Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Peter Orlovsky

De Amerikaanse dichter Peter Orlovsky werd geboren in New York op 8 juli 1933. Orlovsky was de zoon van een Russische immigrant. Nadat hij de middelbare school afbrak, was hij werkzaam als verpleger. Via de kunstschilder Robert LaVigne, waarvoor hij model was, leerde hij in 1954 Allen Ginsberg kennen. Dit was de start van een langdurige liefdesrelatie, die zou duren tot het overlijden van Ginsberg in 1997. Door Ginsberg werd Orlovsky geïntroduceerd onder de leden van de Beat Generation. Hij was bevriend met onder andere Jack Kerouac, William S. Burroughs en Gregory Corso. Onder de naam George komt Orlovsky voor in Kerouac's roman The Dharma Bums en onder de naam Simon Darlovksy in de boeken Book of Dreams en Desolation Angels. Onder invloed van Ginsberg begon Orlovsky rond 1957 met het schrijven van gedichten. Het stel woonde destijds in Parijs. Hij reisde later naar en door Europa, Afrika en India en woonde in de jaren 60 in de New Yorkse kunstenaarswijk Lower East Side. In de jaren 70 betrok hij een boerderij in de staat New York. Vanaf 1974 was hij als docent poëzie verbonden aan de Jack Kerouac School of Disembodied Poetics in Boulder (Colorado). Orlovsky was verder actief in de antikernenergiebeweging en ondersteunde acties voor seksuele vrijheid, acceptatie van homoseksualiteit en legalisering van marihuana. Orlovsky was te zien in de films Couch (1965) van Andy Warhol en Me and My Brother (1969) en One Hour (C'est Vrai) (1992) van Robert Frank. Hij overleed in mei 2010 aan longkanker.

 

Second Poem

Morning again, nothing has to be done,
                    maybe buy a piano or make fudge.
At least clean the room up for sure like my farther I've done flick
                  the ashes & butts over the bed side on the floor.
But frist of all wipe my glasses and drink the water
                   to clean the smelly mouth.
A nock on the door, a cat walks in, behind her the Zoo's baby
    elephant demanding fresh pancakes-I cant stand these
    hallucinations aney more.
Time for another cigerette and then let the curtains rise, then I
    knowtice the dirt makes a road to the garbage pan
No ice box so a dried up grapefruit.
Is there any one saintly thing I can do to my room, paint it pink
      maybe or instal an elevator from the bed to the floor,
      maybe take a bath on the bed?
Whats the use of liveing if I cant make paradise in my own
    room-land?
For this drop of time upon my eyes
like the endurance of a red star on a cigerate
makes me feel life splits faster than sissors.
I know if I could shave myself the bugs around my face would
     disappear forever.
The holes in my shues are only temporary, I understand that.
My rug is dirty but whose that isent?
There comes a time in life when everybody must take a piss in
    the sink -here let me paint the window black for a minute.
Thro a plate & brake it out of naughtiness-or maybe just
    innocently accidentally drop it wile walking around the
    tabol.
Before the mirror I look like a sahara desert gost,
     or on the bed I resemble a crying mummey hollaring for air,
     or on the tabol I feel like Napoleon.
But now for the main task of the day - wash my underwear -
     two months abused - what would the ants say about that?
How can I wash my clothes - why I'd, I'd, I'd be a woman if I did
     that.
No, I'd rather polish my sneakers than that and as for the floor
     its more creative to paint it then clean it up.
As for the dishes I can do that for I am thinking of getting a job in
     a lunchenette.
My life and my room are like two huge bugs following me
     around the globe.
Thank god I have an innocent eye for nature.
I was born to remember a song about love - on a hill a butterfly
     makes a cup that I drink from, walking over a bridge of
     flowers.

 

 1776329-a32d72086ea5caf8f2d86df212c0d265.jpg
Peter Orlovsky (8 juli 1933 – 30 mei 2010)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Lion Feuchtwanger, Ivo Victoria, Vladimir Majakovski, Clemens Haipl, Miroslav Krleza

De Duitse schrijver Lion Feuchtwanger werd geboren in München op 7 juli 1884. Zie ook alle tags voor Lion Feuchtwanger op dit blog.

Uit: Die Jüdin von Toledo

„Die Schiffahrt der spanischen Moslems, geleitet von erprobten Mathematikern und Astronomen, war schnell und sicher, so daß sie ausgedehnten Handel treiben und ihre Märkte mir allen Erzeugnissen des islamischen Weltreichs versorgen konnten.
Künste und Wissenschaften blühten wie bisher niemals unter diesem Himmel. Erhabenes und Zierliches mischten sich, die Häuser auf besondere, bedeutende Art zu schmücken. Ein kunstvoll verästeltes Erziehungssystem erlaubte einem jeden, sich zu bilden. Die Stadt Córdova hatte dreitausend Schulen, jede größere Stadt hatte ihre Universität, es, gab Bibliotheken wie niemals seit der Blüte des hellenischen Alexandria. Philosophen weiteten die Grenzen des Korans, übersetzten in ihre eigene Denkart das Werk der griechischen Weltweisheit, schufen es in ein Neues um. Eine bunte, blühende Fabulierkunst schloß der Phantasie bisher unbekannte Räume auf. Große Dichter verfeinerten das reiche, tönend Arabisch, bis es jegliche Regung des Gefühls wiedergab.
Den Unterworfenen zeigten die Moslems Milde. Für ihre Christen übertrugen sie das Evangelium ins Arabische. Den zahlreichen Juden, die von den christlichen Westgoten unter strenges Ausnahmerecht gestellt worden waren, räumten sie bürgerliche Gleichheit ein. Ja, es führten unter der Herrschaft des Islams die Juden in Spanien ein so glückhaft erfülltes Leben wie niemals vorher seit dem Untergange ihres eigenen Reiches. Sie stellten den Kalifen Minister und Leibärzte, gründeten Fabriken, ausgedehnte Handelsunternehmungen, sandten ihre Schiffe über die sieben Meere. Sie entwickelten, ohne ihr eigenes hebräisches Schrifttum zu vergessen, philosophische Systeme in arabischer Sprache, sie übersetzten den Aristoteles und verschmolzen seine Lehren mit denen ihres eigenen Großen Buches und den Doktrinen arabischer Weltweisheit. Sie schufen eine freie, kühne Bibelkritik. Sie erneuerten die hebräische Dichtkunst.“

 

 1622326-bfdce4c4a8986f1b579a61adbc6b8cb8.jpg
Lion Feuchtwanger (7 juli 1884 – 21 december 1958)

 

 

De Vlaamse schrijver Ivo Victoria (pseudoniem van Hans van Rompaey) werd op 7 juli 1971 geboren in Edegem (Antwerpen). Zie ook alle tags voor Ivo Victoria op dit blog.

Uit: Dieven van vuur

“Die ochtend kwam de verdelger. In de woonkamer, op de eerste verdieping van ons huis, bleef hij staan voor de platenkast. Een gele bidon in de ene en een lange metalen sproeier in de andere hand. Hij floot tussen zijn tanden.
'Hoeveel elpees zijn dat?'
'Tweeduizend', zei ik.
'Wow.'
Hij hield zijn hoofd schuin en begon de platenruggen te lezen.
'Allemaal jazz', zei ik.
'O.'
Er viel een stilte. Hij bleef zijn hoofd schuin houden. Dat doen ze allemaal. Ik dacht aan zijn nieuwsgierigheid, misschien was het zelfs een prille vorm van enthousiasme geweest, die langzaam uit zijn lichaam wegsijpelde en langs armen en benen de vloer op stroomde. Nog even, een paar seconden, en ik zou het kunnen zien liggen aan zijn voeten: een plasje onbegrip.
Hij bleef kijken. De pezen in zijn nek spanden zich op. Lang kon het niet meer duren. Door de smalle, hoge ramen aan de voorzijde brak de zon door - een weifelende glimlach. En allemaal zeggen ze nog iets, ter afsluiting van wat geen gesprek meer kan worden.
'Mmm. Jazz, hé? Daar ken ik niks van.'
Ik knikte en zei: 'Ik ook niet.'
Het hoofd van de verdelger kantelde, en zette zich opgelucht weer recht op diens romp.
Vanuit onze woonkamer geven twee glazen klapdeuren uit op een klein balkon.”

 

 1622326-0caf06fcb1b950a308e72b1f26bb1b1a.jpg
Ivo Victoria (Edegem, 7 juli 1971)

 

 

De Russische dichter Vladimir Majakovski werd op 7 juli 1893 in Georgië geboren. Zie ook alle tags voor alle tags voor Vladimir Majakovski op dit blog.

 

Een wolk in broek - intro

Uw denktrant –
dagdroom in uw hersenpap
als een vervette butler in een mottige fauteuil
kom ik te sarren met een bloedige lap hart,
mij te bezatten aan mijn hoon, venijnig, vuil.

Geen haartje grijs loop door mijn zielement
waar geen seniele zachtheid is te vinden.
De wereld tartend met mijn macht van stem
verplaats ik mij – iets moois
van tweeëntwintig.

Halfzachten!
Gij zet de liefde voor luit en strijkers.
De pummel stelt zich met pauken tevreden.
Tracht als ik uw binnenst buiten te trekken
u tot enkel lip te verkleden.

Kom bij mijn adepten
uit uw boudoir met naaldwerk
ambtenares van de engelenliga
waardige ongerepte
die net zo rustig lippen doorbladert
als een kok een deel recepten.

Naar keuze
ben ik de vleselijk wrede
uit het hemelse stalenboek,
naar keus
ook onberispelijk teder –
geen man, maar een wolk in broek.

Daar is voor mij geen Nice, geen bloemrijk lustoord.
Ik verheerlijk als poëtisch peter
manvolk zo belegen als een rustoord
en vrouwen als een spreekwoord zo versleten. 


 
Vertaald door: Marko Fondse

 

 

Our March

Beat the squares with the tramp of rebels!
Higher, rangers of haughty heads!
We'll wash the world with a second deluge,
Now’s the hour whose coming it dreads.
Too slow, the wagon of years,
The oxen of days — too glum.
Our god is the god of speed,
Our heart — our battle drum.
Is there a gold diviner than ours/
What wasp of a bullet us can sting?
Songs are our weapons, our power of powers,
Our gold — our voices — just hear us sing!
Meadow, lie green on the earth!
With silk our days for us line!
Rainbow, give color and girth
To the fleet-foot steeds of time.
The heavens grudge us their starry glamour.
Bah! Without it our songs can thrive.
Hey there, Ursus Major, clamour
For us to be taken to heaven alive!
Sing, of delight drink deep,
Drain spring by cups, not by thimbles.
Heart step up your beat!
Our breasts be the brass of cymbals.

 

 1622326-660aed7702483d63c5975981058a2f4f.jpg
Vladimir Majakovski (7 juli 1893 - 14 april 1930)

 

 

De Oostenrijkse schrijver, cabaretier, tekenaar en muziekproducent Clemens Haipl werd geboren op 7 juli 1969 in Wenen. Zie ook alle tags voor Clemens Haipl op dit blog.

Uit: Sind wir bald da?

„Ich kann mir das gut vorstellen. Das Problem ist nur: Sie können sich das mit mir nicht vorstellen. Die möchten mir maximal über die Straße helfen und wissen, ob ich einen Sohn in ihrem Alter habe. Na ja. Das ist vielleicht nicht toll, aber gut ist, dass ich es weiß. Schlecht wäre, wenn ich mich so benehmen würde, wie die Horde von Anzugträgern mit Sekretärinnen-Entourage, die den Dancefloor in Beschlag genommen haben. Wissen die denn alle nicht, wie alt sie sind? Fällt ihnen nicht auf, dass sie die einzigen sind, die vor Begeisterung völlig auszucken, wenn der DJ – natürlich ironisch gebrochen – Culture Beat, SNAP! & Co auflegt? Merken sie denn nicht, wie sich am Rand der Tanzfläche zwanzigjährige Stirnen in Falten legen, weil nicht klar ist, ob das jetzt lustig ist oder ob sie doch lieber woanders hingehen sollen? Vierzigjährige Anzugmenschen, als ultimativer Ausdruck ihrer Hemmungslosigkeit die beiden obersten Hemdknöpfe offen und mit lockerem Krawattenknoten, samt Vertreterinnen der Prosecco-Fraktion, eine Mischform zwischen Juristin und Buchhaltung, die begierig auf die Kellner starren, die ihre Söhne sein könnten (nicht meine, ihr zwanzigjährigen Ladys, sorry). Während sie in ihren engen Kleidchen und Röcken arhythmisch zu Eurodance wippen, denken sie bestimmt, sie hätten etwas von Paris Hilton. Und fühlen sich dadurch nicht einmal beleidigt.
Kein Wunder, dass ich Alkohol brauche. Erst die überaus freundlichen Reaktionen auf meine Lesung, und jetzt diese Vorhölle.
Da muss man ja ... na egal, prost!“

 

 1622326-a436e7c0c6f21d0583bed0bcfb420b43.jpg
Clemens Haipl (Wenen, 7 juli 1969)
Cover

 

 

De Kroatische schrijver Miroslav Krleza werd geboren op 7 juli 1893 in Zagreb. Zie ook alle tags voor Miroslav Krleza op dit blog.

Uit:The Banquet in Blitva(Vertaald door Edward Dennis Goy and Jasna Levinger)

“Today the Hotel Blitvania was a center for tourist traffic. Today rich foreigners and foreign diplomats of high rank stayed there. Today, for whole nights, they danced the Tango-Milango. And in general, in all Europe there wasn't a square centimeter on which somebody had not been blinded or had his joints broken or been beaten to death like a dog. On the entire globe there was not a single meter of ground that was not soaked in human blood, that was not a graveyard and a place of torture and execution. And mankind blew drunkenly into its saxophones. Day by day, mankind was becoming increasingly gorillaized, and that glorious Europe, instead of Europeanizing Blitva, on the contrary was itself becoming ever more Blitvinianized, and, Blitvinianized to a point of pure animalism, it played "Tango-Milango" in the Hotel Blitvania and this, today, had become the sole aim of its European Blitvinianization.
What did this herd of Blitvinians around him mean? The truth was: Blitva was disorder and misery, and therefore an unending succession of cause and effect, of disorder and misery. And the truly legendary Blitvinian lack of understanding for even the most insignificant order and pattern of phenomena--doubtless--logical, normal, and natural, was conditioned by the wretched circumstances in that wretched country of winds, rain, and bedbugs. Blitva was a dark and utterly unpleasant area, where the concept of good and of evil in its Western European sense had lost even the slightest so-called ritual value, and where the human heart was a dead nag, frozen hard and left on a Blitvinian road until the spring flood might carry it away. But the fact that, lately, a complete vacuum had opened up around him, Dr. Nielsen, that people simply vanished from his presence as though he were an escapee from a leper colony, that signified in these apes a panic, a fear of death. He, Dr. Nielsen, was considered to be dead.”


 
 1622326-55ba9e60a0298bbd8172472a1689fe93.jpg

Miroslav Krleza (7 juli 1893 – 29 december 1981)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 7e juli ook mijn blog van 7 juli 2013 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 19:24 Reageer op dit bericht

Hilary Mantel, Bodo Kirchhoff, William Wall, Bernhard Schlink, Marius Hulpe

De Engelse schrijfster, critica en advocate Hilary Mary Mantel werd op 6 juli 1952 als Hilary Mary Thompson in Glossop, Derbyshire, geboren. Zie ook alle tags voor Hilary Mantel op dit blog.

Uit: Wolf Hall

“Creeping Christ? he thinks. What does he mean? His head turns sideways, his hair rests in his own vomit, the dog barks, Walter roars, and bells peal out across the water. He feels a sensation of movement, as if the filthy ground has become the Thames. It gives and sways beneath him; he lets out his breath, one great final gasp. You've done it this time, a voice tells Walter. But he closes his ears, or God closes them for him. He is pulled downstream, on a deep black tide.
The next thing he knows, it is almost noon, and he is propped in the doorway of Pegasus the Flying Horse. His sister Kat is coming from the kitchen with a rack of hot pies in her hands. When she sees him she almost drops them. Her mouth opens in astonishment. "Look at you!"
"Kat, don't shout, it hurts me."
She bawls for her husband: "Morgan Williams!" She rotates on the spot, eyes wild, face flushed from the oven's heat. "Take this tray, body of God, where are you all?"
He is shivering from head to foot, exactly like Bella did when she fell off the boat that time.
A girl runs in. "The master's gone to town."
"I know that, fool." The sight of her brother had panicked the knowledge out of her. She thrusts the tray at the girl. "If you leave them where the cats can get at them, I'll box your ears till you see stars." Her hands empty, she clasps them for a moment in violent prayer. "Fighting again, or was it your father?"
Yes, he says, vigorously nodding, making his nose drop gouts of blood: yes, he indicates himself, as if to say, Walter was here. Kat calls for a basin, for water, for water in a basin, for a cloth, for the devil to rise up, right now, and take away Walter his servant. "Sit down before you fall down." He tries to explain that he has just got up. Out of the yard. It could be an hour ago, it could even be a day, and for all he knows, today might be tomorrow; except that if he had lain there for a day, surely either Walter would have come and killed him, for being in the way, or his wounds would have clotted a bit, and by now he would be hurting all over and almost too stiff to move; from deep experience of Walter's fists and boots, he knows that the second day can be worse than the first. "Sit. Don't talk," Kat says.”

 

 1621781-a136898efbb0861687329735f307d2d2.jpg
Hilary Mantel (Glossop, 6 juli 1952)

 

 

De Duitse schrijver Bodo Kirchhoff werd geboren op 6 juli 1948 in Hamburg. Zie ook alle tags voor Bodo Kirchhoff op dit blog.

Uit: Erinnerungen an meinen Porsche

„Am Anfang war bekanntlich das Wort, nicht der Größenwahn, der kam erst nach der Schöpfung, und Worte stehen auch oft am Beginn von Karrieren, Omerta etwa bei der Mafialaufbahn oder Ruhm bei einer Filmkarriere. Und auch in meinem Fall kam das Wort nicht von Gott, son-dern aus Amerika und hieß einfach hedge, in unserer Sprache Hecke oder Winkel, und das Hedging war die durch Hecken gesicherte, jeden Winkel nutzende große Geldvermehrung. Kurz: Ich war Investmentbanker, einer mit Turboperformance und Porsche RS, und meine Mutter dachte, ich würde Baumschulen in Afrika finanzieren und C-Klasse fahren. Und dann passierte das mit dem Korkenzieher und meinem GT, aber fangen wir bei A an. Ich heiße Daniel und sollte Daniela heißen, meine Männlichkeit war also von vornherein durch ein A belastet, und das auch bald laut und deutlich, gefolgt von einem O, was bei den alten Griechen ja das Z war und damit ganz hinten stand.
Ah, da kommt sie! und Oh, verdammt! soll nämlich ein Chor aus fünf Frauen bei meinem termingerechten Ausscheiden aus der rein weiblichen Sphäre durcheinandergerufen haben, und demnach wäre ich nicht nur als unerwarteter Junge, sondern auch im Zustand sichtbarer Erregung zur Welt gekommen, das alles im Rahmen einer Frankfurter WG-Geburt, Oktober neunzehnhundertsiebzig. Mit von der Partie: meine Mutter Ursel und die drei anderen Frauen der Wohngemeinschaft, Bea, Doro, Ingeborg, sowie im Hintergrund der sogenannte Erzeuger, also mein Vater, ein junger Brillenträger namens Gunther, und an vorderster Front die parteiische Hebamme von der Roten Hilfe.“

 

 1621781-16e219fd75de3b8508c2984256c79628.jpg
Bodo Kirchhoff (Hamburg, 6 juli 1948)
Cover 

 

 

De Ierse dichter en schrijver dichter William Wall werd geboren in Cork City in 1955. Zie ook alle tags voor William Wall op dit blog.

 

Flight
for Rui Zink

I missed the flight
because of the terror alert
that has terrified everyone

I had some liquid in my pocket
that they thought
might be explosive

just the artificial tears
I have begun to use
because they come easier

& less painfully
& while I waited for my tears
to be decommissioned

the other passengers said
who would think of taking
tears on a journey

during the war on terror
& where did I think I was going
& who would I use them on

 

 

I’m Afraid of America

Oh the end of history
and other empty phrases
deconstructionism
fol dee fol di
and we’re all afraid of America

I’m for the frogs and the krauts
and the koranic library
and other awkward compromises
but I’m afraid of America

No pax americana
son of rule brittannia
and other risible latinisms.
No war on terror
and the old rogue state

but one day the boys
will bring the whole thing down
Kilmichael in the Western Desert
Tom Barry Bin Laden
fol dee fol di
because we’re all afraid of America

 

 1621781-41eb39e01a6455995ee2b8880df4f5e2.jpg
William Wall (Cork City, 6 juli 1955)

 



De Duitse schrijver en jurist Bernhard Schlink werd geboren in Großdornberg op 6 juli 1944. Zie ook alle tags voor Bernhard Schlink op dit blog.

Uit: De voorlezer (Vertaald door Gerda Meijerink)

“De vrouw die zich over mij ontfermde deed dat bijna ruw. Ze pakte mijn arm en leidde me door de donkere gang naar de binnenplaats. Boven waren van raam tot raam drooglijnen gespannen en hing was. Op de binnenplaats lag hout opgeslagen; in een werkplaats waarvan de deur openstond, snerpte een zaag en vlogen de spaanders in het rond. Naast de deur naar de binnenplaats was een kraan. De vrouw draaide de kraan open, waste eerst mijn hand en smeet toen het water dat ze met haar holle handen opving in mijn gezicht. Ik droogde mijn gezicht af met mijn zakdoek.
'Neem jij de andere!' Naast de kraan stonden twee emmers, ze pakte er een en liet hem vollopen. Ik pakte de andere emmer, vulde die en volgde haar door de gang. Ze haalde wijd uit, het water kletste op het trottoir en spoelde het braaksel in de goot. Ze nam de emmer uit mijn hand en liet nog een plens water over het trottoir lopen.
Ze richtte zich op en zag dat ik huilde. 'Jochie,' zei ze verbaasd, 'jochie.' Ze sloeg haar armen om me heen. Ik was nauwelijks groter dan zij, voelde haar borsten tegen mijn borst, rook in de benauwenis van de omarming mijn slechte adem en haar verse zweet en wist niet wat ik met mijn armen moest doen. Ik hield op met huilen.
Ze vroeg me waar ik woonde, zette de emmers in de gang en bracht me naar huis. Ze liep naast me, in haar ene hand mijn schooltas en in haar andere mijn arm. Het is niet ver van de Bahnhofstrasse naar de Blumenstrasse. Ze liep snel en met een vastberadenheid die het me gemakkelijk maakte om haar bij te houden. Voor ons huis nam ze afscheid.”

 

 1621781-042ac1e607884db70ec522698aeb4570.jpg
Bernhard Schlink (Großdornberg, 6 juli 1944)
Kate Winslett als Hanna en David Kross als Michael in de film “Der Vorleser” uit 2008


 

De Duitse dichter en schrijver Marius Hulpe werd geboren op 6 juli 1982 in Soest, Nordrhein-Westfalen. Zie ook alle tags voor Marius Hulpe op dit blog.

 

nachricht vom fischer

ich bin auf dem grund allein.
Hans M. Enzensberger

draußen, im wackligen kahn, pfeife
stopfend, hält der fischer den wagemutigen ausblick
auf die rauhen klippen, das sandige herz
der äonen: los sagt mir
weshalb ich hier steh wie doof
mit der pfeife im maul,
vor der kalkigen wand:

es zischt so schön die glut
im holzgestell, in der hand wie ein
schmiergelstein. die alten aufgaben
habe ich drangegeben.
folgt mir! gebt auch ihr
alles dran!
lasst uns die rollen tauschen, schon lange
angle ich keinen fisch mehr:

um mich das wütende meer
will schallende vergeltung, ich spür´s, und vor mir
peitschen die massen die reiling; deshalb
raune ich von immer neuem,
raune in die rostige sprechbüchse:

sos! sos! auf öl gestoßen! ich wiederhole: öl
gluckgluck viel öl gefunden, ja!, tatsächlich!
kommt hinaus, ihr alle
bis an den schilfrand der riffe
wie ihr sie zurückgelassen habt.
es ist ganz ganz wichtig,
dass alle kommen!
piep piep –
piebibiepiep –
piep –

 

 1621781-b1e31e09b3e0491369e2efb3b1f4c178.jpg
Marius Hulpe (Soest, 6 juli 1982)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6 juli ook mijn vorige blog van vandaag en eveneens mijn eerste blog van vandaag .

Geschreven door Romenu om 15:10 Reageer op dit bericht

Peter Hedges, Wadih Saadeh, Fabrice Colin, Tobias Sommer

De Amerikaanse schrijver, draaiboekauteur en regisseur Peter Hedges werd geboren in West Des Moines, Iowa, op 6 juli 1962. Zie ook alle tags voor Peter Hedges op dit blog.

Uit: The Heights

“Good, it’s going good,” I said, choosing not to tell him about a mysterious smell in the bathroom (the toilet was clogged and would not flush); the bar of oatmeal soap half-melted in the empty bathtub; the growing stack of unpaid bills; the clothes strewn, a Hansel and Gretel trail of little boys’ pants and shirts and underwear; and how when I finally made it to the sock drawer to finish dressing Sam, no socks matched. I made no mention of how the winter wind was sure to shatter our front windows, nor my prediction that this was going to be the coldest day of the year. After all, Tim was hard at work. Better to spare him.
Later, in the vestibule of our building, I managed to open the stroller and carry it down the stoop, all the while coaxing the boys to follow. I belted Sam in, lowered Teddy so he could ride standing in back, and we began our walk. Both boys were practically smothered under sweaters and coats and scarves and hats, gloves, boots—only their eyes could be seen. Beneath it all, I could hear them crying, and when I leaned forward to ask what was the matter, Teddy sobbed, “My eyes are cold.”
“I don’t know what to do about your eyes.”
Never enough. Never enough. A parent can never, ever do enough. I had the makings of a song.
Gloveless, scarfless, with my down jacket still unbuttoned up top— I’d forgotten about me.
Soon after we set off, it became clear that, because of the snow, our stroller wasn’t going to work. So, with the wind whipping and the need to think fast, I turned us around. Back home, I left the stroller in the vestibule and hurried to our storage closet in the basement to fetch Tim’s childhood sled. Outside, I wrapped the boys in an old blue blanket, set them on the sled, and pulled them behind me."

 

 1621769-4b09156f51b801f20c1af0e3d469ee1f.jpg
Peter Hedges (West Des Moines, 6 juli 1962)

 

 

De Libanees-Australische dichter en schrijver Wadih Saadeh werd geboren in Shabtin in Libanon op 6 juli 1948. Zie ook alle tags voor Wadih Saadeh op dit blog.

 

Tree

He walked two steps and touched
a plant he had planted the day before
sap went out of his hands to its veins
leaves left his eyes to its branches
and when he wanted to return
he did not leave his place,
his feet turned into
roots.
the lock that was locking up behind itself the howling of the night
and the door out of whose cracks morning was getting

 

 

Lilies

Death was not dancing in the squares only
but near the flowers,
near the cockscomb, snapdragon and basil
with the spring water to their tables.
Death was dancing
in the squares they were
blending with asphalt
Those bent over the flowers are taken
up by bullets
and in space they become

 

 1621769-de3074f642a1723ec417367df49e6455.jpg
Wadih Saadeh (Shabtin, 6 juli 1948)

 

 

De Franse schrijver Fabrice Colin werd geboren op 6 juli 1972 in Parijs. Zie ook alle tags voor Fabrice Colin op dit blog.

Uit: Passeurs de mort

« Vous ne savez rien de la mort. Ce moment où la vie quitte votre corps comme un oiseau s’envole pour se dissoudre dans le blanc des nuages : quand il arrive vous êtes tel un enfant.
Alors vous imaginez. Que tout devient sombre, aveuglant. Qu’une porte s’ouvre, qui sait ? Qu’une main se tend, qu’un visage paraît.
La mort est le seul mystère qui concerne chacun d’entre nous ; notre ignorance à son sujet est pourtant totale.
Mais voici qu’une ombre s’avance tandis que l’éternel poème de la nuit envahit pensivement New York. Voici qu’une silhouette glisse sur les eaux sombres de l’East River, un coup de pagaie après l’autre. Cette ombre, c’est moi et, ce soir, je suis votre messagère. La fille qui sait des choses que tous les autres ignorent.
La mort n’est pas qu’une marche ratée, un silence entre deux notes, un cri perdu sur la banquise. La mort n’est pas qu’une idée. La mort est un monde. »

 

 1621769-cf309e8cc2601d2c1013045e5bd1d3d8.JPG
 Fabrice Colin (Parijs, 6 juli 1972)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Tobias Sommer werd geboren op 6 juli 1978 in Bad Segeberg (Schleswig-Holstein). Zie ook alle tags voor Tobias Sommer op dit blog.

Uit: Dritte Haut

„Als ich dieses Wort zum ersten Mal hörte, der Hotelgast vor der Rezeption stand, den Schlüssel auf den Tresen warf und die Sauberkeit seines Zimmers anschaulich erläuterte, glaubte ich für einen Augenblick, es könnte die Antwort sein, die Erklärung, warum die Psychologen behaupten, ich sei ein komplexer Fall.
Komplex, eine zusammenhängende Gruppe von Vorstellungen, die ins Unterbewusstsein verdrängt worden ist und ständige Beunruhigung verursacht.
Es ist nicht mein Aussehen, der Umfang meiner Augen sprengt das Gleichgewicht in meinem Gesicht und die Ohren sind für einen Menschen, einen normalen Menschen, eindeutig zu groß. Ich bin komplex, Die drei Fragezeichen, Justus, Bob und Peter in einer Person, allerdings nicht so intelligent, Hänsel und Gretel, dem Ofen knapp entkommen, Dr. Jekyll und Mr. Hyde oder Tolkiens Sméagol, Gut und Böse unzertrennbar vereint. Die Frage, warum ich ein komplexer Fall bin, bleibt ungelöst, die Standardantworten – die fehlende Vaterfigur, eine schreckliche Kindheit, ein traumatisches Erlebnis oder die falschen Drogen – greifen nicht. Mein Vater war so präsent in meinem Leben wie die Privilegien, die man als Einzelkind einer gutbürgerlichen Familie hat, das Träumen mit offenen Augen ist meine einzige Abhängigkeit und Erlebnisse gab es in meiner Kindheit viele, aber interessant waren nur die Such-den-Hund-Plakate an den Wänden der Kinderarztpraxen. Ich entdeckte zwischen neunundneunzig Katzen das schwarz-weiß gepunktete Jagdhündchen, noch bevor die Ärzte ansatzweise begreifen konnten, warum ein Junge in nicht definierbaren Abständen die Zeit vergaß.“

 

 1621769-7a37cdfc7e764be174d303f111916bb5.jpg
Tobias Sommer (Bad Segeberg, 6 juli 1978)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e juli ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:53 Reageer op dit bericht

Eino Leino, Serge Pey, Walter Flex, Paul Keller

De Finse dichter en schrijver Eino Leino (eig. Armas Eino Leopold Lönnbohm) werd geboren op 6 juli 1878 in Paltamo. Zie ook alle tags voor Eino Leino op dit blog.

 

The Heart

I.
Heart, what are you sawing?
are you sawing planks,
four planks for me
to lie down in,
a pleasant place to lie down?

It's iron I'm sawing
I'm breaking your chains
so that your soul
will be free,
your unhappy soul will be free.

II.
Heart, what are you whispering?
Are you whispering the wondrous
path of the daylight
a pass through the mountains
toward the stars in the sky?

It's darkness I'm whispering
dark Tuoni's poems
chasms, trouble,
uttering nothing,
the blessedness of pride. 

 

Vertaald door Lola Rogers

 

 1621764-22944ba2d1102ac845c7aca7715a538b.jpeg
Eino Leino (6 juli 1878 – 10 januari 1926)

 

 

 

De Franse dichter Serge Pey werd geboren in Toulouse op 6 juli 1950. Zie ook alle tags voor Serge Pey op dit blog.

 

Réveil 
 
Apprendre à incliner 
le sommeil et à frapper 
au centre de toute la mort 
y compris la sienne 
 
Préparer des bouquets 
de fusils tordus et les offrir 
à d’autres fusils tordus 
 
La mort à l’intérieur de soi 
est toujours la sœur de celle 
qu’on va tuer 
 
La mort n’a pas de mort 
 
Le coquelicot n’a pas 
la parole du coquelicot 
 
La vie n’a pas de vie 
si la mort ne la réveille pas 
 
La mort aussi 
n’a pas de mort si la vie 
ne la réveille pas 
 
Celui qui réveille le réveil 
ne connaît ni la mort de la vie 
ni la vie de la mort 
mais seulement la parole ouverte 
qui ne parle pas.

 

 1621764-11aa2fbe1b2ba3c8d70626b8c8b0ccae.jpg
Serge Pey (Toulouse, 6 juli 1950)



 

De Duitse dichter en schrijver Walter Flex werd geboren op 6 juli 1887 in Eisenach. Zie ook alle tags voor Walter Flex op dit blog.

 

Lehrers Abschied
(An J. v. L.)

Die Hand, mein lieber Junge! Still! Du weißt
so gut wie ich. was dieses scheiden heißt.
Zum Kampfe für die Heimat würdigt mich
Der deutsche Gott, sei stolz, er braucht auch dich
Nur deiner deutschen Sendung Art und Zeit
Ist dunkel. Doch dein Herz liegt still bereit
In unsres Volkes Kammer wie ein Schwert,
Noch ungebraucht, doch blank und Tatenwert.
Vor mir liegt Leben oder Tod. Vor dich
Tritt ernst das Leben. Junge, halte stich!
Gott geb' mir Lebens- oder Todesglück,
In dir bleibt stets ein Teil von mir zurück.
Des bin ich fröhlich. Denn ich weiß, es bleibt
Atem Herz in deinem als ein Keim, der treibt.
Gott segne dich und in dir meine Saat!
Die Hand darauf, mein kleiner Kamerad!
Und, Junge, halte deine Augen rein,
sie sollen Gottes liebste Spiegel sein!

 

 1621764-97d0341dcc03b9084877cd78f1724e89.jpg
Walter Flex (6 juli 1887 – 16 oktober 1917)



 

De Duitse schrijver Paul Keller werd op 6 juli 1873 in Arnsdorf geboren. Zie ook alle tags voor Paul Keller op dit blog.

Uit: Ferien vom Ich (Nach meiner Heimkehr)

"Ich fand ihn erst im fünften Jahre meiner Wanderfahrt und wäre bei flüchtiger Begegnung wohl an dem veränderten harten Mann mit dem fremden Namen vorbeigegangen; aber ich traf ihn an Bord zwischen Rio und Montevideo, da das Schiff tagelang nicht anhält, und wurde meiner Sache gewiß, als der Fremdling sich plötzlich scheu verbarg und weder an Bord noch bei den Mahlzeiten mehr sichtbar wurde. Da suchte ich ihn in seiner Kajüte auf. Er öffnete auf mein Klopfen und bebte zusammen, als er mich sah. Ich drängte ihn ohne weiteres in die Kajüte und schloß die Tür.
"Ich will nur ein wenig mit dir reden, Joachim", sagte ich und wunderte mich über meine ruhige Stimme; "du wirst es mir nicht abschlagen können, da ich an die fünf Jahre hinter dir her bin. Und daß ich auf dein Leben und deine Entschlüsse keinen Einfluß habe, weiß ich von vornherein. Also versteck dich nicht!"
"Was willst du?" fragte er mühsam heraus.
"Ich will nicht viel. Ich will dich nur bitten, du möchtest von Zeit zu Zeit, so alle Jahre einmal um Weihnachten, an die Mutter schreiben."
Da fiel er auf sein Bett und weinte rasend. Ich trat an das kleine runde Kajütenfenster, an das die Wellen klatschten, und schaute hinaus auf die rollende See.
Vorgestern bin ich nun heimgekommen nach Waltersburg zu meinem und seinem silbernen Mütterchen. Ich muß schon "silbernes Mütterchen" sagen; denn nicht nur die Haare sind silbern, auch das Gesichtchen, auch die schmalen Hände. Alles ist kostbar, edel und weiß an ihr.
Sie fragte mich nur das eine: "Ist er gesund?"

 

 1621764-ed5da7b9d5b60ce82a92de5dbc5ba4da.jpg
Paul Keller (6 juli 1873 – 20 augustus 1932)
Michaelskerk in Miłkowice (Arnsdorf)

Geschreven door Romenu om 14:31 Reageer op dit bericht

Lucas Hirsch

De Nederlandse dichter Lucas Hirsch werd geboren op 6 juli 1975 in Hilversum. Hirsch studeerde in 2002 af bij de vakgroep Amerikanistiek aan de Universiteit van Amsterdam op een vergelijkende studie tussen The Beats en De Vijftigers. Initiatiefnemer van het Amsterdamse dichtcollectief De Residentie (2003-2004). Met Jessica Kroskinski richtte hij de literaire stichting Stichting Kleine Revolutie Producties op, die in Haarlem literaire evenementen en sinds 2009 het jaarlijkse poëziefestival Elswout organiseert. In 2012 tourde Hirsch met Pieter Boskma, Hélène Gelèns, Erik Jan Harmens, John Schoorl en Joost Zwagerman door de Verenigde Staten. Werk van Hirsch verscheen o.a. in Poolse, Finse en Engelse vertaling. Hij is medewerker aan diverse literaire tijdschriften.

 

Nr. 1.

Vorm aan je leven geven een cirkelredenering? 
Een onbehouwen vuist, het tijdsgewricht? 
De genatuurde natuur, insomnia 

Er schampte zojuist een pijl mijn kin 
Had ik vier poten, dan ging ik op een draf 

Zwaaien gaat niet meer. Er hangen volle tassen 
aan mijn strakgespannen armen. Er vliegen vogels op 

de vlucht, het zoveelwekenplan voor elke afstand 
Wanneer wordt dit gesmeed? 

De tips, het schema, de rekensom 
We tellen af. Het land in rep en roer 

Ik verloor alle schaamte, ik verloor ieder antwoord 

Ik kom handen te kort en geen angst zo groot als 
dat je droomt dat we in slaap worden gesust 
wat je tilt uit handen valt

 

 

Nr. 20.

1.
Een Amsterdamse investment banker verklaarde tegen de pers
dat hij er niet over piekerde zijn zuurverdiende bonus in te leveren

Volgens zijn dokter was hij allergisch voor de echte wereld
en kon hij doodgaan als hij daarin zou moeten leven

Zo vindt hij stervende negertjes in Afrika vies

2.
De in kantoortuinen huilende mens
dient rap de uitgang van het pand
gewezen te worden want de koersen
koersen af op dramatisch dikke cijfers
in de min dus in gepaste draf de trappen af

De CEO meldt dat de ontslagen niet
van invloed zullen zijn op de relatie
met de cliënten

 

 

 1687576-a4e966aafe94c38e056c38c222607f14.jpg
Lucas Hirsch (Hilversum, 6 juli 1975)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Bert Wagendorp, Jean Cocteau, Felix Timmermans)

 

Dolce far niente - Bij de start van de Tour de France

 

 1621363-26d56fe7dfe46fd6146d5b423caee1ff.jpg
Mark Cavendish, gevallen in de Tour van 2012

 

 

Uit: De Proloog

"Ik ben de specialist, ik moet de proloog winnen, ik heb de proloog gewonnen in de Ronde van de Middellandse Zee, in de Ronde van Spanje en in de Midi Libre. Dus morgen, in de Ronde van Frankrijk, moet ik hem ook winnen. Dat is het verschrikkelijke van winnen, opeens mag je niet meer verliezen. Ik moet morgen winnen, maar naast me ligt Van Sprundel te slapen en jankt er een mug om mijn hoofd, op de gang zoemt een cola-automaat en de lift gaat op en neer. Telkens wanneer hij op onze verdieping stopt, gaat er een belletje. Zes liter zuurstof zuigt zich met een hoge pieptoon Van Sprundels longen binnen, even later komt het er met een lage gier weer uit, gek word ik er van. Geluiden van een Franse dorpskermis, goed geregeld jongens, de belangrijkste nacht van het jaar, voor de belangrijkste zes kilometer van het jaar, kermis voor je deur."

 

 1621361-22ad858f44e94a3df85743d56c9ac5ed.jpg
Bert Wagendorp (Groenlo, 5 november 1956)

 

 

 

De Franse dichter, romanschrijver, toneelschrijver, ontwerper en filmmaker Jean Cocteau werd op 5 juli 1889 in Maisons Lafitte geboren. Zie ook alle tags voor Jean Cocteau op dit blog.

 

Au bord du chemin

Si je m’assois sur le bord du chemin
et que je regarde en arrière
je vois combien j’ai fait peu de chemin
bien qu’il m’en reste peu à faire.

Mais si vivre est déjà d’entrer chez vous
sans bruit, sur la pointe des pieds,
c’est avec joie qu’on fléchit le genou
devant votre gloire obstinée.

 

 

Le désordre

Avec ce peu de temps qui m'est alloué
peu me soucie le désordre que crée
l'ordre de branle-bas. Perdue d'avance
chaque bataille. Admirez la malchance,
la gare éteinte et les trains déraillés,
les ponts pendus sur les astres noyés.
La nue s'effondre où se perchaient les dieux.
Notre avenir est bien plus ancien qu'eux.

 

 

La palissade

Le jour se lève au fond de l’abreuvoir,
les peupliers dans la fraîcheur frémissent,
les iris ont hissé leurs étendards
et j’entends par-dessus la palissade
des voix d’enfants inventer l’aujourd’hui.
Je suis très loin des autrefois, tant pis,
mais peut-être encor loin de l’avenir
comme une orée l’est des forêts profondes.

 

 1621361-f10b463d17cfeafbc66fe4cab226d210.jpg
Jean Cocteau (5 juli 1889 – 11 oktober 1963)

 

 

De Vlaamse schrijver Felix Timmermans werd op 5 juli 1886 geboren te Lier. Zie ook alle tags voor Felix Timmermans op dit blog.

Uit: Palliete 

“En in die stille, nieuwe heerlijkheid, waarin de dauw zoel neerzeeg, speelde omhoog het perelende lied van een jongen nachtegaal. Pallieter rilde. En hij dacht aan de zon, die nu nog ver achter de wereld zat, ievers bij de Moorkens en de Chineezen. Morgen zou ze opnieuw het zoete Netheland beschijnen en ze zou de boomen en planten van geweld doen spreken en klappen, de bloemen doen breken van reuken, de bosschen doen denderen van 't danig vogelengefluit en hemzelf, Pallieter, een voet doen grooter worden. En hij sloeg van veel te groote blijdschap zijn beenen naar omhoog dat de lakens van het bed vlogen. Hij dekte zich weer onder en sliep met een lach op zijn mond.
Als er in het Oosten een klaarte bibberde en er een haan had gekraaid, wipte Pallieter uit zijn bed, trok zijn hemd uit en liep in zijnen blooten flikker naar de Neeth. Over den grond en tusschen de hooge boomen hing een grijze smoor. Het was heel stil, het gers woog zwaar van den koelen dauw en van de boomen vielen groote lekken.
Pallieter liep en sprong zoo maar rats het hooge water in, duikelde naar onder en kwam weer blinkend van water en geluk, naar asem scheppend, in het midden boven. De waterkoelte deed het bloed in zijn lijf opspringen, het deed hem deugd, en hij lachte.
Hij zwom tegen tij in, liet zich op zijn rug terugdrijven, duikelde, zwom op zijn hondekes, draaide en spertelde en stampte met armen en beenen, dat het water sloeg en klotste en 't lisch en 't jonge riet deed buigen en wiegen.
Allengskensaan met het vergrooten van het licht waren de nevels dikker en witter gegroeid en hadden ze onvoorziens heel het land ingewikkeld. Fijn vogelengefluit regende nu uit de onzichtbare boomen, en de nieuwgemaakte bloemenreuken dreven met heelder kladden door den mist.”

 

 1621361-730dc31eaee2dea724456d27eb1e1afc.jpg
Felix Timmermans (5 juli 1886 – 24 januari 1947)
Beeld van Pallieter doorJan Alfons Keustermans in Lier

 

 

Zie voor de schrijvers van de 4e juli ook mijn blog van 4 juli 2013 ook mijn blog van 5 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:34 Reageer op dit bericht

Neil Simon, Walter Wippersberg, Rob van Erkelens, Sébastien Japrisot, Robert Desnos, Christine Lavant

De Amerikaanse toneelschrijver Neil Simon werd in New York op 4 juli 1927 geboren. Zie ook alle tags voor Neil Simon op dit blog.

Uit: The Play Goes On, A Memoir

“The thought uppermost in my mind was to distract the girls from dealing with the past, and to get them busy with getting on with life, making some small attempt at normalcy. I am always amazed at the resiliency of the young. They looked at me, waiting to hear what my plans were, ready and eager to comply. Neither girl had intended to be home that summer, both having made plans, not fully realizing the graveness of Joan's condition. Nancy was summoned back from camp when Joan passed away sooner than I ever imagined, and Ellen had canceled a student trip to Europe to be with her mother for her last few months. I suggested getting away from New York, as far away as possible, distancing ourselves from loss and sorrow. The summer house in Pound Ridge, New York, that I had bought expressly as a gift to Joan, where I hoped she would recover from her illness, was just a marginal choice to revisit. I offered to take them both to Europe, reasoning that traveling and being together would be, if not a fun-filled vacation, at least a chance to heal ourselves in new surroundings, in a place with fewer memories. Nancy surprised me when she opted to return to camp. It also gave me a sense of relief to know that this ten-year-old knew what was best for her. Ellen and I left together for Europe a week later.
I made the mistake of returning to all the same hotels that Joan and I had stayed in, something that proved harder for me to deal with than for Ellen. But slowly, day by day, I began to see a change in Ellen, a maturing, perhaps growing up faster than she normally would have if Joan were still alive. She started to point out things in shops in London and in Paris that might go nicely in our house.”

 

 1620860-f261bd767f9ed092759433314b570cb5.jpg
Neil Simon (New York, 4 juli 1927)

 

 

De Oostenrijkse schrijver, regisseur, filmmaker en fotograaf Walter Wippersberg werd geboren op 4 juli 1945 in Steyr. Zie ook alle tags voor Walter Wippersberg op dit blog.

Uit: Humanität ist auch ohne Gott möglich

„Wenn's draußen dunkel und kalt und unwirtlich ist, dann rückt man im Haus näher zusammen; auch aus diesem Grund ist Weihnachten wohl zum Familienfest schlechthin geworden, emotional so stark aufgeladen wie kein Fest sonst. Menschen, die das Jahr über ganz gut allein leben können, leiden darunter, wenn sie Weihnachten allein feiern müssen. Fast immer ist dieses Fest verknüpft mit (fast immer idealisierten) Kindheitserinnerungen und verbunden mit starkem Harmoniebedürfnis. (Zu Weihnachten hat Eintracht und eitel Harmonie zu herrschen, und wenn's dann doch nicht ganz so kommt, dann kracht's nicht selten. Der Meinungsforscher Kirschhofer-Bozenhardt wird das wissen, dass in den Familien nie so heftig geprügelt wird wie zu Weihnachten.)
Dieses Fest hat mehrere Wurzeln und deckt vielerlei Bedürfnisse ab. Dass auch an die christlichen Wurzeln erinnert wird, halte ich für sehr legitim. Aber was ist damit erreicht?
„Wir tun“, schreibt Herr Kirschhofer-Bozenhardt, „auch unter dem Aspekt des sozialen Wohlbefindens gut daran, das Christkind nicht durch den Weihnachtsmann zu ersetzen. Weihnachten muss auch als ethisches Prinzip erhalten bleiben.“
Weihnachten als ethisches Prinzip? Das kann so vieles bedeuten, dass es in Wirklichkeit gar nichts bedeutet. Wer mag, der kann in diesen Zeiten der Wirtschaftskrise ja sogar die vorweihnachtlichen Einkaufsorgien als ethisch hochstehend interpretieren. Konsumieren ist erste Bürgerpflicht, sonst geht's der Wirtschaft noch schlechter, und dann werden viele Menschen arbeitslos werden, und daran wollen wir doch nicht schuld sein...“

 

 1620860-29505df375de40de1c626e3abdaa79ff.jpg
Walter Wippersberg (Steyr, 4 juli 1945)

 

 

De Franse schrijver Sébastien Japrisot (pseudoniem van Jean-Baptiste Rossi) werd geboren op 4 juli 1931 in Marseille. Zie ook alle tags voor Sébastien Japrisot op dit blog.

Uit: La dame dans l'auto avec des lunettes et un fusil

« Deux gendarmes en uniforme kaki étaient arrêtés devant.
Je ne les ai vus qu’au dernier moment, presqu’en arrivant sur eux. Je regarde toujours au sol en marchant, par crainte de buter sur un éléphant quelconque qui échapperait à ma vue. Jusqu’à l’âge de dix-huit ans, j’ai porté des verres qui étaient loin d’être aussi bons que ceux que j’ai à présent, j’étais plus souvent jambes en l’air que debout, on m’appelait : « l’avion-suicide ». L’un de mes cauchemars préférés aujourd’hui encore, c’est une bonne grosse poussette de bébé abandonnée dans une entrée d’immeuble. Une fois il a fallu trois personnes pour nous séparer.
(…)

Je n'ai jamais vu la mer.
Le sol carrelé de noir et de blanc ondule comme l'eau à quelques centimètres de mes yeux.
J'ai mal à en mourir.
Je ne suis pas morte.
Quand on s'est jeté sur moi - je ne suis pas folle, quelqu'un, quelque chose s'est jeté sur moi - j'ai pensé : je n'ai jamais vu la mer. »

 

 1620860-48390209e11f7514fb71ed95f7a536cc.jpg
Sébastien Japrisot (4 juli 1931 – 4 maart 2003)

 

 

De Nederlandse schrijver Rob van Erkelens werd geboren in Den Haag op 4 juli 1963. Zie ook alle tags voor Rob van Erkelens op dit blog.

Uit: Op de huid van de tijd, tijdgeest in de jongste Nederlandse literatuur

“De Nederlandse literatuur heeft niet echt een glorieuze geschiedenis waar het engagement of maatschappelijke betrokkenheid betreft. De contemporaine realiteit heeft altijd een bescheiden plaats ingenomen in het werk van onze schrijvers. (In tegenstelling tot andere Europese landen, waar politiek en literatuur beter met elkaar lijken te kunnen samengaan.) Niet voor niets zullen negen van de tien mensen als voorbeeld van een ‘geëngageerde’ Nederlandse roman Max Havelaar noemen, van zo'n tweehonderd jaar geleden. Dat Louis Paul Boon zijn, Vlaamse, realiteit tot onderwerp van enkele magistrale boeken maakte, bevestigt slechts de regel.
Engagement is natuurlijk iets anders dan interesse voor de contemporaine realiteit. Maar ook dat laatste lijkt te ontbreken in de jongste Nederlandse literatuur. Er is in de laatste jaren niet of nauwelijks iemand aan te wijzen die ‘chroniqueur’ genoemd zou kunnen worden. Waar A.F.Th. van der Heijden tot ‘chroniqueur van de jaren tachtig’ is uitgeroepen, blijven de jaren negentig vooralsnog verstoken van een schrijver die zijn of haar tijdperk eens en voor altijd vastlegt door het een plaats te geven in fictie. Alleen Serge van Duijnhoven heeft een geslaagde poging in die richting gedaan. Met name de sleutelroman Dichters dansen niet was een treffende evocatie van de tijdgeest van de jaren negentig.
De jaren negentig van de vorige eeuw zijn natuurlijk niet onbeschreven gebleven. Er werden genoeg boeken gepubliceerd waarin de alledaagse werkelijkheid wél een belangrijke rol speelde, en die elk, en zeker met elkaar, een helder beeld geven van een tijdperk. Hoe persoonlijk gekleurd ook, de verhalen van (onder vele anderen) Arjan Witte, Tommy Wieringa, René Huigen, Martin Bril, Dirk van Weelden, Jaap Scholten, Joost Zwagerman, Hermine Landvreugd en - vooral - Belgen als Tom Lanoye, Paul Mennes, Peter Verhelst en Jeroen Olyslaegers zijn geschreven op de huid van de tijd, zoals dat mooi en dichterlijk heet.”

 

 1620860-5f5342cbf9b6a105d51de688b54cb2ca.jpg
Rob van Erkelens (Den Haag, 4 juli 1963)

 

 

De Franse dichter, schrijver en journalist Robert Desnos werd geboren op 4 juli 1900 in Parijs. Zie ook alle tags voor Robert Desnos op dit blog.

 

I Have Dreamed of You so Much

I have dreamed of you so much that you are no longer real.
Is there still time for me to reach your breathing body, to kiss your mouth and make
your dear voice come alive again?

I have dreamed of you so much that my arms, grown used to being crossed on my
chest as I hugged your shadow, would perhaps not bend to the shape of your body.
For faced with the real form of what has haunted me and governed me for so many
days and years, I would surely become a shadow.

O scales of feeling.

I have dreamed of you so much that surely there is no more time for me to wake up.
I sleep on my feet prey to all the forms of life and love, and you, the only one who
counts for me today, I can no more touch your face and lips than touch the lips and
face of some passerby.

I have dreamed of you so much, have walked so much, talked so much, slept so much
with your phantom, that perhaps the only thing left for me is to become a phantom
among phantoms, a shadow a hundred times more shadow than the shadow the
moves and goes on moving, brightly, over the sundial of your life.

 

 

Under Cover of Night

To slip into your shadow under cover of night.
To follow your footsteps, your shadow at the window.
That shadow at the window is you and no one else;
it's you.
Do not open that window behind whose curtains you're moving.
Shut your eyes.
I'd like to shut them with my lips.
But the window opens and the breeze, the breeze
which strangely balances flame and flag surrounds my escape
with its cloak.
The window opens: it's not you.
I knew it all along.

 

Vertaald door Carolyn Forché en William Kulik

 

1620860-b3e650715c8ad62e8e8f8264858f1b87.jpg
Robert Desnos (4 juli 1900 – 8 juni 1945)



 

 
De Oostenrijkse dichteres, schrijfster en kunstenares Christine Lavant werd geboren op 4 juli 1915 in Groß-Edling als Christine Thonhauser. Zie ook mijn blog van 4 juli 2010 en eveneens alle tags voor Christine Lavant op dit blog.

 

Bernsteingelb ist das Geblüt der Erde...

Bernsteingelb ist das Geblüt der Erde,
Mohnsud tropft aus allen Freudenarten
in der Zeit, dem immergrünen Garten,
wächst der Apfel, den ich pflücken werde.

Muß zuvor aus überglasten Stunden
Weh- und Wermut in dein Herz verpflanzen,
während Sterne durch den Mittag tanzen,
die der Hunger in uns losgebunden.

Bei den Hornissen- und Wespennestern
stiehlt mein Denken ein paar wilde Waben,
um ein Brot für dich und mich zu haben,
und die Erde blutet gelb wie gestern.

Trink mit mir von allen Freudenarten!
Weh- und Wermut wachsen jetzt von selber,
auch der Apfel wird schon immer gelber,
wenn er reif ist, steht der Tod im Garten.

Oh, wir werden sie verzückt verzehren,
Tod und Apfel und die schwarzen Kerne –
doch das Feuer unsrer Hungersterne
wird das Erdblut röten und vermehren.

 

 

Das Sonnenrad ging über mich hinweg...

Das Sonnenrad ging über mich hinweg,
ich liege tief im Tulpenkelch der Nacht
und zähl´ der Sterne gelbe Staubgefäße,
von denen eines klar sich niederneigt.

Die andern bleiben und ich schlafe ein,
um erst im Traum die fromme Zahl zu sehn,
vor ihr zu ahnen, welches Wort sie meine,
bevor die Hand des Vaters sie verlöscht.

Vielleicht macht mich ein früher Vogel wach
und die Banane Mond hängt überzart
und immer schwindender im Apfelgrünen?
Dann fällt mir Zahl und Sinn aus dem Verstand.

Dann war die Mühsal dieses Traums umsonst.
Die dunkle Tulpe blättert langsam auf
und läßt den Morgenstern mein Herz befragen,
wie weit es kam, bevor der Vogel schrie.

O alte Antwort – immer noch gleich scheu –:
Ich war im Vorhof – einer sah mich an –
die Zahl war groß, in der ich mich erkannte
als schwarzes Staubgefäß im roten Kelch.

 

 1620860-5220a5e6257535d57c104358935518c7.jpg
Christine Lavant (4 juli 1915 – 7 juni 1973)
Borstbeeld door Hubert Hochleitner

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e juli ook mijn blog van 4 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:01 Reageer op dit bericht

Franz Kafka, Tom Stoppard, Joanne Harris, Andreas Burnier, Gerard den Brabander, David Barry, Edward Young

De Duitstalige schrijver Franz Kafka werd geboren op 3 juli 1883 in Praag, toen een stad gelegen in de dubbelmonarchie Oostenrijk-Hongarije. Zie ook alle tags voor Franz Kafka op dit blog.

Uit Das Schloss:

»Landvermesser?« hörte er noch hinter seinem Rücken zögernd fragen, dann war allgemeine Stille. Aber der junge Mann faßte sich bald und sagte zum Wirt in einem Ton, der genug gedämpft war, um als Rücksichtnahme auf K.s Schlaf zu gelten, und laut genug, um ihm verständlich zu sein: »Ich werde telefonisch anfragen.« Wie, auch ein Telefon war in diesem Dorfwirtshaus? Man war vorzüglich eingerichtet. Im einzelnen überraschte es K., im ganzen hatte er es freilich erwartet. Es zeigte sich, daß das Telefon fast über seinem Kopf angebracht war, in seiner Verschlafenheit hatte er es übersehen. Wenn nun der junge Mann telefonieren mußte, dann konnte er beim besten Willen K.s Schlaf nicht schonen, es handelte sich nur darum, ob K. ihn telefonieren lassen sollte, er beschloß, es zuzulassen. Dann hatte es aber freilich auch keinen Sinn, den Schlafenden zu spielen, und er kehrte deshalb in die Rückenlage zurück. Er sah die Bauern scheu zusammenrücken und sich besprechen, die Ankunft eines Landvermessers war nichts Geringes. Die Tür der Küche hatte sich geöffnet, türfüllend stand dort die mächtige Gestalt der Wirtin, auf den Fußspitzen näherte sich ihr der Wirt, um ihr zu berichten. Und nun begann das Telefongespräch. Der Kastellan schlief, aber ein Unterkastellan, einer der Unterkastellane, ein Herr Fritz, war da. Der junge Mann, der sich als Schwarzer vorstellte, erzählte, wie er K. gefunden, einen Mann in den Dreißigern, recht zerlumpt, auf einem Strohsack ruhig schlafend, mit einem winzigen Rucksack als Kopfkissen, einen Knotenstock in Reichweite. Nun sei er ihm natürlich verdächtig gewesen, und da der Wirt offenbar seine Pflicht vernachlässigt hatte, sei es seine, Schwarzers, Pflicht gewesen, der Sache auf den Grund zu gehen. Das Gewecktwerden, das Verhör, die pflichtgemäße Androhung der Verweisung aus der Grafschaft habe K. sehr ungnädig aufgenommen, wie es sich schließlich gezeigt habe, vielleicht mit Recht, denn er behaupte, ein vom Herrn Grafen bestellter Landvermesser zu sein. Natürlich sei es zumindest formale Pflicht, die Behauptung nachzuprüfen, und Schwarzer bitte deshalb Herrn Fritz, sich in der Zentralkanzlei zu erkundigen, ob ein Landvermesser dieser Art wirklich erwartet werde, und die Antwort gleich zu telefonieren.“

 

 1620420-d4f420c9ecc5937e8177b6b85d1c0e9b.jpg
Franz Kafka (3 juli 1883 – 3 juni 1924)

 

 

 

De Britse toneelschrijver Tom Stoppard (eig. Tomas Straussler) werd geboren inZlín op 3 juli 1937. Zie ook alle tags voor Tom Stoppard op dit blog.

Uit: The Real Inspector Hound

“Cynthia: What’s that?
Felicity: [Tensely] It sounded like the cry of a gigantic hound!
Magnus: Poor devil!
Cynthia: Sssssh!
[They listen. The sound is repeated, nearer]
Felicity: There it is again!
Cynthia: It’s coming this way – it’s right outside the house!
[Mrs. Drudge enters.]
Mrs Drudge: Inspector Hound!
Cynthia: A police dog?
[Enter INSPECTOR HOUND. On his feet are his swamp boots..]

(…)

Birdboot: Where’s Higgs?
Moon: I’m standing in.
Moon and Birdboot: Where’s Higgs?
Moon: Every Time.
Birdboot: What?
Moon: It is as if we only existed one at a time, combining to achieve continuity..[…]
Birdboot: Where’s Higgs? […]
Moon: […] Perhaps he’s dead, at last, or trapped in a lift somewhere, or succumbed to amnesia, wanering the land with his turn-ups stuffed with ticket-stubs.
[Birdbood regards him doubtfully for a moment]
Birdboot: Yes.. Yes..
well, I didn’t bring Myrtle tonight.”.

 

 1620420-c562fdbeb518e0baddc65606c6365b08.jpg
Tom Stoppard (Zlín, 3 juli 1937)
Scene uit een opvoering in Gwangju, Zuid-Korea, 2011 

 

 

De Britse schrijfster Joanne Harris werd geboren op 3 juli 1964 in Barnsley, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Joanne Harris op dit blog.

Uit: The Lollipop Shoes

“The real magic - the magic we'd lived with all our lives, my mother's magic of charms and cantrips, of salt by the door and a red silk sachet to placate the little gods - had turned sour on us that summer, somehow, like a spider that turns from good luck to bad at the stroke of midnight, spinning its web to catch our dreams. And for every little spell of charm, for every card dealt and every rune cast and every sign scratched against a doorway to divert the path of malchance, the wind just blew a little harder, tugging at our clothes, sniffing at us like a hungry dog, moving us here and moving us there.”
(…)

“That wind. I see it's blowing now. Furtive but commanding, it has dictated every move we've ever made. My mother felt it, and so do I - even here, even now - as it sweeps us like leaves into his backseat corner, dancing us to shreds against the stones. V'la l'bon vent, v'a l'joli vent. I though we'd silenced it for good. But the smallest thing can wake the wind@ a word, a sign, even a death. There's no such thing as a trivial thing. Everything costs; it all adds up until finally the balance shifts and we're gone again, back on the road, telling ourselves - well maybe next time”

 

 1620420-47f4444b2ee2647135ee40b729dcfe61.jpg
Joanne Harris (Barnsley, 3 juli 1964)

 

 

De Nederlandse schrijfster Andreas Burnier werd op 3 juli 1931 in Den Haag geboren als Catharina Irma Dessaur. Zie ook alle tags voor Andreas Burnier op dit blog.

Uit: De zwembadmentaliteit (Van masculinisme naar androgynie)

“Maar gelden elders tegengestelde normen, dan zal men ‘vissen’ echt manlijk vinden en landbouw nu net iets voor vrouwen. Het is met name Margaret Mead, de Amerikaanse cultuurantropologe van wereldfaam, die de volstrekte relativiteit van de veronderstelde sekse-karakteristieken en tevens de permanentie van sekse-discriminatie heeft aangetoond.
Vaak gaat het nogal grof en simplistisch toe bij het opvoedingsproces waardoor de seksen naar het traditionele (zij het dan tijd- en cultuurgebonden) beeld worden gevormd. Soms, bij voorbeeld in intellectuele, progressieve (of antroposofische) kringen in onze westerse wereld, gebeurt het wat subtieler. De ouders verbieden niets expliciet en schrijven niets voor in verband met seksegebonden gedrag, maar wel worden de meisjes, en passant, in hun bewegingsvrijheid belemmerd door hen in ‘mooie’ rokjes en jurkjes te kleden en hun haren lang te laten groeien, terwijl jongetjes functionele kleding krijgen: warmer, steviger, handiger, minder kwetsbaar, waardoor zij de wereld beter kunnen verkennen. Of het meisje wordt geprezen omdat zij er zo snoezig uitziet, zo lief haar moeder helpt, het jongetje omdat hij zo stoer en flink is, zich door niemand op zijn kop laat zitten en zo ondernemend is.
Voor zover ouders zich van alle sekse-discriminatie, ook de indirecte, verre zouden houden, zijn er nog wel de buurt, de school, de kinderboeken, en later de televisie, de reclame, de films, de litteratuur en de wetenschap om mensen onafgebroken mede te delen wat er, gegeven hun lichamelijke sekse, aan gedrag van hen wordt verwacht. Het gevolg daarvan is dat werkelijk niet naar sekse discriminerende ouders soms tot hun verbazing merken dat hun kinderen zelf allerlei sekse-stereotypieën in stand wensen te houden.”

 

 1620422-9c21d12176c4d1617620fe0581816d3d.jpg
Andreas Burnier (3 juli 1931 - 18 september 2002)

 

 

 

De Nederlandse dichter en vertaler Gerard den Brabander (eig. Jan Gerardus Jofriet) werd geboren in Den Haag op 3 juli 1900. Zie ook alle tags voor Gerard Den Brabander op dit blog.

 

Stokoud

Vijfenzestig. Men gaf mij een stok.
Een stok, niet om mee te slaan,
maar een stok om ermee te gaan
van mijn bed naar het kippenhok
of tot het café in de laan.
Een stok, die ik nergens laat staan
omdat men mij er niet mee griefde,
want hij leidt mij, verkommerde haan,
naar de laatste en hoogste geliefde,
die, aan 't eind van mijn schamper bestaan,
mij, als stralende leidster, beliefde
te wijzen op 't eind van mijn baan.
Verwaaid zijn haren en rok
maar de haan blijft eeuwig bestaan...

Wees niet met zijn lot begaan:
hij gaat met de kippen op stok.

 

Een hoofd zo woest...

Een hoofd zo woest en ledig als het gruis
van 't pad, dat blind omhoog kruipt naar het huis,
waar in de holle en verschrikte kamer
't onnozel bloed kleeft aan de bitse hamer;
waar het hooghartig voorhoofd van de deur
en 't stuurs gordijn met de verbeten scheur
zien naar 't onthutst en half ontklede bed,
de houten stoel, gebroken in 't verzet,
en naar de wekker, naar de kleine nijd,
die driftig voortknaagt aan de dode tijd...

Zo hol, zo troosteloos als de hoge hoed,
die in de regen achter 't lijk aan moet;
zó ruïneus geblakerd en beroet
is 't brein, dat men met moord en doodslag voedt.

 

 1620420-0ff550fcf8d09bb1dfe6a3e333b38761.jpg
Gerard den Brabander (3 juli 1900 – 4 februari 1968)
Cover 

 

 

De Amerikaanse humoristische schrijver, columnist en bestsellerauteur David Barry, Jr werd geboren op 3 juli 1947 in Armonk, New York. Zie ook alle tags voor David Barry op dit blog.

Uit: You Can Date Boys When You're Forty

“Make sure your carry-on luggage does not contain any prohibited items, including liquids, gels, gases or solids. If you plan to wear underwear, wear it on the outside of your other garments so that it is clearly visible to the TSA agents. Remove all shoes, belts, sweaters, coats, hats, wigs, eyeglasses, contact lenses, hearing aids, insulin pumps, artificial limbs, pacemakers and donated organs, such as kidneys, and place these in the bins provided, then shuffle or crawl slowly forward in the security line with your head down, taking care not to appear suspicious or make eye contact with anybody.
The heart of the screening procedure is when you go into the “scanner,” which sounds scary, although, in fact, it’s nothing more than a giant microwave oven that bombards your body with atomic radiation. But there’s no need to worry: The scanner is completely safe for humans as long as (a) you do not remain in there longer than the recommended eight-tenths of a second and (b) TSA agents have remembered to change the power setting from POPCORN back to HUMANS after their break.
The scanner serves a vital security function: It “sees” through your clothing and captures an image of your naked body, which is transmitted to a room where specially trained TSA agents decide whether to post it on Facebook. If you would prefer not to have this happen, simply ask to have an agent grope your genitals manually. It’s your right!”

 

 1620420-8a22a7ec599c92ecca078777837b3ba2.jpg
David Barry (Armonk, 3 juli 1947)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Edward Young werd geboren op 3 juli 1683 in Upham, Hampshire. Zie ook alle tags voor Edward Young op dit blog.

 

The Complaint: or Night Thoughts (fragment)

Leisure is pain; takes off our chariot wheels;
How heavily we drag the load of life!
Blest leisure is our curse; like that of Cain,
It makes us wander; wander earth around,
To fly that tyrant, thought. As Atlas groan’d
The world beneath, we groan beneath an hour. 130
We cry for mercy to the next amusement;
The next amusement mortgages our fields;
Slight inconvenience! prisons hardly frown,
From hateful time if prisons set us free.
Yet when Death kindly tenders us relief,
We call him cruel; years to moments shrink,
Ages to years. The telescope is turn’d.
To man’s false optics (from his folly false),
Time, in advance, behind him hides his wings,
And seems to creep, decrepit with his age; 140
Behold him, when pass’d by; what then is seen,
But his broad pinions swifter than the winds?
And all mankind, in contradiction strong,
Rueful, aghast! cry out on his career.
Leave to thy foes these errors and these ills;
To Nature just, their cause and cure explore.
Not short Heaven’s bounty, boundless our expence;
No niggard, Nature; men are prodigals.
We waste, not use our time; we breathe, not live.
Time wasted is existence, used is life.

 

 1620420-0b9963b947c38114c041ff323667d904.jpg
Edward Young (3 juli 1683 – 5 april 1765)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e juli ook mijn blog van 3 juli 2011 deel 2 en eveneens deel 3.



Geschreven door Romenu om 17:49 Reageer op dit bericht

Hermann Hesse, Wisława Szymborska, Pierre H. Dubois, Axel Brauns, Friedrich Klopstock, Johannes Immerzeel

De Zwitserse (Duitstalige) dichter en schrijver Hermann Hesse werd geboren op 2 juli 1877 in Calw. Zie ook alle tags voor Hermann Hesse op dit blog.

Uit: Demian

„Um meine Geschichte zu erzählen, muß ich weit vorn anfangen. Ich müßte, wäre es mir möglich, noch viel weiter zurückgehen, bis in die allerersten Jahre meiner Kindheit und noch über sie hinaus in die Ferne meiner Herkunft zurück.
Die Dichter, wenn sie Romane schreiben, pf legen so zu tun, als seien sie Gott und könnten irgendeine Menschengeschichte ganz und gar überblicken und begreifen und sie so darstellen, wie wenn Gott sie sich selber erzählte, ohne alle Schleier, überall wesentlich. Das kann ich nicht, so wenig wie die Dichter es können. Meine Geschichte aber ist mir wichtiger als irgendeinem Dichter die seinige; denn sie ist meine eigene, und sie ist die Geschichte eines Menschen – nicht eines erfundenen, eines möglichen, eines idealen oder sonstwie nicht vorhandenen, sondern eines wirklichen, einmaligen, lebenden Menschen. Was das ist, ein wirklich lebender Mensch, das weiß man heute allerdings weniger als jemals, und man schießt denn auch die Menschen, deren jeder ein kostbarer, einmaliger Versuch der Natur ist, zu Mengen tot. Wären wir nicht noch mehr als einmalige Menschen könnte man jeden von uns wirklich mit einer Flintenkugel ganz und gar aus der Welt schaffen, so hätte es keinen Sinn mehr, Geschichten zu erzählen. Jeder Mensch aber ist nicht nur er selber, er ist auch der einmalige, ganz besondere, in jedem Fall wichtige und merkwürdige Punkt, wo die Erscheinungen der Welt sich kreuzen, nur einmal so und nie wieder. Darum ist jedes Menschen Geschichte wichtig, ewig, göttlich, darum ist jeder Mensch, solange er irgend lebt und den Willen der Natur erfüllt, wunderbar und jeder Aufmerksamkeit würdig. In jedem ist der Geist Gestalt geworden, in jedem leidet die Kreatur, in jedem wird ein Erlöser gekreuzigt.
Wenige wissen heute, was der Mensch ist. Viele fühlen es und sterben darum leichter, wie ich leichter sterben werde, wenn ich diese Geschichte fertiggeschrieben habe.“

 

 1620059-b5bc1c3676a940caf29c3fa05869b2bf.jpg
Hermann Hesse (2 juli 1877 – 9 augustus 1962)
Standbeeld in Gaienhofen

 

 

De Poolse dichteres Wisława Szymborska werd geboren in 1923 in Bnin. Zie ook alle tags voor Wislawa Szymborska op dit blog.

 

Here

I don’t know about other places,
but here on Earth there’s quite a lot of everything.
Here chairs are made and sadness,
scissors, violins, tenderness, transistors,
water dams, jokes, teacups.

Maybe somewhere else there is more of everything,
only for some reason there are no paintings there,
cathode-ray tubes, dumplings, tissues for tears.

There are plenty of places here with surroundings.
Some you can particularly get to like,
name them your own way
and protect them from evil.

Maybe somewhere else there are similar places,
But no one considers them beautiful.

Maybe like nowhere else, or in few other places,
here you have your own body trunk,
and with it the tools needed,
to add your children to those of others.
Besides that your hands, legs, and the amazed head.

Ignorance here is hard at work,
constantly measuring, comparing, counting,
drawing conclusions and finding square roots.

I know, I know what you’re thinking.
Nothing is permanent here,
for since ever forever in the power of the elements.
But notice—the elements get easily tired
and sometimes they have to take a long rest
before the next time.

And I know what else you’re thinking.
Wars, wars, wars.
But even between them there happen to be breaks.
Attention—people are evil.
At ease—people are good.
At attention we produce wastelands.
At ease by the sweat of our brows we build houses
and quickly live in them.

Life on earth turns out quite cheap.
For dreams for instance you don’t pay a penny.
For illusions—only when they’re lost.
For owning a body—only with the body.

And as if this was not enough,
you spin without a ticket in the carousel of the planets,
and along with it, dodging the fare, in the blizzard of galaxies,
through eras so astounding,
that nothing here on Earth can even twitch on time.

For take a good look:
the table stands where it stood,
on the table the paper, exactly as placed,
through the window ajar just a waft of the air,
and in the walls no terrifying cracks,
through which you could be blown out to nowhere.

 

Vertaald door A. Duszenko

 

 1620059-e4e3a48b1c7301b1a1396b00b74aaf33.jpg
Wislawa Szymborska (2 juli 1923 – 1 februari 2012)

 

 

De Nederlandse dichter, prozaschrijver en criticus Pierre H. (Hubert) Dubois werd geboren in Amsterdam op 2 juli 1917. Zie ook alle tags voor Pierre H. Dubois op dit blog.

 

Wie kan weten, waar de vrede zwerft?

Wie kan weten, waar de vrede zwerft?
Overal waar wij gebonden, even
als een riet door wind bewogen, beven,
weten wij dat het geluk verscherft.

En wij zoeken, tasten bovenmate
naar wat ieder onzer altijd derft,
want niets dat zoo moeilijk in ons sterft,
als het eenige, dat wij nooit bezaten.

Schilders, door demonenvolk bezeten,
Bosch en Bruegel, priesters en profeten
van de waarheid die diep in ons is,

troosten ons: de vrede drijft eens boven,
als wij - zonder hopen - nóg gelooven,
dat er licht schuilt in de duisternis.

 

 

Ledig

Diepe filosofie
houdt mij al maanden bezig.
'k Heb geen tijd voor melancholie.
Maar voel mij toch altijd ledig.

Zou het zijn dat ook de wijsheid
die men al denkend verwerft,
onderdoet voor het weten der grijsheid,
dat men niet krijgt voor men sterft?

 

 1620059-ca050e2f7d4470365ed052b887ae79af.jpg
Pierre H. Dubois (2 juli 1917 - 24 maart 1999)

 

 

De Duitse schrijver en filmmaker Axel Brauns werd op 2 juli 1963 geboren in Hamburg. Zie ook alle tags voor Axel Braun op dit blog.

Uit: Tag der Jagd

„So stark hatte sie sich an etwas so Schlichtem schon lange nicht mehr erfreut. Vielleicht wäre dieses Mal das letzte Mal. Sie würde gleich mit blonder Perücke und Sonnenbrille die Baumeisterstraße entlanggehen. Hansaplatz war reinstes Blaubündnergebiet. Wer steckte hinter den Anschlägen? Dass Klaus in dem Milieu herumgestochert hatte, verstand sie überhaupt nicht. Trieb sich in Hauseingängen mit einer so schmierigen Gestalt wie Janosch vom Hansaplatz herum. Die Vorstellung schnürte ihre Kehle zusammen.
Aus der Hortfeuertasche nahm sie die SIG-Sauer, dazu Schnüre, Klebeband, die MiniDV ohne die Kamera, zwei Handtücher, Verbandszeug, Perücke, Sonnenbrille, Handschuhe und die „Man weiß nie, wozu man sie gebrauchen kann", ein Dreivierteljahrhundert durfte dieses Erbstück alt sein. Der Großvater hatte es dem Vater vermacht, und jetzt trug sie es bei sich. Sie verschloss das kleine Zahlenschloss der Hortfeuertasche und packte den Rucksack.
Die gesicherte Pistole nahm sie in die tiefer genähte Manteltasche. Perücke und Sonnenbrille würde sie erst draußen anlegen, fürs Hotel wollte sie „Maria Müller" bleiben, wie es in ihrem Pass hieß. In der „Langen Reihe" betrat Michaela den Supermarkt. Obwohl sie das Gefühl hatte, den Tag nicht zu überleben, wollte sie abends nicht im Hotelzimmer sitzen und alle Läden wären geschlossen.
In den Einkaufswagen legte sie Zahnbürste, Zahnpasta und eine Rosenduschlotion. Bei den Keksen schaute sie nach den Cinnamon Shortbread Rings, doch war für diese Edelkekse St. Georg nicht das richtige Viertel. Ein Schächtelchen Vollmilchschokoladenrosenblättchen, eine Tüte Studentenfutter, eine Banane und eine Orange sowie eine Halbliterflasche Sprudel landeten nach und nach im Gitterkasten.“

 

 1620059-0236ac57778e4aeabeb8757cf9511b50.jpg
Axel Brauns (Hamburg, 2 juli 1963)

 

 

De Duitse schrijver Friedrich Gottlieb Klopstock werd geboren in Quedlinburg op 2 juli 1723. Zie ook alle tags voor FriedrichKlopstock op dit blog.

 

Der Jüngling

Schweigend sahe der May die bekränzte
Leichtwehende Lock’ im Silberbach;
Rötlich war sein Kranz, wie des Aufgangs,
Er sah sich, und lächelte sanft.

Wütend kam ein Orkan am Gebirg’ her!
Die Esche, die Tann’, und Eiche brach,
Und mit Felsen stürzte der Ahorn
Vom bebenden Haupt des Gebirgs.

Ruhig schlummert’ am Bache der May ein,
Ließ rasen den lauten Donnersturm!
Lauscht’, und schlief, beweht von der Blüte,
Und wachte mit Hesperus auf.

Jetzo fühlst du noch nichts von dem Elend,
Wie Grazien lacht das Leben dir.
Auf, und waffne dich mit der Weisheit!
Denn, Jüngling, die Blume verblüht!

 

 

An Young

Stirb, prophetischer Greis, stirb! denn dein Palmenzweig
Sprosste lang schon empor; dass sie dir rinne, steht
Schon die freudige Träne
In dem Auge der Himmlischen.

Du verweilst noch? und hast hoch an die Wolken hin
Schon dein Denkmal gebaut! Denn die geheiligten,
Ernsten, festlichen Nächte
Wacht der Freigeist mit dir, und fühlts,

Dass dein tiefer Gesang drohend des Weltgerichts
Prophezeiung ihm singt! fühlts, was die Weisheit will,
Wenn sie von der Posaune
Spricht, der Toten-Erweckerin!

Stirb! du hast mich gelehrt, dass mir der Name Tod,
Wie der Jubel ertönt, den ein Gerechter singt:
Aber bleibe mein Lehrer,
Stirb, und werde mein Genius!

 

 

Die frühen Gräber

Willkommen, o silberner Mond,
Schöner, stiller Gefährt der Nacht!
Du entfliehst? Eile nicht, bleib, Gedankenfreund!
Sehet, er bleibt, das Gewölk wallte nur hin.

Des Maies Erwachen ist nur
Schöner noch wie die Sommernacht,
Wenn ihm Tau, hell wie Licht, aus der Locke träuft,
Und zu dem Hügel herauf rötlich er kömmt.

Ihr Edleren, ach es bewächst
Eure Male schon ernstes Moos!
O wie war glücklich ich, als ich noch mit euch
Sähe sich röten den Tag, schimmern die Nacht.

 

 1620059-cfcfe32695c4d050fcd06ebfea9e1a05.jpg
Friedrich Klopstock (2 juli 1723 — 14 maart 1803)
Geboortehuis van Klopstock in Quedlinburg

 

De Nederlandse dichter en schrijver Johannes Immerzeel werd geboren in Dordrecht op 2 juli 1776. Zie ook alle tags voor Johannes Immerzeel op dit blog.

 

Winterlied van een landjongeling

Hoe sneeuwt, mijn geliefde! de vlokkige wol,
Zo blank als uw boezem, de dalvelden vol!
Het noorden ombuldert ons hutje op 't norst,
En hek en geboomte is met rijp overkorst.

't Is winter! het ijs nam de beek in bezit;
De daken der landlijke stulpen zijn wit,
En grauw en eerwaardig, met zilveren top,
Rijst ginter de staatlijke kerktoren op.

't Is winter, mijn liefje! stook 't kamertje warm;
Zet u bij de kachel, en neem me in uw arm!
Want koost men en strookt men, gelijk in de lent',
Dan tovert de liefde de winter ten end.

En draait gij met vingren, zo zuiver als was,
U zijdenen draden van 't zilveren vlas,
Dan schud ik, al stoeiend, u 't kaf van uw schort;
Dan maak ik door sprookjes de nachten u kort.

't Is winter, mijn liefje! waart gij reeds mijn vrouw!
Of ik u ook kussen en troetelen zou!
'k Nam dan u, mijn tedergeliefde! in de arm,
En lachte om de winter — want liefde maakt warm.

 1620059-253be0fe7ca88345ee10cb2cafa2ebb3.jpg
Johannes Immerzeel (2 juli 1776 – 9 juni 1841)

 


Zie voor nog meer schrijvers van de 2e juli ook
mijn blog van 2 juli 2013 en eveneens mijn blog van 2 juli 2011 deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:21 Reageer op dit bericht

Remco Ekkers, F. Starik, Wim T. Schippers, Denis Johnson , J. J. Voskuil, Carry Slee, Hans Bender

De Nederlandse dichter en schrijver Remco Ekkers werd geboren op 1 juli 1941 in Bergen. Zie ook alle tags voor Remco Ekkers op dit blog.

 

Droom

Ik droomde van een kinderlokdoos
een grote blauwe doos met het plaatje
van een schattig kind er op.
Je hoeft het gaatje maar open te prikken
en de kinderen komen één voor één
naar binnen, aangetrokken door
de heerlijke geur. In de doos
geeft een rode schemerlamp
prachtig licht, als je genoeg
gezien hebt, plak je eenvoudig
het gaatje weer dicht.

 

 

Hoe je je dochter moet laten gaan

Houd het jonge meisje zachtjes
tegen bij de keel en kijk zowel
bezorgd, vertederd als
argwanend. Wil je weg?

Zijn je ogen open of gesloten?
Blijf, zeg je, je mag niet weg.
Ik houd van je. Buiten
is de duisternis.

Goed, ik zal je laten gaan
maar luister naar wat
ik je vertel over het leven
ach nee, over wat ik heb gezien.

En kijk, het meisje wacht tot ze los
gelaten wordt, vriendelijk
maar vastbesloten te gaan.
Haar voeten zijn al op weg.

 

1619611-f052eab13c3a7411f0cd7741b6853efb.jpg
Remco Ekkers (Bergen, 1 juli 1941)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver, beeldend kunstenaar, zanger en fotograaf F. Starik werd geboren in Apeldoorn op 1 juli 1958. Zie ook alle tags voor F. Starik op dit blog.

Uit: O teder lied. Bij Rainer Maria Rilkes Nieuwe gedichten

“Zo begint het. ‘Zo. Dus hierheen komen de mensen om te leven, ik zou eerder denken dat hier gestorven werd. Ik ben uit geweest. Ik heb gezien: hospitalen. Ik heb een man gezien, die wankelde en langzaam omviel. De mensen kwamen om hem heen staan, dat bespaarde me de rest.’ Ik had mijn bijbel gevonden. Peter heeft zijn boek nooit teruggekregen. Ik bezit het nog steeds, het ligt hier open voor me op tafel, het boek dat me leerde zien. Halverwege de vakantie barstte de bom. Het leek mijn reisgenoten niet verstandig samen verder te gaan. Het gezelschap viel uiteen in ongelijke delen. Mijn door de zanger uitgewoonde geliefde kreeg ik voorlopig nog mee; en ook het boek, waarvan ik beweerde dat ik het nog niet helemaal uit had, mocht ik gerust meenemen. Als ik maar uit de buurt van de bleke zanger bleef. De vakantie die me leerde me wat een klootzak die mislukte zanger eigenlijk was.
Het boek dat me leerde wat een gedicht is. Rilke zegt over zijn eigen gedichten: ‘Ach, gedichten stellen als prestatie zo weinig voor, als je ze vroeg schrijft. Je zou daarmee moeten wachten en zinnigs en zoets vergaren een heel leven lang, en zo mogelijk een lang leven, en dan, op het allerlaatst, misschien zou je dan tien regels kunnen schrijven die goed zijn. Want gedichten zijn niet, zoals de mensen denken, gevoelens (die heb je vroeg genoeg), — het zijn ervaringen.’
Volgt een lyrische beschrijving van wat je allemaal moet hebben gezien, beleefd, moet hebben ondergaan: je moet heel veel herinneringen verzamelen. En dat is nog niet alles: je moet die herinneringen ook weer vergeten. ‘Pas als ze bloed worden in ons, blik en gebaar, naamloos en niet meer te onderscheiden van onszelf, dan pas kan het gebeuren, dat op een heel uitzonderlijk moment het eerste woord van een gedicht ópstaat in hun midden en uit hen weggaat. Maar al mijn gedichten zijn anders ontstaan, dus zijn het er geen
.’

 

 1619611-d9f30463162c49e50adbc7beb0b94180.jpg
F. Starik (Apeldoorn, 1 juli 1958)

 

 

De Nederlandse televisiemaker, schrijver en beeldend kunstenaar Wim T. Schippers werd geboren in Groningen op 1 juli 1942. Zie ook alle tags voor Wim T. Schippers op dit blog.

 

Kruipruimte

Zoeken, vinden, doeken binden
raadsels rond een ronkend raam
Zoevend zind’ren roeken krijsend
huiveren, stuiterend vloekend almalgaam
Opgeborgen, weggemoffeld
ondermaatse mastodont
die met platte glansverdoofde
metten maakt in ’t brakend front
van zalvend zemeltaart’ge raspen
ruikend naar jouw blote kont

Dampen deks’len ditjes datjes
gierend graven zomerplatjes
deinend door kobalten zwerk
Nee, in drommen dromen perk
noch paal ’t vermaalde wezen
van een opgedirkte boom in ’t riet
Zie je, zie je, godverdome
deze duivels ’opzet niet?

ooit weerom in ’t licht gekraakte
zuivelzure bom. Zwaargeraakte
rombombom en kieren, kiepen
zonder smeer of kachelvet
zwaait het ruisend hemelbed
daarboven waar geen kruid vermoedt
gewassen, aangekleed, gevoed
voorgoed het vette sop en klierend
kaak’len ruimen moet.

 

 

 1619611-0df7523496d037f362f17fae9e0c1c17.jpeg
Wim T. Schippers (Groningen, 1 juli 1942)

 

 

De Amerikaanse schrijver Denis Hale Johnson werd geboren op 1 juli 1949 in München. Zie ook alle tags voor Denis Johnson op dit blog.

Uit: Treindromen (Vertaald door Maarten Polman)

“In de zomer van 1917 nam Robert Grainier deel aan een aanslag op het leven van een Chinese arbeider die betrapt was op diefstal, of daar in ieder geval van beschuldigd werd, uit het bedrijfsmagazijn van de Spokane International Railway in de noordelijkste punt van Idaho.
Drie man van de spoorarbeidersploeg hielden de dief in bedwang en sleurden hem langs de hoge oever naar de brug in aanbouw op vijftien meter hoogte boven de rivier de Moyea. Er kwam een snelle stroom monotone klanken uit de mond van de Chinees, op luide toon. Hij spartelde en kronkelde als een wezel in een zak, terwijl hij met zijn ene vrije vuist achterwaarts uithaalde naar de man die hem bij de nek voortsleepte. Toen deze groep hem passeerde, schoot Grainier, die zag dat ze in moeilijkheden verkeerden, te hulp, en voor hij er erg in had, had hij een van de blote voeten van de boosdoener vast. De man tegenover hem, meneer Sears van de bedrijfsleiding van Spokane International, hield de gevangengenomen man bij de oksel, wat vrijwel geen zin had, en hij was de enige van hen, naast de onverstaanbare Chinees, die tijdens het zwaarste gedeelte van hun inspanningen praatte: ‘Godallemachtig, jongens, komt er dan nooit een eind aan deze klim?’ Waarom slepen we hem dan de hele weg voort, was de vraag die Grainier zou willen stellen, maar hij vond het verstandiger zijn adem te sparen voor de worsteling. Sears stootte een lachje uit, zijn gezicht bleek van vermoeidheid en afgrijzen. Ze gingen allemaal tegen de grond in het stof en kwamen weer overeind, gingen opnieuw tegen de grond, terwijl de Chinees in tongen sprak en het viertal zo bang maakte dat, wat ze aanvankelijk ook van plan mochten zijn geweest, hij nu ten dode was opgeschreven. Er zat niets anders op dan hem van de steiger te gooien.”

 

 1619611-ac27531967edbed8819c8fc77416c06b.jpg
Denis Johnson (München, 1 juli 1949)

 

 

 

De Nederlandse schrijver Johannes Jacobus (Han) Voskuil werd op 1 juli 1926 in Den Haag geboren. Zie ook alle tags voor J. J. Voskuil op dit blog.

Uit: Het bureau 1: Meneer Beerta

“De deur ging open. Juffrouw Haan kwam binnen en sloot de deur. ‘Wist jij dat Ansing weggaat?’ vroeg ze heftig. ‘Ik hoor net dat Ansing weggaat.’
‘Wat zeg je me nou?’ zei Beerta. Hij draaide zich om naar Maarten. ‘Wist jij daarvan?’
‘Nee.’ Het bericht schokte hem.
(…) Hij stond op en ging de kamer uit. Hendrik zat achter zijn bureau. ‘Ga jij weg?’ Hij had moeite om zijn emotie te verbergen.
Hendrik keek hem onbewogen aan. ‘Ja. Van wie weet je dat?’
‘Van Dé Haan.’
‘Dat was niet de bedoeling. Weet Beerta het ook?’
‘Ja.’
‘Dan zal ik het hem vertellen.’ (…) ‘Meneer Beerta!’ zei Hendrik, hij knoopte zijn jasje dicht en richtte zich op, ‘ik hoor dat u zojuist van mevrouw Haan gehoord hebt dat ik wegga. Dat was niet de bedoeling. Maar het is wel juist. Ik word leraar in Enschede.’”

 

 1619611-d466bc0ddda60576aeef6d5117ed56a2.jpg
J. J. Voskuil (1 juli 1926 - 1 mei 2008)
Cover 

 

De Nederlandse schrijfster Carry Slee werd geboren op 1 juli 1949 in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Carry Slee op dit blog.

Uit: Spijt

“Vandaag wordt Jochem in stilte gecremeerd, dat is de wens van zijn ouders.
De leerlingen van klas 2B vinden het moeilijk dat ze er niet bij mogen zijn, daarom heeft meneer Zwart bedacht hoe ze toch afscheid van hun klasgenoot kunnen nemen.
Twee aan twee fietsen ze naar het meer. Hoewel het niet is afgesproken, wordt het een stille tocht. Je hoort alleen het gekletter van de regen en af en toe een passerende auto die door een plas rijdt. Een vrachtwagen raast zo dicht langs hen dat ze nat worden, maar niemand vloekt of wordt kwaad. Het is best een einde fietsen, vooral omdat ze wind tegen hebben en de regen in hun gezicht slaat, maar ze klagen niet. Deze ongemakken zijn niets vergeleken bij de pijn van het afscheid.
Behalve David is niemand meer bij het meer geweest. Je kunt merken dat ze het eng vinden de plek terug te zien. Hoe dichter ze het meer naderen, hoe langzamer ze gaan rijden, alsof ze de confrontatie zo lang mogelijk willen uitstellen.
Davids gedachten zijn de plechtigheid die in het crematorium plaatsvindt. Hij denkt aan Jochems ouders en Nienke en aan Simbad die al twee dagen in zijn mand ligt zijn kop verstopt tussen zijn voorpootjes. De moeder van Jochem vertelde dat Simbad de avond van het klassenfeest ineens begon te janken.”

 

 1619611-4b53447b9d59591f29db139c4efe3d5c.jpg
Carry Slee (Amsterdam, 1 juli 1949)

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en uitgever Hans Bender werd geboren op 1 juli 1919 in Mühlhausen (Kraichgau). Zie ook alle tags voor Hans Bender op dit blog.

 

Tschechow schreibt aus Melichovo

Ich füttere Spatzen,
beschneide Rosenstöcke,
einen pro Tag.
Mehr tue ich nicht.

 

 

Der Heilige Geist

Seit Gottfried Benns Verdikten
ist er nicht mehr gefragt.
Und doch hat er mir manchmal
ein Wort, eine Zeile vorgesagt.

 

 1619611-27659ab431b276bc02bdd2f31ca0972c.jpg
Hans Bender (Mühlhausen, 1 juli 1919)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e juli ook mijn blog van 1 juli 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:07 Reageer op dit bericht

Czeslaw Milosz, Yaseen Anwer, Juli Zeh, José Emilio Pacheco, Assia Djebar, Thomas Lovell Beddoes

De Poolse dichter, schrijver en Nobelprijswinnaar Czesław Miłosz werd geboren in Šeteniai op 30 juni 1911. Zie ook alle tags voor Czeslaw Milosz op dit blog.

 

Over het gebed

Je vraagt me hoe je kunt bidden tot iemand die niet bestaat.
Ik weet alleen dat het gebed een brug van fluweel bouwt
waarover we lopen en als van een trampoline opstijgen
boven landschappen met een kleur van rijp goud,
omgetoverd door de magische stand van de zon.
Die brug leidt naar de oever van Ommekeer
waar alles andersom is en het woord 'is'
een betekenis onthult die wij nauwelijks voorvoelen.
Let wel, ik zeg 'wij'. Daar voelt ieder afzonderlijk
medelijden met anderen, verstrikt in een lichaam,
en weet dat wij ook als er geen overkant zou zijn,
evengoed die brug boven de aarde zouden opgaan.

 

Vertaald door Gerard Rasch

 

 

Gift

A day so happy.
Fog lifted early. I worked in the garden.
Hummingbirds were stopping over the honeysuckle flowers.
There was no thing on earth I wanted to possess.
I knew no one worth my envying him.
Whatever evil I had suffered, I forgot.
To think that once I was the same man did not embarrass me.
In my body I felt no pain.
When straightening up, I saw blue sea and sails.

 

Vertaald door Czeslaw Milosz

 

 

Wie viele herrliche Vorsätze

Wie viele herrliche Vorsätze, Spiele und Listen gab es,
Als uns, meine Freunde,
Die Wolken, die waldesrühmlichen Statuen
Und über der schmalen Straße die Johannisadler-Engel
aaaaabeschützten.
Ihr solltet verlieren und wußtet es nicht.
Ihr solltet verlieren und ich habe es gewußt,
Ohne die Mitwisserschaft, die vergebliche, euch oder mir zu
aaaaabekennen.
Nun ist es vollbracht. Der Wind spielt mit Schatten von Namen,
Bis die Schneestille folgt auf die Dynastie.
Wer Verstand besaß, wählte Doktrinen,
In denen der teuflische Moder, flimmernd, geleuchtet hatte.
Wer Herz besaß, ließ sich zur Nächstenliebe verführen.
Wer Schönheit wollte, diente dem Stein auf dem Stein.
So zahlte unser Jahrhundert heim
Denen, die seiner Verzweiflung und seiner Hoffnung vertrauten.
Und was hat Gewinn bedeutet? Mitten im Wort zu verstummen,
Den Schrei zu vernehmen, der Lüge zu huldigen, weil die Wahrheit gefallen war,
Kumpanei zu heucheln, an Gräbern vorbei,
Und sich zu den Auserwählten zählend,
Mit ganzem Körper die Scham
Zu empfinden.

 

Vertaald door Doreen Daume e.a.

 

 1619173-538850bcf191ecfced343ee750821ec9.JPG
Czeslaw Milosz (30 juni 1911 – 14 augustus 2004)

 

 

De Indiase dichter Yaseen Anwer werd geboren op 30 juni 1989 in Patna. Zie ook alle tags voor Yaseen Anwer op dit blog.

 

Knowledge

Knowledge increases night and day
and takes me you to the proper way
as gained knowledge abit
results always in profit.

Any activity
can provide you knowledge
if you are eager to learn
and give your life a big turn.

Knowledge is so simple
just look around any activity
gain knowledge with any
and try to give your life a big turn.

 

 

Lets Live

Here when you are with me
How colorful surrounding appears
What a peace I find is applied to this layer
Lets live here together
Lets live here forever.

 

 

 1619173-aa4d46489035cd68b9c4a1490a4f0e3c.jpg
Yaseen Anwer (Patna, 30 juni 1989)

 

 

De Duitse schrijfster Juli Zeh werd geboren in Bonn op 30 juni 1974. Zie ook alle tags voor Juli Zeh op dit blog.

Uit: Corpus Delicti

„Rings um zusammengewachsene Städte bedeckt Wald die Hügelketten. Sendetürme zielen auf weiche Wolken, deren Bäuche schon lange nicht mehr grau sind vom schlechten Atem einer Zivilisation, die einst glaubte, ihre Anwesenheit auf diesem Planeten vor allem durch den Ausstoß gewaltiger Schmutzmengen beweisen zu müssen.
Hier und da schaut das große Auge eines Sees, bewimpert von Schilfbewuchs, in den Himmel – stillgelegte Kies- und Kohlegruben, vor Jahrzehnten geflutet. Unweit der Seen beherbergen stillgelegte Fabriken Kulturzentren; ein Stück stillgelegter Autobahn gehört gemeinsam mit den Glockentürmen einiger stillgelegter Kirchen zu einem malerischen, wenn auch selten besuchten Freilichtmuseum.
Hier stinkt nichts mehr. Hier wird nicht mehr gegraben, gerußt, aufgerissen und verbrannt; hier hat eine zur Ruhe gekommene Menschheit aufgehört, die Natur und damit sich selbst zu bekämpfen. Kleine Würfelhäuser mit weiß verputzten Fassaden sprenkeln die Hänge, ballen sich zusammen und wachsen schließlich zu terrassenförmig gestuften Wohnkomplexen an. Die Flachdächer bilden eine schier endlose Landschaft, dehnen sich bis zu den Horizonten und gleichen, das Himmelsblau spiegelnd, einem erstarrten Ozean: Solarzellen, eng beieinander und in Millionenzahl.
Von allen Seiten durchziehen Magnetbahn-Trassen in schnurgeraden Schneisen den Wald. Dort, wo sie sich treffen, irgendwo inmitten des reflektierenden Dächermeers, also mitten in der Stadt, mitten am Tag und in der Mitte des einundzwanzigsten Jahrhunderts – dort beginnt unsere Geschichte.“

 

 1619173-f623a1997d6d833977e35899e5cf3aaa.JPG
Juli Zeh (Bonn, 30 juni 1974)

 

 

De Algerijnse schrijfster Assia Djebar (eig.Fatima-Zohra Imalayen) werd geboren op 30 juni 1936 in Cherchell, een kleine kustplaats in de buurt van AlgiersZie ook alle tags voor Assia Djebar op dit blog.

Uit: L'Amour, la fantasia

« Fillette arabe allant pour la première fois à l’école, un matin d’automne, main dans la main du père. Celui-ci, un fez sur la tête, la silhouette haute et droite dans son costume européen, porte un cartable, il est instituteur à l’école française. Fillette arabe dans un village du Sahel algérien.
Villes ou villages aux ruelles blanches, aux maisons aveugles. Dès le premier jour où une fillette « sort » pour apprendre l’alphabet, les voisins prennent le regard matois de ceux qui s’apitoient, dix ou quinze ans à l’avance : sur le père audacieux, sur le frère inconséquent. Le malheur fondra immanquablement sur eux.
Toute vierge savante saura écrire, écrira à coup sur « la » lettre. Viendra l’heure pour elle où l’amour qui s’écrit est plus dangereux que l’amour séquestré.
Voilez le corps de la fille nubile. Rendez-la invisible. Transformez-la en être plus aveugle que l’aveugle, tuez en elle tout souvenir du dehors. Si elle sait écrire ? Le geôlier d’un corps sans mots – et les mots écrits sont mobiles – peut finir, lui, par dormir tranquille : il lui suffira de supprimer les fenêtres, de cadenasser l’unique portail, d’élever jusqu’au ciel un mur orbe.
Si la jouvencelle écrit ? Sa voix, en dépit du silence, circule. Un papier. Un chiffon froissé. Une main de servante, dans le noir. Un enfant au secret. Le gardien devra veiller jour et nuit. L’écrit s’envolera par le patio, sera lancé d’une terrasse. Azur soudain trop vaste. Tout est à recommencer.
À dix-sept ans, j’entre dans l’histoire d’amour à cause d’une lettre. Un inconnu m’a écrit ; par inconscience ou par audace, il l’a fait ouvertement. Le père, secoué d’une rage sans éclats, a déchiré devant moi la missive. Il ne me la donne pas à lire ; il la jette au panier.
L’adolescente, sortie de pension, est cloîtrée l’été dans l’appartement qui surplombe la cour de l’école, au village ; à l’heure de la sieste, elle a reconstitué la lettre qui a suscité la colère paternelle.»

 

 1619173-4ae6ea1ab62a883bd264ce702b220ded.jpg
Assia Djebar (Cherchell, 30 juni 1936)

 

 

De Mexicaanse schrijver, dichter, essayist en vertaler José Emilio Pacheco werd geboren in Mexico City op 30 juni 1939. Zie ook alle tags voor José Emilio Pacheco op dit blog.

Uit: City of Memory and Other Poems

The Ruins Of Mexico

1
Absurd is plummeting matter,
pierced by the void, then hollow.
No: Matter can never be destroyed,
the form we give it is crushed,
our works shattered.

 
2
The Earth spins floating on fire,
slumbers on a powder keg.
A bonfire rages in its heart,
a stone inferno
suddenly an abyss.

 
3
The deep rock throbs in the cave,
undoes its state of stone.
it breaks its pact with stillness,
becomes death’s battering ram.

 
4
The roar comes from within,
a somber rumbling of hooves,
an invisible stampede, explosion
of what we think immovable,
and it boils forever.


 

 1619173-7c1c165caaad99a6da506c2068100a55.jpg
José Emilio Pacheco (Mexico City, 30 juni 1939)

 

 

De Engelse dichter Thomas Lovell Beddoes werd geboren op 30 juni 1803 in Clifton (Bristol). Zie ook alle tags voor Thomas Lovell Beddoes op dit blog.

 

Song

How many times do I love thee, dear? 
Tell me how many thoughts there be    
In the atmosphere       
Of a new-fall'n year,    
Whose white and sable hours appear            
The latest flake of Eternity:      
So many times do I love thee, dear.     
How many times do I love again?        
Tell me how many beads there are      
In a silver chain           
Of evening rain,           
Unravell'd from the tumbling main,       
And threading the eye of a yellow star: 
So many times do I love again.

 

 

The Swallow Leaves Her Nest

The swallow leaves her nest,
The soul my weary breast;
But therefore let the rain
On my grave
Fall pure; for why complain?
Since both will come again
O'er the wave.

The wind dead leaves and snow
Doth hurry to and fro;
And, once, a day shall break
O'er the wave,
When a storm of ghosts shall shake
The dead, until they wake
In the grave.

 

 1619173-b572d602967bfb759016ee441291bca2.jpg
Thomas Lovell Beddoes (30 juni 1803 – 26 januari 1849)
Clifton

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e juni ook mijn blog van 30 juni 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 20:33 Reageer op dit bericht

János Csokits

De Hongaarse dichter en vertaler János Csokits werd geboren in Boedapest op 30 juni 1928. Csokits verliet Hongarije in 1949. Hij woonde eerst in Londen, daarna in Parijs en München, waar hij werkte voor Radio Free Europe. Tenslotte keerde hij weer terug naar Londen om te werken voor de Hongaarse afdeling van de BBC. Zijn gedichten en essays werden gepubliceerd in verschillende Engelstalige literaire tijdschriften buiten Hongarije. In 1989 keerde Csokits terug naar zijn geboorteland, waar hij woonde tot zijn dood op 4 augustus 2011. János Csokits speelde een grote rol in de campagne om de Engelssprekende wereld te laten kennismaken met de poëzie van met János Pilinszky. Omdat hij geloofde dat alleen een groot dichter poëzie kan vertalen haalde hij Ted Hughes over om Pilinszky te vertalen. Zelf leverde hij slechts de eerste ruwe versies. Het resultaat van de samenwerking, Pilinszky’s “Selected Poems” verscheen in 1976.

Passion of Ravensbrück
 
He steps out from the others.
He stands in the square silence.
The prison garb, the convict’s skull
blink like projection.

He is horribly alone.
His pores are visible.
Everything about him is so gigantic,
everything is so tiny.

And this is all.
The rest–––
the rest was simply
that he forgot to cry out
before he collapsed.

 

Janos Pilinsky
Vertaald door Janos Csokits en Ted Hughes

 

 

 1711522-2bab950f7bbdfead8fc0d0a29f157340.jpg
János Csokits (30 juni 1928 - 4 augustus 2011)
Ted Hughes, János Csokits en János Pilinszky in 1977.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Dolce far niente (Aaro Hellaakoski)

 

Dolce far niente

 

 

 1618519-690183fae5c8bd78248a2a12ca66be38.jpg
Boar Lane, Leeds, door John Atkinson Grimshaw, 1881

 

 

Dolce far niente

9 o'clock
evening-lively street
with shining stones
like a colorful tale
your way home under the row of lamps
                                               delightful hurry
   when                                   
                                               sonorous rumble
       you get back                   
                                               silly smile
              from work                 
                                               of the mannequins
                                               misted smile
     g l e a m i n g s h o p w i n d o w s
     t h o u s a n d s o f   s t r a n g e rs w a l k i n g
                        car
                 paws
         claw
   the street
eyes fill
with light whirling toward your head
              white glove
                    STOP
white glove on an outstretched hand
hrr-rr-rh
walk safely, weary man
evening     eveningwayway
windows windows are shining
thoughts are already tasting sleep
sweet sweet weariness
ardent beauty of the evening
                                          dolce far niente

 

Vertaald door Keith Bosley

 

 

 1618519-be13b28aaefcdb0a98bd18674b3f3b42.jpg
Aaro Hellaakoski (22 juni 1893 – 23 november 1952)

 

 

Zie voor de schrijvers van de 29e juni ook mijn blog van 29 juni 2013 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 12:04 Reageer op dit bericht

Florian Zeller, Ryszard Krynicki, Mark Helprin, Marlene Streeruwitz, Fritzi Harmsen van Beek, Luigi Pirandello, Jean Jacques Rousseau

De Franse schrijver Florian Zeller werd op 28 juni 1979 in Parijs geboren. Zie ook alle tags voor Florian Zeller op dit blog.

Uit:Climax (Vertaald door William Rodarmor)

“He breathed calmly, seeking a thought, a subject, an object that could neutralize the sight of these two entwined women. Miraculously, his gaze fell on a book that happened to be lying on the night table: Letters of Abélard and Héloïse. Pauline had given it to him a few weeks earlier, saying she thought it was the most beautiful account in all of romantic literature. He tried to remember the last passage he had read. In fact, wasn’t it the moment when Abelard was castrated?
Right then, his objective was less to take pleasure than to hold it off as long as possible. Nicolas was considerate and polite, but every man has his weaknesses. The combined effect of Pauline and Sophia’s tongues soon broke his concentration. He raised himself on his elbows. “What’s the matter?” asked Sofia in surprise.
How could you claim that nature is well designed, he was tempted to answer her, when an excess of pleasure precipitates the very end of that pleasure? He just muttered vaguely, “Easy, girls…” Sofia, who wasn’t very obedient, continued stroking his penis while Pauline took off her panties so as to move on to serious matters.
So of course what had to happen, did.
“What, already?” exclaimed Sofia, looking at him little ironically.
Let’s immediately put Nicolas’s disappointing performance in perspective. The English novelist Adam Thirwell once came across notes of a conversation between several eminent members of the Surrealist group, and this is the conversation that comes to mind. It took place on 3 March 1928, and its theme was the male orgasm. Each of the participants was to talk as honestly as possible about what they did in bed. Raymond Queneau asked the first question: “How long before you ejaculate, from the moment you are alone with the woman?” André Breton closed his eyes, trying to remember, wanting to be accurate. Before answering, he distinguished between two periods: all that preceded the act (which for him lasted more than half an hour) and the act itself (twenty seconds, maximum).»

 

 1618154-65eedc87a25b266ea700ced89c155922.jpg
Florian Zeller (Parijs, 28 juni 1979)

 

 

 

De Poolse dichter, vertaler en uitgever Ryszard Krynicki werd geboren op 28 juni 1943 in St.Valentin, Lager Wimberg, Oostenrijk. Zie ook alle tags voor Ryszard Krynicki op dit blog.

 

The Museum of Fine Arts in Budapest

How did you find yourself here,
poor mummy of an Egyptian princess,
exposed to alien stares?
Now it is here you have your afterlife.
I myself am a part of it for a moment,
while I'm looking at you.

So far there is no other.
No one knows
if there will be.



 

Save Me, Guide Me

Save me, shield me, faithful journey,
from my own lies and from our era.
Protect me, you, Angel and Guardian,
but you, White Cloud, guide me.

Keep me from thunder, hurricane,
immaculate truth, give me light.
Don't overlook me, little dove,
when you send us a sign from the heights.

Forgive me, twilight,
don't pierce me, spear of nightmares.
Don't bless me with madness,

wake me, morning star.

 

Vertaald door Alissa Valles

 

 

 1618154-a4a62f3c48ac4cf36e6caaf1ef982dc6.jpg
Ryszard Krynicki (St.Valentin, 28 juni 1943)

 

 

De Amerikaanse schrijver en journalist Mark Helprin werd geboren in New York op 28 juni 1947. Zie ook alle tags voor Mark Helprin op dit blog.

Uit: Winter’s Tale

“Nothing is random, nor will anything ever be, whether a long string of perfectly blue days that begin and end in golden dimness, the most seemingly chaotic political acts, the rise of a great city, the crystalline structure of a gem that has never seen the light, the distributions of fortune, what time the milkman gets up, the position of the electron, or the occurrence of one astonishing frigid winter after another. Even electrons, supposedly the paragons of unpredictability, are tame and obsequious little creatures that rush around at the speed of light, going precisely where they are supposed to go. They make faint whistling sounds that when apprehended in varying combinations are as pleasant as the wind flying through a forest, and they do exactly as they are told. Of this, one is certain.
And yet, there is a wonderful anarchy, in that the milkman chooses when to arise, the rat picks the tunnel into which he will dive when the subway comes rushing down the track from Borough Hall, and the snowflake will fall as it will. How can this be? If nothing is random, and everything is predetermined, how can there be free will? The answer to that is simple. Nothing is predetermined, it is determined, or was determined, or will be determined. No matter, it all happened at once, in less than an instant, and time was invented because we cannot comprehend in one glance the enormous and detailed canvas that we have been given - so we track it, in linear fashion piece by piece. Time however can be easily overcome; not by chasing the light, but by standing back far enough to see it all at once. The universe is still and complete. Everything that ever was is; everything that ever will be is - and so on, in all possible combinations. Though in perceiving it we image that it is in motion, and unfinished, it is quite finished and quite astonishingly beautiful.
In the end, or rather, as things really are, any event, no matter how small, is intimately and sensibly tied to all others. All rivers run full to the sea; those who are apart are brought together; the lost ones are redeemed; the dead come back to life; the perfectly blue days that have begun and ended in golden dimness continue, immobile and accessible; and, when all is perceived in such a way as to obviate time, justice becomes apparent not as something that will be, but something that is.“

 

 1618154-e6b64148be3e5e4ba78d8a4773b3655d.jpg
Mark Helprin (New York, 28 juni 1947)

 

 

De Oostenrijkse schrijfster Marlene Streeruwitz werd geboren op 28 juni 1950 in Baden bij Wenen. Zie ook alle tags voor Marlene Streeruwitz op dit blog.

Uit: Partygirl

“Das war das Beste an den Abenden allein. Niemand fragte, ob sie etwas gegessen hatte. Sie blieb im Zimmer stehen. Der Boden auf dem Balkon naß. Der Wind. Madeline zerbröselte die Semmel. Streute die Semmelstückchen auf den Balkon. Die Taube würden die Brösel schon holen. Sie stand da. Sah hinaus. Hinunter. Auf den Luegerplatz nach links. Tief unten. Zur Postsparkassa rechts. Warum niemand begreifen wollte, was das Problem war. Niemand wollte verstehen, wie schwierig es war, etwas in den Mund zu stecken. Das Schmecken. Der Mund. Die Lippen. Sie waren wie zugewachsen. Es ging nicht, etwas anderes zu schmecken. Etwas anderes als den eigenen Mund. Es ging nicht, etwas zu ändern. Am eigenen Geschmack. Beim Gedanken, ein Stück Semmel auf die Zunge zu legen. Die Mundhöhle zu füllen. Damit. Es war nicht möglich. Bei der Vorstellung. Sie hätte sofort zu weinen beginnen können. Oder lachen. So lang lachen, bis die Unruhe hinter dem Nabel verschwunden war. Fremde Dinge in den Mund stecken. Dinge, die ihr andere vorschrieben. Rick meinte es ja gut. Wahrscheinlich meinte Rick es gut. Aber sie würde schon essen. Wenn sie Lust hatte. Wann sie es wollte. Sie war alt genug dazu. Und es war nur natürlich. Nach den letzten Jahren. Nach den Verlusten. Den Veränderungen. Dem Umzug. Sie mußte sich davon erholen. Und hier. Jetzt. In der neuen Wohnung. Es mußte alles anders werden. Es würde alles anders werden. Zu Hause wäre immer jemand dagewesen. Ein Anruf. Und sie wäre nicht mehr allein. Aber jeder wußte auch alles. Von ihr. Von ihnen. Von allen. Jeder wußte viel mehr, als zu wissen war. Sie mußte das erst lernen. Daß sie unbekannt war. Und sie hatte sich das gewünscht. Weg von Baden. Weg aus diesem vertratschen Kaff. Und allein sein. Niemand mehr, der in der Nacht nach einem rief. Bei geschlossener Tür schlafen können. Und nichts tun müssen. Sich um nichts kümmern müssen. Sich nie wieder um etwas kümmern müssen.“

 

 1618154-086784dc882f6957fd647b015235f00d.jpg
Marlene Streeruwitz (Baden, 28 juni 1950)

 

 

De Nederlandse dichteres en schrijfster Fritzi Harmsen van Beek werd geboren in Blaricum op 28 juni 1927. Zie ook alle tags voor Fritzi Harmsen van Beek op dit blog

 

Brief

Aan: onvernoemd. Onverstuurd.

'Kom ogenblikkelijk, ik ben ongeneeslijk ziek:
een liefde van zo'n dertig of zo jarenlang beleden

is vervallen, schijnbaar, in het niets, alwaar het
klaarblijkelijk al op zijn plaats was, al die tijd.

Indien nu koning Arthur nog maar bestond, was je een
vliegend schaak, of minstens Parcival, die had ook

onovertreffelijke zit, te paard. Met die gouden schotel,
is dat toen niet misgelopen? Zeker weet ik het meer niet.

Maar in elk geval was er sprake van een tafel en, nog
belangrijker een Ronde! De ridders doolden nog, ja, en

vonden, zo af en toe. Wat dan ook. Ik was toen, jammer
genoeg nog niet op de vlakte, nou ja, geef me desnoods,

vanwege doodsnood een injectie, per die juffrouwdame,
die dat zo voortreffelijk doet. Opdat ik weer vrolijk

word. Ach, ongeneeslijk is het waarschijnlijk toch, zó-
veel is nu toch eindelijk wel zeker. Maar er zijn meer

patiënten nog, die hoewel opgeschreven met opgeheven
hoofd de dood, de liefde, in de ogen zien, ach...

de herfst stemt me somber, stemt me vrolijk, bij de
gedachte aan uw stem, aan uw bij voorbaat ruwe woorden,

omdat, als paardenkenner, bij hemelsblauwste oogopslag je
had gezien: dat ding valt niet te temmen meer, voor-

uit maar: een paar verantwoorde medicamenten. Nu,
nog bedankt, maar in Godsnaam, wie was je, waar bèn

je en waarom niet hier? Waarom ik wèl?

 

 1618154-cdeae5cf64bc3c21f6626400ab31544a.jpg
Fritzi Harmsen van Beek (28 juni 1927 – 4 april 2009)

 

 

De Italiaanse schrijver Luigi Pirandello werd op 28 juni 1867 geboren in de villa 'Caos' (chaos) in de buurt van Agrigento. Zie ook alle tags voor Luigi Pirandello op dit blog.

Uit: Iemand, niemand en honderdduizend (Vertaald door Leonie Bijman en Annegret Böttner)

“Het denkbeeld dat anderen in mij zagen, iemand die niet was zoals ik mezelf kende; iemand die alleen zij konden kennen door me van buitenaf te bekijken met ogen die niet de mijne waren en die me een uiterlijk gaven dat voor mij altijd onbekend moest blijven, hoewel het toch echt in me zat, het toch echt mijn uiterlijk voor hen was (een ‘mijn’ dus dat mij niet toebehoorde!); dat anderen dus een leven zagen dat voor hen het mijne was, waarin ik evenwel niet kon doordringen, dit denkbeeld liet me niet meer met rust. Hoe moest ik deze vreemde in mij verdragen? Deze vreemde die ik zelf was? Zonder hem ooit te zien? Zonder hem ooit te kennen? Hoe kon ik verdragen om voor altijd veroordeeld te blijven hem met me, in me mee te torsen, in het gezichtsveld van anderen, maar ondertussen buiten dat van mij om?”
(...)

“Ik construeer mezelf voortdurend, en ik construeer u, en u doet hetzelfde. En de constructie blijft overeind totdat het materiaal van onze gevoelens afbrokkelt en het cement van onze wil uiteenvalt. Waarom denkt u anders dat er telkens zo wordt gehamerd op wilskracht en standvastigheid? Onze wil hoeft maar een klein beetje te wankelen, en onze gevoelens hoeven slechts heel weinig te verschuiven of te veranderen, en daar gaat onze werkelijkheid! We merken dan meteen dat het niets anders was dan een illusie van ons.
Dus: wilskracht. Standvastigheid. Weest u sterk en standvastig, anders duikt u in het niets en komt u voor onaangename verrassingen te staan."

 

 1618154-2c0e43da45095e323b38a02c62f655fd.jpg
Luigi Pirandello (28 juni 1867 - 10 december 1936)
Jeugdportret

 

 

De Franse schrijver, filosoof en componist Jean Jacques Rousseau werd geboren in Genève op 28 juni 1712. Zie ook alle tags voor Jean-Jacques Rousseau op dit blog.

Uit: Bekentenissen (Vertaald door Leo van Maris)

‘Ik ga iets ondernemen dat nooit eerder is gedaan en dat, als het eenmaal is uitgevoerd, niet zal worden nagevolgd. Ik wil aan mijn medemensen een mens laten zien zoals hij werkelijk is en die mens, dat ben ik zelf.
Enkel en alleen ik zelf.Ik ervaar mijn eugen innerlijk en ik ken de mensen.Ik ben niet gemaakt als enig ander mens die ik heb ontmoet.Ook al zou ik niet beter zijn, ik ben op zijn minst anders.Of de natuur er goed of slecht aan heeft gedaande mal te breken waarin ik gegoten ben, daarover kan men alleen oordelen als men mij gelezen heeft”.
(…)

'Maar toen ik op het punt stond in onmacht te vallen op een boezem die voor de eerste keer de mond en de handen van een man leek te dulden, merkte ik dat ze een borst zonder tepel had. Ik raakte van mijn stuk, keek wat beter en het drong tot me door dat die borst niet zo gebouwd was als de andere. Toen probeerde ik te bedenken hoe men een borst zonder tepel kan hebben en ervan overtuigd dat het kwam door een ernstig aangeboren gebrek zag ik, na die gedachte grondig te hebben overwogen, zo helder als glas dat ik in de persoon van de innemendste vrouw die ik me kon voorstellen, niet meer dan een soort monster in mijn armen hield, het uitschot van natuur, mensen en liefde.'

 

 1618154-1ba0da554ce4b5a0f8ffa241bc84e19d.jpg
Jean-Jacques Rousseau (28 juni 1712 - 2 juli 1778)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 28e juni ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 14:46 Reageer op dit bericht

Juan José Saer, Anton van Wilderode, Otto Julius Bierbaum, A. E. Hotchner, Eric Ambler, Jürg Federspiel

De Argentijnse schrijver Juan José Saer werd geboren in Serodino op 28 juni 1937. Zie ook alle tags voor Juan José Saer op dit blog.

Uit: Ermittlungen (Vertaald door Hanna Grzimek)

„Auch wenn die Nacht sie verschluckt, kommen sie, wie ich schon sagte, am Tag wieder hervor, und jene, die nicht von Hoffnungslosigkeit, Elend, verlorenen Illusionen oder Trauer verzehrt wurden, blühen am Vormittag auf mit ihren aus der Mode gekommenen Hütchen, ihren strengen Mänteln und ihren zurückhaltenden Pinselstrichen Schminke und tippeln im Gleichschritt neben ihren Hündchen einher, steigen fünf oder sechs Treppen hinab, um Katzen- oder Kanarienfutter zu kaufen oder eine Wochenzeitschrift mit dem kompletten Fernsehprogramm, oder vielleicht, und warum auch nicht, in ein Restaurant zu gehen, das sie dann am frühen Nachmittag wieder verlassen, um einen Bekannten im Krankenhaus zu besuchen, oder, was noch wahrscheinlicher ist, zum Friedhof zu gehen und das Grab eines Verwandten zu pflegen – dabei sind sie selbst schon fast nicht mehr Materie, sondern zu einer Art Symbol, Idee, Metapher oder Prinzip geworden.
Ganz gewiß sind sie eine Eigenheit dieser Stadt, ein Bestandteil des Lokalkolorits wie das Louvremuseum und der Triumphbogen oder die Malvengewächse auf den Fensterbänken, zu deren Erhalt sie, zugegeben, mit ihren Plastikgießkännchen und morgendlichen Wasserkrügen in jedem Fall mehr beitragen als jeder andere. Vielleicht ist es ja zur Belohnung für die Mühe, in ihrem so begehrten Unterkörper Mensch und Welt nicht nur zu bewahren, sondern sogar zu vermehren, oder rein zufällig, aufgrund einer aleatorischen Anordnung von Gewebe, Blut und Knorpel, sehr vielen von ihnen gegeben, ein bißchen länger als alle übrigen am Rande der Zeit fortzubestehen, den ruhigen Stellen in Flüssen gleich, an denen das Wasser bewegungslos und glatt scheint dank einer unsichtbaren Kraft, welche die Strömung horizontal aufhält, jedoch unerbittlich und vertikal zum Grund zieht.“

 

1618147-3a57f4bc631b16d509da1e8786c0ec1f.jpg
Juan José Saer (28 juni 1937 - 11 juni 2005)

 

 

De Vlaamse schrijver dichter, vertaler en scenarist Anton van Wilderode (pseudoniem van Cyriel Paul Coupé werd geboren in Moerbeke op 28 juni 1918. Zie ook alle tags voor Anton van Wilderode op dit blog.

 

Het Land van Amen

1.
Ik zal voorbij zijn en het dorp zal duren
gelijk vandaag met harpen in de bomen.
Geblaat geblaf. En telkens toegenomen
bewegingen tegen de middaguren.
Het gras ontelbaar tussen vogelveren
en leeuwerikken als omhooggetrokken
onhoorbaar bezig in een tijd vol klokken.

De knapen die nu haastig huiswaarts keren,
en ransels rondzwaaiend naar alle kanten
zullen volwassen zijn met grote handen.

 

 

De dag van Eden
In memoriam matris

1
Als ik vanavond thuiskom ben je weg.
Ik zal de tuin inlopen rokend en verdrietig
om al het liefs dat ik je wilde zeggen.
Je zwarte stoel staat in het erwtenbed.

Je zat er vaak tussen twee beurten in
nog met je handen aan de groene lussen
een uur vol gras en vogels uit te rusten,
de druppels zweet al haastig weggewist.

Een fijne sluier zand ligt op je stoel.
Ik zal hem in spiraaltjes openblazen.
Want je bent weg, ik moet mij nooit meer haasten.
Voor hoeveel jaren is dat nu voorgoed.

 

 

 1618147-927711e45a642b1a5404693af96319de.jpg
Anton van Wilderode (28 juni 1918 - 15 juni 1998)
Basreliëf aan het Wilderodehuis in Moerbeke-Waas

 

 

De Duitse dichter en schrijver Otto Julius Bierbaum werd geboren op 28 juni 1865 in Grünberg. Zie ook alle tags voor Otto Julius Bierbaum op dit blog.

 

Letzter Wunsch

Dass Deine Hand auf meiner Stirne liegt,
Wenn mich das Sterben in der Wiege wiegt,
Die leis hinüber ins Vergessen schaukelt,
Von schwarzen Schmetterlingen schwer umgaukelt.
Ein letzter Blick in Deine braunen Sonnen:
Vorüber strömen alle uns're Wonnen
In einer bitter-süssen Letztsekunde;
Ein letzter Kuss von Deinem warmen Munde,
Ein letztes Wort von Dir, so liebeweich:
Dann hab' ich, eh' ich todt, das Himmelreich,
Und tauche selig in den grossen Frieden:
Der Erde Holdestes war mir beschieden.

 

Zwei Sonette

I. Verzagt

Soll ich wieder schwärmen, ich,
Der ich müd bin und verdrossen,
Schicksalslaugenübergossen,
Traurig, trüb und jämmerlich?

Soll ich? Nein, ich drücke mich.
Meine Schwärmer sind verschossen,
Und das Schicksal hat's beschlossen:
Keine Wonnen mehr für dich.

Aber deine Augen, Kind,
Sind bestimmt, das Glück zu schauen,
Das im schönsten Bogen geht:

Ruhe, Klarheit, Majestät,
Davon deine Augenbrauen
Allerschönstes Abbild sind.

 

 1618147-5e7587f9c93a717ddb0ec8afb55dd1ed.jpg
Otto Julius Bierbaum (28 juni 1865 – 1 februari 1910)

 

 

De Amerikaanse schrijver, en biograaf Aaron Edward Hotchner werd geboren op 28 juni 1920 in St. Louis. Zie ook alle tags voor A. E. Hotchner op dit blog.

Uit: The Good Life According to Hemingway

“There are only two absolutes I know about writing: one is that if you make love while you are jamming on a novel, you are in danger of leaving the best parts of it in the bed; the other is that integrity in a writer is like virginity in a woman—once lost, it is never recovered.
Fiction is inventing out of what knowledge you have. If you invent successfully it is more true than if you try to remember it.
This is where I wrote The Snows of Kilimanjaro, upstairs here [Key West], and that's as good as I've any right to be. Pauline and I had just come back from Africa, and when we hit New York, the newsboys asked me what my next project was, and I said to work hard and earn enough money to get back to Africa. It ran in the papers that way and a woman who read it got in touch with me and asked me to have a drink with her. Very classy society woman, extremely wealthy, damn attractive. We had good martini conversation and she said if I wanted to return to Africa so badly, why put it off just for money when she would be very happy to go with me and my wife and foot the bill. I liked her very much and appreciated the offer but refused it. By the time we got down here to Key West, I had given a lot of thought to her and the offer and how it might be if I accepted an offer like that. What it might do to a character like me whose failings I know and have taken many soundings on. Never wrote so directly about myself as in that story. The man is dying, and I got that pretty good, complete with handles, because I had been breathed upon by the Grim Reaper more than once and could write about that from the inside out.
I learned how to make a landscape from Mr. Paul Cézanne by viewing his paintings at the Luxembourg Museum a thousand times on an empty gut, and I am pretty sure that if Mr. Paul was around, he would like the way I write them and be happy that I learned it from him.”

 

 1618147-98e35dfb689485c7429c218d74a1439b.jpg
A. E. Hotchner (St. Louis, 28 juni 1920)
Ernest Hemingway geeft advies aan Hotchner voor een stierengevecht

 

 

De Engelse schrijver Eric Ambler werd geboren op 28 juni 1909 in Londen. Zie ook alle tags voor Eric Ambler op dit blog.

Uit: The Schirmer Inheritance

“George Carey came from a Delaware family that looked like an illustration for an advertisement of an expensive make of car. His father was a prosperous doctor with snow-white hair. His mother came from an old Philadelphia family and was an important member of the garden club. His brothers were tall, solid, and handsome. His sisters were slim, strong, and vivacious. All had fine regular teeth, which showed when they smiled. The whole family, indeed, looked so happy, so secure, and so successful that it was difficult not to suspect that the truth about them might be different. But no, they actually were happy, secure, and successful. They were also exceedingly smug.
George was the youngest son and, although his shoulders were not so broad as those of his brothers nor his smile as self-satisfied, he was the most talented and intelligent member of the family. When the glories of their football-playing days had departed, his brothers had made their ways aimlessly into business. George's plans for the future had been clear-cut from the moment he left high school. Despite his father's hope for a successor in his practice, George had declined to pretend to an interest in medicine which he did not feel. What he wanted to go in for was law; and not the criminal, courtroom kind, but the kind that led in early middle age to the presidencies of railroads and steel corporations or to high political office. But while the war, which came just after he had been graduated from Princeton, had removed much of his solemnity and smugness and had had beneficial effects upon his sense of humour, it had done nothing to change his mind about his chosen profession. After four and a half years as a bomber pilot, he went to Harvard Law School. He graduated, cum laude, early in 1949. Then, having spent a useful year as secretary to a learned and famous judge, he joined Lavater, Powell and Sistrom.”

 

 1618147-92cc8a06eccbb010ecff106b1b1964ab.jpg
Eric Ambler (28 juni 1909 – 22 oktober 1998)

 

 

De Zwitserse dichter en schrijver Jürg Federspiel werd geboren op 28 juni 1931 in Kemptthal. Zie ook alle tags voor Jürg Federspiel op dit blog.

Uit: Die Ballade von der Typhoid Mary

„Am frühen Morgen des 11. Januar 1868 tauchte im Schneewirbel ein Schiff auf, das die New Yorker Hafenbehörde erst bemerkte, als es die Bannmeile verletzt hatte. Doch es war nicht nur die schlechte Sicht auf die schwärzliche See, nicht nur Dämmerung und Schnee -, da war noch etwas anderes, das befremdete: Kein Jubelgeschrei, wie es sonst von jedem Emigrantenschiff aus Europa zu vernehmen war, hatte die schläfrige Küstenwache geweckt. Ein Offizier, Remigius Farrell, schilderte in seinem Rapport an die Emigrationsbehörde: "Der Anblick war so leblos wie ein Scherenschnitt. Die Segel waren zerfetzt und ein Mast gebrochen. Es war noch zwölf Yards entfernt, als uns der Wind einen Gestank entgegenfegte, in dem sich Fäkalien- und Leichengeruch mischten. Fast alle Emigrantenschiffe stinken, wie wir wissen, doch dieses stank fast unerträglich."
Die LEIBNITZ, so hieß das zum Wrack gewordene Segelschiff, war in hervorragender Weise in Boston gebaut worden und ursprünglich für den Handel mit China bestimmt; später wurde es von der SLOMAN'S HAMBURG LINE- erworben, eine Schiffsgesellschaft, die bis dahin ohne Tadel gewesen war. Die LEIBNITZ hatte Hamburg am 2. November 1867 unter Capt. H. F. Bornholm verlassen und lag dann wegen ungünstiger Winde etliche Tage vor Cuxhaven. Der Kapitän hatte sich deshalb für die südliche Route nach New York entschieden, die Breitengrade hinunter (über Madeira), wo die Passagiere mitunter eine Hitze von 94 Grad Fahrenheit zu erdulden hatten. Viele von ihnen stammten aus Mecklenburg und wollten sich als Farmer in Wisconsin niederlassen; andere kamen aus Preußen, und einige wenige aus Süddeutschland und der Schweiz.“

 

 1618147-91ea4cc520d0af98dc486188bec2636b.jpg
Jürg Federspiel (28 juni 1931 – 12 januari 2007)

Geschreven door Romenu om 14:41 Reageer op dit bericht

Lucille Clifton, Rafael Chirbes, E. J. Potgieter, Kees Ouwens, Dawud Wharnsby, Zsuzsanna Gahse

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Lucille Clifton werd geboren in New York op 27 juni 1936. Lucille Clifton overleed op 13 februari van dit jaar. Zie ook alle tags voor Lucille Clifton op dit blog.

 

the lost baby poem


the time i dropped your almost body down
down to meet the waters under the city
and run one with the sewage to the sea
what did i know about waters rushing back
what did i know about drowning
or being drowned

you would have been born in winter
in the year of the disconnected gas
and no car
we would have made the thin walk
over the genecy hill into the canada winds
to let you slip into a stranger's hands
if you were here i could tell you
these and some other things

and if i am ever less than a mountain
for your definite brothers and sisters
let the rivers wash over my head
let the sea take me for a spiller of seas
let black men call me stranger always
for your never named sake

 

 

won't you celebrate with me

won't you celebrate with me
what i have shaped into
a kind of life? i had no model.
born in babylon
both nonwhite and woman
what did i see to be except myself?
i made it up
here on this bridge between
starshine and clay,
my one hand holding tight
my one hand; come celebrate
with me that everyday
something has tried to kill me
and has failed.

 

 1617799-ed789933e39b0d97f8bee10f7da12c1f.jpg
Lucille Clifton (27 juni 1936 – 13 februari 2010)
Hier met collega dichteres  Rita Dove (rechts)

 

 

De Spaanse schrijver Rafael Chirbes werd geboren op 27 juni 1949 in Tabernes de Valldigna bij Valencia. Zie ook alle tags voor Rafael Chirbes op dit blog

Uit: Alte Freunde (Vertaald door Dagmar Ploet)

“Beim Verlassen des Restaurants wird uns die Kälte mit Krallen empfangen, während es vor meinem Häuschen in Denia noch grünt und blüht trotz der fortgeschrittenen Jahreszeit, Mitte November, daran denke ich; auch daran, wie sanft mich die mildfeuchte Luft heute Morgen umfing, als Pedrito seinen Wagen vor meinem Haus parkte und wir die Reisetasche einluden, in die ich ein paar Hemden gepackt hatte, Unterwäsche, Kulturbeutel, das Nötige für den zweitägigen Ausflug, und er, neben dem Wagen stehend, die rechte Hand auf die Klappe des Kofferraums gestützt, sagte: »Stimmt, das Haus ist klein, aber die Aussicht ist prächtig.« Ins Notizbuch eintragen, welche Empfindung der tiefblaue, von Wolken durchzogene Himmel in mir auslöste, als läge ein Filter über der Landschaft und alles fügte sich zu einer Filmsequenz: die Pinien, die am Wagenfenster vorbeizogen, die steinige Sierra, mit einigen grünen Tupfern versehen seit den ersten Herbstregen, Pinienhaine, die auf den ersten Blick kaum auffallen, schaut man jedoch genauer hin, entdeckt man, dass sie einen beträchtlichen Teil der Landschaft ausmachen, man weiß nicht recht, wo sie stehen, in Mulden, Winkeln, an widerhaarigen Stellen, zum Teil so versteckt, dass man sie erst sieht, wenn die Straße um einen felsigen Brocken biegt, und schon sind sie über dir. Zweige, Felsen, Sträucher, ein paar Stechginsterbüsche, Zwergpalmen, die in Kolonien wachsen; ein paar Feigenkakteen voller Früchte, und keiner pflückt sie, Johannisbrotbäume, die auch die vielen gelegten Brände überlebt haben: resistent gegen das Übel.“

 

 1617799-c92821b5e3c2ba95e7811121322c57b0.jpg
Rafael Chirbes (Tabernes de Valldigna, 27 juni 1949)

 

 

De Nederlandse schrijver Everhardus Johannes Potgieter werd geboren in Zwolle op 27 juni 1808. Zie ook alle tags voor Potgieter op dit blog.

Uit:Het Rijks-Museum te Amsterdam

“Den oude zijne schoone wereld, en zijn nog schoonere Olympus, door zijne dochters gedroomd, door zijne wijsgeeren gedacht; – den zoon van het zuiden eene kunst, die zijne eeredienst schoort, die zijne zinnen in prikkels van godsdienstig gevoel verkeert, ontvankelijk als het volwassen kind levenslang voor de eerste blijft; – ons daarentegen, ons natuur, maar gezien met de oogen der liefde; ons waarheid, maar beschouwd met zin voor het schoone; ons voorgeslacht, vaderland, vrijheid, het hoogste, waar voor ons harte blaakt, uitgezonderd het goddelijke, waarvan wij geene afbeeldsels dulden. Hoe onbruikbaar wordt, van dit standpunt, de ijdele theorie van het hooge en lage in de kunst; of wat zijn hare duizenderlei vormen anders, dan zoovele uitdrukkingen van behoeften, welke zij bevredigt? Allen regt doende, vreest ge niet langer voor den glimlach des medelijdens, voor het verwijt van opgewondenheid, schoon ge, zoomin als ik, de hand ooit zonder aandoening aan den knop der deur hebt geslagen, die u toegang tot onze oude school verleenen zou.
Welligt heb ik, onbescheiden genoeg, u reeds te lang voor deze doen toeven; en echter, al verzwaar ik er mijn vergrijp door, ik heb u, eer wij de zaal binnengaan, eenen wensch mede te deelen, welken ik noode onder de vergeefsche tel, schoon ik mij met zijne vervulling naauwelijks vlei. Hij geldt niets minder dan een’ voorhof voor dien tempel, dan ééne groote schilderij, welker aanschouwing ons stemmen zou, om de overige volkomen te genieten. Beslis over het gegronde van dat verlangen, als ik u gezegd zal hebben, wat ik haar gaarne voorstellen zag.
Eene herfstzon zou hare stralen werpen door de hooge vensterramen der vergaderzaal van ’s lands Staten, te Brussel, als verlustigden die gulden boden er zich in, haren glans weêrschitterd te zien door goud en door staal; als gingen zij gaarne in de plooijen van damast en fluweel ter ruste. Immers, ik zou u door mijn tafreel in die oude huizinge willen verplaatsen, omstreeks het midden der zestiende eeuw; zoude u die wanden doen aanschouwen, op eenen oogenblik, dat zij verblindden door pracht van wapenpraal en hofsieraden, door allerlei zinnebeelden van grafelijke, koninklijke, keizerlijke waardigheid.”

 

 1617799-e9851852570bfa9e27e94ae96ee34da4.jpg
Potgieter (27 juni 1808 – 3 februari 1875)
Het Rijksmuseum, eregalerij 

 

 

De Nederlandse dichter Kees Ouwens werd geboren op 27 juni 1944 in Zeist. Zie ook alle tags voor Kees Ouwens op dit blog.

 

Maar als in de nadagen...

Maar als in de nadagen van je lot heel
die zwarte hemel weggevaagd wordt door het
daglicht en het reële doet zich aan je voor zoals je
het ook vroeger reeds gezien hebt maar voor het
eerst nu wordt het werkelijk door je opgemerkt
dan word je aangegrepen door de droefheid dat het
nu daarvoor te laat is en dat een leven als een dag is
omgegaan en heel het werkelijke komt nu in
dat licht te staan, dat het zo dierbaar maakt
en tegelijk onwezenlijk

 

 

Klem

Ik keek omhoog met de mond naar...
Naar daar, hart,
hoe iets er het aanriep
hoe er het schreeuwde in de nadag
op de flatrand naar de trant van te zien van wat
niet zegbaar
met tongkracht is in de toon van het veeg licht in het
blikveld
in de voornacht

Hart,
Ik vluchtte uitwaarts in de nieuwbouw
van de bijstad op de plempgrond
in het westelijk licht in de naschijn

Droefheid van de keel,
Ik zag niets dan de borstkas
van mijn lichaam
van mijn ik-schap
in de nadag
op de flatrand,
hart

 

 1617799-261ee98e1cfbe96ae02e0b6dab47ce21.jpg
Kees Ouwens (27 juni 1944 – 24 augustus 2004)

 

 

De Canadese dichter, singer-songwriter, performer en sociale activist. Dawud (David) Wharnsby Ali werd geboren op 27 juni 1972 in Kitchener, Ontario. Zie ook alle tags voor Dawud Wharnsby op dit blog.

 

December Music

Darkened, dreaming jaunts
through crowded December Streets.
A black world behind office tower lights.
Disoriented, running, aching,
cold in the snow;
drinking and dining,
called home by the sound of her piano.

Haunting me near
this time of year,
running scales through my mind.
The whispered thoughts I hear.
Cold and sweet.

Train from the Radiant City,
watching the night rise.
In the bus window, my reflection with
her words across my eyes.

In the darkness, downward into sleep.
Above the icing sugar street,
breathing quietly in my ear,
her whispers make me weep.

 

 1617799-e42fecb8f52b2e1e32384fa94cab9309.jpg
Dawud Wharnsby (Kitchener, 27 juni 1972)

 

 

De Duitse schrijfster en vertaalster Zsuzsanna Gahse werd op 27 juni 1946 in Boedapest geboren. Zie ook alle tags voor Zsuzsanna Gahse op dit blog.

Uit: Kleine instabile Ortskunde

“Jetzt sind zwischendurch alle unterwegs, daher sind die Sesshaften, die Ursesshaften gefragt. Ein Sesshafter hat lang an einem Ort gewohnt, so lange, bis daraus eine Wohnheit entstanden ist. 
Der andere hat sein Gesicht verloren. Erst hat er oft gelächelt, und auf welche Art er lächeln sollte, hat man ihm gleich zu Hause beigebracht, dann ist er ausgewandert, er war jung und hat umgelernt. Er hat sich einen ernsthaften Gesichtsausdruck angeeignet, mit dem er dann, nach seiner zweiten Auswanderung, allerdings nicht ankam. In dieser zweiten, neuen Umgebung kam er nicht an, nie mehr. Er meinte, die Leute zu verstehen und antwortete ihnen, er war da, zugegen, aber er blieb für die anderen unverständlich, als sei er noch nicht angekommen, und damit hatte er sein Gesicht zum zweiten Mal verloren.
Das Gesicht zu verlieren ist sehr bezeichnend für die Wanderungen. An einem neuen Ort hilft einem kein Blick in den Spiegel, nichts hilft, niemand kommt entgegen, die eigenen Gesichtszüge sind unbekannt, zuerst für die anderen, allmählich auch für einen selbst. 
Außer der Angekommene ist eine von vornherein bekannte Persönlichkeit; in diesem Fall haben sich seine Gesichtszüge jedem längst eingeprägt, längst bevor er angekommen ist, und dann ist der Fremde in einem sehr guten Sinn fremd. Jemand kann auch im überaus guten Sinn fremd sein, das heißt, nicht wirklich fremd, sondern bekannt, als Fremder bekannt, und für das von vornherein Bekannte wird sich fast jeder immer von vornherein interessieren. 
Wandern oder wohnen. Früher hieß auch wohnen so etwas wie wandern, nämlich suchen (nach dem, was an Nahrung zu finden war). Das Wort könnte sich weiterwandeln und erweitern, neue Möglichkeiten wären: sich einwohnen, erwohnen, sich ein Gebiet gewohnen, ein Land anwohnen, sich mit anderen zusammenwohnen.“

 

 1617799-15254c01bc441db2c7f724d9b7529909.jpg
Zsuzsanna Gahse (Boedapest, 27 juni 1946)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 27e juni ook mijn blog van 27 juni 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:37 Reageer op dit bericht

Jacqueline van der Waals, Aimé Césaire, Yves Beauchemin, Elisabeth Büchle, Laurie Lee, Pearl S. Buck, Branwell Brontë

De Nederlandse dichteres Jacqueline Elisabeth van der Waals werd geboren op 26 juni 1868 in Den Haag. Zie ook alle tags voor Jacqueline van der Waals op dit blog.

 

Herfst

Vreemd, dat boom en tak zo stil staan
In het gouden licht vandaag,
Dat de bladertjes zo stil gaan,
't Een na 't ander, naar omlaag.

Dat het zonlicht zo voorzichtig
Door de ijlheid straalt van 't lof,
En het groene blad doorzichtig
En veel eed'ler maakt van stof,

Dat het windje in de twijgen
Zo behoedzaam gaat te werk
En alleen wat blaadjes zijgen
Doet op 't pad en 't bloemenperk,

Zonder 't wazig diep te raken
Waar de groene schemer blauwt,
Of de goudglans schuw te maken
In het ijlbebladerd hout,

Of te roeren aan de vijver,
Waar zeer statiglijk en traag
Twee voorname zwanen drijven
Met hun spiegelbeeld omlaag,

En wat late najaarsrozen,
Als bewasemend amethyst,
Al de weemoed van hun broze
Schoonheid heffen in de mist.

 

 

Moeder

Moeder naar wier liefde mijn verlangen
Sinds mijn kinderjaren heeft geschreid,
Ach, hoe zult gij mij zoo straks ontvangen
Na den langen scheidingstijd?

Zult gij me aanstonds als uw kind begroeten,
Als 'k ontwaken zal uit mijnen dood?
Zal ik nederknielen mogen voor Uw voeten
Met mijn hoofd in uwen schoot……

Maar wat dan? Wat zult gij tot mij zeggen,
Bij het ver gegons van de engelenschaar,
Als ge uw jonge, blanke hand zult leggen
Op dit oude grijze haar?

 

 1617369-0de2037fbd10b33c59db25340f69ef70.jpg
Jacqueline van der Waals (26 juni 1868 – 29 april 1922)
Cover bloemlezing

 

 

De Afrocaraïbische schrijver en politicus Aimé Césaire werd geboren op 26 juni 1913 in Basse-Pointe, Martinique. Zie ook alle tags voor Aimé Césaire op dit blog.

 

Des crocs

Il n’est poudre de pigment
ni myrrhe
odeur pensive ni délectation
mais fleur de sang à fleur de peau
carte de sang carte du sang
à vif à sueur à peau
ni arbre coupé à blanc estoc
mais sang qui monte dans l’arbre de chair
à crans à crimes
                             Rien de remis
à pic le long des pierres
                             à pic le long des os
du poids du cuivre des fers des cœurs
venins caravaniers de la morsure
au tiède fil des crocs
Des crocs

 

 

En vérité...

la pierre qui s’émiette en mottes
le désert qui se blute en blé
le jour qui s’épelle en oiseaux
le forçat l’esclave le paria
la stature épanouie harmonique
la nuit fécondée la fin de la faim

du crachat sur la face
et cette histoire parmi laquelle je marche mieux que
durant le jour

la nuit en feu la nuit déliée le songe forcé
le feu qui de l’eau nous redonne
l’horizon outrageux bien sûr
un enfant entrouvrira la porte..

 

 1617369-1529b1974ed52e3393d315e19c8a1265.jpg
Aimé Césaire (26 juni 1913 – 17 april 2008)
Affiche bij zijn 100e geboortedag 

 

 

De Canadese schrijver Yves Beauchemin werd geboren op 26 juni 1941 in Rouyn-Noranda, Quebec. Zie ook alle tags voor Yves Beauchemin op dit blog.

Uit: Le Matou

« - Late as usual, remarqua monsieur Spufferbug en levant vers lui son front dégarni, qui reflétait désagréablement la lueur des néons.
Florent haussa les épaules, fit un clin dceil à son collègue
Slipskin et abattit sa journée de travail avec le même entrain que d'habitude.
Le lendemain matin, à son arrivée au bureau, il reçut des mains de mademoiselle Relique, l'antique secrétaire de Muslpop, un colis enrubanné d'où s'échappait une forte odeur de musc. Il déchira l'emballage et demeura silencieux pendant quelques secondes. Un énorme C en bronze luisait au fondd'une boîte doublée de velours bleu.
- Quel est le farceur qui vous a remis ça ? demanda-t-il à la secrétaire.
- Ce n'est pas un farceur, c'est le concierge, répliqua l'autre sèchement. Il l'a reçu à sept heures ce matin.
Le surlendemain, Florent recevait un deuxième colis, tout aussi odorant, contenant cette fois-ci un B.
- C'est un vieux monsieur à barbiche, lui apprit mademoiselle Relique d'un air désapprobateur. Il s'est d'abord moqué du concierge, puis lui a donné une bouteille de vin. La Sainte Vierge elle-même ne m'en ferait pas boire une goutte.
Au troisième colis, qui contenait la lettre A accompagnée d'un bout de papier où l'on avait griffonné: «Patience, un message existe», les secrétaires commencèrent à jaser avec des airs mystérieux.. Sur les entrefaites, Florent dut s'absenter pour un voyage de trois jours dans la région du lac Saint-Jean. À son retour, les let tres R, M et H l'attendaient, ernpilées sur son bureau. Made!noiselle Relique se plaignait de violents maux de tête causés par l'odeur du musc.»

 

 1617369-fbfd545097d7ea63eec80e8f6d975f84.jpg
Yves Beauchemin (Rouyn-Noranda, 26 juni 1941)

 

 

De Duitse schrijfster Elisabeth Büchle werd geboren op 26 juni 1969 in Trossingen, Baden-Württemberg. Zie ook alle tags voor Elisabeth Büchle op dit blog.

Uit: Im Herzen die Freiheit

„Den Berichten meiner Großmutter zufolge haben alle im Vieux Carré lange Zeit angenommen, dass aus dir und Dominique eines Tages ein Paar wird“, führte Mathieu das Gespräch fort, während die beiden jungen Männer in die laue Herbstnacht hinaustraten und von einer jungen Sklavin je ein Glas Champagner gereicht bekamen.
„Wäre es nach Dominique gegangen, hättet ihr alle Recht behalten.“
„Du wolltest nicht?“
André schüttelte schweigend den Kopf, während seine Augen die umhergehenden und tanzenden Menschen auf der Wiesenfläche nach dem Brautpaar absuchten. Obwohl er aus einer der angesehensten Familien Louisianas stammte, hatte André den aufopferungsvollen
Beruf eines Arztes gewählt und war zum Studium nach Frankreich gegangen. Die alten Gerüchte um André und Dominique ließen Mathieu nun vermuten, dass seinem Freund dieser Auslandsaufenthalt eine willkommene Fluchtmöglichkeit vor seiner Familie und der Familie Leroux gewesen sein könnte.
Es dauerte nicht lange, da entdeckte Dominique André. Sie löste sich von ihrem Tanzpartner – vermutlich ihrem Ehemann –, um in ihrem weißen Kleid auf ihn und seinen Freund zuzueilen. „André!
Du bist doch noch gekommen! Wie wunderbar!“, rief sie überschwänglich.
„Ich gratuliere, Dominique. Du siehst aus wie das blühende Leben. Ich freue mich, dich so glücklich zu sehen“, erwiderte André und küsste der jüngeren Frau galant die Hand.
„Danke. Du kennst meinen Mann, Louis Poirier?“ Sie deutete mit einer knappen Handbewegung zu ihrem stehen gelassenen Tanzpartner hinüber.
„Ja, wir waren einige Zeit lang bei demselben Fechtlehrer. Ich werde ihn gleich begrüßen.“

 

 1617369-486ddef52e8ba34b0a4da83577f522a1.JPG
Elisabeth Büchle (Trossingen, 26 juni 1969)

 

 

De Engelse dichter en schrijver Laurence Edward Alan "Laurie" Lee werd geboren in Stroud, Gloucestershire op 26 juni 1914. Zie ook alle tags voor Laurie Lee op dit blog.

 

Winter poem

Tonight the wind gnaws with teeth of glass
The jackdaw shivers in caged branches of iron
The stars have talons
There is hunger in the mouth of vole and badger
Silver agonies of breath in the nostril of the fox
Ice on the rabbit’s paw
Tonight has no moon, no food for the pilgrim
The fruit tree is bare, the rose bush a thorn
And the ground is bitter with stones
But the mole sleeps and the hedgehog lies curled in a womb of leaves
And the bean and the wheat seed hug their germs in the earth
And a stream moves under the ice
Tonight there is no moon
But a star opens like a trumpet over the dead
And tonight in a nest of ruins the blessed babe is laid
And the fir tree warms to a bloom of candles
And the child lights his lantern and stares at his tinsel toy
And our hearts and hearths smoulder with live ashes
In the blood of our grief the cold earth is suckled
In our agony the womb convulses its seed
And in the last cry of anguish
The child’s first breath is born

 

 1617369-22436cccc02f189a122dd320860f26fa.jpg
Laurie Lee (26 juni 1914 – 13 mei 1997)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Pearl S. Buck werd geboren in Hillsboro West-Virginia, op 26 juni 1892. Zie ook mijn blog van 26 juni 2010 en eveneens alle tags voor Pearl S. Buck op dit blog.

Uit: Pavilion of Women

“Andre had been telling her an ancient legend of the fall of man into evil. It came about, he said, by the hand of a woman, Eve, who gave man forbidden fruit.
"And how was this woman to know that the fruit was forbidden?" Madame Wu had inquired.
"An evil spirit, in the shape of a serpent, whispered it to her," Andre had said.
"Why to her instead of to the man?" she had inquired.
"Because he knew that her mind and her heart were fixed not upon the man, but upon the pursuance of life," he had replied. "The man's mind and heart were fixed upon himself. He was happy enough, dreaming that he possessed the woman and the garden. Why should he be tempted further? He had all. But the woman could always be tempted by the thought of a better garden, a larger space, more to possess, because she knew that out of her body would come many more beings, and for them she plotted and planned. The woman thought not of herself, but of the many whom she would create. For their sake she was tempted. For their sake she will always be tempted.”

 

 1617369-90dbbcaa0fbf52cdf15549df991f3fc8.jpg
Pearl S. Buck (26 juni 1892 – 6 maart 1973)
Portret door Freeman Elliot, 1964

 

De Engelse dichter en schilder Branwell Brontë werd op 26 juni 1817 geboren in Thornton, Yorkshire. Zie ook alle tags voor Branwell Brontë op dit blog.

 

Thorp Green

I sit, this evening, far away,
From all I used to know,
And nought reminds my soul to-day
Of happy long ago.

Unwelcome cares, unthought-of fears,
Around my room arise;
I seek for suns of former years
But clouds o'ercast my skies.

Yes-Memory, wherefore does thy voice
Bring old times back to view,
As thou wouldst bid me not rejoice
In thoughts and prospects new?

I'll thank thee, Memory, in the hour
When troubled thoughts are mine-
For thou, like suns in April's shower,
On shadowy scenes wilt shine.

I'll thank thee when approaching death
Would quench life's feeble ember,
For thou wouldst even renew my breath
With thy sweet word 'Remember'!

 

 1617369-2176b80c68faceb595a1bee24fc78d3a.jpg
Branwell Brontë (26 juni 1817 – 24 september 1848)
Schets door Barbara Tanke

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 26e juni ook mijn blog van 26 juni 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 19:07 Reageer op dit bericht

Rob van Essen

De Nederlandse schrijver en vertaler Rob van Essen werd op 25 juni 1963 geboren in Amstelveen en groeide op in Twente en op de Veluwe. Zijn eerste boek verscheen in 1996: “Reddend Zwemmen”. Daarna volgden: “Troje” (2000), “Kwade dagen” (2002), “Engeland is gesloten” (2004), “Het jaar waarin mijn vader stierf” (2006) en “Visser” (2008). Rob van Essen vertaalt vanuit het Engels, zowel fictie als non-fictie. Sinds 2005 maak t hij deel uit van de redactie van het Biografie Bulletin. Ook schrijft hij vanaf oktober 2007 voor NRC Boeken over Engelstalige literatuur.

Uit: In het restaurant (drie gangen)

“1. voorgerecht
Nadat hij mijn soep heeft neergezet, blijft de ober naast mijn tafeltje staan. Hij pakt het mes dat klaar ligt voor het hoofdgerecht en begint met de punt ervan in het tafellaken te tekenen. Hij trekt de lijnen van een slordige rechthoek, waarin hij her en der wat kleine vormen plaatst.
‘De woning van mijn grootmoeder,’ zegt hij zacht, en zonder mij aan te kijken trekt hij nog wat lijnen. Het tafellaken is dik, aan weerszijden van elke lijn bolt de stof een beetje op.
De kok komt naast hem staan en haalt zijn handen over zijn schort. ‘Kwam hij daar vandaan?’ Hij laat een dikke wijsvinger vlak boven de tekening zweven.
‘Nee, nee,’ zegt de ober. ‘Dat is de gang. Hij kwam via het balkon.’  Hij wijst met de punt van het mes.
De kok veegt met zijn hand over zijn ongeschoren kin en kijkt nadenkend naar de tekening.  ‘Soep goed, meneer?’ vraagt hij wanneer hij mijn blik vangt.
‘Ja, ja,’ zeg ik haastig, hoewel ik nog niet heb geproefd. Ik steek mijn hand uit naar de lepel.
De kok richt zich weer naar de ober. ‘En de balkondeuren?’
De ober haalt zijn schouders op. ‘Ze lag ik bed, wat kan ze nou…’
De kok knikt en kijkt weer naar de tekening, waarvan de lijnen langzaam vervagen. De ober ziet het ook en zet met de mespunt sommige lijnen  wat duidelijker aan.
Ik leg mijn lepel neer en strek mijn hand uit naar mijn glas rode wijn. Ik doe het niet goed, in plaats dat ik het glas oppak, gooi ik het om. De tekening van de ober wordt onmiddellijk bedekt door een grote paarsrode vlek.
De ober trekt wit weg. Hij keert zich naar mij, maar voor hij iets kan doen, pakt de kok hem vanachteren bij de schouders en trekt hem mee naar de keuken.
‘Alsof hij erbij was,’ sist de ober, ‘alsof hij erbij was.’ En hij blijft geagiteerd fluisteren. ‘Nee, nee, dat is onzin,’ zegt de kok, en hij blijft de ober kalmerend toespreken tot ze beiden achter de slappe klapdeuren naar de keuken zijn verdwenen.”

 

 1724133-8448a33ec24d2fdf7ce7d88eaa91b5c7.jpg
Rob van Essen (Amstelveen, 25 juni 1963)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Yann Martel, Michel Tremblay, Nicholas Mosley, Ingeborg Bachmann, Arseny Tarkovsky, George Orwell, Claude Seignolle

De Canadese schrijver Yann Martel werd op 25 juni 1963 geboren in Salamanca. Zie ook alle tags voor Yann Martel op dit blog.

Uit:Life of Pi

„I still smart a little at the slight. When you’ve suffered a great deal in life, each additional pain is both unbearable and trifling. My life is like a memento mori painting from European art: there is always a grinning skull at my side to remind me of the folly of human ambition. I mock this skull. I look at it and I say, “You’ve got the wrong fellow. You may not believe in life, but I don’t believe in death. Move on!” The skull snickers and moves ever closer, but that doesn’t surprise me. The reason death sticks so closely to life isn’t biological necessity—it’s envy. Life is so beautiful that death has fallen in love with it, a jealous, possessive love that grabs at what it can. But life leaps over oblivion lightly, losing only a thing or two of no importance, and gloom is but the passing shadow of a cloud. The pink boy also got the nod from the Rhodes Scholarship committee. I love him and I hope his time at Oxford was a rich experience. If Lakshmi, goddess of wealth, one day favours me bountifully, Oxford is fifth on the list of cities I would like to visit before I pass on, after Mecca, Varanasi, Jerusalem and Paris.

 

 1616931-d9283d9bfd8fb88e5f966776ae7ec33d.jpg
Scene uit de film “Life of Pi” uit 2012

 

I have nothing to say of my working life, only that a tie is a noose, and inverted though it is, it will hang a man nonetheless if he’s not careful.
I love Canada. I miss the heat of India, the food, the house lizards on the walls, the musicals on the silver screen, the cows wandering the streets, the crows cawing, even the talk of cricket matches, but I love Canada. It is a great country much too cold for good sense, inhabited by compassionate, intelligent people with bad hairdos. Anyway, I have nothing to go home to in Pondicherry.
Richard Parker has stayed with me. I’ve never forgotten him. Dare I say I miss him? I do. I miss him. I still see him in my dreams. They are nightmares mostly, but nightmares tinged with love. Such is the strangeness of the human heart. I still cannot understand how he could abandon me so unceremoniously, without any sort of goodbye, without looking back even once. That pain is like an axe that chops at my heart.”

 

 1616931-bfe2cbd1b77b30511583b7d01b72fe6f.jpg
Yann Martel (Salamanca, 25 juni 1963)

 

 

De Canadese schrijver Michel Tremblay werd geboren in Quebec op 25 juni 1942. Zie ook alle tags voor Michel Tremblay op dit blog.

Uit: Crossing the Continent (Vertaald door Sheila Fischman)

“Her grandmother hugged her tight, unable to say a word; her grandfather swallowed his tears; only her sisters let themselves go and cried, copiously. With her big suitcase beside her, she herself hasn’t moved, her lips quivering slightly but not too much. Strangely enough, no goodbyes have been exchanged though both grandparents and granddaughter know that they’ll probably never see one another again. Don’t say things. Avoid them or arrange so that they don’t exist. A calculated chill instead of outpourings, though they are necessary.
She did not turn around when she climbed into the buggy so she hasn’t seen the dejection in the eyes of Josephine and Meo from whom one-third of what is left of their reason for living is being taken away this morning while they wait for the rest to be cut off. Will the other two leave on the same day or will they have to live twice more through this intolerable scene that should be taking place amid heartbreaking sorrow and cries but is actually Image: cover of "Crossing the Continent" by Michel Tremblayhappening in a terrifying silence? Will they be able to bear three departures, three times on the same train?
When Monsieur Sanschagrin’s whistle echoed in the early morning chill, Rheauna held out her ticket to the tall man with a moustache who had just asked her if she was Rheauna Rathier due to leave for Saskatoon, Regina, Winnipeg, Ottawa and Montreal. He spoke each name in a resonant voice as if they were all exotic destinations on the other side of the world. The door of the car closed with a gruesome bang, she ran to the first window, pressed her nose against the glass and then, as the train was starting to move, her sisters and her grandparents on the wooden platform waved desperately, she allowed herself to weep, to cry, to pound her fist. She wished that the other four wouldn’t see her collapse, that she could wait for the train to pull away from the station."

 

 1616931-333964edbeb4f598d78d7d87c3a555d3.jpg
Michel Tremblay (Quebec, 25 juni 1942)

 

 

De Engelse schrijver Nicholas Mosley werd geboren op 25 juni 1923 geboren in Londen. Zie ook alle tags voor Nicholas Mosley op dit blog.

Uit: Children of Darkness and Light

“You know the story of the children in Yugoslavia who said they had seen the Virgin Mary: she appeared to them on the side of a hill and went on talking to them in the village church in the evenings; the hillside and the church became a shrine. I did a piece on this for the newspaper I was working for at the time — about the susceptibilities and projections of adolescent children, the local political situation from which the authorities might welcome a diversion, church rivalries in which the Franciscans might be using the children in their battle with the state-backed clergy. My editor said `But people don't want this analytical stuff; they want a piece about children who say they've seen the Virgin Mary.'
I said `But people don't believe that, do they?'
`Part of them will want to believe. Part of them will think it's rubbish.'
`So they won't have to think at all.'
`You'll learn.'
So I went and wrote a piece about the wonderment of the children on the side of the hill; the ruthlessness of church and state authorities in their treatment of the children. I managed to make the harassment of the children seem vaguely sexual.
My editor said `You're learning.'
I said `But the interesting thing is what the Virgin Mary seemed to be saying. She said that humans, with their greed and violence, are in danger of destroying themselves: this is the last time she's going to appear to give warning.'
The editor said `You don't believe that, do you?'
`She goes on and on about the need for prayer and fasting. But people have been trying that for centuries, and it doesn't seem to work.' I added `I mean, I think this language is some sort of metaphor.'

 

 1616931-aa7b597ca2991f3ab1e4099294b3a5d4.jpg
Nicholas Mosley (Londen, 25 juni 1923)

 

 

De Oostenrijkse dichteres Ingeborg Bachmann werd geboren op 25 juni 1926 in Klagenfurt. Zie ook mijn blog van 25 juni 2010 en eveneens alle tags voor Ingeborg Bachmann op dit blog.

 

Wie soll ich mich nennen ?

Einmal war ich ein Baum und gebunden,
dann entschlüpft ich als Vogel und war frei,
in einen Graben gefesselt gefunden,
entließ mich berstend ein schmutziges Ei.

Wie halt ich mich? Ich habe vergessen,
woher ich komme und wohin ich geh,
ich bin von vielen Leibern besessen,
ein harter Dorn und ein flüchtendes Reh.

Freund bin ich heute den Ahornzweigen,
morgen vergehe ich mich an dem Stamm . . .
Wann begann die Schuld ihren Reigen,
mit dem ich von Samen zu Samen schwamm?

Aber in mir singt noch ein Beginnen
- oder ein Enden – und wehrt meiner Flucht,
ich will dem Pfeil dieser Schuld entrinnen,
der mich in Sandkorn und Wildente sucht.

Vielleicht kann ich mich einmal erkennen,
eine Taube einen rollenden Stein . . .
Ein Wort nur fehlt! Wie soll ich mich nennen,
ohne in anderer Sprache zu sein.

 

 

De havens waren geopend

De havens waren geopend. We scheepten ons in,
de zeilen voor de wind, de droom overboord,
staal aan de knieën en lachen rond onze haren,
Want onze riemen kliefden de zee, sneller dan God.

Onze riemen versloegen de spanen van God en deelden de vloed;
vóór was het dag, en achter bleven de nachten,
boven was onze ster, en onder verzonken de anderen,
buiten verstomde de storm, en binnen groeide onze vuist.

Pas toen een regen ontbrandde, luisterden we weer;
speren vielen neer en engelen traden te voorschijn,
richtten zwartere ogen op ónze zwarte ogen.
Vernietigd stonden we daar. Ons blazoen vloog omhoog;

Een kruis in het bloed en een groter schip boven het hart.

 

Vertaald door Paul Beers en Isolde Quadflieg

 

 

 1616931-aa99474d2e9079e02ff5fe02ea63e97c.jpg
Ingeborg Bachmann (25 juni 1926 – 17 oktober 1973)

 

 

De Russische dichter en vertaler Arseny Alexandrovich Tarkovsky werd geboren op 25 juni 1907 in Elisavetgrad. Zie ook alle tags voor Arseny Tarkovsky op dit blog.

 

Life, Life

3
I tailored the age to fit me.
We walked to the south, raising dust above the steppe;
The tall weeds fumed; the grasshopper danced,
Touching its antenna to the horse-shoes - and it prophesied,
Threatening me with destruction, like a monk.
I strapped my fate to the saddle;
And even now, in these coming times,
I stand up in the stirrups like a child.

I'm satisfied with deathlessness,
For my blood to flow from age to age.
Yet for a corner whose warmth I could rely on
I'd willingly have given all my life,
Whenever her flying needle
Tugged me, like a thread, around the globe.

 

 1616931-3e540ef52a2600128e4320cc9ca7e22b.jpg
Arseny Tarkovsky (25 juni 1907 – 27 mei 1989)
Hier met zoontje Andrei in de jaren 1930 

 

 

De Britse schrijver George Orwell (pseudoniem van Eric Arthur Blair) werd op 25 juni 1903 geboren in Motihari, India. Zie ook mijn blog van 25 juni 2010 en eveneens alle tags voor George Orwell op dit blog.

Uit: 1984

“Winston glanced across the hall. In the corresponding cubicle on the other side a small, precise-looking, dark-chinned man named Tillotson was working steadily away, with a folded newspaper on his knee and his mouth very close to the mouthpiece of the speakwrite. He had the air of trying to keep what he was saying a secret between himself and the telescreen. He looked up, and his spectacles darted a hostile flash in Winston’s direction.
Winston hardly knew Tillotson, and had no idea what work he was employed on. People in the Records Department did not readily talk about their jobs. In the long, windowless hall, with its double row of cubicles and its endless rustle of papers and hum of voices murmuring into speakwrites, there were quite a dozen people whom Winston did not even know by name, though he daily saw them hurrying to and fro in the corridors or gesticulating in the Two Minutes Hate. He knew that in the cubicle next to him the little woman with sandy hair toiled day in day out, simply at tracking down and deleting from the Press the names of people who had been vaporized and were therefore considered never to have existed. There was a certain fitness in this, since her own husband had been vaporized a couple of years earlier. And a few cubicles away a mild, ineffectual, dreamy creature named Ampleforth, with very hairy ears and a surprising talent for juggling with rhymes and metres, was engaged in producing garbled versions — definitive texts, they were called — of poems which had become ideologically offensive, but which for one reason or another were to be retained in the anthologies. »

 

 1616931-381277ef35fc7f47894034a4ad2c9a40.jpg
George Orwell (25 juni 1903 – 21 januari 1950)
Scene uit de film “1984” uit 1984

 

 

De Franse schrijver Claude Seignolle werd geboren op 25 juni 1917 in Périgueux. Zie ook alle tags voor Claude Seignrolle op dit blog.

Uit: Le meneur de loups

“C'est sur la fin d'une journée de ce terrible hiver 1870, frappé d'un triple malheur : l'invasion, la famine et le froid, qui enfantent à leur tour cent et mille autres peines.
Ses grands doigts de glace profondément enfoncés dans la terre, le froid se cramponne sur la Sologne et s'attarde à pondre son frimas sur l'échine du pauvre monde. Visible en buées au contact des bouches, il ballotte son grand corps fluide au gré des vents mordants. Sa souveraineté sur les mois d'hiver a des exigences cruelles. Il se roule, se prélasse sur tout. Dans les bois, ses jeux font naître les douleurs sourdes des grands arbres aux branches déjà blessées par la foudre des jours d'été et brisées par les colères des vents automne. Les jeunes sapins à la chair tendre éclatent à cris secs, sonores. L'homme entend cette annonce de ruine et blêmit, impuissant.
Chez les pauvres gens, cet hiver a achevé bien des vieillards et repris les quelques jours de vie de bien des nouveau-nés. Les fossoyeurs doivent appuyer de toutes leurs forces sur les membres raidis, ces branches d'homme, pour les coucher dans le cercueil de sapin au parfum de printemps. En ouvrant le sol durci, ils jurent contre le froid qui, pour se gausser, mord les oreilles et leur met de ridicules glaçons dans les moustaches. La terre prend un peu de repos entre ses deux peines d'automne et de printemps, avant que la charrue ne vienne déchirer, en longues et fines lanières, son ventre à nouveau mou. Les bonnes bêtes gisent flanc à flanc, sur un épais lit de paille souple, dans la douce chaleur des étables aux murs crépis de bouses. Les bêtes sauvages viennent rôder près des fermes, poussées par la faim qui leur noue les entrailles comme le froid noue le mal dans les poitrines.
Et les bûcherons n'osent guère s'aventurer à des abattages lointains, dans la crainte de rencontrer le loup qui jette la terreur en déchirant ses hurlements sur ses crocs avides d’entrailles et de chair.”

 

 1616931-5ca0cbb23a2d03a2a410cf976439854c.jpeg
Claude Seignolle (Périgueux, 25 juni 1917)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 25e juni ook mijn blog van 25 juni 2012 deel 1 en eveneens deel 2 en ook ook mijn blog van 25 juni 2011 deel 2 en eveneens deel 3.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten