Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Archief

Sophie Hannah, Thomas Frahm

De Britse dichteres en schrijfster Sophie Hannah werd geboren in Manchester op 28 juni 1971. Zie ook alle tags voor Sophie Hannah op dit blog.

 

Next Door Despised

Next door despised
your city. They would much prefer a town.
Your tree, they’d like a twig.
Your oil rig,
your salmon satin crown,
so can you cut it down and cut it down?

Next door began
a harsh campaign. They hired a ticket tout
to sell your oily tree,
your haddocky
crown for a well of drought,
and then they bricked it up and shut it out.

Next door perceived
an envelope was lying on your stoop
but no one wrote to them
so your silk hem
deserved their mushroom soup.
Next door made plans to follow you to group

therapy, pinch
your problems, change their characters and looks.
Next door alleged your streams
gave them bad dreams.
Couldn’t you call them brooks?
Couldn’t you write some better, shorter books?

Next door observed
your shoulder stump, asked what was up your sleeve,
swore that they meant to harm,
said that to arm
dictators was naive
(no pun intended). Next door don’t believe

you’ve gone to work,
neither the place nor the activity.
While next door’s squirrel slipped,
your manuscript
lolled on the balcony
which might seem natural to you or me

but to next door
it was a gate wide enough to admit
the dwarves in overcoats
who chase weak votes,
whose coffee smells of shit,
whose stubble shakes only when candle-lit.

Next door have got
their own house but they choose to squat in yours.
If you brought up their theft
of what was left
and asked whose ceilings, floors
and walls these were, next door would say next door’s.

 


Sophie Hannah (Manchester, 28 juni 1971)

 

 

De Duitse dichter, schrijver, uitgever en vertaler Thomas Frahm werd geboren op 29 juni 1961 in Homberg. Zie ook alle tags voor Thomas Frahm op dit blog.

 

 

Vliegpoging, havenkwartier

Een straathond met een vogelkop,
die ervan droomt te vliegen,
maar slechts rond kan zwerven.

Hij ruikt het vuil op elke straat,
maar snuift
de bries uit de hemel op.

Waar die zich vermengt
met gras, nabijgelegen water,
en samenvloeit op bruggen,

daar stijgt hij op.

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Thomas Frahm (Homberg, 29 juni 1961)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juni ook mijn blog van 28 juni 2020 en eveneens mijn blog van 28 juni 2019 en ook mijn blog van 28 juni 2018 en ook mijn blog van 28 juni 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 11:36 Reageer op dit bericht

Lucille Clifton

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

To A Dark Moses

you are the one
i am lit for.
Come with your rod
that twists
and is a serpent.
i am the bush.
i am burning
i am not consumed.

 

 

1994

i was leaving my fifty-eighth year
when a thumb of ice
stamped itself hard near my heart

you have your own story
you know about the fears the tears
the scar of disbelief

you know that the saddest lies
are the ones we tell ourselves
you know how dangerous it is

to be born with breasts
you know how dangerous it is
to wear dark skin

i was leaving my fifty-eighth year
when i woke into the winter
of a cold and mortal body

thin icicles hanging off
the one mad nipple weeping

have we not been good children
did we not inherit the earth

but you must know all about this
from your own shivering life

 

 

the garden of delight

for some
it is stone
bare smooth
as a buttock
rounding
into the crevasse
of the world

for some
it is extravagant
water mouths wide
washing together
forever for some
it is fire
for some air

and for some
certain only of the syllables
it is the element they
search their lives for

eden
for them
it is a test

 

 

Mijn droom over tijd

Een vrouw die anders is dan ik rent
door de lange gang van een levenloos huis
met te veel ramen die uitkijken op
een wereld waar ze geen taal voor heeft,
ze rent en ze rent tot ze
eindelijk de enige deur bereikt
die ze opentrekt om te ontdekken dat elke muur
voorzien is van klokken en terwijl ze kijkt
slaan alle klokken

                            NEE

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 


Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juni ook mijn blog van 27 juni 2020 en eveneens mijn blog van 27 juni 2019 en ook mijn blog van 27 juni 2016 en eveneens mijn blog van 27 juni 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Jacqueline van der Waals, Ingeborg Bachmann

De Nederlandse dichteres Jacqueline Elisabeth van der Waals werd geboren op 26 juni 1868 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jacqueline van der Waals op dit blog.

 

Luchtige liedjes

Zoude ik mijn liedjes,
de vluchtige, lichte
Liedekens zingen,
gelijk ik ze zing?
Zoude ik zo lustige
liedekens dichten,
Zo het mij naar
mijn lust verging?

Zoude ik mij spelender-
wijze vermeiden,
Dingen bezingend,
die buiten mij zijn:
Vrede – van ’t vee
in de vredige weiden,
Vreugde – van bloemen
en zonneschijn?

Zoude ik van vreugdige,
vredige dingen
Zingen, een lachje
van spot om de mond?
Zoude ik zo luchtige
liedekens zingen,
Zo ik hier binnen
de vreugde vond? 

 

Melancolia

Toen ik door het maanlicht liep
En de paden meed,
Bang, dat ik de tuin, die sliep,
Wakkerschrikken deed

Door het ritselend gerucht
Van mijn kleed en voet –
De oude bomen! die een zucht
Wakkerschrikken doet.

Toen ik naar de vijver ging
Door het korte gras,
Naar de boom die overhing
In de vijverplas,

Waar het water inkt geleek,
En zo roerloos sliep,
Of het oog in ’t duister keek
Van een peilloos diep,

Waar het windgefluister klonk
Door het popelblad…
Weet gij, wie op d’ elzentronk
Mij te wachten zat?

Vleermuisvleugelige vrouw,
Die mij eeuwig jong,
’t Eeuwig oude lied van rouw
Vaak te voren zong,

Tot ik in de maneschijn
Zacht heb meegeschreid
Met het eeuwenoud refrein:
‘Alles ijdelheid.’

Hebt ge hier op mij gewacht,
Denkend, dat ik sliep?
Hebt gij zó aan mij gedacht,
Dat uw geest mij riep,

Dat ik staan kwam aan het raam
En onrustig werd
Door het roepen van mijn naam
Uit de lichte vert’?…

Toen ik u hier wachten vond
En met stille schrik
In de peilloos diepe grond
Staarde van uw blik,

Toen ik zwijgend binnentrad
En in zwarte schauw
Uwer vleuglen nederzat,
Zwartgewiekte vrouw,

Heb ik, met uw hoofd gevleid,
Liefste aan mijn hart,
Zachtkens met u mee geschreid
Om der dingen ijdelheid
Om onze oude smart.

 


Jacqueline van der Waals (26 juni 1868 – 29 april 1922)

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ingeborg Bachmann werd geboren op 25 juni 1926 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Ingeborg Bachmann op dit blog.

 

 

Ballingschap

Een dode ben ik die ronddoolt
nergens meer opgetekend
onbekend in het rijk van de prefect
overtollig in de gouden steden
en in het groenende land

lang reeds afgedaan
en met niets bedacht

Alleen met wind met tijd met klank

ik die onder mensen niet leven kan

Ik met de Duitse taal
die wolk om me heen
die ik vasthoud als huis
meevoer door alle talen

O hoe duister ze wordt
de regenklanken de donkere
nog maar weinige vallen

Dan draagt ze de dode naar lichtere zones omhoog

 

Vertaald door Paul Beers en Isolde Quadflieg

 


Ingeborg Bachmann (25 juni 1926 – 17 oktober 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juni ook mijn blog van 26 juni 2023 en ook mijn blog van 26 juni 2020 en eveneens mijn blog van 26 juni 2019 en ook mijn blog van 26 juni 2018 en ook mijn blog van 26 juni 2017 en eveneens mijn blog van 26 juni 2016 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:13 Reageer op dit bericht

Jakub Małecki, Ingeborg Bachmann

De Poolse schrijver en vertaler Jakub Małecki werd geboren op 25 juni 1982 in Kolo, Polen. Zie ook alle tags voor Jakub Malecki op dit blog.

Uit: Roest (Vertaald door Karol Lesman)

“Szymek had nog wel even gezocht, maar had snel de moed opgegeven. Een klontertje was maar een klontertje, misschien lukte het de volgende keer wel. De wereld houdt niet op bij klonters, vooral niet op een dag als vandaag waarop zijn moeder had beloofd uit Warschau een nieuwe Asterix voor hem mee te nemen: wie zou op zo’n dag nog in het gras en tussen distels willen lopen graaien? Hij had nog een halve jampot oude munten. Hij haalde zijn schouders op en liep achter Budzik aan.
Ze liepen langzaam terug, om beurten elkaar een vlak voorwerp met gerafelde randen overhandigend. Budzik beweerde dat hij ooit al zijn klonters uit zijn schuilplaats in het kippenhok zou meenemen en ze op een plank in de kamer zou leggen. Hij zou zich niets van zijn vader aantrekken. Dat ging hij een keer doen.
Ze passeerden de oprit naar de Autobaan en Szymek vertraagde zijn pas in de hoop een blauwe Fiat Uno te ontwaren. Hij bleef even staan wachten, erop vertrouwend dat zijn ouders zo dadelijk de afslag van de hoofdweg zouden nemen. Ze namen geen afslag. Alleen Holowczyc scheurde geheel in stijl de andere kant op, dicht langs de berm, machtig en angstaanjagend. Hij duwde de wielen met zijn dikke armen voort, iets in zijn volle baard mompelend.
Szymek hoopte dat zijn ouders snel terug zouden zijn, zoals ze hadden beloofd, hoewel je het met de beloftes van ouders wel wist: je wist het maar nooit. Hij logeerde graag bij oma Tosia, maar vanavond was Het reuzenrad met Bugs Bunny op tv en hij moest nog zoveel doen. Als ze eenmaal thuis waren wachtte hem het saaie ritueel met de visjes: levend voer uit de vriezer, wat droogvoer uit een zakje, het schoonmaken van het verwarmingselement en het filter, water bijvullen. O, en het belangrijkste van alles: het kleuren van koeien.
De koeien bracht zijn vader mee van zijn werk. Ze stonden op grote vellen papier, ingekaderd in de linkerbovenhoek. Twee flanken en van voren alleen een driehoekige kop. Geesten van koeien, dunne omlijningen zonder vlekken, want de vlekken moest je zelf invullen. Zijn vader tekende ze snel op zijn werk en gaf met een kruisje aan waar het zwart moest komen. Szymek ging dan aan zijn bureau zitten, deed de lamp met de rode metalen lampenkap aan en vulde zorgvuldig de vlekken in met viltstift.
Als hij zich vergiste moest het hele vel van de koe opnieuw worden overgetekend. Vastbesloten bewoog hij het puntje van de viltstift over de huid van de elkaar opvolgende dieren, zo de een na de ander leven inblazend. Vrijwel nooit kwam hij buiten de contouren: hij was zeven en had in zijn leven al honderden koeien ingekleurd.
Bugs Bunny was om zes uur, het beste zou zijn om de koeien wat eerder te schilderen. Om na Bugs zijn moeder in de keuken de fijnste momenten te kunnen navertellen.”

 


Jakub Małecki (Kolo, 25 juni 1982)

 

 

De Oostenrijkse dichteres en schrijfster Ingeborg Bachmann werd geboren op 25 juni 1926 in Klagenfurt. Zie ook alle tags voor Ingeborg Bachmann op dit blog.

 

Waarlijk

 Voor Anna Achmatova

Wie nooit met stomheid geslagen was,
en ik zeg jullie,
wie slechts zichzelf weet te helpen,
en met woorden –

die is niet te helpen.
Niet over de korte weg
en niet over de lange.

Eén enkele zin houdbaar te maken,
het uit te houden in de bimbam van woorden.

Niemand tekent voor deze zin,
die niet ondertekent.

 

Vertaald door Paul Beers en Isolde Quadflieg

 

 


Ingeborg Bachmann (25 juni 1926 – 17 oktober 1973)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e juni ook mijn blog van 25 juni 2023 en ook mijn blog van 25 juni 2020 en eveneens mijn blog van 25 juni 2019 en ook mijn blog van 25 juni 2018 en ook mijn blog van 25 juni 2017 deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:08 Reageer op dit bericht

Wilfred Smit, Yves Bonnefoy

De Nederlandse dichter Wilfred Smit werd geboren in Soerabaja (Java, Nederlands Indië) op 24 juni 1933. Zie ook alle tags voor Wilfred Smit op dit blog.

 

Oud buiten

Smeedijzeren krullen
waar de wind z’n hand in heeft,
het klein roestig vogeltje in top
dat meedraait, meegeeft

naar binnen – hek dat opent
op een oprijlaan paars van schelpen,
de oprijlaan doodlopend
vlak voor een raam, halfopen –

demoiselle schemering, zo graag
onder heur rokken gezien,
stil teruggekomen – van een van die
ontmoetingen nabij den Haag.

 

 

Voyeur

Een rose bladzij
op een blauwe bladzij
uit een zeker boek;
plots omgeslagen –
om niets, om schemer,
omdat in die hoek
iemand voor voyeur
speelt – de bladwijzer?
de bladwijzer is zoek.

 

 

Malacosóma Neustria

De eerste decade juni
met grijsgroen dorstig weer
kwamen ze uit – zoals verwacht
maar ik was doodgelukkig.

het waren nieuwelingen
voor mij: lasiocámpidae
of een ondersoort daarvan,
oude liefde opnieuw.

– zacht lijf, koffiekleurige
dikke leeuwtjes maar koffie
met veel zoete melk,
heel lief maar zonder tong –

ik kon niet weten
dat het weerbericht regen wilde
die elfde juni – had ik ze
anders van mijn naald gered?

ik wist alleen dat de vrouwtjes
groter waren, langer leefden,
en dat de copula kortstondig
was daar in het gras.

 


Wilfred Smit (24 juni 1933 -13 augustus 1972)

 

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook alle tags voor Yves Bonnefoy op dit blog.

 

De dialoog van Angst en Verlangen

II 

En ik denk aan Kore, de afwezige; die in haar handen
Het zwarte schitterende hart van de bloemen genomen heeft
En die viel, het zwart drinkend, de niet-geopenbaarde,
Op de weide van licht -en van duisternis. Ik begrijp
Die misstap, de dood. Graflelies, jasmijnen
Komen uit ons land. Oevers van ondiep
En helder en groen water laten er het duister
Van het binnenste van de aarde beven… Toe maar, neem,
Het vergrijp de bloem geplukt te hebben is ons kwijtgescholden,
Het hele wezen kromt zich rond een eenvoudig zeggen,
Grijzen verliezen zich in de rijpe vrucht.

Het ijzer van de oorlogswoorden verdwijnt,
Zonder terug te keren, in de gelukkige materie.

 

Vertaald door Hans Tentije

 


Yves Bonnefoy (24 juni 1923 – 1 juli 2016)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook mijn blog van 24 juni 2023 en ook mijn blog van 24 juni 2020 en eveneens mijn blog van 24 juni 2019 en ook mijn blog van 24 juni 2018 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 16:41 Reageer op dit bericht

Pascal Mercier, Anna Achmatova

De Zwitserse schrijver en filosoof Pascal Mercier (eig. Peter Bieri) werd geboren op 23 juni 1944 in Bern. Zie ook alle tags voor Pascal Mercier op dit blog.

Uit: Het gewicht van de woorden (Vertaald door Els Snick)

“Welcome home, Sir; zei de beambte bij de paspoortcontrole op de luchthaven van Londen. Simon Leyland keek hem aan op de manier waarop je naar iemand kijkt die juist iets belangrijks heeft gezegd, iets wat je raakt. Hij nam zijn pas in ontvangst. “thank you,’ zei hij, ‘thank you very much’. Langzaam liep hij door de gang naar de roltrap die naar de bagageafgifte beneden leidde. Af en toe ging hij aan de kant, stond even stil en bekeek alles alsof het de eerste keer was dat hij dit allemaal zag. Op de trap bladerde hij vervolgens door zijn paspoort en bekeek zijn foto. Hij had hem voor het laatst bekeken in zijn werkkamer in Triëst. Daar was het nog de foto geweest van een man die geen toekomst meer had. Nu zag hij een man die weer een toekomst voor zich had. Hij kon het nog steeds niet helemaal geloven. Hij liet zijn blik lang op de foto rusten en struikelde onderaan de trap toen de trede waarop hij had gestaan wegschoof onder de grond. Terwijl hij op zijn koffer wachtte, dacht hij erover na hoe hij zijn paspoort in Triëst in de lade had gelegd bij de andere documenten, die door zijn kinderen gevonden zouden worden. Zonder te weten waarom hij dat deed, had hij zijn pas met zijn vlakke hand stevig op de papieren gedrukt. Het gebaar had iets definitiefs gehad, een druk die iets bezegelde, en terwijl hij de beweging maakte, was hij er zelf van geschrokken. Dat was in september geweest, op een snikhete dag met sirocco. Nu was het november, en het vliegtuig was geland in een fijne mist. Leyland stapte op de trap af die naar de metro liep en bleef bovenaan staan. Hij keek naar het grote, lichtende logo van de metro, de brede rode cirkel met dwars erdoorheen de blauwe balk waarop in witte letters underground stond. Hij was een jaar of vier geweest toen hij dit voor het eerst had gezien. Zijn moeder en hij waren met de trein van Oxford naar Londen gegaan, ze waren in Paddington Station uitgestapt en hadden daar de metro genomen. De Londenaars spraken van de tube en waren er trots op de oudste metro van de wereld te bezitten, had zijn moeder verteld. Betoverd had hij in het donkere gat van de tunnel gekeken, met die roetzwarte, dikke bundel kabels die langs de muren liepen. Ver in het donker verschenen plotseling vaalgele lichten die steeds groter en helderder werden, begeleid door een mysterieus en onheilspellend gerommel dat steeds harder klonk.”

 

 


Pascal Mercier (Bern, 23 juni 1944)

 

 

De Russische dichteres Anna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook alle tags voor Anna Achmatova op dit blog.

 

Juli 1914

Er hangt haarrook. Er smeult allerwegen
Droge turf, al een maand, in het moer.
Heden hebben de vogels gezwegen
En geen esp die een blad meer verroert.

Zo werd zon tot een blijk van Gods toorn,
Sinds de Paas dorde weide en veld.
Op één been kwam een man aangezworven
Die, alleen op het erf, heeft gemeld:

‘Een getij van verschrikkingen nadert.
Dra verdringen de graven de grond.
Weest bedacht op pest, honger, verraders
en verduistering van ster, maan en zon.

Doch de vijand zal niet zich vermaken
Met de deling van ons grondgebied:
Moeder Gods dekt wit met een wade
Ons onmetelijk leed en verdriet.’

2

Jeneverbesgeur vliegt van ginder
Uit de bosbranden zoetig hierheen.
De soldatenvrouw kermt bij haar kinders,
Heel het dorp schalt van weduwgeween.

Niet om niet zijn gebeden gestegen,
Want de grond heeft naar regen gesnakt!
Warm rood vocht heeft de akkers doorzegen
En de oogst ligt te velde geknakt.

Leeg de hemel, de lage, de lage
En de stem van een biddende zacht:
‘Heilig lichaam dat wond wordt geslagen,
Ze verdobblen Uw purperen dracht.’

 

 

Vertaald door Marko Fondse en Jan Robert Braat

 


Anna Achmatova ( 23 juni 1889 – 5 maart 1966)
Portret door Alexander Osmerkin, 1939-40

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn blog van 22 juni 2020 en eveneens mijn blog van 22 juni 2019 en ook mijn blog van 22 juni 2018 en ook mijn blog van 22 juni 2014 deel 1.

Geschreven door Romenu om 15:07 Reageer op dit bericht

Fronleichnam (Gertraud von Bullion), Jaap Robben, Anna Achmatova

 

Bij Sacramentsdag

 

 


De sacramentsprocessie door Jean Mayné, 1878

 

 

Fronleichnam

Der Herr geht vorüber – die Menge drängt dicht,
Doch sein Blick ruht auf Dir, weißt Du, was er spricht?
„Mein Kind, deine Pein, ich kenne sie wohl,
Der Liebe und Sehnsucht ist’s Herz Dir so voll.
Blick deshalb nicht trübe hinein in die Welt,
Die verlangende Seele ist’s, die mir gefällt!
Was ist’s mit den Satten, die immer nur ruhn,
Statt dass sie Werke der Liebe tun?
 

Das Leben ist Kampf, durch Täler zur Höh‘!
Zage nicht Seele, Dein Streiten ich seh‘.
Und bist Du ermattet im harten Strauß,
Sieh, liebend breit ich die Arme schon aus,
Wartend mit mütterlich-sehnsüchtigem Schmerz,
Dich, o mein Kind, zu nehmen ans Herz. –

Achte nicht Deiner Schwachheit und Schuld,
Hör‘ Deine Bitten, Deine Klagen voll Huld,
Fühl‘ Deiner Sehnsucht wild brennende Glut,
Wie Du es meinst – ich versteh Dich so gut.
Lass mich nicht warten, vertrau und komm,
Ich halt‘ Dir bereit meiner Liebe Wonn‘!“ –

Der Herr geht vorüber! – Wie himmlisches Licht
es plötzlich ins Dunkel der Seele mir bricht.
Mich fesselt das Brot! – – Ich sink‘ in die Knie!
„Mein Jesus, mein König, zu Dir hin ich flieh.
Mein Schifflein kämpfet in Sturm und in Not!
Gebiete den Wellen! Sei Du mein Pilot! –

Befehle im Schifflein, wie’s Dir dünket recht,
Du sollst sein Herr sein, und ich sei dein Knecht,
Nein – Knecht nicht – denn Liebe vereint mich Dir,
Gabst selbst den Titel des Kindes mir.
Drum hab‘ ich Dich lieb, wie arm ich auch bin,
Nimm, Jesus, mein König, nimm ganz mich hin!“

Der Herr ging vorüber. – Die Wogen sind glatt,
Weil Jesus Stille geboten hat.
Zwei Augen spiegeln Frieden und Ruh,
Und ringsum die Glocken jubeln dazu:
„Der Herr ging vorüber.“

 

 


Gertraud von Bullion (11 september 1891 -11 juni 1930)  
De Stiftskirche in Würzburg, de geboorteplaats van Gertraud von Bullion

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

Uit: Birk

“In mijn tong jeukten mieren, mijn voeten waren zwaar. Ik stond in mijn zwembroek en met de handdoek om mijn schouders bij de achterdeur. Mama was de keuken binnengekomen, maar had me nog niet aangekeken. ‘Daar ben je’, zei ze alleen en ze tilde het deksel van de pan. Met een pollepel schepte ze eerst mijn soepkom vol, daarna de hare. Haar wijsvinger roerde in mijn soep. ‘Je kunt het al prima eten.’Ik ging op mijn stoel zitten en staarde naar de lome damp van mijn soep. `Laat maar niet te veel voor papa over, had hij hier maar op tijd moeten zijn.’ Lepelend liep ze terug naar haar naaimachine in de zitkamer. ‘Ik moet nog even iets afmaken.’ Mijn handen lagen stil op tafel. Van binnen trilden ze. Boven het raam klonk het gekras van meeuwen die hun snavel aan de dakgoot scherpten. Ik wist dat ik moest eten van mijn soep, maar meer dan het vastpakken van de lepel lukte me niet. Toen ik een slok water uit mijn glas nam, leek ik te stikken. Ik kokhalsde. Een beetje van wat naar boven kwam, verdween in mijn groentesoep. Wat ernaast terechtkwam, veegde ik vlug weg met mijn hand. Mama zag het niet. Ze zat voorovergebogen op haar stoel en keek geconcentreerd naar de naald van haar ratelende naaimachine en onderbrak dat geratel alleen om te zien of ze nog wel recht ging. Even later kwam mama naar de keuken voor het flesje Maggi uit het kruidenrek. Ze duwde haar heupen tegen het aanrecht en boog zich naar het raam. ‘Hij blijft weer eens lang weg. ‘Mijn hart wilde weg uit mijn borst, ik stak de lege lepel in mijn mond. ‘Word later nooit zoals je vader’, zei ze glimlachend. ‘Met zo’n vent kun je toch geen afspraken maken.’ Voor ik kon antwoorden, begon het gehengst van de naaimachine weer.
Hoe harder ik beet op de mieren in mijn tong, hoe erger ze krioelden. De schemer maakte een spiegel van het raam. Ik kon mezelf aankijken, maar durfde niet. Mama trapte met haar voet de klep van de pedaalemmer open en liet een paar sliertjes stofvallen. ‘Eet je niks?’ Ik haalde schokkerig mijn schouders op. ‘Kun je niet meer praten? ‘Ik heb genoeg, zei ik. ‘Dat was niet veel dan.’
‘Straks nier als een klein kind gaan zeuren dar je war anders moet hebben.’ Ze nam mijn kommetje, kieperde de soep terug in de pan en zette hem samen met dat van haar op het aanrecht. De pan en de soepkom voor mijn vader bleven staan.”

 

 


Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 

 

De Russische dichteres Anna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook alle tags voor Anna Achmatova op dit blog.

 

 

Scheppen

Meest gaat het zo: een onbenoembaar smachten
En in mijn oor een klok die door blijft slaan;
Het ver gerol van donder wordt al zachter.
Ik meen gevangen stemmen te verstaan
Die ik niet ken, maar ‘k hoor hun kermend janken.
’t Is of een toverkring zich nauwer sluit.
Maar uit die baaierd van geruis en klanken
Zwelt één onstuitbaar, alles slaand geluid.
De stilte daaromheen is zo volslagen
Dat hoorbaar wordt hoe gras groeit in het bos
En hoe een pelgrimstas wordt voortgedragen.
Als ’t zover is komen de woorden los,
Signaalgebel van vederlichte rijmen, –
Dan, gaandeweg, krijg ik op alles vat
En zomaar voorgezegde woorden rijen
Tot vers zich aan op het sneeuwwitte blad.

 

 

Vertaald door Marko Fondse en Jan Robert Braat

 


Anna Achmatova ( 23 juni 1889 – 5 maart 1966)
Portret door Alexander Osmerkin, 1939-40

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn blog van 22 juni 2020 en eveneens mijn blog van 22 juni 2019 en ook mijn blog van 22 juni 2018 en ook mijn blog van 22 juni 2014 deel 1.

Geschreven door Romenu om 17:06 Reageer op dit bericht

Summer Solstice (Rose Styron), Anne Carson

 

Bij de zomerzonnewende

 

 


Summer Solstice  door Johm Morrow, 2020

 

 

Summer Solstice

Suddenly,
there’s nothing to do
and too much—
the lawn, paths, woods
were never so green
white blossoms of every
size and shape—hydrangea,
Chinese dogwood, mock orange
spill their glistening—

Inside, your photographs
and books stand guard
in orderly array. Your
half of the bed is smooth,
the pillows plump, the phone
just out of reach beyond it.

No one calls early—they
remember your late hours.
The shades are down, so
sunlight’s held at bay
though not the fabulous winged
song of summer birds
waking me as ever, always in our
favorite room, our season.
Yesterday’s mail on the desk
newspaper, unread. Plans for the day
hover bright out all our doors—

Don’t think of evening.

 


Rose Styron (Baltimore, 4 april 1928)
De binnenhaven in Baltimore

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

Autobiografie van rood

9 Ruimte en tijd

Tegen de achtergrond van een ander krijgt wat we doen en laten scherpte.

Geryon stond versteld van zichzelf. Hij zag Herakles nu bljna iedere dag.
Het natuurlijke dat zich
tussen hen voordeed zoog elke druppel uit de muren van zijn bestaan zodat alleen de
geesten overbleven die ritselden
als een oude landkaart. Hij had niemand iets te zeggen. Voelde zich los en glanzend.
In aanwezigheid van zijn moeder brandde hij.
Ik ken je haast niet meer, zei ze tegen de deurpost van zijn kamer geleund. Het had
plotseltng onder het eten geregend, maar
nu schrokken de druppels op de ruit van de zonsondergang. Verschaalde vredigheid
van voorbije bedtijden vulde de kamer.
Ik word van liefde niet zacht of aardig, dacht Geryon terwijl ze elkaar vanaf de
tegenovergelegen oevers van het licht bekeken.
Hij vulde zijn zakken met geld, sleutels, film. Zij tikte met een sigaret
op de rug van haar hand.
Ik heb vanmiddag wat schone T-shirts in je bovenste la gelegd, zei ze.
Haar stem trok een kring
om de jaren dat dit al zijn kamer was. Geryons blik ging even omlaag.
Deze is schoon, zei hij,
zo hóórt hij. Het T-shirt was hier en daar gescheurd.
Rode letters GOD LOVES LOLA.
Blij toe dat ze mijn rug niet ziet bedacht hij, en hij schoot met een schouderbeweging
zijn jack aan en stopte de camera in zijn zak.
Hoe laat ben je thuis? vroeg ze hem. Niet zo laat. Hij was één bonk schaamteloos
onversneden verlangen om weg te zijn.
Wat vind je zo aardig aan die jongen die Herakles kun je dat zeggen?
Nou en of, dacht Geryon.
Honderden dingen die hij niet kon zeggen overstroomden zijn geest. Herakles weet
veel over kunst. We hebben fijne gesprekken.
Ze keek hem niet aan maar langs hem heen en stak de sigaret onaangestoken weg
in de borstzak van haar blouse.
‘Hoe ziet afstand eruit?’ is een eenvoudige rechtstreekse vraag. Afstand strekt zich uit
van een ruimteloos binnen
naar de rand van iets waarvan je kunt houden. De afstand ertussen ligt aan het licht.
Een vuurtje? vroeg hij en
hij viste een pakje lucifers uit zijn jeans en was al op weg naar haar toe.
Nee dank je lieverd.
Ze wendde zich af. Ik moet er echt eens mee stoppen.

 

Vertaald door Marijke Emeis

 

 


Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 21e juni ook mijn blog van 21 juni 2020 en eveneens mijn blog van 21 juni 2019 en ook mijn blog van 21 juni 2014 deel 1, en deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Mohamed Mbougar Sarr, Anne Carson

De Franstalige Senegaleseschrijver Mohamed Mbougar Sarr werd geboren in Dakar op 20 juni 1990. Zie ook alle tags voor Mohamed Mbougar Sarr op dit blog.

Uit: De diepst verborgen herinnering van de mens (Vertaald door Jelle Noorman)

“De Afrikaanse auteurs van mijn generatie, die je binnenkort al niet meer de jonge garde kunt noemen, hebben dankzij T.C. Elimane de kans gekregen elkaar in vrome, bloederige literaire steekspelen aan hun spies te rijgen. Zijn boek hield het midden tussen een kathedraal en een strijdperk; we betraden het als de graftombe van een god en eindigden er geknield in het bloed dat we hadden geplengd ter ere van het meesterwerk. Eén enkele pagina volstond om ons ervan te overtuigen dat we een schrijver lazen, een hap., zo’n ster die slechts eenmaal aan het firmament van de literatuur verschijnt.
Ik herinner me een van de vele etentjes die we doorbrachten in het gezelschap van zijn boek. In het heetst van de discussie had Béatrice, de sensuele, energieke Béatrice Nanga die me naar ik hoopte ooit tussen haar borsten zou verstikken, met uitgeslagen klauwen verkondigd dat alleen de werken van ware schrijvers het waard waren om met getrokken messen te bediscussiëren, dat alleen die als een exquise drank het bloed verhitten en dat we de literatuur te schande zouden maken als we ons, omwille van een slappe, weekdierwaardige consensus, onttrokken aan de vurige confrontatie waartoe ze opriepen. Een ware schrijver, had ze eraan toegevoegd, zet aan tot dodelijke discussies onder ware lezers, die altijd met elkaar in oorlog zijn; als je het er niet voor overhebt om kapot te gaan in het strijdperk en als een buzkashi-ruiter zijn karkas in de wacht te slepen, dan kun je wat mij betreft oprotten en creperen in die lauwe pis die jullie voor speciaalbier aanzien: dan ben je allesbehalve een lezer, laat staan een schrijver.
Ik viel Beatrice Nanga bij in haar vlammende reprimande. T.C. Elimane was geen klassiek auteur maar een cultschrijver. De literaire mythe is een speeltafel. Elimane was aangeschoven en had de drie grootste troeven neergelegd die je maar in handen kon hebben: ten eerste had hij een naam met geheimzinnige initialen gekozen; ten tweede had hij slechts één boek geschreven; en ten slotte was hij spoorloos verdwenen. Ja, het was het waard om je vol overgave in het spel te storten en te proberen zijn karkas te bemachtigen.
Je kon betwijfelen of er ooit werkelijk een T.C. Elimane had bestaan en je kon je afvragen of dat niet een pseudoniem was geweest dat een auteur zich had aangemeten om het literaire wereldje een loer te draaien of de rug toe te keren, maar over de krachtige waarheid van zijn boek was geen twijfel mogelijk: zodra je het had dichtgeslagen, stroomde het leven, wam en puur, terug in je ziel.”

 


Mohamed Mbougar Sarr (Dakar, 20 juni 1990)

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

 

Autobiografie van rood

7 Wisselgeld

Geryon wist toch de puberteit te bereiken.

Toen kwam hij Herakles tegen en de koninkrijken van zijn leven schoven een stukje
omlaag. Ze waren twee verheven
palingen op de bodem van de bak en herkenden elkaar als lopend schrift.
Rond drie uur op een vrijdagnacht wilde Geryon
bellen naar huis en liep het busstation in om geld te wisselen. Herakles stapte uit
de bus uit New Mexico
en Geryon rende de hoek om van net perron en het was zo’n moment dat
net tegendeel van blindheid is.
De wereld stroomde een paar maal tussen hun ogen neen en weer. Andere mensen
die uit de bus wilden stappen
verdrongen zich achter Herakles die stilstond op de onderste tree en met één hand
zijn koffer vasthield en met de ander
probeerde zijn hemd in zijn broek te stoppen. Kun je een dollar wisselen?
hoorde Geryon Geryon vragen.
Nee. Herakles staarde Geryon aan. Maar ik wil je wel een kwartje geven.
Waarom zou je?
Ik geloof in hoffelijkheid. Een paar uur later stonden ze bij de spoorbaan
dicht bij elkaar
naast het wisselsignaal. De gigantische nacht trok boven hen over en sprenkelde
druppels uit van zichzelf.
Je hebt het koud, zei Herakles ineens, je hebt koude handen. Hier
Hij stopte Geryons handen onder zijn hemd.

 

 

Vertaald door Marijke Emeis

 


Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e juni ook mijn blog van 20 juni 2020 en eveneens mijn blog van 20 juni 2019 en ook mijn blog van 20 juni 2015 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:56 Reageer op dit bericht

Salman Rushdie, Anne Carson

De Indisch-Britse schrijver en essayist Salman Rushdie werd geboren in Bombay op 19 juni 1947. Zie ook alle tags voor Salman Rushdie op dit blog.

Uit: Mes. Gedachten na een poging tot moord (Vertaald door Karina van Santen en Martine Vosmaer)

“Wat ik niet wist, was dat mijn would-be-moordenaar al aanwezig was op het terrein van het Chautauqua-instituut. Hij was binnengekomen met een valse ID, zijn nepnaam was samengesteld uit echte namen van bekende sjiitische moslimextremisten, en zelfs toen we naar het restaurant liepen en terug naar het hotel waar we verbleven, was hij daar ook ergens, hij was er al een paar dagen, zwierf rond, sliep buiten, verkende de plek van zijn voorgenomen aanslag, en maakte zijn plannen, zonder te worden opgemerkt door bewakingscamera’s of beveiligers. We hadden hem elk moment kunnen tegenkomen.
Ik wil zijn naam niet gebruiken in dit verslag. Mijn Aanvaller, mijn would-be-Assassino, de Achterlijke man die Aannames over mij maakte, die met mij een bijna dodelijke Afspraak had… Ik merkte dat ik hem in gedachten, het zij me misschien vergeven, Asshole noemde. Maar ten behoeve van deze tekst zal ik hem iets welvoeglijker ‘de A.’ noemen. Hoe ik hem in de privacy van mijn huis noem is mijn eigen zaak.
Deze ‘A.’ nam niet de moeite iets te weten te komen over de man die hij had besloten te vermoorden. Hij gaf zelf toe dat hij nauwelijks twee bladzijden van mij had gelezen en een paar YouTube-video’s van mij had bekeken, meer was niet nodig. Hieruit kunnen we opmaken dat de aanslag in elk geval niet over De duivelsverzen ging.
In dit boek zal ik proberen te begrijpen waarover dan wel. Op de ochtend van 12 augustus hadden we een vroeg ontbijt met de sponsors van het evenement op het zonnige terras van het deftige Athenaeum Hotel van het instituut. Ik houd niet van een groot ontbijt en hield het bij koffie en een croissant. Ik maakte kennis met de Haïtiaanse dichter Sony Ton-Aime, die de Michael I. Rudell-leerstoel letterkunde bekleedde, en ons zou introduceren. Er was wat boekengebabbel over de slechte en goede kanten van het bestellen of niet bestellen van boeken bij Amazon. (Ik bekende dat ik het soms deed.) Toen liepen we door de hotellobby en over een klein plein naar de ruimte achter de coulissen van het am$ theater waar Henry me voorstelde aan zijn negentigjarige moeder, wat leuk was.
Vlak voordat we het podium op gingen, kreeg ik een enveloppe met een cheque – mijn sprekershonorarium. Ik stopte hem in de binnenzak van mijn jasje en toen was het showtime. Sony, Henry en ik liepen het podium op.”

 


Salman Rushdie (Bombay, 19 juni 1947)

 

 

De Canadese dichteres, essayiste en vertaalster Anne Carson werd geboren op 21 juni 1950 in Toronto. Zie ook alle tags voor Anne Carson op dit blog.

 

TANGO XIX. EN IK ZAL GEKNIELD AAN DE WATERKANT VAN DE DOORZICHTIGE ZEE VAN MODDER EN ZOUT EEN NIEUW HART VOOR MIJZELF MODELLEREN

 

Een echtgenote wordt beheerst door het zijn.
Waarom geef je je niet gewonnen? is eenvoudig gezegd.
Maar stel dat uw man en een zekere donkere dame
er genoegen in scheppen vroeg op de middag elkaar in een bar te ontmoeten.
Liefde is niet op voorwaarde dat.
Leven is op vele voorwaarden dat.
De echtgenote stelt zich op aan de overkant van de straat op een omsloten veranda.
Kijkt hoe de donkere dame
haar hand uitsteekt om zijn slaap aan te raken alsof ze er iets op laat doorsijpelen.
Kijkt hoe hij
licht vooroverbuigt naar de vrouw dan terug. Ze zijn allebei ernstig.
Hun ernst maakt haar kapot.
Mensen die samen ernstig kunnen zijn, dat zit diep.
Er staat een fles mineraalwater tussen hen in op de tafel
met twee glazen.
Dronkenmakers niet nodig!
Wanneer heeft hij deze
nieuwe puriteinse smaak ontwikkeld?
Een koud schip

verlaat ergens diep in de echtgenote de haven en
glijdt er vandoor naar de vlakke grijze einder,

geen vogel geen zuchtje in zicht.

 

Vertaald door Marijke Emeis

 


Anne Carson (Toronto, 21 juni 1950)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 19e juni ook mijn blog van 19 juni 2022 en ook mijn blog van 19 juni 2020 en eveneens mijn blog van 19 juni 2019 en ook mijn blog van 19 juni 2018.

Geschreven door Romenu om 16:35 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten