Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Archief

Martin Piekar, Conrad Aiken

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

 

ZUM WELTUNTERGANG ist niemand zu spät
sage ich dem schild: :das ende ist nah
wir lesen & schreiben vom weltuntergang voll zuversicht
sodass er nicht eintritt
die stimme in meinem kopf wird mich noch verrückt machen
: es wird alles gut werden — nein — es wird
alles gut werden — nein
wir leben von der zukunft her, tod & bonbons
im nachhinein verteilt
der dackel, der vor einer metzgerei bellt & heult
schreie sind einsame orte
nur dunkelheit kann stets begleiten
kümmere dich nicht um den weltuntergang
kümmere dich um die weit, um deinen tod
sei ein märtyrer für deine sache & stirb nicht

 

 

IM DUNKEL EINES UBAHNTUNNELS
da sage ich: ich will wieder träumen
ein junger, der gegen die schienen haust
: geh, sagt er, geh weiter, bis du kannst
dort wird ein dich dich führen ein ausgang dich führen,
wo es so farblos sein wird

 

 

DIE WÄNDE GEHEN AUFEINANDER WIE VERLORENE
die bilder sind betten aus hornhaut & ich dazwischen
graffiti besetzen ubahntunnel
weil sie das angesicht der kameras fürchten
öffentlichkeit als reines synonym für kameras
ich bin ein canunodell wo immer ich langgehe
ich wandel in ubahntunnel
wie die graffiti ihre wände tragen
& immer wieder höre ich eine spraydose
in einem anderen korridor
hier, die bilder brechen, die bilder brechen auf
sind das gegenteil hohlwachsender früchte
die graffiti meiden fenster
betrachten mich wie einen spiegel
& flüstern: wir gehören niemandem
denn niemand hat uns erschaffen
ich spüre die not eines besetzten hauses
unvergällte luft hinterlässt eine wunde leben
der schweiß einer abgelegten maske, die ich nie trug
mein gesicht gehört mir sowieso nicht
graffiti kosen mich, verkatert vom träumen
drücke ich mein gesicht in die wand

 

i am sic, zegt ze & trekt een reepje huid van haar onderarm
een lappendeken wil ze genoemd worden en ze bouwt Theseus’ schip
een keer per week verdooft ze zichzelf tot helderheid
& verwisselt ze de ene huidflap voor de andere
ze wil weten hoe vaak ze haar huid moet verwisselen
om zich in een nieuwe te voelen
ze vraagt of ik weet hoe het is
om in deze vallende droom geboren te worden
hier onder een brug, altijd onder een brug
nemen we het bloed stollend waar
ze snijdt nog een stuk van haar kuit
ik zoek niet naar iets onder de huid, zegt ze
de autoriteit van weefsel herken je al bij een blik
zegt ze & naald & draad
we fascineren elkaar totdat ik door het oog van de naald ga
velen denken dat ik op zoek ben naar insecten of chips
maar mij gaat het alleen om huid
ze leunt tegen de pilaar, esthetisch als iemand die uitgeput is van sporten
en naait zichzelf dicht, , i am sic, zegt ze
weet je, ik ben uit geen enkele droom ooit ontwaakt

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)

 

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

SIX SONNETS

I

BROAD on the sunburnt hill the bright moon comes,
And cuts with silver horn the hurrying cloud;
And the cold Pole Star, in the dusk, resumes
His last night’s light, which light alone could shroud.
And legion other stars, that torch pursuing,
Take each their stations in the deepening night,
Lifting pale tapers for the Watch, renewing
Their glorious foreheads in the Infinite.
Never before had night so many eyes!
Never was darkness so divinely thronged,
As now—my love! bright stall—that you arise,
Giving me back that night which I had wronged.
Now with your voice sings all that immortal host,
That god of myriad stars whom I thought lost.

 

II


What music’s devious voice can say, beguiling
The flattered spirit, your voice can richlier say,
Moving the happy creature to such smiling
As the young sun brings flowers at break of day.
Nor can the southwest wind, who turns green boughs,
And sings in watery reeds, outvie your voice—
No, though the whole wide world of birds he rouse,
And boughs and birds, together, all rejoice.
Not water’s self, shy singer among stones,
Vowelling softly of his secret love,
Can murmur to green roots such undertones,
Nor with low laughter have such power to move.
No rival—none. There is no help for us.
Be it confessed—I am idolatrous.

 


Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e augustus ook mijn blog van 5 augustus 2019 en eveneens mijn blog van 5 augustus 2018 en ook mijn blog van augustus 2017 en ook mijn 2 blogs van 5 augustus 2011.

Geschreven door Romenu om 17:34 Reageer op dit bericht

Stefan van Dierendonck, Martin Piekar

De Nederlands schrijver en gewezen priester Stefan Clemens Maria (Stefan) van Dierendonck werd geboren in Gemert op 4 augustus 1972. Zie ook alle tags voor Stefan van Dierendonck op dit blog.

Uit: En het regende brood

“Onmiddellijk na de lauden riep de abt me bij zich, keek me aan vanachter zijn massief eiken bureautafel, de handen op een dichtgetapete doos. Hij kwam er net bovenuit. Naar mij toegekeerd stond met grote zwarte halen de adressering: Pater Johannes Beckers, Abdij Sint-Benedictusberg, Vaals, Paesi Bassi. Een slang schoot eruit, dook mijn borstkas binnen en slingerde zich rond mijn hart. Ademen ging ineens zwaar, mijn blik vluchtte weg voor de ogen van de abt, naar alle hoeken van de kloostercel. Ik wist dat hij mijn emoties registreerde en evalueerde, maar ik kon het niet helpen. Ik had het handschrift herkend. `Waarde broeder, enige tijd geleden is dit pakket met de post gekomen. Zoals je ziet is het aan jou gericht.’ Ik knikte. De abt ging verder. `Je weet dat het volgens onze regel niet is toegestaan om zonder toestemming van de abt brieven, gewijde voorwerpen of anderszins kleine geschenken aan te nemen. Je weet ook dat ik verantwoordelijkheid draag voor het geestelijk welzijn van allen die aan mijn zorg zijn toevertrouwd. Het is mijn opdracht om de broeders te sterken in hun roeping, in hun toewijding aan God en aan Zijn Kerk, in hun liefde voor het Hogere.’ Opnieuw een pauze, waarin hij wachtte op mijn instemming. `Het is geen eenvoudige opdracht, kerkelijk leiderschap. Christus spreekt nog over een enkel verloren schaap waar de herder naar op zoek gaat. Onze schapen hebben meer van rabiate wolven, zijn minder geïnteresseerd in eeuwig geluk of in devotie dan in een snelle bevrediging van lichamelijke behoeften. Je begrijpt wat ik bedoel; tenslotte heb je het grootste deel van je leven in de wereld gewerkt. Ik heb daar altijd respect voor gehad, dat weet je. Na zo veel jaren in de felle zon komt de rust van het klooster je toe.’ `Dank u,’ bracht ik uit. `De overgang naar het geregelde kloosterleven was niet eenvoudig voor je. Hoe bevalt het werken in de tuinen?’ Ik keek naar mijn veranderde handen, het verse eelt, de kloven waar de aarde diep in was doorgedrongen, mijn rouwnagels.”

 

 


Stefan van Dierendonck (Gemert, 4 augustus 1972)

 

 

De Duits-Poolse dichter Martin Piekar werd geboren op 5 augustus 1990 in Bad Soden am Taunus. Zie ook alle tags voor Martin Piekar op dit blog.

 

Bastaard I

– bij: Swans reflecting Elephants, Salvador Dali, olieverf op doek, 1937

Ik voel me een bastaard tussen woestijn
en oase. Dus half om half,
dus geen van beide;
maar toch geen wisselkind.
Als ik op het schilderij zou staan, zou ik
een zwart shirt
dragen
in plaats van het witte, maar ik
zou net zo kijken als
Edward James:
het schilderij uit.
Ik zou de roeiboot niet zien,
vastgelopen in de woestijn.
Ik zou
de fractale maan niet zien,
die alleen maar aan de hemel vastgepind lijkt.
Ik zou de irritatie niet zien
die ontspringt aan de rivier van dromen.
Ik zou de kastelen
van mensen niet zien.
Ik zou
de wolken, de zielen, de dood
achter me niet zien. Ik zou niet zien dat een olifant
ook een zwaan kan zijn.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Martin Piekar (Bad Soden am Taunus, 5 augustus 1990)
Swans reflecting Elephants door Salvador Dali, 1937

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e augustus ook mijn blog van 4 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 4 augustus 2019 en ook mijn blog van 4 augustus 2017 en ook mijn blog van 4 augustus 2013 en mijn drie blogs van 4 augustus 2011 en mijn blog over Robert Beck.

Geschreven door Romenu om 16:34 Reageer op dit bericht

Marica Bodrozić, Mirko Wenig

De Duitse dichteres en schrijfster Marica Bodrozić werd geboren op 3 augustus 1973 in Zadvarje in het toenmalige Joegoslavië. Zie ook alle tags voor Marica Bodrozić op dit blog.

Uit: Das Herzflorett

„So sehr Pepsi die Stille im Dorf liebt, so sehr sehnt sie sich nach Menschen. Sie will weg von den Verwandten, bei denen sie in der träumerischen Herzegowina wie ein Waisenkind behandelt wird und nie genug zu essen bekommt, manchmal gar nichts, dann will sie auch weg vom Hof des Großvaters, aus dem dalmatinischen Süden in den europäischen Norden will sie gehen und sich endlich richtig sau essen an etwas Köstlichem, nicht nur an etwas knabbern, das von jemandem übrig geblieben ist. Sie hält das Leben mit ihren weit entfernten Eltern für etwas Wertvolles. Die beiden wohnen in Hessen, einer Gegend im Norden, so haben sie es ihr erzählt. Als Pepsi in der Schule das Alphabet lernt, übt sie es jeden Tag. Sie hat nur noch einen Gedanken, den sie als dringliche Aufforderung empfindet. Kurz nach ihrem neunten Geburtstag ist sie bereit und erfragt am anderen Dorfende bei ihrer Tante Rosa die Adresse der Eltern. Sie schreibt ihnen einen langen Brief. Ich hungere hier, niemand gibt mir etwas ab, schreibt sie gleich am Anfang, ihr müsst mich holen, mich und meine Geschwister, wir sollen alle zusammenleben. Gleich nach der Geburt waren Pepsi, ihre Schwester und ihr Bruder im Alter zwischen acht und zehn Wochen bei Verwandten untergebracht worden. Für die Geburt im Süden kam ihre Mutter aus Hessen, brachte ihre Kinder zur Welt und fuhr alsbald, um ihre Arbeit nicht zu verlieren, wieder in den Norden. Von Besuch zu Besuch vergaß Pepsi dann jedes Mal, wie ihre Mutter aussah. Nur ihr langes samtschwarzes Haar behielt sie in Erinnerung, das Haar, das auch ihrem Vater auf der Stelle ans Herz gewachsen war, als er sie in einer Kirche in Hessen entdeckte, während das Vaterunser gesprochen wurde. Bald darauf heirateten sie und dachten jedes Jahr, dass genau dieses Jahr ein gutes Jahr für eine Rückkehr in den Süden wäre. Aber dieses ersehnte gute Jahr kam nie. Und Pepsi erlebte sie nur als Menschen, die zu Besuch kamen und jedes Mal eine neue Krankheit mitbrachten, ein neues Leiden, eine neue Angst vor dem Sterben. Die Bora wehte wuchtig, als sie durch die wilden Gärten ging und den Brief wie eine ihr schon versprochene Zukunft zum Postmann trug. Ihre Haare flogen einen Moment so auf, als würde die Zeit anhalten, diesen Augenblick in ihr festhalten und damit, allein durch dieses kleine Innehalten, auf etwas Zukünftiges verweisen, das schon um sie wusste, sie erwartete, ohne ihr Genaueres darüber zu sagen.“

 


Marica Bodrozić (Zadvarje, 3 augustus 1973)

 

 

De Duitse dichter Mirko Wenig werd geboren op 3 augustus 1977 in Gera. Zie ook alle tags voor Mirko Wenig op dit blog.

 

 

Nachtelijke wandeling

Ze wonen in industriële barakken, klimmen over hekken
en garagedaken, bijten ratten dood.
Ze vechten met katten om voedsel.

Maar deze vos, mijn eigen
vos met luizen, was te oud om te jagen. Zijn rug
krommend, zijn vacht bedekt met bedwantsen, zo
sloop hij ’s nachts naar de vuilnisbak, stootte
hem om en vrat. Langzaam slechts,
kwam ik dichterbij, wilde hem
niet laten schrikken.

Ik keek naar hem. De vos vrat zoals
een dier vreet, snel en haastig, zonder
veel gedoe. Toen rende hij weg
en verdween in de struiken.

Verder gebeurde
er niets. Ik ging naar huis. Dat ik me
een weg door stenen vrat, aan de tepels van de nacht
zoog, zou gelogen zijn. Het regende niet. Wolken?
Die waren er niet.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Mirko Wenig (Gera, 3 augustus 1977)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e augustus ook mijn blog van 3 augustus 2023 en ook mijn blog van 3 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 3 augustus 2016 en mijn blog van 3 augustus 2015 en eveneens van 3 augustus 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:25 Reageer op dit bericht

Jussi Adler-Olsen, Conrad Aiken

De Deense schrijver Carl Henry Valdemar Jussi Adler-Olsen werd geboren op 2 augustus 1950 in Kopenhagen. Zie ook alle tags voor Jussi Adler-Olsen op dit blog.

Uit: De vrouw in de kooi (Vertaald door Kor de Vries)

“Carl deed een stap naar de spiegel toe en liet een vinger over zijn slaap glijden, daar waar de kogel hem had geschampt. De wond was genezen, maar het litteken was duidelijk te zien onder zijn haar, als iemand tenminste zou willen kijken. Wie zou dat in godsnaam willen? dacht hij terwijl hij zijn gezicht bestudeerde. Nu was te zien dat hij was veranderd. De rimpels rond zijn mond waren dieper geworden, de randen onder zijn ogen donkerder, en zijn blik liet een innerlijke onverschilligheid zien. Carl Mørck was niet langer zichzelf, de ervaren rechercheur die voor zijn werk leefde en ademde. Niet meer de lange, elegante Jut die wenkbrauwen liet fronsen en lippen uiteen deed wijken. wat moest hij daar in godsnaam ook mee? Hij knoopte zijn overhemd dicht, trok zijn jas aan, goot het laatste restje koffie naar binnen en trok de voordeur hard achter zich dicht, zodat de overige bewoners van het huis begrepen dat ze nu uit de veren moesten zien te komen. Zijn blik viel op het naambordje op de deur. Nu werd het hoog tijd het te vervangen. Het was al lang geleden dat het lang geleden was dat Vigga was verhuisd. En hoewel ze nog niet waren gescheiden, die race was gelopen. Hij draaide zich om en liep in de richting van het paardenpad. Als hij over twintig minuten de trein haalde, dan kon hij ruim een halfuur bij Hardy in het ziekenhuis zijn, voor hij door moest naar het bureau. Hij zag de kerk rood uitsteken boven de kale bomen en probeerde zichzelf eraan te herinneren hoeveel mazzel hij ondanks alles had gehad. Slechts twee centimeter naar rechts en Anker had nog steeds geleefd. Slechts een centimeter naar links, dan was hij zelf gedood. Een paar grillige centimeters die hem hadden gescheiden van de tocht langs de groene weilanden en de koude graven een paar honderd meter voor hem. Carl probeerde het te begrijpen, maar dat was moeilijk. Hij wist niet veel over de dood zelf. Alleen dat hij zo onvoorspelbaar kon zijn als een blikseminslag, en zo onmetelijk stil als hij was ingetreden.
Hij wist daarentegen alles over hoe heftig en zinloos het was om dood te gaan. Dat wist hij écht.”

 


Jussi Adler-Olsen (Kopenhagen, 2 augustus 1950)

 

 

De Amerikaanse schrijver en dichter Conrad Potter Aiken werd geboren in Savannah, Georgia op 5 augustus 1889. Zie ook mijn blog van 5 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Conrad Aitken op dit blog.

 

Improvisaties: Licht en Sneeuw: 03

De eerste klok is zilver,
En duisternis ademend denk ik alleen aan de lange zeis van de tijd.
De tweede klok is karmozijnrood,
En ik denk aan een feestnacht, met vuurpijlen
Die de hemel doorboren met rood, en een zachte tinteling van sterren.
De derde klok is saffraan en traag,
En ik aanschouw een lange zonsondergang boven de zee
Met muur aan muur kasteelachtige wolken en glinsterende balustrades.
De vierde klok is bronskleurig,
Ik loop langs een bevroren meer in het doffe licht van de schemering:
Gedempte scheuren lopen door het ijs,
Bomen kraken, vogels vliegen.
De vijfde klok is koud, helder azuurblauw,
Delicaat getint met groen:
Een gouden ster hangt erin te smelten,
En daarheen, slaperig, ga ik.
De zesde klok is alsof een kiezelsteen
In een diepe zee ver boven me is gevallen…
Klankkringen verdwijnen langzaam in de stilte.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Conrad Aiken (5 augustus 1889 – 17 augustus 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e augustus ook mijn blog van 2 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 2 augustus 2018 en ook mijn blog van 2 augustus 2017 en ook mijn blog van 2 augustus 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:04 Reageer op dit bericht

Augustus (Adriaan Morriën), Mehis Heinsaar, Alfred Lord Tennyson

 

Bij het begin van augustus

 


Augustus, weg door de velden door Swetlana Romanuk, 2019

 

 

 

Augustus

De open hemel en het toegenegen
stadspark waardoor wij naar de vijver gaan;
hoe dikwijls hebben wij hier reeds gestaan
of ginder in het zachte gras gelegen.

Dan kwam zo stil de milde avond aan
en schudde aan de boom waarbij wij zwegen:
het is je tijd – ik liet haar los, wij keken
naar ’t water met de moegezwommen zwaan.

Tussen de stammen scheen de groene maan,
de wind blies zacht verlangen door de blaren,
zij kamde loom de bloesem uit haar haren.

En ik die heel de avond lag gebogen
over haar mond, het wonder van haar ogen,
moest zoet besneeuwde donkre wegen gaan.

 


Adriaan Morriën (5 juni 1912 – 7 juni 2002) 
De Vissershaven in IJmuiden, de geboorteplaats van Adriaan Morriën

 

 

De Estse schrijver Mehis Heinsaar werd geboren op 1 augustus 1973 in Tallinn. Zie ook alle tags voor Mehis Heinsaar op dit blog.

 

 

Ode aan de merel

Maar het meest
bewonder ik de merel
zoals hij steevast
naast de noten zingt,
als een doezelend neuriënde halfgod
of een van regen en zon
volgelopen draaiorgel
opent hij zijn snavel
voor het zoveelste maffe drinklied

terwijl de mees, de leeuwerik en de vink
hun Strauss ten beste geven
in het ritme van ochtendgloedwalsen,
met een beproefde kwaliteit –
als welgetemperde klavieren,
en er zelfs slapend spelend
nooit één keer naast zitten…

Maar nog meer
houd ik toch van de merel,
die halfzotte drinkebroer in monnikspij
die door een dief gepikte trompet
die alsmaar malle melodietjes
uit zijn mouw blijft schudden,
gewijd aan de revolutie
van de luiwammesen,

hoor dan toch,
hoor dan!
alleen maar kwarttonen en halve
geen enkele hele,

o, ik kan mijn leven lang
blijven luisteren
naar dat gesjeesde
wonderkind!

 

Vertaald door Frans van Nes

 

 


Mehis Heinsaar (Tallinn, 1 augustus 1973)

 

 

De Engelse dichter Alfred, Lord Tennyson werd geboren op 6 augustus 1809 in Somersby, Lincolnshire, England. Zie ook alle tags voor Alfred Tennyson op dit blog.

 

Voorbij de havenmond

Glinstert de avondster,
ik moet de haven uit!
En laat de zandbank zwijgen als de ster,
wanneer ik zeewaarts stuit.

’t Is zulk getij dat slaapt en toch beweegt,
zonder geluid en schuim,
wanneer wat kwam vanuit de diepste zee
keert terug in ’t ruim.

Schemer en avondbel,
en duisternis daarna!
En schrei geen zoute tranen van vaarwel,
wanneer ik ga;

al draagt vanuit de grens van Plaats en Tijd
de vloed mij van de grond,
ik hoop mijn Loods te zien die naast mij schrijdt
voorbij de havenmond.

 

 

Vertaald door H. F. H. Reuvers

 


Alfred, Lord Tennyson (6 augustus 1809 – 6 oktober 1892)
Portret door Samuel Laurence, ca. 1840

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e augustus ook mijn blog van 1 augustus 2020 en eveneens mijn blog van 1 augustus 2019 en ook mijn blog van 1 augustus 2017 en ook mijn blog van 1 augustus 2011 deel 3.

Geschreven door Romenu om 17:12 Reageer op dit bericht

Cees Nooteboom, Jill McDonough

De Nederlandse dichter en schrijver Cees Nooteboom werd geboren in Den Haag op 31 juli 1933. Zie ook alle tags voor Cees Nooteboom op dit blog.

Uit: Rituelen

“Op de dag dat Inni Wintrop zelfmoord pleegde stonden de aandelen Philips 149,6o. De slotkoers van Amsterdamse Bank was 375 geweest en Scheepvaart Unie was gezakt naar 141,50. Herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil. En dat is wat hij zich herinnerde, áls hij zich iets herinnerde, de koersen, en dat de maan in de gracht geschenen had, en dat hij zich had opgehangen in zijn wc omdat hij in zijn eigen horoscoop in Het Parool voorspeld had dat zijn vrouw ervandoor zou gaan met een ander en dat hij, Leeuw, dan zelfmoord zou plegen. Het was een volmaakte voorspelling. Zita ging ervandoor met een Italiaan en Inni pleegde zelfmoord. Een gedicht van Bloem had hij ook nog gelezen, maar hij wist niet meer welk. De hond, dat eigenwijze dier, liet het wat dat betreft afweten. Het was zes jaar daarvoor, op de trappen van het Paleis van Justitie aan dezelfde Prinsengracht, dat hij de nacht voor zijn huwelijk net zulke echte tranen gehuild had als Zita toen hij haar ontmaagdde in een kamer vol kikkers en reptielen in de Valeriusstraat. En om dezelfde reden. Duistere voorgevoelens, en een peilloze angst om iets, wat dan ook, al was het maar door een teken of ceremonie, aan zijn leven te veranderen. Hij hield veel van Zita. In het geheim, alleen tegen zichzelf, noemde hij haar de prinses van Namibië. Ze had dan ook groene ogen en glanzend rood haar en de matte witroze huid die daarbij hoort, allemaal kenmerken van de hoogste Namibische adel, en ze beschikte over een stille, terughoudende verbazing die in alle provincies van Namibië als de ware deugd van de aristocratie wordt beschouwd. Zita hield misschien nog veel meer van Inni. Het was alleen maar omdat Inni niet van zichzelf hield dat alles was misgegaan. Er waren natuurlijk ook mensen die beweerden dat het kwam doordat ze alle twee zulke idiote namen hadden, maar zowel Inni (Inigo, naar de beroemde Engelse architect) als Zita (de moeder van de prinses van Namibië was een aanhangster van het Huis van Habsburg) wist dat de vreemde geluiden die hun namen vormden hen uittilden boven en afzonderden van de rest van de wereld, en ze konden dan ook uren in bed doorbrengen met Inni Inni Zita Zita, en bij bijzondere gelegenheden ook met fluwelen varianten, Zinnies, Itas, Inizitas, Zinnininitas, Itizitas, koppelingen van namen en lichamen die ze op zulke momenten wel altijd hadden willen laten voortduren, maar er is nu eenmaal geen grotere vijandschap dan tussen het geheel van de tijd en elk willekeurig, afzonderlijk deel ervan, dus dat ging niet.”

 

 


Cees Nooteboom (Den Haag, 31 juli 1933)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Amerikaanse dichteres Jill McDonough werd geboren in Hartford, Connecticut in 1972 en groeide op in North Carolina. Zie ook alle tags voor Jill McDonough op dit blog.

 

 

12-uursdiensten

Een dronepiloot werkt een dienst van twaalf uur en gaat dan naar huis
naar het echte leven. Hij doucht, eet zijn avondeten, speelt videogames.
Twaalf uur later komt hij terug, geeft high-fives en neemt de drone

over van andere piloten, die Homeland kijken, afwassen en hopen dat ze
niet dromen in alle schermen, slechte kills, allemaal slow-motion freeze-frames.
Een dronepiloot werkt een dienst van twaalf uur en gaat dan naar huis.

Een kleine kamer, een pilotenstoel, de microfoon en koptelefoon
vullen zijn gedachten, brengen hem ergens anders heen. Weer een dag,
weer een dollar: zweven en verplaatsen, twaalf uur boven de huizen van vreemden.

Ga even langs de winkel, het is Muzak, haal de Cheerios,
ga naar de sportschool als je geluk hebt. Ga terug naar je baby’s, speel
met Barbies, speel met blokken. Twaalf uur later, kom terug. Neem de drone over.

De geur van verbrande koffie in de lounge, de verschuivende killzone.
Een missie die op het laatste moment wordt afgebroken, en de majoor die je
naam vergeet.
Een dronepiloot werkt een dienst van twaalf uur en gaat dan naar huis.

Het gebeurt in onze naam, maar we hoeven het niet te weten. Ons eigen
leven, onze diensten, onze uren, ketsten de hele dag af op de schermen.
Een dronepiloot werkt een dienst van twaalf uur en gaat dan naar huis;
Verfrist door twaalf vrije uren komt er een ander binnen die onze drone overneemt.

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 


Jill McDonough (Hartford, Connecticut, 1972)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 31e juli ook mijn blog van 31 juli 2018 en ook mijn blog van 31 juli 2017 en ook mijn blog van 31 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:35 Reageer op dit bericht

Patrick Modiano, Thomas Rosenlöcher

De Franse schrijver Patrick Modiano werd geboren in Boulogne-Billancourt op 30 juli 1945. Zie ook alle tags voor Patrick Mondiano op dit blog.

Uit: De straat van de donkere winkels (Vertaald door Edu Borger)

“Ik ben niets. Niets dan een lichte gestalte, die avond, op het terras van een café. Ik wachtte tot de regen op zou houden, een stortbui die was begonnen op het moment dat Hutte me verliet. Een paar uur eerder waren we voor het laatst in de vertrekken van het Kantoor bijeen geweest. Hutte zat zoals altijd achter het massieve bureau, maar hij had zijn jas aangehouden zodat je echt de indruk kreeg dat het om een afscheid ging. Ik zat tegenover hem in de voor cliënten bestemde leren fauteuil. De opaalglazen lamp verspreidde een fel licht dat me verblindde. `Nou, je ziet het, Guy… Het is afgelopen…,’ zei Hutte met een zucht. Er slingerde een dossier op het bureau. Misschien dat van het donkerharige mannetje met zijn ontstelde ogen en zijn bolle gezicht dat ons had opgedragen zijn vrouw te volgen. ’s Middags zocht ze een ander donker mannetje met een bol gezicht op, in een gemeubileerd hotel in de rue Vital in de buurt van de avenue Paul-Doumer. Hutte streek peinzend over zijn baard, een peper-en-zout-kleurige baard, die, hoewel hij kort was, een groot deel van zijn wangen overwoekerde. Zijn grote, lichte ogen staarden in de verte. Links van het bureau de rieten stoel waarin ik zat wanneer er gewerkt moest worden. Over de helft van de wand achter Hutte waren donkerkleurige planken bevestigd: er stonden rijen van allerlei adresboeken en telefoongidsen van de laatste vijftig jaar op. Hutte had me vaak gezegd dat het onvervangbaar gereedschap was waar hij nooit afstand van zou doen. En dat die adresboeken en telefoongidsen de kostbaarste en aangrijpendste bibliotheek vormden die je maar kon hebben, want op die bladzijden waren heel wat verdwenen wezens, zaken en werelden geregistreerd waar zij als enige getuigenis van aflegden. Wat gaat u met al die adresboeken doen?’ vroeg ik aan Hutte, terwijl ik met een breed armgebaar naar de boekenplanken wees. Die laat ik hier, Guy. Ik blijf deze etage huren.’
Hij wierp een snelle blik om zich heen. De twee klapdeuren, die toegang gaven tot het zijkamertje, stonden open en je zag de versleten fluwelen canapé, de schoorsteenmantel en de spiegel waarin het beeld van de rijen telefoongidsen en adresboeken en het gezicht van Hutte weerkaatst werden. Dikwijls wachtten onze cliënten in dat vertrek. Een Perzisch tapijt beschermde het parket. Bij het venster hing een icoon aan de muur. `Waar denk je aan, Guy?’ `Aan niets. Dus u houdt de huur aan?”

 


Patrick Modiano (Boulogne-Billancourt, 30 juli 1945)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog.

 

Hofstede

Stap het erf op. De ploeg,
overwoekerd, zakt in de aarde, de wagen
valt onmerkbaar uit elkaar, de paarden
knikken in hun graven.
Vul je zakken, de perenboom
zal spoedig omgevallen zijn, het huis,
aardehongerig, zakte al door de knieën.
Klim door de gebroken muren,
ontsteek een vuur in de verbrijzelde haard,
wees niet bang, hij die naast je hurkt,
hurkt daar om met je te zwijgen,
terwijl de hemel boven jullie staat,
voor de schedeldaken een dak.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Thomas Rosenlöcher (Dresden, 29 juli 1947) 

 

 

Zie voor nog de schrijvers van de 30e juli ook mijn blog van 30 juli 2024 en ook mijn blog van 30 juli 2020 en eveneens mijn blog van 30 juli 2019 en ook mijn blog van 30 juli 2017 en ook mijn blog van 30 juli 2016 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:54 Reageer op dit bericht

Chang-Rae Lee, Thomas Rosenlöcher

De Koreaans-Amerikaanse schrijver Chang-Rae Lee werd geboren op 29 juli 1965 in Seoel. Zie ook alle tags voor Chang-Rae Lee op dit blog.

Uit: My Year Abroad

“I WON’T SAY WHERE I am in this greatish country of ours, as that could be dicey for Val and her XL little boy, Victor Jr., holies a place like most others, nothing Ice awful or uncomfortable, with no enduring vistas or distinctive traditions to admire, no funny accents or habits of the locals to wonder at or find repellent .Call it whatever you like, but I’ll refer to it as Stagno, for while ifs definitely landlocked here, several bodies of murky water dot the area. There’s a way that the days here curdle like the gunge that collects on the surface of a simmering broth, gunge you must constantly gunge away. Still, Stagno serves its purpose. Ifs so ordinary that no one too special would ever choose to live here, though well populated enough that Val and Vigor Jr. and I don’t stand out. And we ought to stand out. For it would be natural to ask what a college-age kid was doing shacked up with a thirtysomething mom and her eight-year-old son, and why neither of us worked a job, or why the boy didn’t go off to school. Do we ever leave the house? For a brief period, we did, but not much anymore. We stream movies and shows. Val is ordering everything online again, including groceries, the only item she regularly ventures out for being a grease-soaked foot-long hoagie named the Widowmaker that is the carrot for Victor Jr. when he reaches his daily tolerance for our homeschooling. There is no slick- Val handles social studies and arts and I cover math and science, but all in all we get a C+ for conception, execution, and effort, which Victor Jr. is well aware of and is undoubtedly banking on using against his mother someday,. He’s a exceedingly smart, cute kid, if notably hirsute, something genetically cross-wired for sure because a kid his age shouldn’t have arm and leg and back hair and definitely not the downy mustache, the nap of which the boy caresses whenever he’s noodling his human child’s plight. In the future Victor Jr. may strategically deploy my name, but we still can’t predict the full extent of my presence in his life. What we know is this: Val and I have a good thing going. We try to see our roles as limited in scope and intensity. We aren’t aspiring to all-time greatness, whether in homeschooling or partnering. We aren’t each other’s stand-ins for the world-as-it-should-be.”

 

 


Chang-Rae Lee (Seoel, 29 juli 1965)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Thomas Rosenlöcher werd geboren op 29 juli 1947 in Dresden. Zie ook alle tags voor Thomas Rosenlöcher op dit blog.

 

Het bevende beeld

Langs de grenshelling, afwaarts waar het stil was,
Liep nog een bergbeek neer over een steen.
Het oppervlak, dat lichtelijk gebold was,
was vast als glas en beefde nauwelijks
toen ik mijn lippen legde op het vlak.
En onder mij, diep onder ’t ijs van ’t water,
de bloemen en de varens wuiven zag
en dieper nog, in een spelonk
van roerloos glanzende metalen,
de keverkoning en de schuimcicade,
de schuimcicade en de keverkoning
op gouden voeten zich naar achter spoeden,
als zag ik van mijn kindertijd de grond.
IJzige kou drong door tot in mijn brein.
Vlamdiamanten schoten heen en weer.
Mijn diepgezonken ogen echter keken
tijdens het zinken mij vreemd smekend aan.
En daar verrees het bleek beeld van een sater.
’t Voorhoofd in ridicule ernst geplooid,
Het oog tevreden als met lood verzegeld.
De bril van nikkel. En de neus een knol.
Totdat, genadig, ’t water rimpelde.
De onschuld weet niet, welke pijp zij rookt.
De voettocht hiernaartoe kostte drie dagen
en vijf minuten verder ging een bus.

 

Vertaald door Wiebe Hogendoorn

 


Thomas Rosenlöcher (29 juli 1947 – 13 april 2022) 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juli ook mijn blog van 29 juli 2024 en ook mijn blog van 29 juli 2022 en ook mijn blog van 29 juli 2017 deel 1 en ook deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:02 Reageer op dit bericht

Remco Campert, Claudia Gabler

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Campert werd op 28 juli 1929 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor Remco Campert op dit blog.

 

 

Voorbeeldig

Altijd valt het voorgeschreven blad
in altijd weer andere warreling
op het altijd weer meer of minder natte
meer of minder tanige gras.

Het is nadoen
maar anders.

Het is voordoen.

 

 

Vluchtelingen

Vluchtelingen worden bij voorkeur vertoond
voor het prikkeldraad van een land in Europa
dat zijn grens gesloten houdt

vluchteling
het is zo’n veilig woord
je vergeet bijna dat het een mens is
eens vol van het licht van zijn toekomst
verknald door het streven
van een machtsbeluste dictator

mensen knippen gaten in prikkeldraad
zwaarbewapenden houden hen tegen
onmenselijkheid viert triomf

 

 

Kerken

Overal
Staan nog kerken, steeds weer
Opgebouwd. Men kan er altijd wel
Eén of twee vrouwen in vinden,
Biddend voor neven, voor eigen heil,
Voor dat van de wereld zodoende.

Het is stil in de kerken, stiller
Dan in een windstille natuur.
Kouder ook, kouder dan
Op een bevroren meer. Stil en koud
Zijn de kerken; men zegt, sereen.
Op vastgestelde uren kunt u er zingen.

Kerken staan in steden en dorpen,
Verspreid door het land, zoals
Benzine-stations: een man in
Overall poetst de ruiten, vult
De tank, ontvangt zijn geld, gaat
Naar binnen, leest zijn krant.

 


Remco Campert (28 juli 1929 – 4 juli 2022)

 

 

De Duitse dichteres Claudia Gabler werd op 28 juli 1970 geboren in Lörrach. Zie ook alle tags voor Claudia Gabler op dit blog.

 

 

Hier werd niets uitgemeten dat niet volledig
verwilderd was. Zelfs vochtige chipszakken en nog

warme theekopjes stonden nauwelijks scheef. Dit huis
had maar één kamer met meerdere

kroonlijsten, maar of het een echte knie was, was vanaf hier-
boven moeilijk te zien. Provincialiteit stond hoog

aangeschreven, maar toen stond er plotseling
een zestienjarig meisje met gestreept T-shirt en mobieltje

voor ons. Dat was geen vroomheid, en ik zag
hoe onze ego’s het opnamen tegen de ruïnes:

de middagzon, de structuur van de gebedenboeken,
het ritme van de refreinen, en overal klaprozen in

onze kleren, in onze bagage overal klaprozen, en
tot slot de scheve vouw van de wandelkaarten. 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Claudia Gabler (Lörrach, 28 juli 1970)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e juli ook mijn blog van 28 juli 2020 en eveneens mijn blog van 28 juli 2019 en ook mijn blog van 28 juli 2017 en ook mijn blog van 28 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:44 Reageer op dit bericht

Michael Longley

De Ierse dichter Michael Longley werd geboren op 27 juli 1939 in Belfast. De dichter overleed op 22 januari jongstleden op 85-jarige leeftijd. Zie ook alle tags voor Michael Longley op dit blog.

 

 

Christopher At Birth

Your uncle, totem and curator bends
Above your cot. It is you I want to see.
Your cry comes out like an eleison.
Only the name tag round your wrist extends
My surprised compassion to loyalty.
Your mother tells me you are my godson.
You would know
The previous room still moulds your shape
Which lies unwashed, out of its element,
Smelling like rain on soil. I stoop to lift
You out of bed and into my landscape,
Last arrival, obvious immigrant
Wearing the fashions of the place you left.
As winds are balanced in a swaying tree
I cradle your cries. And in my arms reside,
Till you fall asleep, your uncontended
Demands that the world be your nursery.
And I, a spokesman of that world outside,
Creation’s sponsor, stand dumbfounded,
Although there is such a story to unfold
– Whether as forecast or reminder –
Of cattle steaming in their byres, and sheep
Beneath a hedge, arranged against the cold,
Our cat at home blinking by the fender,
The wolf treading its circuits towards sleep.

 

 

An Amish Rug

As if a one-room schoolhouse were all we knew
And our clothes were black, our underclothes black,
Marriage a horse and buggy going to church
And the children silhouettes in a snowy field,
I bring you this patchwork like a smallholding
Where I served as the hired boy behind the harrow,
Its threads the colour of cantaloupe and cherry
Securing hay bales, corn cobs, tobacco leaves.
You may hang it on the wall, a cathedral window,
Or lay it out on the floor beside our bed
So that whenever we undress for sleep or love
We shall step over it as over a flowerbed.

 

 

War & Peace

Achilles hunts down Hector like a sparrowhawk
Screeching after a horror-struck collared-dove
That flails just in front of her executioner, so
Hector strains under the walls ofTroy to stay alive.
Past the windbent wild fig tree and the lookout
Post they both accelerate away from the town
Along a cart-track as far as double well-heads
That gush into the eddying Scamander, in one
Warm water steaming like smoke from a bonfire,
The other running cold as hailstones, snow water,
Handy for the laundry-cisterns carved out of stone
Where Trojan housewives and their pretty daughters
Used to rinse glistening clothes in the good old days,
On washdays before the Greek soldiers came to Troy.

 

 

HET PATROON

Op de kop af zesendertig jaar na ons trouwen,
toen er een koude, figuur-onthullende wind tegen je aan woei
en je sluier oplichtte, vind ik in zijn dikke envelop
het Vogue-patroon van zes shilling van je bruidsjapon,
gecompliceerde handleiding voor het naaien van lijfje
en rok, dubbele plooien en zomen, vloeipapieren knippatronen,
Gelijkenissen van huid die ik zenuwachtig openvouw
en in sneeuwlicht omhooghoud, want het heeft gesneeuwd
op deze windstille dag, en ik zie een glimp van je bruidsjurk
en witte schoenen buiten in de getransformeerde tuin
waar de waslijn en alle twijgen bedekt zijn.

 

Vertaald door Ko Kooman

 

 


Michael Longley (27 juli 1939 – 22 januari 2025)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juli ook mijn blog van 27 juli 2020 en eveneens mijn blog van 27 juli 2018 en ook mijn blog van 27 juli 2017 en ook mijn blog van 27 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:49 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten