Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Lina Kostenko, Roman Libbertz

De Oekraïense schrijfster en dichteres Lina Kostenko werd op 19 maart 1930 geboren in Rzhyshchiv. Zie ook alle tags voor Lina Kostenko op dit blog.

 

 

How Bitter Is the Wine

Devotion, loving —
truths that are primeval.
They were invented long before our time.
And we…
Are what?
Just two colliding people.

How bitter, oh,
how bitter is the wine!

But we must drink. It is a useful habit.
It, too, was made for us before our time..
To our meeting!
Our separation!

How bitter, oh,
how bitter is the wine!

 

 

In Evenings Lit by Dove-Gray Beams

In evenings lit by dove-gray beams,
in fields that I alone, no doubt, knew,
how many dreams
how many reams
printed with words I’ve dreamed about you!

I know not your name,
where you live,
who gets your love and your caresses.
I know you also wait, and give
your heart in anxious loving guesses.

And I’ll come into your life then,
and recognize you like my own hand,
the way the sons of banished men
will know at once their fathers’ homeland.

I’ll live because of this, my gem.
Let others all go undiscovered,
as long as I don’t lose in them
my one
my own
that’s like no other.

Let this be folly I have known,
mirages caused by being lonely!
My poor heart dreams of you alone,
Like oceans dream of tempests only.

 

 

Don’t Let Your Wistful Glances Start Explaining

Don’t let your wistful glances start explaining
the thoughts that words are still afraid to form.
From this begins a care that’s self-sustaining.
From this begins the silence of the storm.

Are you a dream, a fantasy, a vision,
some magic of the mind I should dismiss?
Oh, what a rainbow crossed our wide division!
Oh, what a vast, uncrossable abyss!

 

 

Vertaald door Ellen Poplavska

 

 


Lina Kostenko (Rzhyshchiv, 19 maart 1930)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en schilder Roman Libbertz werd geboren op 20 maart 1977 in München. Zie ook alle tags voor Roman Libbertz op dit blog.

 

Recht in het hart

Wij zijn een stel bij het afscheid,
in de uitgesponnen laatste blikken,
als een bloedstollende schreeuw,
zachtjes, zodat niemand mij kan horen,
Met deze blik in je ogen is het begonnen.

Een strijd waarvan het einde voor ons beiden voorspelbaarder was,
dan alles wat we tot dan toe aan onszelf hadden bewezen,
Verlangen en geborgenheid
door de dolk van Damocles gestoken,
recht in het hart.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Roman Libbertz (München, 20 maart 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 19e maart ook mijn blog van 19 maart 2022 en ook mijn blog van 19 maart 2020 en eveneens mijn blog van 19 maart 2019 en ook mijn blog van 19 maart 2017 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:40 Reageer op dit bericht

1 reactie op dit bericht

Rud20 maart 2025 om 10:42

Goeie morgen

11863564.jpg

Maak er een gezellige dag van,groetjes Rud.

Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Tonnus Oosterhoff, Lina Kostenko

De Nederlandse dichter en schrijver Tonnus Oosterhoff werd geboren in Leiden op 18 maart 1953. Zie ook alle tags voor Tonnus Oosterhoff op dit blog.

 

 

Naar het zuiden

Bij Rostock was de kade blauw. In Fulda stond de wind.
De Neckar zwol tot aan de zandzakken.
In Heidelberg, geloof ik, de kantoorboekhandel heet Pech,
heb ik een nietmachientje achterovergedrukt; de autokaart
rekende ik netjes af.
Om een vergelijking te maken
heel Duitsland door
alleen om niet

Ik sta aan een koud meer,
groene pantsers verdronkenemansbewegen.
De kaart gevouwen op de rug in mijn kleinige, vrouwige handen.
Dorp en weg aan de overkant, een steiger daar,
een wit bootje in streperig zonlicht.
‘Wie bent u? Mijn naam is Harp!’
Dat verstond ik niet zeker, ik
hoopte denk ik maar dat ik geroepen werd.

Ik wil leven! Dus door naar het zuiden.
Dat mijn neus groot wordt, mijn wangen slinken.
Roos en meidoorn. Kastanjebloesem. Ik wil
als een Calabrische ezel balken,
van vreugde en angst en begeerte krampen.

 

 

 

Wijdere jaszak…

Wijdere jaszak. Uit de borst druipt
inkt, uit de vestzak donker
naar het vriezende stilblazen,
het niet te omklemmen gesternte.
Dieses Gras ist ganz ungedacht kühl.

De vingervlugge zwarthandelaar laat bij de kapstok
ongezien inkt in zijn aktentas glijden,
ik zag het. Zijn joviale armgebaar is
een uitvegen. We zullen hem nooit terug zien.

 

 

 

Wat ligt de oude meneer

Wat ligt de oude meneer
maar kort te slapen voor zijn dood
al lijkt het lang.
Als een zandhoopje
in de wind versleten.
Zijn trage gebaren haastig
ribbels op het strand.
Ziek geel schuim met de zee
vol water er achter.

Doodsbleek in de lelijkste stoel
voelt hij schuld over
zijn vrouw zaliger
voor hij wegsukkelt.
‘Je wendde je af van het geluk.’
Zijn eigen stem, die hem naroept.
Op de schoorsteen hurkt de nar,
hij houdt de rook tegen
en overziet de wereld.

 

 


Tonnus Oosterhoff (Leiden, 18 maart 1953)

 

 

De Oekraïense schrijfster en dichteres Lina Kostenko werd op 19 maart 1930 geboren in Rzhyshchiv. Zie ook alle tags voor Lina Kostenko op dit blog.

 

 

Het leven gaat voorbij en verandert nooit

Het leven gaat voorbij en verandert nooit
En de tijd vliegt zonder te stoppen.
Madame de Pompadour is al lang dood
En na de Zondvloed wonen we nu.

Ik weet niet wat in de toekomst zal zijn,
Welke kleren de natuur zal dragen.
Die ene, die nooit moe is, is tijd,
Maar we zijn sterfelijk, we moeten ons haasten.

Om iets te doen, iets achter te blijven
We zijn niets en gaan weg met de wind.
Alleen de lucht, blauwe ogen,
hebben dit land altijd in bloei gezien.

Tenslotte gaan deze bossen niet dood,
Tenslotte verdwijnen deze woorden niet.
Het leven gaat voorbij en verandert nooit
En als jij schrijft – blijft het voor eeuwig.

Maar wees niet bang voor treurige zinnen,
Je wordt genezen door de begrippen
Wees niet bang voor waarheid, als die bitter is,
Zelfs als de weemoed zo groot is als rivieren.

Maar lieg nooit tegen de mens zijn ziel,
Want als het lukt – is het voor eeuwig.

 

 

Vertaald door Kateryna Kulelyaieva en Olha Melnyk

 


Lina Kostenko (Rzhyshchiv, 19 maart 1930)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 18e maart ook mijn blog van 18 maart 2021 en ook mijn blog van 18 maart 2020 en eveneens mijn blog van 18 maart 2019 en ook mijn blog van 18 maart 2018 deel 2 en eveneens deel 3 en ook mijn blog van 18 maart 2017 deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:13 1 reactie Reageer op dit bericht

Diane Glancy

De Amerikaanse dichteres en schrijfster (Helen) Diane Glancy werd geboren op 18 maart 1941 in Kansas City, Missouri. Al op jonge leeftijd had ze moeite met het bepalen van haar identiteit, omdat haar levensstijl niet aansloot bij wat ze op school leerde. Glancy besloot een Cherokee-identiteit te omarmen en vond het gemakkelijk om die in haar poëzie tot uitdrukking te brengen. Ze behaalde haar Bachelor of Arts (Engelse literatuur) aan de Universiteit van Missouri in 1964 en vervolgde haar opleiding aan de Universiteit van Centraal Oklahoma, waar ze in 1983 een masterdiploma Engels behaalde. In 1988 behaalde ze haar Master of Fine Arts aan de Universiteit van Iowa. Glancy is hoogleraar Engels en begon in 1989 met lesgeven aan Macalester College in St. Paul, Minnesota, waar ze cursussen Native American literatuur en creatief schrijven gaf. De literaire werken van Glancy zijn erkend en belicht aan de Michigan State University in hun Michigan Writers Series.

 

 

The Eight O Five

The t(rain)
again this morning, sky always gray,
grain cars f(lying)
like blackbirds with fieldseed
in their bellies.

The eight o five carrying
g(rain)
sings like tribes
when they migrated north in summer
across the plains
following tracks of herds.

High water into trees.
The lake full of rain.
We say it is someone else
pushing down on the lake
to make it spill over its edge.

While we wait
the woman earth sings with the tribes,
transforms herself
into all things.

After the train
b(rush) burning, the delay of smoke
in the car comes after
we have passed like sound.

Rain hangs fringe from earth woman’s dress.
She holds the delay of truth
until it comes from our mouths.

Coyotes sleep on her lap,
birds fly into the b(ranches) of her hair
while farther down the road
the black snake train wiggles behind her ear.

 

 

Indian Chant

Hunted and sung
unhunted / unsung

clump of
loghouse / chaxed hill

unuttered / unstrung

clistered bow
hunted and unsung

hunted / strung
hunted / sung.

 

 


Diane Glancy (Kansas City, 18 maart 1941)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Marco Kamphuis, César Vallejo

De Nederlandse schrijver Marco Kamphuis werd geboren in Uden op 17 maart 1966. Zie ook alle tags voor Marco Kamphuis op dit blog.

Uit: Schipbreuk

“Op de avond van mijn verjaardag fietste ik naar De Zwaan, waar ik met mijn  vrienden had afgesproken, maar waar ik vooral Machteld hoopte te zien. Het leek me logisch dat ik haar na ontvangst van haar kaart op de eerstvolgende uitgaansavond zou ontmoeten in het café waar we hadden kennisgemaakt. Er was wel een innerlijke stem die mijn verwachtingen probeerde te temperen, die tegenwierp dat Machteld misschien iedereen die ze vaag kende een verjaardagskaart stuurde, maar daar sloeg ik geen acht op. Ik wist zo goed als zeker dat ik mijn achternaam Met had genoemd (ik wist die van haar in elk geval Met), dus daar had ze eerst navraag naar moeten doen, en vervolgens had ze bij die naam het adres moeten achterhalen. Wie zoveel moeite deed om een verjaardagskaart te sturen, moest toch bepaalde gevoelens voor de jarige hebben. Tot mijn ergernis werd ik bij binnenkomst in het café door mijn vrienden toegezongen. Ze hadden Apostrophe van Frank Zappa voor me gekocht, en walen zo attent geweest onderling alvast de volgorde te bepalen waarin ze de elpee van me zouden lenen om hem op te nemen. Ik gaf een paar rondjes. Tijdens het tafelvoetbalspel kreeg ik verwijten van Pieter, met wie ik een vast duo vormde: Id., vrat sta je die deur inde goten te houden? let liever op het spel!’ om een uur of elf stommelden we door het nauwe gangetje dat naar de danszaal leidde. Machteld was daar á, ze moest de afzonderlijke ingang aan de straatkant genomen hebben. met verbazing sloeg ik haar gade op de dansvloer. Waarschijnlijk kwam het door haar lengte dat haar bewegingen hoekiger dan die van andere meisjes waren. Ze leek niet zozeer te dansen als wel met de nodige overdrijving dansenden na te doen, maar vreemd genoeg had die gekunstelde stijl juist een elegant effect het deed denken aan de gemaakte manier van lopen van een mannequin op de catwalk, veel gracieuzer dan de natuurlijke loopbeweging. Tijdens het dansen droeg ze haar hoofd fier rechtop, en na een tijdje gleed haar koele blik over mij heen, die haar aan de rand van de dansvloer stond te bewonderen. Ze gaf geen enkel teken van herkenning Op dat moment drong tot me door dat die verjaardagskaart een afschuwelijke grap van mijn vrienden was geweest, dat ik gek was om te geloven dat er ooit een meisje verliefd op mij zou kunnen worden en de levenslust waartoe ik me vandaag, op mijn achttiende verjaardag had opgezweept, maakte abrupt plaats voor het inktzwarte gevoel dat ik de laatste tijd vaak had, het gevoel op een afgrond af te stevenen. ‘Promised You a Miracle’ van Simple Minds was afgelopen.”

 

 


Marco Kamphuis (Uden, 17 maart 1966)

 

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

Van pure warmte heb ik het koud

Van pure warmte heb ik het koud,
zuster Afgunst!
Leeuwen likken mijn schaduw
en de muis knaagt aan mijn naam,
moeder ziel van mij!

Naar de rand van de diepte ga ik,
zwager Ondeugd!
De rups tokkelt op zijn stem,
en de stem tokkelt op haar rups,
vader lijf van mij!

Mijn liefde staat voorop,
kleindochter Duif.
Op de knieën, mijn ontzetting
en het hoofd voorover, mijn angst!
moeder ziel van mij!

Totdat op een dag zonder twee,
vrouwe Graf,
mijn laatste ijzer klinkt
als een adder die slaapt,
vader lijf van mij…!


 

Vertaald door Bart Vonck

 

 


César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e maart ook mijn blog van 17 maart 2024 en ook mijn blog van 17 maart 2023 en ook mijn blog van 17 maart 2020 en eveneens mijn blog van 17 maart 2019 en ook mijn blog van 17 maart 2018 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:04 1 reactie Reageer op dit bericht

Dirk von Petersdorff, César Vallejo

De Duitse dichter, schrijver en literatuurwetenschapper Dirk von Petersdorff werd geboren op 16 maart 1966 in Kiel. Zie ook alle tags voor Dirk von Petersdorff op dit blog.

 

 

In der Tiefe

sprach ich, ich stand in einem
U-Bahnhof, ich rief mir zu:
EVALUIERE DICH SELBST!
Aber mir fiel nichts ein.

Wie stehe ich denn da?
Außen Colucci und innen:
Das obstinate Gemurmel einer
Sprache, das bin ICH.

Lautloses Kommen und Gehen der
Bahnen, eine Tiefe ruft die
andere, dachte ich, das
höret nimmer auf, dieses

Flackern von An- und Abwesenheit.
Ich aber bin ein Mischer,
im Grund meines Herzens
nichts Festes, nichts Festes.

Gewimmel in der Station,
die nur eine Station ist
und keinen atemlos macht.
Ich habe keine Erfahrungen,

den Menschen wollte ich sagen:
ICH HABE KEINE ERFAHRUNGEN.
Ich flottiere doch auch nur
auf einer Signifikantenkette.

Dann kamen drei Neger,
die sprachen kein Deutsch.
Ach, ich bin ermüdet,
zornig eher nicht.

 

 

Am Rande

Alles fließt, sagte Hegels Tante. Das Haus
erbte sie von ihrem Vater.
Ein Leben am Herd. Rosmarin und Salbei.
Jeden Dienstag Eier holen.
Mit 37 brach sie sich das
Schlüsselbein. Sie pflegte
Gerüchte, doch fand sie die Leute
ernst und alt. Hin und
wieder Himbeergeist des Abends. Es scheiden
und kehren im Herzen die Adern,
sagte die Tante, die sanftmütig war,
weiße Hände sorgsam pflegte.

 

 

10. Stock,

klimatisiertes Hochhaus, Tenne der Sterblichen.
Cool bleiben, lachte, höchstens 19,
meine Führerin, schwach ich, als
wir einen Schwarm von Sekretärinnen
passierten, geschminkt, mänadisch, zappelnde
Münder
Was soll das Theater?
ihre Gedanken
wir rufen zurück
entstehen beim Reden
alles wie immer
nebenbei essen sie Donuts u.
warten auf die Existenz: dazu
die Musik: Alles ist gut singt
Madonna, sie will in den Ätna springen;
und vor den Fenstern rasender
Wolkenzug, tiefgrau, dann Stürze
von Helligkeiten im Großraumbüro,
Lichtflecken, auf einem Schirm Gesichte.
Fax-Surren, ewig – okay. okay,
es gibt zahlreiche Fegefeuer, es gibt,
Fernsehen nach dem Tod des Moderators,
wenn oh wenigstens. bitte, den Schlüssel,
den Code, was den Laden
im Innersten – sie lachte.

 

 


Dirk von Petersdorff (Kiel, 16 maart 1966)

 

 

De Peruaanse dichter César Vallejo werd geboren op 16 maart 1892 in Santiago de Chuco, Peru. Zie ook alle tags voor César Vallejo op dit blog.

 

 

Massa

Toen de slag ten einde was,
en de strijder dood, kwam er een man naar hem toe
en die zei: ‘Sterf niet; ik hou zoveel van je!’
Maar ach! Het lijk stierf verder.

Er hepen twee mensen op hem af, die ook zeiden:
‘Verlaat ons niet! Houd moed! Kom weer tot leven!’
Maar ach! Het lijk stierf verder.

Twintig, honderd, duizend, vijfhonderdduizenden stroomden toe,
uitroepend: ‘Zoveel liefde, en niets te doen tegen de dood!’
Maar ach! Het lijk stierf verder.

Miljoenen individuen omringden hem,
met een gemeenschappelijke bede: ‘Blijf, broeder!’
Maar ach! Het lijk stierf verder.

Toen omringden hem alle
mensen op aarde; het lijk zag ze, triest, ontroerd;
het stond langzaam op,
omarmde de eerste man en begon te lopen…

 

Vertaald door Heleen Sittig

 

 


César Vallejo (16 maart 1892 – 15 april 1938)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e maart ook mijn blog van 16 maart 2021 en ook mijn blog van 16 maart 2020 en eveneens mijn blog van 16 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

David Albahari, Andreas Okopenko

De Servische schrijver David Albahari werd op 15 maart 1948 geboren in Pec in Servie. Zie ook alle tags voor David Albahari op dit blog.

Uit: Nagels, muis (Vertaald door Reina Dokter)

“Wanneer ik een onbekende man leer kennen, kijk ik eerst naar zijn nagels. Als de ogen de spiegel zijn van de ziel, zoals de oude spreuk zegt, dan zijn de nagels de spiegel van het hart. De vingernagels uiteraard, hoewel de teennagels ook niet onbelangrijk zijn. Daar kun je echter veel moeilijker bij, meestal wanneer het te laat is om te ontsnappen, wanneer je kleren in wanorde naast het bed liggen. Zelfs dan, juist dan is het gênant om iemand te vragen of je even tussen zijn tenen mag kijken. Dat heb ik maar één keer geprobeerd. Die man keek me eens goed aan – we lagen in het donker en hij moest zijn gezicht heel dicht bij het mijne brengen, tot onze neuzen elkaar raakten -, draaide zich om, deed het licht aan, kleedde zich aan en vertrok. Ik heb hem nooit meer gezien. Later vond ik andere manieren, maar daar moet ik het misschien niet over hebben, het is al erg genoeg dat ik er vaak pijn in mijn rug en mijn dijen van had. Toen ik inzag dat teennagels altijd bevestigen wat vingernagels zeggen, hield ik ermee op. De bovenkant stemt overeen met de onderkant. Ik weet niet of dat ook zo’n oude spreuk is, maar tot dusver ben ik er niet bedrogen mee uitgekomen. Ondanks alles is het goed af en toe in woorden te geloven.
Mijn moeder wilde dat niet aannemen. ‘Als je vader praatte,’ zei zij, ‘geloofde ik hem, en moet je nu eens zien.’
Ik zag niets. Of liever gezegd, ik zag een vrouw die zich afvroeg waar haar leven was gebleven, hoe het was voorbijgevlogen, maar dat vraagt iedereen zich af. Vroeg of laat wil ieder mens weten waar hij geweest is en waar hij nog heen kan. Hij is nergens geweest en zal nergens heen gaan.
Dat kon ik niet tegen mijn moeder zeggen, althans niet toen ik haar in de keuken zag zitten, met haar handen in de schoot, gebogen over foto’s. Die had ze meegenomen in een doos waar ooit bonbons in hadden gezeten. Op het deksel stond een plaatje van twee witte poesjes. Het ene zat, terwijl het andere zijn pootje uitstak naar een rode roos. Op de roos rustten drie druppels water, alsof ze erop geplakt waren.”

 

 


David Albahari (Pec, 15 maart 1948)

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Andreas Okopenko werd in Košice (Slowakije) geboren op 15 maart 1930. Zie ook alle tags voor Andreas Okopenko op dit blog.

 

Procedure uit rode inkt

Rode inkt wordt in wit water gegoten.
In de avondgloed keert Odysseus terug naar Ithaka.
In zijn parken spelen kinderen van vreemden.

Hij stelt een vraag die jullie moeten begrijpen:
Waar zijn de lichten van het uitgebrande Chicago?
Hij stelt de vraag betekenisvol, bebaard en ernstig.

Boven zijn haar zoemen de muggen van de rand van het bos.
De lijnen die ze trekken gloeien gelijk venkel als de wind waait.
Uit het bos slepen mannen houten emmers met boomhars,

Achter de horizon klinkt eindeloos een scheepshoorn – – –

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Andreas Okopenko (15 maart 1930 – 27 juni 2010)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 15e maart ook mijn blog van 15 maart 2024 en ook mijn blog van 15 maart 2023 en ook mijn blog van 15 maart 2020 en eveneens mijn blog van 15 maart 2019 en ook mijn blog van 15 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:09 1 reactie Reageer op dit bericht

Jochen Schimmang, Volker von Törne, Wout Waanders

De Duitse schrijver Jochen Schimmang werd geboren op 14 maart 1948 in Northeim. Zie ook alle tags voor Jochen Schimmang op dit blog.

Uit: Abschied von den Diskursteilnehmern

„Anfangsfinder Wäre er ein Ding, wäre er vielleicht der Anfangsfinder einer Cellophanverpackung, oder der Stopper für eine Vorhangschiene. Eventuell auch ein Türschlossenteiser oder ein Lesezeichen. Etwas in bescheidenem Rahmen Nützliches jedenfalls. In gewisser Weise unverzichtbar, solange unsere Gattung existiert. Der Rest der Welt, der unsere Gattung überleben wird, braucht weder Anfangsfinder noch Stopper, weder Türschlossenteiser noch Lesezeichen.
Wäre er ein Tier, gehörte er einer Spezies an, die einen langen Winterschlaf hält.
Aktive Alte Er kann seine Abneigungen (akzeptabler klänge: Idiosynkrasien nicht begründen. Eine davon gilt den aktiven Alten, die allen möglichen Vereinen und Gesellschaften angehören dreimal im Jahr an einer geführten Bildungsreise teilnehmen, regelmäßig Soireen oder Matineen geben oder jedes Jahr im Sommer eine Fahrradtour von insgesamt mindestens 1000 Kilometern machen. Die noch voll und ganz aktiv am Leben teilhaben. An welchem?
Die jungen, schlecht bezahlten Führer jener Studienreisen fürchten dabei niemanden so sehr wie die pensionierten Oberstudienräte, die es – tatsächlich! – besser wissen. Alte sind Besserwisser und sollten sich zurückhalten. Das gilt auch für ihn selbst.
Macht und Fett Eine zweite Idiosynkrasie (das Wort gefällt ihm jetzt immer besser: es hat Chic) gilt fetten Menschen. Er weiß, dass er mit dieser pauschalen Abneigung ungerecht ist, weil Adipositas nicht selten krankheitsbedingt ist. Aber für ihn besteht ein unauflöslicher Zusammenhang zwischen Macht und Fett, für den er hinreichend Beispiele aufzählen kann, von Franz Josef Strauß über Helmut Kohl (der in Stresssituationen pure Butter in sich hineinstopfte) bis zu Donald Trump und Viktor Orbän. Letzterer ist ein idealer Beleg für seine These, wenn man Fotos des Orban von 1989 oder 2001 mit denen von heute vergleicht. Dabei lässt er sich durch dünnere Kleptokraten nicht täuschen, auch nicht durch die iranischen Mullahs, deren Kleidung ihre Körperformen verhüllt. Zudem weiß er, dass die Fettsucht auch und gerade eine Krankheit der Ohnmächtigen ist. Vor ihnen, die am Ende keine andere Wahl haben als zuzuschlagen, hat er am meisten Angst.“

 


Jochen Schimmang (Northeim, 14 maart 1948)

 

 

De Duitse dichter Volker von Törne werd geboren op 14 maart 1934 in Quedlinburg. Zie ook alle tags voor Volker von Törne op dit blog.

 

 

Gedachten in mei

Ik heb het over mezelf: Volker von Törne, geboren
In het vierendertigste jaar van de twintigste eeuw
Toen mijn kameraden al tegen de moordenaars vochten
Die mij als een van hen opvoedden
Naar hun gelijkenis:

En ik dronk de melk
Die de hongerigen ontbrak. En ik droeg het pak,
Gestolen van mijn broer. En ik las de boeken
Die de diefstal goedkeurden. En ik heb de toespraken gehoord
Die opriepen tot moord:

En ik noemde het slachthuis
Mijn vaderland, toen de volkeren in opstand kwamen
Tegen mijn volk. En ik bad voor de eindzege
Van de moordenaars, toen de steden al
In rook opgingen:

En ik was schuldig
Aan de dood van ieder mens, onwetend ademhalend
Onder de galgentakken
Van zoet geurende linden.

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Volker von Törne (14 maart 1934 – 30 december 1980)

 

 

De Nederlandse dichter Wout Waanders werd geboren in 1989in ’s-Hertogenbosch. Zie ook alle tags voor Wout Waanders op dit blog.

 

 

SASHA NAAR HET VLIEGVELD BRENGEN

We hebben Sasha naar het vliegveld gebracht,
afgelopen dinsdag, met een knisperende zon op onze achterruit
radioliedje van REM op de bijrijdersstoel.

Sasha zat met haar koffer op haar schoot
naar buiten te kijken. Ik heb haar niet meer om dat boek gevraagd.

Sommigen vinden het zeer terecht
dat ze weg is straks, anderen hebben er andere meningen over.

Onze oom Thomas had daarboven de regen bevroren.
We waren halverwege toen de hagelstenen op de voorruit vielen.

De ruitenwissers tikten de stenen weg:
alle stenen die van Sasha houden naar de ene kant,
alle stenen die niet van Sasha houden naar de andere.

Daar reden we dan: door een steenregen
naar een vliegveld, en ik zag Sasha
naar buiten kijken, ik zag haar adem
tegen het raam aan geplakt, zonder haar naam
erin geschreven, haar warme lucht
tegen het koude raam. We hebben
Sasha naar het vliegveld gebracht.

 

 


Wout Waanders (’s-Hertogenbosch, 1989)


Zie voor nog meer schrijvers van de 14e maart ook mijn blog van 14 maart 2020 en eveneens mijn blog van 14 maart 2019 en ook mijn blog van 14 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:31 1 reactie Reageer op dit bericht

Yuri Andrukhovych

De Oekraïense dichter en schrijver Yuri Andrukhovych werd geboren op 13 maart 1960 in Iwano-Frankiwsk. Zie ook alle tags voor Yuri Andrukhovych op dit blog.

 

 

Life is a Long Song

“Look! One guy admitted
that he’s scared of death!” –
he pointed at me
a certain wise-guy with an unusual glint in his eye.
I suppose it could have been glasses.

These days they like to ask me in public
about the most intimate things.
For example, my greatest sin.
What I dreamt of from Wednesday to Friday.
If I’m happy with the leaders of the country.
If I would like to be the conscience of the nation.
And what I’m scared of.

I usually answer
as best I can.
When the conversation is accompanied by a drink, or after one,
much more openly. When
sober – in a mercurial
and capricious way. Usually.

This time I said
I was scared of the death
of those close to me.
Mainly through accidents.
Although really, our life is long
as a song about Dovbush and death should be seen
as a resolution
long awaited, because you became tired of singing.

But most important when quoting –
is putting the full stop in the right place,
which the wise-guy
still remembers from his masters.
And, putting the full stop where he pleases, he justifies himself as best he can:
“He admitted it! Look everybody, look at his
terror!”

No, I am really not scared to say what I’m scared of.
Yes, I am really scared of the phone ringing in the night
and emails with sad news in the subject line.
Look, everybody, look at my terror:
this is how afraid I am.

But apart from that, it is just a song,
a gorgeous, long song about the way to the abyss
or, and no less beautiful, let’s say,
about a bullet in the head.

 

 

 

Absoluut wodka

Wodka verziekt fataal
mannelijk gezelschap.
Er moet minstens één vrouw zijn –
Anders gaat het regelrecht het graf in. In het
derde uur ontwaakt het beest,
in het vierde wordt zwaaien
met scheermesjes of bijlen mogelijk –
in het vijfde – tranentrekkende bekentenissen,
kussen van handen en voeten.
Minstens één vrouw is onmisbaar
zodat het er niet allemaal zo walgelijk uitziet.

Deze keer was er geen dame,
en het was het vijfde uur.

Hij probeert iets te lezen
in mijn handpalm.

Oh, zegt hij, ik kan je niet eens
de hele waarheid vertellen, weet je.
Zeg het, zeg ik.

(Het kan me niets meer schelen, hoewel ik nu klaar ben
voor alles – dertig jaar oud, omdat
ik klaar ben omdat het het vijfde uur is, omdat ik recht heb
op de waarheid, omdat het me allemaal om het even is).

Oh, zegt hij, ik weet niet eens
hoe ik het je moet vertellen, weet je.
Zeg het me recht voor zijn raap, zeg ik.

(Het kan me geen reet schelen, zelfs nu nog – doorgesneden aderen
of een kogel in mijn hoofd – in mijn pas-net-dertig jaar
omdat ik dronken ben, omdat het het vijfde uur is, omdat ik
het wil weten, hoe vreselijk het ook mag zijn).

Bij de derde poging vertelt hij me
zijn ‘zevenenveertig’. Ah – wat een opluchting!
Maar liefst zeventien jaar! Wat een tijd nog!
Wat een transparantie
aan de horizon!

Ik herinner het me alsof het gisteren was:
rond drie uur ’s nachts
barst de hele bende de frisse lucht in
allemaal dronken, geen sigaretten meer over,
struikelend snijden we door de duisternis.

Dan opeens zoiets als dit:
ik veeg mijn bezwete handpalm af aan het groene gras, ja, precies,
groen omdat het half april is.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Yuri Andrukhovych (Iwano-Frankiwsk, 13 maart 1960)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e maart ook mijn blog van 13 maart 2021 en eveneens mijn blog van 13 maart 2019 en ook mijn blog van 13 maart 2016 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:13 1 reactie Reageer op dit bericht

Dave Eggers, Naomi Shihab Nye, Raoul de Jong

De Amerikaanse schrijver Dave Eggers werd geboren op 12 maart 1970 in Chicago. Zie ook alle tags voor Dave Eggers op dit blog.

Uit: The Eyes and the Impossible

“I turn I turn I turn before I lie to sleep and I rise before the Sun. I sleep inside and sleep outside and have slept in the hollow of a thousand-year-old tree. When I sleep I need warmth I need quiet I need freedom from sound. When I sleep I dream of mothers and clouds—clouds are messengers of God—and I dream of pupusas fool love pupusas and eat them with gusto. I am a dog called Johannes and I have seen you. I have seen you in this park, my home. If you have come to this park, my vast green and windblown park by the sea, I have seen you. I have seen everyone who has been hem, the walkers and runners and bikers and horse-riders and the Bison-seekers and the picnickers and the archers in their cloaks. When you have come here you have come to my home, where I am the Eyes. I have seen all of you here. The big and small and tall and odorous. The travellers and tourists and locals and roller-skating humans and those who play their brass under the mossy bridge and the jitterbug people who dance over that other bridge, and bearded humans who try to send flying discs into cages but usually fail. lore all in this park because I am the Eyes and have been entrusted with seeing and reporting all. Ask the turtles about me. Ask the squirrels. Don’t ask the ducks. The ducks know nothing. Iron like a rocket. I run like a laser. You have never seen speed like mine. When Iron I pull at the earth and make it turn. Have you seen me? You have not seen me. Not possible. You are mis-taken. No one has seen me running because when I run human eyes are blind to me. I run like light. Have you seen the movement of light? Have you?
You have not seen the movement of light. But still I like you. You did not expect this or deserve this but I do. I like you. I was born here. It’s a story. My mother was housekept and still is. But when she was pregnant, she came here, to a hollow in a tree and waited for us to be born. I don’t know and she doesn’t know why she chose to have no in the woods rather than in the safety of her human home—for she lived then in a human home, and she has a tag and is fed daily and petted always and cared for by human doctors who have kept her alive so long, so much Ionger than she would have lived out here. Why she had on out here, I don’t know, but she did, and when we all came out of her, oily and whimpering, she did an unexpected thing: she picked one of us, and brought that one—Leonard, my brother—to her human lair, and apparently her humans were thrilled to have her back home and delighted with her new son. The rest of us she left in the hollow of that tree. I am not bitter.”

 


Dave Eggers (Chicago, 12 maart 1970)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

 

Schouders

Een man steekt de straat over in de regen,
stapt voorzichtig, kijkt twee keer naar het noorden en het zuiden,
omdat zijn zoon op zijn schouder slaapt.

Geen enkele auto mag hem natspatten.
Geen enkele auto te dicht bij zijn schaduw rijden.

Deze man draagt de meest gevoelige lading ter wereld
maar hij draagt geen labels.
Nergens staat op zijn jas BREEKBAAR,
MET ZORG BEHANDELEN.

Zijn oor vult zich met adem.
Hij hoort het gezoem van de droom van een jongen
diep in hem.

We zullen niet in staat zijn
in deze wereld te leven
als we niet bereid zijn om met elkaar
te doen wat hij doet
.
De weg zal alleen maar breed zijn.
De regen zal nooit ophouden te vallen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist, programmamaker en danser Raoul de Jong werd geboren in Rotterdam op 12 maart 1984. Zie ook alle tags voor Raoul de Jong op dit blog.

Uit: Gesprekken met opa

“Wanneer een oude man overlijdt, verbrandt er een bibliotheek: schreef de Malinese schrijver Amadou Hampâté Bâ .Ik heb vaak aan die zin gedacht terwijl ik werkte aan Jaguarman, mijn boek over een van mijn Surinaamse voorvaders, die de kracht zou hebben gehad om zichzelf te veranderen in het sterkste dier van de Amazone. De koloniale onderdrukker had er alles aan gedaan om te zorgen dat de Jaguarman zijn bibliotheek niet zou doorgeven aan zijn nageslacht, waardoor ik zeven jaar lang op zoek moest in tweede-handsboekwinkels en stoffige archieven en op expeditie moest naar het regenwoud om zijn verhaal — zijn wijsheid — te vinden. Terwijl ik dat stukje bij beetje bij elkaar puzzelde, waardoor ik, zo zou je kunnen zeggen, steeds Surinaamser werd, takelde mijn andere opa, mijn Nederlandse opa, de opa die ik mijn hele leven had gekend en die bijna drie decennia mijn enige opa was geweest, langzaam af. Hij werd steeds trager en vergeetachtiger. Nadat hij in maart 2019 een hele dag in bed was blijven liggen, werd hij door mijn familie in een verzorgingstehuis geplaatst. Zijn naam was Egbert de Jong. Hij werd in 1929 geboren in een klein dorp in de provincie Groningen. Ik was zijn eerste kleinkind. Hij was vijfenvijftig toen ik op de wereld kwam. En ik moet bekennen dat dit de eerste keer is dat ik dat heb uitgerekend. Want dat opa Ep er was, was nooit ie. bijzonders. Hij was er gewoon, altijd, vanaf het moment dat ik bestond. Hij had mooi, wit, naar achter gekamd haar. Hij droeg ribbroeken, gestreepte overhemden, wonen truien en grote beige jassen die mijn oma voor hem kocht. Hij stotterde als hij boos was. Bij alles wat ik deed, zat bij op de eerste rij. Hij was de reden dat mijn moeder dacht dat je kinderen beter zonder vader kon laren opgroeien. Waardoor ik mijn Surinaamse vader pas op mijn achtentwintigste zou ontmoeten en mijn Nederlandse opa, ironisch genoeg, het grootste gedeelte van mijn leven mijn ‘vaderfiguur’ was.. De man voor wie ik op de basisschool cadeautjes knutselde op Vaderdag. De Man die me lit zien wat het betekent om een man te zijn.”

 


Raoul de Jong (Rotterdam, 12 maart 1984)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 12e maart ook mijn blog van 12 maart 2020 en eveneens mijn blog van 12 maart 2019 en ook mijn blog van 12 maart 2018 en ook mijn blog van 12 maart 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:29 1 reactie Reageer op dit bericht

Karl Krolow, Willem Claassen

De Duitse dichter en schrijver Karl Krolow werd geboren op 11 maart 1915 in Hannover. Zie ook alle tags voor Karl Krolow op dit blog.

 

 

STERBLICH

Sterblich -das fängt überall an
Im Skelett, mit dem man weiterlebt,
während Finger über Weichteile streichen.
Habe ich recht? Es ist die einzige Zeit,
mit der es sich leben lässt,
menschenscheu, man hat
seinen Vorrat Luft, atmet flach
bei richtiger Beleuchtung,
versteckt sich in einen grauen Flanellanzug
und hat im Normalfall Glück mit der nächsten Stunde,
mit der Ähnlichkeit der Dinge,
wenn sie im rechten Licht stehn.
Versuche weiter, geradeaus zu gehn
und deinen hierorts unbekannten Namen
für dich zu behalten.
Du bist ohnehin beobachtbar wie Liebespaare,
hinter der Wand beliebiger Zimmer
zu heftig ausatmen und tatsächlich
sterblich sind, ihren Stoffwechsel verschwenden.

 

 

Zeit der Zahlen

Die Zahl ist In allem Baudelaire, Raketen

Das Einmaleins, auf Wasser
Und Mauern hingeschrieben,
Im Birnenfleisch geläutert,
Aus goldnem Wachs getrieben,

Gebändigt von den Geistern,
Die aus der Stunde steigen!
Die Zeit der Zahlen duftet I
m alten Ulmenschweigen,

Im rostenden Metalle,
Von leichtem Licht umflossen.
Man dividiert sie immer
Zu spät. Die Ankertrossen

Sind längst schon aus der Tiefe
Des Jenseits hochgewunden.
Die Zeit der Zahlen endet
Im Abgrund der Sekunden,

Des Pfiffs, der von vier Fingern
Im Mund fliegt In die Wolke.
Das Einmaleins: Geschichte,
Geraunt vom Schiffervolke!

 

 

Für Celine, vor Zeiten gestorben

Engesohde, Hannover

Deine Hand aus dem Grase,
Dein Gesicht grüner Rauch!
Und es schwebt eine Vase
Alten Dufts auf dich zu.

Ein Atemzug Süße.
Ohne Schatten dein Grab.
Und die Spur deiner Füße
Steht im Wasser der Luft.

Deine Augen, Celine:
Blauer Tau überm Laub,
Der die Flügel der Biene
Mit Vergänglichkeit netzt.

Seit wie lange gestorben,
Mund, von Hölty erdacht:
Nun von Grillen umworben
Unterm zierlichen Licht.

Zwanzigjährig Betörte
Von der Stimme aus Glas:
Cimarosa erhörte
Dein Geflüster bei Nacht.

 

 

Kijk daar eens naar

Kijk daar eens een naar, dat zou
iemand kunnen zijn die gewoon vertrekt
uit zijn wereldse leven,
nadat hij met een restje
Saint Emilion zijn mond gespoeld had,
die beleefd verdwijnt, zonder vrees
zijn aftocht voorzag toen hij zich
voor het eerst afvroeg wat hij hier deed
tussen anderen die dat allemaal
heel vanzelfsprekend volbrengen.
Niemand gaf hem vuur om verder te leven,
en de sensuele revolutie
bracht geen verlichting.
Vanaf dat ogenblik
was het niet langer moeilijk voor hem
om tegen zichzelf te zeggen dat het
tamelijk irrelevant moest zijn,
in welke richting men zich
verwijdert.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Karl Krolow (11 maart 1915 – 21 juni 1999)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Nederlandse schrijver Willem Claassen werd geboren in Beuningen in 1982. Zie ook alle tags voor Willem Claassen op dit blog.

Uit: Contouren

Tak

In het park pakt mijn jongste een tak van de grond die ze al vrij snel omdoopt tot ‘Vriendinnetje Tak’. Als we terug bij de fiets zijn en ik haar op het achterzitje wil zetten, moet Vriendinnetje Tak mee. Ze zegt het zo beslist dat ik weet dat het oorlog wordt als ik nee zeg.
We zijn in beweging en ze zwaait met de tak.
‘Niet doen, straks raak je er iemand mee.’
Ze luistert goed, ze houdt de tak meteen laag.
‘Niet zo, dan komt ze misschien tussen de spaken. Leg haar maar op je knieën.’
Dat vindt ze een goed idee, dat past bij een vriendinnetje.
Ze praat lang en liefdevol tegen de tak, ik kan het niet helemaal volgen. Dan, uit het niets, vraagt ze waar we naartoe gaan.
‘Naar huis, maar we moeten even via deze weg.’
Wekelijks hanteer ik dezelfde tactiek en ze trapt daar vooralsnog elke keer in. Het duurt niet lang voor het stil is achter mijn rug. Ik rij zo langzaam mogelijk, sla willekeurige straten in en maak rondjes door een wijk die ik amper ken. Alles om haar in slaap te houden. Het is een grondrecht om te kunnen slapen als je moe bent, zeker voor een peuter.
Terwijl ik heel bewust mijn tijd verdoe, raast het verkeer langs me heen. Op de stoep staat een vrouw te bellen. Ik denk aan de hoge werkdruk overal, zeker nu er zoveel ziekmeldingen zijn. Ik vraag me af waarom het niet een slagje minder mag. Juist in deze tijd. Zou de boel dan echt in elkaar storten? Doen we dit niet vooral onszelf aan?
Mijn jongste schrikt wakker.
‘Vriendinnetje Tak!’
De tak is op straat gevallen. Ze wijst naar waar ze op het asfalt ligt. Ik draai het stuur, rijd terug, zet de fiets op de standaard en geef haar de tak.
‘Heb je lekker geslapen?’
‘Geslapen? Nee, ik heb niet geslapen.’
Ze glimlacht.
‘Vriendinnetje Tak heeft geslapen!’

 

 


Willem Claassen (Beuningen, 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e maart ook mijn blog van 11 maart 2020 en eveneens mijn blog van 11 maart 2019 en ook mijn blog van 11 maart 2018 deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:24 1 reactie Reageer op dit bericht

John Rechy, Naomi Shihab Nye

De Amerikaanse schrijver John Rechy werd geboren op 10 maart 1934 in El Paso, Texas. Zie ook alle tags voor John Rechy op dit blog.

Uit: Rushes

“AS OFTEN as he comes to the Rushes, Endore still feels a clash of excitement and dread in anticipation of the sights, sounds, odors he knows will assault him. The astonishing array of cowboys, motorcyclists, construction workers, policemen, lumberjacks, military-uniformed men will cluster intimately within the red darkness. Muted music will pulse into the rancid smoke: Laughter–that laughter-will crack mysteriously at the point of euphoria. The most shadowed part will churn with bodies increasingly bared as night moves deeper. Mixed with the heated odor of the congregated flesh, the rot-tinged scent of “poppers’ will hover like cummy incense.
Endore pauses on the street in the midst of violent-sex turf near the city’s abandoned waterfront. He always does in preparation for entering the Rushes, whether to prolong the expectation or to postpone the actuality.
A sexually handsome, dark-haired man in his upper 30s–he appears younger–he wears an individualized adaptation of the requisite “uniform” in the Rushes: boots, jeans, denim shirt open to reveal a triangle of tanned flesh; his chest is muscular, defined.
Behind him, the network of iron that had once been the elevated, stretches unused, a leftover prop, rusted over, scratching its outline against the distant soaring landscape. Shadows of the tangled iron network divide the street into gray and black patches. The night is dusted ashen orange by the lights from the area of the piers. Hot mist rises smokily from the coarse-paved street, moist from an early drizzle. It is the first sweaty night of spring. Summer breathes into the humid breeze.
Near the Rushes, meat trucks are abandoned for the night. During the day they haul denuded carcasses of cattle hanging on savage racks, raw flesh to be cut up later in the wholesale butcher shops across the street. At night, men invade the bloodied floors of the trucks for sex. Before the aisles of trucks, a man licking his lips is signaling with exposed genitals to a naked man at the window in the apartment building across the street.
The walls of that building have been lashed with red and black paint–angry phallic swirls and slashes like enciphered curses. Ripped tile has left gouges in its lobby, Endore knows. A few nights ago he answered the signal of a handsome man motioning from a window to the entrance. Endore walked up the squeezed aged corridor and to an open door, where the man waited. They blew each other on the floor of the desperately chic apartment.”

 

 


John Rechy (El Paso, 10 maart 1934)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

Bijen waren beter

Op de universiteit gingen mensen altijd uit elkaar.
We gingen uit elkaar op parkeerplaatsen,
naast fonteinen.
Twee mensen gingen uit elkaar
aan een rafel tegenover mij
in de bibliotheek.
Ik kon niet meer aan die tafel zitten
hoewel ik ze niet kende.
Ik bestudeerde bijen, die in staat waren
boodschappen over te brengen door te dansen
en hun weg naar huis konden vinden
naar hun korven
zelfs als iemand een blokkade van lakens
en planken en draad opwierp.
Bijen hadden radar in hun vleugels en hersenen
die mensen nauwelijks konden begrijpen.
Ik schreef een werkstuk waarin ik
hun genialiteit en superioriteit verkondigde
en keek het na in een klein café
met houten honingdippers in de vorm van een korf
in zilveren honingpotten
op elke tafel.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 10e maart ook mijn blog van 10 maart 2020 en eveneens mijn blog van  10 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:21 Reageer op dit bericht

Koen Peeters, Naomi Shihab Nye

De Vlaamse schrijver Koen Peeters werd geboren in Turnhout, 9 maart 1959. Zie ook alle tags voor Koen Peeters op dit blog.

Uit: Grote Europese Roman

“Eén keer per jaar ontmoetten ze elkaar. De naam van hun club was ESP, en alle belangrijke marktpartijen voor relatiegeschenken in Europa waren lid. CSP was een beroepsvereniging die ooit gedicht werd om hogere kortingen te bedingen, maar het ging er ook over informele marktafspraken. Een tijdlang betekende CSP Cooperative Society for Promotions’. en daarvoor ‘Chambre Syndicale de Ia Publicité’. Vandaag speelde de juiste betekenis geen rol meer. Misschien kwamen ze gewoon samen voor de gezelligheid. Vanavond stond een diner op het programma. In vurig rode letters prijkte op een flip-over ‘Symposium’. Daaronder zes lelijke logo’s. Er zouden twee dagen volgen met telkens drie sessies, elk apart gesponsord. Elke dag waren er presentaties met tussendoor reclamemomenten, en dit was meteen het eerste: een tv-monitor vertoonde beelden van plastic gadgets, en hostess Christine stond ernaast. Christine was blond als vlas. Op haar hoofd droeg ze een hoedje als een scheepje. Theo begroette haar hoffelijk en zijn collega’s hartelijk Dit was het weerzien van goede, oude, dikke vrienden. Om te beginnen Albert, die door iedereen Dick werd genoemd.
Dan de puissant rijke Hubert, die in een goudkleurige Mercedes reed, en die kleur was niet eens ironisch. Dan Herman, die altijd gelijk had, tot vervelen toe. Kneep zijn ogen dicht, tuitte zelfgenoegzaam zijn lippen en zei: ‘Heb ik het niet gezegd?’ Want inderdaad, Herman had het gezegd, hij kon ook nooit zwijgen. Vervolgens Lenoir, die sprak met bruisende champagne in zijn mond. Articuleerde Frans op z’n Engels en Engels op z’n Frans. Ze noemden hem de Billenniumman. Dat woord had hij bedacht voor de heisa rond het absoluut onmagische jaar 2000, dat gelukkig alweer achter de rug was. Remco. Stresskip. Alles wat hij aanraakte veranderde in geld en ook in reclame, persoonlijk voor hemzelf. Dan Philippe, die zo graag pochte dat hij een snelle beslisser was. Was daarom zelfs trots op zijn foute beslissingen. Bob, de op een na oudste. Was zeventig, maar voelde zich vijftig. Zei dat onophoudelijk en streelde daarbij zijn jeugdige, geverfde haar. Zijn geheugen beheerde hij als een magazijn. Alles wat hij vergeten was, wilde hij opzettelijk vergeten, dat beweerde hij althans. Daarnet kwam ook de enige vrouw van het gezelschap aan, Nathalie. Ze loenste een beetje. Volgens sommigen was dat een van de zeven schoonheden, maar slechts één. Dan waren er nog Jean-Paul, Martin en Thomas. En ten slotte de oudste van hen, Theo zelf. Hij dacht: dit is de allerlaatste keer dat ze naar me zullen luisteren. Allen waren oprecht gelukkig elkaar terug te zien. Dat zag je aan de aimabele schouderklopjes, de omhelzingen en het langdurig handschudden. Dit was CSP, de federatie der geschenkenschenkers.”

 

 


Koen Peeters (Turnhout, 9 maart 1959)

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Naomi Shihab Nye werd geboren op 12 maart 1952 in St. Louis, Missouri. Zie ook alle tags voor Naomi Shihab Nye op dit blog.

 

 

Hoe Palestijnen zich warm houden

Kies één woord en zeg het steeds
opnieuw, tot het een vuur in je mond creëert.
Adhafera, degene die het volhoudt, Alphard, de eenzame,
de sterren ontvingen namen van mensen zoals wij.
Elke nacht treden ze aan op het lange pad tussen werelden.
Ze knikken en knipperen, geen goed of fout
in hun gele ogen. Dirah, klein huis,
vouw je muren open en neem ons op.

Mijn bron is opgedroogd, de druiven van mijn grootvader
zijn gestopt met zingen. Ik roer de kolen,
mijn baby’s huilen. Hoe zal ik ze leren
dat ze bij de sterren horen?
Ze bouwen forten van witte steen en zeggen: “Dit is van mij.”
Hoe zal ik ze leren om van Mizar, sluier, mantel te houden,
om te weten dat erachter een oude man
een vlam aanwakkert?
Hij roert de donkere wind van onze adem.
Hij zegt dat de sluier zal opstijgen
tot ze ons zien schijnen, zich verspreidend als sintels
op de gezegende heuvels.

Goed, dat heb ik verzonnen. Ik weet het niet zo zeker over Mizar.
Maar ik weet dat we het hier op aarde warm moeten houden
En als jouw sjaal zo dun is als de mijne, vertel je verhalen.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Naomi Shihab Nye (St. Louis, 12 maart 1952)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e maart ook mijn blog van 9 maart 2021 en ook mijn blog van 9 maart 2020 en eveneens mijn romenu blog van 9 maart 2019 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:58 Reageer op dit bericht

Walter Jens, Rolf Jacobsen

De Duitse schrijver, classicus, literair historicus, criticus en vertaler Walter Jens werd geboren op 8 maart 1923 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Walter Jens op dit blog.

Uit: Katias Mutter (Samen met Inge Jens)

“Warum nach Frau Thomas Mann nun noch ein Buch über Katias Mutter? Genügt die Biographie über die Tochter nicht, um die Neugier nach dem Leben im Hause Mann zu befriedigen? Wir meinen: nein. Denn obwohl die engere Familie des Zauberers diesmal durchaus nicht im Zentrum steht, bereichert die bunte, widersprüchliche und facettenreiche Geschichte der Hedwig Pringsheim das Epos dieser Jahrhundertfamilie – und spiegelt zugleich ein ganz eigenständiges, ganz unverwechselbares und doch sehr zeittypisches Schicksal.
Man stelle sich vor: Ein Mädchen aus kulturell ambitioniertem, aber durch materielle Güter nicht eben gesegnetem Hause heiratet einen millionenschweren Privatdozenten der Mathematik; eine einstige Aktrice residiert in München als umschwärmte Frau von Welt, ein lebenslustiger dickbezopfter Backfisch emanzipiert sich zu einer berückenden, anmutigen und kapriziösen Schönheit; die leidenschaftliche Rezitatorin entwickelt sich – gefördert von ihrer Mutter, der Frauenrechtlerin Hedwig Dohm – zur exzellenten Stilistin, die mit den ersten Federn ihres Jahrhunderts von Gleich zu Gleich verkehrt. Politiker und Literaten, Musiker und Maler, Schauspieler und Bankiers bilden eine Zierde ihres berühmten Teetischs.
Mit Mann und Kindern radelt sie durch Europa und fährt allein nach Argentinien, als der Vater ihren Lieblingssohn dorthin verbannt. Gemeinsam mit diesem Vater besucht sie die kulturellen Attraktionen der Metropolen und die Brennpunkte internationaler Geselligkeit in Bayreuth, Wien, Konstantinopel oder Sils Maria. Sie parliert in mindestens vier Sprachen und ist eine gesuchte Gastgeberin. Aber ihre größte Begabung ist das Briefeschreiben. Ihre witzig-präzisen, je nach Stimmung und Weltlage elegisch-anrührenden oder süffisant-gegenläufigen Charakterisierungen von Menschen und Konstellationen stellen nicht selten sogar die Schreibkünste ihres «Schwiegertommy» in den Schatten.
Hedwig Pringsheim war Schauspielerin gewesen – wie ihr Freund und großes Vorbild Maximilian Harden, dem sie, nachdem er in die Publizistik gewechselt und Herausgeber der Zukunft geworden war und ihre eigenen Kinder das Elternhaus verlassen hatten, hunderte von leidenschaftlichen, klugen, besonnenen und schwärmerischen Briefen schrieb – unbekümmert um die Prominenz des Freundes, der bereits in ihrem Elternhaus ein und aus gegangen und im ersten Dezennium des neuen Jahrhunderts – nach weltweitem Urteil – der neben Kaiser Wilhelm II. berühmteste Deutsche war.”

 


Walter Jens (8 maart 1923 – 9 juni 2013)
Walter en Inge Jens

 

 

De Noorse dichter en journalist Rolf Jacobsen werd geboren op 8 maart 1907 in Kristiania. Zie ook alle tags voor Rolf Jacobsen op dit blog.

 

 

Kobalt

Kleuren zijn de kleine zusjes van woorden. Ze kunnen geen soldaat worden.
Al heel lang zijn ze mijn geheime liefde.
Ze moeten bij huis blijven en de doorzichtige gordijnen
van het kamertje, de keuken en de alkoof van onze alledaagsheid ophangen.

De jonge Karmozijn bevalt me zeer, en de bruine Siena
maar het meest nog de bedachtzame Kobalt met haar afwezige ogen en haar onbetreden gemoed.

Wij wandelen door de dauw.
De nachthemel en de zuidelijke zeeën
zijn haar bezittingen
evenals de tranenketting om haar voorhoofd:
de parels van Cassiopea.
Wij wandelen door de dauw.

Maar de anderen.
Zie, hoe ze je op een ochtend in juni
om vier uur bij het ochtendbad tegemoet
komen stormen in het schuim van de groene baai.
Daarna kun je op de rotsen met hen zonnen.
– Wie van hen wil je bezitten?

 

 

Vertaald door Janke Klok

 

 


Rolf Jacobsen (8 maart 1907 – 20 februari 1994)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e maart ook mijn blog van 8 maart 2021 en ook mijn blog van 8 maart 2020 en eveneens mijn blog van 8 maart 2019 en ook mijn blog van 8 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:39 Reageer op dit bericht

Robert Harris, Günter Kunert, Radna Fabias

De Britse schrijver en journalist Robert Dennis Harris werd geboren op 7 maart 1957 in Nottingham. Zie ook alle tags voor Robert Harris op dit blog.

Uit: Dictator (Vertaald door Arjaan en Thijs van Nimwegen)

“Ik had moeten inzien dat wat hij zei logisch was. Ik had hem moeten aansporen terug te gaan. Maar ik was te uitgeput om redelijk te denken. En als ik eerlijk ben, was dat niet het enige: ik was te bang voor wat die boeven van Clodius ons aan zouden doen als ze ons te pakken kregen wanneer we de stad weer binnengingen. Dus in plaats daarvan zei ik: Dat is een goede vraag, en ik durf niet te zeggen dat ik het antwoord weet. Maar zou het niet besluiteloos lijken als u opeens weer verschijnt, nadat u iedereen vaarwel hebt gezegd? Hoe dan ook heeft Clodius uw huis nu in de as gelegd, dus waar moeten wij naar terugkeren? Wie zal ons onderdak bieden? Ik denk dat het verstandiger is als u zich aan uw oorspronkelijke plan houdt en zo ver mogelijk bij Rome vandaan reist.’ Hij legde zijn hoofd tegen het rijtuig en sloot zijn ogen. Het schokte me hoe verwilderd hij er na een nacht reizen uitzag in het vale grijze licht. Zijn haar en baard waren al weken niet geknipt. Hij droeg een zwartgeverfde toga. Dit was pas zijn negenenveertigste jaar, maar dat openbare rouwvertoon deed hem er veel ouder uitzien — als een oeroude, heilige bedelaar. Na een poosje zuchtte hij: ‘Ik weet het niet, Tiro. Misschien heb je gelijk. Ik heb al zo lang niet geslapen, ik ben te moe om nog te denken.’ En dus werd er een fatale fout gemaakt — eerder uit besluiteloosheid dan als besluit — en reisden we de rest van die dag en de twaalf dagen erop verder zuidwaarts, om op veilige afstand van het gevaar te komen, zo dachten we. Om geen aandacht te trekken reisden we met een minimale entourage — enkel de koetsier en drie gewapende slaven te paard, één voor en twee achter. Een kistje vol gouden en zilveren munten zat onder onze bank verstopt. Atticus, Cicero’s oudste en beste vriend, had ons dat gegeven om onze reis mee te betalen. We verbleven alleen in huizen van mannen die we vertrouwden — nooit langer dan één nacht — en meden de plekken waarvan men misschien verwachtte dat Cicero ze zou bezoeken, zoals zijn villa aan zee in Formiae — zijn achtervolgers zouden hem daar direct weken — en de Baai van Napels, die zich al vulde met de jaarlijkse exodus uit Rome, burgers op zoek naar winterzon en warme bronnen. In plaats daarvan haastten we ons zo snel we konden naar de teen van Italië. Cicero’s plan, op reis uitgewerkt, was naar Sicilië te gaan en daar te blijven tot in Rome de politieke opwinding over hem bedaard was. “Uiteindelijk zal de massa zich tegen Clodius keren,” voorspelde hij. Dat is nu eenmaal de onveranderlijke aard van de massa.”

 

 


Robert Harris (Nottingham, 7 maart 1957)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

 

Op de drempel van het huis

In de duinen zitten. Niets zien
Dan zon. Niets voelen dan
Warmte. Niets horen
Dan branding. Tussen twee
Hartslagen geloven: nu
Is er vrede.

 

Vertaald door Erik de Smedt

 


Günter Kunert (6 maart 1929 – 21 september 2019)

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster en dichteres Radna Fabias werd geboren op Curaçao in 1983. Fabias studeerde aan de koksschool en dramaschrijven aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Voordat ze debuteerde als dichter, werkte ze onder andere voor educatieve uitgeverijen. Fabias debuteerde in 2018 met de bundel “Habitus”. Zij ontving in datzelfde jaar de C. Buddingh’-prijs voor deze bundel.

 

 l

in het voorbijgaan

het gewicht van een over het asfalt razende auto
botst tegen het lichaam van een hond
de chauffeur is niet verzekerd en rijdt door
met een hondvormige deuk in zijn auto

de hond piept na

de stervende hond wordt nu herhaaldelijk overreden door elkaar opvolgende auto’s
het geluid van brekende botten stijgt op naar de zuiver blauwe hemel boven het asfalt
waar de stervende hond blijft liggen

hier zucht de hond het leven uit

de dode hond ligt nu in de hitte
het lijkt alsof de hond in zijn eigen bloed slaapt

nu zwelt de hond op

de hond lijkt nu overgewicht te hebben
twee van de vier verbrijzelde poten wijzen naar de lucht

de hond is opgezwollen

nu ontploft de opgezwollen hond
de warme ingewanden van de gestorven hond springen uit zijn lichaam
de gestorven hond een huls

het vermorzelde karkas van de hond lijkt nu op een leeggelopen bloedballon of een heel
vies kleedje

de stank stijgt op naar de zuiver blauwe hemel boven het asfalt waar de gestorven hond
blijft liggen

de hond is nu omringd door vliegen

 


Radna Fabias (Curaçao, 1983)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e maart ook mijn blog van 7 maart 2021 en ook mijn blog van 7 maart 2019 en ook mijn blog van 7 maart 2016 en ook mijn blog van 7 maart 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Patrick deWitt, Günter Kunert

De Canadese schrijver en scenarist Patrick deWitt werd geboren op 6 maart 1975 op Vancouver Island. Zie ook alle tags voor Patrick deWitt op dit blog.

Uit: Noorderzon (French Exit, vertaald door Caroline Meijer)

“Aan al het goede komt een eind,’ zei Frances Price. Ze was een welgestelde, opvallende vrouw van vijfenzestig, die op de treden van een brownstone in de Upper East Side van New York haar handen in zwarte kalfslederen handschoenen liet glijden. Haar zoon Malcolm, tweeëndertig, stond er slonzig en mismoedig bij als altijd. Het was laat in de herfst en het schemerde; de ramen van het huis waren verlicht, pianoklanken weerklonken door de lucht – er was een smaakvol feestje gaande. Frances verklaarde haar vroege vertrek aan een al even gefortuneerde maar minder bekoorlijke persoon, zijnde de gastvrouw. Haar naam doet er niet toe. Zij was gekrenkt. ‘Weet je zeker dat jullie weg moeten? is het echt zo ernstig?’ ‘Volgens de dierenarts kan het niet lang meer duren,’ zei Frances. ‘Heel spijtig. We hebben een heerlijke avond gehad.’ ‘Echt?’ vroeg de gastvrouw hoopvol. ‘Heerlijk, werkelijk waar. Heel jammer dat ik moet gaan. Maar het klinkt als een noodgeval en wat kun je anders in zo’n situatie?’ De gastvrouw dacht na. ‘Niets,’ zei ze ten slotte. Er viel een stilte; tot Frances’ afschuw boog de gastvrouw voorover en klampte zich aan haar vast. ‘Ik heb je altijd zo bewonderd,’ fluisterde ze. ‘Malcolm,’ zei Frances. ‘Ik ben zelfs een beetje bang van je. Of doe ik nu raar?’ ‘Malcolm, Malcolm.’ De gastvrouw was smijdig, merkte Malcolm; hij stroopte haar los van zijn moeder, nam vervolgens haar hand in de zijne en schudde die. Enigszins confuus keek de vrouw naar haar op en neer bewegende hand. Ze had twee drankjes te veel op en niets in haar maag behalve een viskeuze paté. Ze ging haar huis weer binnen en Malcolm leidde Frances via de treden naar het trottoir. Ze liepen de wachtende auto met chauffeur voorbij en gingen twintig meter van het huis vandaan op een bankje zitten, want er was geen noodgeval, geen dierenarts, en de kat, die hoogbejaarde kwibus genaamd Kleine Frank, maakte het voor zover zij wisten goed. Frances stak een sigaret op met haar gouden aansteker. Door zijn prettige gewicht en de deftige klik! op het moment van ontsteking beviel deze aansteker haar het best. Met de gloeipunt van haar sigaret wees ze naar de gastvrouw, nu zichtbaar achter een raam op de bovenverdieping en in gesprek met een van haar gasten. Frances schudde haar hoofd. ‘Een geboren saaineus.”

 


Patrick deWitt (Vancouver Island, 6 maart 1975)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Kunert werd geboren op 6 maart 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Günter Kunert op dit blog.

 

De vrolijke dingen

Ze zijn zoals ze zijn
ze leven en ze huizen verholen
het ene in het andere, want dat
maakt blij: als de pit in de noot,
als de noot in de schaal, als de schaal
in de kast, als de kast in de kamer
en als de kamer in het huis en als zodanig
in een straat die zich heel slim
in de stad verbergt, dat niemand hem vindt:
Dus vrolijkheid
toont hij, hoewel en omdat niemand die bemerkt.
Hoe vrolijk
de zelden gebruikte voorwerpen, het nauwelijks
gedragen jasje, het ongelezen boek,
dat erin slaagde alles voor zich te houden,
daarin onderricht door de gekurkte fles.
Gebroken stoelen kunnen lachen: zij
zijn vrij, niemand wil daarop zitten.
In het blikken doosje woont het volk
der knopen, individualistisch, vermengd
onder elkaar, zonder een soort te worden:
alleen een oude uniformknoop blinkt.
martiaal an blind.

Meestal zijn de vrolijke dingen
dingen buiten dienst. Hun aanwezigheid lijkt noch
op dat van transistors noch op dat van briljanten
en hun hele waarde bestaat
in hun onopvallendheid: de trots
van ware revolutionairen.

 

Vertaald door Martin Mooij

 


Günter Kunert (6 maart 1929 – 21 september 2019)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e maart ook mijn blog van 6 maart 2023 en ook mijn blog van 6 maart 2022 en ook mijn blog van 6 maart 2020 en ook mijn blog van 6 maart 2019 en ook mijn blog van 6 maart 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 16:25 Reageer op dit bericht

Aschermittwoch (Carl Geisheim), Koos van Zomeren, Pier Paolo Pasolini

 

Bij Aswoensdag

 

 


Maskers op de ochtend van Aswoensdag door Alfred Stevens, 1853

 

 

 

Aschermittwoch

Kehrst du nie mit bangem Herzen,
Nie in Reue, nie in Schmerzen
Aus des Lebens Lust und Glück
In dein stilles Haus zurück?

Überselig reine Seele,
Sonder Vorwurf, sonder Fehle,
Die nur wandelt in dem Licht,
Du bedarfst der Buße nicht!

Aber sieh nur, wie beklommen
All’ die frommen Pilger kommen,
Die sich, schlagend an die Brust,
Ihres Fehles sind bewusst.

Scheuest du, dich selbst zu fragen,
Deiner Schuld dich anzuklagen,
Deine Freud’ ist dann ein Spott,
Deine Seele nicht in Gott.

 

 


Carl  Geisheim ( 6 september 1784 -29 januari 1847)
De St. Elisabethbasiliek in Breslau (tegenwoordig: Wrocław in Polen), de geboorteplaats van Carl  Geisheim

 

 

De Nederlandse schrijver, columnist en dichter Koos van Zomeren werd geboren in Velp op 5 maart 1946. Zie ook alle tags voor Koos van Zomeren op dit blog.

Uit:Dove hond

“2
Hij is trouwens niet helemáál doof. Soms kijkt hij wel degelijk op van het knarsen van een scharnier, het dichtslaan van een deur.
Je kunt hem ook nog fluiten. Als hij maar dicht genoeg bij je is. Bij het afwerken van een onderzoekje in de huiskamer bij voorbeeld. En het vreemde is dat hij dan steevast de verkeerde kant op kijkt. Hij hoort iets en je kunt niet zeggen dat hij niet weet waar het vandaan komt. Hij weet precies waar het vandaan komt. Dat denkt hij tenminste.
Zelfs als er verder niemand in de buurt is, zelfs als hij ziet dat jij het bent die je lippen tuit, dan nog kijkt hij de verkeerde kant op als het fluiten tot hem doordringt. Hij draait zich ogenblikkelijk om en zoekt, en zoekt.
December vorig jaar deden we een paar van die proefjes in een huisje in Hoog-Sauerland, niet ver van Winterberg. Dus Rekel opgelet! Bij elk fluitsignaal rende hij naar de rommelkast, en daar ging hij dan buitengewoon intelligent naar de deur staan kijken. Hé, denkt Rekel, er zit iemand in de kast.
Dan naar buiten, de besneeuwde heide op, de koude bossen in, en ik wil mijn hond beslist niet uit het oog verliezen, als je hem hier kwijtraakt vind je hem nooit terug. Dus óf wij blijven bij hem, óf hij blijft bij ons, en als hij dan toch een eindje dreigt af te dwalen steek ik mijn vingers in mijn mond. Van het geluid dat ik nu produceer zouden de naalden van de bomen vallen.
Jawel, hij heeft het gehoord. Stomverbaasd kijkt hij om zich heen en hé, denkt Rekel, daar heb je die vent uit de kast weer.”

 

 


Koos van Zomeren (Velp, 5 maart 1946)

 

 

De Italiaanse filmregisseur, dichter en schrijver Pier Paolo Pasolini werd geboren in Bologna op 5 maart 1922. Zie ook alle tags voor Pier Paolo Pasolini op dit blog.

 

 

De Apennijnen

1

Zondronken, bleekgekookte bergenketen,
stil theater, de stille maan is je bewust,
lauw boven Lucca’s velden, te zeer bezeten

van mensenwerk, witheet boven de kust
van de Versilia, zo vol boven het lege
zeevlak – verbijsterd boven de rust

van ruimen, rompen, gesjorde zeilen,
na het oud gebruik van de vissersreis
rond Elba, Mont’Argentario…

De maan, ander leven zou er niet zijn.
En daarin bleekt Italië, van Pisa,
lint langs de Arno in een dood festijn

van lichten, tot Lucca, kuis in het grijze
licht van zijn katholieke, eeuwenoude
volmaaktheid…

Aan deze verijsde stenen onttrekt
menselijk de maan een hitte
van diepe hartstochten… Er blijkt

achter hun stilte, de dode witte
gloed die herinnert aan hun stil ontstaan:
het marmer, in Lucca of Pisa, tufsteen

in Orvieto…

 

Vertaald door Karel van Eerd

 


Pier Paolo Pasolini (5 maart 1922 – 2 november 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e maart ook mijn blog van 5 maart 2024 en ook mijn blog van 5 maart 2020 en eveneens mijn blog van 5 maart 2019 en ook mijn blog van 5 maart 2018 deel 1 en ook mijn blog van 5 maart 2017 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:00 Reageer op dit bericht

Jetzt hebt der Fasching an (Hoffmann von Fallersleben), Robert Kleindienst

 

Bij Carnaval

 


Carnaval door Tanja Ritterbex en Bas de Wit, 2016

 

 

Jetzt hebt der Fasching an

Jetzt hebt der Fasching an,
Des Jahres tolle Lustbarkeit,
Und wer kein Narr sein kann,
Der ist auch nicht gescheit.
Die Maske vor, lauf’ ich herum
……als Geck, als Geck,
Ich fopp’ und necke Jedermann:
……das eben ist mein Zweck.

So Mancher läuft das Jahr
All überall als Narr herum
Und denkt, daß er’s nie war –
Das ist erschrecklich dumm.
Drum sag’ ich ihm vor aller Welt
……ganz keck, ganz keck:
Willkommen, lieber Herr Colleg!
……willkommen, Bruder Geck!

Wenn ich mich täusche nicht,
So ist die Welt der Narren voll,
Nur daß man’s ins Gesicht
Nie sagen darf und soll.
Der Fasching macht die Narren nicht,
……o nein! o nein!
Sie finden sich zu jeder Zeit
……auch ohne Fasching ein.

 


Hoffmann von Fallersleben (2 april 1798 – 19 januari 1874)
De St.-Marien-Kirche in Fallerslebben, de geboorteplaats van de dichter

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Robert Kleindienst werd geboren op 4 maart 1975 in Salzburg. Zie ook alle tags voor Robert Kleindienst op dit blog.

 

Ungeträumt

um ade nach drei fährt man
auf. ein gelbes Licht geht durch
den Raum, es wird wieder
dunkel. noch einmal fährt
ein Finger zwischen die Augen,
der riecht nach Fisch
und Zitrone

 

 

Vorzeichen

es bewölkt sich erste Fenster
werden geschlossen noch
fällt kein Tropfen vom Himmel
fliegen Schwalben tief übers Feld
im Haus spricht man verhalten
mit der Wetterzentrale
hält Polizzen bereit
für die Zeit danach

 

 

Vandaag, lang geleden

zie je, de schommel staat stil
in Sisal, zie je, een kind
zit erop dat geen schaduw werpt,
totdat de wind het tilt naar de andere oever.
wij wachten niet daar, het is
al te laat, wordt ons verteld
in de lobby. allemaal vroegtijdig
afgereisd. later zullen wij
de rekening betalen,
vertrekken, slechts één keer
omkijken, om te zien,
wie zwaait

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Robert Kleindienst (Salzburg, 4 maart 1975)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e maart ook mijn blog van 4 maart 2019 en ook mijn blog van 4 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:44 Reageer op dit bericht

Kostümball-Gedanken (Joachim Ringelnatz), Abbas Khider, Elisabeth Borchers

Bij Carnaval

 


Carnaval à Nivelles (Carnaval in Nijvel) door Edith Gorren, 2015

 

 

Kostümball-Gedanken

Es wechseln die Moden,
Aber der Hosenboden
sitzt sinngemäß
Immer unterm Gesäß.

Bunt stimmt viel froher
Als beispielsweise Grau.
Aber viel sowieso er
reizt der Busen der Frau.

Das nächste Mal gedenke ich
Als ganz Nackter mitzumachen.
Und auch dies Kostüm verschenke ich.
Nur damit die Leute lachen.

 


Joachim Ringelnatz (7 augustus 1883 – 17 november 1934)
De Ringelnatzfontein in Wurzen, de geboorteplaats van Joachim Ringelnatz

 

 

De Duits-Iraakse schrijver Abbas Khider werd geboren op 3 maart 1973 in Bagdad. Zie ook alle tags voor Abbas Khider op dit blog.

Uit: Der Erinnerungsfälscher

»Komm so schneit wie möglich her«, sagt sein Bruder am anderen Ende der Leitung. »Es ist so weit. Unsere Mutter liegt im Krankenhaus. Der Arzt sagt, es wird nicht mehr lange dauern.« Said Al-Wahid sitzt in einem ICE irgendwo zwischen Mainz und Berlin. Draußen ist es grau und trüb, ein regnerischer Junitag. Saids Mutter war in den Jahren zuvor oft krank. In den vergangenen Wochen hat sich ihr Zustand verschlechtert. Sie schlief ununterbrochen. Nur für wenige Minuten am Tag war sie wach. Said war bewusst, dass der Moment nahte, in dem der Tod, der alte, unerwünschte Gast, auf der Türschwelle stehen würde. Mit dem Vater und der Schwester wird die Mutter bald vereint sein. Im Himmel ist die Familie vollständiger als auf Erden.
In Mainz hat Said an einem Podiumsgespräch teilgenommen. Er ist auf dem Weg nach Hause zu Monica und seinem Sohn Ilias. Er überlegt, ob er am nächsten Halt aussteigen und mit einem anderen Zug zum Frankfurter Flughafen fahren soll. Mit dem Handy schaut er nach Flügen, die er buchen könnte. Sein Bruder würde ihn niemals dazu auffordern, nach Bagdad zu fliegen, wenn der Zustand ihrer Mutter nicht wirklich ernst wäre. Aber wie soll er nun schnellst-möglich dorthin kommen? Direkte Flüge gibt es seit Ewigkeiten nicht mehr. Ist der Bagdader Flughafen überhaupt in Betrieb? Während welchen Krieges wurde er ge-schlossen? Ob er seine Mutter noch sehen wird, bevor sie sich von der Welt verab-schiedet? Hat der Tod ein wenig Mitgefühl und lässt sie noch ein paar Tage am Le-ben? Wartet er auf ihn? Möglicherweise hat die Mutter es eilig, den Rest der Familie im Jenseits wieder-zusehen. Keiner der Überlebenden ihrer Sippe hat eine Ahnung, wo der Leichnam des Vaters beerdigt wurde. Von den Körpern der Schwester und ihrer Familie fand man kaum noch Überreste. Im Irak, das weiß Said, drehen sich die Minutenzeiger nicht über Ziffern, sondern über Wunden.”

 


Abbas Khider (Bagdad, 3 maart 1973)

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Zie ook alle tags voor Elisabeth Borchers op dit blog.

 

 

April

Er komt een tijd
met regen,
met hagel,
met sneeuw.

Met wind die de hoek om raast.
Hij neemt de man de hoed van het hoofd
Hé, roept de man, waar is mijn hoed?
Hé, roept de hoed, waar is mijn man?
En hij is al helemaal daarboven.

De haan op de gouden kerktoren
die denkt: ik zie het vast niet goed.
een hoed zonder man,
een hoed die nog vliegen kan
en heeft toch geen vleugels aan?

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Elisabeth Borchers (27 februari 1926 – 25 september 2013)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e maart ook mijn blog van 3 maart 2020 en ook mijn blog van 3 maart 2019 en ook mijn blog van 3 maart 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:23 Reageer op dit bericht

Humba täterä (Olaf Lüken), James Merrill

 

Bij Carnaval

 


Carnaval door Jean Brusselmans, 1952

 

 

Humba täterä

Wenn Schüler ihre Lehrer grüßen,
wenn Essig kann Geschmack versüßen.
Die Engel schreien und laut fluchen,
Heilige nach dem Teufel suchen.

Wenn Opas junge Buben sind,
und Oma spielt ein Waisenkind.
Der Wirt nicht einen Gast vermisst,
die Elfe eine Hure ist.

Wenn die Maus die Katze reitet,
ein Lamm mit einem Löwen streitet.
Der Soldat auf einer Taube fliegt,
ein Pazifist im Krieg obsiegt.

Wenn der Reiche spielt den Armen.
Eine Nonne kennt kein Erbarmen.
Wenn der Lahme schlägt Krawall,
dann ist wieder Karneval!

 

 


Olaf Lüken (Herne, 13 december 1952)
Carnaval in Herne

 

 

De Amerikaanse dichter James Merrill werd geboren op 3 maart 1926 in New York. Zie ook alle tags voor James Merrill op dit blog.

 

Stemmen uit de andere wereld

Het theekopje bewoog toen wij het beroerden,
Cirkelde toen kalmpjes rond
Van A tot Z. De eerste stem die wij hoorden
(Als het stemmen zijn: deze spellers zijn stom)
Was die van een ingenieur

Van Keulse komaf.
Op zijn tweeëntwintigste dood
Aan de cholera in Cairo, hij had geen
geluk gekend. Wel had hij Goethe eens ontmoet.
Goethe had hem gezegd: volhard.

Onze blinde hond jankte. Daarmee kwam er een horde
Aan stemmen bijeen boven het ouija-bord,
Sommige kinderlijk en, zou je zeggen, door slaap
Omfloerst; één kleine jongen,
Wil geheten, wellicht niet graag in plooikraag

Als een page-met-pet op een El Greco, trok
Het tapijt weg voor de volgende stem,
Koud en gewichtig: alles is verloren.
verlaat dit huis. otto von thurn und taxis.
gehoorzaam. u hebt geen keus.

Geschrokken hielden wij op, maar woelden na
Tot de zon de verkreukelde lakens streepte met goud.
Elke avond sindsdien wast de maan,
Fladderen kleine insecten om een koude toorts
Die we aansteken, waarna ze wegritselen naar de veranda.

Maar geen echt Teken. Nieuwe stemmen komen,
Dicteren adressen, vragen ons te schrijven;
Sommigen waarschuwen voor verkwiste levens en allen voor
Een doem op manieren die ons zo vrolijk maken
Dat we goed slapen de laatste dagen.

 

Vertaald door Jan Eijkelboom

 


James Merrill (3 maart 1926 – 6 februari 1995)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 2e maart ook mijn blog van 2 maart 2024 en ook mijn blog van 2 maart 2020 en ook mijn blog van 2 maart 2019 en ook mijn blog van 2 maart 2018 en ook mijn blog van 2 maart 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:16 Reageer op dit bericht

Maart (C. S. Adama van Scheltema), Jan Eijkelboom, Elisabeth Borchers

 

Bij het begin van maart

 


March Light door Ann Larsen, 2018

 

 

 

Maart

Nou is de Winter weggeruimd.
Die aan de aard zat vastgevroren.
Nou is het vuil er afgeschuimd
En komt de blote grond te voren.

Maart heeft de korst al schoongespoeld
En blaast er op om ’t af te drogen;
Zijn eigen borst is blootgewoeld –
Daar gaat die knaap: – zijn donkre ogen.

Als vijvers waar een bloem in drijft
– Maar waar geen bodem is te schouwen
En ’t wijze water doodstil blijft –
Kijken in ledige landouwen;

Hij houdt een dood blad in zijn mond.
En blaast het weg – een vreemde vlinder! –
Dan zoekt hij ijvrig aan de grond: –
Hij is de mooie bloemenvinder.

Waarnaar de eerste krokus gluurt
En opkijkt uit haar winterdromen –
Luister! een lijster tureluurt
Al ginder in de hoge boomen!

Die heeft het gure tij al lief!
Die roept het licht om mee te spelen:
Wat zou zo’n boze lentedief
Anders dan zonnestralen stelen?

Daar zijgt de zon in ’t waterland
En lacht een rimpling in de sloten, –
De jonge Maart slaapt aan de kant,
Met de eerste bloem, bij de eerste loten.

De schrale aard leek uitgeteerd
En afgeleefd in al haar naden
En zwarte voegen, – zie: nou keert
Haar jeugd uit de geleden schade!

Zij heeft gedragen en gebaard,
Al zoveel eindeloze malen –
Nou staat haar stil gelaat verklaard
En gaat zij rustig ademhalen.

Zoo’n lieve lach heeft ook een vrouw,
Als ze uit het bleke bed weer ’t leven
Ziet en aanneemt en weer de vouw
Van naar verdriet heeft gladgewreven.

Als aard en akker draagt ons hoofd
De voren van zijn wil en werken, –
Geen hand, die uit die voegen rooft,
Geen wind, die ons de diepe merken

Van ’t leven en het weten neemt!
Leun gij dan, maat, op de oude spade!
Zie naar die gaard en klare beemd,
En lees de vrucht van al uw daden

En al uw kommer in de lach
Van wat vergaat en wordt geboren: –
Uw leven is een dorre dag. –
Hebt gij een dode schijn verloren –

Zij gij ’t die de eerste paasbloem vindt
Om daar de aard mee af te romen,
Tot de eerste Mei uw dorstig kind
Over zijn bloesems heen ziet komen,

En gij in de geruste schoot
Van Holland’s wei u leit te slapen; –
Maar ’t leven verft uw lijf nog rood!
En roept uw klare geest te wapen

In ’t werktuig dat uw leger teelt,
In ’t voorjaar dat uw moed zal dragen.
Uw onder-gang en op-tocht beeldt
In de gedaante van de dagen.

Wier ring in u zijn orde herschept.
O gij: gedenk de stille maaier,
Die vroeg genoeg zijn voeten rept! –
Zie! zie: daarginder gaat een zaaier!

 

 


C. S. Adama van Scheltema (26 februari 1877 – 6 mei 1924)
Gezicht op de Oudezijds Voorburgwal te Amsterdam door Karel Klinkenberg (1852-1924). Amsterdam is de geboorteplaats van Adama van Scheltema.

 

 

De Nederlandse dichter, vertaler en journalist Jan Eijkelboom werd op 1 maart 1926 in Ridderkerk geboren. Zie ook alle tags voor Jan Eijkelboom op dit blog.

 

De kunst

In die tijd trokken amateurs
met zwarte kastjes erop uit
om in een poortdoorgang
het tegenlicht te vangen

dat door de lindeblaadjes scheen.
Of ze betraden gretig het park
op de dag van de eerste sneeuw.
Vanaf meegenomen keukentrapjes

legden zij vast hoe ijzel of rijp
van takjes toverstokjes maakte.
Ook ik verbalisant betrapte

dat voortvluchtig licht en
sloot het op in een sonnet
waaruit het ijlings is ontsnapt.

 

 

Itsukushima

Gewapend tegen de havenvis staat
een dozijn hengelaars langs de kade.
Roeiboten, een meter of wat van de oever
leeg gemeerd, halen verbaasd hun schouders op.

Grote trommen, zout-doordrenkt hout,
vullen de kamers van de schrijn,
gebouwd op dikke palen als een pier:
ik zie het nut van een eredienst hier.

Beneden dansen de kleine, tedere krabben
de tango in ’t ondiepe, riskeren het land,
schieten naar gaten van slikkerig zand.

Schimmen van groen zeewier, een bierblik, dronken,
worden getrokken door het tij… Zegen, gij Niets,
mij in bijna-niets.

(naar Christopher Reid)

 

 

De kleine komedie

1

Inferno

Nel mezzo del cammin di nostra vita

Toen schrok ik wakker in een donker bos.
Ik was verdwaald in ’t midden van mijn leven.
Dat wat ik vasthield liet mij zomaar los.

Van kindsbeen was de lief de mij gegeven.
Leven had niet veel pijn gekost.
Toch was mij alles nu om ’t even.

Wel had ik nooit iets opgelost,
altijd maar liever meegegeven,
en wás er iets, dan had ik dorst.

Rond liep ik in een gouden nevel,
van gods gebod naar ’t scheen verlost.
Maar daar is niets van heel gebleven.

Erger dan wanhoop is het kwaad
dat mij hier doodstil gadeslaat

 


Jan Eijkelboom (1 maart 1926 – 28 februari 2008)
Portret door Rein Dool, z.j

 

 

De Duitse schrijfster en dichteres Elisabeth Borchers werd geboren in Homberg op 27 februari 1926. Zie ook alle tags voor Elisabeth Borchers op dit blog.

 

 

Juni

Er komt een tijd
dan zijn de vissen blauw.

De blauwe vissen komen
in de kleine en de grote
beken stroomafwaarts.
Ze reizen door rivieren
en meren.
Ze willen allemaal de zee in.

Als we heel snel rennen
naar de beek,
naar de rivier,
naar het meer,
komt een blauwe vis langs.

Wij vragen hem:
Waarheen wil je, vis?
En hij antwoordt niet.

Wij vragen de vis:
Ben je stom?
En de vis zegt:
Ja, ik ben stom.

En hij is weg.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Elisabeth Borchers (27 februari 1926 – 25 september 2013)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e maart ook mijn blog van 1 maart 2021 en ook mijn blog van 1 maart 2020 en ook mijn romenu blog van 1 maart 2019  en ook mijn blog van 1 maart 2015 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 11:48 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten