Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 20 oktober 2010 tot 21 oktober 2010

Doeschka Meijsing, Martin Bril, Tariq Ali, Mehdi Charef, Allen Hoey

De Nederlandse schrijfster Doeschka Meijsing werd geboren in Eindhoven op 21 oktober 1947. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2007 en ook mijn blog van 21 oktober 2008 en ook mijn blog van 21 oktober 2009.

 

Uit: Over de liefde

 

“In een cel
Dit verhaal begint met een dvd die op een dag in mijn brievenbus werd gegooid. Hoewel ik de eerste weken vergat hem te bekijken, zou de inhoud ervan mijn gedachten weer lange tijd door elkaar schudden, alsof er al niet genoeg met mij was gebeurd.

De dvd behelsde een documentaire en werd me door een zekere 'Jan' bezorgd, die via een in het cellofaan gestoken kaartje, dat me verhinderde met één oogopslag kennis te nemen van de inhoud, liet weten dat hij het belangrijk vond dat ik ernaar keek. Toevallig kende ik maar twee Jannen op deze wereld, nog uit mijn studententijd, en ik wist zeker dat het handschrift op het kaartje van geen van beiden was.
Ik besteedde er verder geen aandacht aan, want ze konden wel zoveel in je brievenbus gooien waar je niet om had gevraagd, en de wereld probeerde al zo opdringerig van alle kanten je aandacht te vangen dat je je het beste van tijd tot tijd als een leeuw in de woestijn kon terugtrekken. De afgelopen jaren was ik genoeg door elkaar geschud en nu ik eindelijk de vlakte had bereikt, moest ik eerst maar eens mijn wonden likken. Die waren diep en stinkend.“

(...)

 

„Ik had geen rekening gehouden met de buitenwereld, de wijnranken van roddels en geruchten die om me heen aan het zoemen waren, de vrienden en kennissen die schichtig tegenover me begonnen te doen, heel het netwerk van de stad met boodschappen vol leedvermaak of medelijden dat zich om me heen spande. Ik kon geen vriendin raadplegen over de nieuw ontstane situatie of ik kreeg ten antwoord dat ze het allang wist, dat ze niet had geweten hoe het mij te vertellen, dat ze op het punt had gestaan mij in te lichten, dat de hele stad het wist. „

 

 

 

 765255-d2523fe4899102e92621e9d7e3abfcf2.jpg

Doeschka Meijsing (Eindhoven, 21 oktober 1947)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, columnist en schrijver Martin Bril werd geboren in Utrecht op 21 oktober 1959. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2008 en ook mijn blog van 23 april 2009 en ook mijn blog van 21 oktober 2009.

 

 

De poes die alles ziet

 

Een slap zonnetje, en de wind steekt op.
Wat te doen? De poes zit roerloos op de
Schutting van de buren niks te denken

 

Of misschien iets heel dieps, wij zullen
Het nooit weten. Intussen is het wel zo
Dat de poes kan praten, dat wil zeggen
Als ze binnen is, steekt ze hele verhalen
Af in een prachtige taal die niemand
Verstaat maar die we allemaal begrijpen,

 

Wij hier in huis bedoel ik, anderen niet.

 

De ene keer vertelt ze over haar avonturen
In de tuin, de andere keer informeert
Ze naar wat wij zoal hebben meegemaakt.

 

Als alles dan in balans is, zoekt ze ergens
In huis een hoek om te dutten, of een
Plek die uitzicht biedt over alles, want
Graag houdt ze het gezin in de gaten.

 

En dat doet ze met haar ogen toe
Of soms op een luie kier.

 

 

 

 

Trotse tomaten

 

De tomatenplant die ik voor de
Zomer kocht, heeft inmiddels
Vijf perfecte tomaten opgeleverd

 

Zwaar en vlezig en zoet

 

Een laatste, nummer zes, hangt
Zich nu te haasten – van slap
Oranje naar morgen rood en
Zelfverzekerd, want zo zien
Rijpe tomaten er toch wel uit:

 

Trots.

 

 

 

 765255-06614c67f1035dcb20d9a13cd1299d33.jpg

Martin Bril (Utrecht, 21 oktober 1959 - 22 april 2009)

 

 

 

 

 

De Pakistaanse auteur, journalist en filmmaker Tariq Ali werd geboren in Lahore op 21 oktober 1943. . Zie ook mijn blog van 21 oktober 2008 en ook mijn blog van 21 oktober 2009.

 

Uit: Remembering Edward Said

 

„Edward Said was a longstanding friend and comrade. We first met in 1972, at a seminar in New York. Even in those turbulent times, one of the features that distinguished him from the rest of us was his immaculate dress sense: everything was meticulously chosen, down to the socks. It is almost impossible to visualize him any other way. At a conference in his honour in Beirut in 1997, Edward insisted on accompanying Elias Khoury and myself for a swim. As he walked out in his swimming trunks, I asked why the towel did not match. ‘When in Rome’, he replied, airily; but that evening, as he read an extract from the Arabic manuscript of his memoir Out of Place, his attire was faultless. It remained so till the end, throughout his long battle with leukaemia.

Over the last eleven years one had become so used to his illness—the regular hospital stays, the willingness to undergo trials with the latest drugs, the refusal to accept defeat—that one began to think him indestructible. Last year, purely by chance, I met Said’s doctor in New York. In response to my questions, he replied that there was no medical explanation for Edward’s survival. It was his indomitable spirit as a fighter, his will to live, that had preserved him for so long. Said travelled everywhere. He spoke, as always, of Palestine, but also of the unifying capacities of the three cultures, which he would insist had a great deal in common. The monster was devouring his insides but those who came to hear him could not see the process, and we who knew preferred to forget. When the cursed cancer finally took him the shock was intense.“




765255-8881fa5138ac07f3a75bde8fab6bf6a0.jpg
Tariq Ali (Lahore,  21 oktober 1943)

 

 

 

 

 

De Frans-Algerijnse schrijver en regisseur Mehdi Charef werd geboren op 21 oktober 1952 in Maghnia in Algerije. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2008 en ook mijn blog van 21 oktober 2009.

 

Uit: A bras le coeur

 

„Une odeur d'encens âcre et brûlante s'échappe de l'antre du marabout. Derrière le rideau qui nous sépare de son cabinet, j'entends deux familles qui pleurent, et parfois hurlent. Le marabout tente de les calmer. D'après ce que je crois comprendre, il s'agit d'une histoire de lesbiennes. J'écarte discrètement l'épais rideau, taillé dans une couverture militaire récupérée on ne sait où, et je découvre le large visage hâlé de Mbami, qui est un homme rempli de certitudes et de curiosités. Autour du front, il porte un foulard. Avec un éventail en feuilles de bambou, il disperse les volutes de fumée qui montent de deux kanouns. De dos, je distingue deux femmes voilées assises jambes croisées sur la natte ; à côté d'elles, deux jeunes filles de profil ; ce sont elles qui pleurent et qui sanglotent. Elles ont les yeux rouges, le nez qui coule. Elles répondent aux questions indiscrètes, tranquillement. La première, qui porte des lunettes de vue, récapitule pour sa mère :

    – C'est plus fort que moi ! J'ai beau essayer de me retenir, de me raisonner, rien n'y fait. Une force supérieure me pousse. Je succombe, désespérée et en larmes, dans les bras de Farida!

    Farida, l'autre jeune fille, qui n'est pas voilée, elle aussi est effondrée, à côté de sa mère. Les deux adolescentes se prennent les mains et implorent en choeur le marabout :

    – Guéris-nous, Si Mbami!

    II essaie de les calmer en levant les mains.

    – Et toi?

    Farida baisse les yeux, elle met ses mains sur sa tête.

    – Je ne pense qu'à elle, nuit et jour, je ne sais pas pourquoi. Maman, j'ai peur ! C'est seulement quand je sens son corps contre moi que mes angoisses s'apaisent...“

 

 

 

765255-0122f99ad310de4dabd2303da1fbbee5.jpg
Mehdi Charef (Maghnia, 21 oktober 1952)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en criticus Allen Hoey werd geboren op 21 oktober 1952 in Kingston, New York. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2008. Allen Hoey overleed op 16 juni van dit jaar op de leeftijd van 58 jaar. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2009.

 

 

Glory

                       and the firmament sheweth his handywork.                                               

                       —Psalms 19:1 

 

 

Sometimes, late night, the middle of January

maybe, I get home, everything’s quiet, the cows

aren’t in the pasture out back, all the lights

turned off as far as I can see, the packed snow

crunches underfoot as I step away from the car

and slam the door, but not quite a crunch, almost

a kind of squeak, it’s that cold, and then, cold

as it is, I stand beside the car and lift my head

to look up at the sky, not a cloud, a high wind’s

blown the heavens clear, and all the stars are weaving

the way I’d weave heading across the yard

and up the stairs, the warm air, the faint trace of

heating oil, the rumpled bed at the end of the hall,

but now the stars dance their little dance and,

my God, it’s cold, and I’m here, and that’s

just about the best a man could ever care about.

 

 

 

 

 

Country Music

 

Mothers and dogs die, and fathers too; in the fullness of time

they all do. Wives and husbands, boyfriends, girlfriends, and lovers

run away or break your heart. Someday, someone will smash

your car, your truck, whether it’s some dumb-ass in an SUV

or only a deer whose trajectory through life has the misfortune

of intersecting yours a few feet this side of the shoulder—

crumpled fender, bent frame, or just a broken headlight, your baby

ain’t the same, and, even apart from the increase you know

your premium will reflect the next time the bill comes due,

it hurts. At some point in your life, unless you’re someone

I’d never want to sit next to and sip a beer, you’ve felt

a little sad and maybe lonely when you’ve heard a train whistle

keening through the trees on a dark October night. At three o’clock

the wind batters rain against the bedroom window, debris

from the porch roof clatters on the pane, and you lie awake

thinking about how years ago you might have done something

different than the way you did it and rehearsing the many ways

your life might’ve changed. But would you give up the feeling

you get listening to the slow breath beside you, reassuring,

keeping you in bed when part of you wants to get up, get

the bottle and sit at the kitchen table with only a smudge of light

coming in from the one lamp you’ve switched on in the living room,

listening to that wind, those twigs and branches racketing

against the glass and clapboard—would you, could you

be any happier, really? A piece of pie, maybe, some stale

remnants of a birthday cake. Instead, you lie in bed, hear

the faint strains of a fiddle, the twang of a Telecaster,

and in the wind the wailing sound of a pedal steel guitar,

all of this put to music—this life you’ve maybe lived.

 

 

 

 765255-b061039f2a469024c406d9f744cbe678.jpg

Allen Hoey (21 oktober 1952 – 16 juni 2010)



Zie voor nog meer schrijvers van de 21e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:52 Reageer op dit bericht

Patrick Kavanagh, Nikos Engonopoulos, Alphonse de Lamartine, Samuel T. Coleridge, Martin Roda Becher


De Ierse dichter Patrick Kavanagh werd geboren op 21 oktober 1904 in County Monaghan. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2006 en ook mijn blog van 21 oktober 2008 en ook mijn blog van 21 oktober 2009.

 

 

In Memory Of My Mother 

 

I do not think of you lying in the wet clay

Of a Monaghan graveyard; I see

You walking down a lane among the poplars

On your way to the station, or happily

 

Going to second Mass on a summer Sunday -

You meet me and you say:

'Don't forget to see about the cattle - '

Among your earthiest words the angels stray.

 

And I think of you walking along a headland

Of green oats in June,

So full of repose, so rich with life -

And I see us meeting at the end of a town

 

On a fair day by accident, after

The bargains are all made and we can walk

Together through the shops and stalls and markets

Free in the oriental streets of thought.

 

O you are not lying in the wet clay,

For it is a harvest evening now and we

Are piling up the ricks against the moonlight

And you smile up at us - eternally.

 

 

 

 

Primrose 

 

Upon a bank I sat, a child made seer

Of one small primrose flowering in my mind.

Better than wealth it is, I said, to find

One small page of Truth's manuscript made clear.

I looked at Christ transfigured without fear--

The light was very beautiful and kind,

And where the Holy Ghost in flame had signed

I read it through the lenses of a tear.

And then my sight grew dim, I could not see

The primrose that had lighted me to Heaven,

And there was but the shadow of a tree

Ghostly among the stars. The years that pass

Like tired soldiers nevermore have given

Moments to see wonders in the grass.

 

 

 

 765247-e80fd97030a20a687be2b3528889f4c0.jpg

Patrick Kavanagh (21 oktober 1904 – 30 november 1967)

Portret door William Mulhall





De Griekse dichter en schilder Nikos Engonopoulos werd geboren op 21 oktober 1907 in Athene. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2008 en ook mijn blog van 21 oktober 2009.

 

 

 

BOLIVÁR   (Fragment)

A Greek Poem

 

And shall I now despair that to this very day no one has
    understood, has wanted, has been able to understand
    what I say?
Shall the fate then be the same for what I say now of Bolivar,
    that I’ll say tomorrow of Androutsos?
Besides, it’s no easy thing for figures of the importance of
    Androutsos and Bolivar to be so quickly understood,
Symbols of a like.
But let’s move on quickly: for Heaven’s sake, no emotion,
    exaggeration or despair.
Of no concern, my voice was destined for the ages alone.
(In the future, the near, the distant, in years to come, a few,
    many, perhaps from the day after tomorrow or the day
    after that,
Until the time that, empty and useless and dead, the Earth
    begins to drift in the firmament,
The young, with mathematical precision, will awake in their  
    beds on wild nights,
Moistening their pillows with tears, wondering at who I was,
    reflecting
That once I existed, what words I said, what songs I sang.
And the gigantic waves that every evening break on Hydra’s
    seven shores,
And the savage rocks, and the high mountain that brings down
    the blizzards,
Will eternally and untiringly thunder my name.)

But let’s get back to Simon Bolivar.

Bolivar! A name of metal and wood, you were a flower in
    the gardens of South America.
You had all the gentleness of flowers in your heart, in your
    hair, in your gaze.
Your hand was huge like your heart, and scattered both good
    and evil.
You swept through the mountains and the stars trembled, you
    came down to the plains, with your gold finery, your
    epaulets, all the insignia of your rank,
With a rifle hanging on your shoulder, with chest bared, with
    your body covered in wounds,
And stark naked you sat on a low rock, at the sea’s edge,
And they came and painted you in the ways of Indian braves,
With wash, half white, half blue, so you’d appear like a lonely
    chapel on one of Attica’s shores,
Like a church in the districts of Tatavla, like a palace in a
    deserted Macedonian town.

 

 

 

Vertaald door David Connolly

 

 


765247-cef4c4e1e86f72200bebbb38054392bf.jpg
Nikos Engonopoulos (21 oktober 1907 – 31 oktober 1985)

Athene

 

 

 

 

De Franse dichter en schrijver Alphonse de Lamartine werd geboren op 21 oktober 1790 in Mâcon. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2006 en ook mijn blog van 21 oktober 2008 en ook mijn blog van 21 oktober 2009.

 

 

Le papillon

 

Naître avec le printemps, mourir avec les roses,
Sur l'aile du zéphyr nager dans un ciel pur,
Balancé sur le sein des fleurs à peine écloses,
S'enivrer de parfums, de lumière et d'azur,
Secouant, jeune encor, la poudre de ses ailes,
S'envoler comme un souffle aux voûtes éternelles,
Voilà du papillon le destin enchanté!
Il ressemble au désir, qui jamais ne se pose,
Et sans se satisfaire, effleurant toute chose,
Retourne enfin au ciel chercher la volupté!

 

 

 

 

Les voiles

 

Quand j'étais jeune et fier et que j'ouvrais mes ailes,
Les ailes de mon âme à tous les vents des mers,
Les voiles emportaient ma pensée avec elles,
Et mes rêves flottaient sur tous les flots amers.

Je voyais dans ce vague où l'horizon se noie
Surgir tout verdoyants de pampre et de jasmin
Des continents de vie et des îles de joie
Où la gloire et l'amour m'appelaient de la main.

J'enviais chaque nef qui blanchissait l'écume,
Heureuse d'aspirer au rivage inconnu,
Et maintenant, assis au bord du cap qui fume,
J'ai traversé ces flots et j'en suis revenu.

Et j'aime encor ces mers autrefois tant aimées,
Non plus comme le champ de mes rêves chéris,
Mais comme un champ de mort où mes ailes semées
De moi-même partout me montrent les débris.

Cet écueil me brisa, ce bord surgit funeste,
Ma fortune sombra dans ce calme trompeur ;
La foudre ici sur moi tomba de l'arc céleste
Et chacun de ces flots roule un peu de mon coeur.

 

 

 

 765247-9907c3db0fa65d292e9cd1529e9544aa.jpg

Alphonse de Lamartine (21 oktober 1790 – 28 februari 1869)

Foto, vergroot door Nadar, ca 1865

 

 

 

 

De Engels dichter en criticus Samuel Taylor Coleridge werd geboren op 21 oktober 1772 in Ottery St. Mary, Devonshire. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2006 en ook mijn blog van 21 oktober 2008 en ook mijn blog van 21 oktober 2009.

 

 

The Rose 

 

As late each flower that sweetest blows

I pluck'd, the Garden's pride!

Within the petals of a Rose

A sleeping Love I 'spied.

 

Around his brows a beamy wreath

Of many a lucent hue;

All purple glow'd his cheek, beneath,

Inebriate with the dew.

 

I softly seiz'd th' unguarded Power,

Nor scar'd his balmy rest:

And plac'd him, cag'd within the flower,

On spotless Sara's breast.

 

But when unweeting of the guile

Awoke the pris'ner sweet,

He struggled to escape awhile

And stamp'd his faery feet.

 

Ah! soon the soul entrancing sight

Subdued th' impatient boy!

He gaz'd! he thrill'd with deep delight!

Then clapp'd his wings for joy.

 

'And O!' he cried -- 'Of magic kind

What charms this Throne endear!

Some other Love let Venus find

I'll fix my empire here.'

 

 

 

 

 

Child's Evening Prayer 

 

Ere on my bed my limbs I lay,

God grant me grace my prayers to say:

O God! preserve my mother dear

In strength and health for many a year;

And, O! preserve my father too,

And may I pay him reverence due;

And may I my best thoughts employ

To be my parents' hope and joy;

And, O! preserve my brothers both

From evil doings and from sloth,

And may we always love each other,

Our friends, our father, and our mother,

And still, O Lord, to me impart

An innocent and grateful heart,

That after my last steep I may

Awake to thy eternal day! Amen.

 

 

 

 765247-442489f65d0d7c2375dad7e2bddff383.jpg

Samuel T. Coleridge (21 oktober 1772 – 25 juli 1834)

 

 

 


De Duitse schrijver en criticus
Martin Roda Becher werd geboren in New York op 21 oktober 1944. Zie ook mijn blog van 21 oktober 2008.

 

Uit: Dauergäste )

 

„Der Umgang mit Grosz beschränkte sich in New York zu Ulis heimlichem Ärger hauptsächlich auf den Austausch von Briefen, was ihrem zeitgeschichtlich höchst interessanten Briefwechsel sehr bekam, Ulis Hunger nach den gesellschaftlichen Kontakten von Grosz in der New Yorker Kunst- und Literaturszene aber weitgehend ungestillt ließ. Bei der Taufe, sie fand in den Privaträumen eines lutheranischen Pastors statt, ließ sich Grosz durch seine Frau vertreten; er hatte sich angeblich bei einer Party den Fuß verstaucht.
Meine Mutter hatte beschlossen, daß ich Martin Roda heißen sollte. Daß Roda aber in Wirklichkeit mehr war als nur ein zweiter Vorname, begriff ich früh. Roda war mein eigentlicher Name, das Becher bloß Anhängsel. Ich hatte die blauen Augen der Rodas, die Stupsnase - durch und durch ein Roda, übernahm ich mit der Muttermilch die latente Gegnerschaft gegen die Bechers. Dana war eine überzeugte, ja glühende Roda, während die Becher-Seite in Uli nur einen sehr lauen Vertreter hatte. Im Grunde mochte Uli seine Eltern nicht, und sie wiederum hatten ein ziemlich reserviertes Verhältnis zu ihm. In meinem zweiten Vornamen war also schon die Kampfansage an die Bechers enthalten: Mit mir setze sich keineswegs die Bechersche Linie fort, nein, ich sei vielmehr der natürliche Roda-Statthalter.“

 

 

 

765247-971e863c3529750171d4092f3b6b158a.jpg
Martin Roda Becher (New York, 21 oktober 1944)

Geschreven door Romenu om 19:45 Reageer op dit bericht

Hans Warren, Arthur Rimbaud, Marnix Gijsen, Oskar Pastior

De Nederlandse dichter, schrijver en criticus Hans Warren werd op 20 oktober 1921 geboren in Borssele. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2006 en ook mijn blog van 20 oktober 2007 en ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

Uit: Geheim Dagboek (Deel Twee)

 

“20 augustus 1947,

- Der hitte houdt aan. Er is een tijd geweest, zo’n jaar of zes, zeven terug, dat ik er een genoegen in vond, natuurexcessen te beleven: koudste winters,droogste zomers, sneeuw in mei – het bracht me allemaal in verrukking. Die tijd is voorbij. Na de langdurigste, koudste en strengste winter sinds eeuwen beleven we nu de heetste en droogste zomer van onze eeuw, en ik vind hem niets leuk. Is dit afstomping of groei?

De  hitte belet te werken. Het vee sterft in de weiden en in de huizen is het lauw. Na weken van deze hitte voel je je slap, is alle energie uit je weggevloeid.

De enige heerlijke uren zijn bij het zwemmen in de Schelphoek. Dagelijks ga ik er heen. Er is een ogenlust aan mooie jongens en meisjes.

Deze week aanbad ik er een volmaakt gebouwde jongen van 16, 17 jaar die ploteseling zijn gebruinde rug uit zijn blauwe overall stroopte zoals een vlinder uit zijn pop komt. Gaaf vel, gespierde armen, volle dijen met een waas van donkere beharing, nauw aansluitend donkerbruin broekje met witte riem. Leuke kop met ogen als geslepen juwelen, frisse mond, guitige lach, en ook een zekere bewustheid al om dat mooie, lenige mannelijke schoon.

Of die andere, iets ouder, 18 of 19, klein van gestalte, met een wild, mooi gezicht. Hij kwam langzaam door de zon gelopen langs de helling van de Schelphoek, breed van schouders en merkwaardig smal toelopend naar de heupen, met, op de rug gezien, een haast te grote welving van oksel en schouder over de borstkas naar de flank. Stevige, gevulde dijen en een toefje jong haar op de met slagschaduw getekende scherpe borst. Bruin, natuurlijk. Boeiende kop met langgeknipt prettig haar, zee-ogen en mooie tanden. Hij zwom en dook uitstekend. In het water keek ik hem een paar maal doordringend aan. Ik ben ook een goed zwemmer, en wellicht daarom beantwoordde hij mijn blik met een sportieve glans in de zijne.

Later, toen ik weer gekleed was en naar huis wou fietsen, heb ik hem aangesproken. Hij bleek van een naburig dorp te komen, hij had iets slaafs en vrijgevochtens, schuchters en trots tegelijkertijd. Er stonden twee onbeholpen blauwe ankertjes op zijn bruine armen getatoeëerd, wat me ontroerde en ontmoedigde.”

 

 

 

Alweer geknield


Nu de storm is geluwd
de ravage in het serene licht:
wat ben je tenger, vaal. Je voeten
en oksels rieken - een vogeljong
tijdig uit het nest geregend.

Ik stook het vuur hoog, rooster vlees en brood,
en warm de wijn. Je holle wangen krijgen
wat gloed, je ogen worden
groter, zwarter, en je borst
begint begeerlijk te welven
in het openhangend linnen hemd.

Alweer geknield bied ik mijn prins
hetgeen ik heb, hetgeen ik maak.
Hij keurt verwend
en looft verstrooid mijn zorg,
kijkt langs mijn liefde en mijn haat.
Hij geeft een zoen en nog een zoen,
een echte lieve trekkebek, en rekt
bevrijd eer hij opnieuw
op avontuur uitgaat.


 

 

 

Brief


Het toevertrouwen van zaad aan de aarde
geeft hoop. Je weet: ik ben wanhopig,
maar ik heb in de rulle humus
hennep gelegd (voor jou), basiel
en postelein. Kom je ooit eten
van wat ik zaaide, mag ik
een lamsbout voor je roosteren, een krans
vlechten van laurier en roosmarijn,
in het prieel
mijn mooiste porselein, vermeil, kristal
voor je klaarzetten?
Je bent prachtlievend, ik weet het,
maar houd je van verval?
Van afgesleten bloemetjes, van weggesprongen schilfers
email uit het verguld, van een stijlstoel
met gebruiksaanwijzing, een pergola
vol rozenluizen, spint en wingerdrot?
Ik bedoel: mijn marmer is geel van ouderdom,
m'n water koel, m'n champagne
van de beste kwaliteit
en mijn liefde op de grens van waanzin.

 

 

 

 764430-d7cb1507f6c632be64e66a6e1983fb73.jpg

Hans Warren (20 oktober 1921 – 19 december 2001)

 

 

 

 

 

De Franse dichter Arthur Rimbaud werd geboren op 20 oktober 1854 in Charleville. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2006 en ook mijn blog van 20 oktober 2007 en ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

 

Larme

 

Loin des oiseaux, des troupeaux, des villageoises,

Je buvais, accroupi dans quelque bruyère

Entourée de tendres bois de noisetiers,

Par un brouillard d'après-midi tiède et vert.

 

Que pouvais-je boire dans cette jeune Oise,

Ormeaux sans voix, gazon sans fleurs, ciel couvert.

Que tirais-je à la gourde de colocase?

Quelque liqueur d'or, fade et qui fait suer.

 

Tel, j'eusse été mauvaise enseigne d'auberge.

Puis l'orage changea le ciel, jusqu'au soir.

Ce furent des pays noirs, des lacs, des perches,

Des colonnades sous la nuit bleue, des gares.

 

L'eau des bois se perdait sur des sables vierges.

Le vent, du ciel, jetait des glaçons aux mares...

Or! tel qu'un pêcheur d'or ou de coquillages,

Dire que je n'ai pas eu souci de boire!

 

 

 

Träne

 

Fern den Vögeln, Herden, Dörflern

Trank ich, gekauert in Heidekraut

Umgeben von zarten Haselstrauchwäldern

Einem Nachtmittagsnebel, grünlich und lau.

 

Was konnte ich trinken an dieser Oise

Ulmen ohne Stimmen, Rasen, Wolken

Was zog ich aus der Kürbisflasche?

Einen Likör, schweißtreibend und golden.

 

Wär so ein schlechtes Gasthausschild gewesen

Da hat das Gewitter den Himmel verwandelt

Das ergab schwarze Länder, Ruten, Seen

Säulen, nächtliche, und Bahnhofshallen.

 

Das Wasser der Wälder verlor sich im Sand

Der Wind schlug Eis in die Pfützen...

Nun, wie einer, der Muscheln fischte, Gold

Sagen, daß ich nicht zu trinken verstand.

 

 

 

Vertaald door Michael Dornhauser

 

 

 

 

Der Schläfer im Tal

 

Ein grüner winkel den ein bach befeuchtet
Der toll das gras mit silberflecken säumt ·
Wohin vom stolzen berg die sonne leuchtet -
Ein kleiner wasserfall von strahlen schäumt.

 

Ein kriegsmann jung barhaupt mit offnem munde
Den nacken badend in dem blauen kraut
Schläft unter freiem himmel · bleich · am grunde
Gestreckt · im grünen bett vom licht betaut.

 

Ein strauch deckt seine füsse. Wie ein kind
Lächelnd das krank ist hält er seinen schlummer.
Natur umhüll ihn warm! es friert ihn noch.

 

Ihm zuckt die nase nicht vom duftigen wind.
Er schläft im sonnenschein · die hand auf stummer
Brust - auf der rechten ist ein rotes loch.

 

 

 

Vertaald door Stefan George

 

 

 

 

 764430-c12fc3cf3a93dc573a0ae5116dad5322.jpg

Arthur Rimbaud (20 oktober 1854 – 10 november 1891)

Beeld van Hervé Tonglet uit 1997 in Charleville-Mézières

 

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Marnix Gijsen werd geboren op 20 oktober 1899 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2006 en ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

Uit: Klaaglied om Agnes

 

„Ik heb er in mijn jeugd altijd met mismoed en weerzin aan gedacht, aangezien ik het niet bezat, het dringend voor eerbare doeleinden nodig had en omdat het in de verhouding tussen moeder en mij altijd bitterheid en misverstand teweegbracht. In feite heeft dit verhaal met geld weinig te maken, al evenmin als de regen en de wind; maar toch was het een der oorzaken voor de slechte verstandhouding die tussen moeder en mij ontstond en die meerdere jaren duurde. Zij hanteerde het als een wapen, als een middel om mij afhankelijk van haar te maken. Voor mij was het als een prikkeldraad, waarover men onverhoeds struikelt bij een wandeling door het bos of in de velden.

Het eerste conflict dat mij van mijn moeder vervreemdde en mij buiten onze stille huiskring om troost en vriendschap deed zoeken, ontstond toen zij mij een paar zondagen de kleine som, waarop ik meende recht te hebben, onthield. Het was een der eerste malen dat ik moest ervaren, wat ik als een onrecht beschouwde. Van die dag af wist ik dat er geen hechter gevoel in mijn leven zou zijn, want ik was diep geschokt en ik besefte dat zelfs het dadelijk herstel van het onrecht de zaak niet goed kon maken, daar het kwaad gebeurd was en de wonde geslagen. Ik botste aan tegen een boosheid, waarvoor ik geen uitleg vond. Jaren nadien, toen ik door een achteruitgaande auto werd aangereden, stond ik even stom en verbaasd te kijken onder dit mechanische geweld, waartegen geen redeneren kon helpen en dat ook niet goed te maken viel. Heel zijn leven is de ontvankelijke kwetsbaar, en steeds op nieuwe manieren.“

 

 

 

764430-76fe74578f09a387b9b3d99fa0ad58b3.jpg
Marnix Gijsen (20 oktober 1899 – 29 september 1984)

 

 

 

 

 

De Duits-Roemeense schrijver Oskar Pastior werd in 1927 in Hermannstadt (Transsylvanië, Roemenië) geboren. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2006 en ook mijn blog van 20 oktober 2006 en ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

 

 

Fräulein Falf aber meinte man solle
einfach drauf los man könne ganz
einfach das machen was los geht man
wäre gut beraten alles einfach zu
tun das heißt einfach alles zu tun
was drauf ist und los geht sie mein-
te auch das ginge ganz gut man müsse
nur einfach freundlich den finger
heben und es anständig machen und
vor allem niemandem weh tun meinte
sie los machen los machen los machen

 

 


ritschratsch



das kind ist auf dem dach
und fragt nach den schmerzen
die windsbraut steckt im haus
und spielt mit dem frauenbild

die kindsbraut pfeift sich aus
nur nicht so steckenpferd
- hätte eher klettern sollen
oder die fauna bemerken

was denken wir über beschilderung?
sie ist des herzens dachpfanne
auf der die hauptachse pfeift
wem und frenetisch mitspielt

 

 

 764430-db29942005585557beffeef407e4bda0.jpg

Oskar Pastior (20 oktober 1927 – 4 oktober 2006)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 20e oktober ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag.
Geschreven door Romenu om 19:22 Reageer op dit bericht

Elfriede Jelinek, John von Düffel, Theresia Walser, O. P. Zier

De Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek werd geboren op 20 oktober 1946 in Mürzzuschlag, een kleine stad in de deelstaat Stiermarken. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

Uit: Die Klavierspielerin

 

„Ein klavierlicher o. ä. Kollege rast totenblaß in dieser Sekunde direkt von seiner Übertrittsprüfung herein, wirft sich in eine der Kabinen und kotzt in die Kloschüssel, einem Naturereignis gleich. In seinem Körper scheint ein Erdbeben zu wüten; vieles ist schon eingestürzt inklusive der Hoffnung auf eine nahe Reifeprüfung. So lange hat dieser Prüfling seine Aufregung zurückhalten müssen, weil schließlich der Herr Direktor der Prüfung beigesessen hat. Jetzt erwünscht die Aufregung energisch ihren Auftritt, damit sie ins Klobecken kann.
Die Obertastenetüde ist dem Prüfling mißraten, er hat sie allerdings schon im doppelten Tempo begonnen, was kein Mensch aushalten kann und Chopin auch nicht.
Klemmer verachtet die geschlossene Klotür, hinter der sein Mitmusiker jetzt mit Durchfall kämpft. Ein Pianist, der so stark vom Körperlichen dominiert wird, kann nichts Entscheidendes beim Spiel zulegen.
Sicher sieht er die Musik nur als Handwerk an und nimmt es unnötig schwer, wenn eins seiner zehn Handwerkzeuge einmal versagt. Diese Stufe hat Klemmer bereits überschritten, er achtet nur mehr auf den inneren Wahrheitsgehalt eines Stücks.

Für ihn gibt es beispielsweise an den Sforzandos in Beethovens Klaviersonaten nichts mehr zu diskutieren, weil man sie erfühlen muß, ja dem Zuhörer mehr suggeriert, als daß man sie spielt.“

 

 

 

 764421-fb97d4fba3afc7b17762357ac3ae4012.jpg

Elfriede Jelinek (Mürzzuschlag, 20 oktober 1946)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver John von Düffel werd geboren op 20 oktober 1966 in Göttingen. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

Uit: Ego

 

"Noch fünf Millimeter. Ich darf gar nicht daran denken, dass es am Anfang sieben waren - oder mehr, zu einer Zeit, als ich noch nicht gemessen habe! Eigentlich könnte ich ganz zufrieden sein. Aber ich bin's nicht. Ich will meinen Nabel auf Null bringen. Ich hasse es, in ein Loch zu starren, wenn ich mir meine Bauchpartie ansehe. Eine verdammte Grube. Oder ein Grübchen, mittlerweile. Es lenkt von meinen Bauchmuskeln ab. Ich muß unbedingt an meiner Nabeltiefe arbeiten.
Ich mache spontan fünfzehn Crunches in Superzeitlupe und schließe drei Sätze à zwanzig Liegestützen an. Klassisch und mit versetzten Armen. Man soll den Fitness-Impuls nie unterdrücken. Währenddessen schaue ich mir meine Oberarme an und meine Laune steigt. Ich bin kein Bizeps-Fanatiker. So ein Bizeps ist im Grunde nur eine Beule. Aber mein Trizeps ist wirklich sehenswert. Ein echter Reliefmuskel. Nichts modelliert einen Oberarm so eindrucksvoll wie ein gut trainierter Trizeps.
Ich stelle mich wieder vor den Spiegel un d finde auf Anhieb meinen Nabel nicht. Meine Laune bessert sich zusehends. Der erste Blick zählt. Ich bin ein großer Anhänger des ersten Blicks. Nichts ist mysteriöser als die Frage, wie man im ersten Augenblick auf einen anderen Menschen wirkt. Dazu muss man alles vergessen, was man von sich weiß. Man darf sich noch nie gesehen haben.
Ich starre eine Weile auf das Regal mit den Pflegeserien und versuche mich zu erinnern, wann, wo und warum ich was gekauft habe. Dann schwenke ich wie zufällig auf den Spiegel. Wieder nichts. Erst bei näherem Hinsehen entdecke ich meinen Nabel etwas unterhalb der mittleren Bauchmuskeln in meinem durchtrainierten Sixpack. Näheres Hinsehen zählt auch, aber nicht so wie der erste Blick, der Blickfang. Wenn man die Leute dazu bringt, näher hinzusehen, ist das Ziel schon so gut wie erreicht.
Im Großen und Ganzen kann ich mit dem Trainingsstand leben. Bis jetzt! Mein Nabel macht wirklich Fortschritte. Er ist nicht mehr das Loch, das er mal war. Wenn ichdas S ixpack etwas anhebe, sieht man, dass er leicht schräg verläuft. An der Unterseite ist er ein wenig flacher. Weiter oben sinkt er um etwa zwei Millimeter ab - die Stelle, an der ich immer messe. Neu ist das Häutchen, das sich um den oberen Rand spannt. Dreieinhalb Monate habe ich gebraucht, um das herauszuarbeiten. Ein entscheidendes Detail, weil es den ganzen Nabel straff erscheinen läßt. Ich weiß nicht, ob es einen Namen dafür gibt. Sollte es aber!“

 

 

 

764421-ec26ee27e80da63bfa6c794fd0c12e1f.jpg
John von Düffel (Göttingen, 20 oktober 1966)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Theresia Walser werd geboren op 20 oktober 1967 in Friedrichshafen. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2008.

 

Uit: Am Anfang war die Nacht Musik

 

„20. Januar 1777

An diesemWintermorgen geht der bekannteste Arzt der Stadt, verfolgt von seinem Hund, die Treppe vom Schlaftrakt zu seinen Praxisräumen hinab. Die honigbraunen Stufen erlauben bequeme Schritte und den Hundepfoten einen mühelos rhythmischen Trab. In diesem Haus gibt es keine steilen, schmalen Stiegen. Wie früher, im Haus seiner Eltern. Wo er stets durch eine Luke in den Dielen wie auf einer Leiter in den unteren Stock hinunterkletterte – wenn er nicht fiel und sich dabei blaue Flecken holte.

Natürlich wäre er lieber im Bett geblieben. Draußen ist es stockdunkel und kalt. Doch steht ein wichtiger Krankenbesuch an, vielleicht der wichtigste seiner Laufbahn: Er soll die blinde Tochter des kaiserlich-königlichen Hofbeamten Paradis untersuchen. Frau Hofsekretär hat um einen Hausbesuch gebeten.

Des Aufstiegs wegen ist er so früh auf den Beinen. Und steigt diese Treppe hinab, die zu keinem Frühaufsteher passt. Die üppige Breite, die nur angedeutete Spirale – ein nicht ganz zu Ende

gedachtes Schneckenhaus – erinnern an eine Harmonie, die höchstens der Ausgeschlafene empfindet. Ist er nicht. Und dass Kaline, das Hausmädchen, Lampen und Ofen angezündet hat, ist nur ein schwacher Trost, solange sie selbst sich nicht blicken lässt. Wenn er wenigstens musizieren dürfte. Da wohnt er nun seit seiner Heirat in diesem prächtigsten aller Häuser, mit so vielen Zimmern, dass selbst sein Instrument ein eigenes hat, und darf jetzt trotzdem nicht spielen. Dabei fängt ein guter

Tag immer mit Musik an. Fünf Minuten auf seiner Glasharmonika genügen. Mozart, Haydn oder Gluck oder einfach die Finger laufen lassen, bis sie selbst eine Melodie finden und leicht über die Tastatur fegen wie eine Katze, die im Schnee spielt. So leicht läuft dann auch der Tag.“

 

 

 

764421-63a9fd65642468cbfb0ecf497e82fa54.jpg
Theresia Walser (Friedrichshafen, 20 oktober 1967)

 

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver O. P. Zier werd geboren in Schwarzach im Pongau op 20 oktober 1954 en groeide op in Lend. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

Uit: Mordsonate

 

„Verunsichert sah Peter Aberger kurz wieder in die Richtung seiner Frau, nachdem auch dieses Telefonat ohne Erfolg geblieben war, um danach zum x-ten Mal die Nummer zu drücken, unter der er noch niemanden erreicht hatte. Da er dies ohnehin schon zweimal getan hatte, sprach er jetzt nichts mehr auf den Anrufbeantworter. Sie wäre doch dort... Sie musste dort sein! Denn wo sollte sie denn sonst sein? Er hatte auch schon bei den Eltern der anderen Freundinnen seiner Tochter angerufen. Von Anjas Eltern kannte er leider nur die Festnetznummer. Bei so herrlichem Wetter... da hatten die einfach mit den Mädchen noch etwas unternommen, waren mit den Kindern ins Grüne gefahren. Was läge denn näher als das, an so einem Tag! Wo Anjas Familie dieses alte Haus besaß, in Seekirchen. Dorthin war Birgit doch schon öfter mitgefahren. Und heute eben auch wieder. Oder sie waren einfach noch ein Eis essen gegangen. Und Birgit, mein Gott, sie konnte daheim nicht anrufen, weil er heute früh diesen Radau gemacht hatte, wegen der Telefonwertkarte! Wahrscheinlich wollte Anjas Vater mit dem Ausflug auch zeigen, dass er akzeptiert hatte, dass Birgit am Wettbewerb in Vilnius teilnehmen würde, nachdem Anja in der Endausscheidung auf dem zweiten Platz gelandet war. Ja, so musste es sein, denn Birgit... sie war doch nicht ausgerissen, um Himmels willen! Unsere Tochter ist doch nicht abgehauen, beschwor er sich ein ums andere Mal. Sie hatte nur deshalb nicht angerufen, dass sie sich verspäten werde, weil... ja, weil es heute früh diesen saublöden Streit gegeben hatte, an den er nicht denken wollte, weil er längst bereute, dass er ihn einmal mehr auf die Spitze getrieben hatte, als folge er einem Zwang. Und daran, dass Birgit jetzt nicht anrief – nicht anrufen konnte –, trug allein er die Schuld... weil er am Ende nur die Tür hinter sich zugeknallt hatte und ins Büro gefahren war.“

 

 

 

 764421-b594795738309512fd449473e65dea66.jpg

O. P. Zier (Schwarzach im Pongau, 20 oktober 1954)

Geschreven door Romenu om 19:14 Reageer op dit bericht

Robert Pinsky, Belle van Zuylen, Lewis Grizzard

De Amerikaanse dichter, vertaler en essayist Robert Pinsky werd geboren op 20 oktober 1940 in Long Branch, New Jersey. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

 

The Night Game 

 

Some of us believe

We would have conceived romantic

Love out of our own passions

With no precedents,

Without songs and poetry--

Or have invented poetry and music

As a comb of cells for the honey.

 

Shaped by ignorance,

A succession of new worlds,

Congruities improvised by

Immigrants or children.

 

I once thought most people were Italian,

Jewish or Colored.

To be white and called

Something like Ed Ford

Seemed aristocratic,

A rare distinction.

 

Possibly I believed only gentiles

And blonds could be left-handed.

 

Already famous

After one year in the majors,

Whitey Ford was drafted by the Army

To play ball in the flannels

Of the Signal Corps, stationed

In Long Branch, New Jersey.

 

A night game, the silver potion

Of the lights, his pink skin

Shining like a burn.

 

Never a player

I liked or hated: a Yankee,

A mere success.

 

But white the chalked-off lines

In the grass, white and green

The immaculate uniform,

And white the unpigmented

Halo of his hair

When he shifted his cap:

 

So ordinary and distinct,

So close up, that I felt

As if I could have made him up,

Imagined him as I imagined

 

The ball, a scintilla

High in the black backdrop

Of the sky. Tight red stitches.

Rawlings. The bleached

 

Horsehide white: the color

Of nothing. Color of the past

And of the future, of the movie screen

At rest and of blank paper.

 

"I could have." The mind. The black

Backdrop, the white

Fly picked out by the towering

Lights. A few years later

 

On a blanket in the grass

By the same river

A girl and I came into

Being together

To the faint muttering

Of unthinkable

Troubadours and radios.

 

The emerald

Theater, the night.

Another time,

I devised a left-hander

Even more gifted

Than Whitey Ford: A Dodger.

People were amazed by him.

Once, when he was young,

He refused to pitch on Yom Kippur.

 

 

 

 764418-802e81208949337e66ac3ab94b344744.jpg

Robert Pinsky (Long Branch, 20 oktober 1940)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Belle van Zuylen werd op 20 oktober 1740 geboren in slot Zuylen, gemeente Maarssen bij Utrecht. Zie ook mijn blog van 24 oktober 2006 en ook mijn blog van 20 oktober 2008 en ook mijn blog van 20 oktober 2009.

 

Uit: De geschiedenis van Caliste

 

„Brief I

Wij verwachten uw antwoord op driekwart mijl afstand van Lausanne in een aardig huis dat ik te leen heb gekregen. De vreemdelingen, die het mijne wenschten te huren en het gehuurd hebben, hadden haast, er in te trekken. Ik heb er al mijn meubels achtergelaten, zoodat we geen vermoeienis of last hebben gehad. Het is misschien mogelijk dat als de sneeuw niet smelt, of plotseling smelt, we niet kunnen vertrekken zoodra we willen. Op het oogenblik laat dat me vrijwel onverschillig; maar toen we uit Lausanne weggingen, had ik graag gewild dat we verder moesten gaan en nieuwere dingen laten zien aan oog en hart van mijn dochter; men mag nog zoo veel genegenheid hebben voor een moeder, het leek me dat het een beetje een triesten indruk zou kunnen maken, in Maart heelemaal alleen in haar gezelschap te zijn. Het zou voor het eerst zijn geweest dat ik zou hebben meegemaakt dat Cécile zich bij mij verveelt en wenscht dat ons samenzijn wordt verstoord. Uit angst voor deze vernedering, ik moet het bekennen, had ik al het mogelijke gedaan om me haar te besparen. Een portefeuille met prenten die de heer d'Ey* mij had geleend; de Duizend en één Nacht, Gil Blas; de Vertellingen van Hamilton en Zadig kwamen het eerst, met een pianoforte en een stapel handwerk. Andere dingen, niet te danken aan mijn voorzorg, hebben meer dan mijn voorzorg uitgewerkt. Mylord, zijn familielid, een zielige hond, een arme neger... Maar laat ik onze heele historie van het begin af vertellen.“

 

 

 

 764418-36524e06604f2b81507f61bc1f0e2ce2.jpg

Belle van Zuylen (20 oktober 1740 – 27 december 1805)

Slot Zuylen

 

 

 

 

De Amerikaanse (humoristische) schrijver en columnist Lewis McDonald Grizzard Jr. werd geboren op 20 oktober 1946 in Columbus, Georgia. Zie ook mijn blog van 20 oktober 2008.

 

Uit: A Special Place In Heaven (Column)

 

„There should be a special place in heaven for people who do not have telephone answering devices, one of the most annoying mechanisms to be brought forth out of modern technology. 

Americans will buy almost anything you can plug into a wall that will perform what the average person could do quite easily. 

Remember, we are the country that gave the world the electric toothbrush, the hot comb, and "Magic Fingers" mattresses, which still can be found at any motel where they advertise "Free TV" and offer an hourly rate. 

A man said to me recently, "I wonder what we did before there was television remote control?" 

I'll tell you what we did. We got off our lazy duffs and we walked over to the television and changed the channels ourselves. That's all the exercise some people got. 

Hello, I sure am funny

Now we just aim the remote control, and, like magic, the channel changes, making it possible to watch three football games, two soap operas and a Jerry Falwell sermon basically at the same time while our bodies deteriorate and become bloblike. 

Besides the obvious interest in gadgets, I think most people install telephone answering machines for two reasons. Either they want others to think they get a lot of important calls and can't leave the phone unattended, or they don't want to miss out on the opportunity to be creative when it comes to making up a recorded message with which the machine answers. 

Most try to put in a little would-be humor: 

"Hi. This is Fernando. I can't come to the phone right now because I am on special assignment for the CIA, blah, blah, blah." 

 

 

 764418-bb0208900b682f8e6bcebb112f495a27.jpg

Lewis Grizzard (20 oktober 1946 – 20 maart 1994)

Geschreven door Romenu om 19:09 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten