Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
seniorennet.beseniorennet.be

Atticus Lish

 

Onafhankelijk van geboortedata

 

De Amerikaanse schrijver Atticus Lish werd geboren in 1972 in New York. Net als zijn vader, de invloedrijke literaire uitgever Gordon Lish, bezocht Lish de Phillips Academy, waar hij Mandarijn studeerde. Lish beschrijft zijn jeugd als "zeergeprivilegieerd”.Lish vertrok al na twee jaar van Harvard University. Hij had vervolgens enkele simpele baantjesn, waaronder Papaya koning en in een schuimfabriek in Gardena, Californië]. Lish trad toe tot de US Marine Corps, maar werd na anderhalf jaar eervol ontslagen. Hij trouwde met zijn vrouw, Beth, een in Korea geboren onderwijzeres, in 1995. Lish keerde terug naar Harvard en studeerde af met een scriptie over Ascoli theorema.] Tijdens zijn tweede stieperiode volgde Lish een ​​cursus fictie die hem inspireerde om zich te concentreren op het schrijven. In 2005 brachten Lish en zijn vrouw een jaar als docenten Engels door in de Chinese provincie Hubei. Een bezoek aan het afgelegen noordwesten van het land werd de inspiratie voor zijn Oeigoerse protagonist. Lish verhuisde in 2006 naar Brooklyn. Hij begon te werken aan “Preparation for the Next Life” in 2008 en besteedde vijf jaar het schrijven van het boek in handschrift. Lish, die vloeiend Mandarijn spreekt werkte als technisch vertaler op het moment van de publicatie van zijn roman. In november 2014 vertelde hij de Times dat hij was begonnen met het werk aan een andere roman. Als inspiratiebronnen noemt Lish Hemingway, Dos Passos, Flaubert, Tolstoj en de Bijbel. Lish volgde zes jaar lang een opleiding om professionele mixed-martial-arts vechter te worden, en blijft sport beoefenen, waaronder Braziliaanse jiujitsu, in New Yorks sportscholen. Het succes van zijn debuutroman “Preparation for the Next Life” uit 2014 kwam voor zijn onafhankelijke uitgever als een complete verrassing. Lish won een aantal prijzen, waaronder de PEN / Faulkner Award.

Uit:Preparation For The Next Life

“After they crossed 111th Street, they encountered more headlights coming at them, bouncing along underneath the elevated tracks, and they began keeping to the sidewalk. From far away, they heard a rumbling that grew louder and louder until it reached them and the subway came thundering over their heads and screeched and slowed and came smashing to a stop. It exhaled and all the doors opened and the cold white light from inside the cars was cast down from high up above and the intercom spoke. Before they reached it, the subway went away, making blue sparks, and a little group of quiet men with Indian faces and string knapsacks and work boots was coming down the Z-shaped flight of stairs to the street.
Is this where you were talking about?
The intersection smelled like sweet fried plantains and chicken.
I come here before.
The men appreciated Zou Lei and one of them clucked his tongue at her as he and his friends crossed the intersection, passing in front of a truck with its engine gurgling and headlights spotlighting the men, flinging their shadows on the cement wall of a lounge.
There’s bars here, Skinner said. Will you drink with me?
Up to you.
They went into a windowless one-story building filled with Spanish singing and red light. There were men standing almost motionless swaying in the dark in cowboy hats and belt buckles. One of them staggered and his friends picked him up. You could not hear him in the music but you could see his mouth open and his eyes shut, shouting or crying out.
Skinner and Zou Lei waited at the bar until the short woman who tended bar in a cowboy hat came down to them.
Two beers, he said, holding up two fingers. Coors.
Coronas, the woman said.
Skinner picked up his bottle and drank off half of it as soon as it was put in front of him.
Zou Lei was talking to him, but he couldn’t hear her. She held up her bottle and they tapped their bottles together, then she drank. He put his arm around her. She shifted slightly, making it awkward.”

 

 1823785-bbe79670cfc6ed7635790e89838d4171.jpg
Atticus Lish (New York, 1972)

Geschreven door Romenu om 18:22 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De blogger leest alles eerst na: je tekst verschijnt zodra die goedgekeurd is.

Simon Carmiggelt, Rachel Kushner, James Whitcomb Riley, Thomas Keneally, Dirkje Kuik, Steven Erikson, Wilhelm Müller

De Nederlandse schrijver en dichter Simon Carmiggelt werd geboren op 7 oktober 1913 in Den Haag. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Simon Carmiggelt op dit blog.

Uit:Stukjes schrijven

“Een redacteur, die vraagt om ‘iets persoonlijks over je werk’, legt een zware taak op de schouders van iemand, die er elke dag anders over denkt. Voor een nuchtere toeschouwer lijkt iedere avond een stukje schrijven, in een krant, een beetje op steeds maar weer water gaan halen in een vergiet. Het is stellig een grote dwang - maar is het ook een klein graf? Niet voor iedereen, geloof ik.
Twintig jaar geleden ben ik in Den Haag met dit werk begonnen, omdat mijn hoofdredacteur het mij opdroeg - een reden, die in de journalistiek altijd toereikend is. Ik brandde los met een ijver, die mijn omgeving sterker verbaasde, dan mezelf. Want dagelijks schrijven was niets bijzonders voor me. Ik deed het al van mijn twaalfde jaar af. In mijn kinderjaren was even iets maken, voor het naar bed gaan, een vaste gewoonte, vergelijkbaar met tandenpoetsen. Ik vervaardigde een eindeloze stroom versjes over de zee, de lente, de storm en andere, moeilijk te vermijden onderwerpen van dichterlijke structuur. Er was er zelfs één bij op Leni Riefensthal, geschreven in 1928 evenwel, zodat ik er later niet voor gezuiverd hoefde te worden. Ook schimpte ik wel berijmd op onderwijskrachten, die mijn misnoegen hadden opgewekt, omdat zij mij tot gedisciplineerde inspanning wilden dwingen. Vaste werkuren, in daartoe bestemde bouwwerken, haatte ik namelijk al vroeg en groot is het aantal meewarige vertellingen, dat ik als jongen van veertien of vijftien schreef over oude, door regelmatige kantoorgang ten onder gebrachte mannen, die te laat hun mislukt leven bejammerden.
Daar ik van de kinderboeken, via Cornelie Noordwal, aan Heyermans verslingerd raakte, liet ik de grijsaards aanvankelijk ‘in wilde koortsstuiping neerturen op een zonbeplenst achterplat’, maar toen ik, als zestienjarige, op een voordrachtsochtend van Louis van Gasteren, kennis had gemaakt met Tsjechow, was het voorgoed uit met de stuiping en de plenzing en heetten mijn hoofdfiguren voortaan uitsluitend nog Iwan Iwanowitsj of Serge Karin en spoedden zij zich, na het drinken van een glas kwas, per slede naar de rentmeester van het district S.
Elsschot, die mij vervolgens fascineerde, was er de oorzaak van, dat in mijn daarna geschreven proza ‘de man, na enig hoofdschudden, op de gang geraakte’.
Bijna al deze puberteitsuitingen waren diep somber, zoals dat op die leeftijd past.”

 

 1823258-08e0c7c30c9e75e0720950e604caae16.jpg
Simon Carmiggelt (7 oktober 1913 – 30 november 1987)

 

 

De Amerikaanse schrijfster Rachel Kushner werd geboren op 7 oktober 1968 in Eugene, Oregon en verhuisde naar San Francisco in 1979. Zie ook alle tags voor Rachel Kushner op dit blog.

Uit:De vlammenwerpers (Vertaald doorLidwien Biekmann en Maaike Bijnsdorp)

'Ik schakelde door naar de vijfde versnelling. De wind drukte tegen me aan en dreigde mijn helm af te rukken, alsof ik mijn hoofd in een waterval hield. Ik bereikte een snelheid van 175 kilometer per uur en dook ineen. Het zout voelde anders dan de weg. Het was alsof ik erg heen en weer ging, alsof ik over ijs reed, maar toch had ik wel tractie, een vrij losse tractie waarop ik moest vertrouwen. Ik ging 190. Toen 200. Ik was me scherp bewust van elk greintje tijd. Elk greintje wás tijd, elk indringend beeld, elk beeld van elk ander moment, voor en na, verloren, veronachtzaamd. Ik was me alleen bewust van mijn hand op de gashendel, de tintelende vibratie ervan in mijn gehandschoende vingers; 210, 220. Floating Mountain zweefde in de verte, een luchtspiegeling aan de zoom van de vlakte. Nevelig en omvangrijk. Wat er ook gebeurde, hij zou toekijken maar niet helpen. Let op, zei hij. Je kunt hier verongelukken.'
(…)

Ik dook ineen en zette de gashendel vast. De zoutvlakte strekte zich voor me uit. […] Ik reed nu 228 kilometer per uur. Twee olielijnen aan weerszijden van me markeerden de baan, een derde in het midden. Ik vloog over de middenstreep. Ik reed 232 kilometer per uur. Toen 236. Ik had een scherp besef van het nu. Niets deed er nog toe behalve die milliseconden van het leven bij die snelheid. In de verte spanden de zoutvlakte en de bergen samen en vormden één troebele draaikolk. Ik begon de uitgestrektheid van dit oord te voelen.”

 

 1823258-4ac761e80066cfb72d31e230c6450b0f.jpg
Rachel Kushner (Eugene, 7 oktober 1968)

 

 

De Amerikaanse dichter en schrijver James Whitcomb Riley werd geboren op 7 oktober 1849 in Greenfield, Indiana. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor James Whitcomb Riley op dit blog.

 

Pan

This Pan is but an idle god, I guess,
Since all the fair midsummer of my dreams
He loiters listlessly by woody streams,
Soaking the lush glooms up with laziness;
Or drowsing while the maiden-winds caress
Him prankishly, and powder him with gleams
Of sifted sunshine. And he ever seems
Drugged with a joy unutterable-- unless
His low pipes whistle hints of it far out
Across the ripples to the dragon-fly
That like a wind-born blossom blown about,
Drops quiveringly down, as though to die--
Then lifts and wavers on, as if in doubt
Whether to fan his wings or fly without.

 


Silence

Thousands of thousands of hushed years ago,
Out on the edge of Chaos, all alone
I stood on peaks of vapor, high upthrown
Above a sea that knew nor ebb nor flow,
Nor any motion won of winds that blow,
Nor any sound of watery wail or moan,
Nor lisp of wave, nor wandering undertone
Of any tide lost in the night below.
So still it was, I mind me, as I laid
My thirsty ear against mine own faint sigh
To drink of that, I sipped it, half afraid
'Twas but the ghost of a dead voice spilled by
The one starved star that tottered through the shade
And came tiptoeing toward me down the sky.

 

 1823258-92b185e0237985c6b85bc283a14df601.jpg
James Whitcomb Riley (7 oktober 1849 – 22 juli 1916)
Portret door John Singer Sargent, 1903

 


 
De Australische schrijver Thomas Keneally werd geboren op 7 oktober 1935 in Sydney. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Keneally op dit blog.

Uit: Schindler's List

« History and politics meant little to Oskar as a teenager. His enthusiasm was centred around fast motorbikes, and his father encouraged this interest. In Oskars last year at school, Hans Schindler bought his son an Italian motorbike. Then in the middle of 1928, at the beginning of Oskars sweetest and most innocent summer, he appeared in the town square on a Moto-Guzzi, an amazing motorbike usually owned only by professional racers.
For three months Oskar forgot about his studies and his future and entered professional motorbike races. He did very well and loved every exciting minute of this life. In his final race, in the hills on the German border, Oskar was competing against the best riders in Europe. He kept close to the leaders throughout the race and just failed to win. Even though people said he could become a champion racer, Oskar decided to end his motorbike career after that thrilling afternoon. The reason may have been economic because, by hurrying into marriage with a farmer’s daughter that summer, Oskar lost the approval of his father, who was also his employer. The elder Schindler could see that Oskar was similar to him, and he worried that his son was marrying a girl like his own mother: a girl who was quiet, graceful and religious, but not very suitable for the sociable, charming and handsome Oskar.
The bride’s father, a wealthy widower, was as unhappy about the marriage as Hans Schindler was. He was a gentleman-farmer who had expected Emilie, his daughter, to do better than to marry a boy on a motorbike with no money of his own. The bride, according to the custom of the time, agreed to bring a large sum of money into the marriage. Most of this money was never paid, however, because Emilies father did not believe that Oskar would settle down and be a good husband to his only child.”

 

 

 1823258-aa92338ad8a45e5785da9c059e57e8b8.jpg
Thomas Keneally (Sydney, 7 oktober 1935)
Scene uit de film van Steven Spielberg uit 1993

 

 

De Nederlandse schrijfster en beeldend kunstenares Dirkje Kuik werd geboren in Utrecht op 7 oktober 1929. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dirkje Kuik op dit blog.

Uit: De patriot

‘Ach, hoe beroerd komt de ouderdom, het vervloekte lot van de orde van de wormstekigen, de orde van de lazarusgangers.
Zie Heer mij aan, een afzichtelijk bejaard mannetje, afzichtelijk de hoge rug als de berg Sinaï, alleen de stenen tafelen kan ik niet meer dragen, ik mis er de kracht voor, en het beloofde land, het bestaat uit een kerkhof.
Wat ben ik eigenlijk nog? Een afgelebberde, verlopen overjarige soephaan, een naai-emmer op versleten wintersokken, een prul van een wezen.
Ik, die eens zelfs bij stormweer over het dek zwabberde, kan me nu slechts voortbewegen met een knoestige wandelstok, het is een fraai gevormde wijnstok met een ivoren knop, geschikt om een tegenstander de hersens in te slaan, een teken van krachtig en eeuwig leven..."

 

 1823258-fecaebbfe24bc990e78553483c907598.jpg
Dirkje Kuik (7 oktober 1929 – 18 maart 2008)
Dirkje Kuik, illustratie uit ‘De patriot’, 2003. 

 

 

De Canadese schrijver, archeoloog, antropoloog Steven Erikson (pseudoniem van Steve Rune Lundin) werd geboren in Toronto op 7 oktober 1959. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Steven Erikson op dit blog.

Uit: This River Awakens

"The machine in the driveway seemed to be decomposing all on its own: every time I looked it was smaller, as if, now that its soul had been exposed, it was crumbling under the sun. Father had removed most of the larger parts and had carried them into the garage, where each part was placed in its own bucket of gasoline, like organs in jars. A pool of black oil had spread out from the machine – a tar pit collecting plant stuff, insects – I grinned at the thought – woolly rhinoceroses, mastodons…
The pool’s placid surface showed nothing – it might be miles deep – there was just no way to tell. Somewhere under that surface might hide the history of mankind, of the whole world. And, somewhere down in the thick, congealing blackness, there might lie giants, suspended for all time.
But when I picked up a stone and dropped it into the pool it was, of course, less than half an inch deep. And the machine was not the body of some god, exposed and bleeding out Creation like an afterthought. It had no soul, only parts, and none of those parts worked. And it was not as massive and imposing as it had once been. Still, since I as yet had no idea of what its function might be, there was an air of mystery about it; a secret with all the clues laid out, yet still a secret.
I left the garage and walked to the front porch. The door opened and Father stepped out, dressed as usual in his blue coveralls. Placing his hands on his hips, he glared at the machine, then sighed.
“Think you’ll get it to work?” I asked." 

 

 1823258-db3e390a79ac05a7269e81f723dbb293.jpg
Steven Erikson (Toronto, 7 oktober 1959)
Cover

 

 

De Duitse, romantische dichter Wilhelm Müller werd geboren op 7 oktober 1794 in Dessau. Zie ook mijn blog van 7 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Wilhelm Müller op dit blog.

 

Erstarrung

Ich such' im Schnee vergebens
Nach ihrer Tritte Spur,
Hier, wo wir oft gewandelt
Selbander durch die Flur.

Ich will den Boden küssen,
Durchdringen Eis und Schnee
Mit meinen heißen Thränen,
Bis ich die Erde seh'.

Wo find' ich eine Blüthe,
Wo find' ich grünes Gras?
Die Blumen sind erstorben,
Der Rasen sieht so blaß.

Soll denn kein Angedenken
Ich nehmen mit von hier?
Wenn meine Schmerzen schweigen,
Wer sagt mir dann von ihr?

Mein Herz ist wie erstorben,
Kalt starrt ihr Bild darin:
Schmilzt je das Herz mir wieder,
Fließt auch das Bild dahin.

 

 1823258-4926047b153727a7838a5083aabad7b0.jpg
Wilhelm Müller (7 oktober 1794 – 1 oktober 1827)

Geschreven door Romenu om 18:52 Reageer op dit bericht

Chigozie Obioma

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nigeriaanse schrijver Chigozie Obioma werd geboren in 1986 in Akure, in het zuidwestelijke deel van Nigeria, in een ​​gezin van twaalf kinderen: met zeven broers en vier zussen. Toen hij opgroeide sprak hij Yoruba, Igbo, en Engels. Als kind was hij gefascineerd door de Griekse mythen en de Britse meesters, zoals Shakespeare, John Milton en John Bunyan. Onder Afrikaanse schrijvers, ontwikkelde hij een sterke affiniteit voor Wole Soyinka ’s “The Trials of Brother Jero”; Cyprianus Ekwensi's “An African Night’s Entertainment”; Camara Laye’s “The African Child” en DO Fagunwa's “Ògbójú Ọdẹ nínú Igbó Irúnmalẹ̀”, die hij las in de oorspronkelijke Yoruba versie. In 2009, terwijl hij op Cyprus woonde om zijn bachelor te voltooien aan de Cyprus International University, waar hij afstudeerde als beste van zijn jaargang, begon Obioma met het schrijven van “The Fishermen”. Het idee voor de roman kwam toen hij terugdacht aan de vreugde van zijn vader wegens de groeiende band tussen zijn twee oudste broers die, als kind een sterke rivaliteit kenden die soms uitmondden in vuistgevechten . Obioma wilde dat de roman commentaar leverde op de sociaal-politieke situatie in Nigeria: met de Britten als de profetie gekken, en het volk van Nigeria als de ontvangers van de visie dat (drie grote stammen die samenleven om een ​​natie te vormen). Obioma beëindigde de roman tijdens een verblijf in OMI's Ledig House in 2012 en voltooide een MFA in Creatief Schrijven aan de Universiteit van Michigan, waar hij de Hopwood Award voor fictie (2013) [en poëzie (2014) ontving. “The Fishermen” kwam op de shortlist voor de Man Booker Prize, op de shortlist voor de FT / Oppenheimer Funds Emerging Voices Award, op de shortlist voor de Center for Fiction First Novel Prize en op de shortlist voor de Edinburgh Festival First Book Award.

Uit: The Fishermen

“We were fishermen:
My brothers and I became fishermen in January of 1996 after our father moved out of Akure, a town in the west of Nigeria, where we had lived together all our lives. His employer, the Central Bank of Nigeria, had transferred him to a branch of the bank in Yola—a town in the north that was a camel distance of more than one thousand kilometres away—in the first week of November of the previous year. I remember the night Father returned home with his transfer letter; it was on a Friday. From that Friday through that Saturday, Father and Mother held whispering consultations like shrine priests. By Sunday morning, Mother emerged a different being. She’d acquired the gait of a wet mouse, averting her eyes as she went about the house. She did not go to church that day, but stayed home and washed and ironed a stack of Father’s clothes, wearing an impenetrable gloom on her face. Neither of them said a word to my brothers and me, and we did not ask. My brothers—Ikenna, Boja, Obembe—and I had come to understand that when the two ventricles of our home—our father and our mother—held silence as the fishermen the ventricles of the heart retain blood, we could flood the house if we poked them. So, at times like these, we avoided the television in the eight-columned shelf in our sitting room. We sat in our rooms, studying or feigning to study, anxious but not asking questions. While there, we stuck out our antennae to gather whatever we could of the situation.
By nightfall on Sunday, crumbs of information began to fall from Mother’s soliloquy like tots of feathers from a richly-plumed bird:
“What kind of job takes a man away from bringing up his growing sons? Even if I were born with seven hands, how would I be able to care for these children alone?”
Although  these  feverish  questions  were  directed  to  no  one  in particular,  they  were  certainly  intended  for  Father’s  ears.  He  was seated  alone  on  a  lounge  chair  in  the  sitting  room,  his  face  veiled with a copy of his favourite newspaper, the Guardian, half reading and half listening to Mother. And although he heard everything she said, Father always turned deaf ears to words not directly addressed to  him,  the  kind  he  often  referred  to  as  “cowardly  words.”  He would  simply  read  on,  sometimes  breaking  off  to  loudly  rebuke or applaud something he’d seen in the newspaper—“If there is any justice in this world, Abacha should soon be mourned by his witch
of a wife.” “Wow, Fela is a god! Good gracious!” “Reuben Abati should  be  sacked!”—anything  just  to  create  the  impression  that Mother’s lamentations were futile; whimpers to which no one was paying attention.“

 

 1823253-a07e0dec4b98b8c6d7340a5610c11439.jpg
Chigozie Obioma (Akure, 1986)

Geschreven door Romenu om 18:32 Reageer op dit bericht

Sohrab Sepehri

De Iraanse dichter en schilder Sohrab Sepehri werd geboren op 7 oktober 1928 in Kashan in het eerste decennium van het bewind van Reza Shah Pahlavi, een periode van snelle modernisering van Iran, In 1953 voltooide hij zijn studie aan de Faculteit der Schone Kunsten van de Universiteit van Teheran en werkte vervolgens in verschillende overheidsinstellingen. Tegelijkertijd volgde hij zijn poëtische en schilderachtige interesses. Sepehri heeft veel en graag gereisd. Hij maakte talrijke reizen naar Europa, Azië (Japan, India, Afghanistan en Pakistan), Afrika (Egypte) en in de Verenigde Staten. In 1955 vertaalde hij verschillende Japanse gedichten in het Perzisch en publiceerde ze in het tijdschrift Sokhan. In 1957 reisde hij naar Parijs, waar hij lithografie studeerde aan de École des Beaux-Arts. In 1960 won hij de eerste prijs van de Teheran Biënnale. In hetzelfde jaar reisde hij naar Japan waar hij zich bezighoudt met houtsnijkunst. In 1961 volgde een reis naar India en de studie van het boeddhisme. Vanaf 1964 wijdde hij zich uitsluitendaan poëzie en schilderkunst. In 1979 werd bloedkanker geconstateerd bij hem. Hij stierf in 1980 in Teheran en werd begraven op de binnenplaats van het belangrijkste sjiitische mausoleum van Mashhad-e Ardehal in de buurt van zijn geboorteplaats Kashan. Naast Nima Yooshij, Forough Farokhzad, Mehdi Akhavan-Sales, Manouchehr Atashi en Ahmad Shamlu vertegenwoordigt Sohrab Sepehri de literaire beweging van het nieuwe gedicht (She'r-e Nou) van Iraanse moderniteit. Zijn schilderijen zijn wereldwijd tentoongesteld. In 1976 publiceerde Sepehri de bloemlezing “Hascht Ketāb” ( (acht boeken), een van de meest succesvolle werk van de Iraanse moderniteit. Zie ook alle tags voor Sohrab Sepehri op dit blog.

 

Friend

She was great
And belonged to the present time
And had affinity with all bright horizons.
And fathomed the language of the earth and water.

Her voice
Sounded like the sad tone of truth.
Her eyelids
Pointed
To the heartbeats of elements.
Her fingers
Leafed through
The generous air.
And she directed kindness
Towards our hearts.

She was the image of her solitude.
And for the mirror she interpreted
The most amorous moments of her own Time.
Like rain, she was full of fresh repetitions.
And like the trees
She grew with the blessing of light.

She called out the wind's childhood.
And tied the strings of words
To the latch of water.
And one night she enunciated
The Green Message of Love
So vividly
That we touched the emotion of the earth
And felt fresh like a bucket of murmuring water.

Again and again we saw her
Basket in hand
Going to pluck a cluster of glad tidings.

Alas,
She failed to sit in full view of the pigeons
And walked to the brink of Nil
And stretched out beyond the patient Lights.
And she did not mind at all
How lonely we would feel
To eat apples
At the intervals of the distressing closing of doors!

Vertaald door Ismail Salami

 

 1846035-e70d8b1591e15f0ecd8885eacde7c9b3.jpg
Sohrab Sepehri (7 oktober 1928 - 21 april 1980)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Victor Vroomkoning, Ulrike Ulrich, Yaşar Kemal, Heinrich Federer, Ludwig Begley, Maria Dąbrowska, Horst Bingel, Peter Gosse

De Nederlandse dichter Victor Vroomkoning (pseudoniem van Walter van de Laar) werd geboren op 6 oktober 1938 in Boxtel. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Victor Vroomkoning op dit blog.

 

De herfst

heeft weer flink uitgepakt:
de bruinrode loper uit, eikels
voor de pijp, kastanjes voor
het vuur, paddestoelen om tot
sprookjes in te keren. De zon
weerlicht aan de grond, ritselt
tussen afgeleefd blad en overal
het wuiven en zwaaien, depressies
binnen en buiten. Alles trekt
zich terug, de takken in hun
boom, de bomen in hun wortels,
de mens in zijn dromen. Wisseling
van jas, sjaal wordt das,
rooksignalen van overlevenden.

 

 

Tuin

Tuin weer slagroomtaart,
hier en daar een wakkere
krokus, kaarsje wegens
het verjaren. Te mooi
om aan te snijden met
maat vierenveertig.
Toch moet de vis gelucht
onder het borstplaat
van de vijver.

Weer terug achter het
warme kijkglas tel ik
de achten die ik achter-
liet. Alleen bij sneeuw
de kraakheldere afdruk
van mijn ijsbeerbestaan.

 

 

Uitrijden

Hier is je sleutel, rinkelt hij.
Hij zal ervan lusten.

Onderweg, beide handen aan het stuur,
ben ik weerloos onder zijn vingeren.

Geen mens die onder de ijlte
van mijn stof zijn geile spin
vermoedt tot in de kilte van mijn grot.

Ik zoek de boom
waarmee ik hem de dood insla.

 

 1822680-7fa8b355e884d6f286b1b0499d7b8005.jpg
Victor Vroomkoning (Boxtel, 6 oktober 1938)

 

 

De Duitse dichteres en schrijfster Ulrike Ulrich werd geboren in op 6 oktober 1968 in Düsseldorf. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Ulrike Ulrich op dit blog.

 

Zeichen

Wieder einmal aus den Umrissen der Berge Bedeutung lesen, Buchstaben aus den unbewaldeten Flächen, wieder einmal Wolkennachrichten empfangen, Astlöcher zählen – auf die Länge der Planke elf – und die Seesonnenblitze für Kurzwellen halten, wieder mal glauben, der Vierte, der durch die Tür kommt, der ist es, der bringt eine Botschaft, eine gute oder zumindest eine für mich.

Zwischen drei Bergen das W sehen – keine Kunst, aber erkennen muss man es doch – und der Optimist bewegt seinen Mast metronomisch, der Sonnenkogel sieht aus wie ein Wisent und der Wind auf dem See, als könne man mit den Fingerkuppen darüber fahren, mit geschlossenen Augen, wie über eine Walnussschale.

Und einer hält eine Zigarette parallel zum Wasserspiegel, ein Ärmel weht in der Luft, ein gestreifter, dahinter hebt jemand die Hand, wie zum Winken, was nichts bedeutet, während in der Mitte der Wolke ein Stern ausreißt, wieder mal eine Nachricht erhalten, von einem Schatten, dem Lichteinfall, einem Torso oder der Abwesenheit von Nebel.

 

 1822680-9556e6ba8adf52a4fa99c543adbc58e1.jpg
Ulrike Ulrich (Düsseldorf, 6 oktober 1968)

 

 

De Turkse schrijver Yaşar Kemal werd geboren op 6 oktober 1923 als Kemal Sadik Gökçeli in Hemite. Zie ook alle tags voor Yaşar Kemal op dit blog.

Uit: The Sea-Crossed Fisherman (Vertaald door Thilda Kemal)

“Unthinkingly, he set the motor purring and headed towards the sound. After a while he found himself in a forest of fishing boats.
Hundreds of guns were blasting away and the sea was red with blood.
Smitten dolphins shot up into the air screeching like children, splashed down into the water and surfaced again, white belly turned up, bleeding. Some, screaming, dived out of sight only to rise a littlelater, white belly up, bleeding. Others tossed and turned, squalling frantically, squirting blood, then lay still, white belly up. . . . And the fishermen, with hooks and ropes, hoisted them into the boats. . . .
Fisher Selim stood staring at the bleeding dolphins, at the sea foaming with blood. . .
(…)

All equipped with radar . . . these ships, like so many eyes raking the bottom of the sea. . . . Each radar is as powerful as a thousand human eyes, a million eyes, unerringly picking out the fish wherever they may be, in whatever sheltered nook, at whatever depth. Black clouds of fish are beating about the sea with millions of eyes upon them, green, razor-sharp. . . . They spread their vast nets and the fish are caught up in thousands, sucked into the ship on one side, pushed out in cans on the other, glossy coloured cans with the picture of a fish on each one. They are swallowing up all the fish in the sea, these ships, and vomiting mounds and mounds of tin cans on to the shore. . . .
And trucks and trains and boats stand by to carry the canned fish to the far corners of the world. . . . The seas are empty! Empty, drained, killed by the thousand-eyed cannery ships."

 

 1822680-4e66ce4837d1398deba5e0ecbd502f22.jpg
Yaşar Kemal (Hemite, 6 oktober 1923)

 

 

De Zwitserse dichter, schrijver en priester Heinrich Federer werd geboren op 6 oktober 1866 in Brienz. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2009 en ook mijn blog van 6 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Heinrich Federer op dit blog.

Uit: Berge und Menschen

“Der Ingenieur Emil Manuß schüttelte sich von den Achseln über den ganzen Rücken hinunter. Kein Düftchen vom Krankenzimmer da oben wollte er mitschleppen. Dann blickte er noch einmal von der Straße zum zweiten Fenster des Obergeschosses. Hinter seinen weißen, gefältelten Vorhängen, ganz ans Licht gerückt, lag sein Kollege Bert mit einem müden Gesicht und einer dumpfen Ergebung in den sonst so gescheiten und frohen Augen, wie für immer ins Bett vergraben. Seit Wochen lag er. Nichts tat ihm weh. Nur müd' war er. Seine Frau und die älteste Tochter Maria konnten es nicht begreifen, daß die paar Spuren Eiweiß, über die der Arzt täglich wie über eine beharrliche Bosheit des Kranken schimpfte, so furchtbar viel zu bedeuten hatten.
»Steh' doch auf!« wollte auch der arbeitsfrohe, immer frische Emil fast zornig sagen. »Das Bett ist deine Krankheit, ganz allein das Bett.«
Aber Bert lächelte nur schwach und schloß die Augen vor Müdigkeit. War er etwa nicht zehnmal vom Lager gesprungen? Einmal so grimmig, als müßte der schläfrige Zauber des Bettes vor der Überrumpelung ohne weiteres brechen. Darauf überlegt und voll Ruhe, wie man an eine sichere Sache geht, die nicht mißlingen kann, wenn nur alles sachte, sachte geschieht. Oder er tat es leis, mit verschmitzten Heimlichkeiten, versteckte die Strümpfe unter das Kissen, zog die Unterhosen an und schob sich wieder unter die Decke. – Ich will beileibe nicht aufstehen!“

 

 1822680-27324c0a661e22cadec55fb96b8f6a54.jpg
Heinrich Federer (6 oktober 1866 – 29 april 1928)
Federers geboortehuis in Brienz 

 

 

De Poolse schrijfster Maria Dąbrowska werd geboren op 6 oktober 1889 in Russów bij Kalisz. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2009 en eveneens alle tags voor Maria Dąbrowska op dit blog.

Uit: Nights and Days (Vertaald door Christine A. Brown)

“He had wanted to marry his daughter in a way that would be consistent with her feelings and with the demands of her position. However, when she began to give him trouble after the discovery of her romance with the teacher, and threatened to become a nun if her marriage were not accepted - in a fit of spitefulness, cruelty and pride, the father decided to give her away without minding her feelings, to the first suitor who appeared, provided he was a noble. Adam Ostrzenski had recently stepped in; moreover, being a likable man, he had already won the hearts of the parents.
Miss Jaraczewski took the compulsory marriage vows with tears and was not happy with her husband. Adam Ostrzenski soon lost both dowry estates and began to neglect his wife for months at a time for other women. She, on her part, was unable to forget her teacher. Both of them, however, had so much gentleness of disposition and attractiveness about them, that they could not remain indifferent to each other. After each financial loss, each argument and each emotional parting, they would return to each other amidst outbursts of desperate love, and they gave life to six children, four of whom survived.
Barbara was the youngest of them, just as Bogumi was his parents' youngest. She had no rememberance of a well-to-do home. She was born in a town where Adam Ostrzenski, after many vicissitudes of fate, had obtained the office of mayor. She was five when she lost her father. Adam Ostrzenski was struck by lightning in his own flat, at the moment when he was trying, during a storm, to close the window tightly so that water would not drip on the floor.”

 

 1822680-82042c23fef4decc67902ee067337226.jpg
Maria Dąbrowska (6 oktober 1889 – 19 mei 1965)

 

 

De Amerikaanse schrijver Louis Begley werd geboren als Ludwig Beglejter op 6 oktober 1933 in Stryj (toen Polen, tegenwoordig Oekraïne). Zie ook mijn blog van 6 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Louis Begley op dit blog.

Uit:Why the Dreyfus Affair Matters

“At nine o'clock on Monday morning, October 15, 1894, a French artillery officer serving as a trainee with the army's General Staff reported to the Ministry of War building on rue Saint-Dominique, in the aristocratic faubourg Saint-Germain of Paris, obeying an order delivered to his apartment the preceding Saturday. It had summoned officer trainees to an inspection by the General Staff. The morning hour was unusual; inspections routinely took place in the evening. So was the requirement that the officer be in mufti. To his surprise, on arrival he was met by Major Georges Picquart, who said he would escort him to the office of the chief, General Charles Le Mouton de Boisdeffre. The officer's surprise was compounded when he realized that neither the general nor any other officer trainee was present. Instead, he saw an officer who introduced himself as Major Armand Mercier du Paty de Clam and three unknown civilians. Du Paty explained that the general would be back shortly and, pleading injury to his right hand, asked the officer to take down a letter, which he dictated from a document that would soon become infamous as the bordereau (account). The letter finished, du Paty drew himself up to his considerable full height, put his hand on the officer's shoulder, and bellowed: "In the name of the law, I put you under arrest; you are accused of high treason." The civilians pounced on the officer and searched him.”

 1822680-73b4a14990fcfa2bc83d065ffa08f3c4.jpg
Louis Begley (Stryj, 6 oktober 1933)
Alfred Dreyfus, circa 1890

 

 

De Duitse dichter, schrijver, graficus en uitgever Horst Bingel werd geboren in Korbach op 6 oktober 1933. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Horst Bingel op dit blog.

 

Felsenmeer

Wir haben uns eingegraben, Stollen an Stollen, die Wälder
            umgestülpt,

wir haben der Erde Schätze abgefackelt, sie jagt uns in
            Teer und Federn von dannen, nackt, entblößt, wie
            wir kamen,

uns bleibt die Flucht, die Wege, aufgerissen, zersprungen,
            wir haben die Berge abgetragen,

noch einmal, wir halten an. Wer grüßt?

Wir, die Steine, sie schmerzen, der Asphalt, die Sonne,
            noch einmal, es schmilzt, hängt fest, zieht
            Blasen,

wir werden mit Blei die Formen ausgießen.

Wir haben uns angestrengt, es waren Frauen, Kinder, die
            weinten,

wir haben der Sonne Gewinn abgeschöpft, das Licht
            gestohlen, ausgetrocknet den Fluß,

uns bleibt der Sieg, wir, niemand, der folgt, wir, wir
            greifen den Wind,

noch einmal, wir verbieten die Geschichte, keiner fragt,
            niemand erzählt.

Wir, der Marsch, ohne Ende, wir ziehen den Fischen die
            Kiemen lang, wir, Amphibien, erjagt,

wir werden in Stein jetzt feilgeboten.

 

 1822680-60c0401436ec1632bd1a30f31594aecc.jpg
Horst Bingel (6 oktober 1933 – 14 april 2008)

 

 

De Duitse dichter, schrijver en essayist Peter Gosse werd geboren in Leipzig op 6 oktober 1938. Zie ook mijn blog van 6 oktober 2010 en eveeneens alle tags voor Peter Gosse op dit blog.

 

Die Lupe (Fragment)

Der Horizont von überausem Gelbe.
In ihn in schön begradigter Ausbiegung
Hinfloß, zum Suifur, Luppe. Freilich wo sie
Still ging, dort spiegelte, von Schwarz durchsättigt,
Den Wald sie; doch auf ihren Strömensschnellen
Aufstrahlte sie in schierer Schwefel-Lohe.

So lag sie in der Ebene der Erde
Als Feuersalamander - seine Schuppung
Hier rege überglänzt, dort unterschimmert -
In muskulös doch flächiger Durchwölbtheit:
Ein fest im Festen lagernder Bestand,
Der glomm, der gleißte, glitzerte, der schien.

 

 1822680-73b6ea48c1f336b3cb2efacaf88edfaa.jpg
Peter Gosse (Leipzig, 6 oktober 1938)

Geschreven door Romenu om 18:25 Reageer op dit bericht

In Memoriam Jos Vandeloo

 

In Memoriam Jos Vandeloo

 

De Vlaamse auteur Jos Vandeloo is op 90-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn familie bekend gemaakt. Jos Vandeloo werd geboren op 5 september 1925 in Zonhoven, Belgisch-Limburg. Zie ook mijn blog van 5 september 2010 en eveneens alle tags voor Jos Vandeloo op dit blog.

Uit: De vijand

“Het regent nog altijd. Net als op die dag, nu zes weken geleden, juist voor de Amerikanen kwamen.
Daarom moet ik altijd aan de vijand denken, omdat  het die dag zonder ophouden bleef regenen.
Maar wie is tenslotte de vijand? Iedereen is de vijand en niemand is de vijand.
Ik geloof dat vrienden en vijanden aan dezelfde tafel  zitten, soms op dezelfde stoel.
Misschien zijn wij onze eigen vijand?
Toen regende het ook, net als nu. Is het een toeval dat het vandaag ook regent zonder ophouden?”
(…)

“Misschien komt er een nieuwe zondvloed en wordt alles langzaam en geleidelijk één groot moeras, dat alles opslokt, de huizen en de mensen, de tanks, de bomen, de tent, en Bea en mij en de soldaten en Karl, vooral Karl.”
(…)

“We hadden een bijzonder scherp zicht in de duisternis. Onze zintuigen waren gescherpt door de omstandigheden waarin wij leefden, door het dierlijke waarmee wij dagelijks te maken hadden, de dood, de grond, het stro, de duisternis, de honger, de angst. Wij waren aan tal van dingen gewoon geraakt, wij hadden ons voortreffelijk aan de moeilijke omstandigheden aangepast. Zoals onze voorouders."

 

 1822329-77136a1b33236f93eccc11f6f47e2867.jpg
Jos Vandeloo (5 september 1925 - 5 oktober 2015)
 

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Roberto Juarroz, Václav Havel, Stig Dagerman, K.L. Poll, Flann O’Brien, Denis Diderot

De Argentijnse dichter, essayist en literatuurwetenschapper Roberto Juarroz werd geboren in Coronel Dorrego op 5 oktober 1925. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Roberto Juarroz op dit blog.

 

The most beautiful day

The most beautiful day
lacks something:
its dark side.
Only to a near-sighted god
could light by itself
appear beautiful.

Beside any Let there be light!,
Let there be darkness!
should also be said.

We don't arrive
at necessary night by omission only.

 


Night shuts down sometimes

Night shuts down sometimes
like blocks of stone
and leaves us without space.
My hand then can no longer touch you
to defend us from death
and I can't even touch myself
to defend us from absence.
A vein that springs up in that same stone
separates me from my own thought too.
Thus night is converted
into our first tomb.

 

 

Now I can only wear old shoes

Now I can only wear old shoes.
The road I follow
wears shoes out from the first step.

But only old shoes
don't despise my road
and only they can arrive
where my road arrives.

After that,
you have to continue barefoot.

 

Vertaald door Mary Crow

 

 1822221-ce3fa1802df60d259a54e1e6e93bad36.jpg
Roberto Juarroz (5 oktober 1925 – 31 maart 1995)

 

 

De Tsjechische schrijver en politicus Václav Havel werd op 5 oktober 1936 in Praag geboren. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Václav Havel op dit blog.

 

The Little Owl Who Brayed

Wisdom’s little owl brayed:
“How beautiful is rot’s decay.”
A pine grove bleated low:
“Come on, easy does it now.”

A serpent hissed: “I love graveyard’s bliss.”
A flower extolled:
“Where ambitions pit your soul?”

Pines gushed: “Wise up.”
Flower hissed: “Let it stink.”

“You should never, it’s true,”
calls motherland insistent,
“in twilight’s advancing gloom
be the least resistant.”

Pines shot: “Reason rots.”
Flower shrieked: “Beauty reeks.”

Serpent hooted: “The graveyard
is paradise, so tranquil and muted.”

You should never, I cry,
in our nation’s interest
beneath twilight’s grimace
ever have to resist.
Dig in. Resist. Persist…

 

Vertaald door D. Celone, m.b.v. Liba Hladik and Paul Wilson

 

 1822221-e2c8e14ea8751f00905fd8d4ed7ecd30.jpg
Václav Havel (5 oktober 1936 – 18 december 2011)

 

 

De Zweedse schrijver en journalist Stig Dagerman werd geboren op 5 oktober 1923 in Älvkarleby. Zie ook alle tags voor Stig Dagerman op dit blog en ook mijn blog van 5 oktober 2010.

Uit: Bruiloftslied (Vertaald door David Grävling)

“Het bed is vol steentjes en knarst als een voorlezer. En je bent bang dat er iemand komt. Bang ben je ervoor en bang ben je erna. En ermiddenin ben je ook bang. Het ritselt onder het kussen, kijk. Het is de rode postwissel. En wie staat er achter de wand te grijnzen? Wie klopt er op het raam voordat de nacht voorbij is? Jawel, de ambtenaar van de kinderzorg, die grote gaten in de dauw maakt.”
(…)

Zo, als hij maar niet over de maaimachine heen rijdt.’
Ze voert ’m naar het raam en laat hem zien hoe ver de auto van de trekbomen af staat. De maaimachine is de ouwe z’n grote liefde. Rudolf kwam op een nacht thuis van Rullans sofa. Kwam stil aan over de binnenplaats, het was niet stikdonker. Toen zag hij de ouwe op het zitje zitten. Hij deed also hij de leidsels in zijn hand hield. Propro, riep hij naar de onzichtbare paarden. En ze gingen er vast vandoor, maar Rudolf moest lachen. Ging stilletjes naar binnen en maakte Irma en Hildur wakker. En Irma moest ook lachen. Maar Hildur zweeg.
Nu merkte ze dat de ouwe d’r van opzij aankijkt, uitzonderlijk verstandig voor zijn doen.
‘Jij lief, jij,’ snauwt hij. ‘Sinds wanneer is die schoonzoon zo slank?’
Ze kijkt naast ’m naar buiten. Eenoor staat op het erf in een vies schort en pakt koteletten uit de cabine. Heeft vast op ze gezeten zoals hij altijd doet, de smeerlap. Maar dat zal spoedig anders worden. In de wagen loeit een kalf. De ouwe pakt haar hand stevig vast.
‘Het is Westlunds knecht maar, die het vlees komt brengen.’
Ze zoekt naar Svea maar Svea is er niet bij. Ze ligt vast nog te luieren. Maar binnenkort heeft ze genoeg geluierd. De luilak. Harder en harder knijpt de ouwe in haar hand. Triomf, hoogmoed glanst op zijn gezicht.
‘Maar dat kalf komt uit mijn stal,’ schreeuwt hij triomfantelijk.”

 

 1822221-386a6a7fe78e0290a0cb4473f0fcbfff.jpg
Stig Dagerman (5 oktober 1923 - 5 november 1954)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en journalist K. L. Poll, (volledige naam Kornelis Lubbertus Poll) werd geboren in Dordrecht op 5 oktober 1927. Zie ook alle tags voor K. L. Poll op dit blog.

 

Dag lief, dag avondlief

Dag lief, dag avondlief,
dag lief van het licht van de grachten.

Drie schikgodinnen spraken daar,
op die hoge hoek, moe en wit.
En de dansende jonge man
sliep, met de knieën tot zijn kin,
op het blauwe liefdeskleed
in de driehoek van hun vriendschap.

Dag lief, dag ochtendlief,
dag lief van het licht van de grachten.

 

 1822221-c22361bb4ae330162a888b338e1bdaaa.jpg
K.L. Poll (5 oktober 1927 - 14 november 1990)

 

 

De Ierse schrijver Flann O’Brien werd geboren op 5 oktober 1911 in Strabane, County Tyrone. Zie ook mijn blog van 5 oktober 2009 en ook mijn blog van 5 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Flann O’Brien op dit blog en alle tags voor O’Brien op dit blog.

Uit: At Swim-Two-Birds

“Well faith, he said, I never see you at it. I never see you at yourstudies at all.I work in my bedroom, I answered.Whether in or out, I always kept the door of my bedroom locked. Thismade my movements a matter of some secrecy and enabled me to spend aninclement day in bed without disturbing my uncle's assumption that Ihad gone to the College to attend to my studies. A contemplative lifehas always been suitable to my disposition. I was accustomed to stretchmyself for many hours upon my bed, thinking and smoking there. I rarelyundressed and my inexpensive suit was not the better for the use I gaveit, but I found that a brisk application with a coarse brush beforegoing out would redeem it somewhat without quite dispelling the curiousbedroom smell which clung to my person and which was frequently thesubject of humorous or other comment on the part of my friends and acquaintances.Aren't you very fond of your bedroom now, my uncle continued. Why don'tyou study in the dining‐room here where the ink is and where there is agood book‐case for your books? Boys but you make a great secret aboutyour studies.My bedroom is quiet, convenient and I have my books there. I prefer towork in my bedroom, I answered.My bedroom was small and indifferently lighted but it contained most of the things I deemed essential for existence ‐ my bed, a chair which wasrarely used, a table and a washstand. The washstand had a ledge uponwhich I had arranged a number of books. Each of them was generallyrecognized as indispensable to all who aspire to an appreciation of thenature of contemporary literature and my small collection containedworks ranging from those of Mr. Joyce to the widely‐read books of Mr.A. Huxley, the eminent English writer.”

 

 1822221-ba6f7e7b897eaf6c40dc4c4bdb9a5418.jpg
Flann O’Brien (5 oktober 1911 – 1 april 1966)
John Ryan, Anthony Cronin, Flann O'Brien, Patrick Kavanagh, AJ Leventhal op de eerste Bloomsday dag ter ere van James Joyce.

 

 

De Franse schrijver, filosoof en kunstcriticus Denis Diderot werd geboren in Langres op 5 oktober 1713. Zie ook alle tags voor Denis Diderot op dit blog en ook mijn blog van 5 oktober 2010.

Uit: Brieven aan Sophie (Vertaald door Anneke Brassinga)

“Vrijdagochtend [10 mei 1759]
Om acht uur gisterochtend vertrokken we naar Marly.1 We kwamen om half elf aan. We bestelden een uitgebreid diner en zwermden uit door de paleistuin, waar me vooral het contrast trof tussen de verfijnde aanleg van de berceaus en de bosschages en de ongetemde natuur, het rijzig fond van zwaar, welig geboomte. De paviljoens lijken, zoals ze afgezonderd en half in het lommer verscholen staan, behuizingen voor de gedienstige bosgeesten wier meester het grote huis in hun midden bewoont. Ze geven het geheel een feeërieke aanblik, die naar mijn hart was.
In een tuin moeten niet al te veel beelden staan, deze was me iets te dichtbevolkt. Men moet standbeelden zien als schepsels die de eenzaamheid liefhebben en zoeken, net als dichters, filosofen, verliefden; zulke wezens zijn niet gewoon. Een paar mooie beelden, verstolen op de meest afgelegen plekjes opgesteld, ver van elkaar, dat is me het liefst; ze roepen me, ik ga naar ze op zoek of tref ze bij toeval aan; ze houden me staande en ik voer lange gesprekken met ze; dat is genoeg; meer beelden zijn storend.
Droefgeestig gestemd dwaalde ik doelloos door de tuinen. De anderen verdwenen met stevige pas voor ons uit, wij volgden langzaam, baron Von Gleichen en ik.2 Zijn gezelschap deed me goed. We waren allebei vervuld van dezelfde, onuitgesproken, gevoelens. Het is wonderlijk hoe gevoelige naturen elkaar haast woordloos kunnen verstaan. Een terloops woord, momenten van afwezigheid, een vage, losse opmerking, een zweem van droefenis, een verhulde zinspeling, de klank van de stem, de tred, de gelaatsuitdrukking, het zwijgen, de aandachtige blik, al die dingen verraden hen aan elkaar.”

 

 1822221-252f2e82c12127dadbb5b489e62df482.jpg
Denis Diderot (5 oktober 1713 - 31 juli 1784)
Portret door Louis-Michel van Loo, 1767

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 5e oktober ook mijn blog van 5 oktober 2014 deel 2.

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

In Memoriam, Henning Mankell

 

In Memoriam Henning Mankell

 

De Zweedse schrijver Henning Mankell is op 67-jarige leeftijd overleden. Zijn Duitse uitgever Hander Verlag heeft dit maandag in München bekendgemaakt. Henning Mankell werd geboren in Stockholm op 3 februari 1948. Zie ook alle tags voor Henning Mankell op dit blog.

Uit: Faceless Killers (Vertaald door Steven T. Marray)

“A bird, he thinks. A night bird calling. Suddenly he is afraid. Out of nowhere fear appears and seizes him. It sounds like somebody shouting. In despair, trying to be heard. A voice that knows it has to penetrate thick stone walls to catch the attention of the neighbours.
I’m imagining things, he thinks. There’s nobody shouting. Who would it be? He shuts the window so hard that it makes a flowerpot jump, and Hanna wakes up.
“What are you doing?” she says, and he can hear that she’s annoyed.
As he replies, he feels sure. The terror is real.
“The mare isn’t whinnying,” he says, sitting down on the edge of the bed. “And the Lövgrens’ kitchen window is wide open. And someone is shouting.”
She sits up in bed.
“What did you say?”
He doesn’t want to answer, but now he’s sure that it wasn’t a bird that he heard.
“It’s Johannes or Maria,” he says. “One of them is calling for help.”
She gets out of bed and goes over to the window.
Big and wide, she stands there in her white nightgown and looks out into the dark.
“The kitchen window isn’t open,” she whispers. “It’s smashed.”
He goes over to her, and now he’s so cold that he’s shaking.
“There’s someone shouting for help,” she says, and her voice quavers.
“What should we do?”
“Go over there,” she replies. “Hurry up!”
“But what if it’s dangerous?”
“Aren’t we going to help our best friends?”
He dresses quickly, takes the torch from the kitchen cupboard next to the corks and coffee cans. Outside, the clay is frozen under his feet. When he turns around he catches a glimpse of Hanna in the window. At the fence he stops. Everything is quiet. Now he can see that the kitchen window is broken.
Cautiously he climbs over the low fence and approaches the white house. But no voice calls to him.
I am just imagining things, he thinks. I’m an old man who can’t figure out what’s really happening anymore. Maybe I did dream about the bulls last night. The bulls that I would dream were charging towards me when I was a boy, making me realise that someday I would die. »

 

 1822120-34a5a630490444d622b2497f359e110f.jpg
Henning Mankell (3 februari 1948 – 5 oktober 2015)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Coen Peppelenbos, Cynthia Mc Leod, Oek de Jong, Matthieu Gosztola, Gabriel Loidolt, Koos Schuur

De Nederlandse dichter en schrijver Coen Peppelenbos werd geboren in Raalte op 4 oktober 1964. Zie ook alle tags voor Coen Peppelenbos op dit blog.

 

Dubbelfocus

De straatstenen die jouw voeten
droegen wilde ik kussen,
maar we reden altijd door
en ‘later’ en ‘ooit’ haalden ons in.
 
Later reed ik met de dichter,
op zoek naar zijn jeugd,
over de paden van je step,
een routeplan waarbij ik
de lijnen trok.
 
De dichter keek uit over het Wad
en zag in de mist zijn leven als roman;
de Razende Bol, de feeëntrein.
Ik stond ernaast en zag je lopen,
in korte broek naar het strand:
‘voorkantje, achterkantje,
net een wentelteefje,’
alleen de handdoek je vriend,
slechts in de Noordzee vertrouwen.
 
De dichter vond bij de kerk,
het wijwater onder zijn zolen terug,
en ik zag je, vermoeide koorknaap,
na een doorwaakte nacht
bij de pastoor en zijn zwarte vriend;
jij ontving het zaad, je vader de zegen.
 
De dichter wees op de bunkers
verstopt in het gras
wachtend op een vijand van zee
die niet kwam. Ik herkende je wel.
 
En natuurlijk krijsende meeuwen.
God wat een krijsende meeuwen.
Laat ze hun bek houden.

 

 1821618-7825d3e7e3b368b7c4b95ed301c8e498.jpg
Coen Peppelenbos (Raalte, 4 oktober 1964)

 

 

De Surinaamse schrijfster Cynthia Henri McLeod werd geboren op 4 oktober 1936 in Paramaribo als Cynthia Ferrier. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Cynthia McLeod op dit blog.

Uit:Hoe duur was de suiker?

“Zachte voetstappen op de gang en een bescheiden klopje op de deur. ‘Ja kom maar Maisa, ik ben al lang op’. Binnen kwam Maisa met een blad met 2 kopjes cacao in de ene hand en een emmer water in de andere. ‘Ai Maisa, is het vandaag geen prachtige dag?’ ‘Ja misi’, antwoordde Maisa glimlachend terwijl ze het blaadje op een tafel neerzette en de lampetkannen op de 2 wastafels met water vulde. Vervolgens liep ze naar de kast en haalde er een lichtgroene mousseline japon uit en vroeg ‘Misi o weri disi?’.2 Enkele ogenblikken later had Elza zich opgefrist en ze zat op het bed terwijl Maisa geknield voor haar zat en haar één voor één de kousen aantrok, nadat ze haar meesteres eerst de pantalette had aangedaan. Dun wit katoen tot aan de enkels, met kant aan de onderkant bij de pijpen, daarna een wit batisten hemd en twee onderrokken. Weer een bescheiden klopje op de deur. Op het ‘Ja’-geroep van Elza kwam een mooi bruin meisje binnen; dat was Mini-Mini, het 15-jarig slavinnetje dat Sarith moest aankleden.
Elza keek naar het bed waar nog steeds geen beweging onder 't witte laken te zien was en zei: ‘Sarith, sta nu op, je weet dat vader wil dat we op tijd klaar zijn’. ‘Ach wat, dat gezeur ook’, klonk het en met een ruk werd het laken op de vloer gegooid en Sarith liep met een boos gezicht in de richting van het kamertje waar de nachtpotten stonden. Elza en Maisa wisselden even een veelbetekende blik en de schuchtere Mini-mini bleef bij de muur staan terwijl ze het hoofd liet hangen en nederig met de voeten over de vloer schuifelde. Elza zuchtte, Sarith was weer eens uit haar humeur zoals ze de laatste tijd zo vaak was. Wat was er toch met Sarith? Vroeger vertelde die haar alles maar de laatste tijd niet meer. Nou ja, ze zou zich er maar niet druk over maken. Maisa beduidde Elza dat ze op een stoel moest gaan zitten en ontstak de kaars op de tafel. Vervolgens hield ze daarin een klein krulijzer en begon voorzichtig krullen in het haar van haar jonge meesteres te maken.”

 

 1821618-e8457ecc78cbe343e44095496c8cfeb9.jpg
Cynthia McLeod (Paramaribo, 4 oktober 1936)

 

 

De Nederlandse schrijver Oek de Jong werd geboren in Breda op 4 oktober 1952. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Oek de Jong op dit blog.

Uit: Flatternde Sommerkleider (Vertaald door Thomas Hauth)

„Tagelang hatte seine Mutter ihr Möglichstes getan, um sein inneres Gleichgewicht nicht zu erschüttern. Immer wieder hatte sie in kritischen Augenblicken seinen Vater, seinen jüngeren Bruder und seine jüngere Schwester mit einem verschwörerischen Blick, einem Zusammenziehen der Augenbrauen oder mit listiger Beinarbeit unter dem Tisch daran erinnert, daß man ihn zu schonen habe. Dann und wann hatte sie ihn subtil an den Termin erinnert, um ihn an dem fraglichen Tag nicht damit zu überfallen. Jeden Abend hatte sie sich zu ihm aufs Bett gesetzt und ihm so viele Schmetterlingsküßchen gegeben, wie er nur wollte. All seine Fragen hatte sie beantwortet, seine Befürchtungen ausgeräumt, soweit es ihr möglich war, und seinen Beschreibungen von Dingen gelauscht, die er wahrgenommen hatte oder meinte, wahrgenommen zu haben, bis er murmelnd einschlief.
Die Tür der Waschküche wurde unhörbar aufgedrückt, aber er, der gut und gern achtjährige Held, hörte es, als hätte er die ganze Nacht darauf gewartet. Augenblicklich wurde ihm klar, was die Schritte auf dem Kiesweg zu bedeuten hatten. Er tastete nach seiner Brille auf dem Stuhl neben dem Bett und stand auf. Die Sonne war gerade wässerig gelb über dem Schlachthaus und dem kleinen Bahnhofsgebäude mit den zugenagelten Fenstern sichtbar geworden. Über den Weiden auf der anderen Seite der Bahngleise schwebten noch dünne Nebelfetzen. Er schob das Fenster nach oben. Die Luft war kühl und roch nach dem Wasser in den Gräben.
Er sah seinen Vater in der hellbraunen Offiziersuniform, einen Koffer in jeder Hand. Neben ihm ging seine Mutter und rieb sich mit den Händen die bloßen Oberarme, da es sie in ihrem Sommerkleid fröstelte.
Er wunderte sich über die Leere, mit der der Tag begann, über die Klarheit der Geräusche: die Schritte der beiden auf den Pflastersteinen, das Säuseln des Windes in den Bäumen in der Bahnhofstraße, das Hüsteln und die gedämpfte Unterhaltung der Männer, die an der Straßenecke standen. Es erschien ihm unwirklich.“

 

 1821618-4ba12cbfa3c2fcdb86dab9794853d67a.jpg
Oek de Jong (Breda, 4 oktober 1952)

 

 

De Franse dichter en schrijver Matthieu Gosztola werd geboren op 4 oktober 1981 in Le Mans (Sarthe). Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en alle tags voor Matthieu Gosztola op dit blog.

Uit: Etnachta

Tu ne me connais pas. Tu ne sais
pas qui je suis. Ma peau ne laisse

rien deviner de ce que je suis, de qui
je suis. Tu me répètes que tu me

connais, puisque tu m’aimes. Je ne
te dis pas que je t’ai menti sur mon

pays d’origine. Je te dis que ma peau
ne laisse rien deviner de mon intérieur.

Je te dis que ce qui se cache à l’intérieur
de moi est pour toi comme un ruisseau

insoupçonnable qui emporte avec lui
de l’ombre, le fourmillement de lumières et

de la terre sienne. Et qui contourne les troncs
des arbres qui se trouvent sur son passage

en épousant délicatement
quelques-unes

de leurs écorces. Tu me prends la main et me
regarde longtemps et tes yeux sont comme des

pâtes de fruits, tu me regardes comme ça,
exactement comme ça pour que je

sache que c’est ta façon à toi de me prendre
dans les bras, car on ne peut pas se laisser
aller à se mettre l’un contre l’autre, dans une

étreinte, même amicale, pas ici.

 

 1821618-346c98012cd93ce1cdb8c011d018319b.jpg
Matthieu Gosztola (Le Mans, 4 oktober 1981)

 

 

De Oostenrijkse schrijver Gabriel Loidolt werd geboren op 4 oktober 1953 in Eibiswald. Zie ook mijn blog van 4 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gabriel Loidolt op dit blog.

Uit: Yakuza

„Um heute ohne geistigen Schaden zu überleben, muss man die Augen schließen und sich der Kunst widmen. In der Kunst sieht man mit geschlossenen Augen besser als mit geöffneten.
In meiner Gasse war es still. Verkehrsberuhigte Zone, Parken nur für Anrainer. Zudem Sonntag.
Ein lauer Wind strich durch mein graues Haar, das einmal blond geleuchtet hatte. Auf dem Gehsteig lagen die ersten Blätter. Fast über Nacht war die schweißtreibende Kraft der Sonne geschwunden, hatte sich das Laub des Kastanienbaums zwischen dem Gebäude mit der Druckerei und dem, wo ich Studio und Wohnung hatte, verfärbt. Kinder mit umgeschnalltem bunten Rucksack waren zu Mittag, als ich das TOKYO aufsuchte, umhergetollt und hatten sich eine kleine Schlacht mit den stacheligen Früchten geliefert, bis sie mich erblickten und davonlaufend riefen: – Uhhh! Da kommt ein böser Mann!
Als die schwere Haustür hinter mir einschnappte, umfing mich eine Kühle, die im Lauf der nächsten Wochen bestimmt in Kälte umschlagen würde: zerkratzte Messingbriefkästen, eine Steintreppe mit schmiedeeisernem Geländer, im Hinterhof die Mülltonnen, der Geruch von Muff aus Wohnungen, deren Parkettboden bei jeden Schritt knarrte.
Hier gab es nur Mieter, die in so großen Wohnungen lebten, dass sie diese nicht mehr allein putzen konnten. Ein altes Gesetz schützte sie vor drastischen Preiserhöhungen. Kaiserzins. Meine Wohngegend gehörte sonst zu den teuersten der Stad."

 

 1821618-4c721770bb74f963f7b8ff587ab84b1d.jpg
Gabriel Loidolt (Eibiswald, 4 oktober 1953)

 

 

De Nederlandse dichter, schrijver en vertaler Jacobus Gerardus (Koos) Schuur werd geboren in Veendam op 4 oktober1915. Zie ook alle tags voor Koos Schuur op dit blog.

 

Novemberland (Fragment)

Maar dikwijls komen grijze nevels hangen
over het land, sluiten den hemel af
en houden in hun sluiers mij gevangen.
Over de wegen gaan in tragen draf
de groote paarden en het kort geblaf
van heesche honden komt vanuit de dichte
en vochte misten dwalend op mij af.
Wie op dit land hun daaglijksch werk verrichten
donkere schaduwbeelden op den lichten
achtergrond van den mist - zijn norsch en sterk
en dragen in hun handen en gezichten
merkteekens van het weer en van hun werk.

Novembernevels; en de zuivre dagen
dragen van kil water de weeë smaak;
het bleeke zonlicht legt zich neer bij vlagen
over het akkerland, dat zwart en braak
den winter afwacht en de nieuwe taak.
Laat nu de wilde najaarsstormen woeden
met wíndlawaai en met het kort gekraak
van doode takken, laat over de moede
aarde de regen slaan met scherpe roeden:
in menig schouw stookt men het eerste vuur.
De zomeroogst, die mensch en dier zal voeden.
ligt droog en hooggestapeld in de schuur.


Dit land is van den wind en van den regen
en van de wolken en den horizon;
de strakke en lijnrechte vaarten kregen
een diepen zin: die dit land overwon
met strakke wilskracht - die den dag begon
met graven bij zonsopgang en de spade
niet rusten liet eer de bloedroode zon
hem duidde, dat het avond werd en na de
moeizame dagtaak in het huis zijn gade
reeds op hem wachtte bij de simple disch
de oeverlijnen der vaarten verraden
zijn aard, die wijd en rechtgesneden is.

 

 1821618-5423ccc826a771c96098b1b086b04d6b.jpg
Koos Schuur (4 oktober 1915 – 1 december 1995)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 4e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 11:51 Reageer op dit bericht

Roy Alton Blount Jr., Herbert Kranz, Jacky Collins, André Salmon, Juliette Adam, Eugène Pottier, Hugh McCrae

De Amerikaanse schrijver, journalist, musicus en acteur Roy Alton Blount Jr. werd geboren op 4 oktober 1941 in Indianapolis, Indiana. Zie ook alle tags voor Roy Alton Blount Jr. op dit blogen ook mijn blog van 4 oktober 2010.

Uit: Alphabet Juice

« And the scholar has a point. I'm not here to play tricks (see abracadabra), but to find traction. I am saying arbitrary, schmabitrary. Linguisticians will concede me onomatopoeia: snap, crackle, pop, and so on. But they marginalize these words by throwing up the inconstancy of pig sounds, and then they get on with their theories. Steven Pinker does allow that some people might channel their magical thinking into "sound symbolism (words such as sneer, cantankerous, and mellifluous that naturally call to mind the things they mean)."
As it happens, scrutiny of the term symbolic in that sense has led me to find a discrepancy in the greatest lexicographical work in English, the Oxford English Dictionary, but I won't dwell on that (see wh-). I will say that theorizing stands and falls on its examples. Here is Pinker: Sound symbolism, for its part, was no friend of the American woman in the throes of labor who overheard what struck her as the most beautiful word in the English language and named her newborn daughter Meconium, the medical word for fetal excrement.
This has the ring of an urban legend, a tendentious one, like Ronald Reagan's mink-coated woman stepping from a limousine to claim her welfare check. If there was a woman who gave her baby girl such a name, she had a highly idiosyncratic ear. (Of the thousand most common female names according to the 1990 census, Miriam was the only one ending in m, and it was 285th.) Salmonella, maybe, or Campho-Phenique, but Meconium? No. This mother—I will stop short of saying that linguisticians conjured her up, consciously or unconsciously, to reinforce their denial of so much evidence of the senses, but I will say that this mother is not, in this respect, a good example.“

 

 1821615-5bfe1585afa767c0944e5a5f95da78cc.jpg
Roy Alton Blount Jr. (Indianapolis, 4 oktober 1941)

 

 

De Duitse schrijver Herbert Kranz werd geboren op 4 oktober 1891 in Nordhausen. Zie ook alle tags voor Herbert Kranz op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010.  

Uit: Im Dschungel abgestürzt

„Nachts zwischen zwei und drei
Der Wächter, der mit seinen beiden riesigen Doggen Pronto und Agudo viermal des Nachts den Park abzugeben hatte, blieb stehen.
Ein Blick auf die Leuchtziffern der Armbanduhr - zwei Uhr zehn.
Dann sah er wieder in den zweiten Stock des schlossartigen Hauses, das in der Mitte des Parks lag und dem brasilianischen Kaffeekönig Castaneda gehörte. Aus dem dritten Fenster von links war für eine Sekunde ein Lichtschein gekommen. Er hatte nicht das ganze Fenster erhellt. Es war mehr so gewesen, als hätte jemand im Vorübergehen an die zugezogcnen Fenstervorhänge gestoßen, so dass sie für einen Augenblick auseinander klafften, und gerade das beunruhigte den Wächter.
Das dritte Fenster von links im zweiten Stock gehörte zu dem Zimmer Graziellas, der dreizehnjährigen Tochter Senhor Castanedas. Wenn sie vom Bett aus Licht gemacht hätte, weil sie vielleicht nicht schlafen konnte, dann hätten sich die Fenstervorhänge nicht bewegt. Also musste sie oder jemand anders in ihrem Zimmer umhergehen. War das in der Ordnung, jetzt, tief in der Nacht? Aber wenn er Lärm schlug, machte er sich vielleicht nur lächerlich. Die Hunde waren ganz ruhig, die Türen, die ins Haus führten, fest verschlossen, wie er sich noch einmal überzeugte. Er sah wieder zu dem Fenster hinauf. Alles dunkel. Es war wohl nichts. Er setzte seine Runde fort. Seine Schritte knirschten im Kies der Parkwege.
Aber die Unruhe verließ ihn nicht. Er hatte Graziclla gern und ihren Zwillingsbruder Mario auch. Millionärskinder, aber ohne falschen Stolz. Hatten alles, bekamen alles, was sie sich nur wünschten - nur die Mutter konnten sie nicht wieder bekommen. Die Mutter war tot. Drei
Jahre war das jetzt her.“

 

 1821615-ae1397ae91a75150c90422dc475a406d.jpg
Herbert Kranz (4 oktober 1991 – 30 augustus 1973)
Cover

 

 

De Britse schrijfster Jackie Collins werd geboren in Londen op 4 oktober 1937. Jackie Collins overleed op 19 september jomgstleden. Zie ook alle tags voor Jackie Collins op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010

Uit: Lovers & Players

"What's your name, dear?" the bald man with an abundance of hair sprouting from his ears inquired. "Liberty," the young waitress replied. "What's that?" he said, peering at her. "Liberty," she repeated. It's written on my name tag, asshole. Can't you see it? "What kind of name--" Oh, puleeze! You got any idea how many times I've had to go through this conversation? Gwyneth Paltrow and Chris Martin named their baby Apple. Courteney Cox and David Arquette, Coco. What's so unusual about Liberty? Ignoring him, she refilled the bald man's coffee cup and walked away. Moron! she thought. Like who does he think he is, commenting on my name? It's none of his freakin' business. When I'm a famous singer/songwriter I won't question people's names. I'll be understanding and polite. I'll get it. She hurried behind the counter, still steaming. "I'm so not down with this waitressin' crap," she complained to her cousin Cindi, who'd gotten her the job in the Madison Avenue coffee shop and like her was an aspiring singer. "Never forget it pays the bills, girl," said Cindi, a buxom twenty-three-year-old originally from Atlanta, with gleaming black skin, thick ankles, an ample ass, huge breasts, and a wide, inviting smile. "Singin' should pay the bills," Liberty said forcefully. "That's what we do." "When we score a gig, that's what we do," Cindi pointed out. "So while we're waitin' ..." "I know, I know," Liberty said, frowning. "Gotta make a living. Gotta pay the rent."

 

 1821615-2178c5ca60ac1d37211823b655cbe778.jpg
Jackie Collins (4 oktober 1937 19 september 2015)

 

 

De Franse dichter en criticus André Salmon werd geboren op 4 oktober 1881 in Parijs. Zie ook alle tags voor André Salmon op dit blogen ook mijn blog van 4 oktober 2010

 

Ronde

L’amour a pleuré sur ma main
(J’aime la rose et le jasmin)
Il a pleuré, ses pleurs me brûlent.
(J’aime la rose et le jasmin,
La jonquille et la renoncule.)
 
Il a pleuré, ses pleurs me brûlent
Que va-t-il m’ordonner demain ?
(J’aime la rose et le jasmin.)
 
Je l’avais chassé le matin,
Il m’attendait au crépuscule !
(L’amour a pleuré sur ma main,
Il a pleuré, ses pleurs me brûlent.)

 

 1821615-b881446cc7e00955a4033d0ee9b201e7.jpg
André Salmon (4 oktober 1881 – 12 maart 1969)
Portret door Marie Laurencin, 1942

 

 

De Franse schrijfster, polemiste en feministe Juliette Adam werd als Juliette Lamber geboren op 4 oktober 1836 in Verberie. Zie ook alle tags voor Juliette Adam op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010

Uit: The Schemes Of The Kaiser (Vertaald door J.O.P. Bland)

"There is one piece of advice that William's friends should give him--not to restore the sixty millions of Guelph money to the Duke of Cumberland. This ultra-modern young Emperor will very soon have greater need of the services of the reptile Press than even Bismarck himself; for every one of his latest rescripts adds new public difficulties to the number of those secret ones which the ex-Chancellor, with his infinite capacity for intrigue, will hatch for him.
Bismarck, of the biting wit, who accepts the title of Duke of Lauenburg, because, as he says, "it will enable him to travel incognito," sends forth from Friedrichsruhe winged words which sink deep into the mind of the people. This phrase, for example, which sums up the whole of William's policy: "The Emperor has selected his best general to be Chancellor and made of his Chancellor a field marshal."
And Bismarck begs his readers to insert the adjectives, good and bad, where they rightly belong.
Emperor William continues to increase the list of his excursions into every field of mental activity. Intellectually divided between the Middle Ages and the late nineteenth century, it would seem as if he were trying to forget the infirmity of his one useless arm by assuming a prominent role modelled on men of action.”

 

 1821615-00b18def9fdb5858195d528c15c3f5ed.jpg
Juliette Adam (4 oktober 1836 – 23 augustus 1936)
Wilhelm I. en Otto von Bismarck 

 

 

De Franse dichter Eugène Edine Pottier werd geboren op 4 oktober 1816 in Parijs. Zie ook alle tags voor Eugène Pottier op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010

 

LA TOILE D'ARAIGNÉE. (1875)
A mon ami le Docteur GOUPIL, membre de la Commune.
 
De sa rosace immense encombrant le ciel bleu,
Il est un monstre amorphe, intangible et farouche;
Ce cauchemar du vide affole ce qu'il touche
Et répand un venin qui met la terre en feu.
 
Ce parasite ignore et le temps et le lieu,
Rend l'univers bancal et la nature louche,
Et, liant la raison comme une faible mouche,
Il lui boit le cerveau. Ce vampire, c'est Dieu!
 
Ce néant a fourbi les griffes de nos maîtres,
De sa chiasse immonde il enfanta les prêtres,
Il barre de ses fils nos paradis déçus.
 
Homme, n'attends pas d'être englué dans ses toiles
Et, crevant ce haillon qui s'accroche aux étoiles,
Déniche l'araignée, et mets le pied dessus!

 

 1821615-670d386935ba7c45c266b8e824f1c487.jpg
Eugène Pottier (4 oktober 1816 – 6 november 1887)
 

 

Zie voor onderstaande dichter ook mijn blog van 4 oktober 2014.

De Australische dichter en schrijver Hugh Raymond McCrae werd geboren op 4 oktober 1876 in Melbourne. Zie ook alle tags voor Hugh McCrae op dit blog en ook mijn blog van 4 oktober 2010

Geschreven door Romenu om 11:49 Reageer op dit bericht

Peter Terrin, Gore Vidal, Stijn Streuvels, Alain-Fournier, Sergej Jesenin, Bernard Cooper

De Vlaamse schrijver Peter Terrin werd geboren in Tielt op 3 oktober 1968. Zie ook alle tags voor Peter Terrin op dit blog.

Uit: Blanco

“Het restaurant bevond zich midden in een rij bescheiden herenhuizen.
De gevel was onopvallend; behalve een hoge plant in een terracotta pot naast de voordeur wees niets erop dat hier een zaak werd uitgebaat.
Viktor kon zich moeilijk van de indruk ontdoen dat men de glimmende plant speciaal voor deze dag gehuurd had.
De ontvangst was onpersoonlijk en de eetkamer ademde een sfeer van verouderde plechtstatigheid. De moeder van Helena, die het restaurant had gekozen, posteerde zich als enige van het gezelschap met de handen op de rug voor de vergeelde jachttaferelen en het schamele wandtapijt.
De gerechten werden opgediend onder stolpen. Toen alle borden op tafel stonden, kwam de vrouw des huizes erbij om samen met de kelners gelijktijdig de maaltijd te onthullen, maar het spektakel was weinig indrukwekkend en het eten kon warmer. Bij een blozend nichtje aan het einde van de tafel ontbrak de gratin dauphinois; de aard van dit samenzijn indachtig vond niemand het nodig er ophef van te maken, behalve Viktor. Het nichtje kreeg tranen in de ogen van schaamte toen de vrouw des huizes haar bord wegnam.
Het duurde een paar glazen rode wijn voor er verspreid gesprekken ontstonden. Links van Viktor zat Eveline, rechts Igor. Zijn zoon had de eend nauwelijks aangeraakt, alleen het bundeltje prinsessen was verdwenen.
Viktor nam zijn hand.
De jongen keek op met een bleek en vermoeid gezicht. Hij legde zijn hoofd tegen de arm van zijn vader en vroeg stil wanneer ze naar huis gingen.
Na het dessert steeg de kakofonie van kletsende mensen tot een niveau dat bij degenen die er geen deel aan namen slaap verwekte.”

 

 1821305-b5b435fe51577a53c84dbedf03a8d051.jpg
Peter Terrin (Tielt, 3 oktober 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijver, dramaticus en essayist Gore Vidal werd geboren op 3 oktober 1925 in West Point, New York. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Gore Vidal op dit blog.

Uit: Point to Point Navigation: A Memoir

“When I asked my grandparents about the newspapers, they replied in unison, “If you read it in the papers, it isn’t true.” But then populists have never had a good press in Freedom’s Land. I was also warned never to answer the questions of strangers, and, of course, I always did. To one reporter, I said that my stepfather could not possibly have been the father of my half sister as he had not known my mother long enough. Although I had no inkling of the facts of life, I had an instinct for the telling detail. Later, at school, when asked what my father did, I said, “He’s in the newspapers.” Which seemed to me a precise way of accounting for his activities as director of air commerce.
In 1936 I moved from Rock Creek Park to the house, Merrywood, across the Potomac, and money suddenly hedged us all round. At the height of the Depression there were five servants in the house, white servants, a sign of wealth unique for Washington in those years. My stepfather was an heir to Standard Oil, the nemesis of T. P. Gore and Huey Long. Although I now lived the life of a very rich prince, I was still unconscious of class differences other than the relation between black and white, which was something as fixed in our city then as the Capitol dome, and as unremarkable. But the rock that had landed between my grandfather and me in the back of the car was a sharp and unmistakable signal that there were others who were not, indeed, princes at all; that there were millions of people to whom an old-fashioned word applied—pauper.
Although something of an avatar of Mark Twain, I have never read The Prince and the Pauper, made into a film by Warner Brothers in the thirties.
Lonely children often have imaginary playmates but I was never lonely; rather, I was solitary, and wanted no company at all other than books and movies, and my own imagination. I was Puck; I was a long-dead Egyptian; I was a time traveler to Rome; I was many other selves.”

 

 1821305-04caa2e01c7351292ca54fadc2d21e96.jpg
Gore Vidal (3 oktober 1925 – 31 juli 2012)

 

 

De Vlaamse schrijver Stijn Streuvels, pseudoniem voor Frank Lateur werd geboren in Heule op 3 oktober 1871. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Stijn Streuvels op dit blog.

Uit:In oorlogstijd (1915-1916)

“4 oktober 1915
Op mijn reis naar Kortrijk wordt mijn aandacht getrokken te Harelbeke op de zonderlinge houding van de bevolking. De deuren van al de herbergen zijn gesloten en terwijl ik de nieuwe plakbrieven lees komen een paar mannen bij die mij in opgewonden bewoording de ‘toestand’ uiteendoen.
Het volk van Harelbeke heeft heel bijzondere hoedanigheden - oproerig van karakter, fel aan elkaar gehecht en koppig - als ze iets voorhebben zullen ze 't niet meer veranderen en de zeden zijn zo: als er 100 werklieden het werk zouden willen aanvaarden, daar zijn de andere 7000 om de lafaards de kop in te slaan. De Harelbekenaars maken ten andere theatergebaren en spreken gees nutteloze woorden - ze staan daar, een beetje uitdagend. Als de Duitse overheid hen roept op een vergadering om te gaan werken - ze verschijnen er - maar als het besluit moet uitgevoerd worden zijn ze allen verdwenen - niemand weet waar. De Harelbeekse vrouwen vooral zijn geen katten om zonder handschoenen te pakken! Als gisternacht een 20-tal van die werklieden door soldaten op hun bed verrast waren en naar Kortrijk gebracht - deden de vrouwen met al de kinderen hun uitgeleide - en ze namen geen blad voor de mond om achterwege1 haar verontwaardigd gemoed los te laten.
In 't terugkeren heb ik het getroffen dat ik 1/4 voor 3 uur B.T.1 hier terug ben om de opsluiting van de stad bij te wonen. De patroeillen zetten uit2 en overal in de volkrijke straten, in steegjes en gangjes - lijkt het een vluchten als voor de opkomende watervloed - Iedereen springt het deurgat in en op vijf minuten tijd is heel de stad als uitgestorven. Zo vreemd en angstig is 't gevoel dat men ondergaat om te midden de zonnige namiddag die straten leeg en verlaten te zien - en te denken dat in al die kleine huisjes en konkelige3 koertjes - die grote mannen met heel hun huisgezin opgesloten blijven tot morgen. –“

 

 1821305-c2a3898535578a54292e983110cd9fdb.jpg
Stijn Streuvels (3 oktober 1871 – 15 augustus 1969)
Cover

 

 

De Franse schrijver Henri Alain--Fournier werd geboren op 3 oktober 1886 in Épineuil-le-Fleuriel (Cher). Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en ook alle tags voor Alain-Fournier op dit blog.

Uit: Le Grand Meaulnes

"Le lendemain matin, Meaulnes fut prêt un des premiers. Comme on le lui avait conseillé, il revêtit un simple costume noir, de mode passée, une jaquette serrée à la taille avec des manches bouffant aux épaules, un gilet croisé, un patalon élargi du bas jusqu'à cacher ses fines chaussures, et un chapeau haut de forme.
La cour était déserte encore lorsqu'il descendit. Il fit quelques pas et se trouva comme transporté dans une journée de printemps. Ce fut en effet le matin le plus doux de cet hiver-là. Il faisait du soleil comme aux premiers jorus d'avril. Le givre fondait et l'herbe mouillée brillait comme humectée de rosée. Dans les abres, plusiers petits oiseaux chantaient et de temps à autre une brise tiédie coulait sur le visage du promeneur.

 

 1821305-f9d67361607ef3d0d9935c3f860bed73.jpg
Nicolas Duvauchelle en Jean-Baptiste Maunier in de film Le Grand Meaulnes uit 2006

 

Il fit comme les invités qui se sont éveillés avant le maître de la maison. Il sortit dans la cour du
Domaine, pensant à chaque instant qu'une voix cordiale et joyeuse allait crier derrière lui:
"Déjà réveillé, Augustin?..."
Mais il se promena longtemps seul à travers le jardin et la cour. Là-bas, dans le bâtiment principal, rien ne remuait, ni aux fenêtres, ni à la tourelle. On avait ouvert déjà, cependant, les deux battants de la ronde porte de bois. Et, dans une des fenêtres du haut, un rayon de soleil donnait, comme en été, aux premières heures du matin."

 

 1821305-91a95062a5bcd4b811cb5f790a3fa3cb.jpg
Alain-Fournier (3 oktober 1886 - 22 september 1914)
De school van Alain;Fournier in Epineuil le Fleuriel
 



 
De Russische dichter Sergej Aleksandrovitsj Jesenin werd geboren op 3 oktober 1878 in het dorpje Konstantinovo, bij Rjazan. Zie ook alle tags voor Sergej Jesenin op dit blog.

 

Brief aan mijn moeder

Ben je nog in leven, oudje van me?
Wel, ik ook. Ik groet je, warm gegroet!
Dat jouw stulp mag baden in oranje,
Die onnoemelijke avondgloed!

Iemand schreef dat jij, in stilte dubbend,
Nogal danig inzit over mij,
Dat je vaak de weg op loopt, gehuld in
Ouderwetse, sleetse dorpskledij.

Vóór je doemt dan in de avondschemer
Dikwijls één en ’t zelfde schrikbeeld op:
Dat mij bij een ruzie in ’t café een
Dolkmes in het hart gestoken wordt.

Niets daarvan hoor, lieverd! Niks te vrezen!
Dat is maar een raar idee van jou.
Zou ik dan zo’n zuiplap kunnen wezen,
Dat ik zonder weerzien sterven zou?

Ik ben net zo teder als tevoren;
In mijn droom denk ik er telkens aan
Om zo gauw ik kan uit al mijn sores
Weer naar onze stulp terug te gaan.

Ik keer weer als in de voorjaarsdagen
Onze witte tuin zijn takken spreidt,
Maar je wekt me niet, hoor, wou ik vragen,
Bij zonsopgang, zoals indertijd.

Wek wat uitgedroomd is niet, laat rusten
Al wat onvervuld gebleven is –
Veel te vroeg was ik me al bewust van
Mijn verlies en mijn vermoeienis.

Leer mij niet meer bidden, want dat werkt niet!
’t Pad naar toen, naar vroeger, dat zit dicht.
Jij alleen bent mij tot troost en sterkte,
Jij alleen bent mijn onzegbaar licht.

Dus vergeet nou maar die onrust in je,
Wees niet zo bekommerd over mij.
Loop niet meer zo vaak de weg op in je
Ouderwetse, sleetse dorpskledij.


Vertaald door Kees Jiskoot

 

 1821305-b314c6587525081837f0c9f6c530f487.jpg
Sergej Jesenin (3 oktober 1878 - 28 december 1925)
Standbeeld in Konstantinovo, Ryazan Oblast, Rusland

 

 

De Amerikaanse schrijver Bernard Cooper werd geboren op 3 oktober 1951 in Hollywood, California. Zie ook alle tags voor Bernard Cooper op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010.

Uit: Guess Again (Night Sky)

“As Kay shouted instructions in the background, I angled the telescope down the mountain toward the home of her ex-husband, but no matter how carefully I focused the lens or adjusted the tripod, I couldn't make out much more than a tile roof surrounded by trees. Each time I blinked, my eyelashes splayed against the glass.
"It's the wall to the left of the front door," she yelled. "Just below his driveway. See any damage?"
What little I could see of Warren's house looked fine to me, no gaping hole or trace of rubble. When I turned around and shrugged at Kay, she shrugged, too. She stood above me on the patio, lit by the blaze of an orange afternoon, her bathrobe flapping. The fierce wind blew her hair to one side, where it whipped from her head like a wind sock. The patio was as far as she could stray from the house before her electronic ankle bracelet set off an alarm at the Bel Air Police Department. Whenever this happened, a concerned officer phoned within a minute and interrogated whoever answered in order to verify Kay's whereabouts. Even if she answered the phone herself, which was usually the case, they had a way of quizzing her to make sure the voice didn't belong to some kind of Kay impersonator.
According to Kay, the main problem with house arrest was the fact that her swimming pool, embedded in a flagstone terrace several steps below the patio, was now off-limits. She loved nothing more than drifting on an inflatable raft and dangling her hands in the tepid water, a mindless hydrotherapy that helped her forget a vindictive divorce.”

 1821305-485556119ee2de60a1479021ca75cf86.jpg
Bernard Cooper (Hollywood, 3 oktober 1951)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 3e oktober ook mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 13:24 Reageer op dit bericht

Louis Aragon, Thomas Wolfe, James Herriot, Wolf Klaussner, Johann Peter Uz, Niña Weijers

De Franse dichter, schrijver en essayist Louis Aragon werd geboren in 1897 in Parijs. Zie ook alle tags voor Louis Aragon op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010

 

L’Etrangère

Il existe près des écluses
Un bas quartier de bohémiens
Dont la belle jeunesse s’use
À démêler le tien du mien
En bande on s’y rend en voiture,
Ordinairement au mois d’août,
Ils disent la bonne aventure
Pour des piments et du vin doux

On passe la nuit claire à boire
On danse en frappant dans ses mains,
On n’a pas le temps de le croire
Il fait grand jour et c’est demain.
On revient d’une seule traite
Gais, sans un sou, vaguement gris,
Avec des fleurs plein les charrettes
Son destin dans la paume écrit.

J’ai pris la main d’une éphémère
Qui m’a suivi dans ma maison
Elle avait des yeux d’outremer
Elle en montrait la déraison.
Elle avait la marche légère
Et de longues jambes de faon,
J’aimais déjà les étrangères
Quand j’étais un petit enfant !

Celle-ci parla vite vite
De l’odeur des magnolias,
Sa robe tomba tout de suite
Quand ma hâte la délia.
En ce temps-là, j’étais crédule
Un mot m’était promission,
Et je prenais les campanules
Pour des fleurs de la passion

À chaque fois tout recommence
Toute musique me saisit,
Et la plus banale romance
M’est éternelle poésie
Nous avions joué de notre âme
Un long jour, une courte nuit,
Puis au matin : “Bonsoir madame”
L’amour s’achève avec la pluie.

 

 1821300-ef801f296d5e69f713efaf9c07025102.jpg
Louis Aragon (3 oktober 1897 – 24 december 1982)

 

 

De Engelse schrijver en dierenarts James Herriot (pseudoniem van James Alfred Wight) werd geboren op 3 oktober 1916 in Sunderland. Zie ook alle tags voor James Herriot op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010

Uit: All Things Wise and Wonderful

“Now that I had done my first solo I was beginning to appreciate the qualities of my instructor. There was no doubt F. O. Woodham was a very good teacher.
There was a war on and no time for niceties. He had to get green young men into the air on their own without delay and he had done it with me.
I used to fancy myself as a teacher, too, with the boys who came to see practice in Darrowby. I could see myself now, smiling indulgently at one of my pupils.
“You don’t see this sort of thing in country practice, David,” I said. He was one of the young people who occasionally came with me on my rounds. Fifteen years old, and like all the others he thought he wanted to be a veterinary surgeon. But at the moment he looked a little bewildered.
I really couldn’t blame him. It was his first visit and he had expected to spend a day with me in the rough and tumble of large animal practice in the Yorkshire Dales and now there was this lady with the poodle and Emmeline. The lady’s progress along the passage to the consulting room had been punctuated by a series of squeaking noises produced by her squeezing a small rubber doll. At each squeak Lucy advanced a few reluctant steps until a final pressure lured her on to the table. There she stood trembling and looking soulfully around her.”

 

 1821300-bd92138dcd3c7a06c3ac1f1fce8af313.jpg
James Herriot (3 oktober 1916 - 23 februari 1995)
Christopher Timothy (James) en Robert Hardy (Siegfried) in de tv-serie "All Creatures Great And Small" (1978 – 1990)

 

 

De Amerikaanse schrijver Thomas Wolfe werd geboren op 3 oktober 1900 in Asheville, North Carolina. Zie ook mijn blog van 3 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Thomas Wolfe op dit blog.

Uit: The Lost Boy

“And here," the boy thought, "is Grover with his paper bag. Here is old Grover, almost twelve years old. Here is the month of April, 1904. Here is the courthouse bell and three o'clock. Here is Grover on the Square that never changes. Here is Grover, caught upon this point of time."
It seemed to him that the Square, itself the accidental mason many years, the chance agglomeration of time and of disrupted strivings, was the center of the universe. It was for him, in his soul's picture, the earth's pivot, the granite core of changelessness, the eternal place where all things came and passed, and yet abode forever and would never change.
He passed the old shack on the corner-the wooden fire-trap where S. Goldberg ran his wiener stand. Then he passed the Singer place next door, with its gleaming display of new machines. He saw them and -admired them, but he felt no joy. They brought back to him the busy hum of housework and of women sewing, the intricacy of stitch and weave, the mystery of style and pattern, the memory of women bending over flashing needles, the pedaled tread, the busy whir. It was women's work: it filled him with unknown associations of dullness and of vague depression. And always, also, with a moment's twinge of horror, for his dark eye would always travel toward that needle stitching up and down so fast the eye could never follow it. And then he would remember how his mother once had told him she had driven the needle through her finger, and always, when he passed this place, he would remember it and for a moment, crane his neck and turn his head away.
He passed on then, but had to stop again next door before the music store. He always had to stop by places that had shining perfect things in them. He loved hardware stores and windows full of accurate geometric tools. He loved windows full of hammers, saws, and planing boards. He liked windows full of strong new rakes and hoes, with unworn handles, of white perfect wood, stamped hard and vivid with the maker's seal. He loved to see such things as these in the windows of hardware stores. And he would fairly gloat upon them and think that some day he would own a set himself.”

 

 1821300-12ceef4ac468d4501e2347312dabadd4.jpg
Thomas Wolfe (3 oktober 1900 - 15 september 1938)

 

 

De Duitse schrijver Wolf Klaußner werd geboren op 3 oktober 1930 in Lichtenau. Zie ook alle tags voor Wolf Klaußner op dit blogen ook mijn blog van 3 oktober 2010

Uit: Lebensläufe

„Ich weine vor Glück. Seit ich dich kenne, ist meine Liebe jeden Tag in diesen vierzehn Jahren stärker geworden, eine schier unerträgliche Seligkeit.
Ach, seufzte sie und hob ihm heiter das Becken entgegen wie ein Lerchenlied: — mein Engel, mein Alles, mein Ich.
Sie standen auf, sahen jeder den anderen mit Bedauern hinter Kleiderkulissen verschwinden, gingen hinunter, wo Tante Anna seit einem Jahr stumm in der schwarzen Küche saß, und deckten ihr den Frühstückstisch.
Komm, Tante Anna, sagte Gritli, — du siehst aus, als hättest du lang nichts Richtiges zu essen bekommen, setz dich zu uns.
Sie tranken Tee, aßen weißes Brot und Corned Beef und Marmelade auf Butter, italienischen Käse. Tante Anna fraß wie ein Wolf.
Plötzlich gurgelte es in ihrer Kehle (natürlich, jetzt speit sie, das ist sie nicht gewohnt, Dummheit von uns), aber sie spie nicht, und als Konrad genauer zuhörte: nerntes gstulln, begriff er, daß sie redete. Sie verstummte, als Gritli die Brauen hob: — Sie will wissen, wo wir das gestohlen haben.
Schmeckt's wenigstens? fragte Gritli und hörte von ihrem Ehegespan zum ersten Mal ähnliche Laute, Geheimsprache der Getretenen, koschemer Loschen, Gritli ängstigte sich schier, als dies noch eine Weile so zuging. Die Haushälterin-Nichte kam herein, blieb wie vom Donner gerührt stehen und schrie: — Dannda! Du kunst ja widder reden!
Sie wurde zu Tisch gebeten und man erfuhr: Rohrbach habe noch hundertdreiundachtzig Einwohner, davon ein Kind unter zehn und eins über zehn, Rohrbach sei tot. Es habe im Sommer eine unerhörte Trockenheit gegeben, daß schier der Rohrbach ganz versiegte, Elektrisches gebe es erst seit acht Tagen wieder, und außerdem seien Tschechen übern Ort hergefallen, wo die Amis abgezogen waren, daß es Tote gegeben habe, und was sie nicht mit der Hand hätten aufarbeiten können, hätten sie gesprengt.“

 

 1821300-980056c958456bcd50d0674f27d2b8d1.jpg
Wolf Klaußner (3 oktober 1930 – 3 april 2005)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Peter Uz werd geboren op 3 oktober 1720 in Ansbach. Zie ook alle tags voor Johann Peter Uz op dit blog en ook mijn blog van 3 oktober 2010

 

Frühlingslust

Seht den holden Frühling blühn!
Soll er ungenossen fliehn?
Fühlt ihr keine Frühlingstriebe?
Freunde! weg mit Ernst und Leid!
In der frohen Blumenzeit
Herrsche Bacchus und die Liebe.
Die ihr heute scherzen könnt,
Braucht, was euch der Himmel gönnt,
Und wohl morgen schon entziehet.
Denn wer ists, der wissen mag,
Ob für ihn ein Frühlingstag
Aus Aurorens Armen fliehet?

Hier sind Rosen! Hier ist Wein!
Soll ich ohne Freude seyn,
Wo der alte Bacchus lachet?
Herrsche, Gott der Fröhlichkeit!
Herrsche, denn es kommt die Zeit,
Die uns trübe Stirnen machet.

Aber, Phyllis läßt sich sehn!
Seh ich Amorn mit ihr gehn?
Ihm wird alles weichen müssen.
Weiche, Wein! Wo Phyllis ist,
Trinkt man seltner, als man küßt:
Bacchus, weg! ich will nun küssen.

      

 1821300-9e902de41a6a20c3b8c34ee277814675.jpg
Johann Peter Uz (3 oktober 1720 – 12 mei 1796)

 

 

Onafhankelijk van geboortedata

De Nederlandse schrijfster Niña Weijers werd geboren in Nijmegen in 1987. Zie ook alle tags voor Niña Weijers op dit blog.

Uit: De consequenties

“Minnie zat tegenover haar moeder in een groot lunchcafé aan het water. Het was een rumoerige plek met een voorspelbare en te dure kaart, een onuitgesproken interieur en bedienend personeel dat bestellingen invoerde op apparaten die van oogcontact een relikwie uit het verleden hadden gemaakt. Het was hun vaste ontmoetingsplek.
Die ochtend had haar moeder haar in alle vroegte opgebeld. Een zeldzame gebeurtenis, niet alleen vanwege het tijdstip maar ook omdat hun contact voornamelijk verliep per e-mail en erop was gericht zonder al te veel omwegen tot hun driemaandelijkse lunchafspraak te komen, tijdens welke ze elkaar in zo grof mogelijke pennenstreken op de hoogte brachten van de stand van zaken. Haar moeder begreep weinig van Minnies leven en Minnie al net zomin van het hare. Dat twee mensen die zo van elkaar verschilden toch bloedverwanten waren had haar al verbaasd toen ze nog maar een klein meisje was en staarde naar de waardeloze glow-inthe- dark-sterren op haar plafond, zich afvragend of je ook per ongeluk in iemands buik terecht kon komen.
‘Gelukkig,’ had haar moeder zonder omhaal gezegd toen Minnie de telefoon die ochtend opnam. ‘Je leeft nog.’
‘Natuurlijk leef ik nog,’ zei Minnie. ‘Waarom zou ik niet leven?’ Het bleef even stil.
‘Ik droomde net over je,’ zei haar moeder. ‘In mijn droom liep ik je slaapkamer binnen, het was je kinderkamer, maar jij was gewoon volwassen. Je lag naast je bed, van top tot teen gewikkeld in een laken, strak, mummieachtig. Vlug liep ik naar je toe om het laken van je gezicht te halen, maar het was al te laat, je lippen en oogleden waren blauw en je huid lag wit en strak over je botten heen. Hoewel ik dat helemaal niet wilde, raakte ik je gezicht aan met mijn vingertop. Het was hard en koud, als, weet ik het, een pak vissticks in het vriesvak. Het was zo, zo vreselijk… realistisch.’

 

 1821300-f7b81983c02b638dec59b8357fa11471.jpg
Niña Weijers (Nijmegen, 1987)

Geschreven door Romenu om 13:23 Reageer op dit bericht

Dimitri Verhulst, Göran Sonnevi, Graham Greene, Wallace Stevens, Andreas Gryphius, Nes Tergast, Waltraud Anna Mitgutsch

De Vlaamse dichter en schrijver Dimitri Verhulst werd op 2 oktober 1972 geboren in Aalst. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Dimitri Verhulst op dit blog.

Uit: De helaasheid der dingen

“Franky was de enige en waarschijnlijk ook welgekomen zoon van een van die gezinnen die in Reetveerdegem de laatste gronden opkochten en ze volbouwden met de villa’s die in die tijd als norm voor het geluk golden. Bakstenen dozen met een oprijlaantje dat naar de garage leidde. Al deze symmetrische huizen hadden een haag waarachter ze hun levens voor ons zo veel als mogelijk verborgen hielden en die ze ’s zomers frisseerden in hun hang naar orde. De brievenbussen stonden op een kleine wandelafstand van de voordeur, nu eens diende de postbode de pakjes te droppen in een tonnetje dat door een nudistische engel werd vastgehouden, een ander huis beschikte dan weer over een constructie die een postbode eerder voor een kunstwerk dan voor een brievenbus hield, waardoor hij de kranten gewoon aan de deur legde. Ze hadden honden waarin ze zoveel vertrouwen stelden dat ze alarmsystemen plaatsten aan hun gevel. In hun tuinen van gemillimeterd gazon pronkten ze met gemetselde barbecues, enkelingen hadden een vijvertje met goudvisssen en een fonteintje; een vijvertje dat overigens was afgespannen met draad uit angst dat hun kinderen erin zouden vallen en verzuipen. ’s Zaterdags gingen de eigenaars van al deze weelden met een tuinslang hun wagen te lijf of demonstreerden ze het geluid van hun grasmaaiers. Achteraan beschikten ze tevens over een veranda waarin je, als het goed weer was en de haag weer kort geföhnd, een vrouw de strijk zag doen terwijl ze naar de televisie keek.
Het waren ontwortelde families, ergens geboren en nergens getogen. Met Reetveerdegem hadden zij geen enkele binding, wensten zij overigens geen enkele binding; dat zij hier komen wonen waren had uitsluitend te maken met de nog beschikbare gronden die in de steden schaarsers en duurder waren geworden.
Zij hebben zich geen enkele maal aan ons voorgesteld als zijnde onze nieuwe buren, bezochten onze feesten noch onze kroegen, namen nergens aan deel. Ze bleven weg van onze kermissen, zetten hun geld veilig op de bank en dropten het niet, als wij in de spaarkas van het café tot we voldoende bij elkaar gepot hadden om de opbrengst op een veel te korte avond in één keer te verbrassen.”

 

 1821083-384167dd0f27d5578623f584562f74bf.jpg
Dimitri Verhulst (Aalst, 2 oktober 1972)

 

 

De Zweedse dichter en vertaler Göran Sonnevi werd geboren in Lund op 2 oktober 1939. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Göran Sonnevi op dit blog.

Uit: Mozart's Third Brain (Vertaald door Rika Lesser)

 

XVII

Every word carries
all its despair
all its joy
We carry one another

 

 

XVIII

Last night I saw
the point central to
the underground man’s neurosis:
Freedom’s point Every
action, every insight, bad or good
foolish or wise
hinges on this one point
All acts of humiliation, internal or external,
and all crimes against others
are set in motion
when this point is denied or refused
The point takes flight, flees
Like a bird
It has its own will, its bird-logic
I’ve known this for a long time
Freedom also has the potential to annihilate
because it is limitless
in each person
Nor is there anything
that cannot become a prison
But a prison
can never fly like a bird

I hear the motion of breath in the beating of wings

 

 1821083-3e234b0205625b03e34e8a6823bdb818.jpg
Göran Sonnevi (Lund, 2 oktober 1939)

 

 

De Engelse schrijver Graham Greene werd geboren op 2 oktober 1904 in Berkhamsted, Hertfordshire. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Graham Greene op dit blog.

Uit: The Third Man

„One never knows when the blow may fall. When I saw Rollo Martins first I made this note on him for my security police files: "In normal circumstances a cheerful fool. Drinks too much and may cause a little trouble. Whenever a woman passes raises his eyes and makes some comment, but I get the impression that really he'd rather not be bothered. Has never really grown up and perhaps that accounts for the way he worshipped Lime." I wrote there that phrase "in normal circumstances" because I met him first at Harry Lime's funeral. It was February, and the gravediggers had been forced to use electric drills to open the frozen ground in Vienna's central cemetery. It was as if even nature were doing its best to reject Lime, but we got him in at last and laid the earth back on him like bricks. He was vaulted in, and Rollo Martins walked quickly away as though his long gangly legs wanted to break into a run, and the tears of a boy ran down his thirty-five-year-old cheeks. Rollo Martins believed in friendship, and that was why what happened ater was a worse shock to him than it would have been to you or me (you because you would have put it down to an illusion and me because at once a rational explanation--however wrongly--would
have come to my mind). If only he had come to tell me then, what a lot of trouble would have been
saved.
If you are to understand this strange rather sad story you must have an impression at least of the background--the smashed dreary city of Vienna divided up in zones among the four powers; the Russian, the British, the American, the French zones, regions marked only by a notice board, and in the centre of the city, surrounded by the Ring with its heavy public buildings and ist prancing statuary, the Inner Stadt under the control of all four powers.“

 

 1821083-88eff2b2c8f07a6c64a2f308bd6f4e85.jpg
Graham Greene (2 oktober 1904 – 3 april 1991)
Joseph Cotten als de schrijver Holly Martins in de film uit 1949

 

 

De Amerikaanse dichter en essayist Wallace Stevens werd geboren op 2 oktober 1879 in Reading, Pennsylvania. Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Wallace Stevens op dit blog.

 

The Emperor Of Ice-Cream

Call the roller of big cigars,
The muscular one, and bid him whip
In kitchen cups concupiscent curds.
Let the wenches dawdle in such dress
As they are used to wear, and let the boys
Bring flowers in last month's newspapers.
Let be be finale of seem.
The only emperor is the emperor of ice-cream.

Take from the dresser of deal.
Lacking the three glass knobs, that sheet
On which she embroidered fantails once
And spread it so as to cover her face.
If her horny feet protrude, they come
To show how cold she is, and dumb.
Let the lamp affix its beam.
The only emperor is the emperor of ice-cream.

 

Sunday Morning

1
Complacencies of the peignoir, and late
Coffee and oranges in a sunny chair,
And the green freedom of a cockatoo
Upon a rug mingle to dissipate
The holy hush of ancient sacrifice.
She dreams a little, and she feels the dark
Encroachment of that old catastrophe,
As a calm darkens among water-lights.
The pungent oranges and bright, green wings
Seem things in some procession of the dead,
Winding across wide water, without sound.
The day is like wide water, without sound,
Stilled for the passing of her dreaming feet
Over the seas, to silent Palestine,
Dominion of the blood and sepulchre.

 

 1821083-cd1c990af148899aeb4e4d9ab810c6de.jpg
Wallace Stevens (2 oktober – 1879 – 2 augustus 1955)

 

 

De Nederlandse dichter en kunstcriticus Nes Tergast (eigenlijk Albert Ernest Bruno Johannes) werd geboren in Salatiga, Java, op 2 oktober 1896. Zie ook alle tags voor Nes Tergast op dit blog.

 

Het schot

Over het naamloos duister in de kruinen
Verwaait de echo van een enkel schot.
Geblinddoekt, in den schoot der winterduinen,
Moet er weer een op het vervloekt schavot.
 
Gevallen is een dier ontelbaar velen
Wier laatste snik voor God een wilde schreeuw
Verzweeg in plotseling verstijfde kelen.
Een wit gelaat zinkt peinzend in de sneeuw......
 
En ik, die aan het raam der kleine kamer
In de gebroken stilte stiller sta,
Voel klaar hoe, koel maar steeds onherbergzamer,
Dit hart zich sluit voor mildheid en genâ.

 

 1821083-8d38a60da16225f9f6d6ac1ad7817444.jpg
Nes Tergast (2 oktober 1896 – 12 december 1974)
Salatiga, Midden-Java (Geen portret beschikbaar)

 

 

De Duitse dichter en schrijver Andreas Gryphius (gelatiniseerde naam van Andreas Greif) werd geboren op 2 oktober 1616 in Glogau (Silezië). Zie ook mijn blog van 2 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Andreas Gryphius op dit blog.

 

Auff den Tag Johannis deß Täuffers

Luc. I.

Der güldne Morgenstern/ dringt durch die trübe Nacht!
Nah ist die Gnaden-Sonn! last vns den Höchsten loben/
Der vnser Freyheit nicht hat länger auffgeschoben/
Vnd vns Horn deß Heils in Davids Haus gemacht.
Was der Propheten Chor/ was Priester vorgebracht/
Wird war/ er bricht entzwey der stoltzen Feinde toben/
Itzt leuchtet seine Gunst/ vnd treue Treu von oben.
Er hat den teuren Eyd/ deß Bundes Pfand bedacht.
Ihm dient/ so lang euch scheint die helle Lebens Kertzen/
Von Furcht vnd Banden frey/ mit heilig reinem Hertzen.
Geht vor ihm her/ vnd+ bähnt der rauen Wege Pfad.
Rufft: schaut das Heil ist dar/ der Abgrund höchster Güte
Steckt seine Stralen auß. Geht von der todten Hütte.
Itzt weil das Licht erwacht/ in Gottes Frieden-Stadt.

 

 1821083-c48fd3eb7e83d677ab50173fd23a32a4.jpg
Andreas Gryphius (2 oktober 1616 - 16 juli 1664)
Johannes de Doper door Alexandre Cabanel, 1849

 

 

De Oostenrijkse schrijfster en literatuurwetenschapster Waltraud Anna Mitgutsch werd geboren in Linz op 2 oktober 1948. Zie ook alle tags voor Waltraud Anna Mitgutsch op dit blog en ook mijn blog van 2 oktober 2010

Uit: Die Züchtigung

„Die Schulden vom Haus waren abgezahlt, ihr [Maries] Vater hatte sich jeden Schilling zurückzahlen lassen, das Hungern war vorüber, aber die Armut noch nicht, und die Leute sagten bewundernd, wie Sie das schaffen, Frau Kovacs, die Familie so fein ausstaffiert von einem Arbeitergehalt. Sie schaffte es, aus dem billigsten Fleisch saftige Braten zu machen, sie selbst aß Brot, das schon alt und beim Bäcker billig zu haben war, während sie für die Schuljause fünf Deka Schinken und eine Semmel kaufte. Sie gab im Lebensmittelgeschäft vor, eine Katze zu haben, und bekam billige Abfälle. Kurze Zeit nahm sie Heimarbeit an und nähte vorgefertigte Badeanzüge zusammen, aber der Nebenverdienst war so gering, dass sie es wieder aufgab. Wie wär's mit einem Halbtagsverdienst, jetzt, wo das Kind erst am Nachmittag heimkommt, schlug mein Vater schüchtern vor. Bei den Großkopferten putzen gehen, fragte sie empört, lieber verhungere ich.“

 

 1821083-85d1572c5c853bd75a4e879e3b0d71be.jpg
Waltraud Anna Mitgutsch (Linz, 2 oktober 1948)
Cover

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 2e oktober ook mijn blog van 2 oktober 2011 deel 2.

 

Geschreven door Romenu om 20:03 Reageer op dit bericht

In Memoriam Frans Pointl

In Memoriam Frans Pointl

 

De Nederlandse schrijver Frans Pointl is gisteren in Amsterdam op 82-jarige leeftijd overleden. Dat heeft zijn uitgeverij Nijgh & Van Ditmar laten weten. Frans Pointl werd geboren in Amsterdam op 1 augustus 1933.Zie ook mijn blog van 1 augustus 2010 en eveneens alle tags voor Frans Pointl op dit blog.

Uit: De Laatste kamer (Afscheid)

“Tweemaal per maand gingen mijn moeder en ik naar mijn grootvader in Zandvoort. Hij woonde daar in een pension. Mijn oom, de dokter, betaalde dat en hij kreeg ook nog een bescheiden zakcentje. Daarvoor woonde hij alleen in een duur huurhuis in de Amsterdamse Lomanstraat. Hij was achtenzeventig en had geen enkele bron van inkomsten. Mijn oom vond dat een pension aan zee een goede oplossing was.
Hij had zijn vader onderzocht en hem nog kerngezond bevonden.
Ik herinner me dat ik een jaar of zeven was. Vanuit Heemstede gingen we met de tram naar de Tempelierstraat in Haarlem. Daar stapten we over op de ‘blauwe tram’ die uit Amsterdam kwam. Het waren brede logge wagons, gebouwd in Hongarije, daarom werden ze ook wel ‘Budapesters’ genoemd. Vanbinnen waren ze heel ruim, de banken waren met een soort van fluweel bekleed en de ramen waren groot. Er waren drie of vier wagons aan elkaar gekoppeld.
De tram reed langzaam en schommelde enigszins. Er waren veel haltes zodat de ‘Budapester’ maar langzaam vorderde. Voor mij was het steeds weer een feest erin te rijden. De trein was veel sneller maar ook veel duurder.
Moeder had een groot pak van bruin pakpapier bij zich, dichtgebonden met een dun touwtje.
Eindelijk in Zandvoort aangekomen moesten we nog een stuk lopen alvorens we het pension aan de boulevard bereikten. De huizen daar hadden vergeelde, door zoute zeelucht en regen uitgebeten deuren en raamkozijnen. Ik zag grootvader al op het balkon zitten.
Moeder belde aan en de kostjuffrouw deed open. We liepen de smalle trap op, want het waren oude huizen.
‘Kan ik u even spreken?’ vroeg ze aan moeder.
Natuurlijk begreep ik weinig van hun gesprek, maar toen ik ouder was vertelde moeder het mij.
‘Uw vader doet zo vreemd,’ zei de kostjuffrouw. ‘Ik weet niet meer wat ik hem te eten moet geven.’
‘Hoezo?’ vroeg moeder.
‘Hij heeft gezegd dat hij niets meer wil eten wat een gezicht heeft, dus geen vlees meer.’ Ze aarzelde. ‘Heeft een vis ook een gezicht?’
‘Ik denk van wel,’ antwoordde moeder. ‘Hij is op zijn oude dag dus ineens vegetariër geworden.’
‘Wat moet ik hem dan voorzetten?’ vroeg ze.
‘Aardappels, groenten, kapucijners en vla, daar is hij dol op.’

 

 1821070-9abe646e4c9c21535fe56d0c466492da.jpg
Frans Pointl (1 augustus 1933 – 1 oktober 2015)

Geschreven door Romenu om 19:00 Reageer op dit bericht

Khlaid Boudou, Günter Wallraff, P. N. van Eyck, Israël Querido, Charles Cros, John Hegley, Tim O'Brien

De Nederlands – Marokkaanse schrijver Khalid Boudou werd geboren in Tamsamane, Marokko op 1 oktober 1974. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Khalid Boudou op dit blog.

Uit: Het schnitzelparadijs

“Godallemachtig, wat een lelijk gebouw!
Op de veranda lopen toeristen in doorzichtige ochtendjaponnen heen en weer te toeristen, met verkennende tongen aan de slanke pilaren likkend. Maak je geen illusies, het is gewoon staal – ook al ben je dan op vakantie, verzin geen bevrijding.
(Flitsende gedachten. Het zijn speklagen, melkkleurig met zwarte pigmentvlekken, open mond... Ach, laat je ogen niet bederven, boy.) Hoerenontvangers rekken zich hun mooie goede leven uit, gapend naar een zon die er wel en niet is...
Ik krijg een waas voor mijn ogen. Mijn conditie is niet meer wat ie is geweest. Ik ben maanden lam geweest, heb gewoon half in coma gelegen, o boy. Maar ik begin weer opnieuw. Met frisse moed, en heel klein, kleiner dan ik eigenlijk ben, simpeler, kijk ik toe: gezichten lezen, stappen volgen, stage lopen en luisteren, veel luisteren. Kijken over het muurtje van ‘de Pannenhoek’, hoe het met de liefde, de vrijheid, de hoop, de dromen is gesteld.

 

 1820605-8efdd729d663f103afba60ad6b3bf9da.jpg
Noah Valentyn als Nordip in de film uit 2005

 

Het is het leven in het klein, had Meerman gezegd, toen hij mij het vrijwilligerscontract liet ondertekenen.
Ik had opgebeld en kreeg, na het een-momentje-geduld-alstublieft-hij-komt-er-aan en nog-een-momentje-geduld-alstublieft-heeft-u-nog-een-ogenblikje? van een warme stem die stoute gedachten opriep, Meerman aan de lijn, die mij heel aardig te woord stond:
‘Waarmee kan ik je van dienst zijn? Wil je werken? Er is voldoende werk, kom maar, vraag maar naar Meerman. En wees erop voorbereid dat je moet spelen.’
‘Spelen?’
‘Ja, want we willen graag weten hoe jij speelt.’
Ik wist dat de keuken de allerbeste plaats zou zijn voor een stage, voor iemand die opnieuw wilde beginnen, voor een kind dat al zijn speelgoed heeft stukgeslagen in de hoop iets nieuws te krijgen. Wat heb ik misdaan dat ik, gewapend met dit schuldgevoel in mijn rugtas, opnieuw wil beginnen? Wat achtervolgt mij dat ik dit allemaal van een afstand wil bezien?
Herinneringen... o boy... herinneringen...”

 

 1820605-622c80057dc4c2ea713793986189fabf.jpg
Khalid Boudou (Tamsamane, 1 oktober 1974)

 

 

De Duitse schrijver en undercoverjournalist.Günter Wallraff werd geboren op 1 oktober 1942 in Burscheid bij Keulen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Günter Wallraff op mijn blog.

Uit:Der Aufmacher

“Das bin ich nicht mehr. der mich da aus dem Spiegel anschaut. So eine Visage. auf Karriere getrimmt. wie ich sie bei Jungmanagern immer haßte.
Geschniegelt. gestutzt. von Höhensonne erfolgsgebräunt. Polierte Fresse: Der da die durch Jacketkronen gleichgerichteten Zähne herzeigt. den Krawattenkragen festwürgt. und sich mit einem massivgoldenen Siegelring (geliehen) seiner selbst vergewissern muß und viel zuviel Herrenparfüm (Aquaärava) auf den SÜD-Mark-Anzug und unter die Achse! chüttet. damit der Angstschweiß nicht ruchbar wird. möchte aus der Rolle raus, noch bevor sie anfängt.
Weit weg fahren. nach Portugal, auf die Kooperative, wo du dich nicht zu verstellen brauchst. von den Landarbeitern aufgenommen wirst. dazugehörst und dich nützlich machen kannst. selbst mit zwei linken Händen.
Jetzt habe ich Angst. eine Angst. die ich nur einmal hatte: als ich mich im faschistischen Athen ankettete.
Auch diesmal trage ich meine Haut zu Markte. Nur daß die Spuren der Verletzungen nicht so sichtbar sein werden. Damals war ich in der Unschuldsrolle des Opfers. diesmal muß ich zum Mittäter werden.
Du weißt nicht. auf was du dich da einläßt«. hatte B.gesagt. »Die zermanschen und knacken dich. daß dir Hören und Sehen vergeht. Die sind einfach perfekt. Die schlucken dich. bevor du überhaupt piep sagen kannst.
Du Dilettant. du bist kein guter Schauspieler. Das beste für dich wäre. daß sie dir früh genug die Maske runter- reißen. bevor sie dir anwächst.«

 

 1820608-ff153d7b4176732a6a04c9b94d38e549.jpg
Günter Wallraff (Burscheid, 1 oktober 1942)

 

 

De Nederlandse dichter criticus, essayist en letterkundige Pieter Nicolaas van Eyck werd geboren op 1 oktober 1887 in Breukelen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor P. N. van Eyck op dit blog.

 

Sterren en bloesems…

Sterren en bloesems, en het zoele suizen
Van lentewind; en, uit de wijde nacht,
Langs kleine tuinen tussen stille huizen,
Geur van belofte voor een hart dat wacht.

Rijk hart, in 't eeuwig keren der getijden
Eenzaam wellicht, maar wonderlijk gerijpt,
Dat, lijdend al wat Leven géeft te lijden,
Nochtans zijn grootheid, in geluk, begrijpt.

 

 

Gij draagt het gladde mom der dood

Gij draagt het gladde mom der dood;
uw oog is groot van lijden;
het naaste naken van de nood
heeft uwe mond gescheiden.

Reeds is het, of het laatste woord
uw lippe gaat verpaarsen.
Gij spert uw vingeren, doorgloord
van eeuwig licht, als kaarsen.

Uw glimlach voert het bijster beeld
der eeuw'ge ontvangenisse.
Het lam des offers is gekeeld,
o gij, zijn blanke nisse.

Gans uw gedaante is als verklaard;
uw gang is eêl en zedig:
gij zijt gezuiverd, of gij waart
van zekerheên volledig.

En waar mijn eigen leên en brein
van levens-koortse dorden,
is 't, of mijn weiger medelij'n
mag eindlijk liefde worden.

 

 1820605-f549ab42a8130cca182a6290710da9e7.gif
P. N. van Eyck (1 oktober 1887 – 10 april 1954)
Portrettekening van P.N. van Eyck, 1914 

 

 

De Nederlandse schrijver Israël Querido werd geboren in Amsterdam op 1 oktober 1872. Zie ook alle tags voor Israël Queriodo op dit blog.

Uit: Geschreven portretten - Jacobus van Looy

“Onder de z.g. tachtigers lijkt van Looy de merkwaardigste en heel stellig de meest individueele en kern-zuiverste werker. Hij is, om beurten, door zeer persoonlijke taal- en woordvormingen en door wrochtende verbeeldings-rijkheid, gecompliceerd als het lichtglanzende weefsel van een monsterlijk-ineengedrongen kruisspin; hij is onverhoed-visioenair door een plotsen glans uit de diepte der woorden opschietend ; hij is even onver- wacht realistisch als een uiterst gevat volkshumorist.
Om zijn individualisme, in hoogeren zin, heeft hij bij alle soorten intellectueelen en geloofs-menschen, veel bewondering ingeoogst. En toch is er een onbegrepene eenzaamheid om hem heen gebleven. — De allergrootste fout bij de meeste van Looy-beoordeelingen, is m. dat men hem veel to uitsluitend als woordkunstenaar, en schilder van het uiterlijke, als treflijk beelder van het zichtbare, het visueele schilder-schoon voorstelt. — De massa verstaat hem niet ; de enkeling doorgrondt hem evenmin. Van Looy arbeidt ook geheel alleen om het schoone werk zelf, om het innerlijke scheppingsgeluk.
Van Looy's kunst is er, zooals een wolk, een zee-gloed, een storm, een aarde-damp er is, geheel zonder lagere menschelijke bijbedoelingen. Zijn werk lijkt mij door en door cosmisch. Er is, — o laat ik het hartstochtelijk u doen gevoelen, — geen schrijver van welken tijd ook, uit wiens arbeid — zoo geurig, zoo van levens-adem doordrenkt, — het frissche der winden, het storm-ruchtige van een zee-bries, het zoute, zilte, levenshartige van grond, lucht, aarde en bosch, sterker tot ons komt dan uit zijn werk. Hij is zoo ontzaglijk gezond en toch zoo nerven-fijn in zijn kunst.”

 

 1820605-b7154e09e4b8ffd9b2522d5263a3e043.jpg
Israël Querido (1 oktober 1872 - 5 augustus 1932)
Karikatuur door Theo van Doesburg, 1910

 

 

De Franse dichter Charles Cros werd geboren in Fabrezan op 1 oktober 1842. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor Charles Cros op mijn blog.

 

A grand-papa

Il faut écouter, amis,
La parole des ancêtres.
- Ne soyons jamais soumis !
Mais, d'où viennent tous les êtres ?

Donc pour cela, puis-je oser,
A travers l'imaginaire,
Vous envoyer un baiser
De tout mon coeur, mon grand-père ?

Vous faisiez des vers très doux
D'après le doux Théocrite,
" L'Oaristys ! " C'est de vous
Qu'en faisant ces vers, j'hérite.

 

 

Jeune homme

Oh ! me coucher tranquillement
Pendant des heures infinies !
Et j'étais pourtant ton amant
Lors des abandons que tu nies.

Tu mens trop ! Toute femme ment.
Jouer avec les ironies,
Avec l'oubli froid, c'est charmant.
Moi, je baise tes mains bénies.

Je me tais. Je vais dans la nuit
Du cimetière calme où luit
La lune sur la terre brune.

Six balles de mon revolver
M'enverront sous le gazon vert
Oublier tes yeux et la lune.

 

 1820605-0cdedf2a3d999165c097314d291e1151.jpg
Charles Cros (1 oktober 1842 - 9 augustus 1888)
Portret door Herlañes

 

 

De Engelse dichter John Hegley werd geboren op 1 oktober 1953 in Londen. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010 en eveneens alle tags voor John Hegley op dit blog.

 

Beach of Promise

It’s a summer's day on the English coast
The sun says I'll be here all day
it's not an idle boast-
And two little girls who live in the town
are heading for the beach now each has got
her toast and cocoa down.
Ivy and Gladys, off they scram.
Ivy and Gladys, on the trarn.
Ivy and Gladys heading for
the side of the sea which they adore
in Ramsgate
in this silent Charleston movie age
when hats were in
and twelve and three pence halfpenny
is a decent working wage.
Ivy and Gladys in the sand.
Ivy and Gladys in the garden of England.
Ivy and Gladys by the bandstand,
Ivy and Gladys close as clams in Ramsgate.

 


Mummy

Mummy when ! cut my chin
You came and kept the bleeding in.
You clasped it like it was a purse,
Way back once you were a nurse.
You shone my brother's fencing trophy on the manteLshelf
and you ensured my sister felt of value, when unsure of it herself.
Our daddy's eamings were not large
but you ensured we always had the best,
of margarine.
You strenuously stretched the pound
You even found enough for me visit distant Fourth Division football
grounds,
like Chesterfield and Barrow.
You darned the socks you knitted too
for me you recommended blue.
While we still had the stairs to tread
You held me very tightly when you took me
nightly up to bed.
You knitted up my broken skin
This narrow mark upon my chin's
a mark of how you held it together, Mum.

 

 1820605-0ae652caaceb100fb0ad0680e4bc0328.jpg
John Hegley (Londen, 1 oktober 1953)

 

 

De Amerikaanse schrijver Tim O'Brien werd geboren op 1 oktober 1946 in Austin, Minnesota. Zie ook mijn blog van 1 oktober 2010.

Uit: The Things They Carried

“First Lieutenant Jimmy Cross carried letters from a girl named Martha, a junior at Mount Sebastian College in New Jersey. They were not love letters, but Lieutenant Cross was hoping, so he kept them folded in plastic at the bottom of his rucksack. In the late afternoon, after a day's march, he would dig his foxhole, wash his hands under a canteen, unwrap the letters, hold them with the tips of his fingers, and spend the last hour of light pretending. He would imagine romantic camping trips into the White Mountains in New Hampshire. He would sometimes taste the envelope flaps, knowing her tongue had been there. More than anything, he wanted Martha to love him as he loved her, but the letters were mostly chatty, elusive on the matter of love. She was a virgin, he was almost sure. She was an English major at Mount Sebastian, and she wrote beautifully about her professors and roommates and midterm exams, about her respect for Chaucer and her great affection for Virginia Woolf. She often quoted lines of poetry; she never mentioned the war, except to say, Jimmy, take care of yourself. The letters weighed 10 ounces. They were signed Love, Martha, but Lieutenant Cross understood that Love was only a way of signing and did not mean what he sometimes pretended it meant. At dusk, he would carefully return the letters to his rucksack. Slowly, a bit distracted, he would get up and move among his men, checking the perimeter, then at full dark he would return to his hole and watch the night and wonder if Martha was a virgin.”

 

 1820605-98448d1effab3391c761b65e2b967d76.jpg
Tim O'Brien (Austin, 1 oktober 1946)
 

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 1e oktober ook mijn blog van 1 oktober 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:49 Reageer op dit bericht

Michael Bijnens

Onafhankelijk van geboortedata

De Vlaamse schrijver Michael Bijnens werd geboren in 1990 in Genk. Michael Bijnens studeerde in 2013 af aan de Brusselse theaterschool het Rits. Na zijn eerste jaar regieopleiding vertrpk hij maandenlang naar Rio de Janeiro, waar hij als tolk aan de slag ging in de favela’s van de stad. Hij schreef er een monoloog over een jonge vrouw die leeft op een clandestiene vuilstortplaats en keerde later dat jaar terug om er een film te maken over de relatie tussen het lokale evangelisme en het drugsgeweld. Later hield hij zich gedurende lange tijd op in het revolutionaire Caïro, het reactionaire Jeruzalem en tenslotte het onwezenlijke noordwesten van Mexico. Tijdens zijn laatste reis liet hij zich vijf maanden lang onderdompelen in het drugsgeweld in de Mexicaanse staten Sinaloa en Chihuahua. Aan de Mexicaanse-Amerikaanse grens schreef hij een tekst die balanceert tussen de ondraaglijke realiteit en de weinig verzachtende fantasie. Die tekst, “La Línea”, vormde de inzet van zijn afstudeervoorstelling en werd in de zomer van 2013 gepubliceerd. In 2014 maakte Bijnens samen met Aurelie Di Marino de voorstelling Valley of Saints. De tekst daarvan werd grotendeels gebaseerd op de figuur van een megalomane vastgoedmagnaat die hij ontmoette in de Vallei der Heiligen in het noorden van Libanon.

Uit: Cinderella

“Op de wisselvallige namiddag waarop ik samen met mijn moeder een bordeel ging overnemen, stond zij op haar drie chihuahua’s te vloeken. Onze aanstaande zakenpartner en financier, een klein, schriel en kaal ventje dat zichzelf Dwaze Danny liet noemen, zou ons die middag een dik uur laten zitten. De zelfverklaarde zot had misschien meer dan een half miljoen op zijn bankrekening, en al waren mijn moeder en ik voor onze aanstaande onderneming van elke afzonderlijke cent van dat geld afhankelijk, afijn patroon of geen patroon, hij zou het verdomme niet moeten avonturieren om de vijf botten te laat te komen.
Mijn moeder was zich langs geen kanten bewust van Danny’s uitblijven en bleef naar Gucci, Prada en Paco Rabanne – want zo heetten die mormels – schreeuwen alsof haar leven alleen daar nog van afhing. In haar getier school de hoop dat die eindeloos in het rond sjezende beesten zichzelf zonder weerstand zouden laten opsluiten in het rommelkot dat mijn moeder in die dagen haar huis noemde, een goedkope en walmende stal die god weet welke gek ooit had neergepoot op een vergunningsloze verkaveling in de restanten van een halfslachtig bos in een deelgemeente van Sint-Gillis-Waas.
Na dik drie kwartier was het haar pas gelukt. De boosaardige beesten zaten achter slot en grendel, al was mijn moeder vergeten dat haar pak sigaretten en haar allumeur en haar gsm en haar geld nog steeds op de salontafel lagen. Dus riep zij direct: ‘Michael, Michael, mijn gerief ligt nog binnen, houd die honden tegen.’
En terwijl zij op de tonen van haar eigen geblaf en gegrommel het vet dat zich in al die jaren rond haar kont had verzameld door de kier van de vliegendeur op de veranda probeerde te duwen, stond ik met een schup in mijn handen te wachten tot de beesten het riskeerden tussen haar benen te glippen.
Te laat.
Gucci, de oudste van de drie mormels, de moeder overste van haar eigen stamboom, de rattenkoningin die zich generatie na generatie door haar eigen nakomelingen had laten bevruchten, schoot als eerste tussen de benen van mijn moeder door, waarop zijzelf rechtsomkeer maakte en bijna struikelde over de schup in mijn handen. De vliegendeur vloog open en ook de andere beesten vochten zich nu een weg terug naar buiten.
‘Gucci, Gucci! Maak dat gij terug binnen zijt!’

 

 1820597-1f0f69c91f1013035fcd2069cc8c6674.jpg
Michael Bijnens (Genk, 1990)

Geschreven door Romenu om 18:27 Reageer op dit bericht

Willem G. van Maanen, Truman Capote, Hendrik Marsman, Eli Wiesel, Roemi, Henk Spaan

De Nederlandse schrijver Willem Gustaaf (Willem G.) van Maanen werd geboren in Kampen op 30 september 1920. Zie ook alle tags voor Willem G. van Maanen op dit blog.

Uit: De deputatie

“Duits was geen geliefde taal meer, maar het moest toch onderwezen worden en daar was dan juffrouw Stefan voor. Ze kon er niets aan doen, ze had al voor de oorlog haar doctoraal gedaan, in een tijd dat er geen ander vuiltje aan de lucht was dan een snel verschijnend en verdwijnend gerucht over jodenvervolging, kinderen die hun ouders verrieden en de aanmaak van een hels wapen. Het woog niet op tegen de schoonheid van het Duitse gedicht en de diepzinnigheid van sommige Duitse gedachten. Margot Stefan in elk geval stopte de vingers in de oren en slaagde voor het ene tentamen nog loffelijker dan voor het andere. Bij haar doctoraal werden verwachtingen geuit, en ze beloofde zichzelf daaraan te zullen voldoen. Het bleef bij een belofte.
De oorlog was de spelbreker, zei ze tegen iedereen die naar de verschijning van haar al aangekondigde proefschrift vroeg. Later vroeg niemand meer iets en hoefde ze het uitvluchtje niet langer te gebruiken; maar niemand spoorde haar ook meer aan, en ze verslapte, verzuurde, verdroogde. De schoonheid was voosheid gebleken, de diepzinnigheid troebelheid; ze had verkeerd gekozen, ze raakte in een slop. Kort na de bevrijding beet ze zich vast in het Engels, in de hoop die studie in enkele jaren te voltooien; maar ze was te oud, haar hersens namen niets meer op, en ze liet het bij de vertwijfelde poging. Duits was het in den beginne, Duits zou het blijven tot de dood erop volgde.
Haar collega's hadden met haar te doen; ze had met het huisvesten van onderduikers haar politieke gezindheid aangetoond, ze probeerden haar van haar haat tegen haar vak af te brengen. Enkelen gingen al spoedig weer hun vakantie doorbrengen in de zwarte wouden of de schemerige bierkelders, en vertelden bij terugkeer opgetogen over de veranderde geest onder de bevolking, de weerzin van de jeugd in alles wat naar laarzen en kruit rook, het verlangen bij de ouderen naar rust en vrede. Margot Stefan achtte daarmee niets bewezen, ze protesteerde sarkastisch en attaqueerde met grimmige anekdotes die haar waren verteld in haar vakantieland Frankrijk, staaltjes van domheid en wreedheid der Duitse bezetters. Ze zag ergernis en verveling bij de anderen, maar niemand zei iets, ze wilden haar sparen.
De nieuwe Franse leraar, Van Praag, volgde al na enkele weken een andere methode. Hij was jong, zonder rancunes, en had een moderne opleiding gevolgd, met psychologie als bijvak.”

 

 1820191-e0e8e3ad571eb733bf4b0235601201f9.jpg
Willem G. van Maanen (30 september 1920 - 17 augustus 2012)

 

 

De Amerikaanse schrijver Truman Capote werd geboren op 30 september 1924 als Truman Streckfus Persons in New Orleans. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Truman Capote op dit blog.

Uit: The Walls Are Cold (The Complete Stories of Truman Capote)

“You’re right, the walls I mean, they are cold.” She looked up at him and for a moment her face was molded in such an expression he was not quite sure whether she was going to laugh or cry.
“I didn’t mean it that way. Hell, I don’t rightly know what I mean!”
“Don’t you, or are we just being euphemistic?” It drew a blank so she sat down on the side of her white bed.
“Here,” she said, “sit down and have a cigarette, what ever happened to your drink?”
He sat down beside her. “I left it out in the bar. It sure seems quiet back here after all that racket in front.”
“How long have you been in the navy?”
“Eight months.”
“Like it?”
“It isn’t much concern whether you like it or not. . . . I’ve seen a lot of places that I wouldn’t otherwise.”
“Why did you enlist then?”
“Oh, I was going to be drafted and the navy seemed more to my likin’.”
“Is it?”
“Well, I tell you, I don’t take to this kind of life, I don’t like other men bossin’ me around.
Would you?”
She didn’t answer but put a cigarette in her mouth instead. He held the match for her and she let her hand brush against his. His hand was trembling and the light was not very steady. She inhaled and said, “You want to kiss me, don’t you?”

 

 1820191-2a8165227fcc5f149570f4ead6421a91.jpg
Truman Capote (30 september 1924 – 25 augustus 1984)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Hendrik Marsman werd geboren op 30 september 1899 in Zeist. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Hendrik Marsman op dit blog.

 

De liefde slaapt in haar hart

"De liefde slaapt in haar hart
als de lente in de winterse grond
die in koude en duisternis wacht
als een vlinder in haar cocon.
in het dorp waar ik nu overnacht
schijnt morgen een schuimende zon
in een hemel met palmen bevlagd!

geen regen, geen schaduw, geen sneeuw,
geen dooiende schemering
die als een zwavelen zon
in de rafels hangt van het weer,
drijft mij terug naar het vuur
van haar kamer, haar rode haard.

sluimer, liefste, en slaap
uw eenzame winterslaap,
en ontwaak als de bevende zon
door de lentlijke evening gaat,
als een vlinder uit haar cocon,
als het vuur in uw donkere haard."

 

 

De hand van den dichter

Glazen grijpen en legen;
veel jagen en reizen;
vrouwen omhelzen en strelen;
strijden op felle paarden
en blinkende wateren splijten;
spelen met licht en donker;
den dag en den nacht doorrijden
onder fluweel en schaduw en
flonkrende sterrebeelden.

het staat niet in mijn hand gegrift;
en een hand is een leven, een lot;
ik lees slechts in fijn scherp schrift
- en dit geldt voor vroeger en later -
weinig liefde en wijn, veel water,
soms een racket, een zweep, maar
stellig nimmer een zwaard.

zo is mij enkel bewaard
langzaam maar vast te verwijven
in nijver monnikenwerk:
bidden en verzen schrijven
geel op geel perkament,
en mijn hand alleen te verstrengelen
met mijn eigen andere hand
en in een cel te versterven
oud op een houten bank.

 

 1820191-1391decd42c0cb3389a2bf59a24fcdac.jpg
Hendrik Marsman (30 september 1899 – 21 juni 1940) 

 

 

De Joods-Roemeens-Frans-Amerikaanse schrijver Elie Wiesel werd geboren op 30 september 1928 in Sighet (nu Sighetu Marmaţiei), Roemenië. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Elie Wiesel op dit blog.

Uit: Nacht (Vertaald door Curt Meyer-Clason)

“lch lernte ihn gegen Ende des Jahres 1941 kennen, als ich zwölf Iahre und tief gläubig war. Tags lernte ich im Talmud und abends lief ich in die synagoge, um die Zerstörung des Tempels zu beweinen.
Eines Tages bat ich meinen Vater, mir einen Lehrer zu besorgen, der mich in der Kabbala unterweisen könne,
Dafür bist du noch zu jung. Erst mit dreiBig Jahren, sagt Maimonides, ist man befugt, sich in eine Welt zu wagen, die voller mystischer Gefahren ist. Vorläufig sollst du die Anfangsgriinde lernen, fiir die du gerade reif genug bist.«
Mein Vater war ein kultivierter und ganz unsentimentaler Mann, der selbst im engsten Kreise Gefühlsäußerungen vermied und sich mehr um Fremde als um seine eigene Familie kümmerte Die jiidische Gemeinde von Sighet achtete ihn hoch; oft wurde er für Fragen der Öffentlichkeit und sogar für Privatangelegenheiten bemüht. Wir waren vier Geschwister: die älteste hieß Hilda, dann kam Bea, ich war der dritte und einzige Sohn, gefolgt von Judith, der jüngsten.
Meine Eltern hatten ein Handelsgeschäft, bei dem ihnen Hilda und Bea halfen. Mein Platz sei im Lehrhaus,sagten sie.
In Sighet gibt es keine Kabbalisten«, wiederholte mein Vater, der mir solche Ideen auszureden suchte.
Aber vergebens. Ich fand meinen eigenen Lehrer – im Küster-Mosche.
Er hatte mich eines Tages beobachtet, als ich in der Abenddämmerung betete.“

 

 1820191-ed358917af9802817fe7d46d5d177e54.jpg
Elie Wiesel (Sighet, 30 september 1928)
Cover 

 

 

De Perzische dichter en soefistisch mysticus Jalal ad-Din Rumi (of Roemi) werd geboren op 30 september 1207 in Balkh. Zie ook mijn blog van 30 september 2010 en eveneens alle tags voor Roemi op dit blog.

 

Vragen

De hele dag kan ik aan niets anders denken,
elke nacht vraag ik mezelf af:
waar kom ik vandaan
en wat moet ik doen?

Ik zou het echt niet weten.
Mijn ziel komt van een andere wereld,
dat weet ik zeker.
Even zeker als ik voel,
Dat ik daar ook eindigen zal.

Ik werd dronken in de
een of andere kroeg,
maar als ik weer ben teruggekeerd,
zal ik helemaal nuchter zijn.
Ondertussen ben ik als een vogel
van verre oorden,
gekooid in den vreemde.
De dag breekt aan dat ik uitvlieg,
maar met wiens oren hoor ik mijn eigen stem?
Wie spreekt met mijn mond?
Wie ziet met mijn ogen?
Wat is de ziel?

Het zijn vragen die blijven komen.
Zelfs de schim van een antwoord
zou me al verlossen
uit deze kerker vol dronkaards.
Ik kwam hier niet uit vrije wil;
zomaar weggaan lukt me niet.
Degene die me hier heeft gebracht,
zal me ook thuis moeten brengen.

Deze gedichten.
Nooit weet ik wat ik ga zeggen.
Een schema of plan heb ik niet
en als ik ze niet voordraag,
kan ik heel stil worden
en nauwelijks mijn mond open doen.

 

Vertaald door W. V D Zwan

 

 1820191-e325e30c0a3bdae8ffa93c3b41f4d676.jpg
Roemi (30 september 1207 - 17 december 1273)

 

 

De Nederlandse (gelegenheids-)dichter, (sport)journalist, televisiepresentator en columnist Henk Spaan werd geboren in Heerhugowaard op 30 september 1948. Zie ook alle tags voor Henk Spaan op dit blog en ook mijn blog van 30 september 2010

 

De Wals

Een scoringsdrift met de
Onontkoombaarheid van asfalteren
Het storten van grind
Teer koken
Rupsbanden
Walsen
Het spoor van de snelweg
De verte in
Een zwarte streep
Wit gekaderd in het land
De bosrand wijkt
Heuvels krimpen ineen
Vallende verdedigingswerken
In gaten en hoeken
Doelpuntenmachines
Worden hard bemand

Naar melancholie is het lang zoeken.

 

 1820191-1c98aa11b7617a89171f84ff330e02d2.jpg
Henk Spaan (Heerhugowaard, 30 september 1948)
Klaas-Jan Huntelaar

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 30e september ook mijn blog van 30 september 2013 en ook mijn blog van 30 september 2011 deel 1 en eveneens deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:29 Reageer op dit bericht

In Memoriam Hellmuth Karasek

 

In Memoriam Hellmuth Karasek

De Duitse journalist, schrijver, film- en literair criticus en hoogleraar theaterwetenschapHellmuth Karasek is op 81-jarige leeftijd overleden. Hellmuth Karasek werd geboren op 4 januari 1934 in Brno, Moravië, Tsjechoslowakije. Zie ook alle tags voor Hellmuth Karasek op dit blog.

Uit: Auf der Flucht

“Weihnachten 1944 war besonders kalt, weiß war es in den  Beskiden ohnehin. Die Wohnung war warm, ich hatte zur Eisenbahn noch einen Metallbaukasten bekommen und Bausteine.
Aber leider war mir sterbenselend, ich war das üppig fette Essen,  die Weihnachtsgans, nicht gewohnt und habe mich über  dem glatten, glänzenden Parkettboden übergeben. Meine Mutter  steckte mich ins Bett und gab mir Tee.  Ein paar Tage später hieß es, die Mutter müsse mit uns Kindern  Bielitz verlassen. Vorübergehend. Die Russen hätten in  einer Offensive die deutsche Front gebrochen und seien im  Vorstoß auf das Kohle- und Industrierevier um Kattowitz.
Mein Vater müsse an der Heimatfront bleiben.
Wir packten ein paar Koffer, so viel, wie ich und meine Mutter  gerade tragen konnten, und mein Vater fuhr uns zum Bahn-hof, der von Schneestürmen umtobt war. Meine kleinen Geschwister, mein fünfjähriger Bruder Horst, meine vierjährige Schwester Ingrid und meine zweijährige Schwester Heidrun hielten wir an der Hand. Nach stundenlangem Warten auf dem  Bahnsteig, der immer wieder von Schneeverwehungen freigeschaufelt werden musste, drängten wir uns in einen überfüllten Zug, der uns, »vorübergehend«, so beschwichtigte mein Vater meine Mutter, auf ein Gut in Niederschlesien bringen sollte.
Ich erinnere mich an das erleichtert freudige Gefühl, das ich empfand, weil ich nach den Ferien nun doch nicht mehr in meine gehasste Schule mit ihrem Drill zurückkehren musste. Ich wusste noch nichts von den Wochen, in denen wir uns immer wieder in eisige Züge kämpfen und drängen, auf vereisten Straßen auf Lastwagen warten, in überfüllten Wartesälen  oder Schulen auf dem Boden schlafen, in Gestank, Geschrei, unter Verzweifelten und dumpf Verstummten, im Dreck, in Angst und Panik, die Tage in Hunger und Kälte verbringen mussten. Es war der totale Zusammenbruch. Dass es eine Befreiung war, lernte ich erst Jahre später. Nur manchmal hätte  ich gerne gewusst, wer später an Weihnachten von den Tellern gegessen hat, die wir zurückließen. Welche Bilder an den Wänden hingen. Und was aus der Märklin-Eisenbahn geworden  ist, mit der ich nur zwei Tage gespielt hatte.“

 

 1819976-aab15ee0f29609c5d37547e3d4efaacf.jpg
Hellmuth Karasek (4 januari 1934 - 29 september 2015)

Geschreven door Romenu om 09:42 Reageer op dit bericht

Pé Hawinkels, Hristo Smirnenski, Elizabeth Gaskell, Miguel de Unamuno, Miguel de Cervantes, Akram Assem, Colin Dexter

De Nederlandse dichter, schrijver, songwriter en vertaler Pé Hawinkels werd geboren op 29 september 1942 in Heerlen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Pé Hawinkels op dit blog.

 

Perceptie

In de winter, toen mijn gezicht reeds de vormen aannam
van een masker der Azteken, en er wormen, kort als koren,
in mijn oren, zich wiegden, heen, weer, zachtjes been en weer,
trad er uit het duister een naar voren, als nit plooien
van een zwarte gladiool. Het was to laat.
En, ogen, to jong. Kraakbeen in een zak van 't meest precieuze
perkament dat ooit verspild is aan een dicht der domheid:
een wezenslichaam, bedrieglijk bewegend in zijn gang,
zo zachtjes been en weer als de trieste allerteerste
gebaren waarmee je een borst kunt strelen. En verspreid
de stille stuipen van puistjes, tekens van een sluimerende val.
Wie toch zou er weten waaromheen de broze lippen
beslagen, en als damp zich voegend, en aanslag, weke, zo warme
zich cirkelen?
Gedachten gaan als zagen hun gang,
En - ongelukkig als een koning - wordt de rijst
to zwaar betaald, en komt je het'vertrappen
van tastbare heiligheid duur to staan: -
al ben je dan een god van over zee
je aureool bestaat uit louter lellen -
omwille van de knoken van een kind.
En de steep die barstte, ach, in spreken uit
- zij lichtten, o, zij lachten - met een stem
waarin lets kapseisde. Ernst. Beschamend bewijsstuk.
Nat zijn de straten rond mijn reis. Wat wil ik?
Tranen als olie, straf, verlangen naar straf.
Het gebeente, het geknekelte van bomen, reumatisch
en geborneerd vadert, de laatste, om die actie.
'1k geloof alles wat je zegt.' Dat overleefde ik
en plaatste met weemoed dit bewijs van wonderen,
van onverdiende bloei, die opschoot in mijn spoor,
mij, achteloos, en daarom op de plaatsen die men overslaan
zou moeten... een bijziend zwijn, en appels in de modder.

 

 1819756-892cfa7345b722318f2bc788978c8703.jpg
Pé Hawinkels (29 september 1942 – 16 augustus 1977)

 

 

De Bulgaarse dichter en schrijver Hristo Smirnenski werd geboren op 29 september 1898 in Koukoush. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Hristo Smirnenski op dit blog.

 

Coalminer

Go down and deeper down, down!
Go down into the chilly pit,
Where shining bodies writhe and pound
Upon a wall by blackness lit -
A life of toil in darkness drowned,
Suffocating and unholy lands.
In twisting tunnels blows resound
Of picks held firm by sinewy hands,
They ring in protest and in hope
For open skies and sunny days,
Go down and deeper down, down!
into spaceless space.

Go down into the lightless womb
Of rapacious mother Earth,
Where men are doomed to constant gloom,
Deprived of their human worth
And the glimmer of your lamp
Will light this temple of toil,
Sinister rugged and damp,
Build of props, black stone and simple soil.
There monster idols twitch and frown
Upon the worshippers of dayless time.
Go down and deeper down, down!
into a climeless clime.

Here the countless years have piled
Layers upon layers of black
And stony rugs of patterns wild,
Boundless Nature's bounty stack
of power locked in smoke and flame,
Rough and cold like human pain.
Go down to this fountain of shame,
Of hope and despair, of sweat and gain.
Go down along the narrow track,
And storm the dark abysmal caves
To break the layers thick and black
and the chains of slaves.

Shove the shining mass of coal
Into the raging furnace of the fight,
And out of the leaden clouds will roll
An ever-flowing river bright,
Luminous streams and waves of fire
Rushing through the weary night,
In fury and rightful ire,
The Earth will bathe with joyous flares,
With rainbow-coloured blazing arks,
With flaming fires every where,
and myriads of sparks.

 

 1819756-f03fae04542d641c5e63961f562990e9.jpg
Hristo Smirnenski (29 september 1898 – 18 juni 1923)

 

 

De Britse schrijfster Elizabeth Gaskell werd geboren op 29 september 1810 in Londen. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Eilzabeth Gaskel op dit blog.

Uit: Ruth

“The inhospitable houses projected their flights of steps almost into the carriage-way, forcing pedestrians again into the danger they had avoided for twenty or thirty paces. Then, at night, the only light was derived from the glaring, flaring oil-lamps, hung above the doors of the more aristocratic mansions; just allowing space for the passers-by to become visible, before they again disappeared into the darkness, where it was no uncommon thing for robbers to be in waiting for their prey.
The traditions of those bygone times, even to the smallest social particular, enable one to understand more clearly the circumstances which contributed to the formation of character. The daily life into which people are born, and into which they are absorbed before they are well aware, forms chains which only one in a hundred has moral strength enough to despise, and to break when the right time comes--when an inward necessity for independent individual action arises, which is superior to all outward conventionalities. Therefore, it is well to know what were the chains of daily domestic habit, which were the natural leading strings of our forefathers before they learnt to go alone.
The picturesqueness of those ancient streets has departed now. The Astleys, the Dunstans, the Waverhams--names of power in that district--go up duly to London in the season, and have sold their residences in the county town fifty years ago, or more. And when the county town lost its attraction for the Astleys, the Dunstans, the Waverhams, how could it be supposed that the Domvilles, the Bextons, and the Wildes would continue to go and winter there in their second-rate houses, and with their increased expenditure? So the grand old houses stood empty awhile; and then speculators ventured to purchase, and to turn the deserted mansions into many smaller dwellings, fitted for professional men, or even (bend your ear lower, lest the shade of Marmaduke, first Baron Waverham, hear) into shops!"

 

 1819756-838fc4d60ec89771bfea4f6085e31fc4.jpg
Elizabeth Gaskell (29 september 1810 – 12 november 1865)
Cover

 

 

De Spaanse dichter en filosoof Miguel de Unamuno y Jugo werd geboren op 29 september 1864 in Bilbao. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Miguel de Unamuno y Jugo op dit blog.

Uit: Pladoyer des Müßiggangs

„Bei meinem letzten Aufenthalt in Portugal, zur heißesten Tageszeit, als sich die Trägheit meines Körpers und meiner seele bemächtigte. vertrieb ich mir die Zeit damit, aufs Bett hingestreckt langsam Lord Byron zu lesen. Von Zeit zu Zeit lieB ich das Buch sinken, um nachzudenken?, nein, urn rnir allerhand Luftschlösserzusammenzuphantasieren.
Zuweilen raffte ich mich dazu auf, an den Balkon zu treten, um einen Augenblick lang das Meer zu betrachten, das da träge am strand ausgestreckt lag. Und das Gluckern des Ozeans, vermischt mit den Echos von Lord Byron, der diesen so sehr geliebt hatte, half mir, weiterhin Dinge ohne festen Umrilz und Substanz zusammenzuphantasieren. ln meinem Geist herrschte eine poetische, das heiß aber schopferische Situation, welche die Trägheit hervorruft Denn der Dichter ist zu allererst ein Faulenzer, ein Nichtstuer, und das sage ich zum Lob des Poeten.
Will ich etwa ein Loblied auf die Faulenzerei anstimmen, ich, der ich als arbeitsamer und aktiver Mensch gelte? Ja, ich möchte - zumindest teilweise - ein Loblied aufs Nichtstun singen; ich will euch sagen, daß der Mülziggånger einer der aktivsten Menschen ist.“

 

 1819756-2815ee797d996747f9303c747ed9b6a1.jpg
Miguel de Unamuno (29 september 1864 – 31 december 1936)
Portret door Ramon Casas

 



De Spaanse dichter en schrijver Miguel de Cervantes werd geboren op 29 september 1547 in Madrid. Zie ook mijn blog van 29 september 2010 en eveneens alle tags voor Miguel de Cervantes op dit blog.

Uit: Don Quichot van La Mancha (Bewerkt door J.J.A. Goeverneur)

“Toen de avond begon te vallen en Don Quichot zoowel als zijn knol van vermoeidheid en honger uitgeput waren, keek onze held naar alle kanten rond, of hij niet ergens een trots opstekenden ridderburcht of een gastvrij slot kon ontdekken, waar hij gelegenheid vond, om zijne behoeften te bevredigen en nachtrust te houden. Tot zijne blijdschap zag hij niet ver van zijn weg eene herberg staan, waarop hij aanreed en die hij, voordat het nog ten volle donker was, bereikte. Toevallig stonden voor de deur twee ganzenmeiden, die vroolijk met elkaar praatten en wier heldere stemmen hem reeds van verre in de ooren klonken.
Daar nu echter vriend Don Quichot alles, wat hem voorkwam, met de oogen van zijn verwarden geest zag en zich zoodoende de wonderlijkste dingen inbeeldde, zoo hield hij ook de herberg hier niet maar voor een gewone kroeg, maar meende in haar een echten en wezenlijken ridderburcht met torens en grachten, met wallen en ophaalbruggen voor zich te hebben. Toen hij er nog weinig passen van verwijderd was, bracht hij zijn paard tot staan en geloofde niets anders, of daar zou nu een dwerg op den torentrans verschijnen en door schetterend hoorngeschal verkondigen, dat een ridder door de burchtpoort verlangde toegelaten te worden. Tevergeefs wachtte hij eene poos, en Rocinante, die niet weinig naar den stal, naar voeder en rust verlangde, nam eindelijk de teugels tusschen de tanden en stapte bedaard op de deur van de herberg toe, zonder dat Don Quichot in staat was, het koppig dier tegen te houden. Voor de huisdeur bleef hij staan, en Don Quichot kreeg nu de beide morsige ganzenmeiden in het oog, welke zijne dolle verbeelding echter dadelijk in edele en hoogst bevallige jonkvrouwen herschiep, die zich voor de burchtpoort een weinig in de koele avondlucht vermeidden.
Terwijl hij haar nog vol eerbied aanzag, wilde het toeval, dat de varkenshoeder met zijne kudde van een stoppelland naar huis kwam en bij het bereiken van het dorp uit zijn horen eenige luide, krachtige tonen lokte. Nu geloofde Don Quichot wat zijne verbeelding hem had voorgespiegeld ten volle bewaarheid te zien; want hij hield den zwijnenhoeder voor den ontbrekenden dwerg en sprong vroolijk van het paard, om de beide schoone adellijke jonkvrouwen, dat wil zeggen de ganzenhoedsters, met eerbiedige buiging te begroeten.”

 

 1819756-8b6b392e23673dc020b8d0057a94386d.jpg
Miguel de Cervantes (29 september 1547 – 23 april 1616)
Standbeeld van Don Quichot en Sancho Panza in Guanajuato, Mexico
 

 

 

De Afghaanse schrijver en historicus Akram Assem werd geboren op 29 september 1965 in Kabul. Zie ook alle tags voor Akram Assem op dit blog.

Uit: The ‘1492’ Conspiracy

“We had dinner after all. We walked to a nearby restaurant named ‘The Two Hassans.’ As we walked in, loud Arabic music was playing. On a small stage, a belly dancer twisted like a snake, and on a larger dancing area some customers – male and female – tried to mimic her moves. A large sign hanging above the scene read ‘Arabian Nights Party; costumed clients get free drinks.’
Now, I understand why Necromonti and Shumington were sporting Jelebahs. These two bastards – I am sorry, these two gentlemen - had already planned their dinner out after grilling me and giving me ‘the world is in danger, you have to save it’ speech, making me lose my appetite - and probably my sleep, too - for the rest of my life, let alone thinking about getting free drinks and enjoying a theme night with belly-dancers on the deck.
“You may think that coming here is… inappropriate, isn’t it?” Shumington said. “And you’re probably right, somehow. But you’ve got to understand that we need to release the pressure that becomes rapidly overwhelming if we let it simmer. Too much pressure translates into over-stress, which is not good because it freezes your mind and handicaps your judgment.” He pointed this\out while knocking on his forehead.” 

 

1819756-91aff88aa6e86210e51ffe7381d9b873.jpg
Akram Assem (Kabul, 29 september 1965)
 

 

De Britse schrijver Colin Dexter werd geboren op 29 september 1935 in Stamford, Lincolnshire. Zie ook alle tags voor Colin Dexter op dit blog.

Uit: The Jewel That Was Ours

“As the coach drew into St. Giles’, the sky was an open blue, and the sunlight gleamed on the cinnamon-coloured stone along the broad tree-lined avenue. “Here we are, in St. Giles.’ ” (Ashenden slipped into over-drive now.) “You can see the plane trees on either side of us, ablaze with the beautifully golden tints of autumn—and, on the left here, St. John’s College—and Balliol just beyond. And here in front of us, the famous Martyrs’ Memorial, modelled on the Eleanor Crosses of Edward the First, and designed by Gilbert Scott to honour the great Protestant martyrs—Cranmer and Latimer and, er …” “Nicholas Ridley,” supplied Mrs. Roscoe, as the coach turned right at the traffic lights and almost immediately pulled in on the left of Beaumont Street beneath the tall neo-Gothic façade of The Randolph Hotel. “At last!” cried Laura Stratton, with what might have been”

 

 1819756-a31096f17c312fab5169ca2b102a7d8a.jpg
Colin Dexter (Stamford, 29 september 1935)
John Thaw als Inspector Morse (1987 – 2000)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 29e september ook mijn blog van 29 september 2013 deel 2.

Geschreven door Romenu om 18:44 Reageer op dit bericht

Herinnering aan Hella Haasse

 

Herinnering aan Hella Haasse

De Nederlandse dichteres en schrijfster Hella Haasse is vandaag precies vier jaar geleden overleden. Hélène Serafia Haasse werd op 2 februari 1918 geboren te Batavia, in het toenmalige Nederlands-Indië. Zie ook alle tags voor Hellas Haasse op dit blog .

Uit: Zelfportret als legkaart

“Alles komt aan op de moed waarmee men aanhaakt in het raderwerk van de dag. Wacht men tot men willoos meegesleurd wordt, dan is het te laat, dan zijn alle kansen op waardig, dat wil zeggen bewust handelend bij de zaak betrokken zijn, voorgoed verkeken.
Volgt de dagelijks herhaalde wedloop met de wijzers van de klok, die onverbiddelijk aantonen hoe snel het aantal minuten tussen acht en negen uur slinkt. De kinderen, onbewust van tijd, springen in hun hemdjes door het huis, zij herontdekken een spel waar zij de vorige avond in zijn blijven steken. Het gaat er nu om hen zover te krijgen dat zij zich laten wassen en aanldeden, of dat zelf doen, terwijl het ontbijt klaargemaakt en de tafel gedekt wordt. Veters zitten in de knoop, de kam is weg, er bestaat een plotselinge onoverwinlijke afkeer van een klaargelegd kledingstuk, de kousen zijn binnenst-buiten aangetrokken. Intussen rinkelt keer op keer de bel: de post, de vuilnisman, de melkboer. Op de afkoelende pap vormt zich langzaam maar zeker een glazig vlies. Daar staat het buurtje al op de stoep dat met de kinderen samen naar school gaat. De borden komen leeg, nu begint de uittocht. Jassen aan, zakdoeken mee, melkgeld, een bloem uit de tuin voor de juffrouw. Als scheepjes die te water gelaten worden, verdwijnen zij, in een vaart, zonder omkijken uit huis.
Na de enkele maten rust van het echtelijke ontbijt - het snel en verstrooid tot zich nemen van brood en thee, terwijl de post wordt doorgelezen, een handvol miscellania, aanmaningskaarten vaa bibliotheken, catalogi van boekhandels, fraai uitgevoerde prijscouranten van warenhuizen en wijnhandels, verzoeken om bijdragen voor huldigingscomité's (de laatste als vermakelijk pendant van de regelmatig verschijnende bewijzen van giro-afschrijvingen ten bate van het huishouden) - kan ik het slagveld overzien. Zover het oog reikt, de wanorde na het opstaan in beperkte woonruimte. Ordenen dus, wat onherroepelijk binnen een etmaal weer chaos zal zijn.”

 

 1819754-8fd38a76918d904b06a7ae2f0e9f657b.jpg
Hella Haasse (2 februari 1918 – 29 september 2011)

Geschreven door Romenu om 18:30 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten