Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 26 maart 2025 tot 27 maart 2025

Els Beerten, Golo Mann, Alfred de Vigny

De Vlaamse schrijfster Els Beerten werd geboren in Hasselt op 27 maart 1959.  Zie ook alle tags voor Els Beerten op dit blog.

Uit: Allemaal willen we de hemel

“Onze Jef is dood
Jeanne lacht met mij als ik over de hemel begin. ‘Remi’, zegt ze dan, ‘de hemel zit in de kop van de mensen, meer is het niet.’ Ik geloof dat nog altijd niet. Dat de hemel alleen maar in de kop van de mensen zit. Onze Jef komt er al zeker in. Onze Jef is altijd al een held geweest, en nu hij dood is, nog meer. De paters vooraan in de kerk zeggen het, de mensen prevelen het, de poort van de hemel zal wijd open staan voor hem. ‘Bidden wij voor de zielenrust van eerwaarde pater Claessen, en bidden wij tevens voor deze zwaarbeproefde mensen. Dat God hun leed draaglijk moge maken’ Dat zijn wij. De zwaarbeproefde mensen. Wij buigen onze hoofden, wij bidden alle gebeden mee, onze Jef is dood en hij gaar naar de hemel. Hij is niet doodgegaan aan een ziekte. Onze Jef was van ijzer, en hij was zeker honderd jaar geworden als hij niet in Congo tegen een boom was gereden. Op een boogscheut van zijn missiepost nog wel, op weg naar school. Want onze Jef was niet alleen pater, hij was ook nog onderwijzer, en met hart en ziel, schijnt het, want niks was hem te veel voor zijn mensen. En die dag gebeurt het hij knalt met zijn jeep tegen een boom, de boom knakt in twee, valt op Jef en Jef is dood. Een mens is iets raars. Eerst overleeft hij de oorlog in België, dan de oorlog in Congo, om ten slotte heel onnozel tegen een boom te verongelukken. Twee paters van zijn orde zijn het ons Renée komen vertellen. Eerst dat hij dood was, toen dat hij al begraven was, en vervolgens dat ze in zijn geboortedorp een herdenkingsmis voor hem wilden houden. Renée zei dat het goed was, daarna heeft ze mij opgebeld. Met onze kinderen op de achterbank zijn Jeanne en ik diezelfde dag nog vertrokken. We hebben aan één stuk gereden tot we voor de deur van Renée stonden. Renée heeft me lang vastgepakt. ‘We zijn hem kwijt,’ zei ze, ‘we zijn hem voorgoed kwijt, Remi.’
We hadden hem al jaren niet meer gezien. Hij kwam nooit met verlof uit Congo, hij was ginder veel te graag. En of we dat konden begrijpen, schreef hij. We schreven terug dat we dat begrepen. Onze Jef was een rare. Ik heb lang gewenst dat ik nog een andere broer had. Maar ik had er maar een, en dat was Jef. Misschien zijn helden altijd raar. Ik weet wel waarom hij naar Congo vertrok. Het proces van Ward had hem ziek gemaakt. Niemand had gedacht dat het zo zou aflopen. Toen Jef na het proces thuiskwam, heeft hij eerst drie dagen op zijn bed gelegen zonder een woord te zeggen. Hij wilde niks eten, wilde niks drinken, hij lag daar maar. Mijn vader was in alle staten.”

 

 


Els Beerten (Hasselt, 27 maart 1959)

 

 

De Duitse schrijver en historicus Golo Mann werd geboren in München op 27 maart 1909. Zie ook alle tags voor Golo Mann op dit blog.

Uit: Wallenstein

„Der richtige Name ist Waldstein oder ursprünglich Waldnstein. Da für die tschechische Zunge die Anhäufung von Konsonanten am Anfang eines Wortes leicht, in der Mitte aber schwer ist, so sprachen sie ihn Walstein aus. Die Deutschen fügten einen Konsonanten mehr oder auch eine Silbe hinzu, Wallstein, Wallenstein, Wahlenstein, je nach Belieben, in einer Zeit, in der man es mit den Buchstaben so genau nicht nahm. Albrecht selber schrieb Waldstein, bis er sich in eine Sphäre erhob, in der man mit dem Vornamen oder mit Initialen zeichnet.
Daß aber ein slawisches Geschlecht einen deutschen Namen hatte, erklärt sich ohne Mühe. Die Herren nannten oft sich nach Burgen, die ihnen deutsche Baumeister gebaut und denen deutsche Baumeister den Namen gegeben hatten: Sternberg, Rosenberg, Michelsberg, Wartenberg, Löwenberg, Rotstein und andere mehr und so auch Waldstein. Als das geschah, im 13. Jahrhundert, fiel es niemandem ein, einen Verrat an der Nation darin zu sehen.
Die Ruinen der Burg Waldstein findet man unweit von Turnau. Sie hieß nach den drei durch Brücken verbundenen Steinen oder Felsen, auf denen sie errichtet war; den Wald um sie herum gaben Birken, Kiefern und Buchen. Der sie sich bauen ließ, hieß Zdenek; einen anderen Namen hatte er nicht, bis er sich nach seiner neuen Festung von Waldstein nannte oder so genannt wurde. Der Bau steinerner Burgen empfahl sich damals, denn der Greuel der Mongoleneinfälle, welche die schicksalsverwandten Länder Schlesien und Mähren verwüstet hatten, konnten sich die Lebenden noch erinnern; auch waren die Herrscher wieder einmal schwach und die Gesetze kein Schutz.
Der Mann, der nur Zdenek hieß, stammte aus einer weitverzweigten, alten, reichen und mächtigen Familie, die ihrerseits keinen Namen hatte; im 19. Jahrhundert nannten Geschichtsforscher sie die Markwartinger, weil ihr im 12. Jahrhundert bezeugter Gründer ein Ritter Markwart war. Die böhmischen Herren scheuten also auch deutsche Vornamen nicht, ein Sohn dieses Markwart hieß Hermann; aber die slawischen Namen, wie Benesch, Hawel, Zawisch, Zdenko, Jaroslaw sind unter den Markwartingern häufiger.“

 

 


Golo Mann (27 maart 1909 – 7 april 1994)

 

 

De Franse dichter en schrijver Alfred de Vigny werd geboren op 27 maart 1797 te Loches (departement Indre-et-Loire). Zie ook alle tags voor Alfred de Vigny op dit blog.

 

De dood van den wolf (Fragment)

I
Zo zag hun dans, zo zag hun dartelheid er uit.
Maar de zoons van de wolf stoeiden zonder geluid,
wel wetend dat vlakbij, nooit dan ten halve slapend,
de mens, hun vijand, woont, meedogenloos bewapend.
De vader stond rechtop; wat verder, bij een eik,
lag zijn wolvin, aan haar beeld van ruig brons gelijk
dat men te Rome aanbad, sinds zij aan de halfgoden
Remus en Romulus haar warm zog had geboden.
De wolf nadert; hij zet zich, poten uitgestrekt,
waarbij hij diep door ’t zand zijn kromme nagels trekt.
Hij weet verrast te zijn, weet zich daarmee verloren
en de aftochtswegen afgesloten van tevoren.
Maar reeds, met rode muil, heeft hij de felste uit ’t rot
der honden beetgepakt bij de hijgende strot,
en heeft zijn ijzerharde kaken niet ontsloten,
ofschoon wij schot na schot hem dwars door ’t lijf heen schoten
en onze scherpe messen, borend van weerskant,
kriskras, als foltertuig, kliefden zijn ingewand,
dan op het allerlaatst, als de geworgde hond
lang dood voor hem, onder zijn poot ligt op de grond.
Dan laat de wolf hem los, en dan ziet hij ons aan.
De messen zijn tot ’t heft in zijn flank blijven staan,
nagelend hem aan ’t gras, met bloed bevlekt rondom;
wij, met geweren, staan als een vuurpeloton.
Ons steeds nog aanziend, heeft hij zich weer uitgestrekt,
likt naar het bloed dat hem geheel de muil bedekt,
en, onverschillig wordend hoe wij hem afmaken,
zijn groot oog sluitend, sterft hij zonder kreet te slaken.

 

Vertaald door Martinus Nijhoff

 


Alfred de Vigny (27 maart 1797 – 17 september 1863)
Portret door Simon Nicolas Mansion, 1825

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e maart ook mijn blog van 27 maart 2020 en eveneens mijn blog van 27 maart 2019 en ook mijn blog van 27 maart 2017 en ook mijn blog van 27 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:45 1 reactie Reageer op dit bericht

Erica Jong, Gregory Corso

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Erica Jong werd geboren in New York op 26 maart 1942. Zie ook alle tags voor Erica Jong op dit blog.

 

Wrinkles

For Naomi Lazard

Sometimes I can’t wait until I look like Nadezhda Mandelstam.
— Naomi Lazard

My friends are tired.
The ones who are married are tired
of being married.
The ones who are single are tired
of being single.

They look at their wrinkles.
The ones who are single attribute their wrinkles
to being single.
The ones who are married attribute their wrinkles
to being married.

They have very few wrinkles.
Even taken together,
they have very few wrinkles.
But I cannot persuade them
to look at their wrinkles
collectively.
& I cannot persuade them that being married
or being single
has nothing to do with wrinkles.

Each one sees a deep & bitter groove,
a San Andreas fault across her forehead.
“It is only a matter of time
before the earthquake.”
They trade the names of plastic surgeons
like recipes.

My friends are tired.
The ones who have children are tired
of having children.
The ones who are childless are tired
of being childless.

They love their wrinkles.
If only their were deeper
they could hide.

Sometimes I think
(but do not dare to tell them)
that when the face is left alone to dig its grave,
the soul is grateful
& rolls in.

 

 

Sunday Afternoons

I sit at home
at my desk alone
as I used to do
on many sunday afternoons
when you came back to me,
your arms ached for me,
and your arms would close me in
though they smelled of other women.

I think of you
on Sunday afternoons.

Your sweet head would bow,
like a child somehow,
down to me –
and your hair and your eyes were wild.

We would embrace on the floor-
You see my back´s still sore.
You knew how easily I bruised,
It´s a soreness I would never lose.

I think of you
on Sunday afternoons.

 

 


Erica Jong (New York, 26 maart 1942)

 

 

De Amerikaanse dichter Gregory Corso werd geboren in New York op 26 maart 1930. Zie ook alle tags voor Gregory Corso op dit blog.

 

 

2 Vreemde Gebeurtenissen in Haarlem

1.

Vier Windmolens, kennissen,
werden op een ochtend betrapt
terwijl ze tulpen aten.
Middag
En de hele stad draait door,
schreeuwt: Apocalyps! Apocalyps!

2.

O mensen! mijn mensen!
iets vreemds architectonisch
als een luidruchtige kannibaal
kwam gisteravond naar Haarlem
en at een gracht op!

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Gregory Corso (26 maart 1930 – 17 januari 2001)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e maart ook mijn blog 26 maart 2022 en ook mijn blog van 26 maart 2021 en ook mijn blog van 26 maart 2020 en eveneens mijn blog van 26 maart 2019 en ook mijn blog van 26 maart 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:43 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten