Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Berichten van 3 december 2009 tot 4 december 2009

Rainer Maria Rilke, Geert Mak, Nikoloz Baratashvili

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke werd als René Karel Wilhelm Johann Josef Maria Rilke op 4 december 1875 in Praag geboren. Zie ook mijn blog van 4 december 2006 en ook mijn blog van 4 december 2007 en ook ook mijn blog van 4 december 2008.

 

 

 

Träume, die in deinen Tiefen wallen

 

Träume, die in deinen Tiefen wallen,
aus dem Dunkel lass sie alle los.
Wie Fontänen sind sie, und sie fallen
lichter und in Liederintervallen
ihren Schalen wieder in den Schoß.

Und ich weiß jetzt: wie die Kinder werde.
Alle Angst ist nur ein Anbeginn;
aber ohne Ende ist die Erde,
und das Bangen ist nur die Gebärde,
und die Sehnsucht ist ihr Sinn -

 

 

 

 

Der Engel


Mit einem Neigen seiner Stirne weist
er weit von sich was einschränkt und verpflichtet;
denn durch sein Herz geht riesig aufgerichtet
das ewig Kommende das kreist.

Die tiefen Himmel stehn ihm voll Gestalten,
und jede kann ihm rufen: komm, erkenn -.
Gieb seinen leichten Händen nichts zu halten
aus deinem Lastenden. Sie kämen denn

bei Nacht zu dir, dich ringender zu prüfen,
und gingen wie Erzürnte durch das Haus
und griffen dich als ob sie dich erschüfen
und brächen dich aus deiner Form heraus.

 

 

 

 

 

Uit: Die Sonette an Orpheus, Zweiter Teil

 

1.Sonett

 Atmen, du unsichtbares Gedicht!
Immerfort um das eigne
Sein rein eingetauschter Weltraum. Gegengewicht,
in dem ich mich rhythmisch ereigne.

Einzige Welle, deren
allmähliches Meer ich bin;
sparsamstes du von allen möglichen Meeren, -
Raumgewinn.

Wieviele von diesen Stellen der Raume waren schon
innen in mir. Manche Winde
sind wie mein Sohn.

Erkennst du mich, Luft, du, voll noch einst meiniger Orte?
Du, einmal glatte Rinde,
Rundung und Blatt meiner Worte.



 

 

rainer_maria_rilke
Rainer Maria Rilke (4 december 1875 – 29 december 1926)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Geert Mak werd geboren op 4 december 1946 in Vlaardingen. Zie ook mijn blog van 4 december 2008.

 

Uit: In Europa

 

“De ooievaars waren al vertrokken. Hun nesten stonden stil en leeg op de schoorstenen. De zomer gloeide na, de burgemeester maaide zwetend het gemeentegras. Eer was geen mechanisch geluid te horen; alleen stemmen, een hond, een haan, overstekende ganzen, een houten paardenkar die krakend over de weg reed, de zeis van de burgemeester. Later op de middag werden de ovens aangestoken; een dunne sluier blauwe rook trok over de daken. Zo nu en dan krijste een varken.
Het waren de laatste maanden van het millennium, en ik reisde kriskras door Europa, een jaar lang. Ik deed dat in opdracht van mijn krant, NRC Handelsblad, waarvoor ik iedere dag een stukje moest leveren, rechtsonder op de voorpagina. het was een soort eindinspectie: hoe lag het continent erbij, aan het slot van de twintigste eeuw? Tegelijk was het een historische reis: ik volgde, voor zover mogelijk, de loop van de geschiedenis, op zoek naar sporen die waren achtergebleven. En ik had de stille getuigen inderdaad teruggevonden, vele tientallen: een overgroeide kuil bij de Somme, een gemitrailleerde deurpost in de Berlijnse Oranienburger Strasse, een besneeuwd bos bij Vilnius, een krantenarchief in München, een heuvel achter Barcelona, een wit-rood sandaaltje in Auschwitz. Het had bovendien iets met mijzelf te maken, deze reis. Ik wilde eruit, grenzen overschrijden, ervaren wat het inhield, dat mistige begrip 'Europa'.
Europa is, zo had ik in de loop van dat jaar gemerkt, een continent waar je gemakkelijk heen en weer kunt reizen in de tijd. Alle stadia van de twintigste eeuw worden wel ergens beleefd en herbeleefd. Op de ponten van Istanbul is het altijd 1948. In Lissabon is het 1956. Op het Parijse Gare de Lyon is het 2020. In Budapest hebben jonge mannen de gezichten van onze vaders.

In dit Zuid-Hongaarse dorp Vásárosbéc bleef het almaar 1925. Er leefden zo'n tweehonderd mensen. Zeker een kwart van de bevolking bestond uit zigeuners. De gezinnen kregen een kleine uitkering - zo'n zestig euro per maand - en de vrouwen zeulden langs de deuren met manden en vage koopwaar. Hun huizen verkeerden in een staat van ontbinding, de deuren waren lappen en soms waren zelfs de kozijnen verdwenen, weggestookt tijdens een koude winter.
De geluiden van de zeisen en de paarden waren dan ook de geluiden van de armoede: een liter benzine voor een uurtje motormaaien kostte in Vásárosbéc, omgerekend naar de gemiddelde verdienste van het dorp, al gauw een dagloon. Het leven was hier half zo duur als in West-Europa, maar de mensen verdienden er tien keer zo weinig. Deze Hongaarse dorpelingen warden dus vijf keer zo arm als die in Jorwerd.
De zigeuners waren behoorlijk arm. Nog armer waren de Roemeense zigeuners, die soms met houten woonwagens in het dorp verschenen. En armer dan arm waren de rondtrekkende Albanese zigeuners.
Zij waren ook nog eens de paria's van alle andere armen, de grootste schlemielen van Europa.“

 

 

 

 

Geert_Mak
Geert Mak (Vlaardingen, 4 december 1946)

 

 

 

 

De Georgische schrijver en dichter Nikoloz Baratashvili werd geboren op 4 december 1817 in Tbilisi. Zie ook mijn blog van 4 december 2006 en ook mijn blog van 4 december 2008.

 

 

Twilight Over Mtatsminda

 

O Mtatsminda ! Thou Holy Mount ! the sight does haunt

The soul to thought - a place that wilderness has wrought

The dew divine like drops of pearl does grace the site

And, trembling, mingles in delight with soft twilight.

Both solitude and silence rule the place in proud and haughty state!

And from that mount my eyes behold a scene that rapture does create!

Below, the plain with ambrosial flowers is like a heavenly altar spread;

The fragrance like the incense sweet its blessings on the Mount does shed.

I still recall that lovely eve when full of grief

Your paths I trod, O dusky Mount, to seek relief;

My lonely soul in longing clung to twilight fair,

Which sorrow veiled with heaving sighs and beauty rare!

Ah! Nature wove a gentle dream of loveliness and sadness there.

O sky! O sky! You has engraved your image on my heart forever!

And when I gaze upon your blue my thoughts enraptured towards your fly

Alas, they cannot reach your heights, and in the air dissolve and die

Your radiance conceals this fleeting world of woes!

Beyond your realm my soul takes wing to seek repose

From dreary haunts where every cherished hope expires...

But woe! the gods shun man and all his heart's desires.

In pensive thought entranced I viewed the waning of the heaven's glow;

Soft twilight wrapt me in her arms and filled with dusk the glens below,

Where rivulets hummed in low response to gentle winds that haunting sighed;

My soul to nature seemed to cleave, and in her bosom's depth to bide.

O glowing Mount! whose smiles and tears enthrall the breast;

A sight that cheers the heavy heart by cares oppressed.

My grieving soul with gladness now does seem to blend,

And yet, O Mount, your silent mourn'st, my gentle friend.

Deep silence quivered in delight as twilight dimmed the heaven's dome;

And eve's sweet star of love and dreams pursued the moon throughout the gloam.

O have you seen a virgin soul, aweary with excess of prayer?

And so the pale and languid moon came floating through the misty air.

Remembrance brings to mind again that eve in May

 

 

 

 

Baratashvili
Nikoloz Baratashvili (4 december 1817 – 21 oktober 1844)

Geschreven door Romenu om 22:17 Reageer op dit bericht

Emil Aarestrup, Nikolay Nekrasov, Trudi Guda, René Fallet, Samuel Butler, Thomas Carlyle

De Deense dichter Emil Aarestrup werd geboren op 4 december 1800 in Kopenhagen. Zie ook mijn blog van 4 december 2008.

 

 

A sonnet with a twist (1826)

 

What do they mean, these soft-pressed hands, these glances?

What’s really said by kisses, fond embraces?

Only the heart for such, sweet girl, has phrases:

My foolish one, what head can grasp such fancies?

 

But when I find my kisses shunned, forbidden,

My eyes, my arms by you so oft eluded,

Mine is the tiresome task, all else excluded,

Of letting wisdom flow from lips unbidden.

 

Know then: in part a voice may be disarming

And by poetic heart-felt force win over.

Yet that which is most sweet it ne’er advances.

 

Therefore let lips and arms, with bosom, glances,

- How shall I say it? - melt into each other

To form a single tongue, as mute as charming.

 

 

 

Vertaald door John Irons

 

 

 

 

 

Aarestrup
Emil Aarestrup (4 december 1800 – 21 juli 1856)

 

 

 

 

 

De Russische dichter Nikolay Nekrasov werd geboren op 4 december 1821 in Nemirovo. Zie ook mijn blog van 4 december 2008.

 

 

On The Day Of Gogol's Death 

 

How blessed's the good-natured poet,

With little bile and much emotion:

All lovers of the gentle arts

Send him sincerest greetings;

 

The admiration of the crowd

Sounds in his ear like rippling waves;

He is a stranger to self-doubt-

That torture of creative souls;

 

Lover of comfort and tranquility,

Shunning audacious satire,

He firmly dominates the crowd

With his peace-loving lyre.

 

He is not cursed nor driven out

But worshipped for his splendid mind,

While all his countrymen prepare

A monument to him in life.

 

But fate will show no mercy

To one whose noble genius

Has led him to unmask the crowd,

Expose its passions and mistakes.

 

His heart abrim with hate

His lips all clad in satire,

He wanders down a thorny path

His wrathful lyre in hand.

 

He is reviled at every step:

He catches sounds of admiration

Not in sweet murmurings of praise

But in wild cries of enmity.

With disbelief and new belief

In his high calling's dream,

He preaches love to all

Through venomous denial.

 

His speech's every syllable

Engenders for him cruel foes,

And all men, whether smart or dull,

Are quick to vilify him.

 

They curse at him from every side,

And only when they see his corpse

They'll understand how much he did,

And that in hate, he was yet full of love! 

 

 

 

 

Kramskoi_Nikolay_Nekrasov_in_the_Period_of_Last_Songs
Nikolay Nekrasov (4 december 1821 – 8 januari 1878)

Geschilderd door Ivan Nikolaevich Kramskoy

 

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 4 december 2008.

 

De Surinaamse dichteres en cultureel antropologe Gertrude (Trudi) Marie Guda werd geboren in Paramaribo op 4 december 1940.

 

De Franse schrijver René Fallet werd geboren op 4 december 1927 in Villeneuve-Saint-Georges.

 

De Engelse schrijver, componist, filoloog en schilder Samuel Butler werd geboren op 4 december 1835 in Langar, Nottinghamshire.

 

De Schotse schrijver Thomas Carlyle werd geboren in Ecclefechan, gelegen in de regio Dumfries and Galloway in Schotland op 4 december 1795.
Geschreven door Romenu om 21:43 Reageer op dit bericht

Joseph Conrad, Hendrik Conscience, Herman Heijermans

De Brits-Poolse schrijver Joseph Conrad werd geboren op 3 december 1857 in Berdichev, Rusland in een gezin met Poolse ouders. Zie ook mijn blog van 3 december 2006 en ook mijn blog van 3 december 2007 en ook mijn blog van 3 december 2008.

 

Uit: Herz der Finsternis (Heart of Darkness, vertaald door Sophie Zeitz) 

 

„Die Nellie, eine Hochseejacht, drehte sich ohne ein Flattern der Segel um den Anker und lag still. Die Flut hatte eingesetzt, es wehte kaum ein Wind und auf dem Weg flußabwärts blieb nichts anderes zu tun, als beizudrehen und den Wechsel der Gezeiten abzuwarten.

Der Unterlauf der Themse streckte sich vor uns aus wie der Anfang einer endlosen Wasserstraße. Draußen auf der offenen See verschmolzen Himmel und Meer fugenlos miteinander, und in dem leuchtenden Raum schienen die gegerbten Segel der mit der Flut herauftreibenden Boote in Trauben roten Tuchs stillzustehen, scharfe Spitzen getupft vom Gefunkel der lackierten Spriete. Dunst hing über den niedrigen Ufern, die zum Meer hin flach ausliefen und verschwanden. Über Gravesend war die Luft finster, und noch weiter oben schien sie sich zu einem trostlosen Schatten zu verdichten, der reglos über der größten – und großartigsten – Stadt der Erde brütete.

Der Director of Companies war unser Kapitän und unser Gastgeber. Wir anderen vier betrachteten voll Zuneigung seinen Rücken, während er am Bug stand und seewärts blickte. Auf dem ganzen Fluß war nichts, das auch nur halb so seemännisch wirkte wie er. Er glich einem Lotsen, für jeden Seemann

die Personifizierung der Zuverlässigkeit. Es war schwer zu glauben, daß seine Arbeit nicht dort draußen in der leuchtenden Mündung war, sondern hinter ihm, inmitten des brütenden Schattens.

Uns verband, wie ich schon einmal gesagt habe, die See. Ihr Band einte unsere Herzen selbst über längere Trennungszeiten und hatte außerdem den Effekt, uns nachsichtig zu machen gegen eines jeden Hirngespinsten – ja, sogar Überzeugungen.

Der Anwalt, der beste aller Kameraden, hatte wegen seines hohen Alters und seiner vielen Tugenden das einzige Kissen an Bord und lag auf der einzigen Decke. Der Buchhalter hatte bereits einen Dominokasten hervorgeholt und spielte mit den Steinen Architekt. Marlow saß mit übereinandergeschlagenen Beinen rechts achtern gegen den Besanmast gelehnt. Seine Wangen waren eingefallen, das Gesicht war gelb, der Rücken gerade, seine ganze Erscheinung asketisch, und mit den herabhängenden Armen und nach vorn geöffneten Handflächen sah er aus wie ein Götzenbild. Nachdem sich der Director überzeugt hatte, daß der Anker griff, kam er nach achtern und

setzte sich zu uns. Träge wechselten wir ein paar Worte. Dann senkte sich Schweigen über das Deck der Jacht. Aus irgendeinem Grund begannen wir nicht mit dem Dominospiel. Wir wollten unseren Gedanken nachhängen und fühlten uns zu nichts anderem in der Lage, als friedlich vor uns hinzustarren.“

 

 

 

 

conrad
Joseph Conrad (3 december 1857 – 3 augustus 1924)

Buste door Jacob Epstein, museum van Canterbury

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Henri (Hendrik) Conscience werd geboren in Antwerpen op 3 december 1812. Zie ook mijn blog van 3 december 2008.

 

Uit: De Leeuw Van Vlaanderen Of De Slag Der Gulden Sporen

 

“De rode morgenzon blonk twijfelachtig in het oosten, en was nog met een kleed van nachtwolken omgeven, terwijl haar zevenkleurig beeld zich glinsterend in elke dauwdruppel herhaalde; de blauwe dampen der aarde hingen als een onvatbaar weefsel aan de toppen der bomen, en de kelken der ontwelkende bloemen openden zich met liefde om de jongste straal van het daglicht te ontvangen. De nachtegaal had zijn zoete liederen reeds meermalen gedurende de schemering herhaald, maar nu verdoofde het verwarde geschater van mindere zangers zijn verleidende tonen.

Een hoop ridders rende stilzwijgend door de velden van Roeselare. Het gerammel hunner uitrusting en de zware stappen hunner dravers verschrikten de vreedzame bewoners der wouden; want van tijd tot tijd wierp een hert zich uit het kreupelbos, en vluchtte sneller dan de wind voor dit nakend gevaar.

De kleding en de wapens dezer ridders waren zo kostelijk dat men, bij de eerste oogopslag, Graven en nog hogere heren eronder gissen kon. Een zijden Kolder hing hun met zwierige vouwen om het lichaam, terwijl een verzilverde helm hun het hoofd met purperen en lazuren vederen bekroonde.

Hun handschoenen, met ijzeren schelpen bedekt, en hun met goud doorwrochte knieplaten blonken ook niet weinig bij het morgenlicht. De schuimende en onrustige paarden wrongen het gebit met drift tussen de tanden, en dan bewogen de zilveren knopen en de zijden trossen huns tuigs zich liefelijk.

Alhoewel de uitrusting dezer reizigers niet ten oorloge geschikt was, mits zij geen harnassen droegen, kon men echter genoeg bemerken dat zij zich tegen vijanden voorzien hadden; want de mouwen van hun pantsers kwamen met hun armen door de kolders. Grote slagzwaarden hingen ook aan hun zadels, en de schildknapen voerden grote beukelaars achter hun meesters.

Elke ridder had zijn wapentekenen op de borst geborduurd, in zulker wijze dat men de stam van ieder herkennen mocht.--De koude des morgens had hun de lust tot spreken benomen, de klemmende nachtlucht bezwaarde hun oogleden; zij weerstonden de lastige vaak met moeite en bleven in een sluimerige ongevoeligheid verzonken.

Een jonge man ging te voet voor hen in de baan. Lange golvende haren rolden op zijn brede schouders; blauwe glinsterende ogen stonden vlammend onder zijn blonde wenkbrauwen, en een jonge baard krulde op zijn kin.--Een wollen kolder met een gordel was zijn kleedsel, en een kruismes in een lederen schede zijn wapen. Zichtbaar was het op zijn gelaat dat het gezelschap, aan hetwelk hij ten leidsman diende, hem niet aangenaam was. Er schuilde voorzeker iets geheims in zijn boezem, want hij wendde dikwijls de ogen met linkse blik naar de ridders. Lang van gestalte en buitengewoon sterk van leden, stapte de jongeling zo snel voort, dat de paarden moeite hadden om hem op een tred bij te houden.“

 

 

 

Hendrik_Conscience
Hendrik Conscience (3 december 1812 – 10 september 1883)

Portret door Jan Portaels

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Herman Heijermans werd geboren op 3 december 1864 in Rotterdam. Zie ook mijn blog van 3 december 2006  en ook mijn blog van 3 december 2007 en ook mijn blog van 3 december 2008.

 

Uit: Interieurs. Bep, die dwaze jongen

 

“Hooger trok Bep z'n been op, in wrevel beluisterend het geanimeerd spreken der twee. Dadelaar zat met het hoofd leunend op de hand, knikkend in plezierig begrijpen. André, rood-frisch van de straat, blij in zijn herinneringen vertelde tusschen rookdampjes door.

‘.... Heel curieus geval.... Acute Ruggemergsaandoening bij 'n werkman... Verbàzend merkwaardig....’

Hij werd gestoord door de huishoudster.

‘Zal ik opdoen, meneer?’

‘Doe maar op. Doe maar op!’

Luidruchtig vroolijk floot hij 'n wijsje uit de Zigeunerbaron.

Maar dan weer opgeruimd doorpratend....: ‘Wat zeg ik?.... Eén aandoening? Twéé tegelijk, hahaha!.... Bij vader en zoon.... Volkomen zekerheid.... En 't prachtige is dat 't eene geval 't andere zoo heelemaal bevestigt!.... Weet je dat ze voor het nieuwe Viaduct bezig zijn onder water te werken?.... Die twee waren in dezelfde caisson om fundeering te metselen, nog niet eens bij veel atmosfeeren. Ongeveer twee. Allebei léélijk 'r aan toe’....

‘Hé!’

‘Stel je voor dat de moeder aan bloedvergiftiging geloofde! Stomme menschen. Eerst dacht ik niet aan 't ergste, niewaar? Bij twee tegelijk èn acúut. De zoon heeft Retentio urinae.... Frappant geval. . De vader volkomen paraplegie... Als ze 'n week vroeger om me gekomen waren, hè?.... De vader geef 'k geen twee dagen meer.’

‘'k Zou ze naar 't Gasthuis laten brengen.’

‘Jawel, de zoon. Die kan daar bèter behandeld worden. Natuurlijk heeft-ie al 'n Cystitis - maar de vader transporteer 'k niet. 'k Heb 'm voorloopig 'n strychnine-injectie gegeven.’

‘Ik wil 'm morgen wel eens zien.’

‘Verbazend-intressant. Als ze niet bij toeval met caissons onder water werken, heb je misschien nóóit gelegenheid zóó'n geval te zien.’

 

 

 

 

heijermans
Herman Heijermans (3 december 1864 – 22 november 1924)

Geschreven door Romenu om 20:58 Reageer op dit bericht

Grace Andreacchi, Ugo Riccarelli, France Prešeren, F. Sionil José, Franz Josef Degenhardt, Jules Claretie, Ludvig Holberg

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Grace Andreacchi werd geboren op 3 december 1954 in New York. Zie ook mijn blog van 3 december 2008.

 

Uit: Brother and Sister

 

“When I was eight years old something happened that changed the course of my life forever. My brother and I were skating on the pond in the woods behind our house when the ice cracked beneath us. I managed to roll clear of the hole onto a thicker patch of ice, but my brother drowned. He was only six. I wish I could relate that I made heroic efforts to save him, but in fact I did nothing of the kind. I lay very still on the ice, breathless with terror, and watched while he thrashed helplessly, then disappeared beneath the cold, black water and shards of broken ice.

For a long time after he died I didn’t think about my brother at all. I pretended to myself that I’d never had a brother, and this was made easier by the way every trace of him soon disappeared from our house. Practically overnight his toys were gone, his clothes were gone, his drawings vanished from the refrigerator door and his photograph from the wall, just as his voice vanished from the echo in the stairwell and his footprints from the lawn. Then one day I found a box of toy soldiers that had once belonged to him. He had hidden them in a secret place under the stairs, and no one had thought to look there. I found them by accident one hot, sunny afternoon when I was playing hide-and-seek with my imaginary friend, Gretel. I’d been hiding from Gretel for a while in the cupboard under the stairs, it was cool and dark there, and I was enjoying the respite from the heat and wondering how long it would take her to find me when I slipped my hand up behind the curve of the stairs and felt something. It was a shoebox held closed with rubber bands, and inside were my brother’s soldiers.

These soldiers were his favourite thing in the world. Not really soldiers, but medieval knights in armour, each sumptuously kitted out in individual style, and made of soft, pliable plastic that allowed you to change the angle of lance or plume. Many of them were on horseback, but a few were foot soldiers. The Black Knight, who straddled a black horse and swung a ferocious-looking spiked mace, was of course the villain. The knight with the sky blue plume on his helmet and the blue cross on his breastplate was known as Sir Lancelot and was my brother’s favourite. As I took them out of the box and handled them, one by one, everything about my brother returned to me. I remembered once again the sound of his voice, which was unusually low for a small boy, the way he used to roar at the birds to frighten them and then laugh deliriously as they fluttered away. I remembered his smell, and the colour of his hair, which was light brown and very curly. I took the soldiers back to my room and hid them under the bed.”

 

 

 

 

andreacchi
Grace Andreacchi (New York, 3 december 1954)

 

 

 

De Italiaanse schrijver Ugo Riccarelli werd geboren op 3 december 1954 in Turijn. Zie ook mijn blog van 3 december 2008.

 

Uit: Der vollkommene Schmerz (Vertaald door Karin Krieger)

 

„Unmittelbar bevor sie starb, tauchte Annina, an den Haselnußbaum im Garten gestützt, aus dem Schatten auf, in dem sich ihr Verstand seit vielen Jahren verborgen hatte, und sah in diesen wenigen Augenblicken, die der Tod ihr noch gewährte, wie im Flug das Haus mit der Pinie erneut vor sich und die Mena, die an eine Ecke des Backtrogs gelehnt betete, und gegenüber der Mena sah sie, wie ihre Mutter sie gebar und dabei in einem Schmerz schrie, der ihr vollkommen zu sein schien, und erst zuletzt erblickte sie, beinahe lauernd, ihren eigenen Kopf, der aus dem von der Anstrengung roten und prallen Leib heraustrat, und roch zum letztenmal den Veilchenduft ihres Zwillingsbruders, der sie aus dem Bauch hinaus in die Welt schob.

Es war wie ein Blitz, wie ein Niesen von solcher Heftigkeit, daß Annina sich mit beiden Händen am Haselnußbaum abstützen mußte, um nicht zu fallen, und ihr mit matter, nur noch flüsternder Stimme ein letztes Seufzen entfuhr.

»Nun sieh dir das an …« sagte sie, erstaunt über das verblüffende Schauspiel.

Dann ließ sie es geschehen, daß sich ihr Mund in einem Lächeln entspannte, glitt langsam zum Fuß des Stammes hinab und hielt dort für immer inne. Als der maestro in Colle eintraf, wurden in der Ebene die letzten Bauarbeiten für den Bahnhof ausgeführt, und ringsum entstanden bereits die ersten Häuser der neuen Siedlung. Sie schossen wie Pilze aus dem Boden, und die Leute schienen die Fertigstellung der Bahnstrecke aufgeregt zu begrüßen, würde sie doch die Eisenbahn und den Fortschritt bringen. Noch war das Hauptgebäude nicht fertig, so daß die Passagiere viel weiter hinten, zum Padule Lungo hin, aussteigen mußten und Colle Alto nur erreichten, wenn sie eine der seltenen Kutschen oder die Freundlichkeit eines Bauern abpaßten, der sie auf seinem Ochsenkarren

mitnahm.

Von der Straße aus, die zu dem seit ewigen Zeiten auf dem Berg verschanzten Ort hinaufführte, waren deutlich die von der Bahntrasse durchschnittenen Felder zu erkennen: eine Wunde, die sich vom Padule quer durch die Geometrie der von Gräben und Zypressenreihen begrenzten

Gutshöfe grub. Die Welt wirkte sauber getrennt: zur Linken, entlang dem noch weißen Band des Schotters, eine Fülle von Menschen, Karren und Gerätschaften, ein Gewimmel wie von Ameisen, die zwischen der Eisenbahnstrecke und den im Bau befindlichen Häusern hin und her wuselten. Zur Rechten, kurz hinter dem Bahnhof, auf der Seite, wo die Schienen bereits montiert waren, lag die Welt

dagegen friedlich da, und auf den von der Trasse geteilten Feldern ließ sich höchstens ein schwacher, von einem Pflug verursachter Staubwirbel ausmachen.“

 

 

 

Riccarelli
Ugo Riccarelli (Turijn, 3 december 1954)

 

 

 

 

De Sloveense dichter en schrijver France Prešeren werd geboren op 3 december 1800 in Vrba. Zie ook mijn blog van 3 december 2006. en ook mijn blog van 3 december 2008.

 

 

VERLORENER GLAUBE  

  

Der Augen sanfter Himmelsschein

Glänzt, so wie früher, klar und rein.

Der Wangen zarte Röte glüht

Und blüht, so wie sie einst geblüht.

 

So lächelnd ist das Lippenpaar,

Sein Wort so süss, als wie es war.

 

Der Busen ist so weiss, wie je,

Die Zeit nahm nichts von seinem Schnee.

 

Es zeigen Leib sich, Fuss und Hand,

Ganz, wie ich ehedem sie fand.

 

Die Schönheit, Liebenswürdigkeit,

Ist heute, wie zu jener Zeit.

 

Der Glaube nur ist mir geraubt,

Mit dem ich einst an dich geglaubt.

 

Die reine Glorie allein,

Die Glaube gibt, ist nicht mehr dein.

 

Ein Blick, nur einer, hat zerstört,

Was nie mehr wieder dir gehört.

 

Und wenn du lebtest ewiglich,

Nie wirst du, was du warst, für mich.

 

Mein Herz, als ein Altar, umfing

Dich, Gottheit einst, jetzt- schönes Ding.

 

 

 

Vertaald door  Lili Novy

 

 

 

 

preseren_france1
France Prešeren (3 december 1800 – 8 februari 1849)

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijvers ook mijn blog van 3 december 2008.

 

De Filipijnse schrijver F. Sionil José werd geboren op 3 december 1924 in Rosales, Pangasinan.

 

De Duitse dichter, folkzanger en jurist Franz Josef Degenhardt werd geboren op 3 december 1931 in Schwelm. 

 

De Franse schrijver, criticus, theaterdirecteur en journalist Jules Claretie werd geboren op 3 december 1840 in Limoges.

 

De Noorse schrijver Ludvig Holberg werd geboren in Bergen op 3 december 1684. Zie ook mijn blog van 3 december 2006.

Geschreven door Romenu om 20:54 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten