Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Philip Weiss

De Oostenrijkse schrijver Philip Weiss werd geboren op 5 februari 1982 in Wenen. Philip Weiss studeerde Germanistik, filosofie en Duits als vreemde taal aan de Universiteit van Wenen. Als een master's thesis schreef hij een essay over deconstructivist Peter Handke's A Sorrow Beyond Dreams. Na zijn afstuderen, in 2008, doceerde hij aan de universiteit van Bakoe, Azerbeidzjan. Zijn theatertekst “Egon”  verscheen in 2008 bij Passagen Verlag  en werd in het ​​Leopold Museum in Wenen gepresenteerd als een geënsceneerde lezing en performance. Weiss nam met zijn tekst “Blätterliebe” deel aan de Ingeborg Bachmann-prijs in 2009 en verraste met het feit dat hij aan het einde van de lezing een pagina van zijn tekst op at.

 

Uit: Blätterliebe

 

„Ich schreibe mit der linken Hand und streiche mit der rechten durch. Manchmal ist es anders. Ich schreibe dann mit der rechten Hand, die linke dient mir dazu durchzustreichen. An seltenen Tagen schreibe ich beidhändig, streiche beidhändig durch. Weshalb ich beinahe nur durchgestrichene Worte, Texte, Geschichten geschrieben habe, ich mir also eine ständig wachsende Sammlung ausgestellt unhaltbarer Sätze zugelegt habe. Nur in seltenen Fällen, wenn eine der Hände müde wird durch die Arbeit des ständigen Streichens, erschlafft, zuerst nachhinkt, zunehmend erlahmt, schließlich daliegt, auf dem Schreibtisch, und der Stift unberührt daneben, ungeöffnet, ebenso daliegt, sodass die andere, die schreibende Hand, in einer plötzlichen Freiheit, Improvisation, sich über das Papier zu bewegen beginnt, alle Vorsicht ablegt, sich überbietet in Unsinnigkeiten, Verrücktheiten, übermütig wird, immer weiter, wilder, so lange, bis die andere, die ihre Streicharbeit vernachlässigende Hand, sich notgedrungen wieder regt, widerständig wird und eingreift, diesem Spiel ein Ende zu machen versucht, den Füller ergreift, ihn zwischen Daumen und Zeigefinger öffnet und schließlich durchzustreichen beginnt, nur in diesen seltenen Fällen, diesem Fallen des Körpers also entstehen meine Texte. In dieser Nachlässigkeit, dieser Blöße des Körpers entstehen meine Texte. In dieser Reglosigkeit, Starre, nur in diesem Geschlampe des Körpers, in diesem Körpertheater entstehen meine Texte.“

 

 

 

 938410-597639a84f8ed197cba2d22196b02b5f.jpg

Philip Weiss (Wenen, 5 februari 1982)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Stewart O'Nan, Louis Ferron, Robert Coover, Werner Schwab, E. J. Pratt, Norman Ohler

De Amerikaanse schrijver Stewart O'Nan werd geboren op 4 februari 1961 in Pittsburgh, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 4 februari 2007 en ook mijn blog van 4 februari 2008 en ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

Uit: The speed queen

 

"I love you," he said, still gasping. He didn't even say my name.

And what was I supposed to say? That I felt sick, that I wished I hadn't let him?

I said it back.

"Are you okay?" he said.

I knew there would be blood but not so much. I wiped my thighs with the blanket and folded it over.

"I'm okay," I said. "I just need to clean up."

"I've got Kleenex," he said, and reached through the back window of the cab and handed me the box. He knelt there staring at me.

"Watch the movie," I said.

I stuffed some up there, but I still felt sick, so I put on my top and my old underwear and my shorts and found my clogs. Monty wouldn't leave me alone. "I'm okay," I kept telling him. "I just need to use the bathroom." He wanted to come with me, but I finally shouted at him, and he let me go.

I jumped down from the tailgate and almost fell. My legs were shaky and my stomach was churning like a washing machine. Everything down there stung. I stumbled over the dusty mounds toward the red flourescents outlining the snack bar. It was circular and shaped like a witches hat, the projector in the top part. You could see the movie scissoring through the air. We were in the back, like a mile away. The last hundred feet were deserted. A green light burned on each unused speaker like an eye. Halfway there, I knew I wasn't going to make it. I stopped and leaned against a speaker pole and heaved up everything I'd eaten--the Champale and the mustard fries, the nachos and the Dots--all of it splashing hot over my Dr. Scholl's. I spit to clean my mouth and kicked dust over everything and went on.

My thighs were sticky, and getting sick made me cry, so my face was a mess. I knew the bathrooms were by the front, so I walked around the outside and slipped in, hoping no one would see me.“

 

 

 845986-58724fcf0e7a7afcbc3404627d4d6358.jpg

Stewart O'Nan (Pittsburgh,  4 februari 1961)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Louis Ferron werd op 4 februari 1942 geboren in Leiden. Zie ook mijn blog van 4 februari 2007 en ook mijn blog van 4 februari 2008 en ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

Uit: Het stierenoffer

 

„Wir haben den Schrecken gebrochen,

Für uns wars ein großer Sieg.

Wir werden weitermarschieren,

Wenn alles in Scherben fällt,

Denn heute gehört uns Deutschland

Und morgen die ganze Welt.

 

Achterovervallend, de armen gelaten spreidend, keek hij me aan met een blik waarin ik dankbaarheid las. Dankbaarheid omdat één draai van mijn bajonet een einde maakte aan zijn laf en tobberig bestaan. Herkende hij in mij de verlossende engel die de al te zwaar belasten bij de hand neemt om hen op te heffen tot daar waar alles licht en gezang is? Nooit zal ik het weten. Na hem voor de loop van mijn Mauser te hebben weggetrapt – en ik deed dat echt zonder woede, zonder walging – werd ik door de luchtdruk van een achter mij exploderende granaat in de modder geworpen, vlak naast de boer die ik juist de helpende hand had gereikt. De slag verstierf en ik hoorde het zachte gepruttel van bloed dat in helrode blaasjes uit zijn buik opborrelde. Een schone offerande.

Ik werkte me overeind uit de drek, veegde mijn gezicht aan mijn mouw af en liet mijn blik op de boer rusten. Het bloed, dat eerst in vrolijke tinten had geschuimd, golfde nu in dramatische gutsen uit de wonde, die groter leek te worden naarmate het bloed zich verder over zijn kiel verspreidde. Zoals hij daar lag kon ik mij niet voorstellen dat ik een hekel aan hem zou hebben gehad. Hij was bepaald aandoenlijk met de in viltlaarzen gestoken benen half opgetrokken, de armen gestold in de laatste wiekslag en de zilverachtig glanzende baardstoppels op het nu uitdrukkingloze gelaat.“

 

 

 845986-50fd0e921ed529819bf3639437a6ac78.jpg

Louis Ferron (4 februari 1942 – 26 augustus 2005)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Robert Coover werd geboren op 4 februari 1932 in Charles City, Iowa. Zie ook mijn blog van 4 februari 2007 en ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

Uit: Briar Rose

 

„He is surprised to discover how easy it is. The branches part like thighs, the silky petals caress his cheeks. His drawn sword is stained, not with blood, but with dew and pollen. Yet another inflated legend. He has undertaken this great adventure, not for the supposed reward -- what is another lonely bedridden princess? -- but in order to provoke a confrontation with the awful powers of enchantment itself. To tame mystery. To make, at last, his name. He'd have been better off trying for the runes of wisdom or the Golden Fleece. Even another bloody grail. As the briars, pillowy with a sudden extravagance of fresh blooms, their thorns decorously sheathed in the full moonlight, open up to receive him as a doting mother might, he is pricked only by chagrin. Yet he knows what it has cost others who have gone before him, he can smell their bodies caught in the thicket, can glimpse the pallor of their moon-bleached bones, rattling gently when the soft wind blows. That odor of decay is about the extent of his ordeal, and even it is assuaged by the fragrances of fresh tansy and camomile, roses, lilac and hyssop, lavander and savory, which encompass him affectionately -- perhaps he has been chosen, perhaps it is his virtue which has caused the hedge to bloom -- as he plunges deeper into the thicket, the castle turrets and battlements already visible to him, almost within reach, through its trembling branches.“

 

 

845986-ea08d0e57584c289e3303e543c61beb7.jpg
Robert Coover (Charles City,  4 februari 1932)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse toneelschrijver Werner Schwab werd geboren in Graz op 4 februari 1958. Zie ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

Uit: Sein letzter Text

 

„In den siedlungsfremden Geschäften lügt die Mama manchmal noch mehr als in den Siedlungsheimischen Geschäften, weil dort die Lügen eine höhere Lebenserwartung einheimsen können, wegen der erschwerten Kontrollierbarkeit der lügenden Mama. Dort, in den siedlungsfremdländischen Geschäften, erzählt sie dann von einem Hund, der zuhause das vertraute Heim bewacht, und daß sie gerne die gesammelten Wurstzipfel überantwortet bekommen täte.

Das heißt dann freilich, daß es zuhause Wurstnudeln mit Salatabfällen geben muß..

Manchmal denke ich, daß die Mama mich meint, wenn sie einen Hund vortäuscht im auswärtigen

Wurstzipfelgeschäft. Darum muß ich vielleicht andauernd daheim bleiben, wenn ich unbedingt hinauswollen muß aus der blutunterlaufenen Wohnung. Andererseits heißt es immerzu, daß nur zuhausdaheim der gute Einfluß weht, der mich und die Wohnung aber nur dann bewachen kann, wenn die Wohnungstür verschlossen ist und die Wohnung abgefüllt darniederliegt mit mir.

Dann wäre allerdings der gute Einfluß der Hund, auf den es ankäme, aber dem überguten Einfluß täte die Mama keine Wurstzipfelnudeln mit Salatabfallsalat vor die nässende Maulhöhle setzen, da würde sie ein Schweinsschnitzel kochen, mit echten Semmelbrösel und einem ganzen Ei.“

 

 

845986-3a20e87420123f349573986b0b66f3fb.jpg
Werner Schwab (4 februari 1958 - 1 januari 1994)

 

 

 

 

De Canadese dichter E. J. Pratt werd op 4 februari 1882 geboren in Western Bay, Newfoundland. Zie ook mijn blog van 4 februari 2007 en ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

Uit: The Titanic

 

MARCH 3, 1912

Completed! Waiting for her trial spin —
Levers and telegraphs and valves within
Her intercostal spaces ready to start
The power pulsing through her lungs and heart.
An ocean lifeboat in herself — so ran
The architectural comment on her plan.
No wave could sweep those upper decks — unthinkable!
No storm could hurt that hull — the papers said so.
The perfect ship at last — the first unsinkable,
Proved in advance — had not the folders read so?
Such was the steel strength of her double floors
Along the whole length of the keel, and such
The fine adjustment of the bulkhead doors
Geared to the rams, responsive to a touch,
That in collision with iceberg or rock
Or passing ship she could survive the shock,
Absorb the double impact, for despite
The bows stove in, with forward holds aleak,
Her aft compartments buoyant, watertight,
Would keep her floating steady for a week.
And this belief had reached its climax when,
Through wireless waves as yet unstaled by use,
The wonder of the ether had begun
To fold the heavens up and reinduce
That ancient hubris in the dreams of men,
Which would have slain the cattle of the sun,
And filched the lightnings from the fist of Zeus.
What mattered that her boats were but a third
Of full provision — caution was absurd:
Then let the ocean roll and the winds blow
While the risk at Lloyd's remained a record low.

 

 

 

845986-d7c994481cb766140ad3ac487c383cee.jpg
E. J. Pratt (4 februari 1882 – 26 april 1964)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en journalist Norman Ohler werd geboren op 4 februari 1970 in Zweibrücken. Zie ook mijn blog van 4 februari 2007 en ook mijn blog van 4 februari 2008 en ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

Uit: Ungleiche Schwestern (In: Die Zeit, 3 december 2008)

 

„Die wenigsten Antiguaner kennen das 42 Kilometer entfernte Schwestereiland Barbuda. Was auch kein Wunder ist, denn eine regelmäßige Fährverbindung zwischen den beiden einen Staat bildenden Inseln gibt es erst seit einem Jahr.

Barbuda ist eine andere Welt, es gibt dort kaum Tourismus und keine Industrie. Die Barbudaner erlauben niemandem, nicht einmal den Antiguanern, bei ihnen Land zu besitzen – und konnten sich deshalb ein kleines Paradies erhalten. Aus historischer Sicht ist ihre Skepsis gegen Fremde mehr als verständlich. Sie sind nämlich Nachkommen der Zöglinge des britischen Versuchs, hier so genannte Supersklaven zu züchten, wie es der Einheimische Devon Warner formuliert, Berater des einzigen barbudanischen Kabinettsmitglieds in der Spencer-Regierung. Nur die stärksten Afrikaner (vor allem aus Ghana, der Elfenbeinküste, dem Senegal) wurden im 17. Jahrhundert nach Barbuda verfrachtet und dort untereinander »gekreuzt«, um größere Menschen mit größeren Muskeln, größeren Händen zu schaffen – Exportsklaven für die Plantagen der Kolonien ringsum. Die Ruinen dieser Zuchtstationen sind in der Nähe von Codrington zu sehen, dem einzigen Dorf der Insel. Im Ort bestimmen noch heute Hünen das Bild. Frauen, die einen Meter neunzig groß sind und weit über hundert Kilo wiegen, sind keine Seltenheit.

Auch die Herzen der Barbudaner sind womöglich ein wenig überdimensioniert. Vielleicht erklärt das die Differenzen zum Nachbarn Antigua. Standhaft wehren sich die Barbudaner gegen alle Versuche, auch ihre Insel zu erschließen. Seit dem Ende der Sklaverei im 19. Jahrhundert gehört den Bewohnern das Land kommunal, und keinem ausländischen Investor ist es seitdem gelungen, gegen den Willen der Einheimischen zu investieren. Als im Jahre 2000 eine britische Firma die Behörden auf Antigua ausreichend schmierte und ohne Befragen der Barbudaner begann, ein Luxusresort am Spanish Point zu bauen, einem Naturschutzgebiet an der Südspitze, kamen die aufgebrachten Nachfahren der »Supersklaven« mit ihren Pick-ups angebraust und warfen mit ihren riesigen Händen alle bereits herbeigeschafften Baumaterialien ins Meer, woraufhin die Briten ihr Projekt einstellten.“

 

 

 845986-75a104168d8f71b5794d076148ba39e8.jpg

Norman Ohler (Zweibrücken,  4 februari 1970)]



Zie voor nog meer schrijvers van de 4e februari ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Grigore Vieru, Georg Brandes, Alfred Andersch, Jacques Prévert, Jean Richepin, Carl Michael Bellman

De Moldavische dichter en schrijver Grigore Vieru werd geboren in Pereita op 4 februari 1935. Zie ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

 

When

 

When I die

bury me

in the light of your eyes.

The people

coming to my grave

will always bend their knees

in front of you.

Lest anyone

Should stamp their feet on my tomb,

Lest I should be laid, like my ancestors,

under grass and ground–

bury me in the light

of your eyes,

my last woman,

my first woman.

 

 

 

My dear one

 

What is falling – unperceived –

From the branches

Are our leaves.

What about the apple?

The golden apple?

 

What is sounding – far away –

In a song

Are our words.

What about that song?

And its celebrations?

 

What is running – clearly –

To the sea

Are our water springs.

What about the sea?

And its free wideness?

 

Whose is the sky?

And its silence?

When the stars are falling

They are our stars

In deep sorrow falling.

 

Broken is lying the looking-glass

Of the days when

– amazed – I discovered

Your peerless face,

The Love.

 

It’s your eyes and my eyes

That are in sorrow closed

Towards silence now.

Silence

Falling down on silence one can only hear.

My dear one!

 

 

Vertaald door Camelia en Constantin Manea

 

 

 

845982-2b3837029d91f9de2525551805c2ab81.jpg
Grigore Vieru (4 februari 1935 - 18 januari 2009)

Portret door Igor Vieru

 

 

 

 

De Deense schrijver, criticus en filosoof Georg Brandes werd geboren op 4 februari 1842 in Kopenhagen. Zie ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

Uit: Recollections Of My Childhood And Youth

 

„Then the man would take him round the waist, swing him over, and after a mighty somersault in the air, he would land unscathed on his feet upon the floor. It was a composite kind of treat, of three successive stages: first came the lofty and comfortable seat, then the more interesting moment, with a feeling, nevertheless, of being on the verge of a fall, and then finally the jump, during which everything was upside down to him.
But, too, he could take up attitudes down on the floor that added to his importance, as it were, and obliged the grown-up people to look at him. When they said: "Can you stand like the Emperor Napoleon?" he would draw himself up, bring one foot a little forward, and cross his arms like the
little figure on the bureau.
He knew well enough just how he had to look, for when his stout, broad- shouldered Swedish uncle, with the big beard and large hands, having asked his parents about the little fellow's accomplishments, placed himself in position with his arms crossed and asked: "Who am I like?" he replied: "You are like Napoleon's lackey." To his surprise, but no small delight, this reply elicited a loud exclamation of pleasure from his mother, usually so superior and so strict, and was rewarded by her, who
seldom caressed, with a kiss.“

 

 

845982-341df55a9ced424e9f0f701ab6278413.jpg
Georg Brandes (4 februari 1842 – 19 februari 1927)

Portret door Peder Severin Kroyer, 1883

 

 

 

 

De Duitse schrijver Alfred Andersch werd geboren op 4 februari 1914 in München. Zie ook mijn blog van 4 februari 2007 en ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

Uit: Sansibar oder der letzte Grund

 

„Dann wurde er sich der Anwesenheit der Figur bewußt. Sie saß, klein, auf einem niedrigen Sockel aus Metall, zu Füßen des Pfeilers schräg gegenüber. Sie war aus Holz geschnitzt, das nicht hell und nicht dunkel war, sondern einfach braun. Gregor näherte sich ihr. Die Figur stellte einen jungen Mann dar, der in einem Buch las, das auf seinen Knien lag. Der junge Mann trug ein langes Gewand, ein Mönchsgewand, nein, ein Gewand, das noch einfacher war als das eines Mönchs: einen langen Kittel.

Unter dem Kittel kamen seine nackten Füße hervor. Seine beiden Arme hingen herab.

Auch seine Haare hingen herab, glatt, zu beiden Seiten der Stirne, die Ohren und die Schläfen verdeckend. Seine Augenbrauen mündeten wie Blätter in den Stamm der geraden Nase, die einen tiefen Schatten auf seine rechte Gesichtshälfte warf. Sein Mund war nicht zu klein und nicht zu groß; er war genau richtig, und ohne Anstrengung geschlossen. Auch die Augen schienen auf den ersten Blick geschlossen, aber sie waren es nicht, der junge Mann schlief nicht, er hatte nur die Angewohnheit, die Augendeckel fast zu schließen, während er las. Die Spalten, die seine sehr großen

Augendeckel gerade noch freiließen, waren geschwungen, zwei großzügige und ernste Kurven, in den Augenwinkeln so unmerklich gekrümmt, daß auch Witz in ihnen nistete. Sein Gesicht war ein fast reines Oval, in ein Kinn ausmündend, das fein, aber nicht schwach, sondern gelassen den Mund trug. Sein Körper unter dem Kittel mußte mager sein, mager und zart; er durfte offenbar den jungen Mann beim Lesen nicht stören. Das sind ja wir, dachte Gregor. Er beugte sich herab zu dem jungen Mann, der, kaum einen halben Meter groß, auf seinem niedrigen Sockel saß, und sah ihm ins Gesicht.“

 

 

 845982-1ffd6d5f5cef2bf4112fc419f9d5a5a7.jpg

Alfred Andersch (4 februari 1914 – 21 februari 1980)

 

 

 

 

De Franse dichter Jacques Prévert werd geboren in Neuilly-sur-Seine op 4 februari 1900. Zie ook mijn blog van 4 februari 2007 en ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

 

Premier jour

 

Des draps blancs dans une armoire 
Des draps rouges dans un lit 
Un enfant dans sa mère 
Sa mère dans les douleurs 
Le père dans le couloir 
Le couloir dans la maison 
La maison dans la ville 
La ville dans la nuit 
La mort dans un cri 
Et l'enfant dans la vie. 

 

 

 

Sables mouvants
 
Démons et merveilles 
Vents et marées 
Au loin déjà la mer s'est retirée 
Démons et merveilles 
Vents et marées 
Et toi 
Comme une algue doucement carressée par le vent 
Dans les sables du lit tu remues en rêvant 
Démons et merveilles 
Vents et marées 
Au loin déjà la mer s'est retirée 
Mais dans tes yeux entrouverts 
Deux petites vagues sont restées 
Démons et merveilles 
Vents et marées 
Deux petites vagues pour me noyer. 

 

 

 

845982-84e475edc679455bd152c5ebadf76a54.jpg
Jacques Prévert (4 februari 1900 – 11 april 1973)

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Jean Richepin werd geboren op 4 februari 1849 in Médéa, Algerije. Zie ook mijn blog van 4 februari 2007 en ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

 

La neige est triste

 

La neige est triste. Sous la cruelle avalanche
Les gueux, les va-nu-pieds, s'en vont tout grelottants.
Oh ! le sinistre temps, oh ! l'implacable temps
Pour qui n'a point de feu, ni de pain sur la planche !

Les carreaux sont cassés, la ports se déclenche,
La neige par des trous entre avec les autans...
Des enfants, mal langés dans de pauvres tartans,
Voient au bout d'un sein bleu geler la goutte blanche.

Et par ce temps de mort, le père est au travail,
Dehors. Le givre perle aux poils de son poitrail.
Ses poumons boivent l'air glacé qui les poignarde.

Il sent son corps raidir, il râle, il tombe, las,
Cependant que le ciel ironique lui carde,
Comme pour l'inviter au somme, un matelas.

 

 

 845982-48cdd1699a7912a8517696ef32fab63b.jpg

Jean Richepin (4 februari 1849 – 12 december 1926)

 

 

 

 

De Zweedse Rokoko-dichter en componist Carl Michael Bellman werd geboren op 4 februari 1740 in Stockholm. Zie ook mijn blog van 4 februari 2007 en ook mijn blog van 4 februari 2009 en ook mijn blog van 4 februari 2010.

 

Uit: Tischlieder (Vertaald door Carl Zuckmayer)

 

So trolln wir uns ganz fromm und sacht
von Weingelag und Freudenschmaus,
wenn uns der Tod ruft: gute Nacht,
dein Stundenglas rinnt aus.
Wer heut noch frech den Schnabel wetzt
und glaubt, ein großer Herr zu sein,
paß auf, der Schreiner hobelt jetzt
schon grad an deinem Schrein!

Scheint das Grab dir tief und
dumpf sein Druck:
Alavott, so nimm noch einen Schluck,
und noch einen hinterher und rasch noch zwei, dreie mehr,
dann stirbt sichs nicht so schwer.

 

 

 

845982-bbcf35165b3f2de207b95561d15989a4.jpg
Carl Michael Bellman (4 februari 1740 – 11 februari 1795)

Geschreven door Romenu om 18:46 Reageer op dit bericht

Paul Auster, Johannes Kühn, Andrzej Szczypiorski, Lao She, Henning Mankell

De Amerikaanse dichter, schrijver en essayist Paul Auster werd geboren op 3 februari 1947 in Newark, New Jersey. Zie ook mijn blog van 3 februari 2008 en ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

Uit: Sunset Park

 

„For almost a year now, he has been taking photographs of abandoned things. There are at least two jobs every day, sometimes as many as six or seven, and each time he and his cohorts enter another house, they are confronted by the things, the innumerable cast-off things left behind by the departed families. The absent people have all fled in haste, in shame, in confusion, and it is certain that wherever they are living now (if they have found a place to live and are not camped out in the streets) their new dwellings are smaller than the houses they have lost. Each house is a story of failure—of bankruptcy and default, of debt and foreclosure—and he has taken it upon himself to document the last, lingering traces of those scattered lives in order to prove that the vanished families were once here, that the ghosts of people he will never see and never know are still present in the discarded things strewn about their empty houses.

The work is called trashing out, and he belongs to a four-man crew employed by the Dunbar Realty Corporation, which subcontracts its "home preservation" services to the local banks that now own the properties in question. The sprawling flatlands of south Florida are filled with these orphaned structures, and because it is in the interest of the banks to resell them as quickly as possible, the vacated houses must be cleaned, repaired, and made ready to be shown to prospective buyers. In a collapsing world of economic ruin and relentless, ever-expanding hardship, trashing out is one of the few thriving businesses in the area. No doubt he is lucky to have found this job. He doesn't know how much longer he can bear it, but the pay is decent, and in a land of fewer and fewer jobs, it is nothing if not a good job.“

 

 

845331-5d12fccc9b7784c3fbaff97eeabffa99.jpg 

Paul Auster (Newark, 3 februari 1947)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johannes Kühn werd geboren op 3 februari 1934 in Bergweiler, gemeente Tholey in het Saarland. Zie ook mijn blog van 3 februari 2008 en ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

 

Nie verließ ich gerne den Hügelring...

 

Nie verließ ich gerne den Hügelring

und dich,

wie in einer Wiege

liegst du an den Wäldern,

zwar tobt Wetter oft,

die Gewitter bringend

zwar lehrt der kleine Bach

Bescheidenheit,

doch sind die Tage,

die sich in Frieden gürten,

heilsam.

 

 

 

Spaziergang

 

Dem guten Gesicht der Mühle zu

geh ich am Mittag, verrätselt mir selbst

im Gefühl.

 

Mit weißer Fläche baut alter Teich

seinen Spiegel unter die Bäume.

 

Ich blase die Hand an,

der Wind schnitt sie scharf.

 

Horizont an Horizont

hat des Himmels geneigte Stirn

blau getaucht.

 

 

 

 845331-233258b3cd1276305a2d10983cdb6841.jpg

Johannes Kühn (Bergweiler, 3 februari 1934)

 

 

 

 

De Poolse schrijver Andrzej Szczypiorski werd geboren op 3 februari 1928 in Warschau. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007 en ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

Uit: Eine Messe für die Stadt Arras (Vertaald door Karin Wolff)

 

„Also, diese ganze ungeheuerliche gemeine Sünde soll sich nun als ein Nichts herausstellen und diese ganze Grausamkeit als Bagatelle? Wozu kroch denn die Stadt Arras in den stinkenden Mist ihrer Verbrechen und Ungesetzlichkeiten, wenn sich nun herausstellt, dass auch kein einziger Schritt vorwärts gemacht wurde? Haben wir dazu die Scheiterhaufen entzündet, die Juden gemartert sowie das einfache Volk, Adel und Priesterschaft, um nun von Euch zu hören, dass das alles nicht wahr, eitles Truggespinst unserer armen Sinne ist? Ihr sagt, es gibt keine Erlösung, kein besseres Teil für die Stadt Arras, für die ganze Welt? Wozu also hat der Sohn den Vater den Stadtknechten ausgeliefert, wozu hat man die jüdischen Gehöfte verbrannt, wozu die Leiber derer, die die Stadt für Abtrünnige hielt, in Fetzen gerissen? In die tiefsten Tiefen sind wir hinabgestiegen, um uns zu erhöhen – und Ihr, Fürst, sagt uns jetzt, dass ein derartiges Unrerfangen vergebliche Liebesmüh sei!"

 

 

 845331-4f9e60e7e7472968f1318ab9ddcdd671.jpg

Andrzej Szczypiorski (3 februari 1928 – 16 mei 2000)

Portret door Mariusz Kaldowski

 

 

 

 

De Chinese schrijver Lao She (pseudoniem voor Shu Qingchun) werd geboren op 3 februari 1899 in Beijing. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007 en ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

Uit: Le Tireur de pousse-pousse (Vertaald door François Cheng en Anne Cheng)

 

"Maintenant le ciel gris se diaprait de rouge, et les contours des arbres et des lointains se précisaient. Puis, peu à peu, le rouge se mêla au gris, formant des taches pourpres et violettes. L'horizon avait la couleur des raisins pas encore mûrs. Peu après, une teinte orange vif apparut et le coloris du ciel devint plus lumineux. Soudain, tout le paysage se détacha distinctement; la brume matinale qui couvrait l'orient se moira d'un rouge éclatant tandis que le zénith bleuissait. Puis la brume se dissipa et les rayons dorés du soleil apparurent enfin, tissant dans la trame des nuages une immense toile de feu: et les champs, les arbres, l'herbe passèrent alors du vert bleuté à un jade resplendissant."

(...)
   
   "Les eaux des douves du Palais étaient déjà complètement gelés, et leur brillant ruban gris longeait les anciens remparts de la Cité interdite. Aucun son ne parvenait de l'intérieur des murs. Les tours de guet aux toits finement travaillés, la voûte aux reflets d'or, les grands portails vermillon et les kiosques de la colline du Belvédère semblaient demeurer en suspens dans le clair de lune. On eût dit qu'ils attendaient que retentît l'écho de quelque voix à jamais silencieuse. Un vent léger soufflait doucement, franchissant les murailles de la Cité interdite. Il effleurait légèrement les kiosque et les palais comme s'il voulait leur raconter quelque histoire secrète d'un lointain passé."

 

 

845331-50ba2b5bc891adf7944bfe4ce1b7a004.jpg
Lao She (3 februari 1899 – 24 augustus 1966)

 

 

 

 

De Zweedse schrijver Henning Mankell werd geboren in Stockholm op 3 februari 1948. Hij woont afwisselend in Mozambique en in zijn vaderland Zweden. Zie ook mijn blog van 3 februari 2008 en ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

Uit: Wallanders erster Fall

„Wallander setzte sich in den einzigen Sessel im Zimmer.
Er war durchgesessen und abgewetzt. Ich bilde mir etwas ein, dachte er wieder. Der Gerichtsmediziner wird feststellen, daß es Selbstmord war. Die technische Untersuchung wird bestätigen, daß die Waffe und die Kugel zusammengehören und daß der Schuß von Håléns eigener Hand abgegeben worden ist.
Wallander beschloß, die Wohnung zu verlassen. Er mußte sich waschen und umziehen, bevor er losging, um Mona zu treffen, aber etwas hielt ihn noch zurück. Er ging zur Kredenz und begann die Schubladen zu öffnen. Sofort fand er die beiden Seemannsbücher. Artur Hålén war in seiner Jugend ein flotter Mann gewesen. Helle Haare, ein offenes und breites Lächeln. Es fiel Wallander nicht leicht, sich vorzustellen, daß das Bild denselben Mann darstellte, der stumm und zurückgezogen seine letzten Tage in Rosengård verbracht hatte. Noch weniger vorstellbar war es, daß das Bild einen Mann zeigte, der sich eines Tages das Leben nehmen würde. Aber Wallander wußte, wie falsch er dachte. Selbstmörder ließen sich nicht nach starren Schablonen beurteilen.
Er fand den farbenfrohen Käfer und nahm ihn mit ans Fenster. Auf der Unterseite der Schachtel glaubte er zu erkennen, daß dort Brasil gedruckt stand. Ein Souvenir, das Hålén auf irgendeiner seiner Fahrten gekauft haben mußte.
Wallander ging die Schubläden weiter durch. Schlüssel, Münzen aus verschiedenen Ländern - nichts,
was seine Aufmerksamkeit gefangennahm. Halb unter dem schäbigen und brüchigen Regalpapier, mit dem die unterste Schublade ausgelegt war, steckte ein brauner Umschlag.“

 

 

 845331-65429ab040c42e1fb8f656e5a8d6b7ca.jpg

Henning Mankell (Stockholm, 3 februari 1948)

Geschreven door Romenu om 18:57 Reageer op dit bericht

Richard Yates, Sarah Kane, James A. Michener, Annette Kolb, Ernst von Wildenbruch

De Amerikaanse schrijver Richard Yates werd geboren op 3 februari 1926 in Yonkers, New York. Zie ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

Uit: Revolutionary Road

 

"See you tomorrow!" they called, as happy as children, and riding home under the moon they found they could roll down the windows of their cars and let the air in, with its health-giving smells of loam and young flowers. It was the first time many of the Laurel Players had allowed themselves to acknowledge the coming of spring.

The year was 1955 and the place was a part of western Connecticut where three swollen villages had lately been merged by a wide and clamorous highway called Route Twelve. The Laurel Players were an amateur company, but a costly and very serious one, carefully recruited from among the younger adults of all three towns, and this was to be their maiden production. All winter, gathering in one anther's living rooms for excited talks about Ibsen and Shaw and O'Neill, and then for the show of hands in which a common-sense majority chose The Petrified Forest, and then for preliminary casting, they had felt their dedication growing stronger every week.

 

 

 845324-9282a650059c85336a6ffa9edf748200.jpg

Scene uit de film met Kate Winslet en Leonardo DiCaprio

 

 

They might privately consider their director a funny little man (and he was, in a way: he seemed incapable of any but a very earnest manner of speaking, and would often conclude his remarks with a little shake of the head that caused his cheeks to wobble) but they liked and respected him, and they fully believed in most of the things he said. "Any play deserves the best that any actor has to give," he'd told them once, and another time: "Remember this. We're not just putting on a play here. We're establishing a community theater, and that's a pretty important thing to be doing."

The trouble was that from the very beginning they had been afraid they would end by making fools of themselves, and they had compounded that fear by being afraid to admit it. At first their rehearsals had been held on Saturdays--always, it seemed, on the kind of windless February or March afternoon when the sky is white, the trees are black, and the brown fields and hummocks of the earth lie naked and tender between curds of shriveled snow.“

 

 

 845324-67e69b79e37b81fd26fcb97e813d5195.jpg

Richard Yates (3 februari 1926 – 7 november 1992)

 

 

 

 

De Britse toneelschrijftster Sarah Kane werd geboren op 3 februari 1971 in Essex. Zie ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

Uit: 4.48 Psychosis

 

„I will drown in dysphoria

in the cold black pond of my self

the pit of my immaterial mind

 

How can I return to form

now my formal thought has gone?

 

Not a life that I could countenance.

 

They will love me for that which destroys me

the sword in my dreams

the dust of my thoughts

the sickness that breeds in the folds of my mind

 

Every compliment takes a piece of my soul

 

*       *       *       *       *       *       *       *       *

I dread the loss of her I’ve never touched

love keeps me a slave in a cage of tears

I gnaw my tongue with which to her I can never speak

I miss a woman who was never born

I kiss a woman across the years that say we shall never meet

 

Everything passes

Everything perishes

Everything palls

 

my thought walks away with a killing smile

leaving discordant anxiety

which roars my soul

 

No hope No hope No hope No hope No hope No hope No hope“

 

 

 

 845324-0820fb0f8c298c3d296d67f09912a07f.jpg

Sarah Kane (3 februari 1971 – 20 februari 1999)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver James A. Michener werd geboren op 3 februari 1907 in New York. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007 en ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

Uit: Hawaii

 

„Millions upon millions of years ago, when the continents were already formed and the principal features of the earth had been decided, there existed, then as now, one aspect of the world that dwarfed all others. It was a mighty ocean, resting uneasily to the east of the largest continent, a restless ever-changing, gigantic body of water that would later be described as pacific.

Over its brooding surface immense winds swept back and forth, whipping the waters into towering waves that crashed down upon the world’s seacoasts, tearing away rocks and eroding the land. In its dark bosom, strange life was beginning to form, minute at first, then gradually of a structure now lost even to memory. Upon its farthest reaches birds with enormous wings came to rest, and then flew on.

Agitated by a moon stronger then than now, immense tides ripped across this tremendous ocean, keeping it in a state of torment. Since no great amounts of sand had yet been built, the waters where they reached shore were universally dark, black as nigh and fearful.

Scores of millions of years before man had risen from the shores of the ocean to perceive its grandeur and to venture forth upon its turbulent waves, this eternal sea existed, larger than any other of the earth’s features, vaster than the sister oceans combined, wild, terrifying in its immensity and imperative in its universal role.

How utterly vast it was! How its surges modified the very balance of the earth! How completely lonely it was, hidden in the dark ness of night or burning in the dazzling power of a younger sun than ours.“

 

 

 845324-f186eef398392d870dbeca86819ae8e2.jpg

James A.  Michener (3 februari 1907 - 16 oktober 1997)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Annette Kolb werd geboren op 3 februari 1870 in München. Zie ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

Uit: Wege und Umwege

 

“Marie stand mit fûnf Jahren eines Morgens unter einem Baum, dessen Laub im Winde rauschte und den blauen Himmel durchblicken liess. „Das Leben ist schön!" dachte sie.

Da flog ein Blatt von den Zweigen herab in ihre Hand, und wahrend sie seine groben Adern

und Fasern langsam auseinanderrifi, wurde sie unsaglich verstimmt. Nicht der frohbewegte Wipfel in der Hohe, das einzelne langweilige Ding in ihren Hânden war die Wirklichkeitl —

Der Grundakkord ihres Wesens schlug da zum erstenmal an ihr Bewusstsein an; denn es gibt nichts Neues im Menschen. Das fin mot eines Ich's ist ein Motiv, und was hinzutritt, sind Amplifikationen.

Schon ein Jahr darauf lernte sie im Kloster die Langeweile kennen, zu der sie neigte wie

ein anderer zu Gichtschmerzen oder Rheumatismen, und die sie anwehen konnte, plötzlich, unvermittelt wie ein Wind, der um die Ecke fahrt.

In ihrem Kloster blies sie durch das ganze Haus, um allé Mauern, und durch den ganzen

Garten, die Stelle ausgenommen, an der eine reizende Brücke iiber den Wildbach bog, Libellen unklosterlich schwirrten und die Baume parkähnlich zusammenstanden. Aber allés andere war hässlich. Zwei hohe plumpe Berge versperrten wie Riesentore nach Norden hin die Welt, und die Monatsrosen standen, meist verwelkt und verweht, um ein machtiges Kreuz vor dem Haus.”

 

 


845324-5955e230e34a4982c3377c19a9e98ebe.jpg
Annette Kolb (3 februari 1870 – 3 december 1967)

Kolb in 1958

 

 

 


De Duitse dichter en schrijver
Ernst von Wildenbruch werd op 3 februari 1845 geboren in Beiroet. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007 en ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

Uit: Schwester-Seele

„War das heute wieder einmal reizend bei Benneckes! Hübsch war es ja immer bei ihnen; natürlich. In einem Hause, wo eine Wirtin war wie Frau Majorin Bennecke! Die Tante Löckchen, wie sie in der ganzen Stadt hieß, die gute Tante Löckchen.

Wenn man sie so sah, mit dem runden, freundlichen Gesicht, wie sie durch die Straßen der Stadt zog und über die große Brücke, die zu ihrem Hause jenseit des Flusses führte – den Kopf in beständig nickender Bewegung: »Guten Tag, Kindchen – liebes Kindchen, guten Tag« – und die altmodischen grauen Löckchen, die zu beiden Seiten des Gesichts wie Traubenbüschel niederhingen, nach vorn fliegend und wieder zurück – wahrhaftig, man blieb geradezu stehen und horchte, ob nicht die Löckchen, aneinanderschlagend, einen leise klingenden Ton geben würden, so ein ganz zartes Geläute, wie man es aus Rokokouhren vernimmt, die auf Rokokokaminen stehen, leise und fein wie die Stimme der alten Zeit, als die Damen noch ausgeschnittene Schuhe mit kreuzweise gelegten Bändern trugen, sich nachmittags beim Kaffee Gedichte vorlasen, und als es noch keine pfeifenden Lokomotiven gab.

Manchmal ging sie allein, manchmal auch am Arme ihres Gatten, des alten Herrn Majors a. D. Bennecke, und dann schritt hinter ihnen noch ein drittes, die braune Hühnerhündin Diana, die uralte, mit dem langen seidenweichen Fell und dem sanftmütigen Augenaufschlag.“

 

 

 845324-8e438f8b41a833c900da7e408f6daa4a.jpg

Ernst von Wildenbruch (3 februari 1845 – 15 januari 1909)

Geschreven door Romenu om 18:52 Reageer op dit bericht

Georg Trakl, Gertrude Stein, Ferdinand Schmatz, Michael Scharang

De Oostenrijkse dichter Georg Trakl werd op 3 februari 1887 in Salzburg geboren. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007 en ook mijn blog van 3 februari 2008 en ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

 

Ballade

 

Ein schwüler Garten stand die Nacht.
Wir verschwiegen uns, was uns grauend erfaßt.
Davon sind unsre Herzen erwacht
Und erlagen unter des Schweigens Last.

 

Es blühte kein Stern in jener Nacht
Und niemand war, der für uns bat.
Ein Dämon nur hat im Dunkel gelacht.
Seid alle verflucht! Da ward die Tat.

 

 

 
Passion

 

Wenn Orpheus silbern die Laute rührt,

Beklagend ein Totes im Abendgarten,

Wer bist du Ruhendes unter hohen Bäumen?

Es rauscht die Klage das herbstliche Rohr,

Der blaue Teich,

Hinsterbend unter grünenden Bäumen

Und folgend dem Schatten der Schwester;

Dunkle Liebe

Eines wilden Geschlechts,

Dem auf goldenen Rädern der Tag davonrauscht.

Stille Nacht.

 

Unter finsteren Tannen

Mischten zwei Wölfe ihr Blut

In steinerner Umarmung; ein Goldnes

Verlor sich die Wolke über dem Steg,

Geduld und Schweigen der Kindheit.

Wieder begegnet der zarte Leichnam

Am Tritonsteich

Schlummernd in seinem hyazinthenen Haar.

Daß endlich zerbräche das kühle Haupt!

 

Denn immer folgt, ein blaues Wild,

Ein Äugendes unter dämmernden Bäumen,

Dieser dunkleren Pfaden

Wachend und bewegt von nächtigem Wohllaut,

Sanftem Wahnsinn;

Oder es tönte dunkler Verzückung

Voll das Saitenspiel

Zu den kühlen Füßen der Büßerin

In der steinernen Stadt.

 

 

 

Elis

 

1

 

Volmaakt is de stilte van deze gouden dag.

Onder oude eiken

Verschijn jij, Elis, een rustende met ronde ogen.

 

Hun blauwte spiegelt de sluimer der geliefden.

Op je mond

Verstomden hun rozige vruchten.

 

's Avonds haalde de visser de zware netten in.

Een goede herder

Leidt zijn kudde langs de bosrand.

O! hoe rechtvaardig zijn, Elis, al je dagen.

 

Zachtjes zinkt

Tegen kale muren de blauwe stilte van de olijfboom,

Sterft het donkere gezang van een grijsaard weg.

 

Een gouden bootje

Schommelt, Elis, je hart aan de eenzame hemel.

 

 

 

Vertaald door Frans Roumen

 

 

 

845332-992f9c8f196333ab85bd5b51a1743d4d.jpg
Georg Trakl (3 februari 1887 – 4 november 1914)

Aquarel door Christoph M Frisch

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Gertrude Stein werd geboren op 3 februari 1874 in Allegheny (Pennsylvania). Zie ook mijn blog van 3 februari 2007 en ook mijn blog van 3 februari 2008 en ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

 

A Mounted Umbrella

 

What was the use of not leaving it there where it would hang what was the use if there was no chance of ever seeing it come there and show that it was handsome and right in the way it showed it. The lesson is to learn that it does show it, that it shows it and that nothing, that there is nothing, that there is no more to do about it and just so much more is there plenty of reason for making an exchange.

 

 

 

A Light In The Moon

 

A light in the moon the only light is on Sunday. What was the sensible decision. The sensible decision was that notwithstanding many declarations and more music, not even withstanding the choice and a torch and a collection, notwithstanding the celebrating hat and a vacation and even more noise than cutting, notwithstanding Europe and Asia and being overbearing, not even notwithstanding an elephant and a strict occasion, not even withstanding more cultivation and some seasoning, not even with drowning and with the ocean being encircling, not even with more likeness and any cloud, not even with terrific sacrifice of pedestrianism and a special resolution, not even more likely to be pleasing. The care with which the rain is wrong and the green is wrong and the white is wrong, the care with which there is a chair and plenty of breathing. The care with which there is incredible justice and likeness, all this makes a magnificent asparagus, and also a fountain.

 

 

 

 845332-23bda128a28d2c5ae29b94117b512e4f.jpg

Gertrude Stein (3 februari 1874 – 27 juli 1946)

Portret door Andy Warhol, 1980

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Ferdinand Schmatz werd geboren op 3 februari 1953 in Korneuburg. Zie ook mijn blog van 3 februari 2007 en ook mijn blog van 3 februari 2008 en  ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

 

das grosse babel,n, danach (fragment)

 

nicht, dass da nichts wäre -
münder genug sperren die achse - auf,
die sich um die rede ringt,
und, gebeugt, nur eine art zeugt,
keines weges harrt,
über vieles meer nach osten weist:
wo sie sich senkt ins land -
das aus erden, schwer, erröten macht,
die brenner, denen - jetzt, da durch -
zu munden weiss, der brand, nicht wein,
stein, nicht zahn, backe, sondern rohes,
zeug: backstein und pech anstatt mörtel,
so baut es dann, örtlich, genau
und wortgewandt, sportlich heisst es:
turm her! stadt her! herr her!
- haupt als sache, hoch die achse,
nichts gebeugt mehr, vielmehr gebrannt,
und, - ahnt es was? -
das stimmen und wogen wellt stärker
beständiges innen, den gruben hoch,
mit jedem spaten, jeder glut fachen und feuern
die körper namen an, werfen sich dem klang da zu,
wasser und glut, nasses und feuer,
woge an woge, ohne zerstreuung treibt die achse
hoch himmelt sie so die, wie sie in ästen treibt
aus stämmen, nämlich nichts als einen stamm,
und einzig, nur diesen, hineinrammt, hochschnellen lässt
zum turm, der sich bäumt,
jede lippe dabei längst gesprengt hat,
laut stösst nach, blick sticht zu, hand zirkelt ab -

 

 

 

 845332-8f41e9fdd51df9019ca246ea96549f28.jpg

Ferdinand Schmatz (Korneuburg, 3 februai 1953)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Michael Scharang werd geboren in Kapfenberg in de provincie Steiermark op 3 februari 1943. Zie ook mijn blog van 3 februari 2009 en ook mijn blog van 3 februari 2010.

 

Uit: Charly Traktor

 

„Das linke Donauufer in Wien ist nicht verbaut. Der breite freie Streifen heißt Überschwemmungsgebiet. Es gibt ein Fremdwort dafür. Charly Traktor hat es einige Male gehört, aber nicht behalten können. Er versucht, sich an das Wort zu erinnern. Es fällt ihm nicht ein. Er greift sich an den Kopf, aber nicht, weil ihm das Wort nicht einfällt. Es gibt ein Fremdwort für das, was mit den Gefühlen zusammenhängt. Er hat es gehört und gelesen und zeitweise auch behalten. Im Augenblick fällt es ihm nicht ein.

Seine Erregung ist ihm lästig. „Ich verhaue mir den ganzen Sonntag.“ Es ist Nachmittag. Der Wind bläst stark. Das ist häufig so in dieser Gegend am Fluß. Es ist ein warmer Wind. Das Gras ist lang, es liegt in der Richtung, aus der der Wind kommt: flußabwärts. Vereinzelt stehen Sträucher. Einige Flächen eignen sich als Spielwiese. Sonst ist der Boden uneben.

Charly Traktor ist in ein Erdloch getreten und hat sich den Knöchel verstaucht. Er ging zurück auf den Pfad neben dem Ufer. Dort störten ihn nicht die vielen Leute, sondern ihr langsames Tempo. Es waren ältere Menschen und Leute mit kleinen Kindern.

Er weicht auf das holprige Gelände aus. Als er schaut, wie weit das Überschwemmungsgebiet sich noch erstreckt, bleibt er stehen, um nicht wieder in ein Erdloch zu treten. Er geht zickzack, mit gesenktem Kopf. Den Mulden weicht er nicht aus, nur den Bombentrichtern.
Charly Traktor hat es satt, nach Löchern Ausschau zu halten. Sie dienen ihm als Vorwand, um sich nicht auf etwas anderes konzentrieren zu müssen.“

 

 

 kapfenberg2.jpg

Michael Scharang (Kapfenberg, 3 februari 1943)
Kapfenberg, markt


Zie voor nog meer schrijvers van de 3e februari ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hella Haasse, James Joyce, Eriek Verpale, Monica Camuglia, Michel Marc Bouchard

De Nederlandse schrijfster Hella Haasse werd geboren op 2 februari 1918 in Batavia. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en ook mijn blog van 2 februari 2008 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: De scharlaken stad

 

„Hij wist nauwelijks hoeveel maanden er waren voorbijgegaan sinds zijn terugkeer in Florence. Hij had zich ingegraven in het werk, zoals een mol zich ingraaft in zijn onderaardse koker. Hij was blind en doof voor de buitenwereld. Toen hij, in Rome, onder het vaderlijk knikken en aanmoedigend gesticuleren van paus Clemens, tenslotte zijn handtekening zette onder het nieuwe contract met de heren Della Rovere, had hij beseft dat hij zichzelf onherroepelijk veroordeelde tot dwangarbeid. Hij was bereid slaaf te zijn, niets dan slaaf, verbeten te zwoegen aan zijn taak. Hij wist wel dat hij zich nooit bevrijd zou voelen van schuld vóór die taak beëindigd was. Maar waarom werd hem niet de genade gegund ongestoord te volbrengen wat hij zijn plicht achtte, ongestoord te boeten voor een oud verzuim? In een slotwoord, vóór de audiëntie beëindigd werd, had de paus het vonnis over hem uitgesproken, luid: 'Het grafmonument wordt voltooid, heren, dat staat nu vast, onze waarde kunstenaar hier heeft het zojuist zwart op wit bevestigd, nu is deze onaangename kwestie wel uit de wereld hopen wij,' en, fluisterend, alleen voor hém verstaanbaar: 'maar vergeet intussen het werk aan de Medici-kapel niet, ik reken erop dat u zich ook houdt aan het contract dat u met mij gesloten hebt.'

Sindsdien weer die innerlijke verscheurdheid waarbij ieder ander leed in het niet verzonk. In zijn dromen rees Julius' mausoleum voor hem op, gezwollen tot geweldige afmetingen, een groep van gestalten reikend tot in de wolken, Mozes, Paulus, Rachel en Lea, giganten van marmer, omhoog gestoten door de aarde zelf, zoals gebergten ontstaan. Langs de plooien van hun gewaden, reusachtige stenen riffen, trachtte hij omhoog te klimmen. een mier, een pover zwak wezen op trillende poten, hoger, hoger, tot waar de personificaties van hemel en aarde de sarcofaag hieven waarin zijn kwelgeest sliep, Julius, wiens hoogmoed hem dit had aangedaan. De macht van die paus-veroveraar verheerlijken, meer dan tien jaren na diens dood, op een tijdstip dat het pauselijk gezag een aanfluiting was en de veroverde gebieden beefden voor de komst van een nog gevreesder vijand - dat scheen hem méér dan dwaasheid, een smaad, een leugen.“

 

 

844656-52f8f56484e0322873ee85caff5f9e23.jpg
Hella Haasse (Batavia, 2 februari 1918)

 

 

 

 

De Ierse schrijver James Joyce werd geboren in Dublin op 2 februari 1882. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en mijn blog van 16 juni 2006 en ook mijn blog van 2 februari 2008 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Araby (Short story)

 

„North Richmond Street, being blind, was a quiet street except at the hour when the Christian Brothers' School set the boys free. An uninhabited house of two storeys stood at the blind end, detached from its neighbours in a square ground. The other houses of the street, conscious of decent lives within them, gazed at one another with brown imperturbable faces.
The former tenant of our house, a priest, had died in the back drawing-room. Air, musty from having been long enclosed, hung in all the rooms, and the waste room behind the kitchen was littered with old useless papers. Among these I found a few paper-covered books, the pages of which were curled and damp: The Abbot, by Walter Scott, The Devout Communicant, and The Memoirs of Vidocq. I liked the last best because its leaves were yellow. The wild garden behind the house contained a central apple-tree and a few straggling bushes, under one of which I found the late tenant's rusty bicycle-pump. He had been a very charitable priest; in his will he had left all his money to institutions and the furniture of his house to his sister.
When the short days of winter came, dusk fell before we had well eaten our dinners. When we met in the street the houses had grown sombre. The space of sky above us was the colour of ever-changing violet and towards it the lamps of the street lifted their feeble lanterns. The cold air stung us and we played till our bodies glowed. Our shouts echoed in the silent street. The career of our play brought us through the dark muddy lanes behind the houses, where we ran the gauntlet of the rough tribes from the cottages, to the back doors of the dark dripping gardens where odours arose from the ashpits, to the dark odorous stables where a coachman smoothed and combed the horse or shook music from the buckled harness. When we returned to the street, light from the kitchen windows had filled the areas.“

 

 

 844656-222b15ce615e6ceed08d646548e8562d.jpg

James Joyce (2 februari 1882 – 13 januari 1941)

Standbeeld in Triëst

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Eriek Verpale werd geboren op 2 februari 1952 te Zelzate. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en ook mijn blog van 2 februari 2008 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Grasland

 

« Willem de Zwijger noemden ze hem in’t café. Ja jong, ge gaat dat niet geloven dat zulke mensen bestáán, maar ik heb het met mijn eigen ogen gezien en met mijn eigen oren gehoord, maar die zei dus nooit iets tegen de mensen hé, geen gebenedijd woord.
Ja, ge hebt zo van die mensen, hoe zal ik het expliceren. Ik niet. Ik ben helegans anders : ik klap gáárne, pas op, als ik tijd heb hé. Mijn Keuninkske, mijn vrouw, die zegt soms : ‘Maar zwijg nu toch ne keer, ik kan niet volgen.’ Want ze kijkt graag naar televisie hé. Ik niet. Al die soaps - zops, zeg ik altijd - al die zops, dat interesseert mij niet. Van den dienen mee den dienen, en dan krijgen ze ambras in ulder kot, of ze krijgen een kind, en dat is dan van een ander, ja santé, wat plezier dat de mensen dááraan vinden, ik weet het niet - het sop is de kolen niet waard zeg ik altijd, en heb ik gelijk, of heb ik géén gelijk ? Ge moogt het zeggen hoor, ge moogt het zeggen. Maar wat wilde ik nu vertellen ? Ja over diene mens daar in Den Trommel : over Willem de Zwijger. »

(...)

 

« Ja. Pas op, pas op, op zo nen bus, ge komt van alles tegen hé : zatteriken, Pier-Lieven-Ieres, studenten, poepkes van zestien mee ulder bloesje open, ge moet míj niets vertellen. Dat is zo een beetje gelijk hier aan’t loket, hier komt ge ook van alles tegen : Twis In de Zakken bijvoorbeeld, Schiz Bienen, Minschen klöter Ayen, - alle derhande soorten ras, ge moet mij wat vertellen, ik kenne het soortsjen. En Franke Biesten ! Ja, santé mijn ratse. Ge zoudt ze soms zo een doeffelinge willen kunnen geven, maar vechten, ík ? »

 

 

 844656-477d961d7825e418ee7075e4c7e253ba.jpg

Eriek Verpale (Zelzate, 2 februari 1952)

Eriek Verpale met Moeder Zulma in haar café in De Katte, 1989.

 

 

 

 

De Zwitserse schrijfster Monica Camuglia werd geboren op 2 februari 1960 in St. Gallen. Zie ook mijn blog van 11 januari 2010 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Irrtum 2012

 

„Hier auf Filicudi hat das gemeinsame Stück Weg vor knapp vier Jahren, im Mai 2009, begonnen, als Lia, damals erst dreieinhalb Jahre alt, plötzlich aus der kleinen Gasse hinter der Pension mit ihm an der Hand auftauchte. Einige Male hatte ich diesen gedrungenen und blasshäutigen Mann mit dem zerfurchten Gesicht beobachtet. Er fiel mir primär durch seine in sich versunkene Präsenz auf. Irgendetwas schien ihn in Schach zu halten. Genau das machte mich neugierig, und gerade deswegen hätte ich ihn gerne angesprochen; aber die Gelegenheit bot sich irgendwie nicht. So war ich dann angenehm überrascht, als Lia Nathan zu mir an den Tisch begleitete und mir vorstellte. Vielleicht rührte mein Interesse an diesem Mann lediglich daher, dass ich hier sonst keine große Auswahl hatte? Im Mai finden nur wenige Touristen den Weg nach Filicudi; eine meditierende Gruppe, eine Hand voll Familien mit Kindern im Vorschulalter, ein Dutzend Singles mittleren Alters,

die wie ich über ihr eigenes Leben grübelten.

Allerdings galt Nathans ganze Aufmerksamkeit entweder einem Buch, seinem kleinen weißen Netbook, der Weite des Meeres oder seinen eigenen Gedanken. Alles andere schien an ihm vorbeizugehen.

Das leichte Wiegen in der Hängematte gibt mir ein ursprüngliches Gefühl von Geborgenheit. Ganz frei lass ich meine Gedanken fließen. Meinen eigenen Herzschlag kann ich in dieser Stille sogar wahrnehmen. Die Erinnerungen an jenen Nachmittag zaubern ein Lächeln auf mein Gesicht: Lia hatte

Nathan buchstäblich an der Angel und zog ihn hinter sich her zu mir an den Tisch. Wir Erwachsenen waren beide ziemlich verdattert."

 

 

844656-c986c185f8514da6a98996ee0288eaab.jpg
Monica Camuglia (St. Gallen, 2 februari 1960)

 

 

 

 

De Canadese toneelschrijver Michel Marc Bouchard werd geboren op 2 februari 1958 in Saint Coeur-de-Marie, Quebec. Zie ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Le Peintre des madones

 

„Marie-Louise Lisant le premier drap blanc.
L’homme et la femme se tiennent à distance. Un mariage de raison pour une dot ou un lopin de terre. Presque pas de mouvements. C’est un calme parfait. Les plis sont rares, quelques uns au centre. Ils sont courts. Sauf un grand qui m’intrigue. Les poils de l’homme sont souples et bien frisés. Les cheveux de la femme sont longs. Elle a une forte poitrine. Lui, il a de bonnes épaules. Ce sont des jeunes. Pas de cernes de salive, pas de traces de sueur,.pas d’écoulements impurs. Rien. Jeunes et déjà secs. Aucun signe des froissements du ronfleur qui se tourne et se retourne. Pas de rêves à voix haute. Secs et silencieux. Pas d’odeur de cologne. Même pas le musc du cheval qui les a amenés jusqu’ici. Secs, silencieux et inodores. Juste la grande plissure au centre qui m’intrigue. Le bras de l’homme a tenté de toucher à la femme. C’est ça. Il a tenté de la toucher. Sans se réveiller, sa main s’est avancée vers elle, malgré lui. Un contact nécessaire, plus fort qu’eux. D’après la profondeur du pli, son bras est resté près d’elle une bonne demi-heure. Je prédis qu’ils vont rester fidèles. (Lisant un autre drap.) Là, les traits habituels de la vieillesse ; les os des genoux, les os du bassin, les os des coudes, et le crâne sont bien marqués. Il dort courbé comme un nourrisson. La mort est proche. (Elle chiffonne le drap. Elle en lit un autre.) Les poings ont serré les draps. Fermement. Plein de petits plis. Beaucoup d’agitation. Aucune saleté d’un travail quelconque. Une odeur de savon d’église. Un jeune prêtre. Il est arrivé hier soir pour sa mission. Je vois un grand projet.“


 

 844656-9255de901a57a5e09a7f0a1851a344de.jpg

Michel Marc Bouchard (Saint Coeur-de-Marie, 2 februari 1958)



Zie voor nog meer schrijvers van de 2e februari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:01 Reageer op dit bericht

James Dickey, Santa Montefiore, Xuân Diệu, Ayn Rand

De Amerikaanse dichter en schrijver James Dickey werd geboren op 2 februari 1923 in Atlanta, Georgia. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en ook mijn blog van 2 februari 2008 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Deliverance (Boek)

 

“We were moving toward the white, light water and were very close to it when I saw Drew’s body backed up between the rocks and looking straight at us … I looked at Drew’s hand floating palm-up with the guitar calluses puckered white and his college class ring on it, and I wondered if his wife might not like to have the ring. But no; I couldn’t even do that; it would mean having to explain. I touched the callus on the middle finger of his left hand, and my eyes blinded with tears. I lay with him in my arms for a moment weeping river-water, going with him. I could have cried as long as the river ran, but there was no time. ‘You were the best of us, Drew,’ I said loud enough for Bobby to hear; I wanted him to hear. ‘The only decent one; the only sane one.’

 

Uit: Deliveranc (Dialoog film)

 

“Lewis: What are we gonna do with him?

Drew: There's not but one thing to do. Take the body down to Aintry. Turn it over to the Highway Patrol. Tell 'em what happened.

Lewis: Tell 'em what exactly?

Drew: Just what happened. This is justifiable homicide if anything is. They were sexually assaulting two members of our party at gunpoint. Like you said, there was nothin' else we could do.

Ed: Is he alive?

Lewis: Not now. Well, let's get our heads together. [To vengeful Bobby] Come on now, let's not do anything foolish. Does anybody know anything about the law?

Drew: Look, I-I was on jury duty once. It wasn't a murder trial.

Lewis: A murder trial? Well, I don't know the technical word for it, Drew, but I know this. You take this man down out of the mountains and turn him over to the Sheriff, there's gonna be a trial all right, a trial by jury.

Drew: So what?

Lewis: We killed a man, Drew. Shot him in the back - a mountain man, a cracker. It gives us somethin' to consider.”

 

 

 

 844653-ee9e2ad423a6476c8b93df7ea9cc5f58.jpg

James Dickey (2 februari 1923 – 19 januari 1997)

Dickey met de acteur Burt Reynolds (rechts)

 

 

 

 

 

De Britse schrijfster Santa Montefiore (eig. Santa Palmer-Tomkinson) werd geboren op 2 februari 1970 in Hampshire. Zie ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: De affaire (Vertaald door Erica van Rijsewijk)

 

„Angelica Lariviere trok een figuurcorrigerende Spanx-slip aan en bekeek zichzelf van alle kanten in de luxueuze badkamer die door Smallbone of Devizes speciaal voor haar was ontworpen. Spiegels omvatten het bad aan drie kanten en ertegenover hing er ook een, boven de twee wastafels, waar Dyptique-kaarsen brandden en parfums in fraaie glazen flacons witmarmeren oppervlakken sierden. Angelica hield van mooie dingen: zonlicht dat door een bedauwd spinnenweb heen scheen, mist boven een spiegelglad meer, een antieke kristallen kroonluchter, vogels in de magnoliaboom, vollemaan, Parijs, parfum, de melancholieke klanken van een cello, kaarslicht, de opwekkende somberheid van een winters heideveld, sneeuw. Haar fantasie ging subtieler te werk dan de werkelijkheid. Haar dromen, even fijn uitgewerkt als een betoverde tuin, stroomden uit over de bladzijden van haar kinderboeken vol fantasieverhalen, waar het leven geen beperkingen kende en schoonheid op afroep beschikbaar was. Maar bovenal hield Angelica van de liefde, want iets mooiers dan dat bestond er niet.

  Terwijl ze mijmerde over het snelle verglijden van de tijd, bleven haar gedachten hangen bij die eerste kus in Parijs, onder de straatlantaarn op de Place de la Madeleine. Olivier zou haar nooit meer zo kussen en zij zou nooit meer de bedwelmende sensatie ervaren dat er honderden bijenvleugeltjes tegen de binnenkant van haar buik kietelden. Niet dat hij haar nooit meer kuste, alleen was de kus van een echtgenoot niet dezelfde als die van een minnaar. Een eerste ontmoeting kan nooit meer worden herhaald. Het huwelijk, kinderen en het huiselijk leven hadden hun genegenheid voor elkaar verdiept, maar tegelijkertijd ook iets afgedaan aan de betovering tussen hen, zodat ze elkaar nu even vertrouwd waren als broer en zus.“

 

 

844653-c322fdb843e5dfe7bd04465f692f6e4c.jpg
Santa Montefiore (Hampshire, 2 februari 1970)

 

 

 

 

De Viëtnamese dichter Xuân Diệu werd geboren op 2 februari 1916 in Gò Bồi, gemeente Tùng Giản. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

 

Boys' Love

 

I still remember Rimbaud and Verlaine,

The two besotted men of poetry

Drunk with exotic verse and with passion,

Defying worn paths and old ways.

 

They walked in lock step on their way,

Their souls steeped in the fragrant air;

Weak in strong their arms enlaced fore'er;

In all weather, singing their love song gay.

 

Nothing matters, future or past,

Who wears makeup or colored dress.

Who cares about heaven or hell?

They are simply in love; that's swell.

 

 

 

Evening

To Nguyễn Khắc Hiếu

 

Today the weightless clouds ascend aloft.
Joyless I am, yet know not why.
The roses' leaves fall quiet on rustic paths
While virgin dew covers the founts of love.
Floating about, the soul of rose wanders,
Spreading under its breath sweet love's beauty.
It seems the wind hungers to cross the stream,
Yet fears the reeds reveal the empty boat.
It seems the air is in a tangled web
That each step tears and each move rips.
Serene the eve lingers in dusky haze.
Though safe my heart wallows in mild soft gloom.

 

 

Vertaald door Thomas D. Le

 

 

 844653-06931cb88c8b645a8a873a8a59f651c8.jpg

Xuân Diệu (2 februari 1916 - 18 december 1985)

Borstbeeld

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster van Russische komaf Ayn Rand (eig. Alissa "Alice" Zinovievna Rosenbaum) werd geboren in Sint-Petersburg op  2 februari 1905. Zie ook mijn blog van 2 februari 2007 en ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: Atlas Shrugged

 

"Ladies and gentlemen," said a voice that came from the radio receiver-a man's clear, calm, implacable voice, the kind of voice that had not been heard on the airwaves for years- "Mr. (President of the United States) Thompson will not speak to you tonight. His time is up. I have taken it over. You were to hear a report on the world crisis. That is what you are going to hear. ...

"For twelve years, you have been asking: Who is John Galt? This is John Galt speaking. I am the man who loves his life. I am the man who does not sacrifice his love or his values. I am the man who has deprived you of victims and thus has destroyed your world, and if you wish to know why you are perishing-you who dread knowledge-I am the man who will now tell you. ...

"You have heard it said that this is an age of moral crisis. You have said it yourself, half in fear, half in hope that the words had no meaning. You have cried that man's sins are destroying the world and you have cursed human nature for its unwillingness to practice the virtues you demanded. Since virtue, to you, consists of sacrifice, you have demanded more sacrifices at every successive disaster. In the name of a return to morality, you have sacrificed all those evils which you held as the cause of your plight. You have sacrificed justice to mercy. You have sacrificed independence to unity. You have sacrificed reason to faith. You have sacrificed wealth to need. You have sacrificed self-esteem to self-denial. You have sacrificed happiness to duty.“

 

 

844653-fc83b7afd63503fd792c9018c6d3e92f.jpg 

Ayn Rand (2 februari 1905 – 6 maart 1982)

Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

William Rose Benét, Gostan Zarian, Ludwig Eichrodt, Johann Ch. Gottsched, Michael Öchsner

De Amerikaanse dichter en uitgever William Rose Benét werd geboren op 2 febrari 1886 in Fort Hamilton, Brooklyn, New York. Zie ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

 

The Horse Thief (Fragment)

There he moved, cropping the grass at the purple canyon’s lip.
   His mane was mixed with the moonlight that silvered his snow-white side,
For the moon sailed out of a cloud with the wake of a spectral ship.
   I crouched and I crawled on my belly, my lariat coil looped wide.

 

Dimly and dark the mesas broke on the starry sky.
   A pall covered every color of their gorgeous glory at noon.
I smelt the yucca and mesquite, and stifled my heart’s quick cry,
   And wormed and crawled on my belly to where he moved against the moon!

 

Some Moorish barb was that mustang’s sire. His lines were beyond all wonder.
   From the prick of his ears to the flow of his tail he ached in my throat and eyes.
Steel and velvet grace! As the prophet says, God had “clothed his neck with thunder.”
   Oh, marvelous with the drifting cloud he drifted across the skies!

 

And then I was near at hand—crouched, and balanced, and cast the coil;
   And the moon was smothered in cloud, and the rope through my hands with a rip!
But somehow I gripped and clung, with the blood in my brain aboil,—
   With a turn round the rugged tree-stump there on the purple canyon’s lip.

 

Right into the stars he reared aloft, his red eye rolling and raging.
   He whirled and sunfished and lashed, and rocked the earth to thunder and flame.
He squealed like a regular devil horse. I was haggard and spent and aging—
   Roped clean, but almost storming clear, his fury too fierce to tame.

 

 

 844646-f19f8fda1318e0927a5a6723aae32ced.jpg

William Rose Benét (2 februari 1886 – 4 mei 1950)

Portret door Luis Quintanilla

 

 

 

 

De Armeense schrijver Gostan Zarian werd geboren op 2 februari 1885 in Shemakha, voormalige hoofdstad van Azerbeidzjan. Zie ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

Uit: The Ship On The Mountain (Vertaald door Shant Norashkharian)

 

„The hall was becoming full with the newly arriving crowd. The newcomers were squeezing around the already-occupied tables, forming large groups, and blocking the walkways.

Smoke. Noise.

Herian was watching carefully.

"This is a strange scene", he said, "it seems, that these people have been in some danger. Confused looks, cringed mouths..."

"Russia is passing through an enormous screen. The heavy particles remain, but the rest surrenders to the winds..."

"Fugitives..."

"If one thinks well", exclaimed Sultanian, "he will see that escaping is a dishonorable thing. One should never leave his homeland, even if one's life is threatened. The refugee, after all, is a half-person..."

"They have escaped from famine, persecutions, deprivations."

"Precisely. They are afraid of deprivation. Although, watch, they already look like dead leaves blown away by the winds. And I do not understand one thing. If millions of people are suffering, why should artists escape these sufferings?"

"I am in total agreement", said Gara, "I am in total agreement. One must have the courage to face reality as it comes and to transform that reality, as cruel as it may be, to art. The song can be the basis for everything."

"That is undeniable", agreed Herian, "One must stay, insist, and persevere. We are all responsible for these events and we must have the courage to face their consequences".

 

 

 844646-d752ebeaf7e6d54216788461a04d152e.jpg

Gostan Zarian (2 februari 1885 – 11 december 1969)

Shemakha, graftombes van de koninklijke familie Shirvan Kahn

 

 

 

 

De Duitse dichter Ludwig Eichrodt werd geboren op 2 februari 1827 in Durlach bij Karlsruhe. Zie ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

 

Holde Nacht

Ich weiß in grünem Garten
Den allerschönsten Ort,
Die stillen Sterne warten
Auf liebende Herzen dort.

Es spielen durch die Lauben
Die Lichter des Mondenscheins,
Es flüstern durch die Trauben
Die Geister süßen Weins.

Es wispern leis und linde
Die Abendwinde, die laun,
Und durch die schlanken Gewinde
Verliebte Blumen schaun.

Vom Hügel rauschet nieder
Der dunkle Kastanienwald,
Du hörset Schlummerlieder
Voll zaubrischer Gewalt.

Die Sterne des Himmels erwarten
Zwei liebende Herzen dort,
Ich weiß in grünem Garten
Den allerschönsten Ort.

 

 

 

844646-f0326b07393648b0a2deca9315d0423c.jpg
Ludwig Eichrodt (2 februari 1827 – 2 februari 1892)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Johann Christoph Gottsched werd geboren in Juditten (bij Koningsbergen) op 2 februari 1700. Zie ook mijn blog van 2 februari 2009 en ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

 

Der Donaustrom

In währender Reise auf demselben, im September des 1749 Jahres beschrieben.

 

So sey mir nun gegrüßt, du deutscher Tyberstrom!

Empfange mich, auf deinem breiten Rücken!

Und führe mich mit dir, und laß mich bald erblicken

Der neuen Zeit erhabnes Rom!

Ich strebte längst, die Kaiserstadt zu sehen,

Die aller Deutschen Haupt, der Fremden Wunder ist:

Itzt soll mein Wunsch, mein alter Wunsch geschehen,

Wo du der Absicht günstig bist;

Wo deine Silberfluth mich nur in wenig Tagen

Aus Bayerland nach Wien will tragen.

 

Laß ein verführtes Herz, das nur nach Frankreich lechzt,

Bloß nach Paris, als seinem Himmel stöhnen.

Laß sich der Stutzer Schaar nach Modeschneidern sehnen,

Wie der nach deutschen Thalern ächzt!

Schleppt immerhin die ungrischen Ducaten,

Den Feinden Ungarlands, und aller Deutschen zu:

Laßt Deutschlands Mark in fremde Faust gerathen,

Zu Störung unsrer künftgen Ruh:

Mich soll der Kaisersitz, den so viel Thoren fliehen,

In die berühmten Mauren ziehen.

 

 

 844646-6f6361a86a21b888f08c6e50dd4ed56a.jpg

Johann Ch. Gottsched (2 februari 1700 - 12 december 1766)

 

 

 

 

Zie voor onderstaande dichter ook mijn blog van 2 februari 2010.

 

De Duitse dichter en leraar Michael Öchsner werd geboren op 2 februari 1816 in München. Zie ook mijn blog van 2 februari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:50 Reageer op dit bericht

Kees Torn

De Nederlandse dichter, tekstschrijver en cabaretier Kees Torn werd geboren in Oostburg op 2 februari 1967, maar groeide op in Maassluis. Na zijn middelbare school studeerde hij twee jaar piano aan het conservatorium. Na een afgebroken marketingstudie bezichtTorn enkele jaren de Rotterdamse Academie voor Beeldende Kunsten en werkte hij voor het stripblad Barwoel, dat later zou opgaan in Zone 5300. Op de kunstacademie werd hij uitgedaagd om teksten te schrijven voor een programma. In 1994 won hij in zijn eentje het Leids Cabaret Festival, nadat hij door twee vrienden ongevraagd was ingeschreven. Ruim een jaar later maakt hij zijn officiële solo-debuut met het programma 'Laat maar laaien'. In 1999 won Kees Torn de Annie M.G. Schmidt-prijs voor het beste theaterlied van 1998 voor zijn lied 'Streepjescode'. In november 2007 volgde de VSCD Poelifinario voor het indrukwekkendste theaterprogramma van het seizoen 2006-2007: 'Dood en Verderf',

 

 

Misgreep

 

Ober, ik heb niks aan u

Oesters, mosselen en slakken-

U zou toch de dagkaart pakken?

Dit is meer een weekmenu!

 

 

 

Tand Door M'n Lip

 

Ik kwam altijd thuis met een tand door m'n lip
Ik viel van de schommel, ik viel van de wip
Ik viel van de glijbaan en brak elke keer
Een knieschijf, een wervel, een kaak of een rib

Ik schoot in m'n oog met een speelgoedgeweer
Ik stak in m'n huig met een rubberen speer
Ik raakte op straat met m'n step in de slip
En eens ben ik bijna gestikt in m'n beer

Nu ben ik zo suf en onhandig niet meer
Behalve als ik me niet concentreer
Dan kan het, terwijl ik m'n teennagels knip
Dat ik een of twee van m'n tepels bezeer

Of dat ik vernis op m'n boterham smeer
Een tangetje aan m'n soldeerbout soldeer
De as van m'n peuk in m'n whiskyglas tip
Of diep in m'n kuit snij terwijl ik me scheer

Ik val uit m'n bed als ik ergens logeer
Ik val uit m'n slaapzak wanneer ik kampeer
En stoot, als ik wild aan m'n whiskyglas nip
M'n tand door m'n lip, want die is nogal teer

Als straks in de wind aan de rand van een klip
Ik over mijn eigen bananeschil glip
En later als olifant reincarneer
Herkent u me vast aan een tand door m'n lip

 

 

 1080723-3f7804102cced4c286a145b7dc3419bc.jpg

Kees Torn (Oostburg, 2 februari 1967)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Esther Gerritsen

De Nederlandse schrijfster Esther Gerritsen werd op 2 februari 1972 geboren te Nijmegen. Ze groeide op in de plaats Gendt en studeerde Dramaschrijven en Literaire vorming aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Gerritsen debuteerde in 2000 met de verhalenbundel Bevoorrecht bewustzijn en werd direct gezien als een van de grote jonge literaire talenten. Met de twee romans die daarop volgden, Tussen Een Persoon en Normale dagen, bevestigde Gerritsen de verwachtingen. In 2008 verscheen haar derde roman De kleine miezerige god, in 2010 gevolgd door Superduif. Sinds september 2010 is Gerritsen columniste voor de VPRO gids.

 

Uit: Superdruif

 

“De dag waarop ik Ine voor het eerst ontmoette was ook de dag waarop ik voor het eerst lichtjes opsteeg. Die dag begon hetzelfde als alle andere dagen. Het was een ochtend aan het eind van de winter, in het laatste jaar van de lagere school. Ik werd wakker en ik kon het niet. Zo zei ik dat tegen mijn moeder: Ik kan het niet. Want als je moeder ’s ochtends voorzichtig je slaapkamerdeur opent en goeiemorgen zegt, dan zeg je niet: Mama, ik wil liever dood dan opstaan. 
Ik sliep al niet meer toen ik haar op de trap hoorde. Ik lag gespannen naar haar voetstappen te luisteren die dichterbij kwamen. Alsof het de beul zelf was die me uit mijn cel kwam halen en niet mijn eigen lieve moeder. Ze klopte en opende zachtjes de deur. 
‘Bonnie, lieverd, ben je wakker?’ Ik liep af. Een veer die was opgedraaid. Een mechaniek dat geen keus had. Ik drukte mijn gezicht in het kussen en gilde. Ik sloeg met mijn vuisten op het matras. 
Ik klauwde met mijn handen in het hoeslaken, krulde me op en strekte me uit, sloeg met mijn benen op mijn bed als een kleuter en ik riep: ‘Laat me! Alsjeblieft voor één keer! Voor één keer, laat me alsjeblieft!’ Toen kwam ik rustig overeind en keek mijn moeder smekend aan. 
‘Ik kan het niet. Ik kan vandaag niet opstaan. Echt niet.’ Mijn moeder glimlachte, frunnikte wat aan de ceintuur van haar duster, draaide zich om en liep weer naar beneden. Daarna stond ik op. 
Zo ging dat elke ochtend. 
Mijn ouders zijn laat getrouwd. Mijn vader was zesenvijftig en mijn moeder drieënveertig toen ik kwam. Ze zijn beiden vertaler van beroep en hebben elkaar ontmoet op een vertalerscongres.“

 

 

 956652-e048e0c2306eb5a8e84fa05819a66381.jpg

Esther Gerritsen (Nijmegen, 2 februari 1972)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Norbert Bugeja

De Maltese dichter Norbert Bugeja werd geboren in Siġġiewi op 2 februari 1980. Zie ook mijn blog van 10 juni 2009 ook mijn blog van 10 juni 2010

 

 

JUANITO BORGES, BEGGING


The Sailor sits beneath the bastions of El Corte Ingles,
a scrawny cat, gnawing at the sun with his vile oaths
and unknotting the yarns that prod him in his sleep.
The very shape of him, like waves of vintage radios
stinks in between one country and another,
snatches words uttered, and those slain,
and then transmits the moral of the story –
an olive-skinned giggle, a filterless cigarette
and two italians trailing a one-nighter.

Ola mujer, que pasa? Ostia puta.

If you come into the complex and start climbing
one floor after another,you can look down
and see him curse from every point of view:
trussardi, zegna, fnac and valentino
regard you with a slightly bizarre beard
downing the sun beneath a scorching beer…

And if you get to the top floor and gaze,
down at this city that loves you by the rate
you may be late – by then the Sailor will have picked
the pick of tales to date.

 

 


929864-fd04280c64da6d6446e2ef46e64d54d7.jpg
Norbert Bugeja (Siġġiewi, 2 februari 1980)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Hugo von Hofmannsthal, Günter Eich, Dieter Kühn, F. B. Hotz, Muriel Spark

De Oostenrijkse dichter en schrijver Hugo von Hofmannsthal werd geboren op 1 februari 1874 in Wenen. Zie ook mijn blog van 1 februari 2007 en ook mijn blog van 1 februari 2008 en ook mijn blog van 1 februari 2009 en ook mijn blog van 1 februari 2010.

 

 

»Zukunftsmusik«

 

Heiligen Mitleids rauschende Wellen,

Klingend an jegliches Herze sie schlagen;

Worte sind Formeln, die könnens nicht sagen,

Können nicht fassen die Geister, die hellen.

 

Frei sind die Seelen, zu jubeln, zu klagen,

Ahnungen dämmern und Kräfte erschwellen:

Töne den Tönen sich zaubrisch gesellen:

Gilt es dem Heute, den kommenden Tagen?

 

Wer will es deuten, – ein gärendes Wühlen,

Regellos göttlich, – wer will erlauschen

Heldenhaft höchstes und heißestes Fühlen,

 

Feuerlodern und Stromesrauschen ...?

Doch es beherrscht das Titanengetriebe

Bebende Ahnung erlösender Liebe.

 

 

 

Erfahrung

 

Ich kann so gut verstehen die ungetreuen Frauen,

So gut, mir ist, als könnt ich in ihre Seelen schauen.

Ich seh um ihre Stirnen die stumme Klage schweben,

Die Qual am langen, leeren, am lebenleeren Leben;

 

Ich seh in ihren Augen die Lust, sich aufzugeben,

Im Unergründlichen, Verbotenen zu beben,

Die Lust am Spiel, die Lust, das Letzte einzusetzen,

Die Lust am Sieg und Rausch, am Trügen und Verletzen.

 

Ich seh ihr Lächeln und die heimlichen, die Tränen,

Das rätselhafte Suchen, das ruhelose Sehnen.

Ich fühle, wie sies drängt zu törichten Entschlüssen,

 

Wie sie die Augen schließen, und wie sie quälen müssen;

Wie sie für jedes Morgen ein jedes Heut begraben,

Und wie sie nicht verstehen, wenn sie getötet haben.

 

 

 

Mein Garten

 

Schön ist mein Garten mit den goldnen Bäumen,

Den Blättern, die mit Silbersäuseln zittern,

Dem Diamantentau, den Wappengittern,

Dem Klang des Gong, bei dem die Löwen träumen,

Die ehernen, und den Topasmäandern

Und der Volière, wo die Reiher blinken,

Die niemals aus dem Silberbrunnen trinken ...

So schön, ich sehn mich kaum nach jenem andern,

Dem andern Garten, wo ich früher war.

Ich weiß nicht wo ... Ich rieche nur den Tau,

Den Tau, der früh an meinen Haaren hing,

Den Duft der Erde weiß ich, feucht und lau,

Wenn ich die weichen Beeren suchen ging ...

In jenem Garten, wo ich früher war ...

 

 

 843829-2b08768d19ccad7aeee917ce8720d30a.jpg

Hugo von Hofmannsthal (1 februari 1874 – 15 juli 1929)

Hier met componist Richard Strauss (r)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Günter Eich werd geboren op 1 februari 1907 in Lebus an der Oder. Zie ook mijn blog van 1 februari 2007 en ook mijn blog van 1 februari 2008 en ook mijn blog van 1 februari 2009 en ook mijn blog van 1 februari 2010.

 

 

Zu spät für Bescheidenheit

Wir hatten das Haus bestellt
Und die Fenster verhängt,
Hatten Vorräte genug in den Kellern,
Kohlen und Öl,
Und zwischen Hautfalten
Den Tod in Ampullen verborgen.

Durch den Türspalt sehn wir die Welt:
Einen geköpften Hahn ,
Der über den Hof rennt.

Er hat unsere Hoffnungen zertreten.
Wir hängen die Bettücher
Auf die Balkone
Und ergeben uns.

 

 

 

 

Fußnote zu Rom

Ich werfe keine Münzen in den Brunnen,
ich will nicht wiederkommen.

Zuviel Abendland,
verdächtig.

Zuviel Welt ausgespart.
Keine Möglichkeit
für Steingärten.

 

 

 

 

Die Straße lauf ich auf und ab

 

Die Straße lauf ich auf und ab,
gar emsig ist mein Fuß.
Die Nase setzt mich so in Trab,
sie wittert Pflaumenmus.

Von einem Haus zum andern hin,
da brodelts allerwärts,
nach solchen Kesseln steht mein Sinn,
nach solchem Brei mein Herz.

In Steingut freundlich aufbewahrt,
mit Pergament bespannt, -
mach Leckermaul taucht schleunigst ein
den Finger und die Hand.

Und täte es das ganze Jahr
so duften durch das ganze Haus,
dann ginge ich, - ich schwör es euch, -
kein Schrittchen mehr hinaus.

 

 

 

 843829-e6c98e543963e239048173846ce069d2.jpg

Günter Eich (1 februari 1907 - 20 december 1972)

Hier met dochter Mirjam

 

 

 

 

De Duitse schrijver Dieter Kühn werd geboren op 1 februari 1935 in Keulen. Zie ook mijn blog van 1 februari 2008 en ook mijn blog van 1 februari 2009 en ook mijn blog van 1 februari 2010.

 

Uit: Tristan und Isolde des Gottfried von Straßburg

 

„Gedächte man im Guten nicht des Mannes, der das Gute tut,
so wäre alles wie ein Nichts, was man der Welt an Gutem tut.
Der noble Mann, was er der Welt in guter Absicht Gutes tut -
wer hier nicht etwas andres als das Gute sieht, der handelt schlecht.
Ich hör, daß oft verrissen wird, was man doch gern begrüßen will:
an Schwachem gibt es allzu viel - man will oft, was man gar nicht will.
Es sollte so sein: daß man preist, was man sich gern zu eigen macht;
man nehm mit Wohlgefallen an, was einem weiterhin gefällt.
Teuer, lieb ist mir der Mann, der unterscheidet: gut und schlecht,
der mich und jeden andren Mann beurteilt nach dem wahren Wert.
Es fördern Gunst und Lob die Kunst, sofern die Kunst das Lob verdient;
wo sie den Flor des Lobs erhält, floriert die Kunst in jedem Zweig.
Runter geht's mit einem Werk, das man nicht lobt und honoriert;
im Ansehn steigt jedoch ein Werk, das Gunst und Lob zu Recht erwirbt.
Ist es nicht bei vielen Brauch, daß Gutes sie als schlecht bezeichnen,
das Schlechte wiederum als gut? Die fördern nicht, die widerfördern!
Coulantes Urteil, wahre Kunst - gemeinsam hellen sie sich auf;
doch nistet sich die Mißgunst ein, verdämmern Kunst und Urteilskraft.
Ha, Vollendung: schmal die Stege zu dir hin, die Wege schwer!
Doch wer zu dir die Stege, Wege erwegt, erstegt, der sei gesegnet!“

 

 

 843829-75833933b7ac723aa18d8c2c18a233b7.jpg

Dieter Kühn (Keulen,1 februari 1935)

 

 



De Nederlandse schrijver
Frits Bernard Hotz werd geboren op 1 februari 1922 in Leiden. Zie ook mijn blog van 1 februari 2007 en ook mijn blog van 1 februari 2008 en ook mijn blog van 1 februari 2009 en ook mijn blog van 1 februari 2010.

 

Uit: Die Chaussee (Vertaald door Sibylle Mulot)

 

„Als Vater abends häufiger spät nach Hause kam und seine stumme schlechte Laune schlimmer wurde, kaufte Mutter eines Tages ein Stehaufmännchen. Es war ein Zelluloidpüppchen ohne Beine, ein sahnerosa Bübchen, dessen Pumphosen so Furcht erregend gerundet waren, dass ich an einen Hermaphroditen denken musste: ein Kindergartenkind mit Frauenpopo. Diese runde, mit einem Stückchen Blei beschwerte untere Hälfte sorgte dafür, dass sich das Püppchen aus jeder Lage von selbst wieder aufrichtete, in die man es niederdrückte oder niederschlug. Mutter führte es vor. >Das bin ich<, sagte sie mit einer tiefen Stimme, >ihr könnt mich prügeln (bitteres Lächeln), aber ich stehe immer wieder auf.< Wir waren eher irritiert als beeindruckt. Und als Vater unerwartet doch noch zum Essen kam und das kleine rosa Ungeheuer auf dem Tischtuch vor sich hinnicken sah, brachen wir mit ihm gemeinsam in respektloses Gelächter aus.“

 

 

843829-e3eae62483763d15dc411d70580e5f55.jpg
F. B. Hotz
(1 februari 1922 –  5 december  2000)

 

 

 

 

De Schotse schrijfster Muriel Spark werd op 1 februari 1918 geboren als Muriel Sarah Camberg in Edinburgh. Zie ook mijn blog van 1 februari 2009 en ook mijn blog van 1 februari 2010.

 

Uit: A Far Cry from Kensington

 

„The Cypriot husband and his English wife in the house next door to Milly's were having a row. It was two in the morning. They had started the rumpus in the garden but had gone indoors to continue it.

Now the first half-flight of Milly's stairs led to a small landing with a window from which you could see straight through the opposite window into the next-door house, three feet away; if you sat on the second half-flight of Milly's stairs you could see the exact equivalent of landing and half-flight next door.

I had been to bed but the fearfulness of the noise on this occasion had brought me down to Milly who was already up in her dressing-gown. The wife next door was screaming. Should we do something? Should we ring the police? We sat on the stairs and watched through the landing windows. Our stair-light was out but theirs was on. Apart from the empty piece of staircase we could see nothing as yet. The rest of our house was quiet, everybody asleep or simply ignoring the noise.

There had been a christening party that afternoon in the house next door. The row concerned the true paternity of the baby boy, some friend of the husband having raised the subject to him, in an aside, at the christening party. I do not think there was any real doubt in the husband's mind that he was the father; only, it gave rationality to the couple's mutual need to dispute, which had spilt rowdily over into the garden; the guests had all gone home.“

 

 

 843829-e1e8ae7fce6ef7ab68135a8e743b62f5.jpg

Muriel Spark (1 februari 1918 – 13 april 2006)



Zie voor nog meer schrijvers van de 1e februari ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:55 Reageer op dit bericht

Langston Hughes, Jevgeni Zamjatin, Georg Rendl, Abraham E. Fröhlich, Michel Zevaco

De Amerikaanse schrijver Langston Hughes werd geboren op 1 februari  1902 in Joplin, Missouri. Zie ook mijn blog van 1 februari 2007 en ook mijn blog van 1 februari 2009 en ook mijn blog van 1 februari 2010.

 

 

April Rain Song 

 

Let the rain kiss you

Let the rain beat upon your head with silver liquid drops

Let the rain sing you a lullaby

The rain makes still pools on the sidewalk

The rain makes running pools in the gutter

The rain plays a little sleep song on our roof at night

And I love the rain.

 

 

 

Democracy 

 

Democracy will not come

Today, this year

Nor ever

Through compromise and fear.

 

I have as much right

As the other fellow has

To stand

On my two feet

And own the land.

 

I tire so of hearing people say,

Let things take their course.

Tomorrow is another day.

I do not need my freedom when I'm dead.

I cannot live on tomorrow's bread.

 

Freedom

Is a strong seed

Planted

In a great need.

 

I live here, too.

I want freedom

Just as you.

 

 

 843824-ca46272c085f4c20f94dcd804e1d0724.jpg

Langston Hughes (1 februari 1902 – 22 mei 1967)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Georg Rendl werd geboren op 1 februari 1903 in Zell am See. Zie ook mijn blog van 1 februari 2009 en ook mijn blog van 1 februari 2010.

 

 

Das sind die Gedichte

 

Wisset: Das sind die Gedichte,
so wie ich sie dichten wollte
seit je. Ungereimt,
nicht im Zuchthaus
des Klingens geschrieben,
in Freiheit gedichtet, dicht gemacht,
hörbar, kaum lesbar die Zeilen,
frei und gebändigt.
Anders kann eine Hand,
anders kann ein Herz,
anders kann ein Hirn,
anders kann ein Mensch,
tagsüber das Notwendige tuend,
nicht dichten.
Specht und Fasan
kommen als Gäste
zu mir.
Nicht scheut mich die Dohle.
Die Krähe, mißtrauisch sonst,
weiß, daß ich Freund bin.
Franziskus hat mich gelehrt.
So sind die Gedichte,
wie ich sie dichtetn wollte
seit je.
Anders dürft ihrs begehren nicht von mir.
Ich werde weggehen
eher vielleicht als der Mohn vergilbt
oder dem Fasan die Kücken,
drei Schritte neben mir ausgebrütet,
sterben,
aber diese Gedichte
wird einer finden,
diese Gedichte für euch,
absteits meines Kadavers.

 

 

843824-f7ed6a1a3bda2e0bfd8d3c483f2ff3dd.jpg
Georg Rendl (1 februari 1903 – 10 januari 1972)

Zelfportret met rechter hand, 1968

 

 

 

 

De Zwitserse dichter en schrijver Abraham Emanuel Fröhlich werd geboren op 1 februari 1796 in Brugg. Zie ook mijn blog van 1 februari 2009 en ook mijn blog van 1 februari 2010.

 

 

Volksvertreter

 

Anerkennung eigner Rechte

gaben einst die Wohlgebornen

auch den Schafen, den geschornen.

Und es wählten die Erhörten,

daß er kräftig sie verfechte,

einen von den Hochgeöhrten.

 

Dieser, an den Hof gekommen,

wurde freundlich aufgenommen,

und die Hunde, die Minister,

haben höflich ihn berochen,

selbst der Leu hat mit Geflister

Etwas zu dem Mann gesprochen.

 

Und er fand ein herrlich Leben,

denn es ward ihm Korn gegeben.

Drum er denn auch "ïa" sagte

zu dem Allem, was man tagte.

 

 

 

 843824-74ca26441f3152b3df1ad1efe86f7f49.jpg

Abraham E. Fröhlich (1 februari 1796 – 1 december 1865)

 

 

 

 

De Franse schrijver, journalist en anarchistisch activist Michel Zevaco werd geboren op 1 februari 1860 in Ajaccio. Zie ook mijn blog van 1 februari 2009 en ook mijn blog van 1 februari 2010.

 

Uit: Les Pardaillan

 

„La maison était basse, toute en rez-de-chaussée, avec un humble visage.

Près d'une fenêtre ouverte, dans un fauteuil armorié, un homme, un grand vieillard à tête blanche; une de ces rudes physionomies comme en portaient les capitaines qui avaient survécu aux épopées guerrières du temps du roi François I.

Il fixait un morne regard sur la masse grise du manoir féodal des Montmorency, qui dressait au loin dans l'azur l'orgueil de ses tours menaçantes.

Puis ses yeux se détournèrent. Un soupir terrible comme une silencieuse imprécation gonfla sa poitrine; il demanda:

--Ma fille?... Où est ma fille?...

Une servante, qui rangeait la salle, répondit:

--Mademoiselle a été au bois cueillir du muguet.

--Oui, c'est vrai, c'est le printemps. Les haies embaument. Chaque arbre est un bouquet. Tout rit, tout chante, des fleurs partout. Mais la fleur la plus belle, ma Jeanne, ma noble et chaste enfant, c'est toi...

Son regard, alors, se reporta sur la formidable silhouette du manoir accroupi sur la colline.

--Tout ce que je hais est là! gronda-t-il. Là est la puissance qui m'a brisé, anéanti! Oui, moi, seigneur de Piennes, autrefois maître de toute une contrée, j'en suis réduit à vivre presque misérable, dans cet humble coin de terre que m'a laissé la rapacité du Connétable!... Que dis-je, insensé! Mais ne cherche-t-il pas, en ce moment même, à me chasser de ce dernier refuge!...“

 

 

843824-4f20fd10bee1b5d6fcb33d50e2f1ffe8.jpg
Michel Zevaco (1 februari 1860 – 8 augustus 1918)

Boekomslag

 

 

 

 

De Russische revolutionair en schrijver Jevgeni Zamjatin werd geboren op 1 februari 1884 in Lebedjan. Zie ook mijn blog van 1 februari 2007 en ook mijn blog van 1 februari 2009 en ook mijn blog van 1 februari 2010.

 

Uit: We (Vertaald door Mirra Ginsburg)

 

„And then I thought to myself: why? Is this beautiful? Why is this dance beautiful? The answer: because it is non-free movement, because the whole profound point of this dance lies precisely in its absolute, aesthetic subordination, its perfect non-freedom. If indeed our ancestors were prone to dancing at the most inspired moments of their lives (religious mysteries, military parades), then all this can only mean one thing: the instinct for non-freedom, from the earliest of times, is inherently characteristic of humankind, and we, in our very contemporary life, are simply more conscious . . .
To be continued: the intercom is clicking. I lift my eyes: it reads “O-90,” of course. And, in half a minute, she herself will be here to collect me: we are scheduled for a walk.
Sweet O! It has always seemed to me that she looks like her name: she is about ten centimeters below the Maternal Norm, which makes her lines all rounded, and a pink O—her mouth—is open to receive my every word. Also: there are round, chubby creases around her wrists—such as you see on the wrists of children.
When she entered, I was still buzzing inside out with the fly-wheel of logic and, through inertia, I started to utter some words about this formula I had only just resolved (which justified all of us, the machines and the dance): “Stunning, isn’t it?” I asked.
“Yes, the spring, it is stunning . . .” O-90 smiled pinkly.
Wouldn’t you know it: spring . . . I say “stunning” and she thinks of spring. Women . . . I fell silent.“

 

 

 843824-afdada880e12e35e1d8851c08e989ec9.jpg

Jevgeni Zamjatin (1 februari 1884 – 10 maart 1937)

Geschreven door Romenu om 18:49 Reageer op dit bericht

Norman Mailer, Anna Blaman, Alfred Kossmann, Anton Korteweg, Benoîte Groult

De Amerikaanse schrijver Norman Mailer werd op 31 januari 1923 in Long_Branch, New Jersey geboren. Zie ook mijn blog van 31 januari 2008 en mijn blog van 10 november 2007 en mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2009 en ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

Uit: The Naked And the Dead

 

“Nobody could sleep. When morning came, assault craft would be lowered and a first wave of troops would ride through the surf and charge ashore on the beach at Anopopei. All over the ship, all through the convoy, there was a knowledge that in a few hours some of them were going to be dead.

A soldier lies flat on his bunk, closes his eyes, and remains wide-awake. All about him, like the soughing of surf, he hears the murmurs of men dozing fitfully. "I won't do it, I won't do it, " someone cries out of a dream, and the soldier opens his eyes and gazes slowly about the hold, his vision becoming lost in the intricate tangle of hammocks and naked bodies and dangling equipment. He decides he wants to go to the head, and cursing a little, he wriggles up to a sitting position, his legs hanging over the bunk, the steel pipe of the hammock above cutting across his hunched back. He sighs, reaches for his shoes, which he has tied to a stanchion, and slowly puts them on. His bunk is the fourth in a tier of five, and he climbs down uncertainly in the half-darkness, afraid of stepping on one of the men in the hammocks below him. On the floor he picks his way through a tangle of bags and packs, stumbles once over a rifle, and makes his way to the bulkhead door. He passes through another hold whose aisle is just as cluttered, and finally reaches the head.

Inside the air is steaming. Even now a man is using the sole fresh-water shower, which has been occupied ever since the troops have come on board. The soldier walks past the crap games in the unused salt-water shower stalls, and squats down on the wet split boards of the latrine. He has forgotten his cigarettes and he bums one from a man sitting a few feet away. As he smokes he looks at the black wet floor littered with butts, and listens to the water sloshing through the latrine box.”

 

 

842955-40005d2ee96397a06e2d897a6e09f2f7.jpg
Norman Mailer (31 januari 1923 – 10 november 2007)

Mailer in 1949

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Anna Blaman werd geboren op 31 januari 1905 te Rotterdam. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008 en ook mijn blog van 31 januari 2009 en ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

 

Winter

 

Ik ben gestorven zonder het te weten
want anders had ik me toch wel verzet
en als een starre wacht voor 't raam gezet
zit ik dit bodemloos bestaan te meten.

Ik heb maar een verlangen - te vergeten
maar op mijn ademtocht de nerf gewet
groeit er aan ijsvarens een rauw bouquet
en buiten ligt een toegevroren Lethe

en ik blijf wachten - meet het leven uit -
het is woestijn, herkomst en doelverloren
de stem des roependen zonder geluid.

Was er ooit een die mij had kunnen horen?
een eenzame voor een bebloemde ruit
en buiten blanke toegesneeuwde sporen -

 

 

Flirtation

 

De ganse stad zwicht in mijn vuist
en om de hemel niet te schenden
moet ik mij fluist'rend tot u wenden
in woorden hondervoud gekuist

Wij zweven in de kleurenwand
van berstensmooi zeepbelgedroom
Ik manoeuvreer - en gij laat loom
alle verantwoording aan kant

Wanneer wij op een klip vergaan
zal ik u trouweloos verlaten
Ik kan uw liefde niet bestaan

en derailleer in eigen baan
zodra daar weerkeren de straten,
mijn pauperhart, mijn schoenzoolgaten

 

 

 

 842955-45d250795172c88d607f1f32a2b388b2.jpg

Anna Blaman (31 januari 1905 - 13 juli 1960)

Anna Blaman (r.) met koningin Juliana op literaire feestavond, Amsterdam 1958

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Alfred Kossmann werd geboren op 31 januari 1922 in Leiden. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008 en ook mijn blog van 31 januari 2009 en ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

 

Drie verhalen

1

 

'Mijn hond,' zei hij, 'is beter dan mijn vrouw

En waarlijk niet om lange of fraaie haren,

Maar om het absolute van een trouw,

Volkomen onafhankelijk van bezwaren.'

 

'Niet dat mijn vrouw,' zo sprak hij, 'mij misleidt,

Haar liefde is een allerminst suspecte,

Maar haar gevoelige genegenheid

Zoekt buiten mij naar andere objecten,

 

Terwijl het dier alleen met mij tezaam

't Menselijk gevoel der liefde heeft gevonden.

Het is mijn dure plicht als monogaam

Echtscheiding aan te gaan op deze gronden.'

 

De arme vrouw, zij klaagde, weende en bad,

Zij smeekte om verstandiger gedachten,

Maar hij bleef onvermurwbaar want hij had

Menselijke liefde in zijn hond zien smachten.

 

 

 

Prentenkabinet 1

 

De vrouw achter de tapkast was niet groot
maar vreselijk van boezem: een matrone
die lette op haar geld en zeven zonen
en scherp en zeker zijn zou tot haar dood.

Ik mat haar met een schildersblik: in 't licht
dat scheemrig overbleef uit de gordijnen
heerste bij duisternis en flikkerschijnen
nadrukkelijk en kwabbig haar gezicht.

En 'k had haar plotseling oneindig lief
toen zij zich langzaam, met gracieuze dikte,
afkeerde van haar bier en haar tarief
en trots en troostloos in haar zakdoek snikte.

 

 

 

 842955-ac0ece5396a148deb8805ec6a9561c19.jpg

Alfred Kossmann (31 januari 1922 - 27 juni 1998)

 

 

 

 

De Nederlands dichter en neerlandicus Anton Korteweg werd geboren in Zevenbergen op 31 januari 1944. Zie ook mijn blog van 31 januari 2009 en ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

 

Wassenaarse Slag

 

Als de stalling dicht, de Zeester weg en
het strand weer is van wie het is, van
de kwallen, compact en groenblauw
van de kou, van meeuwen, van jou - prijs,
total loss, op natte gympen, dan
die wolken, lucht en winden wijst hun baan.
Vooral bij diepe mist, als er geen zucht-
je te bespeuren valt op 't strand,
en van de zee, daar merk je ook niets van.

Want wat je wilt, is dit: niets zien en niets
herkennen, dat je bent niet merken.
Uitgewist, niet vermist. Vooral maar niet vermist.

 

 

 

Vader

 

Als hij groot is, koop ik een auto
Kan hij die 's zaterdags wassen.
En een gazon. Dat moet hij dan maaien.

Oude vrouwtjes jaag ik de straat op.
Kan hij die helpen oversteken.
Knaapjes het wakke ijs. Die moet hij
redden met levensgevaar.

Eenmaal toch moet ik het meemaken dat ik
goedkeurend hem op de schouder kan kloppen.


diep in de ogen kijk, verlegen mompel:
'Jongen, je vader is trots op je.'

 

 

 842955-25ee2ced518d619d7ab556cfa8930c54.jpg

Anton Korteweg (Zevenbergen, 31 januari 1944)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Benoîte Groult werd geboren op 31 januari 1920 in Parijs. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008 en ook mijn blog van 31 januari 2009 en ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

Uit: Meine Befreiung (Vertaald door Barbara Scriba-Sethe, Irène Kuhn)

 

„Für die Jugend von heute ist es schwer, sich die außergewöhnliche Strecke vorzustellen, die die Frauen im zwanzigsten Jahrhundert zurückgelegt haben.
Ich, 1920 geboren, bin wohlbehütet in einer katholischen Schule groß geworden und habe das Erwachsenenalter erreicht, ohne selbst über die legale Möglichkeit zu verfügen, meine Meinung über die Ziele meines Landes zum Ausdruck zu bringen. (Ich habe erst 1945, mit 25 Jahren, das Stimmrecht erhalten.) Erst als ich die vierzig erreichte, wurde mir bewusst, dass ich einen Gutteil meines Lebens ohne Empfängnisverhütung und auch ohne Fehlgeburt (was leider nicht bedeutet, ohne Abtreibungen) verbracht hatte, ohne die Schulen meiner Wahl zu besuchen, ohne politische Macht und hohe staatliche Funktionen erlangen zu können. Ich hatte nicht einmal die elterliche Autorität über meine eigenen Kinder, sondern war zu einem endlosen Hindernislauf verdammt gewesen.
In einem Alter, in dem es mehr als Zeit wird, seine Autobiografie zu schreiben, erscheint mir mein bisheriges Leben wie ein langer Marsch zu einer Autonomie, die mir ständig wieder entglitt, und zu einer Unabhängigkeit, die andere nicht mehr einschränken würden, sondern die ich mir Schritt für Schritt auf einem von mir selbst gewählten Weg erobert hatte.
Mit Leben heißt frei sein (1998) wollte ich den Stand der feministischen Revolution ermitteln, die das Leben der Frauen und die menschlichen Beziehungen tiefgreifend verändern sollten. Allmählich würde sich auch das Leben der Männer in allen Ländern verändern, ob sie es wollten oder nicht. Es ging in diesem Buch nicht so sehr um den Bericht meines Lebens als vielmehr um eine Bewusstwerdung, die niemals völlig abgeschlossen wurde, denn die Gefängnisstäbe und -mauern haben die ärgerliche Neigung nachzuwachsen wie die Bambusstangen.“

 

 

842955-899ad57b644b10de1d69c198de3af385.jpg
Benoîte Groult (Parijs, 31 januari 1920)



Zie voor nog meer schrijvers van de 31e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:58 Reageer op dit bericht

Stefan Beuse, Marie Luise Kaschnitz, Kenzaburo Oe, Kurt Marti, John 'O Hara

De Duitse schrijver Stefan Beuse werd geboren op 31 januari 1967 in Münster. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008 en ook mijn blog van 31 januari 2009 en ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

Uit: Alles was du siehst

 

„Seit drei Monaten kannte ich nur seine Stimme, und obwohl ich ihn mir nie vorgestellt hatte, war ich überrascht von dem Mann, der am Flughafen auf mich wartete. Nicht, weil er dem Bild eines Professors widersprochen hätte, sondern weil er im Gegenteil genau so aussah, wie man sich einen Gelehrten vorstellt: Leicht nach vorn gebeugt und etwas windschief, die Arme verschränkt, als müsste er sich selbst festhalten; eine große, knochige Gestalt, die mitten in der winzigen Halle von Ithaca Airport stand und von der ich nie gedacht hätte, dass es sich um denselben Mann handeln könnte, der mich hierher bestellt hatte. Doch abgesehen von einer schattenhaften Frau, die den Bistrotisch eines verwaisten Stehimbisses abwischte, war niemand mehr da; meine De Havilland Dash-8 Turboprop aus Philadelphia war die letzte Maschine gewesen und der Rest der Passagiere längst im wirbelnden Schnee verschwunden. »Blizzard«, hatte die Frau von der Gepäckermittlung gesagt und dazu mit den Schultern gezuckt. »Passiert in dieser Zeit öfter. Manchmal landet hier drei, vier Tage lang gar nichts; seien Sie froh, dass nur Ihr Gepäck den Anschluss nicht geschafft hat, sonst säßen Sie jetzt in Philadelphia fest ...« Schon nach dem ersten Anruf des Professors hatte ich meine Wohnung gekündigt. Seine Einladung war wie die Erlaubnis gewesen, endlich nach Hause kommen zu dürfen, obwohl ich in ein Land flog, in dem ich noch nie gewesen war. Alles Wichtige hatte ich in meinen Rucksack gepackt und den Rest abholen lassen, von einem Händler, dessen erstes Angebot ich akzeptiert hatte; auch die Möbel. Ich besaß gerade soviel, wie ich in fünf Minuten zusammenraffen und forttragen konnte, das war immer so ein Grundsatz gewesen, ich wollte die Dinge nicht unnötig kompliziert machen. Doch jetzt hatte ich nur noch die Bücher in meinem Handgepäck, und mit denen konnte ich mich weder waschen, noch konnte ich sie anziehen.“

 

 

 842943-d40b9d3b6b94c6ee865c764520ef88f1.jpg

Stefan Beuse (Münster,  31 januari 1967)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Marie Luise Kaschnitz werd geboren op 31 januari 1901 in Karlsruhe. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008 en ook mijn blog van 31 januari 2009 en ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

Uit: Der alte Garten

 

»Du Räuber«, sagten sie, »du Mörder.«

»Ich will dich in tausend Fetzen zerreißen.«

»Ich will deine Kinder und Kindeskinder umbringen.«

Und sie stürzten sich mit erneuter Heftigkeit aufeinander. Von nun an aber schwiegen sie, und man hörte nur noch das Trommeln ihrer Füße, das Knirschen ihrer Zähne und das dumpfe Aufprallen ihrer stürzenden Leiber. Da versteckte das kleine Mädchen ihr Gesicht in den Händen, und auch der Knabe wandte sich ab. Und als sie wieder aufblickten war alles vorüber.

Es war so still, als sei der ganze fürchterliche Kampf nur ein Spuk gewesen, der nun davongezogen war. In dem zerwühlten Gang aber lagen zwei dunkle leblose Körper, die den Weg versperrten. Denn es gab keinen Sieger und keinen Besiegten, sondern nur zwei Tote.

Als der Knabe und das Mädchen das sahen, wurden sie sehr traurig. Es kam ihnen schrecklich und unheimlich vor, wie das Leben, das sich soeben noch so laut gebrüstet, so wütend verteidigt hatte, nun so plötzlich ganz erloschen sein sollte. Es hatte keinen Sinn, darüber nachzudenken, welcher von den beiden Gegnern im Recht gewesen sein mochte. Denn jetzt waren sie beide tot, und der schön gestampfte Gang, die aufgehäuften Vorräte waren keinem von ihnen mehr nutze.

»Wir wollen einen anderen Weg suchen«, bat das kleine Mädchen, das nicht länger in der Wohnung des Maulwurfs bleiben wollte. Da bogen die Kinder in den engen Gang ein, in dem sie vorhin ihre Zuflucht gefunden hatten. Das Lämpchen leuchtete auf und wurde immer heller, und die Kinder wanderten still, Hand in Hand, und sprachen leise von dem schrecklichen Erlebnis. Aber als sie eine Weile gegangen waren, wurde ihre Aufmerksamkeit auf etwas anderes gelenkt.”

 

 

 842943-829b106ea30412f5c24c63cf765c1a22.jpg

Marie Luise Kaschnitz (31 januari 1901 – 10 oktober 1974)

 

 

 

 

De Japanse schrijver Kenzaburo Oe werd op 31 januari 1935 geboren in het dorp Oso op het eiland Shikoku. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2008 en ook mijn blog van 31 januari 2009 en ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

Uit: Tagame Berlin – Tokyo (Vertaald door Nora Bierich)

 

 „- Wer soll an deine Stelle getreten sein, seit wir uns nicht mehr so oft sahen? Er stellte das Band wieder an, und als habe er Kogitos Reaktion genau vorausgesehen, fuhr Gorô angriffslustig fort:
- Da wären Professor Musumi und auch Takamura, die an meine Stelle getreten sind. Du verstehst doch, in welchem Sinne ich sage, dass sie nicht solche Gangster waren wie ich.
Verwirrt drückte Kogito erneut den Knopf und vollzog in Gedan­ken nach, was Professor Musumi und Takamura mit Gorô verband. Er dachte an die beiden mit großer Wehmut, doch obwohl er bei Professor Musumi studiert hatte, hätte er diesen großen Experten für die französische Renaissance nicht als seinen Mentor bezeichnen können, und auch bei dem Musiker Takamura verhielt es sich an­ders. Zugleich wollte er Gorô entgegnen:
- Nein, du warst kein Gangster, du warst doch der Feind der Yakuza, dem ihr Boss seine Mörder auf den Hals schickt!
Kogito drückte erneut die Wiedergabetaste - er schien an den Funktionen des Schildkäfers Gefallen zu finden -, und jetzt fuhr Gorô heiterer und mit einer für einen kurzen Moment schockieren­den Offenheit fort:
- Ich habe in Matchama eine Barriere errichtet, damit du kei­nen Selbstmord begehst ... Aber mir ist nicht klar, inwieweit ich mir dessen bewusst war. Wenn ich jetzt daran zurückdenke, stimmt das wohl. Es ist merkwürdig. Nicht alle, die ich in Matchama traf, habe ich mit Wohlwollen behandelt. Auch nicht unbedingt voller Bosheit. Aber du hattest für mich schon mit siebzehn, achtzehn Jah­ren etwas nicht recht Fassbares. Du warst ein viel schwierigerer Text, als du selbst zugegeben hättest. Obwohl du tief aus den Bergen stammtest, oder vielleicht gerade deswegen, warst du ein wirklich fremder Text.“

 

 

 842943-4513a7e09f782748a20849860535e874.jpg

Kenzaburo Oe (Oso, 31 januari 1935)

 

 

 

 

De Zwitserse dichter en schrijver Kurt Marti werd geboren op 31 januari 1921 in Bern. Zie ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

 

seiltänzer

faßt
fuß
auf wenig

fußt
fast
auf nichts

setzt
fuß
vor fuß

hoch
über
köpfen

 

 

 

politische drift

meistens weiß die linke
was die rechte
und die rechte
was die linke
tut

weil
die linke immer rechter
und
die rechte immer linker

bis
die linke schließlich rechter
als die rechte links

 

 

 

 842943-439d07a47c7a291ca31ded7c91ce2dcb.jpg

Kurt Marti (Bern, 31 januari 1921)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver John 'O Hara werd geboren op 31 januari 1905 in Pottsville, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2009 en ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

Uit: Selected Short Stories (The Decision)

 

„Another and very satisfying discovery that Francis Townsend made was that few people-men, women, or children-came near his house at all. For a long, long time he had entertained the belief that the street outside was a busy thoroughfare, more or less choked with foot and vehicular traffic. "Iam really quite alone out here," he remarked to himself. This allowed for the fact that he had made his study of the muddy-sidewalk problem in the afternoon, when traffic was presumably lighter than in the morning, when, for instance, housewives would be doing their shopping. The housewives and others could not have made that much difference; even if the morning traffic were double that of the afternoon, it still was not considerable. It was, of course, impossible for Francis Townsend to make his study in the morning, except Sunday morning, for Francis Townsend's mornings were, in a manner of speaking, spoken for.
Every morning, Francis Townsend would rise at six-thirty, shave and have his bath, and himself prepare first breakfast, which consisted of two cups of coffee and a doughnut. In the winter he would have this meal in the kitchen, cheerful with its many windows and warm because of the huge range. In the summer he would take the coffee and doughnut to the front room, where it was dark and cool all day. He would run water into the dirty cup and saucer and put them in the sink for the further attention of Mrs. Dayton, his housekeeper, who usually made her appearance at eight-thirty“.

 

 

842943-8ecfb12624f5274c434092a84f764b74.jpg
John 'O Hara (31 januari 1905 - 11 april 1970)

 

Geschreven door Romenu om 18:51 Reageer op dit bericht

Zane Gray, Anthony Winkler Prins, Maria Elisa Belpaire, Jean de Crèvecoeur

De Amerikaanse schrijver Zane Grey werd geboren op 31 januari 1872 in Zanesville, Ohio. Zie ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

Uit: George Washington, Frontiersman

 

“The two men stood on the porch looking out into the cold Virginia night, conversing softly. “Well, Augustine, you are about to become a father again. How do you feel about it?”
“Humble, I suppose,” Augustine replied. “Though Jane and I had children before she died, this child is Mary’s first, and we have many plans for him. If it’s a boy, we plan to call him George, after our sovereign.”
“Ah, things will become different—quite different—I’ll wager,” said the other man, “between what you know of English royalty and what your George will know. You never were much of a hand to talk politics, and you seem not to care a hoot what becomes of these American colonies. If it is a boy, I predict that he will grow into a man who will take an interest in our conditions here. It would serve you right if he turned out not to be so loyal to the king he is going to be named after. But I will not bore you any more with such chatter.… We must talk and think of what a beautiful night it was last night. And that great white screaming comet that paled all the stars—how magnificent! This man Halley who calls himself an astronomer, his father boiled soap, made himself wealthy, and this son sees a comet—when was it? 1682—and predicts that it would show again seventy-six years later. By jove, he was right! It occurs to me that we won’t either of us live to see the next one.”
A Negro slave girl came running out upon the porch and cried, “Massa Washington, Massa Doctor, the time has come.”
* * *
Four tranquil February the twenty-seconds passed over the Bridge Creek plantation, adding years to Augustine’s life, new cultivated acres to his plantation, and numbers to his slaves. Mary was fond of commenting on her young son’s precociousness. “He’s very much different from the others,” she said often to her patient husband.”


“842932-495fc50edb06531742cf5bfc4ea2d053.jpg

Zane Grey (31 januari 1872 – 23 oktober 1939)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver, dichter en dominee Anthony Winkler Prins werd geboren te Voorst op 31 januari 1817. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2009 ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

 

Aan Thorbecke

 

Reeds neigt uw levenszon naar 't Westen,
Maar 't geen gij Neêrland zijt geweest,
Verheft de jaren, die u resten,
U tot een schitterend zegefeest.
Welaan, al waait uw vlag aan flarden,
Al bergt gij 't smetloos heldenzwaard,
Wij blijven in den strijd volharden,
Dien gij voor Neêrland hebt aanvaard.
Geen nood of dood zal ons doen beven,
Geen bange strijd, geen flikkrend staal,
Aan 't Vaderland behoort ons leven,
Aan 't heilig recht de zegepraal.

 

 

 

842932-4662e2ed89a1f4d2e8eb367a3bc8ce29.jpg
Anthony Winkler Prins (31 januari 1817 – 4 januari 1908)

Monument in Voorburg

 

 

 

 

De Vlaamse dichteres en schrijfster Maria Elisa Belpaire werd geboren te Antwerpen op 31 januari 1853. Zie ook mijn blog van 31 januari 2007 en ook mijn blog van 31 januari 2009 en ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

Uit: Het landleven in de letterkunde

 

„Georges Sand integendeel ziet alles door het waas van hare verbeelding, van hare vooroordeelen, van de heerschende romantieke mode van haren tijd. O! die opgeblazene, hoogdravende gevoelens! dien gloeienden hartstocht! die onmogelijke avonturen! die verouderde draken van middeneeuwsche kasteelen, onderaardsche krochten, misvormde dwergen of kroppers! waarlijk eene penitentie is het door deze literatuur te moeten spartelen en onwillekeurig dobbert men tusschen het geeuwen en het lachen.

Eene overdrijving zou het echter zijn te beweren dat Georges Sand van alle verdienste beroofd was. - Hoe ware zij dan tot hare reputatie geraakt? Er is een kant van haar talent, dien wij tot hiertoe ongerept lieten en waardoor zij eene plaats in deze studiën vergt. Nevens hare romans van de hoogere, schitterende, wellustige wereld, schreef zij er andere, die als uit eene verschillige pen schijnen gevloeid - hare romans van het landleven.“

 

 

 842932-7e2cf74a2f7f007d943a2895c8ef2ca4.jpg

Maria Elisa Belpaire (31 januari 1853 – 9 juni 1948)

Antwerpen, De Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver (van Franse afkomst) Michel-Guillaume Jean de Crèvecoeur werd geboren op 31 januari 1735 in Caen. Zie ook mijn blog van 31 januari 2010.

 

Uit: Letters from an American Farmer

 

„My father left me a few musty books, which his father brought from England with him; but what help can I draw from a library consisting mostly of Scotch Divinity, the Navigation of Sir Francis Drake, the

History of Queen Elizabeth, and a few miscellaneous volumes? Our minister often comes to see me, though he lives upwards of twenty miles distant. I have shown him your letter, asked his advice, and

solicited his assistance; he tells me, that he hath no time to spare, for that like the rest of us must till his farm, and is moreover to study what he is to say on the sabbath. My wife (and I never do anything without consulting her) laughs, and tells me that you cannot be in earnest. What! says she, James, wouldst thee pretend to send epistles to a great European man, who hath lived abundance of time in that big house called Cambridge; where, they say, that worldly learning is so abundant, that people gets it only by breathing the air of the place? Wouldst not thee be ashamed to write unto a man who has never in his life done a single day's work, no, not even felled a tree; who hath expended the Lord knows how many years in studying stars, geometry, stones, and flies, and in reading folio books? Who hath travelled, as he told us, to the city of Rome itself! Only think of a London man going to Rome!“

 

 

 842932-5d4866d53f7eebd1a5aaf541f837876e.jpg

Jean de Crèvecœur ( 31 januari 1735 – 2 november 1813)
Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Tijs Goldschmidt, Bernard Dewulf, Shirley Hazzard, Adelbert von Chamisso, Les Barker, Michael Dorris

De Nederlandse schrijver Tijs Goldschmidt werd geboren op 30 januari 1953 in Amsterdam. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: De andere linkerkant

 

"Bij de meeste slakkensoorten hebben alle individuen een rechtsgewonden slakkenhuis - dat wil zeggen dat de mondopening van de slak beneden aan de rechterkant zit [...] maar een enkele maal komt er een linksgewonden exemplaar voor. Wanneer huisjesslakken paren worden ze in hun mogelijkheden beperkt doordat ze zo asymmetrisch zijn gebouwd, het huisje zit in de weg, vooral als het zoals bij de wijngaardslak een bolle vorm heeft. De geslachtsorganen van rechtsgewonden slakken zijn achter de rechterkant van hun kop geplaatst. Parende slakken wrijven net zo lang met de koppen tegen elkaar aan totdat hun genitale openingen contact maken, waardoor wederzijdse bevruchting mogelijk wordt. Het is een tijdrovend gedoe dat dagen in beslag kan nemen. Maar het kan nog erger. Wanneer een zeldzaam linksgewonden exemplaar met een rechtsgewonden slak probeert te copuleren, volgt een geslijm dat maandenlang kan duren en, vertaald in mensentermen, nog het meest doet denken aan een kabinetsformatie. Wekenlang schurken de slakken tegen elkaar aan en proberen de ander, op zoek naar hun respectieve geslachtsopeningen, de juiste wang toe te keren. Tevergeefs."

 

 

842055-b3612c81e3e5680c6727f5542f085e0e.jpg
Tijs Goldschmidt (Amsterdam, 30 januari 1953)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter, schrijver en journalist Bernard Dewulf werd op 30 januari 1960 in Brussel geboren. Zie ook mijn blog van 11 mei 2010 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

 

Geheim

 

Zij spreekt de plinten toe, hoger kan niet meer.
Slechts hem die buigt, herkent zij weer.
Reuzen duldt zij niet. Wie groeit heeft ongelijk.

Ik zit, een wereld te laag. Met stoel en bed
als grens. Ik pas nog net. Bij koffie
volgt haar groot geheim: graag zou ze toch,
nu dat nog eenvoudig kan. Liefst recht omhoog.
Want, zo is haar beloofd, daar zal ze alles zien.

 

 

 

Boswachter

 

Hij is even terug van weggeweest.
Nu is nu en dan. Toch moet hij morgen
naar het bos, zijn hoofd ligt
nog vol hout. Een stapel zorgen
in een begroeide geest.

Bij zijn bijl, op een sprei
zoekt hij bomen in de kamer.

En te voorschijn in wit schort,
uit een deur in het lover,
komt een zoon, een jager
die hem aan tafel vraagt.
Hij knikt en komt binnenkort.

 

 

 

 842055-76378305f97d5b6842b88918fe07746f.jpg

Bernard Dewulf (Brussel, 30 januari 1960)

 

 

 

 

De Australische schrijfster Shirley Hazzard werd geboren op 30 januari 1931 in Sydney. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: The Great Fire

 

“The expression, not calm but contained, was unrevealing. Siding with the man, the furniture supplied few clues: a secretary of dark wood was fitted in its top section with pigeonholes and small closed drawers. This desk had been so much part of the climate of family life, indivisible from his father's moods -- and even appearing, to the child, to generate them -- that the son had never until now inspected it with adult eyes. For that measure of detachment, a global conflict had been required, a wartime absence, a voyage across the world, a long walk through Asia; a wet morning and strange train.
There was no telephone on the desk, no clock or calendar. A bowl of blown roses, implausibly prominent, had perhaps been borrowed, by the photographer, from another room. On the blotter, two handwritten pages were shielded by the tweedy sleeve. Pens and pencils fanned from a holder alongside new books whose titles, just legible, were those of Oliver Leith's novels in postwar translations. There were bills on a spike, a glass dish of chips, a paperweight in onyx. No imaginable colours, other than those of the foisted flowers; no object that invited, by its form or material, the pressure of a hand. No photograph. Nothing to suggest familiarity or attachment.
The adult son thought the picture loveless. The father who had famously written about love -- love of self, of places, of women and men -- was renowned for a private detachment. His life, and that of his wife, his child, was a tale of dislocation: there were novels of love from Manchuria to Madagascar. The book newly to hand, outcome of a grim postwar winter in Greece, could be no exception. And was called
Parthenon Freeze.”

 

 

842055-fc7ebf12960ed0f14aecfa1145004009.jpg
Shirley Hazzard (Sydney, 30 januari 1931)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Adelbert von Chamisso werd op het slot Boncourt in de Champagne geboren op 30 januari 1781. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: Peter Schlemihls wundersame Geschichte

 

„Nach einer glücklichen, jedoch für mich sehr beschwerlichen Seefahrt, erreichten wir endlich den Hafen. Sobald ich mit dem Boote ans Land kam, belud ich mich selbst mit meiner kleinen Habseligkeit, und durch das wimmelnde Volk mich drängend, ging ich in das nächste, geringste Haus hinein, vor welchem ich ein Schild hängen sah. Ich begehrte ein Zimmer, der Hausknecht maß mich mit einem Blick und führte mich unters Dach. Ich ließ mir frisches Wasser geben, und genau beschreiben, wo ich den Herrn Thomas John aufzusuchen habe: - »Vor dem Nordertor, das erste Landhaus zur rechten Hand, ein großes, neues Haus, von rot und weißem Marmor mit vielen Säulen.« Gut. - Es war noch früh an der Zeit, ich schnürte sogleich mein Bündel auf, nahm meinen neu gewandten schwarzen Rock heraus, zog mich reinlich an in meine besten Kleider, steckte das Empfehlungsschreiben zu mir, und setzte mich alsbald auf den Weg zu dem Manne, der mir bei meinen bescheidenen Hoffnungen förderlich sein sollte.

Nachdem ich die lange Norderstraße hinaufgestiegen, und das Tor erreicht, sah ich bald die Säulen durch das Grüne schimmern - »also hier«, dacht ich. Ich wischte den Staub von meinen Füßen mit meinem Schnupftuch ab, setzte mein Halstuch in Ordnung, und zog in Gottes Namen die Klingel. Die Tür sprang auf. Auf dem Flur hatt ich ein Verhör zu bestehn, der Portier ließ mich aber anmelden, und ich hatte die Ehre, in den Park gerufen zu werden, wo Herr John - mit einer kleinen Gesellschaft sich erging.“

 

 

 842055-d0bb54fe7dd62829555548e2a44d4c83.jpg

Adelbert von Chamisso (30 januari 1781 - 21 augustus 1838)

Pastel, anoniem

 

 

 

De Engelse dichter Les Barker werd op 30 januari 1947 geboren in Manchester. Zie ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

 

Disaster at Sea   

 

It was a calm, still day in Yarmouth,

The channel clear and wide,

As the last of the timber sailing ships

Sailed out on the evening tide.

 

They never saw that ship again;

They searched when it was light,
But that fine old timber vessel sank

That clear and peaceful night.

 

No one knows what happened

On that night in 1910;

But the crew and her cargo of woodpeckers

Were never seen again.

 

 

 

The Secret   

 

I have tried to write good poetry;

At last I feel I'm winning -

The secret is to put the end

Close to the beginning.



 

 

 842055-34749f0f6c5ccead3c89987ae1b0db48.jpg

Les Barker (Manchester, 30 januari 1947)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Michael Anthony Dorris werd geboren op 30 januari 1945 in Louisville, Kentucky. Zie ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: A Yellow Raft in Blue Water

 

„I nod to the gate.  I’ll never be ready, but now is as good a time as any. 

“Now!” I cry, aloud or to myself I don’t know.  Everything has boiled down to this instant.  …Wheeling and spinning tilting and beating, my breath the song, the horse the dance.  Time is gone.  All the ordinary ways of things, the gettings from here to there, the ones and twos forgot.  The crowd is the color, the whirl of a spun top.  The noises blend into a waving band that flies around us like a ribbon on a string.  Beneath me four feet dance, pounding and leaping and turning and stomping.  My legs flap like wings.  I sail above, first to one side, then to the other, remembering more than feeling the slaps of our bodies together.  Things happen faster than understanding, faster than ideas.  I’m a bird coasting, shot free into the music, spiraling into a place without bones or weight.” 

 

 

 842055-c62a30dd93de36d405819fd87a9e4a7d.jpg

Michael Dorris (30 januari 1945 – 10 april 1997)



Zie voor nog meer schrijvers van de 30e januari ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:11 Reageer op dit bericht

Barbara Wood, Richard Brautigan, Hans Erich Nossack, Anton Hansen Tammsaare, Walter Savage Landor, Franz von Sonnenfeld

De Engels-Amerikaanse schrijfster Barbara Wood werd geboren op 30 januari 1947 in Warrington. Zie ook mijn blog van 30 januari 2008 en ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: The Blessing Stone

 

„It was because of Honoria. She had nearly killed him with her rejection of his marriage proposal. His heart was in mortal pain; there were no salves or ointments for this kind of wound. It wasn't just that she had said no, it was the way she had said it. With a horrified tone: "I could not live with a man who dealt daily with diseased bodies." Matthew didn't blame her. Honoria herself was frail, spending half her time on her retiring couch where she received visitors. Moreover, he himself was not made of heroic proportions. Matthew Lively knew very well what people saw when they looked at him: a pale, nervous young man who frequently stuttered, and, despite his college education, was altogether too unsure of himself.

Still, her rejection had wounded him, and so Matthew Lively, twenty-five years old and finishing his glass of milk, decided he was done with women forever.

Hannah Lively, daughter of Molly Prentice who had once been the love interest of Alexander Hamilton, came into the kitchen, a plain woman in black bombazine, a small lace cap on her head.

"Was it a good reading, Mother?" Matthew asked. He was proud of the fact that his mother was one of the most sought after spiritualists on the East Coast.

"The spirits came through very clear today. Even without the aid of the Blessing Stone." Then she gave him an expectant look.

"Mother, the stone pointed West!"

She nodded sagely. "The Guiding Spirit in the crystal knows where your destiny lies."

Sixty years old and considered a true prophetess by their many friends and neighbors, Hannah Lively believed absolutely in the power of the crystal, therefore Matthew didn't tell her that he had had to spin it eleven times before it finally pointed West. He reckoned the stone just needed warming up.“

 

 

 842047-1fe7f2fcde7abc317456dd24cf8469f7.jpg

Barbara Wood (Warrington, 30 januari 1947)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver Richard Brautigan werd geboren op 30 januari 1935 in Tacoma, Washinton. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en  ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

 

A Boat 

 

O beautiful

was the werewolf

in his evil forest.

We took him

to the carnival

and he started

crying

when he saw

the Ferris wheel.

Electric

green and red tears

flowed down

his furry cheeks.

He looked

like a boat

out on the dark

water.

 

 

 

 

Kafka's Hat 

 

With the rain falling

surgically against the roof,

I ate a dish of ice cream

that looked like Kafka's hat.



 

 

 842047-0ec2195e2456098881ee5b4388e8a610.jpg

Richard Brautigan (30 januari 1935 – september 1984)

 

 

 


De Duitse dichter en schrijver
Hans Erich Nossack werd op 30 januari 1901 geboren in Hamburg. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

 

Rief da ein Mann?

 

Zur Nacht, weil alle Menschen schliefen,

rief da ein Mann? O wie er rief!

Zweimal! Zwei Rufe, die mich riefen.

O Trägheit, daß ich weiter schlief.

 

Vom Flusse her ein wildes Klingen

zweimal, und dann war wieder Nacht.

Und ich verschlief das Hilfebringen

zweimal und bin nicht aufgewacht.

 

Bin nicht vom Lager aufgesprungen

zur Tür und fragen, was es sei.

Ich schlief, ich schlief, bis es verklungen.

O der du nach mir riefst, verzeih.

 

------------

 

Heut morgen kommen sie und fragen:

Wer rief und hat die Nacht gestört?

Rief man nach Gott? Und ich muß sagen:

Ich schlief und habe nichts gehört.

 

Es war nicht Gott, dem es gegolten,

ich war es, den ein Bruder rief.

Zwei Rufe, die zum Bruder wollten

vom Bruder, und der Bruder schlief.

 

Es rief, damit es mich erwecke,

zur Nacht zweimal vom Flusse her:

O Mensch, wie liebst du deine Decke,

dein Bett und deinen Schlaf so sehr.

 

Wie dumpf und stumpf ist dein Gewissen,

wie satt und matt du im Erhörn!

Ach, daß erst Schüsse fallen müssen,

aus Deinem Schlaf dich aufzustörn.

 

-------------------

 

Ja, ich bin träg und taub geschaffen

und ließ dich letzte Nacht allein.

Heut Nacht werd ich gewiß nicht schlafen;

heut, Bruder, muß ich selber schrein.

 

 

 842047-6b9a89648c1b93fcba76acbb3486bfe9.jpg

Hans Erich Nossack (30 januari 1901 – 2 november 1977)

 

 

 

 

De Estlandse schrijver Anton Hansen Tammsaare werd geboren op 30 januari 1878 in Albu. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007 en ook ook mijn blog van 30 januari 2009 en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: The boy and the butterfly

 

„A host of spring flowers ran riot in a meadow sheltered from the north wind by a Florest trakt. They waited to be plucked – but in vain; and so some of them were shedding their petaks already. A bee buzzed by, but no pikker was he, nor the butterfly that hovered over them.

So the flowers were beginning to lose hope and turned to God in despair, Andod sent them a boy who loved flowers and delighted in picking them.

And when the boy came to the meadow, the flowers were overjoyed and cried inchorus: „Pluck me!

Pluck me!“ And their heady fragrance filled the air.

Exhilarated, the boy approached the first flower, and stretched out his hand to pluck it, when all at once a butterfly rose up in flight – a coloured piece of silk, a gaudy bit of velvet that gleamed like a

jewel with a snowflake’s deceptive luste.

It flew a few paces and again setted on a flower, spreading out is wings in the sunlight.

„Let me catsh you!“ shouted the boy, forgetting all about the flowers.

„Go ahead!“ the butterfly replied. „Catch me if you can!“

„I won’t hurt you, I’ll just take a look and let you go again!“

„Catch me – catch me if you can!“

„I promise not to touch you – only let me have a look close at hand.“

„First catch me – then d oas you pease!“

And so the boy did his best to catch the butterfly.

He began by approaching it stealthily; but hardly had he taken a step when the butterfly flitted to another flower, just out of reach, fluttering its pretty wings asi f to tease the pursuer“.

 

 

842047-b643a6d0ab18624fce1f338241776de5.jpg
Anton Hansen Tammsaare (30 januari 1878 – 1 maart 1940)

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Walter Savage Landor werd geboren op 30 januari 1775 in Ipsley Court, Warwickshire. Zie ook mijn blog van 30 januari 2007  en ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

 

How to Read Me 

 

TO turn my volumes o’er nor find

(Sweet unsuspicious friend!)

Some vestige of an erring mind

To chide or discommend,

 

Believe that all were lov’d like you

With love from blame exempt,

Believe that all my griefs were true

And all my joys but dreamt.

 

 

 

Child of a Day 

 

Child of a day, thou knowest not

The tears that overflow thy urn,

The gushing eyes that read thy lot,

Nor, if thou knewest, couldst return!

 

And why the wish! the pure and blest

Watch like thy mother o'er thy sleep.

O peaceful night! O envied rest!

Thou wilt not ever see her weep.

 

 

 

 842047-a4708b30b34460ed1d9d2870551cd5bb.jpg

Walter Savage Landor (30 januari 1775 – 17 september 1864)

Portret door William Fisher

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Franz von Sonnenfeld (eig. Johann Girr) werd op 30 januari 1821 in Witterswil geboren. Zie ook mijn blog van 30 januari 2010.

 

Uit: Der Bezirksschreiber

 

„Allerheiligen. Wie's im Leben eben geht: man ist bald heiter, bald mürrisch gestimmt, und nicht selten, daß die mürrische Stimmung sich gerade an denen ausläßt, die am wenigsten daran Schuld sind und unfern Herzen am nächsten stehen. Wie manche Mutter, wie manche Gattin haben von solcher Unart ost furchtbar zu leiden! Kein Essen können sie mehr gut genug bereiten; wo sie gehen und stehen, überall sind sie im Wege; was sie thun und reden — und wüßten sie auch jeden Wunsch zu erfüllen, den sie den Ihrigen an den Augen absehen können —: der Herr Sohn und der Herr Gemahl haben keine Anerkennung dafür.

Die Mißstimmung weicht freilich wieder; man sieht ein, daß man ungerecht, roh gegen Mutter und Gattin gewesen ist; aber man hat auch Charakter; man will es gleichwohl nicht eingestehen: denn das wäre ja eine Schwachheit!

Endlich sterben sie. Ihr letzter Hauch ist noch ein Gebet für das Glück der Hinterbliebenen. Das Herz, das so liebevoll für dich gefühlt, schlägt nicht mehr; das Auge, das so treu für dich gewacht, das so manche schmerzliche Thräne wegen dir geweint, ist für immer geschlosfen! Du kannst nicht mehr Vergebung anflehen für das, was du Unrechtes an ihnen gethan; du kannst all den Kummer, all die Trübsal, die du ihnen verursacht, nicht mehr gut machen durch stetes Bewahren deines Gleichnmths, durch aufmerksame Liebesbezeigungen. — Man trägt sie hin auf den stillen Friedhos, und du seufzest: „O war' ich besser gewesen, als es noch Zeit war!" —

Solche schmerzliche Seufzer regten sich heute in mancher Brust und füllten die Augen mit wehmuthvollen Thränen. Von dem Kirchthurme der kleinen Gemeinde klangen zweitönig die Glocken über die auf dem Gottesacker versammelten Dorfbewohner. Es war Allerheiligen.“

 

 

 842047-8c954aed0a2bfb47f8531553ab1ace0d.jpg

Franz von Sonnenfeld (30 januari 1821 – 5 maart 1888)

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Anton Tsjechov, Hans Plomp, Willem Hussem, Lennaert Nijgh, Romain Rolland

De Russische schrijver Anton Tsjechov werd geboren op 29 januari 1860 in Taganrog, een havenstad in Zuid-Rusland. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: Die Dame mit dem Hündchen (Vertaald door Vera Bischitzky, Kay Borowsk e.a.)

 

“Es war vor sechs, sieben Jahren, als ich in einem der Kreise des Gouvernements T. lebte, auf dem Herrenhof des Gutsbesitzers Belokurow, eines jungen Mannes, der sehr früh aufstand, in einem Schoßrock herumlief, den Abend mit Biertrinken zubrachte und sich stets bei mir beklagte, daß

er nirgends und bei niemandem Anerkennung finde. Er wohnte in einem Nebengebäude im Garten und ich im alten Herrenhaus, in einem riesigen Salon mit Säulen, in dem es außer einem breiten Diwan, auf dem ich schlief, sowie einem Tisch, an dem ich meine Patiencen legte, sonst keine weiteren Möbel gab. Sogar bei ruhigem Wetter brummte hier immer etwas in den alten Amossow-Öfen, und bei Gewitter bebte das ganze Haus, als ob es zerbersten wollte, und das war ein wenig unheimlich, besonders nachts, wenn die zehn großen Fenster plötzlich alle vom Blitz erleuchtet wurden.

Vom Schicksal zu stetigem Müßiggang verurteilt, tat ich rein gar nichts. Stundenlang pflegte ich aus meinen Fenstern den Himmel, die Vögel und die Alleen zu betrachten, alles zu lesen, was mir die Post brachte, und zu schlafen. Manchmal verließ ich das Haus und streifte bis zum späten Abend irgendwo umher. Einmal, auf dem Heimweg, geriet ich zufällig auf ein mir unbekanntes Landgut. Die Sonne ging gerade unter, und auf dem blühenden Roggen breiteten sich die abendlichen Schatten aus. Zwei Reihen alter, dicht gepflanzter, sehr hoher Tannen standen da wie zwei massive Mauern und bildeten eine schöne dunkle Allee. Mit Leichtigkeit kletterte ich über den Zaun und ging die Allee entlang, auf einer mehrere Zentimeter dicken Tannennadelschicht gleitend, die hier den Erdboden bedeckte. Es war finster und still, nur hoch oben in den Baumwipfeln zitterte hier und da ein heller goldener Schein und ließ ein Spinnennetz in den Farben des Regenbogens schillern. Es roch stark, fast beklemmend, nach Tannennadeln.

 

 

 841346-6fd1a5fd480507bc62f4fbe6b3200581.jpg

AntonTsjechov (29 januari 1860 – 15 juli 1904)

Buste in Badenweiler

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hans Plomp werd op 29 januari 1944 in Amsterdam geboren. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Middagdutje

 

Zit ik rustig aan de oever
van mijn stille binnenzee
komt een scheepje langs gevaren
met aan boord mijn liefste fee
roept de stralende gestalte
van de kleine boot mij aan
loopt het tegen hoogtij, vraagt ze
anders moet ik verder gaan.

Gooi het roer om lieve dame
ga in godsnaam niet voorbij
ik heb hier de dood gevonden
hem met huid en haar verslonden
en mijn leven dat ben jij.

 

 

 841346-0abf4d6510246794c8d3f2a3dd4cdbec.jpg

Hans Plomp (Amsterdam, 29 januari 1944)

 




De Nederlandse schilder en dichter
Willem Hussem werd geboren in Rotterdam op 29 januari 1900. Zie ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

juist las ik in het ochtendblad

 

juist las ik in
het ochtendblad

na die van twintig
en dertig
is nu een bom
van vijftig megaton
ontploft bij nova-zembla

verwekkers van chaos
maken ijzige muziek

regenwolken uit
het noorden dragen
de echo met zich mee
tik tik tik
tik tik
tik
de hele weg naar huis
heb ik de morgen niet gezien

het is al negen uur

 

 

 

841346-13193edbb955020ee25d11375ab4048f.jpg
Willem Hussem (29 januari 1900 - 21 juli 1974)

 

 

 

 

 

De Nederlandse tekstdichter, columnist en schrijver  Lennaert Nijgh werd geboren in Haarlem op 29 januari 1945. Zie ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

 

Canzone 4711

 

Er viel een hete schaduw over het strand,

die depressie had de zon dus toch gevangen.

De wind bleef onder het wolkendeksel hangen.

De dag bleef stilstaan tussen een en twee.

 

Vanille ijs smolt in haar bruine hand,

ze likte langzaam met een koel verlangen.

Ze had nog zilte parels op haar wangen,

ze bracht de golven in haar haren mee.

 

En in haar ogen de sterren van de zee.

In haar schelp van stilte zocht ik gaten,

probeerde mij met haar te laten praten.

Ik keek naar boven en had geen idee.

 

Vier cijfers vormden een reclamevlucht.

Toen hing er eau-de-cologne in de lucht.

 

Ze zei iets dat ik moeilijk kon verstaan,

een man zat met een radio te spelen

die mij daarop vierstemmig mee kon delen

dat liefde alles was wat ik nodig had.

 

Ze keek me een tijd later peinzend aan

en net toen ik haar schouder wilde strelen,

begon het haar klaarblijkelijk te vervelen

dat ik alleen maar zwijgend naast haar zat.

 

En ze verdween half achter het ochtendblad,

tot haar navel toe was wereldnieuws te lezen.

Ze zei dat eau-de-cologne fijn zou wezen.

Het speet me dat ik dat niet bij me had.

 

Ze leek me onder haar bikini bruin,

ze had een hoge schutting om haar tuin.

 

De eerste druppels vielen op mijn hand,

tijd voor thee en om zich aan te kleden.

Opeens leek alles jarenlang geleden,

ze deed haar kleren aan en groette mij.


Een regensluier daalde over het strand

en kinderen huilden hard en ontevreden.

De natte vlaggen zakten naar beneden

en iets dat nooit begon was al voorbij.

 

Haar kleine wrede hand liet mij niet vrij.

De regen deed me weer naar zee verlangen,

haar golven hielden mij opnieuw gevangen.

Het ochtendblad nam ik mee, het was van mij.

 

Steeds verder werd ik weggesleurd van het strand,

de geur van eau-de-cologne woei van het land.

 

 

 

 841346-e1d56f5e669bb44b229bd666c8d658ad.jpg

Lennaert Nijgh (29 januari 1945 - 28 november 2002)

 

 

 

 

De Franse schrijver Romain Rolland werd geboren op 29 januari 1866 in Clamecy. Zie ook mijn blog van 28 januari 2007 en ook mijn blog van 29 januari 2008 en ook mijn blog van 29 januari 2009 en ook mijn blog van 29 januari 2010.

 

Uit: La Vie de Ramakrishna

 

„Je ne crois pas, pour ma part, à un seul Dieu personnel, ni surtout à un Dieu de la seule douleur. Mais je crois que - douleur et joie mêlées, et avec elles toutes les formes de la vie - il n'est de Dieu que ce qui, dans l'homme et dans les hommes et dans l'univers, est une naissance perpétuelle. La Création se renouvelle, à chaque instant. La religion n'est jamais une œuvre accomplie. Elle est l'acte et la volonté d'agir, sans repos. Elle est le jaillissement de la source. Jamais l'étang.
Je suis d'un pays de rivières. Je les aime comme des êtres vivants. Et je comprends mes ancêtres qui leur versaient le vin et le lait. Or, de toutes les rivières, la plus sacrée est celle qui sourd, à tous moments, du fond de l'âme, de ses basaltes, de ses sables, et de ses glaciers. Là est la Force première, que je nomme religieuse. Elle est commune à l'art et à l'action, aux sciences et aux religions, à tout ce fleuve de l'Âme, que de l'insondable et sombre réservoir, entraîne l'irrésistible pente vers l'océan de l'Être, conscient, réalisé, dominé. Et, de même que l'eau remonte ensuite en vapeurs, de la mer aux nuées du ciel, qui réglementant le réservoir des fleuves, les cycles de création s'enchaînent sans interruption. Et de la source à la mer, et de la mer à la source, tout est la même Énergie, l'Être sans début ni fin, qu'il m'est indifférent qu'on nomme Dieu (et quel dieu ?) ou Force (et quelle force ?) Fût-elle dite Matière ; quelle matière est-ce donc qui désigne également les énergies de l'Esprit ?...“

 

 

 841346-69f0f7b8751bcf487cda806ced31d586.jpg

Romain Rolland (29 januari 1866 – 30 december 1944)



Zie voor nog meer schrijvers van de 29e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten