Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 2 september 2024 tot 3 september 2024

Jacq Firmin Vogelaar, Kiran Desai, Richard Jones

De Nederlandse dichter, schrijver en literatuurcriticus Jacq Firmin Vogelaar (pseudoniem van Franciscus Wilhelmus Maria (Frans) Broers) werd geboren in Tilburg op 3 september 1944. Zie ook alle tags voorJacq Firmin Vogelaar op dit blog.

Uit: Terugschrijven – Tekstverstoringen. Over gestoorde teksten

“Het is opmerkelijk hoe lichtvaardig gestoorde teksten als onleesbaar worden ervaren, zowel in de psychiatrie als in de literatuur, en dat zelfs door geoefende lezers die anders toch niet terugschrikken voor de meest ingewikkelde literaire puzzels en taalspelletjes. Daarmee vergeleken bestaat er ten aanzien van afwijkingen op beeldend gebied een verbazingwekkende tolerantie. Dat was in de zestiende eeuw al niet anders, toen Parijse drukkers door Henri iii zwaar gestraft werden voor typografische ‘dwaasheden’ terwijl aan alle hoven de meest extravagante maniëristiche schilders in de mode waren.
Die overgevoeligheid voor overtredingen van taalnormen heeft er wellicht mee te maken, dat taal niet alleen een sociaal medium is maar door ieder individu afzonderlijk ook nog eens als een persoonlijk bezit wordt gezien. In de taal wordt men immers opgevoed en via de taal maakt iedereen zich sociale regels, denkbeelden en vaardigheden eigen; in en door taal beleeft men de wereld en men is met zijn eigen taal vergroeid als beweegt men zich in een tweede lichaam. Dan is het ook niet verwonderlijk dat men doorgaans verstoord reageert op afwijkend taalgebruik. Het gevoel van bedreiging is overigens wederzijds. Hoewel de schizofreen meestal wel degelijk de bedoeling heeft iets aan anderen mee te delen, is hij huiverachtig om zijn informatie openlijk en eenduidig te coderen, omdat hij het directe contact met zijn gesprekspartner bedreigend vindt; hij voelt zich daarom soms veiliger wanneer zijn tekst niet (meteen) begrepen wordt. Het verduisteren van de boodschap, het geheimschrift dat zich voor ongewenste of onbevoegde blikken afsluit, voldoet ook aan een algemene behoefte aan privacy, en die komt uiteraard niet alleen bij zonderlingen voor (vergelijk Edgar Allan Poe, A few words on secret writing). Het minste dat de spreker/schrijver met zijn tekstverstoring meedeelt is dàt zijn communicatie verstoord is (vandaar ook de vaak voorkomende taalkundige interesse en voorliefde voor woordenboeken). Zelfs de onbegrijpelijkste anti-mededeling kan nog als een veelzeggend signaal worden opgevat. En is dit zoveel anders dan wat Mallarmé voor een bepaald soort poëzie opmerkte: het veelbetekenende verdwijnen van de dichter die het initiatief aan de woorden overlaat.
Wanneer kenmerkend is voor gestoorde teksten, vooral die buiten de officiële literatuur, dat er een gespannen verhouding bestaat ten opzichte van de normale communicatie, ziet men dat, isolement in de teksten zelf opgelost door een vindingrijke agressie tegen de taal: een compensatie voor het gevoel van een tekort of een verwoede poging om contact te forceren.”

 

Jacq Firmin Vogelaar (3 september 1944 — 9 december 2013)

 

 

De Indische schrijfster Kiran Desai werd geboren op 3 september 1971 in New Dehli. Zie ook alle tags voor Kiran Desai op dit blog.

Uit: Hullabaloo in the Guava Orchard

“What on earth is she doing?” shouted Mr. Chawla as he watched his wife disappear down the road to the marketplace again and again, as he surveyed the emptying cupboards in the house, the missing items, the gaps on the shelves. “What have you married me to, Amma?” he demanded ferociously of his mother, who looked worried as well. However, since she was responsible for the marriage, she put her worry as far from herself as possible, clucked her tongue and said soothingly: “She is at a very delicate stage. Wait a little and maybe she will come out of it.”
“Come out of it.” He snorted. “She is not going to come out of it. And if the baby takes after her, we are really in for trouble.”
Oddness, like aches and pains, fits of tears and lethargy, always made him uneasy and he had a fear of these uncontrollable, messy puddles of life, the sticky humanness of things. He intended to keep his own involvement with such matters to the minimum, making instead firm progress in the direction of cleanliness and order. He went to the public library to look for books about babies and waited in line outside the Mission School to enroll the baby well in advance, for he knew how long the waiting lists were. He collected vitamins and tonics from the government clinic.
“You must take care to boil your drinking water for twenty minutes.” He followed Kulfi about the house reading aloud from his library book as she ignored him. He held one of his fingers up in the air. Despite his young age and slight build, he felt a powerful claim to authority. “You must sit down and rest after any exercise,” he advised. And: “You must stand up and exercise regularly and diligently.” And: “Don’t eat raw fruit anymore.” And: “Don’t sing songs and tire yourself out. Don’t drink tea on an empty stomach. Keep yourself extra clean. Wash your hair, take a nap, put your legs up in the air and do bicycling exercises.” He wiped the sweat from his forehead with a handkerchief and continued following his wife, even though it was clear she had no interest whatsoever in what he was saying.
Ammaji had her own ideas. She had her own ideas of how a woman’s pregnancy should be managed. She fussed with pillows and herbs, with hairbrushes and bottles of strong-scented oil for massages. “Sing songs to improve the baby’s mood,” she advised. “Go to the temple. Say the right prayers. Make sure the baby is healthy. Make sure the planetary configurations are good. Make sure you have no lice. Make sure you smell nice, and the baby will smell nice too.”

 

Kiran Desai (New Dehli, 3 september 1971)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichter dichter Richard Jones werd geboren in Londen, Engeland, in 1953.  Zie ook alle tags voor Richard Jones op dit blog.

 

BEPAALDE MENSEN

Mijn vader woont aan de oceaan
en drinkt zijn ochtendkoffie
in de volle zon op zijn dek,
pratend met iedereen
die langsloopt op het strand.
En ’s middags werkt hij
parttime op de golfbaan—
zeilend over de fairways als een kapitein
in een wit golfkarretje.
Mijn vader praat zeker
met honderd mensen per dag,
en toch spraken wij elkaar al weken niet.
Naarmate ik ouder word, praten we nauwelijks nog.
Het is alsof hij een vreemde is
en we elkaar nog nooit hebben ontmoet.
Ik vraag me af, wat we, als ik
een toerist op het strand was
of een golfer verdwaald in het bos
en hem nu voor het eerst zou ontmoeten,
tegen elkaar zouden zeggen,
hoe zijn hand in de mijne zou voelen
als we onszelf zouden voorstellen,
en of ik , als ik hem in de ogen zou kijken,
het gevoel zou hebben,
– zoals bij bepaalde mensen het geval is –
hem al mijn hele leven te kennen.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

Richard Jones (Londen, 1953)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e september ook mijn blog van 3 september 2018 en ook mijn blog van 3 september 2017.

Geschreven door Romenu om 16:23 Reageer op dit bericht

Late Summer (James Brasfield), Willem de Mérode, Sabine Scho

 

 

Sunlight Late Summer door Theodore Clement Steele, 1913

 

 

Late Summer

Now cosmos in bloom and snow-in-summer
opening along the garden’s stone borders,

a moment toward a little good fortune,
water from the watering can,

to blossom, so natural, it seems, and still
the oldest blooms outside my door are flourishing

according to their seedtime. 
They have lived as in trust

of tended ground, not of many seasons
as the lingering bud in late summer,

when leaves have reached their greenest,
when a chill enters the nights,

when a star I’ve turned to, night after night,
vanished in the shift of constellations. 

But when on a bare branch,
even in August, a sprig starts,

sprig to stem—as if to say, See,
there’s kinship with the perennials

you think so hardy—voice
the moment among the oaks, toast

the spring in summer, as once each May
a shot of vodka is poured on bare dirt

among gravestones to quench the dead,
among the first stars of this new evening.

 

 

James Brasfield (Savannah, 19 januari 1952)
Savannah

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning) werd op 2 september 1887 geboren in Spijk. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog.

 

De peppel

Gij hebt mij dit gegeven,
Dat ik zoo lang ik leef,
Met vreezen en met beven,
Naar boven streef.

Mijn bladeren, de velen,
Op hun gedraaide steel,
Kaatsen in duizend deelen
Uw licht geheel.

In ’t veld, ver van de dorpen,
Een flikkerstraal, een glans,
Sta ik, door U geworpen
Trillende lans.

En als de schemers dalen,
Van ronden horizon,
Schiet zon uit mij haar stralen,
Uw zwart kanon.

Tot eenzaamheid geschapen,
Gemeden door ’t gemeen,
Blijf ‘k, ongerept, een wapen
Voor U alleen.

 

 

De eerste jacht

De blanke buks beeft in zijn handen.
Zijn vingers trillen aan den haan.
Honderd maal loert hij in de laan,
Zoo hunkert hij om los te branden.

De mannen, koel bereeknend, staan
Rustig achter de loovren wanden.
Hij voelt hun gulle spot als schande:
“Dat jog schiet straks nog grof wild aan!”

Het is zijn eerste jacht … hij moet
Doods huivering door ’t heete bloed,
Duisternis over helle oogen jagen.

Daar knalt zijn schot … hij is niet wreed,
Maar zijn fier hart kan niet het leed
Van spottend medelijden dragen.

 

 

Jan Mankes

Hij heeft de dieren en de stille dingen
Met sterke aandachtigheid tot zich genomen
En lichtend zijn zij weer aan ’t licht gekomen,
Wijl zij het lichten van zijn ziel doorgingen.

Hij liet zijn teerheid als verhelderingen
In oogen stralen, om een mond verdroomen.
En koel en klaar liet hij de zoete roomen
Rozen verrijzen uit hun mijmeringen.

En soms heeft hij het schemeren en streelen
En strengelen van haren en fluweelen
Gezichten in een levend licht gesteld.

En stil zijn bleekend aangezicht gegeven
In vreemden luister of zijn rijpe leven
Blank uit het blinken van zijn wezen welt.

 

 

Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Sabine Scho werd geboren op 1 september 1970 in Ochtrup. Zie ook alle tags voor Sabine Scho op dit blog.

 

Ekballein, waar komt de demon binnen?

filum terminale
it‘s always hit me from below
ze houden me rechtop, dat wel
maar ze laten me in vliegtuigen stappen
en zeggen: kijk, jij laat het loon van de angst zien
solaris en champagne zijn er om te
vergeten waar je eigenlijk woont
je doel zul je waarschijnlijk bereiken
maar je kunt het je niet herinneren
was je bij de bewening van Christus?
situations have ended sad
je kunt het je niet herinneren
misschien werd er een gelukshormoon uitgedeeld?
het is moeilijk om je te bereiken
het is niet zo dat jullie niet met elkaar
overweg kunnen, jij en je demon, alleen voor de vorm
blijf je volhouden dat het
eigenlijk als volgt geweest is, en
dat je je alleen tegen een dergelijke interventie, alleen
omdat je het woord niet leuk zou vinden,
in principe graag zou verzetten, maar het is voor jou duidelijk
zonder de mechanica ervan mis je misschien
elke motivatie, het houdt je op de been en
zou uiteindelijk alleen maar bemiddelen
bij een provisie voor spinale zenuwen
en wat zitvlees. je kunt in de duty free
ook nog een schladerer likeur kopen
aan uitdrijving valt dan niet meer te den
ken
yer gonna have to leave me now, i know

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

Sabine Scho (Ochtrup, 1 september 1970)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e september ook mijn blog van 2 september 2020 en eveneens mijn blog van 2 september 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 15:28 Reageer op dit bericht

Rita Bullwinkel

De Amerikaanse schrijfster Rita Ann Bullwinkel werd geboren op 2 september 1988 in Stanford, California. Rita Bullwinkel is bekend is om haar debuutroman” Headshot” uit 2024, die op de longlist stond voor de Booker Prize van 2024. Ze is ook de auteur van de bundel korte verhalen “Belly Up” uit 2018, die in 2022 een Whiting Award kreeg.Bullwinkle is professor aan de Universiteit van San Francisco, waar ze creatief schrijven doceert. Haar andere werken zijn verschenen in literaire tijdschriften, waaronder The White Review, BOMB, NOON en Guernica. In 2024 werd Bullwinkel redacteur van het literaire tijdschrift McSweeney’s Quarterly, nadat ze sinds 2016 als hoofdredacteur had gewerkt.

Uit: Headshot

“The industrial bulbs of Bob’s Boxing Palace cast omnipresent white like the lighting seen in theaters. In stage acting, makeup must be twice as caked to even show up to the eyes of the audience. Because of this, in this washed-out ring of light, Rose Mueller and Tanya Maw both look like they have monochrome white faces. Rose Mueller’s hair is cut so short that you can barely see it under her headgear. Tanya Maw has woven her long hair into two looped braids. Her ovals of hair stick out of her headgear and place droopy circles on her back. Tanya Maw has her shoulders pulled forward over the center of her spine. Tanya Maw pushes her hands towards Rose Mueller and Rose Mueller moves her own hands to greet them. They’re not clapping, but their hands are smacking each other in rhythm. Tanya Maw can hear clapping rhymes as her fists touch the fists of Rose Mueller. I’m an actor, says Tanya Maw, in her head, to herself. Tanya Maw needs to play the part of the winner.

* * *

The most famous hand-clapping game Tanya Maw knows is the one about the tugboat, where the last line of every verse morphs from a normal word into a crude trick. Tanya Maw used to love this game, although now, at seventeen, she is decidedly too old to play it. There had been something wonderful about listening to even her best, most well-behaved classmates put words in their mouths that changed mid-breath from banal to naughty. The words had changed while still lodged in their throats. She could see the words themselves shape-shifting, the strangeness of the word ask changing into ass, a fly bug changing into a crotch-covering zipper. As a young girl, playing hand-clapping games for hours on end, Tanya Maw had seen small, one-inch sculptures of the morphing words on the tongues of her playmates. When her playmates got to the end of a verse, she could see the sculpture of the word remold itself from something boring into something forbidden, and then these forbidden word sculptures were spit out into a pile on the pavement between the two girls who were at play. The more verses the girls got through, the more forbidden word sculptures they made. In those early days of girlhood there were piles of these sculptures all over the playground. It was a graveyard of hand-clapping games that had been played earlier that day. Tanya Maw has never met Rose Mueller before, but the way that Rose is clenching on her mouth guard makes Tanya think Rose is about to spit out a forbidden word sculpture. There is something foul inside the mouth of Rose Mueller.”

 

 


Rita Bullwinkel (Stanford, 2 september 1988)

 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten