Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Manfred Bieler

De Duitse schrijver Manfred Bieler werd geboren op 3 juli 1934 in Zerbst. Na zijn afstuderen aan het Philanthropinum Dessau studeerde Bieler Duits aan de Humboldt Universiteit in Berlijn. Voor het verhaal “Der Vogelherd” ontving hij in 1955 de prijs van het World Festival van jongeren en studenten in Warschau. Van 1956-1957 was hij wetenschappelijk medewerker van de Deutsche Schriftstellerverband. In 1956 zette hij zich samen met Heinz Kahlau, Manfred Streubel en Jens Gerlach in voor meer culturele vrijheid in de DDR. Nadat hij werd beschuldigd van het behoren tot een groep onder leiding van Ernst Bloch en Hans Mayer, werd hij uit de Schriftstellerverband gezet. Bieler reisde vervolgens veel door Europa en naar Newfoundland. Met zijn vriend Johannes Bobrowski richtte hij in 1962 gekscherend de Neuen Friedrichshagener Dichterkreis op. In een bijzonder productieve samenwerking met Wolfgang Beck ontstonden tot midden jaren zestig vele internationaal succesvolle hoorspelen voor uitzending door de DDR-radio. In 1965 verhuisde hij naar Praag. Zijn toneelstuk “Zaza”, dat hij indiende bij de Volksbühne Berlijn, leverde hem harde kritiek van het Politbureau van het Centraal Comité van de SED op. De DEFA film “Das Kaninchen bin ich”, geregisseerd door Kurt Maetzig, werd verboden en niet uitgevoerd tot 1989 In 1967 werd Bieler staatsburger van Tsjecho-Slowakije en hij trad in 1968 toe tot de Tsjechische Schrijversbond. Na de inval van de troepen van het Warschaupact in Praag verhuisde hij naar de Bondsrepubliek Duitsland. In 1969 was hij gastdocent aan de Universiteit van Texas en kreeg hij de Andreas Gryphius Prize. In 1971 werd hij staatsburger van de Bondsrepubliek Duitsland. In 1977 werd hij bekroond met de Jakob Kaiser prijs.

Uit: Still wie die Nacht. Memoiren eines Kindes

„Ich fühle die Gleichgültigkeit der Mutter, den Widerwillen, ihren wachsenden Haß, der mich mit Schüttelfrost überzieht. Eines Abends schiebt sie meinen Stubenwagen in die Wäschekammer und verbietet der Großmutter, bei mir zu bleiben. Zum erstenmal bin ich allein in der Dunkelheit. Ich zittere vor Angst und weine, aber die Mutter verläßt mich und kommt nicht zurück.“
(…)

"Die Mutter beugt sich über einen schmalen Tisch. Hinter der Mutter steht Herr Sengebusch. Er schlingt die Arme um sie und knetet ihre nackten Brüste. Edith stöhnt. Ihr braunes Kleid mit den weißen Punkten ist hinten hochgeschlagen, und Herr Sengebusch stößt auf sie ein, als wolle er sie durchbohren. Der Mutter gegenüber steht Oswin Kutarsky und schiebt ihr seinen Schniepel in den Mund. Ich zittere vor Angst um Edith, aber sie hört und sieht mich nicht. Ich will schreien. Meine Kehle ist verstopft. Ich will weglaufen. Meine Beine sind gelähmt. Die Mutter gibt Herrn Kutarsky einen Stoß vor die Brust und rennt aus dem Zimmer. Als ich Edith folgen will, sagt Herr Kutarsky, daß ich hierbleiben muß. Herr Sengebusch verschließt die Tür. Ich weiß, daß mich die beiden Männer umbringen wollen . . . Ich will schreien. Aber der Blick von Herrn Kutarsky macht mich stumm. Sein Totenkopf kommt mir so nahe, daß ich die faltigen Tränensäcke und die braunen Tabaklippen erkenne. ,Aber wehe dir, wenn du nicht den Mund hältst und es irgendeinem Menschen erzählst - dann mußt du sterben.'

 

 1843820-8f120d508492391f9f64a497dc14d12a.jpg
Manfred Bieler (3 juli 1934 – 23 april 2002)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

William Henry Davies

De Welshe dichter en schrijver William Henry Davies werd op 3 juli 1971 in Newport, Monmouthshire, geboren in bescheiden omstandigheden. Twee jaar na zijn geboorte stierf zijn vader. Zijn moeder hertrouwde en verliet Davies en zijn twee broers en zussen die door de grootouders werden geadopteerd. Davies trad als een tiener toe tot een Newporter dievenbende, maar werd al snel gepakt en gestraft voor de diefstal van parfumflesjes. Hij verliet de school vroeg om een ​​stage beginnen als gereedschapsmaker voordat hij later werkte als maker van fotolijsten. Maar Davies was ontevreden over het leven in Newport en emigreerde op de leeftijd van 22 jaar naar de Verenigde Staten. Hier leefde hij onder meer als zwerver, zeiler en gelegenheidsarbeider. Nadat Davies een been verloor toen hij probeerde op een rijdende trein te springen, keerde hij terug naar het Verenigd Koninkrijk. Niet in staat om nog langer lichamelijk werk doen, Davies begon davies met schrijven. George Bernard Shaw regelde de publicatie van zijn eerste werk, “The Soul’s Destroyer”, na een korte tijd gevolgd door “The Autobiography of a Super-Tramp”. De laatste roman, waaraan later de bekende rock band Supertramp zijn naam ontleende, was gebaseerd op ervaringen in de VS en vestigde de internationale reputatie van Davies. Hij schreef nog verschillende andere romans en dichtbundels, maar zijn meest bekende regels komen uit het gedicht “Leisure”: „What is this life if, full of care, We have no time to stand and stare“. In 1923 trouwde Davies met een 30 jaar jongere voormalige prostituee Helen Payne. In de roman, “Young Emma”, die werd gepubliceerd in 1980, beschreef hij hoe tot deze ongewone relatie kwam. Davies en zijn vrouw leefde teruggetrokken in Sussex en later Gloucestershire. In 1938 werd de schrijver geëerd door zijn woonplaats voor zijn levenswerk. De onthulling van een plaquette in de Church House Inn in Newport was voor Davies, wier gezondheid verslechterd, het laatste publieke optreden.

 

All In June

A week ago I had a fire
To warm my feet, my hands and face;
Cold winds, that never make a friend,
Crept in and out of every place.

Today the fields are rich in grass,
And buttercups in thousands grow;
I'll show the world where I have been--
With gold-dust seen on either shoe.

Till to my garden back I come,
Where bumble-bees for hours and hours
Sit on their soft, fat, velvet bums,
To wriggle out of hollow flowers.

 

 

When on a summer's morn

When on a summer's morn I wake,
And open my two eyes,
Out to the clear, born-singing rills
My bird-like spirit flies.

To hear the Blackbird, Cuckoo, Thrush,
Or any bird in song;
And common leaves that hum all day
Without a throat or tongue.

And when Time strikes the hour for sleep,
Back in my room alone,
My heart has many a sweet bird's song --
And one that's all my own.

 

 

In The Country

This life is sweetest; in this wood
I hear no children cry for food;
I see no woman, white with care;
No man, with muscled wasting here.

No doubt it is a selfish thing
To fly from human suffering;
No doubt he is a selfish man,
Who shuns poor creatures, sad and wan.

But 'tis a wretched life to face
Hunger in almost every place;
Cursed with a hand that's empty, when
The heart is full to help all men.

Can I admire the statue great,
When living men starve at its feet!
Can I admire the park's green tree,
A roof for homeless misery!

 

 

 1791329-16521a06444b7a639c5cd2b045f96b0a.jpg
William Henry Davies (3 juli 1871 in - 26 september 1940)
Portret door Harold Knight, begin 20e eeuw

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Emanuel Geibel, Hermann Hesse, Wisława Szymborska, Pierre H. Dubois

 

Dolce far niente

 

 1785173-de038d6b138da354b1690cd99a844975.jpg
The Coming Storm door George Inness, 1878

 

 

Hochsommer

Von des Sonnengotts Geschossen
Liegen Wald und Flur versengt,
Drüber, wie aus Stahl gegossen,
Wolkenlose Bläue hängt.

In der glutgeborstnen Erde
Stirbt das Saatkorn, durstig ächzt
Am versiegten Bach die Herde,
Und der Hirsch im Forste lechzt.

Kein Gesang mehr in den Zweigen!
Keine Lilie mehr am Rain! –
O wann wirst du niedersteigen,
Donnerer, wir harren dein.

Komm, o komm in Wetterschlägen!
Deine Braut vergeht vor Weh –
Komm herab im goldnen Regen
Zur verschmachtenden Danae!

 

 1785173-4a1b78e526ef25a1eb2fc125da6cc7e8.jpg
Emanuel Geibel (17 oktober 1815 - 6 april 1884)
Lübeck, waar Emanuel Geibel werd geboren.

 

 

 

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

 

Julikinder

Wir Kinder im Juli geboren
Lieben den Duft des weißen Jasmin,
Wir wandern an blühenden Gärten hin
Still und in schwere Träume verloren.

Unser Bruder ist der scharlachene Mohn,
Der brennt in flackernden roten Schauern
Im Ährenfeld und auf den heißen Mauern,
Dann treibt seine Blätter der Wind davon.

Wie eine Julinacht will unser Leben
Traumbeladen seinen Reigen vollenden,
Träumen und heißen Erntefesten ergeben,
Kränze von Ähren und roten Mohn in den Händen.

 

 

Wie eine Welle

Wie eine Welle, die vom Schaum gekränzt
Aus blauer Flut sich voll Verlangen reckt
Und müd und schön im großen Meer verglänzt -

Wie eine Wolke, die im leisen Wind
Hinsegelnd aller Pilger Sehnsucht weckt
Und blaß und silbern in den Tag verrinnt -

Und wie ein Lied am heißen Staßenrand
Fremdtönig klingt mit wunderlichen Reim
Und dir das Herz entführt weit über Land -

So weht mein Leben flüchtig durch die Zeit,
Ist bald vertönt und mündet doch geheim
Ins Reich der Sehnsucht und der Ewigkeit.

 

 1785173-6b95e6827b2ee56adc43fefbf07023fe.jpg
Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Zonnebloemen in Montagnola, ca. 1927, aquarel van Hermann Hesse

 

 

De Poolse dichteres Wisława Szymborska werd geboren in 1923 in Bnin. Zie ook alle tags voor Wislawa Szymborska op dit blog.

 

A Few Words On The Soul

We have a soul at times.
No one’s got it non-stop,
for keeps.

Day after day,
year after year
may pass without it.

Sometimes
it will settle for awhile
only in childhood’s fears and raptures.
Sometimes only in astonishment
that we are old.

It rarely lends a hand
in uphill tasks,
like moving furniture,
or lifting luggage,
or going miles in shoes that pinch.

It usually steps out
whenever meat needs chopping
or forms have to be filled.

For every thousand conversations
it participates in one,
if even that,
since it prefers silence.

Just when our body goes from ache to pain,
it slips off-duty.

It’s picky:
it doesn’t like seeing us in crowds,
our hustling for a dubious advantage
and creaky machinations make it sick.

Joy and sorrow
aren’t two different feelings for it.
It attends us
only when the two are joined.

We can count on it
when we’re sure of nothing
and curious about everything.

Among the material objects
it favors clocks with pendulums
and mirrors, which keep on working
even when no one is looking.

It won’t say where it comes from
or when it’s taking off again,
though it’s clearly expecting such questions.

We need it
but apparently
it needs us
for some reason too.

 

 

Vertaald door Stanislaw Baranczak en Clare Cavanagh

 

 1785173-bf63cc6717ea4d528cf6f01b82638634.jpg
Wislawa Szymborska (2 juli 1923 – 1 februari 2012)

 

 

 

De Nederlandse dichter, prozaschrijver en criticus Pierre H. (Hubert) Dubois werd geboren in Amsterdam op 2 juli 1917. Zie ook alle tags voor Pierre H. Dubois op dit blog.

 

Wolk

Nacht - en het huis op de heuvel
in het lege licht van de maan
niet te ontkomen vleugels
strijken tegen het raam
Een hand verschuift de gordijnen
(het licht verschuift de slaap)
uit verwaarloosde bronnen stijgen
beschamende geheimen
met het strak gezicht
van de wraak.

 

 

Tenuto

Warmte van zon niet verdragen
week worden bij een gezicht in de tram
ongelijk bekennen met gelijk
verdriet noem ik het
Met regen in de ogen (en drift)
een deur toeslaan
door een scheur in de keel
klankloos schreeuwen
en dan weer
Glimlachend liefkozen als de worm
van het niet geloven
de wortel heeft doorgeknaagd
verdriet noem ik het

 

 1785173-ca050e2f7d4470365ed052b887ae79af.jpg
Pierre H. Dubois (2 juli 1917 - 24 maart 1999)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook mijn blog van 2 juli 2014 en ook mijn blog van 2 juli 2013 en eveneens mijn blog van 2 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:19 Reageer op dit bericht

Erik Vlaminck

De Vlaamse schrijver Erik Vlaminck werd geboren in Kapellen op 2 juli 1954. Hij leidde de Antwerpse SchrijversAcademie en de Vlaamse Auteursvereniging en hij is voorzitter van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde. Als romanschrijver kreeg Vlaminck bekendheid met een zesdelige romancyclus over het ongewone leven van gewone mensen in het Vlaanderen van de 20e eeuw, later gebundeld in drie delen:” Langs moederszijde”, “Langs vaderszijde” en “Langs schrijverszijde”. Doorbraak bij een ruim lezerspubliek kwam er in 2008 met “Suikerspin” en in 2011 met “Brandlucht.” Als theaterauteur werkte Vlaminck voor diverse belangrijke gezelschappen. Hij schrijft ook de column “Brieven van Dikke Freddy” waarin een dakloze zijn problemen aankaart bij de groten der aarde.

Uit:Suikerspin

“Mijn grootvader, Jean-Baptist, is als gewone burger in een gewoon huis geboren maar hij heeft het karakter gehad om forain te worden.
Meer dan honderd jaar geleden heeft hij de kop boven water gestoken in een ongelukkig huishouden, ergens in een achterbuurt van Dendermonde. Hij kreeg thuis meer slaag dan eten en bijgevolg heeft hij zijn boeltje, veel zal het allicht niet geweest zijn, gepakt en is hij op de loop gegaan. Een mens zou van minder…
Maar Jean-Baptist heeft gewerkt en gespaard tot de vellen van zijn handen hingen en toen heeft hij, want hij had gezien dat een eerlijke en volhardende doorzetter op de kermis goed zijn boterham kan verdienen, zijn zuurverdiende spaarcenten bijeengelegd om een rariteitenkabinet over te nemen. Een rariteitenkabinet was in die tijd een van de topkramen van de grote foren. Jean-Baptist heeft het van bij het begin groots gezien. De wereld is aan de doeners en de durvers, aan de mannen die risico durven te nemen.
En hoewel mijn grootvader vanwege het slechte karakter van zijn ouders geen goeie herinneringen aan zijn kindertijd en aan zijn thuis had, heeft hij toch direct zijn jongere broer in dienst genomen en hem in de zaak betrokken.
Maar de zaak is niet blijven marcheren omdat er spijtig genoeg op Gust niet gerekend kon worden. Hij was niet alleen een wijvenzot van het zwaarste kaliber maar hij was bovenal een flierefluiter die meer zat dan nuchter was. Zijn wapenspreuk was: ‘Alle dagen zat is ook een geregeld leven.’ Na verloop van tijd kende hij van danige zattigheid het verschil tussen zijn voorkant en zijn achterkant niet meer. En zo heeft hij de zaak bijna de dieperik in gedronken want de mensen wilden een verschrikkelijk zeemonster zien waar ze rillingen van op hun ruggengraat kregen, en geen zatte paljas die zeverend en zwijmelend in zijn waterbak zat.
En hoewel mijn grootvader het op alle mogelijke manieren heeft geprobeerd, viel er met Gust niet te redekavelen. Hij was verslaafd tot op de bodem van zijn nieren.”

                                                                                                                  

 1873424-ae77e116ef53ec02131ca536fbddf69c.jpg
Erik Vlaminck (Kapellen, 2 juli 1954)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hilda Doolittle, Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, J. J. Voskuil, Carry Slee

 

Dolce far niente

 

 1784742-053dbaf24e3b6a8582ec78b992be0f1f.jpg
Noonday Heat door Henry Scott Tuke, 1903

 

 

Heat

O wind, rend open the heat,
cut apart the heat,
rend it to tatters.

Fruit cannot drop
through this thick air-- fruit cannot fall into heat
that presses up and blunts
the points of pears
and rounds the grapes.

Cut through the heat--
plough through it,
turning it on either side
of your path.

 

 

 1784742-15c26f743b3e48481ba682d255b52233.jpg
Hilda Doolittle (10 september 1886 – 21 september 1961)
Bethlehem Pennsylvania, waar Hilda Doolittle werd geboren

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Berlijn. Een winterreis

1. Politiek
De grenswacht bekijkt de lege
achterbank en ziet de schim
niet die wij aanwezig weten.
Bij Grünewald kijkt hij tot achter
in de bossen - hij wil alleen zijn
maar de auto rijdt door tot in
het centrum voor de Deutsche Oper
waar we Tosca zullen zien, een drama
van verraad, maar anders, verouderd.
Soldaten voor het Sowjet-gedenkteken,
in de lucht oplossend prikkeldraad
hier beneden groeiende concertina's.
Studenten uit Keulen of Braunschweig
dragen hun gekleurde petten maar
iets nonchalanter dan hun vaders.

 

 

Tas

Liep ik met mijn grote tas
alle boeken, niks vergeten
te zeulen in die nieuwe school.
Waar moest ik naar toe?

De jongens en meisjes uit de vijfde
stonden gewoon bij elkaar.
Zou ik later ook met jongens
praten en lachen en staan?

Stonden ze bij mijn fiets te vrijen
durfde ik niks te zeggen.
Wachten tot ze klaar waren
mijn zware tas op de grond.

 

 1784742-f052eab13c3a7411f0cd7741b6853efb.jpg
Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

 


 

De Nederlandse dichter, schrijver, beeldend kunstenaar, zanger en fotograaf F. Starik werd geboren in Apeldoorn op 1 juli 1958. Zie ook alle tags voor F. Starik op dit blog.

Uit: O teder lied. Bij Rainer Maria Rilkes Nieuwe gedichten

“Rilke woonde in Parijs toen hij Malte Laurids Brigge schreef. Hij sloot daar vriendschap met Auguste Rodin, werkte aan een monografi e over de beroemde beeldhouwer, en functioneerde zelfs enige tijd als zijn persoonlijk secretaris. Rilke werd daar erg ongelukkig van. Maar Rodin bracht hem het belang van ‘zien’ bij. Rodin leerde hem kijken. En Rilke heeft vervolgens in zijn Neue Gedichte zo zakelijk mogelijk opgeschreven wat hij zag. En in Malte Laurids Brigge wat hij daarbij dacht.
Vijfentwintig jaar na die rotvakantie begon ik aan De gastspeler en wist ik dat ik Malte Laurids Brigge opnieuw nodig had: ik zou mijn roman op dezelfde manier opbouwen. De hernieuwde lezing bracht me een verrassing: ik moest er nu ook verschrikkelijk om lachen. Een bevrijdende lach. Het heilig verklaarde boek bleek een heel nieuwe laag te bevatten. Over hoeveel gezichten wij hebben: ‘Nu vraagt men zich wel af, daar ze meer dan één gezicht hebben, wat doen ze met de andere? Ze slaan ze op. Hun kinderen zullen ze dragen. Maar het komt ook voor, dat hun honden ermee de straat op gaan. Waarom ook niet. Een gezicht is een gezicht.’
Een paar jaren eerder, bij de oprichting van de Poule des doods, een gezelschap dichters die eenzame uitvaarten verzorgen, had ik ook al naar Malte gegrepen: ‘Nu wordt er in 559 bedden gestorven. Aan de lopende band natuurlijk. Bij een dergelijke monsterproductie zit elke dood op zich niet zo goed in elkaar, maar het doet er ook niet toe. De massa, daar gaat het om. Wie heeft vandaag de dag nog wat over voor een goed afgewerkte dood?’
Malte Laurids Brigge verscheen in 1910. Rilke begon er zeven jaar eerder aan te werken. En in diezelfde tijd begon hij eindelijk te schrijven aan de gedichten die aan de opdracht die hij van Rodin meekreeg voldeden, Neue Gedichte. Het eerste deel verscheen in 1907, Der Neuen Gedichte anderer Teil een jaar later."

 

 1784742-96d46b4448549f9560b684ee6470b14b.jpg
F. Starik (Apeldoorn, 1 juli 1958)

 

 

De Nederlandse televisiemaker, schrijver en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers werd geboren in Groningen op 1 juli 1942. Zie ook alle tags voor Wim T. Schippers op dit blog.

 

De plantjes water geven

Het huis van een kennis,
die met vakantie is,
leeg halen.

De schilderijen, meubels,
tapijten, kachels, het servies,
grammofoonplaten, kleding, spiegels
en ander huisgerei
fotograferen en op
ware grootte afdrukken.

De gefotografeerde dingen
eventueel met een
standaard in de rug
- denk aan de meubels -
weer op hun oude
plaats terugzetten.

Messen en vorken hebben
geen standaard nodig,
komen gewoon in de
gefotografeerd bak
(het zoutvaatje een
kleine standaard).

Bij zijn thuiskomst
zit wat de bewoner
in het buitenland
de laatste weken zag,
ontwikkeld door een
plaatselijk fotograaf,
plat in een reistas.

 

 1784742-7da60858263e221cde18d5b429d5c78b.JPG
Wim T. Schippers (Groningen, 1 juli 1942)

 

 

De Nederlandse schrijver Johannes Jacobus (Han) Voskuil werd op 1 juli 1926 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor J. J. Voskuil op dit blog.

Uit: Mensenkinderen

“V. (verontwaardigd): De hoeksteen van onze beschaving? Dat ga je toch niet beweren? Je gaat hier toch geen christelijke praatjes houden? De hoeksteen van onze beschaving! Laat me niet lachen! Zo zout heb ik het nog nooit gegeten! De hoeksteen van onze beschaving! Hear! Hear!
M. (zwijgt)
V. Dat meende je toch niet, hoop ik? Dat het de hoeksteen van onze beschaving is?
M. Natuurlijk meende ik dat.
V. Wat is er ineens met je gebeurd? Dat het de hoeksteen van onze beschaving is?
M. Er is niets met me gebeurd.
V. Waarom zeg je dan zoiets idioots? De hoeksteen van onze beschaving! Ik weet niet wat ik hoor!
M. (heftiger, belerend, ook iets pesterigs): Zonder het huwelijk zouden we een totaal andere beschaving hebben gehad. Ik zeg niet dat ik dat erg zou vinden! Ik stel het alleen maar vast! Als de Kerk er in de Middeleeuwen het huwelijk niet had doorgedrukt en iedereen zich aan een vrouw vergreep zonder getrouwd te zijn, met hel en verdoemenis had bedreigd, dan leefden we nu in een maatschappij waarin de vrouwen zich te pletter werkten en de mannen op hun krent in de zon zaten te wachten tot ze er weer een konden versieren!
V. (verontwaardigd): Dus de feministen hebben ongelijk?
M. Natuurlijk hebben de feministen ongelijk. Als er iemand ongelijk heeft dan zijn het de feministen!

 

 1784742-e255c0908361b6fc8f67b6cf21cafb57.jpg
J. J. Voskuil (1 juli 1926 - 1 mei 2008)
Scene uit een voorstelling in Amstelveen, 2010

 

 

De Nederlandse schrijfster Carry Slee werd geboren op 1 juli 1949 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Carry Slee op dit blog.

Uit: Razend

“Waar hij al bang voor was, gebeurd ook. Als zijn vrienden zijn dikke lip zien, beginnen ze te lachen. ’Nou nou, dat was een heftige zoenpartij dit weekend. Je mag wel opassen met Roosmarijn. ’Iedereen moet lachen en Bob lacht nog het hardst. ‘Je mag zeker wel uitkijken, Sven, ’zegt hij tot overmaat van ramp. ’Dit is nog maar je lip. Je snaapt wat ik bedoel hè?’Ja, ik snap het heus wel denkt Sven. Viezerik, hou lieverje mond. Alle woede komt in een klap boven. Van zijn vader die hem heeft geslagen. Van Lennart die Roosmarijn heeft ingepikt en van zijn moeder die nooit voor hem opkomt. Bob merkt dat Sven het niet zo leuk vindt. ’Je kunt toch wel tegen een grapje?Ben jij nou een kerel?’Hij legt zijn hand op Svens schouder. Sven wordt razend. ’Afblijven !’‘Nou nou, ’zegt Bob. ‘Ik dacht dat jij alleen aan meisjes zat, ’zegt Sven. Het is alsof er een bom in de klas valt. Bob doet alsof hij er niets van begrijpt. ‘Wat kijk je nou?’schreeuwt Sven. ’Je vindt het toch zo lekker je leerlingen aan te raken? Maar van mij blijf je af. ’‘Waar doel jij op, jongen?’Sven heeft Bob nog nooit zo kwaad gezien, maar het kan hem niks schelen. Alles is een puinhoop, zijn hele leven. Iedereen die nu nog iets doet wat hem bevalt, kan hem krijgen. De spanning in klas is om te snijden. Niemand zegt iets. ‘Waar ik op doel?’vraagt Sven. ’Moet ik je dat nog vragen?Dat jij je handen niet kunt thuishouden, daar doel ik op. ’Bob wordt spierwit. In een paar passen staat hij bij de deur en gooit hem open. ’Eruit jij!’Zijn stem slaat over. ’En voorlopig hoef ik je hier niet meer te zien. ’‘Mij best. ’Sven pakt zijn tas en loopt de klas uit.”

 

 1784742-4783265353103395f503ae6434e0f5af.jpg
Carry Slee (Amsterdam, 1 juli 1949)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2014 enook mijn blog van 1 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 14:07 Reageer op dit bericht

Friedrich Hölderlin, Czeslaw Milosz, Yaseen Anwer, José Emilio Pacheco

 

Dolce far niente

 

 1784473-f0e0c75c2d22e61da6bc7992f208df72.jpg
Baum im Kornfeld door August Macke, 1907

 

 

Der Sommer

Das Erntefeld erscheint, auf Höhen schimmert
Der hellen Wolke Pracht, indes am weiten Himmel
In stiller Nacht die Zahl der Sterne flimmert,
Groß ist und weit von Wolken das Gewimmel.

Die Pfade gehn entfernter hin, der Menschen Leben,
Es zeiget sich auf Meeren unverborgen,
Der Sonne Tag ist zu der Menschen Streben
Ein hohes Bild, und golden glänzt der Morgen.

Mit neuen Farben ist geschmückt der Gärten Breite,
Der Mensch verwundert sich, dass sein Bemühn gelinget,
Was er mit Tugend schafft, und was er hoch vollbringet,
Es steht mit der Vergangenheit in prächtigem Geleite.

 

 1784473-08988daa9f0d22fe99c35d30e914e67f.jpg
Friedrich Hölderlin (20 maart 1770 – 7 juni 1843)
Die Neckarbrücke in Lauffen am Neckar waar Hölderlin werd geboren

 

 

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Faith

Faith is in you whenever you look
At a dewdropp or a floating leaf
And know that they are because they have to be.
Even if you close your eyes and dream up things
The world will remain as it has always been
And the leaf will be carried by the waters of the river.

You have faith also when you hurt your foot
Against a sharp rock and you know
That rocks are there to hurt our feet.
See the long shadow that is cast by the tree?
We and trees throw shadows on the earth.
What has no shadow has no strength to live.

 

Hope

Hope is with you when you believe
The earth is not a dream but living flesh,
that sight, touch, and hearing do not lie,
That all thing you have ever seen here
Are like a garden looked at from a gate.

You cannot enter. But you're sure it's there.
Could we but look more clearly and wisely
We might discover somewhere in the garden
A strange new flower and an unnamed star.

Some people say that we should not trust our eyes,
That there is nothing, just a seeming,
There are the ones who have no hope.
They think the moment we turn away,
The world, behind our backs, ceases to exist,
As if snatched up by the hand of thieves.

 

 

Love

Love means to learn to look at yourself
The way one looks at distant things
For you are only one thing among many.
And whoever sees that way heals his heart,
Without knowing it, from various ills—
A bird and a tree say to him: Friend.

Then he wants to use himself and things
So that they stand in the glow of ripeness.
It doesn’t matter whether he knows what he serves:
Who serves best doesn’t always understand.

 

 1784473-5d7dca9fb8fb2d8cb2bd62e1bd02989f.jpg
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

 

 

De Indiase dichter Yaseen Anwer werd geboren op 30 juni 1989 in Patna. Zie ook alle tags voor Yaseen Anwer op dit blog.

 

Gentle breeze
 
Oh you gentle breeze
Slowly,
Gradually...
Drive my fragrance
Away,
Along...
And exchange, where
willingly,
Happily...
It starts to disappear.

 

 1784473-5e8094acad2f8445abe523c116f3940c.jpg
Yaseen Anwer (Patna, 30 juni 1989)

 

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Zie ook alle tags voor José Emilio Pacheco op dit blog.

 

Salt

If you want to study its essence, its purpose,
its usefulness in the world,
you’ve got to see it as a whole.
Salt
isn’t the individuals who make it up
but the solidary tribe. Without it
each particle would be like a fragment of nothingness,
dissolving in some unthinkable black hole.

Salt surfaces from the sea. It’s petrified
foam.
It’s sea baked by the sun.

And so finally worn-out,
deprived of its great water force,
it dies on the beach to become stone in the sand.

Salt is the desert where there once was sea.
Water and land
reconciled,
matter of no one.

It’s why the world tastes of what it is to be alive.

 

 

Vertaald door Katherine M. Hedeen en Víctor Rodríguez Núñez.

 

 1784473-e85c43077ff78dd4d17d766f08d2cf4b.jpg
José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juni ook mijn blog van 30 juni 2014 en eveneens mijn blog van 30 juni 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:53 Reageer op dit bericht

Hendrik Jan Schimmel

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Jan Schimmel werd geboren in ’s-Graveland op 30 juni 1823. Schimmel was een zoon van de burgemeester en notaris van 's-Graveland Hendrik Poeraat Schimmel en van Sara Meyse. Ondanks het verzet van zijn vader tegen de literaire aspiraties van zijn zoon werd hij schrijver en dichter met een omvangrijk literair oeuvre. Hij publiceerde diverse toneelstukken, naast proza en poëzie. De componist Richard Hol componeerde de muziek bij diverse van zijn gedichten. Na een kostschoolopleiding werd Schimmel geplaatst op het notariskantoor van zijn vader om daar het vak van notaris te leren. Na het overlijden van zijn vader in 1842 ging hij werken bij het Agentschap der Schatkist te Amsterdam. In 1847 werd voor de eerste maal een toneelstuk van zijn hand, “Twee Tudors”, opgevoerd in de Amsterdamse Schouwburg. Zijn tweede toneelstuk “Joan Wouters” werd opgedragen aan de schrijver Jacob van Lennep, die zijn leermeester zou worden. Schimmel was inmiddels in dienst getreden bij de Nederlandsche Handel-Maatschappij. In die tijd schreef hij “Oranje en Nederland”, ter gelegenheid van de inhuldiging van koning Willem II in 1849. Het stuk zou later ook opgevoerd worden bij het tweede huwelijk van koning Willem III in 1879 en bij de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898. Meerdere van zijn toneelstukken beleefden diverse herdrukken. In 1851 werd Schimmel redacteur van het literaire tijdschrift De Gids, een functie die hij zestien jaar zou vervullen. Ook was hij redacteur van de Nederlandsche Volksalmanak en van het tijdschrift Nederland. Zowel in De Gids als in het tijdschrift Nederland verschenen diverse gedichten van zijn hand. Schimmel, inmiddels bankdirecteur, was jarenlang voorzitter van de raad van beheer van de vereniging Het Nederlandsch Tooneel, waar hij zich inzette voor de belangen van het toneel. Hij werd door koning Willem III benoemd tot ridder in de orde van de Nederlandse Leeuw.

 

Als 't uit de stilte spreekt!

Wat stemmen opgaand van rondom!
De Zelfzucht eischt en grauwt,
De Wanhoop schreeuwt de Hope stom
En verwt de jonkheid oud.
Zich zelv' vergeten 't hoogste doel!
Een nu dat 't gister wreekt....!
Hoor toe, ver van het slaggewoel,
‘Als 't uit de stilte spreekt!’
 
Wat bede om zieke- en stervensspond,
Wat beet in brein en hart,
Wat kreet bij nieuw geslagen wond,
Wat snik van oude smart:
Herinring van een laatsten groet
En van een oog dat breekt....!
Hoor toe - ge ontvangt licht troost en moed -
‘Als 't uit de stilte spreekt!’

 

 

Terug-Blik

'k Ben er wedergekeerd,
Waar mij 't eerst werd geleerd:
Min de Heer en de naaste als u-zelve;
Waar ik 't eerst, mij bewust,
Door mijn moeder gekust,
Het azuur van de hemel zag welven.

Ik herkende geen kluis,
'k Vond een vreemde in mijn huis,
En 't omsloot eens zo veel wat ik minde,
'k Vond geen schaâuw in de tuin,
Want geknakt was de kruin
Van de aloude, van Grootvaders linde.

'k Vond geen vriend in de stoet,
Die ter kerke zich spoedt.
En voorheen kende ik voornaam en have.
Maar de grijze zonk neer,
En de knaap van weleer,
Buigt het hoofd nu als grijze ten grave.

'k Heb de rustplaats gezocht
Voor mijn oudren gewrocht,
Op de vruchtbare akker der doden;
Maar de plek was mij vreemd,
Want de terp werd een beemd,
Overdekt door een dekbed van zoden.

'k Hief weemoedig het oog,
Maar daar tintelde omhoog,
In haar glans door de Tijd niet te doven,
De immer vriendlijke ster
Die me als kind reeds, van ver,
Zo vaak sprak van de woning daarboven.

 

 1834949-6fa9fcb3e3054b6e49e27c05374affef.jpg
Hendrik Jan Schimmel (30 juni 1823 - 14 november 1906)
Portret door Hendrik Johannes Haverman

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ror Wolf, Vasko Popa, Oriana Fallaci, Giacomo Leopardi, Antoine de Saint-Exupéry, Anton Bergmann

De Duitse dichter en schrijver Ror Wolf (pseudoniem van Raoul Tranchirer) werd geboren op 29 juni 1932 in Saalfeld/Saale. Zie ook alle tags voor Ror Wolf op dit blog.

Uit: Verschiedene Möglichkeiten, die Ruhe zu verlieren

“Allenfalls ein paar Titelstümpfe kommen beim Ausgraben zum Vorschein: Stoßtrupp So¬undso/Calais sturmreif ja Mölders und seine Männer oder war es Prien? also gut: Prien und seine Männer in dieser Zeit mit Fanfarenstößen und Sondermeldungen, in der Schurschill, der dicke Lügenlord und der schwarze dünne Schamberlein eins nach dem andern auf die Nuß bekommen haben. Ich zog die Verdunklung herunter und las wahrscheinlich Panzerspähwagen westwärts. Oder ich saß nachts im Keller, mit dem Brummen darüber und gelegentlich mit den fernen, aber wirklich noch sehr fernen Detonationen und las: Bomber über Dünkirchen.
Diese Zeit war noch längst nicht vorbei. Doch eines Tages saß ich vielleicht in der Stube. Ich hatte die Raupen, die damals in ungeheuren Schwärmen über den Kohl wanderten, mitten im Fressen abgerissen und in den Bottich geworfen. Oder ich hatte Schnee geschaufelt vor der Haustür und Viehsalz gestreut. Und was nun? Vielleicht bin ich aufgestanden zweiundvierzig oder dreiundvierzig im Sommer oder im Winter und habe mich auf den Weg zum Herrenzimmer gemacht. Rechts entlang, an der Küche vorbei, in der es wahrscheinlich dampfte, weiter den langen Gang entlang, am Klosett vorbei, wo die Sonne hineinstach, durch das menschenleere Schlafzimmer und weiter durch eine neue Tür in einen anderen Gang, drei Stufen knarrend hinunter, links mein Zimmer, dann, ebenfalls links, das letzte Zimmer, das Herrenzimmer, in dem es im Sommer sehr heiß und im Winter sehr kalt war. Nehmen wir an, es war Sommer, dann war es sehr heiß. Oder nehmen wir eine gemäßigte Jahreszeit an, weder heiß noch kalt. Aber das spielt keine Rolle.”

 

 1783999-5e5fc7c3a4768e888ae93c65ef9d6a98.jpg
Ror Wolf (Saalfeld/Saale, 29 juni 1932)

 

 

De Servische dichter Vasko Popa werd geboren in Grebenac op 29 juni 1922. Zie ook alle tags voor Vasko Popa op dit blog.

 

Give me back my rags

Give me back my rags

My rags of pure dreaming
Of silk smiling of striped foreboding
Of my cloth of lace

My rags of spotted hope
Of burnished desire of chequered glances
Of skin from my face

Give me back my rags
Give me when I ask you nicely

 

 

Last News About The Little Box

The little box which contains the world
Fell in love with herself
And conceived
Still another little box

The little box of the little box
Also fell in love with herself
And conceived
Still another little box

And so it went on forever

The world from the little box
Ought to be inside
The last offspring of the little box

But not one of the little boxes
Inside the little box in love with herself
Is the last one

Let's see you find the world now 

 

 1783999-35e8da48e3588aa5a0f421333be85fac.jpg
Vasko Popa (29 juni 1922 – 5 januari 1991)

 

 

De Italiaanse journaliste en schrijfster Oriana Fallaci werd geboren in Florence op 29 juni 1929. Zie ook alle tags voor Oriana Fallaci op dit blog.

Uit The Rage and The Pride 

“I was at home, which is in the center of Manhattan. At exactly nine o'clock I had a sensation of danger, of a danger that perhaps would not touch me, but that undoubtedly concerned me. It's the sensation you feel in war, or rather in combat, when every pore of your skin feels the bullet or the rocket as it approaches, and you perk up your ears and yell at the person next to you: "Down! Get down!" I pushed it away. It's not like I was in Vietnam. It's not like I was in one of the many wars, those fucking wars that have tortured my life since World War II. I was in New York for God's sake, on a marvellous September morning in 2001. But the sensation still possessed me, inexplicably. So I did something I never do in the morning and turned on the TV. The audio wasn't working. The screen was. And on every channel—and here there are almost a hundred—you saw a tower of the World Trade Center burning like a giant match. A short circuit? A small plane gone off course? Or an act of deliberate terrorism? I stayed there almost paralyzed, fixed on that tower, and while I fixed on it, while I asked myself those three questions, another plane appeared on the screen. White, huge. An airliner. It was flying extremely low. Flying low, it turned toward the second tower like a bomber who draws a bead on a target and then hurls himself at it. That's when I understood. I also understood because in that same moment the audio came back on and transmitted a chorus of primal screams. Repeated and primal. "God! Oh, God! Oh, God, God, God! Gooooooood!" And the plane went into that second tower like a knife going into a stick of butter. “

 

 1783999-056cc7acc56dcd5835b2df65e01389ba.jpg
Oriana Fallaci (29 juni 1929 - 15 september 2006)

 

 

 

De Italiaanse dichter en schrijver Giacomo Leopardi werd geboren in Recanati op 29 juni 1798. Zie ook alle tags voor Giacomo Leopardi op dit blog.

 

Scherzo

When, as a boy, I went
To study in the Muses' school,
One of them came to me, and took
Me by the hand, and all that day,
She through the work-shop led me graciously,
The mysteries of the craft to see.
She guided me
Through every part,
And showed me all
The instruments of art,
And did their uses all rehearse,
In works alike of prose and verse.
I looked, and paused awhile,
Then asked: 'O Muse, where is the file?'
'The file is out of order, friend, and we
Now do without it,' answered she.
'But, to repair it, then, have you no care?'
'We _should_, indeed, but have no time to spare.' 

 

 1783999-46bf3b12fbce2abfa3e5a49a5917327e.jpg
Giacomo Leopardi (29 juni 1798 - 14 juni 1837)

 

 

De Franse schrijver Antoine de Saint-Exupéry werd geboren op 29 juni 1900 in Saint-Maurice-de-Rémens. Zie ook mijn blog van 29 juni 2010 en eveneens alle tags voor Antoine de Saint-Exupéry op dit blog.

Uit: De kleine prins (Vertaald door L. De Beaufort-Van Hamel)

“Als het geheimzinnige al te veel indruk op ons maakt, moeten wij wel gehoorzamen. Hoe zinloos het mij ook leek, - op duizend mijl van de bewoonde wereld en in doodsgevaar - ik haalde een blaadje papier en een vulpen uit mijn zak. Maar toen bedacht ik, dat ik vooral aardrijkskunde, geschiedenis, rekenen en taal geleerd had en ik zei, een beetje humeurig, tegen het kereltje, dat ik niet tekenen kon.
Hij antwoordde: 'Dat doet er niet toe. Teken maar 'n schaap voor me.'
En omdat ik nog nooit een schaap getekend had, maakte ik nog maar eens een van de twee enige tekeningen waartoe ik in staat was voor hem. De dichte boa constrictor.
En stomverbaasd hoorde ik hem zeggen: 'Nee, nee! Ik wil geen olifant in 'n boa. 'n Boa constrictor is veel te gevaarlijk en een olifant neemt zoveel ruimte. Ik woon erg klein. Ik heb 'n schaap nodig.
Teken nou een schaap voor me.'
Toen tekende ik het dan maar (tekening nummer 5). Hij bekeek het aandachtig en zei: 'Nee, dat schaap is nú al zo ziek. Maak er nog maar een.'
Ik tekende (tekening nummer 6). Mijn vriendje lachte vriendelijk en toegeeflijk.
- Je ziet toch wel dat dat geen schaap is: 't is een ram, hij heeft horens...
Nog eens maakte ik mijn tekening over. Maar die werd ook al geweigerd, net als de vorigen.”

 

 1783999-4d728fe50eb119f8b97857f832b6a815.jpg
Antoine de Saint-Exupéry (29 juni 1900 - 31 juli 1944)

 

 

De Vlaamse schrijver Anton "Tony" Bergmann werd geboren te Lier op 29 juni 1835. Zie ook alle tags voor Anton Bergman op dit blog.

Uit:Ernest Staas

“Monsieur Lefinaud wierp zijnen frak achteruit, plaatste zijne duimen onder de armen, en liet zijne vingers eenen galop spelen op zijne vuurroode gilet.
‘Maar de ligging, mevrouw!’ riep hij uit. ‘Ik zeg maar dit enkel woord: de ligging! Daarin is alles besloten in eene groote stad. - Goede ligging: fortuin, - slechte ligging: ondergang en fail... liet!’ en de kleermaker, fier dat hij zulke hooge stadhuiswoorden kende, trok het zoo lang hij maar kon.
‘En failliet!’ herhaalde hij nog eens, terwijl zijne vingers hun dansje op de roode gilet herbegonnen.
Tante aarzelde: de prijs ging hare berekeningen te boven, en zij keek nog eens rond, of er niets op af te wijzen of te verminderen viel.
Monsieur Lefinaud zag het oogenblik gekomen om den grooten slag te slaan.
‘Mevrouw,’ hernam hij op ernstigen toon, zijne vingeren in de hoogte houdend en alle dartelende beweging stakend, ‘het is in uw belang, dat ik spreek. Mijn kwartier verhuren kan ik met honderd handen tegelijk. Het ware spijtig. Die kamers zijn als gemaakt voor eenen rechtsgeleerde. Vroeger woonde hier nog een jong advocaat aan huis. Hij was onbekend en moest zoeken, doch was werkzaam en knap gelijk mijnheer, en iedereen, die de hoofdstad kent, zal u kunnen zeggen, welk vermaard advocaat mijnheer Duruisseau, die hier klein begon, thans geworden is.’
Die beweegreden was afdoende.
Waar Mr. Duruisseau groot geworden was, waarom zoude Ernest Staas daar ook niet lukken? Tante sloeg het akkoord toe: de jonge advocaat was geëtabliseerd."

 

 1783999-807f3dbf7f75dd0ba742c9cdc6156359.jpg
Anton Bergmann (29 juni 1835 – 21 januari 1874)




Zie voor nog meer schrijvers van de 29e juni ook mijn blog van 29 juni 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:12 Reageer op dit bericht

Maarten Asscher

De Nederlandse dichter, prozaïst, vertaler en uitgever Maarten Asscher werd geboren op 29 juni 1957 in Alkmaar als zoon van de vermaarde rechtbankpresident Mr. B.J. Asscher. Maarten Asscher studeerde rechten, werkte in de uitgeverijwereld en werd in 1992 directeur van uitgeverij J.M. Meulenhoff in Amsterdam. In datzelfde jaar debuteerde Asscher met de verhalenbundel “Dodeneiland, vier geschiedenissen”. Twee verhalen hieruit keren terug in de bundel “Strindbergs dood” (1995). In beide verhalenbundels maakt Asscher gebruik van gegevens uit de werkelijkheid (een foto, een historisch gegeven o.i.d.) om daar vervolgens zijn fantasie op los te laten en daar in een precieuze stijl verslag van te doen. Een titel als “Dingenliefde” (2002) kan gelden als een voorbeeld van die werkwijze. “In Nachtvraat” (2002) nam Asscher naast proza ook poëzie op. In “Julia en het balkon” (1997) vertellen 21 ooggetuigen over de zelfmoord van Julia, een door het leven gemangelde verkoopster. “De verstekeling” (1999), een novelle, gaat over moord en persoonsverwisseling, maar in feite over schuld en onschuld.

 

Twee nocturnes

 

Uit bed
 
Steunen en trillen, brommen.
Het klaaglijk rillen.
Blote voeten op de tast.
Niet op zwarte tegels willen
lopen.
 
Gretig zuigen beide handen
zich aan de handgreep vast.
Honger, donker om te snijden.
 
Koud licht vormt ham en vla
en vlees en kaas en melk.
Breken en schrokken, klokken.
Brokken slikken.
 
Op mijn pyjamamouw de koele waas
die dooft,
als ik de resten van mijn aas
achter hun witte celdeur
weer laat stikken.
Een puber wordt zijn groei de baas.
 
 

 
Naar bed
 
Innig, namens alle slapers,
ligt haar kinderlijk gewicht
in de waagschaal van mijn armen.
 
Haar lichaam rust ondraaglijk licht
op de bodem van de slaap.
Vanaf de kant tuur ik omlaag.
 
Geen geest geeft haar adem.
Iets dierlijks heeft zij, anorganisch:
blindelings volmaakt.
Onaangeraakt.
 
Haar slaap vervult mijn dragen met
ontzag dat even onbeweeglijk maakt.
Zo rijk is haar overgave,
zo twijfelloos haar verzinken
in onbeschaamde kwetsbaarheid.

 

 

 1842647-7cbb07627b214936ac201bffa759a49b.jpg
Maarten Asscher (Alkmaar, 29 juni 1957)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

A Day Off (Lucy Maud Montgomery)

 

Dolce far niente

 

 1783407-fae21277b59ada74a60ca7882774a6f3.jpg
Sleeping Angel door Kelly Borsheim, 2010-2012

 

 

A Day Off

Let us put awhile away
All the cares of work-a-day,
For a golden time forget,
Task and worry, toil and fret,
Let us take a day to dream
In the meadow by the stream.

We may lie in grasses cool
Fringing a pellucid pool,
We may learn the gay brook-runes
Sung on amber afternoons,
And the keen wind-rhyme that fills
Mossy hollows of the hills.

Where the wild-wood whisper stirs
We may talk with lisping firs,
We may gather honeyed blooms
In the dappled forest glooms,
We may eat of berries red
O'er the emerald upland spread.

We may linger as we will
In the sunset valleys still,
Till the gypsy shadows creep
From the starlit land of sleep,
And the mist of evening gray
Girdles round our pilgrim way.

We may bring to work again
Courage from the tasselled glen,
Bring a strength unfailing won
From the paths of cloud and sun,
And the wholesome zest that springs
From all happy, growing things.

 

 

 1783407-bf0f1470a4b9209ad55be6e4099f30a8.jpg
Lucy Maud Montgomery (30 november 1874 – 24 april 1942)
Clifton, nu New London, vuurtoren. Lucy Maud Montgomery werd geboren in Clifton

 

 

Zie voor de schrijvers van de 28e juni ook mijn blog van 28 juni 2014 deel 1 en ook deel 2.



Geschreven door Romenu om 12:04 Reageer op dit bericht

Lucille Clifton, Rafael Chirbes, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, Zsuzsanna Gahse

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

I Am Accused Of Tending To The Past

i am accused of tending to the past
as if i made it,
as if i sculpted it
with my own hands. i did not.
this past was waiting for me
when i came,
a monstrous unnamed baby,
and i with my mother's itch
took it to breast
and named it
History.
she is more human now,
learning languages everyday,
remembering faces, names and dates.
when she is strong enough to travel
on her own, beware, she will.

 


Homage To My Hips

these hips are big hips.
they need space to
move around in.
they don't fit into little
petty places. these hips
are free hips.
they don't like to be held back.
these hips have never been enslaved,
they go where they want to go
they do what they want to do.
these hips are mighty hips.
these hips are magic hips.
i have known them
to put a spell on a man and
spin him like a top

 

 1783051-bf0f1470a4b9209ad55be6e4099f30a8.jpg
Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)
 

 

 

De Spaanse schrijver Rafael Chirbes werd geboren op 27 juni 1949 in Tabernes de Valldigna bij Valencia. Zie ook alle tags voor Rafael Chirbes op dit blog

Uit: Alte Freunde (Vertaald door Dagmar Ploet)

„Ich sage mir, während ich mir mit der Serviette über die Lippen wische, nachdem ich das Glas zum Mund geführt und einen Schluck Wein getrunken habe, dass ich Dinge erinnere und festhalte, die mich gerade einmal beiläufig interessieren, Dinge, die durch dieses Abendessen automatenhaft in meinem Ge-dächtnis aufgerufen werden und die vielleicht überflüssig sind. Wahrscheinlich wünsche ich mir, dass der Lärm gewisser Gedanken den Klageton anderer überdeckt. Guzmán und Taboada diskutieren über die Politik des Möglichen und über das, was nicht machbar ist. »Die aktiven Politiker, die von heute, die kenne ich«, höhnt Pedrito, »was soll ich euch erzählen?« Und dann, nach einer Pause: »Was haben wir gewonnen? Was haben wir verloren? Scheißleben, oder? Unsere Illusionen«, schließt er spöttisch. Guzmán wehrt sich: »In der Geschichte gibt es keine Pausen, da fällt nicht der Vorhang und hebt sich wieder. Es gibt keine Zwischenakte. Es ist eine fortlaufende Vorstellung.« Und jetzt reden die drei darüber, was sie am Tag von Francos Tod gemacht haben, über Tejeros Putschversuch, die kommunistische Utopie, das abgewrackte Russland, China im Konsumfieber, Amerika, das allein auf dem Tisch der Welt tanzt. Sie diskutieren unter den aufmerksamen Blicken von Guzmáns Söhnen, nur Pedrito schweift einen Augenblick von Guzmáns und Taboadas Erinnerungen ab und wendet den Kopf leicht zur Seite, um besser Amalias Ausschnitt betrachten zu können. Ich bemerke die Bewegung seiner Augen und spüre einen Stich rückgewandter Eifersucht oder einen Stich Wehmut und deshalb, um die Eifersucht zu überwinden und die Wehmut zu zähmen (»Du wirst nie ein Revolutionär, dazu liebst du die Literatur zu sehr«, sagte Pedrito damals zu mir, »und du wirst auch kein guter Liebhaber. Die Literatur steht mit der Liebe und der Revolution auf Kriegsfuß«), denke ich, ein defensiver Rückzug, an mein Haus, daran, dass ich heute Morgen aufgebrochen bin und schon wieder zurück möchte. Als wir Contreras erreichten, hatte es sich bewölkt, und ein paar Kilometer weiter begann es zu regnen. Und hörte nicht auf bis Madrid.”

 

 1783051-0fa0c8b5a401b53d00e1357680ac5296.jpg
Rafael Chirbes (Tabernes de Valldigna, 27 juni 1949)

 

 

De Nederlandse schrijver Everhardus Johannes Potgieter werd geboren in Zwolle op 27 juni 1808. Zie ook alle tags voor Potgieter op dit blog.

Uit: Jan, Jannetje en hun jongste kind

“Spreekwoorden aan centen ontleend, vallen nog niet in zijnen smaak. ‘Dat bewijst den ouden dag,’ hoor ik aanmerken; ik geef slechts toe, dat hij den leeftijd lang voorbij is, waarin men
overbescheiden, overedelmoedig, overzelfverloochenend, pleegt te wezen. Ik zou schier durven beweren, dat Jan nooit zoo oud zou zijn geworden indien hij een van deze drie ooit was geweest. Ik ga verder: ik geloof, dat Jan uit den aard zou zijn geslagen, zoo hij immer zin had aan den dag gelegd voor bleuheid, die zich zoo min weet te schatten als te doen gelden. Jan's vader, Jan's ooms, al de verwanten van Jan hadden zaken uitstaan met de Hertogen van Bourgondië, in wier wapen eer een leeuw dan een kruis had gepast, daar zij dol veel van grijpen hielden en weinig van genade wisten. En echter lieten de eenvoudige burgerluî van Jan's familie zich hunne kaas en brood door die groote Heeren niet ontnemen, wat ijzervreters ze in hunne rammelende harnassen ook zijn mogten.

‘Zalig is hij, die zijn jok in zijne jeugd draagt!’ zegt de Schrift; er gaat geen kind op school, dat niet weet te vertellen, hoe zuur Jan het had onder de voogdijschap van den Koning van Spanje! Ik zou het hem ten goede houden, al was hij wat trotsch op de ontwikkeling van zijn karakter in dien tijd. Of ge potlood en papier ter hand hadt, ik schetste u hoe hij uit vrijën ging, in het schoone saizoen in een' boeijer, maar met een paar stukjes geschut aan boord; in den barren winter op schaatsen, maar met de geladen buks op zij; een flinke borst, die gaarne allerlei gevaar trotseerde, om een uurtje met zijn liefje te kouten. Een minder degelijk paar had, onder omstandigheden als de hunne, het huwelijk uitgesteld, tot beiden te oud waren geworden, om zich naar elkander te leeren schikken; maar welk een weêrga's wakker gezin was het zijne, onder ongehoorden wederspoed! Zoo ooit jongelui verdienden te worden voortgeholpen, dan waren zij het - ik weet geen' grooter lof voor beiden, dan dat Willem van Oranje er pleizier in vond dit te doen! "

 

 1783051-0af695fb75bf8ebd6f59e6f7a14d11ed.jpg
Potgieter (27 juni 1808 – 3 februari 1875)
Borstbeeld in Zwolle

 

 

De Nederlandse dichter Kees Ouwens werd geboren op 27 juni 1944 in Zeist. Zie ook alle tags voor Kees Ouwens op dit blog.

 

Aan de lezer

Jaarlijks keren de bloemen terug uit
het noorden

O zij ontwaken buiten in hun verblijf,
in hun hoge Goed binnen de cirkel, de naam

Permafrost draagt het, u te verblijden is
hun eerste gedenken, en dat het donker in

Uw hart is maar licht om u heen, waar het
bij hen andersom is,

Daarom de wende, om uw geduld te belonen,
hun fleur zal bekronen.

En zij verstuiven hun meel langs de lengtegraden pril
als de doorluchte schermen van de bloem der paarden,

Pegasus, lichtvoetig zo hun zwermen hem heffen
zijn zwaarte te boven,

Diepgravend waar hij aanzet om zijn vlucht te nemen,
zijn hoefslag de bron slaat in de ader,

Het hart ontdooit aan de vonk als Aganippe
zijn hiel ketst

En de spiegel u weerziet maar zijn wiekslag
zulk water bewimpelt.

 

 

De kleine jongen

Achter mijn tafel van formica zie ik
de kleine jongen voor me.
Ik zie hem duidelijk, in kaplaarzen en
met snot uit zijn neus, vastgezogen aan
de buik van een
kinderloze vrouw en in het dunne,
knokige hoofd weet ik zijn ogen, die
altijd tranen in de wind.
 
En daarna zie ik ook haar, de kinderloze,
gespierde vrouw, in een rijbroek of te paard
en soms ook naakt, zonder schaamdeel,
liggend op een onafzienbaar bed.

 

 1783051-261ee98e1cfbe96ae02e0b6dab47ce21.jpg
Kees Ouwens (27 juni 1944 – 24 augustus 2004)

 

 

De Canadese dichter, singer-songwriter, performer en sociale activist. Dawud (David) Wharnsby Ali werd geboren op 27 juni 1972 in Kitchener, Ontario. Zie ook alle tags voor Dawud Wharnsby op dit blog.

 

The Veil

They say, "Oh, poor girl, you're so beautiful you know

It's a shame that you cover up your beauty so."
She just smiles and graciously responds reassuringly,
"This beauty that I have is just one simple part of me.
This body that I have, no stranger has the right to see.
These long clothes, this shawl I wear, ensure my modesty.
Faith is more essential than fashion, wouldn't you agree?" This hijab,
This mark of piety,
Is an act of faith, a symbol,
For all the world to see.
A simple cloth, to protect her dignity.
So lift the veil from your heart to see the heart of purity.

They tell her, "Girl, don't you know this is the West and you are free?
You don't need to be oppressed, ashamed of your femininity."
She just shakes her head and she speaks so assuredly,
"See the bill-boards and the magazines that line the check-out isles,
with their phony painted faces and their air-brushed smiles?
Well their sheer clothes and low cut gowns they are really not for me.
You call it freedom, I call it anarchy."

This hijab,
This mark of piety,
Is an act of faith, a symbol,
For all the world to see.
A simple cloth, to protect her dignity.
So lift the veil from your heart to see the heart of purity.
Lift the veil from your heart and seek the heart of purity.

 

 1783051-29aff741fb172d6b21b4dd7c947ca3e7.jpg
Dawud Wharnsby (Kitchener, 27 juni 1972)

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Zsuzsanna Gahse werd op 27 juni 1946 in Boedapest geboren. Zie ook alle tags voor Zsuzsanna Gahse op dit blog.

Uit: Kleine instabile Ortskunde

„Wobei das Zusammenwohnen von allen Beteiligten gleichzeitig betrieben werden müsste. Sicherlich hat an jedem Platz immer jemand länger gewohnt und gesessen als der, der hinzukam, wie auch nicht, aber man könnte sich mit der Zeit zusammenwohnen, wobei sich die Neu- und Altwanderer und die Neu- und Altsitzer nicht viel um Zeiten kümmern sollten. Wenn ein Einzelner oder eine Familie oder mehrere Familien erst einige Wochen an einem Ort gesessen sind, und es kommen noch weitere Leute hinzugewandert, um ebendort zu sitzen, wird es kaum Schwierigkeiten geben (außer es hat überhaupt keinen Meter Platz mehr für die Neuen). Mit der Zeit aber haben die älteren Angesessenen ausgeprägte Wohnheiten und Angesessenheiten und sie haben das Gefühl, ein Ort gehöre ihnen und nicht den anderen. 
Früher gefiel es mir, von Ein- und Auswanderern zu reden, ich dachte dann gleich an Beckett, Oscar Wilde, Gertrude Stein, Gombrovicz, Ödön von Horváth und die anderen Schriftsteller, die nicht in ihrem Land und nicht unbedingt für ihr Land lebten, und ich meinte, gerade auch deshalb seien sie gut, was ich immer noch meine. 
In seinem Tagebuch schrieb Gombrovicz, dass man, sobald man einen Engländer, einen Franzosen oder Deutschen erwähnt, ohne jede zusätzliche Beschreibung gleich eine ganze Person zu sehen sei, als Engländer oder Deutscher könne er sogar in einem Roman auftreten und wäre für den Leser erkennbar; bei den weniger bekannten Ländern verhalte es sich anders, Personen aus diesen Ländern müssten erst genau charakterisiert werden (sonst hätten sie kein Gesicht). - Migranten zu beobachten oder in einem Roman auftreten zu lassen, ist noch wesentlich schwerer. Was heißt Migranten!
Schöne Fremde, sie gehören in jedes Land und gehören sich selbst, dachte ich. Dementsprechend war ich auch über meine eigene Geschichte froh, ich dachte, es sei gut, zu Wien und zu Hamburg und anderen Städten mehr gehören zu können.“

 

 1783051-a8134e04ebe3588d19f1cb6da28fa9c0.jpg
Zsuzsanna Gahse (Boedapest, 27 juni 1946)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:38 Reageer op dit bericht

Catherine Cookson, Marcus Jensen, João Guimarães Rosa, Gaston Bachelard, James Woodforde, Helen Keller

De Engelse schrijfster Catherine Cookson (pseudoniem van Kate McMullen) werd geboren in Tyne Dock, County Durham op 27 juni 1906. Zie ook alle tags voor Catherine Cookson op dit blog.

Uit: Kate Hannigan's Girl

"'Well, don't get so mad, you asked me to tell you. She said it wasn't a real marriage because you are Catholics, and it was in a registry office, and the priest said that in the sight of God and all Catholics they are living in sin. That's what she said.'
'0h, she's wicked...wicked, wicked! They are married. What else did she say?' Annie demanded, her eyes wide.
'She said...Oh, it doesn't matter.'
'It does! It does! What did she say?' There was the urgency of self-torture in her voice; she knew quite well what Cathleen had said, but she must hear it aloud.
'Well, it doesn't matter two hoots to me, you know, but she said you hadn't got a da either. She said Kate -- your mother -- had never been married.'
Annie had never ridden so hard in her life, and when she reached the gate to the wood the perspiration was running down her face. When Brian had attempted to ride with her she had pushed him so hard that he saved himself from falling only by dismounting, and she had pedalled away like a wild thing.
Inside the gate and out of sight of the road, she flung her cycle on to the grass and ran, stumbling and crying, along the path through the wood...Oh, Cathleen Davidson, you wicked, wicked thing! Oh, how could you tell Brian! That's why some of the girls in the convent school had cut her. And everybody would know now. The nuns would know...Sister Ann...Sister Ann would know. Oh, Cathleen Davidson, I hate you! I don't care if it is a sin, I do hate her. And Mam is married, she is!...”

 

 1783045-2a3f8e4d0a7bb6f1925321ba17be7fab.jpg
Catherine Cookson (27 juni 1906 – 11 juni 1998)

 

 

De Duitse schrijver Marcus Jensen werd geboren op 27 juni 1967 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Marcus Jensen op dit blog.

Uit: Oberland

»Wir schreiben den dreizehnten Oktober dreiundsiebzig«,
sagen die Zwillinge hinter ihm im Chor, müssen gar nicht schreien, sind unrealistisch verständlich. Ich bin ein frühreifes Kind, mit fünf Jahren eingeschult. Trotzdem fällt mir hier nichts auf, aber das ist normal für mein Alter, denn noch nehme ich alles hin, und die vier Gestalten wissen genau, dass ich diese Szene vergessen werde. Ich lache. Der Bartträger versucht seine Brille freizuschütteln.
»Und, hast du dir die Nachwelt so vorgestellt?! Ein feines Wetter! Junge, deine Eltern haben Angst um dich! Leben ist Leiden, und du machst es ihnen auch noch schwer!«
Steig von der Kanzel, Dicker. Er streckt den Arm über meine Schulter aus:
»Dein Vater rennt gerade suchend durch das Schiff!«
Die Frau tritt neben ihn, die Zwillinge stellen sich dahinter, vier nasse Gesichter im Quadrat beobachten mich, und mir wird ungemütlich. Ich fange an, im Griff zu zappeln, meine Schuhe schlittern über das Metall, Aquaplaning. Die Frau schließt kurz die Augen:
»Lass ihn weitergehen, wir sind ja da!«
»Das Sauwetter ist sowieso gleich vorbei«,
die Zwillinge nicken synchron. Die Frau massiert beiden durch den Kapuzenstoff hindurch die Köpfe, sie schließen die Augen wie kleine Tiere. Sie lächelt:
»Kinder müssen spielen!«
Der Wikinger hört auf sie und klopft mir die Schultern ab, dass es patscht.
»Na gut, Jens, drei Schritte noch!«
Er lässt mich los. Am Horizont schimmert schon ein dünner hellgrauer Streifen, ein Lichtspalt. Die triefende Fahne wickelt sich um den kleinen Mast, die Schlitze unter der Reling knapp über dem Decksboden saugen Meerwasser ein und sprühen es als Schaum weiter.

 

 1783045-8e4978fb89384543f36a44fc74b6caeb.jpg
Marcus Jensen (Hamburg, 27 juni 1967)

 

 

De Braziliaanse schrijver João Guimarães Rosa werd geboren op 27 juni 1908 in Cordisburgo, Minas Gerais. Zie ook alle tags voorJoão Guimarães Rosa op dit blog.

Uit: Diadorim (Vertaald door Maryvonne Lapouge-Petorelli)

« La mémoire de la vie des gens se conserve dans des parcelles séparées, chacune d'elles avec son émotion et sa coloration, je crois même qu'elles ne se mélangent pas. Raconter à la suite, en enfilade, ce n'est vraiment que pour les choses de peu d'importance. De chaque vécu que j'ai réellement passé, de joie forte ou de peine, je vois aujourd'hui que j'étais chaque fois comme s'il s'agissait de personnes différentes. Se succédant incontrôlées. Tel je pense, tel je raconte. Vous avez bien de la bonté de m'écouter. Il y a des heures anciennes qui sont restées beaucoup plus proches de nous que d'autres, de date récente. Vous le savez bien.”
(…)

Ce flot sauvage, traitre – le fleuve est plein de fracas, de molles façons, de froidure, et de murmures de désolation. Je m’agrippais des doigts au rebord de la barque. Je ne pensais pas au Caboclo-d’agua, l’esprit des eaux qui chavirent les embarcations, je ne pensais pas au danger que sont, on le dit, les Onças-d’água, ces loutres qui sortent de l’eau, en bandes, et agressent les gens : elles encerclent la barque et font exprès de la chavirer. Je ne pensais à rien. J’avais la peur aveugle.”

 

 1783045-9f78a07906f08abe0cfd9302468b4173.jpg
João Guimarães Rosa (27 juni 1908 – 19 november 1967)

 

 

De Franse filosoof en dichter Gaston Bachelard werd geboren op 27 juni 1884 in Bar-sur-Aube. Zie ook alle tags voor Gaston Bachelard op dit blog.

Uit:La psychanalyse du feu

“Aux dents de la crémaillère pendait le chaudron noir. La marmite sur trois pieds s'avançait dans la cendre chaude. Soufflant à grosses joues dans le tuyau d'acier, ma grand-mère rallumait les flammes endormies. Tout cuisait à la fois : les pommes de terre pour les cochons, les pommes de terre plus fines pour la famille. Pour moi, un œuf frais cuisait sous la cendre. Le feu ne se mesure pas au sablier : l'œuf était cuit quand une goutte d'eau, souvent une goutte de salive, s'évaporait sur la coquille. Je fus bien surpris quand je lus dernièrement que Denis Papin surveillait sa marmite en employant le procédé de ma grand-mère. Avant l'œuf, j'étais condamné à la panade. Un jour, enfant coléreux et pressé, je jetai à pleine louchée ma soupe aux dents de la crémaillère : " mange cramaille, mange cramaille ! ". Mais les jours de ma gentillesse, on apportait le gaufrier. Il écrasait de son rectangle le feu d'épines, rouge comme le dard des glaïeuls. Et déjà la gaufre était dans mon tablier, plus chaude aux doigts qu'aux lèvres. Alors oui, je mangeais du feu, je mangeais son or, son odeur et jusqu'à son pétillement tandis que la gaufre brûlante craquait sous mes dents. Et c'est toujours ainsi, par une sorte de plaisir de luxe, comme dessert, que le feu prouve son humanité. Il ne se borne pas à cuire, il croustille. Il dore la galette. Il matérialise la fête des hommes. Aussi haut qu'on puisse remonter, la valeur gastronomique prime la valeur alimentaire et c'est dans la joie et non pas dans la peine que l'homme a trouvé son esprit. La conquête du superflu donne une excitation spirituelle plus grande que la conquête du nécessaire. L'homme est une création du désir, non pas une création du besoin."

 

 1783045-5ab86c2b86c4ed1c531999cd0086c981.jpg
Gaston Bachelard (27 juni 1884 – 16 oktober 1962)

 

 

De Engelse dagboekschrijver en geestelijke James Woodforde werd geboren in Ansford op 27 juni 1740. Zie ook alle tags voor James Woodforde op dit blog.

Uit: The Diary of a Country Parson 1758 – 1802

“June 5. I breakfasted, dined, supped and slept again at Weston. Very much disturbed in the night by our dog which was kept within doors tonight, was obliged to get out of bed naked twice or thrice to make him quiet, had him into my room, and there he emptied himself all over the room. Was obliged then to order him to be turned out which Bill did. My face much swelled but rather easier than yesterday tho' now very tender and painful, kept in today mostly. Paid and gave Will my servant this evening 0.5.0. Paid Mr. Dunnell this evening part of a bill due to him from me, for 1 cows, 3 Piggs, 3 p'. Shoes, Flower, Tea, Sugar, News Papers, Pipes, Candles, Pan, Tobacco, Beer, Mustard, Salt, Washing, Halters, Comb and Brush, Crabs, Bread and Porterage of £14. 9. 3. the sum of a Bank Note - of - £10.0.0.”

 

 1783045-a8bdd8c64ef34c18ec3c3d166a582e73.jpg
James Woodforde (27 juni 1740 – 1803)
Cover

 

 

De Amerikaanse schrijfster Helen Keller werd geboren in Tuscumbia, Alabama op 27 juni 1880. Zie ook alle tags voor Helen Keller op dit blog.

Uit: The Story of My Life

“Even in the days before my teacher came I used to feel along the square, stiff boxwood hedges, and, guided by the sense of smell, would find the first violets and lilies. There, too, after my fits of temper I went to find comfort and to hide my hot face in the cool leaves and grass. What joy it was to lose myself in that garden of flowers, to wander happily from spot to spot, until coming suddenly upon a beautiful vine, I recognized it by its leaves and blossoms, and knew it was the vine which covered the tumble-down summer-house at the farther end of the garden! Close by were trailing clematis, drooping jessamine, and some rare sweet flowers called butterfly lilies, because their fragile petals resembled the butterfly’s wings. But the roses — they were loveliest of all. Never have I found in the greenhouses of the North such heart-satisfying roses as the climbing roses of my Southern home. They used to hang in long festoons from our porch, filling the whole air with their fragrance, untainted by any earthly smell; and in the early morning, washed in the dew, they felt so soft and seemed so pure. I could not help wondering if they did not resemble the asphodels of God’s garden.
THE family on my father’s side are descended from Caspar Keller, a native of Switzerland, who settled in Maryland. One of my Swiss ancestors was the first teacher of the deaf in Zurich and wrote a book on the subject of their education — rather a singular coincidence. My grandfather, Caspar Keller’s son, “entered” large tracts of land in Alabama and finally settled there. I have been told that once a year he went from Tuscumbia to Philadelphia on horseback to purchase supplies for the plantation, and my aunt has in her possession many of the letters to his family, giving charming and vivid accounts of these trips.“

 

 1783045-ed5da7b9d5b60ce82a92de5dbc5ba4da.jpg
Helen Keller (27 juni 1880 – 1 juni 1968)
 

Geschreven door Romenu om 14:11 Reageer op dit bericht

Aimé Césaire, Jacqueline van der Waals, Yves Beauchemin, Elisabeth Büchle, Laurie Lee, Pearl S. Buck, Branwell Brontë

De Afrocaraïbische schrijver en politicus Aimé Césaire werd geboren op 26 juni 1913 in Basse-Pointe, Martinique. Zie ook alle tags voor Aimé Césaire op dit blog.

 

Notebook of a Return to the Native Land (Fragment)

   At the end of daybreak. . .
   Beat it, I said to him, you cop, you lousy pig, beat it,
I detest the flunkies of order and the cockchafers of hope.
Beat it, evil grigri, you bedbug of a petty monk. Then I turned
toward paradises lost for him and his kin, calmer than the face
of a woman telling lies, and there, rocked by the flux of a
never exhausted thought I nourished the wind, I unlaced the
monsters and heard rise, from the other side of disaster, a
river of turtledoves and savanna clover which I carry forever
in my depths height-deep as the twentieth floor of the most
arrogant houses and as a guard against the putrefying force
of crepuscular surroundings, surveyed night and day by a cursed
venereal sun.

   At the end of daybreak burgeoning with frail coves, the hungry
Antilles, the Antilles pitted with smallpox, the Antilles dyn-
amited by alcohol, stranded in the mud of this bay, in the dust
of this town sinisterly stranded.

   At the end of daybreak, the extreme, deceptive desolate eschar
on the wound of the waters; the martyrs who do not bear witness;
the flowers of blood that fade and scatter in the empty wind
like the screeches of babbling parrots; an aged life mendacious-
ly smiling, its lips opened by vacated agonies; an aged poverty
rotting under the sun, silently; an aged silence bursting with
tepid pustules,
   the awful futility of our raison d’être.

   At the end of daybreak, on this very fragile earth thickness
exceeded in a humiliating way by its grandiose future—the vol-
canoes will explode, the naked water will bear away the ripe
sun stains and nothing will be left but a tepid bubbling pecked
at by sea birds—the beach of dreams and the insane awakening.

   At the end of daybreak, this town sprawled-flat, toppled from
its common sense, inert, winded under its geometric weight of
an eternally renewed cross, indocile to its fate, mute, vexed
no matter what, incapable of growing with the juice of this
earth, self-conscious, clipped, reduced, in breach of fauna
and flora.

Vertaald door Clayton Eshleman

 

 1782744-3ecc7aa4f293fd32c3e4c1cd9909ad48.jpg
Aimé Césaire (26 juni 1913 – 17 april 2008)
 

 

 

De Nederlandse dichteres Jacqueline Elisabeth van der Waals werd geboren op 26 juni 1868 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jacqueline van der Waals op dit blog.

 

Oktober

De blaadjes waaiden
Langs alle wegen,
De blaadjes draaiden
In kringen rond -
Ik liep te drentelen
En kwam ze tegen,
Ik zag ze wentelen
Over de grond.

Het was oktober,
Wanneer de blaren,
Rood als rood koper,
Of geel van kleur,
In dichte scharen
Neer komen strijken -
Ik liep te kijken
En snoof de geur.

 

 

Wintermorgen

Week op het wit van het wazige land,
Week door het grijs van de wolken daarachter,
schemert de schijn van de zon, die met zachte
goudglans de zomen omrandt.

Blank als de glans op het wazig verschiet,
week als de schemer van de zon door het grijze,
weifelt het licht door mijn stille gepeinzen,
schemert de vreugde door mijn lied.

 

 

Kinderogen

Steeds zien uit een kindergezichtje
Twee droevige ogen mij aan,
Heel stil en geduldig. Ze vragen,
Een vraag, die ik niet kan verstaan.

Waarom, o kinderogen!
Waarom uit dat bleke gezicht,
Dat bleek en onschuldig gezichtje,
Die blik op mij gericht?

Ik kan u geen antwoord geven.
Ach zie mij zo vragend niet aan!
Gij wekt in mijn harte een onrust,
Een smart, die ik niet kan verstaan.

 

 1782744-3d5d3a688d02239c87fa670e447b81f8.jpg
Jacqueline van der Waals (26 juni 1868 – 29 april 1922)
 

 

 

De Canadese schrijver Yves Beauchemin werd geboren op 26 juni 1941 in Rouyn-Noranda, Quebec. Zie ook alle tags voor Yves Beauchemin op dit blog.

Uit : Juliette Pomerleau

« Ma tante,
Je sais que vous aller me juger très sévèrement. Je sais que j'agis très mal et que je mérite les plus grand blâmes. Vous êtes la seule personne qui pouvez m aidez, voilà pourquoi je me suis adressé à vous. L'enfant que vous avez devant vous, c'est le mien. Il est né à Chicoutimi le 8 mai de l'an passé; c'est un garçon, il s'appelle Denis et je l'ai fait baptisé dans la paroisse de la Cathédrale. je ne suis pas sûre qui est son père (oui, je sais bien ce que vous êtes en train de penser de moi, mais je n'y peux rien). De toutes façons, avec les hommes que j'ai connu, il est mieux sans père.
J'ai essayée jusqu'ici de m'en occuper de mon mieux, mais là, je n'en ai plus la force. Avant de devenir une mauvaise mère, je préfère le confier à quelqu'un d'autre. J'espère que se sera vous qui en prendrez soin (car je connais votre bon cœur depuis longtemps), sinon, je vous demanderais de surveiller la personne qui en aura soin.
Je vous laisse deux boites qui contiennent tout son linge. Dans la boite la plus grosse (dans un petit gilet de laine bleu), vous trouverez 205 $ c'est tout l'argent que je possède actuellement. je vous en enverrai d'autre aussitôt que possible. N'essayez pas de me rejoindre, vous ne pourrez pas. De toute façon, ma décision est prise, je ne reviendrai pas là-dessus, on ne peut pas refaire sa vie, pas moi, en tout cas.
Je sais, vous devez vous dire, elle aurait pu venir me le remettre elle-même dans mes bras, la sans cœur. Mais justement, je sais que vous ne me croirez pas, mais j'ai du cœur, trop de cœur. J'avais trop honte de vous voir, ce qui fait que j'ai mieux aimé vous parlé par lettre. Et je me suis dit que c'était mieux aussi que de laisser mon enfant à la police. Pardonnez-moi. Faite que mon enfant soit heureux, moi, je n'y arrivais pas.
Pardonnez moi encore une fois.
Adèle”

 

 1782744-012b3eaa4c98c004ba7312b1fb8c84f7.jpg
Yves Beauchemin (Rouyn-Noranda, 26 juni 1941)

 

 

De Duitse schrijfster Elisabeth Büchle werd geboren op 26 juni 1969 in Trossingen, Baden-Württemberg. Zie ook alle tags voor Elisabeth Büchle op dit blog.

Uit: Wohin der Wind uns trägt

“Aber er könnte annehmen, ich hätte es dir gleichgetan.“
„Das ist unmöglich. Simon weiß sehr wohl, was für eine gesittete und wohlerzogene Dame du im Gegensatz zu mir bist“, spottete Joanna und verschnürte den zweiten Schuh. Eilig zupfte sie die verschiedenen Schichten weißer Unterröcke und schließlich das blaue Organdykleid zurecht.
„Er ist da!“, zischte die aufgeregte Linda und Joanna wandte sich mit einem fröhlichen Lächeln nach ihrem Nachbarn um.
„Guten Abend, Simon Bryant. Haben sie dich aus den ehrwürdigen Mauern von
West Point hinausgeworfen?“
„Jo, du weißt sehr genau, dass Mr Bryant einen hervorragenden Abschluss errungen hat!“, begehrte Linda auf. Sie warf der Freundin einen vorwurfsvollen Blick zu, ehe sie ebenfalls,
mit tiefrotem Gesicht, zu dem schlanken, uniformierten jungen Mann aufsah.
„Danke für die Ehrenrettung, Miss Fowler. Aber Olivers Schwester hat selten einmal ein freundliches Wort für mich übrig.
Seit sie und ihre große Familie auf der Green-Crystal-Plantage leben, hatte ich Zeit, mich an ihre spitze Zunge zu gewöhnen.“
Joanna lächelte dem Freund ihres ältesten Bruders Oliver zu und wandte sich dann wieder in Richtung des Bachbettes um. Sie beobachtete scheinbar interessiert ein Libellenpärchen, das sich in wilden Schleifen über das von der Sonne silbern angestrahlte Wasser bewegte, während Simon Linda höflich begrüßte. „Darf ich den Damen ein Glas Bowle bringen?“, fragte er schließlich.”

 

1782744-b0ff77140ebf71c9162e92f335965ed5.jpg
Elisabeth Büchle (Trossingen, 26 juni 1969)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Laurence Edward Alan "Laurie" Lee werd geboren in Stroud, Gloucestershire op 26 juni 1914. Zie ook alle tags voor Laurie Lee op dit blog.

Uit: As I Walked Out One Midsummer Morning

"The violence of the heat seemed to bruise the whole earth and turn its crust into one huge scar. One's blood dried up and all juices vanished; the sun struck upwards, sideways, and down, while the wheat went buckling across the fields like a solid sheet of copper. I kept on walking because there was no shade to hide in, and because it seemed the only way to agitate the air around me...I walked on as though keeping a vow, till I was conscious only of the hot red dust grinding like pepper between my toes."
(…)

“I remember the beggars as something special to Valladolid, something it had nursed to a peak of malformation and horror. One saw them little by day; they seemed to be let out only at night, surreptitiously, like mad relations..Young and old were like emanations of the stifling medievalism of this pious and cloistered city; infected by its stones, like the pock-marked effigies of its churches, and part of one of the more general blasphemies of Spain."
(…)

“But I think my most lasting impression was still the unhurried dignity and noblesse with which the Spaniard handled his drink. He never gulped, panicked, pleaded with the barman, or let himself be shouted into the street. Drink, for him, was one of the natural privileges of living, rather than the temporary suicide it so often is for others. But then it was lightly taxed here, and there were no licensing laws; and under such conditions one could take one's time.”

 

 1782744-22436cccc02f189a122dd320860f26fa.jpg
Laurie Lee (26 juni 1914 – 13 mei 1997)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Pearl S. Buck werd geboren in Hillsboro West-Virginia, op 26 juni 1892. Zie ook mijn blog van 26 juni 2010 en eveneens alle tags voor Pearl S. Buck op dit blog.

Uit: Pavilion of Women

“Yet there were times when he did love her with all the kindness she demanded, and how was she to know what were those times? Alone she raged against his cheerfulness and put herself at the mercy of her own love and longed to be free of it because it made her less than he and dependent on him. But how could she be free of chains she had put upon herself? Her soul was all tempest. The dreams she had once had of her life were dead. She was in prison in the house. And yet who was her jailer except herself?”
(…)

“Had she not created even him? Perhaps for that he never forgave her, but hated her and fought her secretly, and dominated her and oppressed her and kept her locked in houses and her feet bound and her waist tied, and forbade her wages and skills and learning, and widowed her when she was dead, and burned her sometimes to ashes, pretending that it was her faithfulness that did it.”
(…)

“Know thy neighbor as thyself. That is, comprehend his hardships and understand his position, deal with his faults as gently as with your own. Do not judge him where you do not judge yourself...this is the meaning of the word LOVE.”

 

 1782744-008b5a0eaa2ef79899d0f13c41cff0cd.jpg
Pearl S. Buck (26 juni 1892 – 6 maart 1973) 

 

 

De Engelse dichter en schilder Branwell Brontë werd op 26 juni 1817 geboren in Thornton, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Branwell Brontë op dit blog.

 

Epistle To The Labouring Poor (Fragment)

All you who turn the sturdy soil,
Or ply the loom with daily toil,
And lowly on through life turmoil
For scanty fare,
Attend, and gather richest spoil
To soothe your care.

I write with tender, feeling heart,
Then kindly read what I impart;
'Tis freely penned, devoid of art,
In homely style,
'Tis meant to ward off Satan's dart,
And show his guile.

I write to ope your sin-closed eyes,
And make you great, and rich, and wise,
And give you peace when trials rise,
And sorrows gloom;
I write to fit you for the skies
On Day of Doom.

What, though you dwell in lowly cot,
And share through life a humble lot?
Some thousands wealth and fame have got,
Yet know no rest:
They build, pull down, and scheme and plot,
And die unblest.

 

 1782744-5d350f79692871652a7e965a616074b0.jpg
Branwell Brontë (26 juni 1817 – 24 september 1848)
The Lonely Shepherd door Branwell Brontë, 1838-1839

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juni ook mijn blog van 26 juni 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:20 Reageer op dit bericht

Rob van Essen, Yann Martel, Michel Tremblay, Nicholas Mosley, Ingeborg Bachmann, Arseny Tarkovsky, George Orwell, Claude Seignolle

De Nederlandse schrijver en vertaler Rob van Essen werd op 25 juni 1963 geboren in Amstelveen. Zie ook alle tags voor Rob van Essen op dit blog.

Uit: Hier wonen ook mensen

“Walter had deze mensen zelf bij elkaar gezocht. Soms vroeg hij zich af waar ze over spraken tijdens de lange rit, of ze elkaar in de loop der tijd beter hadden leren kennen, of ze informeerden naar elkaars gezondheid, of ze bij elkaar over de vloer kwamen. Wanneer ze aan het werk waren, sprak hij nauwelijks met hen. Meestal stond hij uren voor het raam en keek toe hoe de monnik het grind harkte. Elk jaar kocht hij een nieuw busje voor ze.
Ze spraken ook nauwelijks met hem. Blijkbaar wisten ze wel wie hij was, want de Mexicaanse vrouw had ooit een poster van de Frutzles voor hem uitgerold en gevraagd of hij die wilde signeren. Hij deed dat, achteloos, alsof hij het elke dag deed. Hij vroeg zich af of ze de volgende keer met ander materiaal (bekers, t-shirts, schoolspullen) zou komen, maar ze hield het bij die poster, die blijkbaar voor gebruik in eigen kring was. In ieder geval dook er op internet nergens een aanbieding op van een door de maker zelf gesigneerde Frutzlesposter.
Veel andere mensen kwamen niet langs. Walter haalde zelf zijn post op in de dichtstbijzijnde nederzetting. Verzoeken voor interviews wimpelde hij af. De enige andere vaste gast was de Finse architect die dit huis had ontworpen en bedongen had dat hij één keer per jaar met een groepje studenten mocht langskomen. De studenten luisterden bedachtzaam knikkend naar de uitleg van de architect, namen zo nu en dan een foto en glimlachten bescheiden wanneer ze Walters blik vingen. De architect was telkens weer een jaar ouder, maar de studenten zagen er ongeacht hun herkomst elk jaar hetzelfde uit en goten hun bewondering voor het huis in exact dezelfde termen als hun voorgangers.”

 

 1782345-6b0755346b95bf3337cb86e074472aab.jpg
Rob van Essen (Amstelveen, 25 juni 1963)

 

 

De Canadese schrijver Yann Martel werd op 25 juni 1963 geboren in Salamanca. Zie ook alle tags voor Yann Martel op dit blog.

Uit: Life of Pi

“The doctors and nurses at the hospital in Mexico were incredibly kind to me. And the patients, too. Victims of cancer or car accidents, once they heard my story, they hobbled and wheeled over to see me, they and their families, though none of them spoke English and I spoke no Spanish. They smiled at me, shook my hand, patted me on the head, left gifts of food and clothing on my bed. They moved me to uncontrollable fits of laughing and crying.”

 

 1782345-d9283d9bfd8fb88e5f966776ae7ec33d.jpg
Scene uit de film “Life of Pi” uit 2012

 

Within a couple of days I could stand, even make two, three steps, despite nausea, dizziness and general weakness. Blood tests revealed that I was anemic, and that my level of sodium was very high and my potassium low. My body retained fluids and my legs swelled up tremendously. I looked as if I had been grafted with a pair of elephant legs. My urine was a deep, dark yellow going on to brown. After a week or so, I could walk just about normally and I could wear shoes if I didn't lace them up. My skin healed, though I still have scars on my shoulders and back.
The first time I turned a tap on, its noisy, wasteful, superabundant gush was such a shock that I became incoherent and my legs collapsed beneath me and I fainted in the arms of a nurse.”

 

 1782345-bfe2cbd1b77b30511583b7d01b72fe6f.jpg
Yann Martel (Salamanca, 25 juni 1963)

 

 

De Canadese schrijver Michel Tremblay werd geboren in Quebec op 25 juni 1942. Zie ook alle tags voor Michel Tremblay op dit blog.

Uit: Crossing the Continent (Vertaald door Sheila Fischman)

“Before she gave in to her sorrow, but she couldn’t help it, she didn’t want to go away, to cross Canada or visit her two aunts and her second cousin, then lose her way in the big city, Montreal, with the mother she had stopped loving so long ago. She wanted to stop everything — the train that was picking up speed, the course of her life that was branching off in a direction she hadn’t chosen, the nightmare that was starting here, this morning, that perhaps would never end. She thought about jumping off the train, at the risk of breaking her neck, or pulling the alarm bell to stop it. Or throwing herself at the tall, moustached man, who was looking at her wide-eyed, to punch him and beg him to give her back her family. She thought about dying or, rather, that’s what death was: a definitive departure for an unknown destination. Alone. In a moving prison. With no hope of a change.
This time it’s the entire village of Maria that seems to be swalllowed up by the fields of wheat. And rye. And oats. And corn. The steeple of the church of Sainte- Maria-de-Saskatchewan floats for a moment above a square that’s greener than the rest, of wheat that’s not yet fully mature though it will soon be haying time, then it, too, will drown in the waves of grain and disappear for good. Never again will she see that either. She will talk about it all her life, she will describe the colours, the smells, the horror of bushhfires like the one last summer, the beauty of summer sunsets and the northern lights in winter over the vast plains, the tears that will come to her eyes whenever she imagines her grandmother bending over her wood stove where a pot of beef and vegetables is simmering, or her grandfather rocking on his veranda and smoking his smelly pipe, or Devil chewing diligently on a juicy red apple.”

 

 1782345-13ea5899a423199529c5a577c308905e.jpg
Michel Tremblay (Quebec, 25 juni 1942)

 

 

De Engelse schrijver Nicholas Mosley werd geboren op 25 juni 1923 geboren in Londen. Zie ook alle tags voor Nicholas Mosley op dit blog.

Uit:Hopeful Monsters

“My mother had gone to argue with Magda in the kitchen. Helga was banging plates down on the sideboard in the dining-room. My father had said to the girl, who was quite pretty, ‘What is your subject?’ The girl had said ‘Physics.’ My father had said ‘Then we will have a lot to talk about!’ And I wondered why my father was not talking more to me.
My father said to the young man ‘What do you do?’
The young man said ‘My subject is philosophy but at the moment I am occupied in politics.’
My father said, as he so often said ‘Ah.’
During supper my father sat at the head of the table: I sat on one side of him and the young man on the other: the girl sat next to the young man. I remember the atmosphere, the style, of this supper quite well – perhaps because it was almost the first time I had been allowed up so late; out of deference, I suppose, to the tensions of the evening. Whoever remembers the exact words of conversations? but I imagine I can recreate the style, the attitudes of my father.
He said to the girl ‘What do you know of the theories of Professor Einstein?’
The girl, who had a scraping voice that did not go with her soft squashed face, said ‘I understand they have not been verified.’
My father said ‘What do you think might count as verification?’
The girl said ‘I understand verification is unlikely.’
My father turned to the young man who had small steel pince-nez from which a black ribbon hung down. My father said ‘And what is the opinion of a philosopher or a politician on these matters?’
The young man said ‘I think these are matters for scientists and mathematicians.’

 

1782345-aa7b597ca2991f3ab1e4099294b3a5d4.jpg
Nicholas Mosley (Londen, 25 juni 1923)

 

 

De Oostenrijkse dichteres Ingeborg Bachmann werd geboren op 25 juni 1926 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 25 juni 2010 en eveneens alle tags voor Ingeborg Bachmann op dit blog.

 

Die Häfen waren geöffnet

Die Häfen waren geöffnet. Wir schifften uns ein,
die Segel voraus, den Traum über Bord,
Stahl an den Knien und Lachen um unsere Haare,
denn unsere Ruder trafen ins Meer, schneller als Gott.

Unsere Ruder schlugen die Schaufeln Gottes und teilten die Flut;
vorne war Tag, und hinten blieben die Nächte,
oben war unser Stern, und unten versanken die andern,
draußen verstummte der Sturm, und drinnen wuchs unsre Faust.

Erst als ein Regen entbrannte, lauschten wir wieder;
Speere stürzten herab und Engel traten hervor,
hefteten schwärzere Augen in unsere schwarzen.
Vernichtet standen wir da. Unser Wappen flog auf:

Ein Kreuz im Blut und ein größeres Schiff überm Herzen.

 

 

De havens waren geopend

De havens waren geopend. We scheepten ons in,
de zeilen voor de wind, de droom overboord,
staal aan de knieën en lachen rond onze haren,
Want onze riemen kliefden de zee, sneller dan God.

Onze riemen versloegen de spanen van God en deelden de vloed;
vóór was het dag, en achter bleven de nachten,
boven was onze ster, en onder verzonken de anderen,
buiten verstomde de storm, en binnen groeide onze vuist.

Pas toen een regen ontbrandde, luisterden we weer;
speren vielen neer en engelen traden te voorschijn,
richtten zwartere ogen op ónze zwarte ogen.
Vernietigd stonden we daar. Ons blazoen vloog omhoog;

Een kruis in het bloed en een groter schip boven het hart.

 

 

Vertaald door Paul Beers & Isolde Quadflieg

 

 

Hôtel de la Paix

Die Rosenlast stürzt lautlos von den Wänden,
und durch den Teppich scheinen Grund und Boden.
Das Lichtherz bricht der Lampe.
Dunkel. Schritte.
Der Riegel hat sich vor den Tod geschoben.

 

 

 1782345-80488f5f8c677aae8ca26feb5f8348be.jpg
Ingeborg Bachmann (25 juni 1926 – 17 oktober 1973)

 

 

 

De Russische dichter en vertaler Arseny Alexandrovich Tarkovsky werd geboren op 25 juni 1907 in Elisavetgrad. Zie ook alle tags voor Arseny Tarkovsky op dit blog.

 

A blind man was riding an unheated train

A blind man was riding an unheated train,
From Bryansk he was traveling home with his fate.

Fate whispered to him so the whole car could hear:
And why should you care about blindness and war?

It’s good, she was saying, you’re sightless and poor.
If you were not blind, you’d never survive.

The Germans won’t kill you, you’re nothing to them.
Allow me to lift that bag on your shoulder—

The one with the holes, the empty torn one.
Let me just raise your eyelids wide open.

The blind man was traveling home with his fate,
Now thankful for blindness. Happy about it.

 

 

Vertaald door Philip Metres en Dimitri Psurtsev

 

 1782345-4e281cd524677bc0acd41a71ebf30163.jpg
Arseny Tarkovsky (25 juni 1907 – 27 mei 1989)
 

 

De Britse schrijver George Orwell (pseudoniem van Eric Arthur Blair) werd op 25 juni 1903 geboren in Motihari, India. Zie ook mijn blog van 25 juni 2010 en eveneens alle tags voor George Orwell op dit blog.

Uit: 1984

“And this hall, with its fifty workers or thereabouts, was only one sub-section, a single cell, as it were, in the huge complexity of the Records Department. Beyond, above, below, were other swarms of workers engaged in an unimaginable multitude of jobs. There were the huge printing-shops with their sub-editors, their typography experts, and their elaborately equipped studios for the faking of photographs. There was the tele-programmes section with its engineers, its producers, and its teams of actors specially chosen for their skill in imitating voices. There were the armies of reference clerks whose job was simply to draw up lists of books and periodicals which were due for recall. There were the vast repositories where the corrected documents were stored, and the hidden furnaces where the original copies were destroyed. And somewhere or other, quite anonymous, there were the directing brains who co-ordinated the whole effort and laid down the lines of policy which made it necessary that this fragment of the past should be preserved, that one falsified, and the other rubbed out of existence.”

 

 1782345-fb5155846b495d7c42483898c1d392b4.jpg
George Orwell (25 juni 1903 – 21 januari 1950)
Scene uit de film “1984” uit 1984

 

 

De Franse schrijver Claude Seignolle werd geboren op 25 juni 1917 in Périgueux. Zie ook alle tags voor Claude Seignrolle op dit blog.

Uit: Le meneur de loups

« La locature des Bâtards ne vit, dans son aspect extérieur, que par la fumée de son tas de fumier recroquevillé contre la porcherie. Une neige brillante uniformise la cour et les toits. En étanchant sa soif, le froid a changé la mare vaseuse en un bloc de glace sombre. Pris au piège, un vieux seau dort paisiblement, l'anse repliée sur ses flancs fatigués. Un long trait de glissades sur la glace apprend au passant que le fermier a des enfants jeunes et vigoureux. Face à la porcherie, faisant bande à part, sont les bâtiments plus nobles : la grange vaste et pleine d'herbe de vie, garde-manger aux effluves grisants : puis, tout contre, l'étable avec ses lents bruits de chaînes et ses meuglements sourds. Les bâtiments où logent Ribaud et sa famille dominent les dépendances et en sont séparés par une courette où la niche du chien voisine avec deux marmites ébréchées, remplies de ferrailles mariées entre elles par la rouille cupide.
Sans le souffle blanchâtre de la cheminée, l'haleine brumeuse du fumier et les geignements du bétail, on eût pu croire la ferme abandonnée."

 

 1782345-5ca0cbb23a2d03a2a410cf976439854c.jpeg
Claude Seignolle (Périgueux, 25 juni 1917)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e juni ook mijn blog van 25 juni 2012 deel 1 en eveneens deel 2 en ook ook mijn blog van 25 juni 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:41 Reageer op dit bericht

Ernesto Sabato, Yves Bonnefoy, Scott Oden, Matthijs Kleyn, Madelon Székely-Lulofs, Josse Kok

De Argentijnse schrijver Ernesto Sabato werd op 24 juni 1911 geboren in Rojas, een dorp in de provincie Buenos Aires. Zie ook alle tags voor Ernesto Sabato op dit blog.

Uit: Before the End (Vertaald door Marina Harss))

„My father was the absolute authority in my family; power diminished hierarchically from the eldest brother to the youngest. I still remember looking with fear upon his face, marked simultaneously by candor and hardness. His incontestable decisions were the basis of an ironclad system of commands and punishments that regulated all of us, including my mother. Reserved and stoic, she surely suffered from the effects of that energetic and severe character, but I never heard her complain, and she managed to raise eleven sons under these trying circumstances.
The education we received left deep, unhappy marks on my spirit. But this often harsh upbringing taught us to fulfill our duties, to be consistent, and to finish every task we had begun. And if we have accomplished something in life, it has been as a result of these attributes that we were so brutally forced to acquire.
My father's severity, which could be terrible, formed my character, which tends toward sadness and melancholy. And it was the main cause of the rebellion of two of my brothers, who ran away from home: Humberto and Pepe, who was known in our town as "that crazy Sábato," and who ended up running off with the circus, to the great shame of my bourgeois family. This decision greatly upset my mother, but she bore it with the stoicism she displayed throughout her long life; after a protracted illness, she died serenely in her bed in Matilde's arms at the age of ninety.
My brother Pepe was passionate about the theatre, and he used to act in the town shows, which were known as "Thirty Friends United." When on occasion they put on criollo4 farces at the Perla movie theater, he always played a part, no matter how small. In his room he had the complete collection of Bambalinas, edited in Buenos Aires, with colorful covers; in addition to these farces, the series included works by Ibsen, and on one memorable occasion, by Tolstoy. I had read the entire collection before turning twelve, and it marked my life deeply; I have always been passionate about the theater, and though I have written several plays, they have never seen the light of day."


1781946-622febeb48bbe604ae09901d2f0309e4.jpg
Ernesto Sabato (24 juni 1911 – 30 april 2011)

 

 

De Franse dichter, schrijver en vertaler Yves Bonnefoy werd in Tours geboren op 24 juni 1923. Zie ook alle tags voor Yves Bonnefoy op dit blog.

 

Le livre, pour vieillir

Étoiles transhurnantes; et le berger
Voûté sur le bonheur terrestre; et tant de paix
Comme ce cri d'insecte, irrégulier,
Qu'un dieu pauvre façonne. Le silence
Est monté de ton livre vers ton coeur.
Un vent bouge sans bruit dans les bruits du monde.
Le temps sourit au loin, de cesser d'être.
Simples dans le verger sont les fruits mûrs.

Tu vieilliras
Et, te décolorant dans la couleur des arbres,
Faisant ombre plus lente sur le mur,
Etant, et d'âme en fin, la terre menacée,
Tu reprendras le livre à la page laissée,
Tu diras, C'étaient done les derniers mots obscures.

 

Le soir

Rayures bleues et noires.
Un labour qui dévie vers le bas du ciel.
Le lit, vaste et brisé comme le fleuve en crue.
- Vois, c'est deja le soir,
Et le feu parle auprès de nous dans l'éternité de la sauge.

 

 

Les chemins

Chemins, parmi
La matiére des arbres. Dieux, parmi
Les touffes de ce chant inlassable d'oiseaux.
Et tout ton sang voúté sous une main rêveuse,
O proche, ô tout mon jour.

Qui ramassa le fer
Rouillé, parmi les hautes herbes, n'oublie plus
Qu'aux grumeaux du métal la lumière peut prendre
Et consumer le sel du doute et de la mort,

 

 1781946-4833c42ae54b6f3b2261732ebf157fd8.jpg
Yves Bonnefoy (Tours, 24 juni 1923)

 

 

De Amerikaanse schrijver Scott Oden werd geboren op 24 juni 1967 in Columbus, Indiana. Zie ook alle tags voor Scott Oden op dit blog.

Uit: The Lion of Cairo

“The Assassin staggered, clutching his bloodied visage. More than pain lanced through his skull. A crawling sensation shivered across his scalp and down his spine—a thousand tentacles of ice seeking to pry their way into his soul. His ears rang with phantasmal sound, with voices not his own—howling, gibbering, cursing, screaming; voices filled with rage, with terror, with purpose . . . cold, murderous purpose. His jaw champed, teeth grinding as his own fury blossomed. Did he sur­vive the fearsome siege of Ascalon, the initiations of al- Hashishiyya, and the grinding hunt through the Afghan mountains to bring the death his master decreed for the Afridis only to fall prey to a poisoned blade? Not poison, a voice mocked, stronger than the others; an ancient voice tinged with madness. No, not poison.
The Assassin’s wrath cut through the agony, granting him a moment of absolute clarity. Rumors he had heard of Baber Khan’s cruelty, of his insane recklessness, of a pact between the chiefs of his clan and the djinn of the mountains, suddenly made sense. It must be the salawar. By what deviltry he could not imagine, but its touch filled his head with visions, ancient and bloody scenes of carnage, of slaughter, and of betrayal. It called to him . . . the Assassin’s body spasmed; he took a step toward Baber Khan then fell to his knees, glaring up at him through a haze of blood and fury. “That . . .  that b-blade!”
“Yes! You feel it, do you not?” Baber Khan replied; he ran a thumb and forefinger along the edge of his salawar, collecting the Assassin’s blood. His grim smile widened as he licked his fingers clean. “It is the Hammer of the Infidel, and none can stand before it! What is your name, dog?”

 

 1781946-9ccaa74d6ddf14b07e31063be6e58970.jpg
Scott Oden (Columbus, 24 juni 1967)
Cover

 

 

De Amerikaanse dichter, vertaler en etymoloog John Anthony Ciardi werd geboren op 24 juni 1916 in Boston. Zie ook alle tags voor John Ciardi op dit blog.

 

Why Nobody Pets The Lion At The Zoo

The morning that the world began
The Lion growled a growl at Man.

And I suspect the Lion might
(If he'd been closer) have tried a bite.

I think that's as it ought to be
And not as it was taught to me.

I think the Lion has a right
To growl a growl and bite a bite.

And if the Lion bothered Adam,
He should have growled right back at 'im.

The way to treat a Lion right
Is growl for growl and bite for bite.

True, the Lion is better fit
For biting than for being bit.

But if you look him in the eye
You'll find the Lion's rather shy.

He really wants someone to pet him.
The trouble is: his teeth won't let him.

He has a heart of gold beneath
But the Lion just can't trust his teeth.

 

 

 1781946-b1269cbca9c879a15abafa6f57f10ffe.jpg
John Ciardi (24 juni 1916 – 30 maart 1986)

 

 

De Nederlandse schrijver en televisiemaker Matthijs Leonard Kleyn werd geboren in Leiden op 24 juni 1979. Zie ook alle tags voor Matthijs Kleyn op dit blog.

Uit: Vita

“lk weet het wel, maar ik snap het niet. lk begrijp het niet, ik wil het weten, maar ik ben er ook als de dood voor. Ik neem mezef voor dat ik het tot op de bodem zal uitzoeken, dat we er samen achter gaan komen, dat we het kunnen veranderen. Nooit zal ik haar alleen laten. Of Vita nou een fascinatie of een obsessie voor me is, doet er niet toe. Ik hou gewoon van haar. Ik hou zo ontzettend veel van haar.
Als Vita begint te gapen, vraag ik of ze naar bed wil. Dat wil ze. Ik vraag of ik weg moet. Nee. Ik moet bij haar blijven liggen en doorpraten tot ze in slaap valt. Dat doe ik en ondertussen geef ik haar overal kusjes. Haar wang, haar oor, haar haren. Met haar linkerarm omklemt ze de mijne en dan valt ze in slaap. Korte schokjes kondigen het aan. Eentje is zo heftig dat ze er zelf wakker van schrikt.
‘O, sorry,’ ze doet haar ogen weer dicht.
‘Geeft niks, liefje. Ga maar Iekker slapen.’
‘Wat fijn dat je er bent,’ fluistert ze in haar halfslaap, ‘ik hou van jou.’
1k word warm vanbinnen en doe geen oog dicht. De hele nacht blijf ik over haar waken.
Rond acht uur wordt Vita uit zichzelf wakker. We liggen nog steeds in dezelfde positie: mijn arm in de hare Eeklemd, haar wang tegen de mijne. Ze kijkt me kort aan en werpt een blik op e klok.”

 

 1781946-651c06f2ba83a081ff03775519bfe0e3.jpg
Matthijs Kleyn (Leiden, 24 juni 1979)

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Magdalena Hermina Székely-Lulofs werd geboren in Soerabaja op 24 juni 1899. Zie ook alle tags voor Madelon Székely-Lulofs op dit blog.

Uit: Rubber

‘Hé!!.... Waar is je man?’....
De vrouw keerde zich om, keek verward en verwonderd naar John.
‘Hóór je me niet?.... Ik vraag je waar je man is!’.....
‘Daar!’.... Ze wees met een langzame beweging naar den overkant van de rivier. John zuchtte geïrriteerd. Altijd deze tergende langzaamheid! Altijd deze tartende sloomheid!
‘Daar is hij,’ zei de vrouw. Uit het kreupelhout aan den overkant was een man te voorschijn gekomen en maakte een prauw los, die aan een uitstekenden tak was vastgebonden geweest. Met een paar langzame slagen van zijn pagaai roeide hij een eindje de rivier op en kwam dan in den stroom, die hem vanzelf tot vlak vóór den weg overdreef.
John keek toe, hoe hij dit alles deed, handig en practisch als een oermensch, die de elementen kent; maar doodbedaard en zonder het minste besef van haast. Ook de chauffeur zag toe, berustend onverschillig. De man bond de prauw weer vast, kwam op de auto toe.
‘De toewan heeft je geroepen,’ meldde de vrouw geheel overbodig. De man keerde niet eens zijn hoofd naar haar om.
‘Ajo!!’.... bromde John ‘....vlug een beetje! De toewan besar wacht op me!’
‘Ik kom toch al,’ zei de man en wendde zich dan naar den chauffeur.
‘Heb je Pâ Karmo niet gezien?’
De chauffeur schudde zijn hoofd, nam een bedachtzamen haal van zijn strootje, dat hij dan weggooide; daarna stond hij op, rekte zich uit, gaapte, zette zijn fluweelen hoofddeksel schuin en krabde zich behagelijk tusschen zijn dikke, krullende, zwarte haren. John trachtte geduld te oefenen, wetend, dat het tòch niet hielp of je je opwond. Dit was nu eenmaal de traagheid van het Oosten, ergerlijk en onbegrijpelijk voor den Westerling. De veerman stapte met groote stappen in de struikenwildernis om zijn hut en riep een paar maal:
‘Pâ Karmo!.... Pâ Karmo!!.... Er is een auto!’...."

 

 1781946-e3de83d0453784301e28cdbb5a45497a.jpg
Madelon Székely-Lulofs (24 juni 1899 – 22 mei 1958)
Scene uit de film “Rubber” uit 1931

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichter Josse Kok werd geboren in Zeist in 1983.Kok woont in Dordrecht en werkt in een staalmagazijn. Zie ook alle tags voor Josse Kok op dit blog.

 

Nachtbraker

Toch weer de kroeg, dat donker hol.
Die drang naar kolkend vrouwenbloed.
Je hangt over een houten klaagbank
waarin je slechts de dwaas ontmoet.

Je giet iets weg en pist iets uit.
Je luistert naar de achterklap.
Er fluisteren wat meisjes naar
de dode puntjes van je haar.

Je zal wel nooit meer nuchter zijn.
Je houdt jezelf gedeisd en lacht.
Je kokhalst tegen sluitingstijd.

De ochtend treitert, spot met licht.
Wanneer de zon haar schedel splijt,
ontwaakt in jou de nacht.

 

 1781946-828069bfa24fe97c27fdccee03ce2981.jpg
Josse Kok (Zeist, 1983)

 
 

Zie voor nog meer schrijvers van de 24e juni ook mijn blog van 24 juni 2013 en ook mijn blog van 24 juni 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:09 Reageer op dit bericht

In MemoriamThé Lau

In Memoriam Thé Lau

De Nederlandse zanger, muzikant, componist en schrijver Thé Lau is gisteravond thuis in Amsterdam overleden. Dit meldt zijn management woensdag.Thé (Matheus Josephus) Lau werd geboren in Bergen op 17 juli 1952. Zie ook alle tags voor Thé Lau op dit blog.

Uit: Juliette, een liefde in snapshots

“Maar makkelijke score of niet, Robbie was voor het eerst met een vrouw naar bed geweest en teder betastte hij de plek waar Elsa had gelegen. Toen zijn vingertoppen in de plooien van het laken niets meer van haar voelden klom hij uit het bed, kleedde zich aan en liep naar de tafel bij het raam van het tuinhuisje. Ze had een bordje en een mok voor hem klaargezet. Op het bord lag een briefje:
‘Ik ben naar het paviljoen om schoon te maken. In de keuken is brood, en koffie en filters, als je wilt. Kijk maar. Kus. Elsa.’
Ze had een krullerig meisjeshandschrift, en onder haar naam had ze een hartje getekend. Het was aandoenlijk, en in strijd met haar nymfomane reputatie. Robbie tekende er een hartje naast en liep naar buiten.
Hij keek nieuwsgierig om zich heen. Wat vannacht in duisternis gehuld was geweest bleek een groot, met hoge bomen en krakkemikkige bouwsels bezaaid terrein. Drie schuren stonden her en der verspreid rond een grote boerderij met een aangevreten rieten dak. Van een ervan hingen de deuren in hun hengsels. In hun schaduw was een roestige tractor te zien, en eromheen slingerde gereedschap. Naast Elsa’s huisje stond een half ingestort kippenhok. Het geheel maakte de indruk van een machine die krakend en piepend tot stilstand was gekomen.
Robbie stak het erf over en opende het hek. Hij keek naar zijn witte Puch, die ertegenaan stond, en dacht aan zijn vader. Wat zou hij van deze eerste verovering hebben gevonden? Het antwoord zou Robbie nooit krijgen. Zijn vader had vorig jaar een beroerte gekregen en was zittend aan de schildersezel overleden. Robbie stapte op en startte de brommer.”

 

 1781943-e8b586211b0848f157c537d28a4282e8.jpg
Thé Lau (17 juli 1952 – 23 juni 2015)

Geschreven door Romenu om 19:51 Reageer op dit bericht

Wilfred Smit

De Nederlandse dichter Wilfred Smit werd geboren in Soerabaja (Java, Nederlands Indië) op 24 juni 1933. Wilfred Smit bracht zijn jeugd grotendeels door op Nederlands-Indië. In 1948 verhuisde hij met zijn ouders naar Nederland om daar de rest van zijn leven te blijven. Hij studeerde vanaf 1953 Slavische taal- en letterkunde in Leiden. Smit voelde zich in het bijzonder aangetrokken tot het werk van Simon Vestdijk; toen hij zelf begon te dichten was het dan ook deze gevierde auteur aan wie hij vanaf april 1953 advies vroeg. Vestdijk moedigde hem aan ander werk op te sturen. Ze zouden daarna blijven corresponderen met elkaar. In 1959 bracht Smit zijn eerste bundel gedichten uit, te weten “Een harp op wielen”. Nog vóór de publicatie ervan schreef Vestdijk voor het tijdschrift De Gids een lang artikel over de poëzie van de debutant, onder de titel 'Meesterlijk maniërisme'. Toch bleef zijn lezerspubliek beperkt. Ook zijn tweede bundel, “Franje” uit 1963, werd weliswaar welwillend en door sommigen zelfs geestdriftig begroet, maar kreeg alweer niet het onthaal waarop Smit had gehoopt. Hij zou daarna nog slechts sporadisch, alleen in tijdschriften publiceren. Zonder een doctoraalexamen te hebben afgelegd, werd hij in 1969 door de UvA aangesteld als docent in de geschiedenis van de Russische letterkunde. In 1972 stierf Smit op negenendertigjarige leeftijd aan een hersentumor. Elf jaar na zijn overlijden verscheen een uitgave met verzameld werk.

 

 

Sweet bahnhof

Drijft men dan steeds verder
uit elkaar? het afscheid schuift
een opdringerige oom tussen ons in.
sluit de ogen af - ja dit is vlucht,
een handvol kaarten laten vallen
omdat men in onze vingers knipt.
wurg alle lichten - rasse schreden
maakt mijn vertrek, reusachtig,
als op stelten wadend door de mist.
adieu adieu sweet bahnhof -
een convooi melaatsen wacht
in alle stilte de nalaatste trein.’


Afscheid
 
Er staat een plant begonia vaarwellis
in het venster; hij zal niet omkijken
niet zien - ik plant een hagepreek
van lieve woorden om hem heen;
hij wil wel luisteren maar voor 't laatst.
zo ga ik langzaam over in een oude vrouw,
een oudere zuster der vitrages,
met plotseling een zoon maar hij is weg,
en met een kat imaginair, niet te verjagen.

 

 

 1816506-5cbfaf4a3ef8c7413ae9b8f9c82ae1ef.jpg
Wilfred Smit (24 juni 1933 -13 augustus 1972)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

David Leavitt, Aart van der Leeuw, Pascal Mercier, Franca Treur, Jean Anouilh, Richard Bach, Anna Achmatova, Hanneke van Eijken

De Amerikaanse schrijver David Leavitt werd geboren in Pittsburgh op 23 juni 1961. Zie ook alle tags voor David Leavitt op dit blog.

Uit: The Two Hotel Francforts

“Hotel rooms were nearly impossible to come by. People were staying up all night at the casino in Estoril, gambling, and sleeping all day on the beach. Yet we were lucky — we had a room, and a comfortable one at that. Yes, it was all right with me.
Not with Julia, though. She loathed Portugal. She loathed the shouting of the fishwives and the smell of the salted cod. She loathed the children who chased her with lottery tickets. She loathed the rich refugees who had rooms at better hotels than ours and the poor refugees who had no rooms at all and the mysterious woman on our floor who spent most of every day leaning out her door into the dark corridor, smoking — “like Messalina waiting for Silius,” Julia aid. But what she loathed most — what she loathed more than any of these — was the prospect of going home.
Oh, how she didn’t want to go home! It had been this way from the beginning. First she had tried to convince me to stay in Paris; then, when the bombs started dropping on Paris, to resettle in the South of France; then, when Mussolini started making noises about invading the South of France, to sail to En gland, which the Neutrality Act forbade us from doing (for which she would not forgive Roo se velt). And now she wanted to stay on in Portugal. Portugal!
I should mention — I can mention, since Julia is dead now and cannot stop me — that my wife was Jewish, a fact she preferred to keep under wraps. And it is true, in Portugal there was no anti- Semitism to speak of, quite simply because there were no Jews. The Inquisition had taken care of that little problem. And so she had decided that this country in which she was so disinclined to spend a few weeks would be a perfectly agreeable place to sit out the rest of the war. For she had sworn, when we had settled in Paris fifteen years before, that she would never go home again as long as she lived.
Well, she never did.“

 

 1781454-cdda124cf12220d614355139c483649c.jpg
David Leavitt (Pittsburgh, 23 juni 1961)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Aart van der Leeuw werd geboren in Hof van Delft op 23 juni 1876. Zie ook alle tags voor Aart van der Leeuw op dit blog.

 

De seizoenen

Najaar, vluchtend langs de wegen,
Bijna hebt gij afgelegd
't Rode kleed, dat losgeregen
Enkel aan één gesp nog hecht.

Langs de zoom der bruine heide
Zweef zo ijlings niet voorbij,
Zet Uw ben met fruit terzijde,
En tot afscheid zegen mij.

Ook Uw beide zusters duldden
Bij het afgaan van dit pad,
Dat mijn gul gebrachte hulde
Om een gunst, een weergroet, bad;

Zomer heeft haar doek verschoven,
En haar boezem bloot gemaakt,
Zacht heb ik die bron der hoven
Met de lippen aangeraakt;

En dat kind, wier lieflijk Leven
Duurt zolang de koekoek lacht,
Heeft mij hier een bloem gegeven,
Dat ik altijd aan haar dacht.

Kom dus tot mij, herfst, want ginter,
Laatste leidsvrouw van het jaar,
Nadert reeds de bleke winter
Met een maretak in 't haar.

 

 

Dichten: sluimeren

Zoals een kind dat zich ontkleedt,
Het glimlacht naar 't vergulde raam,
Het vouwt zijn helder lijfgoed saam
En zoekt zijn sponde, slaap-gereed,

Zo is mijn dichter, ook hij legt
De last of van den langen dag,
Tot hij, getooid slechts met zijn lach,
Stil luistert naar wat sluimer zegt,

De sluimer, een bewogen boom,
Die tot een schoner waken wekt,
Onder wiens lover, zon-gevlekt,
Dromen wordt zingen, zang een droom.

 

 1781454-b9c77a3149383b91fcf9e0b36cd8eb53.jpg
Aart van der Leeuw (23 juni 1876 – 17 april 1931)

 

 

De Zwitserse schrijver en filosoof Pascal Mercier (eig. Peter Bieri) werd geboren op 23 juni 1944 in Bern. Zie ook alle tags voor Pascal Mercier op dit blog.

Uit: Der Klavierstimmer

„Zweimal hast du heute morgen den leeren Becher an die Lippen geführt, bevor du ihn ausspültest. Als du nach einem Augenblick des Zögerns zum Küchentuch griffst, um ihn zu trocknen, hatte ich die Hoffnung, du würdest ihn in die Reisetasche stecken, die fertig gepackt im Entrée stand. Als einen Gegenstand, der uns über alle Abschiede hinaus verbände. Statt dessen tatest du den trockenen Becher in die Geschirrablage, als müßte er noch weitertrocknen. Es geschah langsam und mit großer Behutsamkeit. Dann gingst du voran. In dem Blick, mit dem du mich streiftest, lag erschöpfte Tapferkeit und der dunkle Schimmer der Resignation, denn wie immer fiel dir die grausame Rolle derjenigen zu, die den Abschied vollziehen mußte. Ich war froh, daß dies noch nicht der letzte Blick war. Gleichzeitig zitterte ich vor dem Moment, wo wir nachher unter der Hautür stehen würden, um den letzten Blick zu tauschen.
Deine Stiefel waren laut auf den Fliesen. Mit einer schnellen Bewegung schlüpftest du in den Mantel und holtest die Handschuhe aus der Tasche. Während du sie anzogst, standest du mit gesenktem Kopf vor mir. Nie wieder würde ich diese Hände auf mir spüren. Ich dachte an die weißen Handschuhe aus Spitze und öffnete die Tür, um das Bild zu verscheuchen. Dann begegneten sich unsere Blicke. Mit leise zitternden Lippen versuchtest du ein Lächeln, das deinen und meinen Schmerz, wenn nicht zu leugnen, so doch zu verharmlosen suchte: Machen wir es uns nicht schwerer, als es ist! Einen entsetzlichen Augenblick lang dachte ich, du würdest mir die Hand geben, etwas, was wir – außer wenn wir andere spielerisch nachahmten, so daß die Geste wie ein Zitat war – niemals getan haben.“

 

 1781454-4010f1dfcfcf85ce9363f8a7f816521d.jpg
Pascal Mercier (Bern, 23 juni 1944)
 

 

 

De Nederlandse schrijfster en freelance journaliste Franca Treur werd geboren in Meliskerke op 23 juni 1979. Zie ook alle tags voor Franca Treur op dit blog.

Uit: Dorsvloer vol confetti

“Katelijne vraagt zich af of de moeder het leuk vindt zo, en moet er opeens aan denken dat zij op een tweede pinksterdag de vader heeft ontmoet. Achter op de motor bij zijn vriend, die haar neef was, werd hij bij haar het erf op gereden. Wonderlijk hoe God soms mensen bij elkaar brengt, zegt de vader als het gesprek erover gaat.
De moeder zat die dag in een kort blauw jurkje in een tuinstoel bij haar ouders op het gazon.
‘Ze blonk in d’r vel,’ zegt de vader altijd. Het detail van het korte jurkje heeft de vader lang geleden een keer verteld, en Katelijne heeft dat altijd onthouden. In latere versies ontbreekt het en de moeder beweert sindsdien dat ze geen jurkjes boven de knie had vroeger. Maar de opa en oma van moederskant wisten het ook allebei nog, van dat korte blauwe jurkje, toen ze daar lang geleden een keer naar vroeg.
Het is moeilijk voor te stellen: de moeder in een kort jurkje. Met elke keer dat ze in verwachting was, heeft ze er een paar kilo bij gekregen, alsof ze één voor één het bubbeltjesplastic waarin ze hebben gezeten in de moeder hebben achtergelaten. De ruimvallende witte blouses die ze tegenwoordig draagt, moeten in een speciale winkel voor grote maten worden gekocht. Het eerste wat ze doet als ze ermee thuiskomt is het etiketje met de maat eruit knippen
Twee fietsers rijden langs, een man en een vrouw op precies eendere fietsen. Ze dragen allebei een donkerblauwe jas en een lichte broek en ze kijken nieuwsgierig naar de familie. Katelijne geniet van hun verbaasde gezichten wanneer ze alle jongens tussen de maïsplantjes zien lopen. Mensen kijken vaak verbaasd naar hen, omdat ze met zoveel zijn.”

 

 1781454-297892797876058c16769949f10281b7.jpg
Franca Treur (Meliskerke,23 juni 1979)

 

 

De Franse (toneel)schrijver Jean Anouilh werd geboren in Bordeaux op 23 juni 1910. Zie ook alle tags voor Jean Anouilh op dit blog.

Uit: Antigone (Vertaald door Frans Geiger)

„ANTIGONE: murmelt
„Glück (...) Was wird mein Glück sein? Was für eine glücklichc Frau soll aus der kleinen Antigone werden? Welche Niedrigkeiten werde ich Tag für Tag begehen müssen, um dem Leben mit den Zähnen ein kleines Fetzchen Glück zu entreißen?
Sag doch, wen werde ich belügen, wem falsch ins Gesicht Iächeln und an wen mich verkaufen müssen? Bei wem muß ich mich abwenden und ihn sterben Iassen?
Nein, ich bin nicht still! Ich will wissen, was ich tun muß, um glücklich zu werden. Jetzt will ich es wissen, denn ich habe nicht lange Zeit, mich zu entscheiden. Du sagst, das Leben sei schön. Ich möchte jetzt wissen, wie ich es anstellen muß..
(KREON: Liebst du Hämon?)
ANTIGONE; Ja, ich liebe Hämon. Ich liebe einen Hämon, der jung und stark ist, einen Hämon, der anspruchsvoll und treu ist wie ich. Aber ich liebe ihn nicht nach euren Begriffen vom Leben und vom Glück. Wenn er nicht mehr erbleichen darf, wenn ich erbleiche, wenn er mich nicht tot glaubt. wenn ich nur fünf Minuten zu spät komme. wenn er mich nicht mehr haßt und sich allein fühlt, wenn ich Iache, ohne daß er weiß warum. wenn er für mich der Herr Hämon wird und wenn auch er das Jasagen lernen muß - nein - dann liebe ich ihn nicht mehr.
(KREON: Du weißt nicht, was du sagst. Sei still!)
ANT IGONE: 0 doch, ich weiß es sehr gut - aber du verstehst mich nicht mehr. Ich bin zu weit weg von dir - meine Stimme spricht aus einer Welt, die dir mit deinen Sorgenfalten, mit deiner Weisheit und deinem dicken Bauch für immer verschlossen ist. Sie lacht Ah - ich muß lachen, Kreon, ich muß lachen, weil ich mir plötzlich vorstelle, wie du wohl mit fünfzehn ausgesehen hast. Sicher dieselbe machtlose, unfähige Miene und die Einbildung, alles zu können. Das Leben hat dir nur die kleinen Falten und den Speck dazugegeben.“

 

 1781454-a3dd30075af513391806663ffbc33485.jpg
Jean Anouilh (23 juni 1910 – 3 oktober 1987)
Scene uit een opvoering in de Comédie-Française Salle Richelieu in Parijs in 2014

 

 

De Amerikaanse schrijver Richard Bach werd geboren in Oak Park, Illinois op 23 juni 1936. Zie ook alle tags voor Richard Bach op dit blog.

Uit: The Bridge Across Forever

“Then I thought no. The world needs models, people living interesting lives, learning things, changing the music of our time. What do people do with their lives who are not struck down with poverty, crime, war? We need to know people who have made choices that we can make, too, to turn us into human beings. Otherwise, we can have all the food in the world, and so what? Models! We love ‘em! Don’t you think?”
“I suppose,” she said. “But I don’t like that word, model.”
“Why not?” I said, and knew the answer at once. “Were you a model?”
“In New York,” she said, as though it were a shameful se­cret.
“What’s wrong with that? A model is a public example of special beauty!”
“That’s what’s wrong with it. It’s hard to live up to. It frightens Mary Moviestar.”
“Why? What’s she afraid of?”
“Mary got to be an actress because the studio thought she was so pretty, and she’s been afraid ever since that the world is going to find out she isn’t that pretty and she never was. Being a model was bad enough. When you call her a public example of being beautiful, it makes it worse for her.”
“But Leslie, you are beautiful!” I blushed. “I mean, there’s certainly no question that you’re… that you’re… extremely appealing....”
“Thank you, but it doesn’t matter what you say. No matter what you tell her, Mary thinks beauty is an image someone else created for her. And she’s a prisoner of the image. Even when she goes to the grocery store, she should be all done up, just so. If not, somebody is sure to recognize her and they’ll say to their friends, ‘You ought to see her in person! She’s not half as pretty as she’s supposed to be!’ and Mary’s disappointed them.” She smiled again, a little sad. “Every actress in Hollywood, every beautiful woman I know is pretending to be beautiful, she’s afraid the world will find out the truth about her sooner or later. Me, too,”

 

 1781454-06a0d71d0ed1b73345eb0698033f0c35.JPG
Richard Bach (Oak Park, 23 juni 1936)

 

 

De Russische dichteres Anna Achmatova werd geboren in Bolshoi Fontan bij Odessa, 23 juni 1889. Zie ook alle tags voor Anna Achmatova op dit blog.

  

You Will Hear Thunder

You will hear thunder and remember me,
And think: she wanted storms. The rim
Of the sky will be the colour of hard crimson,
And your heart, as it was then, will be on fire.

That day in Moscow, it will all come true,
when, for the last time, I take my leave,
And hasten to the heights that I have longed for,
Leaving my shadow still to be with you.

 

 

Everything

Everything’s looted, betrayed and traded,
black death’s wing’s overhead.
Everything’s eaten by hunger, unsated,
so why does a light shine ahead?

By day, a mysterious wood, near the town,
breathes out cherry, a cherry perfume.
By night, on July’s sky, deep, and transparent,
new constellations are thrown.

And something miraculous will come
close to the darkness and ruin,
something no-one, no-one, has known,
though we’ve longed for it since we were children.

 

 1781454-60bc6c1cb842dff6772999c837b4f9bc.jpg
Anna Achmatova ( 23 juni 1889 - 5 maart 1966)
Portret door Olga Della-Vos-Kardovskaya, 1914

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse dichteres Hanneke van Eijken werd geboren in 1981 in Amersfoort. Zie ook alle tags voor Hanneke van Eijken op dit blog.

 

Vachtloos

Stapvoets leerde ik tussen muren ademen
en ik verlangde steeds minder
naar de mogelijkheden van een open veld

ik droomde zelden van gras
maar steeds vaker van mensen
en van dingen die in huizen passen
op een dag sprak ik een vreemde taal

vaak jaagt nog een kudde
door mijn hoofd, met teerzwarte staarten
ze stampen in het ritme
van een woedende zee

schuimkoppen glimmen
op hun lippen

ik hoef alleen een hek open te zetten, een raam
op een kier te laten, ze naderen
in galop

 

 1781454-8d4d99905f47bd2dd1bc7887842b128e.jpg
Hanneke van Eijken (Amersfoort, 1981)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 23e juni ook mijn blog van 23 juni 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:28 Reageer op dit bericht

Rafik Shami

De Syrisch-Duitse schrijver Rafik Shami werd geboren op 23 juni 1946 in Damascus. Het pseudoniem "Rafik Shami" betekent Damascene vriend. De echte naam van de auteur is Suheil Fadel. Shami stamt uit een christelijke Aramese minderheid in Damascus. Hij bezocht een jezuïetische klooster-kostschool in het noorden van Libanon en studeerde in Damascus scheikunde, wiskunde en natuurkunde. Al met 19 jaar was hij gegrepen door de literatuur en opgericht en in 1966 begon in de oude stad van Damascus de muurkrant Al-Muntalak (Úitgangspunt '), die in 1969 werd verboden. In 1970 vluchtte Rafik Shami uit zijn geboorteland Syrië, eerst naar Libanon, deels om militaire dienst te vermijden, deels omdat hij dreigde "te stikken" vanwege de censuur. In 1971 emigreerde hij naar de Bondsrepubliek Duitsland. Hij bleef scheikunde studeren in Heidelberg en promoveerde in 1979. Hij heeft vele artikelen in tijdschriften en bloemlezingen gepubliceerd, eerst in het Arabisch, sinds 1977 ook in de Duitse taal. In 1978 vershcheen met “Andere Märchen” zijn eerste boek in het Duits. In 1980 was hij mede-oprichter van de literaire groep "South Wind" en de Poli Art Club (= Polynationaler Literatuur en Kunst Association). Sinds 1982 woont hij als freelance schrijver in de Pfalz. Van 1980 tot 1985 was Rafik Shami co-redacteur en auteur van de serie " „Südwind-Literatur“. Shami zet zich al vele jaren voor de verzoening tussen Palestijnen en Israëli's en probeerde bij vele gelegenheden deze te bevorderen, zoals op conferenties en in zijn uitgebreide essayistische werk. Hij bezit zowel het Syrische als het Duitse staatsburgerschap. In 1990 ontmoette hij de tekenares en schrijfster Root Leeb kennen, met wie hij sinds 1991 is getrouwd. Root Leeb ïllustreerde een groot aantal van zijn boeken en ontwierp de covers van alle door DTV uitgegeven boeken. In 2010 verkreeg Shami het gebroeders Grimm hoogleraarschap aan de Universiteit van Kassel. Zijn lezingen gingen over de kunst van het vertellen van verhalen.

Uit: Sophia

“Aida fuhr an diesem Tag besonders unsicher, sie hielt zwar das Gleichgewicht auf dem Fahrrad, aber sie schaute dauernd auf den Lenker, und ihr Vorderrad malte eine Schlangenlinie auf den Boden. Karim ermahnte sie: »Nach vorne schauen, vergiss den Lenker, er folgt sklavisch deinem Blick«, aber ihre Augen richteten sich wie hypnotisiert auf den glänzenden Bügel zwischen ihren Händen.
Es war die Feuertaufe, wie Aida die Fahrt durch die Jasmingasse nannte. Sie trug an diesem Tag weiße Espadrilles, eine blaue Hose und ein rot-weißes Streifenshirt. Ihr langes graues Haar hatte sie zu einem Pferdeschwanz gebunden. Sie geriet immer wieder ins Schlingern und lachte dabei laut, als wollte sie ihr Herzklopfen überspielen. Karim hielt das Fahrrad fest am Sattel.
Es war ein robustes Hollandrad, das er vor dreißig Jahren gebraucht gekauft hatte. Er liebte das Fahrrad und ließ in all den Jahren niemand anderen darauf. Und er hatte sich nie vorgestellt, dass das jemals anders würde, bis ihn Aida vor etwa einem Monat fragte, ob es etwas gebe, was er nicht beherrsche und immer gewünscht habe zu können. Sie waren bereits über ein halbes Jahr zusammen.
»Ein Musikinstrument spielen«, antwortete er und zögerte kurz, »genauer gesagt, meine Lieblingsmelodien mit einer Oud hervorzaubern«, fügte er leise hinzu und schluckte den Rest hinunter: »wie du es kannst«, weil er sicher war, es war zu spät. Er hatte zwar geschickte Hände, aber sie waren bereits über fünfundsiebzig Jahre alt.
Schon als Kind hatte er davon geträumt, doch im Elternhaus war Musizieren verpönt, die wohlhabende Familie besaß zwar ein Radio, und sein Vater hörte neben den Nachrichten und Berichten gelegentlich das eine oder andere Lied oder Musikstück, aber er erlaubte niemandem, zu singen oder Musik zu spielen. Karims Mutter besaß eine wunderschöne Stimme, aber sie sang nur heimlich, wenn der Vater außer Haus war. Als sein Bruder Ismail es einmal wagte, leise die Flöte zu
spielen, die er gekauft hatte, bekam er Prügel. »Das ist Zigeunerzeug«, sagte sein Vater verächtlich.“

 

 1889126-db840d18066a36012cec8f519971e6a6.jpg
Rafik Shami (Damascus, 23 juni 1946)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Nescio, Juliën Holtrigter, Jaap Robben, Aaro Hellaakoski, Willie Verhegghe, Erich Maria Remarque, Dan Brown

De Nederlandse schrijver Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh) werd geboren in Amsterdam op 22 juni 1882. Zie ook alle tags voor Nescio op dit blog.

Uit: De Uitvreter

“Na zes weken kwam hij terug met zes knoopen aan zijn jas en een paar rooie pluche pantoffels aan zijn voeten. Hij weigerde alle opheldering. Waar zijn vischhengel was? Oh, die had i uit den trein laten vallen. Hij was ook nog een keer in 't water gevallen, zei i. Meer liet hij niet los. Blijkbaar had i zich al dien tijd niet laten scheren, hij had een kleur van roode baksteen en een lucht van koemest bij zich. Hij bracht twee pond tabak mee, die niemand rooken kon. Hij was er aan verslaafd en kwam in veertien dagen niet om een sigaar. Toen waren de twee pond op, plus een peukie dat hij ook nog had meegebracht. Toen bleek dat hij nergens in Amsterdam dien tabak kon krijgen. Hij schreef er om naar Friesland, maar kreeg geen antwoord. Hij was er beroerd van. Maar na een paar dagen zag ik hem toch weer bij Bavink zitten met een sigaar in 't hoofd, van Bavink natuurlijk.
Den zomer daarop was Japi weer verdwenen. Toen kwam ik hem tegen op den Boulevard du Nord in Brussel. Mijnheer was piekfijn, glad geschoren, een grijs hoedje, een goudgeel smal zijden dasje, een geruit overhemd, een gordel, een wit flanellen jasje met dunne blauwe streepjes, een witte linnen broek, van onder onberispelijk omgestreken, bruine sokken met witte ruiten, lage schoenen.
Hoe het ging? Patent. Wat hij daar deed? Op en neer loopen van het Gare du Nord naar het Gare du Midi over de boulevards. Of hij zich amuseerde? Uitstekend. Waar hij woonde? In Uccle. Wie hij uitvrat? Hij lachte, maar gaf geen antwoord. In het Maastrichtsche bierhuis op de Place Brouckère dronken wij ettelijke potjes zuur bier, waar hij verzot op was geworden. Eigenlijk dronk hij al die ettelijke potjes op een na, dat ik staan liet. Hij zat weer prinselijk achterover op zijn stoel en dronk met waardigheid en smaak, hield een beschouwing over asphalt, over de groote markt, over het mooie weer, zei toen dat hij naar huis moest en vroeg waar ik logeerde. Dan zou hij mij eens komen opzoeken. Daarna betaalde hij de potjes bier, en liet mij in verbazing achter."

 

 1781058-412de09e477867589b441cbf974f1f7a.jpg
Nescio (22 juni 1882 – 25 juli 1961)

 

 

De Nederlandse dichter Juliën Holtrigter (pseudoniem van Henk van Loenen) werd geboren op 22 juni 1946 in Hilversum. Zie ook alle tags voor Juliën Holtrigter op dit blog.

 

De man met de schaar

De voet van de toren steekt diep in de mythe.
De spits prikte ooit in het vlies van de hemel.
Er lekt nog wat licht uit het gaatje

De treurwilg verbeeldt zich fontein. Zij heeft
meer weg van een paard. Er slapen doden
onder haar manen.
Hier woont de man met de schaar, hij

knipt de wereld in stukken en lijmt haar.
In zijn domein bevraagt hij zijn brein,
hier werkt hij de vreemdste registers
naar binnen, de krankzinnigste lijsten.

Langzaam maar zeker stikt het verhaal
in de taal en wat blijft is
een ijzig soort zwijgen.

 

 

Onverwacht bezoek

God woont ver weg.
Ik heb zelfs zijn honden nooit horen blaffen.
Ik heb van zijn brood gegeten maar ik
verleerde van hem te spreken.

Hij schreef mij nog wel eens en vroeg het
dan weer: waar is je broer?
Wel, zijn Volvo staat hier voor de deur,
zijn groot licht gericht op de hemel.
Hij gaat juist vertrekken.

Van auto's houd ik alleen in de nacht.
Hun harde glans en de kracht van hun
brullende motor, hun draai in
het opspattend grind.

 

 1781058-fe36a5f3e60fa50831114972bd6ca3c7.jpg
Juliën Holtrigter (Hilversum, 22 juni 1946)

 

 

De Nederlandse dichter en theatermaker Jaap Robben werd geboren in Oosterhout op 22 juni 1984. Zie ook alle tags voor Jaap Robben op dit blog.

 

Als ik niet meer thuis kom

Wanneer het morgen
toch ochtend wordt,
blijf dan niet rollen
naar de koude plekken
in ons bed.

Doe gerust
zoals je deed
voor je me kende.

Besmeer een boterham,
schil een appel
op ons stenen aanrecht
en laat een vlieg naar buiten.

Mis me maar niet,
vergeet me
heel voorzichtig.
Je hoeft niet verliefd te blijven
op de stilte.

 

Hoe we buren werden

Waar wij nu staan heette
hier
en de verte noemde men
ginder.

Tot het ineens door lijnen
werd verdeeld
in ons en andermans gras.

Een streep veel dunner nog dan niks
bepaalde dat wij voortaan hetzelfde
en iedereen daar achter,
toch echt heel anders was.

 

 1781058-b18c0f6b41d910254bc02b6256634224.jpg
Jaap Robben (Oosterhout, 22 juni 1984)

 

 

De Finse  dichter, criticus en geograaf Aaro Hellaakoski werd geboren op 22 juni 1893 in Oulu. Zie ook alle tags voor Aaro Hellaakoski op dit blog.

 

A rustling

The odour of all the leaves bursting –
that’s all I know now
in this rustle and flow
of rain. Doors are opening

into the greater art and key:
as things are, just let them be,
chancy, clear,
as the wind is here.

Just now I’m whole, just now
I’m one with every bursting bough.
Summer scenting my mouth and me,
I’m a glint of rain on a tree –

exhaling into the leaves,
and smiling at the huge verve
of a daybreak on the skyline’s curve.
I neither deny nor believe.

 

 

Paradiso

I’m silent as death.
Not a move not a word.
But what’s this I heard?
A wind’s breath –

deep in my being
where no being’s available
The utterly unsayable
is ready for saying ­

openly now
with no fierce
pain. Yes, my wall’s pierced
through and through –

for gladly somewhere
– as no one’s speaking –
a song’s breathing
in dreamers everywhere

 

Vertaald door Herbert Lomas

 

 1781058-d8fddf3cc3b67fbb98af1c052f2f893d.jpg
Aaro Hellaakoski (22 juni 1893 - 23 november 1952)

 

 

De Belgische dichter en schrijver Willie Verhegghe werd op 22 juni 1947 te Denderleeuw geboren. Zie ook alle tags voor Willie Verhegghe op dit blog.

 

Kasseien

Kaalkoppen van steen, met stomheid geslagen,
in de aarde geduwd als kleine doden,
een koude glans als grijnslach om hun bult
die met zijn getuite mond de renners tart

Elke kassei een schok, een steen
op de maag, een naald in dij en kuit.
Renners vloeken, spuwen vlokken schuim
en tuimelen dan als patrijzen met hoofd
en hersens op de hobbelige helleweg.
Die als een omgevallen klaagmuur zucht.

Hun kop staat scheef, beven doen ze
als staat de dood voor hen.

Tanden knarsen, breken tot gruis
dat zich als wit poeder met het bloed
der huiverende helden mengt.

Kasseien: bloedloze keizers van terreur
en harde stenen stilte.

 

 

Shall Life Renew These Bodies?

De gevelde dichter spreekt door moeders keuze
op zijn witte grafsteen, vraagt zich af
wat de wormen met de lijken doen:
zullen zij uit rottend vlees nieuw leven vreten
of blijft de dood doodgewoon zichzelf?

Al deze lichamen blijven ondergronds,
verdwijnen elke dag wat meer en krimpen
tot zij aarde met de aarde zijn.
Het oog draagt zijn laatste traan,
de mond sluit zich zonder woord of klank.

Onder verzepend vlees het koppig bot
dat in zijn witheid waakt en weerstand biedt
aan vocht en duizend kilo grond.
Het geslacht kwijnt weg tot haperende herinnering
aan vuur en vlinders van een ver verleden.

 

 1781058-a85699551059b219f88290977750cdc3.jpg
Willie Verhegghe (Denderleeuw, 22 juni 1947)

 

 

De Duitse schrijver Erich Maria Remarque (pseudoniem van Erich Paul Remark) werd geboren op 22 juni 1898. Zie ook alle tags voor Erich Maria Remarque op dit blog.

Uit: Im Westen nichts Neues

„Ein Einschlag hallt irgendwo. Wir zucken auf, die Augen sind gespannt, die Hände wieder bereit, um die Körper über die Wände des Wagens in den Straßengraben zu werfen.
Es kommt nichts weiter. – Monoton nur die Rufe:»Achtung
– Draht«- wir gehen in die Knie, wir sind wieder im Halbschlaf.
Es ist beschwerlich, die einzelne Laus zu töten, wenn man Hunderte hat. Die Tiere sind etwas hart, und das ewige Knipsen mit den Fingernägeln wird langweilig. Tjaden hat deshalb den Deckel einer Schuhputzschachtel mit Draht über einem brennenden Kerzenstumpf befestigt. In diese kleine Pfanne werden die Läuse einfach hineingeworfen – es knackt, und sie sind erledigt.
Wir sitzen rundherum, die Hemden auf den Knien, den Oberkörper nackt in der warmen Luft, die Hände bei der Arbeit. Haie hat eine besonders feine Art von Läusen: sie haben ein rotes Kreuz auf dem Kopf. Deshalb behauptet er, sie aus dem Lazarett in Thourhout mitgebracht zu haben, sie seien von einem Oberstabsarzt persönlich. Er will auch das sich langsam in dem Blechdeckel ansammelnde Fett zum Stiefelschmieren benutzen und brüllte eine halbe Stunde lang vor Lachen über seinen Witz. Doch heute hat er wenig Erfolg; etwas anderes beschäftigt uns zu sehr.
Das Gerücht ist Wahrheit geworden. Himmelstoß ist da. Gestern ist er erschienen, wir haben seine wohlbekannte Stimme schon gehört. Er soll zu Hause ein paar junge Rekruten zu kräftig im Sturzacker gehabt haben. Ohne daß er es wußte, war der Sohn des Regierungspräsidenten dabei. Das brach ihm das Genick.
Hier wird er sich wundern. Tjaden erörtert seit Stunden alle Möglichkeiten, wie er ihm antworten will. Haie sieht nachdenklich seine große Flosse an und kneift mir ein Auge. Die Prügelei war der Höhepunkt seines Daseins; er hat mir erzählt, daß er noch manchmal davon träumt.“

 

 1781058-e28fb5d31d044c1dc083aa61df492e3e.jpg
Erich Maria Remarque (22 juni 1898 – 25 september 1970)
Scene uit de film “All Quiet on the Western Front” uit 1979

 

 

De Amerikaanse schrijver Dan Brown werd geboren in Exeter, New Hampshire, op 22 juni 1964. Zie ook alle tags voor Dan Brown op dit blog.

Uit:The Davinci Code

“The attacker aimed his gun again. “When you are gone, I will be the only one who knows the truth.”
The truth. In an instant, the curator grasped the true horror of the situation. If I die, the truth will be lost forever. Instinctively, he tried to scramble for cover.
The silencer spat, and the curator felt a searing heat as the bullet lodged in his stomach. He fell forward...struggling against the pain. Slowly, Saunière rolled over and stared back through the bars at his at tacker.
The man was now taking dead aim at Saunière’s head.
Saunière closed his eyes, his thoughts a swirling tempest of fear and regret.
The click of an empty chamber echoed through the corridor.
The curator’s eyes flew open.
The man glanced down at his weapon, looking almost amused. He reached for a second clip, but then seemed to reconsider, smirking calmly at Saunière’s gut. “My work here is done.”
The curator looked down and saw the bullet hole in his white linen shirt. It was framed by a small circle of blood a few inches below his breastbone. My stomach. Almost cruelly, the bullet had missed his heart. As a veteran of La Guerre d’Algérie, the curator had witnessed this horribly drawn out death before. For fifteen minutes, he would survive as his stomach acids seeped into his chest cavity, slowly poisoning him from within.”

 

 1781058-ee4f9ad1a3a02e259515b95934cebe2f.jpg
Dan Brown (Exeter, 22 juni 1964)
Tom Hanks als Robert Langdon in de film uit 2006

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 22e juni ook mijn blog van 22 juni 2014 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:17 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten