Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Patricia Highsmith, Thomas Gsella, Paul-Eerik Rummo, Marie Koenen

De Amerikaanse schrijfster Patricia Highsmith werd geboren als Mary Patricia Plangman in Fort Worth (Texas) op 19 januari 1921. Zie ook mijn blog van 19 januari 2008 en ook mijn blog van 19 januari 2009 en ook mijn blog van 19 januari 2010.

 

Uit: The Talented Miss Highsmith (Biografie door Joan Schenkar)

 

„On 16 November, 1973, a damp, coldish, breaking day in the tiny French village of Moncourt, France,  Patricia Highsmith, a fifty-two year old American writer living an apparently quiet life beside a branch of the Loing Canal, lit up another Gauloise jaune, tightened her grip on her favorite Parker fountain pen, hunched her shoulders  over her roll-top desk — her oddly-jointed arms and enormous hands were long enough to reach the back of the  roll while she was still seated –- and jotted down in her writer's notebook a short list of helpful activites "which small children" might do "around the house."

It's a casual little list, the kind of list Pat liked to make when she was emptying out the  back pockets of her mind, and it has the tossed-off quality of an afterthought. But as any careful reader of Highsmith knows, the time to pay special attention to her is when she seems to be lounging, negligent, or (God forbid) mildly relaxed. There is a beast crouched in every "unconcerned" corner of her writing mind and, sure enough, it springs out at us in her list's discomfiting title. "Little Crimes for Little Tots," she called it.  And then for good measure she added a subtitle: "Things around the house which small children Can do..."

Pat had recently filled in another little list –- it was for the comics historian Jerry Bails back in the U.S. –- with some diversionary information about her work on the crime-busting comic book adventures of Black Terror and Sgt. Bill King, so perhaps she was  still counting up the ways in which small children could be slyly associated with crime. In her last writer's journal, penned from the same perch in semi-suburban France, she had also spared a few thoughts for children.“

 

 

 834022-8a03dd6365f4f24656be87b177cf58db.jpg

Patricia Highsmith (19 januari 1921 - 4 februari 1995)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en satiricus Thomas Gsella werd geboren op 19 januari 1958 in Essen. Zie ook mijn blog van 19 januari 2009 en ook mijn blog van 19 januari 2010.

 

 

Vogelgrippe

 

Papa-a?

Ja, mein Kind?

Wenn im Glauben, daß ich penne,

ihr euch nachts wie Hahn und Henne

lauthals durch die Federn vogelt;

wenn ihr dann ... wie soll ich sagen ...

euch am Morgen wie erschlagen

schluffelnd durch die Wohnung mogelt.

saft- und kraftlos, zwei Gerippe –

Ist sie das? Die Vogelgrippe?

Klatschklatsch!

 

 

 

 

Offenbach

 

Arschgesichter ziehn per pedes

Durch die Arschgesichterstadt.

Arschgesichter im Mercedes

Fahren Arschgesichter platt.

 

Arschgesichter tragen Tüten

In ihr Arschgesichterhaus.

Alte Arschgesichter brüten

Neue Arschgesichter aus.

 

Ach, es bündelt Arschgesichter

Prismagleich dies Arscheloch.

Leider reimt, so klagt der Dichter,

Es sich nicht auf Offenboch.

 

 

 

 834022-9cd9545c34e0b6d2407b63ebc3a9272f.jpg

Thomas Gsella (Essen,19 januari 1958)

 

 

 

 

 

De Estlandse dichter, schrijver en politicus Paul-Eerik Rummo werd geboren op 19 januari 1942 in Tallinn. Zie ook mijn blog van 19 januari 2009 en ook mijn blog van 19 januari 2010.

 

 

Now give me god the strength

 

now give me god the strength to run in showers of
chances
and to recognize the inevitability amongst the many
imposing themselves on being it

 

memory is where our sufferings are nesting
no dog can gnaw through his genetic chain
but it's quite another thing to run just here in showers
of chances
but it's quite another thing to run just here in showers
of chances
inevitability, give me your hand

 

inevitability, here is my second hand
my first one has been already given to you by my
birth
inevitability, give me your hand

 

 

 

A World

 

a world whose end is conceivable
is always hanging about its end
and in a huge warm despair
the milk-glass faces are floating

 

once when we'll become transparent
we can see
whether we have had anything
there in us and backing us

 

 

 

Vertaald door de dichter en Enn Soosaar

 

 

 

 834022-8b1b368cb0ec562e43e8557ba7a37af7.jpg

Paul-Eerik Rummo (Tallinn, 19 januari 1942)

Rummo leest voor, rond 1968

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Marie Koenen werd geboren in ’s-Hertogenbosch op 19 januari 1879. Zie ook mijn blog van 19 januari 2007 en ook mijn blog van 19 januari 2008 en ook mijn blog van 19 januari 2009 en ook mijn blog van 19 januari 2010.

 

Uit: De moeder 

 

„Moeder Severiens trekt haar huisdeur achter zich dicht, en staat een oogenblik met haar kan en korf voor den drempel te dralen, verwonderd om de zoele lucht. Ineenmaal met dezen Aprilschen schemeravond lijkt het voorjaar dan toch eindelijk gekomen.

Uit de akkers, die achter de sleedoornheggen aan de overzijde van den breeden weg tegen de langzaam hellende heuvelflank liggen, slaat zwaar en veiig de wadem van den kleigrond. Dichterbij moeten onder de doorntakken van de haag en in het greppelgroeisel wel veel viooltjes staan, veel sleutelbloemen ook daar verder de boomgaarden in, want een zoete bloemenreuk drijft door den aardwadem heen. Of is 't het hout van de heggen en de appelaren overal, dat kruidig geurt naar den nieuwen groei, naar de botten en bloesems?

‘Weereens het voorjaar over Vlake’ denkt moeder Severiens, en ze voelt wel hoe die lucht haar al-meteen weldadig doortintelt. Ze laat den omslagdoek los om de schouders hangen. Ze loopt langzamer dan anders om temeer goeddoen te hebben van deze milde geurige schemering. Ze houdt het hoofd opgewend om over de oogen, star van het middag-lange kijken op het naaiwerk, de streeling van de zoelte te voelen, en welbehaaglijk ademt ze, alsof ze het voorjaar proeven wil op de lippen.

Maar hier, waar de glooiing van den weg eindigt en de dorpsstraat, dichter aan weerszijden bebouwd, de kom begintte naderen, zijn de kinderen nog luid aan 't spelen.

 Kleine meisjes zingen in een kring van: ‘Hadden we geld, dan hadden we goed,’ en jongens joelen om dans en deuntje heen, dat maar blijft rondwervelen, schel en snel.

‘'s Uchtends de vogels en in den schemer de kinderen’ denkt moeder Severiens. ‘Dat goedje is één.’

 

 

 834022-68080b79126c807f1bc36ad952197096.jpg

Marie Koenen (19 januari 1879 - 11 juli 1959)

Geschreven door Romenu om 19:10 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Rubén Darío, Peter Stamm, Robert Anton Wilson, Arno Schmidt, Franz Blei

De Nicaraguaanse schrijver Rubén Darío werd geboren in Metapa, tegenwoordig Ciudad Darío, op  18 januari 1867. Zie ook mijn blog van 18 januari 2007 en ook mijn blog van 18 januari 2008 en ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

 

Lichtwärts die mysteriöse Rose

 

Lichtwärts die mysteriöse Rose,

Wo sie just begraben

Ist dies Tat dreizehn, welche große

Herkul hat zu wagen.

 

Mond, dein frohes Gleißen,

säumst, Fels, die Stunde.

Doch tausend Blanktopps reisen

Am Himmelsrunde.

 

Es trägt meine Schaluppe

achtern goldne Sonnen,

Erspäh auf Stieres Kruppe

Ich nun Europas Wonnen.

 

 

 

 

Rosen und Lilien

 

Wider alle Qualen, wider Traurigkeiten

Wenn auf bare Häupter schnei'n die rauhen Zeiten

Und die Ängste tosen:

Dies sind die Momente für die roten Rosen.

 

Doch für Augenblicke schwang'rer Illusionen,

Die sich müh'n dem Herzen Blumen einzuthronen

- Liebliche Delirien -:

Weiße, weiße Lilien.

 

 

 

Vertaald door Martin von Arndt

 

 

 833323-0643348f497c554cd8ed74d4519d16d5.jpg

Rubén Darío (18 januari 1867 - 6 februari 1916)

Standbeeld in Buenos Aires

 

 

 

 

De Zwitserse schrijver Peter Stamm werd geboren op 18 januari 1963 in Weinfelden. Zie ook mijn blog van 18 januari 2007  en ook mijn blog van 18 januari 2008 en ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

Uit: Wir fliegen

 

“Die Badeanstalt unten am Fluss war geschlossen, der Eingang verriegelt. Es regnete und es war kühl. Der Bademeister war nirgends zu sehen, vielleicht war er nach Hause gegangen oder ins Dorf. Als Lukas über den Maschendrahtzaun kletterte, dachte er an den Betrunkenen, der vor ein paar Jahren

nachts hier eingestiegen und ins Becken gefallen war. Man hatte ihn erst am nächsten Morgen gefunden.

Er ging zu den Umkleidekabinen, die sich in einem flachen weißgestrichenen Backsteingebäude befanden. Neben dem Eingang war ein Schild, Männer und Knaben. Licht fiel nur durch einen breiten Spalt zwischen den Mauern und dem Dach, in den Kabinen war es immer etwas schummrig und feucht, selbst bei der größten Hitze. Lukas schaute in den Schließfächern nach, ob jemand das Pfand

vergessen hatte, aber er fand nichts. Nach der Hälfte der Fächer gab er die Suche auf. Er lief zum Fluss hinunter. Das Wasser war hellbraun und stand hoch. Es floss so schnell, dass seine Oberfläche sich unruhig kräuselte. Äste trieben vorüber, es sah aus, als seien sie schneller als die Strömung. Das Wehr flussabwärts musste nach dem Gewitter geöffnet worden sein, Lukas hörte das entfernte Tosen

des stürzenden Wassers. Es regnete nur noch ganz leicht, schließlich hörte es auf. Er ging zurück zu den Kabinen und zog sich um.

Er dachte an die schulfreien Nachmittage, wenn es heiß war und alle in die Badeanstalt gingen. Auf der Liegewiese bildeten sich kleine und größere Gruppen. Lukas’ Mitschüler spielten am Rand des Beckens, stießen oder warfen sich ins Wasser oder sprangen selbst hinein, bis der Bademeister

sie ermahnte. Lukas schwamm hin und her. Er zählte die Bahnen. Nach einem Kilometer stieg er aus dem Wasser, sein Körper war kühl und er taumelte, als habe er das Gehen verlernt. Seine Freunde lagen auf der großen Wiese auf ihren bunten Badetüchern. Sie redeten über die Sommerferien und darüber, wo sie sie verbringen würden. Er legte sich neben sie ins Gras.”

 

 

 833323-564fa647963081fde3f6b0516a780680.jpg

Peter Stamm (Weinfelden,  18 januari 1963)

 

 

 

 
De Amerikaanse schrijver, filosoof, futuroloog, anarchist en onderzoeker Robert Anton Wilson werd geboren op 18 januari 1932 in New York. Zie ook mijn blog van 18 januari 2008 en ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

Uit: Cosmic Trigger Volume II: Down to Earth

 

„By 1900, when my father was 8 years old, information had doubled again. The process had only taken 150 years this time.

That year Max Planck published his first paper on quantum mechanics, beginning the process by which science in this century would gradually abandon Aristotelian logic and evolve in a non-Aristotelian, almost Buddhist direction. We were learning that the "one" "objective" Aristotelian "real world" previously posited by all Western thought existed only as a concept in our linguistic structures: that the only worlds we knew were plural and created by our senses and scientific instruments, all of them uncertain to some degree and all of them given structure by the inbuilt hardware and software of our senses and instruments.

The Boer war was raging in South Africa, as the English and Dutch fought over which of them should govern and exploit the native Black population. In China, the Boxer Rebellion represented another of the countless efforts by Third World peoples to throw off dominations of any and all white conquerors, British, Dutch, whoever.

In 1900 also the king of Italy was assassinated by idealists who thought the liberation of the workers could be achieved by murdering the Masters one by one. In Russia, Lenin returned from 3 years exile in Siberia, and went on plotting to liberate the workers by organized world revolution. The International Ladies Garment Workers Union was formed in New York by those who thought the workers could be liberated by forming coalitions and bargaining collectively with the Masters.“

 

 

 833323-a4311e293db02974b7c9089972280653.jpg

Robert Anton Wilson (18 januari 1932 – 11 januari 2007)  

 

 



De Duitse schrijver
Arno Schmidt werd op 18 januari 1914 geboren in Hamburg. Zie ook mijn blog van 18 januari 2007 en ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

Uit: ZETTEL’S TRAUM

 

„Nebel schelmenzunftich. 1 erster DianenSchlag; (LerchenPrikkel). Gestier von JungStieren. Und Dizzykopfigstes schuttelt den Morgen aus. / : ≫Sie diesen Galathau, Wilma. Und wie Herr Teat’on mit Auroren dahlt : jetzt ist die Zeit, voll itzt zu seyn ! ≪. / (Aber Sie, noch vom vor—4 benomm’m, shudderDe mit den (echtn! ) Bakk’n) : ≫Dan – Ich bin doch wirklich a woman, for whom the outside world exists. Aber verwichne Nacht . . .≪; ( brach ab; und musterDe Mich, / Den Ihr gefalligst den Draht aus’nander Haltndan : – ? – / : ≫Singularly wild place – ≪; (hatte P indessn gemurmlt. Er ragte, obm wie untn, aus seiner WanderHose; Er, lang—dunn & haarich). / : ≫HasDu uberhaupt zugehort ? Was Ich gesagt hab’ ?≪ / (Vollkomm’ Wilma. Aber a) : ≫hatt’- Ich eine (sundije) Vision zu bekampfn . . .≪ / (: ≫? ! – ≪) / (Galant) : ≫So im Stiel von ›Achab + Zedecias durch 2 ‹ : Dich; in einem Zuber voll Thau ! – ≪; (dann hattn Wir Se, endlich, cnorpulend, hindurch. Und b) : ≫Hab’Ich den D—Zug, von Eschede, rumpln hor’n. – ( ? ) – : Nu ›Eintrubunc‹. ≪; (Vorkeime v Wolckn; Windwebm. ) : ≫Was willsDu nehm’ Franzel ? : ’s DopplGlas ? Oder die YASHIKA ?≪. / (Sie griff stumm. Und der LederRiem’m teilde. (›Das lies Ihr schon zu den dunkelblauen Augen‹.“

 

 

833323-03b30fd87282696fcfb1034ae18e7f17.jpg
Arno Schmidt (18 januari 1914 – 3 juni 1979)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver, vertaler en uitgever Frans Blei werd geboren op 18 januari 1871 in Wenen. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

Uit: Erzählung eines Lebens

 

“Nirgends auch nur um Geringstes mehr, als was geführtes Leben in Stoff, Wort und Bild hereinbrachte, nichts zu irgendwas Verstelltes. Ganz aus dem Innern dieser Gedichte war der Vers, nirgends von außen appliziert, und er hatte etwas leise Bebendes wie das Zittern eines Pappelblattes. Und auf jedem Worte lag der Tau, als ob es eben aus der Hand Gottes in den Morgen dieser Welt gesetzt worden wäre, und es waren ganz gewöhnliche Worte, nicht »erlauchte«, wie man sie in der damaligen Mode gern – dieses erlaucht inbegriffen – soviel las.
Diese zwei Dutzend Gedichte hatte Walser als ein Siebzehnjähriger aufgeschrieben und von da ab keinen Vers mehr, bis auf einige kleine dramatisierte Gedichte. Ich lese nach dreißig Jahren wieder dieses Schulheft in Glanzleinen. Die Gedichte haben in der langen Zeit kein Fältchen bekommen. Er selber sicher auch nicht, stell ich mir vor, denn ich habe ihn seit langem nicht mehr gesehen. Aber unlängst gehört, wie er als ein Fünfziger den Besuch eines Herrn empfing, der ein Buch von ihm verlegen wollte. Er ließ ihm durch seinen Kammerdiener schreiben, sein Herr sei da und dort in Bern zu sprechen. Der Verleger fuhr nach Bern, kletterte drei Treppen, und auf sein Klingeln öffnete ihm ein blonder Bursch
in Hemdsärmeln. Ja, sein Herr, Herr Walser, sei zu Hause; und führte den Mann in ein Zimmerchen, wo er einen Moment zu warten gebeten wurde. Und gleich darauf trat bei der andern Tür Robert Walser herein, er hatte sich nur einen Rock angezogen. Der Herr war sehr geärgert. Wo doch Walser nur einen seiner Jungenstreiche so für sich selber aufgeführt hatte, indem er sich in sich selber einen Kammerdiener gab, um den Geschäftsmann vielleicht durch ein Lachen menschlicher zu machen. Was ihm mißlang. Aber sonst nichts, weder sein Leben, noch was dieses an Frucht trug.”

 

 

 833323-b7963636269a51689bfb7f3b13cbdd5c.jpg

Frans Blei (18 januari 1871 – 10 juli 1942)



Zie voor nog meer schrijvers van de 18e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:07 Reageer op dit bericht

Alan A. Milne, Paul Léautaud, Roger Bésus, Montesquieu, Jon Stallworthy

De Britse schrijver Alan Alexander Milne werd geboren op 18 januari 1882 in Londen. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

Uit: Pooh Goes Visiting

 

„Pooh always liked a little something at eleven o'clock in the morning, and he was very glad to see Rabbit getting out the plates and mugs; and when Rabbit said, 'Honey or condensed milk with your bread?' he was so exited that he said, 'Both' and then, so as not to seem greedy, he added, 'But don't bother about the bread, please.'

And for a long time after that he said nothing...until at last, humming to himself in a rather sticky voice, he got up, shook Rabbit lovingly by the paw, and said that he must be going on. 'Must you?' said Rabbit politely. 'Well,' said Pooh, 'I could stay a little longer if it-if you-' and he tried very hard to look in the direction of the larder. 'As a matter of fact,' said Rabbit, 'I was going out myself directly.' 'Oh well, then, I'll be going on. Good bye.' 'Well good bye, if you're sure you won't have any more.' 'Is there any more?' asked Pooh quickly. Rabbit took the covers of the dishes, and said 'No, there wasn't.' 'I thought not,' said Pooh, nodding to himself. 'Well Good-bye, I must be going on.'

So he started to climb out of the hole. He pulled with his front paws, and pushed with his back paws, and in a little while his nose was in the open again ... and then his ears ... and then his front paws ... and then his shoulders ... and then-'Oh, help!' said Pooh, 'I'd better go back,' 'Oh bother!' said Pooh, 'I shall have to go on.' 'I can't do either!' said Pooh, 'Oh help and bother!' ...

 

 

833319-bff21c6cf04149117d5001160d01e6c5.jpg
Alan Alexander Milne (18 januari 1882 - 31 januari 1956)

 

 

 

 

De Franse schrijver Paul Léautaud werd geboren op 18 januari 1872 in Parijs. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

Uit: Voyage

 

„Ma compagnie a pris dès l'arrivée une place pour un des cars qui fait le voyage du Mont-Saint-Michel. Je me refuse à aller voir cette « horreur » dont m'ont dégoûté à l'avance l'admiration des niais et tous les chromos que j'en ai vus [...]. Au moment de son départ, [...] je me ravise [...]. Je prends une place pour moi. A ..... départ pour le Mont-Saint-Michel. [...] La route suit à peu près la côte. Au loin, le Mont-Saint-Michel, qui apparaît, disparaît, reparaît, qu'on voit d'abord un peu sur sa gauche, puis tout à fait sur sa gauche, puis devant soi, selon le tracé de la route. Arrivés à [blanc]. On descend du car. On fait une centaine de mètres à pied, dans le sable, pour gagner l'entrée. Je ne me suis pas trompé dans ma méfiance. Rien de si admirable, ce Mont-Saint-Michel. Très surfait. Par surcroît, nous sommes à marée basse, alors que le site prend toute sa beauté, paraît-il, quand la mer l'entoure de tous côtés. Nous entrons, et tout de suite une rue montante où, comme dans une [illisible] garnie de chaque côté de magasins de cartes postales, de bibelots-souvenirs, d'hôtels, de restaurants, où, comme dans une petite foire, une retape sans arrêt s'exerce à l'égard du visiteur, chacun de ces magasins prétendant à l'excellence de sa marchandise. Le conducteur du car, questionné par nous sur un restaurant, nous avait indiqué le Duguesclin. Fort bien déjeuné là malgré cette enseigne au nom de ce bandit de grand chemin. Ensuite ascension et visite du monastère par ma compagnie, plus curieuse et plus courageuse que moi. Une montée au total de [blanc] marches, paraît-il, et de la plate-forme la plus haute, une vue admirable, avec Avranches au loin. Je me suis contenté pour ma part de rester assis sur une des premières marches, attendant là en pensant à mes affaires, comme si j'eusse été chez moi, dans ma vie ordinaire, nullement transformé, décidément en voyageur. Nombreux Anglais et Américains gravissant en riant la suite d'escaliers, munis d'appareils photographiques, et prenant à chaque instant une vue ou une autre.“

 

 

 833319-63587462a2ef0d471abfad0dc52c1aaa.jpg

Paul Léautaud (18 januari 1872 – 22 februari 1956)

 




De Franse schrijver en beeldhouwer
Roger Bésus werd geboren op 18 januari 1915 in Bayeux. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

Uit: Journal 1970 - 1994

 

“5 mars 1971

[…] Pour achever ma journée, lecture du Monde, puis poursuite du livre sur les régimes politiques en URSS. Je me soûle de telles lectures. Ai-je raison ? Je ne voudrais aucune lacune dans mon information. Certes, pourquoi, puisque je n’ai jamais l’occasion d’être discuté ? J’ai le sentiment d’engranger des précisions pour rien : d’abord, mon intuition devrait me suffire ; ensuite, la mort annulera ce que j’aurai acquis avant que j’aie eu à m’en servir. Ce n’est pas même planter, ici. C’est entasser de l’or dans une lessiveuse, enterrée, que personne après moi ne pourra trouver. Cependant, quoi faire d’autre, puisque je n’ai plus, au soir, le courage d’écrire, et que je passe ma vie lucide à appréhender (tel que je fus enfant) de ne pas savoir. Alors, apprendre.

(…)

 

14 mars 1975 - Train de 10 h pour Paris... Que j’en revienne à Jean, à la sculpture. à l’Art. Avec cette majuscule, échelle qui permet de monter de quelques degrés, de gagner quelques degrés au-dessus des boues. Autre échelle de Jacob. Mythe peut-être. Qui en tout cas satisfait ma conscience. Et plus, les poumons. Ce besoin de respirer jusqu’au fond, de se tenir dans les fraîcheurs natives. De vivre.

 

- Goethe était entouré des moulages des Grecs.”

 

 

 833319-8a7d0860da21fa03a132df9762855c0d.jpg

Roger Bésus (18 januari 1915 – 17 februari 1994)

 

 

 

 

De Franse schrijver en filosoof Charles Louis de Secondat, baron de La Brède et de Montesquieu werd geboren op 18 januari 1689 op het kasteel La Brède bij Bordeaux. Zie ook mijn blog van 18 januari 2007 en ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

Uit: Eloge de la sincérité

 

„On croit, par la douceur de la flatterie, avoir trouvé le moyen de rendre la vie délicieuse. Un homme simple qui n'a que la vérité à dire est regardé comme le perturbateur du plaisir public. On le fuit, parce qu'il ne plaît point ; on fuit la vérité qu'il annonce, parce qu'elle est amère ; on fuit la sincérité dont il fait profession parce qu'elle ne porte que des fruits sauvages ; on la redoute, parce qu'elle humilie, parce qu'elle révolte l'orgueil, qui est la plus chère des passions, parce qu'elle est un peintre fidèle, qui nous fait voir aussi difformes que nous le sommes.
Il ne faut donc pas s'étonner si elle est si rare : elle est chassée, elle est proscrite partout. Chose merveilleuse ! Elle trouve à peine un asile dans le sein de l'amitié.
Toujours séduits par la même erreur, nous ne prenons des amis que pour avoir des gens particulièrement destinés à nous plaire : notre estime finit avec leur complaisance ; le terme de l'amitié est le terme des agréments. Et quels sont ces agréments ? Qu'est-ce qui nous plaît davantage dans nos amis ? Ce sont les louanges continuelles, que nous levons sur eux comme des tributs.“

 

 

 

 833319-cad353ea6f43f9405c03fa0c64cbc070.jpg

Montesquieu (18 januari 1689 – 10 februari 1755)

Buste van Jean-Baptiste Lemoyne

 

 

 

 

De Engelse dichter en letterkundige Jon Stallworthy werd geboren op 18 januari 1935 in Londen. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

 

The Almond Tree

I

 

All the way to the hospital
The lights were green as peppermints.
Trees of black iron broke into leaf
ahead of me, as if
I were the lucky prince
in an enchanted wood
summoning summer with my whistle,
banishing winter with a nod.

Swung by the road from bend to bend,
I was aware that blood was running
down through the delta of my wrist
and under arches
of bright bone. Centuries,
continents it had crossed;
from an undisclosed beginning
spiralling to an unmapped end.


II

Crossing (at sixty) Magdalen Bridge
Let it be a son, a son, said
the man in the driving mirror,
Let it be a son. The tower
held up its hand: the college
bells shook their blessings on his head.

 

 

 

833319-9aa17a1fda6772eb5dee327f95d0de4d.jpg
Jon Stallworthy (Londen, 18 januari 1935)

Portret door Tahmina Sorabji

Geschreven door Romenu om 18:58 Reageer op dit bericht

Henry A. Dobson, Ioan Slavici, Saint-Martin, Madame de Lafayette

De Engelse dichter en essayist Henry Austin Dobson werd geboren op 18 januari 1840 in Plymouth. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

 

Fame Is A Food That Dead Men Eat

 

Fame is a food that dead men eat,—

I have no stomach for such meat.

In little light and narrow room,

They eat it in the silent tomb,

With no kind voice of comrade near

To bid the banquet be of cheer.

 

But Friendship is a nobler thing,—

Of Friendship it is good to sing.

For truly, when a man shall end,

He lives in memory of his friend,

Who doth his better part recall,

And of his faults make funeral.

 

 

 833313-4d34996ef6eb69739ac0b7c310e6f266.jpg

Henry Austin Dobson (18 januari 1840 – 2 september 1921)

 

 

 

 

De Roemeense schrijver en journalist Ioan Slavici werd geboren op 18 januari 1848 in Siria. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

Uit: Petrea The Fool

 

„What happened, happened; had it not happened, there would be no story to tell. Once, there was a man, who was so rich that he lost count of his riches. He had such a large courtyard that seven times seven carts pulled by oxen could move in circles, and surrounding the courtyard were large houses, barns and granaries, stables and sheds and all sorts of other outhouses; he had wide fields, vineyards and orchards, groves and hayfields; he had plenty of yoked oxen and draught horses, a whole herd of milk cattle, droves of pigs, sheep and goats; one cannot say what he didn’t have, for he had plenty of everything. On top of this, God bestowed upon him three sons as well, one worthier than the other: the eldest – no one could be like him, the second eldest – there was no match for him, and the youngest, Petrea – the most foolish for, well, however long he would have lived, he still remained the youngest child.

It so happened that the man, rich as he was, lived, like everyone else, as long as the thread of his life lasted, then he died, asking, on his deathbed, that his three sons should divide the riches left to them like brothers, without quarreling.

“Hmmm! What’s that?!” asked Petrea wonderingly. “What do you do when you divide things like brothers?”

“What do you do?” answered the eldest brother, who was cleverer. “It’s very easy! The brotherly partition: divide everything in three and say: ‘one for me, one for you and one for him’ and make sure that all three parts are equal. Did you understand?”

“I understood,” said Petrea, enlightened. “You said: you take, and you willfully make sure that all is equal.”

“So that,” the second eldest brother, also clever, added “you shouldn’t be cheated and neither should you cheat someone else.”

 

 

 833313-c1599bcaaf33346e594d97400fb58b1e.jpg

Ioan Slavici (18 januari 1848 – 17 augustus 1925)

 

 

 

 

De Franse dichter, schrijver en filosoof Louis-Claude de Saint-Martin werd geboren op 18 januari 1743 te Amboise (Indre-et-Loire). Zie ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

Le Cimetière d'Amboise  (Fragment)

 

J'aime à porter mes pas dans l'asile des morts.
Là, mourant au mensonge, il me faut moins d'efforts
Pour comprendre leur langue et saisir leur pensée,
Car les morts ne l'ont pas, cette idée insensée,
Que tout s'éteint dans l'homme. En eux, tout est vivant.
Pour eux, plus de silence. Auprès d'eux l'on entend
Les sanglots du pécheur ; les fureurs de l'impie;
Les cantiques du sage ; et la douce harmonie
De ceux dont l'amitié, le zèle et la vertu
N'ont formé qu'un seul cœur pendant qu'ils ont vécus.

 

Homme, c'est ici-bas qu'il a pris la naissance,
Ce néant où l'on veut condamner ton essence ;
Et c'est ta propre erreur qui lui sert de soutien.
Tu sais tout ! tu peux tout ! et tu veux n'être rien !....
N'être rien ! .... et saisir et juger la lumière! ....
Laisse à l'homme égaré ces rêves de la terre :
Nous n'étions qu'assoupis dans nos corps ténébreux.
Quand le temps nous arrache à leurs débris fangeux,
L'heure qui nous réveille est une heure éternelle.
Oh! juste, quel transports! quelle splendeur nouvelle !

 

 

 

 833313-788d16468a27532746be2f3d77a15930.jpg

Louis-Claude de Saint-Martin (18 januari 1743 – 13 oktober 1803)

Portret door Claudine Cop, 1998

 

 

 

 

De Franse schrijfster Madame de Lafayette werd geboren op 18 januari 1634 in Parijs. Zie ook mijn blog van 18 januari 2009 en ook mijn blog van 18 januari 2010.

 

Uit: La princesse de Clèves

 

„Mme de Clèves avait ouï parler de ce prince à tout le monde, comme de ce qu'il y avait de mieux fait et de plus agréable à la cour ; et surtout madame la dauphine le lui avait dépeint d'une sorte, et lui en avait parlé tant de fois, qu'elle lui avait donné de la curiosité, et même de l'impatience de le voir. Elle passa tout le jour des fiançailles chez elle à se parer, pour se trouver le soir au bal et au festin royal qui se faisait au Louvre. Lorsqu'elle arriva, l'on admira sa beauté et sa parure; le bal commença et, comme elle dansait avec M. de Guise, il se fit un assez grand bruit vers la porte de la salle, comme de quelqu'un qui entrait et à qui on faisait place. Mme de Clèves acheva de danser et, pendant qu'elle cherchait des yeux quelqu'un qu'elle avait dessein de prendre, le roi lui cria de prendre celui qui arrivait. Elle se tourna et vit un homme qu'elle crut d'abord ne pouvoir être que M. de Nemours, qui passait par-dessus quelques sièges pour arriver où l'on dansait. Ce prince était fait d'une sorte qu'il était difficile de n'être pas surprise de le voir quand on ne l'avait jamais vu, surtout ce soir-là, où le soin qu'il avait pris de se parer augmentait encore l'air brillant qui était dans sa personne; mais il était difficile aussi de voir Mme de Clèves pour la première fois sans avoir un grand étonnement.“

 

 

 

833313-85c5513b20f8725bdf3f96d07d33ad3e.jpg
Madame de Lafayette (18 januari 1634 – 26 juni 1893)

Portret door Friedrich August Bouterwek
Geschreven door Romenu om 18:53 Reageer op dit bericht

Sascha Kokot

De Duitse dichter en schrijver Sascha Kokot werd geboren op 18 januari 1982 in Osterburg. Zie ook mijn blog van 23 juli 2009 en ook mijn blog van 23 juli 2010.

 

 

Der gute Herr an der Autobahn

 

Der gute Herr an der Autobahn
streut jeden Tag Gras in die offenen Brüche,
so als wäre es seine Schuld,
dass die Platten nicht sauber vernietet sind
und die Konserven vor der Stadt liegen,
blau und gelb angestrichen.
Abends kommt die Tochter Kräuter pflanzen
für den nächtlichen Tee,
dass der Alte die Kettenglieder wenig später
nicht mahlen hört.

 

 

 

Der Himmel liegt in Fetzen

 

Der Himmel liegt in Fetzen
Häuser eng in Bombenlücken
gestellt den Fenstern
gegenüber kein Licht
für die rußigen Zimmer
bleibt nur das Elektrische
nackt auf die Haut gestrahlt
wenn niemand anwesend ist
knackt es laut in den Leitungen.

 

 

 

958248-9d0f26f79e619aafb72e37d26c24cde7.jpg
Sascha Kokot (Osterburg, 18 januari 1982)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ib Michael, Raoul Schrott, Lukas Moodysson, Jörg Bernig, Frank Geerk, Anne Brontë

De Deense schrijver Ib Michael (eig. Ib Michael Rasmussen) werd geboren op 17 januari 1945 in Roskilde. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

Uit: Prince (Vertaald door Barbara Haveland)

 

„In Which the Ship Comes to Light It begins in mist. Far up on the top of the world, where no one sees, the ice splits with a crack that rings out over white fjords. The sea shows blue between the floes; the night that has lasted half the year, with the sun lying below the horizon, is over. The ice-foot creaks and groans, fissure chases fissure, as a mountain of glass - the size of the palace of fairy-tale, with turrets and crenellations and windows long hidden by the snow - breaks off and puts out to sea. The long day has returned. It rocks on seas that are running south, is tossed by storms which wash its sides smooth once more while its turrets taper into awls and drip under a sun that ascends the heavens, climbing a little higher with each day. The palace is buoyed up by a bed of aquamarine shadows. Little by little, as the heat makes itself felt, the ice grows brittle. The water starts to undermine it, outside and in, small lacunae appear, drop by drip it is whittled away. In certain lights it resembles a cathedral with stained-glass windows, round and tall, as the ice forms prisms and splits the light. Or it twirls gently in the current to reveal a mosque with onion domes. Everything is floating and the sun turns in its course. The cracks cut right through; with an echo of the fjord which, after more than half a century"s slumber set the iceberg free, it, too, calves. A shape comes to light at the heart of it, a darker pattern, suggestive of tattered cobwebs in the palace halls. Relentlessly the process of erosion continues. The salt of the sea, days of sunlight, the temperature steadily rising. As with other fairy-tale palaces this one is, in fact, porous; ever so slowly, as it nears human habitation, it is trickling away of its own accord. But the structure at its heart is still there, the cobwebs hanging now from beams; the palace has shifted shape and turrets no longer pierce the sky. By the time it leaves the Arctic Ocean and the North Atlantic winds take over it has become a shadow of itself; a crystal formation, all sharp edges.“

 

 

 832543-800f6e53432a2953c08338a8bbb76c87.jpg

Ib Michael (Roskilde, 17 januari 1945)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Raoul Schrott werd op 17 januari 1964 geboren in Landeck, Tirol (en volgens andere bronnen op een schip „São Paulo“ dat van Brazilië onderweg was naar Europa). Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2007 en ook mijn blog van 17 januari 2008 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

Uit: Die Blüte des nackten Körpers. Liebesgedichte aus dem Alten Ägypten

 

Drei Wünsche (Fragment)

 

möchtest du doch so schnell zu deiner liebsten kommen

wie ein herold des pharaos der es eilig hat

weil sein herr ungeduldig seine botschaft erwartet:

sein herz will hören was er zu melden hat

in den ställen steht für ihn längst alles bereit

auf jeder station wartet ein pferd

der wagen dahinter bereits angespannt –

denn für ihn gibt’s am weg kein halt

und einmal angekommen im haus der schwester

findet sein herz dort all die lust auf dieser welt.

 

 

 

könntest du doch so schnell zu deiner liebsten kommen

wie eins von den pferden des pharaos

jenes das er von tausend rennern am liebsten hat

das erste in seinem stall

das nur das allerbeste futter erhält.

sein herr erkennt ihn bereits am galopp;

hört es den knall seiner peitsche

ist es durch nichts mehr zu bremsen –

selbst der beste streitwagenlenker

hält es dann kaum noch im zaum:

so wie es auch das herz der schwester erkennt

wenn ihr liebster nicht mehr fern von ihr weilt.

 

 

 832543-61845c464980d9364529c8e16c0d2532.jpg

Raoul Schrott (Landeck, 17 januari 1964)

 

 

 

 

De Zweedse dichter, schrijver en regisseur Lukas Moodysson werd geboren op 17 januari 1969 in Malmö. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

Uit: Raus aus Amal (Vertaald door Hansjörg Betschart)

 

„(Die Schwestern lassen voneinander ab. Jessica steht auf. Sie ist durchnässt von Nesquick und wütend.) Was ist denn los?

Jessica

Du kannst ja Elin fragen! (Sie stürzt aus der Küche, vorbei an Birgitta, die ihr hinterherschaut.)

Elin

(Steht in aller Ruhe auf. Jessica knallt eine Tür zu.)

Birgitta

Könnt ihr euch nicht mal benehmen wie normale Menschen ... Ich habe das hier so satt! Ich habe die ganze Nacht gearbeitet.

Elin

Verzeihung ... Tut mir Leid .. ich wollte dich nicht wecken.

Birgitta

Ja, und was war es diesmal?

Elin

Sie hat die letzte Schokomilch getrunken.

Birgitta

Schokomilch?

Elin

Mhm.

Birgitta

(Seufzt. Kehrt zurück in das Schlafzimmer und schließt die Tür hinter sich.)

Elin

(Reißt Haushaltspapier ab und beginnt, die Flecken mit dem Fuß wegzuwischen. Nicht sonderlich effektiv.)

Jessica

(Zum Publikum.) Versteht ihr jetzt, was ich meine? Das ist dieses beschissene Leben mit einer Zurückgebliebenen. Ein Jahr jünger und hundert Jahre blöder. Was soll ich jetzt anziehen? Das war mein letztes T-Shirt. Heute abend ist eine Fete von unserer Schule. Und wie soll ich jetzt da hin? (Reagiert auf ein Grinsen im Publikum) Hahaha. Warum leben in dieser Stadt lauter Beknackte? Johan zu Beispiel. Der ist hinter mir her. Vergeblich, weil schon vergeben. Er ist ganz lieb. Mehr nicht. Nur ist er neuerdings immer bei uns vor dem Haus ganz lieb. Besonders zu seinem Moped. Und ich fürchte fast, er möchte noch lieber zu mir sein, also gehe ich mal lieber hinten raus, ehe der mich zu sehen kriegt.“

 

 

832543-1dbeac825e12a1899b2c77561eff6e0d.jpg
Lukas Moodysson (Malmö, 17 januari 1969)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Jörg Bernig werd geboren op 17 januari 1964 in Wurzen. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

 

Morgenappell mit nackter Büglerin
in Amsterdamer Pyrmontlaan


Immer gibt es im Haus gegenüber
etwas zu bügeln
Ich appelliere an meine Blicke
sich zu zügeln

Wieder gibt es im Himmel darüber
etwas zu geigen
Ich empfehle den Engeln
herabzusteigen

Immer gibt es im Himmel
etwas zu fiedeln
Ich appelliere an Engel
ihn abzuriegeln

Schon wieder wird gegenüber
gebügelt
Ich empfehle mich
beflügelt

 

 

 832543-afc8d297520abdf23869c002dc6cadef.jpg

Jörg Bernig (Wurzen, 17 januari 1964)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en schilder Frank Geerk werd geboren op 17 januari 1946 in Kiel. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

 

Kneipenlied

 

Da sitzen wir schon wieder
betrunken und zu zwein.
Die Weiber kommen nieder
und werden traurig sein.

 

Ein Kindlein wird geboren,
wir trinken noch ein Glas
und bleiben ungeschoren
von wo und wie und was.

 

Noch sitzen wir beim Weine
und trinken auf das Kind.
Im Flußbett liegen Steine
so naß wie wir es sind.

 

Uns locken alle Schenken,
der Weg nach Haus ist weit.
Was uns die Weiber schenken,
das tut uns weh und leid.

 

 

 

Samen met Rainer Brambach

 

 

832543-ce2e69e3c1a3e74fa4629e09459a2bab.jpg
Frank Geerk (17 januari 1946 – 7 februari 2008)

Kiel, raadhuis en opera

 

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Brontë werd geboren op 17 januari 1820 in Thornton. Zie ook mijn blog van 17 januari 2007 en ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

 

The Consolation

 

Though bleak these woods and damp the ground

With fallen leaves so thickly strewn,

And cold the wind that wanders round

With wild and melancholy moan,

There is a friendly roof I know

Might shield me from the wintry blast;

There is a fire whose ruddy glow

Will cheer me for my wanderings past.

 

And so, though still where'er I roam

Cold stranger glances meet my eye,

Though when my spirit sinks in woe

Unheeded swells the unbidden sigh,

 

Though solitude endured too long

Bids youthful joys too soon decay,

Makes mirth a stranger to my tongue

And overclouds my noon of day,

 

When kindly thoughts that would have way

Flow back discouraged to my breast

I know there is, though far away

A home where heart and soul may rest.

 

Warm hands are there that clasped in mine

The warmer heart will not belie,

While mirth and truth and friendship shine

In smiling lip and earnest eye.

 

The ice that gathers round my heart

May there be thawed; and sweetly then

The joys of youth that now depart

Will come to cheer my soul again.

 

Though far I roam, this thought shall be

My hope, my comfort everywhere;

While such a home remains to me

My heart shall never know despair.

 

 

 832543-8e97e39638faf5a213014eec2b84eb5d.jpg

Anne Brontë (17 januari 1820 – 28 mei 1849)



Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:34 Reageer op dit bericht

Klaus M. Rarisch, Einar Schleef, Ilja Leonard Pfeijffer, Roel Houwink, William Stafford

De Duitse dichter Klaus M. Rarisch werd geboren op 17 januari 1936 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

 

Zynische Zitate

Zum Zauber Satanischer Verse

 

Zitierend einen Kaiser von Byzanz –

hat so der Papst das Christentum verteidigt,

auf dessen Heilsparolen er vereidigt?

Entkleidete er sich des Amtsgewands,

 

entledigend sich eigenen Verstands,

hat er die Stimme wölfisch nur bekreidigt,

bestreitend, daß er den Islam beleidigt?

Vielleicht aus Neid auf fremden Glaubens Glanz?

 

Entehrt das Schwert der Mensch, der Frieden lehrt?

Verdient der Gläubige das Paradies

als Mörder, wie es der Prophet verhieß?

 

Die Heiden, die ein Märtyrer bekehrt,

sind sie vor der Verdammnis nun bewahrt?

Und bleibt dem Teufel schließlich nichts erspart?

 

 

 

Behaust

 

Der Garten ist zwar winzig, doch autark.

Nur Wasser geb ich ihm, bin ich zu Hause

in dieser alten Hütte, meiner Klause,

Da sitze ich allein und fühl mich stark,

 

und kommt der Tod, sei er nicht allzu arg.

Ich zögre: schreib ich oder mach ich Pause,

doch dann ergötz ich mich am kargen Schmause.

Und über mir hängt licht ein Kindersarg.

 

Seit langem, glaub ich, birgt er teure Seelen,

birgt Goethe, Platen, Benn und Arno Holz.

In ihrem Schutz und Trutz kann mir nichts fehlen.

 

Mag auch die Welt mir Ruhm und Würde stehlen –

was liegt daran? Ich bleibe schwach, doch stolz,

und muß mich vor mir selbst nicht mehr verhehlen.

 

 

 832524-5dd0c3727bd2baaad2118c3d53cbbe9e.jpg

Klaus M. Rarisch (Berlijn, 17 januari 1936)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en regisseur Einar Schleef werd in 1944 geboren in Sangershausen, Thüringen. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

Uit: Tagebuch 1999

 

„11.2.99 Wien Opernball

Die weiße Lady, in Sternen voll, bei der ich die obligatorische Kartoffelsuppe esse, schielt mich an, während Annette englisch sprechend diese Österreicherin aus Dallas attackiert, sie wahrzunehmen, vorigen Opernball trug die Weißhaarige Grün, genauso gepudert, genervt, mit dem gleichen Gesicht einer altgewordenen Barbie, doch darin alterslos jung, ein Münchner Modeschöpfer habe das Sternenkleid nach ihrem Entwurf hergerichtet, später posiert sie Fotografen, die auf den Knien kriechen, bis sie will, mir erscheint sie wie ein gutes Gespenst, das in seiner Suppentasse rührt, unwillkürlich hochsieht, einen Fettwanst vor sich, mich, schwitzend in seinem Frack, gut sitzend, aber müde. Früh 5 spendiert Dr. Springer seine übliche Gulaschsuppe, ein Termin, den ich wie voriges Jahr wahrnehme. Die Opernkantine ächzt in Qualm und Durchzug, wir gepreßt im Eck zwischen den

angeblich richtigen Besuchern, alle anderen seien schon weg, auch die Disco im Keller ist dicht, einige Leute schoben in den Treppen sich verzweifelt von Termin zu Termin, eher ein großes Gedränge, überall kleine Klübchen, die an ihrem Tisch ihr Essen servierten, in der Loge der Russen Sektkartons bis zur Decke, eng Schoß an Schoß, Kaviar aus der Dose mit Löffeln, dieses sei die georgische Nachtigall, dieser der russische Großtänzer, dieses der Mann, der alles bezahlt, der österreichische Ehemann einer Nobelrussin, die ihrerseits Bilder verkauft, Künstler vermittelt, eben Kontakte, vollbusig tanzte sie später, ich sah von oben zu, neben ihrem Mann, der das mit Genugtuung notierte, Fürsten nickten in den Saal, derweil sich das Fleisch amüsierte.“

 

 

832524-6e8f77f3d226db7f48f8cc8e7a194589.jpg
Einar Schleef (17 januari 1944 – 21 juli 2001)

Zelfportret

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook mijn blog van 17 januari 2007 en ook mijn blog van 17 januari 2008 en ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

 

Zondag

 

geef mij vandaag geen dichters
die beginnen met geef mij
dan wel zich concentrisch cirkelen
aan lijnen rakend van rechtzinnig
aritmisch gedragen zwijgen

laat mij ranzen laat onder mijn wollig meurende dek
bed van ronkende woorden naast wollige woorden
en serveer mij geen imperatieven
als je mij laat in de middag wakker kust
bij het krieken van de televisie
geen verschijn van maning
maar een ovenvers geurend gezegde
of een lied over litmanen

en maar want gisteren was kwieker
wiekelwakke winkelwagenwieltjes waren
gisteren toen zei jij nog wakker als een wekkerspel
wikkelwakkelwaait het snel

maar je moet
je moet vandaag wat langzamer voor mij zijn
dring ook niet op ochtendwandel aan
langs beemdgras bermtoerisme of om jonge
sla te zien slap nog in vochtige bedjes

lurk lekker op mens
sabbel zachtjes concentrisch
cirkelend aan rechtse zinnen rakend
van de luilekkerman

 

 

 

832524-f7cf7def3b1982322262d7e3b16baa4d.jpg
Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk,  17 janauari 1968)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Roel Houwink werd geboren op 17 januari 1899 in Breda. Zie ook mijn blog van 17 januari 2007 en ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.



Laatste oogenblik

 

Zij hadden reeds zijn handen saâmgelegd

en hoog getrokken het verfomfaaid laken,

opdat geen vreemde 't schrikkelijk doodsgevecht

met zijn ontstelde blikken zou genaken.

 

schaduwen sloten reeds den valen mond,

blinkende vliegen vingen aan te plagen

der lippen leêg gebloede wond...

maar nog was hij niet ganschelijk verslagen.

 

want eenmaal nog riepen zijn oogen luid

het licht in hunne schemerdiepten binnen

en als een kind met gulzig kreungeluid

dronk hij zijn laatsten dag van het besmeurde linnen.

 

 

 

 

De kinderen

Voor Anne de Vries

 

Zij komen uit een rijk voorbij dit leven

en gaan langs wegen waar geen mensch van weet

een verren onbekenden einder tegen,

de zoom strijkt langs ons van hun wapprend kleed.

 

Hoe houden zij zoo licht en bijna blij geheven

den beker van 't oneindig bittre leed?

hoe ligt voor elk een argelooze zegen

in 't teere hunkren van hun hart gereed?

 

Maar Die zegt: ‘Laat de kindren tot mij komen!’

spreekt daarmee over ons een streng gericht,

want wij staan tusschen hen en hunne droomen

vaak als een muur van angsten opgericht.

 

 

 

 832524-8a9e3f91815b8193f1c2ecff5a4702c2.jpg

Roel Houwink (17 januari 1899 – 3 juni 1987)

Tekening van Wybo Meyer

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter William Edgar Stafford werd geboren op 17 januari 1914 in Hutchinson, Kansas. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

 

Ask Me 

 

Some time when the river is ice ask me

mistakes I have made. Ask me whether

what I have done is my life. Others

have come in their slow way into

my thought, and some have tried to help

or to hurt: ask me what difference

their strongest love or hate has made.

 

I will listen to what you say.

You and I can turn and look

at the silent river and wait. We know

the current is there, hidden; and there

are comings and goings from miles away

that hold the stillness exactly before us.

What the river says, that is what I say.

 

 

 

The Light By The Barn 

 

The light by the barn that shines all night

pales at dawn when a little breeze comes.

 

A little breeze comes breathing the fields

from their sleep and waking the slow windmill.

 

The slow windmill sings the long day

about anguish and loss to the chickens at work.

 

The little breeze follows the slow windmill

and the chickens at work till the sun goes down--

 

Then the light by the barn again.

 

 


832524-8e4ec232d60037b6fbeae289853078ca.jpg
William Stafford (17 januari 1914 – 28 augustus 1993)

Geschreven door Romenu om 19:22 Reageer op dit bericht

Jan Van Droogenbroeck, Dorothee Wong Loi Sing, Nevil Shute, Mrs Henry Wood, George Lyttelton, Hella Eckert

De Vlaamse dichter en schrijver Jan Van Droogenbroeck werd geboren te Sint-Amands op 17 januari 1835. Zie ook mijn blog van 17 januari 2007 en ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

 

De Pen

 

Op twee beenen,

Zonder voeten

Loopt zij over 't witte blad:

Zonder tonge

Kan zij spreken,

Deftig, sierlijk, rad en glad.

 

Met den bek, den

Scherpgespitste,

Wroet zij in vergiftig nat;

Jongens, jongens,

Dat is wonder!

Zeg mij, wat een dier is dat?

 

Loopen kan zij;

Maar bestieren,

Moet gij zelf, mijn slimme snaak;

Spreken kan zij,

Ja; maar denken,

Dat is weerom uwe zaak.

 

Wroet zij in den

Zwarten koker,

Wordt zij gansch besmeurd aldaar:

- Uw' gedachten

Blijven helder;

Wat gij schrijft zij klaar en waar!

 

 

 

 832510-9f2aa2ea72ae6e7164678df7111161cd.jpg

Jan Van Droogenbroeck (17 januari 1835 - 27 mei 1902)

 

 

 

 

 

De Surinaamse schrijfster en beeldend kunstenares Dorothee Wong Loi Sing werd geboren in Paramaribo op 17 januari 1954. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

Uit: Witmans hel

 

„De wereldberoemde zwarte zanger Michael Smackstones, Jackbones, ook wel Jah's Son genaamd, oogst het ene succes na het andere met zijn tophits en videoclips. Over de gehele aardbol staren de witmeisjes en witvrouwen in trance naar zijn bewonderde charismatische gestalte, en voelen zijn magnetische uitstraling. Over de gehele aardbol staren witjongens en witmannen geboeid naar zijn Persona oftewel Masker, en het aantal witmensen dat met ‘Curly’ in zijn of haar haren loopt, of de steile kapsels bij de salon tot een kroeskop laat permanenten, is niet meer bij te houden. Elke avond dromen velen verliefd van zijn donkere stem die een onnavolgbare persoonlijkheid en Rattenvangerachtige aantrekkelijkheid uitzendt. Ontelbaar zijn de liefdesverklaringen die de popzanger gezonden worden.

Ontelbaar zijn de zwarte jongens- en meisjespopgroepen, die furore maken op de Tele-Visie, en met hart en ziel geïmiteerd worden door witte jongelui over de gehele wereld. Om er slechts enkele te noemen: de Soul Systers van Sparkle, en de groep Boney Twinkle, en de ‘messias’ van de reggii: Mop Barlie, Paps Farley, of hoe hij zich ook noemen wil op diverse planeten. Verover de wereld, begin bij de jeugd.“

 

 

 832510-1bbf8efa7c8146b0515a8f0e2d6bbed6.jpg

Dorothee Wong Loi Sing (Paramaribo, 17 januari 1954)

Michael Jackson

 

 

 

 

De Engelse schrijver Nevil Shute werd geboren op 17 januari 1899 in Ealing. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

Uit: The Far Country

 

"Jack," said Jane, "don't let's see anyone tonight. Let's just have a very, very good dinner and go to a theatre. Any theatre."

"Don't you want to see Angie?"

"Angie can wait till tomorrow," said her mother. "I want to see a theatre. Angie's probably seen them all. Let's go out alone."

"All right," he said. "I'll go down and see what we can get seats for."

She said, "And I want a bottle of champagne with dinner."

" My word," he said. "What'll I order for dinner- mutton?"

"You dare! Oysters and roast duck, or as near as you can get to it."

They went out presently and walked slowly in the heat down the tree-shaded slope of Collins Street, tacking from side to side to look at the shops. Jane said presently, "I know what I want to buy."

"What's that?"

"A picture."

He stared at her. "What sort of picture?"

"An oil painting. A very, very nice oil painting."

"What of?"

"I don't mind. I just want a very nice picture."

"You mean, in a frame, to hang on the wall?"

"That's right. We had lots of them at home, when I was a girl. I didn't think anything of them then, but now I want one of my own."

 

 

 832510-ef11b4f594fec346db7ba86efda52f38.jpg

Nevil Shute (17 januari 1899 – 12 januari 1960)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Mrs Henry Wood werd geboren in Worcester op 17 januari 1814 als Ellen Price. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

Uit: The Channings

 

„The sweet bells of Helstonleigh Cathedral were ringing out in the summer's afternoon. Groups of people lined the streets, in greater number than the ordinary business of the day would have brought forth; some pacing with idle steps, some halting to talk with one another, some looking in silence towards a certain point, as far as the eye could reach; all waiting in expectation.

It was the first day of Helstonleigh Assizes; that is, the day on which the courts of law began their sittings. Generally speaking, the commission was opened at Helstonleigh on a Saturday; but for some

convenience in the arrangements of the circuit, it was fixed this time for Wednesday; and when those cathedral bells burst forth, they gave signal that the judges had arrived and were entering the sheriff's

carriage, which had gone out to meet them.

A fine sight, carrying in it much of majesty, was the procession, as it passed through the streets with its slow and stately steps; and although Helstonleigh saw it twice a year, it looked at it with gratified eyes still, and made the day into a sort of holiday. The trumpeters rode first, blowing the proud note of advance, and the long line of well-mounted javelin men came next, two abreast; their attire that of the livery of the high sheriff's family, and their javelins held in rest. Sundry officials followed, and the governor of the county gaol sat in an open carriage, his long white wand raised in the air.

Then appeared the handsome, closed equipage of the sheriff, its four horses, caparisoned with silver, pawing the ground, for they chafed at the slow pace to which they were restrained. In it, in their scarlet

robes and flowing wigs, carrying awe to many a young spectator, sat the judges. The high sheriff sat opposite to them, his chaplain by his side, in his gown and bands. A crowd of gentlemen, friends of the

sheriff, followed on horseback; and a mob of ragamuffins brought up the rear.“

 

 

 

832510-1fe7f2fcde7abc317456dd24cf8469f7.jpg
Mrs Henry Wood (17 januari 1814 – 10 februari 1887

Boekomslag

 

 

 

 

De Engelse schrijver, politicus en staatsman George Lyttelton, 1e Baron Lyttelton werd geboren in Hagley, Worcestershire op 17 januari 1709. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009 en ook mijn blog van 17 januari 2010.

 

Uit: Dialogues of the Dead

 

_Mr. Hampden_.--Your reasoning seems unanswerable.  But what could we do? Let Dr. Laud and those other court divines, who directed the king's conscience, and fixed in it such principles as made him unfit to govern a limited monarchy--though with many good qualities, and some great ones--let them, I say, answer for all the mischiefs they brought upon him and the nation.

_Lord Falkland_.--They were indeed much to blame; but those principles had gained ground before their times, and seemed the principles of our Church, in opposition to the Jesuits, who had certainly gone too far in the other extreme.

_Mr. Hampden_.--It is a disgrace to our Church to have taken up such opinions; and I will venture to prophesy that our clergy in future times must renounce them, or they will be turned against them by those who mean their destruction.  Suppose a Popish king on the throne, will the clergy adhere to passive obedience and non-resistance?  If they do, they deliver up their religion to Rome; if they do not, their practice will confute their own doctrines.“




 

 

 

De Duitse schrijfster Hella Eckert werd geboren op 17 januari 1948 in Bremen. Zie ook mijn blog van 17 januari 2009.

 

Uit: Big John

 

“Ich wünschte, daß das Haus, in dem wir wohnten, Beine bekäme und sich mit mir davonmachte. Bevor auch aus ihm etwas ganz anderes würde, eine umgestülpte Schachtel ohne innen und außen und hell und dunkel, bevor die Nachbarn links und rechts und gegenüber weiter tuschelten, wenn ich ihnen beim Einkaufen begegnete."

 

 

 832510-4eea424a8faff689b690b8e72618d6ff.jpg

Hella Eckert (Bremen,17 januari 1948)

Geschreven door Romenu om 19:12 Reageer op dit bericht

Brian Castro, José Soares, Anthony Hecht, Aleksandar Tisma, Franz Tumler

De Australische schrijver en essayist Brian Castro werd geboren op 16 januari 1950 in Hongkong. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: The Garden Book

 

„Sometimes when you walk down to the cairn they've erected in memory of the crash you feel a bit ghoulish - wun gwai, as they say amibiguously in Chinese, 'hunting phantoms' which also means 'looking for nothing'. A daft undertaking. You wouldn't want to die on the side of this mountain, overcome by smoke. There is a stony track leading from the lookout, littered with shattered bourbon bottles and flattened beer cans. Beneath that there are the burnt remains of other times; layers and older layers. For a forensic collector, everything has its sombre significance. You may be looking at the last moments of a human gesture.

A gale blows, circling up from the flats, making the wires whistles. Stringybarks rasp. At times the ground shudders when a giant eucalypt falls and then the air is thick with the smell of leaf and loam. They fall without warning; roots in soft volcanic soil, heavy branches swooning in gusts, swollen with leaves. Every limb a sword of Damocles. You are broaching a former wilderness here. The hills are studded with orchards and nurseries now, but seventy years ago huge mountain ash rose up hundreds of feet and cool, dark forests formed a blue wall against the creeping city. The wind rakes through them, tearing down bark, rending memory with enfilading fire. In a cutting off Ridge Road there is a clearing and the ground is covered by little mounds of cigarette butts where people have emptied their car ashtrays. Countless cairns of long-dead anxieties, burnt-out lusts, charred moments of fear. Ice cubes of broken windshield glass. Two syringes. Seven used condoms. You suspect French letters despoited in such a way archive a particular system which is part sociological, part psychological. Seven is an anxious number.“

 

 

 831850-ee6f0196432f2e328c45c255c8c31a00.jpg

Brian Castro (Hongkong, 16 januari 1950)

 

 

 

 

 

De Braziliaanse schrijver, theaterproducent, talk show host, acteur, schilder en musicus Jô Soares werd geboren op 16 januari 1938 in Rio de Janeiro. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: Twelve Fingers: Biography of an Anarchist (Vertaald door Clifford E. Landers)

 

„The most sacred date in the Serbs' historical calendar. It commemorates the Battle of Kosovo, which took place five centuries earlier and in which, according to Slavic myth, the flower of Balkan youth was slaughtered at the hands of Turkish barbarism. A cloudless sky over the city and the sun bathing the rooftops decorated with flowers and pennants. It is a feast day. Men and women sporting colorful clothes and folkloric costumes mark the occasion with dancing in the streets.

Whether through ignorance or stupidity, it is also the day that Archduke Franz Ferdinand, heir to the Austro-Hungarian throne, despised by the Serbian people, chooses for his visit to Sarajevo. The archduke has come to observe military maneuvers at the camp in Filipovic, at the invitation of the governor of Bosnia, General Oskar Potoirek. He is unaware that, spaced along the half-kilometer from the railway station to the city hall, where a ceremony is to be held, at least twenty-two armed conspirators from the Narodna Odbrana, the "Nationalist Defense," are waiting for him. They are determined to eliminate this highly visible symbol of tyranny.
At 9 A.M., Dimitri Borja Korozec goes into the Café Zora on Franz Joseph Street, where he plans to get something to eat. Under his arm he carries the Bosnische Post from the previous evening, with the route to be followed by Archduke Ferdinand.“

 

 

 831850-49b870e836011bd7a3cee7231d4a7624.jpg

José Soares (Rio de Janeiro, 16 januari 1938)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter Anthony Hecht werd geboren op 16 januari 1923 in New York. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

 

It Out-Herods Herod. Pray You, Avoid It. 

 

Tonight my children hunch

Toward their Western, and are glad

As, with a Sunday punch,

The Good casts out the Bad.

 

And in their fairy tales

The warty giant and witch

Get sealed in doorless jails

And the match-girl strikes it rich.

 

I’ve made myself a drink.

The giant and witch are set

To bust out of the clink

When my children have gone to bed.

 

All frequencies are loud

With signals of despair;

In flash and morse they crowd

The rondure of the air.

 

For the wicked have grown strong,

Their numbers mock at death,

Their cow brings forth its young,

Their bull engendereth.

 

Their very fund of strength,

Satan, bestrides the globe;

He stalks its breadth and length

And finds out even Job.

 

Yet by quite other laws

My children make their case;

Half God, half Santa Claus,

But with my voice and face,

 

A hero comes to save

The poorman, beggarman, thief,

And make the world behave

And put an end to grief.

 

And that their sleep be sound

I say this childermas

Who could not, at one time,

Have saved them from the gas.

 

 

 

 831850-1cfe1a6a1a3765f72ba2e1c00a72410f.jpg

Anthony Hecht (16 januari 1923 – 20 oktober 2004)

 

 

 

 

De Servische schrijver Aleksandar Tišma werd op 16 januari 1924 geboren in Vojvodina. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: Reise in mein vergessenes Ich (Vertaald door Barbara Antkowiak)

 

„Novi Sad, 29. 7. 1942

Ich beginne dieses Tagebuch in guter Stimmung. Die Krisenzeit ist vorbei, ich habe mich stabilisiert. Zu der Veränderung kam es letzten Herbst. Den ersten Anstoß erhielt ich von Spasa: Er lehrte mich Liebe zur Arbeit und zum Nachdenken. Das heißt nicht, daß ich jetzt fleißig bin. Ich lese nur und denke flüchtig über die Lektüre nach; sonst tue ich nichts. Aber mein pubertärer Nihilismus, dieses Chaos der Gedanken und Ideen, ist verschwunden. Zwar bin ich ein Zweifler ohne Ideale geblieben, doch ich hege weder Haß noch Verachtung für Ideale und Menschen. Ich bin ungewöhnlich, fast unnatürlich objektiv geworden.

Dann hatte ich ein paar Erfolge bei Mädchen, und meine Liebe zu Draga hat mir trotz aller Hoffnungslosigkeit genutzt, mich aus dem Stillstand der Gefühle erlöst. Ich liebe Draga noch immer, doch nicht mehr mit jener leidenden, haßerfüllten Glut: auch ihr verzeihe ich. Die Freundschaft mit Matijas hat mir viel gebracht. Er, der mir intellektuell weit überlegen ist, hat mich an die Literatur herangeführt und den Verehrer geistiger Werte in mir erweckt.

Djurica F. verdanke ich Festigkeit des Herzens, Verachtung für Schwäche, Zynismus.

Nun stehe ich hier: jung, gesund und ausgeglichen. Ich komme mir vor wie ein Kapitän, dessen Schiff durch eine Nebelwand gestoßen ist, der endlich den offenen Horizont vor sich hat und nun überlegt, welchen Kurs er einschlagen soll.

Am 1. September schließe ich die achte Klasse ab, dann folgt das Abitur. Ich müßte lernen, aber es gelingt mir kaum.“

 

 

 831850-5c61dfc850fa656d137f4d17d9173552.jpg

Aleksandar Tišma (16 januari 1924 – 16 februari 2003)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Tumler werd geboren op 16 januari 1912 in Gries bij Bozen. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: Marmorstück von Laas

 

„Ich war [...] 1933, zum erstenmal bewußt als erwachender Mensch, der sich um seine Herkunft kümmert in der Heimat meines Vaters gewesen. Bei einem früheren Besuch hatte ich sie als Kind gesehen. Diesmal war ich anders gekommen: ein Heranwachsender, der sich als Person zu bestimmen trachtet. Ich hatte Verwandtschaft gespürt: etwas Geheimnisvolles zog mich an, es war mir begegnet in der Landschaft , in den Gesichtern der Menschen, in ihrer Sprache; ich fühlte einen älteren Lebensgrund.“

(...)

 

„Da hatte ich zum ersten Mal auch etwas Ungesagtes von meinem Vater verstanden: Bleib nicht, geh hinaus auf die Straße, geh weiter hinaus, komm zurück, aber geh wieder hinaus; und immer so: Nichtbleiben, Hinausgehen, da kommst du zu Leben. Geh, geh; wenn du gehst und sprichst, schneiden deine Wörter die Luft entzwei, und so weit die Luft von Wörtern durchschnitten ist, ist der Mensch gekommen. Die Müdigkeit hält dich nicht auf, Krankheit hemmt dich nicht, und so weit deine Wörter schneiden, bist du voran. Geh nicht schön, wisch dir den Rotz ab, eines Tages bist du in Rom. Schau dir den Fluß an, graues Gebirgswasser, aber es ist Wasser wie zerriebener Stein.“

 

 

 831850-f983487c5e03d4c2382d669774b25020.jpg

Franz Tumler (16 januari 1912 – 20 oktober 1998)

Tumler, rond 1940

Geschreven door Romenu om 19:35 Reageer op dit bericht

Jules Supervielle, Robert W. Service, Kálmán Mikszáth, Saint-Simon, Nel Benschop

De Franstalige dichter en schrijver Jules Supervielle werd geboren op 16 januari 1884 in Montevideo, Uruguay. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

 

C'est vous quand vous êtes partie

 

C'est vous quand vous êtes partie,
L'air peu à peu qui se referme
Mais toujours prêt à se rouvrir
Dans sa tremblante cicatrice
Et c'est mon âme à contre-jour
Si profondément étourdie
De ce brusque manque d'amour
Qu'elle n'en trouve plus sa forme
Entre la douleur et l'oubli.
Et c'est mon cœur mal protégé
Par un peu de chair et tant d'ombre
Qui se fait au goût de la tombe
Dans ce rien de jour étouffé
Tombant des autres, goutte à goutte,
Miel secret de ce qui n'est plus
Qu'un peu de rêve révolu.

 

 

 831846-2a85eb4009cd403bcf8d2dfb24922c17.jpg

Jules Supervielle (16 januari 1884 – 17 mei 1960)

 

 

 

 

De Canadese dichter en schrijver Robert William Service werd geboren op 16 januari 1874 in Preston, Engeland. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

 

If You Had A Friend

 

If you had a friend strong, simple, true,

Who knew your faults and who understood;

Who believed in the very best of you,

And who cared for you as a father would;

Who would stick by you to the very end,

Who would smile however the world might frown:

I'm sure you would try to please your friend,

You never would think to throw him down.

 

And supposing your friend was high and great,

And he lived in a palace rich and tall,

And sat like a King in shining state,

And his praise was loud on the lips of all;

Well then, when he turned to you alone,

And he singled you out from all the crowd,

And he called you up to his golden throne,

Oh, wouldn't you just be jolly proud?

 

If you had a friend like this, I say,

So sweet and tender, so strong and true,

You'd try to please him in every way,

You'd live at your bravest -- now, wouldn't you?

His worth would shine in the words you penned;

You'd shout his praises . . . yet now it's odd!

You tell me you haven't got such a friend;

You haven't? I wonder . . . What of God?

 

 

 

831846-dfe62d6923cf5555f230c3aa1db813d7.jpg
Robert W. Service (16 januari 1874 – 11 september 1958)

 

 

 

 

De Hongaarse schrijver en journalist Kálmán Mikszáth werd op 16 januari 1847 in Szklabonya (tegenwoordig Slowakije) geboren. Zie ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: St. Peter's Umbrella (Vertaald door B. W. Worswick)

 

„The schoolmaster's widow at the Haláp was dead. When a schoolmaster dies there is not much of a funeral, but when his widow follows him, there is still less fuss made. And this one had left nothing but a goat, a goose she had been fattening, and a tiny girl of two years. The goose ought to have been fattened at least a week longer, but the poor woman had not been able to hold out so long. As far as the goose was concerned she had died too soon, for the child it was too late. In fact, she ought never

to have been born. It would have been better had the woman died when her husband did. (Dear me, what a splendid voice that man had to be sure!)

The child was born some months after its father's death. The mother was a good, honest woman, but after all it did not seem quite right, for they already had a son, a priest, a very good son on the whole, only it was a pity he could not help his mother a bit; but he was very poor himself, and lived a long way off in Wallachia, as chaplain to an old priest. But it was said that two weeks ago he had been presented with a living in a small village called Glogova, somewhere in the mountains between Selmeczbánya and Besztercebánya. There was a man in Haláp, János Kapiczány, who had passed there once when he was driving some oxen to a fair, and he said it was a miserable little place.

And now the schoolmaster's widow must needs go and die, just when her son might have been able to help her a little. But no amount of talking would bring her back again, and I must say, for the honor of the inhabitants of Haláp, that they gave the poor soul a very decent funeral.“

 

 

 

 831846-3bbb9b79fb28b4af0f22b4ebe10437d0.jpg

Kálmán Mikszáth (16 januari 1847 – 28 mei 1910)

Standbeeld in Boedapest

 

 

 

 

De Franse schrijver Louis de Rouvroy, hertog van Saint-Simon werd geboren op 16 januari 1675 in Versailles. Zie ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: Mémoires de Saint-Simon

 

„En même temps, elle s'appliquait à m'élever le courage, et à m'exciter de me rendre tel que je pusse réparer par moi-même des vides aussi difficiles à surmonter. Elle réussit à m'en donner un grand désir. Mon goût pour l'étude et les sciences ne le seconda pas, mais celui qui est comme né avec moi pour la lecture et pour l'histoire, et conséquemment de faire et de devenir quelque chose par l'émulation et les exemples que j'y trouvais, suppléa à cette froideur pour les lettres; et j'ai toujours pensé que si on m'avait fait moins perdre de temps à celles-ci, et qu'on m'eût fait faire une étude sérieuse de celle-là, j'aurais pu y devenir quelque chose.

Cette lecture de l'histoire et surtout des Mémoires particuliers de la nôtre, des derniers temps depuis François Ier, que je faisais de moi-même, me firent naître l'envie d'écrire aussi ceux de ce que je verrais, dans le désir et dans l'espérance d'être de quelque chose et de savoir le mieux que je pourrais les affaires de mon temps. Les inconvénients ne laissèrent pas de se présenter à mon esprit; mais la résolution bien ferme d'en garder le secret à moi tout seul me lut remédier à tout. Je les commençai donc en juillet 1694, étant mestre de camp d'un régiment de cavalerie de mon nom, dans le camp de Guinsheim sur le Vieux-Rhin, en l'armée commandée par le maréchal-duc de Lorges.“

 

 

 831846-004d75800bbfdaa1a082ffae8fa63291.jpg

Saint-Simon (16 januari 1675- 2 maart 1755)

 

 

 

 

De Nederlandse dichteres Nel Benschop werd geboren op 16 januari 1918 te Den Haag. Zie ook mijn blog van 16 januari 2007 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

 

Verlangen naar de lente

 

God, ik verlang zo naar een straaltje zon

en naar de eerste warme lentedagen,

naar witte wolken, die door 't blauw heen jagen

op weg naar iets, dat ik niet vinden kon.

 

Ik wil de tulpen ruiken als 'k ze pluk,

ik wil de kersenbloesem weer zien zweven,

magnolia 's, de kelken opgeheven

of ze een dronk uitbrengen op 't geluk.

 

Ik wil de knoppen weer zien opengaan

van berken, mooiste onder alle bomen;

ik wil, nu 'k aan de winter ben ontkomen,

met nieuwe ogen in Uw schepping staan.

 

 

 

 831846-84766939708eb7c918487ba0c94893d1.jpg

Nel Benschop (16 januari 1918 – 31 januari 2005)

Geschreven door Romenu om 19:30 Reageer op dit bericht

Inger Christensen, Susan Sontag, Reinhard Jirgl, Uwe Grüning

De Deense dichteres, schrijfster en essayiste Inger Christensen werd geboren op 16 januari 1935 in de stad Vejle aan de oostkust van Jutland. Zie ook mijn blog van 16 januari 2008 en ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

 

If I stand

 

If I stand

alone in the snow

it is clear

that I am a clock

 

how else would eternity

find its way around

 

 

 

Light: Winter

 

Winter is out for a lot this year

the beach already is stiff

all will be one will be one this year

wings and ice will be one in the world

all will be changed in the world:

the boat will hear its steps on the ice

the war will hear its war on the ice

the woman will hear her hour on the ice

the hour of birth in the ice of death

winter is out for a lot.

Out for the houses the cities

out for the forests the clouds

the mountains the valleys fear

the heart the children peace.

 

Winter is out for a lot this year

the hand already is stiff

the crying of children is heard in the house

one will we be one life

I hear my house slip with the world

and scream all that has been screamed

the heart rams its boat into ice

shells rustling in the hull

winter is out for as much.

 

If I freeze fast in the ice

if you freeze fast my child

my great forest next summer

my great fear as I come

if you freeze fast my life:

then I am a vulture of wings and ice

tearing my liver, my living life

awake in eternity.

 

This winter is in for a lot.

 

 

 

Vertaald door Susanna Nied

 


 831853-973bb0b4eef0f25655ffb1e6631f0345.jpg

Inger Christensen (16 januari 1935 – 2 januari 2009)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Susan Sontag werd geboren op 16 januari 1933 in New York. Zie ook mijn blog van 16 januari 2007  en ook mijn blog van 16 januari 2008 en ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: Over fotografie (Vertaald door Henny Scheepmaker)

 

„Er is een nadrukkelijke arrogantie voor nodig om te maken dat het werk gemakkelijk herkenbaar is (zoals de gesolariseerde foto’s van Todd Walker of de fotoverhalen van Duane Michals) of een obsessie met één bepaald thema (zoals Eakins met het mannelijk naakt, of Laughlin met het ouderwetse zuiden van de Verenigde Staten). Wanneer een fotograaf zich niet op die manier aan banden legt, vertoont zijn totale oeuvre niet de integriteit die men gewaarwordt in vergelijkbaar gevarieerd werd van andere vormen van kunst. Zelfs wanneer men een loopbaan neemt met zeer scherpe breuklijnen in periodes en stijlen – denk aan Picasso of Strawinsky – kan men een zekere eenheid in gestemdheid waarnemen die boven die breuklijn uitgaat, en ziet men achteraf de innerlijke relatie van de ene periode tot de andere. Wanneer men het totale oeuvre kent, begrijpt men hoe dezelfde componist in staat was Le Sacre du printemps, het ‘Dumberton Oaks’ concert, en de latere neoschönbergiaanse werken te componeren; in al die composities herkent men de hand van Strawinsky. Maar er bestaat geen innerlijk bewijs om de studies van menselijke en dierlijke bewegingen, de documenten van foto-expedities in Midden-Amerika, de in opdracht van de regering vervaardigde cameraoverzichten van Alaska en Yosemite, en de wolken- en bomenseries te identificeren als het werk van één enkele fotograaf (en nog wel een van de interessantste en meest oorspronkelijke).“

 

 

 831853-637dd4edf84dfa41ed11ba38da39ea56.jpg

Susan Sontag (16 januari 1933 – 28 december 2004)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Reinhard Jirgl werd op 16 januari 1953 in Oost-Berlijn geboren. Zie ook mijn blog van 16 januari 2007  en ook mijn blog van 16 januari 2008 en ook mijn blog van 16 januari 2009 en ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

Uit: Abschied von den Feinden

 

“BERICHT VOM ABSCHIED. Die Wohnung meines älteren Bruders liegt im Finstern, i winzige Glühlampe beißt i wenig Dunkelheit aus dem Korridor heraus — dort ist helles Schimmern, das dem glatten Haar der beiden Frauen ein dunkles, mattes Leuchten gibt. Bisweilen sehe ich auch das Gesicht i dieser Frauen als ein Schemen aufleuchten in dem dunkeln Labyrinth einer Wohnung. Der Bruder ist vor einigen Jahren schon fortgezogen von hier, von diesem Ort, diesem Land + dieser Frau, in den Westen zu einer Zeit, als kaum jemand mehr zu ahnen wagte + noch weniger zu wissen, daß auch dem-Osten ein erlebbares Ende beschieden war. Lange Jahre noch vor der Unruhe, vor den Stürzen + Aufbrüchen, den Trunkenheiten + dem Taumeln wie sie Plätze Wege + Straßen schrägen seit Tagen + die Körper wie ein Brennen ergreifen; in diesen ersten Tagen, nachdem die

Eine Grenze keine Grenze mehr ist, die Stadt Berlin für Stunden i Schritt vom Tod sich entfernte.

Immerhin, solch erste Stunden sind unsicher, die Haut des Neuen noch dünn, Rückfälle jederzeit möglich: Panzer würden aufrücken, Polizisten + Soldaten Straßen + Häuser besetzen, Gestalten, die Hände erhoben, eilig aus den Wohnungen heraus-, in geschlossne Lastwagen hineingetrieben werden, + tauchten niemals wieder auf—; vereinzelt Schüsse in den Alleen, + anderntags auf einigen Straßen neben ausgebrannten Autowracks in schwarzrote Qualmfetzen gehüllt die Leichen, ihre Gesichter von Zeitungsbögen verdeckt —, sie würden auch am folgenden Abend noch dort liegen, Niemand der die Straßen zu betreten wagt; aufflammend Leuchtraketen, Hundegebell Stiefel gegen Asfalt wieder Schüsse, Wetterleuchten, ein blutiges Feuerwerk zum Bürgerkrieg. Und in Schwärmen auch hier wie allenorts die Fliegen.....

—!Genug. Sagt mit entschlossener Stimme die Frau, als hätte sie meine Fantasien erraten. Ihr Gesicht, zum Kinn spitz zulaufend, schimmert weiß. —Es ist Zeit. Wir müssen gehn.”

 

 

jirgl102_v-slideshow.jpg
Reinhard Jirgl (Oost-Berlijn, 16 januari 1953)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, vertaler  en politicus Uwe Grüning werd geboren op 16 januari 1942 in Pabianice bij Lodz, Polen. Zie ook mijn blog van 16 januari 2010.

 

 

Heimkehr im Alter

Wer heimkehrt,
findet die Stunde,
die ihn zu reden lehrte, nicht mehr,
und sein Auge bleibt blicklos.

 

Wer heimkehrt,
weiß noch das Sesamwort.
Doch die Höhle steht offen
und ihre Schätze
sind weggeraubt wie die Jugend.

 

In den Weiden
wohnt kein Erlkönig mehr,
und seine Töchter,
Nebel- und Brautschleier tragend,
tanzen nicht auf den Auen.

 

Wer zurückkehrt im Alter,
führt den Selbstbetrug heim,
einen Schatz,
der sich mehrt mit den Jahren.

 

Doch sein Vater empfängt ihn,
wie Väter seit jeher
verlorene Söhne empfangen,
und spricht
mit einer Kopfbewegung:
"Tritt ein,
leg deine Sehnsucht ab,
sei willkommen!"

 

 

 

 831853-1a50e1289dbbb25905e5cccd9bf35164.jpg

Uwe Grüning (Pabianice, 16 januari 1942)




Zie voor nog meer schrijvers van de 16e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Osip Mandelstam, Mihai Eminescu, Johannes Beilharz, Molière, Franz Grillparzer

De Russische dichter Osip Mandelstam werd geboren op 15 januari 1891 in Warschau. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007 en ook mijn blog van 15 januari 2008 en ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

Zärtlicher als zärtlich

 

Zärtlicher als zärtlich
Ist dein Gesicht,
Weißer als Weißes
Ist deine Hand,
Stets bliebst du fern
Der Welt, der gesamten,
Allem, was dein ist,
Niemand entkam.

All deiner Trauer
Niemand entkam,
Auch den nie erkaltenden
Fingern der Hand,
Auch dem nie verzagenden
Ruhigen Klang
Im Fernen
Der Reden
Und Augensterne.

 

 

 

Vertaald door Erich Boerner

 

 

 

A flame is in my blood

 

A flame is in my blood

burning dry life, to the bone.

I do not sing of stone,

now, I sing of wood.

 

It is light and coarse:

made of a single spar,

the oak’s deep heart,

and the fisherman’s oar.

 

Drive them deep, the piles:

hammer them in tight,

around wooden Paradise,

where everything is light.

 

 

Vertaald door A. S. Kline

 

 

 

 831152-ec2ae7d0f14ebc9872542f32825bc862.jpg

Osip Mandelstam (15 januari 1891 – 27 december 1938)

 

 

 

 


De Roemeense dichter
Mihai Eminescu (eigenlijk Mihail Eminovici) werd geboren op 15 januari 1850 in Botoşani bij Czernowitz. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007 en ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

Eve On The Hill

Dreary the horn sounds in the eve on the hill,
Sheepflocks return, stars on their way twinkle still,
Watersprings weep murmuring clear, and I see
Under a tree, love, thou art waiting for me.

Holy and pure passes the moon on the sky,
Moist seem the stars born from the vault clear and high,
Longing thine eyes look from afar to divine,
Heaving thy breast, pensive thy head doth recline.

Tired with their toil, peasants come back from the field,
From the old church, labourer's comfort and shield,
Voices of bells thrill the whole sky high above;
Struck is my heart, trembling and burning with love.

Ah! very soon quietness steals over all,
Ah! very soon hasten shall I to thy call,
Under the tree, there I shall sit the whole night,
Telling thee, love, thou art my only delight.

Cheek press'd to cheek, there in sweet ecstasy we,
Falling asleep under the old locust-tree,
Smiling in dream, seem in a heaven to live,
For such a night who his whole life would not give?

 

Vertaald door P. Grimm

 

 

 

Sonnet II

The years have sped, and time still swiftly flies
Since that first sacred hour in which we met;
But how we loved I can no more forget,
Sweet wonder with cold hands and such big eyes.

O, come again! Your words inspire me yet,
While your soft gaze upon me gently lies,
That'neath its ray new life in shall rise,
And you new songs upon my lyre beget.

When you come near to me you little know
How soothed my heart is then, as though with balm,
As when some star does in the heavens show;

Your childish smile so full of tender charm
Has power to quench this life drawn out in woe
And fill my eyes with fire, my soul with calm.


 

Vertaald door Corneliu M. Popescu

 

 

 

 831152-1c1f5e640ef86d413146dd4c1e433306.jpg

Mihai Eminescu (15 januari 1850 - 15 juni 1889)

Standbeeld in Chisinau

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver, vertaler en schilder Johannes Beilharz werd geboren op 15 januari 1956 in Oberndorf am Neckar. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

 

Der Mond sinkt hinter einer Tempelruine hinab

Zu Debussys »Et la lune descend sur le temple qui fut«

 

 

Geköpfte Säulen

Umgestürzte Säulen

Gefallene Kapitelle

 

wo einst geschäftiges Treiben herrschte

 

Zeus, Artemis, Hermes, Hera, Aphrodite, Apoll wohnten hier und wurden besucht, beschworen, verflucht

 

Heute Efeugewucher, Gebrösel, Schutt

 

Und ein paar Wanderer, die an diesen verlassenen Ort kommen und zuschauen, wie der Mond rot zwischen abgebrochenen Säulen hinabsinkt

 

an diesem Ort, an dem die Götter noch immer wohnen



 

 

 831152-348ed1093be9329358272435c66be164.jpg

Johannes Beilharz (Oberndorf am Neckar, 15 januari 1956)

 

 

 

 

 

De Franse toneelschrijver en acteur Molière (pseudoniem van Jean-Baptiste Poquelin) werd geboren in Parijs op 15 januari 1622. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007  en ook mijn blog van 15 januari 2008 en ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: Le médecin volant

 

„SCÈNE PREMIÈRE

VALÈRE.- Hé bien! Sabine, quel conseil me donneras-tu*?

SABINE.- Vraiment, il y a bien des nouvelles. Mon oncle veut résolument que ma cousine épouse Villebrequin, et les affaires sont tellement avancées, que je crois qu'ils eussent été mariés dès aujourd'hui, si vous n'étiez aimé; mais comme ma cousine m'a confié le secret de l'amour qu'elle vous porte, et que nous nous sommes vues à l'extrémité par l'avarice de mon vilain oncle, nous nous sommes avisées d'une bonne invention pour différer le mariage. C'est que ma cousine, dès l'heure que je vous parle, contrefait la malade; et le bon vieillard, qui est assez crédule, m'envoie quérir un médecin. Si vous en pouviez envoyer quelqu'un qui fût de vos bons amis, et qui fût de notre intelligence, il conseillerait à la malade de prendre l'air à la campagne. Le bonhomme ne manquera pas de faire loger ma cousine à ce pavillon qui est au bout de notre jardin, et par ce moyen vous pourriez l'entretenir à l'insu de notre vieillard, l'épouser, et le laisser pester tout son soûl avec Villebrequin.

VALÈRE.- Mais le moyen de trouver sitôt un médecin à ma poste*, et qui voulût tant hasarder pour mon service? Je te le dis franchement, je n'en connais pas un.

SABINE.- Je songe une chose: si vous faisiez habiller votre valet en médecin? Il n'y a rien de si facile à duper que le bonhomme.

VALÈRE.- C'est un lourdaud qui gâtera tout; mais il faut s'en servir faute d'autre. Adieu, je le vais chercher. Où diable trouver ce maroufle à présent? Mais le voici tout à propos.

SCÈNE II

VALÈRE, SGANARELLE.

VALÈRE.- Ah! mon pauvre Sganarelle, que j'ai de joie de te voir! J'ai besoin de toi dans une affaire de conséquence; mais, comme je ne sais pas ce que tu sais faire...

SGANARELLE.- Ce que je sais faire, Monsieur? Employez-moi seulement en vos affaires de conséquence, en quelque chose* d'importance: par exemple, envoyez-moi voir quelle heure il est à une horloge, voir combien le beurre vaut au marché, abreuver un cheval; c'est alors que vous connaîtrez ce que je sais faire.

VALÈRE.- Ce n'est pas cela: c'est qu'il faut que tu contrefasses le médecin.“

 

 

 831152-57f06324e15f262b67e40d0ae7fca644.jpg

Molière (15 januari 1622 - 17 februari 1673)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter en schrijver Franz Grillparzer werd geboren in Wenen op 15 januari 1791. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007 en ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: Der arme Spielmann

 

„In Wien ist der Sonntag nach dem Vollmonde im Monat Juli jedes Jahres samt dem darauffolgenden Tage ein eigentliches Volksfest, wenn je ein Fest diesen Namen verdient hat. Das Volk besucht es und gibt es selbst; und wenn Vornehmere dabei erscheinen, so können sie es nur in ihrer Eigenschaft als Glieder des Volks. Da ist keine Möglichkeit der Absonderung; wenigstens vor einigen Jahren noch war keine.

An diesem Tage feiert die mit dem Augarten, der Leopoldstadt, dem Prater in ununterbrochener Lustreihe zusammenhängende Brigittenau ihre Kirchweihe. Von Brigittenkirchtag zu Brigittenkirchtag zählt seine guten Tage das arbeitende Volk. Lange erwartet, erscheint endlich das saturnalische Fest. Da entsteht Aufruhr in der gutmütig ruhigen Stadt. Eine wogende Menge erfüllt die Straßen. Geräusch von Fußtritten, Gemurmel von Sprechenden, das hie und da ein lauter Ausruf durchzuckt. Der Unterschied der Stände ist verschwunden; Bürger und Soldat teilt die Bewegung. An den Toren der Stadt wächst der Drang. Genommen, verloren und wiedergenommen, ist endlich der Ausgang erkämpft. Aber die Donaubrücke bietet neue Schwierigkeiten. Auch hier siegreich, ziehen endlich zwei Ströme, die alte Donau und die geschwollnere Woge des Volks, sich kreuzend quer unter- und übereinander, die Donau ihrem alten Flußbette nach, der Strom des Volkes, der Eindämmung der Brücke entnommen, ein weiter, tosender See, sich ergießend in alles deckender Überschwemmung. Ein neu Hinzugekommener fände die Zeichen bedenklich. Es ist aber der Aufruhr der Freude, die Losgebundenheit der Lust.

Schon zwischen Stadt und Brücke haben sich Korbwagen aufgestellt für die eigentlichen Hierophanten dieses Weihfestes: die Kinder der Dienstbarkeit und der Arbeit. Überfüllt und dennoch im Galopp durchfliegen sie die Menschenmasse, die sich hart vor ihnen öffnet und hinter ihnen schließt, unbesorgt und unverletzt. Denn es ist in Wien ein stillschweigender Bund zwischen Wagen und Menschen: nicht zu überfahren, selbst im vollen Lauf; und nicht überfahren zu werden, auch ohne alle Aufmerksamkeit.“

 

  

 

 831152-235567509d206ebd7532d9d174e64b2c.jpg

Franz Grillparzer (15 januari 1791 - 21 januari 1872)

Monument in de Volksgarten in Wenen


Zie voor nog meer schrijvers van de 15e januari ook
mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 19:36 Reageer op dit bericht

Franz Fühmann, Martha Saalfeld, Xu Zhimo, Willem de Clercq, Louis Guilloux

De Duitse dichter en schrijver Franz Fühmann werd geboren op 15 januari 1922 in Rochlitz (in het huidige Tsjechië). Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: Das Nibelungenlied

 

„Viel Staunenswertes ist in den alten Geschichten auf uns gekommen: Kunde von hochberühmten Helden und ihren Taten und ihrer Not, von Festesfreuden und Jammergeschrei und den Kämpfen der Kühnen, und wer mag, kann nun von all dem hören, es werden aber wundersame Dinge darunter sein.

Es wuchs damals in Burgund ein Mädchen heran, das war so auserlesen, dass man rings in den Landen kein schöneres an Wohlgestalt finden konnte, aber auch kein schöneres an Tugend und Edelsinn. Viele Ritter begehrten sie zur Frau, und alle Mädchen beneideten sie. Sie hieß Kriemhild, und drei edle und reiche Könige beschützten sie: Gunther, Gernot und der junge Giselher, das waren

ihre Brüder. Es waren dies freigebige Herren aus hohem Geschlecht, unmäßig in ihrer Kraft und prächtige Haudegen, und sie herrschten gemeinsam über ihr Land. Ihre Mutter hieß Ute, ihr Vater hieß Dankrat, ihr Hof war zu Worms am Rhein, und ihr Gefolge waren die erprobtesten Streiter: Hagen von Tronje, sein Bruder Dankwart, dann Ortwin von Metz, die hochberühmten Markgrafen Gero und Eckewart, die vordem an der Elbe gegen die Heiden gefochten hatten, der Spielmann Volker von Alzay, der Küchenmeister Rumold, der Schenk Sindold und der Kämmerer Hunold und viele andere, deren Namen heut keiner mehr kennt, doch wenn man alle ihre Taten besingen wollte, würde ein Menschenleben dazu nicht ausreichen.

Eines Nachts träumte Kriemhild, sie zähme einen wilden und schönen Falken, da kämen mit einem Mal zwei Adler dahergeflogen und zerfleischten den schönen Falken, und sie hätte nie etwas Grässlicheres gesehen.“

 

 

 831146-178a3ed68a0289353020c724653ab99c.jpg

Franz Fühmann (15 januari 1922 – 8 juli 1984)

 

 

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Martha Saalfeld werd geboren op 15 januari 1898 in Landau. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

O klare Sicht

 

O klare Sicht: die Ebne aufgetan
Bis an den Strom! Ins Licht genommen und
Dem Himmel angenähert; schwanker Grund
Der ewigen Gestirne. Vogelbahn –

 

Und Bogen hält die fliehende nicht ein.
Sie narrt den Blick der wie ein Bussard stößt
Nach winzgen Fellen. Unversehens löst
Sie sich aus seinem Griff. Sie strömt wie Wein

 

Und sie hat keine Grenze, denn es will
Der Gott sie ähnlich seinem Wesen. Ist
Sie aber nicht sein eigenstes? Vergißt
Er sich nicht ganz in ihr und hält ihr still?

 

 

 

831146-b73fd6e3642a70d688d80a2781d5cafc.jpg
Martha Saalfeld (15 januari 1898 – 14 maart 1976)

Landau, markt

 

 

 

 

De Chinese dichter Xu Zhimo werd geboren op 15 januari 1897 in de provincie Zhejiang. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

 

Rhythm of The Sea

 

"Maiden, solitary maiden,
Why do you linger
On this darkening seashore?
Maiden, go home, maiden!"
"Ah no; I will not go home.
I love the evening wind blowing,"
On the beach, in the twilight.
There is a maiden with windblown hair,
Wandering to and fro.

"Maiden with the windblown hair,
Why do you wander to and fro
On this cold and desolate seashore?
Maiden, go home, maiden!"
"Ah no; Listen to my song.
Great sea, I sing, Come..."
Under the starlight, in the cold wind,
The sound of the maiden's song,
Tones now high, now low.

"Maiden, bold maiden,
The horizon darkens,
And soon will come gale-driven waves.
Maiden, go home, maiden!"
"Ah no, watch me dance
Like a seagull over the waves."
In the twilight, on the beach,
A slim figure whirls,
Dancing, dancing.

"Listen to the fury of the great sea,
Look, the waves are like wild beasts,
Maiden, go home, maiden!"
"Ah no, the waves will not swallow me,
I love the pounding of this great sea."
"Ah, the waves will swallow you,
See the great sea's wind-driven billows."
In the sound of the surf, the shimmer of the waves,
A frightened maiden
Amid the white-capped waves,
Too late, too late.

"Maiden, where are you?
Where is your loud, clear song?
Where is your slim figure?"

 

 

 

 831146-47f7017f3fe3954247c79bd0d749802c.jpg

Xu Zhimo (15 januari 1897 – 19 november 1931)

 

 

 

 


De Nederlandse dicher en (dagboek)schrijver
Willem de Clercq werd geboren in Amsterdam op 15 januari 1795. Zie
ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: Dagboek van Willem de Clercq 1811-1830

 

„Donderdag, 10 april 1815

Te Amersfoort kwam men aan den Doelen aan en hier stond de tafel gereed, aan welke verscheidene duitschers die tot hunne groote verwondering fransch spraken, op Holland schimpten, en den toorn van Bruno door hunne lompheid verwekten, hetgeen echter zonder duelleeren afliep. Het diné bewees, dat het niet in Frankrijk alleen is, dat men warm water met gras voor soep verkoopt. Vleesch, en harde peeren tot dessert, volmaakten den maaltijd. En nu werden de environs der herberg geinspecteerd, en een kerk beschouwd, van een zielenstal in een paardenstal veranderd. Men liet de diligence in vrede aftrekken, en onze jongelieden, bij wie nu ook Clericus, verheugden zich in het denkbeeld onder de halve kap of bijwagen, de reis met de vreemde jufvrouw voort te zetten. Deze jufvrouw verhaalde met veel naïveteit, hoe zij op haar broeders kamer te Leiden in een kast de vervolgingen der studenten ontvlucht was, en hoe zij eens in een schuit op het verdek de onzedelijke gesprekken had moeten ontvluchten. Zij was spoedig met onze vrienden in zekere familiariteit getreden. Men geraakte op weg, doch nam onder weg nog een oude Amersfoortsche Matrone, die de reizigers als hare kindertijes behandelde, en een dikke boerin, en een bleeken jongen met een uitgedroogd gezicht als reisgezellen op, zoodat dit, bij vele pakkages en doozen gevoegd, niet minder drukte dan in de Diligence veroorzaakte. Men reed dus met den halven kap met zes paarden bespannen Amersfoort uit, en kwam te Lunteren aan. Een zeer schoone weg naar Ede, heerlijke gezichten op Rhenen en omliggende streken toonden dat men wezenlijk in Gelderland was.“

 

 

 

831146-efe359c0aea95321f2cf744494b1dedb.jpg
Willem de Clercq (15 januari 1795 - 4 februari 1844)

Portret door P. Velyn

 

 

 

 

De Franse schrijver Louis Guilloux werd geboren op 15 januari 1899 in Saint-Brieuc. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: La Maison du peuple

 

« Un soir, Le Brix était venu le voir, comme d'habitude, la journée faite. Kernevel somnolait. Le Brix avait doucement posé sur la table de nuit quelques oranges et s'était retiré sans bruit. Kernevel n'avait pas bougé. Il avait bien entendu son camarade, mais, se croyant sur le point de s'endormir, il ne l'avait pas appelé. Or le sommeil ne vint pas. Quelques instants après le départ de Le Brix, Jean Kernevel se retourna dans son lit et ouvrit les yeux. La lampe était allumée. C'était la fin d'une journée d'octobre, silencieuse, brouillée de pluie. Il regretta d'avoir laissé partir Le Brix. Il eût souhaité une présence : « Qu'est-ce que j'ai ? se dit-il, qu'est-ce qui me prend ? » Une paix lui venait, un grand sentiment de tendresse. Il jeta un long regard sur la chambre, et soudain des larmes lui coulèrent de ses yeux. Ce n'était pas, comme les autres fois, des larmes de regret. Il ne pleurait pas sur lui-même et sur sa mort prochaine. C'était des larmes de bonheur. Il ne savait pas d'où elles venaient. Il les acceptait avec reconnaissance. Il regardait l'armoire, la commode, la table, et ses larmes coulaient avec abondance. Il ne les essuyait pas : « Qu'est-ce que j'ai, murmurait-il, qu'est-ce que j'ai ? » Il avait entendu dire qu'au moment de la mort les malades connaissaient une trêve. « Est-ce cela ? Est-ce que je vais mourir déjà, tout seul ? » Si c'était cela, la mort était un grand bonheur. Il pensait à sa vie, et il ne regrettait rien. Il lui semblait posséder l'amitié de tous ceux qu'il avait aimés comme ils possédaient la sienne. Le reste ne comptait pas. »

 

 

 831146-dcd693972463bce655f2d172202f7e50.jpg

Louis Guilloux (15 januari 1899 – 14 oktober 1980)

Geschreven door Romenu om 19:27 Reageer op dit bericht

Walter Serner, Alexander Moszkowski, Aleksandr Gribojedov, Sidonia Zäunemann, Peter Christen Asbjør

De Duitse schrijver Walter Serner werd op 15 januari 1886 in de Tsjechische plaats Karlsbad (Bohemen) geboren. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: Letzte Lockerung

 

„Wird er aber erreicht, so wird dieses Brevier das erste Abenteuer gewesen sein und fortan von einem zum andern führen, von Stadt zu Stadt, von Land zu Land.
Jene, die längst solchen Weges dahinziehen, mögen gleichwohl diese Lektüre nicht verachten noch die vorgeschriebene Vorbereitung: ein kraftvolles Zusammenströmen alles dessen, was des Körpers und des Hirnes ist, wird die Lust zu neuen Taten stärken.
- (Hier sei erwähnt, daß, um kräftige Trinker nicht zu irritieren, das Maß der Getränke nicht vorgeschrieben wurde; daß es aber ratsam ist, von jedem Wein nur eine halbe Flasche zu bestellen und von jeder Flasche dem Kellner ein Glas zu überlassen.)
1. Motto: Jeder sein eigener Papst!
2. Motto: Non, je ne marche pas. Non, je ne marche plus. Mais j'irai peutêtre à Canada. Chi lo sà?
3. Motto: "Ihr Name tut nichts zur Sache. Aber wie heißt du, Heißgeliebte?"
4. Motto: (Die Kunst-Kuhe ging so lange zum Brunnen, bis ich ihr hinter die Ohren brach.)
5. Motto: Que les chiens sont heureux! Ils se ....... .. ....., ils s' ........ entre eux: que les chiens sont heureux! (Ami, ami!)
6. Motto: Zwei Sparren zwischen den Beinen, eine Pfauenfeder am Mast, so geht er, es ist zum Weinen, und mit gelinder Hast. Wer? Das Pack.
7. Motto: Grips muß man haben, stark muß man sein!“

 

 

 831139-29451bdb0197a8b7898d74afd356cad3.jpg

Walter Serner (15 januari 1886 – augustus 1942)

 

 

 

 

De Duitse schrijver en satiricus Alexander Moszkowski werd geboren in Pilica, Polen, op 15 januari 1851. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

Der erste Kuss

 

Wie kommt es, dass ich nichts gespürt

Von jenem Hochgenusse,

Den jeder Dichter schon besang,

Bei ihrem ersten Kusse?

 

9Wie kommt es, dass mich nicht durchzuckt'

Ein Zittern und ein Beben,

Als sie ihr Lippenpaar gewölbt,

Den ersten Kuss zu geben?

 

Wie kommt's, dass ich nicht glücklich war,

Als Mund an Mund sich schmiegte?

Das kommt wohl daher, dass den Kuss

Ein – gänzlich andrer kriegte!

 

 

 831139-10b08313efe99c717e3b1ad2a1c46033.jpg

Alexander Moszkowski (15 januari 1851 – 26 september 1934)

Pilica, markt

 

 

 

 

De Russische schrijver Aleksandr Sergejevitsj Gribojedov werd geboren in Moskou op 15 januari 1795. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: WOE FROM WIT (Lijden door verstand, vertaald door A.S.Vagapov)

 

„L i z i e

It's you who's frivolous, let go, will you ?

Compose yourself, old man. F a m u s o v

I'm not quite old.

L i z i e

Should somebody come in, what shall we do ?

F a m u s o v

Who may come here now, uncalled ?

Is Sofia asleep ?

L i z i e

Just gone to bed.

F a m u s o v

Just now? And what about the night ?

L i z i e

She read.

F a m u s o v

The kind of whim she has, you see ?

L i z i e

She's reading there under lock and key.

F a m u s o v

You tell her what: she mustn't spoil her sight

For reading is of little worth. It's just a fashion.

She doesn't sleep from reading French at night,

I fall asleep when I read Russian.“

 

 

 

831139-710d642dc03fded4b49f806c0bf9d106.jpg
Aleksandr Gribojedov (15 januari 1795 – 11 februari 1829)

 

 

 

 

 

De Duitse dichteres Sidonia Hedwig Zäunemann werd geboren op 15 januari 1714 in Erfurt. Zie ook mijn blog van 15 januari 2009 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

 

Madrigal über die Wiege eines Kindes

 

Du schläfst in Ruh, und bildest dir nicht ein,

Die kleine Wiege werde

Auf dieser schnöden Erde,

Das Vorbild deines größren Schicksals sein.

Die Wiege wirft dich hin und her:

So wirst Du auch nach mehren Jahren

Des Schicksals Spielwerk wohl erfahren.

Es wird sich stets bemühn,

Dich öfters hin und her zu ziehn.

 

 

 

831139-4b1d8810e38241df4a32319ddd0222e3.jpg
Sidonia Zäunemann (15 januari 1714 – 11 december 1740)

Plaquette aan de kerk in Plaue

 

 

 

 

De Noorse schrijver Peter Christen Asbjørnsen werd geboren op 15 jamuari 1812 in Kristiania, tegenwoordig Oslo. Zie ook mijn blog van 15 januari 2007 en ook mijn blog van 15 januari 2010.

 

Uit: Per Gynt

 

"Ich habe doch noch nie Bären in Rudeln beisammen gesehen," dachte Per Gynt. Als er aber näher kam, waren bis auf einen einzigen alle verschwunden. Da klang es von einem Berge dicht neben ihm:

 

"Nimm in acht den Eber dein,
Per Gynt steht draußen
Mit dem Stutzen sein!"

 

"Ach, dann widerfährt Per Gynt ein Unglück, nicht aber meinem Eber, denn er hat sich heute nicht gewaschen," klang es aus dem Berge. Schnell wusch sich Per Gynt die Hände mit seinem Wasser und schoß den Bären tot. In den Bergen erhob sich ein schallendes Gelächter.

"Du hättest auf deinen Eber acht geben sollen," rief die eine Stimme.

"Ich habe nicht daran gedacht, daß er die Waschschüssel zwischen den Beinen hat," erwiderte die andere.

Per Gynt zog dem Bären die Haut ab und vergrub den Körper im Geröll; aber den Kopf und das Fell nahm er mit. Auf dem Rückweg traf er mit einem Bergfuchs zusammen.

"Sieh mein Lämmchen, wie fett du bist!" rief es von einem Hügel her. "Seht nur, wie hoch Per Gynt den Stutzen trägt!" tönte es von einem andern Hügel, als Per Gynt die Flinte zum Schießen an die Wange legte und den Fuchs erschoß. Er zog auch diesem den Balg ab und nahm ihn mit; und als er an der Sennhütte ankam, nagelte er die Köpfe mit aufgesperrtem Rachen außen an die Wand. Darauf machte er Feuer und stellte einen Suppentopf darüber; aber es rauchte so fürchterlich, daß Per Gynt kaum die Augen offen halten konnte, und er mußte deshalb eine in der Wand befindliche Luke öffnen. Da kam gleich ein Troll herbei und steckte seine Nase durch die Luke herein, die Nase aber war so lang, daß sie bis an den Schornstein reichte.

"Da kannst du einmal ein ordentliches Riechhorn sehen," sagte er.“

 

 

 

831139-72af1b1b3730f7e893a83a51eaf84926.jpg
Peter Christen Asbjørnsen (15 januari 1812 – 6 januari 1885)

Portret door Knud Bergslien, 1870

Geschreven door Romenu om 19:21 Reageer op dit bericht

F. Springer

De Nederlandse schrijver F. Springer (eig. Carel Jan Schneider werd geboren in Batavia op 15 januari 1932. Tijdens de Japanse bezetting bracht hij een deel van de tijd door in een interneringskamp. Na de oorlog kwam het gezin naar Nederland, na een lange omweg via Ceylon, Singapore en Thailand. Schneider ging naar het gymnasium in Rotterdam en naar het Christelijk Gymnasium Sorghvliet in Den Haag, en studeerde rechten aan de Universiteit Leiden. Van 1958 tot 1961 was hij bestuursambtenaar in Nederlands Nieuw-Guinea, het tegenwoordige Papoea.  Na zijn periode in Nieuw-Guinea was Schneider diplomaat op Nederlandse ambassades in onder meer New York, Brussel, Dhaka, Teheran en Straatsburg. Ook werkte hij in Angola. Eind jaren tachtig was hij ambassadeur in de DDR. In 1989 ging hij met pensioen. Springer debuteerde in 1958 met het verhaal “Een eskimo op het dak” dat voor het eerst in boekvorm verscheen in 2002 in „Allemaal gelogen. De herinnering als mooi verhaal“, waarin niet eerder gepubliceerd of in boekvorm verschenen werk van F. Springer gebundeld is. Zijn gedichten en verhalen uit de jaren vijftig werden onder zijn eigen naam gepubliceerd. Vanaf Bericht uit Hollandia (1962) gebruikte Schneider het pseudoniem F. Springer.

 Hij ontving voor Bougainville in 1982 de Ferdinand Bordewijk Prijs en kreeg in 1995 de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre.

 

Uit: Quissama

 

"In de wereld heb ik alles verkocht aan iedereen. Spiegels en kralen, buitenboordmotoren, limonade, tabak, petroleum, koffie, dekens aan Maleiers en Chinezen, makreel in blik aan Papoea's in Nieuw-Guinea, rijbewijzen aan doven en blinden in Madras, melk, melk, zeeën melk op drie continenten ... je gelooft me toch Charlie?" "Natuurlijk, big white trader! Dat ben ik ook. Als je wilt noem ik op wat ik allemaal ..." Hij stak afwerend zijn hand omhoog, kwam het prieel binnen en ging zitten."

(...)
 

„Een kleine stem in ons oor, ik wist dat het bij hem en bij mij dezelfde stem was: is dit nu alles? In een donker gat in Afrika snakken naar nieuwe adem? We staarden elkaar aan, ik zag radeloosheid in zijn ogen, hij moest zoiets in de mijne zien. Verdomd, als niet één van de miljarden Afrikaanse ratten zich meer vertoonde, moest het schip nu zinken en redding was onmogelijk in deze stinkende, rotte… hij had mij de ogen geopend, King Velderman!”

(...)

 

“Voorzichtig schoof ik Pauline weer achter glas en zette haar voor mij op Kings tafel. Ik voelde hoe João in de deur mijn handelingen observeerde. Ik zei dat hij naar bed kon gaan. Hij wenste mij goedenacht. Het nieuwe, blanke blad van mijn orderboek zag er bijna verleidelijk uit. Morgen, de dag van beslissingen, was nog ver weg. Ik schreef. Steeds sneller schreef ik, want alles moest worden vastgelegd voordat er iemand binnenkwam om te beweren dat Pauline, King Velderman en ik zelf nooit hadden bestaan.”

 

 

 

1028925-14bb9f2a4013ce78747e37e1f400860e.jpg
F. Springer (Batavia, 15 januari 1932)
Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

J. Bernlef, Edward St Aubyn, Yukio Mishima, Anchee Min, Mary Robison

De Nederlandse schrijver en dichter J. Bernlef werd geboren op 14 januari 1937 in Sint Pancras. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007 en ook mijn blog van 14 januari 2008 en ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

 

Blinddruk

 

Stemmen die wilden klinken

maar in stilte steken bleven

 

Dooierloos ei

onverpopte vlinder

 

De gedroomde aanzet tot het begin

van een eerste aarzelende zin

 

Maar de lippen alweer gesloten

dooft het denken

 

Onbegonnen werk licht op.

 

 

 

Conservatorium

 
De ramen van het conservatorium staan wijdopen

daarbinnen vergrijpt iemand zich aan eeuwenoude gevoelens

de vleugel jammert en klaagt

 

In het park scheren zwaluwen het gras

oogsten lucht en insecten

 

Hoe te leven? Voor wat?

Grote vragen waarop kleine antwoorden passen

 

Zo precies als deze zwaluwen die geven

vliegensvlug

 

Iemand daarbinnen houdt plotseling op met spelen

vloekt en slaat zijn vleugel dicht.

 

 

 

Geluk

 

In takken groeperen zich groene zinnen

popelend om alle kanten uit te lopen

 

Op stoeptegels een kindertekening

door regenschrift al half gewist

 

Achter een dakkapel begint een merel te zingen

houdt dan midden in zijn herinnering op

 

In mijn hoofd vertwijgt zich zijn lied - niemand

ziet iets aankomen, dat is ons geluk.

 

 

 

 830476-6d3a108b4d8a133860916574144b004e.jpg

J. Bernlef (Sint Pancras, 14 januari 1937)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver en journalist Edward St Aubyn werd geboren op 14 januari 1960 in Cornwall. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit:  Nette Aussichten (Some Hope, vertaald door Dirk van Gunsteren)

 

„Patrick erwachte und wusste, dass er geträumt hatte, konnte sich aber an den Inhalt des Traums nicht erinnern. Ihn quälte der vertraute Wunsch, etwas zu fassen zu bekommen, das soeben aus dem Bewusstsein entschwunden war, auf dessen Existenz jedoch gerade durch sein Fehlen geschlossen werden konnte - wie man aus herumwirbelnden Papierfetzen schließen kann, dass ein schneller Wagen vorbeigefahren ist.
Die verschwommenen Fragmente seines Traums, in dem er anscheinend an einem Seeufer gewesen war, vermischten sich mit der Aufführung von Maß für Maß, die er am Abend zuvor zusammen mit Johnny Hall gesehen hatte. Obwohl der Regisseur als Bühnenbild einen Busbahnhof gewählt hatte, konnte nichts den Schock mildern, das Wort "Gnade" derart oft an einem einzigen Abend zu hören.
Vielleicht entstanden all seine Probleme daraus, dass er das falsche Vokabular verwendete, dachte er mit einer kurzen Aufwallung von Erregung, die es ihm gestattete, die Bettdecke zurückzuschlagen und zu erwägen aufzustehen. Er bewegte sich in einer Welt, in der das Wort "Wohltätigkeit", gleich einer schönen, von ihrem eifersüchtigen Ehemann unablässig bewachten Frau, ausschließlich in Begleitung der Wörter "Essen", "Komitee" oder "Ball" auftrat. Für "Mitgefühl" hatte niemand Verwendung, wogegen "Milde" häufig vorkam, und zwar in Form von Klagen über die Kürze von Gefängnisstrafen. Dennoch wusste er, dass seine Schwierigkeiten grundsätzlicherer Natur waren.
Er war erschöpft von seinem lebenslangen Bedürfnis, Widerstreitendes miteinander zu vereinbaren: Er wollte in seinem Körper und außerhalb seines Körpers sein, im Bett und auf der Vorhangstange, in der Vene und in der Spritze, ein Auge hinter einer Augenklappe verbergen und mit dem anderen die Augenklappe mustern; er mühte sich, dem ständigen Beobachten ein Ende zu setzen, indem er sich in die Bewusstlosigkeit trieb, und fühlte sich dann gezwungen, die Ränder der Bewusstlosigkeit zu beobachten und die Finsternis sichtbar zu machen; er entzog sich jeder Anstrengung, verdarb das Nichtstun jedoch durch Rastlosigkeit, er fand Wortspiele verlockend, hatte aber einen Widerwillen gegen das Virus der Zweideutigkeit; er neigte dazu, Sätze in der Mitte mit dem Scharnier eines einschränkenden "aber" zu versehen, sehnte sich jedoch danach, seine Zunge wie eine Eidechse entrollen und eine vorbeisausende Fliege mit unfehlbarer Präzision fangen zu können; er versuchte verzweifelt, der selbstzerrüttenden Ironie zu entkommen und zu sagen, was er wirklich meinte, doch das, was er wirklich meinte, vermochte nur Ironie auszudrücken.“

 

 

 

 830476-e08db9f1a8ba6ed05c508fc407ba8842.jpg

Edward St Aubyn (Cornwall, 14 januari 1960)

 

 

 

 

 

De Japanse schrijver Yukio Mishima werd geboren op 14 januari 1925 in Tokyo. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007  en ook mijn blog van 14 januari 2008 en ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: The Sound of Waves (Vertaald door Meredith Weatherby)

 

„UTA-JIMA—Song Island—has only about fourteen hundred inhabitants and a coastline of something under three miles.
The island has two spots with surpassingly beautiful views. One is Yashiro Shrine, which faces northwest and stands near the crest of the island. The shrine commands an uninterrupted view of the wide expanse of the Gulf of Ise, and the island lies directly in the straits connecting the gulf with the Pacific Ocean. The Chita Peninsula approaches from the north, and the Atsumi Peninsula stretches away to the northeast. To the west you can catch glimpses of the coastline between the ports of Uji-Yamada and Yokkaichi in Tsu.
By climbing the two hundred stone steps that lead up to the shrine and looking back from the spot where there is a torii guarded by a pair of stone temple-dogs, you can see how these distant shores cradle within their arms the storied Gulf of Ise, unchanged through the centuries. Once there were two "torii"; pines growing here, their branches twisted and trained into the shape of a torii, providing a curious frame for the view, but they died some years ago.
Just now the needles of the surrounding pine trees are still dull-green from winter, but already the spring seaweeds are staining the sea red near the shore. The northwest monsoon blows steadily from the direction of Tsu, making it still too cold to enjoy the view.
Yashiro Shrine is dedicated to Watatsumi-no-Mikoto, god of the sea. This is an island of fishermen and it is natural that the inhabitants should be devout worshippers of this god. They are forever praying for calm seas, and the very first thing they do upon being rescued from some peril of the sea is to make a votive offering at the sea-god's shrine.“

 

 

 830476-f33b724aed28e152cfceb6aff84e9253.jpg

Yukio Mishima (14 januari 1925 - 25 november 1970)

 

 

 

 

 

De Chinese schrijfster Anchee Min werd geboren in Shanghai op 14 januari 1957. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: The Last Empress

 

“In 1852, a beautiful seventeen-year-old girl from an important but impoverished family of the Yehonala clan arrived in Peking as a minor concubine to the young Emperor, Hsien Feng. Tzu Hsi, known as Orchid as a girl, was one among hundreds of concubines whose sole purpose was to bear the Emperor a son.

It was not a good time to enter the Forbidden City, a vast complex of palaces and gardens run by thousands of eunuchs and encircled by a wall in the center of Peking. The Ch’ing Dynasty was losing its vitality and the court had become an insular, xenophobic place. A few decades earlier, China had lost the first Opium War, and it had done little since to strengthen its defenses or improve its diplomatic ties to other nations.

Within the walls of the Forbidden City the consequences of a misstep were often deadly. As one of hundreds of women vying for the attention of the Emperor, Orchid discovered that she must take matters into her own hands. After training herself in the art of pleasing a man, she risked everything by bribing her way into the royal bedchamber and seducing the monarch. Hsien Feng was a troubled man, but for a time their love was passionate and genuine, and soon she had the great fortune to bear him his only son and heir. Elevated to the rank of Empress, Orchid still had to struggle to maintain her position as the Emperor took new lovers. The right to raise her own child, who was under the control of Empress Nuharoo, the Emperor’s senior wife, was constantly at issue.

The invasion by Britain, France, and Russia in 1860, and the subsequent occupation of Peking, forced the Chinese court into exile in the distant hunting reserve of Jehol, beyond the Great Wall. There the humiliating news of the harsh terms for peace contributed to the decline of the Emperor’s health. With the death of Hsien Feng came a palace coup, which Orchid helped to foil with the help of her brother-in-law Prince Kung and General Yung Lu. The handsome Yung Lu reignited romantic feelings in the still young Orchid, but in her new position of power there was little opportunity for a personal life. As coregent with Empress Nuharoo until her son’s maturity, Empress Orchid was at the beginning of a long and tumultuous reign that would last into the next century.”

 

 

 830476-8cc65e32a6fc6f617b4b1cec39dfbc36.jpg

Anchee Min (Shanghai, 14 januari 1957)

 

 

 


De Amerikaanse schrijfster
Mary Robison werd geboren op 14 januari 1949 in Washington D.C. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: Why Did I Ever?

 

17

Nine West, I've never really had great luck with their shoes. They can look terrific but they have sharp arches and hard fucking soles.

Once in New York on my way to Penn Station I had to stop and remove the Nine West shoes I was wearing. I had to walk on in my stocking feet. Barrabus, I think he was called, was with me. My husband then but he wouldn't wait up, wouldn't take an extra minute out, oh no.

"Just keep going!" I called to him. "However eventually, I will meet you there."

That ex I heard was arrested for stealing food. Maybe I only dreamed it. It's what I tell people, anyway.

 

18

I call my doctor's office to ask for some Ritalin. His nurse answers and says, "This is Annabelle. According to our records, you're not due for a prescription at this time."

I say, "Annabelle, this is not what it appears."

"Oh?" she says and waits because she was trained to wait and force me to do the synopsizing.

I will take that challenge. "There was a series of mishaps," I tell her. "Some were spilled at the sink or ruined by moisture. Then a vial I use for travel got mislaid and they're gone. I'm out," I say. "Who can explain it?"

But I'm a stupid woman for asking that question. Nurse Annabelle can explain what happened to my drugs.

Without Ritalin I can sustain an evil thought or two, such as: "That there feels like cancer of the esophagus." However, I'm liable to skip over more routine kinds of thinking, such as, "Move up in line here," or "Steer."

So I'm in bed. I'm in bed unless Dr. Rex himself calls to inform me he's written new prescriptions.

More emphatically, I am in bed until.

 

 

 830476-c9192af778ab7b588a7c1900da753c62.jpg

Mary Robison (Washington, 14 januari 1949)




Zie voor nog meer schrijvers van de 14e januari ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:37 Reageer op dit bericht

Martin Auer, John Dos Passos, Tillie Olsen, Marek Hlasko, Rudolf Hagelstange

De Oostenrijkse dichter en schrijver, musicus en cabaretier Martin Auer werd geboren op 14 januari 1951 in Wenen. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: Und jetzt?

 

"Ich bin die Johanna!"

Der Mann in dem verdreckten Zimmer reisst die Augen auf. Es kann sein, dass ein oder zwei Erbsen aus seinem offenen Mund auf den Teller zurückfallen. Der Löffel in seiner Hand bleibt über dem Teller hängen wie ein verlorenes Raumschiff über einem toten Planeten.

Fassungslos starrt er das Mädchen an, das in der Tür steht, die Arme hängen lässt und anscheinend nicht mehr zu sagen hat, als sie schon gesagt hat. Jetzt ist er dran, soviel ist ihm klar. Aber was sagt man zu einer Tochter, die man vor Jahren - waren es sechs? Sieben? Acht? - verlassen hat, besser aufgehoben bei der tüchtigen Mutter als beim verwahrlosten Vater, und die jetzt vor einem steht, blass und mager, Augenbrauen, Nasenflügel und Lippen von Ringen durchstochen, und einen mit den dick schwarz eingerandeten Augen ansieht wie ein kriegsgefangener Offizier, der fest entschlossen ist, nicht mehr von sich preiszugeben als Name und Dienstgrad?

Der Augenblick gerinnt zu Minuten. Als wären sie beide eingefroren in diesen Augenblick, ohne jemals wieder daraus auftauchen zu können. Ihr argwöhnischer Blick prallt auf seine graue Haut, seine Bartstoppeln, die Tränensäcke, das schüttere zerraufte Haar, den verblödeten Blick. Sein Hemd ist fleckig, die Hand, die den Löffel in Schwebe hält, zittert. Auf dem Tisch, an dem er seine Erbsen isst, stapeln sich alte Zeitungen und leere Konservendosen, eine zerrissene Socke krönt das Arrangement.

Der verwahrloste Alte versucht zu schnallen, was gespielt wird, aber der Blick seiner Tochter verrät ihm nichts. Diese Augen sind ein einziger Vorbehalt, enthalten sich jeden Urteils und geben nichts preis. Vorläufig steht sie hier in der Tür, und über ihren nächsten Schritt wird sie entscheiden, wenn es soweit ist. Jetzt ist erst einmal er am Zug, und das ist es, was ihn so verwirrt.

Schließlich findet er den Ausweg. Er lässt die Hand mit dem Löffel sinken, ergreift stattdessen das Glas, das neben dem Teller steht, hebt es hoch und sagt: "Prost!"

 

 

 830467-f42f58b36d280e916a0feeee9972df2f.jpg

Martin Auer (Wenen, 14 januari 1951)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver John Dos Passos werd geboren op 14 januari 1896 in Chicago. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007  en ook mijn blog van 14 januari 2008 en ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: 1919 (U.S.A.)

 

“T.R. drove like a fiend in a buckboard over the muddy roads through the driving rain from Mt. Mercy in the Adirondacks to catch the train to Buffalo where McKinley was dying,

     As President

     he moved Sagamore Hill, the healthy, happy normal American home, to the White House, took foreign diplomats and fat armyofficers out walking in Rock Creek Park where he led them a terrible dance through brambles, hopping across the creek on cobblestones, wading the fords, scrambling up the shady banks.,

     and shook the Big Stick at malefactors of great wealth.

     Things were bully.

     He engineered the Panama revolution under the shadow of which took place the famous hocuspocus of juggling the old and new canal companies by which forty million dollars vanished into the pockets of the international bankers,

     but Old Glory floated over the Canal Zone.

     and the canal was cut through.

     He busted a few trusts,

     had Booker Washington to lunch at the White House,

     and urged the conservation of wild life.

     He got the Nobel Peace Prize for patching up the Peace of Portsmouth that ended the Russo-Japanese War,

     and sent the Atlantic Fleet around the world for everybody to see that

America was a firstclass power. He left the presidency to Taft after his second term leaving to that elephantine lawyer the congenial task of pouring judicial oil on the hurt feeling of the moneymasters.”

 

 

 830467-9a81438fb9a8fbfaaacf5d0a5bb737ae.jpg

John Dos Passos (14 januari 1896 – 28 september 1970)

 

 

 

 


De Joods-Amerikaanse schrijfster, dichteres en feministe
Tillie Lerner Olsen werd geboren in Omaha (Nebraska) op 14 januari 1912. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: Tell Me a Riddle

 

“For forty-seven years they had been married. How deep back the stubborn, gnarled roots of the quarrel reached, no one could say — but only now, when tending to the needs of others no longer shackled them together, the roots swelled up visible, split the earth between them, and the tearing shook even to the children, long since grown.

Why now, why now? wailed Hannah.

As if when we grew up weren't enough, said Paul.

Poor Ma. Poor Dad. It hurts so for both of them, said Vivi. They never had very much; at least in old age they should be happy.

Knock their heads together, insisted Sammy; tell 'em: you're too old for this kind of thing; no reason not to get along now.

Lennie wrote to Clara: They've lived over so much together; what could possibly tear them apart?

Something tangible enough.

Arthritic hands, and such work as he got, occasional. Poverty all his life, and there was little breath left for running. He could not, could not turn away from this desire: to have the troubling of responsibility, the fretting with money, over and done with; to be free, to be carefree where success was not measured by accumulation, and there was use for the vitality still in him. There was a way. They could sell the house, and with the money join his lodge's Haven, cooperative for the aged. Happy communal life, and was he not already an official; had he not helped organize it, raise funds, served as a trustee?”

 

 

 830467-b667b2b5c1944490bd51fe1e4f5b3511.jpg

Tillie Olsen (14 januari 1912 – 1 januari 2007)

 

 

 

 

De Poolse schrijver Marek Hlasko werd geboren op 14 januari 1934 in Warschau. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: The Beautiful Twenty-Year-Olds

 

"I write about people I have known and loved. … It is for those people that I would like to write why I do not live in Warsaw. I would like to write it because I owe a lot to those people, I have not stopped loving them and cannot forget them. ... I have told myself: Poland is not Putrament or Kruczkowski [the latter summed up Hłasko at the 12th plenum of the Central Committee in October 1958 in the following way: "As we can see, comrades, the road from a first step into the clouds … to the last step into the bog of imperialist intelligence is not long"], and all the others. Poland is all those people who read me and believed in me. ... I knew of course that nobody believed in my working for anti-Polish intelligence, but should there be one reader who believed that, this book has been written for him.“

 

 

 830467-e54f2db681887c01569f814e000d6ddf.jpg

Marek Hlasko (14 januari 1934 – 14 juni 1969)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Rudolf Hagelstange werd geboren op 14 januari 1912 in Nordhausen. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

 

 

Wir nennen es Winter

 

Wir nennen es Winter. Und meinen damit:
Atemholen des Lebens, und über Verwesung
kühles Leinen des Schnees. Ostwind ums Haus
Scheite im Ofen, im Kreis einer Lampe
Nüsse und Wein. Die Mette, den Christbaum.
Freude, aufs Eis geschrieben, Spuren im Schnee.
Und immer der Wechsel vom Kalten ins Warme.
Später die Feste mit Masken und tanzenden Paaren.
Föhn in den Adern. Und Krokus in schneenassen
Fäusten des jungen Frühlings.

 

 

 

 

Sommerliches Gebet

 

Lass das Korn am Halm sich häufen

und die Frucht im Feld!

Lass das Heu der Wiesen reifen,

Herr der Welt!

 

Nimm das Vieh auf deinen Weiden

unter deine Hut

und die Hirten, die da leiden

in der Mittagsglut.

 

Lass die Winde leiser wehen

vor der Sonne Bild!

Lass den Regen niedergehen,

der die Brunnen füllt!

 

Führe uns auf jeder Straße

– Wiesenland und Stein – !

Aber lass nach deinem Maße

uns zum Heil es sein!

 

Ohne dessen Plan vom Dache

nicht ein Sperling fällt,

schütze uns vor Ungemache,

Herr der Welt!

 

 

 830467-f08ab57652dd586b9a975d1910bd4595.jpg

Rudolf Hagelstange (14 januari 1912 – 5 augustus 1984)

Geschreven door Romenu om 19:25 Reageer op dit bericht

Anatoli Rybakov, Werner Helwig, Zacharias Topelius, Isaäc da Costa, Ida Dehmel

De Russische schrijver Anatoli Rybakov werd geboren op 14 januari 1911 in Tsjernihiv. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: The Children of the Arbat

 

„This was the reasoning of an emigre who did not know Russia or the Russian village or the peasant. What had happened to the famous electric plow that Lenin had gazed on with such naive hope in 1922? Where was it now? It wasn’t that Lenin didn’t understand technology, just that he didn’t understand the Russian village and the Russian peasant. In order to make the peasant literate and cultured and in order to safeguard the village from famine and so on, we needed not decades but centuries.

That approach, the approach that tried to inculcate the psychology of the farmer, was alien to the peasant. The farmer didn’t need the dictatorship of the proletariat. The farmer, the private farmer and the individualist, has to be stifled at birth in the Russian peasant. As for cooperatives, by all means, but the kind in which the peasant will be a simple worker. That’s what he had accomplished: the second Russian revolution, and it was no less important than the first one.

In the October Revolution we had the peasants on our side, and in the collectivization we had them against us. Yes, of course we need books and science and protection against crop failure, but we need all that, not as preliminaries of collectivization, but on the basis of it. Lenin had said: first culture, then collectivization. Stalin’s way was: first collectivization, then culture.“

 

 

 830458-b38b170a2f9f5ca92eba655915c8300b.jpg

Anatoli Rybakov (14 januari 1911 – 23 december 1998)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Werner Helwig werd op 14 januari 1905 in Berlijn geboren. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: Isländisches Kajütenbuch

 

„Husavik, grau und sauber ins dünne Grün seiner Wiesen gesetzt, verschwand hinter uns. Das Meer sank sichtlich in die Tiefe zurück, während der Horizont mehr und mehr anstieg. Nach drei Stunden Fahrt dampfte unser Kühler wie ein Samowar, und wir mußten einen Teil unseres Sodavorrates für ihn opfern, da hier die Quellen so eigensinnige Wege nahmen, daß wir sie nicht erreichen konnten. Endlich hatten wir das Hochland vor dem Wagen.
E
in baumloses Gelände, braungrün getönt, von niedrigen Hügelbergen durchzogen, breitete sich rundhin aus. Die Straße verlief in weichen, oft unkenntlichen Linien durch lehmige Löcher und Kulen. Hier gab es dann Wasser genug in Form von ausgedehnten Pfützen. Es peitschte uns durch die zersprungene Windschutzscheibe ins Gesicht. Auf immer noch leicht geschrägter Ebene stiegen wir an. Die Dämmerung ließ Schleier von Nebel auf uns nieder. Der Sichtkreis war schließlich auf fünf Meter beschränkt. Ruckend und hüpfend humpelte der getreue Wagen dahin und mit ihm humpelten und hüpften unsere gepeinigten Leiber.
"
Jetzt ist Nacht", murmelte Brygg, und da es keineswegs der Tatsache entsprach, wollte ich ihn verwundert anschauen, was mir aber nicht gelang, da die hüpfende Wagendecke ihm den Diplomatenhut bis auf die Nase ins Gesicht getrieben hatte. Ich zog die Bremse und korrigierte seinen Anzug. Er bearbeitete in schweigendem Verdruß die Islandkarte, die er aus der Tasche der Wagentür gezogen hatte.“

 

 

 830458-425c7eec87c083a9e53aacc99f3833d0.jpg

Werner Helwig (14 januari 1905 – 4 februari 1985)

Helwig met banjo, 1929

 

 

 

 

De Finse dichter en schrijver Zacharias Topelius  werd geboren in Nykarleby op 14 januari 1818. Zie ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: Times of Gustaf Adolf

 

„EVERYBODY in Wasa who had life and feet  had gone down to the harbor to enjoy the uncommon spectacle of a man-of-war. Five or six  hundred people lined the shore, rowed out in boats, or climbed the masts of the vachts or the roofs of the store-houses to get a better view. Two hundred recruits regarded with mingled curiosity, fear, and pride, the vessel which was to take them from their fatherland, perhaps forever; and behind them stood a large group of mothers, sisters, and sweet-hearts, shedding bitter tears at the thought of the approaching separation.
The governor, Ulfsparre, was away in Sweden. His lieutenant, Steward Peder Thun, with his garrison, received the new-comers; the recruits formed a row on both sides, and the captain of the " Maria
Eleonora " offered his arm politely to Lady Regina, to escort her to Korsholm. But at this moment the proud young girl remembered that she was a prisoner; she refused the officer's arm, and walked alone, with a princely bearing, followed by her old serva'nt, through the ranks of the recruits and the
staring crowd.
Such an unusual sight put all Wasa in a terrible state of curiosity. In an instant there arose and spread the strangest reports about her.

"She is a princess of Austria," said some; "the emperor's daughter, taken prisoner during the war, and sent here for safety." Others pretended to recognize in her the Queen Maria Eleonora; but why did she come to Korsholm?
" I will tell you," whispered a tinker, with an important air. "She is in league with her German countrvmen against the king and the country, and therefore she is to be imprisoned in this remote and secure fortress of Korsholm."

 

 

 

830458-89071cd260a4acd35a2c8202602709cf.jpg 

Zacharias Topelius (14 januari 1818 – 12 maart 1898)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Isaäc da Costa werd geboren in Amsterdam op 14 januari 1798. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007 en ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

 

Wachter! Wat is er van den nacht? (Fragment)

 

De wereld onzes tijds, met weten ingenomen

Zoo als geen vroegere ooit, zuigt in haar dorst by stroomen

De vrucht der drukpers in, die gistend tot ons komt

En hoofd en hart om strijd of prikkelt of verstompt.

 

Geen boeken evenwel die deze dorst verzaden!

Neen! op der stormen vlerk, gelijk de orakelbladen

Der Pythonis, gevoerd, of liever, over volk

Aan volk van uit den schoot der bliksemzwangre wolk

By vlagen neêrgedaald, brengt Kennis en Beschaving

Ons menschdom, uur aan uur, in 't Vlugschrift versche laving!

 

Een breede plas van licht, die de oogen scheemren doet!

Een even snel vergaan als weêr gewassen vloed!

Een zee van letters, waar, by 't zweepen van de winden,

Steeds vreemder schaduwen op rijzen en verzwinden

In allerhande vorm, - en dan op eens één beeld

(Het uwe, o Geest des tijds!) zich afdrukt en herteelt

Vollediger, dan of Daguerre 't onder 't zweven

Bespied had, aangelokt, en op zijn vlak doen kleven.

 

Is 't waar? en wordt by 't zweet der rustelooze pers

Door Vlugschrift en Journaal naar 't leven steeds en versch

Het beeld, de stem des Tijds herbaard? zijn zin, zijn pogen,

Beloften, dreigingen, vermeten en vermogen,

Ons ieder dag verhaald? van ieder nieuwen stap

Die ter volmaaktheid voert, verslag en rekenschap

Gebracht? zoo sta het vrij die godspraak te ondervragen!

Ja, by het kroost der Pers zich met de vraag te wagen,

Die uit het binnenst roept: ‘Wat is er van den nacht,

o Wachter! welk een dag wordt aan de kim gewacht?’

 

 

 830458-a593c0e4dc3912c18edf96b7ace6210f.jpg

Isaäc da Costa (14 januari 1798 – 28 april 1860)

Da Costakade in Amsterdam

 

 

 

 

De Duitse dichteres en strijdster voor vrouwenrechten Ida Dehmel werd geboren op 14 januari 1870 in Bingen. Zie ook mijn blog van 14 januari 2007 en ook mijn blog van 14 januari 2009 en ook mijn blog van 14 januari 2010.

 

Uit: Ida und Richard Dehmel - Harry Graf Kessler. Briefwechsel 1898-1935

 

„Lieber Herr Graf!

Wir sind schon mitten in unsrer Vortragsodyssee, und nähern uns immer mehr Weimar. Ich nehme an (Dehmel liest heute in Karlsruh, und hat mich gebeten, Ihnen zu schreiben) also wir nehmen an, daß Sie Ihre Einladung damals durchaus ernstlich meinten – wenn wir auch den von Ihnen zugesagten Brief nicht erhalten haben. Ich habe damals gleich an Frau Förster-Nietzsche geschrieben; Sie war ganz damit einverstanden, daß wir diesmal bei Ihnen wohnen. Nun bitte ich Sie freundlichst um ein Wort, ob wir Ihnen am 10ten vormittags recht kommen; (den Zug würden wir Ihnen noch mitteilen). Wir können bis zum 14ten bleiben. Hauptmanns wollten gleichzeitig hinkommen; Sie werden sie wohl vorher noch bei der Hofmannsthalschen Première [Ödipus und die Sphinx sprechen.

Unsre Adresse bleibt bis zum 7ten Mannheim, L. 12. 18.

Mit freundlichem Gruߓ

 

 

830458-ea4b574d738e5a6b8605ed950d6bd2f7.jpg
Ida Dehmel (14 januar 1870 - 29 september 1942)

Geschreven door Romenu om 19:20 Reageer op dit bericht

Edmund White, Jay McInerney, Daniel Kehlmann, Lorrie Moore, Jurgis Kunčinas, Clark Ashton Smith

De Amerikaanse schrijver en essayist Edmund White werd geboren op 13 januari 1940 in Cincinnati. Zie ook mijn blog van 13 januari 2007 en ook mijn blog van 13 januari 2008 en ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Uit: The Farewell Symphony

 

„I'm beginning this book on All Saints' Day in Paris, six months after Brice's death. This morning I went with Brice's brother and his brother's lover to the Père Lachaise cemetery to leave some flowers before the white marble plaque that marks the niche where Brice's ashes are stored in an urn. At first there wasn't a receptacle for the flowers and we'd just leave them on the cold floor, where they'd quickly wilt. But then someone-the Spanish woman who cleaned for us once a week, perhaps-attached a little brass vase to the plaque, and that's where we put the flowers now. Today I left yellow freesias. Someone had Scotchtaped the photo of a young man to Brice's plaque and I wondered if it was a secret admirer who'd left his own portrait; retrospectively I was jealous. Maybe it was a photo of one of the other dead young men that had been taped to our plaque by mistake.

The ashes are in the columbarium, a fancy word for "dovecote." We wanted to be buried together, but since technically I'm not a Parisian, there was no way I could buy a plot or a niche at Père Lachaise, which is reserved for citizens of the capital. Brice thought of everything in his methodical way; he bought the niche for his urn but in my name. Now, legally, I can't be refused entrance when I die.

I've never liked to feel things in the appropriate way at the right moment. I know that Brice's brother is slightly puzzled that I don't visit the long, subterranean corridors of the columbarium more often. Even today I was dry-eyed, bored, more curious about the new plaques than anguished about Brice's. The day Brice was interred, there were only four other niches occupied along this whole wall. Now it's filling up quickly-at least two hundred newcomers have arrived in the last six months. Some are Vietnamese and their inscriptions are in both French and in Chinese characters. A few are young men in their twenties-I imagine they died of AIDS, too. There are Jews and Protestants as well as Catholics; Poles and Italians as well as French. There's even an American writer shelved just above Brice; he's had inscribed the words "Writer-Ecrivain" just below his name.

It's not that Brice's brother Laurent doubts my grief. He saw me six months ago, sitting on the curb just outside the funeral home, sobbing. We'd just made all the arrangements for the cremation and now I was crying like a Sicilian widow.“

 

 

 829690-2eebd4195a3bbc56fc7a6b3257a2d14b.jpg

Edmund White (Cincinnati, 13 januari 1940)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Daniel Kehlmann werd op 13 januari 1975 in  München geboren. Zie ook mijn blog van 13 januari 2008 en ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Uit: Unter der Sonne

 

„Markus Mehring war vier- oder fünfunddreißig Jahre alt, oft wußte er das selbst nicht genau. Er lebte in einer Zweizimmerwohnung mit einer Kochecke und einem kleinen Balkon. Von seinen Nachbarn unterschied ihn, daß er keinen Fernseher hatte. Statt dessen las er Abenteuerromane. Am liebsten

Moby Dick – viermal schon –, und sehr gerne auch Joseph Conrad und Graham Greene. Er arbeitete in einem Amtsgebäude ; dort hatte er einen Schreibtisch und Stempel und viele Kugelschreiber, Telefon brauchte er keines. Er mußte Formulare durchsehen, ausgefüllt von Leuten, die Wichtigeres zu tun hatten, und darin nach Formfehlern suchen. Fand er welche, mußte er das Blatt an eine bestimmte Abteilung weiterleiten ; wenn nicht, an eine andere Abteilung. Einmal hatte er einen Mann kennengelernt, der auf einem Großbauernhof die Schweine massieren mußte, und wann immer er in seine Toilette sah, dachte er mit Schaudern an die Kanalräumer, die sich in tiefen Höhlen durch die Exkremente der Stadt wühlten. Also gab es Berufe, die noch schlimmer waren.

Einmal im Jahr bestieg er einen Zug und fuhr in eine Ferienpension in einer grünen und welligen Landschaft, wo er zwei Wochen verbrachte. Weihnachten feierte er mit seinem tauben Großonkel, einem ehemaligen Lokomotivführer. Einmal im Monat besuchte er seine Schwester und ihren Mann und brachte den Kindern Schokolade mit. Als Staatsangestellter war er unkündbar, als Mitglied des Buchklubs bekam er vierteljährlich den neuen Katalog. Einmal, mit neunzehn, hatte er ein Gedicht geschrieben ; er bewahrte es in einer Schublade auf und las es sich zuweilen laut vor. Im Lotto gewann er nie, und er hatte keine Zeitung abonniert.“

 

 

829690-bc584292f41cf074cdc796baaa25614f.jpg
Daniel Kehlmann (München, 13 januari 1975)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Jay McInerney werd geboren op 13 januari 1955 in Hartford, Connecticut. Zie ook mijn blog van 13 januari 2007 en ook mijn blog van 13 januari 2008 en ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Uit: Model Behavior

 

„The name of the party is the Party You Have Been to Six Hundred Times Already. Everybody is here. "All your friends," Philomena states in what can only be described as a citric tone. It seems to me that they are her friends, that she is the reason we grace this fabulous gala, which takes place in the Waiting Room of Grand Central, presumably evicting dozens of homeless people for the night. We're supposedly on hand for the benefit of a disease, but we were comped, as was everyone else we know. "I'm sick of all this pointless glamour," my glamorous girlfriend says. "I want the simple life." This has become a theme. Weariness with metropolitan life in all its colonoscopic intricacy. I wonder if this ennui is somehow related to that other unstated domestic theme: sex, infrequency thereof.
We are accosted by Belinda, the popular transvestite, whom I am nearly certain is a friend of my girlfriend's, as opposed to one of my very own. I can't exactly remember if I know him from the gossip columns or if I know him personally, from events like these. Belinda is with an actual, ageless woman with striking dark eyebrows and buzzcut white hair, a woman who is always here at the party and whom I always sort of recognize. One of those women with three names: Hi Howareyou Goodtoseeyou. All the women lately have either three names or just one. Even the impersonators.
"Oh God, hide me," says the woman whose name I always forget, "there's Tommy Kroger, I had a bad date with him about five thousand years ago."
"Did you sleep with him?" Philomena asks, raising one of her perfectly defined eyebrows, which looks like a crow in flight in the far distance of a painting by van Gogh.
"God, who can remember?"
"If you can't, then you did," says Belinda. "That's the rule."
Ah, so that's the rule.
"Hello, darlings." Who could it be but Delia McFaggen, the famous designer, streaking toward Belinda, blowing kisses all over everyone. I retreat, slaloming through the thick crowd to find beverages, the first of many trips.“

 

 

 829690-b4a17c9a92dae0246d91f9a5c5d680f0.jpg

Jay McInerney (Hartford, 13 januari 1955)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Lorrie Moore werd geboren op 13 januari 1957 in Glens Falls, New York. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Uit: A Gate at the Stairs

 

„The cold came late that fall and the songbirds were caught off guard. By the time the snow and wind began in earnest, too many had been suckered into staying, and instead of flying south, instead of already having flown south, they were huddled in people's yards, their feathers puffed for some modicum of warmth. I was looking for a job. I was a student and needed babysitting work, and so I would walk from interview to interview in these attractive but wintry neighborhoods, the eerie multitudes of robins pecking at the frozen ground, dun-gray and stricken — though what bird in the best of circumstances does not look a little stricken — until at last, late in my search, at the end of a week, startlingly, the birds had disappeared. I did not want to think about what had happened to them. Or rather, that is an expression — of politeness, a false promise of delicacy — for in fact I wondered about them all the time: imagining them dead, in stunning heaps, in some killing cornfield outside of town, or dropped from the sky in twos and threes, for miles down along the Illinois state line.

I was looking in December for work that would begin at the start of the January term. I'd finished my exams and was answering ads from the student job board, ones for "childcare provider." I liked children — I did! — or rather, I liked them OK. They were sometimes interesting. I admired their stamina and candor. And I was good with them in that I could make funny faces at the babies and with the older children teach them card tricks and speak in the theatrically sarcastic tones that disarmed and enthralled them. But I was not especially skilled at minding children for long spells; I grew bored, perhaps like my own mother. After too much time playing their games, my mind grew peckish and longed to lose itself in some book I had in my backpack.“

 

 

 829690-004d8466dcc648bea37e3c278ca389fe.jpg

Lorrie Moore (Glens Falls, 13 januari 1957)

 

 

 

 

 

De Litouwse schrijver en vertaler Jurgis Kunčinas werd geboren op 13 januari 1947 in Alytus. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Uit: Tula (Vertaald door Elizabeth Novickas)

 

„Speak to me, Tūla, whisper to me; when the illuminated high wall of the Bernardine, as red as it already is, glows redder still; when the Vilnelė boils like lava under all of its little bridges, and most furiously of all right here, next to the Bernardine; when the sparse passersby, spotting the heavy rain cloud, hasten their steps and, looking around fearfully, scurry off to their urban burrows; when the cloud hangs now right nearby–above Bekešas and Panonietis Hill, above the dark red folds of the escarpment–speak and tell me: who now will remind us of the love that clung to us like a infectious disease, never, as it was, bellowed out in the midwinter courtyards, and so never splattered with the city’s dirt–so belated and so useless it was to anyone, useless even to this street prepared for a downpour, to the old clump of trees on the shore, even to the glow lighting up the Bernardine, or that ever approaching cloud, which has stopped now above the drab Bekešas tower–who, come on, say it, who?

Tell me, Tūla, tell me, because only you can answer these questions hanging like those clouds–only you, because nature in the city is always a bit unreal–too grand or what?–and mute. Not quite a decoration; not a model; not window-dressing; but not nature, either. I told you. Watch, Tūla, I’m coming to your humble abode over the uncovered Vilnelė bridge, under which the blackish-green water with its barely lighter foam eternally boils, I’m coming to your windows, to your eyes, which reflect nothing but the low sky and the Bernardine’s towers, I’m coming to your tissues, to the clarity of your bones, to your primeval nerves, which, when touched, tremble and sound: of the murmur of the wind, the tinkling of water, the rustling of grass; and, bumped a bit harder, they stiffen, and the sounds strengthen–I hear the squeal of a small, unexpectedly frightened animal; the stubbornly explaining voice of a nocturnal bird; I hear the fluttering of wings above my head and I see eyes–the mysterious eyes of a bird of twilight in your face as white as a sheet; your eyes, Tūla, the eyes of a bird and the eyes of a cloud; I come in the moonlight, throwing a heavy shadow on the day that has passed, on the day to come and the night of ours to come, on this city, which has sucked us into its dark womb and spat us out together with the silt, the clay, all sorts of shards and old tools, and old money, too, which has no power in either this world or the next–did we really ever live there? And I throw a broken, twisted shadow on the hill of Bekešas and his warrior Vadušas Panonietis, where that menacing cloud full of storm dust goes on hanging...“

 

 

 829690-541b6c1923edaa8a24d36edcd64e4e95.jpg

Jurgis Kunčinas (13 januari 1947 – 13 december 2002)




De Amerikaanse dichter, schrijver en beeldhouwer Clark Ashton Smith werd geboren in Long Valley (Californië) op 13 januari 1893. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

 

Desolation

 

It seems to me that I have lived alone—

Alone, as one that liveth in a dream:

As light on coldest marble, or the gleam

Of moons eternal on a land of stone,
The days have been to me. I have but known

The silence of Thulean lands extreme—

A silence all-attending and supreme

As is the sea's enormous monotone.

Upon the waste no palmed mirages are,

But strange chimeras roam the steely light,

And cold parhelia hang on hilt and scaur

Where flowers of frost alone have bloomed. . . . I crave

The friendly clasp of finite arms, to save

My spirit from the ravening Infinite.

 

 

 

The Dream-Bridge

 

All drear and barren seemed the hours,

That passed rain-swept and tempest-blown.

The dead leaves fell like brownish notes

Within the rain's grey monotone.

 

There came a lapse between the showers:

The clouds grew rich with sunset gleams;
Then o'er the sky a rainbow sprang-

A bridge unto the Land of Dreams.

 

 

 

 829690-941b98d7a6cea120c84d5e1ab43a6c7c.jpg

Clark Ashton Smith (13 januari 1893 – 14 augustus 1961)



Zie voor nog meer schrijvers van de 13e januari ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:54 Reageer op dit bericht

Kostís Palamás, Karl Bleibtreu, Victor de Laprade, Jan de Bas, Eduard von Bauernfeld, Maler Müller, Mark Alexander Boyd

De Nieuwgrieks dichter Kostís Palamás werd geboren op 13 januari 1859 in Patra. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

 

Rose Fragrance

 

This year’s harsh winter brought me to my knees,

For it found me without youth and caught me without fire,

And time and again as I walked the snowy streets,

I felt I would fall and die.

But yesterday, as I was encouraged by the laugh of march,

And I went to find again the roads to the ancient sites,

The first fragrance of a distant rose in my path

Brought tears to my eyes.

 

 

Vertaald door Alex Moskios

 

 

 

Ancient Eternal And Immortal Spirit 

 

Immortal spirit of antiquity,

Father of the true, beautiful and good,

Descend, appear, shed over us thy light

Upon this ground and under this sky

Which has first witnessed the unperishable fame.

Give life and animation to those noble games!

Throw wreaths of fadeless flowers to the victors

In the race and in the strife!

Create in our breasts, hearts of steel!

In thy light, plains, mountains and seas

Shine in a roseate hue and form a vast temple

To which all nations throng to adore thee,

Oh immortal spirit of antiquity!

 

 

 

 829681-e2a0635cf44159f77a4695c89eae361d.jpg

Kostís Palamás (13 januari 1859 - 27 februari 1943)

Standbeeld in Nicosia

 

 

 

 

De Duitse schrijver en criticus Karl August Bleibtreu werd geboren op 13 januari 1859 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Uit: Bismarck

 

»Dominus Otto v. Bismarck!« Der Universitätsrichter putzte sorgfältig seine Brille und setzte sie feierlich wieder auf, um den Übeltäter mit besonderer Strenge ins Auge zu fassen. »Das sind ja schöne Geschichten, die ich höre. Erst 17 Jahre alt, wie ich aus der Liste ersehe, so jung und schon verdorben! Oder, um ein nicht so hartes Wort zu brauchen, so jung und schon so...«

»Kindisch!« ergänzte der hochaufgeschossene Jüngling fröhlich, schlank und spitz wie eine Nadel. Seine blauen Augen blitzten dabei unter buschigen blonden Brauen und seine rosige Gesichtsfarbe verriet eine Urgesundheit von des Gedankens Blässe und der Gymnasialluft wenig angekränkelt.

»Silentium! So unbescheiden, wollte ich sagen. Kaum sind Sie in Göttingen angelangt, erst 24 Stunden, da machen Sie schon Skandal, erregen öffentliches Ärgernis. Was ist das für ein Aufzug, in dem Sie daherkommen! Ist das vielleicht die neueste Berliner Mode?«

Der Anzug des Studiosus v. Bismarck vereinte freilich in glücklicher Weise den Zylinderhut eines Dandy mit der Jacke eines Zirkusreiters und den Kanonenstiefeln eines Kürassierleutnants. Der junge Mensch sah so phantastisch aus, als wolle er, von der dumpfen Haft des Gymnasiums befreit, sozusagen aus der Haut fahren. Aber zugleich lag etwas so Urwüchsig-Humorvolles in seiner Haltung, daß der Universitätsrichter leise schmunzelte, als er in die neckisch blinzelnden blauen Gucker dieses kaum dem Knabenalter entwachsenen Burschikosus schaute. Der spitzte unwillkürlich den Mund, als wollte er irgendeinen hauptstädtischen Gassenhauer anstimmen. Er begnügte sich aber, würdevoll zu versichern: »Jeder zieht sich an, w« er kann. Jeder nach seinem Geschmack!«

 

 

 829681-e8bb94d529b5c35523e82d46be7e7fc0.jpg

Karl Bleibtreu (13 januari 1859 – 30 januari 1928)

Bismarck monument „am Großen Stern” in Berlijn.

 

 

 

 

De Franse dichter en criticus Victor Richard de Laprade werd geboren op 13 januari 1812 in Montbrison. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

 

Limpidité

 

Il est des sources d'eau si bleue et si limpide,
Que rien n'en peut ternir la transparence humide ;
Que sur un noir limon leurs ondes de cristal
Roulent sans altérer l'azur du flot natal ;
Qu'à travers les débris qui sur leurs bords s'amassent,
Elles savent choisir les fleurs lorsqu'elles passent,
Et que, vierges encor de toute impureté,
L'Océan les reçoit dans son immensité.
Près d'elles l'ombre est douce aux affligés ; près d'elles
Les oiseaux chantent mieux, les plantes sont plus belles ;
Près d'elles, au matin, les femmes vont s'asseoir
Pour nouer leurs cheveux devant un clair miroir.

Il est des âmes qui, dans nos sentiers de fange,
Glissent sans y tacher leur blanche robe d'ange.
Sans laisser, comme nous, se prendre à chaque pas
Une sainte croyance aux ronces d'ici-bas ;
Des coeurs qui restent purs quand l'ennui les traverse,
Qui gardent leur amour dans la fortune adverse.
L'air vicié du monde en passant autour d'eux
Se charge de parfums ; et, comme des flots bleus,
Sans entraîner un grain de nos terres infâmes,
Ils coulent en chantant vers l'océan des âmes.

 

 

 

 829681-66154edb3c8b8f0e34a853859a61b202.jpg

Victor de Laprade (13 januari 1812 – 13 december 1883)

Standbeeld door Jean Bonnassieux in Montbrison

 

 

 

 

De Nederlandse historicus en dichter Jan de Bas werd geboren op 13 januari 1964. Zie ook mijn blog van 13 januari 2008 en ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

 

Sinterklaaspsalm

 

Hij komt! Hij komt!
En wat er verder volgt
uit Psalm 98 vers 4.

De dominee sprak
en de gemeenteleden zongen.
- Het was bijna 5 december!



 

 

 829681-8fd4ce112d4d0b916efe04586b6c46bc.jpg

Jan de Bas (13 januari 1964)

 

 

 


De Oostenrijkse dichter en schrijver Eduard von Bauernfeld werd geboren op 13 januari 1802 in Wenen. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

 

Das ist ein süßer Schlummer

 

Die Mutter lullt den Knaben

Mit süßen Liedern ein;

Er will's nicht anders haben,

Sie muß am Bettchen sein.

Wie kann's der Schelm nur wissen,

Ob sie am Bette sitzt,

Der kaum aus seinem Kissen

Mit halbem Auge blitzt?

Und wie er ohne Kummer

Frisch atmend rosig liegt!

Das ist ein süßer Schlummer,

In den die Lieb' uns wiegt.

 

 

 829681-e613dfbfa7e6e3d0775027afd37c5675.jpg

Eduard von Bauernfeld (13 januari 1802 – 9 augustus 1890)

 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schilder Maler (Friedrich) Müller werd geboren op 13 januari 1749 in Kreuznach. Zie ook mijn blog van 13 januari 2009 en ook mijn blog van 13 januari 2010.

 

Soldaten-Abschied

 

Heute scheid' ich, heute wand'r ich,

Keine Seele weint um mich.

Sind's nicht diese, sind's doch Andre,

Die da trauern, wenn ich wandre:

Holder Schatz, ich denk' an dich.

 

Auf dem Bachstrom hängen Weiden;

In den Thälern liegt der Schnee;

Trautes Kind, daß ich muß scheiden,

Muß nun unsre Heimath meiden,

Tief im Herzen thut mir's weh.

 

Hunderttausend Kugeln pfeifen

Ueber meinem Haupte hin!

Wo ich fall', scharrt man mich nieder

Ohne Klang und ohne Lieder,

Niemand fraget, wer ich bin.

 

Du allein wirst um mich weinen,

Siehst du meinen Todesschein.

Trautes Kind, sollt' er erscheinen,

Thu' im Stillen um mich weinen

Und gedenk' auch immer mein.

 

Heb' zum Himmel unsern Kleinen,

Schluchz': nun todt der Vater dein!

Lehr' ihn bethen! Gieb ihm Segen!

Reich' ihm seines Vaters Degen!

Mag die Welt sein Vater seyn.

 

Hörst? Die Trommel ruft, zu scheiden:

Drück' ich dir die weiße Hand!

Still' die Thränen! Laß mich scheiden!

Muß nun für die Ehre streiten,

Streiten für das Vaterland.

 

Sollt' ich unterm freyen Himmel

Schlafen in der Feldschlacht ein:

Soll aus meinem Grabe blühen

Soll auf meinen Grabe glühen

Blümchen süß: Vergiß nicht mein.

 

 


829681-61d7551dbd2f76739ad23a67c84f8f5b.jpg
Maler Müller (13 januari 1749 - 23 april 1825)

Ets van Ludwig E. Grimm, 1816




 

De Schotse dichter Mark Alexander Boyd werd geboren op 13 januarri 1562. Zie ook mijn blog van 13 januari 2007.

Unhappy is the man for evermair

 

Unhappy is the man for evermair
That tills the sand and sawis in the air;
But twice unhappier is he, I lairn,
That feidis in his hairt a mad desire
And follows on a woman thro the fire,
Led by a blind and teachit by a bairn

 

829681-2cb62c4843778225a359cf334334305c.jpg
Mark Alexander Boyd (13 januari
1562 – 10 april 1601)

Carrick in Ayrshire (Geen portret beschikbaar)

Geschreven door Romenu om 19:47 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten