Naar de inhoud

Romenu

Over literatuur, gedichten, kunst en cultuur
akke.beakke.be

Berichten van 16 januari 2018 tot 17 januari 2018

Ilja Leonard Pfeijffer, Tom Dolby, Nanne Tepper, Jaap van den Born, Anton Valens, Diana van Hal, David Ebershoff, Gavin Extence, Roel Houwink

De Nederlandse dichter en schrijver Ilja Leonard Pfeijffer werd geboren op 17 janauari 1968 in Rijswijk. Zie ook alle tags voor Ilja Leonard Pfeijffer op dit blog.

 

De taal van de eilanders

er wordt vee geslacht
in de taal van de eilanders
elk woord vloekt
als een horzel een halve nap zure melk
uit een balkend scharminkel geknepen
tussen lippen gespleten van distels
wordt een verleden verzwegen
op een tong als een zinderend grintpad
verwijt men de dag met een rochel
gemolken uit brandende rotsen
er wordt met geen woord
over morgen gesproken

niemand spreekt
de taal van de eilanders
maar wie verstaat niet
wat hun doorgesneden kelen
dichtschroeit ik althans
begreep maar al te goed
wat ze mij knarsend toebeten en tandenloos
voor de voeten spogen ik wist
op de eerste boot hals over kop terug
te ontkomen het gelijk bleef zinderen
op hun kade en kiezelstranden.

 

 

Noenuur

het uur is uur van knekelbrand die sist
in de open wond van de dag als hitst de noen
van trillicht in distels hitte blind blaast loom
lekkend soezen over stoute goden en herders
in de heuvels zij vrezen dit uur zij spelen panisch
fluit in rusteloos gestruik van lommer vrezen
moerbezie en tamarinde verhitte boze bijen
vrezen bijen vrezen dromen van bijen
die zoemen als doornen vol honing
want dit is het uur dat dooft en denken smelt
in pikwit licht van zinderende heuvels

heuvels die dansen als phyllis voor ogen
kom zegt ze lieg me de lach in mijn ogen
boter mij zacht met de tong van je handen
mij mag je zingen en mij zul je smachten en smelten
dronken van phyllis en zon in de heuvels

heuvels die branden als phyllis in ogen
kom liegt ze lik me een lied in de distels
min jezelf week van gemis in je handen
mij zul je zingen en bloeden en krijten als krekels
trillend van phyllis in kreunende heuvels

 

 2112086-d9e743842f603c17928d70f5ff3c6124.jpg
Ilja Leonard Pfeijffer (Rijswijk, 17 janauari 1968)

 

 

De Amerikaanse schrijver, filmmaker, essayist, journalist en redacteur Tom Dolby werd geboren op 17 januari 1975 in Londen. Zie ook alle tags voor Tom Dolby op dit blog.

Uit:The Trouble Boy

"I went to Yale," I admitted. "Ecch, New Haven." New Haven was a place where your car would be broken into if you left change on the dashboard, but I still hated snobbery about my college town. We gulped our drinks. "This is so weird," he said, "hanging out with so many 924 people. It's like work." "Sorry?" "Oh, God." He laughed and wiped a drop of sweat from his bony forehead. "Okay, like the digits on a phone, 429 is G-A-Y, so that backwards is 924, get it?" "You're gay?" I should have guessed by the pink shirt; no real men wore preppy pink anymore. "Yeah. Aren't you? 'Cause if you aren't, then I've just made a big fucking idiot of myself." It could be fun, posing as straight. Should I hold out a little longer? "No, I am," I finally said. It must have been my pants that gave me away. "I just didn't expect to meet anyone—" "Neither did I! When we got here, I was like, fifteen minutes, that's it! And then we get into this conversation with this guy, and before I know it, I've had four vodkas, and I'm like, shit, where did the night go? Come sit with us, we're in the bedroom. You can smoke there." He offered his hand. "I'm Jamie Weissman."
"Toby Griffin," I said, shaking his hand in an odd gesture of formality. I followed him through the living room into the bed-room.
I had spent the past four years in New Haven at that venerable university that promised light and truth to those who passed through its portals. What I had found instead was beer and boys. After a sexless four years at boarding school, I was ready to sleep with every available gay undergrad in the tristate area. It was at a Lesbian, Gay, Bisexual, and Transgender Co-op dance (a mouthful, to be sure—they figured if you could say it, you were really gay) that I got drunk on cheap rum punch and al-lowed myself to be seduced by Kent Simmons, a sophomore whose room in Davenport College was plastered with advertise-ments from fashion magazines. I learned from Kent the tech-nique I would use for the next four years: attract, anesthetize, and go in for the kill. It served him well that night, and resulted in a six-week relationship, the first of many during my college years. I had never been able to break that six-week barrier; like divine intervention, something always came between me and the object of my affection. Now that I was in New York, I was desperate to meet new people."

 

 2112086-9b052632b6dcbb00a236c7417e3fa29d.jpg
Tom Dolby (Londen, 17 januari 1975)

 

 

De Nederlandse schrijver, popjournalist en muzikant Nanne Tepper werd geboren in Hoogezand op 17 januari 1962. Zie ook alle tags voor Nanne Tepper op dit blog.

Uit: De kunst is mijn slagveld

`Maar goed, die ruzie tussen Z en R, dat was lachen, die zaten elkaar in de haren alsof het hier om gewichtige zaken ging, en Rogi Wieg, iemand waar ik ook maar niet warm voor kan lopen, speelde intermediair; al met al had ik na het aanschouwen van dit schoolkrantgedoe bijna een ander vak gekozen. Tjonge wat was dat allemaal kinderachtig, puberaal, en semi-gewichtig. J.B. Schuil, ach ja, ik heb ze hier allemaal zo onder handbereik. Het was een beetje een racist, maar dat had hij zelf ook niet helemaal in de smiezen. Literatuur vind jij eigenlijk maar bar oninteressant. Zo zo. Je muzikale voorbeelden deel ik, tenminste, de namen die je noemt doen me veel. Van George Duke, die in '73, '74 en '75 bij Zappa speelde, heb ik ontelbare briljante solo's op de band, allemaal bootlegtapes uit die jaren, wil wel eens een bandje voor je maken als je zulks behoeft. Heb hem ook nog live gezien, in Vredenburg, met Stanley Clarke, maar toen zat de klad al in de jazz-rock, de muziek waarmede ik ben opgegroeid. Ik denk niet dat de teksten die ik voor mijn orkest schreef geschikt zijn voor een soulband, maar als je het aandurft wil ik wel eens wat opsturen. Teksten over mannen met vissen in hun hoofd en zo. Iets romantisch over de liefde krijg ik niet uit mijn pen, wel een tekst — die ik niet zo snel kan vinden — over Quentin C. die zijn zusje begeerde, Drowned in the fading of honeysuckle; zal er eens naar zoeken in de bergen troep die zijn meeverhuisd. Dat ik in het laatste nummer debuteer gedenk ik met gemengde gevoelens; het is alsof ik afbraak aantrek. Namelijk. Toen ik Veendam verliet en de pleinen waarop ik tot legendetje werd (Bwana de neuker, Jimmie Dean, Brando twee, en mijn kleine Yvonne, the last northern belle; een jaren durend toneelstuk met Dylan Thomas-invloeden) sloot men prompt de school waartoe deze pleinen behoorden, de kroeg waarin wij ons en plein public aanstelden tot de barkeepers erbij neervielen brandde af, haar ouders scheidden eindelijk enzovoorts, enzoverder.`

 

 2112086-398ef792b0f354a69fd4cf18994c17a1.jpg
Nanne Tepper (17 januari 1962 - 10 november 2012)
Cover

 

 

De Nederlandse dichter, kunstenaar en illustrator Jaap van den Born werd geboren in Nijmegen op 17 januari 1951. Zie ook alle tags voor Jaap van den Born op dit blog.

 

Ik ga vanavond maar een rookkring blazen...

Ik ga vanavond maar een rookkring blazen
En mijn jeneverglas blijft ook niet droog
Ik hef het in de blauwe walm omhoog
En zal daarna eens stevig door gaan dazen
Als eerbetoon aan Simon Vinkenoog

Als dichter niet een van die houten klazen
Vol zelfbeklag en mooie spanningsboog
Ik snapte wel geen bal van zijn betoog
Maar liet me altijd blij door hem verbazen
En rook een joint op Simon Vinkenoog

Maar weinigen die ooit zijn werk herlazen
Het ging meer om de mens, de demagoog
Die met verruimde geest zijn verzen spoog
En woedend over liefde stond te razen
Vaarwel, vaarwel, o Simon Vinkenoog!

De blinde, hersenloze New-Agedwazen
Verloren hun partij-ideoloog
Maar zaterdag verschijnt een regenboog
Als regenwolken worden weggeblazen
Als eerbetoon aan Simon Vinkenoog

Dan schuiven ze hem zachtjes in de oven
-Hoe tragisch is het sterven van een kind-
Daar wordt een flink pak hasjiesj bijgeschoven
Wij blijven achter, blowing in the wind

 

 

Jubilaris

Piet is nu voor het allereerst te laat
Dat is normaal gesproken niets voor hem
En alles staat hier klaar om hem te eren
We zijn gereed om luid en goed bij stem

Ons zelfgeschreven lied te debiteren
Want hij is vijftig jaren bij de zaak
Misschien versliep hij zich,want jubileren

Dat overkomt je ook niet al te vaak
En is hij daardoor ietwat van de graat
Of hij is opgehouden onderweg
Door file, stoplicht, of door bandenpech

 

 2112086-11a936bad304083a897422e615adc0c8.jpg
Jaap van den Born (Nijmegen, 17 januari 1951)

 

 

De Nederlandse schrijver en schilder Anton Valens werd geboren op 17 januari 1964 in Paterswolde. Zie ook alle tags voor Anton Valens op dit blog.

Uit:Het Boek Ont

‘Dit is slechts een greep,’ deelde hij stoïcijns mee en stortte zijn armenlast neer op de salontafel. Onder de mantel droeg hij een donker blauwgrijs kostuum, een rode stropdas en glanzend gepoetste gaatjesschoenen. Hij leek een beetje op een oudere goochelaar, vond Isebrand, er was iets ongrijpbaars aan hem. Iets glads en onechts, en tegelijk iets onhandigs, bruusks, dat weer wel echt was.
De deelnemers monsterden de nieuwkomer met een stugge gezichtsopslag en gesloten lichaamstaal, maar die liet zich daardoor geenszins uit het veld slaan, stelde zich voor als ‘Cor’ en schudde hun van zijn kant joviaal de hand, waarna hij neerzonk op de leren bank naast Boudewijn, zijn benen over elkaar sloeg en Isebrand verwachtingsvol aankeek. Die vroeg hem zijn post van de tafel af te halen, om ruimte te maken.
Meckering wilde direct meedoen, hoewel Isebrand hem dat ontraadde en dringend voorstelde dat hij zich tot sfeer proeven, toekijken en de procedures in zich opnemen zou beperken, omdat het de eerste keer was. Maar Meckering was eigenwijs. ‘Ik hoef niet te wennen, ik wil meteen meedoen, daarom ben ik hier en niet bij m’n kinderen.’ Het klonk onverschrokken.
‘Zoals je wilt, Cor. Je hebt één minuut om te zeggen hoe je er vanavond bij zit.’
De organisatieadviseur stulpte de lippen, trok de wenkbrauwen op en dacht even na, een blanco, naïeve blik op zijn gezicht, als om na te gaan of zijn antwoord compleet en waarheidsgetrouw was. De toppen van de vingers van zijn l-hand en r-hand drukten tegen elkaar.
‘Fantastisch. Ik zit er fantastisch bij, echt, al zeg ik het zelf, het kan niet beter. De beurs gaat goed, ik verdien geld als water. Ik heb drie prachtige, gezonde kindertjes. Ik ben zelf gezond. Ik adem. Mijn vrouw is gezond. We hebben net een bijzonder geslaagde vakantie achter de rug: tennis, boogschieten, crossfietsen, georganiseerde fietstochtjes, iedere avond show, kookles van een topkok; we hebben op zee gezeild, terwijl een rubberboot met bewaking steeds in onze buurt bleef. Ontzettend veel, heel veel eten, ongelooflijk, alles inbegrepen. Om kort te gaan, ik kan er niets anders van maken: ik zit er fantastisch bij, ja, echt waar."

 

 2112086-b0016a11c04d6e9af55ee346e6879260.jpg
Anton Valens (Paterswolde, 17 januari 1964)

 

 

De Nederlandse schrijfster Diana van Hal (pseudoniem van Diana Ruwaard) werd op 17 januari 1980 geboren in Amsterdam. Zie ook alle tags voor Diana van Hal op dit blog.

Uit: Bloeden zal je

`Michael leunt tegen de muur in de hal aan, trillende armen van de inspanning. Zweet druppelt van zijn hoofd op zijn schouders. Of is het van de regen? Eigenlijk interesseert het hem niet zoveel waar het van komt. 'Kom op, Linds, schiet eens op: 'Ik doe mijn best, oké?' Ze beweegt de sleutel gehaast heen en weer in het slot, net zolang tot hij door de weerstand van de cilinder heen is. Met een zwaai gooit Lindsey de deur open en stapt aan de kant, zodat Michael erdoor kan. Zo voorzichtig mogelijk zet hij het zware pakket op de eet-tafel naast de computer. 'Morgen moeten we echt de huisbaas bellen. Dit is geen doen zo: Waarom ze niet de hoofdprijs betalen voor het appartement aan de Victoria Lane in Everett, begrijpt hij nu wel. Hij bekijkt de nieuwe aanwinst, het smoezelige karton en de dubbele laag plakband aan de bovenkant. Beter dan het vier jaar oude apparaat wat net stuk moest gaan nu ze hem zo hard nodig hebben. Lindsey loopt de kamer uit en komt terug met een mes, dat ze hem in de handen drukt. 'Jij installeert hem en ik ruim de rotzooi op?' Zonder op antwoord te wachten, vertrekt Lindsey naar de keuken, waar het een bende is, weet Michael. Het aanrecht staat bezaaid met vuile bekers, borden en de verpakkingen van de thuisbezorgde maaltijd. Het resultaat van tien uur lang zoeken naar een nieuwe baan. Natuurlijk ging de oude printer stuk voor ze een goede sollicitatiebrief hadden uitgeprint. Venijnig steekt hij het mes door de laag plakband, rukt het naar beneden en let daarbij niet op. Het bloed sijpelt langzaam uit de snee in zijn duim. Automatisch steekt hij hem in zijn mond. Een mengeling van ijzer en vuil bereikt zijn smaakpapillen.
‘Verdomme.’
Het is dat de electronicawinkel op Harris Street de enige in de wijde omtrek is die op zaterdag koopavond heeft. Voor geen goud zet hij daar nog een stap binnen. Het excuus van de eigenaar dat er na de overname nog gerenoveerd moet worden, interesseert hem geen donder. Hij had toch op zijn minst de doos kunnen schoonmaken. Wie weet wat voor ziektes er op dit moment zijn bloedbaan binnendringen.”

 

 2112086-d9689f1dffe94dbcda274e57acf9b76d.jpg
Diana van Hal (Amsterdam, 17 januari 1980)

 

 

De Amerikaanse schrijver David Ebershoff werd geboren op 17 januari 1969 in Pasadena, Californië. Zie ook alle tags voor David Ebershoff op dit blog.

Uit: The Danish Girl

"Greta?" Einar said. "What do you mean?" An oily bead of paint dropped from his brush to his boot. Edvard IV began to bark, his white head turning from Einar to Greta and back.
"Anna's canceled again," Greta said. "She has an extra rehearsal of Carmen. I need a pair of legs to finish her portrait, or I'll never get it done. And then I thought to myself, yours might do."
Greta moved toward him, the shoes in her other hand sennep-yellow with pewter buckles. She was wearing her button-front smock with the patch pockets where she tucked things she didn't want Einar to see.
"But I can't wear Anna's shoes," Einar said. Looking at them, Einar imagined that the shoes might in fact fit his feet, which were small and arched and padded softly on the heel. His toes were slender, with a few fine black hairs. He imagined the wrinkled roll of the stocking gliding over the white bone of his ankle. Over the small cushion of his calf. Clicking into the hook of a garter. Einar had to shut his eyes.
The shoes were like the ones they had seen the previous week in the window of Fonnesbech's department store, displayed on a mannequin in a midnight-blue dress. Einar and Greta had stopped to admire the window, which was trimmed with a garland of jonquils. Greta said, "Pretty, yes?" When he didn't respond, his reflection wide-eyed in the plate glass, Greta had to pull him away from Fonnesbech's window. She tugged him down the street, past the pipe shop, saying, "Einar, are you all right?"
The front room of the apartment served as their studio. Its ceiling was ribbed with thin beams and vaulted like an upside-down dory. Sea mist had warped the dormer windows, and the floor tilted imperceptibly to the west. In the afternoon, when the sun beat against the Widow House, a faint smell of herring would seep from its walls. In winter the skylights would leak, a cold drizzle bubbling the paint on the wall. Einar and Greta stood their easels beneath the twin skylights, next to the boxes of oil paint ordered from Herr Salathoff in Munich, and the racks of blank canvases. When Einar and Greta weren't painting, they protected everything beneath green tarps the sailor below had abandoned on the landing."

 

 2112086-799c54f10b4bda4f796fe0addff487e7.jpg
David Ebershoff (Pasadena, 17 januari 1969)
Scene uit de gelijknamige film uit 2015 met o.a. Eddie Redmayne (Einar-Lili) en Alicia Vikander (Gerda)

 

 

De Engelse schrijver Gavin Extence werd geboren op 17 januari 1982 in Swineshead, Lincolnshire. Zie ook alle tags voor Gavin Extence op dit blog.

Uit: The Empathy Problem

“It was the size of a golf ball and lodged deep in something called his anterior insular cortex. And now everything should have fallen into perspective; that was the platitude. Minor inconveniences, trivial delays, the petty irritations of day-to-day life — none of these things should have mattered any more. Traffic jams should not have mattered any more. But the reality of having a malignant brain tumour, Gabriel found, was not nearly so edifying. Petty irritations were more irritating than ever before, and being stuck in a traffic jam was a luxury he could ill afford. Under normal circumstances — circumstances before the tumour — he would have utilised this time productively. He would have checked the overnight news on his iPad, looking for anything that might affect the markets when they opened in ninety minutes' time. This was the way he had started every working day for the past ten years. Now, instead, he found himself calculating how much of his remaining life had been wasted in this line of unmoving cars. The answer was one seventeen-thousandth. According to his consultant at the clinic on Harley Street — Armstrong or Anderton, or whatever the hell his name was — Gabriel Vaughn could reasonably expect to live for six more months. And this morning he had spent an unacceptable proportion of that stuck in stationary traffic. He hadn't planned to move. In fact, he didn't know he was moving until his index finger made contact with his chauffeur's left shoulder – and once it had, it was difficult to tell who was the more surprised. In the last three years, ever since Gabriel had been given a chauffeur, the journey to work had followed an unwavering regimen of absolute silence. Every morning at six o'clock precisely, the car – a Mercedes-Benz S-Class in gunmetal grey – would be waiting outside Gabriel's apartment block. The chauffeur would open the door and utter a polite 'Good morning, sir,' and, if he was lucky, Vaughn would reciprocate with a curt nod. There had never once been physical contact. Now, it caused both men to jolt, as if by a mild electric shock. Gabriel was the first to recover. He settled back in his seat and glared at the anxious, disembodied eyes in the rear-view mirror. 'Let me out,' he said. 'Sir?' 'I want to get out.' 'Um ... here?'

 

 2112086-74ab7c9f8af203e4b70fd24293fb8823.jpg
Gavin Extence (Swineshead, 17 januari 1982)

 

 

De Nederlandse dichter en schrijver Roel Houwink werd geboren op 17 januari 1899 in Breda. Zie ook alle tags voor Roel Houwink op dit blog.

 

Terugkeer

Waar het leven klein is en verborgen
achter een bedeesd gordijn
heeft zij zich ontsteld geborgen
en zich in den bangen kerker
andrer zorgen neergezet.

Willoos op haar moe-gewerkte handen
rust de schaduw van het licht
en de pijn van een verlangen
graaft zich bloot in haar gezicht.

Waar het leven klein is en verborgen
achter een bedeesd gordijn
heeft zij zich voorgoed geborgen
tusschen muur en lampenschijn.

 

 

Zalig de vervolgden....

Wij hebben een prijs gesteld
op uw hoofd
en uw signalement geseind
rond de aarde.
maar gij zijt in het hofje gegaan
waar de appels niet worden geraapt
en de herfstseringen verregenen.
en gij hebt u gezet op de eenigste bank
onder het blinde venster
waar de honderdjarige
zooeven
is gestorven.

 

 2112086-fc71fba077c0408b919e5981ebc63ae0.jpg
Roel Houwink (17 januari 1899 – 3 juni 1987)
In 1927

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 17e januari ook mijn blog van 17 januari 2017 en ook mijn blog van 17 januari 2016 deel 1 en ook deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 17 januari 2007 en ook mijn blog van 17 januari 2008 en eveneens mijn blog van 17 januari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:36 Reageer op dit bericht

Hideo Yokoyama

De Japanse schrijver Hideo Yokoyama werd geboren op 17 januari in Tokio. Yokoyama werkte 12 jaar als onderzoeksjournalist bij Jomo Shimbun, een regionale krant in Gumma, ten noorden van Tokio, voordat hij begon met het schrijven van fictie. Hij maakte zijn literaire debuut in 1998 toen hij met zijn gebundelde politieverhalen “Kage no kisetsu” (Engels:”Season of Shadows”) de Matsumoto Seichō-prijs won; het boek stond ook op de shortlist voor de Naoki-prijs. In 2000 ontving zijn verhaal Dōki (Motieven) de Mystery Writers of Japan Award voor korte verhalen. Zijn roman “Han'ochi” (Half opgelost) uit 2002 behaalde een Konomys No. 1 ranking en maakte van hem een ​​van de best verkopende auteurs van Japan. Hij herhaalde zijn Konomys No. 1-ranking in 2013 met “64 Rokuyon” (Engels: “Six Four”, 2016), zijn eerste roman in zeven jaar. Andere prominente werken zijn zijn “Kuraimāzu hai” (Engels: “Climber’s High”) uit 2003, waarin hij zich concentreerde op de crash van JAL Flight 123 waarover hij in 1985 als verslaggever had geschreven; de Tweede Wereldoorlog roman “Deguchi no nai umi” (Engels: “Seas with No Exit: , 2004); de politieroman “Shindo zero” (Engels: “Seismic Intensity Zero”, 2005); en de verhalenbundel “Rinjō” (Engels: “Initial Investigation”, 2004).

Uit: Six Four

“Snowflakes danced through the evening light.
The man’s legs were stiff as he stepped from the taxi. A forensics official in a police-issue overcoat was waiting outside the entrance to the station. He ushered the man inside. They passed a work area for duty officers and continued along a gloomy corridor before taking a side door out to the officers’ parking area.
The mortuary stood by itself at the far end of the grounds, a windowless structure with a tin roof. The low rumbling of the extractor fan told him there was a body inside. The official unlocked the door and stepped back. He gave the man a deferential look, indicating he would wait outside.
I forgot to pray.
Yoshinobu Mikami pushed open the door. The hinges groaned. His eyes and nose registered Cresol. He could feel the tips of Minako’s fingers digging through the fabric of his coat, into his elbow. Light glared down from the ceiling. The waist-high examination table was covered in blue vinyl sheeting; above it, a human shape was visible under a white sheet. Mikami recoiled at the indeterminate size, too small for an adult but clearly not a child.
Ayumi …
He swallowed the word, afraid that voicing his daughter’s name might make the body hers.
He began to peel back the white cloth.
Hair. Forehead. Closed eyes. Nose, lips … chin.
The pale face of a dead girl came into view. In the same moment the frozen air began to circulate again; Minako’s forehead pushed against his shoulder. The pressure receded from the fingers at his elbow.
Mikami was staring at the ceiling, breathing out from deep in his gut. There was no need to inspect the body further. The journey from Prefecture D—by bullet train, then taxi—had taken four hours, but the process of identifying the corpse had been over in seconds. A young girl; drowned, suicide. They had wasted no time after receiving the call. The girl, they were told, had been found in a lake a little after midday”.

 2191110-78fc7043d670edd76819ae8afe094ae5.jpg
Hideo Yokoyama (Tokio, 17 januari 1957)

Geschreven door Romenu om 00:00 Reageer op dit bericht

Ester Naomi Perquin, Anthony Hecht, Reinhard Jirgl, Inger Christensen, Susan Sontag, Brian Castro, José Soares, Kálmán Mikszáth, Tino Hanekamp

De Nederlandse dichteres Ester Naomi Perquin werd geboren in Utrecht op 16 januari 1980. Zie ook alle tags voor Ester Naomi Perquin op dit blog.

 

Een troost

Mocht het helpen: we bestaan massaal niet. Kijk naar zomers
die nooit overgaan, roestvrijstalen keukenmessen, daarnaast
bewegen we getalenteerd, feilloos in het niet-bestaan.

Er is geen sprake van, dat valt eenvoudig aan te tonen.
Wij hebben A) geen tijd en B) geen materiaal.
We leven tussen de bepaling van een plaats
en een gedachte.

De duur hiervan is puur geluk. We zijn gemaakt, we
vielen te verwachten. In deze tuin, achter de ramen,
woekert de klimplant, pikken veren driftig
beestjes van een bast, zwelt het fruit.

En wij bestaan niet, kunnen bewijzen niet te bestaan.
De boom, de zee, de roos – elk woord dat past
loopt uit, hervormt zich mettertijd.
Wat groeit, groeit roekeloos.

Wij kennen de plaats noch de gedachte, zijn
het mooiste godsbewijs: in onze ogen
zie je de lengte van dagen,
in onze kamers de afwezigheid.

 

 

Meisjes

Zo handig in hun alledaagse praten
rusten zij aan zij, een rij van jonge huid
en zachte haren in die al te hete zon.

Duingras kietelt hun benen en hoog
klinkt de pas bedachte lach die meeuwen
steeds verschrikt doet overkomen.

Van kop tot teen onaangeraakt
liggen zij, met allemaal dezelfde stem
dezelfde moeder te bespreken.

Wat ze zoal zijn telt alle eeuwigheden
in hen op. Dat stil en zonbeschenen delen
van leeftijd, lichaam, zonnebrand.

Maar over het zand lijkt een vreemd,
steeds lager grommen aan te zwellen
en jaagt een rilling door de rij.

Elke seconde komen de jongens
op onverbiddelijke brommers
in grote golven dichterbij.

 

 

Legale activiteiten 2

Op de luchtplaats laten lopen en af en toe het geluid
van een geweerschot maken. Oefenen tot je
vlak boven hun hoofden een trage duif
in zijn vlucht kunt raken en ze
die duif laten begraven.

Of er eentje op zijn rug draaien en met viltstift
omtrekken op het matras en laten opstaan
om naar zichzelf te kijken.

Vragen of ze de omtrek niet op iemand
vinden lijken. Vragen wie dat was.

 

 2111798-050db0ee4701d97635dc7ddbe75ec905.jpg
Ester Naomi Perquin (Utrecht, 16 januari 1980)

 

 

De Amerikaanse dichter Anthony Hecht werd geboren op 16 januari 1923 in New York. Zie ook alle tags voor Anthony Hecht op dit blog.

 

The Feast Of Stephen

III

Think of those barren places where men gather
To act in the terrible name of rectitude,
Of acned shame, punk’s pride, muscle or turf,
The bully’s thin superiority.
Think of the Sturm-Abteilungs Kommandant
Who loves Beethoven and collects Degas,
Or the blond boys in jeans whose narrowed eyes
Are focussed by some hard and smothered lust,
Who lounge in a studied mimicry of ease,
Flick their live butts into the standing weeds,
And comb their hair in the mirror of cracked windows
Of an abandoned warehouse where they keep
In darkened readiness for their occasion
The rope, the chains, handcuffs and gasoline.

IV
Out in the rippled heat of a neighbor’s field,
In the kilowatts of noon, they’ve got one cornered.
The bugs are jumping, and the burly youths
Strip to the waist for the hot work ahead.
They go to arm themselves at the dry-stone wall,
Having flung down their wet and salty garments
At the feet of a young man whose name is Saul.
He watches sharply these superbly tanned
Figures with a swimmer’s chest and shoulders,
A miler’s thighs, with their self-conscious grace,
And in between their sleek, converging bodies,
Brilliantly oiled and burnished by the sun,
He catches a brief glimpse of bloodied hair
And hears an unintelligible prayer.

 

 2111798-1cfe1a6a1a3765f72ba2e1c00a72410f.jpg
Anthony Hecht (16 januari 1923 – 20 oktober 2004)
Met echtgenote Helen in 1997

 

 

De Duitse schrijver Reinhard Jirgl werd op 16 januari 1953 in Oost-Berlijn geboren. Zie ook alle tags voor Reinhard Jirgl op dit blog.

Uit: Oben das Feuer, unten der Berg

„– Wa-bummp – Wa-bummp – Das-Schlagen meines Herzens – Wabummp – Wa-bummp– unaufhörliches Schlagen. Fürchterliches Herz.Wie es sich !wehrt, die Brusthöhle erschütternd mit seinen Hammerschlägengegen das-Aus. Unablässig zuckendes, stampfendes Herz.
Niemandem unterworfen außer dem vom-Gehirn diktierten Willen. !Wie Diekälte aus Nachtstunden ins=Fleisch 1dringt. Zugreift – Wabummp – das Fleisch wehrt sich noch. Wann wird es aufhören sich zu wehren. Sich ergeben. Fleisch an diesem Ort, wo Allesfleischliche verderben muß –Wa-bummp – –
Wa-bummp – das-schlagende-Herz ist
Das Problem. Bevor du stirbst, töte dein Herz. Besser, die Menschen wären geboren ohne Herz. Noch besser, kein Mensch wäre jemals geboren.
Ich hätte nicht.
Aber du hast mich zur-Welt-gebracht 1956 in dem unscheinbaren Straßendorf Kaltenfeld, 10 Kilometer südlich von hier, und mich verlassen müssen 3 Jahre später. Mutter. Vater. : MAN hat mich, die 3jährige, euch weggenommen. !Spione sollt ihr gewesen sein.
Die Spione Irma und Alois Berger wurden der Spionage überführt und zu je 15 Jahren Zuchthaus verurteilt. (So las ich Vielejahre=später diese Druckzeilen über das Gericht’s Urteil auf altem dünngilben Zeitungspapier mit dem penetranten Geruch nach Vergangenheit.....) Lange habe ich damals gebraucht, um !diese=Zeilen mit euch=MutterVater=in-Verbindung zu bringen. : Spione wurden beim Spionieren ertappt & bestraft: die Spinne spinnt ihr Spinnennetz, die Schlange verspritzt ihr Schlangengift – die Tautologie macht aus euch 1 naturhaften Vorgang. Und neben der Meldung euer Schwarzweiß-Foto im Überkontrast so daß ihr Beide aussaht wie von den finstren Pestflecken der Heim=Tücke verseucht. Aber auch diese beiden Fotografien, die 1zigen die ich von euch, den mir Immerfremden, jemals gesehen habe, bekam ich erst in Späterenjahren zu-Gesicht, als Alles zuspät war für euch; u: war mir Die !Großeerleichterung: Denn nun würdet ihr mich nicht mehr wegholen.“

 

 2111798-bb93beff91a270689b48a4f1e8a5d567.jpg
Reinhard Jirgl (Oost-Berlijn, 16 januari 1953)

 

 

De Deense dichteres, schrijfster en essayiste Inger Christensen werd geboren op 16 januari 1935 in de stad Vejle aan de oostkust van Jutland. Zie ook alle tags voor Inger Christensen op dit blog.

Uit: Alphabet (fragment)

all; in the end
the children of the wounded,
stillborn, dying,

many, continuously,
some, finally the
last ones; in my kitchen

I stand and peel
potatoes; the faucet
runs and nearly
covers the noise of the
children in the yard;

the children yell and
nearly cover the noise
of the birds in
the trees; the birds
sing and nearly

cover the murmur
of the leaves in the wind;
the leaves murmur
and nearly cover
the silence of the sky,

the sky which is light
and the light which since
then has nearly
resembled the fire
of the atom bomb

 

 2111798-899697084087daf9c6144bf79173f4ea.JPG
Inger Christensen (16 januari 1935 – 2 januari 2009)
Vejle, raadhuis

 

 

De Amerikaanse schrijfster en essayiste Susan Sontag werd geboren op 16 januari 1933 in New York. Zie ook alle tags voor Susan Sontag op dit blog.

Uit:Reborn: Journals and Notebooks, 1947-1963

“12/27-29/56 New York
left Dec. 27 with David—D wearing Oxford grey pants. Subway to [Boston's] South Station. 8:00 train. . . . In N.Y. 12:15. Took a cab to the Gov. Clinton [Hotel]. Checked in, washed, took cab via Empire State Bldg. to Golden Horn restaurant. Ate shish kebab. Cab to Metropolitan Museum. 3:00 -5:00 the Egyptian exhibits and the Etruscan Warrior. Rosie arrived. Bus back to hotel. Washed and changed. Left at 6:10—David clinging to TV, Rosie about to whisk him across the street to Penn Station + out to Flushing [where Rose McNulty's family lived] for the night. Took cab to Hotel Taft. Herbert & Inge [Marcuse] there, Peter + Frances arrived a few minutes later. Walked to Parisienne restaurant. Rushed, lobster dinner. Walked back to Winter Garden [Theater]. Troilus and Cressida. Afterwards, with Tommy + school chum added, went across the street to the Taft bar for beer. Tommy + chum left, then Peter + Frances to drive back to Waterbury [Connecticut]. Walked with Inge + Herbert to subway at Columbus Circle. Goodnight. Back to hotel. Asleep by 2:00.”
(...)

12/31/57, “On Keeping a Journal”
Superficial to understand the journal as just a receptacle for one’s private, secret thoughts—like a confidante who is deaf, dumb, and illiterate. In the journal I do not just express myself more openly than I could to any person; I create myself. The journal is a vehicle for my sense of selfhood. It represents me as emotionally and spiritually independent. Therefore (alas) it does not simply record my actual, daily life but rather—in many cases—offers an alternative to it. . . . Why is writing important? Mainly, out of egotism, I suppose. Because I want to be that persona, a writer, and not because there is something I must say.”

 

 2111798-637dd4edf84dfa41ed11ba38da39ea56.jpg
Susan Sontag (16 januari 1933 – 28 december 2004)
Cover 

 

 

De Australische schrijver en essayist Brian Castro werd geboren op 16 januari 1950 in Hongkong. Zie ook alle tags voor Brian Castro op dit blog.

Uit:Blindness and Rage (Fragment)

 

Canto 1

All my life, thought Lucien Gracq, I’d written my disasters:
predicted them, installed them, lived them.
For example: all his life he’d written to women
in mannered courtly love
hoping they would respond, but
would not take it too far – or go any further.
It always redounded, overflowing into minor tragedies.
His heart began palpitating,
he developed high blood pressure.
Writing had consequences, not least
a sedentary posture and excess of calories.
So he turned from prose and entered a more
emphatic breath, of which he was short
or was brought up short.

And then some lesser ailments:
the neurotic episodes of embarrassment
dying into each at three in the morning,
all screaming, negotiating unpleasantness,
and it seemed nothing was enjoyable –
experience reeking of threat, regret and hurt.
Could romantic love so easily disappear
without casting around for a new desire
to enhance the redemption of illusion
in the small cell of the free, alert
to the farewell wave of chance?

All his life he wished for unemployment
in order to attain a paradise,
an Eden of inspired work and experience,
but all his life Gracq laboured as a town-­planner
in an Adelaide office unrolling ennui
and blueprints until now …
when time had already flown its coop.
I can’t bring myself to act, he thought,
since that would cut short
his precious melancholy.
Instead he could feel, enact through writing,
since he was in search of lost emotion –
words which slowed the heart and
humoured the day and held
the night with chimeras.

 

 2111798-1670a50edd1672e86fce118176747bb3.jpg
Brian Castro (Hongkong, 16 januari 1950)

 

 

De Braziliaanse schrijver, theaterproducent, talk show host, acteur, schilder en musicus José Soares werd geboren op 16 januari 1938 in Rio de Janeiro. Zie ook alle tags voor José Soares op dit blog.

Uit: Twelve Fingers: Biography of an Anarchist

“After months of fruitless treatment, Ivan Korozec moves his family to Sarajevo. Thanks to his contacts, he finds work at the print shop of a veteran anarchist, Nicolae Kulenovic. It is in the rear of that shop that, late at night, meet the adepts of the recently formed Ujedinjenje ili Smrt, "Union or Death," also known as the Black Hand, a secret terrorist society dedicated to unification of the Serbian people. To have an idea of the political climate that prevailed in Bosnia in that period, it is desirable to know something of the history of that organization and of its founder, who was to play a major role in Dimitri's future.
Union or Death, the Black Hand, was formed on May 9, 1911, by a group of ten men. Their objective: the creation of a unified Serbia that includes Bosnia and Herzegovina, free of Austro-Hungarian domination. The means for achieving those ends range from homicide to terrorism.
In merely a year, they already number over a thousand activists ready for anything. Several officers of the Serbian army belong to the group.
They use this seal (right) as their sign of identification.
The Black Hand trains its men in various methods of political sabotage and assassination. It is organized into cells of three or five members under the command of district committees, and their orders come from the Central Committee in Belgrade. To keep this hierarchy secret, its members know only what is necessary for carrying out their missions.
Upon being admitted, the initiates swear an oath at a solemn meeting: "I swear before God, on my honor and on my life, that I will obey orders and execute all missions without hesitation and without question. I also swear before God, on my honor and on my life, that I will take to the tomb the secrets of this organization.
The founder of the Ujedinjenje ili Smrt is the Serbian colonel Dragutin Dimitrijevic. Dragutin had become a specialist in coups d'état, conspiracies, and assassination. Recognizing the power of information, the fervent patriot always remained behind the scenes of power, never revealing his true position. A friend connected to the court of the king of Serbia said of him, "He was never seen anywhere, yet we knew he was behind everything that happened."

 

 2111798-e3fc5b1237a8e9814d2ae587063638c7.jpg
José Soares (Rio de Janeiro, 16 januari 1938)
Cover braziliaanse uitgave

 

 

De Hongaarse schrijver en journalist Kálmán Mikszáth werd op 16 januari 1847 in Szklabonya (tegenwoordig Slowakije) geboren. Zie ook alle tags voor Kálmán Mikszáth op dit blog.

Uit: St. Peter's Umbrella (Vertaald door B. W. Worswick)

"It must be down that way if I wish it," thundered out the judge.
Billeghi tried to get out of it, saying it was awkward for him, and out of his way. But it was of no use, when the judge ordered a thing, it had to be done. So one Wednesday they put the sacks of wheat into Billeghi's cart, and on the top of them a basket containing Veronica and the goose, for the latter was, of course, part of the priest's inheritance. The good folks of the village had made shortbread and biscuits for the little orphan to take with her on her journey out into the great world, and they also filled a basket with pears and plums; and as the cart drove off, many of them shed tears for the poor little waif, who had no idea where they were taking her to, but only saw that when the horses began to move, she still kept her place in the basket, and only the houses and trees seemed to move.
Not only the worthy Kapiczany had seen Glogova, the writer of these pages has also been there. It is a miserable little place in a narrow valley between bare mountains. There is not a decent road for miles around, much less a railway. Nowadays they say there is some sort of an old-fashioned engine, with a carriage or two attached, which plies between Besztercebanya and Selmeczbanya, but even that does not pass near to Glogova. It will take at least five hundred years to bring it up to that pitch of civilization other villages have reached.
The soil is poor, a sort of clay, and very little will grow there except oats and potatoes, and even these have to be coaxed from the ground. A soil like that cannot be spoken of as "Mother Earth," it is more like "Mother-in-law Earth." It is full of pebbles, and has broad cracks here and there, on the borders of which a kind of whitish weed grows, called by the peasants "orphans' hair." Is the soil too old? Why, it cannot be older than any other soil, but its strength has been used up more rapidly. Down below in the plain they have been growing nothing but grass for about a thousand years, but up here enormous oak-trees used to grow; so it is no wonder that the soil has lost its strength. Poverty and misery are to be found here, and yet a certain feeling of romance takes possession of one at the sight of it. The ugly peasant huts seem only to heighten the beauty of the enormous rocks which rise above us.”

 

 2111798-39a4d12ffb4c84f172e069e4a5797b5a.jpg
Kálmán Mikszáth (16 januari 1847 – 28 mei 1910)
Portret door Nyilasy Sándor, ca. 1890

 

 

Onafhankelijk van geboortedata:

De Duitse schrijver Tino Hanekamp werd geboren in 1979 in Wippra in Saksen-Anhalt. Zie ook alle tags voor Tino Hanekamp op dit blog.

Uit:So was von da

„Es funktioniert nicht, quasi Fluch: Es kann nur eine geben. Mathilda hat mir die Liebe versaut. Keine Ahnung, wo sie jetzt ist. Wahrscheinlich lebt sie irgendwo in Spanien am Strand mit einem berühmten Surfer, so einem tiefenentspannten Typen, für den das Leben kein Rätsel ist und der hinterm Haus ein paar Hütten errichtet hat für streunende Hunde und Katzen. Ich hoffe, die putzigen Tierchen werden zu blutrünstigen Bestien und zerfetzen seinen Pimmel, eine Monsterwelle reißt seinen Olympionikenkörper raus aufs Meer und spült Mathilda zurück zu mir, bis vor meine Haustür, wo ich sie dann sanft aus dem Rinnstein heben werde. Ich werde sie auf meine muffige Matratze legen, ihr das nasse Haar aus dem Gesicht streichen und ihr verzeihen. Hey, wir machen alle mal Fehler.
Rubble mich mit dem Bademantel ab, während im Hinterhof Herrn Müllers Husten zu einem orkanartigen Getöse anschwillt. Wer braucht das Rauschen der Wellen, wenn er das Husten des Müllers hat? Er ist der letzte Bewohner des Hauses, der älter ist als dreißig. Seit Jahren wartet der Vermieter darauf, dass der Alte endlich abtritt, damit er aus dessen Vierzimmerwohnung drei Kämmerchen machen kann, um diese dann zu Wucherpreisen an Studenten, Agenturangestellte, Clubbetreiber und Künstlertypen zu vermieten. Aber Herr Müller hält durch. Er hustet nur sehr stark — St.-Pauli-Sinfonie. Um nicht vor lauter demütigender Barmherzigkeit den Notarzt zu rufen, gehe ich ins Wohnzimmer und lege Scott Walkers Erste auf, auf dass diese Überlebenslieder die Müller'schen Rasselgeräusche wohlklingend übertönen.
Mama, do you see what I see? / On your knees and pray for me / Mathilde's come back to me.
Über Bücherberge und Dreckswäsche zum Kleiderständer. Das Hemd ist noch vorzeigbar, der Anzug sitzt wie angegossen, er ist auf mein Skelett geschneidert. Blick in den Spiegel, Armdrücken mit dem Selbsthass. Jeden Morgen eine Minute lang. Schneide ein paar Grimassen und setze mich mit dem Herrn Aurel an den Küchentisch, zu essen gibt's hier nichts.“

 

 2111798-e7f480dd91d62f19f2116436b3fea6ea.jpg
Tino Hanekamp (Wippra, 1979)

 

 

Zie voor nog meer schrijvers van de 16e januari ook mijn blog van 16 januari 2017 en ook mijn blog van 16 januari 2016 deel 2 en eveneens deel 3.

Zie voor bovenstaande schrijvers ook mijn blog van 16 januari 2007 en ook mijn blog van 16 januari 2008 en eveneens mijn blog van 16 januari 2009.

Geschreven door Romenu om 18:27 Reageer op dit bericht

Meer van Romenu

↑ Terug naar de berichten