Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 6 mei 2010 tot 7 mei 2010

Willem Elschot, Volker Braun, Robert Browning, Archibald MacLeish

De Vlaamse schrijver en dichter  Willem Elsschot  werd in Antwerpen geboren op 7 mei 1882. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008.

 

 

De Klacht van den Oude

 

Ik word aan 't oud zijn niet gewend.

De lichtelaaie die 'k heb gekend

zit nog te diep in mijne knoken

en blijft mij dag en nacht bestoken.

 

Mij beetren heb ik steeds gewild,

en menig, menig uur verspild

aan op te zien naar ginder boven,

aan bidden leeren en gelooven.

 

Helaas, ik schaam mij en beken

dat ik wel diep verdorven ben.

Want God en Ziel en andere dingen

waarvoor de menschen psalmen zingen,

 

Geweten, Vaderland in nood,

de Sterrenhemel en de Dood,

het wil, het wil tot mij niet spreken,

wat ik ook tracht het ijs te breken.

 

Maar waar ik wèl toe ben bereid,

dat is voor elke jonge meid

zooals er honderdduizend loopen,

de kleeren van mijn lijf verkoopen

 

en heel mijn huis en heel mijn vrouw.

Ik zou het doen, en geen berouw

zou in mijn oogen staan te lezen,

en 't zou nochtans een misdaad wezen.

 

Wanneer ik langs de huizen trek

loert men mij na, als ware ik gek,

alsof mijn plannen en mijn zonden

op mijnen rug te lezen stonden.

 

Ik ben een schurk, ik ben een hond,

geen rustplaats waard in heil'gen grond,

en 'k wil een hoog rantsoen betalen

voor elken bundel zonnestralen:

 

Maar laat mij doen met eigen vuur

wat ik verkies, zoolang ik duur.

En plaag ons niet: mij arme stakker,

en Satanlief, mijn laatste makker.

 

 

 

 

Elsschot

Willem Elsschot (7 mei 1882 – 31 mei 1960)

Standbeeld in Antwerpen 

 

 

 

 

De Duitse dichter en schrijver Volker Braun werd geboren op 7 mei 1939 in Dresden. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007.

 

 

O Chicago! O Widerspruch!

 

O CHICAGO! O WIDERSPRUCH!

Brecht, ist Ihnen die Zigarre ausgegangen?

Bei den Erdbeben, die wir hervorriefen

In den auf Sand gebauten Staaten.

Der Sozialismus geht, und Johnny Walker kommt.

Ich kann ihn nicht an den Gedanken festhalten

Die ohnehin ausfallen. Die warmen Straßen

Des Oktobers sind die kalten Wege

Der Wirtschaft, Horatio. Ich schiebe den Gum in die Backe

Es ist gekommen, das nicht Nennenswerte.

 

 

 

Das Eigentum

 

Da bin ich noch: mein Land geht in den Westen.

KRIEG DEN HÜTTEN FRIEDE DEN PALÄSTEN

Ich selber habe ihm den Tritt versetzt.

Es wirft sich weg und seine magre Zierde.

Dem Winter folgt der Sommer der Begierde.

Und ich kann bleiben wo der Pfeffer wächst.

Und unverständlich wird mein ganzer Text.

Was ich niemals besaß, wird mir entrissen.

Was ich nicht lebte, werd ich ewig missen.

Die Hoffnung lag im Weg wie eine Falle.

Mein Eigentum, jetzt habt ihrs auf der Kralle.

Wann sag ich wieder mein und meine alle.

 

 

 

 

VolkerBraun
Volker Braun (Dresden, 7 mei 1939)

 

 

 

 

De Engelse dichter en schrijver Robert Browning werd geboren op 7 mei 1812 in Londen.

 

 

The Guardian-Angel

 

A PICTURE AT FANO.

 

I.

 

Dear and great Angel, wouldst thou only leave

That child, when thou hast done with him, for me!

Let me sit all the day here, that when eve

Shall find performed thy special ministry,

And time come for departure, thou, suspending

Thy flight, mayst see another child for tending,

Another still, to quiet and retrieve.

 

II.

 

Then I shall feel thee step one step, no more,

From where thou standest now, to where I gaze,

---And suddenly my head is covered o'er

With those wings, white above the child who prays

Now on that tomb---and I shall feel thee guarding

Me, out of all the world; for me, discarding

Yon heaven thy home, that waits and opes its door.

 

III.

 

I would not look up thither past thy head

Because the door opes, like that child, I know,

For I should have thy gracious face instead,

Thou bird of God! And wilt thou bend me low

Like him, and lay, like his, my hands together,

And lift them up to pray, and gently tether

Me, as thy lamb there, with thy garment's spread?

 

IV.

 

If this was ever granted, I would rest

My bead beneath thine, while thy healing hands

Close-covered both my eyes beside thy breast,

Pressing the brain, which too much thought expands,

Back to its proper size again, and smoothing

Distortion down till every nerve had soothing,

And all lay quiet, happy and suppressed.

 

V.

 

How soon all worldly wrong would be repaired!

I think how I should view the earth and skies

And sea, when once again my brow was bared

After thy healing, with such different eyes.

O world, as God has made it! All is beauty:

And knowing this, is love, and love is duty.

What further may be sought for or declared?

 

VI.

 

Guercino drew this angel I saw teach

(Alfred, dear friend!)---that little child to pray,

Holding the little hands up, each to each

Pressed gently,---with his own head turned away

Over the earth where so much lay before him

Of work to do, though heaven was opening o'er him,

And he was left at Fano by the beach.

 

VII.

 

We were at Fano, and three times we went

To sit and see him in his chapel there,

And drink his beauty to our soul's content

---My angel with me too: and since I care

For dear Guercino's fame (to which in power

And glory comes this picture for a dower,

Fraught with a pathos so magnificent)---

 

VIII.

 

And since he did not work thus earnestly

At all times, and has else endured some wrong---

I took one thought his picture struck from me,

And spread it out, translating it to song.

My love is here. Where are you, dear old friend?

How rolls the Wairoa at your world's far end?

This is Ancona, yonder is the sea.

 

 

 

 

Browning
Robert Browning (7 mei 1812 – 12 december 1889)

Portret door Thomas Buchanan Read, 1853

 

 

 

De Amerikaanse dichter en politicus Archibald MacLeish werd geboren op 7 mei 1892 in Glencoe, Illinois.

 

 

Before March 

 

THE gull's image and the gull

Meet upon the water

All day I have thought of her

There is nothing left of that year

(There is sere-grass

Salt colored)

We have annulled it with

Salt

We have galled it clean to the clay with that one autumn

The hedge-rows keep the rubbish and the leaves

There is nothing left of that year in our lives but the leaves of it

As though it had not been at all

As though the love the love and the life altered

Even ourselves are as strangers in these thoughts

Why should I weep for this?

What have I brought her?

Of sorrow of sorrow of sorrow her heart full

The gull

Meets with his image on the winter water.

 

 

 

 

Broken Promise 

 

THAT was by the door

Leafy evening in the apple trees

And you would not forget this anymore

And even if you died there would be these

Touchings remembered

and you would return

From any bourne from any shore

To find the evening in these leaves

To find my arms beside this door...

I think O my not now Ophelia

There are not always (like a moon)

Rememberings afterward

(I think there are

Sometimes a few strange stars upon the sky.)

 

 

 

 

MacLeish
Archibald MacLeish (7 mei 1892 – 20 april 1982)

 


Zie voor de vier bovenstaande schrijvers ook
mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008 en ook mijn blog van 7 mei 2009.

Geschreven door Romenu om 20:14 Reageer op dit bericht

Rabindranath Tagore, Stanisław Przybyszewski, Joseph Joubert, Karl Gustav Vollmõller, A. E. W. Mason, Therese Huber

De Bengaalse dichter en schrijver Rabindranath Tagore werd op 7 mei 1861 in Calcutta (tegenwoordig: Kolkata) geboren.

 

 

 

De banden zijn weerspannig

 

De banden zijn weerspannig,

maar mijn hart doet pijn als ik hen tracht te breken.

Vrijheid is al wat ik begeer,

maar ik schaam mij naar haar uit te zien.

Ik weet zeker dat Gij onschatbare weelde hebt,

dat Gij mijn beste Vriend zijt, en toch heb ik het hart niet

de rommel weg te vagen die mijn kamer vult.

De wade die mij dekt is een wade van stof en dood;

ik haat haar en toch omklem ik haar tederlijk.

Mijn schulden zijn vele, mijn dwalingen groot,

mijn schande is heimelijk en zwaar;

en toch, als ik kom vragen om wat er goed aan mij is,

dan beef ik van vrees dat mijn bede zal worden verhoord.

 

 

 

 

Baby's World 

 

I wish I could take a quiet corner in the heart of my baby's very

own world.

I know it has stars that talk to him, and a sky that stoops

down to his face to amuse him with its silly clouds and rainbows.

Those who make believe to be dumb, and look as if they never

could move, come creeping to his window with their stories and with

trays crowded with bright toys.

I wish I could travel by the road that crosses baby's mind,

and out beyond all bounds;

Where messengers run errands for no cause between the kingdoms

of kings of no history;

Where Reason makes kites of her laws and flies them, the Truth

sets Fact free from its fetters.

 

 

 

 

tagore
Rabindranath Tagore (7 mei 1861 – 7 augustus 1941)

 

 

 

 

 

De Poolse dichter en schrijver Stanisław Przybyszewski werd geboren op 7 mei 1868 in Łojewo.

 

Uit: Totenmesse

 

„Einen von den Unbekannten, von den im Dunklen und in Vergessenheit lebenden »Certains« führe ich hier vor.

Er ist Einer von denen, die auf dem Wege hinknicken, wie kranke Blumen, – Einer von dem aristokratischen Geschlechte des neuen Geistes, die an übermäßiger Verfeinerung und allzu üppiger Gehirnentwicklung zu Grunde gehen.

Wie ich in der Serie »Zur Psychologie des Individuums« durchaus keine Kritiken schreiben wollte, sondern einzig und allein die jüngste Evolutionsphase des menschlichen Gehirnes zu untersuchen beabsichtigte, ihre feinen und feinsten Wurzelfasern zu beschreiben, ihre Zusammensetzung zu analysieren, ein Totalitätsbild dessen zu geben, was noch unklar und verschwommen, nichtsdestoweniger immer energischer in den verschiedensten Äußerungen des modernen Lebens sich kundgibt: so auch in dieser Erzählung.

Es sind zumeist nur feine Spuren, die sich bis jetzt verfolgen lassen, zumeist nur Schattenstreifen, die eine Monomanie, eine Psychose in die Zukunft wirft; aber das sind die geknickten Zweige in der finsteren Wildnis, die zur vorläufigen Orientierung genügen.

Man erschrecke nicht vor den Neurosen, die am Ende doch den Weg bezeichnen, den die fortschreitende Entwicklung des menschlichen Geistes einzuschlagen scheint. In der Medizin hat man sich schon längst abgewöhnt, beispielshalber die Neurasthenie als eine Krankheit zu betrachten; sie scheint vielmehr die neueste und absolut notwendige Evolutionsphase zu sein, in der das Gehirn leistungsfähiger und vermöge der weit größeren Empfindlichkeit viel ausgiebiger wird.

Wenn auch die Neurose vorläufig noch tief den Organismus schädigt, so ist das weiter nicht schlimm. Gegen das Gehirn ist die sonstige körperliche Entwicklung zurückgeblieben, aber es dauert nicht lange: der Körper wird sich anpassen, das wunderbare Selbststeuerungsgesetz wird in Funktion treten, und was heute neurasthenisch heißt, wird sich morgen die höchste Gesundheit nennen.“

 

 

 

Przybyszewski

Stanisław Przybyszewski (7 mei 1868 – 23 november 1927)

 

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 7 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2008 en ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

 

 

 

De Duitse schrijver Karl Gustav Vollmõller werd geboren op 7 mei 1878 in Stuttgart.

 

 

ZWIEGESPRÄCH (Fragment)

 

I

Ur-Nacht, die alles gebar,
Ur-Ding, das keiner erschaut,
Ur-Nichts, das blinzelnd liegt,

Hinter allem was wird und was war,
Vor dem selbst den Ewigen graut:
Ur-Dummheit, die alles besiegt.

Denkt der Mensch oder wird er gedacht –
Sind wir Stoff, der zu Geist sich versann,
Sind wir Geist, der zu Stoff sich verleibt,
Sind wir Herrn oder Sklaven der Macht,
Die uns peitscht und uns peinigt und treibt

Und uns paart und gepaart uns verlacht,
Weil, was einzeln in Schmerzen begann
Und schmerzlich in Schmerzen zerrann,
So als ewiges Erbe verbleibt,
Schmerz-Erbteil Aller verbleibt...

Ja wer ists der dies Spiel mit uns spielt,
Wo als Preis doch Vernichtung nur winkt:
Ekles Spiel um geliehene Zeit,
Niedres Würfeln um kärgliche Zeit,

Da schon Tod in die Karten uns schielt,
Da schon draußen das Henkerbeil blinkt —
Und die Karten sind alle gezinkt,
Alle Würfel sind falsch und gebleit.

 

 

 

 

Vollmöller
Karl Gustav Vollmõller (7 mei 1878 – 18 okrober 1948)

 

 

 

 

 

De Britse schrijver Alfred Edward Woodley Mason werd geboren op 7 mei 1865 in Londen.

 

Uit: The Four Feathers

 

„Yes," said Sutch. "She had imagination. Her thoughts could people them."

General Feversham glanced at his companion as though he hardly understood. But he asked no questions. What he did not understand he habitually let slip from his mind as not worth comprehension. He spoke at once upon a different topic.

"There will be a leaf out of our table to-night."

"Yes. Collins, Barberton, and Vaughan went this winter. Well, we are all permanently shelved upon the world's half-pay list as it is. The obituary column is just the last formality which gazettes us out of the Service altogether," and Sutch stretched out and eased his crippled leg, which fourteen years ago that day had been crushed and twisted in the fall of a scaling-ladder.

"I am glad that you came before the others," continued Feversham. "I would like to take your opinion. This day is more to me than the anniversary of our attack upon the Redan. At the very moment when we were standing under arms in the dark -- "

"To the west of the quarries, I remember," interrupted Sutch, with a deep breath. "How should one forget?"

"At that very moment Harry was born in this house. I thought, therefore, that if you did not object he might join us to-night. He happens to be at home. He will, of course, enter the service, and he might learn something, perhaps, which afterwards will be of use -- one never knows."

"By all means," said Sutch, with alacrity. For since his visits to General Feversham were limited to the occasion of these anniversary dinners, he had never yet seen Harry Feversham.

Sutch had for many years been puzzled as to the qualities in General Feversham which had attracted Muriel Graham, a woman as remarkable for the refinement of her intellect as for the beauty of her person; and he could never find an explanation. He had to be content with his knowledge that for some mysterious reason she had married this man so much older than herself, and so unlike to her in character. Personal courage and an indomitable self-confidence were the chief, indeed the only qualities which sprang to light in General Feversham. Lieutenant Sutch went back in thought over twenty years as he sat on his garden-chair to a time before he had taken part, as an officer of the Naval Brigade, in that unsuccessful onslaught on the Redan.“

 

 

 

Mason
A. E. W. Mason (7 mei 1865 – 22 november 1948)

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

 

 

 

De Franse schrijver en essayist Joseph Joubert werd geboren in Montignac op 7 mei 1754. Zie ook mijn blog van 7 mei 2007 en en ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

Uit: Le repos dans la lumière

 

“Été 1783

«Qui m'expliquera (dit Mercier) pourquoi toutes les personnes appliquées spécialement à guérir les plaies, à soigner les maladies et qui vivent avec les êtres souffrants, ont pour les plaisirs des sens un penchant beaucoup plus vif que celui qui anime les autres hommes ?»

 

Août 1783.

On voit par le bas de leurs jambes qu'elles aimeraient à montrer tout ce qu'elles ont de beau. Et ce plaisir de montrer sa beauté est naturel surtout aux femmes dont les formes sont plus belles que le visage. Etc.

 

Une fille qui se montre nue aux yeux de son amant ne blesse pourtant en cela la pudeur publique.

 

1. Un effet infaillible du secret et du mystère est dans ce cas d'inspirer de la retenue même à l'imagination de son amant, si son amant a le coeur délicat.

 

2. Il ne se dira ni dans ce moment, ni dans les moments qui suivront : «C'est ainsi que les autres sont faites.» Ce serait, en quelque sorte, donner des témoins à des plaisirs dont la solitude augmente le prix, se distraire d'une volupté qui exige le recueillement, et trahir la confiance de sa maîtresse en la traduisant ainsi dans son esprit devant tout son sexe, etc.”

 

 

 

Joubert
Joseph Joubert (7 mei 1754 - 4 mei 1824)

 

 

 

 

De Duitse schrijfster Therese Huber werd geboren als Marie Therese Heyne op 7 mei 1764 in Göttingen. Zie en ook mijn blog van 7 mei 2009.

 

Uit: Die Familie Seldorf

 

Im Frühling des Jahres 1784. kam zu Saumür in der ehemaligen Provinz Poitou, ein ältlicher Mann an, der, nach seiner Kleidung zu urtheilen, ein Seeoffizier von ansehnlichem Rang seyn mußte. Er war von seinen Kindern begleitet: einem Sohn und einer Tochter von neun bis dreyzehn Jahren, und einer zweiten Tochter, die noch in der frühesten Kindheit war. Die Kinder trugen tiefe Trauer um ihre vor kurzem verstorbene Mutter, aber weiter konnte die Neugier der Wirthsleute in dem wenig besuchten Gasthofe anfangs nichts erfahren; denn die beiden Bedienten des Fremden, ein junger Bursche aus der Gegend von Saumür selbst, der zufällig ganz kurze Zeit vorher nach Paris gewandert war, um dort Dienste zu suchen, und eine Kinderwärterin, waren nur gerade vor der[2] Abreise des Fremden aus der Hauptstadt von ihm angenommen worden, und wußten wenig mehr von ihrem neuen Herrn, als daß er seinem Namen nach zu urtheilen – er hieß Seldorf – kein geborner Franzos seyn müßte, im amerikanischen Kriege gedient hätte, und mit einem zerschmetterten Arm zurükgekommen wäre. Er äusserte indessen bald, daß er sich einige Zeit in der Stadt aufzuhalten gedächte; und sobald er seinen Kindern, für welche er die gröste Sorgsamkeit zu haben schien, alle Bequemlichkeiten verschafft hatte, die bei der Beschaffenheit des Hauses zu erlangen waren, erkundigte er sich bei dem Wirth, ob in diesem Strich nicht irgend ein gut gelegenes Landgut, von mässigem Umfang, zu kaufen seyn sollte. Es fand sich, daß dieser durch einen kleinen Weinhandel mit mehrern Herrschaften in Verbindung stand, und Leute in der Stadt kannte, die mit Aufträgen zu dergleichen Geschäften [3] versehen waren. Seldorf nahm auf den folgenden Tag Abrede mit ihm, einige Gänge zu diesen Leuten zu thun, und kehrte hierauf zu seinen Kindern zurük.

Er fand Sara, seine Aelteste, ein sanftes Geschöpf von neun Jahren, neben der Kinderwärterin knieen, und ihr Schwesterchen, das ein heftiges Fieber zu haben schien, liebkosend trösten, indeß der Knabe an einem Fenster stand, und mit grossen ernsten Augen auf die Gruppe blikte.”

 

 

 

Huber
Therese Huber (7 mei 1764 – 15 juni 1829)

Scherenschnitt door Luise Duttenhofer

Geschreven door Romenu om 20:10 Reageer op dit bericht

Willem Kloos, Ariel Dorfman, Erich Fried

De Nederlandse dichter en schrijver Willem Kloos werd geboren in Amsterdam op 6 mei 1859. Zie ook mijn blog van 6 mei 2009. en mijn blog van 6 mei 2008 en ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 7 mei 2006.

 

 

O, de begeerte naar genieten machtig

 

O, de begeerte naar genieten machtig
Dreunt door mijn trotse lichaam als een hamer,
Kloppende-òp uit haar donker-kille kamer
Wellust, die sliep, op 't wekkings-uur aandachtig.

O, - genieten, ineengestrengeld prachtig,
Dromend zo schoon met aangenaam gestamer,
Even tussen kus en kus, àl eenzamer
Nachten gesmacht, een bange droom, gedachtig.

Droom-schone dood en onsterfelijk verlangen,
Pracht van te vatte' en te voele' in vaste armen
Schoonheid, gedrukt aan 't luid-bewogen harte, -

Pracht van elkaar al vlammende te omvangen,
Zaligheid doende in sprakeloos erbarmen,
Zaligheid zelve in de opvlucht aller smarte.

 

 

 

 

O Herders-knaap

 

O Herders-knaap, die bliest op zoete fluitjes,
Wie zijt gij wel, wie meent gij wel te wezen:
Een van die dichter-vorsten, die vóór deze
Zongen hoog uit, niet zoekend naar geluidjes,

Maar zich-zelf voelend in diep-innig vrezen
Voor hun-zelfs grootheid, op 't gelaat der luidjes,
Daarom-heen luistrend, heerlijk staand te lezen?
Gij rijmertje achter uwe spiegel-ruitjes, -

Gij allen, prinsjes, die u-zelf monarch waant
Om een hand-voll'tje nauw-artistisch snood-zijn,
- 'k Zeg hier iets wat gij ganslijk nog niet argwaant -

't Gaat nu pas aan, gij laffe dekadentjes,
Laat andren werken in hun eenzaam groot-zijn,
Maar gaat zelf zoetlijk leven van uw rentjes.

 

 

 

 

Ik lag alleen

 

Ik lag en weende om dromen, die vervlogen
Als kussen van een mond, nu koud en bleek,
En dat de godheid mijner ziele bleek
Stof als ik zelf en al mijn liefde logen.

Toen ’s levens zware sluier scheurde en week
En eindloos licht sloeg me in de ontluikende ogen,
Waaruit Hijzelf mij daagde, die gebogen
Voor de aâm der eeuwigheid als riet bezweek.

Maar liefdevol, bij ’t lofgeruis der snaren,
Hief mij Zijn hand in ’t eeuwigvolgend koor
En ‘k zag dat allen als zijn dienaars waren:

Zij zijn bereid; Hij treedt hen heerlijk voor,
Die naar zijn godengang bewondrend staren
En zingen schrijden in zijn glanzend spoor.

 

 

 

 

Willem Kloos
Willem Kloos  (6 mei 1859 – 31 maart 1938)

 

 

 

 

De Chileens-Amerikaanse toneelschrijver, essayist, dichter, novellist, cartoonist Ariel Dorfman werd op 6 mei 1942 in Buenos Aires geboren.

 

Uit: Burning City

 

„Heller thought the entire world was going to melt that summer.
It was the Fourth of July and all of Manhattan was sweating. It was coming out of the streets, buildings, faucets; even the Hudson River could be heard for miles, begging for a drink, something to keep it cool. Radios reported the weather out of habit. Sleeping couples woke up to damp sheets. Construction workers went without their shirts and stockbrokers loosened their ties with quiet envy. Tourists complained, ice-cream vendors smiled, and mercury climbed steadily up tired thermometers.
Heller Highland saw all of this, and that which he couldn't see he simply knew. School had been out for just over a month. He sat on the roof of his building and kept his eyes on the sky, due southeast. Glass of water in his left hand, ice already dissolved, even in the cool of the evening. Airplane lights traveled past, left and right, fireflies of the twentieth century--
Twenty-first century, Heller corrected himself silently. It's two thousand and one; twenty-first century. . . .
He took a sip of water. Waited for the fireworks to start.
Independence Day.
There was no American flag in his right hand. Just a telegram. No red, white, or blue. Just an elegantly embossed message on an ambiguously light green card; 4 x 8. Heller was barely aware he was holding it. Just watched the sky. An unchanging Manhattan skyline. The sounds of the city kept him company. The distant blast of traffic, pedestrians, and the hum of a thousand air conditioners and fans, all in the same key.
A breeze managed to find its way into the city, and Heller's blond hair lifted itself, thankful. Heller smiled. He stopped. Smiled again, stopped, smiled, bit his lip and stopped. A few seconds later the wind died down, and Heller was left in his chair, on his roof, in his city of millions.
"Fireworks are late," came a voice behind him.
Heller didn't turn around. "Any minute now, I'm sure."
His grandfather, Eric, walked up next to him, stood for a while, glanced down.
"Telegram?"
"Yes."
"Soft Tidings?"

 

 

 

 

Ariel-Dorfman
Ariel Dorfman (Buenos Aires, 6 mei 1942)

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter, schrijver, essayist en vertaler Erich Fried werd geboren op 6 mei 1921 in Wenen.

 

 

Halten

 

Halten - das heißt

nicht weiter - nicht näher - nicht einen Schritt

Oder heißt Schritthalten

Oder ein Versprechen - mein Wort

Oder Rückschau

Halten - dich

Mich zurück - den Atem an - mich an dich

Dich fest

Aber nicht

Dir etwas vorenthalten

Halten - dich in den Armen

In Gedanken - im Traum - im Wachen

Dich hochhalten

gegen das Dunkel

des Abends - der Zeit - der Angst

Halten - dein Haar mit zwei Fingern

deine Schultern - dein Knie - deinen Fuß

Sonst nichts mehr halten

keinen Trumpf

keine Reden

keinen Stecken und Stab

und keine Münze im Mund

 

 

 

 

Sucht

 

ich wünsche manchmal
ich könnte
mich an dir sattküssen
aber dann müßte ich sterben
vor Hunger nach dir
denn je mehr ich dich küsse
desto mehr muß ich dich küssen
Die Küsse nähren nicht mich
nur meinen Hunger

 

 

 

 

Drei Unmöglichkeiten nach 1945

 

Ein Leben der Wahrheit
wäre zu kurz
für die Schilderung

 

Ein Leben der Lüge
wäre zu kurz
für die Milderung

 

Ein Leben aus Wahrheit
und Lüge
bringt neue Verwilderung

 

 

 

 

erich_fried

Erich Fried (6 mei 1921 – 22 november 1988)

 

 

 

Zie voor de twee bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2008 en ook mijn blog van 6 mei 2009.

Zie voor nog meer schrijvers van de 6e mei ook mijn drie vorige blogs van vandaag.

Geschreven door Romenu om 20:27 Reageer op dit bericht

Yasushi Inoue, Harry Martinson, Carl Ludwig Börne

De Japanse schrijver Yasushi Inoue werd geboren op 6 mei 1907 in Asahikawa. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2009.

 

Uit: Lou-Lan and Other Stories (Vertaald door Edward Seidensticker)

 

„The next morning the soldiers of Charkhlik heard a strange howling. The wind had risen again, but it was not the wind they heard. It was a sound that came through the wind.

The young leader ordered a soldier to a tower. Just then the first arrow hit the side of a building and fell into the street. It was a long arrow, and after it a shower of arrows fell upon the stone paving. They came from a considerable distance, but it was not possible to determine the direction. Blown by the fierce wind, they struck the ground almost horizontally. The soldier came down from the tower. The air was black with sand, and he had been able to see nothing. The leader himself went up the tower, but it was as the man had said.

The wind howled through a sky dark as night, and with it came that other sound--the angry howling of Lop Nor. The leader would probably have seen it the day before if he had gone a little farther.

He came down from the tower. The rain of arrows was heavier and the strange noise seemed nearer. He marched his men toward the gate, since they would be at a disadvantage fighting a large enemy within the walls. They were not quite fast enough, however. At the guardhouse they came upon a strangely clad troop making its way in. The soldiers of Charkhlik faced the enemy there inside the gate. Each with a long sword in hand, the men of the strangely clad troop feinted and lunged at them.

The soldiers of Charkhlik answered with their long spears. Sand began to descend on the battlefield like a waterfall. Both sides had to stop fighting. They could not keep their eyes open, and the sand penetrated the smallest holes in their armor.

The wind grew yet fiercer and the sand yet thicker. The sun was hidden, and the fighters could hardly make one another out.

The young leader had finally pushed his way through the gate with a number of followers. They could go no farther. The sandstorm was even worse than within the city. The soldiers of Charkhlik one by one joined their leader, and the band lay huddled against the wall. With them were a number of enemy soldiers who had been unable to go inside. The neighing of hundreds of ponies and the crying of camels came through the howling wind and waves.“

 

 

 

Inoue
Yasushi Inoue (6 mei 1907 – 29 januari 1991)

 

 

 

 

De Zweedse dichter en schrijver Harry Martinson werd geboren op 6 mei 1904 in Jämshög in het zuidoosten van Zweden. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2008 en ook mijn blog van 6 mei 2009.

 

 

Li Ti's Advice

 

If you own two coppers, said Li-Ti on a journey,
buy one loaf of bread and one blossom.
The bread is there to fill you
The blossom you buy is to tell you
that life is worth the living.

 

 

 

Vertaald door Stephen Klass

 

 

 

Dusk in the Country

 

The riddle silently sees its image. It spins evening
among the motionless reeds.
There is a frailty no one notices
there, in the web of grass.

Silent cattle stare with green eyes.
They mosey in evening calm down to the water.
And the lake holds its immense spoon
up to all the mouths.

 

 

 

Power

 

The engineer sits by the big wheel,
all through the June night, reading.
The power station mumbles introverted in the turbines,
its leafy, embedded heart beats calm and strong.
The timid birch stands tall by the concrete mouth of the dam;
not a leaf quivers.
The hedgehog slobbers along the river bank.

The guard's cat listens hungrily to birdsong.
And the power whistles away along a hundred miles of wire
before it suddenly rumbles down into the braggart cities.

 


Vertaald doorRobert Bly

 

 

 

 

harrymartinson

Harry Martinson (6 mei 1904 – 11 februari 1978)

 

 

 

 

De Duitse schrijver,  journalist en criticus Carl Ludwig Börne werd in Frankfurt geboren als Juda Löb Baruch op 6 mei 1786. Zie ook mijn blog van 6 mei 2009.

 

Uit: Über das Schmollen der Weiber

 

„Meine ehemalige Braut nannte ich, wie es bei allen kultivierten Völkern Sitte ist, einen Engel; meine jetzige Frau nenne ich, wenn ich böse auf sie bin, einen gefallenen Engel, ist das Ehewetter aber heiter, einen gestutzten. »Warum gestutzter?« fragte mich Wilhelmine, als ich mich zum ersten Male dieses Ausdrucks bediente. Ich ward verlegen; denn ich hatte mich noch nicht zu verstellen gelernt, ich wußte noch nicht, wie gut in der Ehe oft das Lügen sei und wie ohne diesen Lichtschirm der Wahrheit rote Augen noch häufiger wären. »Teure Wilhelmine!« sagte ich, indem ich ihr ein Stückchen Zucker, den sie sehr liebt, in den Purpurmund steckte, »liebes Vögelchen, müßte ich nicht zittern für mein Glück, wenn deine Engelsflügel nicht etwas gestutzt wären? Müßte ich nicht fürchten, du entflattertest!« ... und flögest den Himmel hinauf, wo deine Heimat ist – wollte ich höchst poetischer Weise hinzusetzen. Aber meine gute Frau ließ mich nicht ausreden. »Du fürchtest also, ich könnte dir untreu werden?« fragte sie, wartete aber auf keine Antwort, sondern nahm ihr Gesicht zusammen, verschloß den Mund und schmollte. Vergebens war mein Flehen, mein Drohen, mein Reden, mein Schweigen sogar; sie schmollte fort. Ich ging mit starken Schritten das Zim mer auf und ab; in Engels »Mimik« ist keine Bewegung geschildert, die ich nicht mit der größten Naturtreue darstellte: Liebe, Haß, Zorn, Wut, Verzweiflung; aber meine gute Wilhelmine sprach kein Wort. Bei dieser Gelegenheit lernte ich das berühmte Schmollen der Weiber kennen, und seitdem verlernte ich es nicht mehr. Es war der dreißigste Tag nach meiner Hochzeit, da mein Glück in den Wendepunkt des Krebses trat. Anfänglich hatte meine teure Wilhelmine nur einen Schmollstuhl, dann nahm sie einen Schmollwinkel ein, später verschloß sie sich in ein Schmollkämmerchen, bis sie endlich es durch Übung dahingebracht, im ganzen Hause zu schmollen.“

 

 

 

Ludwig_Borne-Buste__Pere_Lachaise
Carl Ludwig Börne (6 mei 1786 – 12 februari 1837)

Buste op Pere Lachaise

Geschreven door Romenu om 20:24 Reageer op dit bericht

Christian Morgenstern, Ferdinand Sauter, Eugène Labiche

De Duitse dichter, schrijver en vertaler Christian Morgenstern werd geboren in München op 6 mei 1871. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2008. en ook mijn blog van 6 mei 2009.

 

 

Bim, Bam, Bum

 

Ein Glockenton fliegt durch die Nacht,
als hätt' er Vogelflügel,
er fliegt in römischer Kirchentracht
wohl über Tal und Hügel.

Es sucht die Glockentönin BIM,
die ihm vorausgeflogen;
d.h. die Sache ist sehr schlimm,
sie hat ihn nämlich betrogen.

,O komm' so ruft er, ' komm, dein BAM
erwartet dich voll Schmerzen.
Komm wieder, BIM, geliebtes Lamm,
dein BAM liebt dich von Herzen!'

Doch BIM, daß ihr's nur alle wißt,
hat sich dem BUM ergeben;
der ist zwar auch ein guter Christ,
allein das ist es eben.

Der BAM fliegt weiter durch die Nacht
wohl über Wald und Lichtung.
Doch, ach, er fliegt umsonst! Das macht,
er fliegt in falscher Richtung.

 

 

 

 

Möwenlied

 

Die Möwen sehen alle aus,
als ob sie Emma hießen.
Sie tragen einen weißen Flaus
und sind mit Schrott zu schießen.

Ich schieße keine Möwe tot,
ich laß sie lieber leben -
und füttre sie mit Roggenbrot
und rötlichen Zibeben.

O Mensch, du wirst nie nebenbei
der Möwe Flug erreichen.
Wofern du Emma heißest, sei
zufrieden, ihr zu gleichen.

 

 

 

 

morgenstern_selbst

Christian Morgenstern (6 mei 1871 – 31 maart 1914)

Zelfportret, Berlijn 1895

 

 

 

 

De Oostenrijkse dichter Ferdinand Sauter werd geboren op 6 mei 1804 in Wenen. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007 en ook mijn blog van 6 mei 2009.

 

 

Sauter über Sauter

 

Immer lustig lebt der Sauter,

Treu ist sein Gemüt und lauter,

Tausend Hirngespinste baut er,

Und sich selber nicht vertraut er,

Alles was er hat, verhaut er,

Wie ein Vogel Strauss verdaut er,

Wenn oft Selchfleisch isst mit Kraut er,

Schöne Mädchen gerne schaut er,

Wie ein Kater dann miaut er,

Leider aber schon ergraut er,

Immer mehr und mehr - versaut er.

 

 

 

sauter
Ferdinand Sauter (6 mei 1804 – 30 oktober 1854)

 

 

 

 

De Franse (blijspel)schrijver Eugène Marin Labiche werd geboren op 6 mei 1815 in Parijs. Zie ook mijn blog van 6 mei 2009.

 

Uit: La Grammaire

 

„Au lever du rideau, Jean range de la vaisselle devant un buffet qui se trouve à gauche, au premier plan.

JEAN. — L’ennui de la vaisselle, quand on l’a rangée, c’est qu’il faut la déranger.
Un saladier lui échappe des mains et se casse.
MACHUT, entrant. — Pah!
JEAN. — Sacrebleu! le saladier doré!
MACHUT. — Tu travailles bien, toi!
JEAN. — Ah! ce n’est que le vétérinaire!... Vous m’avez fait peur.
MACHUT. — Qu’est-ce que va dire M. Caboussat, ton maître, en voyant cette fabrique de castagnettes?
JEAN, ramassant les morceaux. — Il ne la verra pas... j’enterre les morceaux au fond du jardin... j’ai là une petite fosse... près de l’abricotier... c’est propre et gazonné.
BLANCHE, entrant par la droite, premier plan. — Jean! (Apercevant Machut.) Ah! bonjour, monsieur Machut.
MACHUT, saluant. — Mademoiselle...
BLANCHE, à Jean. — Tu n’as pas vu le saladier doré?
JEAN, cachant les morceaux dans son tablier. — Non, mademoiselle.
BLANCHE. — Je le cherche pour y mettre des fraises.
JEAN. — Il doit être resté dans le buffet de la salle à manger.
BLANCHE. — Je vais voir... C’est étonnant, la quantité de vaisselle qui disparaît...
JEAN. — On ne casse pourtant rien...“

 

 

 

Labiche

Eugène Labiche (6 mei 1815 – 22 januari 1888)

Portret door Félix Nadar

Geschreven door Romenu om 20:20 Reageer op dit bericht

Júlio César de Mello e Souza, Gaston Leroux, Marie-Aude Murail, Erik Bindervoet, Paul Alverdes

De Braziliaanse schrijver Júlio César de Mello e Souza werd geboren op 6 mei 1895 in Rio de Janeiro. Zie ook mijn blog van 6 mei 2009.

 

Uit: Beremís' Welt (Vertaald door Elfriede Kirchner)

 

„Der kluge Beremis versuchte zu erfahren, worum es bei dem Streit ging. "Wir sind Brüder", erklärte der Älteste, "und haben diese 35 Kamele geerbt. Nach dem Willen unseres Vaters steht mir die Hälfte, meinem Bruder Hammed Namir ein Drittel und Harim, dem Jüngsten, ein Neuntel der 35 Tiere zu. Doch wissen wir nicht, wie wir die 35 Kamele aufteilen sollen, da die Hälfte von 35 siebzehn und ein halb ist, und ein Drittel und ein Neuntel von 35 ergeben auch keine ganzen Zahlen. Jeder vorstellbare Vorschlag des einen Bruders stößt stets auf die Ablehnung der beiden anderen! Wie können wir also dem letzten Willen unseres Vaters gerecht werden?"
"Das ist gar nicht schwer!" unterbrach ihn Beremis, der Zahlenkünstler. "Ich verspreche euch, diese Aufteilung gerecht durchzuführen, wenn ihr mir dieses schöne Tier, das uns beide so sehr gelegen hierher getragen hat, den 35 Kamelen der Erbschaft hinzuzufügen erlaubt!" . . . "Also, meine Freunde, jetzt werde ich die Kamele, deren Zahl nunmehr 36 ist, genau und gerecht aufteilen!" Beremis wandte sich dann an den ältesten der Brüder und sagte: "Du, mein Freund, solltest die Hälfte der 35 Kamele erhalten, das heißt, siebzehn und ein Halb. Du wirst aber die Hälfte von 36, also 18 Kamele bekommen. Damit bist du sicher einverstanden, weil es klar ist, dass du nun bei der Aufteilung einen Gewinn gemacht hast!" Dem zweiten Erben, sagte er: "Dir, Hammed Namir, stand ein Drittel der 35, nämlich etwas über elf Kamele zu. Statt dessen bekommst du zwölf; dagegen kannst du keinen Einspruch erheben, weil auch du dabei einen sichtbaren Gewinn gemacht hast."

 

 

 

MelloeSouza

Júlio César de Mello e Souza (6 mei 1895 – 18 juni 1974)

 

 

 

 

De Franse schrijver Gaston Leroux werd geboren op 6 mei 1868 in Parijs. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007.

 

Uit: Le Mystère de la chambre jaune

 

„Ce n’est pas sans une certaine émotion que je commence à raconter ici les aventures extraordinaires de Joseph Rouletabille. Celui-ci, jusqu’à ce jour, s’y était si formellement opposé que j’avais fini par désespérer de publier jamais l’histoire policière la plus curieuse de ces quinze dernières années. J’imagine même que le public n’aurait jamais connu toute la vérité sur la prodigieuse affaire dite de la "Chambre Jaune", génératrice de tant de mystérieux et cruels sensationnels drames, et à laquelle mon ami fut si intimement mêlé, si, à propos de la nomination récente de l’illustre Stangerson au grade de grand-choix de la Légion d’honneur, un journal du soir, dans un article misérable d’ignorance ou d’audacieuse perfidie, n’avait ressuscité une terrible aventure que Joseph Rouletabille eût voulu savoir, me disait-il, oubliée pour toujours.
La "Chambre Jaune" ! qui donc se souvenait de cette affaire qui fit couler tant d’encre, il y a une quinzaine d’année ? On oublie si vite à Paris.“

 

 

 

Leroux2
Gaston Leroux (6 mei 1868 – 15 april 1927)

 

 

 

 

De Franse schrijfster Marie-Aude Murail werd geboren op 6 mei 1954 in Le Havre. Zie ook mijn blog van 6 mei 2007.

 

Uit: Simple

 

" Vers dix heures, alors que les Playmobil assis en rond autour du cow-boy l’empêchaient de s’évader, le portable se mit à sonner.
- C’est moi, c’est moi ! hurla Simple. A demi fou d’excitation, il appuya sur le sigle du téléphone.
-Allo, Simple ? fit Kléber.
- Allo, monsieur, madame ? Bonjour, comment ça va ? Merci ça va bien, il fait beau, au revoir, madame.
-Attends, c’est ton frère…
Un peu effrayé, Simple se tourna vers monsieur Pinpin.
- C’est le beaud’homme.
- Pète le téphélone ! ordonna monsieur Pinpin qui faisait de petits bonds sur place. Pète dans le mur !
Simple lança le téléphone contre le mur, avec une sorte de violence apeurée. Puis il l’acheva à coups de talon. Après avoir repris son calme, il se pencha et examina le téléphone fracassé.
- Tu le vois ? s’informa monsieur Pinpin, prêt à détaler.
- Nnnnon, hésita Simple.
- Je le savais, fit monsieur Pinpin en se recouchant sur l’oreiller. Il est microspique. "

 

 

 

marie-aude-murail

Marie-Aude Murail (Le Havre, 6 mei 1954)

 

 

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

 

De Nederlandse dichter, schilder en vertaler Erik Bindervoet werd geboren in het jaar 1962 in Oostzaan. Zie ook mijn blog van 6 mei 2009.

 

Uit: Een hoestbal van lachen (Column Henkes en Bindervoet in NRC)

 

„We waren in Dublin voor een experimentele linguïstische transformatie in een contemporaine setting. Ter gelegenheid van Bloomsday 2007 lazen we voor uit Ulysses, in gezelschap van een polyglot corps diplomatique aan ambassadeurs, een frêle zangeresje (de Ierse inzending voor het Eurovisiesongfestival), vele professionele impersonaties van Leopold Bloom, allemaal op overdonderende wijze ingeleid door senator en Joyce-kenner, de ‘Gay Liberator’ David Norris. In Nederland zijn we gezegend met twee vertalingen van het meesterwerk van Joyce, terwijl de Engelssprekende volkeren zich voor altijd met dat ene origineel zullen moeten blijven behelpen. We hadden met ze te doen. Toen we dit bij wijze van inleiding opmerkten, steeg er een instemmend gemompel en begrijpend gelach op uit het massaal in de North Great George’s Street samengedromde publiek. En terwijl het Engels-Ierse origineel ons van alle kanten en in vele accenten van over de hele wereld om de oren vloog, doorspekt en doorregen met de Japanse, Chinese, Spaanse en Letse varianten, wisselden wij de twee Nederlandse vertalingen met elkaar af om erachter te komen hoe het zou klinken op authentiek Ierse bodem, in het decor van het boek zelf, uit authentiek Nederlandse monden. Nou, het kan aan ons hebben gelegen, maar het klonk vrij beroerd. Of liever gezegd, het leek niet, zoals portretten van Joyce ook vaak net de plank misslaan. Er staan een paar beelden van Joyce in Dublin: het ene beeld wordt liefkozend ‘the prick with the stick’ genoemd, en het andere is een kopstudie van een gepijnigd kijkend mannetje dat zichzelf lijkt te wurgen met een ontvelde hand.
Eerst denk je: ‘Hé, dat is Joyce’, maar als je dichterbij komt, denk je: Nee, toch niet. Maar dan kijk je op de verklarende inscriptie en dan is het hem toch!“

 

 

 

bindervoet

Erik Bindervoet (Oostzaan, 1962)

Robbert-Jan Henkes en Erik Bindervoet

 

 

 

Zie voor onderstaande schrijver ook mijn blog van 6 mei 2009.

 

De Duitse schrijver Paul Alverdes werd geboren op 6 mei 1897 in Straatsburg.

Geschreven door Romenu om 20:18 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten