Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Carl Sandburg, Jens Johler, E. L. Doctorow, Anja Meulenbelt

De Amerikaanse dichter Carl Sandburg werd geboren op 6 januari 1878 in Galesburg, Illinois. Zie ook alle tags voor Carl Sandburg op dit blog.

 

 

Our Prayer of Thanks

 

For the gladness here where the sun is shining at evening on the weeds at the river,

Our prayer of thanks.

 

For the laughter of children who tumble barefooted and bareheaded in the summer grass,

Our prayer of thanks.

 

For the sunset and the stars, the women and the white arms that hold us,

Our prayer of thanks.

 

God,

If you are deaf and blind, if this is all lost to you,

God, if the dead in their coffins amid the silver handles on the edge of town, or the reckless dead of war days thrown unknown in pits, if these dead are forever deaf and blind and lost,

Our prayer of thanks.

 

God,

The game is all your way, the secrets and the signals and the system; and so for the break of the game and the first play and the last.

Our prayer of thanks.

 

 

 1067436-cfb472bc771dd2526f67f4280dd22882.jpg

Carl Sandburg (6 januari 1878 - 22 juli 1967)
Carl Sandburg en zijn vrouw Lillian

 

 

 

De Duitse schrijver Jens Johler werd geboren op 6 januari 1944 in Neumünster. Zie ook mijn blog van 6 januari 2009 en ook mijn blog van 6 januari 2010  en ook mijn blog van 6 januari 2011.

 

Uit: Gottes Gehirn

 

“Zwischen den Weiden, deren Zweige bis hinunter ins Wasser reichten, konnte Britta jetzt das Haus sehen. Alles schien wie sonst. Der Wagen stand im Carport, also war John zu Hause. Irritierend war nur der Lieferwagen mit dem Dell-Logo, der in der Einfahrt stand. Hatte John sich einen neuen Computer bringen lassen? Das hätte sie sehr gewundert, benutzte er doch die neuen Geräte ausschließlich in der Universität. Zu Hause begnügte er sich immer noch mit seinem alten Mac, auf dem damals das Buch entstanden war. Merkwürdig, obwohl er einen so strengen mathematischen Verstand hatte, war John zutiefst abergläubisch. Sie hatte ihn schon oft damit aufgezogen, dass er glaubte, der Zauber seines Erfolges würde sofort verfliegen, wenn er seinem alten Mac untreu würde.

Britta drosselte den Motor und nahm Kurs auf den Landungssteg. Sie war nun doch beunruhigt. Zwei Männer hatten die Hecktüren des Transporters geöffnet und offenbar in höchster Eile eine Trage ins Haus gebracht, auf der jemand zu liegen schien. Was ging hier vor? War John etwas passiert? Warum kamen die Männer mit der Trage aus einem Dell-Transporter?

Für einen Augenblick war Britta unaufmerksam gewesen. Es gab einen fürchterlichen Schlag, ein heftiger Ruck zog ihr den Boden unter den Füßen weg, und sie prallte gegen die Frontscheibe der Steuerkabine. Ich hab den Steg gerammt, dachte sie noch, dann wurde ihr schwarz vor Augen.

Als sie wieder zu sich kam und sich benommen am Steuer hochzog, sah sie, wie dicke, schwarze Rauchschwaden aus dem Haus drangen. Mit einem Satz sprang sie vom Schiff auf den Anlegesteg und begann zu laufen.”

 

 

1067436-aa03059a6886f22187127a9df17e9973.jpg
Jens Johler (Neumünster, 6 januari 1944)

Neumünster, raadhuis 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Edgar Laurence Doctorow werd geboren op 6 januari 1931 in New York. Zie ook alle tags voor E. L. Doctorow op dit blog.

 

Uit: City Of God

 

„I would like to find an astronomer to talk to. I think how people numbed themselves to survive the camps. So do astronomers deaden themselves to the starry universe? I mean, seeing the universe as a job? (Not to exonerate the rest of us, who are given these painful intimations of the universal vastness and then go about our lives as if it is no more than an exhibit at the Museum of Natural History.) Does the average astronomer doing his daily work understand that beyond the celestial phenomena given to his study, the calculations of his radiometry, to say nothing of the obligated awe of his professional life, lies a truth so monumentally horrifying-this ultimate context of our striving, this conclusion of our historical intellects so hideous to contemplate-that even one's turn to God cannot alleviate the misery of such profound, disastrous, hopeless infinitude? That's my question. In fact if God is involved in this matter, these elemental facts, these apparent concepts, He is so fearsome as to be beyond any human entreaty for our solace, or comfort, or the redemption that would come of our being brought into His secret.

-At dinner last night, code name Moira. After having seen her over the course of a year or two and having spoken to her only briefly, always with the same sign within myself, I have come to recognize some heightened degree of attention, or a momentary tightness in the chest, perhaps, or a kind of, oddly, nonsexual arousal, that usually gives way in a moment to a sense of loss, to a glimpse of my own probably thrown away life, or more likely of the resistant character of life itself in refusing to be realized as it should be ... I understood as I found myself her dinner partner why, finally, it was worthwhile to endure a social life in this crowd.“

 

 

 1067436-15a6227fe3ed37b278ddbe84081790bc.jpg

E. L. Doctorow (New York, 6 januari 1931)





De Nederlandse schrijfster, publiciste, feministe en politica Anja Meulenbelt werd geboren in Utrecht op 6 januari 1945. Zie ook alle tags voor Anja Meulenbelt op dit blog.

 

Uit: De schaamte voorbij

 

„Ga je nog mee naar de Pieter, zegt een van de vrouwen van de werkgroep na afloop van de avond.

We hebben hard gewerkt, zeven vrouwen en drie mannen van wie er twee aardig en homofiel zijn en de derde aardig en bedeesd. Skriptie over vrouwen in deze maatschappij, waar we als themagroep aan de universiteit toestemming voor kregen na gezeik of we het verband met de klassenstrijd wel konden aantonen. Daar gaan we nu juist op studeren, zeiden we, en omdat nog niemand het verband tussen feminisme en klassenstrijd heeft aangetoond zou het wel goed zijn als wij toestemming kregen om er aan te beginnen. Maar dat was niet voldoende reden en dus produceerden we maar een papiertje waar wat blabla op stond in hun jargon, tenslotte wisten we er altijd nog meer van dan de heren die ons officieel moesten goedkeuren en nu mogen we een heel jaar werken aan vrouwen.

 Ik weet het niet, ik ben moe zeg ik.

De vrouwenbeweging vult langzaam maar zeker mijn hele week op, open avonden op de Zocherstraat om nieuwe praatgroepvrouwen op te vangen, de vergaderingen van de Vrouwenkrant, stukjes schrijven, voorbereidingen voor het kongres. De praatgroep is nu afgelopen, na een jaar. We wilden andere dingen gaan doen, het bewustwordingsproces gaat vanzelf door, niet meer te stuiten. En tijdens het stencillen, vergaderen blijven we praten over onze eigen ervaringen. En dan is er Armin, ik blijf nog steeds moeder en huisvrouw tussen mijn studie door, en verder al mijn aktiviteiten om een beetje geld te verdienen naast mijn beurs, vijfhonderd gulden ekstra. Per jaar. Om een kind van tien van te onderhouden, die meer eet dan ik en meer kleren verslijt en met schoolreisjes mee moet en kadootjes moet kopen voor vriendjes en een fiets om naar school te gaan. En voortdurend zijn zijn schoenen stuk van het voetballen.“

 

 

 1067436-7243b1531ef1e0efc89b00b442ba4b49.jpg

Anja Meulenbelt (Utrecht, 6 januari 1945)
Geschreven door Romenu om 11:46 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Umberto Eco, Friedrich Dürrenmatt, Ngũgĩ wa Thiong'o, Paul Ingendaay, László Krasznahorkai, Forough Farokhzad

De Italiaanse schrijver Umberto Eco werd geboren op 5 januari 1932 in Allasandria. Zie ook mijn blog van 5 januari 2007 en ook mijn blog van 5 januari 2008 en ook mijn blog van 5 januari 2009 en ook mijn blog van 5 januari 2010 en ook mijn blog van 5 januari 2011.

 

Uit: De begraafplaats van Praag (Vertaald door Yond Boeke en Patty Krone)

 

“Ik voel een zekere gêne nu ik me aan het schrijven zet, net alsof ik mijn ziel blootleg, op bevel – nee, laten we zeggen: op instigatie – van een Duitse Jood (of een Oostenrijkse, maar dat komt op hetzelfde neer). Wie ben ik? Wellicht kan ik mezelf beter vragen stellen over de hartstochten waardoor ik wellicht nog gedreven word dan over de feitelijkheden van mijn leven. Van wie hou ik? Er komen me geen geliefde gezichten voor de geest. Ik weet dat ik van lekker eten hou: alleen al bij het horen van de naam La Tour d’Argent trekt er een siddering door mijn hele lichaam. Is dat liefde?
Wie haat ik? Joden, zou ik bijna zeggen, maar het feit dat ik zo slaafs zwicht voor de aansporingen van die Oostenrijkse (of Duitse) arts, toont aan dat ik niets tegen die verdomde Joden heb.
Het enige wat ik over de Joden weet, is wat mijn grootvader me heeft geleerd: - Ze zijn het atheïstische volk par excellence, zei hij. Ze gaan uit van de visie dat het goede hier verwezenlijkt dient te worden, en niet aan geen zijde van het graf. En dientengevolge zetten ze zich uitsluitend in voor de verovering van deze wereld.
Mijn jeugdjaren zijn verziekt door hun spookbeeld. Grootvader vertelde me over hun ogen die je beloerden, ogen waar je bleek van wegtrok, over hun valse glimlachjes, hun lippen die ze als hyena’s over hun tanden omhoog krulden, die dreigende, ontaarde, dierlijke blikken van ze, die altijd zo gekwelde, door haat gedolven groeven tussen hun neus en lippen, die neus van ze, net de snavel van een roofvogel… En hun ogen… o, die ogen… Ze wentelen koortsig rond een pupil met de kleur van geroosterd brood en verraden ziektes van een lever die is aangevreten door de secreties van een achttien eeuwen durende haat, ze plooien zich over duizenden rimpeltjes die mettertijd steeds geprononceerder worden: als een Jood twintig is, lijkt hij al een oude kerel, zo verschrompeld is hij. Als hij lacht, gaan zijn dikke oogleden zo ver dicht dat er nog maar net een spleetje open blijft, kenmerk van sluwheid volgens sommigen, van wellust, preciseerde mijn grootvader…

 

 

 1067052-ab407270981d7551bd078824bc03ab64.jpg

Umberto Eco (Allasandria, 5 januari 1932)

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Friedrich Dürrenmatt werd geboren op 5 januari 1921 in Konolfingen. Zie ook mijn blog van 5 januari 2007 en ook mijn blog van 5 januari 2008 en ook mijn blog van 5 januari 2009 en ook mijn blog van 5 januari 2010 en ook mijn blog van 5 januari 2011.
 

Uit: Grieche sucht Griechin

 

“Es regnete stundenlang, nächtelang, tagelang, wochenlang. Die Straßen, die Avenuen, die Boulevards glänzten vor Nässe, den Gehsteigen entlang flossen Rinnsale, Bäche, kleinere Flüsse, die Automobile schwammen herum, die Menschen gingen unter Schirmen, waren in Mäntel gehüllt, liefen mit nassen Schuhen und immer feuchten Strümpfen, die Riesen, Putten und Aphroditen, die teils die Balkone der Palais und Hotels trugen, teils sonst an den Fassaden klebten, troffen, tropften, waren übergossen von Wasserfäden, von Vogelmist, der sich auflöste, und unter dem griechischen Giebel des Parlaments suchten zwischen den Beinen und Brüsten der patriotischen Reliefs die Tauben Schutz. Es war ein peinlicher Januar. Dann kam der Nebel, auch er tagelang, wochenlang, eine Grippeepidemie, nicht gerade gefährlich für anständige, sozial gesicherte Leute, zwar einige alte Erbonkel und Erbtanten dahinraffend, einige ehrwürdige Staatsmänner, doch sonst nur massenhaft die Vagabunden unter den Brücken am Strom. Dazwischen wieder Regen. Immer wieder.”

(…)

 

“Bibi kam mit Weib, zwei Mätressen und den sieben Kinderchen, von denen die ältesten, Theophil und Gottlieb, beinahe erwachsen waren. Magda-Maria, dreizehn Jahre, brachte einen Verehrer mit. Bibi erwies sich als ein gottvergessener Säufer, die Frau war vom "Onkel" begleitet, wie man ihn nannte, einem ausgedienten Kapitän, und nicht umzubringen. Es war ein Mordsspektakel, der selbst den Radsportfreunden zu viel wurde. Theophil prahlte von seinem Zuchthausaufenthalt, Gottlieb von einem Bankeinbruch, Matthäus und Sebastian, zwölf und neun Jahre, stachen mit Messern, und die beiden Jüngsten, Zwillinge, sechsjährig, Jean-Christoph und Jean-Daniel, rauften sich um eine Absinthflasche.”

 

 

 1067052-473c7af64f3c96622814d238475ed5d6.jpg

Friedrich Dürrenmatt (5 januari 1921 – 14 december 1990)

  

 

 

 

De Keniase schrijver Ngũgĩ wa Thiong'o werd geboren op 5 januari 1938 in Kamiriithu, Limuru, Kenia. Zie ook mijn blog van 5 januari 2007 en ook mijn blog van 5 januari 2008 en ook mijn blog van 5 januari 2009 en ook mijn blog van 5 januari 2010 en ook mijn blog van 5 januari 2011.

 

Uit: Petals of Blood

 

“Inspector Godfrey sat by the window of a first-class coach and watched the fields roll away: neat, man-controlled beauty of coffee and tea plantations on hillsides and valleys and ridges. His mind was not wholly on the undulating landscape between Ruwa-ini and Nairobi, but was still in New Ilmorog. He should now have been experiencing that inner satisfaction he always felt whenever he put a crime jigsaw puzzle together: but instead he felt an inner discomfort, a slight irritability. He was a little surprised at himself because this kind of unease was hopelessly out of character with the equanimity with which he was wont to view the flow of social and political events. Not that he was interested in the likes of Karega. For such destroyers of order he had no feelings. Inspector Godfrey, a self-made man, for his formal education had not taken him beyond Form 2 and yet see where he was, the heights he had reached through study, application and through an instinctive fear of stirring the bottom of the pool. He had been brought up to believe in the sanctity of private property. The system of private ownership, of means of production, exchange and distribution, was for him synonymous with the natural order of things like the sun, the moon and the stars which seemed fixed and permanent in the firmament. Anybody who interfered with that ordained fixity and permanence of things was himself unnatural and deserved no mercy: was he not inviting chaos such as would occur if some foolish astronaut/cosmonaut should go and push the sun or moon from its place? People like Karega with their radical trade unionism and communism threatened the very structure of capitalism: as such they were worse than murderers. Inspector Godfrey always felt a certain protective relationship to this society.”

 

 

 1067052-70ef3dd3c4b6812bcbdb4edb0802669c.jpg

Ngũgĩ wa Thiong'o (Kamiriithu, 5 januari 1938)

 

 

 

 

De Duitser schrijver, criticus en literatuurwetenschapper Paul Ingendaay werd geboren op 5 januari 1961 in Keulen. Zie ook mijn blog van 5 januari 2009 en ook mijn blog van 5 januari 2010 en ook mijn blog van 5 januari 2011.

 

Uit: Gebrauchsanweisung für Spanien

 

“Aber es steht wohl außer Frage, daß Reisende der letzten zweihundert Jahre, aus welcher Kultur sie auch kommen mochten, von der Geberlaune der Einheimischen beeindruckt waren und sie beschrieben haben. Der amerikanische Schriftsteller William Gaddis, in dessen erstem Roman Die Fälschung der Welt das Land tiefe Spuren hinterlassen hat, nannte diese Eigenschaft generosity of spirit, womit Geist, Gesinnung und Charakter gemeint waren. Die Formulierung ist nicht zu übertreffen. Sie enthält das Materielle und das Immaterielle, die Gesten der Gastlichkeit ebenso wie die Fähigkeit, sich die Nöte des anderen zu eigen zu machen, zu geben, zu teilen und über alldem die Zeit zu vergessen. Hinter der spanischen Großzügigkeit steht kein Kalkül.

Stellen wir uns eine junge Frau in Deutschland vor, die ein Ersatzteil für ihre Vespa braucht, sagen wir, ein Vorderlicht. Es handelt sich um ein älteres Modell, wie es heute nicht mehr hergestellt wird. Die junge Frau fährt mit ihrem Motorroller zur Vespa-Werkstatt, und der Händler sagt ihr: Nein, ein solches Licht führe er nicht, das kaufe niemand mehr. Wenn die junge Frau dem Händler nun antwortet, er solle bitte schön mal in seinem Lager nachschauen, ob er das Vorderlicht vielleicht nicht doch irgendwo ...? "Hören Sie", entgegnet der Händler gereizt, "ich kenne doch mein Lager!" Die junge Frau nickt und zieht von dannen. Sie bezweifelt nicht, daß der Händler sein Lager kennt. Es ist ein deutscher Händler.

Dieselbe junge Frau sucht ihr Ersatzteil in Spanien, sagen wir, in Madrid. Sie fährt mit ihrer Vespa zur Werkstatt und erkundigt sich. José, so nennen wir den jungen Mann im Hof, zuckt ratlos die Achseln. Er ruft Ramón, der hinzutritt und anerkennend die junge Frau und die schöne alte Vespa mustert. Dann schüttelt Ramón den Kopf. Er pfeift durch die Zähne, und Paco taucht auf. Aber auch Paco, der die Vespa ebenfalls bewundert, kann sich nicht erinnern, ein solches Vorderlicht - nicht kantig, sondern gerundet - im Lager gesehen zu haben.”

 

 

 1067052-d76e2e620c747622850ed588d64a3486.jpg

Paul Ingendaay (Keulen, 5 januari 1961)

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver László Krasznahorkai werd geboren op 5 januari 1954 in Gyula. Zie ook mijn blog van 5 januari 2009 en ook mijn blog van 5 januari 2010 en ook mijn blog van 5 januari 2011.

 

Uit: Das Netz zerreisst (Vertaald door Hans Skirecki)

 

“Es war nicht leicht. Seinerzeit hatte sogar sie zwei Tage gebraucht, bis sie endlich herausfand, wohin sie die Füße setzen, woran sie sich festhalten und wie sie sich durch das auf den ersten Blick hoffnungslos eng scheinende Loch pressen mußte, das sich an der Rückseite des Hauses unter dem Vordach befand, wo ein paar Bretter fehlten; jetzt dauerte es freilich nur noch eine halbe Minute: Mit gewagten, aber geschickt abgestimmten Bewegungen sprang sie auf den mit einer schwarzen Plane abgedeckten Holzstapel, hielt sich an der Dachrinnenhalterung fest, steckte das linke Bein in die Öffnung und bewegte es seitwärts, dann kroch sie mit dem Kopf voran in einem Schwung hinein, stieß sich mit dem anderen Bein ab und stand auch schon in dem einst für Tauben abgetrennten Teil des Dachraums, in diesem ihrem Reich, dessen Geheimnis sie allein kannte; hier brauchte sie nicht die unerwarteten und unverständlichen Attacken ihres Bruders zu befürchten, und daß sie durch längere Abwesenheit nicht den Argwohn der Mutter und der Schwester weckte, die ihr – wenn es herauskäme – diese Ausflüge erbarmungslos verbieten würden (und dann wären alle weiteren Anstrengungen vergeblich), darauf achtete sie instinktiv. Aber jetzt zählte das nicht! Sie zog sich die nasse Trainingsjacke aus, zupfte ihr Lieblingskleid, das rosafarbene mit dem weißen Kragen, zurecht, setzte sich vor das Fenster und hörte mit geschlossenen Augen bibbernd und sprungbereit zu, wie der Regen auf die Ziegel prasselte. Mutter schlief unten im Haus, die Schwestern waren heut auch zum Mittagessen nicht heimgekommen, so schien es fast sicher, daß man sie am Nachmittag nicht suchen würde, höchstens Sanyi, von dem sie nie wußte, wo er sich gerade herumtrieb, und der deshalb immer unverhofft auftauchte, als forschte er auf dem Einödhof nach der Erklärung für irgendein verborgenes Geheimnis, das nur so – mit einem plötzlichen Überraschungsangriff – aufzudecken wäre. Eigentlich hätte sie kaum einen Grund zu Befürchtungen gehabt, denn letzten Endes suchte man sie nie, im Gegenteil, eher gebot man ihr streng, sich fernzuhalten, besonders wenn ein Besucher im Haus weilte, und das geschah oft. So geriet sie ins Niemandsland, konnte sie doch nicht beiden Aufforderungen zugleich Folge leisten: weder in der Nähe der Tür bleiben noch sich allzuweit entfernen, denn sie wußte, daß sie jederzeit gerufen werden konnte (so: »Lauf und hol eine Flasche Wein!«, oder: »Bring mir mal drei Päckchen Zigaretten, Kossuth, vergißt du es auch nicht, mein Kind?«), und wehe, sie war ein einziges Mal nicht zur Stelle, dann würde man sie endgültig aus dem Haus jagen.”

 

 

 1067052-f7923511fdfbd46b470e02f152d3dccd.jpg

László Krasznahorkai (Gyula, 5 januari 1954)

 

 

 


De Iraanse dichteres
Forough Farokhzad werd geboren op 5 januari 1935 in Teheran. Zie ook mijn blog van 5 januari 2009 en ook mijn blog van 5 januari 2011.

 

 

I will greet the sun again

 

I will greet the sun again;

I will greet the streams which flowed in me;

I will greet the clouds which were

my lengthy thoughts;

I will greet the painful growth of poplars

Which pass through the dry seasons;

I will greet the flocks of crows

Which brought me, as presents,

The sweet smells of the fields at night;

I will greet my mother who lived in the mirror

And was the image of my old age;

And I will also greet the earth whose burning womb

Is filled with, green seeds by the passion she has

for reproducing me.

 

I will come, I will come,

I will come with my hair,

As the continuation of the smells of the soil;

With my eyes, as the dense experiences of darkness,

Carrying the bushes I have picked in the woodlands

beyond the wall.

 

I will come, I will come,

I will come and the entrance will be filled with love;

And at the entrance I will greet again

those who are in love,

And also the girl who is still standing

At the entrance in diffusion of love.

 

 

 

 1067052-a1f415846268f5de7935cade77711502.jpg

Forough Farokhzad (5 januari 1935 – 13 februari 1967)

 

 



Zie voor nog meer schrijvers van de 5e januari ook
mijn blog van 5 januari 2011 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.
Geschreven door Romenu om 19:07 Reageer op dit bericht

Emil Zopfi, Fernand Handtpoorter, David Berman, Andreas Altmann, Max Eastman

De Zwitserse schrijver Emil Zopfi werd geboren op 4 januari 1943 in Wald. Zie ook mijn blog van 4 januari 2009 en ook mijn blog van 4 januari 2010 en ook mijn blog van 4 januari 2011.

 

Uit: Londons letzter Gast

 

„Auf einem Tisch türmen sich rechteckige Kartonstücke mit runden Löchern, die mit Leinenstreifen zusammengeklebt und wie eine Handharmonika gefalteten sind. "Was ist das?" Der Professor stellt eine Prüfungsfrage.

Alex antwortet gehorsam: "Das Programm."

"Richtig! Ada hat es geschrieben. Also ich meine, Ann ... Ein zyklischer Algorithmus, der sich endlos wiederholt und in einem immer exakteren Resultat konvergiert. Ada bezeichnete die Analytical Engine als ?die Maschine, die sich in den eigenen Schwanz beisst?. Wie recht sie hatte, beweisen die Ereignisse dieser Tage."

"Was leistet das Programm?"

"Berechnung der Zahl Pi ..." Liebevoll lässt Crick die Programmharmonika durch seine Finger schnarren. Dann flüstert er: "In allen Geschichtsbüchern steht, Babbage sei gescheitert. Er habe seine Maschine nie vollendet. Eine Lüge. Was sie hier sehen, ist seine Konstruktion. Es ist das Original, gebaut von Joseph Clement. Ich habe sie hier im Keller entdeckt, in einem gefangenen Raum, nachdem wir das Haus gekauft hatten. Ada hat sie programmiert. Sie funktioniert. Hier ist der Beweis ..." Er schreitet zu den Zahlensäulen, liest die Ziffern von den Rädern "3.1415926535. Pi auf elf Stellen, wie finden Sie das?"

"Moderne Computer haben Pi auf Millionen von Stellen berechnet. Was soll das?"

"Sie hatten! Die Analytical Engine ist der einzige Computer in London, der noch zuverlässig arbeitet. Er war der letzte und wird der erste sein. Wie es in der Bibel steht."

Alex schaut zu, wie Crick mit einem Schraubenzieher im Mechanismus stochert. Er wird das Gefühl nicht los, es habe sich nichts bewegt ausser der Handkurbel und ein paar Zahnrädern. Alles ist Betrug, man spielt ihm etwas vor, hat ihn in eine Falle gelockt. Oder dann ist Crick wirklich ein Verrückter, von der Geschichte besessen wie Laurie, der Ripperologe. Vom gleichen Wahn gepackt, nur in der Vergangenheit würden sich die Lösungen finden für die Probleme der Zukunft.“

 

 

 1066369-3b6ba9eec41706a988b937c7b6ab9b69.jpg

Emil Zopfi (Wald, 4 januari 1943)

 

 

 


De Vlaamse dichter en (toneel)schrijver
Fernand Handtpoorter werd geboren in Poperinge op 4 januari 1933. Zie ook mijn blog van 4 januari 2009 en ook mijn blog van 4 januari 2011.

 

 

Paar

 

Zij dragen de last van de aarde

samen en het gewicht van hun dromen

daarbij. Als zij elkaar aanvaarden

worden zij verder ingenomen.

 

De citadel die zij weerbaar bewonen,

de heimelijk gekuilde zekerheden

worden gesloopt. Schimmige demonen

worden verjaagd als zij elkaar betreden.

 

Ramen worden gezeemd. Mist en nevel

trekken op. Verte wordt toegankelijk.

terwijl de wederzijdse wrevel

verdwijnt worden zij aanhankelijk.

 

Bijna vriendelijk de barbaarse wereld

tegemoet, listigheden, brandend braambos,

onder gejuich van muitende merels,

eksters, spreeuwen, worden zij verlost


van blinde eenzelvigheid, tot in hun merg

elkaar, elkanders stralend deel:

dan is er voor elkaar geen wijk – noch berg-

plaats meer, niets dat hen verdeelt.

 

 

 

Bruiloft

 

Hij keek als glas, volkomen leeg.

Door hem heen keken de blinden

zonder verwachting van vinden

of wedervinden. De kamer zweeg.

 

Haar onbemande hart, het onbeminde,

verwachtte minder dan het kreeg

al kreeg het niets. Het bloedde leeg

en van zijn inhoud was geen spoor te vinden.

 

De spiegel had zijn kwetsbare zijde

naar haar gewend, het ongekreukt servies

kristallen vleugels uitgevouwen.

 

levend en waakzaam tussen beiden

lagen met kant geschoeide klauwen

onder de luchters van verlies.

 

 

 1066369-fea96f0987c821b929485154148e3109.jpg

Fernand Handtpoorter (4 januari 1933 - 5 augustus 2007)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, songwriter en frontman van Silver Jews David Berman werd geboren op 4 januari 1967 in Williamsburg, Virginia. Zie ook mijn blog van 4 januari 2009 en ook mijn blog van 4 januari 2010.

 

 

And the Others

 

Some find The Light in literature;

Others in fine art,

And some persist in being sure

The Light shines in the heart.

 

Some find The Light in alcohol;

Some, in the sexual spark;

Some never find The Light at all

And make do with the dark,

 

And one might guess that these would be

A gloomy lot indeed,

But, no, The Light they never see

They think they do not need.

 

End of the Cruise

 

Ready to disembark,

We're mostly puff and grey.

Who else can sail this ark?

Who else afford such play?

 

Our bags are overpacked

Protruding like our flesh,

The proof of nothing lacked

That money can enmesh.

 

Before we booked, we viewed

Pictures in which the young

And svelte declared the moods

We hoped to move among.

 

We fidget, wait to be

Called back to land once more,

Selves dragged from the sea

We meant to leave on shore.

 

 

 

 1066369-d4c71c488fd46277b1eb2dfe37bc26a3.jpg

David Berman (Williamsburg, 4 januari 1967)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Altmann werd geboren in Hainichen (Sachsen) op 4 januari 1963. Zie ook mijn blog van 8 juni 2009 en ook mijn blog van 4 januari 2010 en ook mijn blog van 4 januari 2011.

 

 

groß und still

 

knietief ragen brückenpfeiler aus dem boden,
durch gestrüpp und junge bäume getrennt.

ihnen wurde die zeit abgenommen. einen ruf
weit stellt sich das haus seiner leere.

der april hängt grüne tücher ins holz.
zwölf tauben, als ich ihnen zu nahe komm,

steigen mit schweren flügeln durch die zweige.
einige brechen. leg zwei federn ins grab,

damit die seele sie trägt, las ich in deinem an
gefangenen brief. solche worte kannten

dein schweigen. wieder hatten sie einen weg
in die breite gezogen. das feuer dafür brannte

wochen. die augen. das haar. deine hand.
ich fühl noch wie sie in meiner liegt, groß

und still, wenn ich dich anseh.

 

 

 

 

 1066369-e6b409912e2e842329216f26b378dda8.jpg

Andreas Altmann (Hainichen, 4 januari 1963)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Max Forrester Eastman werd geboren op 4 januari 1883 in Canandaigua, N.Y. Zie ook mijn blog van 4 januari 2009 en ook mijn blog van 4 januari 2010 en ook mijn blog van 4 januari 2011.

 

 

To My Father

 

The eastern hill hath scarce unveiled his head,

And the deliberate sky hath but begun

To meditate upon a future sun,

When thou dost rise from thy impatient bed.

Thy morning prayer unto the stars is said.

And not unlike a child, the penance done

Of sleep, thou goest to thy serious fun,

Exuberant--yet with a whisper tread.

 

And when that lord doth to the world appear,

The jovial sun, he leans on his old hill,

And levels forth to thee a golden smile--

Thee in his garden, where each warming year

Thou toilest in all joy with him, to fill

And flood the soil with Summer for a while.

 

 

 

In a Red Cross Hospital

 

Today I saw a face--it was a beak,

That peered, with pale round yellow vapid eyes,

Above the bloody muck that had been lips

And teeth and chin. A plodding doctor poured

Some water through a rubber down a hole

He made in that black bag of horny blood.

The beak revived, it smiled--as chickens smile.

The doctor hopes he'll find the man a tongue

To tell with, what he used to be.

 

 

 

Car-Window

 

A light is laughing thro' the scattered rain,

A color quickens in the meadow;

Drops are still, upon the window-pane--

They cast a silver shadow.

 

 

 

 1066369-c4309554d9ac22a628097fc28c0a5378.jpg

Max Eastman (4 januari 1883 – 25 maart 1969)



Zie voor nog meer schrijvers van de 4e januari ook
mijn blog van 4 januari 2011 deel 1 en eveneens deel 2.
Geschreven door Romenu om 19:07 Reageer op dit bericht

J.R.R. Tolkien, Marie Darrieussecq, Alex Wheatle, Cicero, Elsa Asenijeff, John Gould Fletcher

De Engelse schrijver J.R.R. Tolkien werd geboren op 3 januari 1892 in Bloemfontein, Zuid-Afrika. Zie ook alle tags voor J.R.R. Tolkien op dit blog.

 

 

Uit: The Lord of the Rings

 

Roads Go Ever On


Roads go ever ever on,
Over rock and under tree,
By caves where never sun has shone,
By streams that never find the sea;
Over snow by winter sown,
And through the merry flowers of June,
Over grass and over stone,
And under mountains in the moon.

Roads go ever ever on,
Under cloud and under star.
Yet feet that wandering have gone
Turn at last to home afar.
Eyes that fire and sword have seen,
And horror in the halls of stone
Look at last on meadows green,
And trees and hills they long have known.

The Road goes ever on and on
Down from the door where it began.
Now far ahead the Road has gone,
And I must follow, if I can,
Pursuing it with eager feet,
Until it joins some larger way,
Where many paths and errands meet.

The Road goes ever on and on
Down from the door where it began.
Now far ahead the Road has gone,
And I must follow, if I can,
Pursuing it with weary feet,
Until it joins some larger way,
Where many paths and errands meet.
And whither then? I cannot say.

The Road goes ever on and on
Out from the door where it began.
Now far ahead the Road has gone.
Let others follow, if they can!
Let them a journey new begin.
But I at last with weary feet
Will turn towards the lighted inn,
My evening-rest and sleep to meet.”


 

 

 1065779-921b82030ef2a93f097a8be491e8c3de.jpg

J.R.R. Tolkien (3 januari 1892 – 2 september 1973)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Marie Darrieussecq werd geboren in Bayonne, Pyrénées-Atlantiques, op 3 januari 1969. Zie ook mijn blog van 3 januari 2009 en ook mijn blog van 3 januari 2010 en ook mijn blog van 3 januari 2011.

 

Uit: Tom est mort

 

“Tom est mort. J'écris cette phrase. 

Ça fait dix ans que Tom est mort. Dix ans maintenant. Mais la date ne s'est pas inscrite au fer rouge, comme on dit. Quand Tom est mort j'étais dans une période où, justement, je ne savais plus très bien quel jour on était. Pour mon mari ce n'est pas pareil. La date s'est inscrite au fer rouge dans sa tête, dit-il. Sa vie a basculé autour de cette date. Moi aussi ma vie a basculé. Mais ce ne sont pas les mots que je dirais. 

Par exemple, les dates de mes enfants, de mes autres enfants, il faut que je réfléchisse. J'ai tendance à mélanger, mes enfants sont tous nés au printemps, comme ceux des loutres ou des koalas ou des diables de Tasmanie, ou de beaucoup d'autres animaux, je cite les animaux qui m'intéressent. Mai, juin. La saison des anniversaires. C'est bientôt. J'ai envie d'écrire: si nous sommes encore en vie. C'est une phrase qui me venait souvent après la mort de Tom. Je la disais comme une découverte, pas vraiment stupéfiante, mais comme une évidence que j'ignorais jusque-là. Si nous sommes toujours en vie. Ensuite j'ai dit la phrase par conviction. Je l'ai dite aussi par provocation, je ne la dis plus, ça blesse les gens. Et puis c'est devenu un tic, un tic de pensée, ça terminait mes raisonnements, mes phrases mentales, tous mes projets (les projets étaient revenus. Nous avions découvert ça aussi: que les projets pouvaient revenir, que nous en étions à nouveau capables). “

 

 

 

 1065779-84c64b0b946604e9a154a973140f68e9.jpg

Marie Darrieussecq (Bayonne, 3 januari 1969)

 

 

 

 

De Britse schrijver Alex Wheatle werd geboren op 3 januari 1963 in Londen. Zie ook mijn blog van 3 januari 2009 en ook mijn blog van 3 januari 2010 en ook mijn blog van 3 januari 2011.

 

Uit: Memories of Michael Jackson

 

“Returning home from junior school in the early 1970s the cartoons of the day were Wait Til Your Father Gets Home, The Flintstones, The Wacky Races, Penelope Pitstop, Scooby Doo.  Not any of the aforementioned had a leading black character in them until the cartoon adventures of the Jackson 5.  It was almost unbelievable to see animated black kids, a little older than myself, on the TV screen.  At last, I had something to identify with on terrestial television and whenever they were on it was such a boost for my then very low esteem.

Of course I was a fan of the music too and my friends and I tried to imitate the steps and spins of the Jackson 5 routines and everybody wanted to sing I Want You Back just like Michael.  Solo hits like Ben and Got To Be There displayed a ridiculous talent and the way Michael Jackson performed with his knowing glances, addressing the camera and showing a confidence way beyond his years was a joy to experience.  For a ten-year-old black boy living in an abusive children’s home, Michael Jackson was the coolest kid on the planet, he really was.

By the time I was eighteen I was a confirmed reggae rootshead and my friends and I built a sound system that we named Crucial Rocker.  At blues raves, parties and hall dances we normally played hard core reggae and lovers rock.  But whenever we felt that the crowd needed to get up on the dancefloor and get their groove on, we flipped through our record box searching for Michael Jackson’s album Off The Wall.  Don’t Stop Til You Get Enough was a bonafide guaranteed floor-filler and would even get the most dreaded of dreads tapping their feet and nodding their heads.  Off The Wall became a staple of our late night sessions and I don’t think any reggae sound system that was operating in 1979 was without a copy.”

 

 

 1065779-4cd134958b32839e8fea8e184ad00e97.jpg

Alex Wheatle (Londen,  3 januari 1963)

 

 

 

 

De Romeinse schrijver, redenaar, politicus, advocaat en filosoof Marcus Tullius Cicero werd geboren in Arpinum op 3 januari 106 v. Chr. Zie ook alle tags voor Cicero op dit blog.

 

Uit: De Amicitia

 

“In de eerste plaats, hoe kan een leven 'leefbaar' zijn, zoals Ennius zegt, dat niet in de wederzijdse genegenheid tot (van) een vriend rust vindt? Wat is prettiger dan iemand te hebben met wie je alles net zo durft te bespreken als met jezelf? Hoe zou er zo'n groot geluk kunnen zijn in voorspoed, als je niet iemand had die daarover net zo blij zou zijn als jijzelf? Tegenspoed dragen echter zou moeilijk zijn zonder iemand die daaronder nog meer zou lijden dan jij. Kortom, de overige dingen die worden nagestreefd, zijn elk afzonderlijk geschikt voor doorgaans één ding, rijkdom om te gebruiken, macht om vereerd te worden, openbare functies om geprezen te worden, genoegens om te genieten, gezondheid om vrij te zijn van pijn en de functies van je lichaam te vervullen; vriendschap omvat de meeste dingen; waarheen je je ook maar wendt, ze is paraat, ze wordt op geen enkele plaats buitengesloten, ze komt nooit ongelegen, ze is nooit lastig; dus niet van water, niet van vuur, zoals men zegt, maken wij bij meer gelegenheden gebruik dan van vriendschap. En ik spreek nu niet over de gewone of niet zo hoogstaande vriendschap, die toch ook zelf plezier geeft en van voordeel is, maar over echte en volmaakte, zoals van de weinigen die [als zodanig] genoemd worden. Want vriendschap maakt zowel voorspoed mooier als tegenspoed lichter, door die te delen en samen te dragen.”

 

 

 1065779-573d2246e12f8a1a749d19c429db5b66.jpg

Cicero (3 januari 106 v. Chr. –  7 december 43 v. Chr.)

 

 

 



De Oostenrijkse schrijfster Elsa Asenijeff (eig. Elsa Maria von Packeny) werd geboren op 3 januari 1867 in Wenen. Zie
ook mijn blog van 3 januari 2010.

 

Uit: Tagebuchblätter einer Emancipierten

 

“Ich weiss eine Zeit, wo mir das, was ich gestern schrieb, schwer wurde. Ja, es that weh. Es ist trüb, jemand Schmerz zu bereiten, und das Zucken einer Seele zu verfolgen. Schrecklich! In dem Paroxismus der Angst wird man dem Mitleid in die Arme geworfen. Schon will man sich von ihm besiegen lassen. Aber da schneidet es anklagend im Innern und winselt um das gleiche Mitfühlen für das eigene Geschick, wie man es für fremdes hatte. Darauf erscheint das Leben so schön, so einzig, so begehrenswert. Tausend Sterne locken, tausend Sehnsüchte seufzen, tausend Höllen höhnen: all’ das opferst du um nichts! Verlierst es, wie kannst du das verantworten! Tausend Ströme fliessen vorüber mit ihren Wassern ohne Wiederkehr. Und du stehst dort still, wo du selbst nicht willst. Wie kannst du das vor dir verantworten! Da siegt die treibende Lebenskraft in uns: wir sind! Also sind wir Sieger . Evoë, Leben!”

 

 

 1065779-857e0d5c0f7d1b76d01a2dcc85f70144.jpg

Elsa Asenijeff (3 januari 1867 – 5 april 1941)

Brons van Max Klinger, rond 1899/1900

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver John Gould Fletcher werd geboren op 3 januari 1886 in Little Rock, Arkansas. Zie ook mijn blog van 3 januari 2010 en ook mijn blog van 3 januari 2011.

 

 

Two Ways of Love

 

The wind half blows her robes,

That subside

Listlessly

As swaying pines.

 

The wind tosses hers

In circles

That recoil upon themselves:

How should I love—as the swaying or tossing wind?

 

 

 

The Endless Pilgrimage

 

Storm-birds of autumn

With draggled wings:

 

Sleet-beaten, wind-tattered, snow-frozen,

Stopping in sheer weariness

Between the gnarled red pine trees

Twisted in doubt and despair;

 

Whence do you come, pilgrims,

Over what snow fields?

To what southern province

Hidden behind dim peaks, would you go?

 

"Too long were the telling

Wherefore we set out;

And where we will find rest

Only the Gods may tell."

 

 

 

 1065779-3f957220a74924291f658011b1c427db.jpg

John Gould Fletcher (3 januari 1886 – 20 mei 1950)

 

 

  

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e januari ook mijn blog van 3 januari 2011 deel 1, en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 20:09 Reageer op dit bericht

Peter Ghyssaert

De Vlaamse dichter Peter Ghyssaert werd geboren op 3 januari 1966 te Wilrijk. Ghyssaert studeerde viool en piano aan de conservatoria van Brussel en Antwerpen. Hij werkt als beroepsmuzikant en geeft muzieklessen.  Vanaf 1990 begon hij poëzie te publiceren in tal van tijdschriften in Nederland en Vlaanderen, zoals Hollands Maandblad, Maatstaf, De Revisor, Tirade, Dietsche Warande & Belfort, Nieuw Wereldtijdschrift en De Vlaamse Gids. In 1991 verzamelde hij zijn gedichten in Honingtuin, een bundel die als zijn debuut kan gelden. In 1993 volgde de bundel Cameo, die bekroond werd met de Poëzieprijs van De Vlaamse Gids en de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs in 1995.

 

 

Museum

 

Iets van grote zeggingskracht
was op de muur geklonken. Een metalen
stem, verfrommeld van ontroering,
legde uit.

De gouden kamer uit vervlogen tijden
lag één verdieping hoger. Banen glanzend
in het stof getrokken wezen
eerder nagebootste ontucht aan.

Vervormend was de hitte van voltooid verleden niet,
hoewel suppoosten altijd achterbleven,
hun grijze kant versmolten
in de uitgestalde tijdvakken.

 

 

 

Oude mannen in korte broeken

 

Ze wandelen heel gemoedelijk voorbij,
hun seizoen is een apart seizoen.
Ze hebben geen behoefte aan een wandelstok,
ze gaan met een reserve aan kracht
begonnen in de de winters van hun jeugd.

En als ze stilstaan om naar iets te kijken
staan ze zonder beven stil;
de zon maakt van hun oude, montere, blote benen
iets bijzonders als een pose
op een plein vol licht.

Maar mooier nog zijn hun gepolitoerde knieën
of de glaswol op hun kuiten.
Zo worden ze bekeken
door bewonderaars die anoniem blijven
terwijl ze zelf met mildheid naar de dingen kijken,
naar de groene bomen en de witte klok

die beter loopt dan zij
en iets vertelt over hun afgezaagde tijd;
zij kennen hem van buiten.

 

  

 

 1080176-afd5b5ed8964729bfa6ea418c24d562c.jpg

Peter Ghyssaert (Wilrijk, 3 januari 1966)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

David Shapiro, Anton van Duinkerken, Jimmy Santiago Baca, Nyk de Vries, Blaga Dimitrova

De Amerikaanse dichter, criticus en historicus David Shapiro werd geboren op 2 januari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook mijn blog van 2 januari 2010 en ook mijn blog van 2 januari 2011.

 

 

Gold and Cardboard

 

My son said Daddy are there words for everything? I said You mean the space between

 

The clouds?

“Yes!” “No!”

 

Like those who love to think one word will take care of Maupassant’s tree and his landlady.

But it turns out you will get no further than the words that reach and do not touch.

 

X uses a hard word one per poem like throwing a true diamond sale or throwing a

Ruby on a Corten steel table, a little gold in cardboard. There is a country where

They make their own cardboard. General words the French love, a thousand eyes but only one

Kaleidoscope.

Even Merleau-Ponty not specific enough (said Meyer) like very pretty exit signs

Without numbers.

 

Paul Valéry said the world was made out of nothing and sometimes a bit of that

Nothing shines through. No grin, no cat.

 

But I think: The world was made of gold, and every once in a while

Some of that gold shines through.

 

You. They say it doesn’t matter that you can’t read the Book of Splendor in Aramaic. “Just leave it in your house.” Amazing debilitating magic at the door!

 

If there were the right word for everything, each young philosopher

Could dream without sleeping. Using the same ruler and we’d all

Have the same measures and ladders without rungs, with regular risers.

 

Music without words: it does a good job of caring about you,

X-ray of thought the architect wanted. X-ray for the lovers—

 

I always loved to climb that ladder without rungs, I collect them. I fight over them, I forgive

My antagonist. Even the wild ladder without tongues. Even the literal is a metaphor.

This is not nothing says the boy to the teacher who could care less. Multeity. And if I made up a word

Would it survive like a quark of strangeness? Depends on which dictionary you’re using, I told

The president of that company. And if you made it up, like a rare country?

 

I loved you in the near distance like a word and rare cool blood. What was I thinking?

“You actually think?”

 

 

 

 1065164-73b145355a09d4a1164558775824e749.jpg

David Shapiro (Newark, 2 januari 1947)

 

 

 


De Nederlandse dichter, essayist, redenaar en literair-historicus
Anton van Duinkerken werd op 2 januari 1903 geboren in Bergen op Zoom. Zie ook alle tags voor Anton van Duinkerken op dit blog.

 

 

Chesterton's Drinklied

Vader Noë had een struisvogel-erf en reusachtige pluimvee-schat,
hij at zijn ei met een kolenschop uit een eierdop, groot als een vat;
de soep, die hij dronk, was olifantsoep, en walvis de vis die hij ving,
maar dat alles was klein bij het kelderruim, waarmee hij uit zeilen ging;
en Noë zei menigmaal tegen zijn vrouw, als hij zat aan zijn middagfestijn:
'mij kan het niet schelen, waar 't water blijft, als 't maar niet verdrinkt in de
                                                                                                          wijn.'
De waterval van de hemelrots viel schuimend over de pool
- alsof hij het sterrenlicht blussen zou - zoals zeepsop in een riool,
de zeven hemelen kwamen omlaag: een dronk voor de monden der hel
maar Noë klopte zijn ei en sprak: 'het regent, of ik heb het niet wel,
het water staat boven de Matterhorn al zo diep als een kolenmijn
doch mij kan 't niet schelen, waar 't water blijft, als 't maar niet verdrinkt in de
                                                                                                              wijn.'
Maar Noë deed zonden en wij deden kwaad; wij hinkten op dronkemans been;
tot, ons ter kastijding, een grote, zwarte geheelonthouder verscheen;
sinds krijg je geen wijn meer in 't estaminet, in geen kroeg, noch op Eisteddfod
want de water-vloek is teruggekeerd vanwege de toorn van God;
en water moet bij de bisschop op tafel en op de begrafenis zijn
doch mij kan 't niet schelen waar 't water blijft, als 't maar niet verdrinkt  in
                                                                                                       de wijn

 

 

 1065164-d194f9e4cb25c164ff13b02885f95f94.jpg

Anton van Duinkerken (2 januari 1903 - 27 juli 1968)

Portret door Theo Swagemakers.

 

 

 


De Amerikaanse dichter en schrijver
Jimmy Santiago Baca werd geboren in Santa Fe, New Mexico, op 2 januari 1952. Zie
ook mijn blog van 2 januari 2010 en ook mijn blog van 2 januari 2011.

 

As Children Know

 

Elm branches radiate green heat,

blackbirds stiffly strut across fields.

Beneath bedroom wood floor, I feel earth—

bread in an oven that slowly swells,

simmering my Navajo blanket thread-crust

as white-feathered and corn-tasseled

Corn Dancers rise in a line, follow my calf,

vanish in a rumple and surface at my knee-cliff,

chanting. Wearing shagged buffalo headgear,

Buffalo Dancer chases Deer Woman across

Sleeping Leg mountain. Branches of wild rose

trees rattle seeds. Deer Woman fades into hills

of beige background. Red Bird

of my heart thrashes wildly after her.

What a stupid man I have been!

How good to let imagination go,

step over worrisome events,

those hacked logs

tumbled about

in the driveway.

Let decisions go!

Let them blow

like school children’s papers

against the fence,

rattling in the afternoon wind.

This Red Bird

of my heart thrashes within the tidy appearance

I offer the world,

topples what I erect, snares what I set free,

dashes what I’ve put together,

indulges in things left unfinished,

and my world is left, as children know,

left as toys after dark in the sandbox.



 

 

 1065164-2965211002d24029209abf418254a4f7.jpg

Jimmy Santiago Baca (Santa Fe, 2 januari 1952)

 

 

 


De Nederlandse dichter
Nyk de Vries werd geboren in Noordbergum op 2 januari 1971. Zie ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010 en ook mijn blog van 2 januari 2011.

 

 

 

PLAZA ST. ANA

 

Lisa looked very worried and for a moment I thought she had something important to say, but past the zoo she cheered up again. We walked on to the centre of town and in the evening we took part in a dance competition, which to our surprise we won brilliantly. The celebrations were crazy. An open car was waiting and after a wild drive they dropped us at the Plaza St. Ana, where it was raining confetti. At some stage I found myself in the fountain with the winner’s cup, trying to keep my head underwater for ten minutes. I’m not sure anymore why exactly. It just seemed like the right thing to do.

 

 

Vertaald door David Colmer

 

 

Uit: Per ongeluk reed ik naar het zuiden

 

 

In hartje Bremerhaven pakte iemand mijn hand. Hij vroeg:
‘Wat is je grootste wens?’Ik weet niet of ik hem goed verstond.
Ik heb hem nooit kunnen antwoorden. Het volgende ogenblik
werd hij overreden. De chauffeur van de vrachtwagen heb ik
daarna nog vaak gesproken. We werden goede vrienden en
hij leerde me veel over Zuid-Amerikaanse vogels.

 

 

 

1065164-6bd3dbd34a28b73b3e84891a582b024b.jpg
Nyk de Vries (Noordbergum, 2 januari 1971)

 

 

 

 

De Bulgaarsse dichteres Blaga Nikolova Dimitrova werd geboren op 2 januari 1922 in Byala Slatina. Zie ook mijn blog van 2 januari 2009 en ook mijn blog van 2 januari 2010 en ook mijn blog van 2 januari 2011.

 

 

Deserts

 

I was born for love--

to give and to receive it.

Yet my life has passed

almost without loving.

So I've learned forgiving:

 

even the deserts

I have crossed

I feel no scorn for.

I just ask them

with astonished eyes:

 

What gardens were you born for?

 

 

 

Vertaald door Heather McHugh

 

 

 

As Long as You’re Upright


Don’t forget to rejoice! —

the wise trees whisper

as they crash on failing knees

under the ax.

Don’t forget to rejoice!

As long as you’re upright,

as long as you encounter the wind,

as long as you breathe the heights.

As long as the ax slumbers.

 

 

 

Vertaald door Ludmilla G. Popova-Wightman

 

 

 

1065164-e89b332b0b6d83f9b649759a8db285eb.jpg
Blaga Dimitrova (2 januari 1922 – 2 mei 2003)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e januari ook mijn blog van 2 januari 2011 deel 1, en ook deel 2 en eveens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:34 Reageer op dit bericht

Nieuwjaar (Leonard Nolens, Leo Vroman, Annette von Droste-Hülshoff)


Aan alle bezoekers en mede-bloggers een gelukkig Nieuwjaar!

 

 

  

 

 1064232-1b6009723b6faa6ad9bbdabf97dad4c8.jpg

De Waag, Nieuwmarkt te Amsterdam, Willem Koekoek (1839-1895)

 

  

 

Nieuwjaarsbrief

 

Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Mijn jaren duren lang en die van ons zijn kort.
Je kerstboom staat zijn groen nog in het rond te neuriën
Van de bossen ginder, allemaal zijn zij gekomen
Naar de Daenenstraat om ons hier toe te geuren.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.

 

Die dag in maart dat jij mij langzaam overkwam
Is ook vandaag mijn zon. Het sneeuwt de kamer onder
Met herinneringen die wij worden, warm en koud
Zijn wij voortaan elkaars geheugen en vergetelheid.
Ook straks gaan wij gearmd en stil dit wit in daar.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.

 

 

 

1064232-a50d4cd4916cec1cb73ab74cf827dea5.jpg
Leonard Nolens  (Bree, 11 april 1947)

 

 

 

 

Oud nieuw jaar

 

Iedereen heeft persoonlijk

wel een heel eigen Nieuw Jaar.

Ikzelf heb er gewoonlijk

ook zo een paar.

 

Neem bijvoorbeeld de dag

waarop Tineke landde

in New York, en ik haar echt zag,

en wij elkanders handen -

 

en in 1918, toen ik mijn benen ontwaarde in een zandbak, en wist dat

dat daar Ik was, die leefde op deze aarde, maar ik weet niet meer

welke dag van dat jaar -

 

en voor een van mijn Nieuwjaarsdagen

moet ik Bandung nog steeds bedanken.

Maart. De eerste krijgsgevangenennacht, en op de koele wind van de

Preanger kwamen de verwaaide klanken van een ver gamelanorkest.

Zo begon mijn vrede, want de rest

bestond niet langer.

 

 

 1064232-30e38dc2bd6aeaf5850b43cc2452d489.jpg

Leo Vroman (Gouda, 10 april 1915)

 

 

 

 

 

Am Neujahrstage
 
Das Auge sinkt, die Sinne wollen scheiden:
»Fahr wohl, du altes Jahr, mit Freud und Leiden!
Der Himmel schenkt ein neues, wenn er will.«
So neigt der Mensch sein Haupt an Gottes Güte,
Die alte fällt, es keimt die neue Blüte
Aus Eis und Schnee, die Pflanze Gottes, still.
 
Die Nacht entflieht, der Schlaf den Augenlidern:
»Willkommen junger Tag mit deinen Brüdern!
Wo bist du denn, du liebes neues Jahr?«
Da steht es in des Morgenlichtes Prangen,
Es hat die ganze Erde rings umfangen,
Und schaut ihm in die Augen ernst und klar.
 
»Gegrüßt du Menschenherz mit deinen Schwächen,
Du Herz voll Kraft und Reue und Gebrechen,
Ich bringe neue Prüfungszeit vom Herrn!« -
»Gegrüßt du neues Jahr mit deinen Freuden,
Das Leben ist so süß, und wären's Leiden,
Ach, alles nimmt man mit dem Leben gern!«
 
»O Menschenherz, wie ist dein Haus zerfallen!
Wie magst du doch, du Erbe jener Hallen,
Wie magst du wohnen in so wüstem Graus!«
»O neues Jahr, ich bin ja nie daheime!
Ein Wandersmann durchzieh' ich ferne Räume,
Es heißt wohl so, es ist doch nicht mein Haus.«
 
»O Menschenherz, was hast du denn zu treiben,
Daß du nicht kannst in deiner Heimat bleiben
Und halten sie bereit für deinen Herrn?«
»O neues Jahr, du mußt noch viel erfahren;
Kennst du nicht Krieg und Seuchen und Gefahren?
Und meine liebsten Sorgen wohnen fern.«
 
»O Menschenherz, kannst du denn alles zwingen?
Muß dir der Himmel Tau und Regen bringen?
Und öffnet sich die Erde deinem Wort?« -
»Ach nein! ich kann nur sehn und mich betrüben,
Es ist noch leider nach wie vor geblieben
Und geht die angewies'nen Wege fort.«
 
»O tückisch Herz, du willst es nur nicht sagen,
Die Welt hat ihre Zelte aufgeschlagen,
Drin labt sie dich mit ihrem Taumelwein.«
»Der bittre Becher mag mich nicht erfreuen,
Sein Schaum heißt Sünde und sein Trank Gereuen,
Zudem läßt mich die Sorge nie allein.«
 
»Hör' an, o Herz, ich will es dir verkünden,
Willst du den Pfeil in seinem Fluge binden?
Du siehst sein Ziel nicht, hat er darum keins?« -
»Ich weiß es wohl, uns ist ein Tag bereitet,
Da wird es klar, wie alles wohl geleitet,
Und all die tausend Ziele dennoch eins.«
 
O Herz, du bist von Torheit ganz befangen!
Dies alles weißt du, und dir kann noch bangen!
O böser Diener, treulos aller Pflicht!
Ein jeglich Ding füllt seinen Platz mit Ehren,
Geht seinen Weg und läßt sich nimmer stören,
Dein Gleichnis gibt es auf der Erde nicht!
 
Du hast den Frieden freventlich vertrieben!
Doch Gottes Gnad' ist grundlos wie sein Lieben,
O kehre heim in dein verödet Haus!
Kehr' heim in deine dunkle wüste Zelle,
Und wasche sie mit deinen Tränen helle
Und lüfte sie mit deinen Seufzern aus!
 
Und willst du treu die Blicke aufwärts wenden,
So wird der Herr sein heilig Bild dir senden,
Daß du es hegst in Glauben und Vertraun,
Dann darf ich einst an deinem Kranze winden,
Und sollte dich das neue Jahr noch finden,
So mög' es in ein Gotteshäuslein schaun!

 

 

 1064232-8bfd40563d1ff8d96413e699347eab74.jpg

Annette von Droste-Hülshoff (10 januari 1797 – 24 mei 1848)

Portret door Johannes Sprick, 1840



Zie voor de schrijvers van de 1e januari ook
mijn blog van 1 januari 2011.

Geschreven door Romenu om 10:08 Reageer op dit bericht

Oudjaar (J. H. Leopold, Theodor Fontane, John Milton)


Alle bezoekers en mede-bloggers een aangename jaarwisseling en een gelukkig Nieuwjaar!

 

 

 

 1063996-4f989e04be7e8bd6a17c7fc41ec1d5f0.jpg

Barend Cornelis Koekoek (1803 – 1862), Winterlandschaft

 

 

 

Nu dat het jaar is oud en wit

 

Nu dat het jaar is oud en wit
En elk in zijn behuizing zit
Over het vuur gebogen,
Nu zal een wakkre zang opgaan
En dreunend aan de zolder slaan
Rumoerend in den hoge.

Hoe zit de huisman breed en goed
Op zijnen stoel en welgemoed
Keert hij de rug naar buiten
En tegen kou en overlast
Noodt hij de vrolijkheid te gast
Met neuriën en fluiten.

En dan op een gegeven woord
Zet in hij en onverstoord
Een bas met zware gangen,
Terwijl de vrienden honderd uit
Met tierelierend keelgeluid
Opvolgen en vervangen.

Tuinkoningen in wintertijd
Die al de strenge vorst ten spijt
Hun helder liedje zingen;
Wat ook voor leed heeft aangerand
Of dreigen mag, houd stand, houd stand,
Kloek hart zal ’t al bedwingen.

 

 

 

1063996-d1ec2322cd4ec9fc67aef3eb1f647d05.jpg
J. H. Leopold  (11 mei 1865 - 21 juni 1925)

 

 

 


Der Schwester zu Silvester

 

Habe ein heitres, fröhliches Herz
Januar, Februar und März,
Sei immer mit dabei
In April und Mai,
Kreische vor Lust
In Juni, Juli, August,
Habe Verehrer, Freunde und Lober
In September und Oktober,
Und bleibe meine gute Schwester
bis zum Dezember und nächsten Silvester.

 

 

 

1063996-c07ae0c742725129641ed46bb844f646.jpg
Theodor Fontane (
30 december 1819 – 20 september 1898)

Portret door Carl Breitbach, 1883

 

 

On Time

 

FLy envious Time, till thou run out thy race,

Call on the lazy leaden-stepping hours,

Whose speed is but the heavy Plummets pace;

And glut thy self with what thy womb devours,

Which is no more then what is false and vain,

And meerly mortal dross;

So little is our loss,

So little is thy gain.

For when as each thing bad thou hast entomb'd,

And last of all, thy greedy self consum'd,

Then long Eternity shall greet our bliss

With an individual kiss;

And Joy shall overtake us as a flood,

When every thing that is sincerely good

And perfectly divine,

With Truth, and Peace, and Love shall ever shine

About the supreme Throne

Of him, t' whose happy-making sight alone,

When once our heav'nly-guided soul shall clime,

Then all this Earthy grosnes quit,

Attir'd with Stars, we shall for ever sit,

Triumphing over Death, and Chance, and thee O Time.

 

 

 

 1063996-98b065166b93f422abaa1543388c2f88.jpg

John Milton (9 december 1608 – 8 november 1674)

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 31e december ook mijn blog van 31 december 2010.
Geschreven door Romenu om 18:23 Reageer op dit bericht

Ida Gerhardt, Rainer Maria Rilke, Friedrich von Schiller T.S. Eliot


Wegens omstandigheden, zoals dat heet, even iets anders:

 

 


Lof van het onkruid
 

 

Godlof dat onkruid niet vergaat.

Het nestelt zich in spleet en steen,

breekt door beton en asfalt heen,

bevolkt de voegen van de straat.

 

Achter de stoomwals valt weer zaad:

de bereklauw grijpt om zich heen.

En waar een bom zijn trechter slaat

is straks de distel algemeen.

 

Als hebzucht alles heeft geslecht

straalt het klein hoefblad op de vaalt

en wordt door brandnetels vertaald:

 

‘gij die miljoenen hebt ontrecht:

zij kòmen - uw berekening faalt.’

Het onkruid wint het laatst gevecht.

 

 

 

 1063334-7bb524f6f278f1bbc1d7e05eaba6d41b.jpg

Ida Gerhardt (11 mei 1905 - 15 augustus 1997)

 

 

 

 

Die Hoffnung

Stille Stunden gibt’s, da ranken
leicht sich um des Lebens Baum
Wünsche, Hoffnung, Gedanken,
Bild um Bild und Traum um Traum.

Stunden gibts, wo Stürme wüten
um den Stamm gar wild entfacht,
daß der Hoffnung junge Blüten
sterben müssen über Nacht.

Aber bald - schon morgen ranken
um den kahlen Lebensbaum
Wünsche, Hoffung, Gedanken,
Bild um Bild, Traum um Traum.

 

 

 

 1063334-6693d953fbde61e9e03cbfdc5632f1c7.jpg

Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

 

 

 

 

Hoffnung

 

Es reden und träumen die Menschen viel
Von bessern künftigen Tagen,
Nach einem glücklichen goldenen Ziel
Sieht man sie rennen und jagen.
Die Welt wird alt und wird wieder jung,
Doch der Mensch hofft immer Verbesserung.

 

Die Hoffnung führt ihn ins Leben ein,
Sie umflattert den fröhlichen Knaben,
Den Jüngling locket ihr Zauberschein,
Sie wird mit dem Greis nicht begraben,
Denn beschließt er im Grabe den müden Lauf,
Noch am Grabe pflanzt er – die Hoffnung auf.

 

Es ist kein leerer schmeichelnder Wahn,
Erzeugt im Gehirne des Toren,
Im Herzen kündet es laut sich an:
Zu was Besserm sind wir geboren!
Und was die innere Stimme spricht,
Das täuscht die hoffende Seele nicht.

 

 

 

 1063334-605d00e3c29d72e388382af7a3c3055b.jpg

Friedrich von Schiller (10 november 1759 – 9 mei 1805)

 

 

Uit The Four Quartets

 

I said to my soul, be still, and wait without hope
For hope would be hope for the wrong thing; wait without love
For love would be love of the wrong thing; there is yet faith
But the faith and the love and the hope are all in the waiting.
Wait without thought, for you are not ready for thought:
So the darkness shall be the light, and the stillness the dancing.

 

 

1063334-347476254b434198b9234a938c661ea7.jpg 

T.S. Eliot  (26 september 1888 – 4 januari 1965)



Zie voor mijn blog van de 30e december ook mijn blog van 30 december 2010.
Geschreven door Romenu om 19:39 Reageer op dit bericht

Peter Buwalda

De Nederlandse schrijver, journalis en redacteur Peter Buwalda werd geboren in Blerick op 30 december 1971. Hij was medeoprichter van het tijdschrift WAH WAH. Daarnaast schreef hij essays en verhalen voor tijdschriften als Bunker Hill, De Gids, Hollands Maandblad en Vrij Nederland. In september 2010 debuteerde hij met de roman Bonita Avenue, uitgegeven door De Bezige Bij. Het boek kreeg een nominatie voor de Libris Literatuur Prijs 2011. Ook is hij in de race om de Gouden Strop. Op 22 september 2011 werd bekend dat hij de Academica Debutantenprijs heeft gewonnen. Zie ook mijn blog van 13 oktober 2011.

 

Uit: Bonita Avenue

 

“Joni, Joni’s zusje Janis, zijn vrouw Tineke, iedereen in de grote herenkamer wist welke foto Sigerius bedoelde. Het ging om de foto die ongeveer een jaar eerder op groot formaat was afgedrukt in het blad van Tubantia University, de kleine campusuniversiteit in de bossen tussen Hengelo en Enschede waarvan Sigerius rector magnificus was. Hij stond erop aan de oever van het Amsterdam- Rijnkanaal, zonder kleren op een stropdas na, wijdbeens met zijn blote voeten in modderig, platgetreden gras, met onder zijn voorzichtig bollende vijftigersbuik duidelijk zichtbaar zijn geslachtsdelen. De foto werd de dagen erna overgenomen door vrijwel alle landelijke dagbladen, van NRC tot De Telegraaf , en uiteindelijk zelfs door Bild en een dagblad in Griekenland.
    ‘Ik heb een vermoeden,’ gaf Aaron toe, zich afvragend of Joni haar vader had bijgepraat of dat Sigerius hem gewoon herkende: de lange kale fotograaf van Tubantia Weekly die tijdens zijn publieke optredens als een paardenvlieg met een spiegelreflex om de rector heen zoemde. De laatste mogelijkheid vond hij vleiender, zoals iedereen het op de campus vleiend zou vinden opgemerkt te worden door de charismatische man die nu zijn hand stond fijn te knijpen.
    Siem Sigerius was sinds zijn aantreden in 1993 het blakende middelpunt van Tubantia University, een hete zon waaromheen achtduizend studenten en hardwerkende academici hun kalme ellipsjes draaiden, verbaasd maar dankbaar dat hij juist hun campus verwarmde, en niet het Binnenhof waar hij een staatssecretarisschap had laten lopen, of een van de grote Amerikaanse universiteiten die naar zijn gunsten dongen. De eerste keer dat hij Joni’s vader zag was op de televisie, ettelijke jaren eerder, hij woonde nog bij zijn ouders in Venlo. De augustus na zijn eindexamen voer er iets in hem en zijn broer dat hen tot fanatieke Zomergasten-kijkers maakte, en tijdens een van die enerverende, studieuze zondagavonden zat er een wiskundige judoka tegenover Peter van Ingen, of misschien een judoënde wiskundige, een man in elk geval die fragmenten van Wim Ruska, rusteloze jazz, Tokio 1964 en André van Duin afwisselde met documentaires over priemgetallen en de laatste stelling van Fermat.”

 

 

 1254812-37d4587aabc0c1294b6bd562ba460a75.jpg

Peter Buwalda (Blerick, 30 december 1971)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Job Degenaar, James L. Dickey, Max Dauthendey, Evelyn Scott

Wegens omstandigheden, zoals dat heet, even iets anders:

 

 

 

Vaders nipte terugkeer

 

Moment waarop hij z'n ogen
opslaat en ziet 'het is
er nog, ik ben er nog'

en weer wegvalt als
een zwakke zender

De machinerie van toe- en
afvoerslangen ruist, zoemt,
flitst codes van onmacht

maar stuurt hem in
z'n zachte landing bij

Buiten de kliniek hangt
behaagziek voorjaar

 

 

 

1062606-fb4f2215e455c8e720f5cc8108d9eadf.jpg
Job Degenaar (Dubbeldam, 1 november 1952)

 

 

 

 

The Hospital Window

 

I have just come down from my father.

Higher and higher he lies

Above me in a blue light

Shed by a tinted window.

I drop through six white floors

And then step out onto pavement.

 

Still feeling my father ascend,

I start to cross the firm street,

My shoulder blades shining with all

The glass the huge building can raise.

Now I must turn round and face it,

And know his one pane from the others.

 

Each window possesses the sun

As though it burned there on a wick.

I wave, like a man catching fire.

All the deep-dyed windowpanes flash,

And, behind them, all the white rooms

They turn to the color of Heaven.

 

Ceremoniously, gravely, and weakly,

Dozens of pale hands are waving

Back, from inside their flames.

Yet one pure pane among these

Is the bright, erased blankness of nothing.

I know that my father is there,

 

In the shape of his death still living.

The traffic increases around me

Like a madness called down on my head.

The horns blast at me like shotguns,

And drivers lean out, driven crazy—

But now my propped-up father

 

Lifts his arm out of stillness at last.

The light from the window strikes me

And I turn as blue as a soul,

As the moment when I was born.

I am not afraid for my father—

Look! He is grinning; he is not

 

Afraid for my life, either,

As the wild engines stand at my knees

Shredding their gears and roaring,

And I hold each car in its place

For miles, inciting its horn

To blow down the walls of the world

 

That the dying may float without fear

In the bold blue gaze of my father.

Slowly I move to the sidewalk

With my pin-tingling hand half dead

At the end of my bloodless arm.

I carry it off in amazement,

 

High, still higher, still waving,

My recognized face fully mortal,

Yet not; not at all, in the pale,

Drained, otherworldly, stricken,

Created hue of stained glass.

I have just come down from my father.

 

 

 

1062606-c185bebf781f6caff0f7796f875cc09a.jpg
James L.  Dickey
(2 februari 1923 – 19 januari 1997)

 

 

 

 

Ich dulde stumm

 

Die Welt um mich ist ein Krankenzimmer
Mit geschlossenen Läden im Zwielichtschimmer.
Ich möchte nur leise Schritte machen,
Meine Augen schmerzen vor nächtlichem Wachen.
Meine Brust ist von Sorgen eng umbunden,
Inwendig bluten mir stechende Wunden.
Ich kann noch kein Ende der Krankheit sehen.
Werd ich je froh auf den Füßen stehen?
Das Fieber des Krieges, Heimweh und Sehnen, -
Ich dulde stumm mit verbissenen Zähnen.

 

 

 

1062606-ab346454ae8e3af07e55073be08d9c94.jpg
Max Dauthendey (25 juli 1867 – 29 augustus 1918)

 

 

 

 

Hospital Night

 

I am Will-o'-the-Wisp.

I float in a little pool of delirium,

Phosphorescent velvet.

My fire is like a breath

That blows my illness in circles,

Widening it so far

That I cannot see the edge.

It is one with the night sky.

My fire has blown this vastness,

But I strain and flicker trying to escape from it.

I want to exist without the darkness

That makes my breath so bright.

I want the morning to thin my light. 

 

 

 1062606-85d94650e6b4e647e3e6431db1666cfa.jpg

Evelyn Scott (17 januari 1893 - 3 augustus 1963)

 

 

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e december ook mijn blog van 29 december 2010.

Geschreven door Romenu om 18:36 Reageer op dit bericht

Liu Xiaobo, Burkhard Spinnen, Shen Congwen, Engelbert Obernosterer, Conrad Busken Huet

De Chinese dichter en mensenrechtenactivist Liu Xiaobo werd geboren in Changchun op 28 december 1955. Zie ook mijn blog van 28 december 2010.

 

Uit: Ich habe keine Feinde, ich kenne keinen Hass (Vertaald door Katrin Betz en Hans Peter Hoffmann)

 

„Leben und in Würde leben
Über die chinesische Lebenseinstellung

Unter der autokratischen Macht einer Partei dreht sich die politische Existenz und der politische Betrieb einzig und allein um die Macht, es gibt kein weiteres Motiv; die Existenz des Staates oder des Volkes ist nur ein Vorwand für die Machtausübung, es gibt keinen anderen Wert. Die Menschen unter einem autokratischen System leben einzig und allein um zu leben, es gibt keine anderen Werte, die eingefordert würden.
Wer so lebt, früher vom kommunistischen Fanatismus für dumm verkauft, heute bestochen vom Versprechen auf Wohlstand, lebt damals wie heute in einer menschlichen Wüste.
Die Chinesen als Menschen lebten damals ohne die geringste Würde, sie waren nichts als ein Werkzeug der Terrorordnung und hatten keine grundlegenden Werte mehr!
Mao Zedong hat unseren Landsleuten beigebracht: »Seid eine Schraube im revolutionären Getriebe!«
Ganz gleich, oh man sich wie in der Mao-Ära der Revolution widmete oder unter Deng Xiaoping die Revolution mied, unsere Landsleute hatten nur eine Wahl: eine Schraube zu sein in der Maschinerie der Despoten.

Wer lebte, lebte als Opportunist, hingegeben an ein Leben ohne Wahl nach der «dicken dunklen Theorie«.
Wer lebte, lebte in Heuchelei, eine zynische Strategie, versessen darauf, den Charakter zu spalten.
Wer lebte, lebte gleichgültig und abgestumpft, gewohnt an eine egoistische Zuschauerrolle.
Wer lebte, lebte auf den Knien, zufrieden mit dem Brot der Almosen.
Wer lebte, lebte leichthin und trivial; moralisches Schamgefühl und unauslöschliches Gewissen starben im Schweigen.
Wer lebte, lebte nur mit gebeugten Knien und gesenktem Kopf, eine moralische Ohnmacht, die längst nicht mehr an die Kraft des Gewissens und der Gerechtigkeit glaubte.
Wer lebte, lebte nur so, eine moralische Hilflosigkeit, in der der Opportunismus das Gewissen verschlang.
Wer lebte, lebte klug und aalglatt, verkaufte zunächst sein Gewissen, dann seine Helden, die ein Gewissen hatten, und schließlich das Schamgefühl, das für seine Sünden die Verantwortung übernimmt. Ein Mensch und ein Volk, das kein Schamgefühl hat, kann sehr glücklich leben.“

 

 

 1061941-a37a59c5150899d38cae47efdd13399b.jpg

Liu Xiaobo (Changchun, 28 december 1955)



 

 

 

De Duitse schrijver Burkhard Spinnen werd geboren op 28 december 1956 in Mönchengladbach. Zie ook alle tags voor Burkhard Spinnen op dit blog.

 

Uit: Müller hoch Drei

 

“Es war am ersten Sonntag der großen Sommerferien, sieben Tage vor meinem vierzehnten Geburtstag, da verkündeten mir meine Eltern, sie würden sich trennen. Und zwar jetzt. Auf der Stelle. Sie standen vor mir im Flur, luftig gekleidet, sie hatten sich bei den Händen gefasst wie zwei Schulkinder, und wie aus einem Munde sagten sie: »Wir trennen uns.«
Zuerst brachte ich kein Wort heraus. Ich war bloß erschüttert. Und mir stand leuchtend hell eine Zahl vor Augen: die Dreiunddreißig. Nach meiner letzten Kontrollrechnung waren nämlich genau dreiunddreißig Prozent meiner Klassenkameraden Scheidungskinder, die Sitzenbleiber und die Klassenüberspringer nicht einmal mitgerechnet. Ich hatte ziemlich viel Zeit damit verbracht, über die Scheidungen in meiner Klasse Buch zu führen und die Betroffenen eingehend zu befragen. Man muss ja schließlich wissen, was um einen herum passiert.
Doch erst jetzt ging mir auf, dass ich nie damit gerechnet hatte, es könnte mich selbst einmal erwischen. Ich kam mir vor wie ein Afrikaforscher, der Tag für Tag Giftschlangen untersucht und keine Sekunde lang fürchtet, er könnte gebissen werden. Aus Verzweiflung, mehr aber noch aus Scham über meine Naivität, wurde ich knallrot. Jedenfalls fühlte sich mein Gesicht von innen knallrot an.
Außerdem stand wohl darauf zu lesen, was ich dachte. »Es ist nicht, was du denkst!«, sagte meine Mutter rasch. »Von Scheidung kann keine Rede sein. Papa und ich verstehen uns glänzend. Wir bleiben sicher ein Leben lang zusammen.« Sie machte eine kleine Pause. Dann sagte sie: »Wir trennen uns bloß von dir.«

 

1061941-369243f32a02f8f48d89bf3623eccdf2.jpg
Burkhard Spinnen (Mönchengladbach, 28 december 1956)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Engelbert Obernosterer werd geboren op 28 december 1936 in St. Lorenzen im Lesachtal, Kärnten. Zie ook mijn blog van 28 december 2008 en ook mijn blog van 28 december 2009 en ook mijn blog van 28 december 2010.

 

Uit: Nach Tanzenberg

 

„Ich selber habe das Gefährt bisher nur von Ferne, nämlich von den Hängen und Feldern unseres Hofes aus gesehen. Irgendwo im Steilen stehend, halte ich jedes Mal in den gleichförmigen Bewegungen inne und schaue ihm nach, wenn es tief unten, hin und wieder einen Bremsfurz ausstoßend, in den Radegundgraben eintaucht, um, nachdem es sich durch ein dichtes Waldstück aufwärts durchgekämpft hat, mit triumphalem Tatü-tata-tatü-tata sich in einer s-förmigen Schleife in die Ebene herauszuarbeiten.
Für einen Buben vom Berg ist es schwer vorstellbar, wie das Leben derer verläuft, die an heißen Sommertagen sich in die gepolsterten Sitze im schattigen Inneren eines Fahrzeugs zurücklehnen, dabei in ein saftiges Stück Obst beißen und ein paar Blicke in die der prallen Sonne ausgesetzten Hänge hinaufwerfen, wo punktklein sich die Leute vom Berg am Heu zu schaffen machen.
Jetzt aber ist es auch für mich so weit. An der Haltestelle unterhalb des Gasthof zur Post stehend, wende ich das Gesicht gegen den oberen Teil des Tales, von wo über die Dächer her bald irgendein Zeichen zu vernehmen sein müsste. Plötzlich wenden auch die Frauen ihre Köpfe in diese Richtung, denn ein fernes Dröhnen lässt die Luft über den Schindeldächern erzittern, sein Vibrieren erfasst die Dachrinnen, Fensterscheiben und alles, was nicht niet- und nagelfest ist. Sich Bahn brechend stößt die blechgepanzerte Schnauze des Ungetüms hinter dem Hauseck hervor und biegt unter Glasglitzern und metallischem Gleissen herüber, direkt auf das Häufchen der Wartenden, die noch ein, zwei Schritte zurückweichen, zu.“

 

 

 1061941-b93e86100ffd610bfc3c44c6eacd3ca2.jpg

Engelbert Obernosterer (St. Lorenzen, 28 december 1936)

 

  

 


De Chinese schrijver Shen Congwen werd geboren op 28 december 1902 in Fenghuang in de provincie Hunan. Zie
ook mijn blog van 28 december 2008 en ook mijn blog van 28 december 2009 en ook mijn blog van 28 december 2010.

 

Uit: Congwen zizhuan. Autobiography of Congwen

 

„When those ignorant peasants were being beaten, I was sitting there as usual preparing court transcripts, copying down whatever confessions they muttered out under the pain of torture. And then

soldiers would swab some ink onto their palms and let them press their fingerprints in the blank space at the bottom of the transcript paper. The documents would finally be given back to me to put in

order and submit to the military judge for case filing.

(...)

 

I stayed there (Huaihua) for a year and four months, and during this time I witnessed about 700 killings. Under what circumstances people would be beaten during the prosecution, and in what kind of

state they would be beheaded, I knew thoroughly. It was hard to put into words the so-called human stupidities. This experience weighed on my mind, making me no longer able to feel the same love and hate as those in the city who read classics. There and in other places, I saw the stupid things never seen by ordinary people, heard the cries never heard by ordinary people, and smelled the odors never smelled by ordinary people. I was no longer interested in the moral ideas generated from the narrow and commonplace life of the city people. When I came to the city, I felt unlike a normal human being. I was gloomy and desolate. „

 

 

1061941-efdb25e18314197723d8772e64179cc2.jpg
Shen Congwen (28 december 1902 – 10 mei 1988)

Als adolescent 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Conrad Busken Huet werd geboren op 28 december 1826 in Den Haag, als zoon van een ambtenaar. Zie ook alle tags voor Conrad Busken Huet op dit blog.


Uit: Brieven over den Bijbel

 

„Hoofdzaak is dat Hosea te bedoelder plaatse niet alleen niet wijst op de toekomst, of op den Messias, of op diens levenslot, maar eenvoudig denkt aan de bevrijding van het joodsche volk uit de egyptische slavernij in den overouden tijd. Ziehier de woorden door den profeet aan God in den mond gelegd: ‘Als Israel een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb mijnen Zoon uit Egypte geroepen.’ Dat Israel Gods kind of zoon genoemd wordt, is gewone bijbeltaal. Hier is geene voorspelling, maar eene historische opmerking in den trant als de aanhef der tien geboden: ‘Ik ben de Heer, uw God, die u uit Egypteland, uit het diensthuis, uitgeleid heb.’ - Wederom een voorbeeld uit Mattheus. Deze evangelist merkt de geboorte van Jezus uit de maagd Maria als de vervulling aan van de volgende plaats uit Jesaja: ‘Ziet, de maagd zal zwanger worden, en eenen zoon baren, en gij zult zijnen naam heeten Emmanuel.’ Gij meent dat Jesaja

derhalve heeft voorspeld dat de Zaligmaker der wereld eene maagd tot moeder hebben zou? Onjuist. Jesaja heeft alleen voorspeld dat, binnen den tijd die noodig is eer het kind eener nog ongehuwde of pasgehuwde vrouw goed van kwaad kan onderscheiden, dat wil dus zeggen binnen den tijd van twee of drie jaren, het koningrijk Juda zich volkomen hersteld zou hebben van de oorlogsrampen waardoor het destijds geteisterd werd. Tot eene gedachtenis aan dien zegen moest het knaapje dat stond geboren te worden, welk knaapje intusschen niet meer dan een kind van Jesaja's verbeelding was, den naam van Emmanuel, van God-met-ons ontvangen. Zoo werd zeker steenen gedenkteeken, in de buurt van Mizpa, in Samuels dagen ter eere eener schitterende overwinning op de Filistijnen gesticht, door hem genoemd Eben-Haezer, letterlijk: Steen-der-hulpe, en bij omschrijving: Tot hiertoe heeft ons de Heer geholpen. – „

 

 

 1061941-4f268167b7cdfcb78bc7e5559a0f5649.jpg

Conrad Busken Huet (28 december 1826 – 1 mei 1886)

Kopie door Coen van Oven naar een origineel van Jozef Israëls



Zie voor nog meer schrijvers van de 28e december ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:01 Reageer op dit bericht

Öyvind Fahlström, Manuel Puig, Antoine Bodar, Morris Rosenfeld, Erich Köhler, Guy Debord, Alfred Wolfenstein, Édouard d’Anglemont, Antoine Furetière

De Zweedse kunstenaar, dichter en schrijver Öyvind Axel Christian Fahlström werd geboren op 28 december 1928 in São Paulo. Zie ook mijn blog van 28 december 2010.

 

Uit: The Invisible Painting, 1960

 

„Very generally:
The future of art, if it is to have any future, must be based on a synthesis. I regard most modern art as an experimental field for separate discoveries and solutions, the unity of composition and form, color composition, illusions of time and space, poetic content, automatism and gesture, experimentation with material. A growing number of artists end up in a technical idiocy of style, cultivating a particular halfway solution.

The future: an attempt to create complete works of art. Fewer — bigger — more important — more worked through. That it's natural for an artist to make a few such works, in the same way a composer or writer does. Natural to plan and "think through" a work to a greater extent and, if possible, to use technology and science, as has been done most significantly in music. See, for example, Schöffer's cybernetic mobiles.

 

 

 1061925-9718044cd730aad7c17898bd0534b96e.jpg

Öyvind Fahlström, Column no. 2 (Picasso 90), 1973

 

Less generally:
In one particular respect I think that collaboration with technology is imminent.

Painting is lagging behind the other art forms because of its limited opportunities to reach its audience. By "reach" I mean to "own" a work of art, to possess it, to take it out when you want to, have it on display or not — like a book or a record — so that as many people as possible can experience an original, as they can with film and theater. By this I mean that the fetishism connected to handmade and signed originals would never exist; instead there would be a multitude of equally valuable copies. When art is bought today, it happens, as we know, only partly for the same reasons that books or records are purchased — and it is bought by an extremely limited group of people. Those to whom works of art mean the most have the least means to acquire them. This is an incredibly warped situation, to which many artists are oddly resigned.“

 

 

 1061925-bbbc336ad69a2124853fa6d4fffa352f.jpg

Öyvind Fahlström (28 december 1928 - 9 november 1976)

 

 

 

 

De Argentijnse schrijver Manuel Puig werd geboren op 28 december 1932 in General Villegas. Zie ook mijn blog van 28 december 2006 en ook mijn blog van 28 december 2008 en ook mijn blog van 28 december 2009 en ook mijn blog van 28 december 2010.

 

Uit: Pubis angelical (Vertaald door Albert Bensoussan)

 

“J’ai été élevée comme ça, chez nous on ne dit jamais rouge, on dit toujours grenat, et l’on dit femme au lieu d’épouse, mari au lieu d’époux. [...] Crois-tu que vous autres les Argentins méritez la réputation que vous avez de snobs ? - Bien sûr ! La classe élevée tu n’imagines pas ce que c’est, moi je les connais très bien. […] On m’a éduquée comme ça, quand j’étais petite maman me corrigeait si je disais le mot qui ne convenait pas. - Ta mère appartient à la classe élevée ? - Non, plus ou moins à l’aise, mais pas élevée. Snob je ne te dis que ça. Et j’oubliais le pire, « goûter » au lieu de « prendre le thé ». Pire encore que de dire « rouge ». - Qu’est-ce qu’on dit dans la classe élevée ? prendre le thé, je suppose. - Bien sûr, ça fait anglais. Mais c’est fantastique le pouvoir d’un mot. Si quelqu’un, une camarade de collège, m’invitait chez elle pour goûter, je n’y allais pas, j’imaginais une table sans nappe et des bols ébréchés [...]”

 

 

 

 1061925-603f65fa0627e34b828434298e0e23ae.jpg

Manuel Puig (28 december 1932 – 22 juli 1990)

 

 

 

De Nederlandse rooms-katholiek priester, kunsthistoricus, schrijver en columnist Antoine Bodar werd geboren in 's-Hertogenbosch op 28 december 1944. Zie ook mijn blog van 28 december 2008 en ook mijn blog van 28 december 2009 en ook mijn blog van 28 december 2010.

 

Uit: Tot dienen geroepen

 

“Vult God ons in of vullen wij God in. Hebben wij deel aan Hem of heeft Hij deel aan ons. Bedenkt Hij ons of bedenken wij Hem. Staat Hij in het middelpunt of staan wij in het middelpunt. Gaat het om Hem of gaat het om ons. Maakt Hij ons deelgenoot van Zijn Geest of maken wij Hem deelgenoot van onze geest.
Dit is de kwestie rond het alom en door iedereen aangewende begrip spiritualiteit: Het betekent iets (want het heeft van doen met Gods Geest) of het betekent niets (want heeft van doen metalles). Ietsisme is uitnodiging tot God te geraken. Anders reikt het tot nietsisme, voorheen bekend als nihilisme.
Maar heeft God niet te maken metalles en iedereen? Stellig. God is evenwel niet afhankelijk van ons maar wij zijn afhankelijk van Hem. De verbinding begint bij Hem en niet bij ons. In spiritualiteit vieren wij niet ons zelf maar vieren wij God in dankbaarheid om de schenking van de Heilige Geest (
Spiritus Sanctus) – spiritualiteit dus in echte betekenis – die ons niet minder afhankelijk van Hem als aanhankelijk jegens Hem doet zijn.”

 

 

 1061925-f5cb2a00145f4cb7ef80541c89067b5a.jpg

Antoine Bodar ('s-Hertogenbosch, 28 december 1944)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Morris Rosenfeld (eig. Moshe Jacob Alter) werd geboren op 28 december 1862 in Boksze in Polen. Zie ook mijn blog van 28 december 2008 en ook mijn blog van 28 december 2009 en ook mijn blog van 28 december 2010.

 

 

Atonement Evening Prayer

 

Atonement Day--evening pray'r--sadness profound.

The soul-lights, so clear once, are dying around.

The reader is spent, and he barely can speak;

The people are faint, e'en the basso is weak.

The choristers pine for the hour of repose.

Just one--two chants more, and the pray'r book we close!

 

And now ev'ry Jew's supplication is ended,

And Nilah approaching, and twilight descended.

The blast of the New Year is blown on the horn,

All go; by the Ark I am standing forlorn,

And thinking: 'How shall it be with us anon,

When closed is the temple, and ev'ryone gone!'

 

 

 

The Feast Of Lights

 

Little candles glistening,

Telling those are listening

Legends manifold,

Many a little story,

Tales of blood and glory

Of the days of old.

 

As I watch you flicker,

As I list you bicker,

Speak the ancient dreams:

--You have battled, Jew, one time,

You have conquer'd too, one time.

(God, how strange it seems!)

 

In your midst was order once,

And within your border once

Strangers took no part.

Jew, you had a land one time,

And an armed hand, one time.

(How it moves the heart!)

 

Glisten, candles, glisten!

As I stand and listen

All the grief in me,

All the woe is stirred again,

And the question heard again:

What the end shall be?

 

 

 

 1061925-40711ef4f9a0b5e07e009b337cced569.jpg

Morris Rosenfeld (28 december 1862 – 22 juni 1923)

 

 

 

 

De (Oost)-Duitse schrijver Erich Köhler werd geboren op 28 december 1928 in Taschwitz nabij Karlsbad. Zie ook mijn blog van 28 december 2009 en ook mijn blog van 28 december 2010.

 

Uit: Radauer oder Aufstieg und Fall von Politanien

 

“Wie bitte, fragt das Kind, aber sein Stimmchen macht kein Echo
Was hier los ist, wollen wir wissen
Was soll hier schon los sein
Hier soll einer, allzu frühe von uns gegangen, paar alte Geschichten
Hier gibt es keine alten Geschichten, nur mich
Und was tust du hier, wenn man mal fragen darf
Ach, immer dasselbe
Nämlich
Ich baue die Stadt Troja auf, hier im Sandkasten. Jemand zertrampelt sie und ich, ich baue sie immer wieder auf
Moment mal, sage ich, die Decke war dicht. Uraltes Moos zwischen den Platten. Garantiert unbewegte Lage, seit die Gruft geschlossen wurde. Und du kommst uns mit dem großen Un­bekannten. Entweder, du willst uns, oder du bist selber...

Das Kind: Getrampelt wird aber. Hier war die große Ring­mauer, hier die Unterburg, da die Oberburg, dort das Skäische Tor, dazwischen Marktplatz, Wohnhäuser, Spei­cher. Alles ist hin.“

 

 

 

 1061925-dec3daeacffa69f07fddd5544b55ed55.jpg

Erich Köhler (28 december 1928 – 16 juli 2003)

 

 

 

 

 

ZIe voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 28 december 2010.

 

De Franse schrijver, filmmaker en kunstenaar Guy  Debord werd geboren op 28 december 1931 in Parijs. Zie ook mijn blog van 28 december 2009.


De Duitse dichter, toneelauteur en vertaler
Alfred Wolfenstein werd geboren op 28 december 1883 in Halle. Zie ook mijn blog van 28 december 2006 en ook mijn blog van 28 december 2008 en ook mijn blog van 28 december 2009.

 

 

De Franse dichter Édouard d’Anglemont werd geboren op 28 december 1798 in Pont-Audemer, departement Eure.

 

 

De Franse schrijver en lexicograaf Antoine Furetière werd geboren op 28 december 1619 in Parijs. Zie ook mijn blog van 28 december 2009.


Geschreven door Romenu om 19:36 Reageer op dit bericht

Hildegard Knef

De Duitse actrice, schrijfster en zangeres Hildegard Knef werd gebpren in Ulm op 28 december 1925.

Ze volgde tijdens de oorlogsjaren een opleiding aan de filmschool in Babelsberg bij Berlijn. Daar deed ze haar eerste vriend op, een chef bij het filmbedrijf, met wie ze voor de Russen uit moest vluchten. Na toch te zijn opgepakt bleek de vriend tot haar grote schrik een beschermeling van Joseph Goebbels te zijn, een nazi uit de hogere kringen derhalve. Deze ongewilde nazi-connectie heeft een glanzende carrière van Knef in de VS verhinderd, hoewel ze er met haar rol in de Broadwaymusical Silk Stockings van Cole Porter wel succes had. Knefs carrière begon in 1946 met Die Mörder sind unter uns, de eerste naoorlogse Duitse film. In 1951 veroorzaakte de voorstelling van zelfmoord en euthanasie in de film Die Sünderin een schandaal.

Een grote internationale filmcarrière was voor Hildegard Kneff, of 'Neff', zoals ze zich in de Verenigde Staten liet noemen, niet weggelegd, hoewel ze er wel veel moeite voor heeft gedaan. Ze ontpopte zich in de jaren 60 met haar zwaar doorrookte stem vooral als chanteuse; veel van haar liedteksten schreef ze zelf. Later gebruikte ze haar schrijftalent voor een tweetal boeken: het autobiografische Der geschenkte Gaul (1970), dat een veelgeprezen bestseller werd, en Das Urteil (1975). In dat laatste boek schrijft ze over kanker.

Knef heeft meer dan 20 jaar de kanker in haar eigen lichaam bestreden, werd 50 keer geopereerd, raakte verslaafd aan pijnstillende drugs en medicijnen, lag in 2001 drie weken in coma, raakte door alle behandelingen steeds vatbaarder en overleed uiteindelijk aan een longontsteking. Tussen alle behandelingen door probeerde ze haar werk voort te zetten. In 1998 nog nam ze een CD op met jazz- en rocknummers en in 1990 verscheen een CD met de titel 17 Millimeter. Hildegard Knef overleed op vrijdag 1 februari 2002 op de leeftijd van 76 jaar.

 

Uit: Der geschenkte Gaul

 

“Er hieß Hans Theodor, war groß, war wild, war rastlos, war rothaarig – durcheilte Leben, durcheilte Berufe wie Schnellzüge Stationen – gewann Wettschwimmen gegen die Rheinströmung, gewann Fußballpokale, gewann Amateurboxkämpfe.
War verzweifelt.
Ich hätte ihn gern kennen gelernt.
Mit 17 bekam er sein EK II – mit 17½ sein EK I. Er hatte sich freiwillig gemeldet, war an der Somme, war in Verdun und war einmal im Bordell. Und als der Krieg vorbei war, rissen sie ihm am Anhalter Bahnhof in Berlin die Schulterstücke runter und die Orden ab – was ihm blieb, war die Krankheit. »Geheilt«, sagte der Arzt nach einem Jahr – »ham Se noch mal Glück jehabbt.«
Er konnte sich nicht mehr zurechtfinden in dem nach Kohlrüben riechenden Deutschland. Suchte Kriege, suchte Streit – bis er seine Frieda Auguste traf. Sie heirateten. Packten ein, packten aus, zogen hin, zogen her, führten eine Umzugsehe. manchmal verdiente er, hatte Auto samt Chauffeur, verlor beides, landete in Ulm. Da kam die nächste große, einmalige, alles bisher Dagewesene in den Schatten stellende Chance: Türkei, eigene Fabrik, Unabhängigkeit. Die vermasselte ich. Mein Auftritt fand im Dezember statt. Mein Vater raste durch die Wohnung, schrie: »Ist ihr Blut in Ordnung, Doktor, ist das Blut auch in Ordnung?« Es war.
Einen Monat später fand Mutter die Spritze. Im Flur war ein Hängeboden, auf dem Hängeboden ein Karton, im Karton die Spritze. Sie fragte ihn: Was soll die Spritze?
Sie ist wiedergekommen, die Krankheit von damals. Ich bin in Behandlung, mache mir die Spritzen, sie sagen, es ginge wieder vorbei.
Es ging nicht. Er bekam Fieber, bekam Angina. Ob das eine mit dem anderen zusammenhing, wussten sie nicht, die Ärzte. Er kam ins Krankenhaus. Mutter auch. Sie hatte eine Blinddarmentzündung. Er lag im zweiten, sie im ersten Stock.”

 

 

1250417-8e00a26d774d6906281847e2df02a9ff.jpg 

Hildegard Knef (28 december 1925 - 1 februari 2002)

Cover

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Bernard Wesseling, Édouard Nabe, Wendy Coakley-Thompson, Malin Schwerdtfeger, Markus Werner

De Nederlandse dichter en schrijver Bernard Wesseling werd geboren in Amsterdam op 27 december 1978. Zie ook mijn blog van 3 april 2006 en ook mijn blog van 27 december 2010.


 

Laatste natuurervaring

Het had even geleken of een vogel me vanochtend
toezong vanuit een plantsoen. Dus trok ik erop uit.
Nu sta ik naast een niervormig ven
voor een loofbos dat dienst doet als vluchtheuvel,
pech, telefoon dood, tot voor kort nog door de bomen
zwaaiend naar een tankstation.
Een en ander in overweging genomen,
kan ik zeggen dat mijn ongeluk, zoals dat gaat
bij kleine mensen, nooit meer was dan
een aangemeten verontwaardiging.
Maar hier in de ruis van de ring, afslag Amersfoort,
met een onbewegelijk luchtruim als mijn getuige,
is mijn schreeuw eenmalig subliem.
Mijn waanzin een verheffend feit.

 

 

Omstandigheden uit te breken

Neem een personage
geef dat personage een virus om zijn antivirus te redden
(bedenk iets - iets)

Ontwerp hem net zo intelligent nee véél intelligenter nee
morsig wiskundige
die zijn theorie op viltjes pent en opzichtig laat verdwijnen
in zijn binnenzak tot postuum aangezien
voor genie eigen

Nadat er niets onvoorziens meer gebeurde
toonde ik me een week lang bereidwillig lijk

Lag daarvoor stil op de bank onder afbakpizzakorsten
concentreerde me op het aanmoedigen van maden
mijn verborgen organen te proberen

Schoor me maandag boven de wasbak bloedeloos glad

 

 


1061305-98561bfdd9469ea038a969ed79fc00dc.jpg

Bernard Wesseling (Amsterdam, 27 december 1978)


 

 


De Franse dichter, schrijver, schilder en musicus Édouard Nabe (eig. Alain Zannini) werd geboren in Marseille op 27 december 1958. Zie ook mijn blog van 27 december 2009 en ook mijn blog van 27 december 2010.


Uit: Zorro est arriviste

 

Je me trouve toujours dans des situations scabreuses ou baroques, où les symboles abondent. Tout fait écho dans ma caisse de résonance (que j’écrirais bien « raisonnance » tant les sons qui s’y répondent ont un sens). Tout se recoupe toujours si violemment autour de moi que je suis tailladé par ce qui m’arrive. Chassés-croisés, quiproquos, coïncidences, doublons, retournements de situation : quand j’en ai pris conscience, j’ai décidé de tenir mon Journal, ma vie était trop rocambolesque pour faire autrement. C’est une tragédie hilarante de passions exaltées : je jouis, je pleure, j’écris, je ris, je suis en extase, puis anéanti, puis adoré, puis haï, puis trahi, puis sauvé… Si vous regardez bien, je suis le plus humilié de tous, j’ai l’index du destin pointé vers moi, et souvent sur moi, ça me fait mal quand on appuie sur ma vie ! Comment faire pour moins vivre ?

 

_N’oubliez pas que vos chères Muses, à vous l’artiste, sont les filles même de la Mémoire. Elles sont désignées comme « sources d’oubli » ! ça signifie au fond que l’art est hostile à ce qu’on se rappelle quoi que ce soit. Il permet juste de sortir de son seul être. Toutes les Muses sont là pour vider l’homme de sa mémoire, c’est à dire de ce qui le rattache à leur mère… Ah ! c’est bien foutu la Théogonie ! Oubliez donc ce que vous écrivez en le vivant, puisqu’en écrivant vous oubliez ce que vous vivez…”



 

 1061305-0f02f8fa55fc8548c8eeb420233317bd.jpg

Édouard Nabe (Marseille, 27 december 1958)

 

 

 


De Amerikaanse schrijfster
Wendy Coakley-Thompson werd geboren op 27 december 1966 in Brooklyn, New York. Zie ook mijn blog van 27 december 2009 en ook mijn blog van 27 december 2010.


Uit: What You Won’t Do for Love

 

“After he’d left, she did the usual things she did at night. She shut down her computer system upstairs. She cleaned Tony’s ears, which, with him squirming and rebelling against a gloved finger in his ear canal, was a workout in itself. All the while, though, she ran the conversation she’d had in her kitchen over in her head on a constant loop. The more she thought about it, the angrier she got. This brothah’s trying to flip this thing onto me!

She stashed the videos and the ice cream that she’d taken out, then picked up the cordless. She speed-dialed his cell phone number. After two rings, he answered. “Where are you?” she asked.

“At my dad’s,” Devin answered.

“Stay there; I’m coming over to talk to you.”

Chaney put Tony and his water dish onto the deck, then, with just her wallet and keys, she got into the Altima and hit the road. She took the GW Parkway, instead of Rt. 1. and stepped on the gas. On the radio, Faith Evans was cussing some brothah out in her funky cut, “You Gets No Love,” and that functioned as Chaney’s angry soundtrack as she, oblivious to the monuments lit up like Roman candles, headed towards Arlington“.

 


1061305-11eed82915e1ab4e421060f5a6eff113.jpg

Wendy Coakley-Thompson (New York, 27 december 1966)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Malin Schwerdtfeger werd geboren op 27 december 1972 in Bremen. Zie ook mijn blog van 27 december 2008. Zie ook mijn blog van 27 december 2010.

 

Uit: Café Saratoga


“Jane und ich hatten zwei Sorgenkinder: den Fiat Mirafiori und Lilka, meine Mutter. Beide hörten sich nicht gut an. Etwas im Fiat Mirafiori machte Geräusche, und etwas in meiner Mutter blockierte ihre Atemwege. Lilka gurgelte und keuchte, ohne ganz aufzuwachen. Ich sah im Rückspiegel, wie sie sich krümmte, in ihr Kleid verwickelt, den Kopf zurückgebogen und in die Kerbe zwischen Lehne und Sitzfläche gebohrt, das Gesicht aufwärts gedreht, die Lippen zusammengekniffen.

»Was, wenn sie hier stirbt?«, fragte ich.

Der Mirafiori fuhr gerade eben hundert, wenn ich ihn sehr quälte. »Das klingt nicht gut«, sagte Jane und kämmte sich mit allen zehn Fingern. Dann verteilte sie die Haare im Auto, indem sie die Hände über den Polstern ausschüttelte. Jane haarte wie eine Angorakatze. »Ich wäre eine schlechte heimliche Geliebte eines verheirateten Mannes«, sagte Jane. »Der Arme hätte einfach zu viel Arbeit mit den Haaren in seinem Auto.«

Lilka würde nicht in Bundes sterben wollen und erst recht nicht im anderen Deutschland. Tata und sein Freund Bocian hatten uns das andere Deutschland erklärt, jeden Tag im Café Saratoga. Auch wenn es dieses Land nicht mehr gab, so mussten wir doch hindurch, so wie es den Tod nicht gab, laut Tata, doch sterben musste man trotzdem.



 1061305-86f8fa65150b08d885012729737dea08.jpg

Malin Schwerdtfeger (Bremen, 27 december 1972)




 

 

De Zwitserse schrijver Markus Werner werd geboren op 27 december 1944 in Eschlikon (Kanton Thurgau). Zie ook alle tags voor Markus Werner op dit blog.


Uit: Am Hang

 

“Ich muss um Nachsicht bitten, sagte ich, ich habe mich Ihnen aufgedrängt und Ihre Kreise gestört. Es fällt mir sehr leicht, Kontakte zu knüpfen, und als extravertierter Mensch laufe ich offenbar manchmal Gefahr, nicht zu merken, dass andere anders sind. Ich fühle mich wohl unter Leuten und bin ungern allein, für mich ist Menschenscheu ein Fremdwort. Wie es sich ohne Umgang lebt und leben lässt, ist mir ein Rätsel. Gut, Sie haben zum Glück noch die Schule, was aber geschieht in der Freizeit? Was tun Sie in den Ferien? Reisen Sie wenigstens manchmal? – Ich halte es mit Ovid, sagte Loos, bene qui latuit, bene vixit. – Das müssten Sie mir übersetzen, sagte ich, ich verstehe leider nur „bene“, Latein war nicht meine Stärke. – Wer gut verborgen war, hat gut gelebt, sagte Loos, aber von solcherlei Wahrheit ahnt das Rudeltier nichts. Im übrigen, so arg allein bin ich nun auch wieder nicht, ich bin ja innerlich vereint, aber lassen wir das. Also, was tue ich in meiner Freizeit? Sie werden staunen, ich tue das, was mir vorschwebt seit meiner Geburt, nämlich nichts. Das gelingt mir natürlich nicht immer, aber ich übe und übe und bin auf dem Weg. Der Klügere gibt nach, sage ich mir und überlasse es den Tätigen, sich gegen die Schwerkraft zu stemmen. – Wie sieht das Nichtstun denn aus, konkret, und wie kann man sich darin üben? fragte ich Loos. - Nun, sagte er, üben heißt hier wie überall: etwas immer von neuem versuchen, bis es gelingt. Nehmen Sie an, Sie liegen auf dem Sofa, am Samstagmittag, und setzen sich das Lernziel, zwei Stunden lang liegen zu bleiben, ruhig, aber ohne zu schlafen. Sie hören, wie eine Nachbarin staubsaugt oder jemand den Rasen mäht. Statt jetzt an Dinge zu denken, die zu erledigen wären, sollten Sie nur die Spinne betrachten, die reglos an der Zimmerdecke sitzt und dabei keinesfalls dem Wunsch nachgeben, sie aus dem Weg zu räumen. Jetzt läutet Ihr Telefon. Als Anfänger springen Sie auf und greifen zum Hörer. Das wäre nur dann bedenklich, wenn Sie aus Ihrem Versagen nichts lernten. Gehen Sie in sich, üben Sie weiter, bis Sie die Freiheit erlangen, auf Außenreize, die Sie zu einem Tun verleiten wollen, nicht mehr zu reagieren.Bei dem Gedanken an eine lange Fahrt durch das andere Deutschland bekam ich feuchte Hände und wollte das Lenkrad nicht mehr loslassen, bis wir die Grenze passiert hätten.”

 


 1061305-3f4d170fb2537a6741ae8ae29f081f1e.jpg

Markus Werner (Eschlikon, 27 december 1944)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e december ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:42 Reageer op dit bericht

Louis de Bourbon, Mariella Mehr, Louis Bromfield, Wilfrid Sheed

De Nederlandse dichter Louis de Bourbon werd geboren in Renkum op 27 december 1908. Zie ook mijn blog van 27 december 2009  en ook mijn blog van 27 december 2010.

 

 

Laus Brabantiae

 

Ik houd van het Brabantse land

door de eeuwen geteisterd, gehard,

als een phoenix verrijst uit den brand

rees zijn schoonheid uit rampspoed en smart.

 

Door geen legers van geuzen geknecht

maar versomberd van eeuwen in rouw,

gebeten op vrijheid en recht

maar zijn God en zijn Heren getrouw.

 

Land van vennen en wouden en wei,

rivieren, moerassen en zand,

Peel, land van Maas, Meierij

en het eenzame Kempenland.

 

Land van Altena, Biesbos, Breda,

oude zetels van adellijken roem,

schoon is elk oord waar ik ga,

gewijd elke naam die ik noem.

 

Heeft de dood weer uw akkers gekleurd?

Zijn uw steden en dorpen gewond?

Wie geknield en in deemoed treurt,

diens traan vindt een vruchtbaren grond.

 

Wie weet, dat geen lot wordt volbracht

in dit donkere dal van den tijd,

wie gelooft en wie hoopt, die wacht

op het licht van de eeuwigheid.

 

Ik houd van dit Brabantse volk,

van dit land tussen Schelde en Maas.

Zij de dienstmaagd des Heren zijn tolk

en het Goddelijk Kind zijn solaes.



 

 1061299-995c166889b8de449e7ebcbc9d17d32b.jpg

Louis de Bourbon (27 december 1908 – 8 januari 1975)

 

 


D
e Zwitserse dichteres en schrijfster Mariella Mehr werd geboren op 27 december 1947 in Zürich. Zie ook mijn blog van 27 december 2008 en ook mijn blog van 27 december 2009 en ook mijn blog van 27 december 2010.


  

Schlafen, sagst du

 

Schlafen, sagst du,

eine gute Zeit

wenn die Flut den

 

Moder wegschwemmt

und so meinem Leben

zur Welt verhilft.

 

Schlafen, sage ich,

Jahre und jahrelang

schlief ich nicht mehr,

 

träumte wach,

dass jeder Weg

in den Sog des Wassers

zurückführt.

 

Und wirklich, die Wasserlast

zwang meine Augen zu tragen,

was ihnen zusteht:

das Nichts.

 

Rot wie die Nacht um uns,

an der selbst der Mond zerschellt.

Keine Heiterkeit in diesem Rot,

kein Hohn.

 

Du weisst, in jeder Heiterkeit

wäre nur Lüge zu entdecken,

 

die schütteren Tentakel der Illusion.

 

Weshalb kehrt keiner

mit mir ins Meer zurück,

um die Dinge zu richten,

die nicht in der Macht

der Engel stehen?



 

1061299-11b883a99eda800d9a38ede0efee1dfd.jpg
Mariella Mehr (Zürich, 27 december 1947)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Louis Bromfield werd geboren op 27. Dezember 1896 in Mansfield, Ohio. Zie ook mijn blog van 27 december 2009 en ook mijn blog van 27 december 2010.

 

Uit: The Green Bay Tree

 

“ONE late afternoon in April, nineteen thirteen, when the trees in the garden were all feathery and soft with the first green of the Gallic springtime, Madame Gigon sat in her chair by the door of the long drawing-room bidding her guests good-by, one by one, as they left her usual Thursday salon. The drawing-room, owing to the sharp slope of the ground upon which the house was built, lay below the surface of the Rue Raynouard on the garden side of the house so that the guests leaving were forced to climb a long flight of stairs that led up to the street door. The stairway, opening directly into the drawing-room, provided a long, high vista leading up to a door, itself noticeable by its very insignificance. It was one of the charming features of the house that on the street side it was but one story high with a single door and a row of high windows which betrayed no hint of the beauty and space within its walls. On the garden side, however, the house presented a beautiful façade some three stories high, constructed of Caen stone and designed in the best manner of the eighteenth century. Lenôtre himself was said to have had a hand in the planning of the terraces and the pavilion that stood at a little distance completely embowered by shrubs and covered by a canopy made of the broad green leaves of plane trees. The house, after a fashion, turned its back upon the world, concealing its beauties from the eye of the random passerby, preserving them for the few who were admitted by the humble and unpretentious door that swung open upon the cobble stones of the Rue Raynouard. To the world it showed the face of a petite bourgeoise. To its friends it revealed the countenance of an eighteenth century marquise. And this fact had influenced for more than a century and a half the character of its tenants. The prosperous chocolate manufacturer abandoned it for the German palace in the Avenue de Jena for the very reason that Lily Shane seized it the moment it fell vacant. It was no sort of a house for on one who desired the world to recognize his success and the character of his life, but it was an excellent house in which to live quietly, even secretly. It stood isolated in the very midst of Paris.”

  


1061299-7e5dc96d49fcba4d7fd6d0b15187b609.jpg

Louis Bromfield (27 december 1896 – 18 maart 1956)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver en essayist Wilfrid Sheed werd geboren op 27 december 1930 in Londen. Zie ook mijn blog van 27 december 2009 en ook mijn blog van 27 december 2010. Wilfied Sheed overleed op 19 januari van dit jaar op 80-jarige leeftijd.


Uit: The House That George Built


“So the parents went into hock and found room for the damn thing someplace, and artistic Darwinism did the rest. You buy a piano for Ira Gershwin, and George is the one who plays it, although sometimes you had to live through a week of hell to learn this. As anyone knows who has ever housed a child and a piano, every tot who walks through the door will bang the bejesus out of the new toy for a few minutes, get bored, and come back, and back again, and bang some more, but then successively less and less until the dust starts to move in and claim it. . . . Unless the child finds something interesting in the magic box, a familiar tune that stammers to life under his fingers, or a promising and unfamiliar one; a chord that sounds good, and rolls out into a respectable arpeggio as well, with, saints be praised, a bass line that actually works for a bar or two—after which a gifted kid with an instrument is like a teenager with his first car and a tank full of gas. Where to, James: Charleston, Chattanooga, or Kalamazoo? Two-steps, or concertos, or parts unknown?

“Well, he’ll probably settle down eventually,” hoped the parents who had only bought the thing for the sake of respectability and maybe for some civilized graces around here. It speaks wonders for those parents in that era that they knew that being a famous lawyer or doctor wasn’t enough in life. If you weren’t a person of cultivation, you were still a bum.

But some of the kids insisted on being bums anyway, and sometimes the piano only made them worse. There were low-life uses for the instrument as well as high, and all the classical music lessons the parents could shout for weren’t always enough to keep Junior out of the gutter, especially once ragtime had come along, in Frank Loesser’s phrase, “to fill the gutters in gold.” Talk about subversive —not even Elvis Presley rolling his hips had as many parents and preachers up and howling and sending for the exorcism unit as ragtime did.”

 

 


1061299-43d46d4aafa820a7f923118c029717a8.jpg

Wilfrid Sheed (27 december 1930 – 19 januari 2011)

 

 

Geschreven door Romenu om 19:41 Reageer op dit bericht

Bob Flanagan

De Amerikaanse schrijver en optredend artiest Bob Flanagan werd geboren op 26 december 1952 in New York. Zie ook mijn blog van 27 december 2009 en ook mijn blog van 27 december 2010.

 


Why (Fragment)

 

Because it feels good;

because it gives me an erection;

because it makes me come;

because I'm sick;

because there was so much sickness;

because I say FUCK THE SICKNESS;

because I like the attention;

because I was alone a lot;

because I was different;

because kids beat me up on the way to school;

because I was humiliated by nuns;

because of Christ and the Crucifixion;

because of Porky Pig in bondage, force-fed by some sinister creep in a black cape;

because of stories of children hung by their wrists,

burned on the stove, scalded in tubs;

because of Mutiny on the Bounty;

because of cowboys and Indians;

because of Houdini;

because of my cousin Cliff;

because of the forts we built and the things we did inside them;

because of what's inside me;

because of my genes;

because of my parents;

because of doctors and nurses;

because they tied me to the crib so I wouldn't hurt myself;

because I had time to think;

because I had time to hold my penis;

because I had awful stomachaches and holding my penis made it feel better;

because I felt like I was going to die;

because it makes me feel invincible;

because it makes me feel triumphant;

because I'm a Catholic;


 


 1061331-a324285412a26b030c915130190133ac.jpg

Bob Flanagan (27 december 1952 – 4 januari 1996)

Geschreven door Romenu om 19:41 Reageer op dit bericht

Mirza Ghalib, Carl Zuckmayer, Charles Olson, Serafín Estébanez Calderón, Klaus Hoffer

De Indische dichter Mirza Ghalib (eigenlijk Asadullah Baig Khan) werd geboren op 27 december 1796 in Agra. Zie ook alle tags voor Mirza Ghalib op dit blog.


  

Heart it is, not a brick or stone

 

Heart it is, not a brick or stone
Why shouldn't it feel the pain?
Let none tyrannize this heart
Or I shall cry again and again
Neither the temple, nor the mosque
Nor on someone's door or porch
I await on the path where He will tread
Why others should compel me to go?
The illumined grace that lights up the heart
And glows like the midday sun
That Self that annihilates all sights
When then it hides in the mysterious net?
The amorous glance is the deadly dagger
And the arrows of emotions are fatal
Your image may be equally powerful
Why should it appear before you?
The rules of life and bonds of sorrow
In reality are the one manifestation
Before realizing the ultimate truth
How can then one attain liberation?
Love is laden with noble thoughts
Yet what remains is the carnal shame
Trust conscience the still little voice
Why do you want test the rival?
There the pride of modesty resides
Here dwells the social morality
How shall we meet, on which road
Why should he invite me to the abode?
True he is an atheist
Unfaithful and unchaste
Dear to who is faith and heart
Why should he then venture there?
Without the wretched "Ghalib"
Has any activity come to a halt?
What then is the need to cry?
What then is the need to brood?

 

 

1061287-59308622464ffb1d5bd7ceefd8dd259f.jpg

Mirza Ghalib (27 december 1796 – 15 februari 1869)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Carl Zuckmayer werd op 27 december 1896 geboren in Nackenheim am Rhein. Zie ook mijn blog van 27 december 2006 en ook mijn blog van 27 december 2009 en ook mijn blog van 27 december 2010.


 

Elegie von Abschied und Wiederkehr

 

Ich weiß, ich werde alles wiedersehn.
Und es wird alles ganz verwandelt sein,
ich werde durch erloschne Städte gehn,
darin kein Stein mehr auf dem andern Stein -
und selbst noch wo die alten Steine stehen,
sind es nicht mehr die altvertrauten Gassen -
Ich weiß, ich werde alles wiedersehen
und nichts mehr finden, was ich einst verlassen.

Der breite Strom wird noch zum Abend gleiten.
Auch wird der Wind noch durch die Weiden gehn,
die unberührt in sinkenden Gezeiten
die stumme Totenwacht am Ufer stehn.
Ein Schatten wird an unsrer Seite schreiten
und tiefste Nacht um unsre Schläfen wehn -
Dann mag erschauernd in den Morgen reiten,
der lebend schon sein eignes Grab gesehn.

Ich weiß, ich werde zögernd wiederkehren,
wenn kein Verlangen mehr die Schritte treibt.
Entseelt ist unsres Herzens Heimbegehren,
und was wir brennend suchten, liegt entleibt.
Leid wird zu Flammen, die sich selbst verzehren,
und nur ein kühler Flug von Asche bleibt -
Bis die Erinnrung über dunklen Meeren
ihr ewig Zeichen in den Himmel schreibt.

 

 

 

 1061287-27ed6e1d36b1a3b7daff0c8b487888ff.jpg

Carl Zuckmayer (27 december 1896 – 18 januari 1977)

Hier met zijn oudere broer Eduard rond 1906 / 1907

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Charles Olson werd geboren op 27 december 1910 in Worcester, Massachusetts. Zie ook alle tags voor Charles Olson op dit blog.,


Uit: Letter to Constance Wilcock

 

“My beloved,

...

Your special came last night but the fat letter has not arrived today, unhappy me! O darling I miss you so. Last night was hard to pass over without you. I had to drug myself to sleep by reading Prescott until the eyes were too tired to stand more. O yes, I now have a library card here, and I shall have the Nun's letters so that we can read them together, darling of mine. In the branch where I got my card they did not have them. (The 42nd St will.) Instead I got a bad book on the Mayans with which I amused myself last night before I turned back to Prescott as nembutal! When you come I'll have the best thing on the Mayans, the Conquest of Yucatan, by Blom. A few lines did come yesterday on the Indian! Not good enough to send you, really only notes groping along. But they show that what is going to be central is GOLD, perhaps as image only, maybe as subject too, for the greed of the Spaniards for it and the Indians confusion of the S as the breed of the Sun, the sons of white Quetzalcoatl do join somehow, and ironically.

Today it was your hair again which tangled my heart! and your long legs which snared my body! Do you feel a treasure house of moments and sharp sensations which our love has gathered into which, lonely and hungry, to dip and recall? Suddenly you will stand or move a certain way, your arms will raise, inside where he is you will feel afire, your lips will kiss in a way they have not kissed, you will look at me out of your eyes anew, you dive into the water different, it is that graveyard at Barnstable and the voices below us, or your hand held is all the world, or it is beside the bed at Ipswich when quickly we were in each others arms two Buddhas of desire. These things happen to me. It is always a birth. I love you, Constance.”

 


 1061287-64607f1bafb40ccdbed9a45adda35ade.jpg

Charles Olson (27 december 1910 – 10 januari 1970)

Hier met dochtertje Kate

 

 

 

 

De Spaanse schrijver Serafín Estébanez Calderón werd geboren op 27 december 1799 in Málaga. Zie ook mijn blog van 27 december 2009  en ook mijn blog van 27 december 2010.


 

Uit: First Love (Vertaald door Emilia Pardo-Bazan)

 

„Her head-dress was strange but elegant; a compact group of curls plastered conewise one over the other covered her temples, and a basket of braided hair rose on the top of her head.

This old-fashioned head-dress, which was trussed up from the nape of her neck, disclosed all the softness of her fresh young throat, on which the dimple of her chin was reduplicated more vaguely and

delicately.

As for the dress--I do not venture to consider whether our grandmothers were less modest than our wives are, or if the confessors of past times were more indulgent than those of the present; I am inclined to think the latter, for seventy years ago women prided themselves upon being Christianlike and devout, and would not have disobeyed the director of their conscience in so grave and important a matter. What is undeniable is, that if in the present day any lady were to present herself in the garb of the lady of the portrait, there

would be a scandal; for from her waist (which began at her armpits) upwards, she was only veiled by light folds of diaphanous gauze, which marked out, rather than covered, two mountains of snow, between which

meandered a thread of pearls. With further lack of modesty she stretched out two rounded arms worthy of Juno, ending in finely molded hands--when I say _hands_ I am not exact, for, strictly speaking, only

one hand could be seen, and that held a richly embroidered handkerchief.“

 

 

 1061287-3779e49ff1850eae28f9a5c03b00d6b0.jpg

Serafín Estébanez Calderón (27 december 1799 – 5 februari 1867)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 27 december 2010.

 

De Oostenrijkse schrijver en essayist Klaus Hoffer werd geboren op 27 december 1942 in Graz. Zie ook mijn blog van 27 december 2009.

 

Geschreven door Romenu om 18:56 Reageer op dit bericht

Christmas in India (Rudyard Kipling)


Aan alle bezoekers en mede-bloggers een Prettig Kerstfeest!

 

 

  

 1060650-fa8ffc02b4a950f0c4fa6faab2312145.jpg

De Geboorte van Christus, Hans Baldung (Grien), 1484/85 tot 1545


 

 

 

Christmas in India

 

Dim dawn behind the tamerisks -- the sky is saffron-yellow --

As the women in the village grind the corn,

And the parrots seek the riverside, each calling to his fellow

That the Day, the staring Easter Day, is born.

O the white dust on the highway! O the stenches in the byway!

O the clammy fog that hovers over earth!

And at Home they're making merry 'neath the white and scarlet berry --

What part have India's exiles in their mirth?

 

Full day begind the tamarisks -- the sky is blue and staring --

As the cattle crawl afield beneath the yoke,

And they bear One o'er the field-path, who is past all hope or caring,

To the ghat below the curling wreaths of smoke.

Call on Rama, going slowly, as ye bear a brother lowly --

Call on Rama -- he may hear, perhaps, your voice!

With our hymn-books and our psalters we appeal to other altars,

And to-day we bid "good Christian men rejoice!"

 

High noon behind the tamarisks -- the sun is hot above us --

As at Home the Christmas Day is breaking wan.

They will drink our healths at dinner -- those who tell us how they love us,

And forget us till another year be gone!

Oh the toil that knows no breaking! Oh the Heimweh, ceaseless, aching!

Oh the black dividing Sea and alien Plain!

Youth was cheap -- wherefore we sold it.

Gold was good -- we hoped to hold it,

And to-day we know the fulness of our gain!

 

Grey dusk behind the tamarisks -- the parrots fly together --

As the sun is sinking slowly over Home;

And his last ray seems to mock us shackled in a lifelong tether.

That drags us back howe'er so far we roam.

Hard her service, poor her payment -- she in ancient, tattered raiment --

India, she the grim Stepmother of our kind.

If a year of life be lent her, if her temple's shrine we enter,

The door is shut -- we may not look behind.

 

Black night behind the tamarisks -- the owls begin their chorus --

As the conches from the temple scream and bray.

With the fruitless years behind us and the hopeless years before us,

Let us honor, O my brother, Christmas Day!

Call a truce, then, to our labours -- let us feast with friends and neighbours,

And be merry as the custom of our caste;

For, if "faint and forced the laughter," and if sadness follow after,

We are richer by one mocking Christmas past.



 

 1060650-0c2590448f2983fafe907cb62f6a94b3.jpg

Rudyard Kipling (30 december 1865 –18 januari 1936)

Portret in Bateman's, Kiplings huis in Burwash, East Sussex



Zie voor de schrijvers van de 26e december ook mijn vorige blog van vandaag en ook mijn derde blog van vandaag en ook mijn tweede blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 17:44 Reageer op dit bericht

David Sedaris, Elizabeth Kostova, Henry Miller, Rainer Malkowski

De Amerikaanse schrijver David Sedaris werd geboren in Binghamton, New York, op 26 december 1956. Zie ook mijn blog van 26 december 2009 en ook mijn blog van 26 december 2010.

 

Uit: Dress Your Family in Corduroy and Denim

 

“When my family first moved to North Carolina, we lived in a rented house three blocks from the school where I would begin the third grade. My mother made friends with one of the neighbors, but one seemed enough for her. Within a year we would move again and, as she explained, there wasn’t much point in getting too close to people we would have to say good-bye to. Our next house was less than a mile away, and the short journey would hardly merit tears or even good-byes, for that matter. It was more of a "see you later" situation, but still I adopted my mother’s attitude, as it allowed me to pretend that not making friends was a conscious choice. I could if I wanted to. It just wasn’t the right time.
Back in New York State, we had lived in the country, with no sidewalks or streetlights; you could leave the house and still be alone. But here, when you looked out the window, you saw other houses, and people inside those houses. I hoped that in walking around after dark I might witness a murder, but for the most part our neighbors just sat in their living rooms, watching TV. The only place that seemed truly different was owned by a man named Mr. Tomkey, who did not believe in television. This was told to us by our mother’s friend, who dropped by one afternoon with a basketful of okra. The woman did not editorialize—rather, she just presented her information, leaving her listener to make of it what she might. Had my mother said, "That’s the craziest thing I’ve ever heard in my life," I assume that the friend would have agreed, and had she said, "Three cheers for Mr. Tomkey," the friend likely would have agreed as well. It was a kind of test, as was the okra.”

 

 

1060647-27fcc8f6f8ca29a13b9a92c796f118d6.jpg 

David Sedaris (Binghamton, 26 december 1956)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Elizabeth Kostova werd geboren op 26 december 1964 in New London, Connecticut. Zie ook mijn blog van 26 december 2009 en ook mijn blog van 26 december 2010.

 

Uit: The Historian

 

“When my father returned from some name on the European map that hung on the wall in our dining room, he smelled like other times and places, spicy and tired. We took our vacations in Paris or Rome, diligently studying the landmarks my father thought I should see, but I longed for those other places he disappeared to, those strange old places I had never been.
While he was gone, I went back and forth to school, dropping my books on the polished hall table with a bang. Neither Mrs. Clay nor my father let me go out in the evenings, except to the occasional carefully approved movie with carefully approved friends, and—to my retrospective astonishment—I never flouted these rules. I preferred solitude anyway; it was the medium in which I had been raised, in which I swam comfortably. I excelled at my studies but not in my social life. Girls my age terrified me, especially the tough-talking, chain-smoking sophisticates of our diplomatic circle—around them I always felt that my dress was too long, or too short, or that I should have been wearing something else entirely. Boys mystified me, although I dreamed vaguely of men. In fact, I was happiest alone in my father’s library, a large, fine room on the first floor of our house.”

 

 

 1060647-e8039dbaafd187de7cbe4738b5d8ba3f.jpg

Elizabeth Kostova (New London, 26 december 1964)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Henry Miller werd geboren op 26 december 1891 In New York. Zie ook mijn blog van 26 december 2006 en ook mijn blog van 26 december 2007 en ook mijn blog van 26 december 2008 en ook mijn blog van 26 december 2009en ook mijn blog van 26 december 2010.

 

Uit: Sexus

 

„What I secretly longed for was to disentangle myself from all those lives which had woven themselves into the pattern of my own life and were making my destiny a part of theirs. To shake myself free of these accumulating experiences which were mine only by force of inertia required a violent effort. Now and then I lunged and tore at the net, but only to become more enmeshed. My liberation seemed to involve pain and suffering to those near and dear to me. Every move I made for my own private good brought about reproach and condemnation. I was a traitor a thousand times over. ...

The purpose of discipline is to promote freedom. But freedom leads to infinity and infinity is terrifying. Then arose the comforting thought of stopping at the brink, of setting down in words the mysteries of impulsion, compulsion, propulsion, of bathing the senses in human odors. To become utterly human, the compassionate fiend incarnate, the locksmith of the great door leading beyond and away and forever isolate. ...

In the beginning one wants to approach every problem directly. The more direct and insistent the approach, the more quickly and surely one succeeds in getting caught in the web. No one is more helpless than the heroic individual. And no one can produce more tragedy and confusion than such a type. Flashing his sword above the Gordian knot, he promises speedy deliverance. A delusion which ends in an ocean of blood.

The creative artist has something in common with the hero. Though functioning on another plane, he too believes that he has solutions to offer. He gives his life to accomplish imaginary triumphs. At the conclusion of every grand experiment, whether by statesman, warrior, poet or philosopher, the problems of life present the same enigmatic complexion. The happiest peoples, it is said, are those which have no history. Those which have a history, those which have made history, seem only to have emphasized through their accomplishments the eternality of struggle. These disappear too, eventually, just as those who made no effort, who were content merely to live and enjoy. ...

The creative individual (in wrestling with his medium) is supposed to experience a joy which balances, if it does not outweigh, the pain and anguish which accompany the struggle to express himself. He lives in his work, we say. But this unique kind of life varies extremely with the individual. It is only in the measure that he is aware of more life, the life abundant, that he may be said to live in his work.

 

 

 

 1060647-c890085a129b8c8816a417a676d595ff.jpg

Henry Miller (26 december 1891 – 7 juni 1980)

Portret door Mark Hess 

 

 

 

 

De Duitse dichter Rainer Malkowski werd geboren op 26 december 1939 in Berlijn-Tempelhof. Zie ook mijn blog van 26 december 2006 en ook mijn blog van 26 december 2007 en ook mijn blog van 26 december 2008 en ook mijn blog van 26 december 2009en ook mijn blog van 26 december 2010.
 

 

Unbescheidener Wunsch

 

Aus einem Knopf,

einem Kamm, dem drei Zähne fehlen,

aus einer Pellkartoffel

sollte sie zu machen sein: die Poesie.

 

Nicht als Trittbrettfahrerin

vorformulierter

Gesinnung oder

Bedeutung.

 

Nicht aufsitzend

huckepack

den großen Gegenständen.

 

 

 

 

Zwei Sessel

 

Zwei Sessel
Sie haben mir gedient.
Und ich besinge sie so nüchtern,
wie es ihnen entspricht.
Schwarz gestrichenes Holz
und Segeltuch -
Material für ein Schiff,
eine Reise.
Und bin ich nicht
in ihnen gereist?
Manchen Tag, manche Nacht
denkend
und träumend?
Sie gaben immer,
was Dinge geben können:
zuverlässig scheinenden Halt,
Orientierung
und ein leises
Echo
des entschwundenen Lebens.

 

 

 

 1060647-851c750a64e1dc4709874920a23f6b90.jpg

Rainer Malkowski (26 december 1939 – 1 september 2003)

Berlijn, Kollwitzplatz, 1997
Geschreven door Romenu om 17:44 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten