Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 5 december 2017 tot 6 december 2017

Karl Ove Knausgård, Peter Handke, Rafał Wojaczek, Henk van Woerden, Alfred Joyce Kilmer, Dirk Dobbrow, Sophie von La Roche, Baldassare Castiglione, Paul Adam

De Noorse schrijver en vertaler Karl Ove Knausgård werd geboren in Oslo op 6 december 1968. Zie ook alle tags voor Karl Ove Knausgård op dit blog.

Uit: Engelen vallen langzaam (Vertaald door Marianne Molenaar)

“Om de een of andere reden staan de cherubijnen, die mollige ventjes met hun rode wangetjes waar de schilderijen uit de late Renaissance en de Barok mee bezaaid zijn, ons nog steeds voor de geest als hét beeld van de engel. En zo merkwaardig is dat waarschijnlijk niet, aangezien de engelen in die periode in veel opzichten hun bloeitijd beleefden. Aan de andere kant betekent ze het keerpunt in hun geschiedenis. Er waren destijds maar weinig mensen die het doorhadden, maar het verval had al ingezet en voor ons, die de schilderijen waarop ze voorkomen kunnen bekijken in het licht van de tijd die is verstreken, zijn de tekens duidelijk: ze hebben iets gulzigs en blasés, iets wat zelfs de meest vertederende pose niet kan verhullen, en misschien is dat nog wel het moeilijkst te begrijpen, namelijk hoe het kwam dat hun onschuld en zuiverheid, waarvan ze de uiterlijke kenmerken altijd hebben behouden, zo gemakkelijk in het tegendeel konden omslaan. Maar juist dat is gebeurd. Veel mensen zullen zeggen dat de engelen hun verdiende loon hebben gekregen, aangezien ze zo onverstandig waren niet op tijd te stoppen en zich steeds verder de wereld lieten binnenlokken die ze oorspronkelijk moesten dienen, tot ze er ten slotte in gevangenzaten. Mij lijkt het vreselijke lot dat hun is beschoren, niet helemaal in verhouding te staan tot hun zonden. Maar dat is mijn persoonlijke mening. Voor de engelen speelt het sowieso geen rol meer. Ze herinneren zich niet langer waar ze vandaan komen of wie ze ooit waren, begrippen als 'waardigheid' en `plechtstatigheid' hebben geen betekenis voor hen, het enige waar zij aan denken is eten en zich vermenigvuldigen.
De oorsprong van de engelen is onbekend. Omstreeks 400 n.Chr. beweerde Hiëronymus dat ze uit een tijd ver voor het ontstaan van de wereld stamden en dat baseerde hij op hun opvallende afwezigheid in het scheppingsverhaal, waarin ze met geen woord worden genoemd. Augustinus daarentegen nam een standpunt in dat daar lijnrecht tegenover stond en betoogde dat de engelen wél in het scheppingsverhaal werden genoemd, zij het indirect, aangezien ze inherent zijn aan Gods eerste verkondiging: 'Er moet licht komen' en dus op de eerste dag geschapen werden.”

 

 2099080-898c1a4d73660ffbb505b89048dab7be.jpg
Karl Ove Knausgård (Oslo, 6 december 1968)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Peter Handke werd op 6 december 1942 in Griffen in Karinthië geboren. Zie ook alle tags voor Peter Handke op dit blog.

Uit: Kali: Eine Vorwintergeschichte

„Und wieder sehe ich sie stehen, draußen auf einer Straße, allein. Sie wartet, ohne zu warten.
Es ist spät in der Nacht, und wiederum, wenn nicht tag- so fast bühnenhell. Eine recht große Stadt muß das sein. Das Lichterdurcheinander der Fahrzeuge und der Reklamen, zusammen mit den stark vermischten Geräuschen – die nahen jetzt wie fern, die fernen jetzt wie in der Ohrmuschel selber, insgesamt ein Krach –, gibt von neuem den Eindruck von Flächigkeit anstelle des Raums. Was ist unten? Was ist oben?
Der Vollmond geht auf unterhalb einer ebenso runden, nur kleineren Verkehrsampel. In den Regenlachen des Asphalts in einem fort das Blinken der Nachtflugzeuge und der Satelliten.
Sie hält sich abwechselnd die Augen und die Ohren zu, scheint zugleich auch damit zu spielen, für ein Hör- wie Schauspiel in einem. Ein großes Auto ist dann auf sie zugerollt, mit abgeblendeten Scheinwerfern, jetzt kurz aufblendend. Eine hintere Tür wurde ihr aufgehalten.
Sie ging um den Wagen herum und stieg vorne ein. Die Limousine fädelte sich ein in den nächtlichen Verkehr, und mit ihrer Langsamkeit schienen auch alle die anderen Fahrzeuge sich zu verlangsamen.
In der Limousine. Nacht. (Freilich: wenn es in der Geschichte hier Nacht ist, spielt in diese immer wieder auch etwas von einem hellichten Tag mit hinein, so wie umgekehrt, wenn es Tag ist, noch und noch Nachtwinkel und Nachtschatten mittun.) Sie und der Fahrer. Allgegenwärtig ein leichter Wind, auch im Inneren des Gefährts. Draußen die Straßen sind belebt von Passanten wie zur Stunde eines südlichen Korso, obwohl die Stadt eher eine heutige Allerwelt darstellt, ohne ein Zeichen von Südlichkeit, etwa Palmen oder venezianische Löwen.“

 

 2099080-cb79acf29223d593d0ac56cdbe147838.jpg
Peter Handke (Griffen, 6 december 1942)
Griffen, de Griffner Schlossberg tijdens de nacht

 

 

De Poolse dichter Rafał Wojaczek werd geboren in Mikołów op 6 december 1945. Zie ook alle tags voor Ralf Wojaczek op dit blog.

 

Hero

There is a town Jericho or Brzeg
from which an arrow
flies and strikes him in the back

he lies on the ground and the living thing
in his heart shyly
asks for more.

Because of death that flashes
through his guts
and again clouds linger over Poland.

 

 

Femininity

Being a man means beating your woman
I agree I offer my cheek
At other times you curse my mother
I listen I nod eagerly
You tell nasty stories about me
When others repeat them I say you were right
When I undress with the best of intentions
You laugh at my puny breasts and bony thighs
I allow you to sneer I laugh myself
This appendectomy scar does look gruesome
When you leave I don’t ask when you’ll be back
When you’re back I don’t ask where you’ve been
You wonder that I keep saying I love you
This simply means I’m a widow in advance

 

Vertaald door Gwido Zlatkes

 

 2099080-bcb2d8acbf6fbd7d31e6c85113d45a18.jpg
Rafał Wojaczek (6 december 1945 – 11 mei 1971)

 

 

De Nederlandse schrijver en schilder Henk van Woerden werd op 6 december 1947 geboren te Leiden. Zie ook alle tags voor Henk van Woerden op dit blog.

Uit: Koning Eénoog

“Het boek staat voor een belangrijk deel in het teken van de erfenis van de Nederlanders, die uiteraard begint met Van Riebeecks kasteel, de Hollands-Kaapse huizen tot en met de volksdansen die een eerbetoon zijn aan de Voortrekkers, de groep blanke Zuid-Afrikaanse Boeren die in de negentiende eeuw op de vlucht sloegen voor de Britten om zich landinwaarts te vestigen.
In een artikel dat Henk van Woerden in 1996 schrijft, vat hij de emigratie naar Zuid-Afrika kort samen: ‘In de periode tot 1976 vestigden zich 50000 Nederlanders in de republiek, maar de grootste verhuizing vond vlak na de bevrijding plaats (in een steekproef uit 1955 geeft negen procent van de ondervraagden als reden voor vertrek naar Zuid-Afrika overigens het “foute” oorlogsverleden aan).’ In 1957 gingen 1224 Nederlanders naar Zuid-Afrika, tegenover maar liefst 11724 emigranten naar Canada en 9074 naar de Verenigde Staten. De meesten lieten het vaderland achter zich vanwege een somber toekomstperspectief. Soms werd dat pessimisme ingegeven door economische omstandigheden. In het buitenland hoopten ze een baan te vinden of ruimte voor een boerenbedrijf. Anderen vertrokken uit angst voor een derde wereldoorlog, een vrees die in 1948 al was verwoord door premier Willem Drees toen hij zich afvroeg of er nu een nieuwe wereldoorlog aankwam door de steeds verder verslechterende relatie tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten.
Wanneer in 1952 beelden vrijkomen van proeven met de waterstofbom, zit de schrik er helemaal in. Een jaar later houdt de navo realistische oefeningen: Duitsland wordt twee dagen lang met 355 denkbeeldige nucleaire bommen bestookt. Ondertussen krijgen journalisten te zien wat dat betekent en horen ze hoe er bij een dergelijke oorlog miljoenen doden tegelijk zullen vallen.”

 

 2099080-70fe7580217e5272676a86be44793ab6.jpg
Henk van Woerden (6 december 1947 - 16 november 2005)
Inscheping naar Kythera door Henk van Woerden, 1994

 

 

De Amerikaanse journalist en dichter Alfred Joyce Kilmer werd geboren op 6 december 1886 in New Brunswick, New Jersey. Zie ook alle tags voor Alfred Joyce Kilmer op dit blog.

 

Roofs
(For Amelia Josephine Burr)

The road is wide and the stars are out
and the breath of the night is sweet,
And this is the time when wanderlust should seize upon my feet.
But I'm glad to turn from the open road and the starlight on my face,
And to leave the splendour of out-of-doors for a human dwelling place.

I never have seen a vagabond who really liked to roam
All up and down the streets of the world and not to have a home:
The tramp who slept in your barn last night and left at break of day
Will wander only until he finds another place to stay.

A gypsy-man will sleep in his cart with canvas overhead;
Or else he'll go into his tent when it is time for bed.
He'll sit on the grass and take his ease so long as the sun is high,
But when it is dark he wants a roof to keep away the sky.

If you call a gypsy a vagabond, I think you do him wrong,
For he never goes a-travelling but he takes his home along.
And the only reason a road is good, as every wanderer knows,
Is just because of the homes, the homes, the homes to which it goes.

They say that life is a highway and its milestones are the years,
And now and then there's a toll-gate where you buy your way with tears.
It's a rough road and a steep road and it stretches broad and far,
But at last it leads to a golden Town where golden Houses are.

 

 2099080-e779c346905b89149d79e8cf314ea2b4.jpg
Alfred Joyce Kilmer (6 december 1886 – 30 juli 1918)

 

 

De Duitse schrijver en acteur Dirk Dobbrow werd geboren op 6 december 1966 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Dirk Dobrow op dit blog.

Uit: Diva (Bespreking van het stuk “Diva” door Pitt Herrmann in de Sonntagsnachrichten, 1996)

“Der 30jährige Berliner Schauspieler Dirk Dobbrow hat bei seinem Debüt als Dramatiker, “Diva“, resultierend aus dem Berliner Autorenstipendium des Jahres 1994, kein Klischee ausgelassen: ein Stricher, der sich als Lustmörder eines kleinen Jungen sowie als ein am “Virus“ Erkrankter outet, wird von einem Stammkunden bis zur Weißglut gereizt, sodaß er auch diesen in der Badewanne verschwinden läßt. Am Ende flüchtet er an die üppige (Mutter-) Brust einer welken Diva.
Auch die Sprache Dirk Dobbrows ist voller Klischees. Der
“Arschficker“ monologisiert auf der laufenden Waschmaschine sitzend, hat die Pillen zum Suizid bereits in der Tasche seines Bademantels stecken. Da kommt gerade noch rechtzeitig der Bäcker Peter vorbei, mit Schonkaffee und Sahne, einer Torte und einer Plastiktüte voller Utensilien: Strumpfhose, Pantoffeln und Kittelschürze seiner Mutter, mit der ihn eine Haßliebe verband. Der Bäcker Becker, eine kleinbürgerlich-spießige Tunte mit speziellen Wünschen: er holt sich beim Zehenschneiden durch den Stricher einen 'runter.
Die schmärbäuchige
“Bäckerschwuchtel“, ein Muttersöhnchen wie aus dem Psychologie-Lehrbuch, reizt den Stricher bis zur Weißglut und landet erstochen in der Wanne. Schön, könnte man erleichtert aufatmen, das wars. Doch das Telefon klingelt und noch ein Stammkunde des Strichers ist dran. Genauer gesagt: eine Stammkundin, die titelgebende Diva...”

 

 2099080-09a0ef9ce0205f8a7498dc40d312c7f1.jpg
Dirk Dobbrow (Berlijn, 6 december 1966)
Berlijn, Bahnhof Zoo

 

 

De Duitse schrijfster Sophie von La Roche werd geboren op 6 december 1730 in Kaufbeuren als Marie Sophie Gutermann von Gutershofen. Zie ook alle tags voor Sophie von La Roche op dit blog.

Uit: Geschichte des Fräuleins von Sternheim

„Ich habe nicht vonnöten, Ihnen von dem ausgebreiteten Nutzen zu sprechen, welchen Schriften von derjenigen Gattung, worunter Ihre Sternheim gehört; stiften können, wofern sie gut sind. Alle Vernünftigen sind über diesen Punkt einer Meinung, und es würde sehr überflüssig sein, nach allem, was Richardson, Fielding und so viele andre hierüber gesagt haben, nur ein Wort zur Bestätigung einer Wahrheit, an welcher niemand zweifelt, hinzuzusetzen. Ebenso gewiß ist es, daß unsre Nation noch weit entfernt ist, an Originalwerken dieser Art, welche zugleich unterhaltend und geschickt sind, die Liebe der Tugend zu befördern, Überfluß zu haben. Sollte diese gedoppelte Betrachtung nicht hinlänglich sein, mich zu rechtfertigen? Sie werden, hoffe ich, versucht werden, dieser Meinung zu sein, oder wenigstens mir desto leichter verzeihen, wenn ich Ihnen ausführlicher erzähle, wie der Gedanke, Sie in eine Schriftstellerin zu verwandeln, in mir entstanden ist.
Ich setzte mich mit allem Phlegma, welches Sie seit mehrern Jahren an mir kennen, hin, Ihre Handschrift zu durchlesen. Das Sonderbare, so Sie gleich in den ersten Blättern der Mutter Ihrer Heldin geben, war, meinem besondern Geschmack nach, geschickter mich wider sie als zu ihrem Vorteil einzunehmen. Aber ich las fort, und alle meine kaltblütige Philosophie, die späte Frucht einer vieljährigen Beobachtung der Menschen und ihrer grenzenlosen Torheit, konnte nicht gegen die Wahrheit und Schönheit Ihrer moralischen Schilderungen aushalten; mein Herz erwärmte sich; ich liebte Ihren Sternheim, seine Gemahlin, seine Tochter, und sogar – seinen Pfarrer, einen der würdigsten unter allen Pfarrern, die ich jemals kennengelernt habe. Zwanzig kleine Mißtöne, welche der sonderbare und an das Enthusiastische angrenzende Schwung in der Denkensart Ihrer Sternheim mit der meinigen macht, verloren sich in der angenehmsten Übereinstimmung ihrer Grundsätze, ihrer Gesinnungen und ihrer Handlungen mit den besten Empfindungen und mit den lebhaftesten Überzeugungen meiner Seele. Möchten doch, so dacht' ich bei hundert Stellen, möchten meine Töchter so denken, so handeln lernen wie Sophie Sternheim!“

 

 2099080-552502e384fd591bccfed0479ce16ecc.jpg
Sophie von La Roche (6 december 1730 – 18 februari 1807) 
Sophie von La Roche Museum in Bönnigheim

 

 

De Italiaanse schrijver Baldassare Castiglione, graaf van Novellata werd geboren op 6 december 1478 te Casatico, bij Mantua. Zie ook alle tags voor Baldassare Castiglione op dit blog.

Uit:Het boek van de Hoveling (Vertaald door Anton Haakman)

“Ik denk dat er nog heel wat andere oorzaken zijn waardoor wij verschillen en een hogere of lagere rang bekleden; en ik vermoed dat de fortuin daarvan de voornaamste is, want wij zien dat deze alles op deze wereld bestiert en soms bij wijze van gril iemand tot de hemel verheft die naar haar mening geen enkele verdienste heeft, en diegenen in de diepste afgrond begraaft die het meest verdienen te worden verheven. Ik ben het eens met wat u zegt over het geluk van degenen die bij hun geboorte zijn begiftigd met alle goede geestelijke en lichamelijke eigenschappen; maar dat zien wij even dikwijls bij mensen van nederige afkomst als bij edelen, want de natuur maakt dit subtiele onderscheid niet; we zien zelfs bij mannen van zeer nederige afkomst zeer grote natuurlijke gaven. Omdat adel niet wordt verworven door scherpzinnigheid of kracht of bekwaamheid en eerder een verdienste is van onze voorouders dan van onszelf, lijkt het mij al te houd te beweren dat alle goede eigenschappen van de hoveling wiens ouders van nederige afkomst zijn, van nul en gener waarde zijn en dat de andere eigenschappen die u hebt genoemd niet volstaan om hem naar de top van de volmaaktheid te leiden: namelijk scherpzinnigheid, een knap gezicht, een goed gebouwd lichaam en dat innemende gedrag waardoor hij op het eerste gezicht op iedereen een aangename indruk maakt. Toen antwoordde graaf Ludovico: 'Ik ontken niet dat ook mensen van nederige afkomst dezelfde goede eigenschappen kunnen bezitten als edelen; maar - om niet te herhalen wat we al hebben gezegd en daarbij allerlei andere argumenten aan te voeren tot lof van de adel, die altijd door iedereen hoog wordt geacht omdat het logisch is dat uit goede mensen goede mensen geboren worden - wij moeten ons een hoveling voorstellen zonder enig gebrek en boven alle lof verheven, en daarom en om nog veel meer redenen lijkt het mij noodzakelijk er een edelman van te maken, mede vanwege de algemene achting die iemand van adel vanzelf geniet.”

 

 2099080-66a2af4ad6a15e7836faa594d415d694.jpg
Baldassare Castiglione (6 december 1478 – 2 februari 1529)
Cover Italiaanse uitgave

 

 

De Franse dichter en romanschrijver Paul Adam werd geboren in Parijs op 6 december 1862. Zie ook alle tags voor Paul Adam op dit blog.

Uit: Chair molle

« Elle se faufila parmi les commissionnaires chargés de malles et parvint sous la marquise extérieure : les portières d’omnibus béaient au bord du trottoir. De l’une à l’autre elle allait, indifférente aux boniments des conducteurs, s’attardant à déchiffrer les enseignes. L’inscription « Hôtel de Versailles » l’arrêta ; dans sa dernière lettre, la patronne avait désigné cette voiture. Elle monta. Pour lui faire place, un monsieur ramassa sur ses genoux les pans de sa redingote ; une jeune fille amoncela un châle, des paquets, plusieurs cartons. Lucie remercia, recueillit un coup de chapeau et un sourire. Flattée de ces politesses, elle examinait ses compagnons avec sympathie ; par les regards, rapidement, une intimité s’établissait :
— Où va Mademoiselle ? interrogea le cocher.
Elle rougit, par embarras : indiquer l’adresse, sans doute bien connue, de la maison Donard, c’était, devant tous, dénoncer son métier de fille. Muette, elle espéra d’inopinées recommandations qui, données par les autres voyageurs, étoufferaient peut-être sa réponse. Personne ne parla. Elle dut se décider.
— 7, rue Pépin.
Un rire montra les dents gâtées du cocher. Il reclaqua la portière, proclamant à un collègue :
— Hé ! Flachaut, nous nous mettons bien : nous conduisons une nouvelle pour le 7. »

           

 2099080-fb46e8cc120f8346ed3f3963eb587741.jpeg
Paul Adam (6 december 1862 - 2 januari 1920)

 

 

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 5 december 2008 en ook mijn blog van 5 december 2007 en mijn blog van 5 december 2006.

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht

Yolanda Entius

De Nederlands schrijfster en actrice Yolanda Entius werd geboren in Den Haag op 6 december 1961. Haar jeugdjaren bracht ze door in Den Haag, Waddinxveen en Stolwijk. Op haar zeventiende ging zij geschiedenis studeren aan het Historisch Seminarium in Amsterdam. Begin jaren 80 ging ze naar de Toneelschool. Na haar afstuderen was zij werkzaam als acteur, scenarioschrijver en filmregisseur. Entius was te zien in de films “Ornithopter” en “Reis zonder einde”, beiden van Annette Apon, en in de comedy “Krokodillen in Amsterdam”, waarvoor zij mede het scenario schreef. Op toneel was Entius te zien in voorstellingen van haarzelf, en van Koos Terpstra, Ernst Braches, Theater van het Oosten en Theatergroep Mugmetdegoudentand. In 1996 verscheen de door haar geschreven en geregisseerde film “Laagland”, een jaar later gevolgd door de Lolamoviola (VPRO) "Wintergasten". Ze speelde diverse kleine televisierollen voor BVD, Hertenkamp en TV7. Momenteel is zij voornamelijk werkzaam als schrijfster. Haar eerste roman, “Rakelings”, verscheen in 2005. Dit werk werd bekroond met de Selexyz Debuutprijs 2006. In 2007 verscheen de roman “Alleen voor helden” en in 2010 “De gelukkigen”. In 2011 verscheen “Het kabinet van de familie Staal”. De roman stond op de longlist van de AKO Literatuurprijs 2011. Entius werd genomineerd voor de Halewijnprijs, “Het kabinet van de familie Staal” werd genomineerd voor de Opzij Literatuurprijs 2012. In 2017 publiceerde zij de roman “Abdoel en Akil”.

Uit: Rakelings

“Het was al herfst toen ik Maria K. ontmoette. Het kostte me nog heel wat moeite om haar op te sporen en om toestemming te krijgen voor een bezoek aan haar. Ze zat in een gesloten inrichting en ik moest bij verschillende autoriteiten en instanties een schriftelijk verzoek indienen. Dat verzoek ging door de maag- en darmstelsels van al die instanties en autoriteiten. En toen dan eindelijk alle benodigde toestemmingen bij mij op de deurmat waren gespuugd, ontbrak er nog maar één: de belangrijkste, die van Maria, want ook al had ze me destijds zelf benaderd, de tijd had niet stilgestaan en ze had het recht bezoek te weigeren. Ik kon niet uitsluiten dat ze inmiddels van gedachte was veranderd.
Ik vroeg me af wat me te wachten stond. Ik probeerde haar voor me te zien. Ik vroeg me af wat ze zou kunnen doen of zeggen dat mij vlot zou trekken, maar ik wist natuurlijk niks te verzinnen. Het was onzin, alles was onzin, ik maakte mezelf alleen maar doodongelukkig met deze dode mus. Toch klopte mijn hart; het sprong niet over van opwinding, maar het klopte wel degelijk. De spanning als ik de post doornam, de zenuwen als de telefoon ging, de teleurstelling als het mijn moeder was of Colette; het had allemaal de illusie van een leven, een opwindend leven zelfs.
Elke ochtend luisterde ik naar het geklepper van de brievenbus, het vallen van de enveloppen op de mat. Bankafschriften, een kaartje van de bibliotheek voor Jan waarin stond dat de boete voor het niet op tijd inleveren van De Brief aan de Koning opnieuw verhoogd was, een verzoek om mijn bijdrage aan het Wereldnatuurfonds te verhogen, een uitnodiging voor de bruiloft van ene Marloes en Bob: Anke was van harte uitgenodigd, en als ze iets voor het bruidspaar wilde doen of zingen kon ze contact opnemen met Janneke 'weet je nog derde rij links bij Joeri van Heemskerk', (ik moest maar eens aan Anke vragen of ze dat nog wist) en o ja Anke mocht vanzelfsprekend iemand meenemen… een btw-aanslag, de laatste vakantiekaartjes: Henk en Nico trokken door Turkije, Sjoukje deed een weekend Drenthe, Willemijn was met een groep naar Toscane.
Op een druilerige ochtend ontving ik dan eindelijk een ansichtkaart van Maria K. Op de voorkant stond een foto van een konijnengezin in een duinpan. Zand, helmgras, blauwe lucht, jong geluk. Op de achterkant stond:"Beste Douwe, ik wil je graag ontmoeten. Met vriendelijke groeten Maria T. Koenen."

 

 2107697-f016848e076b274d845cd2bd8745bde5.png
Yolanda Entius (Den Haag, 6 december 1961)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Charlotte Wood

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Australische schrijfster Charlotte Wood werd geboren in 1965 in Cooma, New South Wales. Woods behaalde een PhD van de University of New South Wales; een Master of Creative Arts van UTS en een BA van de Charles Sturt University. Zij schreef vijf romans – “Pieces of a Girl” (1999), “The Submerged Cathedral” (2004), “The Children” (2007), “Animal People” (2011) en “The Natural Way of Things” (2015). Ze heeft ook een bundel interviews gepubliceerd met Australische schrijvers, “The Writer’s Room” (2016) en een bundel persoonlijke reflecties over koken “Love & Hunger” (2012). Ze was ook redacteur van een bloemlezing over het schrijven over broers en zussen, “Brothers & Sisters” (2009). In 2016 kreeg zij voor “The Natural Way of Things” de Stella-prijs, de Indie Book Award Novel of the Year en de Book of the Year, en stond zij op de shortlist van diverse andere prijzen. “Animal People” stond in 2013 op de shortlist voor de Literary Awards van de NSW Premier en stond op de longlist voor de Miles Franklin Award 2012. Woods heeft een achtergrond in de journalistiek en heeft ook op verschillende niveaus als docente creatief schrijven gewerkt. In 2014 werd ze benoemd tot voorzitter van Arts Practice, Literature, at the Australia Council for the Arts - een benoeming van drie jaar waar door budgetbeperkingen naar een jaar van overbleef. In mei 2016 werd bekend dat Wood de Writer in Residence Fellowship kreeg aan het Charles Perkins Center van de University of Sydney.

Uit: The Natural Way of Things

„So there were kookaburras here. This was the first thing Yolanda knew in the dark morning. (That and where's my durries?) Two birds breaking out in that loose, sharp cackle, a bird call before the sun was up, loud and lunatic. She got out of the bed and felt gritty boards beneath her feet. There was the coarse unfamiliar fabric of a nightdress on her skin. Who had put this on her? She stepped across the dry wooden floorboards and stood, craning her neck to see through the high narrow space of a small window. The two streetlights she had seen in her dream turned out to be two enormous stars in a deep blue sky. The kookaburras dazzled the darkness with their horrible noise. Later there would be other birds; sometimes she would ask about them, but questions made people suspicious and they wouldn't answer her. She would begin to make up her would have known there could he so many birds in the middle of absolutely fucking nowhere? But that would all come later. Here, on this first morning, before everything began, she stared up at the sky as the blue night lightened, and listened to the kookaburras and thought, Oh, yes, )nu are right. She had been delivered to an asylum. She groped her way along the walls to a door. But there was no handle. She felt at its edge with her fingernails: locked. She climbed back into the bed and pulled the sheet and blanket up to her neck. Perhaps they were right. Perhaps she was mad, and all would be well. She knew she was not mad, but all lunatics thought that. When they were small she and Darren had once collected mounds of moss from under the tap at the back of the flats, in the dank corner of the yard where it was always cool, even on the hottest days. They prised up the clumps of moss, the earth heavy in their fingers, and it was a satisfying job, lifting a corner and being careful not to crack the lump, getting better as they went at not splitting the moss and pulling it to pieces. They filled a crackled orange plastic bucket with the moss and took it out to the verge on the street to sell. 'Moss for sale!' they screamed at the hot cars going by, giggling and gesturing and clowning, and, 'Wouldja like to buy some moss?' more politely if a man or woman walked past. Nobody bought any moss, even when they spread it beautifully along the verge, and Darren sent Yolanda hack twice for water to pour over it, to keep it springy to the touch.”

 

 2099077-413ba26ed1fc7ab71f6f2317ecc53783.jpg
Charlotte Wood (Cooma, 1965)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

A Ballad Of Santa Claus (Henry van Dyke)

 

Bij Sinterklaas                    

 

2098662-041824589f351cbf1e0a6def37978f16.jpg

 

 

A Ballad Of Santa Claus

Among the earliest saints of old, before the first Hegira,
I find the one whose name we hold, St. Nicholas of Myra:
The best-beloved name, I guess, in sacred nomenclature,—
The patron-saint of helpfulness, and friendship, and good-nature.

A bishop and a preacher too, a famous theologian,
He stood against the Arian crew and fought them like a Trojan:
But when a poor man told his need and begged an alms in trouble,
He never asked about his creed, but quickly gave him double.

Three pretty maidens, so they say, were longing to be married;
But they were paupers, lack-a-day, and so the suitors tarried.
St. Nicholas gave each maid a purse of golden ducats chinking,
And then, for better or for worse, they wedded quick as winking.

Once, as he sailed, a storm arose; wild waves the ship surrounded;
The sailors wept and tore their clothes, and shrieked "We'll all be drownded!"
St. Nicholas never turned a hair; serenely shone his halo;
He simply said a little prayer, and all the billows lay low.

The wicked keeper of an inn had three small urchins taken,
And cut them up in a pickle-bin, and salted them for bacon.
St. Nicholas came and picked them out, and put their limbs together,—
They lived, they leaped, they gave a shout, "St. Nicholas forever!"

And thus it came to pass, you know, that maids without a nickel,
And sailor-lads when tempest blow, and children in a pickle,
And every man that's fatherly, and every kindly matron,
In choosing saints would all agree to call St. Nicholas patron.

He comes again at Christmas-time and stirs us up to giving;
He rings the merry bells that chime good-will to all the living;
He blesses every friendly deed and every free donation;
He sows the secret, golden seed of love through all creation.

Our fathers drank to Santa Claus, the sixth of each December,
And still we keep his feast because his virtues we remember.
Among the saintly ranks he stood, with smiling human features,
And said, "Be good! But not too good to love your fellow-creatures!"

 

 

Henry van Dyke (10 november 1852 – 10 april 1933)

 

 

 2098662-bfeb26eaea62299ff30c40aca3779019.jpg
Illustratie bij pakjesavond uit een Sinterklaasboek van de geplaagde Charlotte Dematons.

 

 

Zie voor de schrijvers van de 5e december ook mijn vorige blog van vandaag.

 

Geschreven door Romenu om 10:15 Reageer op dit bericht

Hanif Kureishi, Alois Brandstetter, Joan Didion, Christina Rossetti, Fjodor Tjoettsjev, Calvin Trillin, Afanasy Fet, Hans Helmut Kirst, Eugenie Marlitt

De Britse schrijver en regisseur Hanif Kureishi werd geboren op 5 december 1954 in Bromley, Kent. Zie ook alle tags voor Hanif Kureishi op dit blog.

Uit: The Buddha of Suburbia

“One day, when my father came home from work, he put his briefcase away behind the door and stripped to his vest and pants in the front room. He spread the pink towel with the rip in it on the floor. He got onto his knees – and he was by no means a flexible man – placed his arms beside his head, and kicked himself into the air.
‘I must practise,’ he said.
‘Practise for what, Dad?’
Now he was standing on his head on the pink towel. His stomach sagged. His balls and prick fell forward. The muscles on his arms swelled and he breathed energetically. My grandmother, who was not unkind but no physical radical, came into the room with a cup of tea. She looked at Dad and looked at me.
‘Practise, practise, practise,’ Dad said.
Grandma raised her grey head and called out immediately. ‘Margaret, Margaret, he’s doing it again!’
‘Leave it, grandma,’ I said. ‘Please.’
What are you, a policeman?’ she said. She called out once more. ‘Margaret! Just when we’re having our tea!’
Soon my mother hurried into the room to see the spectacle. She wore an apron and wiped her hands again and again on a tea towel.
‘Oh God, Haroon,’ she said to my father. ‘Oh God, oh God, oh God. All the front of you’s sticking out like that so everyone can see!’
She looked at me violently.
‘You encourage him to be like this!’
‘No I don’t.’
‘Why don’t you stop him then?’
She sat down and held her head. ‘Why can’t he be a normal husband?’
My grandmother blew on her tea. ‘Don’t upset yourself,’ she said. ‘That’s why he’s doing it.’
‘That’s not true,’ I said.
My mother’s voice rose. ‘Pull the curtains someone!’
‘It’s not necessary, Mum.’
‘Do it now!’
I quickly pulled the curtains on our back garden. We sat there for a while and looked at oblivious upside-down father. Neither my mother nor my grandmother smiled or said anything. When my father spoke his voice came out squashed and thin. His insides must have got pretty bent up when he did his positions.”

 

 2098657-eb5b472a8c978ea7fdc8fbbc1851b243.jpg
Hanif Kureishi (Bromley, 5 december 1954)
Hier met Salman Rushdie (links)

 

 

De Oostenrijkse schrijver en taalkundige Alois Brandstetter werd op 5 december 1938 in Aichmühl bei Pichl, Oberösterreich geboren. Zie ook alle tags voor Alois Brandstetter op dit blog.

Uit: Hier kocht der Wirt

“Und in Personalunion, habe ich hinzugefügt, in Personalunion, das hast du vergessen zu sagen. Also ohne Personal, das ich für mich arbeiten lassen könnte, das muß man hinzufügen.
Und bald werde ich das Wirtshaus endgültig zusperren und nur noch das Gotteshaus »betreiben«.
Dann werde ich ganz und ungeteilt und ausschließlich in den Dienst des Thomas von Gerlamoos treten und mich nur noch der heiligen Kunst widmen, hingeben und weihen ... Seit ich außerdem begonnen habe, mein Wirtshaus mit Kopien von gotischen Bildern zu schmücken, seit ich vor allem ein großes Bild mit dem Selbstbildnis des Thomas, dem lachenden Selbstbildnis aus der Stiftskirche St. Paul im Lavanttal, an die Wand gehängt habe und außerdem noch Bilder aus dem Georgskirche-Zyklus unserer Steinfelder Filialkirche, seitdem sagen die Spötter, es sei eh nicht mehr viel Unterschied zwischen dem Gotteshaus und dem Wirtshaus.
»Na, dann haltets euch wenigstens dran und redets am Stammtisch nicht so viel erbärmliches und gotteslästerliches Zeugs daher«, sage ich dann. Die mich kennen, wissen auch, daß ich kein Frömmler und kein bigotter Mensch bin und daß ich eine deutliche Sprache, eine spätgotische Aussprache halt, wie ich gern sage, durchaus liebe, aber eine gewisse Haltung und ein entsprechendes Benehmen leite ich von der hohen Kunst an den Wänden für mich schon ab. Und als einmal einem vor lauter Trinken beziehungsweise Saufen so schlecht und so schnell so schlecht geworden ist, daß er nicht mehr das Freie oder das Ende des Ganges erreicht hat, sondern sich unter einem Bild des Trefflinger Altares an die Wand gelehnt hat und an Ort und Stelle übergegangen ist und gespieben hat, ist mir das nicht nur wegen meines Bodens und der ekelhaften Wegwischerei, sondern auch im Hinblick auf die hohe Kunst an der Wand und ihrem Kontrast zu diesem tiefen menschlichen Fall peinlich und lästig gewesen.
Thomas von Villach scheint das Ganze freilich sehr witzig und lustig und wahrscheinlich mich ein wenig lächerlich gefunden zu haben. Jedenfalls hat er unverwandt von der Wand gelacht. Ihm war das offenbar auch nichts Neues. »Das kenne ich aus dem 15. Jahrhundert «, scheint er lachend zu sagen ...““

 

 2098657-18c5963cf91cc6a3e7ef68d7e79203e4.jpg
Alois Brandstetter (Aichmühl, 5 december 1938)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Joan Didion werd geboren in Sacramento Valley op 5 december 1934. Zie ook alle tags voor Joan Didion op dit blog.

Uit:Play It as It Lays

“WHAT MAKES IAGO EVIL? some people ask. I never ask.

Another example, one which springs to mind because Mrs. Burstein saw a pygmy rattler in the artichoke garden this morning and has been intractable since: I never ask about snakes.
Why should Shalimar attract kraits. Why should a coral snake need two glands of neurotoxic poison to survive while a king snake, so similarly marked, needs none. Where is the Darwinian logic there. You might ask that. I never would, not any more. I recall an incident reported not long ago in the Los Angeles Herald-Examiner: two honeymooners, natives of Detroit, found dead in their Scout camper near Boca Raton, a coral snake still coiled in the thermal blanket. Why? Unless you are prepared to take the long view, there is no satisfactory answer to such questions.
Just so. I am what I am. To look for "reasons" is beside the point. But because the pursuit of reasons is their business here, they ask me questions. Maria, yes or no: I see a cock in this inkblot. Maria, yes or no: A large number of people are guilty of bad sexual conduct, I believe my sins are unpardonable, I have been disappointed in love. How could I answer? How could it apply? NOTHING APPLIES, I print with the magnetized IBM pencil. What does apply, they ask later, as if the word "nothing" were ambiguous, open to interpretation, a questionable fragment of an Icelandic rune. There are only certain facts, I say, trying again to be an agreeable player of the game. Certain facts, certain things that happened. (Why bother, you might ask. I bother for Kate. What I play for here is Kate. Carter put Kate in there and I am going to get her out.) They will misread the facts, invent connections, will extrapolate reasons where none exist, but I told you, that is their business here.
So they suggested that I set down the facts, and the facts are these: My name is Maria Wyeth. That is pronounced Mar-eye-ah, to get it straight at the outset. Some people here call me "Mrs. Lang," but I never did. Age, thirty-one. Married. Divorced. One daughter, age four.”

 

 2098657-417441f58d569b97d46c1eaf35c263c5.jpg
Joan Didion (Sacramento Valley, 5 december 1934)
In de jaren 1970 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Christina Georgina Rossetti werd geboren in Londen op 5 december 1830. Zie ook alle tags voor Christina Rossetti op dit blog.

 

Gedenk me

Denk nog aan mij als ik ben heengegaan
ver hiervandaan tot in 't stille land;
als jij me niet meer vasthoudt bij de hand
wanneer ik half wil gaan en half blijf staan.

Denk nog aan mij zoals je elke dag
vertelde van de toekomst die je zag;
maar je begrijpt: voor samenspraak of raad
of samen stil zijn is 't dan te laat.

En mocht je me vergeten, af en toe
en dan weer aan me denken, huil maar niet;
want de gedachten die ik achterliet

als ik ben neergedaald in 't donk're graf,
ach, mogen zij glimlachend doen vergeten
liever dan droevig zijn en weten.

 

 

Bergop

Gaat deze weg soms helemaal bergop?
Als ik me niet vergis.
En is het een dag lopen tot de top?
Totdat het donker is.

Maar is er daar een slaapgelegenheid?
Ja, voor de lange uren van de nacht.
En in het duister vind ik die altijd?
Je ziet het eer je het verwacht.

Zal ik ook andere mensen daar ontmoeten?
Ja, hen die jou zijn voorgegaan.
Moet ik dan kloppen daar of stampen met mijn voeten?
Ze zullen je er heus niet laten staan.

En is het fijn daar als ik moe ben van het lopen?
Ze hebben daar voor jou hun best gedaan.
En mag men op een goede nachtrust hopen?
Ja, iedereen van overal vandaan.

 

Vertaald door H.F.H.Reuvers

 

 2098657-3b045a09b6a5d128da9ff24ef74dabfd.jpg
Christina Rossetti (5 december 1830 - 27 december 1894)
Cover

 

 

De Russische dichter Fjodor Tjoettsjev werd geboren op 5 december 1803 in Ovstug in het gouvernement Orjol. Zie ook alle tags voor Fjodor Tjoettsjev op dit blog.

 

Aan de vooravond van 4 augustus 1864

Langzaam loop ik langs de brede route,
’t Schemert zacht, de avond is nabij.
Zwaar is het, haast weigeren mijn voeten...
Lieveling, hier ben ik, zie je mij?

Steeds weer verder zal het donker spreiden -
’t Laatste licht vervliegt, het is voorbij...
Dit was eens de wereld van ons beiden.
Lieveling, hier ben ik, zie je mij?

Morgen zal de droeve dag herleven,
Morgen viert de smart opnieuw hoogtij...
Engel, waar je ziel ook moge zweven,
Lieveling, hier ben ik, zie je mij?

 

Vertaald door Nina Targan Mouravi

 

 

Mooi ben je zee in het nachtelijk duister

Mooi ben je zee in het nachtelijk duister, -
Hier helder stralend, en daar donker blauw...
't Maanlicht verleent je een glanzende luister,
Levend welhaast, alles flonkert aan jou...

Weids en immens, niet door grenzen omsloten
Schitter je, raas je met dondrende kracht...
Zee, met die wazige glans overgoten,
Wat ben je mooi in de eenzame nacht!

Alles is nietig bij jou vergeleken,
Deinende zee, vier je feest soms vandaag?
Rollende golven die bliksemend breken,
Heldere sterren zien waakzaam omlaag.

In dit gewoel sta ik klein en verloren,
Heel deze schittering lijkt wel een droom -
Steeds laat mijn ziel zich door jou weer bekoren.
O, kon ik meedrijven met deze stroom...

 

Vertaald door Margriet Berg en Marja Wiebes

 

 2098657-4d03108727882d916380b88a63d09a41.jpg
Fjodor Tjoettsjev (5 december 1803 – 27 juli 1873)

 

 

De Amerikaanse schrijver, journalist en columnist Calvin (Bud) Marshall Trillin werd geboren op 5 december 1935 in Kansas City, Missouri. Zie ook alle tags voor Calvin Trillin op dit blog.

Uit: Feeding a Yen

« But when I mentioned the Chinatown walk exchange to my wife, Alice, she had a different interpretation. She said that Abigail had been speaking ironically. I found it difficult to believe that anybody could be ironic about those bagels. They were almost black. Misshapen. Oniony. Abigail had always adored them. Both of my daughters have always taken bagels seriously. When my younger daughter, Sarah, was a little girl, I revealed in print that she wouldn't go to Chinatown without carrying a bagel--"just in case." At the time that Abigail and I had our conversation about the gnarly black pumpernickel bagel, Sarah was also living in California, in Los Angeles. She seemed perfectly comfortable with the Chinese food there. In fact, when I'd eaten with her at Chinois on Main, in Santa Monica, it occurred to me that her knowledge of the menu was nearly encyclopedic. She had many years before outgrown the need to have a bagel with her at a Chinese restaurant--which was fortunate indeed, because bagels in California were not anywhere near up to her standards.
For a while, I brought along a dozen or two New York bagels for Sarah whenever I went to Southern California, but I finally decided that this policy was counterproductive. "If a person prefers to live in California, which happens to be thousands of miles from her very own family," I told her, "it seems to me appropriate that such a person eat California bagels. I understand that in some places out there if you buy a dozen wheat germ bagels you get your choice of a bee pollen bagel or a ginseng bagel free." Sarah eventually moved back East. I'm not going to make any claims for the role of my bagel-withholding policy in that decision, but the fact remains: she did eventually move back East.
I have previously recorded Abigail's response, at age four or five, when, on a visit to my family in Kansas City, Missouri, she'd worked her way partly through a bagel I can describe, given my affection for my hometown, as an honest effort that had simply fallen way short of the mark, the baker having been put in the position a New York deli cook would have found himself in if asked to turn out a bowl of andouille gumbo. "Daddy," she said, "how come in Kansas City the bagels taste like just round bread?" In other words, she knew the difference between those bagel-shaped objects in the Midwest and the authentic New York item that had been hand-rolled and boiled in a vat and then carefully baked by a member in good standing of the Bakery and Confectionery Workers International Union. I think it might be fair to characterize her as having been a bagel prodigy.”

 

 2098657-8e7ecdf0000fe93a143e656f51e7aea2.jpg
Calvin Trillin (Kansas City, 5 december 1935)
Cover

 

 

De Russische dichter Afanasy Afanasievich Fet werd geboren op 5 december 1820 nabij Mzensk. Zie ook alle tags voor Afanasy Fet op dit blog,

 

The September Rose

Two sighs of morning air, that froze,-
(With her lips opened for a say),
How curiously has smiled the rose
On a September fleeting day!

And how has she ever dared
To greet, with air of springy queens,
The single blue-tit, in the bare
Shrubs fleshing in the orb of wings;

To bloom with steadfast dream that later,
Just leaving her cold bed in rest,
She’ll cling, the last and dissipated,
To a young hostess’s charming breast!

 

Vertaald door Yevgeny Bonver

 

 

Tryst

A whisper, a gentle sigh,
Trills of the nightingale;
The silver flash of the brook,
Asleep in the sleepy vale.

The shadows and shine of night—
Shadows in endless race ;
The sweep of a magical change
Over a sweet young face.

The blush of a rose in the mist,
An amber gleam on the lawn;
A rush of kisses and tears—
And oh, “the Dawn! the Dawn!”

 

Vertaald door John Pollen

 

 2098657-e3debac4ce65b6dba37aed1c2a6879b1.jpg
Afanasy Fet (5 december 1820 – 3 december 1892)

 

 

De Duitse schrijver Hans Hellmut Kirst werd geboren op 5 december 1914 te Osterode (voorm. Ost Preussen, nu Polen). Zie ook alle tags voor Hans Hellmut Kirst op dit blog.

Uit:08/15

„Der stattliche Rest aber, als »Nichteingeteilte« bezeichnet, reinigte das Revier, vom Boden bis zum Keller, von der Schreibstube bis zum Waschraum. Der Kanonier Vierbein befand sich inmitten des Haufens, der die untere Latrine reinigen sollte. Er fand das ganz in Ordnung; er hatte nichts anderes erwartet. Latrinen reinigen war eine Spezialität von ihm; solange er bei dieser Batterie war, wurde er regelmäßig dazu eingeteilt.
Ergeben, fast teilnahmslos, stand Vierbein da; in automatischer Bereitschaft, zusammenzufahren und Haltung anzunehmen, wenn abschließend »Stillgestanden« ertönen würde, hierauf »Wegtreten!« Worauf sie, die Nichteingeteilten, auf ihre Stuben sausten, Besen, Eimer und Lappen ergriffen und sich unverzüglich in der Nähe des zu reinigenden Objektes einfanden. Hier pflegte dann bereits ein jüngerer Unteroffizier oder ein älterer, für vertrauenswürdig gehaltener Gefreiter auf sie zu warten.
Während sich Vierbein auf diesen normalen Ablauf vorbereitete, bemerkte er, wie des Hauptwachtmeisters Blick nachdenklich auf ihm ruhte. Und Vierbein erschrak, als es gelindes Wohlwollen zu wittern glaubte, wußte er doch aus Erfahrung, daß es nie gut zu enden pflegte, wenn sich Vorgesetzte allzu intensiv mit ihren Untergebenen beschäftigten. Wie ein strapazierter, ausgebleichter Film zogen alle sich hieraus eventuell ergeben könnenden Möglichkeiten an ihm vorüber: Ausdehnung des Revierreinigens bis in die späten Abendstunden hinein; Zorn der Ungerechten: Entzug des heutigen Sonntagsurlaubsscheines; Aufzeichnung seines Namens im Spießbuch, mit Unterstreichung, was automatisch Urlaubssperre bedeutete. Und alles das hieß: Ingrid nicht sehen!
»Vierbein - ganz links 'raus!« rief der Spieß. Und Vierbein lief an das linke Ende, setzte sich ab und stand verlassen da.
Hauptwachtmeister Schulz fegte mit einem Kommandoplatz den Appellplatz leer. Nagelschuhe prasselten über das Pflaster. Im Kasernenblock rauschten kurz danach hundert Schuhe über die Korridore und Treppen. Einsam stand Vierbein auf dem zementierten Platz“.

 

 2098657-1e340b76c11844fd043382a3791294fb.jpg
Hans Hellmut Kirst (5 december 1914 - 23 februari 1989)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Eugenie Marlitt werd geboren op 5 december 1825 in Arnstadt. Zie ook alle tags voor Eugenie Marlitt op dit blog.

 

Winter

Die Bäume glitzern rings im Eise,
Unheimlich lautlos rieselt Schnee.
Die weichen Flocken decken leise
Der Blumen letztes Todesweh.

Nur zwischen starren Zweigen hangen
Noch rote Beeren, frisch und licht,
Ein täuschend Leben! Rosenwangen
Auf einem Leichenangesicht.

Die gold'ne Sonne strahlt wie immer,
Doch wärmt sie nicht das öde Land.
An Menschenaugen mahnt ihr Schimmer,
Die falsch und treulos man erkannt.

 

 

Sehnsucht

Brausend zieht der Sturm vorüber.
Schwarz umhüllt der Himmel sich.
Stürme draußen, Kampf im Innern –
Mutter, Mutter, hörst du mich?

Fühlst du dort, wie all mein Fühlen
Rastlos zu dir aufwärts strebt,
Wie die Blume auf zum Lichte
Sehnsuchtsvoll den Kelch erhebt?

Ja, ich fühl' es immer tiefer:
Mit dem Mutterherzen bricht
Uns'res Lebens schönste Perle –
Mutterlieb' ersetzt sich nicht.

Trost war mir dein zärtlich Lächeln,
Sich'rer Port dein treuer Arm,
Und nun bin ich preisgegeben
Dem fühllosen Menschenschwarm.

Droben grollen Wetterwolken,
In mir grollet bitt'rer Schmerz,
Wie dort fahle Blitze zischen,
Zuckt mir schneidend Weh durch's Herz.

Und ich lebe wie der kranke
Baum, den Winterfrost zerstört.
Drunten hält ihn noch die Scholle,
Doch das Haupt dem Tod gehört.

 

 2098657-5036c52b37a7d1c35a3b9111232fb0d4.jpg
Eugenie Marlitt (5 december 1825 – 22 juni 1887)
Arnstadt, raadhuis in de Adventstijd

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e december ook mijn blog van 5 december 2011 deel 2 en ook mijn blog van 5 december 2010 en eveneens mijn blog van 5 december 2009.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 5 december 2008 en ook mijn blog van 5 december 2007 en mijn blog van 5 december 2006.

Geschreven door Romenu om 10:13 Reageer op dit bericht

In Memoriam Jean d’Ormesson

In Memoriam Jean d’Ormesson

De Franse schrijver Jean d'Ormesson is in de nacht van 4 op 5 december 2017 overleden aan een hartstilstand. Hij werd 92 jaar. Jean d'Ormesson (eig. Jean Lefèvre, comte d'Ormesson) werd geboren op 16 juni 1925 in Parijs. Zie ook alle tags voor Jean d'Ormesson op dit blog.

Uit: Comme un chant d’espérance

"L’idée, chère à Flaubert, d’un roman sur rien m’a longtemps travaillé en silence. Elle m’est revenue en mémoire par un détour bizarre. Pour préparer deux de mes livres récents – C’est une chose étrange à la fin que le monde et Un jour je m’en irai sans en avoir tout dit –, je me suis intéressé en néophyte à un domaine qui m’était étranger et qui a fait depuis cent ans des progrès fascinants : la physique mathématique et la cosmologie.
Parvenant, comme par miracle, en suivant des chemins divers, à des conclusions identiques, qu’est- ce que les mathématiciens et les astronomes ont découvert de notre vivant, les uns en théorie et par le calcul, les autres par l’expérience et par l’observation ? Pour dire les choses en un mot, que l’univers a une histoire. C’était un coup de tonnerre dans le ciel de la science.
Longtemps, de grands esprits, Aristote en tête, ont pensé que le monde était immobile et éternel.
Les Grecs, qui ont presque tout inventé il y a deux mille cinq cents ans sur les côtes de l’Ionie, c’est-à- dire de la Turquie d’aujourd’hui – la géométrie, la mathématique, la philosophie, le théâtre, l’éloquence, la démocratie... –, n’avaient pas manqué de remarquer, se référant tout naturellement aux deux astres les plus brillants au firmament du jour et de la nuit, que tout ne cessait jamais de changer sous le soleil et dans ce qu’ils appelaient notre monde sublunaire. Une formule d’Héraclite, né à Éphèse, est restée célèbre : πάντα ῥεῖ – tout passe. Mais derrière les changements qui se succédaient dans son sein, le monde lui-même ne bougeait pas. Il était là. C’est tout ce qu’on pouvait en dire.
Rival d’Héraclite, Parménide soutenait à Élée, en Grande-Grèce, autrement dit en Italie du Sud, que l’être est et que le non-être n’est pas. Le non-être ne devait même pas être évoqué : il était impossible d’en parler. Pour Socrate, pour Platon, pour Aristote, successeurs de Parménide et d’Héraclite, l’homme était la mesure de toutes choses et la Terre sur laquelle il régnait était immobile et éternelle au centre de l’univers, immobile comme elle et éternel comme elle.
Un certain nombre de populations qui ont longtemps passé pour primitives au regard de la culture grecque avaient une autre vision de l’univers qui les entourait. Le monde, pour elles, était sorti du néant après des aventures qui prenaient, en Mésopotamie, en Égypte, aux Indes, en Chine, en Afrique, en Amérique précolombienne, dans les pays scandinaves – et d’ailleurs en Grèce même pour l’homme de la rue –, les formes les plus diverses. D’innombrables mythes, pleins d’animaux fabuleux, de tortues géantes, de chevaux à huit jambes, de serpents à plumes, de fleurs de lotus, d’arbres enchantés, de fontaines magiques, de potiers divins, de généalogies compliquées de déesses et de dieux qui s’engendraient les uns les autres et de nourrissons nés par miracle, prétendaient rendre compte du commencement de ces choses qui prenaient la place de leur absence et que nous appelons le monde."

 2100442-fd7d211093ce68876141a87d0570a453.jpg
Jean d'Ormesson (16 juni 1925 – 5 december 2017)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten