Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

In Memoriam Doris Lessing


In Memoriam Doris Lessing

 

 

De Britse schrijfster en Nobelprijswinnares Doris Lessing is gisteren overleden. Ze was 94 jaar. Doris Lessing werd geboren in Kermanshah, Perzië op 22 oktober 1919. Zie ook mijn blog van 22 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Doris Lessing op dit blog.

 

Uit: Walking In the Shade

 

“I was also having those thoughts--perhaps better say feelings--that disturb every arrival from Southern Africa who has not before seen white men unloading a ship, doing heavy manual labour, for this had been what black people did. A lot of white people, seeing whites work like blacks, had felt uneasy and threatened; for me, it was not so simple. Here they were, the workers, the working class, and at that time I believed that the logic of history would make it inevitable they should inherit the earth. They--those tough, muscled labouring men down there--and, of course, people like me, were the vanguard of the working class. I am not writing this down to ridicule it. That would be dishonest. Millions, if not billions, of people were thinking like that, using this language.

I have far too much material for this second volume. Nothing can be more tedious than a book of memoirs millions of words long. A little book called In Pursuit of the English, written when I was still close to that time, will add depth and detail to those first months in London. At once, problems--literary problems. What I say in it is true enough. A couple of characters were changed for libel reasons and would have to be now. But there is no doubt that while 'true', the book is not as true as what I would write now. It is a question of tone, and that is no simple matter. That little book is more like a novel; it has the shape and the pace of one. It is too well shaped for life. In one thing at least it is accurate: when I was newly in London I was returned to a child's way of seeing and feeling, every person, building, bus, street, striking my senses with the shocking immediacy of a child's life, everything oversized, very bright, very dark, smelly, noisy. I do not experience London like that now. That was a city of Dickensian exaggeration. I am not saying I saw London through a veil of Dickens, but rather that I was sharing the grotesque vision of Dickens, on the verge of the surreal.”

 

 

 1496430-9aa85f03c1a21260a7cbcb78ac8551bf.jpg

Doris Lessing (22 oktober 1919 – 17 november 2013)

Geschreven door Romenu om 10:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Joost Oomen

De Nederlandse dichter Joost Oomen werd geboren in De Bilt op 18 november 1980. Hij groeide op in Ysbrechtum. Hij bezocht het Bogerman (christelijke school voor vmbo, havo en vwo) te Sneek. Oomen behaalde het bachelor Nederlandse taal & cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij schreef een scriptie over “De Dichters uit Epibreren” en brak daarna zijn studie af. In het studiejaar 2010-2011 was hij huisdichter van de Rijksuniversiteit Groningen. In januari 2013 werd hij voor twee jaar benoemd tot zesde stadsdichter van Groningen. Zijn werk verscheen in diverse bloemlezingen.

 

In deze sloep van staal

In deze sloep van staal
zal ik je leren bomen
en je ogen vervangen door de poorten van mijn boot
 
Jij leert mij dan diezelfde middag
hoe het is om naakt te zwemmen
hoe het is om te horen als er op volle zee
een potvis eet
 
Kijk zei ik dan
je steekt de staak hier door
de borstkas van de golven
en door naar achter te lopen
duw je het waterlichaam weg
 
Kijk zei jij dan je
legt je oor op het water
zoals een indiaan dat met een spoorrails zou doen
Als je goed luistert
hoor je alles wat er in de zee gebeurt
 
‘s Avonds
toen de zon als een iglo op de horizon begon te smelten
zakt het ijzer van de boot als een pudding door het water
Het laatste licht zwemt koeltjes langs de zee.

 

 1676711-8820de907df951bb507b057ce49e26b8.jpg
Joost Oomen (De Bilt, 18 november 1980)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Rebecca Walker, Joost van den Vondel, Auberon Waugh, Christopher Paolini, Dahlia Ravikovitch, Max Barthel, Pierre Véry

De Amerikaanse schrijfster, uitgeefster en politiek activiste Rebecca Walker werd geboren op 17 november 1969 in Jackson, Mississippi. Zie ook alle tags voor Rebecca Walker op dit blog.

 

Uit: Baby Love

 

“And then I had what could only be the first twinges of the maternal instinct. Healthy and robust? A huge smile spread across my face. That's my baby! And then it was as if the synapses in my brain sending exploratory signals to my uterus finally made contact. Aye, mate, is it a go down there? Yes, yes, Captain, we're full steam ahead!

I was convinced that getting off the phone would exponentially increase my chances of reverting to not-pregnant, but I released Becky anyway and stumbled over to the bathroom, where Glen, my life partner and father of our soon-to-be-born baby, was shaving. I looked into his eyes and tried to keep myself from screaming and jumping up and down. We did it, I said. He grinned. Well, I guess that puts the whole motility question to rest. And I said, I guess it does. Then I wrapped my arms around him and buried my face in his chest, and he wrapped his arms around me and rested his chin on the top of my head.

I was in ecstatic bliss for about ninety seconds, and then it hit me: an avalanche of dread that took my breath away. Pregnant? A baby? What have I done? I looked at Glen. He was going through his own reality check, which brought me even closer to the brink of total hysteria. But then, before I could burst into tears and run screaming out of the room, he pulled me into his arms. You are going to be a fantastic mother, he said to me, to my fear. His love overwhelmed me, and I started to cry big, wet tears onto his favorite black shirt.

We're going to have a baby.”

 

 

1495996-bc91617ae74c48e50ab8274a125b8aea.jpg
Rebecca Walker (Jackson, 17 november 1969)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Joost van den Vondel werd geboren op 17 november 1587 in Keulen. Zie ook Zie ook alle tags voor Joost van den Vondel op dit blog.

 

 

Stabat Mater

 

Jezus’ nat bekreten moeder
Stond bij 't kruis, waar ons Behoeder,
Haar beminde zoon, aan hing;
En haar docht, terwijl ze steende,
Hem betreurde en drukkig weende,
Dat een zwaard door 't harte ging.

Och! hoe drukkig, hoe vol rouwe
Was die zegenrijkste vrouwe,
Moeder van Gods enig kind?
Die, met een weemoedig harte,
Levend aanzag al de smarte
Van haar vrucht, bij God bemind.

Och! wie zou in 't hart niet snijden,
Zo hij, in dat deerlijk lijden,
Christus' lieve Moeder zag?
Och! wie zou zich niet bedroeven,
Zag hij 't hart beklemd van schroeven,
Om de Zoon, die 'r onder lag?

Zij zag Jezus pijn en stramen
Lijden, om ons al te zamen,
En hem sterven met geschal,
Toen die Waarde en Uitverkozen
Treurig, als een troosteloze,
Zijne geest aan God beval.

Bron van moederlijke minne,
Stort me mee 't gevoelen inne
Van meedogen en geklag.
Doe mijn koude hart verlangen
Om mijn Heiland aan te hangen,
Dat ik hem behagen mag.

Heil’ge Moeder, allerkuiste,
Druk de wonden des Gekruiste
Krachtelijk in mijn gemoed.
Laat ik ook met u bezuren
Uw gewonde Zoons kwetsuren,
Die mij vrijkocht met zijn bloed.

Dat ik ijvrig u geleie
En 't gekruiste Lam beschreie
Al de dagen die ik leef.
'k Wens uw kruis te helpen dragen,
En bij 't kruis met u te klagen,
Schoon een ander u begeef.

Puik der maagdelijke loten,
Wil mijn bede niet verstoten:
Laat mij aan uw zijde staan,
Christus’ dood mijn ziel genezen:
Laat ik die deelachtig wezen:
Laat ze in 't hart geschilderd staan.

Laat zijn hartkwetsuur mij raken,
En zijn bloed mij dronken maken
In de liefde van Gods Zoon.
Reine Maagd! Gij doet mij blaken:
Uw gebed zal voor mij waken
En mij vrijen voor Gods troon.

Laat het kruis mijn ziel bedekken,
Christus’ dood mijn schild verstrekken
En mij koestren met genâ.
Als dit lichaam komt te sterven,
Laat mijn ziel met blijdschap erven
't Hemels Paradijs hierna.

 

 

 

 1495996-111fdbcc08cc627ac7adf0cf20699283.jpg

Joost van den Vondel (17 november 1587 – 5 februari 1679)

Op 5 gulden biljet uit 1966

 

 

 

 

De Britse schrijver journalist en polemist Auberon Alexander Waugh werd geboren op 17 november 1939 in Dulverton, Somerset. Zie alle tags voor Auberon Waugh op dit blog.

 

Uit: Will This Do? An Autobiography

“Evelyn Waugh always re­ferred to him as ‘my rival, Mr Coggins’, and was being only partly humorous. She actually preferred the gardener’s company to that of anyone else. His slightly implausible deference, the embarrass­ingly apparent sub-text of all advice, the extreme ordinariness of every opinion he advanced, appealed to her deepest sense of social propriety. This was the most natural and acceptable form of human relationship.

'They do say, madam, that if you see a crow with a broken wing, that means 'twill be a good year for raspberries,' he would say in his fine Somerset voice, and she would lap it up.

In the week my father died, Coggins disappeared. My mother got it into her head that I had murdered him (Coggins) and put his corpse in the boot of my car before driving back to Chilton Foliat. I do not know why she should have reached this conclusion, but suppose it must have been the product of stress. In fact he had been out on a blind, something which is well known among Somerset farming folk. But by the time we moved down to Combe Florey in October 1971, Walter Coggan, too, had died, in the way that elderly men have always tended to do. The clergyman, at his funeral, said: ‘We have memories of Walter which time can never alter.’

Obviously, he was most missed by his widow and family, but I think it was the loss of Coggins which reconciled my mother to the idea that the little Waughs, as my father used to call us, should move into the main part of the house, and she would move into a more or less disused wing, equipped with its own kitchen and other appointments.”

 

 

 1495996-04ce82eed5ae3d34dc307ea9a4e14f75.jpg

Auberon Waugh (17 november 1939 -16 januari 2001)

Auberon, Alexander en Evelyn Waugh in 1965.

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Christopher Paolini werd geboren in Los Angeles County, California, op 17 november 1983. Zie ook alle tags voor Christopher Paolini op dit blog.

 

Uit: Brisingr

 

“The elf smiled, revealing teeth that were sharper than normal. “I am Blödhgarm, son of Ildrid the Beautiful.” He introduced the other elves in turn before continuing: “We bring you glad tidings from Queen Islanzadí; last night our spellcasters succeeded in destroying the gates of Ceunon. Even as we speak our forces advance through the streets toward the tower where Lord Tarrant has barricaded himself. Some few still resist us, but the city has fallen, and soon we shall have complete control over Ceunon.”

Nasuada’s guards and the Varden gathered behind her burst into cheers at the news. She too rejoiced at the victory, but then a sense of foreboding and disquiet tempered her celebratory mood as she pictured elves — especially ones as strong as Blödhgarm — invading human homes. What unearthly forces have I unleashed? She wondered. “These are glad tidings indeed,” she said, “and I am well pleased to hear them. With Ceunon captured, we are that much closer to Urû’baen, and thus to Galbatorix and the fulfillment of our dreams.” In a more private voice, she said, “I trust that Queen Islanzadí will be gentle with the people of Ceunon, with those who have no love of Galbatorix but lack the means or the courage to oppose the Empire.”

“Queen Islanzadí is both kind and merciful to her subjects, even if they are her unwilling subjects, but if anyone dare oppose us, we shall sweep them aside like dead leaves before an autumn storm.”

 

 

 1495996-7480a5bb3d1e0348c8c9712c5695728f.jpg

Christopher Paolini (Los Angeles County, 17 november 1983)

 

 

 

 

 

De Israëlische dichteres en schrijfster Dahlia Ravikovitch werd geboren op 17 november 1936 in een voorstad van Tel Aviv. Zie ook alle tags voor Dahlia Ravikovitch op dit blog.

 

 

A Wicked Hand

 

Smoke rose in the slanted light
And my daddy was hitting me.
Everyone there laughed at the sight,
I’m telling the truth, and nothing but.

Smoke rose in the slanted light.
Daddy slapped the palm of my hand.
He said, It’s the palm of a wicked hand.
I’m telling the truth, and nothing but.

Smoke rose in the slanted light
And Daddy stopped hitting me.
Fingers sprouted from the wicked hand,
Its works endure and will never end.

Smoke rose in the slanted light.
Fear singes the wicked hand.
Daddy stopped hitting me
But that fear endures and will never end.

 

 

 

 

Delight

 

There did I know a delight beyond all delight,
And it came to pass upon the Sabbath day
As tree boughs reached for the sky with all their might.

Round and round like a river streamed the light,
And the wheel of the eye craved the sunwheel that day.
Then did I know a delight beyond all delight.

The heads of the bushes blazed, insatiable bright
Sunlight striking the waves, igniting the spray.
It would swallow my head like a golden orange, that light.

Water lilies were gaping their yellow bright
Mouths to swallow the ripples and reeds in their way.
And indeed it came to pass on the Sabbath day
As tree boughs lusted for the sky with all their might,
And then did I know a delight beyond all delight.

 

 

 

Vertaald door Chana  Bloch and Chana Kronfeld 

 

 

 

 1495996-c2e34f35f46d7cbe17965453a56fa11d.jpg

Dahlia Ravikovitch (17 november 1936 – 21 augustus 2005)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Max Barthel werd geboren in Dresden-Loschwitz op 17 november 1893. Zie ook alle tags voor Max Barthel op dit blog en ook mijn blog van 17 november 2010.

 

Uit: Der Mensch am Kreuz

 

„Endlos dehnen sich die Felder und Wälder in Ostpreußen und verlieren sich nach der Steppenewigkeit Rußlands. Wie eine blitzende Kette sind die vielen Seen in die bäuerliche Erde verstreut. Darüber wölbt sich der gewaltige Himmel. Im freien Raum zwischen den Wolken und den Straßen sausen im Winter die krachenden Stürme. Die Menschen, die hier wohnen, sind ernst und verschlossen. Viel Schwärmerei und Schwermut ist in ihnen. Das nahe russische Blut ist auch in ihre Adern verspritzt.

Die Erlers stammten aus dem Rheinland. Über zweihundert Jahre saßen sie schon als Pioniere und Vorposten unter Masuren und Litauern hart an der russischen Grenze. Sie waren meistens Lehrer und Organisten, liebten die deutsche Sprache und ihr schönstes Kind, die Dichtkunst. Sie liebten auch Mozart und Beethoven, und wenn sie heirateten, so nahmen sie Bauerntöchter aus deutschem Blut.

Paul Erler heiratete in der Mitte des vorigen Jahrhunderts eine gewisse Klara Scheffler. Sie lebten glücklich zusammen. Vier Kinder wurden ihnen geboren. Zwei Kinder starben im jugendlichen Alter. Die Erlers waren nicht wohlhabend. In dem armseligen Schulhäuschen bewohnten sie zwei kleine Zimmer. An den Gräbern wurde Chopin gespielt und nicht Mozart, aber in der Kirche saß der Organist nach jedem Begräbnis stundenlang an der Orgel und ließ die Pfeifen wie das ewige Gewitter der Schöpfung brausen. Die kahle Kirche war sein Haus, seine weite Welt, sein Riesenschiff. Dort löste er sich aus der Enge des Daseins und vom versteinerten Strand der Armut, dort phantasierte er in die Sterne hinein.

An einem Frühlingstag, als das zweite Kind starb, es war ein Mädchen, wurde ihm ein Sohn geboren. Da glaubte der kleine Orgelspieler und Lehrer, die Hand des barmherzigen Gottes zu erkennen, dem auch der Tod nur Saat ist für neue Auferstehung. An diesem Frühlingstag spielte er auf seiner Orgel Bach und Haydn. Ihm war, als die Fugen brausten, als sei kein Kind gestorben, ihm war, als beginne ein kleiner, geliebter Mensch nur ein zweites Dasein. Das Mädchen, das gestorben war, hieß Maria. Den Sohn nannte er Tobias. Trauer und Freude, Licht und Schatten, Tod und Leben waren um den ersten Schrei dieses Kindes versammelt.“

 

 

1495996-4983b4fbb7610602eea006275da75881.jpg 

Max Barthel (17 november 1893 – 28 juni 1975)

 

 

 

 

De Franse schrijver Pierre Véry werd op 17 november 1900 in Bellon geboren. Zie ook alle tags voor Pierre Véry op dit blog en ook mijn blog van 17 november 2009.

 

Uit: Goupi-Mains rouges à Paris

 

„Le magot, - Mains-Rouges s'en moquait bien !
Sa seule richesse, c'était ses souvenirs. Et Dieu sait qu'ils n'étaient pas gais !
Lison, - sa soeur...Tellement elle était jolie, on n'avait pas trouvé mieux, comme surnom, que de l'appeler Goupi-la-belle. La Loi l'avait refusée en mariage à un garçon de l'assistance, parce-que il n'y avait pas d'espoir d'héritage !
Par peine de coeur, la pauvre belle s'était jetée dans un puits.
Morte, elle était encore plus belle que de son vivant ; personne n'arrivait à croire qu'elle ne respirait plus !
Au point que, pour s'habituer à l'idée qu'elle était morte, - vraiment morte - on avait dû changer son surnom, l'appeler "Goupi-la-Morte"
Dieu merci, Mains-Rouges n'était pas encore fossoyeur, dans ce temps-là. S'il avait dû creuser sa tombe...
Mais il avait creusé celle de Marie des Goupi, la vieille servante, et celle de son fils, Jean des Goupi, l'innocent...Celui-là, comme Mains-Rouges, avait aimé les choses pour elles mêmes, - par pour le plaisir égoïste de les posséder. Les bêtes, l'herbe des champs, la forêt, ses odeurs et ses voix...“

 

 

 1495996-b6894b179d44cbba6c74cb03b8bbbdff.jpg

Pierre Véry (17 november 1900  -  12 oktober 1960)

Geschreven door Romenu om 13:51 Reageer op dit bericht

José Saramago, Craig Arnold, Anton Koolhaas, Renate Rubinstein, Danny Wallace

De Portugese schrijver José Saramago werd geboren op 16 november 1922 in het dorpje Azinhaga in de provincie Ribatejo. Zie ook alle tags voor José Saramago op dit blog.

 

Uit: Baltasar and Blimunda (Vertaald door Giovanni Pontiero)

 

“They were not afraid, they were simply astounded at their own daring. The priest laughed and shouted. He had already abandoned the safety of the handrail and was running back and forth across the deck of the machine in order to catch a glimpse of the land below, north, south, east, and west, the earth looked so vast, now that they were so far away from it, Baltasar and Blimunda finally scrambled to their feet, nervously holding on to the cords, then to the handrail, dazed by the light and the wind, suddenly no longer frightened, Ah, and Baltasar shouted, We've done it, he embraced Blimunda and burst into tears, he was like a lost child, this soldier who had been to war, who had killed a man in Pegões with his spike, and was now weeping for joy as he clung to Blimunda, who kissed his dirty face. The priest came up to them and joined in their embrace, suddenly perturbed by the analogy the Italian had drawn when he had suggested that the priest himself was God, Baltasar his son, and Blimunda the holy ghost, and now all three of them were up there in the skies together, There is only one God, he shouted, but the wind snatched the words from his mouth. Then Blimunda said, Unless we open the sail, we shall go on climbing, and we might even collide with the sun.”
We never ask ourselves whether there might not be some wisdom in madness, even while recognising that we are all a little mad. These are ways of keeping firmly on this side of madness, and just imagine, what would happen if madmen demanded to be treated as if they were equals with the sane, who are only a little mad, on the pretext that they themselves still possess a little wisdom, so as to safeguard, for example, their own existence like Padre Bartolomeu Lourenço, If we were to open the sail abruptly, we should fall to the ground like a stone, and it is he who is manoeuvring the rope and adjusting the slack so that the sail opens gradually, casting its shadow on the balls of amber and causing the machine to slow down, who would ever have thought that it would be so easy to fly, now we can go in search of new Indies.”

 

 

1495539-0f927e4ff1861124be63f4afb8b51d6c.jpg 

José Saramago (16 november 1922 - 18 juni 2010)

 

 

 


De Amerikaanse dichter
Craig Arnold werd geboren op 16 november 1967 in Temple, Californië. Zie ook alle tags voor Craig Arnold op dit blog.

 

 

Lines for painting on grains of rice

 

 

For Rebecca

You are the kind of  person who buys exotic fruits

             leaves them out on the counter until they rot

You always mean to eat them       sometimes you rearrange them

             rousing over the bowl a cloud of tiny flies

 

                                            &

 

How do they balance       the parrot who chews a walnut

             sideways       holding it up in his right foot

the owl perched on a just-lit lamppost

             scratching behind its ear       like a big dog

 

                                            &

 

Your pencil eraser wears down long before the point

             for every word you write       you rub out two

 

                                            &

 

Where the slice of  toast rested       the plate is still warm

            a film of fog       little points of dew

 

                                            &

 

Love is like velocity       we feel the speeding up

            and the slowing down       otherwise not at all

the more steady       the more it feels like going nowhere

            my love I want to go nowhere with you

 

                                            &

 

I cannot bring myself  to toss the cup of cold coffee

       you set down by the door on your way to the taxi

all day I have sipped it       each time forgetting

       your two tablets of fake sugar       too sweet

 

                                            &

 

Running down the street

        dodging between raindrops plump as cherries

 

                                            &

 

The ground was feathered with wild strawberries

        I picked seven       as many as I could bear

I ate two       I saved the rest for you       here

        hold out your hand       take them       taste how sweet

 

                                            &

 

Please hold me the forgotten way       the wall pleads

        spray-paint face and voice of a damned poet

the darling damned poets       save them from themselves

        maybe it is us they need saving from

 

 

 

 1495539-bc1419e93444f784d633e741320fd05a.jpg

Craig Arnold (16 november 1967 – 27 april 2009)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Anton Koolhaas werd op 16 november 1912 in Utrecht geboren. Zie ook alle tags voor Anton Koolhaas op dit blog.

 

Uit: De bijeenkomst

 

Het is de schraapzucht, gentlemen’. Met deze woorden  streek de meeuw Tractaal dan eindelijk neer tussen een stuk  of zeven andere meeuwen, die op een vlonder aan de kade  zaten te denken aan de notities, die zij moesten kunnen  maken.

[..]

 

‘En de schraapzucht is het,’ antwoordde de meeuw Larvik en  daardoor was de formule tot een bezwering geworden en kon  men rustig verder zwijgen. Tractaal was onrustig en hij had

geen behoefte aan zwijgen.

[..]

 

‘Onze afkomst is in ons vergaan,’ sprak hij tot de meeuw  Larvik.

‘Zo ging het onze afkomst,’ antwoordde Larvik.

‘Dat wat achter ons ligt, vormde ons,’ sprak Tractaal.

‘En vormen deed het ons,’ antwoordde Larvik.

‘Wij moeten bijeen komen,’ zei Tractaal na een tijd.

‘En bijeen komen moeten wij,’ was het antwoord van Larvik.

‘Allen,’ riep Tractaal.

‘En allen zullen er zijn,’ riep Larvik.

Daarna zwegen ze. Larvik ging weer zitten staren en  Tractaal ging naar onregelmatigheden zitten turen in het  wateroppervlak.”

 

 

1495539-c189f305c6ab3b8c10e7903d1c25dae4.jpg 

Anton Koolhaas (16 november 1912 – 16 december 1992)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster en journaliste Renate Rubinstein werd geboren op 16 november 1929 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Renate Rubinstein op dit blog.

 

Uit: Niets te verliezen en toch bang

 

“Op een gegeven moment voelde ik me vrij genoeg om de zaak naar me toe te halen. Naar me toe te schrijven - want van je af schrijven, dat is natuurlijk échte onzin. Ik maakte notities, en die werkte ik uit; en tijdens dat schrijven raakte ik zelf weer aangeslagen. 't Was een hele angstige tijd geweest. Er waren dingen, die ik in mezelf vermeden had.
Maar die afstand - wat heb ik op die afstand zitten wachten!
Wat heb ik niet mijn best gedaan om er vast op vooruit te lopen. Ik had er twee verschillende voorstellingen van, twee heuveltoppen. De ene heette Sereniteit en de andere Victorie. Sereniteit zou een staat van contemplatieve wijsheid zijn, die een weldadig licht zou uitstralen over het werk onder mijn handen en de mensen voor mijn ogen. Een voorbeeld zou ik zijn van hoe de mens verlies kan omzetten in winst, innerlijk goud dus, waar ik zeer eenvoudig en bescheiden over zou zijn, maar dat ik tot het einde van mijn dagen zou blijven beheren. Het denkend riet, dat nu zo zwaar gebogen was, zou zich uit eigen kracht opgeheven hebben. Aantrekkelijker bleef niettemin het uitzicht vanaf de heuvel Victorie. Daar woonde ik met een nieuwe man en zes nieuwe kinderen, ik was niet meer alleen, ik hoefde nog niet sereen te zijn, ik was wat je noemt niet stuk te krijgen. Verjonging, vernieuwing en uitslaand geluk.”

 

 

 1495539-e313bcb6ca41dec2d6b6ea74b0fe9e51.jpg

Renate Rubinstein (16 november 1929 – 23 november 1990)

 

 

 

 

 

De Schotse schrijver, humorist, radio-en televisie presentator Daniel Frederick Wallace werd geboren op 16 november 1976 in Dundee. Zie ookmijn blog van 16 november 2008 en ook mijn blog van 16 november 2009 en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

Uit: Charlotte Street

 

“I love London. I love everything about it. I love its palaces and its museums and its galleries, sure. But also, I love its filth, and damp, and stink. Okay, well, I don’t mean love, exactly. But I don’t mind it. Not any more. Not now I’m used to it. You don’t mind anything once you’re used to it. Not the graffiti you find on your door the week after you painted over it, or the chicken bones and cider cans you have to move before you can sit down for your damp and muddy picnic. Not the everchanging fast food joints – AbraKebabra to Pizza the Action to Really Fried Chicken – and all on a high street that despite its three new names a week never seems to look any different. Its tawdriness can be comforting, its wilfulness inspiring. It’s the London I see every day. I mean, tourists: they see the Dorchester. They see Harrods, and they see men in bearskins and Carnaby Street. They very rarely see the Happy Shopper on the Mile End Road, or a drab Peckham disco. They head for Buckingham Palace, and see waving above it the red, white and blue, while the rest of us order dansak from the Tandoori Palace, and see Simply Red, White Lightning, and Duncan from Blue. But we should be proud of that, too. Or, at least, get used to it.”

 


 1495539-f0d6c5b3b4292d377fd9bced91f49e6b.JPG

Danny Wallace (Dundee, 16 november 1976)

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:22 Reageer op dit bericht

Chinua Achebe, Hugo Dittberner, Andrea Barrett, Henri Charrière, Jónas Hallgrímsson, Max Zimmering, Birgitta Arens

De Nigeriaanse dichter en schrijver Chinua Achebe werd geboren op 16 november 1930 in Ogidi. Zie ook alle tags voor Chinua Achebe op dit blog.

 

 

1966

absentminded
our thoughtless days
sat at dire controls
and played indolently
slowly downward in remote
subterranean shaft
a diamond-tipped
drill point crept closer
to residual chaos to
rare artesian hatred
that once squirted warm
blood in God's face
confirming His first
disappointment in Eden

 

 

 

The First Shot

That lone rifle-shot anonymous
in the dark striding chest-high
through a nervous suburb at the break
of our season of thunders will yet
steep its flight and lodge
more firmly than the greater noises
ahead in the forehead of memory.

 

 

 

Vertaald door Ifeanyi Menkiti

 

 

 

1495535-b1e19c632fc0a0a4cfb273b2663ef082.jpg 

Chinua Achebe (Ogidi, 16 november 1930)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver, dichter en essayist Hugo Dittberner werd geboren op 16 november 1944 in Gieboldehausen. Zie ook alle tags voor Hugo Dittberner op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

 

Straßenbahngedicht

 

Als ich von dir kam,
schrieb ich dies Gedicht auf.
Von meiner Fahrt in der Straßenbahn,
wo ich neben einem Mädchen stand
in einem Lodenmantel,
das warm roch und nach Liebe.
Sie sah müde aus, genau wie ich.
Zufrieden sahen wir unser Bild
in den spiegelnden Scheiben,
während wir von Station zu Station
fuhren. Die Straßenbahn wurde immer leerer,
aber wir
blieben dicht beieinander stehen.
Wir gehörten zusammen, wie wir da
gleich groß und ruhig in der Scheibe standen,
und die Fahrt endlos dauern konnte.

 

 

 1495535-f5464dd3c2c5d357b2d59b6d0d4db59f.jpg

Hugo Dittberner (Gieboldehausen, 16 november 1944)

 

 

 

 


De Amerikaanse schrijfster Andrea Barrett werd geboren in Cape Cod, Massachusetts op 16 november 1954. Zie ook alle tags voor Andrea Barret op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

Uit: Ship Fever and Other Stories (The Investigators)

 

“Early that June, Constantine Boyd left Detroit with his usual trunk but got on a train headed east instead of west. For the past three summers he’d worked at his uncle’s farm in western Michigan, but now, just as he was becoming truly useful, his family had made other plans. Because a different uncle had requested the loan of him, he was being shipped elsewhere: like a harrow, or a horse.

He was twelve that summer of 1908, and he sulked all the way to Toledo, napped between Toledo and Cleveland, woke angry with his absent mother but then forgave her in Erie, when he found the cookies she’d slipped in beside the sandwiches. In Buffalo he passed a bank that looked like a castle, horses plodding along the canal, and a gigantic electric hoist moving grain from a ship into an empty boxcar. At the station where he switched for the train to Bath, he saw a motorized bicycle, one of the very sights his mother had promised, being chased by a terrier, and with that his bad mood slipped away. He was going someplace near water, he remembered. With new people, new things to see and do, away from the steaming city and his father.

In Bath, one of those new people carried Constantine’s trunk to a dusty automobile. “It was made up the road in Syracuse,” his mother’s younger brother said, running his knobby hand over the hood. “I know the engine’s inventor.”

 

 

 1495535-68fc870465ae501579e41b2e52654942.jpg

Andrea Barrett (Cape Cod, 16 november 1954)

 

 

 

De Franse schrijver Henri Charrière werd geboren op 16 november 1906 in Saint-Étienne-de-Lugdarès. Zie ook alle tags voor Henri Charrière op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

 Uit: Papillon

 

“Bonne chance, Francés ! Vous êtes libres dès ce moment. Adios !"
L'officier du bagne d'El Dorado nous tourne le dos après nous avoir fait un geste de la main.
Et ce n'est pas plus difficile que ça de quitter des chaînes que l'on traîne depuis treize ans. Avec Picolino à mon bras nous faisons quelques pas sur le raidillon qui, du bord du fleuve où nous a déposés l'officier, monte au village d'El Dorado.
Et dans ma vieille maison d'Espagne, en 1971, dans la nuit du 18 août exactement, je me revois avec une incroyable précision sur le chemin de galets, et non seulement la voix de l'officier résonne de la même façon grave et claire à mes oreilles, mais je fais le même geste qu'il y a vingt-sept ans : je tourne la tête...“

(…)

 

Grâce à mes voyages dans les étoiles, il est très rare que j’aie de longues crises de désespoir. Assez vite je les surmonte et fabrique de toutes pièces un voyage réel ou imaginaire qui chasse les mauvaises idées. La mort de Célier m’aide beaucoup à être vainqueur de ces moments de crises aiguës. Je dis : Moi je vis, vis, je suis vivant et je dois vivre, vivre, vivre pour revivre libre un jour. Lui qui m’a empêché de m’évader, il est mort il ne sera jamais libre comme je le serai un jour, c’est sûr, c’est certain. De toute façon, si je sors à trente-huit ans, on n’est pas vieux et la prochaine cavale ce sera la bonne, j’en suis sûr.“

 

 

1495535-63bd9425d5af066e66915d9254d5fe12.gif 

Henri Charrière (16 november 1906 – 29 juli 1973)

Cover

 

 

 

 

De IJslandse dichter en natuurwetenschapper Jónas Hallgrímsson werd geboren op 16 november 1807 in Öxnadalur. Zie ook alle tags voor Jónas Hallgrímsson op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

 

The Farmer in Wet Weather

                       

Goddess of drizzle,

driving your big

cartloads of mist

across my fields!

Send me some sun

and I'll sacrifice

my cow — my wife —

my Christianity!

 

 

 

A Toast to Iceland

           

Our land of lakes forever fair

below blue mountain summits,

of swans, of salmon leaping where

the silver water plummets,

of glaciers swelling broad and bare

above earth's fiery sinews —

the Lord pour out his largess there

as long as earth continues!

 

 

 

The Style of the Times

(Composed while riding down below Fróðá)

 

Here, over heathland pathways

harried by dismal blizzards,

the girded hero hurried

to hug his brocaded lady.

That peerless age has perished.

No prickstaff-shoving lover

crosses these modern meadows

to meet his tucked-up sweetheart.

 

 

 

Vertaald door Dick Ringler

 

 

 1495535-572c7599c8c7ebe448d9d17267a54c78.jpg

Jónas Hallgrímsson (16 november 1807 – 26 mei 1845)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Max Zimmering werd geboren op 16 november 1909 in Pirna (Sachsen). Zie ook alle tags voor Max Zimmering op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2010.

 

 

Klopfen an der Tür

 

Es klopfte an der Tür, ein zages Klopfen,
als wenn der Wind ein Blatt ans Fenster schnellt,
wie ein verirrter Sonnenregentropfen,
der dir im Garten auf die Zeitung fällt.

 

So zögernd war der Laut, der mich gerufen -
so zögernd war der Blick, der mich empfing:
Ein kleines Mädchen nahe an den Stufen,
schon fluchtbereit, ein blasses, schmales Ding.

 

Erst auf die dritte Frage, sanft gesprochen,
bat sie mich um Wasser, da sie durstig sei.
Mir war's, als hört ihr Herz ich leise pochen.
"Und hungrig?" fragte ich wie nebenbei.

 

War es Verachtung, war's ein Mitleidsschimmer
im Kinderauge, das mich musterrnd maß?
"Zu trinken nur, denn hungrig bin ich immer..."
Sie leerte gierig das gereichte Glas.

 

 

 

 1495535-294e183f1675c9cfde45453768c801f5.jpg

Max Zimmering (16 november 1909 - 15 september 1973)

Cover autobiografie 

 

 



De Duitse schrijfster Birgitta Arens werd geboren op 16 november 1948 in Oeventrop. Zie ook alle tags voor Birgitta Arens op dit blog en ook mijn blog van 16 november 2008

 

Uit: Sprachlos im Wald der Gefühle (Bespreking van Ein Sommernachtstraum)

 

„Der Kopf eines Esels. Und eine schöne mächtige Frau, Titania, die Königin der Feen, die all ihre Leidenschaft auf dieses Tierwesen richtet, es umschmeichelt, umkränzt, ihm ihre Liebe gesteht. Bestimmt bin ich nicht die einzige, der dieses Bild stets als erstes zu Shakespeares Sommernachtstraum einfällt. Diese verwirrende Spielart der Liebe, die das begehrte Objekt nur noch als Wunschgestalt wahrnimmt. Die Komik, die daraus entsteht. Hier, ganz real, der haarige Eselsgenosse. Dort die verliebte Titania, die ihn mit den zärtlichsten Worten als die Erfüllung all ihrer Träume beschreibt.

„Komm, laß uns hier auf Blumenbetten kosen! Beut, Holder, mir die zarte Wange dar: Den glatten Kopf besteck’ ich dir mit Rosen und küsse dir dein schönes Ohrenpaar!“ Ich war zwölf, als ich das Stück zum ersten Mal sah, voller Neugier auf jede Form der Erotik. Und Erotik, zu meinem Vergnügen, in all ihren Formen, war da. Zum einen das höfische Paar, kurz vor der Hochzeit. Theseus, Herrscher von Athen, als zukünftiger Gatte auch künftiger Herr Hippolytas, Königin der Amazonen vormals, jetzt in der Rolle der glücklichen Braut.“

 

 

1495535-b63dbcc6d0c1baa70ef97a1b2b3a1685.jpg 

Birgitta Arens (Oeventrop,16 november 1948)

Scene uit Ein Sommernachtstraum, ballet door John Neumeier, 2011

Geschreven door Romenu om 15:17 Reageer op dit bericht

Jan Telouw, Wolf Biermann, J. G. Ballard, Gerhart Hauptmann, Lucien Rebatet

De Nederlandse schrijver, fysicus en voormalig politicus voor Democraten 66 Jan Terlouw werd geboren in Kamperveen op 15 november 1931. Zie ook alle tags voor Jan Terlouw op dit blog.

 

Uit: De koning van Katoren
 

'Eindelijk, na weken, als blijkt dat ze het toch niet eens worden, besluiten ze te loten. Ze bellen om Gervaas. ‘Breng een dobbelsteen,’beveelt minister de Seer. Gervaas, die voelt dat het om Stach gaat, brengt bezorgd een dobbelsteen in een leren beker. ‘Een een of een twee is zijn hoofd er af,’zegt de Seer. ‘Drie of vier is verbanning. Vijf of zes is opdrachten. Gervaas, werp de dobbelsteen!’ Bevend schudt de oude man de steen in het bekertje. Dan zet hij de beker omgekeerd op tafel. Het ontbreekt hem aan moed hem op te lichten. Het duurt minister Pardoes allemaal veel te lang. Driftig licht hij de beker op. ‘Een zes,’zegt hij. ‘Dat betekent dat de jongen zijn zeven opdrachten krijgt.’

(…)

 

“Daar zit hij. De stenen zijn hard en koud, maar wie zou daar op letten? Even nog blijft het doodstil, alsof de mensen niet kunnen geloven dat hij rustig in leven blijft. Dan maakt hij een lange neus tegen de ministers en een oorverdovend gejuich breekt los. Vijfhonderd maal zwaaien de mensen hun armen omhoog en roepen hoera, nadat de burgemeester van Decibel heeft geschreeuwd: ‘’LEVE DE KONING VAN KATOREN!” Bij de tweehonderdste maal beginnen de lippen van minister Broeder zachtjes mee te trillen. Bij de tweehonderdvijftigste maal gaat een arm van minister Pardoes voorzichtig meedoen. Bij de driehonderdste maal staat geen van de ministers meer helemaal stil en klinkt er een soort ondergronds gebrom uit hun gelederen. Bij de driehondervijftigste maal komen hun handen al ter hoogte van hun oren en de laatste honderd maal hoerahen ze mee, net als gewonen Katorenen.”

 

 

 1495038-8c43e22937a11b6101ef57f382e703f7.jpg

Jan Terlouw (Kamperveen, 15 november 1931)

 

 

 

 

 

De Duitse zanger, dichter en schrijver Wolf Biermann werd geboren op 15 november 1936 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Wolf Biermann op dit blog.

 

 

Ermutigung

 

Du, laß dich nicht verhärten

In dieser harten Zeit

Die all zu hart sind, brechen

Die all zu spitz sind, stechen

Und brechen ab sogleich

 

Du, laß dich nicht verbittern

In dieser bittren Zeit

Die Herrschenden erzittern

– sitzt du erst hinter Gittern –

Doch nicht vor deinem Leid

 

Du, laß dich nicht erschrecken

In dieser Schreckenszeit

Das wolln sie doch bezwecken

Daß wir die Waff

en strecken

Schon vor dem großen Streit

 

Du, laß dich nicht verbrauchen

Gebrauche deine Zeit

Du kannst nicht untertauchen

Du brauchst uns, und wir brauchen

Grad deine Heiterkeit

 

Wir wolln es nicht verschweigen

In dieser Schweigezeit

Das Grün bricht aus den Zweigen

Wir wolln das allen zeigen

Dann wissen sie Bescheid.

 

 

 

 1495038-718157a1838d361373f047f7528f01bf.jpg

Wolf Biermann (Hamburg, 15 november 1936)

 

 

 

 

 

De Britse dichter en schrijver James Graham Ballard werd geboren in Shanghai op 15 november 1930. Zie ook alle tags voor J. G. Ballard op dit blog en ook mijn blog van 15 november 2010.

 

Uit: What I Believe (Fragment)

 

I believe in my own obsessions, in the beauty of the car crash, in the peace of the submerged forest, in the excitements of the deserted holiday beach, in the elegance of automobile graveyards, in the mystery of multi-storey car parks, in the poetry of abandoned hotels.

I believe in the forgotten runways of Wake Island, pointing towards the Pacifics of our imaginations.

I believe in the genital organs of great men and women, in the body postures of Ronald Reagan, Margaret Thatcher and Princess Di, in the sweet odors emanating from their lips as they regard the cameras of the entire world.

I believe in madness, in the truth of the inexplicable, in the common sense of stones, in the lunacy of flowers, in the disease stored up for the human race by the Apollo astronauts.

I believe in nothing.

I believe in the impossibility of existence, in the humour of mountains, in the absurdity of electromagnetism, in the farce of geometry, in the cruelty of arithmetic, in the murderous intent of logic.

 

I believe in the gentleness of the surgeon's knife, in the limitless geometry of the cinema screen, in the hidden universe within supermarkets, in the loneliness of the sun, in the garrulousness of planets, in the repetitiveness or ourselves, in the inexistence of the universe and the boredom of the atom.

 

 

 1495038-c65f9f72d7086a12ca22aca6a10c5627.jpg

J. G. Ballard (15 november 1930 - 19 april 2009)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Gerhart Hauptmann werd geboren in Obersalzbrunn (Neder-Silezië) op 15 november 1862. Zie ook alle tags voor Gerhart Hauptmann op dit blog.

 

Uit: Gerhart Hauptmann (Biografie door Paul Schlenter)

 

„Am 15. November 1862 wurde im schlesischen Kurort Obersalzbrunn dem Hotelbesitzer Robert Hauptmann von seiner Ehefrau Marie, geborenen Straehler, ein Sohn geschenkt, der am Neujahrstage 1863 in der Taufe die Namen Gerhart Johann Robert erhielt. Herr Robert Hauptmann besaß in Obersalzbrunn als Erbstück der eigenen Eltern den stattlichen Gasthof »Zur Preußischen Krone«. Er hatte eine der Töchter des fürstlich plessischen Brunneninspektors Ferdinand Straehler geheiratet. So hielten ihn doppelte Familienbande in dem ländlichen Badeort fest. Bei seiner strengen Ordnungsliebe leitete er das Haus, das er beträchtlich ausbaute, so sehr zur Zufriedenheit verwöhntester Gäste, daß ihm die fürstliche Verwaltung eines Tages auch die Pacht des Brunnenhofs und des Kurhauses antrug. Er sagte nicht nein, und so war ihm fast alles, was in Salzbrunn gutes Quartier und gute Pflege bot, eine Zeitlang anheimgegeben. Nach einigen Jahren aber löste er aus eigenem Willen dieses wenig ergiebige Pachtverhältnis auf und begnügte sich mit seiner Preußischen Krone. Der Kurort, dem er 1865 mit Mühe, Kosten und persönlichen Opfern auch die Gasanstalt gründete, dessen Gemeinwohl er hob und förderte, wurde nicht bloß vom deutschen, sondern noch mehr vom polnischen höchsten Adel besucht.

Ems, Reichenhall und andere Konkurrenzbäder lagen in jener Zeit des schwachen Eisenbahnverkehrs den östlichen Magnaten zu fern; an Algier und Ägypten war für Hals- und Brustleidende vollends nicht zu denken. So sammelte sich in den Salzbrunner Hotels ein ebenso anspruchsvoller wie zahlungsfähiger Kundenkreis. Robert Hauptmann und seine tüchtige Frau wußten diesen Ansprüchen zu genügen, ohne die Zahlungsfähigkeit ihrer Gäste auszunutzen. Die Gäste, mochten sie hoher oder niedriger Geburt sein, fanden in ihren Wirten ehrenfeste, an Bildung des Geistes und Herzens nie unter ihnen stehende Leute, die sich über Welt und Leben eine eigne Meinung gebildet hatten und ohne Zudringlichkeit, aber auch ohne Unterwürfigkeit, mehr bewirtend als bedienend, im wohlgebauten Hauswesen walteten.“

 

 

 1495038-42df3f797a3cbf71c3f9941a5d4a6b3c.jpg

Gerhart Hauptmann (15 november 1862 - 6 juni 1946)

In 1890

 

 

 

 

De Franse schrijver en journalist Lucien Rebatet werd geboren op 15 november 1903 in Moras -en- Valloire, Drôme. Zie ook alle tags voor Lucien Rebatet op dit blog.

 

Uit: Les Etrangers en France

 

“Tous les journalistes, au cours de leur carrière, ont reçu quelques lettres datées de Port-au-Prince, de Fort-de-France, et dont la signature, au prénom fleuri, ne laisse aucun doute sur la race du correspondant. Je pourrais en citer pour ma part une demi-douzaine. Elles contiennent, en termes divers, les mêmes doléances, vives, surtout en Haïti. Ces braves gens se plaignent que nous les négligions. Nous ne leur adressons que des rossignols de librairie, des films éculés, dont ils sentent très bien le ridicule. Hollywood, au contraire, les inonde de ses derniers succès. Mais ils ne veulent pas apprendre l’anglais. Ces noirs refusent, aussi rigoureusement que les Canadiens, de se laisser américaniser. Cette fierté, ce souci de leurs vieilles traditions françaises, sont très touchants. Si nous demeurons, aux îles comme dans tous les autres pays, incapables d’organiser notre propagande, nous avons offert une assez large compensation aux Antillais, sujets français ou non, en ouvrant à leurs fils, surtout depuis la guerre, nos écoles et nos universités.
Ces grands et joyeux garçons, très communicatifs, beaucoup plus mêlés que les Jaunes à la vie de leurs camarades blancs, constituent, avec les troupiers, l’essentiel de la colonie noire de Paris (trois ou quatre mille membres environ). Le reste de cette colonie est formée par un petit prolétariat de manœuvres, de chauffeurs, d’artisans, enfin par la troupe des messieurs dont les occupations hésitent entre le jazz, la boxe et le vagabondage spécial.
Je parlais, au début de cette enquête, du cosmopolitisme nécessaire du Quartier Latin.
Rien ne le justifie mieux, en apparence, que le cas de ces exotiques. On peut se demander pourtant si l’accueil, de plus en plus large, qui leur est fait, répond exactement à leurs intérêts. Nos universités devraient recruter, parmi les étudiants de l’extérieur, ceux qui ont déjà acquis chez eux une formation équivalant à notre licence, et qui viennent surtout nous demander un perfectionnement, une spécialité, ceux qui, par leur intelligence ou leur état de fortune, sont appelés à jouer dans leur pays un rôle de premier plan.”

 

 

 1495038-938cb26504350f2c4fa40e0dc7730e81.JPG

Lucien Rebatet (15 november 1903 - 24 augustus 1972)

 

 

 

 

Voor nog meer schrijvers van de 15e november zie ook mijn blog van 15 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:08 Reageer op dit bericht

Clemens J. Setz

De Oostenrijkse schrijver en vertaler Clemens J. Setz werd geboren op 15 november 1982 in Graz, waar hij nog steeds woont . In 2001 begon hij met een opleiding voor docent wiskunde en Duits aan de Karl-Franzens Universiteit in Graz. Naast de studie werkte hij als vertaler en publiceerde hij gedichten en korte verhalen in tijdschriften en bloemlezingen. Zijn debuutroman “Söhne und Planeten”, gepubliceerd in 2007 haalde de shortlist van de aspekte-literatuurprijs. In 2008 werd hij uitgenodigd voor de Ingeborg Bachmann-prijs, en won hij de Ernst-Willner-Prijs met de novelle “Die Waage” . In 2009 werd zijn tweede roman “Die Frequenzen” voor de Deutsche Buchpreis genomineerd (Short List) . Voor zijn verhalenbundel “Die Liebe zur Zeit des Mahlstädter Kindes” ontving hij in 2011 de Prijs van de Leipziger Buchmesse voor fictie. Vanaf 2011 schreef hij voor het literaire tijdschrift Volltext de serie “Nicht mehr lieferbar” overniet meer leverbare werken van grote schrijvers. Zijn in 2012 gepubliceerde roman “Indigo” kwam op de shortlist voor de Deutsche Buchpreis.

Uit: Indigo

„Es klang, als artikulierten sie durch ein Megaphon, das einen etwas zu langen Nachhall erzeugte. (Wenig später sah ich im Speisesaal des Instituts einen Schüler, der tatsächlich ein kleines hellblaues Megaphon an einem schwarzen Lederband um den Hals trug.)
Nachdem der Junge weitergegangen war, klingelte es erneut, und ein weiteres Kind tauchte auf.
Die kommen nacheinander heraus?
Es gibt eine Reihenfolge, sagte Dr.Rudolph. Eine Reihenfolge...Er schien nicht ganz bei der Sache.
Robert hat komisch ausgesehen, sagte er. Haben Sie sein Auge bemerkt?
Ja, sagte er nachdenklich. Blöde Geschichte, wenn das wieder...
Wissen Sie was, ich werde kurz... nur einen Augenblick, ja?
Er holte sein Handy aus der Tasche und rief jemanden an. Da er sich einige Schritte von mir entfernte, konnte ich nicht verstehen, was er sagte. Ich stand allein auf meinem Flecken Erde und rührte mich nicht. Wie eine Schachfigur, die darauf wartet, weitergeschoben zu werden. Von allein käme sie nie auf die Idee, ihr Feld zu verlassen.
Der Speisesaal war ein auffallend niedriger, aber großer Raum.
In ihm standen lange Tischreihen, die alle paar Meter von einem Stuhl ergänzt wurden. Man konnte die Stühle wie Lautstärkeregler an den Tischen entlangschieben.
Als der Direktor und ich eintraten, drehten sich einige Köpfe nach uns um. Dr. Rudolph ging zu einem an die Wand gerückten Pult und betätigte den Schalter an einer Gegensprechanlage.
Mahlzeit, meine Herrschaften!, kam es aus den Lautsprechern, die in jeder Ecke des Raumes hingen.“

 

 1514282-94a4b4a9d6c0405f2afebadc6db05e17.jpg
Clemens J. Setz (Graz, 15 november 1982)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Astrid Lindgren, Jonathan van het Reve, Norbert Krapf, René de Clercq, Chloe Aridjis

De Zweedse schrijfster Astrid Lindgren werd als Astrid Ericsson geboren op 14 november 1907 en groeide op op de boerderij Näs in Vimmerby in Småland. Zie ook alle tags voor Astrid Lindgren op dit blog.

 

Uit: Pippi Langstrumpf (Vertaald door Cäcilie Heinig)

 

"Meine Mama ist ein Engel, und mein Papa ist ein Südseekönig. Es gibt wahrhaftig nicht viele Kinder, die so feine Eltern haben!", pflegte Pippi sehr stolz zu sagen. "Und wenn mein Papa sich nur ein Schiff bauen kann, dann kommt er und holt mich, und dann werde ich eine Südseeprinzessin. Hei hopp, was wird das für ein Leben!" Ihr Papa hatte dieses alte Haus, das in dem Garten stand, vor vielen Jahren gekauft. Er hatte gedacht, dass er dort mit Pippi wohnen würde, wenn er alt war und nicht mehr über die Meere segeln konnte.

Aber dann passierte ja das Schreckliche, dass er ins Meer geweht wurde, und während Pippi darauf wartete, dass er zurückkam, begab sie sich geradewegs nach Hause in die Villa Kunterbunt. So hieß dieses Haus. Es stand möbliert und fertig da und wartete auf sie. An einem schönen Sommerabend hatte sie allen Matrosen auf dem Schiff ihres Papas Lebewohl gesagt. Sie hatten Pippi sehr gern und Pippi hatte sie auch gern.

"Lebt wohl, Jungs", sagte Pippi und gab allen der Reihe nach einen Kuss auf die Stirn. "Habt keine Angst um mich. Ich komm immer zurecht."

Zwei Dinge nahm sie vom Schiff mit. Einen kleinen Affen, der Herr Nilsson hieß, und einen großen Handkoffer, voll mit Goldstücken, den hatte sie von ihrem Papa bekommen. Die Matrosen standen an der Reling und schauten Pippi nach, solange sie sie sehen konnten. Sie ging mit festen Schritten davon, ohne sich umzudrehen, mit Herrn Nilsson auf der Schulter und dem Koffer in der Hand.
"Ein merkwürdiges Kind", sagte einer der Matrosen und wischte sich eine Träne aus dem Auge, als Pippi in der Ferne verschwunden war.“

 

 

1494142-b3fc6d57ec5e46b417a15659c43a106f.jpg
Astrid Lindgren (14 november 1907 - 28 januari 2002)

Hier met Inger Nilsson als Pippi Langkous

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en columnist Jonathan van het Reve werd geboren op 14 november 1983 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Jonathan van het Reve op dit blog.

 

Uit: Kleuren van de nacht?

 

“Van Gogh had niks met sterrenkunde. Op de tentoonstelling 'Van Gogh en de kleuren van de nacht' in het Van Gogh Museum is dat goed te zien. Sterren schildert hij als dikke gele zonnetjes en de maan wordt belicht zoals geen enkele bol ooit belicht kan worden: het heldere geel reikt zo ver om de schaduw heen dat het donkere gebied een klein, bijna geheel omsloten rondje wordt. Anders gezegd: bij Van Gogh raken de twee uiteinden van het croissantje elkaar haast. In het echt, zoals u weet, gebeurt dat niet.

Heel wonderlijk is ook het schilderij De sterrennacht boven de Rhône, waarop Van Gogh met grote gele stippen het sterrenbeeld de Grote Beer heeft afgebeeld. Je ziet duidelijk een steelpannetje, het hangt mooi horizontaal boven Arles. Maar de audiotour vermeldt dat Arles vanaf deze brug in het zuidwesten ligt, en daar kan de Grote Beer nooit zo hangen. Bovendien klopt er niks van de onderlinge posities van de sterren: ik kan uit mijn hoofd een betere Grote Beer tekenen dan van Gogh hier heeft gedaan - terwijl hij gewoon over zijn schouder had kunnen kijken om het origineel te zien.

"Nou én?" zult u zeggen. "Het perspectief klopt ook nooit bij Van Gogh, dat wisten we allang. Hij schilderde de dingen zoals híj ze zag en voelde, begrijp je?"

Nee. Sorry, maar dat begrijp ik niet. Dat je de maan groot en geel maakt omdat je dat zo voelt of ziet, dat snap ik. Maar welk artistiek gevoel dwingt een volwassen kunstenaar nou om domweg het meest herkenbare sterrenbeeld van de hemel te kiezen en het zo potsierlijk (en verminkt) boven een stadje te hangen? Waar slaat dat op?”

 

 

 1494142-b6cb6c6669770238cc74f92951eab605.jpg

Jonathan van het Reve (Amsterdam, 14 november 1983)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse dichter, schrijver en vertaler Norbert Krapf werd geboren op 14 november1943 in Jasper, Indiana. Zie ook alle tags voor Norbert Krapf op dit blog.

 

 

In the Spirit House


Even when I was young I did

not think of cemeteries as sad.

To me they were quiet and peaceful

and housed spirits of those I loved.


When I became a father I often

brought my children to a cemetery

landscaped like a rural park.

We brought along a picnic lunch


and ate it and drank juice on a stone bench.

Sometimes we saw a rabbit or a pheasant

between tombstones. Periodically a diesel

commuter train ran along the back of the plot.


We played games and read books and I

pronounced the names carved in stone.

That world was populated with spirits

who became our friends, not enemies.


We did not walk in fear or dread.

We enjoyed the privacy of our park.

Nobody told us to go away.

Nobody told us to be quiet.

 

 

 

 

To a Valencia Orange


Thank you for waiting overnight

on the balcony in winter.

The curves of your rind

are delightful to the touch.

How willingly your skin

comes off when I pull.

How cool the feel of your

sections as I divide them

and lick your juice from

my fingertips.  How delicious

the taste of your flesh

and the explosion of your

juice on my tongue.

Orange of Valencia,

I give thanks for the burst

of sun you bring to my day.

 

 

 

 1494142-e01d4e98362b7866b059040702b06fbd.jpg

Norbert Krapf (Jasper, 14 november1943)

 

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver, dichter, politiek activist en componist René Desiderius de Clercq werd geboren in Deerlijk op 14 november 1877. Zie ook mijn blog van 3 november 2010 en eveneens alle tags voor René de Clercq op dit blog.

 

 

Hoort gij de eik?

 

Hoort gij de eik, o blode bomen?
Hij ruist daar, zwaar en zwart!
Hij droomt zijn donkere dromen,
de boom van mijn hart!

Zijn stam is rond, zijn kruin nog ronder,
zijn schors is ruw en hard.
Hij plooit noch boven noch onder,
de boom van mijn hart!

Waai stout, mijn eik, alover 't blode,
uw hoge vreugd en smart,
gij levende onder de dode,
gij, boom van mijn hart!

Het ruist te nacht door mijne ziele,
wanneer gij zingt en sart.
Val op mijn hoofd als ik kniele,
o boom van mijn hart!

 

 

 

Laat mij de nacht tot vriend

 

Laat mij de nacht tot vriend; de nacht is goed.
De sterren zijn ver en het duister zoet.

Laat mij de nacht tot vriend, en rust en rouw,
Dat ik hoor op mijn hart het geklop van mijn vrouw.

Dat ik hoor haar vermaan, verneem haar troost,
Haar liefde tot mij en haar angst voor haar kroost.

Laat me de nacht tot vriend; de dag is wreed.
Te nacht komt mijn dode en sust mijn leed.

 

 

 

1494142-7913dfdc3fcea98d822d7f0373b62795.jpg 

René de Clercq (14 november 1877 - 12 juni 1932)

 

 

 
De Engels-Mexicaanse schrijfster Chloe Aridjis werd geboren in New York op 6 november 1971 (en dus niet op 14 november zoals eerder vermeld). Zie ook alle tags voor Chloe Aridjis op dit blog.

 

Uit: Assunder

 

“They call us guards, warders, invigilators, room keepers, gallery assistants. We are watchmen, sentinels, but we don’t polish guns, shoes or egos. We are custodians of a national treasure, a treasure beyond value stored behind eight Corinthian columns of a neoclassical façade, the dreams of the ancients stuccoed to our building. And our title should honour that.
I came to my profession half by chance, half following an ancestral call. After stumbling upon an ad for a Travelling Exhibition Assistant, I applied for the position but found the vacancy had been filled. Yet the kind man who answered my call mentioned another opening, this one at the British Museum. A guard had just resigned due to the diagnosis of an incurable ailment, and decided he wanted to spend his remaining months staring at something other than nymphs and satyrs locked in battle. They offered him the choice of other wings but he said he wanted to leave London and retire from culture.
My time there didn’t last but it led me to my calling. After the British Museum came the National Gallery, and nine years later I have come to know all the paintings and panels better than the palm of my hand.
How will you handle the boredom, they had first asked at the job interview. I laughed before realising they were serious, and told them I didn’t easily grow bored. But you will, they warned, and I replied that I would then simply draw up lists in my head or count the number of skirts or stripes in the room. You’re meant to protect the works of art, they said, to which I replied of course, yes, I would.

Acedia plagues the novice much more than the experienced solitary; unlike some of the new guards, I do not suffer from boredom or listlessness. Half of us have the right temperament, the other half don’t.”

 

 

1494142-01e5efb4fbd7e0812052f6ffa36f217c.jpg 

Chloe Aridjis (New York, 6 november 1971)

Zie voor nog meer schrijvers van de 14e november ook mijn blog van 14 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 17:28 Reageer op dit bericht

Peter Orner

Onafhankelijk van geboortedata:

De Amerikaanse schrijver Peter Orner werd in 1968 in Chicago geboren. Hij studeerde af aan de Universiteit van Michigan in 1990 en verwierf later een graad in de rechten van de Northeastern University en een MFA van de Iowa Writer's Workshop..Zijn oudere broer is Eric Orner, de maker van de strip The Mostly Unfabulous Social Life of Ethan Green. Orner heeft lange tijd gewerkt in Kamp Nebagamon, een overnachtingskamp in het noorden van Wisconsin , waar hij o.a. adviseur en reisleider was. Hij heeft ook gewerkt als waarnemer mensenrechten in Chiapas, Mexico, als taxichauffeur in Iowa. Orners verhalen en essays zijn verschenen in de Atlantic Monthly, The New York Times, The San Francisco Chronicle, The Paris Review en elders. Hij won twee keer won de Pushcart Prize. Orner kreeg een Guggenheim Fellowship (2006), evenals het 2 jaar durende Lannan Foundation Literary Fellowship (2007-2008). Een van Orner 's verhalen, "The Raft" werd verfilmd. In 2001 verscheen de bundel “Esther Stories”, waarvoor hij o.a. de Prize from the American Academy of Arts and Letters ontving. In 2006 publiceerde hij zijn roman “The Second Coming of Mavala Shikongo”, een roman die speelt in Namibië, waar Orner in de jaren negentig werkte. In 2011 volgde “Love and Shame and Love”, winnaar van de California Book Award. In 2013 verscheen een nieuwe bundel verhalen “Last Car Over the Sagamore Bridge”. Orner is professor Creative Writing aan de San Francisco State University en heeft gedoceerd aan de Writers ' Workshop van de Universiteit van Iowa, The Warren Wilson MFA Program van de University of Montana, Washington University, de Universiteit van Miami, Bard College en de Karelsuniversiteit in Praag.

Uit: The Second Coming of Mavala Shikongo

“The Volunteer

A brother from the diocese drove me out there from Windhoek. His name was Brother Hermanahildis. He was a silent man with a bald, sunburned head. The single thing he said to me in four hours was “I am not a Boer, I am pure Dutch. I was born in The Hague.” He drove like a lunatic. I watched the veld wing by, and the towns that were so far between. Brakwater, Okahandja, Wilhelmstal. Brother Hermanahildis seemed to be suffering from an excruciating toothache. At times he took both hands off the wheel and pulled on his face. I was relieved when we reached Karibib and he turned onto a gravel road heading south. Eventually, he let me off at a wind-battered tin sign—farm goas—and told me to follow the road, that the mission was just beyond the second ridge. When you get there, Brother Hermanahildis said, go and see the Father directly.
Ta-ta. With a suitcase in each hand, one backpack on my back, another on my stomach, I followed the road, a rock-strewn double-track across the veld. There were a number of ridges. I looked for one that might be considered a second one. The short rocky hills made it impossible to see what was ahead on the road, although in the distance I could see a cluster of smallish mountains rising. A few crooked, bony trees here and there. Strawlike grass grew like stubble up out of the gravel. Somehow I thought a purer desert might have been more comforting. Where were the perfect rippled dunes? Where was the startling arid beauty? These plants looked like they’d rather be dead. I listened to the crunch of my own feet as I shuffled up and over ridges. There was no second ridge. There would never be a second ridge.
An hour or so later, sweat-soaked, miserable, I stood, weighted and wobbly, and looked down on a place where the land swooped into a kind of valley, a flat stretch of sand and gravel. There was a group of low-slung buildings painted a loud, happy yellow.
There was a hill with a tall white cross on top. Hallelujah! As best I could I bumbled down the road until I reached a cattle gate made from bedsprings lashed to a post. The gate was latched closed by a complicated twist of wire. As I struggled with the wire, a rotund man in a khaki suit moved slowly but inevitably down the road toward me, as if being towed by his own stomach. When he reached the other side of the gate he stopped. He faced me for a moment before he spoke much louder than he needed to. “Howdy.”

 

 1597713-29cbfc8e16e563ced3b9161dbd77b8cf.jpg
Peter Orner (Chicago, 1968)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

José Carlos Somoza, Inez van Dullemen, Timo Berger, Hadjar Benmiloud, Nico Scheepmaker, Robert Louis Stevenson

De Spaanse schrijver José Carlos Somoza werd geboren in Havana, Cuba op 13 november 1959. Zie ook alle tags voor José Carlos Somoza op dit blog.

 

Uit: Zig Zag (Vertaald door Lisa Dillman)

 

„And that was what was so strange.

People thought she was too perfect. Too intelligent and too worthy to be working in a mediocre physics department at a business-oriented university like Alighieri, where no one truly cared about physics. Her colleagues were sure that she could have had her pick of careers: a post at the Spanish National Research Council, a tenured professorship at a public university, or some important role at a prestigious center abroad. Elisa was wasted at Alighieri. Then, too, no theory (and physicists love theories) adequately explained why, at thirty-two, almost thirty-three (her birthday was in April, just a month away), Elisa was unattached, had no close friends, and yet seemed perfectly happy. She appeared to have all she wanted in life. No one knew of any boyfriends (or girlfriends), and her friendships were limited to colleagues with whom she rarely if ever spent free time. She wasn't conceited or even arrogant despite her obvious good looks. And although she accentuated her attractiveness by wearing a whole range of perfectly tailored designer clothes that often made her look downright provocative, she never seemed to be trying to hard to attract the attention of men (who often turned to gawk when she passed) with the clothes she wore. Elisa spoke only about her profession, was courteous, and always smiled. The Elisa Mystery was unfathomable.

Occasionally, she seemed unsettled. It was nothing concrete: maybe a look, or a momentary dullness in her brown eyes, or just a feeling she gave people after a quick conversation. As though she was hiding something. Those who thought they knew her-Noriega, the department chair, among others-thought it was probably best that she never reveal her secret. For whatever reason, some people, regardless of how insignificant their role in others' lives, or how few close moments they've shared, are unforgettable. Elisa Robledo was one of them, and people wanted it to stay that way.”

 

 

1493503-f8e410f37957b02ce012a3a38ec48522.jpg 

José Carlos Somoza (Havana, 13 november 1959)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Inez van Dullemen werd op 13 november 1925 in Amsterdam geboren. Zie ook alle tags voor Inez van Dullemen op dit blog.

 

Uit: Vroeger is dood

 

“In 2005 overleed mijn broer. Ik hoorde het op mijn werk, in Amersfoort. Twee uur later was ik in het ZMC. Ik wilde mijn broer zien. Dat kon niet. Geen tijd, hij moest naar het uitvaartcentrum. Dan had ik maar eerder moeten komen. Ik werd woedend en men zag dat. De vertegenwoordigster van het uitvaartcentrum besloot uiteindelijk dat ik nog even mocht kijken. Een gunst want er was een tijdschema. Maar of wij dan wel snel de kamer wilden leeghalen want er waren andere patiënten.“

(…)

 

“Aan alles komt een eind,” zei de dokter. En zo is het ook, aan alles komt telkens weer een eind. Ik begreep dat het einde van Arnold Abraham, mijn vader, gekomen was toen ik twee verpleeghulpen met witte plastic boezelaars voor de deur van het sterfkamertje zag staan. “U bent net te laat,” zeiden ze tegen mij.

“Was er iemand bij hem? ”vroeg ik.

“Nee”, zeiden ze, maar dat is dikwijls zo: je licht je hielen en opeens zijn ze dood. Er zijn er, die willen er alleen tussenuit.”

Ik ging naar binnen en zag dat het zo was. De zuurstofpomp was afgekoppeld. Zijn handen koelden al af, zijn mond stond open. (Open je mond, oude man, had de dood gezegd, je uur is gekomen, en de oude man had zijn mond geopend en de dood was naar binnen gesprongen in het zwarte gat en het gat bleef openstaan en alles daarbinnen verstijfde, de tong, de zachte huig, de zenuwen, de bloedlichaampjes: de af en aan gaande loodsbootjes op de rivier van het bloed – overal kwam de dood, hij vergat niets.)

 

 

1493503-70f8a79d4234620c51b567bf978070e4.jpg 

Inez van Dullemen (Amsterdam, 13 november 1925)

 

 

 

 

De Duitse dichter,schrijver en vertaler Timo Berger werd geboren op 13 november1974in Stuttgart. Zie ook alle tags voor Timo Berger op dit blog

 

 

Bringservice

Die Affen am Fenster, morgens
hinterm Milchglas, wissen
die Abfälle dieser Küchen
sind deliziös und erreichbar

Über der Loggia liegt kein scharfer
Alarm, auch wenn die Kolibris
im Tiefflug ihre Faden
Zungen in Honigtöpfe tauchen

Zu einem Frühstück nach Fitnessfibel
gehören Baummelonen in Scheiben
Zuckeraustauschstoffe, die Schlag
Zeile des Jornal do Brasil:

Niemand entführt dich
in die Nordstadt.
Ein paar Füße
kosten nicht die Welt.
Und wozu
haben die Märkte hier Delivery?

 

 

 1493503-86f450e05b2bafa81f5cc4fcc6ac9d28.jpg

Timo Berger (Stuttgart, 13 november 1974)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster, columniste en radiopresentatrice Hadjar Benmiloud werd geboren in Amsterdam op 13 november 1989. Zie ook alle tags voor Hadjar Benmiloud op dit blog.

 

Uit: Überpuber

 

“Dan zullen ook de effecten op grote schaal te merken zijn. Veel banen komen vrij, want er zijn geen relatietherapeuten en woordvoerders meer nodig en de economie zal een kleine recessie doormaken. Tot een depressie komt het echter niet, want al gauw zal de overbevolking zijn opgelost. Er wordt geen belasting meer betaald en dus stort de zorgsector ineen. Voor zieke en oude mensen wordt niet meer gezorgd en ze gaan dood. Dat is fijn, want we kunnen geen zwakke schakels gebruiken in de nieuwe, Blafistische maatschappij. Langdurige, zenuwslopende ruzies bestaan niet meer, want iedereen moordt elkaar gewoon uit. Het resultaat? Iedereen is rijk en gelukkig. Ruzie en oorlog behoren tot het verleden, want moorden is veel simpeler geworden en heeft geen jarenlange conflicten meer tot gevolg.

Ik weet zeker dat ik de Nobelprijs voor wereldvrede krijg als het lukt mijn plan ten uitvoer te brengen. Ik denk zelfs dat die prijs wordt afgeschaft, omdat er toch niemand meer aan mij kan tippen.

Hoewel ik zelf mijn plan briljant vind, zoals al mijn plannen eigenlijk, zijn er een paar vervelende Christenen die het niet met mij eens zijn. Ze beweren zelfs wel eens dat ik een moordlustig en egoïstisch persoon ben. Belachelijk natuurlijk, want ik pleit voor wereldvrede en eerlijkheid, dat snapt iedereen.”

 

 

1493503-bae4ca208f824c6bac2807c0da82b71c.jpg 

Hadjar Benmiloud (Amsterdam, 13 november 1989)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, journalist en columnist Nico Scheepmaker werd geboren in Amsterdam op 13 november 1930. Zie ook alle tags voor Nico Scheepmaker op dit blog.

 

 

Een staande plant

 

Zul je beloven dat je ouder wordt,
ouder dan ik, omdat ik zonder jou
het leven toch als tijdverlies beschouw?
Een staande plant waarvan de bloem verdort?

Ik blijf wel leven, dat is geen probleem:
nieuwgierigheid drijft mij al jaren voort.
Maar zonder jou word ik niet meer gehoord
en raak ik van mijn eigen ik vervreemd.

Het lijkt wat egoistisch dat ik wil
dat jij als laatste van ons achterblijft,
met stilte om je heen van jou alleen.

Maar tussen jou en mij is een verschil,
want jij bent jonger, jij kunt ergens heen
waar ons verleden langzaam overdrijft.

 

 

 

 1493503-fd686aff2ab48b8d5bdfef99d7338d33.jpg

Nico Scheepmaker (13 november 1930 - 5 april 1990)

 

 

 

 

De Schotse schrijver Robert Louis Stevenson werd geboren in het Schotse Edinburgh op 13 november 1850. Zie ook alle tags voor Robert Louis Stevenson op dit blog.

 

 

An English Breeze

 

Up with the sun, the breeze arose,
Across the talking corn she goes,
And smooth she rustles far and wide
Through all the voiceful countryside.

Through all the land her tale she tells;
She spins, she tosses, she compels
The kites, the clouds, the windmill sails
And all the trees in all the dales.

God calls us, and the day prepares
With nimble, gay and gracious airs:
And from Penzance to Maidenhead
The roads last night He watered.

God calls us from inglorious ease,
Forth and to travel with the breeze
While, swift and singing, smooth and strong
She gallops by the fields along.

 

 

 

Escape at Bedtime

 

The lights from the parlour and kitchen shone out
Through the blinds and the windows and bars;
And high overhead and all moving about,
There were thousands of millions of stars.
There ne'er were such thousands of leaves on a tree,
Nor of people in church or the Park,
As the crowds of the stars that looked down upon me,
And that glittered and winked in the dark.

The Dog, and the Plough, and the Hunter, and all,
And the star of the sailor, and Mars,
These shown in the sky, and the pail by the wall
Would be half full of water and stars.
They saw me at last, and they chased me with cries,
And they soon had me packed into bed;
But the glory kept shining and bright in my eyes,
And the stars going round in my head.

 

 

 1493503-406109374a7f14faa0a2194db27e4708.JPG

Robert Louis Stevenson (13 november 1850 – 3 december 1894)

Portret door Girolamo Pieri Nerli, 1892

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 13e november ook mijn blog van 13 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2 en ook deel 3.

Geschreven door Romenu om 18:54 Reageer op dit bericht

Daniël Dee, Johnny van Doorn, Cristina Peri Rossi, Naomi Wolf, Juana Inés de la Cruz

De Nederlandse dichter Daniël Dee werd geboren op 12 november 1975 in Empangeni, Zuid-Afrika. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Daniël Dee op dit blog.

 

 

A day in the life

 

pas op dat je niet zonder komt te zitten

ooit daar aan gedacht

straks gaan de dagen weder lengen

de lente komt van ver op blote voetjes

om hier uiteindelijk te heersen

in al haar heerlijkheid elke dag

en elke dag wordt tot op de minuut

voor onze burgemeester

gedicteerd door de agenda

het heilige boek van de 21ste eeuw

het heilige moeten is ingekapseld

in een lappendeken van regelingen

de ambtsketen verleent hem

zijn krachten of is het juist andersom

sommige mechaniek blijft vertrouwelijk

gevraagd aan de burgemeester

waar hij een tientje aan zou uitgeven

antwoordt hij zonder nadenken

één euro is voor het onderwijs

twee voor het onderwijs

drie voor het onderwijs

en daarna zien we pas verder

het rode lichtje van de microfoon brandt

het aantal minuten spreektijd wordt in het groen

op een beeldscherm weergegeven

politici komen en gaan

als pop-ups op je pc hun retoriek

hol als een chocoladen paashaas

de burgemeester blijft en pareert

in de raadszaal de kritiek

met feiten die achter hem staan

tot zover het verbale geweld

hard als inktpotten

want nu is het genoeg

inktpotten werpt men slechts

in de raadszaal

 

 

 

 1492966-0940f906cbd2f36df2641a8b075dc638.jpg

Daniël Dee (Empangeni, 12 november 1975)

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter Johnny van Doorn (The Selfkicker) werd geboren op 12 november 1944 in Beekbergen en groeide op in Arnhem. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Johnny van Doorn op dit blog.

 

 

Dendermonde 63


Voor een Vlaams cultureel café
Waar ik een expositie zal openen,
Wordt ons Volkswagenbusje met
Minstens 25 inzittenden door
De plaatselijke Wouten tot
Staan gebracht & in de tussen-
Tijd dat er rechtsomkeert
Naar het bureau wordt gereden
Wordt de nu gevaarlijke Pot
Door alle aanwezigen snel
Verorberd of in de bilspleet
Gestopt. Triomfantelijk wordt
Met ons de hoofdverdachte (ivm 5 kilo Marihu -dat is tijm,
Stramonium, laurier etcetc)
Aan fouillering en verhoor
Onderworpen. Op de vraag hoe
Ik wel heten mag, antwoord ik
Johnny the Selfkicker &
Spijtig betreurt men dat
The Electronic Jezus (dat ben ik ook!)
Niet aanwezig is &
De oerdomme vertoning zet
Zich voort: als men mijn zakken
Beklopt roep ik schertsend Kijk
Voor De Zekerheid Eens In M’n
Tokus (plat Vlaams voor kont) &
Een deskundige uit Brussel
Wordt opgebeld om snel per taxi
Over te komen & men toont hem
Meteen bij aankomst een gevonden
Stukje kattebrood (dat hij
Gewichtig met een heetgemaakt
Zakmesje onderzoekt):
Waarbij hij verrast constateert
Mijne Heren Dit Is De Befaamde Hasjies!!

 

 

 

 1492966-67a7a20413a39fb7a23e9dc4f4da7d99.jpg

Johnny van Doorn (12 november 1944 – 26 januari 1991)

 

 

 

 

 

De Uruguayaanse schrijfster, vertaalster en journaliste Cristina Peri Rossi werd geboren op 12 november 1941 in Montevideo. Zie ook mijn blog van 12 november 2010 en eveneens alle tags voor Christina Peri Rossi op dit blog.

 

Uit: The Fallen Angel (Vertaald door Mary Jane Treacy)

 

“The angel plummeted to the earth exactly like the Russian satellite that while spying on the movements of the American Tenth Fleet lost height when it should have been thrust into a strong nine hundred and fifty kilometer orbit. It fell exactly like the American satellite that while spying on the movements of the Russian fleet in the North Sea also fell to earth after a wrong move. But while both of these incidents brought about innumerable catastrophes – part of Canada turned into desert, several types of fish became extinct, local people’s teeth crumbled, and neighboring lands became polluted – the angel’s fall didn’t cause any ecological disturbance. Because it was weightless (a theological mystery that cannot be doubted upon pain of heresy), it didn’t destroy anything in its wake, not the trees on the road nor the electric wires; it didn’t cause interference in TV programs nor in radio stations; it didn’t open up a crater in the face of the earth, nor did it poison the waters. No, it just settled down on the sidewalk and stayed there without moving, confused and with a terrible case of motion sickness.
-----At first no one noticed it. That was because the inhabitants of the place, sick and tired of nuclear catastrophes, had lost the ability to be surprised and were busy putting the city back together, cleaning out debris, analyzing food and water, putting houses back up and finding furniture, just like ants when the ant hill is destroyed, but with much more sadness.
-----“I think it’s an angel,” said the first observer, contemplating the little figure fallen at the base of a statue beheaded in the last conflagration. Actually, it was a rather small angel with mutilated wings (it’s not known if this was due to the fall) and an unhappy expression.
-----A woman walked right by, so busy pushing a baby carriage that she didn’t notice it. But a hungry stray walked right up and then stopped short: that thing, whatever it was, didn’t smell, and anything that doesn’t smell can’t really exist, so the dog wasn’t going to waste its time. Slowly (it was lame) it did an about face.”

 

 1492966-16fd66ad6026ae94859a1d50bb0455ae.jpg

Cristina Peri Rossi (Montevideo, 12 november 1941)

 

 

 

De Amerikaanse, feministische schrijfster Naomi Wolf werd geboren in San Francisco op 12 november 1962. Zie ook alle tags voor Naomi Wolf op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

 

Uit: The Beauty Myth

 

“Men are visually aroused by women's bodies and less sensitive to their arousal by women's personalities because they are trained early into that response, while women are less visually aroused and more emotionally aroused because that is their training. This asymmetry in sexual education maintains men's power in the myth: They look at women's bodies, evaluate, move on; their own bodies are not looked at, evaluated, and taken or passed over. But there is no "rock called gender" responsible for that; it can change so that real mutuality--an equal gaze, equal vulnerability, equal desire--brings heterosexual men and women together.”

(…)

 

“Whatever is deeply, essentially female--the life in a woman's expression, the feel of her flesh, the shape of her breasts, the transformations after childbirth of her skin--is being reclassified as ugly, and ugliness as disease. These qualities are about an intensification of female power, which explains why they are being recast as a diminution of power. At least a third of a woman's life is marked with aging; about a third of her body is made of fat. Both symbols are being transformed into operable condition--so that women will only feel healthy if we are two thirds of the women we could be. How can an "ideal" be about women if it is defined as how much of a female sexual characteristic does not exist on the woman's body, and how much of a female life does not show on her face?”

 

 

 1492966-1cbb749bccf524bd471b8519fd1cf684.jpg

Naomi Wolf (San Francisco, 12 november 1962)

 

 

 

 

 

De Mexicaanse dichteres en moniaal Juana Inés de la Cruz de Asbaje y Ramírez, ook bekend als Sor Juana, werd geboren in San Miguel Nepantla op 12 november 1648 of 1651. Zie ook alle tags voor Juana Inés de la Cruz op dit blog en ook mijn blog van 12 november 2010

 

 

To Her Portrait

 

This that you see, the false presentment planned
With finest art and all the colored shows
And reasonings of shade, doth but disclose
The poor deceits by earthly senses fanned!
Here where in constant flattery expand
Excuses for the stains that old age knows,
Pretexts against the years' advancing snows,
The footprints of old seasons to withstand;

'Tis but vain artifice of scheming minds;
'Tis but a flower fading on the winds;
'Tis but a useless protest against Fate;
'Tis but stupidity without a thought,
A lifeless shadow, if we meditate;
'Tis death, tis dust, tis shadow, yea, 'tis nought.

 

 

 1492966-62a5ec2c5e7c704f640f8c4898900124.jpg

Juana Inés de la Cruz (12 november 1648 of 1651 - 17 april 1695)

Standbeeld in Madrid

 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 12e november ook
mijn blog van 12 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:57 Reageer op dit bericht

Bij Sint Maarten, Hans Magnus Enzensberger, Mircea Dinescu, Carlos Fuentes


Bij Sint Maarten

 

 

 

 1492278-8f3946f63372aaa84c9b248e70a80a5d.jpg

Sint Maarten verdeelt de mantel door Anthony van Dyck, rond 1618

 

 

 

St. Martin's Day

 

In damp dark, we parents and children

line up in groups behind teachers

in the Pausenhof of the Grundschule

 

to walk in procession to the park

behind the baroque palace. As we

move forward in unison, we sing songs

 

to celebrate the legend of a knight on horseback

who cut his cloak in half with his sword

to comfort a beggar on foot. The children

 

carry tiny flames through the dark

in lanterns they have made in school

and hooked to the end of sticks.

 

"Laterne, Laterne, Sonne, Mond und Sterne,"

they sing. In Elizabeth's blue box burns

a candle illuminating a paper angel, an apple,

 

a moon, and a star cut out in construction

paper she glued together. Before the arched

Orangerie in the park, the children stand

 

in semicircles to sing. Some play recorders,

some play violins, some tap rhythm

on tambourines. Behind them, facing

 

us parents, is a big illuminated sheet,

before which silhouetted children

actors mime the action of Martin

 

and his beggar as classmates narrate their

lines. At the end, all sing the round

"Hebet die Laterne / Lift the lanterns,"

 

repeat the refrain "Licht zu bringen

in dieser Welt / To bring light into this

world," and follow a rider on horseback

 

into the dark. As they wind along geometric

walkways in the Schlosspark, stringing

beads of light through the dark with their

 

handmade lanterns, I remember the first question

Elizabeth asked after we arrived in Erlangen:

"Daddy, do they celebrate Chanukah here?"

 

Fifty years after the Kristallnacht, I see

burning beads of light along looping walkways

merge into the menorah held in uplifted hands.

 

 

 

 1492278-6ab25479d67745c70368bf01c75ada34.jpg

Norbert Krapf (Jasper, 14 november 1943)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Magnus Enzensberger werd geboren op 11 november 1929 in Kaufbeuren. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Magnus Enzensberger op dit blog.

 

 

Die Seife


Wie stolz sie war, wie üppig sie anfangs
geduftet hat! Durch wie viele Hände
sie gegangen ist, wie entsagungsvoll
sie gedient hat, und immer von neuem
war da der Dreck. Unbefleckt
ist sie geblieben. Klaglos
hat sie sich selber verzehrt. So ist sie immer kleiner und kleiner
geworden, unmerklich, dünn
beinahe durchsichtig, bis sie eines Morgens
vollkommen verschwunden war.

 

 

 

verteidigung der wölfe gegen die lämmer

 

soll der geier vergißmeinnicht fressen?

was verlangt ihr vom schakal,

daß er sich häute; vom wolf? soll

er sich selber ziehen die zähne?

was gefällt euch nicht

an politruks und an päpsten,

was guckt ihr blöd aus der wäsche

auf den verlogenen bildschirm?

 

wer näht denn dem general

den blutstreif an seine hosen? wer

zerlegt vor dem wucherer den kapaun?

wer hängt sich stolz das blechkreuz

vor den knurrenden nabel? wer

nimmt das trinkgeld, den silberling,

den schweigepfennig? es gibt

viel bestohlene, wenig diebe; wer

applaudiert ihnen denn, wer

lechzt denn nach lüge?

 

seht in den spiegel: feig,

scheuend die mühsal der wahrheit,

dem lernen abgeneigt, das denken

überantwortend den wölfen,

der nasenring euer teuerster schmuck,

keine täuschung zu dumm, kein trost

zu billig, jede erpressung

ist für euch noch zu milde.

 

ihr lämmer, schwestern sind,

mit euch verglichen, die krähen:

ihr blendet einer den andern.

brüderlichkeit herrscht

unter den wölfen:

sie gehen in rudeln.

 

gelobt sei´n die räuber; ihr,

einladend zur vergewaltigung,

werft euch aufs faule bett

des gehorsams, winselnd noch

lügt ihr, zerrissen

wollt ihr werden, ihr

ändert die welt nicht mehr.

 

 

 

 1492278-a2ae486f1d36224e71cb09cfcda593f3.jpg

Hans Magnus Enzensberger (Kaufbeuren,11 november 1929)

Eind jaren vijftig

 

 

 

 

De Roemeense dichter en schrijver Mircea Dinescu werd geboren op 11 november 1950 in Slobozia. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Mircea Dinescu op dit blog.

 

 

Token Ceremony at the Burial of a Submarine from between the Two Wars

From the day I was born
I've been putting my whimpers
in the service of artists destroyed through starvation.
Had I been preserved in an alcohol cylinder
I could have turned my back on you for evermore,
yet I don't know by what occult means
doubt has been limping right behind me
and here I am today like a fool in a ship
praying, "Lord, give me a ship,"
or like some extraordinary midwife
ready to deliver the porter out of the priest without pain.
The thread of Arianne's stocking in hand,
off I go dressed in a heavy army coat
watching the world through my top boots
as if they were two periscopes turned the other way round.

 

 

 1492278-a7eff81f54900ce21cad20fc4f213cba.jpg

Mircea Dinescu (Slobozia, 11 november 1950)

 

 

 

 

 

De Mexicaanse dichter en schrijver Carlos Fuentes Macías werd geboren op 11 november 1928 in Panama-Stad. Carlos Fuentes overleed op de 15e mei van dit jaar. Zie ook mijn blog van 11 november 2010 en eveneens alle tags voor Carlos Fuentes op dit blog.

 

Uit:Destiny and Desire (Vertaald door Edith Grossman)

 

“This is the organ of touch that covers my whole body and extends inside it with acts of anal mischief both modest and permissible if I compare them to the female gender's major jokes, the incessant entering and leaving of foreign bodies (notoriously the male's penis and sacredly the body of a child, while from my masculine wrappings only semen and urine come out in front and in back, just like chez la femme, shit and in cases of constipation, the deep communion of the suppository). Now I hum: "The bullock shits, so does the bird, and the best-looking babe will drop her turd." Broad, generous entrances and exits in the woman. Narrow, mean ones in the man: the urethra, the anus, urine, shit. The names are clear and brutal, the nicknames obscure and laughable: Bellini's duct, Henle's loop, Bowman's capsule, Malpighi's glomerulus. Dangers: anuria and uremia. No urine. Urine in the blood. I avoided them. In the end, everything in life is avoidable except death.
I used to sweat. In life my entire body would sweat except for my eyelids and the edge of my lips. My sweat was clean, salty, with no bad odor, though sweating and urinating were human products distinguishable by the different quality of their smell.
I never needed deodorants. I had noble, clean armpits. My urine did smell bad, of abandoned hovels and lightless caves. My shit varied according to circumstances, depending especially on diet. Mexican food brings us dangerously close to diarrhea, North American to stomach cramps, British to constipation. Only Mediterranean cuisine assures us of a healthy balance between what comes in...”

 

 

 1492278-73d2219faf4b491783072ef25413e409.jpg

Carlos Fuentes (11 november 1928 – 15 mei 2012)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 11e november ook mijn blog van 11 november 2012.

Geschreven door Romenu om 18:09 Reageer op dit bericht

Friedrich Schiller, Rick de Leeuw, Jan van Nijlen, Arnold Zweig, Jacob Cats, Alejandro Zambra

De Duitse dichter en schrijver Johann Christoph Friedrich von Schiller werd geboren op 10 november 1759 in Marbach. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Friedrich Schiller op dit blog.

Uit: Der Spaziergang unter den Linden

 

„Wollmar und Edwin waren Freunde und wohnten in einer friedlichen Einsiedelei beisammen, in welche sie sich aus dem Geräusch der geschäftigen Welt zurückgezogen hatten, hier in aller philosophischen Muße die merkwürdigen Schicksale ihres Lebens zu entwickeln. Edwin, der glückliche, umfaßte die Welt mit frohherziger Wärme, die der trübere Wollmar in die Trauerfarbe seines Mißgeschicks kleidete. Eine Allee von Linden war der Lieblingsplatz ihrer Betrachtungen. Einst an einem lieblichen Maientag spazierten sie wieder; ich erinnere mich folgenden Gespräches:

Edwin. Der Tag ist so schön – die ganze Natur hat sich aufgeheitert, und Sie so nachdenkend, Wollmar?

Wollmar. Lassen Sie mich. Sie wissen, es ist meine Art, daß ich ihr ihre Launen verderbe.

Edwin. Aber ist es denn möglich, den Becher der Freude so anzuekeln?

Wollmar. Wenn man eine Spinne darin findet – warum nicht? Sehen Sie, Ihnen malt sich jetzt die Natur wie ein rothwangigtes Mädchen an seinem Brauttag. Mir erscheint sie als eine abgelebte Matrone, rothe Schminke auf ihren grüngelben Wangen, geerbte Demanten in ihrem Haar. Wie sie sich in diesem Sonntagsaufputz belächelt! Aber es sind abgetragene Kleider und schon hunderttausendmal gewandt. Eben diesen grünen wallenden Schlepp trug sie schon vor Deukalion, eben so parfümiert und eben so bunt verbrämt. Jahrtausende lang verzehrt sie nur mit dem Abtrag von der Tafel des Todes, kocht sich Schminke aus den Gebeinen ihrer eigenen Kinder und stutzt die Verwesung zu blendenden Flittern. Es ist ein unfläthiges Ungeheuer, das von seinem eigenen Koth, viele tausendmal aufgewärmt, sich mästet, seine Lumpen in neue Stoffe zusammenflickt und groß thut und sie zu Markte trägt und wieder zusammenreißt in garstige Lumpen. Junger Mensch, weißt du wohl auch, in welcher Gesellschaft du vielleicht jetzo spazierest? Dachtest du je, daß dieses unendliche Rund das Grabmal deiner Ahnen ist, daß dir die Winde, die dir die Wohlgerüche der Linden herunterbringen, vielleicht die zerstobene Kraft des Arminius in die Nase blasen, daß du in der erfrischenden Quelle vielleicht die zermalmten Gebeine unsrer großen Heinriche kostest? Pfui! Pfui! Die Erderschütterer Roms, die die majestätische Welt in drei Theile rissen, wie Knaben einen Blumenstrauß unter sich theilen und an die Hüte stecken, müssen vielleicht in den Gurgeln ihrer verschnittenen Enkel einer wimmernden Opernarie frohnen.“

 

 

 1491768-07bdd36d7569b6fcaaafadc1aaff1d12.jpg

Friedrich Schiller (10 november 1759 - 9 mei 1805)

Portret door Louis Ammy Blanc, 1861

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichterschrijver, zanger en producer Rick de Leeuw werd geboren in Haarlem op 10 november 1960. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Rick de Leeuw op dit blog.

 

 

Planeet jeugd

 

wie heeft niet
of woont er nog
ooit verdwaald op planeet jeugd
weet van niets
zoek de grenzen
voel ik elk vezel dat
waar verbod heerst genot huist

en nooit komt later
het half beleefde kabbelende later
waar het milde midden lonkt
en achterom inmiddels net zo weids
geen fraai uitzicht biedt als de wazige blik vooruit

 

 

 

30 mensen maximaal

 

een mooie leeftijd om te sterven
als je van een drukke begrafenis houdt
met bloemen en onmacht
toespraken en een boel verdriet

 

wanneer je aan het leven hecht
nog zo veel plannen en goede vrienden hebt
kijk toch eens ze zijn er allemaal
is het hier veel te druk

 

 

 

 1491768-cdaa9a6464d0c4320d59dd9e9d678b08.jpg

Rick de Leeuw (Haarlem, 10 november 1960)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jan van Nijlen werd geboren op 10 november 1884 in Antwerpen. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan van Nijlen op dit blog.

 

 

Carpe Diem

 

Indien het waar is dat de sterren
Voor eeuwig in de ruimte staan,
Zonder dat iets in een nabije of verre
Toekomst veranderd wordt in dit bestaan,

Wat kan dan nog het doel zijn van dit leven,
Dat eens mijn zoon zal kennen zoals ik,
Dan een beperkt geluk en een heel even
Genieten van het vluchtend ogenblik.

 

 

 

Franse wijn

 

"Dégustation de vins français"
Dat is het enige wat ik ken
In deze streek van mist en regen
Waar ik gevestigd ben,
Dat nog wat zon zet in de hemel
En blijdschap in een dor gemoed,
Want waar het leven onbeleefd is
Zijn Franse wijnen dubbel zoet.

 

 

 

Grafschrift

 

Hij was een stille, zeer bedeesde man,
die hield van bloemen, dieren en insekten
totdat het warme gras zijn lichaam dekte:
't is nu gedaan met de heer Nijlen (Van).

 

 

 

 1491768-441faea1d7bb58a7548865bab16578de.jpg

Jan van Nijlen (10 november 1884 – 14 augustus 1965)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Arnold Zweig werd op 10 november 1887 in een gematigd religieuze joodse familie geboren in Glogau, Neder-Silezië (nu Głogów, Polen). Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Arnold Zweig op dit blog.

 

Uit:Education Before Verdun (Vertaald door Eric Sutton)

 

“The uproar in the starlit night, the explosions, the bursts of flame, the scream of hurtling shells – how long would it endure? Bertin could bear it no more; to him, half deafened, the repulsive dugout now seemed like a refuge; he stumbled down some steps, pushed aside a tarpaulin, and saw, by the dim illumination of a stearine cartridge, a squad of men sitting and lying about on a wire netting, their weapons ready to hand. The air was thick and smoke-laden. The faces of the sappers, the gunners, and the Saxon riflemen made him feel almost ill. Hitherto he had seen them against a background of glorious illusion; but here no illusion could survive. Here, in this clay and boarded tomb, were men for whom all hope had ended, throw-outs from the world markets now glutted with human material…

(…)

 

The air had turned to thunder, and burst upon them in a thudding tornado of steel cylinders, packed with ekrasite. Impossible to leave the trenches, which indeed were trenches no more; impossible to stay in them, when the very earth quivered and split, and leapt in volcanoes to the sky or poured into ever fresh abysses that were opened on every side. The dugouts, in which the men took refuge, collapsed; the deeper galleries, choked by the heavy shells, buried their struggling, gasping occupants, who were of no further use as fighting men, though they might be actually unhurt…”

 

 

 1491768-df3e3d36cb436e22cf05c34024c9c7b1.jpg

Arnold Zweig (10 november 1887 – 26 november 1968)

Cover

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Jacob Cats werd geboren op 10 november 1577 in Brouwershaven. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Jacob Cats op dit blog.

 

 

Wat hangt hij aan een ander man

 

Dank hebt, o wijngaard, oude stam,
dat ik een reis zo verre kwam
Dat ik mijn eigen wortel had,
En zoog voortaan mijn eigen nat.
Nu wil ik naar een ander dal,
Waar ik mijn eigen wezen zal.

De vrijheid is te grote goed,
De vrijheid is te wonder zoet:
Wat hangt hij aan een ander man,
Die van zijn eigen leven kan?

 

 

Ouderdom en buitenleven

 

Het is geen klein vermaak, te zitten met een boekje
Omtrent een groene laan, of in een eenzaam hoekje,
Te lezen enig werk, dat onze ziele sticht,
Of God een offer doen, met enig zoet gedicht.
Dit zou het leven zijn, dat ik me zou verkiezen,
Ik wou mijn eigen zelfs met zo te doen verliezen;
Ja wens alzo te zijn, tot aan mijn leste reis
Om, eer de dood genaakt, te scheiden uit het vleis.
Het is van ouds gemerkt, dat even* dorre luiden*
Nog vinden haar vermaak omtrent de groene kruiden,
Omtrent een keerstig* hout, dat in de velden groeit,
Of in het blij gewas, dat in de tuinen bloeit.
Een akker, niet te groot, naar eis te laten bouwen,
Een hof tot ons gerief te laten onderhouwen,
Een tuin daarin het moes voor onze keuken wast,
Is ja een zoet bedrijf, dat oude lieden past.

 

 

 1491768-29bc40786d1b937b379f0c3c60f7bfb5.jpg

Jacob Cats (10 november 1577 – 12 september 1660)

Portret door Ludolph de Jongh, 1659



 

Onafhankelijk van gebooortedata:

 

De Chileense schrijver Alejandro Zambra werd in 1975 geboren in Santiago de Chile, waar hij ook opgroeide. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Alejandro Zambra op dit blog.

Uit: Manieren om naar huis terug te keren (Vertaald door Luc de Rooy)

 
“Raúl was de enige in de wijk die alleen woonde. Ik vond het moeilijk me voor te stellen dat iemand alleen kon leven. Ik dacht dat alleen leven een soort straf of ziekte was.
De ochtend dat hij hier met een matras boven op zijn Fiat 500 aan kwam rijden, vroeg ik mijn moeder wanneer de rest van zijn familie zou komen, en zij antwoordde begripvol dat niet iedereen een familie had. Ik vond meteen dat we hem moesten helpen, maar naderhand begreep ik tot mijn verbazing dat mijn ouders er weinig voor voelden Raúl te helpen, dat ze meenden dat het niet nodig was, dat ze zelfs een soort weerzin ten opzichte van die magere, zwijgzame man voelden. We waren buren, we deelden een muur en een ligusterheg, maar er gaapte een enorme kloof tussen ons.
In de nieuwbouwwijk werd gezegd dat Raúl christendemocraat was en dat vond ik interessant. Het is moeilijk uit te leggen waarom een jongen van negen het interessant vond dat iemand christendemocraat was. Misschien dacht ik dat er een verband bestond tussen het christendemocraat zijn en de verdrietige situatie van het alleen wonen. Ik had mijn vader nooit met Raúl zien praten, daarom was ik er erg van onder de indruk dat ze die avond samen een sigaret rookten. Ik dacht dat ze het over zijn eenzaamheid hadden, dat mijn vader onze buurman adviezen gaf om zich over die eenzaamheid heen te zetten, al wist hij daar vast en zeker niet heel veel over te vertellen.
Ondertussen omhelsde Magali Claudia, in een hoekje iets terzijde van de groep. Ze leken zich niet erg op hun gemak te voelen. Uit beleefdheid, maar misschien ook wel om haar een streek te leveren, vroeg een buurvrouw aan Magali wat ze voor de kost deed, en zij antwoordde meteen, alsof ze de vraag verwacht had, dat ze docente Engels was.”

 

 

1491768-a278233e8f3746c4061bdff059880ee5.jpg 

Alejandro Zambra (Santiago de Chile, 1975)

 

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 10e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 18:58 Reageer op dit bericht

Aka Morchiladze, August De Winne, Oliver Goldsmith, Werner Söllner, Willem Penning, Pieter Frans van Kerckhoven

De Georgische schrijver Aka Morchiladze werd geboren op 10 november 1966 in Tbilisi. Zie ook alle tags voor Aka Morchiladze op dit blog en ook mijn blog van 10 november 2010

 

Uit: Santa Esperanza

 

“During those long six months, I was gradually becoming quite a native of the place. True, I didn't very much succeed in my Genoan talk and the local dialect of Turkish, but I managed to brush my Johnish. Frankly speaking, I still prefer this dialect of Georgian to the standard variety.
I had made friends with a number of natives, and didn't at all feel like parting with them. I often sent telegrams to my wife, saying I had found a lovely spot to settle, and frequently promised her I would do my best to move the entire family there some day; I was also quite certain of getting a proper job easily. My wife wrote me back that there was another political unrest in Georgia, with lots of people marching, demonstrating and rioting all over the capital. Certainly, I didn't feel at ease on hearing the unpleasant news from my home country, but… You can never imagine what a life I was living in that fantastic city!
It was the city that suffered from a war a year before, but there were no evident traces of the fact left or felt anywhere around. Such was St. John Citadel (or Santa City, as people prefer to call it). This illustrious residential spot was ready to overcome any troubles on its way – not with the means of brutality, violence or armed conflicts, but due to its immortality and magic!
Oh no, please, don't think of me being a foreign tourist that admires the new places of interest. It's not that sort of superficial feeling that overwhelms me right now, and makes me speak like that; I feel and know it all from within and for sure! I have always been trying to invent a city of my dreams, but when I visited Santa City, I found the never-never land already invented for me. I realized it all the very moment I saw the place first, and had constantly been thinking about returning there since.”

 

.

1491764-6ad3b6053ea141b98d719fc08c435916.jpg 

Aka Morchiladze (Tbilisi, 10 november 1966)

 

 

 

 

 

De Belgische schrijver August De Winne werd geboren in Brussel op 10 november 1861. Zie ook alle tags voor August De Winne op dit blog en ook mijn blog van 10 november 2010

 

Uit: Door arm Vlaanderen (Te Lokeren. - Eene doodende nijverheid)

 

“Ik heb het werkhuis van een haarsnijder bezocht. Het was op het einde eener binnenplaats ingericht in eene soort wagenhuis zonder zoldering, met kleine vensters en vuile ruiten. Een twintigtal werklieden zaten er op banken, en trokken bij middel van een mes, het haar van de konijnenvellen. Een weinig boven het hoofd van iederen werkman, verspreidde eene blikken lamp een geel licht in de duisternis van het werkhuis; in dat licht danste het stof. O! dat stof! het drong in de ooren, in den neus, in den mond, het belemmerde de ademhaling. Een uur na de plaats verlaten te hebben, hoestte ik nog van het stof, gedurende enkele minuten ingeademd.

- Uw bedrijf is ongezond, zegde ik tot een werkman.

- O ja, gezel, antwoordde hij mij. Wij zullen zoolang niet leven als de pastoors.

- Zijt gij hier allen vereenigd?

- Ja, allen. Een niet vereenigde zoo hier niet binnenkomen, voegde hij er met luider stem, en met nadruk bij.

De andere werklieden keurden zijn gezegde met eene hoofdbeweging goed.

Wij moeten weldra buitengaan, weggejaagd door den afschuwelijken geur en door het afgrijselijke stof.

Ik zal niet langer uitweiden over de gevaren, verbonden aan de behandeling der konijnen- en hazenvellen, die als grondstof voor de hoedenmakerij dienen. De verschrikkelijke ongezondheid dezer nijverheid is genoeg bekend.

Wat van belang is bestatigd te worden, is de neiging der nijveraars de groote steden te ontvluchten, en eene wijkplaats te zoeken in kleine provinciesteden of op den buiten, waar de werkersbevolking gedweeër, gehoorzamer, gelatener is, waar zij gemakkelijker kan uitgebuit worden dan de bewuste, strijdende volksklas der steden. Het is daardoor dat de velbereiding eene steeds grootere uitbreiding neemt, niet alleen te Lokeren, maar te Boxelaere, te Zele, in al de dorpen van het omliggende, en zelfs te Eekloo.”

 

 

 1491764-eeda9cba437273943d63236d55135925.jpg

August De Winne (10 november 1861 – 23 mei 1935)

“Te Lookeren”, illustratie uit het boek

 

 

 

 

De Ierse dichter en schrijver Oliver Goldsmith werd geboren in Pallas (Ierland) op 10 november 1730. Zie ook alle tags voor Oliver Goldsmith op dit blog en ook mijn blog van 10 november 2010

 

 

A Sonnet

 

Weeping, murmuring, complaining,
Lost to every gay delight;
MYRA, too sincere for feigning,
Fears th' approaching bridal night.

Yet, why impair thy bright perfection?
Or dim thy beauty with a tear?
Had MYRA followed my direction,
She long had wanted cause of fear.

 

 

 

On A Beautiful Youth Struck Blind With Lightning

('Imitated from the Spanish'.)

SURE 'twas by Providence design'd,
Rather in pity, than in hate,
That he should be, like Cupid, blind,
To save him from Narcissus' fate.

 

 

 

Song From 'The Vicar Of Wakefield'

 

WHEN lovely woman stoops to folly,
And finds too late that men betray,
What charm can soothe her melancholy,
What art can wash her guilt away?

The only art her guilt to cover,
To hide her shame from every eye,
To give repentance to her lover,
And wring his bosom, is -- to die.

 

 

 1491764-54d047ce8eb1552f8bb97dd5cce8fae4.jpg

Oliver Goldsmith (10 november 1730 - 4 april 1774)

Portret door C.W. Quinnell

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Werner Söllner werd geboren op 10 november 1951 in Arad, Roemenië. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Werner Söllner op dit blog.

 

 

Liebende

 

Sie wollen nichts als sein. Nicht mehr. Das Dach
ist ihnen Dach, die Last noch Lust. Noch ganz
die Silbe Wort, geteilt. Ein naher Glanz
macht sie für uns zu Fremden. Sie sind wach

 

und schlafen ruhig. Sie leben einen Traum
als gäbe es fürs Leben keine Frist,
als wäre tot, was nur vergangen ist.
Sie tragen nichts; nur jenen einen Raum,

 

in dem der andre trägt. Allein zu zweit,
sind sie im Einen. Was hat die Endlichkeit
zu tun mit ihrer Zeit? Und welche Welt

 

ist so in ihrem Sein wie jener Schlaf,
der jedem sagt, was je den andern trafg?
Sie lieben nah, sind ganz auf sich gestellt.

 

 

 

An der Donau

 

Halb lag sie auf Erde
halb lag sie auf Gras
Und etwas sich fließend
nach innen las

 

Halb schloß er die Augen
und halb war er ganz
Sprechende Pappeln
und Kieselglanz

 

Halb atme ich Wasser
und halb trink ich Stein
Ist fast vergangen
Bald wird es sein

 

 

 

 1491764-fd574f9da56e632047e611d5a8f1260d.jpg

Werner Söllner (Arad, 10 november 1951)

 

 





De Nederlandse schrijver en dichter
Willem Levinus Penning werd geboren in Schiedam op 10 november 1840. Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Willem Penning op dit blog.

 

 

 

Vrij naar Goethe

 

Wie er zwijgen kan, geen dichter!

Hoorder moet er zijn en Richter -

Gisping prikkelt, lof verplicht.

Noode biechten wij in proza;

Eerst uw fluisterzang subrosa,

Muze! maakt ons 't hart weêr licht.

 

Wat ik leed en hoe ik leefde,

Waar 'k voor streed en waar 'k naar streefde,

Kweekte één tuil, gelijk ge ziet;

Zaad van rijpe en groene jaren -

Deugden, vreugden en bezwaren,

't Kwaad zelfs - komt ten goede aan 't Lied.

 

 

 

Het nieuwe Duitschland achttien honderd achtenveertig

 

Had weldadig licht beloofd;

Maar de domper bleef niet achter -

Kneevlen zag zich elke wachter,

Vrije geest moest uitgedoofd.

 

 

 1491764-8042b60ea05c36bd851bcf01e7ccc961.jpg

Willem Penning (10 november 1840 – 29 februari 1924)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver Pieter Frans van Kerckhoven werd geboren in Antwerpen op 10 november 1818. . Zie ook mijn blog van 10 november 2010 en eveneens alle tags voor Pieter Frans van Kerckhoven op dit blog.

 

Uit: Liefde (Laurens aan David)

 

“Hoe het komt dat ik u sedert lang niet geschreven heb? - Ja, hoe komt dat? - Hoe komt het dat ik zoo vele dingen niet doe die anderen doen, en er zoo vele doe die anderen niet doen? - Dat is, zeggen de vrienden, omdat ik een origineel man ben. Het is mogelyk; maer wat wil ik u schryven, als ik u niets te vertellen heb? - Om de vriendschap te onderhouden, zult gy zeggen. - Is onze vriendschap dan zoo klein, zoo zwak, dat zy van het verzenden van briefjes op vaste tydstippen, afhangt? Ik heb er een beter gedacht over, en gy ook; ik ben er zeker van.

Gy vraegt my hoe het met myne wysgerige studiën is? - Ik ben ze ten einde, vriend, en ben tot het zelfde besluit gekomen als Salomon, dat is te zeggen, dat het alles ydelheid is, en goed eten en drinken en rusten het eenigste is wat de mensch op aerde kan verlangen. - Zoodra ik tot die eindsom gekomen ben, heb ik aen mynen baerdscheerder verzocht - ge weet dat die figaro my een soort van knecht is - van alle myne boeken naer de merkt te dragen, en ze te laten verkoopen voor wat men wilde bieden. - Er is zes franken van gekomen! - Zes franken voor het Compendium van al de filosofen, van al de wysheid die de mensch op aerde ooit heeft kunnen ontdekken. - Ik heb de zes franks aen Karel, mynen baerdscheerder, geschonken. Hy is er meê op zwier gegaen en heeft des nachts zyne gansche buerte overeind gezet. Zyne vrouw heeft hem willen tot reden brengen: doch hy heeft haer geantwoord dat hy geenen raed noodig had, daer hy op dit oogenblik de waerde van al de wereldsche wysheid in het lyf had, en zelfs nog iets meer; want de zes franken waren niet toereikend geweest en hy had er van zyne eigen beurs nog moeten by inschieten.”



1491764-ef6c0f2bdfc8e561142d6d2d19509685.jpg
Pieter Frans van Kerckhoven (10 november 1818 - 1 augustus 1857)

Geschreven door Romenu om 18:49 Reageer op dit bericht

Ivan Toergenjev, Erika Mann, Jan Decker, Anne Sexton, Velemir Chlebnikov

De Russische schrijver Ivan Sergejevitsj Toergenjev werd geboren op 9 november 1818 in Orjol, in de Oekraïne. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Ivan Toergenjev op dit blog.

 

Uit: Eerste liefde (Vertaald door Aleida G. Schot)

 

“De gasten waren reeds lang vertrokken.

De klok sloeg half een. In de kamer was alleen de heer des huizes achtergebleven met Sergej Nikolajewitsj en Wladimir Petrowitsj .

De heer des huizes belde en gaf opdracht de resten van het souper weg to ruimen.

`Dat is dus afgesproken', zei hij, terwijl hij nog wat dieper in zijn leunstoel wegzonk en een sigaar aanstak, 'ieder van ons moet de geschiedenis van zijn eerste liefde vertellen. U bent het eerst aan de beurt, Sergej Nikolajewitsj.'

Sergej Nikolajewitsj, een rond manneke met blond haar en een pafferig gezicht, keek eerst den

gastheer aan en sloeg toen zijn oogen op naar het plafond.

`Ik heb geen eerste liefde gehad', zei hij ten slotte, `ik ben dadelijk met de tweede begonnen.'

`Hoe dat zoo?'

`Heel eenvoudig. Ik was achttien jaar toen ik voor het eerst een allerliefst meisje het hof maakte, maar ik deed het alsof het niets nieuws voor me was en precies zoo als ik later andere vrouwen het hof heb gemaakt. Eigenlijk gezegd ben ik op mijn zesde jaar voor het eerst en het laatst verliefd geweest, en wel op mijn njánja - dat is dus al een heele tijd geleden.

De bijzonderheden van onze verhouding tot elkaar herinner ik mij niet meer, en indien  ik  ze mij  wel herinnerde, zou niemand er toch belang in stellen.'

`Hoe moet dat dan?' merkte de gastheer op, `over mijn eerste liefde valt ook niets bijzonders te vertellen : ik ben nooit verliefd geweest voor ik Anna Iwanowna, mijn tegenwoordige vrouw, leerde kennen, en alles ging bij ons van een leien dakje: onze vaders hadden ons voor elkaar bestemd, we gingen al spoedig van elkaar houden en trouwden zonder lang te dralen. Mijn verhaal is in twee woorden verteld. Ik moet bekennen, mijne heeren, dat, toen ik het onderwerp van de eerste liefde aanroerde, ik mijn hoop had gevestigd op u - ik zal niet zeggen oude, maar dan toch ook niet meer jonge - vrijge-zellen. Misschien hebt u ons wat interessants te verhalen, Wladimir Petrowitsj ?'

 

 

 1491152-7251fe1182053191affa564791f2c2c4.jpg

Ivan Toergenjev (9 november 1818 – 3 september 1883)

Portret door Ilya Repin, 1874

 

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Erika Mann werd geboren op 9 november 1905 in München als oudste dochter van de Duitse schrijver Thomas Mann. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Erika Mann op dit blog.

 

Uit: Wenn die Lichter ausgehen

 

«Heil Hitler!» antwortete der Fremde, aber er hob nicht den Arm, denn eine plötzliche Befangenheit hielt ihn zurück.

«Erheben Sie sich gefälligst zum deutschen Gruß!» befahl einer der beiden.

Der Fremde stand gehorsam auf.

«Heil Hitler!» riefen die Uniformierten aufs neue und reckten die Arme nach vorn.

Diesmal erhob auch der Fremde seinen rechten Arm.

«Was machen Sie hier?» fragte derjenige, der ihn zuerst angesprochen hatte.

«Nichts», gab der Fremde zur Antwort.

«Nichts?» wiederholte der SA-Mann abfällig. «Stellen Sie sich nicht dümmer, als Sie sind. Sie wissen genau, was ich meine. Warum Sie nicht zuhören, will ich wissen.

Gibt’s etwa nicht genug Lautsprecher in der Stadt?»

Der Fremde zuckte verwirrt die Achseln.

«Zuhören? Lautsprecher?»

Erst jetzt bemerkten die SA-Männer seinen fremdländischen Akzent.

«Ich bitte um Verzeihung», sagte der erste. «Sie sind Ausländer, das haben wir nicht sofort erkannt. Wir haben heute nacht Dienst und sehen uns nach Passanten um, die nicht der Rede des Führers zuhören. Bei Ausländern ist das natürlich etwas anderes. Entschuldigen Sie.»

 

 

 1491152-881ea3d2dd9a87f0154b2f7f9af33607.jpg

Erika Mann (9 november 1905 - 27 augustus 1969)

Thomas, Erika en Katia Mann in New York, 1939 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Jan Decker werd geboren op 9 november 1977 in Kassel. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Jan Decker op dit blog.

 

Uit: Überproduktion ist unsexy

 

„Ich höre ein fertig produziertes Hörspiel über Brian Wilson, den Mastermind der Beach Boys, ab. Nachdem mein Kollaborateur bei dieser freien Produktion die letzten Schnitte angelegt hat, erreicht mich die fünfte Endfassung. Wir haben es geschafft, es gibt nichts zu meckern. Nur das Windspiel am Anfang, das sich mit den Schritten von kalifornischen Badetouristen im Sand vermischt, stört mich. Da ist ein Knistern, denke ich. Und halte mein Ohr zum 20. Mal dicht an den Lautsprecher, einen Hörsturz riskierend. Ich höre weiße Mäuse, sagt mein Kollaborateur. Da ist nichts, kein Knistern, kein Rauschen, nur das Windspiel.

Goethe sagt: „Das höchste zu begreifen wäre, dass alles Faktische schon Theorie ist.“ Recht hat er. Von meinen weißen Mäusen kann mich niemand erlösen. Ich muss praktisch darüber nachdenken, warum Kunstwerke heute auf den Punkt produziert sein müssen. Eine Theorie der Überproduktion ist gefragt, und warum sie unsexy ist und Hörstürze riskiert, damit ich unsere freie Produktion über Brian Wilson abnehmen kann. Ein besonders schillerndes Beispiel der

Überproduktion fällt mir ein. Das Riesen-Rundbild des Künstlers Yadegar Asisi, das den Amazonas auf einer Leinwand in einem Leipziger Gasometer zeigt, und bereits 900.000 Besucher anlockte. Nun will Yadegar Asisi sein Riesen-Rundbild im Amazonas aufhängen, meldet die Bild-Zeitung. Und damit fängt die Überproduktion, meine ich, an.

Waren schon die Hetären, jene Geliebten bedeutender Männer im alten Griechenland, Meisterinnen der Überproduktion? Und wurde der Hang zur Überproduktion, also dem Überschuss formaler vor inhaltlichen Mitteln, von den überschminkten Kurtisanen am Hof des

französischen Sonnenkönigs weitergereicht?”

 

 

1491152-5719971ba226ffc5c5d915bf84064237.jpg
Jan Decker (Kassel, 9 november 1977)

 

 

 

 

 

De Engelse dichteres en schrijfster Anne Sexton werd geboren op 9 november 1928 in Newton, Massachusetts. Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Anne Sexton op dit blog.

 

 

The Addict

 

Sleepmonger,
deathmonger,
with capsules in my palms each night,
eight at a time from sweet pharmaceutical bottles
I make arrangements for a pint-sized journey.
I'm the queen of this condition.
I'm an expert on making the trip
and now they say I'm an addict.
Now they ask why.
WHY!

Don't they know that I promised to die!
I'm keping in practice.
I'm merely staying in shape.
The pills are a mother, but better,
every color and as good as sour balls.
I'm on a diet from death.

Yes, I admit
it has gotten to be a bit of a habit-
blows eight at a time, socked in the eye,
hauled away by the pink, the orange,
the green and the white goodnights.
I'm becoming something of a chemical
mixture.
that's it!

My supply
of tablets
has got to last for years and years.
I like them more than I like me.
It's a kind of marriage.
It's a kind of war where I plant bombs inside
of myself.

Yes
I try
to kill myself in small amounts,
an innocuous occupatin.
Actually I'm hung up on it.
But remember I don't make too much noise.
And frankly no one has to lug me out
and I don't stand there in my winding sheet.
I'm a little buttercup in my yellow nightie
eating my eight loaves in a row
and in a certain order as in
the laying on of hands
or the black sacrament.

It's a ceremony
but like any other sport
it's full of rules.
It's like a musical tennis match where
my mouth keeps catching the ball.
Then I lie on; my altar
elevated by the eight chemical kisses.

What a lay me down this is
with two pink, two orange,
two green, two white goodnights.
Fee-fi-fo-fum-
Now I'm borrowed.
Now I'm numb.

 

 

 

1491152-625d0a73fecc2f3d7b783b66ec18f301.jpg 

Anne Sexton (9 november 1928 – 4 oktober 1974)

 





De Russische dichter en schrijver
Velemir Chlebnikov werd geboren op 9 november 1885 in Tundotovo.Zie ook mijn blog van 9 november 2010 en eveneens alle tags voor Velemir Chlebnikov op dit blog.

 

 

Rus' You Are But A Kiss In The Frost

 

Rus', you are but a kiss in the frost!
The midnight roads are blueing.
Lips joined in a blue lightning bolt,
Clasped, he and she are blueing.
Sometimes at night lightning would spark
From the caress of two mouths.
And a bluing, languished lightning bolt
Would swiftly outline two coats.
And the night would shine intelligent and dark.

 

 

 

nvocation Of Laughter

 

O, laugh, laughers!
O, laugh out, laughers!
You who laugh with laughs, you who laugh it up laughishly
O, laugh out laugheringly
O, belaughable laughterhood - the laughter of laughering laughers!
O, unlaugh it outlaughingly, belaughering laughists!
Laughily, laughily,
Uplaugh, enlaugh, laughlings, laughlings
Laughlets, laughlets.
O, laugh, laughers!
O, laugh out, laughers!

 

 

1491152-ee12214dda4ce97ef94a776f6605de77.jpg 

Velemir Chlebnikov (9 november 1885 - 28 juni 1922)

In 1913

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 9e november ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 15:41 Reageer op dit bericht

Roger McGough, Mohammed Iqbal, Karin Kiwus, Imre Kertész, Carl Sagan, Raymond Devos

De Engelse dichter en schrijver Roger Joseph McGough werd geboren op 9 november 1937 in Litherland, Lancashire. Zie ook alle tags voor Roger McGough op dit blog en ook mijn blog van 9 november 2010

 

 

The Lesson

 

Chaos ruled OK in the classroom
as bravely the teacher walked in
the nooligans ignored him
hid voice was lost in the din

"The theme for today is violence
and homework will be set
I'm going to teach you a lesson
one that you'll never forget"

He picked on a boy who was shouting
and throttled him then and there
then garrotted the girl behind him
(the one with grotty hair)

Then sword in hand he hacked his way
between the chattering rows
"First come, first severed" he declared
"fingers, feet or toes"

He threw the sword at a latecomer
it struck with deadly aim
then pulling out a shotgun
he continued with his game

The first blast cleared the backrow
(where those who skive hang out)
they collapsed like rubber dinghies
when the plug's pulled out

"Please may I leave the room sir?"
a trembling vandal enquired
"Of course you may" said teacher
put the gun to his temple and fired

The Head popped a head round the doorway
to see why a din was being made
nodded understandingly
then tossed in a grenade

And when the ammo was well spent
with blood on every chair
Silence shuffled forward
with its hands up in the air

The teacher surveyed the carnage
the dying and the dead
He waggled a finger severely
"Now let that be a lesson" he said

 

 

 

1491148-16f231e8c431fbb5bc8f0b911b9acb16.jpg 

Roger McGough (Litherland, 9 november 1937)




 

De Indische dichter en schrijver Mohammed Iqbal werd geboren op 9 november 1877 in Sialkot in het tegenwoordige Pakistan. Zie ook alle tags voor Mohammed Iqbal op dit blog en ook mijn blog van 9 november 2010

 

 

Pathos Of Love

 

O Pathos of Love! You are a glossy pearl
Beware, you should not appear among strangers

The theatre of your display is concealed under the veil
The modern audience' eye accepts only the visible display

New breeze has arrived in the Existence' garden
O Pathos of Love! Now there is no pleasure in display

Beware! You should not be striving for ostentation!
You should not be obligated to the nightingale's lament!

The tulip's wine
‐cup should be devoid of wine
The dew's tear should be a mere dropp of water

Your secret should be hidden in the bosom somewhere
Your heart
‐melting tear should not be your betrayer

The flowery
‐styled poet's tongue should not be talking
Separation's complaint should not be concealed in flute's music

This age is a critic, go and somewhere conceal yourself
In the heart in which you are residing conceal yourself

The learning's surprise is neglecting you, beware!
Your immature eye is not the seeker of Truth, beware

Let the elegant thought remain in search of Truth
Let your wisdom
‐loving eye remain in astonishment

This is not the garden whose spring you may be
This is not the audience worthy of your appearance

This audience is the lover of the material sights
The purpose of your sight is the closet of secrecy

Every heart is intoxicated with the wine of thinking
Something different is the Tur of the Kalims of this age

 

 

 

 1491148-da6c54d72a024a569f3c7fa0e25b46cb.jpg

Mohammed Iqbal (9 november 1877 – 21 april 1938)

 

 


 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Karin Kiwus werd geboren op 9 november 1942 in Berlijn. Zie ook alle tags voor Karin Kiwus op dit blog en ook mijn blog van 9 november 2010

 

 

Lösung

 

Im Traum
nicht einmal mehr
suche ich
mein verlorenes Paradies
bei dir

 

ich erfinde es
besser allein
für mich

 

In Wirklichkeit
will ich
einfach nur leben
mit dir so gut
es geht

 

 

 

So oder so

Schön
geduldig
miteinander
langsam alt
und verrückt werden

andrerseits

allein
geht es natürlich
viel schneller

 

 

 

1491148-4bc713ab6370ef36560c83543bdfd20c.jpg 

Karin Kiwus (Berlijn, 9 november 1942)






De joods-Hongaarse schrijver
Imre Kertész werd geboren op 9 november 1929 in Boedapest. Zie ook alle tags voor Imre Kertész op dit blog en ook mijn blog van 9 november 2010

 

Uit: Liquidation

 

“You just sit there and tolerate it, the same way everything in this country is tolerated. Every deception, every lie, every bullet in the brains. Just as you are already tolerating bullets in the brains that will be implemented only after the bullet is put in your brains.”

(…)

 

“Kingbitter, as he did frequently nowadays, was standing at his window and looking out onto the street below. This street offered the most mundane and ordinary sights of Budapest's mundane and ordinary streets. The muck-, oil-, and dog-dirt-spattered sidewalk was lined with parked cars, and in the one-yard gaps between the cars and the leprotically peeling house walls the most mundane and ordinary passersby were attempting to go about their business, their hostile features an outward clue to their dark thoughts. Every now and then, perhaps in a hurry to overtake the single file inching along the front, one of them would step off the sidewalk, only for an entire chorus of rancorous car horns to give the lie to any groundless hope of breaking free from the line.”

(…)

 

“Man, when reduced to nothing, or in other words a survivor, is not tragic but comic, because he has no fate.”

 

 

1491148-afd5dd311c7127b2df3d8881e9622582.jpg
Imre Kertész (Boedapest, 9 november 1929)

 

 

 

 

De Belgische humorist, cabaretier en schrijver Raymond Devos werd geboren in Moeskroen op 9 november 1922. Zie ook alle tags voor Raymond Devos op dit blog en ook mijn blog van 9 november 2010.

 

 

Sévère mais juste


Hier soir, je rentre chez moi... Qu'est-ce que j'apprends ?
J'apprends que le chat avait mangé la pâtée du chien...
Ah, mon vieux ! J'ai mis le chat dehors.
Là-dessus, qu'est-ce que j'apprends ?
J'apprends que le chien avait mangé la côtelette de ma femme...
Ah, mon vieux ! J'ai mis le chien dehors.
Là-dessus, qu'est-ce que j'apprends ?
Que ma femme avait mangé mon beefsteack.
Ah, mon vieux !... J'ai mis ma femme dehors.
Là-dessus, qu'est-ce que je découvre ?
Que le lait que j'avais bu le matin était celui du chat.
Ah, mon vieux !... J'ai fait rentrer tout le monde...
Et je suis sorti.
Sévère... mais juste.

 

 

 

Le parcmètre


Les parcmètres, c'est une tricherie.
Vous savez que ça rapporte une fortune aux pouvoir publics.
Une fortune.
Je le sais parce que mon voisin s'est fait installer un petit parcmètre clandestin devant chez lui.
Tous les soirs, il va retirer la recette.
Il vit bien.
Il s'est même acheté une voiture.
Évidemment, il l'a mise devant son parcmètre.
Depuis, il ne fait plus un rond.
Mais ça, c'est de sa faute.

 

 

1491148-9f5cb34e2da5afd8028fb95c77d466a1.jpg 

Raymond Devos (9 november 1922 - 15 juni 2006)

 

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver, astronoom en populariseerder van de wetenschap Carl Edward Sagan werd geboren in New York op 9 november 1934. Zie ook alle tags voor Carl Sagan op dit blog en ook mijn blog van 9 november 2010.

 

Uit: Cosmos

 

“The size and age of the Cosmos are beyond ordinary human understanding. Lost somewhere between immensity and eternity is our tiny planetary home. In a cosmic perspective, most human concerns seem insignificant, even petty. And yet our species is young and curious and brave and shows much promise. In the last few millennia we have made the most astonishing and unexpected discoveries about the Cosmos and our place within it, explorations that are exhilarating to consider. They remind us that humans have evolved to wonder, that understanding is a joy, that knowledge is prerequisite to survival. I believe our future depends on how well we know this Cosmos in which we float like a mote of dust in the morning sky.”

(…)

 

“The Cosmos is all that is or was or ever will be. Our feeblest contemplations of the Cosmos stir us -- there is a tingling in the spine, a catch in the voice, a faint sensation, as if a distant memory, of falling from a height. We know we are approaching the greatest of mysteries.”

 

 

 1491148-ccae3ec17b0b6e852a6ec861249e0a94.jpg

Carl Sagan (9 november 1934 – 20 december 1996)

Geschreven door Romenu om 15:18 Reageer op dit bericht

Kazuo Ishiguro, Joshua Ferris, Herbert Hindringer, Elfriede Brüning, Margaret Mitchell

De Japanse schrijver Kazuo Ishiguro werd op 8 november 1954 geboren in Nagasaki. Zie ook mijn blog van 8 november 2010 en eveneens alle tags voor Kazuo Ishiguro op dit blog.

 

Uit: The Remains of the Day

 

“But what is the sense in forever speculating what might have happened had such and such a moment turned out differently? One could presumably drive oneself to distraction in this way. In any case, while it is all very well to talk of 'turning points', one can surely only recognize such moments in retrospect. Naturally, when one looks back to such instances today, they may indeed take the appearance of being crucial, precious moments in one's life; but of course, at the time, this was not the impression one had. Rather, it was as though one had available a never-ending number of days, months, years in which to sort out the vagaries of one's relationship with Miss Kenton; an infinite number of further opportunities in which to remedy the effect of this or that misunderstanding. There was surely nothing to indicate at the time that such evidently small incidents would render whole dreams forever irredeemable.”

(…)

 

“It is sometimes said that butlers only truly exist in England. Other countries, whatever title is actually used, have only manservants. I tend to believe this is true. Continentals are unable to be butlers because they are as a breed incapable of the emotional restraint which only the English race are capable of. Continentals - and by and large the Celts, as you will no doubt agree - are as a rule unable to control themselves in moments of a strong emotion, and are thus unable to maintain a professional demeanour other than in the least
> challenging of situations. If I may return to my earlier metaphor - you will excuse my putting it so coarsely - they are like a man who will, at the slightest provocation, tear off his suit and his shirt and run about screaming. IN a word, "dignity" is beyond such persons. We English have an important advantage over foreigners in this respect and it is for this reason that when you think of a great butler, he is bound, almost by definition, to be an Englishman.”

 

 

1490721-91787192c49cbf84a1772b79d8b74f7b.jpg 

Kazuo Ishiguro (Nagasaki, 8 november 1954)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijver Joshua Ferris werd op 8 november 1974 in Danville, Illinois geboren. Zie ook mijn blog van 8 november 2010 en eveneens alle tags voor Joshua Ferris op dit blog.

 

Uit: Then We Came to the End

 

“We recalled looking at Frank and thinking he had six months, tops. Old Brizz, we called him. He smoked like a fiend. He stood outside the building in the most inclement weather, absorbing Old Golds in nothing but a sweater vest. Then and only then, he looked indomitable.When he returned inside, nicotine stink preceded him as he walked down the hall, where it lingered long after he entered his office. He began to cough, and from our own offices we heard the working-up of solidified lung sediment. Some people put him on their Celebrity Death Watch every year because of the coughing, even though he wasn't an official celebrity. He knew it, too, he knew he was on death watch, and that certain wagering individuals would profit from his death. He knew it because he was one of us, and we knew everything.

We didn't know who was stealing things from other people's workstations. Always small items - postcards, framed photographs. We had our suspicions but no proof. We believed it was probably not for the loot so much as the excitement - the shoplifter's addictive kick, or maybe it was a pathological cry for help. Hank Neary, one of the agency's only black writers, asked, "Come on, now- who would want my travel toothbrush?"

We didn't know who was responsible for putting the sushi roll behind Joe Pope's bookshelf. The first couple of days Joe had no clue about the sushi. Then he started taking furtive sniffs at his pits, and holding the wall of his palm to his mouth to get blowback from his breath. By the end of the week, he was certain it wasn't him.We smelled it, too. Persistent, high in the nostrils, it became worse than a dying animal. Joe's gorge rose every time he entered his office. The following week the smell was so atrocious the building people got involved, hunting the office for what turned out to be a sunshine roll- tuna, whitefish, salmon, and sprouts. Mike Boroshansky, the chief of security, kept bringing his tie up to his nose, as if he were a real cop at the scene of a murder.”

 

 

 1490721-479b9c567fd2f6382f09f12f3ba7136e.jpg

Joshua Ferris (Danville, 8 november 1974)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Herbert Hindringer werd geboren op 8 november 1974 in Passau. Zie ook mijn blog van 29 december 2010.

 

 

unbehelligt

 

auf dass der schatten eine firma gründet 
damit nur dort investiert wird, wo auch etwas herausspringt
und geschenke des himmels unbehelligt bleiben
so will ich also sein: ablagefläche für ein haar von dir
im wege stehen, wenn du niemanden etwas angehst
dranbleiben, wenn du dich ausziehst

dass du die meine bleibst, das hoffe ich 
der grund dafür, einen lauten schrei für mich zu behalten
damit ich irgendwann sagen kann, jeder liebt ein regengedicht
weil wir obenauf sind, trocken hinter den ohren
und wissen, was es heisst zu zweit zu sein 
ganz ohne den schatten eines allerletzten tages

 

 

 

1490721-da9049adeb60553b0407fedf1fe27add.jpg 

Herbert Hindringer (Passau, 8 november 1974)

 

 

 

 


De Duitse schrijfster Elfriede Brüning werd geboren op 8 november 1910 in Berlijn. Zij viert vandaag haar 103e verjaardag! Zie ook mijn blog van 8 november 2010 en eveneens alle tags voor Elfriede Brüning op dit blog.

 

Uit: Kaffeefahrt ins Paradies

 

“Eine junge Frau tauchte plötzlich neben mir auf, sie wollte das Fahrgeld kassieren. Der Maulfaule neben mir zückte den Geldschein. Ich zögerte noch. Konnte man den Betrag nicht von meinem Gewinn abziehen? Die Frau sah mich an, als hätte ich chinesisch gesprochen. Auch die Umsitzenden, die meine Frage gehört hatten, schienen amüsiert. "Wir haben doch alle gewonnen", sagte eine Alte, die vor mir saß, und zum Beweis hielt sie mir ihren Voucher hin, der haargenau dem meinen glich. „Haben Sie nicht das Kleingedruckte gelesen?“ fragte sie. „Nur zu verrechnen mit einem MTF, steht da.“ Sie meinte mich nun genügend unterrichtet zu haben und wandte mir wieder den Rücken zu. Ich aber verstand nicht. Was hieß „MTF“?  „Frau!“ ließ sich jetzt sogar der Maulfaule vernehmen. „ Sie müssen eine Reise buchen, eine Mehr-Tages-Reise – compris? Von dem Reisepreis wird ihr Gewinn abgezogen?“ Er schien mich für senil zu halten. Doch inzwischen hatte ich begriffen, und- war ungeheuer erleichtert! Nicht auszudenken, schoß es mir durch den Kopf, wenn der Reisveranstalter die Gewinne an alle vierundvierzig Insassen des Busses hätte auszahlen müssen! Das waren ja zehntausend Mark, die der Busfahrer an seinem Leibe hätte mitführen müssen, alle in kleinen Scheinen – eine verlockende Beute für Männer mit Strumpfmasken, die man nur zu gut aus Krimis vom Fernsehen kennt. Und selbst wenn kein Überfall von außen zu befürchten war – Bankräuber und ähnliche rechneten ja mit größeren Summen -, konnte man der Seriosität aller Mitreisenden sicher sein? Wem durfte man heute noch trauen? Nein, ich war den Veranstaltern für ihre Kopplungs-Idee geradezu dankbar und harrte nun beruhigt aller weiteren Überraschungen.“

 

 

 1490721-a198cde8cfc1a0a2bbcb6017dc7ade5b.jpg

Elfriede Brüning (Berlijn, 8 november 1910)

 

 

 

 

De Ameikaanse schrijfster Margaret Mitchell werd geboren op 8 november 1900 in Atlanta, Georgia. Zie ook alle tags voor Margaret Mitchell op dit blog en ook mijn blog van 8 november 2010.

 

Uit: Gone with the wind

 

“The road down to the river lay red and scorching between the ruined cotton fields. There were no trees to cast a shade and the sun beat down through Mammy's sunbonnet as if it were made of tarlatan instead of heavy quilted calico, while the dust floating upward sifted into her nose and throat until she felt the membranes would crack if she spoke. Deep ruts and furrows were cut into the road where horses had dragged heavy guns along it and the red gullies on either side were deeply gashed by the wheels. The cotton was mangled and trampled where cavalry and infantry, forced off the narrow road by the artillery, had marched through the green bushes, grinding them into the earth. Here and there in road and fields lay buckles and bits of harness leather, canteens flattened by hooves and caisson wheels, buttons, blue caps, worn socks, bits of bloody rags, all the litter left by a marching army.

 

1490721-f7e6a4d1e28f56cabb5dfe42f4994be4.jpg 

Scene uit de film 'Gone with the wind' uit 1939

 

 

She passed the clump of cedars and the low brick wall which marked the family burying ground, trying not to think of the new grave lying by the three short mounds of her little brothers. Oh, Ellen — She trudged on down the dusty hill, passing the heap of ashes and the stumpy chimney where the Slattery house had stood, and she wished savagely that the whole tribe of them had been part of the ashes. If it hadn't been for that nasty Emmie, who'd had a bastard brat by their overseer — Ellen wouldn't have died.

She moaned as a sharp pebble cut into her blistered foot. What was she doing here? Why was Scarlett O'Hara, the belle of the County, the sheltered pride of Tara, tramping down this rough road almost barefoot? Her little feet were made to dance, not to limp, her tiny slippers to peep daringly from under bright silks, not to collect sharp pebbles and dust. She was born to be pampered and waited upon, and here she was, sick and ragged, driven by hunger to hunt for food in the gardens of her neighbors.”

 

 

1490721-685cc6890ae7629830401f33b1e31ec7.jpg 

Margaret Mitchell (8 november 1900 – 16 augustus 1949)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 8e november ook mijn blog van 8 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:09 Reageer op dit bericht

100 Jaar Albert Camus, Jan Vercammen, Albert Helman, Antonio Skármeta, Pierre Bourgeade, W. S. Rendra

100 Jaar Albert Camus

 

 

De Franse schrijver en filosoof Albert Camus werd geboren op 7 november 1913 in Mondovi, Algerije. Dat is vandaag precies 100 jaar geleden. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Camus op dit blog.

 

Uit: l'Étranger

 

« Le soir, Marie est venue me chercher et m'a demandé si je voulais me marier avec elle. J'ai dit que cela m'était égal et que nous pourrions le faire si elle le voulait. Elle a voulu savoir alors si je l'aimais. J'ai répondu comme je l'avais déjà fait une fois, que cela ne signifiait rien mais que sans doute je ne l'aimais pas. "Pourquoi m'épouser alors?" a-t-elle dit. Je lui ai expliqué que cela n'avait aucune importance et que si elle le désirait, nous pouvions nous marier. D'ailleurs, c'était elle qui le demandait et moi je me contentais de dire oui. Elle a observé alors que le mariage était une chose grave. J'ai répondu : "Non". Elle s'est tue un moment et elle m'a regardé en silence. Puis elle a parlé. Elle voulait simplement savoir si j'aurais accepté la même proposition venant d'une autre femme, à qui je serais attaché de la même façon. J'ai dit: "Naturellement."
Elle s'est demandé alors si elle m'aimait et moi, je ne pouvais rien savoir sur ce point.
Après un autre moment de silence, elle a murmuré que j'étais bizarre, qu'elle m'aimait sans doute à cause de cela mais que peut-être un jour je la dégoûterais pour les mêmes raisons. Comme je me taisais, n'ayant rien à ajouter, elle m'a pris le bras en souriant et elle a déclaré qu'elle voulait se marier avec moi. J'ai répondu que nous le ferions dès qu'elle le voudrait. Je lui ai parlé alors de la proposition du patron et Marie m'a dit qu'elle aimerait connaître Paris. Je lui ai appris que j'y avais vécu dans un temps et elle m'a demandé comment c'était. Je lui ai dit: "C'est sale. Il y a des pigeons et des cours noires. Les gens ont la peau blanche."
Puis nous avons marché et traversé la ville par ses grandes rues. Les femmes étaient belles et j'ai demandé à Marie si elle le remarquait. Elle m'a dit que oui et qu'elle me comprenait. Pendant un moment, nous n'avons plus parlé. Je voulais cependant qu'elle reste avec moi et je lui ai dit que nous pouvions dîner ensemble chez Céleste. Elle en avait bien envie, mais elle avait à faire. Nous étions près de chez moi et je lui ai dit au revoir. Elle m'a regardé: "Tu ne veux pas savoir ce que j'ai à faire?" Je voulais bien le savoir, mais je n'y avais pas pensé et c'est ce qu'elle avait l'air de me reprocher. Alors, devant mon air empêtré, elle a encore ri et elle a eu vers moi un mouvement de tout le corps pour me tendre sa bouche.”

 

 

 1490190-5c1f96166a15f80baec654da3a6dad52.jpg

Albert Camus (7 november 1913 – 4 januari 1960)

 

 

 

 

De Vlaamse dichter en schrijver Jan Vercammen werd geboren in Temse op 7 november 1906. Zie ook alle tags voor Jan Vercammen op dit blog.

 

 

Nacht

Voor André Demedts

 

Nu denken menschen weer aan God en dood.

Dit uur gaat trager dan alle andere uren,

het dooft op de helling de late vuren

en dan wordt de nacht angstwekkend groot,

 

groot en gescheiden van Gods bestaan,

buiten bereik van doods gretige handen:

wie tast naar zijn altijd-wijkende wanden,

glijdt in bewustzijn uit daglijken waan.

 

Zoo denkt een mensch dan aan God en dood,

hij zal uit hun verwijdering hen kennen:

hij vergat in de doode de dood te erkennen

en God in 't gebed om het dagelijksch brood.

 

Een vogel krijt zijn angst verbijsterd uit,

omdat de schaduw stolt omheen zijn vlerken

en hij zich uit den boom niet los kan werken,

zoodat hij weer, bewusteloos, zijn oogen sluit.

 

De sterren zijn een diepe en schoone droom geweest

en zijn in een ontzegde paradijs gebleven;

alleen herinnering is met ons uitgedreven,

waarvan nu niemand meer voorgoed geneest.

 

Dit is een nacht, waaraan zich onrust voedt

om liefde en eeuwigheid - en om den morgen:

hij vindt wat diepst in ons was weggeborgen,

waardoor elk mensch een duistre zonde boet.

 

Hij maakt ons hart angstwekkend groot

als hij, hij kan het nauwelijks bevatten.

Wie dolf naar herinnerings diepste schatten,

vindt nu de geheimnis van God en dood.

 

 

 1490190-499efb2df59372092ea2b44e67487462.jpg

Jan Vercammen (7 november 1906 – 5 augustus 1984)

Portret door Rik Slabbinck, z.j.

 

 

 

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Albert Helman werd geboren op 7 november 1903 in Paramaribo. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Albert Helman op dit blog.

 

Uit: Het eind van de kaart

 

“Maandag 11 april 1955

- Waar we precies naar toe zouden gaan wist ik pas op het ogenblik van vertrek. Ik kende de richting, ik kende de rivieren, hoewel ten dele slechts bij naam, en kende ook de reden van de expeditie, maar niet veel meer dan dit hoogst summiere beetje. Bob, onze leider - een nog jonge maar veelzijdige en al ervaren ingenieur - was zo in beslag genomen met de voorbereidingen, met het geven van aanwijzingen en het denken aan talloze details, al sinds de dag van onze afspraak dat ik mee zou gaan, dat een nauwkeurige aanduiding van het punt tot waar wij zouden reizen eenvoudig niet uit hem los te krijgen was, en ik ook niet te zeer durfde aandringen op nadere uiteenzettingen. Hij mocht het eens in zijn hoofd krijgen mijn nieuwsgierigheid als een zweem van aarzeling te beschouwen... Dat mocht in geen geval, want ik had al jaren naar een gelegenheid als deze uitgezien.

Zo kwam het dan dat ik belangstellenden thuis in Paramaribo-ironische, meewarige, hoofdschuddende zelfs-op mijn beurt alleen een vage aanduiding kon geven. ‘Tot ongeveer daar’, - en dan noemde ik maar een schilderachtige naam of liet mijn vinger dwalen langs de grillige rivierlijn op het uiterst rechtse deel van mijn kaart. En een beetje dwaasheid moest ik mezelf toch wel bekennen...

Maar toen wij aan boord stapten van de vrij comfortabele ‘Afobaka’, de grote motorboot waarmee wij het eerste, gemakkelijkste stuk door overbekend gebied zouden afleggen, en Bobs vrouw bij het afscheid vroeg: ‘En tot waar gaan jullie nou precies?’, toen werd tenminste een duidelijke naam genoemd en nog een: de Tosso-kreek, west van de Marowijne, en Affisiti, een plaatsje aan de hoofdrivier. Begrippen die aan nauwkeurigheid niets te wensen overlieten. En ik voelde mij opeens minder dwaas en ietwat gericht, - op wat eigenlijk? Een naam, een kronkellijntje, een stip op de kaart, meer niet. Ik had er geen flauw idee van hoe dit alles eruit zou zien, noch hoe groot de kronkelige afstanden waren die wij gingen afleggen.”

 

 

1490190-a3ff73ed539e8b23c1ee713e07b4f11a.jpg 

Albert Helman (7 november 1903 - 7 oktober 1996)

Portret door Otto B. de Kat, 1929

 

 

 

 

De Chileense schrijver Antonio Skármeta werd geboren op 7 november 1940 in Antofagasta. Zie ook alle tags voor Antonio Skármeta op dit blog en ook mijn blog van 7 november 2010

 

Uit: The Postman (Vertaald door Katherine Silver)

 

“As a result of two trivial yet fortunate circumstances, Mario Jiménez launched himself on a new career in the month of June 1969. The first was his aversion to fishing -- or, more to the point, an aversion to those tasks that required him to be out of bed before dawn, a propitious time of day for dreaming about daring affairs with women as passionate as those who appeared on the screen at the San Antonio Movie Theater. This habit, as well as a permanent susceptibility to real or invented colds, excused him, more often than not, from preparing the tackle for his father's boat, gave him full license to stay snuggling under thick ponchos from the southern islands, and allowed him to perfect his oneiric idylls until his father, José Jiménez, returned from the high seas, soaked and hungry, at which time Mario, to appease his own guilty conscience, prepared lunch: toasty fresh bread, a lively salad of tomatoes and onions with parsley and cilantro, and for himself an aspirin, which he dramatically ingested at the moment his progenitor's sarcasm penetrated the very marrow of his bones.

"Go get a job" was his father's brutal, straightforward statement, summing up an accusatory stare that had lasted at least five, if not ten, minutes.

"Sure, Dad," Mario answered, wiping his nose on the sleeve of his jacket.

The second circumstance consisted of Mario's possession of a cheery Legnano bicycle, which carried him beyond the rather limited horizon of the fisherman's bay and into the port of San Antonio which, though insignificant, seemed Babylonian in comparison to Mario's own little hamlet. The mere sight of those movie posters of women with promiscuous mouths, and tough guys with impeccable teeth chewing cigars, sent him into a trance only two hours in a dark theater could possibly cure.”

 

 

1490190-1173fcdd724ee828b35f72d29cb81678.jpg 

Antonio Skármeta (Antofagasta, 7 november 1940)

 

 

 

 

 

De Franse schrijver, scenarioschrijver, essayist, dichter, journalist en fotograaf Pierre Bourgeade werd geboren in Morlanne op 7 november 1927. Zie ook mijn blog van 7 november 2010 en eveneens alle tags voor Pierre Bourgeade op dit blog.

 

Uit: Les pisseuses

 

S’il suffisait à l’être humain de pisser...

S’il suffisait à l’être humain de pisser pour devenir l’objet d’une oeuvre d’art, alors on peut penser que les innombrables femmes qui, par la peinture, la sculpture, la photographie, ont consacré leur vie à l’Art, n’eussent pas manqué de nous monter leur double humain, le mâle, debout sur ses deux jambes, et le sexe à la main, en train d’uriner contre le mur.

Or, le fait que ces femmes, toutes admirables, se soient abstenues de montrer cela, alors que, de la peinture attique conservée au musée de Naples qui nous montre une femme nue s’apprêtant à pisser au-dessus d’un vase, à la banale et sublime paysanne de Rembrandt qui, s’étant accroupie au détour d’un sentier accomplit vivement ce “besoin naturel”, écartant de la main droite son linge, la main gauche retenant son chapeau, les yeux prompts s’assurant que ni le Ciel, ni l’homme ne peuvent la surprendre, et des femmes urinant dans les oeuvres de Jérôme Bosch à celles qu’au plus fort de sa vieillesse, c’est à dire de son art, ne craignant pas de revenir au coeur des choses, dessina Picasso,

la pisseuse, soit l’être humain de sexe féminin, accroupie neuf mois sur dix, les cuisses écartées, le sexe ouvert, le cul rivé au sol, à l’opposé exact du visage, des yeux qui regardent ailleurs, le ciel, quoi, l’infini, n’a cessé de hanter, depuis l’aube des temps, l’esprit de l’artiste homme -qui n’a pas reculé devant ce qui fit reculer la femme, la femme peintre, la femme poète !

Il fallut en effet attendre plusieurs siècles pour que, prenant subitement sa place entre le lointain céramiste athénien et Pablo Picasso, un poète, un enfant , Arthur Rimbaud , se déclare pissant, dans les célèbres vers datés de 1871- il n’a pas dix-sept ans :

 

Doux comme le seigneur du cédre et de l’hysope

Je pisse vers les ciels bruns très haut et très loin

Avec l’assentiment des grands héliotropes

 

Le lecteur de ces pages sait combien de fois Stéphane Mallarmé vit (drôle de mot ici !) Arthur Rimbaud :une seule fois.”.

 

 

 1490190-6791056d8b82776fac56f1f46e41d614.jpg

Pierre Bourgeade (7 november 1927 – 12 maart 2009)

"La pisseuse" door Pablo Picasso, 1965

 

 

 

 

 

De Indonesische dichter en toneelregisseur Wahyu Sulaeman Rendra (eig. Willibrordus Surendra Broto Rendra) werd geboren in Surakarta op 7 november 1935. Zie ook alle tags voor W. S. Rendra op dit blog.

 

 

God, I Love You

 

I am weak
But not helpless
I am not complaining about the pain
or the itch 

I want to drink tajin
I never have difficulty breathing
but my physique is not satisfactory
to have a normal and ideal position 

I want to cleanse my body
from chemical poison

I want to return to nature’s way
I want to improve my dedication
to Allah

God, I love you

 

 

 1490190-fa0090c8d690da48bf133385663bec83.jpg

W. S. Rendra (7 november 1935 - 6 augustus 2009)

 

 

 

 

Zie voor meer schrijvers van de 7e november ook mijn blog van 7 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:36 Reageer op dit bericht

Robert Musil, Michael Cunningham, Nelleke Noordervliet, Bea Vianen, Bert Vanheste

De Amerikaanse schrijver Michael Cunningham is geboren in Cincinnati, Ohio op 6 november 1952. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Michael Cunningham op dit blog.

 

Uit: Flesh And Blood

 

“He could wait until harvest time and descend triumphantly, carrying an eggplant or a pepper, perhaps a tomato. He could walk through the autumn dusk to the house where his mother would be laying out supper for his father and brothers. The light would be at his back, hammered and golden. It would cut into the dimness of the kitchen as he threw open the door. His mother and father and brothers would look at him, the runt, of whom so little was expected. When he stood in the vineyard looking down at the world—the ruins of the Papandreous‘ farm, the Kalamata Company‘s olive groves, the remote shimmer of town—he thought of climbing the rocks one day to find green shoots pushing through his patch of dust. The priest counseled that miracles were the result of diligence and blind faith. He was faithful.
And he was diligent. Every day he took his ration of water, drank half, and sprinkled half over his seeds. That was easy, but he needed better soil as well. The pants sewn by his mother had no pockets, and it would be impossible to steal handfuls of dirt from his father‘s garden and climb with them past the goats‘ shed and across the curving face of the rock without being detected. So he stole the only way he could, by bending over every evening at the end of the workday, as if tying down one last low vine, and filling his mouth with earth. The soil had a heady, fecal taste; a darkness on his tongue that was at once revolting and strangely, dangerously delicious. With his mouth full he made his way up the steep yard to the rocks. There was not much risk, even if he passed his father or one of his brothers. They were used to him not speaking. They believed he was silent because his thoughts were simple. In fact, he kept quiet because he feared mistakes. The world was made of mistakes, a thorny tangle, and no amount of cord, however fastidiously tied, could bind them all down. Punishment waited everywhere. It was wiser not to speak.”

 

 

 1489692-0834783700832566e2edc26bb81e3649.jpg

Michael Cunningham (Cincinnati, 6 november 1952)

 




De Oostenrijkse schrijver Robert Musil werd geboren op 6 november 1880 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Robert Musil op dit blog.

 

Uit: Der Mann ohne Eigenschaften

 

„Über dem Atlantik befand sich ein barometrisches Minimum; es wanderte ostwärts, einem über Rußland lagernden Maximum zu, und verriet noch nicht die Neigung, diesem nördlich auszuweichen. Die Isothermen und Isotheren taten ihre Schuldigkeit. Die Lufttemperatur stand in einem ordnungsgemäßen Verhältnis zur mittleren Jahrestemperatur, zur Temperatur des kältesten wie des wärmsten Monats und zur aperiodischen monatlichen Temperaturschwankung. Der Auf- und Untergang der Sonne, des Mondes, der Lichtwechsel des Mondes, der Venus, des Saturnringes und viele andere bedeutsame Erscheinungen entsprachen ihrer Voraussage in den astronomischen Jahrbüchern. Der Wasserdampf in der Luft hatte seine höchste Spannkraft, und die Feuchtigkeit der Luft war gering. Mit einem Wort, das das Tatsächliche recht gut bezeichnet, wenn es auch etwas altmodisch ist: Es war ein schöner Augusttag des Jahres 1913.

Autos schossen aus schmalen, tiefen Straßen in die Seichtigkeit heller Plätze. Fußgängerdunkelheit bildete wolkige Schnüre. Wo kräftigere Striche der Geschwindigkeit quer durch ihre lockere Eile fuhren, verdickten sie sich, rieselten nachher rascher und hatten nach wenigen Schwingungen wieder ihren gleichmäßigen Puls. Hunderte Töne waren zu einem drahtigen Geräusch ineinander verwunden, aus dem einzelne Spitzen vorstanden, längs dessen schneidige Kanten liefen und sich wieder einebneten, von dem klare Töne absplitterten und verflogen. An diesem Geräusch, ohne daß sich seine Besonderheit beschreiben ließe, würde ein Mensch nach jahrelanger Abwesenheit mit geschlossenen Augen erkannt haben, daß er sich in der Reichshaupt- und Residenzstadt Wien befinde. Städte lassen sich an ihrem Gang erkennen wie Menschen. Die Augen öffnend, würde er das gleiche an der Art bemerken, wie die Bewegung in den Straßen schwingt, bei weitem früher als er es durch irgendeine bezeichnende Einzelheit herausfände. Und wenn er sich, das zu können, nur einbilden sollte, schadet es auch nichts. Die Überschätzung der Frage, wo man sich befinde, stammt aus der Hordenzeit, wo man sich die Futterplätze merken mußte. Es wäre wichtig, zu wissen, warum man sich bei einer roten Nase ganz ungenau damit begnügt, sie sei rot, und nie danach fragt, welches besondere Rot sie habe, obgleich sich das durch die Wellenlänge auf Mikromillimeter genau ausdrücken ließe; wogegen man bei etwas so viel Verwickelterem, wie es eine Stadt ist, in der man sich aufhält, immer durchaus genau wissen möchte, welche besondere Stadt das sei. Es lenkt von Wichtigerem ab.”

 

 

 1489692-f519ff7090210418cf06d993f91e50c3.jpg

Robert Musil (6 november 1880 – 15 april 1942)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Nelleke Noordervliet werd op 6 november 1945 in Rotterdam geboren. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Nelleke Noordervliet op dit blog.

 

Uit: Vrij man 

 

“Ik kijk op een oude kaart van Rotterdam, mijn geboortestad. Daar heb ik mijn hoofdpersoon geplaatst. Met opzet. Amsterdam beheerst ons beeld van de Gouden Eeuw. De grachtengordel getuigt tot op de dag van vandaag van de bloei van de stad. Ik woon er zelf. De buurt is een dorp. Het leven is er net zo bruisend en intiem als toen. Maar de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën was groter. Er waren meer steden van belang: Dordrecht, Leiden, Haarlem, Delft, Hoorn, Enkhuizen, Middelburg, en ja, nadrukkelijk ook Rotterdam. Ik wil een verhaal vertellen dat speelt in de zeventiende eeuw, en dat clichés vermijdt. De proloog van het boek speelt zich dan wel af in het New York van nu, het echte verhaal begint in het Rotterdam van toen.

De stad staat als een driehoek op de rivier. Het water is de brede basis, in ieder opzicht de levensader van de stad. De oude Laurenskerk is het stoere hart. Aan de kant van de Coolvest zijn de nieuwe huizen van rijke kooplieden gebouwd. Aan de kant van de Hoogstraat wat stegen en sloppen, het gasthuis. In de haven wemelen de schepen en scheepjes. De geur van brak water. Kooplieden en schippers uit alle windstreken. Wacht even, ik ben al te ver... Ik moet terug. Niet praten over geuren en kleuren en pittoreske tafereeltjes. Kijken. Net zo lang kijken tot ik kan zien. Kijken tot ik kan zien hoe het was. Ik kijk urenlang, vooral naar kaarten en prenten, de koele weergevers van de werkelijkheid, en verplaats me in iemand voor wie dat alles gewoon was, voor wie de stad noch een geschiedenis noch een toekomst had.

Ik moet veel afleren.

Ik ben doordrenkt van zeventiende-eeuwse beelden. Uit alle historieplaten, schilderijen, beschrijvingen, romans, is een composietbeeld ontstaan dat het clair-obscur van Rembrandt verbindt met het boertige van Jan Steen en de intimiteit van Vermeer, dat de hoofsheid van Hooft koppelt aan de barokke taal van Vondel en de amoureusheid van Bredero. Het is het Holland van de Ruysdaelluchten en de Avercampwinterlandschappen.”

 

 

 1489692-16260683ca5a009a85a37429f3ee15a4.jpg

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 6 november 1945)

 





De Surinaamse dichteres en schrijfster
Bea Vianen werd geboren in Paramaribo op 6 november 1935. Zie ook mijn blog van 6 november 2010 en eveneens alle tags voor Bea Vianen op dit blog.

 

 

Positie

 

Wat ik al niet heb kunnen krijgen!

- verstoten afgeweerd.

Gemaakt en gebroken heb ik gedaan

wat ik zelf wou;

 

niemand is aansprakelijk,

aan niemand gaf ik het recht

zich in te laten met mijn daden

die dieper raken dan mijn huid.

 

Heel lang geleden

bestond zij, de liefde: een tabbetje,

een rif, een atòl,

ver van de praatjes en de leugens

ging zij, een korjaal, méé met de stroom.

 

Toen op een morgen werd ik wakker

de stilte gehaakt in mijn keel;

starende kamers in starend verbazen

en uit dat staren ontstond een steen.

 

 

 

Te zijn...

 

Te zijn

een vleugje zoet van sinaasappelbloesems

heel even maar echt genoeg om

in je wakker te maken een vogelconcert

zo luid alsof het orkest de toetsen de stokken

en de halzen uit de zalven boven de stammen

komt.

 

Te zijn

 

dansend oranje in een wijde cirkel

van strookjes

een rinkelende hand een vragende hand

mijzelf te beheren met de glimlach van een eigenaar

die loopt over vreemde terreinen.

 

 

1489692-0206f33214f28f1af734ecbbdf83ab13.jpg 

Bea Vianen (Paramaribo, 6 november 1935)

 



 

De Vlaamse literatuurwetenschapper en auteur Gilbert (Bert) Vanheste werd geboren in Pervijze op 6 november 1937. Zie ook alle tags voor Bert Vanheste op dit blog.

 

Uit: In het land der blinden is Le Roy koning (Over De ziener van Simon Vestdijk)

 

“Zo te zien had Vestdijk, toen hij in 1958 De ziener schreef, geen oog voor de maatschappelijke werkelijkheid. Hij liet zijn verteller (en zijn lezers) de zonderling Le Roy, de lerares Frans, Rappange, haar leerling Dick Thieme Backer en nog wat nevenfiguren, in het vizier nemen. Het aangeboden kijkgat staat een scherp, maar begrensd zicht toe. De aandacht wordt gevestigd op de innerlijke werkelijkheid en op de veruitwendiging daarvan in het geïsoleerde gedrag van de individuele personages of in de omgang van twee of drie, een enkele keer vier van hen. Zo is Le Roy in het eerste hoofdstuk de enige toeschouwer tijdens het spel van de kaatsers Van der Meulen en Roukema. Als Dick in het slothoofdstuk op het station afscheid neemt van Rappange, is het perron eerst leeg, later is er een vrouw en een kind, twee conducteurs, één fabrikant. Tussendoor bespiedt Le Roy vrijende paartjes en als hij weer eens in elkaar geslagen wordt, schiet Dick hem ter hulp. Zelfs dan zijn er niet echt vier personen: Le Roy onttrekt zich aan het gezelschap door zich bewusteloos te houden en zodra een andere gluurder naar voren treedt, vlucht het paartje. De uitzondering vormt het conclaaf van de directeur met drie leraren. Alhoewel: de gezaghebbendste van het drietal, Brouwers, stelt zich nadrukkelijk afzijdig op.

Ogenschijnlijk is De ziener allesbehalve een sociale roman. De mensen die erin optreden hebben veel weg van de postzegels van Le Roy: ‘Het waren kleine wereldjes, die zich van de grote wereld hadden afgezonderd, kleine spiegels die hun herkomst nog maar weerkaatsten op een fantastisch vereenvoudigde en daarbij merkwaardig belangeloze wijze.’ (170). Centraal in Vestdijks visie staan die ‘autonome’ personages. De wereld is hooguit aanwezig als achtergrond, als herinnering aan hun herkomst. Althans op het eerste gezicht. Bij nader inzien blijkt de autonomie deels schijn of op zijn minst net zo paradoxaal als Le Roy’s postzegels”:

 

 

 1489692-630cb5505efb159c438ae8ef5321948c.jpg

Bert Vanheste (6 november 1937 - 23 februari 2007)

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e november ook mijn blog van 6 november 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:07 Reageer op dit bericht

Joyce Maynard, Andreas Stichmann, Bert Wagendorp, Hanns-Josef Ortheil, Anna Maria van Schurman, Hans Sachs

De Amerikaanse schrijfster Joyce Maynard werd geboren op 5 november 1953 in Durham, New Hampshire en volgde een opleiding aan de Phillips Exeter Academy. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Joyce Maynard op dit blog.

 

Uit: Mijn zusje (Vertaald door Anke ten Doeschate)

 

“De plaats waar mijn zusje en ik opgroeiden lag in de schaduw van Mount Tamalpais, ten noorden van San Francisco. We woonden in een alweer tamelijk oud nieuwbouwhuis aan eenstraat die Morning Glory Court heette. Ons huis lag in een woonwijk bij een afslag van Route 101, zo’n dertien kilometer

van de Golden Gate Bridge. Er reden bussen naar San Francisco. De brug markeerde de toegang tot een andere wereld, al wisten we dat er soms ook mensen van afsprongen. Maar voor ons had de stad net zo goed op de maan kunnen liggen.

Onze vader was opgegroeid in de stad, in North Beach waar ze volgens hem de beste tomatensaus ter wereld maakten. Dat was de plek waar de hippies voor hun Summer of Love waren samengekomen, waar Janis Joplin ooit door de Haight had gelopen, waar de karakteristieke trams rondreden, waar Lombard Street langs prachtige, pastelkleurige, victoriaanse huizen kronkelde en

waar een andere Patty – Hearst – enkele jaren eerder als lid van de Symbionese Liberation Army met een M1 Carbine de Hibernia Bank was binnengegaan.

Later kochten rocksterren huizen aan de overzijde van de snelweg, maar in die tijd was het zeker nog geen hippe plek. Ooit zou een periode aanbreken dat er hoge muren rondom de percelen werden opgetrokken met waarschuwingsbordjes die inbrekers op alarmsystemen attendeerden. Maar nu vertrouwde men elkaar nog. Onze tuinen liepen in elkaar over en werden niet door heggen of hekwerken gescheiden. Meisjes als wij konden  van het ene naar het andere eind van de straat rennen zonder dat de zolen van onze Keds het asfalt hoefden te raken. Alle buren gingen met elkaar om en maar weinig mensen deden hun achterdeur op slot.”

 

 

1489073-aaa252f4450091553b8574bfeda22bd6.jpg 

Joyce Maynard (Durham, 5 november 1953)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Andreas Stichmann werd op 5 november 1983 in Bonn geboren. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Andreas Stichmann op dit blog.

 

Uit: Jackie in Silber (Alleinstehende Herren)

 

“Paul klingelt um drei. Er trägt seine Pizzabotenuniform, nimmt  dir den Staubwedel aus der Hand, klopft dir damit lustig auf  den Kopf und fragt: »Wo ist der Korn?« Kurz darauf kommt  auch Henneberg. Ihr seid drei Freunde in der Welt. Du wirst  gebraucht, man erwartet Schlagfertigkeiten. Wer kann so  schön potztausend sagen wie du? Keiner ja wohl, und darauf  kommt es an. Nach der ersten Runde Memory wird Henneberg symbolisch. Er nennt die Weiber einen Kühlschrankverein, dumpf summend, voller Milch und Wurst. Dazu hebt er  den Finger. Auch Paul guckt weinerlich. Und jetzt kommt  dein Spruch: »Das ist eben so. Wer wären wir, wären wir  nicht alleine? Wer will Kaffeemaschine oder Engel sein? Es ist  wie beim Memory, Pärchen kommen raus. Trinken wir noch

einen, das Leben ist lang.« Da gucken sie dich an, und ihre  Tränen trocknen. Du bist der Ramba-Zamba-Mann.

Später fragst du: »Jungens, wollen wir mal spazieren gehen?« Aber da ist es schon Abend, und die Jungens sind weg.  Also gehst du alleine raus, Spaziergang ist schön. Da stehen die Sterne am Himmel, für jeden Menschen einer. Da wirfst du Steinchen an Lieselottes Fenster, bis sie den Kopf herausstreckt: »Neinneinnein!«

Du denkst: Neinneinnein? Warum nicht einfach mal Ja?

Wach auf, steh auf, geh bummeln. Sieh die neuesten Kettensägen im Fenster. Riech im Bücherladen den Schöner-Leben-Duft, kauf  Die tausend tollsten Witze. Ein Vorrat an Witz lässt

die Frauen miauen. Und anschließend in den Vogelladen.

So ein kleiner Franz oder Fritz im Käfig. Was würde denn der Verkäufer empfehlen? Einen Sittich oder Piepmatz, eine Macke oder Meise? Paul sagt: »Das müssen Sie schon selbst wissen, mein Herr.« Und du nimmst erst mal nur den Käfig, das ist ja schon mal nichts.“



1489073-1b9314e74e488e2322c0b7869ef3861e.jpg
Andreas Stichmann (Bonn,5 november 1983)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver en journalist Bert Wagendorp werd geboren in Groenlo op 5 november 1956. Zie ook alle tags voor Bert Wagendorp op dit blog.

 

Uit: Ventoux

 

“Op de namiddag van een van de eerste januaridagen van 1982 kwam hij als een soort geestverschijning bij ons huis de stoep op gereden. Joost op een racefiets, een wit-blauwe Gazelle. Ik keek alsof ik getuige was van de wederkomst van de Heer. Er kwamen wolkjes uit zijn mond, want het was maar een paar graden boven nul. Hij had een witte Peugeottrui aan en grijnsde toen hij mijn stomverbaasde blik ontwaarde.

Toen zag ik plotseling paniek in zijn ogen, vertwijfelde bewegingen met zijn benen en een arm en daarna viel hij om. Het was de bekende hulpeloze val van de beginnende fietser die zijn toeclips te strak heeft aangetrokken. De eerste val en meteen de domste uit het repertoire, de val die je te kijk zet als sullige beginneling.
Ik liep naar buiten. ‘Klotedingen,’ zei Joost terwijl hij de riempjes losmaakte. ‘Je breekt je poten voor je een kilometer hebt gereden.’
Ik hielp hem overeind. Hij wreef over zijn knie. ‘Vind je ervan?’
‘Mooie fiets. Zijn er geen krassen op gekomen?’
‘Champion Mondial.’ Hij wees naar de regenboogstreepjes op de buis. ‘Eén jaar oud, nauwelijks op gefietst.’ De blauwe kabels van de remmen kwamen hoog boven het stuur uit.
Joost wees naar een hendel op het eind van de beugel. ‘Niet meer van die commandeurs op de buis, maar schakelen met de handen aan het stuur. Stuk veiliger.’
Ik had het met Joost nooit eerder over een fiets gehad. Wel over De Renner, dat hij op mijn aanraden had gelezen. Best een aardig boek, vond hij, maar de drang om ook zelf op een racefiets te gaan zitten had het bij hem niet losgemaakt.”

 

 

 1489073-22ad858f44e94a3df85743d56c9ac5ed.jpg

Bert Wagendorp (Groenlo, 5 november 1956)

 

 

 

 

 

De Duitse schrijver Hanns-Josef Ortheil werd geboren op 5 november 1951 in Keulen. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Hanns-Josef Ortheil op dit blog.

Uit: Die große Liebe

 

“Plötzlich das Meer, ganz nah, eine graue, stille, beinahe völlig beruhigte Fläche. Ich reckte mich auf und schaute auf die Uhr, zwei, drei Stunden hatte ich vielleicht geschlafen, jetzt war früher Morgen, kurz nach Fünf, ein Juli-Morgen an der italienischen Adria-Küste. Ich hatte das Meer einfach vergessen, jahrelang hatte ich es nicht gesehen, jetzt lag es mir wie eine weite Verheißung zu Füßen, unaufdringlich und groß, als bekäme ich mit ihm zu tun. Noch war die Sonne nicht da, der Himmel noch graublau und fahl, am Strand keine Bewegung, kein einziger Mensch, nur hier und da einige verlassene, verstreut stehende Liegestühle, Kinderspielzeug, Gerümpel, die schiefen, zusammengeklappten Sonnenschirmpilze, Liegengebliebenes ... Doch all das reichte schon, mich zu erregen, es war eine meinen ganzen Körper erfassende Erregung, wie sie mich nach langen Nachtfahrten in Zügen oft in der Morgenfrühe befiel.
Zwei weitere Fahrgäste teilten das Zugabteil mit mir, ein stiller, keinen Laut von sich gebender Japaner und ein junger Schweizer, der sich in der Nacht umgezogen und schlafen gelegt hatte, als wäre er noch immer ein wenig bei sich zu Haus. Ich kletterte vorsichtig über die steifen, schlafenden Körper und trat auf den Gang, ruhig und schnell glitt der Zug durch die Landschaft, in der Ferne die grünen Olivenhügel des Südens, mit einem Mal spürte ich mein aufgeregt klopfendes, hellwaches Herz. Im Waschraum wusch ich mir durchs Gesicht, dann schaute ich, als müßte ich mich vergewissern, durch das heruntergezogene Fenster der Waggontür noch einmal hinaus. Das Meer! ..., ja, das Meer, die Überraschung hielt an, der Eindruck stimmte, am liebsten wäre ich ausgestiegen, um jetzt, sofort, am Meer entlangzugehen, stundenlang, den ganzen Morgen, wie schön wäre es, dachte ich, so anzukommen, irgendwo ausgespuckt und gleich in der Weite verschwindend.“

 

 

 1489073-ddd6870a3072d5c71281701700d6487d.jpg

Hanns-Josef Ortheil (Keulen, 5 november 1951)

 

 

 

 

 

De Nederlandse schrijfster Anna Maria van Schurman werd geboren in Keulen op 5 november 1607. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Anna Maria van Schurman op dit blog.

 

Uit: Brief aan prinses Elizabeth van Bohemen

 

“Mevrouw,

Ik kan de buitensporige vreugde en tevredenheid die ik voelde toen ik de brief die Uwe Hoogheid mij genadiglijk heeft willen schrijven, ontving, niet onder woorden brengen. Want behalve de inventio, de gezichtspunten en de zinsbouw die de oren van de grootste geleerden zouden behagen, is het me een wonderlijk plezier geweest om te zien waarmee uw overvloedige geest zich bezighoudt. Wat mij betreft: ik zou graag aan alle wensen van Uwe Hoogheid tegemoet willen komen. Hoewel ik niet bij benadering kan hopen om aan haar opdrachten volledig te beantwoorden, zal ik ten minste proberen om de toewijding en de liefde die ik haar toedraag te tonen.

Wat betreft die schrijvers die ons het meeste het genie en de karakters van belangrijke personen hebben laten zien, aanvaardt men in het algemeen dat Xenophon erg goed het leven van Cyrus de eerste koning van de Perzen heeft beschreven,533 hoewel het lijkt of hij zich soms meer bekommerd heeft om de elegantie en de schoonheid van zijn werk dan om de waarheid met betrekking tot zijn onderwerp. Alexander die later het koninkrijk van de Grieken begon, is uitstekend beschreven door Q. Curtius maar deze vlecht gewoonlijk in z'n verhaal vuur, wapens en bloedige overwinningen in.534 Voor compacte, intensieve studie vind ik niets meer geschikt dan Plutarchus die ons de meest beroemde mannen als in een volmaakt schilderij de een na de ander voorstelt en daarbij een serieuze en zeer mooie vergelijking tussen de Grieken en de Romeinen te geven.535 Suetonius heeft ons de twaalf Romeinse keizers naar de werkelijkheid beschreven wier levens (ik heb het over het grootste gedeelte van hen) zo wonderbaarlijk zijn dat wij het meest getroffen worden door de grote tegenstellingen in karakter.”

 

 

 1489073-4a599c1841bcc0eb1fff7e1b1602dec5.jpg

Anna Maria van Schurman (5 november 1607 – 4 of 14 mei 1678)

Portret door Jan Lievens, 1649

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Hans Sachs werd op 5 november 1494 in Nürnberg geboren als zoon van een kleermaker. Zie ook mijn blog van 5 november 2010 en eveneens alle tags voor Hans Sachsop dit blog.

 

 

Die wittembergisch nachtigal, die man iez höret überal (Fragment)

 

Wacht auf, es nahent gen dem tag!

ich hör singen im grünen hag

ein wunnikliche nachtigal;

ir stim durchklinget berg und tal.

die nacht neigt sich gen occident,

der tag get auf von orient,

die rotbrünstige morgenröt

her durch die trüben wolken get,

daraus die liechte sunn tut blicken,

des mones schein tut sie verdrücken;

der ist iez worden bleich und finster,

der vor mit seinem falschen glinster

die ganzen hert schaf hat geblent,

das sie sich haben abgewent

von irem hirten und der weid

und haben sie verlaßen beid,

sind gangen nach des mones schein

in die wiltnus den holzweg ein,

haben gehört des leuen stim

und seint auch nachgefolget im,

der sie gefüret hat mit liste

ganz weit abwegs tief in die wüste.

da habens ir süß weid verloren,

hant geßen unkraut, distel, doren;

auch legt in der leu strick verborgen,

darein die schaf fielen mit sorgen.

 

 

 1489073-da4d46699c010e99a4a8e387128a60c1.jpg

Hans Sachs (5 november 1494 -19 janauari 1576)

Monument in Neurenberg

 

 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e november ook mijn blog van 5 november 2011deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:02 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten