Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Erica Jong, Gregory Corso

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Erica Jong werd geboren in New York op 26 maart 1942. Zie ook alle tags voor Erica Jong op dit blog.

 

Wrinkles

For Naomi Lazard

Sometimes I can’t wait until I look like Nadezhda Mandelstam.
— Naomi Lazard

My friends are tired.
The ones who are married are tired
of being married.
The ones who are single are tired
of being single.

They look at their wrinkles.
The ones who are single attribute their wrinkles
to being single.
The ones who are married attribute their wrinkles
to being married.

They have very few wrinkles.
Even taken together,
they have very few wrinkles.
But I cannot persuade them
to look at their wrinkles
collectively.
& I cannot persuade them that being married
or being single
has nothing to do with wrinkles.

Each one sees a deep & bitter groove,
a San Andreas fault across her forehead.
“It is only a matter of time
before the earthquake.”
They trade the names of plastic surgeons
like recipes.

My friends are tired.
The ones who have children are tired
of having children.
The ones who are childless are tired
of being childless.

They love their wrinkles.
If only their were deeper
they could hide.

Sometimes I think
(but do not dare to tell them)
that when the face is left alone to dig its grave,
the soul is grateful
& rolls in.

 

 

Sunday Afternoons

I sit at home
at my desk alone
as I used to do
on many sunday afternoons
when you came back to me,
your arms ached for me,
and your arms would close me in
though they smelled of other women.

I think of you
on Sunday afternoons.

Your sweet head would bow,
like a child somehow,
down to me –
and your hair and your eyes were wild.

We would embrace on the floor-
You see my back´s still sore.
You knew how easily I bruised,
It´s a soreness I would never lose.

I think of you
on Sunday afternoons.

 

 


Erica Jong (New York, 26 maart 1942)

 

 

De Amerikaanse dichter Gregory Corso werd geboren in New York op 26 maart 1930. Zie ook alle tags voor Gregory Corso op dit blog.

 

 

2 Vreemde Gebeurtenissen in Haarlem

1.

Vier Windmolens, kennissen,
werden op een ochtend betrapt
terwijl ze tulpen aten.
Middag
En de hele stad draait door,
schreeuwt: Apocalyps! Apocalyps!

2.

O mensen! mijn mensen!
iets vreemds architectonisch
als een luidruchtige kannibaal
kwam gisteravond naar Haarlem
en at een gracht op!

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Gregory Corso (26 maart 1930 – 17 januari 2001)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e maart ook mijn blog 26 maart 2022 en ook mijn blog van 26 maart 2021 en ook mijn blog van 26 maart 2020 en eveneens mijn blog van 26 maart 2019 en ook mijn blog van 26 maart 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:43 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Paul Meeuws, Joy Ladin

De Nederlandse dichter en schrijver Paul Meeuws werd geboren op 25 maart 1947 in Roermond. Zie ook alle tags voor Paul Meeuws op dit blog.

Uit: Biologie

“Het is een wonder dat deze erg lange jongen nog nergens geknakt is. Kennelijk is hij niet ‘uit zijn krachten gegroeid’, zoals men wel zegt, maar verzamelt hij stuwenderwijs, als een waterstraal die omhoogschiet, maar met het tempo van bloemstelen, alle kracht die nodig is om zijn bekroning te kunnen dragen: de lang verbeide spreekbeurt over de ui.
De klas gaat er eens lekker voor zitten. De meeste gewassen hebben ze gehad, in horten en stoten, gebroken in de knop of bij voorbaat verwelkt, maar ook dieren, zoals een roerloze ringslang (‘maar hij leeft echt’), een met stomheid geslagen sprekende kraai en een spitsmuis onder een bewegend bergje houtsnippers.
De ui is de geringste uit de rij, de bunzing onder de gewassen, als voedsel, hoe klein ook versnipperd, een opdringerig ingrediënt dat de meeste kinderen naar de rand van hun bord schuiven.
Met lege handen, de ui liet hij thuis, is het moeilijk om overeind te blijven voor de klas. Zijn handen fladderen naar houvast, zijn hoofd tolt van de vijandige kennis. Propvol spreekbeurt zit het, in slapeloze uren ontkiemd maar telkens weer anders geënt, op zijn zolderkamertje als gedurfde loot aan een poëtische stam, aan de keukentafel onder de betraande ogen van moeder en zoon nadat bolvlies, bolrokken, okselknoppen en bolschijf aanschouwelijk zijn gemaakt, en in zijn vaders studeerkamer, waar het tere ovarium dreigde te worden verpletterd onder een drukkende stilte en het gewicht van de bruinlederen Winkler Prins.
De ui heeft dit gezin geteisterd. De ouders zijn elkaar de slaperige, ongenaakbare domheid van hun enige zoon gaan verwijten, hun gebrek aan meegaandheid ofjuist een harde hand. Ruim vijftien jaar na dato blijkt het moment van zijn verwekking van een onvergeeflijke achteloosheid.
Hun zoon heeft de willoze opstandigheid van een plant. Zijn machteloze lengte is de vader een doorn in het oog, leidend tot niets dan een eigenzinnige flos haar op de overigens kaalgeschoren schedel. Wat gaat er in hem om, vraagt de moeder zich wanhopig af, nu zijn donzige wangen onbereikbaar voor haar zijn geworden en haar handen terugschrikken van de magere borst die ze vlak voor haar ogen ziet oprijzen, knokig als een tenen mand. O duw mij niet weg, zou ze hem willen toeroepen, ik wil zo graag met je mee.
‘De ui,’ zegt de jongen, ‘is een lelieachtige”.

 


Paul Meeuws (Roermond, 25 maart 1947)
Portret door Peter Thijs, 2024

 

 

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

Psalmen

II

 

Je laat me schrikken zoals het konijntje in mijn blik
van mij schrikt. Ik sta verstijfd,
bruin oog op jouw naderende silhouet gericht.

Soms scheur je me aan snippers,
soms knijp
je tot krakens toe mijn ribben, altijd

kijk je hoe ik bloed en bloesem,
nieuwsgierig, van een afstand,
als was ik een pluizig plukje schrik

verstijfd tussen submissie
en de drang om weg te schieten
in de ondergroei

van immer. Jij gaat me
een of andere dood doen schrikken
als je nadert.

En je nadert.
Je geur zit in mijn kleren, mijn boeken,
het speelgoed van mijn kinderen,

mijn twee of drie schaamdelen
gewijd alleen
aan pijn uitstralen, mijn organen

van behoeftigheid en schik. Waarom toch uit zijn
op dit huiveren
in iets kleins en onbeduidends

dat vraagt om niets
dan te mogen worden uitgewist?
Waarom bemoei je je met ons

als je bestaan gebonden is
aan geen bepaling
behalve absolute vrijheid

en absolute afstand
tot de bot- en waarheidsplinters,
die altijd meer tot stilstand neigen

hoe dichter iemand
bij je is?

 

 

Vertaald door Joost Baars

 

 


Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e maart ook mijn blog van 25 maart 2021 en ook mijn blog van 25 maart 2020 en eveneens mijn blog van 25 maart 2019 en ook mijn blog van 25 maart 2018 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:46 1 reactie Reageer op dit bericht

Joy Ladin

De Amerikaanse dichteres, schrijfster en hoogleraar transgender-wetenschappen Joy Ladin werd geboren in Rochester, New York, op 24 maart 1961. Zie ook alle tags voor Joy Ladin op dit blog.

 

 

A Story of Windows

Once there were windows in search of a house.
The windows slid silently
through the air at noon
like a tribe of unreturned stares.

There was a building whose windows were broken,
whose front door flapped
like a jaw on broken hinges:
Over here. Over here.

The windows couldn’t hear.
They were more like eyes than ears,
grains of sand
fused and clarified by furnace-blasts.

Still, they settled into frames
that weren’t made for them.
Hid behind shades. Specked and cracked. Longed
to forget what they were made to be

and slice the air again.

 

 

In This Dream, We Can See Each Other’s Dreams

In this dream, I am never tired.
We bicycle uphill for hours toward a lighthouse
that keeps sliding backward, trying not to fall into the sea.

In this dream, your childhood
is there in your cupboard,
right behind the spices.

In this dream, we stroll arm in arm
through museums of beautifully terrifying things.
Shelves of books whisper as they write us.

In this dream, we have never met. We miss each other by seconds
in subways and movie theaters, a ballet of miraculous, life-changing chances
we don’t realize we will never have.

In this dream, you ride a roller coaster threaded through a city.
I wait for you at the exit.
I’m the one who’s screaming.

In this dream, we stay up late watching bald men love and lie.
Our shoulders touch. Our thighs. In this dream,
potato chips aren’t fattening. That’s how we know we’re dreaming.

In this dream, we are the wine we’re drinking.
We pool in a pair of goblets, delighting in our excellent vintage,
our nose of coriander, our witty, ecstatic finish.

In this dream, trees bud as we scuff through falling leaves.
Your arm slides around my waist.
The world turns warm and green.

 

 

Survivalgids

Hoe oud je ook bent,
het helpt om jong te zijn
wanneer je tot leven komt,

om onaf te zijn, een mysterieuze verklaring,
een reis van ster naar ster.

Dus pak een doos krijtjes

en teken je familie
die ongemakkelijk wegkijkt
van de jij die je hebt ingeruild

voor de mannequin
die zij een naam hebben gegeven. Je zou
moeten helpen opruimen, maar je bent zo druk met bang zijn

om lief te hebben of niet
dat je het plezier mist om jezelf te kleden
in de schaamte van het leven.

Bedek je oogleden met middernacht;
bedek je hart met vorst;
wrijf over alles heen, de hormonen die

de productie van liefde
regelen
uit karmische vuilnisbelten.
Verander jezelf in

de echte jij
die je alleen kunt ontdekken
door anders te zijn.

Voila! Je bent vrij.
Leer van de pijnlijke stilte te houden
die je zult zijn.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Joy Ladin (Rochester, 24 maart 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e maart ook mijn blog van 24 maart 2021 en ook mijn blog van 24 maart 2020 en eveneens mijn blog van 24 maart 2019 en ook mijn blog van 24 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:55 Reageer op dit bericht

Gary Whitehead

De Amerikaanse dichter Gary Joseph Whitehead werd geboren op 23 maart 1965 in Pawtucket, Rhode Island. Zie alle tags voor Gary Whitehead op dit blog.

 

 

Making Love in the Kitchen

We do it with knives in hand,
blue tongues licking the bottoms of pots,
steam fogging the windows from hearts
of artichokes being strained.

Hearts are made to be carved
out, cooked soft, slathered with butter,
fork-stabbed and lifted to another’s
open mouth. We say we are starved,

as though we were doing this alone,
lonely as an onion in its skin,
say we are starving when what we mean
is that we want to postpone

the inevitable, which is inedible,
however we dice
it, and so we make—as it consumes us—
this love we call a meal.

 

 

Lot’s Wife

Sometime soon after the embers cooled,
after dust clouds settled, after the last strings
of smoke, hoisted by desert breezes, cleared the air,

they must have come, people of those three cities
remaining, to pick among the charred bones,
the rubble of what was once temple and house,

stable and brothel; to kick at stones; to tug
at handles of buckets, blades of shovels and spades.
Later, raising ash plumes in the scorched plain,

cloths at their mouths and noses, eyes burning,
neither fearful nor repentant but full of wonder,
full of the scavenger’s overabundant hope,

they would have found her—even as now
some men encounter the woman of their dreams
(beauty of the movie screen, princess they capture

with a camera’s flash, girl whose finger brushes theirs
when she takes their card at the market register)—
found her, that is, not as the person she was

but as whom they needed her to be, and, man or woman,
each of them would have wanted a piece of her.
Standing in that wasted landscape,

she must have seemed a statue erected there
as a tribute to human frailty, white, crystallized,
her head turned back as if in longing to be the girl

she had been in the city she had known.
And they must have stood there, as we do,
a bit awestruck, taking her in for a time,

and then, with chisel and knife, spike and buckle,
chipped at her violently and stuffed their leathern
pouches full of her common salt, salt with which

to season for a while their meat, their daily bread.

 

 

Vol bloed en irrelevant

Als het geheugen vingers had, zou het
elke vergeetbare dag die we deelden uit me wringen.

De double date-rit naar Plum Island
in de stromende regen, ramen beslagen

als doucheglas. Ik zou nu naar elke
lach van je luisteren. Die zondagochtend,

maart, een mislukte kruiswoordpuzzel herstellend
terwijl onze kleren rolden in het mechanische liedje

van de wasserette. Welk shirt
droeg je? Hoe lang was je haar toen?

Een jaar in retrospectief is een afgevinkte lijst
geschreven in verdwijnende inkt en vastgeklemd

in een strakke vuist. Shampoo opruimen. Vuilnis
buiten zetten. Sluitring in gootsteen vervangen.

Hoeveel uur hebben we samen doorgebracht?
Als we de kans kregen om het opnieuw te doen, zouden we

het dan op dezelfde manier doen? En als het geheugen
vingers had en die vingers een

vuist vormden, zouden onze tijden dan schitteren,
rood als robijnen, vol bloed en irrelevant?

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Gary Whitehead (Pawtucket, 23 maart 1965)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e maart ook mijn blog van 23 maart 2020 en eveneens mijn blog van 23 maart 2019 en ook mijn blog van 23 maart 2015 deel 1 en eveneens mijn blog van 23 maart 2014 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:15 1 reactie Reageer op dit bericht

Billy Collins

De Amerikaanse dichter en schrijver Billy Collins werd geboren in New York op 22 maart 1941. Zie ook alle tags voor Billy Collins op dit blog.

 

Canada

I am writing this on a strip of white birch bark
that I cut from a tree with a penknife.
There is no other way to express adequately
the immensity of the clouds that are passing over the farms
and wooded lakes of Ontario and the endless visibility
that hands you the horizon on a platter.

I am also writing this in a wooden canoe,
a point of balance in the middle of Lake Couchiching,
resting the birch bark against my knees.
I can feel the sun’s hands on my bare back,
but I am thinking of winter,
snow piled up in all the provinces
and the solemnity of the long grain-ships
that pass the cold months moored at Owen Sound.

O Canada, as the anthem goes,
scene of my boyhood summers,
you are the pack of Sweet Caporals on the table,
you are the dove-soft train whistle in the night,
you are the empty chair at the end of an empty dock.
You are the shelves of books in a lakeside cottage:
Gift from the Sea by Anne Morrow Lindbergh,
A Child’s Garden of Verses by Robert Louis Stevenson,
Anne of Avonlea by L. M. Montgomery,
So You’re Going to Paris! by Clara E. Laughlin,
and Peril Over the Airport, one
of the Vicky Barr Flight Stewardess series
by Helen Wills whom some will remember
as the author of the Cherry Ames Nurse stories.
What has become of the languorous girls
who would pass the long limp summer evenings reading
Cherry Ames, Student Nurse, Cherry Ames, Senior Nurse,
Cherry Ames, Chief Nurse, and Cherry Ames, Flight Nurse?
Where are they now, the ones who shared her adventures
as a veterans’ nurse, private duty nurse, visiting nurse,
cruise nurse, night supervisor, mountaineer nurse,
dude ranch nurse (there is little she has not done),
rest home nurse, department store nurse,
boarding school nurse, and country doctor’s nurse?

O Canada, I have not forgotten you,
and as I kneel in my canoe, beholding this vision
of a bookcase, I pray that I remain in your vast,
polar, North American memory.
You are the paddle, the snowshoe, the cabin in the pines.
You are Jean de Brébeuf with his martyr’s necklace of hatchet heads.
You are the moose in the clearing and the moosehead on the wall.
You are the rapids, the propeller, the kerosene lamp.
You are the dust that coats the roadside berries.
But not only that.
You are the two boys with pails walking along that road,
and one of them, the taller one minus the straw hat, is me.

 

 

BOOKS

From the heart of this dark, evacuated campus
I can hear the library humming in the night,
an immense choir of authors muttering inside their books
along the unlit, alphabetical shelves,
Giovanni Pontano next to Pope, Dumas next to his son,
each one stitched into his own private coat,
together forming a low, gigantic chord of language.

I picture a figure in the act of reading,
shoes on a desk, head tilted into the wind of a book,
a man in two worlds, holding the rope of his tie
as the suicide of lovers saturates a page.
or lighting a cigarette in the middle of a theorem.
He moves from paragraph to paragraph
as if touring a house of endless, panelled rooms.

I hear the voice of my mother reading to me
from a chair facing the bed, books about horses and dogs,
and inside her voice lie other distant sounds,
the horrors of a stable ablaze in the night,
a bark that is moving toward the brink of speech.

I watch myself building bookshelves in college,
walls within walls, as rain soaks New England,
or standing in a bookstore in a trench coat.

I see all of us reading ourselves away from ourselves,
straining in circles of light to find more light
until the line of words becomes a trail of crumbs
that we follow across a page of fresh snow;

when evening is shadowing the forest,
small brown birds flutter down to consume them
and we have to listen hard to hear the voices
of the boy and his sister receding into the perilous woods.

 

 

Introductie tot poëzie

Ik vraag ze een gedicht te nemen
en tegen het licht te houden
als een kleurendia

of een oor te drukken tegen zijn omhulsel.

Ik zeg laat een muis vallen in een gedicht
en kijk hoe hij tracht zijn weg naar buiten te vinden,

of loop de kamer van het gedicht binnen
en tast de wanden af naar een lichtknopje.

Ik wil dat ze waterskiën
over het oppervlak van het gedicht
wuivend naar de naam van de schrijver aan de wal.

Maar alles wat zij willen
is het gedicht met touw aan een stoel vastbinden
om er een bekentenis uit te martelen.

Zij slaan het met een tuinslang
om te weten te komen wat het bedoelt.

 

 

Vertaald door Ron Rijghard

 

 


Billy Collins (New York, 22 maart 1941)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e maart ook mijn blog van 22 maart 2020 en eveneens mijn blog van 22 maart 2019 en ook mijn blog van 22 maart 2016 en mijn blog van 22 maart 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:18 1 reactie Reageer op dit bericht

Willem de Mérode, Pim te Bokkel, Hermann Lenz

Dit Romenu Blog bestaat vandaag precies negentien jaar. Dank weer aan alle oude en nieuwe bezoekers voor hun interesse en reacties van het afgelopen jaar. De eerste bijdrage in 2006 ging over de dichter en schrijver Willem de Mérode. Traditiegetrouw, omdat hij aan de wieg stond van dit blog, ook nu weer een gedicht van hem. Zie ook alle tags voor Willem de Mérode op dit blog en Romenu’s eerste lustrumpagina.

 

Wachtende

Nog dezen avond zult gij tot mij komen.
Tusschen ons beiden is een ijle sfeer
Van liefde, vreezen, en vertwijfelingen,
En het zal zijn als immer, en niets meer.
Ik mag uw handen nemen, en mijn oogen
Zullen verwaasd en brandend naar u zien.
En als ik van uw frisschen jongen mond,
Die even open is, het beven zie,
Hef ik mijn handen om uw blonde hoofd
Te neigen zacht naar mij … lief en beslist
Blijft gij mij weigeren wat ik begeer …
Uw oogen zullen in mijn oogen zijn,
En onze handen gloeien in elkaêr.
Misschien zal ik uw haren mogen streelen,
Misschien mag ik uw zacht gezicht beroeren,
Doch niet zal ik uw oogen mogen kussen,
Niet kussen uwen schoon ontbloeiden mond…
Nog dezen avond zult gij tot mij komen,
Maar het zal zijn als immer, en niets meer.

 

 


Willem de Mérode (2 september 1887 – 22 mei 1939)
Portret door Alfred Löb, 1936

 

 

De Nederlandse dichter Pim te Bokkel werd geboren in Winterswijk op 21 maart 1983. Zie ook alle tags voor Pim te Bokkel op dit blog.

 

Allengs

April, april
en tergend langzaam groeit het gras.
Nog breekt de zon niet door.

Kauwtjes houden voor elkaar de wacht.
Ze diepen uit de grond
het on-ontkiemde zaaigoed op.

De was hangt aan de lijn
nog natter
na te druipen in het gras.

Het weer is een gemoedsaandoening
van je wereld.
Je wil graag dat het overgaat.

Licht breekt de zon dan door – het daagt.

Je bent er ongedurig nog,
nog hier, nog steeds.

Je ondergaat het razen van de dagen
langzaamaan.

Je wil, je wil.

April.

 

 

vos en hol

zo ligt de jager in zijn vacht:
waakzaam nog
een oor gespitst
een oog vangt op een kier een splinter licht

het is kalm in het hok
tussen veren verspreid in het stro liggen kippen

wraak is wat op jagers jaagt
het achtervolgt ze
en met trommels en lantaarns jagen honden uit de buurtschap op

uit zijn hol geblaft staart de vos in het oog van de loop

ongeloof nu of dit echt –

de jager in zijn vacht gelegd

 

 

vleugellam

verlaten rust het
lam
dood uit de ooi getrokken, schoongelikt nog

zo moet Icarus erbij gelegen hebben

teruggeworpen in de schoot
gebroken
maar onder oogleden onaangetast nog het idee
ondraaglijk licht te zijn

zo uitgelicht
dat mogelijk nu uit de tandeloze bek een engel stapt

met achterlating van een vacht die het magere vlees
nog omgeeft

 

 


Pim te Bokkel (Winterswijk, 21 maart 1983)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hermann Lenz werd op 26 februari 1913 in Stuttgart geboren. Zie ook alle tags voor Hermann Lenz op dit blog.

 

Tijdgewoel

In het gewoel van de tijd
Te voelen wat er nu is:
Het haar van een vrouw,
Een web van gevoelens.

Het zou waar kunnen zijn
Wat iemand in zijn boek schrijft
Daarom laat je het drukken
En woel je je door de tijd.

Jij zelf creëert voor jezelf.

Bij ’t ontwaken om zes uur zeven
Haast je je en schrijf en weet
Onder de douche,
Wat te beleven is:

Tederheid in de vingertoppen
En tederheid voor de woorden, de verzen,
De ritmes in het gewoel van de tijd.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Hermann Lenz (26 februari 1913 – 12 mei 1998)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 21e maart ook mijn blog van 21 maart 2022 en ook mijn blog van 21 maart 2021 en ook mijn blog van 21 maart 2020 en eveneens mijn blog van 21 maart 2019 en ook mijn blog van 21 maart 2018 deel 2 en ook Romenu’s 1e lustrum pagina.

Geschreven door Romenu om 17:08 Reageer op dit bericht

Eerste lentedag ( J. C. Bloem), Friedrich Hölderlin

Bij het begin van de lente

 

 


Lentelandschap bij Kortenhoef door Egbert Schaap, 1914

 

 

Eerste lentedag

Weer de lente. De verbijsterde oogen,
Falende in het winters bleek gezicht,
Zien de huizen en de bruggebogen
Op en neer gaan in het wankel licht.

Zien en zien niet door de duizelingen
Van de weer oneindige rivier;
Zon en water kruisen daar hun klingen
En het hart is bonzend en niet hier.

Weer een lente en de haar bitter-eigen
Zilte geur, die langs de kaden glijdt.
Is ’t het tij, dat stroomopwaarts komt stijgen —
Of de zeelucht van de eeuwigheid?

 

 


J. C. Bloem (10 mei 1887 – 10 augustus 1966)
Portret door Sierk Schröder, 1953

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Christian Friedrich Hölderlin werd geboren op 20 maart 1770 in Lauffen am Neckar in het Hertogdom Württemberg. Zie ook alle tags voor Friedrich Hölderlin op dit blog.

 

 

De lente

De man die vaak zichzelf heeft overstelpt met vragen
spreekt van het leven dat hem eensklaps weer verheugde,
wanneer geen zorgen aan de ziel meer knagen
en hij op zijn bezit kan zien met vreugde.

Als hem in hoge lucht een woning staat te prijken,
wordt ruimer voor hem ’t veld, zijn voeten gaan kordater
het land in, vrijer kan hij rond zich kijken,
en stevig zijn de vlonders over ’t water.’

 

 

Vertaald door Ad den Besten

 

 


Friedrich Hölderlin (20 maart 1770 – 7 juni 1843)
Standbeeld in Nürtingen, waar de dichter in zijn jonge jaren lang woonde.

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e maart ook mijn blog van 20 maart 2021 en ook mijn blog van 20 maart 2020 en eveneens mijn blog van 20 maart 2019 en ook mijn blog van 20 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3 en ook deel 4.

Geschreven door Romenu om 16:51 Reageer op dit bericht

Lina Kostenko, Roman Libbertz

De Oekraïense schrijfster en dichteres Lina Kostenko werd op 19 maart 1930 geboren in Rzhyshchiv. Zie ook alle tags voor Lina Kostenko op dit blog.

 

 

How Bitter Is the Wine

Devotion, loving —
truths that are primeval.
They were invented long before our time.
And we…
Are what?
Just two colliding people.

How bitter, oh,
how bitter is the wine!

But we must drink. It is a useful habit.
It, too, was made for us before our time..
To our meeting!
Our separation!

How bitter, oh,
how bitter is the wine!

 

 

In Evenings Lit by Dove-Gray Beams

In evenings lit by dove-gray beams,
in fields that I alone, no doubt, knew,
how many dreams
how many reams
printed with words I’ve dreamed about you!

I know not your name,
where you live,
who gets your love and your caresses.
I know you also wait, and give
your heart in anxious loving guesses.

And I’ll come into your life then,
and recognize you like my own hand,
the way the sons of banished men
will know at once their fathers’ homeland.

I’ll live because of this, my gem.
Let others all go undiscovered,
as long as I don’t lose in them
my one
my own
that’s like no other.

Let this be folly I have known,
mirages caused by being lonely!
My poor heart dreams of you alone,
Like oceans dream of tempests only.

 

 

Don’t Let Your Wistful Glances Start Explaining

Don’t let your wistful glances start explaining
the thoughts that words are still afraid to form.
From this begins a care that’s self-sustaining.
From this begins the silence of the storm.

Are you a dream, a fantasy, a vision,
some magic of the mind I should dismiss?
Oh, what a rainbow crossed our wide division!
Oh, what a vast, uncrossable abyss!

 

 

Vertaald door Ellen Poplavska

 

 


Lina Kostenko (Rzhyshchiv, 19 maart 1930)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en schilder Roman Libbertz werd geboren op 20 maart 1977 in München. Zie ook alle tags voor Roman Libbertz op dit blog.

 

Recht in het hart

Wij zijn een stel bij het afscheid,
in de uitgesponnen laatste blikken,
als een bloedstollende schreeuw,
zachtjes, zodat niemand mij kan horen,
Met deze blik in je ogen is het begonnen.

Een strijd waarvan het einde voor ons beiden voorspelbaarder was,
dan alles wat we tot dan toe aan onszelf hadden bewezen,
Verlangen en geborgenheid
door de dolk van Damocles gestoken,
recht in het hart.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Roman Libbertz (München, 20 maart 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e maart ook mijn blog van 19 maart 2022 en ook mijn blog van 19 maart 2020 en eveneens mijn blog van 19 maart 2019 en ook mijn blog van 19 maart 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:40 1 reactie Reageer op dit bericht

Tonnus Oosterhoff, Lina Kostenko

De Nederlandse dichter en schrijver Tonnus Oosterhoff werd geboren in Leiden op 18 maart 1953. Zie ook alle tags voor Tonnus Oosterhoff op dit blog.

 

 

Naar het zuiden

Bij Rostock was de kade blauw. In Fulda stond de wind.
De Neckar zwol tot aan de zandzakken.
In Heidelberg, geloof ik, de kantoorboekhandel heet Pech,
heb ik een nietmachientje achterovergedrukt; de autokaart
rekende ik netjes af.
Om een vergelijking te maken
heel Duitsland door
alleen om niet

Ik sta aan een koud meer,
groene pantsers verdronkenemansbewegen.
De kaart gevouwen op de rug in mijn kleinige, vrouwige handen.
Dorp en weg aan de overkant, een steiger daar,
een wit bootje in streperig zonlicht.
‘Wie bent u? Mijn naam is Harp!’
Dat verstond ik niet zeker, ik
hoopte denk ik maar dat ik geroepen werd.

Ik wil leven! Dus door naar het zuiden.
Dat mijn neus groot wordt, mijn wangen slinken.
Roos en meidoorn. Kastanjebloesem. Ik wil
als een Calabrische ezel balken,
van vreugde en angst en begeerte krampen.

 

 

 

Wijdere jaszak…

Wijdere jaszak. Uit de borst druipt
inkt, uit de vestzak donker
naar het vriezende stilblazen,
het niet te omklemmen gesternte.
Dieses Gras ist ganz ungedacht kühl.

De vingervlugge zwarthandelaar laat bij de kapstok
ongezien inkt in zijn aktentas glijden,
ik zag het. Zijn joviale armgebaar is
een uitvegen. We zullen hem nooit terug zien.

 

 

 

Wat ligt de oude meneer

Wat ligt de oude meneer
maar kort te slapen voor zijn dood
al lijkt het lang.
Als een zandhoopje
in de wind versleten.
Zijn trage gebaren haastig
ribbels op het strand.
Ziek geel schuim met de zee
vol water er achter.

Doodsbleek in de lelijkste stoel
voelt hij schuld over
zijn vrouw zaliger
voor hij wegsukkelt.
‘Je wendde je af van het geluk.’
Zijn eigen stem, die hem naroept.
Op de schoorsteen hurkt de nar,
hij houdt de rook tegen
en overziet de wereld.

 

 


Tonnus Oosterhoff (Leiden, 18 maart 1953)

 

 

De Oekraïense schrijfster en dichteres Lina Kostenko werd op 19 maart 1930 geboren in Rzhyshchiv. Zie ook alle tags voor Lina Kostenko op dit blog.

 

 

Het leven gaat voorbij en verandert nooit

Het leven gaat voorbij en verandert nooit
En de tijd vliegt zonder te stoppen.
Madame de Pompadour is al lang dood
En na de Zondvloed wonen we nu.

Ik weet niet wat in de toekomst zal zijn,
Welke kleren de natuur zal dragen.
Die ene, die nooit moe is, is tijd,
Maar we zijn sterfelijk, we moeten ons haasten.

Om iets te doen, iets achter te blijven
We zijn niets en gaan weg met de wind.
Alleen de lucht, blauwe ogen,
hebben dit land altijd in bloei gezien.

Tenslotte gaan deze bossen niet dood,
Tenslotte verdwijnen deze woorden niet.
Het leven gaat voorbij en verandert nooit
En als jij schrijft – blijft het voor eeuwig.

Maar wees niet bang voor treurige zinnen,
Je wordt genezen door de begrippen
Wees niet bang voor waarheid, als die bitter is,
Zelfs als de weemoed zo groot is als rivieren.

Maar lieg nooit tegen de mens zijn ziel,
Want als het lukt – is het voor eeuwig.

 

 

Vertaald door Kateryna Kulelyaieva en Olha Melnyk

 


Lina Kostenko (Rzhyshchiv, 19 maart 1930)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e maart ook mijn blog van 18 maart 2021 en ook mijn blog van 18 maart 2020 en eveneens mijn blog van 18 maart 2019 en ook mijn blog van 18 maart 2018 deel 2 en eveneens deel 3 en ook mijn blog van 18 maart 2017 deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:13 1 reactie Reageer op dit bericht

Diane Glancy

De Amerikaanse dichteres en schrijfster (Helen) Diane Glancy werd geboren op 18 maart 1941 in Kansas City, Missouri. Al op jonge leeftijd had ze moeite met het bepalen van haar identiteit, omdat haar levensstijl niet aansloot bij wat ze op school leerde. Glancy besloot een Cherokee-identiteit te omarmen en vond het gemakkelijk om die in haar poëzie tot uitdrukking te brengen. Ze behaalde haar Bachelor of Arts (Engelse literatuur) aan de Universiteit van Missouri in 1964 en vervolgde haar opleiding aan de Universiteit van Centraal Oklahoma, waar ze in 1983 een masterdiploma Engels behaalde. In 1988 behaalde ze haar Master of Fine Arts aan de Universiteit van Iowa. Glancy is hoogleraar Engels en begon in 1989 met lesgeven aan Macalester College in St. Paul, Minnesota, waar ze cursussen Native American literatuur en creatief schrijven gaf. De literaire werken van Glancy zijn erkend en belicht aan de Michigan State University in hun Michigan Writers Series.

 

 

The Eight O Five

The t(rain)
again this morning, sky always gray,
grain cars f(lying)
like blackbirds with fieldseed
in their bellies.

The eight o five carrying
g(rain)
sings like tribes
when they migrated north in summer
across the plains
following tracks of herds.

High water into trees.
The lake full of rain.
We say it is someone else
pushing down on the lake
to make it spill over its edge.

While we wait
the woman earth sings with the tribes,
transforms herself
into all things.

After the train
b(rush) burning, the delay of smoke
in the car comes after
we have passed like sound.

Rain hangs fringe from earth woman’s dress.
She holds the delay of truth
until it comes from our mouths.

Coyotes sleep on her lap,
birds fly into the b(ranches) of her hair
while farther down the road
the black snake train wiggles behind her ear.

 

 

Indian Chant

Hunted and sung
unhunted / unsung

clump of
loghouse / chaxed hill

unuttered / unstrung

clistered bow
hunted and unsung

hunted / strung
hunted / sung.

 

 


Diane Glancy (Kansas City, 18 maart 1941)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Marco Kamphuis, César Vallejo

De Nederlandse schrijver Marco Kamphuis werd geboren in Uden op 17 maart 1966. Zie ook alle tags voor Marco Kamphuis op dit blog.

Uit: Schipbreuk

“Op de avond van mijn verjaardag fietste ik naar De Zwaan, waar ik met mijn  vrienden had afgesproken, maar waar ik vooral Machteld hoopte te zien. Het leek me logisch dat ik haar na ontvangst van haar kaart op de eerstvolgende uitgaansavond zou ontmoeten in het café waar we hadden kennisgemaakt. Er was wel een innerlijke stem die mijn verwachtingen probeerde te temperen, die tegenwierp dat Machteld misschien iedereen die ze vaag kende een verjaardagskaart stuurde, maar daar sloeg ik geen acht op. Ik wist zo goed als zeker dat ik mijn achternaam Met had genoemd (ik wist die van haar in elk geval Met), dus daar had ze eerst navraag naar moeten doen, en vervolgens had ze bij die naam het adres moeten achterhalen. Wie zoveel moeite deed om een verjaardagskaart te sturen, moest toch bepaalde gevoelens voor de jarige hebben. Tot mijn ergernis werd ik bij binnenkomst in het café door mijn vrienden toegezongen. Ze hadden Apostrophe van Frank Zappa voor me gekocht, en walen zo attent geweest onderling alvast de volgorde te bepalen waarin ze de elpee van me zouden lenen om hem op te nemen. Ik gaf een paar rondjes. Tijdens het tafelvoetbalspel kreeg ik verwijten van Pieter, met wie ik een vast duo vormde: Id., vrat sta je die deur inde goten te houden? let liever op het spel!’ om een uur of elf stommelden we door het nauwe gangetje dat naar de danszaal leidde. Machteld was daar á, ze moest de afzonderlijke ingang aan de straatkant genomen hebben. met verbazing sloeg ik haar gade op de dansvloer. Waarschijnlijk kwam het door haar lengte dat haar bewegingen hoekiger dan die van andere meisjes waren. Ze leek niet zozeer te dansen als wel met de nodige overdrijving dansenden na te doen, maar vreemd genoeg had die gekunstelde stijl juist een elegant effect het deed denken aan de gemaakte manier van lopen van een mannequin op de catwalk, veel gracieuzer dan de natuurlijke loopbeweging. Tijdens het dansen droeg ze haar hoofd fier rechtop, en na een tijdje gleed haar koele blik over mij heen, die haar aan de rand van de dansvloer stond te bewonderen. Ze gaf geen enkel teken van herkenning Op dat moment drong tot me door dat die verjaardagskaart een afschuwelijke grap van mijn vrienden was geweest, dat ik gek was om te geloven dat er ooit een meisje verliefd op mij zou kunnen worden en de levenslust waartoe ik me vandaag, op mijn achttiende verjaardag had opgezweept, maakte abrupt plaats voor het inktzwarte gevoel dat ik de laatste tijd vaak had, het gevoel op een afgrond af te stevenen. ‘Promised You a Miracle’ van Simple Minds was afgelopen.”

 

 


Marco Kamphuis (Uden, 17 maart 1966)

 

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

Van pure warmte heb ik het koud

Van pure warmte heb ik het koud,
zuster Afgunst!
Leeuwen likken mijn schaduw
en de muis knaagt aan mijn naam,
moeder ziel van mij!

Naar de rand van de diepte ga ik,
zwager Ondeugd!
De rups tokkelt op zijn stem,
en de stem tokkelt op haar rups,
vader lijf van mij!

Mijn liefde staat voorop,
kleindochter Duif.
Op de knieën, mijn ontzetting
en het hoofd voorover, mijn angst!
moeder ziel van mij!

Totdat op een dag zonder twee,
vrouwe Graf,
mijn laatste ijzer klinkt
als een adder die slaapt,
vader lijf van mij…!


 

Vertaald door Bart Vonck

 

 


César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e maart ook mijn blog van 17 maart 2024 en ook mijn blog van 17 maart 2023 en ook mijn blog van 17 maart 2020 en eveneens mijn blog van 17 maart 2019 en ook mijn blog van 17 maart 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:04 1 reactie Reageer op dit bericht

Dirk von Petersdorff, César Vallejo

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dirk von Petersdorff werd geboren op 16 maart 1966 in Kiel. Zie ook alle tags voor Dirk von Petersdorff op dit blog.

 

 

In der Tiefe

sprach ich, ich stand in einem
U-Bahnhof, ich rief mir zu:
EVALUIERE DICH SELBST!
Aber mir fiel nichts ein.

Wie stehe ich denn da?
Außen Colucci und innen:
Das obstinate Gemurmel einer
Sprache, das bin ICH.

Lautloses Kommen und Gehen der
Bahnen, eine Tiefe ruft die
andere, dachte ich, das
höret nimmer auf, dieses

Flackern von An- und Abwesenheit.
Ich aber bin ein Mischer,
im Grund meines Herzens
nichts Festes, nichts Festes.

Gewimmel in der Station,
die nur eine Station ist
und keinen atemlos macht.
Ich habe keine Erfahrungen,

den Menschen wollte ich sagen:
ICH HABE KEINE ERFAHRUNGEN.
Ich flottiere doch auch nur
auf einer Signifikantenkette.

Dann kamen drei Neger,
die sprachen kein Deutsch.
Ach, ich bin ermüdet,
zornig eher nicht.

 

 

Am Rande

Alles fließt, sagte Hegels Tante. Das Haus
erbte sie von ihrem Vater.
Ein Leben am Herd. Rosmarin und Salbei.
Jeden Dienstag Eier holen.
Mit 37 brach sie sich das
Schlüsselbein. Sie pflegte
Gerüchte, doch fand sie die Leute
ernst und alt. Hin und
wieder Himbeergeist des Abends. Es scheiden
und kehren im Herzen die Adern,
sagte die Tante, die sanftmütig war,
weiße Hände sorgsam pflegte.

 

 

10. Stock,

klimatisiertes Hochhaus, Tenne der Sterblichen.
Cool bleiben, lachte, höchstens 19,
meine Führerin, schwach ich, als
wir einen Schwarm von Sekretärinnen
passierten, geschminkt, mänadisch, zappelnde
Münder
Was soll das Theater?
ihre Gedanken
wir rufen zurück
entstehen beim Reden
alles wie immer
nebenbei essen sie Donuts u.
warten auf die Existenz: dazu
die Musik: Alles ist gut singt
Madonna, sie will in den Ätna springen;
und vor den Fenstern rasender
Wolkenzug, tiefgrau, dann Stürze
von Helligkeiten im Großraumbüro,
Lichtflecken, auf einem Schirm Gesichte.
Fax-Surren, ewig – okay. okay,
es gibt zahlreiche Fegefeuer, es gibt,
Fernsehen nach dem Tod des Moderators,
wenn oh wenigstens. bitte, den Schlüssel,
den Code, was den Laden
im Innersten – sie lachte.

 

 


Dirk von Petersdorff (Kiel, 16 maart 1966)

 

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

 

Massa

Toen de slag ten einde was,
en de strijder dood, kwam er een man naar hem toe
en die zei: ‘Sterf niet; ik hou zoveel van je!’
Maar ach! Het lijk stierf verder.

Er hepen twee mensen op hem af, die ook zeiden:
‘Verlaat ons niet! Houd moed! Kom weer tot leven!’
Maar ach! Het lijk stierf verder.

Twintig, honderd, duizend, vijfhonderdduizenden stroomden toe,
uitroepend: ‘Zoveel liefde, en niets te doen tegen de dood!’
Maar ach! Het lijk stierf verder.

Miljoenen individuen omringden hem,
met een gemeenschappelijke bede: ‘Blijf, broeder!’
Maar ach! Het lijk stierf verder.

Toen omringden hem alle
mensen op aarde; het lijk zag ze, triest, ontroerd;
het stond langzaam op,
omarmde de eerste man en begon te lopen…

 

Vertaald door Heleen Sittig

 

 


César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e maart ook mijn blog van 16 maart 2021 en ook mijn blog van 16 maart 2020 en eveneens mijn blog van 16 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

David Albahari, Andreas Okopenko

De Servische schrijver David Albahari werd op 15 maart 1948 geboren in Pec in Servie. Zie ook alle tags voor David Albahari op dit blog.

Uit: Nagels, muis (Vertaald door Reina Dokter)

“Wanneer ik een onbekende man leer kennen, kijk ik eerst naar zijn nagels. Als de ogen de spiegel zijn van de ziel, zoals de oude spreuk zegt, dan zijn de nagels de spiegel van het hart. De vingernagels uiteraard, hoewel de teennagels ook niet onbelangrijk zijn. Daar kun je echter veel moeilijker bij, meestal wanneer het te laat is om te ontsnappen, wanneer je kleren in wanorde naast het bed liggen. Zelfs dan, juist dan is het gênant om iemand te vragen of je even tussen zijn tenen mag kijken. Dat heb ik maar één keer geprobeerd. Die man keek me eens goed aan – we lagen in het donker en hij moest zijn gezicht heel dicht bij het mijne brengen, tot onze neuzen elkaar raakten -, draaide zich om, deed het licht aan, kleedde zich aan en vertrok. Ik heb hem nooit meer gezien. Later vond ik andere manieren, maar daar moet ik het misschien niet over hebben, het is al erg genoeg dat ik er vaak pijn in mijn rug en mijn dijen van had. Toen ik inzag dat teennagels altijd bevestigen wat vingernagels zeggen, hield ik ermee op. De bovenkant stemt overeen met de onderkant. Ik weet niet of dat ook zo’n oude spreuk is, maar tot dusver ben ik er niet bedrogen mee uitgekomen. Ondanks alles is het goed af en toe in woorden te geloven.
Mijn moeder wilde dat niet aannemen. ‘Als je vader praatte,’ zei zij, ‘geloofde ik hem, en moet je nu eens zien.’
Ik zag niets. Of liever gezegd, ik zag een vrouw die zich afvroeg waar haar leven was gebleven, hoe het was voorbijgevlogen, maar dat vraagt iedereen zich af. Vroeg of laat wil ieder mens weten waar hij geweest is en waar hij nog heen kan. Hij is nergens geweest en zal nergens heen gaan.
Dat kon ik niet tegen mijn moeder zeggen, althans niet toen ik haar in de keuken zag zitten, met haar handen in de schoot, gebogen over foto’s. Die had ze meegenomen in een doos waar ooit bonbons in hadden gezeten. Op het deksel stond een plaatje van twee witte poesjes. Het ene zat, terwijl het andere zijn pootje uitstak naar een rode roos. Op de roos rustten drie druppels water, alsof ze erop geplakt waren.”

 

 


David Albahari (Pec, 15 maart 1948)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Andreas Okopenko werd in Košice (Slowakije) geboren op 15 maart 1930. Zie ook alle tags voor Andreas Okopenko op dit blog.

 

Procedure uit rode inkt

Rode inkt wordt in wit water gegoten.
In de avondgloed keert Odysseus terug naar Ithaka.
In zijn parken spelen kinderen van vreemden.

Hij stelt een vraag die jullie moeten begrijpen:
Waar zijn de lichten van het uitgebrande Chicago?
Hij stelt de vraag betekenisvol, bebaard en ernstig.

Boven zijn haar zoemen de muggen van de rand van het bos.
De lijnen die ze trekken gloeien gelijk venkel als de wind waait.
Uit het bos slepen mannen houten emmers met boomhars,

Achter de horizon klinkt eindeloos een scheepshoorn – – –

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Andreas Okopenko (15 maart 1930 – 27 juni 2010)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn blog van 15 maart 2024 en ook mijn blog van 15 maart 2023 en ook mijn blog van 15 maart 2020 en eveneens mijn blog van 15 maart 2019 en ook mijn blog van 15 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:09 1 reactie Reageer op dit bericht

Jochen Schimmang, Volker von Törne, Wout Waanders

De Duitse schrijver Jochen Schimmang werd geboren op 14 maart 1948 in Northeim. Zie ook alle tags voor Jochen Schimmang op dit blog.

Uit: Abschied von den Diskursteilnehmern

„Anfangsfinder Wäre er ein Ding, wäre er vielleicht der Anfangsfinder einer Cellophanverpackung, oder der Stopper für eine Vorhangschiene. Eventuell auch ein Türschlossenteiser oder ein Lesezeichen. Etwas in bescheidenem Rahmen Nützliches jedenfalls. In gewisser Weise unverzichtbar, solange unsere Gattung existiert. Der Rest der Welt, der unsere Gattung überleben wird, braucht weder Anfangsfinder noch Stopper, weder Türschlossenteiser noch Lesezeichen.
Wäre er ein Tier, gehörte er einer Spezies an, die einen langen Winterschlaf hält.
Aktive Alte Er kann seine Abneigungen (akzeptabler klänge: Idiosynkrasien nicht begründen. Eine davon gilt den aktiven Alten, die allen möglichen Vereinen und Gesellschaften angehören dreimal im Jahr an einer geführten Bildungsreise teilnehmen, regelmäßig Soireen oder Matineen geben oder jedes Jahr im Sommer eine Fahrradtour von insgesamt mindestens 1000 Kilometern machen. Die noch voll und ganz aktiv am Leben teilhaben. An welchem?
Die jungen, schlecht bezahlten Führer jener Studienreisen fürchten dabei niemanden so sehr wie die pensionierten Oberstudienräte, die es – tatsächlich! – besser wissen. Alte sind Besserwisser und sollten sich zurückhalten. Das gilt auch für ihn selbst.
Macht und Fett Eine zweite Idiosynkrasie (das Wort gefällt ihm jetzt immer besser: es hat Chic) gilt fetten Menschen. Er weiß, dass er mit dieser pauschalen Abneigung ungerecht ist, weil Adipositas nicht selten krankheitsbedingt ist. Aber für ihn besteht ein unauflöslicher Zusammenhang zwischen Macht und Fett, für den er hinreichend Beispiele aufzählen kann, von Franz Josef Strauß über Helmut Kohl (der in Stresssituationen pure Butter in sich hineinstopfte) bis zu Donald Trump und Viktor Orbän. Letzterer ist ein idealer Beleg für seine These, wenn man Fotos des Orban von 1989 oder 2001 mit denen von heute vergleicht. Dabei lässt er sich durch dünnere Kleptokraten nicht täuschen, auch nicht durch die iranischen Mullahs, deren Kleidung ihre Körperformen verhüllt. Zudem weiß er, dass die Fettsucht auch und gerade eine Krankheit der Ohnmächtigen ist. Vor ihnen, die am Ende keine andere Wahl haben als zuzuschlagen, hat er am meisten Angst.“

 


Jochen Schimmang (Northeim, 14 maart 1948)

 

 

De Duitse dichter Volker von Törne werd geboren op 14 maart 1934 in Quedlinburg. Zie ook alle tags voor Volker von Törne op dit blog.

 

 

Gedachten in mei

Ik heb het over mezelf: Volker von Törne, geboren
In het vierendertigste jaar van de twintigste eeuw
Toen mijn kameraden al tegen de moordenaars vochten
Die mij als een van hen opvoedden
Naar hun gelijkenis:

En ik dronk de melk
Die de hongerigen ontbrak. En ik droeg het pak,
Gestolen van mijn broer. En ik las de boeken
Die de diefstal goedkeurden. En ik heb de toespraken gehoord
Die opriepen tot moord:

En ik noemde het slachthuis
Mijn vaderland, toen de volkeren in opstand kwamen
Tegen mijn volk. En ik bad voor de eindzege
Van de moordenaars, toen de steden al
In rook opgingen:

En ik was schuldig
Aan de dood van ieder mens, onwetend ademhalend
Onder de galgentakken
Van zoet geurende linden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Volker von Törne (14 maart 1934 – 30 december 1980)

 

 

De Nederlandse dichter Wout Waanders werd geboren in 1989in ’s-Hertogenbosch. Zie ook alle tags voor Wout Waanders op dit blog.

 

 

SASHA NAAR HET VLIEGVELD BRENGEN

We hebben Sasha naar het vliegveld gebracht,
afgelopen dinsdag, met een knisperende zon op onze achterruit
radioliedje van REM op de bijrijdersstoel.

Sasha zat met haar koffer op haar schoot
naar buiten te kijken. Ik heb haar niet meer om dat boek gevraagd.

Sommigen vinden het zeer terecht
dat ze weg is straks, anderen hebben er andere meningen over.

Onze oom Thomas had daarboven de regen bevroren.
We waren halverwege toen de hagelstenen op de voorruit vielen.

De ruitenwissers tikten de stenen weg:
alle stenen die van Sasha houden naar de ene kant,
alle stenen die niet van Sasha houden naar de andere.

Daar reden we dan: door een steenregen
naar een vliegveld, en ik zag Sasha
naar buiten kijken, ik zag haar adem
tegen het raam aan geplakt, zonder haar naam
erin geschreven, haar warme lucht
tegen het koude raam. We hebben
Sasha naar het vliegveld gebracht.

 

 


Wout Waanders (’s-Hertogenbosch, 1989)


Zie voor nog meer schrijvers van de 14e maart ook mijn blog van 14 maart 2020 en eveneens mijn blog van 14 maart 2019 en ook mijn blog van 14 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:31 1 reactie Reageer op dit bericht

Yuri Andrukhovych

De Oekraïense dichter en schrijver Yuri Andrukhovych werd geboren op 13 maart 1960 in Iwano-Frankiwsk. Zie ook alle tags voor Yuri Andrukhovych op dit blog.

 

 

Life is a Long Song

“Look! One guy admitted
that he’s scared of death!” –
he pointed at me
a certain wise-guy with an unusual glint in his eye.
I suppose it could have been glasses.

These days they like to ask me in public
about the most intimate things.
For example, my greatest sin.
What I dreamt of from Wednesday to Friday.
If I’m happy with the leaders of the country.
If I would like to be the conscience of the nation.
And what I’m scared of.

I usually answer
as best I can.
When the conversation is accompanied by a drink, or after one,
much more openly. When
sober – in a mercurial
and capricious way. Usually.

This time I said
I was scared of the death
of those close to me.
Mainly through accidents.
Although really, our life is long
as a song about Dovbush and death should be seen
as a resolution
long awaited, because you became tired of singing.

But most important when quoting –
is putting the full stop in the right place,
which the wise-guy
still remembers from his masters.
And, putting the full stop where he pleases, he justifies himself as best he can:
“He admitted it! Look everybody, look at his
terror!”

No, I am really not scared to say what I’m scared of.
Yes, I am really scared of the phone ringing in the night
and emails with sad news in the subject line.
Look, everybody, look at my terror:
this is how afraid I am.

But apart from that, it is just a song,
a gorgeous, long song about the way to the abyss
or, and no less beautiful, let’s say,
about a bullet in the head.

 

 

 

Absoluut wodka

Wodka verziekt fataal
mannelijk gezelschap.
Er moet minstens één vrouw zijn –
Anders gaat het regelrecht het graf in. In het
derde uur ontwaakt het beest,
in het vierde wordt zwaaien
met scheermesjes of bijlen mogelijk –
in het vijfde – tranentrekkende bekentenissen,
kussen van handen en voeten.
Minstens één vrouw is onmisbaar
zodat het er niet allemaal zo walgelijk uitziet.

Deze keer was er geen dame,
en het was het vijfde uur.

Hij probeert iets te lezen
in mijn handpalm.

Oh, zegt hij, ik kan je niet eens
de hele waarheid vertellen, weet je.
Zeg het, zeg ik.

(Het kan me niets meer schelen, hoewel ik nu klaar ben
voor alles – dertig jaar oud, omdat
ik klaar ben omdat het het vijfde uur is, omdat ik recht heb
op de waarheid, omdat het me allemaal om het even is).

Oh, zegt hij, ik weet niet eens
hoe ik het je moet vertellen, weet je.
Zeg het me recht voor zijn raap, zeg ik.

(Het kan me geen reet schelen, zelfs nu nog – doorgesneden aderen
of een kogel in mijn hoofd – in mijn pas-net-dertig jaar
omdat ik dronken ben, omdat het het vijfde uur is, omdat ik
het wil weten, hoe vreselijk het ook mag zijn).

Bij de derde poging vertelt hij me
zijn ‘zevenenveertig’. Ah – wat een opluchting!
Maar liefst zeventien jaar! Wat een tijd nog!
Wat een transparantie
aan de horizon!

Ik herinner het me alsof het gisteren was:
rond drie uur ’s nachts
barst de hele bende de frisse lucht in
allemaal dronken, geen sigaretten meer over,
struikelend snijden we door de duisternis.

Dan opeens zoiets als dit:
ik veeg mijn bezwete handpalm af aan het groene gras, ja, precies,
groen omdat het half april is.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Yuri Andrukhovych (Iwano-Frankiwsk, 13 maart 1960)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e maart ook mijn blog van 13 maart 2021 en eveneens mijn blog van 13 maart 2019 en ook mijn blog van 13 maart 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:13 1 reactie Reageer op dit bericht

Dave Eggers, Naomi Shihab Nye, Raoul de Jong

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: The Eyes and the Impossible

“I turn I turn I turn before I lie to sleep and I rise before the Sun. I sleep inside and sleep outside and have slept in the hollow of a thousand-year-old tree. When I sleep I need warmth I need quiet I need freedom from sound. When I sleep I dream of mothers and clouds—clouds are messengers of God—and I dream of pupusas fool love pupusas and eat them with gusto. I am a dog called Johannes and I have seen you. I have seen you in this park, my home. If you have come to this park, my vast green and windblown park by the sea, I have seen you. I have seen everyone who has been hem, the walkers and runners and bikers and horse-riders and the Bison-seekers and the picnickers and the archers in their cloaks. When you have come here you have come to my home, where I am the Eyes. I have seen all of you here. The big and small and tall and odorous. The travellers and tourists and locals and roller-skating humans and those who play their brass under the mossy bridge and the jitterbug people who dance over that other bridge, and bearded humans who try to send flying discs into cages but usually fail. lore all in this park because I am the Eyes and have been entrusted with seeing and reporting all. Ask the turtles about me. Ask the squirrels. Don’t ask the ducks. The ducks know nothing. Iron like a rocket. I run like a laser. You have never seen speed like mine. When Iron I pull at the earth and make it turn. Have you seen me? You have not seen me. Not possible. You are mis-taken. No one has seen me running because when I run human eyes are blind to me. I run like light. Have you seen the movement of light? Have you?
You have not seen the movement of light. But still I like you. You did not expect this or deserve this but I do. I like you. I was born here. It’s a story. My mother was housekept and still is. But when she was pregnant, she came here, to a hollow in a tree and waited for us to be born. I don’t know and she doesn’t know why she chose to have no in the woods rather than in the safety of her human home—for she lived then in a human home, and she has a tag and is fed daily and petted always and cared for by human doctors who have kept her alive so long, so much Ionger than she would have lived out here. Why she had on out here, I don’t know, but she did, and when we all came out of her, oily and whimpering, she did an unexpected thing: she picked one of us, and brought that one—Leonard, my brother—to her human lair, and apparently her humans were thrilled to have her back home and delighted with her new son. The rest of us she left in the hollow of that tree. I am not bitter.”

 


Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

 

Schouders

Een man steekt de straat over in de regen,
stapt voorzichtig, kijkt twee keer naar het noorden en het zuiden,
omdat zijn zoon op zijn schouder slaapt.

Geen enkele auto mag hem natspatten.
Geen enkele auto te dicht bij zijn schaduw rijden.

Deze man draagt de meest gevoelige lading ter wereld
maar hij draagt geen labels.
Nergens staat op zijn jas BREEKBAAR,
MET ZORG BEHANDELEN.

Zijn oor vult zich met adem.
Hij hoort het gezoem van de droom van een jongen
diep in hem.

We zullen niet in staat zijn
in deze wereld te leven
als we niet bereid zijn om met elkaar
te doen wat hij doet
.
De weg zal alleen maar breed zijn.
De regen zal nooit ophouden te vallen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, programmamaker en danser Raoul de Jong werd geboren in Rotterdam op 12 maart 1984. Zie ook alle tags voor Raoul de Jong op dit blog.

Uit: Gesprekken met opa

“Wanneer een oude man overlijdt, verbrandt er een bibliotheek: schreef de Malinese schrijver Amadou Hampâté Bâ .Ik heb vaak aan die zin gedacht terwijl ik werkte aan Jaguarman, mijn boek over een van mijn Surinaamse voorvaders, die de kracht zou hebben gehad om zichzelf te veranderen in het sterkste dier van de Amazone. De koloniale onderdrukker had er alles aan gedaan om te zorgen dat de Jaguarman zijn bibliotheek niet zou doorgeven aan zijn nageslacht, waardoor ik zeven jaar lang op zoek moest in tweede-handsboekwinkels en stoffige archieven en op expeditie moest naar het regenwoud om zijn verhaal — zijn wijsheid — te vinden. Terwijl ik dat stukje bij beetje bij elkaar puzzelde, waardoor ik, zo zou je kunnen zeggen, steeds Surinaamser werd, takelde mijn andere opa, mijn Nederlandse opa, de opa die ik mijn hele leven had gekend en die bijna drie decennia mijn enige opa was geweest, langzaam af. Hij werd steeds trager en vergeetachtiger. Nadat hij in maart 2019 een hele dag in bed was blijven liggen, werd hij door mijn familie in een verzorgingstehuis geplaatst. Zijn naam was Egbert de Jong. Hij werd in 1929 geboren in een klein dorp in de provincie Groningen. Ik was zijn eerste kleinkind. Hij was vijfenvijftig toen ik op de wereld kwam. En ik moet bekennen dat dit de eerste keer is dat ik dat heb uitgerekend. Want dat opa Ep er was, was nooit ie. bijzonders. Hij was er gewoon, altijd, vanaf het moment dat ik bestond. Hij had mooi, wit, naar achter gekamd haar. Hij droeg ribbroeken, gestreepte overhemden, wonen truien en grote beige jassen die mijn oma voor hem kocht. Hij stotterde als hij boos was. Bij alles wat ik deed, zat bij op de eerste rij. Hij was de reden dat mijn moeder dacht dat je kinderen beter zonder vader kon laren opgroeien. Waardoor ik mijn Surinaamse vader pas op mijn achtentwintigste zou ontmoeten en mijn Nederlandse opa, ironisch genoeg, het grootste gedeelte van mijn leven mijn ‘vaderfiguur’ was.. De man voor wie ik op de basisschool cadeautjes knutselde op Vaderdag. De Man die me lit zien wat het betekent om een man te zijn.”

 


Raoul de Jong (Rotterdam, 12 maart 1984)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e maart ook mijn blog van 12 maart 2020 en eveneens mijn blog van 12 maart 2019 en ook mijn blog van 12 maart 2018 en ook mijn blog van 12 maart 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:29 1 reactie Reageer op dit bericht

Karl Krolow, Willem Claassen

De Duitse dichter en schrijver Karl Krolow werd geboren op 11 maart 1915 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Krolow op dit blog.

 

 

STERBLICH

Sterblich -das fängt überall an
Im Skelett, mit dem man weiterlebt,
während Finger über Weichteile streichen.
Habe ich recht? Es ist die einzige Zeit,
mit der es sich leben lässt,
menschenscheu, man hat
seinen Vorrat Luft, atmet flach
bei richtiger Beleuchtung,
versteckt sich in einen grauen Flanellanzug
und hat im Normalfall Glück mit der nächsten Stunde,
mit der Ähnlichkeit der Dinge,
wenn sie im rechten Licht stehn.
Versuche weiter, geradeaus zu gehn
und deinen hierorts unbekannten Namen
für dich zu behalten.
Du bist ohnehin beobachtbar wie Liebespaare,
hinter der Wand beliebiger Zimmer
zu heftig ausatmen und tatsächlich
sterblich sind, ihren Stoffwechsel verschwenden.

 

 

Zeit der Zahlen

Die Zahl ist In allem Baudelaire, Raketen

Das Einmaleins, auf Wasser
Und Mauern hingeschrieben,
Im Birnenfleisch geläutert,
Aus goldnem Wachs getrieben,

Gebändigt von den Geistern,
Die aus der Stunde steigen!
Die Zeit der Zahlen duftet I
m alten Ulmenschweigen,

Im rostenden Metalle,
Von leichtem Licht umflossen.
Man dividiert sie immer
Zu spät. Die Ankertrossen

Sind längst schon aus der Tiefe
Des Jenseits hochgewunden.
Die Zeit der Zahlen endet
Im Abgrund der Sekunden,

Des Pfiffs, der von vier Fingern
Im Mund fliegt In die Wolke.
Das Einmaleins: Geschichte,
Geraunt vom Schiffervolke!

 

 

Für Celine, vor Zeiten gestorben

Engesohde, Hannover

Deine Hand aus dem Grase,
Dein Gesicht grüner Rauch!
Und es schwebt eine Vase
Alten Dufts auf dich zu.

Ein Atemzug Süße.
Ohne Schatten dein Grab.
Und die Spur deiner Füße
Steht im Wasser der Luft.

Deine Augen, Celine:
Blauer Tau überm Laub,
Der die Flügel der Biene
Mit Vergänglichkeit netzt.

Seit wie lange gestorben,
Mund, von Hölty erdacht:
Nun von Grillen umworben
Unterm zierlichen Licht.

Zwanzigjährig Betörte
Von der Stimme aus Glas:
Cimarosa erhörte
Dein Geflüster bei Nacht.

 

 

Kijk daar eens naar

Kijk daar eens een naar, dat zou
iemand kunnen zijn die gewoon vertrekt
uit zijn wereldse leven,
nadat hij met een restje
Saint Emilion zijn mond gespoeld had,
die beleefd verdwijnt, zonder vrees
zijn aftocht voorzag toen hij zich
voor het eerst afvroeg wat hij hier deed
tussen anderen die dat allemaal
heel vanzelfsprekend volbrengen.
Niemand gaf hem vuur om verder te leven,
en de sensuele revolutie
bracht geen verlichting.
Vanaf dat ogenblik
was het niet langer moeilijk voor hem
om tegen zichzelf te zeggen dat het
tamelijk irrelevant moest zijn,
in welke richting men zich
verwijdert.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Karl Krolow (11 maart 1915 – 21 juni 1999)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Willem Claassen werd geboren in Beuningen in 1982. Zie ook alle tags voor Willem Claassen op dit blog.

Uit: Contouren

Tak

In het park pakt mijn jongste een tak van de grond die ze al vrij snel omdoopt tot ‘Vriendinnetje Tak’. Als we terug bij de fiets zijn en ik haar op het achterzitje wil zetten, moet Vriendinnetje Tak mee. Ze zegt het zo beslist dat ik weet dat het oorlog wordt als ik nee zeg.
We zijn in beweging en ze zwaait met de tak.
‘Niet doen, straks raak je er iemand mee.’
Ze luistert goed, ze houdt de tak meteen laag.
‘Niet zo, dan komt ze misschien tussen de spaken. Leg haar maar op je knieën.’
Dat vindt ze een goed idee, dat past bij een vriendinnetje.
Ze praat lang en liefdevol tegen de tak, ik kan het niet helemaal volgen. Dan, uit het niets, vraagt ze waar we naartoe gaan.
‘Naar huis, maar we moeten even via deze weg.’
Wekelijks hanteer ik dezelfde tactiek en ze trapt daar vooralsnog elke keer in. Het duurt niet lang voor het stil is achter mijn rug. Ik rij zo langzaam mogelijk, sla willekeurige straten in en maak rondjes door een wijk die ik amper ken. Alles om haar in slaap te houden. Het is een grondrecht om te kunnen slapen als je moe bent, zeker voor een peuter.
Terwijl ik heel bewust mijn tijd verdoe, raast het verkeer langs me heen. Op de stoep staat een vrouw te bellen. Ik denk aan de hoge werkdruk overal, zeker nu er zoveel ziekmeldingen zijn. Ik vraag me af waarom het niet een slagje minder mag. Juist in deze tijd. Zou de boel dan echt in elkaar storten? Doen we dit niet vooral onszelf aan?
Mijn jongste schrikt wakker.
‘Vriendinnetje Tak!’
De tak is op straat gevallen. Ze wijst naar waar ze op het asfalt ligt. Ik draai het stuur, rijd terug, zet de fiets op de standaard en geef haar de tak.
‘Heb je lekker geslapen?’
‘Geslapen? Nee, ik heb niet geslapen.’
Ze glimlacht.
‘Vriendinnetje Tak heeft geslapen!’

 

 


Willem Claassen (Beuningen, 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e maart ook mijn blog van 11 maart 2020 en eveneens mijn blog van 11 maart 2019 en ook mijn blog van 11 maart 2018 deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:24 1 reactie Reageer op dit bericht

John Rechy, Naomi Shihab Nye

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: Rushes

“AS OFTEN as he comes to the Rushes, Endore still feels a clash of excitement and dread in anticipation of the sights, sounds, odors he knows will assault him. The astonishing array of cowboys, motorcyclists, construction workers, policemen, lumberjacks, military-uniformed men will cluster intimately within the red darkness. Muted music will pulse into the rancid smoke: Laughter–that laughter-will crack mysteriously at the point of euphoria. The most shadowed part will churn with bodies increasingly bared as night moves deeper. Mixed with the heated odor of the congregated flesh, the rot-tinged scent of “poppers’ will hover like cummy incense.
Endore pauses on the street in the midst of violent-sex turf near the city’s abandoned waterfront. He always does in preparation for entering the Rushes, whether to prolong the expectation or to postpone the actuality.
A sexually handsome, dark-haired man in his upper 30s–he appears younger–he wears an individualized adaptation of the requisite “uniform” in the Rushes: boots, jeans, denim shirt open to reveal a triangle of tanned flesh; his chest is muscular, defined.
Behind him, the network of iron that had once been the elevated, stretches unused, a leftover prop, rusted over, scratching its outline against the distant soaring landscape. Shadows of the tangled iron network divide the street into gray and black patches. The night is dusted ashen orange by the lights from the area of the piers. Hot mist rises smokily from the coarse-paved street, moist from an early drizzle. It is the first sweaty night of spring. Summer breathes into the humid breeze.
Near the Rushes, meat trucks are abandoned for the night. During the day they haul denuded carcasses of cattle hanging on savage racks, raw flesh to be cut up later in the wholesale butcher shops across the street. At night, men invade the bloodied floors of the trucks for sex. Before the aisles of trucks, a man licking his lips is signaling with exposed genitals to a naked man at the window in the apartment building across the street.
The walls of that building have been lashed with red and black paint–angry phallic swirls and slashes like enciphered curses. Ripped tile has left gouges in its lobby, Endore knows. A few nights ago he answered the signal of a handsome man motioning from a window to the entrance. Endore walked up the squeezed aged corridor and to an open door, where the man waited. They blew each other on the floor of the desperately chic apartment.”

 

 


John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Bijen waren beter

Op de universiteit gingen mensen altijd uit elkaar.
We gingen uit elkaar op parkeerplaatsen,
naast fonteinen.
Twee mensen gingen uit elkaar
aan een rafel tegenover mij
in de bibliotheek.
Ik kon niet meer aan die tafel zitten
hoewel ik ze niet kende.
Ik bestudeerde bijen, die in staat waren
boodschappen over te brengen door te dansen
en hun weg naar huis konden vinden
naar hun korven
zelfs als iemand een blokkade van lakens
en planken en draad opwierp.
Bijen hadden radar in hun vleugels en hersenen
die mensen nauwelijks konden begrijpen.
Ik schreef een werkstuk waarin ik
hun genialiteit en superioriteit verkondigde
en keek het na in een klein café
met houten honingdippers in de vorm van een korf
in zilveren honingpotten
op elke tafel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e maart ook mijn blog van 10 maart 2020 en eveneens mijn blog van  10 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:21 Reageer op dit bericht

Koen Peeters, Naomi Shihab Nye

De Vlaamse schrijver Koen Peeters werd geboren in Turnhout, 9 maart 1959. Zie ook alle tags voor Koen Peeters op dit blog.

Uit: Grote Europese Roman

“Eén keer per jaar ontmoetten ze elkaar. De naam van hun club was ESP, en alle belangrijke marktpartijen voor relatiegeschenken in Europa waren lid. CSP was een beroepsvereniging die ooit gedicht werd om hogere kortingen te bedingen, maar het ging er ook over informele marktafspraken. Een tijdlang betekende CSP Cooperative Society for Promotions’. en daarvoor ‘Chambre Syndicale de Ia Publicité’. Vandaag speelde de juiste betekenis geen rol meer. Misschien kwamen ze gewoon samen voor de gezelligheid. Vanavond stond een diner op het programma. In vurig rode letters prijkte op een flip-over ‘Symposium’. Daaronder zes lelijke logo’s. Er zouden twee dagen volgen met telkens drie sessies, elk apart gesponsord. Elke dag waren er presentaties met tussendoor reclamemomenten, en dit was meteen het eerste: een tv-monitor vertoonde beelden van plastic gadgets, en hostess Christine stond ernaast. Christine was blond als vlas. Op haar hoofd droeg ze een hoedje als een scheepje. Theo begroette haar hoffelijk en zijn collega’s hartelijk Dit was het weerzien van goede, oude, dikke vrienden. Om te beginnen Albert, die door iedereen Dick werd genoemd.
Dan de puissant rijke Hubert, die in een goudkleurige Mercedes reed, en die kleur was niet eens ironisch. Dan Herman, die altijd gelijk had, tot vervelen toe. Kneep zijn ogen dicht, tuitte zelfgenoegzaam zijn lippen en zei: ‘Heb ik het niet gezegd?’ Want inderdaad, Herman had het gezegd, hij kon ook nooit zwijgen. Vervolgens Lenoir, die sprak met bruisende champagne in zijn mond. Articuleerde Frans op z’n Engels en Engels op z’n Frans. Ze noemden hem de Billenniumman. Dat woord had hij bedacht voor de heisa rond het absoluut onmagische jaar 2000, dat gelukkig alweer achter de rug was. Remco. Stresskip. Alles wat hij aanraakte veranderde in geld en ook in reclame, persoonlijk voor hemzelf. Dan Philippe, die zo graag pochte dat hij een snelle beslisser was. Was daarom zelfs trots op zijn foute beslissingen. Bob, de op een na oudste. Was zeventig, maar voelde zich vijftig. Zei dat onophoudelijk en streelde daarbij zijn jeugdige, geverfde haar. Zijn geheugen beheerde hij als een magazijn. Alles wat hij vergeten was, wilde hij opzettelijk vergeten, dat beweerde hij althans. Daarnet kwam ook de enige vrouw van het gezelschap aan, Nathalie. Ze loenste een beetje. Volgens sommigen was dat een van de zeven schoonheden, maar slechts één. Dan waren er nog Jean-Paul, Martin en Thomas. En ten slotte de oudste van hen, Theo zelf. Hij dacht: dit is de allerlaatste keer dat ze naar me zullen luisteren. Allen waren oprecht gelukkig elkaar terug te zien. Dat zag je aan de aimabele schouderklopjes, de omhelzingen en het langdurig handschudden. Dit was CSP, de federatie der geschenkenschenkers.”

 

 


Koen Peeters (Turnhout, 9 maart 1959)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

 

Hoe Palestijnen zich warm houden

Kies één woord en zeg het steeds
opnieuw, tot het een vuur in je mond creëert.
Adhafera, degene die het volhoudt, Alphard, de eenzame,
de sterren ontvingen namen van mensen zoals wij.
Elke nacht treden ze aan op het lange pad tussen werelden.
Ze knikken en knipperen, geen goed of fout
in hun gele ogen. Dirah, klein huis,
vouw je muren open en neem ons op.

Mijn bron is opgedroogd, de druiven van mijn grootvader
zijn gestopt met zingen. Ik roer de kolen,
mijn baby’s huilen. Hoe zal ik ze leren
dat ze bij de sterren horen?
Ze bouwen forten van witte steen en zeggen: “Dit is van mij.”
Hoe zal ik ze leren om van Mizar, sluier, mantel te houden,
om te weten dat erachter een oude man
een vlam aanwakkert?
Hij roert de donkere wind van onze adem.
Hij zegt dat de sluier zal opstijgen
tot ze ons zien schijnen, zich verspreidend als sintels
op de gezegende heuvels.

Goed, dat heb ik verzonnen. Ik weet het niet zo zeker over Mizar.
Maar ik weet dat we het hier op aarde warm moeten houden
En als jouw sjaal zo dun is als de mijne, vertel je verhalen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook mijn blog van 9 maart 2021 en ook mijn blog van 9 maart 2020 en eveneens mijn romenu blog van 9 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:58 Reageer op dit bericht

Walter Jens, Rolf Jacobsen

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

Uit: Katias Mutter (Samen met Inge Jens)

“Warum nach Frau Thomas Mann nun noch ein Buch über Katias Mutter? Genügt die Biographie über die Tochter nicht, um die Neugier nach dem Leben im Hause Mann zu befriedigen? Wir meinen: nein. Denn obwohl die engere Familie des Zauberers diesmal durchaus nicht im Zentrum steht, bereichert die bunte, widersprüchliche und facettenreiche Geschichte der Hedwig Pringsheim das Epos dieser Jahrhundertfamilie – und spiegelt zugleich ein ganz eigenständiges, ganz unverwechselbares und doch sehr zeittypisches Schicksal.
Man stelle sich vor: Ein Mädchen aus kulturell ambitioniertem, aber durch materielle Güter nicht eben gesegnetem Hause heiratet einen millionenschweren Privatdozenten der Mathematik; eine einstige Aktrice residiert in München als umschwärmte Frau von Welt, ein lebenslustiger dickbezopfter Backfisch emanzipiert sich zu einer berückenden, anmutigen und kapriziösen Schönheit; die leidenschaftliche Rezitatorin entwickelt sich – gefördert von ihrer Mutter, der Frauenrechtlerin Hedwig Dohm – zur exzellenten Stilistin, die mit den ersten Federn ihres Jahrhunderts von Gleich zu Gleich verkehrt. Politiker und Literaten, Musiker und Maler, Schauspieler und Bankiers bilden eine Zierde ihres berühmten Teetischs.
Mit Mann und Kindern radelt sie durch Europa und fährt allein nach Argentinien, als der Vater ihren Lieblingssohn dorthin verbannt. Gemeinsam mit diesem Vater besucht sie die kulturellen Attraktionen der Metropolen und die Brennpunkte internationaler Geselligkeit in Bayreuth, Wien, Konstantinopel oder Sils Maria. Sie parliert in mindestens vier Sprachen und ist eine gesuchte Gastgeberin. Aber ihre größte Begabung ist das Briefeschreiben. Ihre witzig-präzisen, je nach Stimmung und Weltlage elegisch-anrührenden oder süffisant-gegenläufigen Charakterisierungen von Menschen und Konstellationen stellen nicht selten sogar die Schreibkünste ihres «Schwiegertommy» in den Schatten.
Hedwig Pringsheim war Schauspielerin gewesen – wie ihr Freund und großes Vorbild Maximilian Harden, dem sie, nachdem er in die Publizistik gewechselt und Herausgeber der Zukunft geworden war und ihre eigenen Kinder das Elternhaus verlassen hatten, hunderte von leidenschaftlichen, klugen, besonnenen und schwärmerischen Briefen schrieb – unbekümmert um die Prominenz des Freundes, der bereits in ihrem Elternhaus ein und aus gegangen und im ersten Dezennium des neuen Jahrhunderts – nach weltweitem Urteil – der neben Kaiser Wilhelm II. berühmteste Deutsche war.”

 


Walter Jens (8 maart 1923 – 9 juni 2013)
Walter en Inge Jens

 

 

De Noorse dichter en journalist Rolf Jacobsen werd geboren op 8 maart 1907 in Kristiania. Zie ook alle tags voor Rolf Jacobsen op dit blog.

 

 

Kobalt

Kleuren zijn de kleine zusjes van woorden. Ze kunnen geen soldaat worden.
Al heel lang zijn ze mijn geheime liefde.
Ze moeten bij huis blijven en de doorzichtige gordijnen
van het kamertje, de keuken en de alkoof van onze alledaagsheid ophangen.

De jonge Karmozijn bevalt me zeer, en de bruine Siena
maar het meest nog de bedachtzame Kobalt met haar afwezige ogen en haar onbetreden gemoed.

Wij wandelen door de dauw.
De nachthemel en de zuidelijke zeeën
zijn haar bezittingen
evenals de tranenketting om haar voorhoofd:
de parels van Cassiopea.
Wij wandelen door de dauw.

Maar de anderen.
Zie, hoe ze je op een ochtend in juni
om vier uur bij het ochtendbad tegemoet
komen stormen in het schuim van de groene baai.
Daarna kun je op de rotsen met hen zonnen.
– Wie van hen wil je bezitten?

 

 

Vertaald door Janke Klok

 

 


Rolf Jacobsen (8 maart 1907 – 20 februari 1994)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e maart ook mijn blog van 8 maart 2021 en ook mijn blog van 8 maart 2020 en eveneens mijn blog van 8 maart 2019 en ook mijn blog van 8 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:39 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten