Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 19 februari 2010 tot 20 februari 2010

P. C. Boutens, Ellen Gilchrist, Julia Franck, David Nolens, Georges Bernanos, William Carleton

De Nederlandse dichter Pieter Cornelis Boutens werd geboren in Middelburg op 20 februari 1870. Zie ook mijn blog van 20 februari 2007 en ook mijn blog van 20 februari 2008 en ook mijn blog van 20 februari 2009.

 

 

De smalle ring

 

De smalle ring, de gouden band

Schendt niet de naaktheid van uw hand,

Gelijk uw stralend lijf niet weet

De schaduw van zijn donkre kleed:

 

Uw stralend lichaam lijdt noch weet

De schaduw van zijn donker kleed,

Zooals geen lijf of stof bezwaart

De ziel die door uw oogen klaart:

 

Geen aardsche lijf, geen stof bezwaart

De ziel die door uw oogen klaart,

Als smalle ring, als gouden band

Niet schendt de naaktheid van uw hand.

 

 

 

Nacht-stilte

 

Stil, wees stil: op zilvren voeten

Schrijdt de stilte door den nacht,

Stilte die der goden groeten

Overbrengt naar lage wacht ...

Wat niet ziel tot ziel kon spreken

Door der dagen ijl gegons,

Spreekt uit overluchtsche streken,

Klaar als ster in licht zoû breken,

Zonder smet van taal of teeken

God in elk van ons.

 

 

 

 

Uit: Strofen en andere verzen uit de nalatenschap van Andries de Hoghe

 

Eerste strofe

 

Aan sombren spiegel van zwoele wake

drijven, geloken leliën, mijn oogen.

Ik kan niet slapen: de geur der rozen

wordt oppermachtig met den nacht.

 

Ik zal niet stijgen tot luchten droomen:

diep in haar schachten de vleugelpennen

zijn zwaar en vochtig van reukig dauwen:

de geur der rozen houdt mij neêr.

 

Ik kan niet duiken naar donkren sluimer,

ik kan niet zinken tot zwart vergeten:

de geur der rozen omdwelmt mijn slapen:

de geur der rozen houdt mij op.

 

 

 

 

BOUTENS

Pieter Cornelis Boutens (20 februari 1870 – 14 maart 1943)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Ellen Gilchrist werd geboren op 20 februari 1935 in Vicksburg, Mississippi. Zie ook mijn blog van 20 februari 2009.

 

Uit: Nora Jane: A Life in Stories

 

„NORA JANE'S GRANDMOTHER lived in a blue frame house on the corner of Laurel and Webster streets. It was there that Nora Jane was happy. There was a swing on the porch and a morning glory vine growing on a trellis. In April azaleas bloomed all around the edges of the porch, white and pink and red azaleas, blue morning glories, the fragrant white Confederate jasmine, red salvia and geraniums and the mysterious elephant ears, their green veins so like the ones on Nora Jane's grandmother's hands. Nora Jane hated the veins because they meant her grandmother was old and would die. Would die like her father had died, vanish, not be there anymore, and then she would be alone with only her mother to live with seven days a week.

"Let me set the table for you," she said to her grandmother, waking beside her in the bed. "Let me cook you breakfast. I want you to eat an egg."

"Oh, honey lamb," her grandmother replied, and reached over and found her glasses and put them on, the better to see the beautiful little girl, the better to be happy with the child beside her. "We will cook it together. Then we'll see about the mirlitons. You can take them to Langenstein's today. They said they would buy all that you had."

"Then I'd better hurry." Nora Jane got out of bed. If she was going to take the mirlitons to Langenstein's she wanted to do it early so she wouldn't run into any of her friends from Sacred Heart. She was the only girl at Sacred Heart so poor she had to sell vegetables to Langenstein's. Still, they had not always been poor. Her grandfather had been a judge. Her father had gone to West Point. Her grandmother had sung grand opera all up and down the coast and auditioned for the Met. She kissed her grandmother on the cheek and swung her long legs out of the bed and began to search for her clothes. "You cook breakfast then," she said. "I'll go pick the mirlitons before it gets too hot."

 

 

 

 

EllenGilchrist
Ellen Gilchrist (Vicksburg, 20 februari 1935)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Julia Franck werd geboren op 20 februari 1970 in Oost-Berlijn. Zie ook mijn blog van 20 februari 2007 en ook mijn blog van 20 februari 2008 en ook mijn blog van 20 februari 2009.

 

Uit: Bäuchlings

 

“Ich knie auf dem Parkett vor dem Sofa und beobachte Luise, wie sie schläft. Sie schläft sich den Rausch ihres Geburtstags aus. Draußen Zionskirchplatz ohne Verkehr, auch von der Kastanienallee höre ich wenig. Luise schmatzt im Schlaf, ganz leise, fast unhörbar. Ich streiche über den Saum des Chiffons, der rauh ihren Hals umschließt, rieche sie, ihren vertrauten Geruch, der mich an frischgeschnittenes Gras erinnert, ziehe die rotblonde Locke aus der Falte, die sich am Hals gebildet

hat, und suche die glatte Haut ihrer Wangen ab –\ ob sich schon im entspannten Zustand eine Spur ihrer Grübchen entdecken läßt? –, ihre Haut ist von blassen Sommersprossen übersät. Ich liebe Luise. Und noch etwas: Sie ist meine Schwester.

Es klingelt, sie regt sich nicht. Als ich aufstehe, knarrt das Parkett unter meinen nackten Füßen. Über

der Lehne des Sofas hängt ihr schwarzes Lederbustier, ich nehme es, der warme Geruch steigt in meine Nase, ich ziehe es an. Meine Brüste haben Platz in den Schalen, beim Gehen stoßen sie vorn an das Leder. Draußen im Flur schlüpfe ich in ihre Schuhe: leichte altmodische Schuhe mit Absätzen, die laut sind und das Parkett zerkratzen, ich drücke auf den Summer und gehe in die Küche, wo über dem Stuhl mein Kleid hängt. Ich streife es über und bemerke, daß die langen Träger des Kleides viel von dem Bustier sehen lassen, aber es ist zu spät, etwas anderes zu suchen. Ich bleibe hinter der angelehnten Tür stehen und lausche in das Treppenhaus, bis ich die Schritte auf dem letzten Absatz

höre. Ich öffne.

»Was machst du hier?« frage ich Olek, fast möchte ich sagen: Sie empfängt noch nicht.

»Zu Luise«, sagt er hastig, er möchte zu Luise, fährt sich durch die kurzen verklebten Haare, ich lasse ihn herein, und sein nackter Arm berührt meinen.”

 

 

 

JuliaFranck
Julia Franck (Oost-Berlijn, 20 februari 1970)

 

 

 

 

De Vlaamse schrijver David Nolens werd geboren in Antwerpen op 20 februari 1973. Zie ook mijn blog van 20 februari 2008 en ook mijn blog van 20 februari 2009.

 

Uit: Melancholie, een oud zeer

 

„Voor Fabian was het geen toeval dat Anne hem na zeven jaar verliet. Hij had zelf altijd relaties gehad die ofwel zeven dagen, weken, maanden en sinds kort ook jaren duurden. Zo had hij in het laatste jaar van de universiteit precies zeven weken met Jacob gevreeën, een slimme, mooie jongen die hem in de Griekse beginselen had ingewijd. Jacob kon hem als persoon niet echt bekoren. Ook dat ene lichaamsdeel waar het toen om ging, de penis als spiegelbeeld van zijn toenmalige identiteit, was bij Jacob onvolmaakt. Die penis, en hij zag het geslacht nog heel precies voor zich, was krom als een kleine, zoete, Afrikaanse banaan - en het duurde dus zeven weken voordat hij besefte dat hij met zo een penis geen gelijkwaardig gesprek, laat staan een langdurige, eerlijke liefde kon hebben. De penis waar hij naar verlangde was een penis die heel erg op die van hemzelf geleek, zodat hij als het ware zichzelf in de mond kon nemen, als een manier om wel heel diep thuis te komen, om door het spiegelglas in het beeld te stappen en zich definitief te omhelzen. Na zeven weken gaf hij Jacob de bons.

Iets later zat Fabian in de majestueuze bibliotheek aan het Ladeuzeplein te Leuven, terwijl hij werkte aan zijn eindverhandeling die ging over Confucius, belicht vanuit het Amerikaanse pragmatisme. Confucius bekoorde hem toen omdat de oude Chinees model stond voor een leven waarin elk gebaar, elk woord, elke houding werd afgestemd op een gepaste manier van samenleven met de anderen.“

 

 

 

david_nolens
David Nolens (Antwerpen, 20 februari 1973)

 

 

 

 

De Franse schrijver Georges Bernanos werd geboren in Parijs op 20 februari 1888. Zie ook mijn blog van 20 februari 2007 en ook mijn blog van 20 februari 2009.

 

Uit: La grande peur des bien-pensants

 

„J'écris ce livre pour moi, et pour vous — pour vous qui me lisez, oui : non pas un autre, vous, vous-même. J'ai juré de vous émouvoir — d'amitié ou de colère, qu'importe ? Je vous donne un livre vivant.

« Que nous veut-il avec ce Drumont ? » direz-vous. Hé bien, je veux l'honorer, voilà tout : Je ne demande pas justice. Quelle justice ? C'était un homme de mon pays, de mon lignage (de mon lignage ou du vôtre), un fort garçon français, un peu épais des épaules, au pas solide. De tels gens font leurs affaires eux-mêmes, aussi longtemps qu'ils tiennent debout, aussi longtemps qu'ils tiennent debout, ils portent leur vie tout seuls, sans rien demander à personne, ils portent le bon et le mauvais, chaque chose à sa place, pour que Dieu s'y reconnaisse plus vite, au jour du jugement. Ils portent le poids de leurs péchés. Le mot de justice évoque d'abord à leurs yeux l'image d'un pauvre diable mal payé, mal nourri, qui passe en hâte sur sa jaquette après déjeuner, une espèce de toge, et coiffe son chef d'un pot galonné d'or ou d'argent. Évidemment Drumont n'a jamais attendu grand chose de cette justice-là. De celle de la postérité, pas davantage. Qu'attendait-il donc ? Hé bien, il n'attendait rien, peut-être... Peut-être il n'espérait rien.

Tout ce qu'il écrit a ce signe tragique, ce signe fatal. Presque à chaque ligne de son œuvre forte et dense, à l'architecture si sobre, un peu gauche, avec un arrière-plan de gravité mélancolique — tel un oppidum au haut d'une colline, sur un fond de ciel d'automne, nu et doré, en terre ennemie — apparaît, comme par transparence, une espèce de résignation héroïque, l’acceptation délibérée de la mort. Oui, oui... On pense à je ne sais quel homme barbu, avec sa redingote à collet, débrouillard et chimérique, qui rêve de cracher dans la vaisselle plate de Monsieur de Rothschild, salue le drapeau en zinc des lavoirs muni­cipaux, puis va prendre son vermouth entre un offi­cier de gendarmerie en retraite, auquel le nez des y…s ne revient pas (sacrebleu !), et un commer­çant patriote qui pleure sur ΓAlsace-Lorraine... Ainsi le voient aujourd'hui tant de sots qui ne l'ont jamais lu.“

 

 

 

georges-bernanos1
Georges Bernanos (20 februari 1888  - 5 juli 1948)

 

 

 

 

De Ierse schrijver William Carleton werd geboren op 20 februari 1794 in Glogher, in het graafschap Tyrone. Zie ook mijn blog van 20 februari 2007 en ook mijn blog van 20 februari 2009.

 

Uit: The Evil Eye Or The Black Spector

 

“In a certain part of Ireland, inside the borders of the county of Waterford, lived two respectable families, named Lindsay and Goodwin, the former being of Scotch descent. Their respective residences were not more than three miles distant; and the intimacy that subsisted between

them was founded, for many years, upon mutual good-will and esteem, with two exceptions only in one of the families, which the reader will understand in the course of our narrative. Each ranked in the class known as that of the middle gentry. These two neighbors--one of whom, Mr. Lindsay, was a magistrate--were contented with their lot in life, which was sufficiently respectable and independent to secure to them that true happiness which is most frequently annexed to the middle station. Lindsay was a man of a kind and liberal heart, easy and passive in his nature, but with a good deal of sarcastic humor, yet neither severe nor prejudiced, and, consequently, a popular magistrate as well as a popular man. Goodwin might be said to possess a similar disposition; but he was of a more quiet and unobtrusive character than his cheerful neighbor. His mood of mind was placid and serene, and his

heart as tender and affectionate as ever beat in a human bosom. His principal enjoyment lay in domestic life--in the society, in fact, of his wife and one beautiful daughter, his only child, a girl of nineteen when our tale opens. Lindsay's family consisted of one son and two daughters; but his wife, who was a widow when he married her, had another son by her first husband, who had been abroad almost since his childhood, with a grand-uncle, whose intention was to provide for him, being a man of great wealth and a bachelor.”

 

 

 

William_Carleton
William Carleton (20 februari 1794 – 30 januari 1869)


Zie voor nog meer schrijvers van de 20e februari ook
mijn vorige blog van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:19 Reageer op dit bericht

Pierre Boulle, Ludwig Steub, Johann Heinrich Voß, Johann Fr. Riederer, Cornelis Sweerts

De Franse schrijver Pierre Boulle werd geboren op 20 februari 1912 in Avignon. Zie ook mijn blog van 20 februari 2009.

 

Uit: Planet of the Apes (Vertaald door Xan Fielding)

 

„Jinn and Phyllis were spending a wonderful holiday, in space, as far away as possible from the inhabited stars.
In those days interplanetary voyages were an everyday occurrence, and interstellar travel not uncommon. Rockets took tourists to the wondrous sites of Sirius, or financiers to the famous stock exchanges of Arcturus and Aldebaran. But Jinn and Phyllis, a wealthy leisured couple, were distinguished in their cosmos for their originality and a few grains of poetry. They wandered over the universe for their pleasure—by sail.
Their ship was a sort of sphere with an envelope—the sail—which was miraculously fine and light and moved through space propelled by the pressure of light-radiation. Such a machine, left to its own devices in the vicinity of a star (though far enough away for the field of gravity not to be too power- ful), will always move in a straight line in the opposite direction to the star; but since Jinn and Phyllis’ stellar system contained three suns that were relatively close to one another, their vessel received rays of light along three different axes. Jinn had therefore conceived an extremely ingenious method of steering. His sail was lined inside with a series of black blinds that he could roll up or unroll at will, thus changing the effect of the light-pressure by modifying the reflecting power of certain sections. Furthermore, this elastic envelope could be stretched or contracted as the navigator pleased. Thus, when Jinn wanted to increase his speed, he gave it the biggest diameter possible. It would then take the blasts of radiation on an enormous surface and the vessel would hurtle through space at a furious velocity, which made his mate Phyllis quite dizzy. He would also be overcome by vertigo, and they would then cling passionately to each other, their gaze fixed on the mysterious and distant depths to which their flight propelled them. When, on the other hand, they wanted to slow down, Jinn pressed a button. The sail would shrink until it became a sphere just big enough to contain them both, packed tightly together. The effect of the light became negligible, and this minute bubble, reduced to nothing more than its own inertia, seemed motionless, as though suspended in the void by an invisible thread. The young couple would spend rapturous idle hours in this reduced universe, erected on their own scale and for them alone, which Jinn compared to a becalmed sailing ship and Phyllis to the air bubble of the sea spider.“

 

 

 

pierre_boulle
Pierre Boulle (20 februari 1912 – 30 januari 1994)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Ludwig Steub werd geboren op 20 februari 1812 in Aichach. Zie ook mijn blog van 20 februari 2009.

 

Uit: Die falsche Mutter Gottes

 

(Der Ökonom Johannes Duldenhofer zu Grünau schreibt an Herrn Lorenz Rehböckel, Oberförster zu Markwartstein:)

Grünau, den 15. September l869.

 

Lieber Freund Laurentius!

Es geht jetzt schon in den Herbst hinein und da muß ich Dir doch zu wissen tun, daß ich Deinen Brief zu Ostern richtig erhalten habe. Also Oberförster bist Du worden und geheiratet hast Du auch! Hast Dir wohl Zeit gelassen, lieber Freund, mit der Oberförsterei und mit der Hochzeit! Um so süßer wird er Dir jetzt vorkommen, der neue Stand, der Ehestand nämlich, und auch die hohe Würde und das nahrhafte Einkommen, welches ja die Herren Oberförster haben sollen. Hast es längst verdient, behaupt' ich, eine brave Frau und eine hübsche Lebenszehrung, wobei ich mich Deiner Herzallerliebsten als Unbekannter schönstens empfohlen haben möchte.

Es muß schon lange her sein, daß ich Dir nimmer geschrieben habe, oder weißt Du's schon, daß ich bei der letzten Wahl in der hiesigen Gemeinde Ortsvorsteher geworden bin? Auch sonst bin ich ganz ordentlich vorwärts getrippelt in den guten Zeiten. Vor zwanzig Jahren habe ich als kleiner Bauernmaler allhier meinen verehlichten Lebenslauf angefangen, hab' aber standhaft gehaust und gespart und das kleine Anwesen nach und nach vergrößert und auf Anraten meines lieben Vetters, der schon ganz hoch in der Studi ist, schreib ich mich jetzt auf altgriechisch bereits Ökonom. In etlichen Jahren wär's möglich, daß ich mich wieder in die deutsche Muttersprache übersetze und dann wird, so Gott will, ein »Gutsbesitzer« herausspringen. Auch in der Familie selber geht's mir ganz gut. Meine liebe Frau, die ehemalige Lindenberger Burgel, läßt Dich und die Deinige herzlich grüßen und ist noch friedlich und freundlich wie vor und ehe.“

 

 

 

Ludwig_Steub
Ludwig Steub (20 februari 1812 – 16 maart 1888)

 

 

 

 

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Johann Heinrich Voß werd geboren op 20 februari 1751 in Sommersdorf / Mecklenburg. Zie ook mijn blog van 20 februari 2009.

 

 

Im Hut der Freiheit stimmet an (Fragment)

 

Im Hut der Freiheit stimmet an

Voll Ernst der Freundschaft Lied!

Der ist, bei Gott! kein Ehrenmann,

Dem hier sein Herz nicht glüht!

Die Freundschaft stärkt in Freud' und Not,

Und folgt durch Leben und durch Tod!

 

Erbarmend sah des Lebens Müh

Der Menschen Vater, schwieg,

Erschuf die Freundschaft, wog; und sieh,

Des Elends Schale stieg.

Da sprach der Vater: Es ist gut!

Und alles Leben hauchte Mut.

 

Wohltun und Wohl empfangen, lehrt

Ein allgemeiner Bund.

Im Kerker ist die Spinn' uns wert,

Auf öder Flur ein Hund,

Ein Hühnchen, das gerufen kam,

Und Brot aus unsern Händen nahm.

 

Doch selig, teilt ein Menschenherz,

Verständig, gut und treu,

Voll Mitgefühls in Freud' und Schmerz,

Des Lebens Mancherlei:

Ein Freund, der sanft mit Rate nützt,

Und abends traulich bei uns sitzt!

 

 

 

 

voss
Johann Heinrich Voß  (20 februari 1751 – 29 maart 1826)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Johann Friedrich Riederer werd geboren op 20 februari 1678 in Neurenberg. Zie ook mijn blog van 20 februari 2009.

 

 

Als einst ein alter Herr

 

Als einst ein alter Herr ein junges Mädchen freite

und ihm sein schwacher Leib nichts Gutes prophezeite,

sprach er zu ihr: Mein Kind, Sie wird sich ja bequemen,

und wird die ehl´ge Pflicht Quartal weis von mir nehmen?

Ihr Wiederfragen war, da sie sich kaum bedacht:

Allein wie viel Quartal gibt´s dann in einer Nacht?

 

 

 

 

Riederer_Nuernberg

Johann Friedrich Riederer (20 februari 1678 – 25 juni 1734)

Neurenberg (geen portert beschikbaar)

 

 

 

 

De Nederlandse dichter, liedtekstschrijver, toneelschrijver en boekhandelaar Cornelis Sweerts werd geboren in Amsterdam op 20 februari 1669. Zie ook mijn blog van 20 februari 2008 en ook mijn blog van 20 februari 2009.

 

 

Op het schilderboek van de kleuren

Door den Grootkunstenaar Gerard de Lairesse. (Fragment)

 

LAiresse, door het kunstpenseel,

By d'allergrootste Kunstenaaren,

En die het beste zyn ervaaren,

Alom het hoogst geroemt, zo veel,

Of meer dan d'Oudheid, minder t'eeren

In al dat ieders oog voldoet,

Toont hoe haar kleur nu wyken moet,

Hoe hoog haar Kunst was te waardeeren.

Zyn Kleuren op het schoonst, door een,

En dan weêr zacht en mals gescheiden,

Den zin bevallig speelen leiden,

Door zyne penne, en kracht van reên,

Om dus die Kunst in top te haalen,

Door verwen, die, als Iris kleed

Gemengelt, toonen hoe gereed

Dat zonlicht spreit zyn glans en straalen

In zulk een held'ren regenboog,

Daar 't zacht en zoet door een gedreeven,

Het schoonst de verwen weet te weeven,

Dat zelfs het allerkeurigste oog

Zich voelt, door deeze glans betov'ren,

Wyl 't hart, verbystert en verrukt

Door 't schoonste schoon haar ingedrukt,

Maar naau bezeft, zich laat verov'ren.

 

 

 

 

Sweerts
Cornelis Sweerts (20 februari 1669 - 23 maart 1749)

Geschreven door Romenu om 20:16 Reageer op dit bericht

Siri Hustvedt, Helen Fielding, Jaan Kross, Herbert Rosendorfer, Amy Tan, Dmitri Lipskerov

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Siri Hustvedt werd geboren op 19 februari 1955 in Northfield, Minnesota. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: The Shaking Woman Or A History Of My Nerves

 

„When my father died, I was at home in Brooklyn, but only days before I had been sitting beside his bed in a nursing home in Northfield, Minnesota. Although he was weak in body, his mind remained sharp, and I remember that we talked and even laughed, though I can’t recall the content of our last conversation. I can, however, clearly see the room where he lived at the end of his life. My three sisters, my mother, and I had hung pictures on the wall and bought a pale green bedspread to make the room less stark. There was a vase of flowers on the windowsill. My father had emphysema, and we knew he would not last long. My sister Liv, who lives in Minnesota, was the only daughter with him on the final day. His lung had collapsed for the second time, and the doctor understood that he would not survive another intervention. While he was still conscious, but unable to speak, my mother called her three daughters in New York City, one by one, so we could talk to him on the telephone.

I distinctly remember that I paused to think about what I should say to him. I had the curious thought that I should not utter something stupid at such a moment, that I should choose my words carefully. I wanted to say something memorable— an absurd thought, because my father’s memory would soon be snuffed out with the rest of him. But when my mother put the telephone to his ear, all I could do was choke out the words “I love you so much.” Later, my mother told me that when he heard my voice, he smiled.

That night I dreamed that I was with him and he reached out for me, that I fell toward him for an embrace, and then, before he could put his arms around me, I woke up. My sister Liv called me the next morning to say that our father was dead. Immediately after that conversation, I stood

up from the chair where I had been sitting, climbed the stairs to my study, and sat down to write his eulogy. My father had asked me to do it. Several weeks earlier, when I was sitting beside him in the nursing home, he had mentioned “three points” he wanted me to take down. He didn’t say, “I want you to include them in the text you will write for my funeral.” He didn’t have to. It was understood.“

 

 

 

siri_hustvedt

Siri Hustvedt (Northfield, 19 februari 1955)

 

 

 

 

De Engelse schrijfster Helen Fielding werd geboren in Morley, Yorkshire op 19 februari 1958. Zie ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Cause Celeb

 

„It used to seem extraordinary to me that someone like Henry could actually exist, extraordinary that a person could be transported into an environment so alien to his own, and remain so utterly unaffected by his surroundings. It was as if he had been coated with a very strong sealant, the sort of thing they use to paint on oceangoing yachts.

Henry was spreading thick cut luxury marmalade from a Fortnum and Mason's jar on a piece of Nambulan unleavened bread.

"Got up this morning, didn't Boris Believe it—family of eight outside my hut wanting to move their tent nearer the river. I said to the chap, ‘I thought this was a bloody refugee camp, not a holiday camp, but you go ahead, mate, by all means. Never mind the old malnutrition—you go for the view.'"

Breakfast was taken in Safila, just after dawn. It was a quiet time, the hour before the heat became intolerable, with the silence broken only by the rooster and Henry, who was incapable of shutting up except when he was asleep. I was particularly annoyed by Henry that morning, because I suspected he had started an affair with one of our more emotionally fragile nurses, Sian. She was sitting next to him now, giving him a look you could have spread on a piece of toast. Sian was a sweet-natured girl who had joined us two months ago, after returning early from night shift to find her husband of eighteen months in bed with a Turkish minicab driver. Her therapy was being continued via correspondence.“

 

 

 

fielding
Helen Fielding (Morley, 19 februari 1958)

 

 

 

 

De Estlandse schrijver Jaan Kross werd geboren op 19 februari 1920 in Tallin. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008 en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Der Verrückte des Zaren (Vertaald door  Helga Viira)

 

« WOISECK, DONNERSTAG, DEN 26. MAI 1827. Zunächst möchte ich den Anlaß festhalten, der mich dieses Tagebuch beginnen läßt. Ja, ich schreibe »beginnen«, denn ob ich es fortführen werde, ist nicht abzusehen. Es scheint mir überaus zweifelhaft — weder die Zeit noch das Land noch gar unsere Familie sind geeignet für das Führen eines Tagebuches. Wenn überhaupt ein Tagebuch, kann es allenfalls ein völlig geheimes werden. Und gerade deshalb ist es möglich, den Grund seines Entstehens gleich zu Anfang auszusprechen.

Also: Ich habe mich entschlossen, Tagebuch zu führen, weil ich in Dinge verstrickt bin, die meines Erachtens so ungewöhnlich sind, daß ein denkender Mensch, der ungewollt ihr Zeuge geworden ist, nicht umhinkann, den Versuch zu unternehmen, seine Beobachtungen niederzuschreiben. Möglich,

daß nur ein oberflächlicher Denker so handelt. Jemand, der tiefer in die Dinge eindringt, würde bestimmt auf jegliche Aufzeichnungen verzichten. Weiß Gott.

Freilich, wenn ich zurückschaue, muß ich bekennen: Ich bin nicht erst jüngst in all das hineingeraten. Seit zehn Jahren bereits, nein, viel länger, bin ich darin verwickelt. Ich selbst habe mich in dieser Zeit in ein Kuriosum verwandelt. Denn welch anderer Bauernjunge aus der Gemeinde Holstfershof hätte in all den Jahren, man kann sagen seit 1814, das lernen und sehen können, was mir eine Reihe von Zufällen, die wechselten wie die Kulissen in einer italienischen Oper, zu Augen kommen ließ .. .

Also, heute vor zwei Wochen sind wir bei heftigem Frühlingsregen aus Petersburg hier in Woiseck eingetroffen: Eeva, der achtjährige Jüri, den sie entgegen meinem Ratschlag nach Petersburg mitgenommen hatte, Timo, der Diener Käsper, das Zimmermädchen Liiso und ich. Und der Kutscher Juhan natürlich. Des weiteren ein Feldjäger und drei Gendarmen. »

.

 

 

JaanKross
Jaan Kross (19 februari 1920 – 27 december 2007)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Herbert Rosendorfer werd op 19 februari 1934 in Gries geboren. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008 en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Briefe in die chinesische Vergangenheit

 

“Erster Brief

(Mittwoch, io. Juli)

 

Treuer Freund Dji-gu.

Die Zukunft ist ein Abgrund. Ich würde die Reise nicht noch einmal machen. Nicht das schwärzeste

Chaos ist mit dem zu vergleichen, was unserem bedauernswerten Menschengeschlecht bevorsteht. Wenn ich könnte, würde ich sofort zurückkehren. Ich fühle mich in eine Fremde von unbeschreiblicher Kälte hinausgeworfen. (Obwohl es auch hier Sommer ist.) Für heute nur soviel: ich bin, in Anbetracht der ungewöhnlichen Art meiner Reise, leidlich gut angekommen. Ich kann nur rasch diese Zeilen kritzeln und den Zettel an den Kontaktpunkt legen. Ich hoffe, Du findest ihn. In Liebe grüßt Dich Dein

Kao-tai

 

Zweiter Brief

(Samstag, '3. Juli)

 

Teurer Freund Dji-gu.

Die Zukunft ist ein Abgrund. Ich glaube, ich habe diesen Satz schon auf den Zettel geschrieben, den ich Dir vor drei Tagen an den Kontaktpunkt gelegt habe — hoffentlich hast Du ihn gefunden und machst Dir keine Sorgen um mich. Was ich hier erlebe, ist so vollständig anders als das, was Du kennst und was ich gewohnt bin, daß ich gar nicht weiß, womit ich meine Schilderung beginnen soll. Hier — ich müßte eigentlich nicht »hier« sagen, sondern »jetzt«. Aber dieses »jetzt« ist so unvorstellbar fremd., daß es mir schwerfällt, an die Identität dieses »Ortes« mit dem Ort zu glauben, an dem Du — durch genau tausend Jahre getrennt — lebst.

Tausend Jahre, das weiß ich nun, sind ein Zeitraum, den der menschliche Verstand nicht fassen kann. Gewiß: Du kannst zählen — eins, zwei, drei ... bis tausend — und Dir dabei vorzustellen versuchen, es vergehe jedesmal ein Jahr dabei, Geschlechter, Kaiser, ganze Dynastien wechselten, die Sterne wanderten ... “

 

 

 

Rosendorfer
Herbert Rosendorfer (Gries, 19 februari 1934)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Amy Tan werd geboren in Oakland, Ohio, op 19 februari 1952. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Feathers from a Thousand Li Away

 

„The olde woman remembered a swan she had bought many years ago in Shanghai for a foolish sum. This bird, boasted the market vendor, was once a duck that stretched its neck in hopes of becoming a goose, and now look! - it it too beautiful to eat.

Then the woman and the swan sailed across an ocean many thousands of li wide, stretching their necks towards America. On her journey she cooed to the swan: "In America I will have a daughter just like me. But over there nobody will say her worth is measured by the loudness of her husband's belch. Over there nobody will look down on her, because I will make her speak only perfect American English.And over there she will always be too full to swallow any sorrow! She will know my meaning, because I will give her this swan-- a creature that became more than what was hoped for."

But when she arrived in the new country, the immigration officials pulled her swan away from her, leaving the woman fluttering her arms and with only one swan feather for a memory. And then she had to fill out so many forms she forgot why she had come and what she had left behind.

Now the woman was old. And she had a daughter who grew up speaking only English and swallowing more Coca-Cola than sorrow. For a long time now the woman had wanted to give her daughter the single feather and tell her, "This feather may look worthless, but it comes from afar and carries with it all my good intentions." And she waited, year after year, for the day she could tell her daughter this in perfect American English.“

 

 

 

amy_tan
Amy Tan (Oakland, 19 februari 1952)

 

 

 

De Russische schrijver Dmitri Lipskerov werd geboren op 19 februari 1964 in Moskou. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008 en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

The Last Sleep of Reason (vertaald door Dmitri Priven)

 

“But that day did not see the Guinness Book of Records man, the Bulgarian Zhechka Zhechkov, show up. A special courier arrived at the hospital, announcing that on that day, in one of the city parks there was to be cook-up of a record quantity of perogies. Two hundred and fifty thousand of them were to

be cooked simultaneously in one hundred cauldrons and consumed by a thousand eaters. The last thing the courier said was that the Guinness representative would show up the following day with a group of independent medical experts.

"Those bloody guzzlers!" concluded Sinichkin and sighed, for his dreams would not be coming true for another day. Yet the night brought an unbearable chill to Volodya's thighs. The chill went right to the bone of detective's limbs; he reached under the blanket and discovered that the diaphanous skin on his legs was covered with ice, that is to say, hoarfrost.

"My body temperature is negative," concluded the captain and whimpered for the nurse.

The nurse called Petrovna appeared and rubbed Volodya's frigid legs warm with alcohol until dawn, humming something ancient for the poor darling to fall asleep.

The captain dozed off, but found his legs in the morning drastically thinner. It was as if the limbs had deflated in half, like balloons. They did not require three beds anymore; two was enough.

The assistant - that is, the acting head physician - was called in; after examining Sinichkin, he frowned and lamented reproachfully: "Why couldn't you wait until the evening! The Guinness man is coming today, you know!"

 

 

 

Lipskerov
Dmitri Lipskerov (Moskou, 19 februari 1964)


Zie voor nog meer schrijvers van de 19e februari ook mijn vorige twee blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:24 Reageer op dit bericht

Thomas Brasch, Carson McCullers, Alfredo Bryce Echenique, Björn Kuhligk, Wolfgang Fritz, Kay Boyle

De Duitse dichter en schrijver Thomas Brasch werd geboren in Westow,Yorkshire (Engeland) op 19 februari 1945. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2008.en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

 

Der schöne 27. September

 

Ich habe keine Zeitung

gelesen. 

 

Ich habe keiner Frau nachgesehn.

 

Ich habe den

Briefkasten nicht geöffnet. 

 

Ich habe keinem einen guten Tag

gewünscht.

 

Ich habe nicht in den Spiegel gesehn.

 

Ich habe

mit keinem über alte Zeiten gesprochen und 

 

mit keinem über 

neue Zeiten.

 

Ich habe nicht über mich nachgedacht.

 

Ich

habe keine Zeile geschrieben.

 

Ich habe keinen Stein ins 

Rollen gebracht.

 

 

 

 

Halbschlaf

 

Und wie in dunkle Gänge

mich in mich selbst verrannt,

verhängt in eigne Stränge

mit meiner eignen Hand:

 

So lief ich durch das Finster

In meinem Schädelhaus:

Da weint er und da grinst er

Und kann nicht mehr heraus.

 

Das sind die letzten Stufen,

das ist der letzte Schritt,

der Wächter hört mein Rufen

und ruft mein Rufen mit

 

aus meinem Augenfenster

in eine stille Nacht;

zwei rufende Gespenster:

eins zittert und eins lacht.

 

Dann schließt mit dunklen Decken

Er meine Augen zu:

Jetzt schlafen und verstecken

Und endlich Ruh.

 

 

 

 

ThomasBrasch1993
Thomas Brasch (19 februari 1945 – 3 november 2001)

 

 

 

 

De Amerikaanse schrijfster Carson McCullers werd geboren als Lula Carson Smith 19 februari 1917 in Columbus, Georgia. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: The Heart is a Lonely Hunter

 

« In the late afternoon the friends would meet again. Singer came back to the fruit store and waited until Antonapoulos was ready to go home. The Greek would be lazily unpacking a case of peaches or melons, or perhaps looking at the funny paper in the kitchen behind the store where he cooked. Before their departure Antonapoulos always opened a paper sack he kept hidden during the day on one of the kitchen shelves. Inside were stored various bits of food he had collected—a piece of fruit, samples of candy, or the butt-end of a liverwurst. Usually before leaving Antonapoulos waddled gently to the glassed case in the front of the store where some meats and cheeses were kept. He glided open the back of the case and his fat hand groped lovingly for some particular dainty inside which he had wanted. Sometimes his cousin who owned the place did not see him. But if he noticed he stared at his cousin with a warning in his tight, pale face. Sadly Antonapoulos would shuffle the morsel from one corner of the case to the other. During these times Singer stood very straight with his hands in his pockets and looked in another direction. He did not like to watch this little scene between the two Greeks. For, excepting drinking and a certain solitary secret pleasure, Antonapoulos loved to eat more than anything else in the world.

In the dusk the two mutes walked slowly home together. At home Singer was always talking to Antonapoulos. His hands shaped the words in a swift series of designs. His face was eager and his gray-green eyes sparkled brightly. With his thin, strong hands he told Antonapoulos all that had happened during the day.

Antonapoulos sat back lazily and looked at Singer. It was seldom that he ever moved his hands to speak at all—and then it was to say that he wanted to eat or to sleep or to drink. These three things he always said with the same vague, fumbling signs. At night, if he were not too drunk, he would kneel down before his bed and pray awhile. Then his plump hands shaped the words ‘Holy Jesus,’ or ‘God,’ or ‘Darling Mary.’ These were the only words Antonapoulos ever said. Singer never knew just how much his friend understood of all the things he told him. But it did not matter.“

 

 

 

mccullers
Carson McCullers (19 februari 1917 - 29 september 1967)

 

 

 

 

De Peuaanse schrijver Alfredo Bryce Echenique werd op 19 februari 1939 in Lima geboren. Zie ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Küss mich, du Idiot  (Vertaald door Matthias Strobel)

 

“Wie dem auch sei, in jener Nacht brachte kein Tropfen das Fass zum überlaufen, und ein äußerst netter, junger Diplomat aus El Salvador entlockte mit einer herrlichen Szene, deren Zeuge er am selben Abend geworden war, allen ein versöhnliches Lachen.
-----"Fernanda María de la Trinidad del Monte Montes, ein Name, wie er nur in unserer Heimat vorkommt, wie Sie noch sehen werden, Tochter aus gutem Hause, oh ja, aus der Hauptstadt, dem eigentlichen San Salvador, wie man so sagt, hatte kaum ein paar Tage zuvor in dem schicksten Internat von Lausanne ihren Schulabschluss gemacht, in fünf Sprachen und den besten Manieren, und wusste so unnütze Dinge wie, dass man ein Taxi so anhält."
-----Der Salvadorianer, der Rafael Dulanto hieß, stellte sich auf die linke Fußspitze, streckte Rumpf, Hals, Arm, Hand und linken Daumen fast bis zur Mitte einer so breiten wie imaginären Avenue und erklärte seine Ausführungen erst dann für beendet, als das Taxi vollständig zum Halten gekommen war und nun der Taxifahrer sich zu voller Länge streckte, um die Tür zur Rückbank zu öffnen, ganz so, wie man es Fernanda María de la Trinidad del Monte Montes in Lausanne beigebracht hatte.
----- "Und was macht das arme Mädchen, wenn ein Bus kommt oder eine U-Bahn", fragte ein altmodisch angehauchter Gast aus Honduras.

-----"Nun, sie ignorieren, was meinen Sie! Eine junge Dame, die eine Schule wie die Fernanda Marías durchlaufen hat, benutzt keine öffentlichen Massenverkehrsmittel, mein Herr."
----- "Verstehe, ja, verstehe schon, Rafael. Und verzeihen Sie die Sssstörung."
----- "Und das ist auch besser so", fuhr dieser fort, "denn was dann erst los wäre, wenn sie die benutzen würde. Du liebe Güte, was dann erst los wäre. Und werden Sie Zeuge dessen, meine Damen und Herren, was auch ich gesehen habe, mit meinen eigenen Augen, im Auftrag keines Geringeren als meines Herrn Boschafters."
----- Und dann ließ Rafael Dulanto die Geschichte vom Stapel, wie Fernanda María mit dem Zug in Paris ankam. Und selbst wenn Mía sagt, dass Rafael ein bisschen übertreibt, steht doch fest, dass sie noch heute rot wird, wenn sie sich an ihre erste Ankunft in Paris erinnert, eine einsame Seele, seit kurzem einen Schweizer Abschluss in der Tasche, der sie zu allem und zu nichts befähigte. Fernanda Mía stieg aus dem Zug, im Schlepptau den Träger ihrer zwei gewaltigen Koffer aus feinstem Schweinsleder, die allerdings wegen des vielen erblich bedingten Hin und Hers schon erste Ermüdungserscheinungen aufwiesen, rückte auf dem Bahnsteig vor, ohne auch nur einmal nach links oder rechts zu schauen, so wie sich das gehört, und machte erst wieder Halt, als sie bei der Touristeninformation angelangt war, mit dieser Selbstsicherheit, die einem nur besagte Erziehung verleihen kann.”

 

 

 

BryceEchenique
Alfredo Bryce Echenique (Lima, 19 februari 1939)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Björn Kuhligk werd geboren op 19 februari 1975 in Berlijn. Zie ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

 

 

Er hat seine Rituale

Er trinkt nach jedem guten Essen
einen Schwarzen mit Genickschuß
er pinkelt nur im Sitzen, wenn er
besoffen oder verliebt ist

in der Zeitung liest er vom Krieg
und bestimmt danach seine Kleidung
auf dem Weg zur Arbeit, zwischen Trasse
und Zäunen, kann er das Lama riechen

die letzte Geliebte warf eine Tasse
da stand sein Name drauf
ein Geschenk der Eltern
er ist der Idiot der Familie

er hat sein Schiff in der Flasche
die kann er schütteln oder auch nicht
er hat einen merkwürdigen Namen
und atmet zu flach, Gott steht ihm bei

 

 

 

 

Standortbestimmung

In dieser Einfaltskammer
aus diesem Blödsinnsbecher trinkend
und hier und jetzt auf dieser
herrgottsüberwinkelten Dorfstraße
unter diesem Himmel, diesem von Sternen gestanzten
auf diesem Entfernungsriff, auf dem ich
den Füßen, Händen nicht mehr traue
auf dieser Beklopptenrennbahn
behaupte ich Liebe und
nehm es nicht zurück

 

 

 

 

kuhligk
Björn Kuhligk (Berlijn, 19 februari 1975)

 

 

 

 

De Oostenrijkse schrijver Wolfgang Fritz werd geboren op 19. Februar 1947 in Innsbruck. Zie ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Das Bollwerk

 

“Die folgende Geschichte spielt in den frühen Siebzigerjahren des eben vergangenen Jahrhunderts. 1970 hatten die Sozialdemokraten, angeführt von einem großen Zauberer, auch unser Ministerium, ein Bollwerk der Konservativen, das noch nie in seiner Geschichte einen Roten an seiner Spitze gesehen hatte, erobert. Und da regierten sie nun, nach der Art einer Besatzungsmacht, misstrauisch beäugt von der angestammten Beamtenschaft.

Der neue Minister berief zuerst Dr. Birnstingl, den einzigen Roten, der sich in unsere tausendköpfige Belegschaft je verirrt hatte, zum Leiter seines Büros. Birnstingl war ein stiller Dulder, der zwanzig Jahre ohne jeglichen Karriereschritt mit Gelassenheit ertragen hatte. Als Chef der Kommandozentrale eines Ministers vermochte er sich jedoch nicht zu bewähren. Die Boshaften, und von denen kamen, wie sich denken las st, zwölf auf ein Dutzend, schlössen sogar mit dem Spruch „Wie die Birne, so der Stingl" vom Gscher auf den Herrn, was sich, zu ihrem Bedauern, als voreilig erwies.

Birnstingl hatte gleich in den ersten Wochen seiner Stabschefzeit den Dr. Tietze zu sich in das Ministerbüro nachgezogen, der bislang für einen strammen Konservativen gegolten hatte. Parteipolitisch aus dem Fenster gelehnt hatte er sich, zu seinem nunmehrigen Glück, jedoch nie. Dieser Tietze nun zeigte das für einen Kabinettschef erforderliche Geschick. So wurde Birnstingl bei erster Gelegenheit mit einer Abteilung belohnt, Tietze aber blieb Herr der Kommandozentrale. Als dann der neue Minister nach dem Abgang des alten Korn seinen ersten Sektionschef zu ernennen hatte, überging er den fachlich so glänzenden, wenn auch etwas arroganten Tschermak geradeso wie den verdienten Kutschera und den roten Birnstingl, und bestellte stattdes-sen den famosen Tietze.“

 

 

 

Wolfgang_Fritz
Wolfgang Fritz (Innsbruck, 19 februari 1947)

 

 

 

 

De Amerikaanse dichteres en schrijfster Kay Boyle werd geboren op 19 februari 1902 in Saint Paul, Minnesota. ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

 

In Defense of Homosexuality (Fragment)

 

II speak of it as a thing with a future

At present badly done by amateurs neglecting

An opportunity to be discriminating

 

It being an occupation in itself

It should not be confused with reticence

Or the perceptions of a shy man

Nor should it be segregated on a question of morality

 

To fit the part the incentive

Must be more than casual

Rather a weakness at the very roots

An appetite which leaves one flat, an inability

To get into the dirt, thread worms upon a hook,

Wash a floor clean; a vacancy

Which cannot read a page without a recognition

Of the symmetry of the thumb lying along it;

A similarity of gesture as professional as the whore’s

And to the tough taste as flavorless

The loyalties of such are more perishable

Than the curst of an egg

 

A dislike of sweat and odor, of blowing the nose,

Of raising children clears the emotions to the hem of the garment only.

(O how sacred is the hem of thy garment hem of they eyelid hem of they hem

O how sacred art thou to me thou delicate-veined thou wild boy.

Benvenuto swathed in silks the limbs of his fresh one his virgin

And the boy went among the women as a girl and made free with them

And then told them that he was with child

And the women did lay their compassionate hands upon his belly

And upon his limbs and upon the flesh of his thighs

In commiseration, and then were their hearts rended with sweet anguish

And with terror as the rod blossomed in their fingers.)

 

By incentive is meant that fidelity to purpose

Which determines one to hold a parasol

Over tomato plants to shield them from the elements.

I prefer a rabbit neatly killed (to serve a purpose not create one)

Who under the knife blade peels like a ripe fig

The skin while still warm ripped in a piece from the royal satin flesh

Which it has lipped with intimate tenacity

Such a caress is worth a generation of these indecisions

We are asked to accept as celebrations of a genuine passion

 

 

 

Kay_Boyle

Kay Boyle (19 februari 1902 – 27 december 1992)

Geschreven door Romenu om 20:20 Reageer op dit bericht

Yuri Olesha, André Breton, Paul Zech, Mark Prager Lindo, Heinrich L. Wagner

De Russische schrijver Yuri Olesha werd geboren op 19 februari 1899 in Elizavetgrad (nu Kirovohrad, Oekraïne). Zie ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: The Cherry Seed

 

„On Sunday, I was visiting Natasha at her dacha. There were three other guests: two girls and Boris Mikhailovich. The girls, along with Natasha's brother, Erast, set off to the river for a boat ride. We--that is to say, Natasha, Boris Mikailovich, and I--went into the forest. In the forest, we laid down in a glade, which was brightly lit by the sun. Natasha raised up her face, and suddenly her face seemed like a shining porcelain dish.
Natasha treats me like an equal. But Boris Mikhailovich she treats like an elder; she fawns on him. She understands that I don't like it, that I
envy
Boris Mikhailovich, and so she often takes me by the hand and, no matter what she says, turns to me to ask:
"Right, Fedya?"
As if to ask my forgiveness, not directly, but by some sideways route.
We started to talk about birds because, from the thicket, we heard the funny voice of a bird. I said that I've never seen, for example, a thrush and asked, "What is it like--a thrush?"
A bird flew out of the thicket. It flew across the glade and sat on an upright branch not far from our heads. It didn't sit, however, but stood on the wavering branch. It blinked. And I thought how ugly bird eyes are--no brow, but with strongly pronounced eyelids.
"What is that," I asked in a whisper. "A thrush? Is that a thrush?"
No on answers. I turned my back to them. My greedy gaze doesn't follow them. They delight in their solitude. I look at the bird. Glancing back, I see Boris Mikhailovich is stroking Natasha's cheek. His hand is thinking, "Let him look at the bird, the offended young man." I don't see the bird anymore. I am listening. I hear the sound of a kiss breaking. I don't turn around, but they are caught. They see that I flinched.
"Is that a thrush?" I ask.“


 

Olesha

Yuri Olesha (19 februari 1899 – 10 mei 1960)

 

 

 

 

De Franse dichter en essayist André Breton werd geboren in Tinchebray in het departement Orne op 19 februari 1896. Zie ook mijn blog van 18 februari 2007 en ook mijn blog van 18 februari 2008. en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

 

Pièce fausse

à Benjamin Péret

Du vase en cristal de bohème
Du vase en cris
Du vase en cris
Du vase en
En cristal
Du vase en cristal de bohême
Bohême
Bohême
Bohême
Hême hême oui bohême
Du vase en cristal de Bo Bo
Du vase en cristal de bohême
Aux bulles qu'enfant tu soufflais
Tu soufflais
Tu soufflais
Flais
Flais
Tu soufflais
Qu'enfant tu soufflais
Du vase en cristal de bohême
Aux bulles qu'enfant tu soufflais
Tu soufflais
Tu soufflais
oui qu'enfant tu soufflais
C'est là c'est là tout le poème
Aube éphé
Aube éphé
Aube éphémère de reflets
Aube éphé
Aube éphé
Aube éphémère de reflets

 

 

 

 

Breton

André Breton (19 februari 1896 – 28 september 1966)

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Paul Zech werd geboren op 19 februari 1881 in Briesen. Zie ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

 

Nächtlicher Marktplatz

  

Der grelle Strahl verzierter Kandelaber

schlägt breit auf das verregnete Gestein.

Vorm Wachtturm halten in zwei graden Reihn

kopfhängerisch die dürren Droschkentraber.

 

Schlafäugig schaun viel Fenster in das Blinken

der Lichter auf dem Brunnen von Porphyr.

Ein schwarzer Wächter huscht von Tür zu Tür

und prüft das Riegelwerk verstaubter Klinken.

 

Ein hagres Weib, geputzt und frech geschminkt,

hockt regungslos wie eine Spinne

im Dunkel eines Tors und spannt die Sinne,

 

bis einer, dem Gelüste das Blut zerwühlen,

das süße Gift mit Zartgefühlen

von ihren hartzerbissnen Lippen trinkt.

 

 

 

 

paul_zech

Paul Zech (19 februari 1881 – 7 september 1946)

 

 

 

 

De Nederlandse schrijver Mark Prager Lindo, beter bekend als Den Ouden Heer Smits werd geboren in Londen op 19 februari 1819. Zie ook mijn blog van 19 februari 2007 en ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Losse schetsen in en om Parijs, in den zomer van 1852.

 

„Eerst als men Brussel verlaten heeft, kan men zich verbeelden op reis te zijn. In de Belgische hoofdstad is de Nederlander evenzeer te huis als in Den Haag - wellicht omdat hij aldaar ook zoo veel slecht Fransch hoort babbelen, - en slechts als men aan het station zijn vijf en dertig frank en eenige centimes betaald heeft, begint men te beseffen, dat men zijn vaderland verlaten heeft.

Dit valt vooral op, als men de Belgische stationsgebouwen met die in Nederland vergelijkt. Doorgaans zijn ze in België veel onaanzienlijker en vuiler in uiterlijk; oneindig slechter afgewerkt, vooral wat hout en verf aangaat, oneindig kwistiger in het gebruik van steen voor pilaren en façades. De wachtkamers kunnen ook de vergelijking niet uithouden met die in Nederland; noch wat grootte, noch wat ameublement betreft, zijn ze iets beter dan de meeste vertrekken van denzelfden aard langs de Duitsche spoorwegen, en hetzelfde gebrek aan zindelijkheid heerscht in België als in het (ten dien opzichte) éénige Duitschland. Het is echter eene aangename vergoeding voor het gemis eener weelderig ingerichte zaal, die men in den regel slechts voor weinige minuten gebruikt, te ondervinden, dat ze niet gesloten blijft voor het publiek, zooals in Frankrijk en Nederland het geval is, en dat men een weggaanden vriend, evenals in Engeland, tot het oogenblik van zijn vertrek vergezellen en gerust met hem kan blijven praten, totdat hij plaats neemt in den wagen.“

 

 

 

Lindo

Mark Prager Lindo  (19 februari 1819 - Den Haag, 9 maart 1877)

 

 

 

 

De Duitse schrijver Heinrich Leopold Wagner werd geboren op 19 februari 1747 in Straatsburg. Zie ook mijn blog van 19 februari 2009.

 

Uit: Die Kindermörderin

„(Ein schlechtes Zimmer im Wirthshaus zum gelben Kreutz: die Art, wie es meubliret seyn muß, ist aus dem Akt selbst zu ersehn: auf der Seite eine Thüre, die in eine Nebenkammer fährt. Lieutenant von Gröningseck führt Frau Humbrecht an der Hand herein. Evchen ihre Tochter geht hinterdrein: die Frauenzimmer haben Domino, Er eine Wildschur an, alle noch ihre Masken vor.)

Marianel. (setzt ein Licht auf den Tisch, im Abgehn.) Sie haben schon befohlen? (Lieutenant winkt ja, Magd ab.)

Fr. Humbrecht. (die Maske vom Gesicht ziehend.) Herr Hauptmann! sie stehn mir doch –

v. Gröningseck(wirft Wildschur, Maske und Hut hin.) Für alles, liebe Frau Humbrecht! für alles! – Ein Mäulchen, Kleine! das ist Ballrecht: (zieht Evchen die Maske auch ab) sey doch nicht so kleinstädtisch; ein Mäulchen! sag ich: (küßt sie; zur Mutter) Noch aber bin ich nicht Hauptmann, und ich laß mich nicht gern mehr schelten, als ich bin.

Fr. Humbrecht(verneigt sich) Wie sie befehlen: sie stehn mir doch, Herr Major –

v. Gröningseck. Bravo! bravo! immer besser! ha ha ha!

Evchen. Ey, Mutter, stell sie sich doch nicht so artig; Major ist ja noch mehr als Hauptmann, sie weiß ja gar nichts. – Der Herr Lieutenant wohnt schon einen ganzen Monat bey uns –

v. Gröningseck. Einen Monat und drey Tage, mein Kind! ich hab jede Minute gezählt.

Evchen. Denk doch! ist ihnen die Zeit so lang geworden.

v. Gröningseck. Noch nicht! aber bald möchte sie mirs werden, wenn du nicht –„

 

 

 

Hein_Wagner
Heinrich Leopold Wagner (19 februari 1747 – 4 maart 1779)

Geschreven door Romenu om 20:14 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten