Lidy van Marissing

De Nederlandse schrijfster en dichteres Lidwina Maria Irene (Lidy) van Marissing werd geboren in Bussum op 26 april 1942. Van Marissing volgde de sociale academie in Amsterdam, de stad waar zij in 1960 ging wonen. In 1964 werd zij medewerkster op de kunstredactie van de Volkskrant. De 28 interviews met kunstenaars die zij voor dat dagblad maakte, werden in 1971 gebundeld uitgegeven. Zij debuteerde met poëzie in het literair tijdschrift Ontmoeting. In 1965 zond zij een dichtbundel in voor de Reina Prinsen Geerligsprijs. Die werd toegekend aan Henk van Kerkwijk, maar Van Marissing kreeg een eervolle vermelding. De bundel is echter nooit gepubliceerd. Voor het tijdschrift Raster was zij mederedacteur van de boeken die in de Rasterreeks verschenen in de jaren 1972-1975. In Raster verschenen haar prozacollages. Door het toepassen van aan de film ontleende montagetechnieken streefde zij ernaar aan te tonen dat de beleving van het individu onbewust wordt gestuurd door de maatschappij. Dit blijkt uit onder meer “Ontbinding” (een “anti-roman”, 1972) en “De omgekeerde wereld” (1975). Daarmee schaarde zij zich bij de post-avant-garde van Sybren Polet en Jacq Vogelaar. Lidy van Marissing maakte met filmregisseur Frans van de Staak de filmscripts voor “Er gaat een eindeloze stoet mensen door mij heen” en “Op uw akkertje”. Haar toneelstuk “De vrouw die een rookspoor achterliet” verfilmde Van de Staak in 1992 onder de titel “Rooksporen”. In april 2024 werd de driejaarlijkse Sybren Poletprijs voor experimentele literatuur aan haar toegekend.
In het voorbijgaan
wat de ochtend bracht haalde de middag
weg, verliezend zich weldra in blauwbestoven
nacht, wij zoeken
al het moois bij elkaar
en laten de rest, de boel
draait lelijk door, wij vegen onze
voeten, graaien met handen vol gaten
wat de nacht niet haalde; alleen
in het voorbijgaan zich tonend: een vlaag
de ochtend, een lichtspel de middag
een doek over de kop een droom, wie
slaapt wordt vroeg of laat
wakker als een ander (met kleurige
veren beplakt of begroeid, de oren gespitst)
springt uit de varens wuivend
te voorschijn; elke ochtend begint
weer van voren (ruggelings valt herinnering
binnen) wij kijken liever
niet achterom, een ruis de eerste uren
wat vloeit de vroege dag, wat morgen ook
gebracht wordt, de avond haalt het in
Mensen over de vloer
kijk maar, er wordt geleefd zoals er wordt gegeten
in deze kamer ruikt het naar bananen
de bezoekers laten zich op sleeptouw nemen door
verzinsels, de bewoners
komen niet meer bij van het lachen
geschiedenis vermengt zich met geklets, bloemrijke
verhalen die ware gebeurtenissen/lotgevallen
aan het oog onttrekken
of de verteller weet dat-ie liegt kun je niet zien
ook hij is een vel papier dat steeds weer dichtgroeit
zoals de slaper gaat slapen om weer deel te worden
van de duisternis, met de klok mee

Lidy van Marissing (Bussum, 26 april 1942)








































