Gäste nur auf Erden
Und für die Reise da.

So laß das Glück denn treiben,
Das ist nun einerlei,
Wir dürfen doch nicht bleiben
Und gehn uns stumm vorbei.

Und wandern müd' und leise,
Am Schuh zerreißt das Band,
Und suchen auf der Reise
Das große Vaterland.

Ich hört' ein Lied verwehen,
Das klang und rauschte so,
Ich hab das Glück gesehen,
Weiß aber nicht mehr, wo.

 

 

Rote Husaren

Rings in rundblühenden Schaaren
Steht roter Wiesenklee,
Es traben rote Husaren
Auf entfernter Chaussee.

Leuchtende Sonnenkronen
Glühn über Land und Luft,
Es reiten die beiden Schwadronen.
In lauter Glanz und Duft.

Die schmetternden Fanfaren
Durchklingen die Sommerruh,
Die roten Königshusaren
Reiten immerzu ...

 

 2091417-59261ef17a0dfcc3cc2d9a59dde6bf70.jpg
Carl Busse (12 november 1872 - 3 december 1918)

 

 

De Duitse schrijver en satiricus Oskar Panizza werd geboren op 12 november 1853 in Kissingen. Zie ook alle tags voor Oskar Panizza op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

Uit: Das Liebeskonzil

„Sie haben alle den in tiefer Meditation begriffenen Dichter erblickt, der, im Hintergrunde vorüberwandelnd, eben an ihnen vorbeischreiten will.

Direktor He, Freund, Ihr kommt wohl Grade vom Parnass?
Ich seh's am Schritt, ich seh's an Eurer Miene;
Die Stirne ernst gesenkt, die Wimper nass –
Ihr spracht gewiss mit Klio, Euphrosyne –
Und hier der Stil, die Rolle – ohne Spass,
Ihr schreibt ja sonst doch für die deutsche Bühne –
Darf ich erfahren, was in Eurem Busen
Erweckt die wechselvollen, keuschen Musen? –
Dichter trocken
Ich komm' vom Bräuhaus grad – Ihr Herrn, verzeiht!
Es ist das sonst nicht meine Lieblingsstätte;
Weit lieber weilt' ich in der Einsamkeit,
Wo sich mein Geist wohl reich befruchtet hätte –
Nur um 'nen Stoff zu suchen, wie's gebeut
Die Mode jetzt, trank ich dort um die Wette –
Doch mitten aus der dampferfüllten Stelle
Trieb's mich im Geiste fort zu Himmel, Hölle...
Was um mich herging, nicht vernahm's mein Ohr,
Entrückt war ich in weltentfernte Weiten,
Nur dumpf vernahm ich der Berauschten Chor,
Dieweil ich kniete vor Drei-Einigkeiten...“

 

 2091417-b915acb12182863b1641101ce54ae26c.jpg
Oskar Panizza (12 november 1853 – 28 september 1921)
Cover

 

 

De Mexicaanse dichteres en moniaal Juana Inés de la Cruz de Asbaje y Ramírez, ook bekend als Sor Juana, werd geboren in San Miguel Nepantla op 12 november 1648 of 1651. Zie ook alle tags voor Juana Inés de la Cruz op dit blog enook mijn blog van 12 november 2010

 

Love opened a mortal wound

Love opened a mortal wound.
In agony, I worked the blade
to make it deeper. Please,
I begged, let death come quick.

Wild, distracted, sick,
I counted, counted
all the ways love hurt me.
One life, I thought--a thousand deaths.

Blow after blow, my heart
couldn’t survive this beating.
Then--how can I explain it?

I came to my senses. I said,
Why do I suffer? What lover
ever had so much pleasure?

 

Vertaald door Joan Larkin en Jaime Manrique

 

 2091417-7dd7b29595a1d8b3a8630328d9e072c1.jpg
Juana Inés de la Cruz (12 november 1648 of 1651 - 17 april 1695)
Standbeeld in Parque de Tlaxco, Tlaxcala, Mexico

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 12 november 2008, mijn blog van 12 november 2007 en ook mijn blog van 12 november 2006.

Geschreven door Romenu om 09:51 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten